CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvullende bijlage 1 - Tekst

Politieke Avond 7 december 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: Bestemmingsplan 'Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24'19.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie

De aspecten ecologie en groen zijn geen belemmering voor dit project.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 33

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

4.7

Water

4.7.1

Toetsing: toename verharding

Door dit plan neemt de verharde oppervlakte toe. Dit leidt tot een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De projectlocatie ligt in stedelijk gebied. Er geldt een compensatieplicht voor het verlies aan waterberging. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in stedelijk gebied. De verharding in de oude en nieuwe situatie wordt in tabel 4.1. weergegeven.

Figuur 4.1: bestaande verharde oppervlakte Uit voorgaande tabel blijkt dat er een netto toename van 878,5 m2 aan verharde oppervlakte is. Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat er meer dan 500 m2 onverharde grond wordt verhard. Het uitgangspunt is dat initiatiefnemer voor een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht in aanmerking komt. Hierover dient overlegd te worden met het Waterschap. Verwezen wordt naar de digitale watertoets. Er dient in ieder geval 378,5 m2 gecompenseerd te worden voor het verlies aan waterberging. In het plangebied is hiervoor ruimte aanwezig op eigen terrein. Er dient 6,64 m3 per 100 m2 verharding gecompenseerd te worden. Dit betekent dat er een waterberging gerealiseerd en in stand gehouden moet worden van 25 m3. Dit wordt gerealiseerd door middel van (grint)bakken. Op de kavelkaart en de verbeelding is een groenzone aangegeven van 2 m breed, aan de zuid- west- en noordzijde van het plangebied. De hemelwaterafvoeren zullen naar deze groenstrook geleid worden en hier zullen grint)bakken worden aangelegd. De groenstrook kan zo nodig circa 5 cm onder het maaiveld niveau worden ingericht. Voorts worden onder de toegangsweg 2 infiltratiekratten aangebracht met een inhoud van 2 m3, zodat het hemelwater in de bodem kan. Via een drain wordt het water van de parkeerweg naar deze twee kratten geleid.

In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen om de benodigde waterberging op het eigen terrein aan te leggen en in stand te houden. 4.7.2

Conclusie

Het aspect water is geen belemmering voor dit project.

4.8

Bodem

De bodemkwaliteit dient geschikt te zijn is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. 34 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

4.8.1

Toetsing

Aveco de Bondt heeft een notitie opgesteld ten behoeve van de bodemparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan. De beoordeling van de bodemkwaliteit in relatie tot de herziening van dit bestemmingsplan is als volgt. Uit de beschikbare bodeminformatie en eerder uitgevoerd vooronderzoek (conform NEN5725) op aangrenzende percelen blijkt dat ter plaatse van het plangebied geen verdachte activiteiten hebben plaatsgevonden. Vanuit de gebruikshistorie is dus niet te verwachten dat de bodem binnen het plangebied verontreinigd is. Overeenkomstig de bodemfunctie- en kwaliteitskaart kan dus veronderstelt worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de functie wonen. Op het naastgelegen perceel (AB 1087) hebben echter wel verdachte activiteiten plaatsgevonden die aanleiding geven dat de bodem op die locatie is verontreinigd. De bodemkwaliteit op deze locatie is niet bekend. Mogelijk dat de bodemkwaliteit binnen het plangebied negatief is beïnvloed door de verdachte activiteiten op het naastgelegen perceel. Van een spoedeisende locatie is op basis van de beschikbare informatie geen sprake. De bestemming binnen het plangebied is overigens volgens het geldende bestemmingsplan reeds als 'wonen' bestemd. De enkelbestemming 'wonen' blijft grotendeels ongewijzigd van kracht binnen het plangebied.

Middels de beoogde bestemmingsplanwijziging worden de bouwmogelijkheden binnen het plangebied gewijzigd, zodat de realisatie van 3 woningen mogelijk is. Langs het naastgelegen perceel (AB 1087) wordt de bestemming 'wonen' gewijzigd in 'verkeer – verblijfsgebied'. Dit is qua gebruik een minder gevoelige functie in relatie tot de aanwezige bodemkwaliteit. Eventuele negatieve beïnvloeding van de bodemkwaliteit als gevolg van de verdachte activiteiten op het naastgelegen perceel (AB 1087) betreft dus niet de gronden waarop de functie 'wonen' is voorzien. Het aspect bodem vormt geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen. De bodemkwaliteit is naar verwachting geschikt voor het beoogd gebruik. Ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning bouwen zal nog wél een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 moeten worden uitgevoerd, daarbij kan in het bijzonder aandacht worden besteed aan de eventuele beïnvloeding van de bodemkwaliteit door verdachte activiteiten op het naastgelegen perceel (AB 1087). 4.8.2

Conclusie

De bodemkwaliteit is geen belemmering voor dit project.

4.9

Cultuurhistorie

Voor onderhavig plan is de gemeentelijke cultuurhistorische kaart geraadpleegd. Hierop is de Klapstraat voorzien van de aanduiding “weg”. Door onderhavig plan worden de waarden van de Klapstraat niet aangetast. De Klapstraat ligt op een oude Rijnoever met onder andere bewoning uit de Romeinse tijd. Daarnaast gaat de historie van de straat terug op het middeleeuwse Elden, toen er al sprake was van hieraan liggende (verspreide) bebouwing. De oudste vermelding van Elden dateert uit 855, daar waar een Eldense kerk in 1342 wordt vermeld. 4.9.1

Molenbiotoop

Op een afstand van ca 260 meter tot de dichtstbijzijnde geprojecteerde woning bevindt zich een molen. Het gaat om een beltmolen, een molen die op een aarden wal staat van ca 2,50 m hoog. Tussen de molen en het plangebied mag bebouwing worden opgericht met een hoogte van 7 tot 10 m. De maximale bouwhoogte in het plangebied bedraagt 7,50 m.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 35

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Uitsnede kaart cultuurhistorische hoofdstructuur Arnhem Bron: gemeente Arnhem Omdat de vrije windvang en het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing of beplanting en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de beplanting, is het niet aannemelijk dat de molenbiotoop door de uitvoering van het plan wordt geschaad. Gelet op het voorgaande worden er geen cultuurhistorische waarden door de uitvoering van het plan aangetast. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.10

Archeologie

Met betrekking tot archeologie is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet van toepassing. De Omgevingswet (nog niet van kracht) vervangt de Monumentenwet voor het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Tot het van kracht worden van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hier blijven ze ongewijzigd van toepassing, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. 4.10.1 Archeologie toetsing Op het perceel rusten de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied)” en “Waarde – Archeologie (hoge verwachting). Verwezen wordt naar figuur 1.2; een korte omschrijving van deze bestemmingen is opgenomen in 1.3 In de bestemming Waarde – archeologisch waardevol gebied geldt bij bouwwerken een vrijstelling voor 50 m2, maar het gemeentelijk beleid gaat uit van 30 m2. De beide archeologische bestemmingen worden overgenomen in onderhavig bestemmingsplan en blijven van kracht.

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, het vergunningsvrij bouwen en het uitvoeren van werken dient voldaan te worden aan het bepaalde in deze bestemmingen. Gelet daarop is het archeologisch belang voldoende beschermd. Initiatiefnemer zal zich houden aan het bepaalde in de dubbelbestemming waarde-archeologie. Daarbij wordt het volgende opgemerkt. Wanneer de bodem verstoord wordt, moeten behoudenswaardige archeologische resten intact blijven. De beoordeling of resten al-dan-niet behoudenswaardig zijn, volgt uit archeologisch vooronderzoek. Is het intact blijven geen mogelijkheid, dan is opgraven een optie.

36 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

4.11

Stadsklimaat

4.11.1 Toetsing klimaatadaptatie Op de hittekaart uit de door de raad vastgestelde Strategie Klimaatadaptatie is ter plaatse van het plangebied “behoud van de bestaande situatie” aangegeven. Dat betekent dat door ontwikkelingen de opwarming in het gebied niet mag toenemen. Bij de toets moet een onderscheid worden gemaakt tussen de juridische situatie en de feitelijke situatie. Bij de beoordeling van een nieuw bestemmingsplan wordt een vergelijking gemaakt met het geldende bestemmingsplan. De bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan wordt vergeleken met het nieuwe bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan Elden 2012 heeft het perceel een woonbestemming, zone bijgebouwen. Deze bestemming maakt een achtertuin mogelijk die volgens het bestemmingsplan geheel kan worden verhard. In het nieuwe bestemmingsplan heeft een deel van de gronden een tuin bestemming. Hiermee is er juridisch geen afname van groen. In de feitelijk situatie zal de verharding toenemen. Door verdamping en schaduw koelt groen de omgeving. Dit kan worden bevorderd door het toepassen van bijvoorbeeld 'groene' daken/gevelbekleding en opgaande beplanting: straat- en tuinbomen. De aanleg van groen levert tevens een grote bijdrage aan de opvang van fijnstof en daarmee aan de luchtkwaliteit.

In de regels van het bestemmingsplan zijn diverse regels opgenomen die zorgen dat de opwarming wordt beperkt. Het gaat om de voortuinen zijn als tuin bestamd en aan de achterzijde is een deel van de achtertuin bestemd als groen. Deze gronden moeten groen worden ingericht. de aanleg van drie bomen is verplicht middels een voorwaardelijke verplichting; op aan- en bijgebouwen moet verplicht een groen dak worden gerealiseerd. Ook de materiaalkeuze heeft invloed op de mate waarin warmte wordt opgenomen. Stenige materialen, zeker als ze ook donkere kleuren hebben, bepalen hoeveel warmte wordt opgenomen en 's nachts weer wordt afgeven. Deze onderdelen gaan over het aangezicht van de woningen en kunnen niet in een bestemmingsplan worden geregeld.

4.12

Bezonning

De situering van het bouwvlak en de maximum bouwhoogte zijn zodanig dat dit geen onevenredige aantasting van de bezonningssituatie ter plaatse van de belendende percelen met meebrengt.

4.13

Explosieven

Arnhem heeft explosievenbeleid vastgesteld. De meest recente versie dateert uit 2016. De handleiding “Omgaan met conventionele explosieven uit de 2e WO binnen de gemeente Arnhem” beschrijft hoe wordt omgegaan met de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) tijdens grondroerende werkzaamheden. Arnhem is in “kans van aantreffen” - gebieden verdeeld. Het gaat om een hoge, verhoogde, verlaagde of lage “kans van aantreffen” - gebied. Op basis van deze gebiedsindeling kan vervolgens worden aangegeven of er extra maatregelen moeten worden getroffen. In het plangebied is er een verhoogde kans van aantreffen CE aanwezig. Op de explosievenkaart is de locatie voor de nieuwbouw aangemerkt als verhoogde kans op aantreffen van explosieven. KWP (de aannemer van De Tuin van Elden) heeft voor dit gebied een projectplan explosievenonderzoek opgesteld. Verdere informatie over detectie rapport “Niet-gesprongen explosieven“ en eventuele vrijgave van het plangebied heeft de gemeente Arnhem niet ontvangen. Deze informatie is bij KWP opgevraagd, maar niet in hun dossier niet teruggevonden. Binnen het plangebied gaat het om naoorlogs ongeroerde grond binnen het stedelijk gebied waar "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 37

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Binnen deze gebieden hebben vooral vóór de 2e WO grootschalige grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden. Dit betekent dat er een verhoogde kans van aantreffen van CE uit de 2e WO binnen deze gebieden is. Het gebied wordt vervolgens behandeld als een “hoge kans van aantreffen CE” gebied. Een uitzondering hierop zijn de grondroerende werkzaamheden waarbij het grondverzet gering is waardoor de kans op CE ook klein is. Voorbeelden hiervan zijn boringen ten behoeve van bodemonderzoeken of het grondverzet voor het plaatsen van bijvoorbeeld een bushokje. Over het algemeen gaat het hierbij om werkzaamheden waarbij minder dan 100 m3 grond wordt verzet (kleinschalige projecten). In dit geval worden er geen extra maatregelen getroffen maar wordt het protocol “Toevalstreffer CE uit de 2e WO” gevolgd. Wordt er meer dan 100 m3 grond verzet dan is het afhankelijk van de mogelijkheden en/of het project of er extra maatregelen moeten worden getroffen. Dit betekent dat het binnen het gebied “Verhoogde kans van aantreffen CE” vooral gaat om maatwerk. Per project wordt zo bekeken of er en zo ja welke maatregelen er moeten worden getroffen.

Figuur 4.4: uitsnede beslisboom risico op aantreffen explosieven. Bron: handleiding omgaan met conventionele explosieven Arnhem. De gemeente Arnhem heeft ook een standaardprotocol voor het aantreffen van explosieven: 38 "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas tgesteld)

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Er wordt een verdacht object gevonden. Kom hier niet aan! Stop de werkzaamheden bij het verdachte object. Is het een noodsituatie? Bel 112! Bij overige situaties neemt de aannemer contact op met de politie via 0900-8844. Vraag naar de Teamleider Explosieven Veiligheid (TEV). De aannemer stelt ook de toezichthouder van de gemeente Arnhem op de hoogte. Dit is Rob Reinderhoff, bereikbaar via 06-21538365 of Bernard Hospers, bereikbaar via 06-21538364. De aannemer houdt het verdachte object in de gaten tot de politie of toezichthouder op locatie is. Houd de locatie vrij van toeschouwers en omwonenden. De toezichthouder beoordeelt de situatie en stelt de projectgroep Conventioneel Explosief (CE) op de hoogte. De politie schakelt zo nodig de Explosieven Opsporingsdienst Defensie (EODD) in om het object nader te onderzoeken en te verwijderen. Op aanwijzen van de EODD of politie kan daarna het werk worden hervat. 4.13.1 Onderzoek ontplofbare oorlogsresten Arnhem Klapstraat Bodac heeft onderzoek uitgevoerd naar ontplofbare oorlogsresten aan de Klapstraat. Uit dit onderzoek kwam dat er geen verdachte objecten zijn waargenomen. In onderstaande afbeelding staat het gebied wat door de Bodac vrijgegeven is tot 2,50 m onder het maaiveld.

Figuur 4.5: uitsnede revisietekening BODAC Het advies van Bodac B.V. luidt dat binnen de in de revisietekening vrijgegeven dimensies grondroerende werkzaamheden zonder aanvullende maatregelen, in relatie tot ontplofbare oorlogsresten, kunnen worden uitgevoerd. Wanneer werkzaamheden buiten de door Bodac B.V. onderzocht en vrijgegeven gebieden gaan plaatsvinden is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 39

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

40 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Hoofdstuk 5 5.1

Planbeschrijving

Inleiding

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Het juridisch bindende deel zijn de verbeelding en de regels.

5.2

Opzet van de regels

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. ontheffingen); Overgangs- en slotregels. 5.2.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Artikel 1 Begrippen In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Op de verbeelding zijn bouwhoogten aangegeven. Deze wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). 5.2.2

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de plankaart is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Ontheffing van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels Verboden gebruik: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten. De bestemmingsregels bevatten de volgende bestemmingen: Artikel 3 Groen Deze bestemming is toegekend aan de gronden waarop een waterberging/wadi gerealiseerd moet worden en een natuurlijke erfafscheiding. Artikel 4 Tuin Deze bestemming is toegekend aan de gronden voor de voorgevel, en aan de zijtuin langs het Aubadepad. Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied In dit artikel wordt aangegeven waar de gronden met deze bestemming voor bestemd zijn (5.1) en de bouwregels ter plaatse van deze bestemming (5.2). Artikel 6 Wonen In dit artikel wordt aangegeven waar de gronden met deze bestemming voor bestemd zijn (6.1), de bouwregels ter plaatse van deze bestemming (6.2) en de specifieke gebruiksregels voor deze bestemming (6.4).

Ook hier kan een waterberging gerealiseerd worden. "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 41

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Artikel 7 Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied) In dit artikel wordt aangegeven waar de gronden met deze bestemming voor bestemd zijn (7.1), de bouwregels ter plaatse van deze bestemming (7.2), de afwijkingsmogelijkheden voor deze bouwregels (7.3) en de regels rondom het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde en werkzaamheden (7.4). Artikel 7.4.1 benoemt welke werkzaamheden verboden zijn zonder omgevingsvergunning uit te voeren, artikel 7.4.2 benoemt de voorwaarde waaronder de verboden werkzaamheden met een omgevingsvergunning toelaatbaar zijn en artikel 7.4.3 gaat in op de uitzonderingen. Artikel 8 Waarde - Archeologie (hoge verwachting) In dit artikel wordt aangegeven waar de gronden met deze bestemming voor bestemd zijn (8.1), de bouwregels ter plaatse van deze bestemming (8.2), de afwijkingsmogelijkheden voor deze bouwregels (8.3) en de regels rondom het verlenen van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde en werkzaamheden (8.4). Artikel 8.4.1 benoemt welke werkzaamheden verboden zijn zonder omgevingsvergunning uit te voeren, artikel 8.4.2 benoemt de voorwaarde waaronder de verboden werkzaamheden met een omgevingsvergunning toelaatbaar zijn en artikel 8.4.3 gaat in op de uitzonderingen. 5.2.3

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 9 Anti-dubbeltelregel: Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend Artikel 10 Algemene bouwregels: Hierin zijn de algemene bouwregels opgenomen zoals de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak en de uitleg van het bebouwingspercentage. Artikel 11 Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn de algemene gebruiksregels opgenomen. Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Artikel 12 Algemene aanduidingsregels: Het gehele plangebied is - bij wijze van gebiedsaanduiding aangeduid voor de bescherming en behoud van de vrije windvang van en het zicht op de molen en van zijn waarde als landschapselement. Op deze gronden mag enkel worden gebouwd indien is aangetoond dat de waarden van de molen niet onevenredig worden geschaad. Artikel 13 Algemene afwijkingsregels: In dit artikel worden de voorwaarden beschreven waaronder burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning kunnen afwijken van het bestemmingsplan. Deze afwijkingen gelden voor het hele plangebied. De afwijkingen die uitsluitend gelden voor een bepaalde bestemming zijn in het betreffende artikel van die bestemming opgenomen.

Artikel 14 Overige regels: dit artikel gaat in op de overige regels die ter plaatse van dit bestemmingsplan gelden. Hierin zijn ook de regels overgenomen die toezien op de Woningsplitsing en verkamering en Parkeren. Verder zijn hier specifieke bouwregels ten aanzien van waterberging opgenomen. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De particulier draagt de kosten voor het project. Hiervoor zijn voldoende financiële middelen beschikbaar.

42 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

5.3

Exploitatie

Voor dit plan moet de gemeente in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van deze verplichting kan worden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is, of als er door de gemeente geen kosten gemaakt worden. Voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan moet duidelijk zijn op welke wijze eventuele kosten zullen worden verhaald. Hiervoor zal een anterieure overeenkomst worden afgesloten. Voor eventuele planschade zal een planschade verhaalsovereenkomst worden afgesloten. Een anterieure overeenkomst is afgesloten.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 43

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

44 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In 2019/2020 zijn de aanwonenden van de Klapstraat en de Andantelaan geïnformeerd in het plaatselijk café “'t Pleyn” en later per brief. In 2020 zijn de bewoners van de nieuwe woningen aan het Aubadepad 10 tot 24 schriftelijk geïnformeerd. In 2020 is er voor de toekomstige inrichting van het plangebied een ontwerpschets gemaakt. De direct omwonenden (aan de Andantelaan en het Aubadepad) zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Gebleken is dat men van mening was dat vier woningen te veel bebouwing en te weinig groen (openbaar en tuinen) tot gevolg had. Het plan met maximaal drie woningen met de tuinen aan de west- en zuidkant gelegen heeft wel draagvlak. Voorts is gebleken dat er geen draagvlak was voor de bouw van 2 x een volle verdiepingenbouw en daarboven op een zolderetage. De bouwhoogte wordt bepalend gevonden. Daarbij is er een voorkeur uitgesproken voor gelijkvloerse woningen (bungalow) of met een bovenverdieping (semi-bungalow), waarvan de daklijn begint bij de verdiepingsvloer. Het concept–inrichtingsplan is naar aanleiding van dit overleg aangepast. Het aantal woningen teruggebracht van vier naar drie en de hoofdgebouwen zullen vrijstaand zijn. De maximale goot- en bouwhoogte van de woningen is verlaagd naar 4,00 resp. 7,50 m, waardoor er geen drie volledige verdiepingen zullen komen.

Op 2 januari 2021 is door initiatiefnemer een brief gestuurd met een aangepaste ontwerpschets. Op 10 januari 2021 heeft het Dorpsplatform Elden (DPE) schriftelijk aangegeven dat het plan om drie woningen te bouwen op eerder genoemd kavel past binnen de kaders gesteld door de Dorpsvisie. Aangegeven is dat door de hierboven beschreven aanpassingen de invloed op de historische Klapstraat minimaal zal zijn. De conclusie is dat het Dorpsplatform in kan stemmen met het nu voorliggende plan. Ook de garagehouder is geïnformeerd over de plannen. Er is niet gebleken van bezwaren.

6.2

Vooroverleg

Over dit plan is vooroverleg gevoerd met het Waterschap Rivierenland. Zij hadden konden instemen met het bestemmingsplan.

6.3

Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerp bestemmingsplan wordt gedurende zes weken tervisiegelegd. Een ieder is in de gelegenheid een zienswijze kenbaar te maken. De resultaten worden verwerkt in dit bestemmingsplan.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 45

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

46 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Regels

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 47

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 plan Het bestemmingsplan Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24 met identificatienummer NL.IMRO.0202.1012- 0301 van de gemeente Arnhem 1.2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- of uitbouw een bouwwerk verbonden met een hoofdgebouw dat bouwkundig ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in functioneel opzicht onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw. 1.6 bebouwing Eén of meer gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7 bebouwingspercentage Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van een gedeelte van een bestemmingsvlak of gedeelte van een bouwvlak aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.8 bed and breakfast Overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een kortdurend verblijf met het serveren van een ontbijt in een zelfstandige woning, gedreven door de bewoner van die woning.

1.9 bedrijf Een onderneming of gedeelte van een onderneming, die een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en is gericht op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten, hieronder begrepen ondernemingen of gedeelten van ondernemingen, die door of vanwege de overheid worden geleid. 1.10 beleidsregels Natuurinclusief Bouwen Onder de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen wordt verstaan: de 'Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen', dan wel zoals deze regels komen te luiden na wijziging van deze regels. 1.11 beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem Onder de beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem wordt verstaan: de 'Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003', dan wel zoals deze regels komen te luiden na wijziging van deze regels; 1.12 beroep aan huis Een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep of bedrijf dat in een zelfstandige woning wordt uitgeoefend. 1.13 bestaande situatie a. bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan en bouwwerken die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; b.

bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan dat na de inwerkingtreding van het plan niet langer onderbroken is dan een jaar. 1.14 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak.

48 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

1.15 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aan gebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17 bijgebouw Een zelfstandig bouwwerk dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. Het bijgebouw wordt via een aparte toegangsdeur worden bereikt. Het kan wel tegen de woning aangebouwd worden. Voorbeeld van een bijgebouw zijn een garage en een schuur. 1.18 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19 bijzondere woonvorm Een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding) en daar niet verblijven met het doel om therapeutisch behandeld te worden. 1.20 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag Een geheel van voor personen toegankelijke ruimten, waarbinnen de vloerhoogte niet meer dan 1,20 m varieert, met uitsluiting van onderbouw en zolder of vliering casu quo kapruimte. 1.22 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceelgrens.

1.24 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26 brutovloeroppervlak: De oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen, waarbij de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto hoogte kleiner is dan 1,5 m niet worden meegerekend. 1.27 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan diegenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; dienstverlening door een horecabedrijf en internetverkoop wordt hieronder niet begrepen. 1.28 duurzame invulling van de waterbergingsvoorziening het in beginsel in stand houden van het watersysteem door infiltratie of verdamping en zuivering in een bovengronds systeem; 1.29 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 49

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

1.30 gebruiksoppervlakte De vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld. 1.31 hoofdgebouw Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.32 hospes/hospita De 100% economisch en juridisch eigenaar die zélf daadwerkelijk in het gebouw woont en minimaal 50% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw gebruikt voor zijn eigen huishouden en maximaal 2 onzelfstandige wooneenheden verhuurt. Kenmerkend voor de hospes/hospita is dat de huurder van een wooneenheid de toiletruimte, badruimte en de keuken deelt met de eigenaar van de woning. De onzelfstandige wooneenheden mogen niet beschikken over eigen voorzieningen, als badgelegenheid, keuken en/of toilet. 1.33 huishouden Één of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, met de intentie om zelfstandig, bestendig, voor onbepaalde tijd, in gezinsverband of in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband te wonen.

1.34 internetverkoop Detailhandel zonder showroom, waarvan de handel voornamelijk via internet en andere media verloopt. 1.35 kamergewijze bewoning Een gebouw waarin zich 3 onzelfstandige wooneenheden bevinden of meer. 1.36 normaal onderhoud, gebruik en beheer Gebruik gericht op het in zodanige conditie houden van objecten of de terreingesteldheid dat het voortbestaan van deze objecten of de terreingesteldheid op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt gehouden. Onder normaal onderhoud, gebruik en beheer wordt ook dunning van beplanting begrepen. 1.37 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, en apparatuur voor telecommunicatie. 1.38 onzelfstandige wooneenheden Een onzelfstandig gedeelte van een gebouw bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de wooneenheid is het gezamenlijk gebruik (met andere wooneenheden) van een toiletruimte, badruimte en/of een keuken. Een wooneenheid kan uit meerdere ruimten bestaan. 1.39 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.40 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig- constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

1.41 peil Voor een gebouw , waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of pad grenst: de hoogte van die weg of dat pad ter plaatse van de hoofdtoegang; voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor een ander bouwwerk: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw. 1.42 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 50 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

1.43 prostitué(e) Degene, die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.44 raamprostitutie Een vorm van prostitutie waarbij de werving van klanten geschiedt door een prostitué(e) die door houding, gebaren, kleding of anderszins, vanuit een vitrine de aandacht op zich vestigt en waarbij de seksuele handelingen in een voor het publiek besloten ruimte plaatsvinden. 1.45 seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte (hieronder wordt mede begrepen een voer- of vaartuig) waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichtingen wordt in elk geval verstaan een (raam)prostitutiebedrijf, een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.46 straatmeubilair Onverminderd het bepaalde in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht wordt onder straatmeubilair voor de werking van dit bestemmingsplan mede verstaan: papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen; kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen.

1.47 thuisprostitutie Vorm van prostitutie waarbij de seksuele dienstverlening plaatsvindt op het woonadres van de prostitué(e) en waarbij ook alleen door deze prostitué(e) op dit adres gewerkt wordt als prostitué(e). 1.48 vegetatiedak Een dakbedekking waarop een laag is aangebracht die hoofdzakelijk bestaat uit aarde, levende planten, zoals sedum, mos of vergelijkbare vegetatie. 1.49 verkameren Het gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan als kamergewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige wooneenheden aan bestaande gevallen van kamergewijze bewoning. 1.50 waterbergingsvoorziening bovengrondse en/of ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater in de bodem, zoals wadi's, verlaging in het groen, waterbergende verharding, waterberging op het dak, grindkoffers, infiltratiekratten en/of het aanbrengen of vergroten van (bestaande) greppels, (zak)sloten, watergangen en vijvers; 1.51 werken, werkzaamheden van geringe omvang Werken of werkzaamheden die geen wezenlijke verandering van de terreingesteldheid of van een inrichting tot gevolg hebben. 1.52 werkplek Een plaats, waar één prostitué(e) zijn of haar werk verricht. 1.53 wonen Voor de werking van dit bestemmingsplan wordt onder wonen mede begrepen bijzondere woonvormen en bed and breakfast met ten hoogste vier slaapplaatsen.

1.54 woning Een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één huishouding, een bijzondere woonvorm of een kamerverhuurbedrijf. 1.55 woningsplitsing Het bouwkundig en/ of functioneel splitsen van één woning of (een gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan tot twee of meer zelfstandige woningen "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 51

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

1.56 zelfstandige woning Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten 2.1

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2

de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de bovenste goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3

de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4

de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.5

de oppervlakte van een terrein

de oppervlakte in m², gemeten ter hoogte van het maaiveld.

52 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. erfafscheidingen; c. nutsvoorzieningen; d. watergangen, waterpartijen, waterinfiltratievoorzieningen en andere voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2

Bouwregels

a. Op deze gronden mogen uitsluitend in de gegeven bestemming passende bouwwerken worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 2 meter. b. In afwijking van het gestelde onder a. dient op de gronden met de functie-aanduiding “specifieke vorm van groen – 1' een groene erfscheiding gerealiseerd te worden conform het bepaalde onder 6.4.7. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1 Voorwaardelijke verplichting waterberging Binnen deze bestemming dient een waterhuishoudkundige voorziening ten behoeve van waterberging te worden gerealiseerd en in stand gehouden met een minimale gezamenlijke inhoud van 25 m3, tenzij op andere wijze in de minimale inhoud voor waterberging is voorzien.

Artikel 4 4.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; b. parkeervoorzieningen met inachtneming van het bepaalde in 4.3; c. opritten bij de aangrenzende woningen; d. erfafscheidingen; e. nutsvoorzieningen; f. watergangen, waterpartijen, waterinfiltratievoorzieningen en andere voorzieningen voor de waterhuishouding. 4.2

Bouwregels

a. Op deze gronden mogen uitsluitend in de gegeven bestemming passende bouwwerken worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 1 meter. b. In afwijking van het gestelde onder a. dient op de gronden met de functie-aanduiding “specifieke vorm van groen – 1' een groene erfscheiding gerealiseerd te worden conform het bepaalde onder 6.4.7. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik van de gronden en opstallen in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen het gebruik van de onder 4.1 genoemde gronden ten behoeve van parkeervoorzieningen voor zover het betreft de gronden gelegen tussen de voorgevelrooilijn en de openbare weg en waarbij het niet betreft de gronden die wordt gebruikt als oprit naar een carport, garage of parkeergelegenheid.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 53

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (woon)straten, buurtwegen, pleinen en trottoirs met een inrichting hoofdzakelijk gericht op bestemmingsverkeer en verblijfsfuncties; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. watergangen, waterpartijen, waterinfiltratievoorzieningen, waterberging en andere voorzieningen voor de waterhuishouding. e. wandelgebieden en speelgelegenheden; f. nutsvoorzieningen; g. onderdoorgangen, alsmede toegangen tot ondergrondse voorzieningen ten behoeve van direct aangrenzende bestemmingen. 5.2

Bouwregels

a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingen worden gebouwd. b. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals straatmeubilair, mag ten hoogste 5 meter bedragen.

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen; met daaraan ondergeschikt voor: b. groen- en speelvoorzieningen; c. verblijfsgebieden, waaronder tevens wordt verstaan parkeervoorzieningen; d. watergangen, waterpartijen, waterinfiltratievoorzieningen, waterberging en andere voorzieningen voor de waterhuishouding; e. nutsvoorzieningen. 6.2

Bouwregels

a. Op de in 6.1 bedoelde gronden mogen - voor zover binnen een bouwvlak gelegen - en met inachtneming van de aangegeven 'maximum goothoogte (m); maximum bouwhoogte (m)' uitsluitend de in de gegeven bestemming passende hoofdbebouwing, aan- of uitbouwen, bijgebouwen en andere binnen de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; b. er zijn maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen toegestaan;] c. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. aan- of uitbouwen aan de hoofdbebouwing met een maximum bouwhoogte gelijk aan de hoogte van de begane-grondbouwlaag van de hoofdbebouwing, vermeerderd met maximaal 30 cm ten behoeve van isolatie of afschot; 2. bijgebouwen met een maximum bouwhoogte gelijk aan de goothoogte van het hoofdgebouw, waarbij de goothoogte van bijgebouwen niet meer mag bedragen dan de hoogte van de begane-grondbouwlaag van de hoofdbebouwing, vermeerderd met maximaal 30 cm ten behoeve van isolatie of afschot. 3. overige bouwwerken, passend binnen de bestemming, met een maximum bouwhoogte van 3 meter. waarbij de oppervlakte van het totaal van deze bebouwing per bouwperceel, inclusief vergunningvrije gebouwen de in onderstaand schema opgenomen maten niet overschrijdt. 54 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

oppervlakte gebied met de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel < 90 m2

90-150 m2 150-300 m2 300-500 m2 500-1000 m2

maximale oppervlakte bouwwerken 50% van de oppervlakte van het gebied met de aanduiding 'bijgebouwen' per bouwperceel met een minimum van 20 m2 45 m2 55 m2 65 m2 75 m2

d. een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van woningen wordt uitsluitend verleend indien voldoende natuurinclusieve maatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: 1. hieraan wordt voldaan indien het bouwen voldoet aan het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen van de Beleidsregels Natuurinclusief Bouwen; 2. de genomen maatregelen met betrekking tot natuurinclusief bouwen in het kader van de vergunningverlening moeten in stand worden gehouden. 6.3

Specifieke bouwregels

De bouw van aan- of uitbouwen of bijgebouwen is alleen toegestaan indien ze worden gerealiseerd met een vegetatiedak en dit vegetatiedak moet in stand worden gehouden. 6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Beroep aan huis a. Onder gebruik van de gronden en opstallen in strijd met de bestemming wordt in elk geval begrepen gebruik als beroeps- of bedrijfsmatige werk- of opslagruimte. b. Het bepaalde in lid 6.4.1 onder a. is niet van toepassing op het gedeelte van een woning in gebruik ten behoeve van beroep aan huis, door de bewoner, mits dit gedeelte niet meer bedraagt dan 1/3 van de vloeroppervlakte van de woning. Voorts mag door dit gebruik geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse, noch een onevenredige parkeerdruk ontstaan en mag het geen detailhandel, internetverkoop hiervan uitgezonderd, prostitutie of horeca betreffen. 6.4.2 Omgevingsvergunningwoningsplitsing en verkamering Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik) de volgende activiteiten uit te voeren: a. het splitsen van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan naar twee of meerdere zelfstandige woningen; b. het verkameren van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan (vanaf drie onzelfstandige wooneenheden). 6.4.3 Uitzonderingen omgevingsvergunningplichthospes/hospita Het onder lid 6.4.2 onder b vervatte verbod geldt niet wanneer sprake is van het verkameren door een hospes/ hospita.

6.4.4 Voorwaarden woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 6.4.2 onder a, verlenen indien: a. de gebruiksoppervlakte van de bestaande woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; b. de gebruiksoppervlakte van elke zelfstandige woning die als gevolg van splitsing ontstaat niet kleiner is dan 50 m2, en; c. de gesplitste woningen over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 5 m2 per woning en; d. de gesplitste woningen beschikken over een buitenruimte. 6.4.5 Voorwaarden verkamering a. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 6.4.2 onder b, verlenen indien: 1. de gebruiksoppervlakte van de bestaande woning gelijk is aan of groter is dan 110 m2, en; "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 55

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

2. het gebouw niet opgedeeld wordt in meer dan één onzelfstandige wooneenheid per 18m2 gebruiksoppervlakte; en; 3. het verkamerde gebouw minimaal beschikt over een bergingsruimte met een oppervlakte van ten minste 3 m2 ten behoeve van de stalling van fietsen, afvalcontainer(s) of afvalzakken. Vanaf 4 onzelfstandige wooneenheden geldt als aanvullende eis dat 1m2 bergingsruimte per wooneenheid wordt toegevoegd. b. De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 6.4.2 onder b wordt in ieder geval niet verleend indien: 1. sprake is van verkameren met als doel het verschaffen van kortdurend verblijf van maximaal 3 maanden, te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden, aan werknemers; of 2. zich door het verkameren een niet-verkamerd gebouw wordt ingesloten door legale kamergewijze bewoning van gebouwen aan dezelfde straat; of 3. indien een bijgebouw in gebruik wordt genomen als onzelfstandige wooneenheid. 6.4.6 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het gebruik van de woningen als bedoeld in artikel 6.1 onder a. ten behoeve van het wonen is slechts toegestaan als in het plangebied is voorzien in de aanleg en instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van waterberging zoals bedoeld in lid 3.3.

6.4.7 Voorwaardige verplichting erfafscheiding Binnen 1 jaar na het in gebruik nemen van de woning, dient ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - 1', een erfscheiding te worden gebouwd en in stand te worden gehouden, waarbij het volgende in acht dient te worden genomen: a. de erfscheiding dient tenminste aan de zijde van het openbaar gebied te worden voorzien van een groenblijvende beplanting; b. minimum bouwhoogte: 1,80 meter en maximum bouwhoogte 2 meter. 6.4.8 Voorwaardelijke verplichting aanplanten bomen a. Binnen 1 jaar na het in gebruik nemen van de woning moeten minimaal drie bomen van grootte 3 worden aangeplant en in stand worden gehouden. b. Hierbij geldt dat de bomen moeten worden geplant binnen de bestemming 'Tuin' of 'Verkeer Verblijfsgebied'.

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' aangewezen gronden zijn naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 7.2

Bouwregels

Binnen de voor deze bestemming aangewezen gronden mogen: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden aangewezen bestemmingen worden gebouwd, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid of 2. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 50 m2 bedraagt of 3. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte meer dan 50 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaan bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en dat zonder heiwerkzaamheden kan worden gebouwd. 7.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 7.1 met inachtneming 56 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Afwijken als bedoeld in lid 7.3 sub a. kan, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologische deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. c. Afwijken als bedoeld in lid 7.3 sub a. kan voorts, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken regels te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.4.2 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 7.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden gericht op: a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de aanlegwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 7.4.3 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in lid 7.4.1 sub a, is niet van toepassing indien: a.

de werken die, voor zover deze zijn gelegen binnen deze bestemming, een oppervlakte hebben tot ten hoogste 30 m2 of een omvang van 30 m1; b. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 7.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Het is verboden binnen de voor 'Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)'aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) bouwwerken te slopen indien het oppervlak groter is dan 30 m2, de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt en deze liggen in een beschermd stadsgezicht.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 57

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

7.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde- archeologie (archeologisch waardevol gebied)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie (hoge verwachting)

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie (hoge verwachting)'aangewezen gronden zijn naast de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. 8.2

Bouwregels

Binnen de voor deze bestemming aangewezen gronden mogen: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn; b. bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden aangewezen bestemmingen worden gebouwd, indien het betreft: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid of 2. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 200 m2 bedraagt of 3. bouwwerken waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte meer dan 200 m2 bedraagt, de daarmee gepaard gaan bodemingrepen niet dieper zijn dan 40 cm en dat zonder heiwerkzaamheden kan worden gebouwd. 8.3

Afwijken van de bouwregels

a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 8.2 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Afwijken als bedoeld in lid 8.3 sub a. kan, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologische deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. c. Afwijken als bedoeld in lid 8.3 sub a. kan voorts, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie de archeologische waarden door de bouwwerkzaamheden niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het afwijken regels te verbinden gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de bouwwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (hoge verwachting)' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm, waartoe worden gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het verwijderen van funderingen en het aanleggen van drainage; 58 tgesteld)

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

b. het verlagen of verhogen van het waterpeil; c. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.4.2 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 8.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien op basis van archeologisch onderzoek of naar het oordeel van een archeologisch deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de vergunning regels te verbinden gericht op: a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de aanlegwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. 8.4.3 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in lid 8.4.1 sub a, is niet van toepassing indien: a. de werken die, voor zover deze zijn gelegen binnen deze bestemming, een oppervlakte hebben tot ten hoogste 200 m2 of een omvang van 200 m1; b. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden of een ontgrondingvergunning; c.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; d. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 8.5

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Het is verboden binnen de voor 'Waarde - Archeologie (hoge verwachting)' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) bouwwerken te slopen indien het oppervlak groter is dan 200 m2, de verstoringsdiepte daarbij meer dan 40 cm bedraagt en deze liggen in een beschermd stadsgezicht. 8.6

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie (hoge verwachting)' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; b. aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 59

Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10

Algemene bouwregels

Inzake bouwen binnen een bouwvlak geldt het volgende: a. Indien binnen een bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven mag, behoudens andersluidende bepalingen in deze regels, uitsluitend worden gebouwd binnen dit bouwvlak. b. Indien in een bestemmingsvlak geen bouwvlak is aangegeven, mag uitsluitend worden gebouwd voor zover daartoe in de betreffende bestemmingsregel uitdrukkelijk mogelijkheden zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=fbccf10c-9416-4bbd-8b1e-4008741500d7