Aanvullende bijlage 1 - Tekst
Tekst van het document
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Inhoudsopgave Hoofdstuk1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Situering en begrenzing van het plangebied
7
1.3
Opzet bestemmingsplan
8
1.4
Geldende plannen
8
1.4.1
Algemeen
8
1.4.2
Facetplan "Woningsplitsing en verkamering"
8
1.4.3
Facetplan "Parkeren"
8
1.4.4
Bestemmingsplan "Elden 2012"
8
1.4.5
Strijdigheid
9
1.5
Leeswijzer
10
1.6
Losse bijlagen
10
Hoofdstuk2
Beschrijving plangebied
11
2.1
Inleiding
11
2.2
Ruimtelijk en functionele structuur
11
2.3
Verkeer en parkeren
12
2.4
Groenstructuur
12
2.5
Water
12
2.6
Archeologie
13
Hoofdstuk3
Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling
15
3.1
Inleiding
15
3.2
Uitgangspunten
15
3.2.1
Concept-omgevingsvisie
15
3.2.2
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
15
3.2.3
Arnhemse Woonprincipes 2025
16
3.2.4
Woondeal regio Arnhem-Nijmegen
17
3.2.5
Plan van aanpak woningbouwontwikkeling
18
3.2.6
Groenvisie 2017-2035
18
3.2.7
Biodiversiteitsagenda Arnhem 2021-2025
18
3.2.8 Mobiliteitsbeleid 3.2.8.1 Algemeen 3.2.8.2 Fiets 3.2.8.3 Openbaar vervoer 3.2.8.4 Parkeren
18
3.2.9 Energie en duurzaam bouwen 3.2.9.1 Rijjksbeleid 3.2.9.2 Gemeentelijk beleid
19
3.2.10
Strategie klimaatadaptatie 2020-2030
20
Ruimtelijke opzet en structuur
22
3.3 3.4
Verkeer en mobiliteitsaspecten
25
3.4.1
Verkeer
25
3.4.2
Parkeren
25
2 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
3.4.3 3.5
Conclusie
25
Rijks- en provinciaal beleid
25
3.5.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
25
3.5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
25
3.5.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
26
3.5.4
Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland"
26
3.5.5
Omgevingsverordening Gelderland
26
3.5.6
Romeinse Limes
26
3.5.7
Molenbiotoop
27
Hoofdstuk4
Milieu- en omgevingsaspecten
29
4.1
Inleiding
29
4.2
Geluid
29
4.2.1
Toetsing
29
4.2.2
Conclusie
29
4.3
Luchtkwaliteit
30
4.3.1
Toetsing
30
4.3.2
Conclusie
30
Hinder - milieuzonering
30
4.4.1
Onderzoek / beoordeling
31
4.4.2
Conclusie
31
4.4
4.5
Externe veiligheid
31
4.5.1
Toetsing
31
4.5.2
Conclusie
32
Ecologie en groen
32
4.6.1
Toetsing ecologie
32
4.6.2
Stikstof
32
4.6.3
Natuurinclusief bouwen
33
4.6.4
Toetsing groenbalans
33
4.6.5
Conclusie
33
Water
34
4.7.1
Toetsing: toename verharding
34
4.7.2
Conclusie
34
Bodem
34
4.8.1
Toetsing
35
4.8.2
Conclusie
35
Cultuurhistorie
35
Molenbiotoop
35
Archeologie
36
Archeologie toetsing
36
Stadsklimaat
37
Toetsing klimaatadaptatie
37
Bezonning
37
Explosieven
37
Onderzoek ontplofbare oorlogsresten Arnhem Klapstraat
39
4.6
4.7
4.8
4.9 4.9.1 4.10 4.10.1 4.11 4.11.1 4.12 4.13 4.13.1
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 3
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Hoofdstuk5
Planbeschrijving
41
5.1
Inleiding
41
5.2
Opzet van de regels
41
5.2.1
Inleidende regels
41
5.2.2
Bestemmingsregels
41
5.2.3
Algemene regels
42
5.2.4
Overgangs- en slotregels
42
5.3
Exploitatie
43
Hoofdstuk6
Procedure
45
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45
6.2
Vooroverleg
45
6.3
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
45
Hoofdstuk1
Inleidende regels
48
Artikel 1
Begrippen
48
Artikel 2
Wijze van meten
52
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
53
Artikel 3
Groen
53
Artikel 4
Tuin
53
Artikel 5
Verkeer - Verblijfsgebied
54
Artikel 6
Wonen
54
Artikel 7
Waarde - Archeologie (archeologisch waardevol gebied)
56
Artikel 8
Waarde - Archeologie (hoge verwachting)
58
Hoofdstuk3
Algemene regels
60
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
60
Artikel 10
Algemene bouwregels
60
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
60
Artikel 12
Algemene aanduidingsregels
60
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
61
Artikel 14
Overige regels
62
Hoofdstuk4
Overgangs- en slotregels
63
Artikel 15
Overgangsrecht
63
Artikel 16
Slotregel
63
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Akoestischonderzoek
Bijlage 2
Flora en fauna
Bijlage 3
Stikstofonderzoek
Bijlage 4
Stikstofonderzoek - Bijlage berekening
4 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Bijlage 5
Watertoets
Bijlage 6
Memo bodemkwaliteit
Bijlage 7
Opsporen ontplofbare oorlogsresten
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 5
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
6 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om drie vrijstaande woningen van maximaal twee bouwlagen te realiseren op een onbebouwd perceel tussen de Klapstraat en het Aubadepad te Arnhem. Om dit initiatief mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Deze partiële herziening voorziet hierin.
1.2
Situering en begrenzing van het plangebied
Het plangebied ligt in Arnhem, in Elden. Dit is een voormalig dorp dat nu onderdeel is van Arnhem-Zuid. Het plangebied wordt begrensd door de achterzijde van de percelen Klapstraat 20-C, 22 en 24, de zijdelingse perceelsgrens van Klapstraat 24A, de achterontsluiting van de woningen aan de Andantelaan en het Aubadepad (figuur 1.1). Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Arnhem, sectie AB, nummer 1735. De oppervlakte is ca. 1.292 m2.
Figuur 1.1.: ligging van het plangebied. Bron: www.perceelloep.nl
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 7
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
1.3
Opzet bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en tekens aangegeven. De regels bevatten de materiële inhoud van de bestemmingen. Deze bestemmingsplanonderdelen vormen tezamen het juridische toetsingskader voor ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in het plangebied. De toelichting bevat met name de aan het plan ten grondslag liggende gedachten. Dit plan is conform de Wro vormgegeven volgens de SVBP (Standaard voor vergelijkbare Bestemmingsplannen) 2012. De SVBP geeft voorschriften over inrichting van de kaart (kleuren en tekens) en de opbouw van de regels. Diverse facetbelangen zijn door andere regelgeving gewaarborgd, bijvoorbeeld de Wabo, de Wet milieubeheer, de Huisvestingswet en de Erfgoedwet. Het is niet nodig dat het bestemmingsplan dezelfde waarborgen nogmaals schept.
1.4
Geldende plannen
1.4.1
Algemeen
Voor het plangebied gelden de facetplannen “Woningsplitsing en verkamering” en “Parkeren” en het bestemmingsplan “Elden 2012”. 1.4.2
Facetplan "Woningsplitsing en verkamering"
Dit plan is vastgesteld op 28 oktober 2020 en regelt de splitsing en verkamering van gebouwen waar wonen is toegestaan. De regels van dit plan gelden aanvullend op alle bestemmingsplannen waar wonen is toegestaan. De regels van dit plan zijn, voor zover van toepassing, overgenomen in dit bestemmingsplan. 1.4.3
Facetplan "Parkeren"
Dit plan is vastgesteld op 30 mei 2018. Voor parkeren gelden de volgende regels. a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, of op het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. b. De onder a. bedoelde ruimte voor het parkeren van personenauto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's c. Aan het bepaalde onder a. wordt geacht te zijn voldaan indien de ruimte voor parkeren of stallen voldoet aan de in de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem daartoe opgenomen normen. In onderhavig bestemmingsplan worden bovengenoemde beleidsregels overgenomen en blijven daarmee van kracht. 1.4.4
Bestemmingsplan "Elden 2012"
Algemeen Dit plan is vastgesteld op 17 december 2012. Op het perceel rusten de bestemming “Wonen” en de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied)” en “Waarde – Archeologie (hoge verwachting). Verwezen wordt naar figuur 1.2. Wonen Binnen de woonbestemming mogen hoofdgebouwen uitsluitend buiten de aanduiding “bijgebouwen” worden gebouwd. Ter plaatse van het plangebied is deze aanduiding aanwezig. Bovendien dienen de maatvoeringsaanduidingen (maximaal aantal wooneenheden en maximale goot- en bouwhoogte) in acht te worden genomen. Ter plaatse van het plangebied is geen maatvoeringsaanduiding aanwezig. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
8 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Dubbelbestemming “Waarde – archeologie (archeologisch waardevol gebied)” De dubbelbestemming “Waarde – archeologie (archeologisch waardevol gebied)” bepaalt kort gezegd dat zonder archeologisch onderzoek gebouwd mogen worden: een bouwwerk waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 50 m2 bedraagt. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Dubbelbestemming “waarde – archeologie (hoge verwachting). De dubbelbestemming “Waarde – archeologie (hoge verwachting)” bepaalt kort gezegd dat zonder archeologisch onderzoek gebouwd mogen worden: een bouwwerk waarvan de binnen de bestemming gelegen oppervlakte ten hoogste 200 m2 bedraagt. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. De archeologische bestemming wordt overgenomen in onderhavig bestemmingsplan en blijft derhalve van kracht.
Figuur 1.2: uitsnede bestemmingsplan “Elden 2012”. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl 1.4.5
Strijdigheid
Op het plangebied rust de aanduiding “bijgebouwen”. Het bouwen van hoofdgebouwen op deze aanduiding is niet toegestaan. Bovendien dienen de maatvoeringsaanduidingen (maximaal aantal wooneenheden en maximale goot- en bouwhoogte) in acht te worden genomen. Ter plaatse van het plangebied is geen maatvoeringsaanduiding aanwezig. Het bestemmingsplan moet daarom gewijzigd worden.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 9
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding beschrijft Hoofdstuk 2 de bestaande situatie in en om het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de uitgangspunten, de ruimtelijke en programmatische aspecten van de gewenste ontwikkeling en het rijks- en provinciaal beleid. In Hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsthema's aan bod.Hoofdstuk 5 beschrijft van de plansystematiek. Hoofdstuk 6 beschrijft de procedure.
1.6
Losse bijlagen Munsterhuis geluidsadvies: Akoestisch onderzoek Woningbouwplan Klapstraat /De Kastanje te Arnhem, rapportnr 22.078; datum 08 april 2022; BNL advies: Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op en rondom de kavel op de locatie: Klapstraat ong. te Arnhem ; 30 september 2021, versie 21189.QFF; Kubiek ruimtelijke plannen: stikstofdepositieberekening Arnhem, Klapstraat, projectnummer K22159; datum 19 april 2022, Watertoets 23 maart 2021; AVECO DE BONDT: memo bodemkwaliteit, 30 augustus 2021, referentie 213960_M_JOA_1634; BODAC: Proces-verbaal van oplevering Opsporen ontplofbare oorlogsresten Arnhem Klapstraat, datum 18 oktober 2021, documentnummer 211018_1095_PvO_01
10 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren, monumenten en archeologie, groenstructuur en tot slot water.
2.2
Ruimtelijk en functionele structuur
Het plangebied is onbebouwd en onverhard en is in gebruik als grasland. De kavel is nu rondom afgesloten door hekwerken en daardoor niet toegankelijk voor derden. Voorheen gaf het veldje een doorkijk naar het groene noorden. Door de nieuwe woning aan de Klapstraat en de bebouwing van de Tuin van Elden is deze doorkijk niet meer aanwezig. De “Tuin van Elden”, waar het plangebied aan grenst, is een recente stedelijke uitbreiding met woningbouw. Dit planmatige uitbreidingsgebied wordt gekenmerkt door een gedifferentieerd bebouwingspatroon met laagbouw. Ten noordwesten en noordoosten van het plangebied (aan de Andantelaan en het Aubadepad) staan nieuwe rijwoningen, welke gebouwd zijn als onderdeel van het plan “Tuin van Elden”. De maximaal toegestane bouwhoogte van deze woningen varieert tussen de 9,00 en 9,50 meter. De Klapstraat kent een lintmatig bebouwingspatroon met hoofdzakelijk vrijstaande woningen. De stedenbouwkundige opzet van het plangebied sluit hierbij aan komt tot uiting door de keuze voor drie verschillende, vrijstaande woningen. Aan de noordwestzijde van het plangebied ligt de achterontsluiting van de woningen aan de Andantelaan; de parkeerplaatsen grenzen direct aan het plangebied. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het terrein van autobedrijf De Kastanje. Het plangebied grenst aan de oostzijde aan autocenter “De Kastanje” aan de Aubadelaan.
Figuur 2.1: foto huidige situatie plangebied
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 11
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 2.2: foto vanuit het plangebied vanuit noordelijke richting; rechts autocenter De Kastanje
Figuur 2.3: foto huidige situatie Andantelaan
2.3
Verkeer en parkeren
Het plangebied ligt aan een zijstraat van de Andantelaan, een rustige woonstraat met een snelheidsregime van deels 30 km/uur en deels is woonerf (15 km/uur).
2.4
Groenstructuur
Het plangebied is in gebruik als grasveld dat regelmatig gemaaid wordt; er zijn geen struiken of bomen aanwezig. De aanwezigheid van beschermde planten of dieren is niet aannemelijk.
2.5
Water
Er bevindt zich in en direct rondom het plangebied geen oppervlaktewater. 12 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
2.6
Archeologie
Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar 1.4.4.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 13
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
14 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling 3.1
Inleiding
Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie in en om het plangebied. Dit hoofdstuk gaat over de ontwikkeling in het plangebied en de uitgangspunten die naar aanleiding van de analyse zijn opgesteld.
3.2
Uitgangspunten
3.2.1
Concept-omgevingsvisie
De omgevingsvisie gaat over de toekomst van de leefomgeving van Arnhem. Het geeft een beeld van Arnhem in 2040. De omgevingsvisie is in concept gereed. Het aantal inwoners in Arnhem neemt toe. Het aantal eenpersoonshuishoudens gaat groeien. Daarnaast is er ruimte nodig om de klimaatveranderingen op te vangen en om de transitie naar duurzame energie mogelijk te maken. De ruimte is beperkt. Hoe we als Arnhem tot 2040 met deze thema's omgaan in de ruimte, staat in de omgevingsvisie. Samen met de stad heeft de gemeente Arnhem van 16 september 2020 tot en met februari 2021 een omgevingsvisie opgesteld. Het voorontwerp van de omgevingsvisie is klaar en aan de gemeenteraad aangeboden. Het plangebied ligt in deelgebied Arnhem-Zuid. De volgende ambities zijn – voor zover relevant – benoemd. 1. Nieuwe ontwikkelingen zorgen voor meer variatie in het woningaanbod ; 2. een nieuwe stedelijke ontwikkeling gaat gepaard met verbetering van de omgevingskwaliteit (toevoegen van groen, tegengaan hitte, ontmoetingsruimte); 3.een nieuwe ontwikkeling levert geen druk op de openbare ruimte (extra m2 verharding en parkeren) Het plan voorziet in drie duurzame grondgebonden vrijstaande woningen. Het plangebied krijgt een groene inrichting en het hemelwater wordt in het plangebied geïnfiltreerd in de bodem. Door het plan ontstaat er geen druk op de openbare ruimte. 3.2.2
Structuurvisie Arnhem 2020-2040
Deze structuurvisie is vastgesteld in 2012. De visie biedt een strategisch kader voor ruimtelijke planning op stedelijk niveau voor de lange termijn. Exacte voorspellingen voor de langere termijn kunnen niet worden gedaan. Wel tekenen zich bepaalde ontwikkelingen af; een gestaag doorzettende trendmatige groei ligt niet in het verschiet, ruimtevragende functies in de domeinen van wonen, werken en voorzieningen zullen anders kleuren en andere eisen stellen aan de stad. Voor een structuurvisie voor de stad vraagt dit een benadering die kan omgaan met onzekerheden en toch houvast biedt. Niet het presenteren van een eindplan of eindconcept maar het uitzetten van een koers. Een koers die voortbouwt op de bestaande karakteristieken en diversiteit van de stad. Ruimte moet er zijn om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, ruimte moet er zijn voor kansen die zich voordoen. De ruimtelijke strategie van de toekomst moet beide verbinden: koers bepalen en kansen benutten. In deze lijn schetst de visie voor een aantal 'koersgebieden' de globale ontwikkelingsrichting en formuleert principes. Daarmee wordt duidelijkheid geboden aan toekomstige initiatieven in de stad zonder een pretentie van eindplannen.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 15
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 3.1: Uitsnede kaart ontwikkeling woningbouwcapaciteit. Bron: structuurvisie Arnhem 2020-2040 Voor dit plan is de paragraaf “wonen” van belang. Kort samengevat komt het woonbeleid op het volgende neer: 1. de bewoner centraal; zijn woonwensen en mogelijkheden om daarin te kunnen kiezen op verschillende locaties in de stad zijn dominant bij het maken van woningbouwprogramma's; 2. wijken met een gedifferentieerde wo-ningvoorraad; 3. Arnhem wordt nog aantrekkelijker als woon- en werkstad. 3.2.3
Arnhemse Woonprincipes 2025
De “Nieuwe Arnhemse Woonprincipes 2025” zijn vastgesteld in 2015. Dit stuk vervangt de Arnhemse Woonvisie 2015 (vastgesteld in 2004) en bijbehorende Arnhemse Woonagenda 2011-2015. Wonen in Arnhem krijgt vorm door verbeteringen in de bestaande woningvoorraad, de 16 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
transformatiemogelijkheden van gebouwen, en een aanvullende nieuwbouwopgave. Hiermee kan meer aanbod gecreëerd worden aan levensloopgeschikte woningen en woonvormen in verschillende prijsklassen, in koop en huur. De gemeente streeft naar prettige, veilige en toegankelijke wijken en buurten met een gezonde mix aan diverse bevolkings- en inkomensgroepen. De gemeente stuurt in het woonprogramma op een kwalitatieve en gedifferentieerde woningvoorraad die nu en in de toekomst kan voldoen aan de vraag en behoefte van alle woningzoekenden. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de woonprincipes. 1. Duurzaam betaalbaar Voor elk inkomen moeten er voldoende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij stuurt de gemeente niet alleen op aantallen, maar ook op een goede prijs-kwaliteitsverhouding en op de duurzaamheid van woningen (zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad). 2. Levensloopgeschikt wonen Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen, kunnen mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek vinden in Arnhem. 3. Aantrekkelijke woonstad Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit.
Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar ook meer studenten en midden en hoge inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Deze vier pijlers van de woonprincipes zijn onlosmakelijk verbonden aan het overkoepelde thema Duurzaamheid. Tezamen vormen ze de ruggengraat van de Arnhemse Woonprincipes 2025. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van drie duurzame woningen. Er dient gebouwd te worden conform de geldende regelgeving tijdens de vergunningaanvraag volgens de principes van BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Er is ruimte om de woningen en de bijgebouwen te voorzien van zonnepanelen. De woningen zijn levensloopgeschikt. Onderhavig plan levert een bijdrage aan het realiseren van voldoende woningen in de juiste categorie.
De woningen zijn geschikt voor verschillende huishoudenssamenstellingen uit diverse leeftijdsgroepen. 3.2.4
Woondeal regio Arnhem-Nijmegen
De Woondeal behelst een langjarige samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen zoals beleggers, (bouw)ontwikkelaars, vervoersmaatschappijen en zorgverlening. De Woondeal moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. De afgelopen jaren is de regio als geheel en de steden Arnhem en Nijmegen in het bijzonder, snel gegroeid. Tot 2025 moeten er 20.000 woningen bijkomen. Op de lange termijn zelfs 50.000 tot 60.000. Het versterken van het groene profiel en ook het bereikbaar houden van de regio zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Daarnaast wordt ingezet op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid. In de Woondeal zijn onder meer de volgende afspraken gemaakt: Tot 2025 worden 20.000 woningen gerealiseerd, dit zijn er 5.000 meer dan eerder gepland. Er zijn verschillende locaties aangewezen om deze versnelling te realiseren. 50% van de woningen moeten in het betaalbare segment vallen. De regio zorgt voor een totale planvoorraad tot en met 2030 van 130% van de woningbehoefte. In de nieuwe woningbouwplannen spannen partijen zich in om minimaal 25% circulair te laten ontwikkelen. Vanaf 2030 wil de regio minimaal 50% circulair bouwen. "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 17
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Versneld realiseren van (flexibele en tijdelijke) woningen. Het plan voorziet in drie levensloopbestendige woningen en past binnen de doelstellingen van de woondeal. 3.2.5
Plan van aanpak woningbouwontwikkeling
Dit plan is vastgesteld in 2019. Het bestaande en geprogrammeerde tekort in de sociale huursector in combinatie met de mismatch en de nog-niet meegenomen ontwikkelingen in het woningbehoefte-onderzoek (steeds meer arbeidsmigranten, verruiming corporatiedoelgroep) samen met het marktfalen in de sociale sector rechtvaardigt extra ingrijpen op specifiek deze groep. Uitgangspunt bij de voorgestelde maatregelen is dat de te realiseren woningen duurzaam beschikbaar blijven voor de doelgroepen en de woningen een voldoende kwaliteit hebben voor nu en de komende jaren. Een strategie die aan alle segmenten recht doet. De gemeente stelt de volgende maatregelen voor: 1. 30% sociale huurwoningen over de te realiseren projecten; 2. corporaties premium partner; 3. verruiming van de doelgroep; 4. meer woningen voor middenhuur en betaalbare koop in de toekomst; 5. onderzoeken mogelijkheden stimuleren goedkope koop. Door het toevoegen van drie woningen wordt een bijdrage geleverd aan deze doelstellingen. 3.2.6
Groenvisie 2017-2035
Dit plan is vastgesteld in 2018 en gaat over het groen-blauw raamwerk. Dit is de stedelijke hoofdgroenstructuur. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige stad. Op gemeente en op particuliere terreinen. De Groenvisie geeft ook ruimte aan initiatieven, die waarden van het groen niet aantasten maar versterken. De Groenvisie is verdeeld in 5 thema's met bijbehorende doelen en opgaven: de herkenbare stad: zichtbaarheid en beleefbaarheid van landschap en cultuurhistorie. de natuurvriendelijke stad: biodiversiteit in en om de stad en de natuurinclusieve stad. de groene gezonde stad: leefbaarheid, klimaat, waterbuffering, koelte en gezondheid. de duurzaam beheerde stad: beheer afgestemd op eindbeeld en gebruik. de samenwerkende stad: maatschappelijke betrokkenheid en promotie van groen. 3.2.7
Biodiversiteitsagenda Arnhem 2021-2025
De biodiversiteitsagenda beschrijft het biodiversiteitsbeleid. Het beleid is om de grote rijkdom aan soorten in de gemeente in stand houden en gezonde ecosystemen te creëren. Het richt zich dus niet alleen op het beschermen van bedreigde soorten. Hoewel de gemeente tot nu toe niet structureel heeft gemonitord, waardoor een nulmeting van de biodiversiteit in de Gemeente Arnhem ontbreekt, kan er op basis van waarnemingen wel een beeld geschetst van de huidige biodiversiteit. Het doel van de acties en maatregelen in deze Biodiversiteitsagenda is het herstellen, behouden en versterken van de biodiversiteit in de gemeente Arnhem 3.2.8
Mobiliteitsbeleid
3.2.8.1 Algemeen De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Het gaat hier om een initiatief met slechts een beperkte verkeersaantrekkende werking. 18 "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas tgesteld)
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
3.2.8.2 Fiets De Accentnota Fiets is in januari 2020 vastgesteld en gebruikt de Beleidsnota Fietsverkeer uit 2012 als fundament voor een vernieuwde fietsambitie, met volop ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe accenten en aanscherping van beleid. Nieuwe ontwikkelingen die gaan over de richting waarin de stad zich ontwikkelt, de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst en over de vertaling van de grote stedelijke opgaven. De doelen van deze fietsambitie zijn: 1. meer fietsgebruik; 2. betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; 3. de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; 4. inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; 5. het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; 6. het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. 3.2.8.3 Openbaar vervoer In december 2018 zijn hiervoor het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergrotenm daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: 1. een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer; 2. een mobiliteit te bieden voor iedereen; 3.
een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.2.8.4 Parkeren Voor parkeren gelden beleidsregels en het bestemmingsplan Facetplan Parkeren parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de 'Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003' In 3.4 wordt getoetst aan het beleid en daarbij behorende parkeernormen. 3.2.9
Energie en duurzaam bouwen
3.2.9.1 Rijjksbeleid Het rijksbeleid voor nieuwe gebouwen voorziet in de volgende punten. Nieuwe gebouwen moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Nieuwe en bestaande gebouwen moeten voldoen aan de herziene Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III).Voor alle nieuwbouw geldt dat de vergunningsaanvraag vanaf 1 januari 2021 moet voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Verder geldt er per 1 juli 2018 voor nieuwbouw van alle soorten gebouwen een verbod op het aansluiten op het aardgasnet. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw met een gebruiksoppervlak groter dan 100 m2 moet een milieuprestatieberekening worden bijgevoegd. 3.2.9.2 Gemeentelijk beleid Dit beleid is vastgelegd in New energy made in Arnhem 2020 – 2030 (vastgesteld in 2020). Arnhem wil een actieve regierol innemen bij de energietransitie in de wijken. De uitgangspunten en aanpak zijn vastgesteld in 'De Arnhemse aanpak van de wijkgerichte energietransitie' (vastgesteld op 17 april 2019). Twee belangrijke uitgangspunten uit dit beleidskader voor deze ontwikkeling zijn: 1. de Trias Energetica is leidend; eerst besparen; 2. de meest duurzame warmtebron heeft de voorkeur; minder duurzame bronnen zijn tijdelijk en decentrale bronnen gaan voor. Ontwikkelingen en aardgasvrije wijken.
De gemeente wil bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in de stad met initiatiefnemers: 1. afspraken maken over de invulling van hun eigen verantwoordelijkheid in de energietransitie; 2. de relatie leggen met opgaven en kansen in de omgeving van de ontwikkeling. Beide met als doel om het momentum van de ruimtelijke ontwikkeling te benutten om ook (een deel van) de omliggende bestaande bebouwing van het aardgas af te halen, hiermee vooruitlopend op de integrale benadering vanuit de omgevingswet. "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 19
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Tempertuurregime vereiste Bij nieuwbouw wordt alleen LT- verwarming (lage temperatuur verwarming) toegestaan. Individueel dan wel collectief. Hieronder verstaan we: 35 tot 50 graden Celsius. Deze vereiste is in de Transitievisie Warmte opgenomen die op 17 februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Deze afspraak wordt meegenomen in de gebiedsvisies, in nota's van uitgangspunten en anterieure overeenkomsten. Energievisie De gemeente eist vanuit de structuurvisie bij gebiedsontwikkelingen van meer dan 50 woningequivalenten een energievisie van de initiatiefnemer. Energieneutraliteit is hierbij het streven. Echter het gaat hier om drie woningen; er is derhalve geen verplichting tot een energievisie. Met behulp van een energievisie kan een geschikte combinatie van energieconcepten gekozen worden. De energievisie brengt verschillende energieopties voor het besluit-gebied in beeld en beschrijft de consequenties daarvan. De visie kan uitgebreid worden tot een duurzaamheidsvisie door bijvoorbeeld ook thema's als duurzaam bouwen, afval, groen, water, mobiliteit en openbare ruimte mee te nemen. Het project omvat drie woningen; er is derhalve geen verplichting tot een energievisie. 3.2.10 Strategie klimaatadaptatie 2020-2030 Deze strategie omschrijft het klimaatadaptiebeleid.
De Arnhemse aanpak richt zich, in lijn met de nationale aanpak, op de vier belangrijkste gevolgen van de klimaatverandering: 1. wateroverlast door extreme of langdurige regenval; 2. hitte door langdurige hittegolven; 3. droogte, inclusief laag water in de rivieren en de gevolgen voor de waterkwaliteit; 4. waterveiligheid: zeespiegelstijging en hoog water. Oververhitting is te voorkomen door het toepassen van onder andere overstekken, zomernachtventilatie en buitenzonwering en door een lichte kleur van het gebouw. Dit bespaart energie en geeft meer comfort in de woning. Het is plangebied is op de hitte-attentiekaart als “behoud van de bestaande situatie” aangemerkt. Behoud aanwezige groen en water en breid deze uit Bomen, bomenrijke plekken, kleine parkjes en groenstroken zijn de koele plekken in deze gebieden. Door schaduw en verdamping zorgen ze voor een prettig klimaat in deze gebieden (koelte). Het is belangrijk om deze plekken (groen en blauw) te behouden, niet alleen om opwarming van deze gebieden zelf te voorkomen maar ook om de opwarming van aangrenzende 'rode en 'oranje gebieden te verminderen. Verdichting en toename verharding aan de randen van de aangrenzende 'rode' en 'oranje'' gebieden moet daarom voorkomen worden.
Zorg voor onbelemmerde toestroom van verkoelende lucht Via straten kan verkoelende lucht vanaf onder meer vanuit de uiterwaarden, de grote parken en het landelijke gebied rondom de stad goed doordringen. Het is belangrijk om deze corridors te behouden, niet alleen om opwarming van deze gebieden zelf te voorkomen maar ook om de opwarming van aangrenzende 'rode' en 'oranje' gebieden te verminderen.
20 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 3.3: Uitsnede hitte-attentiekaart gemeente Arnhem In het plangebied is ruimte voor het aanbrengen van beplanting. Het planten van bomen staat op gespannen voet met de molenbiotoop. De windvang van en zicht op de molen zal niet meer belemmerd worden dan nu het geval is. "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 21
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
3.3
Ruimtelijke opzet en structuur
Het plan bestaat uit twee fasen. Fase een is het bouwrijp maken. Fase twee voorziet in de het realiseren van de woningen. De ontwikkeling sluit aan bij de woningen in het project de Tuin van Elden en bij de nabije dorpskern. De nieuwe bebouwing komt achter de woningen aan de Klapstraat, met de huisnummers 20-C en 22 en 24 en achter de woningen Aubadepad met huisnummers 8 - 12 die gebouwd zijn als onderdeel van de Tuin van Elden. Hierdoor zal de impact op het aangezicht van het historische lint de Klapstraat minimaal zijn. Het plan voorziet in drie vrijstaande woningen met aanbouw aan een half hofje. De woningen zijn levensloopgeschikt en worden duurzaam en gasloos gebouwd. Er is ruimte om de woningen en de bijgebouwen te voorzien van zonnepanelen. De goothoogte van de woningen bedraagt 4 m en de bouwhoogte 7,50 m; van de bijgebouwen 3 resp. 5 m. Er zijn bouwvlakken aangegeven, waarin de woningen en aanbouwen gerealiseerd moeten worden. Daarnaast is een zone aangeduid, waarin de bijgebouwen mogelijk worden gemaakt. Twee vrijstaande woningen komen in een rooilijn te staan, de derde, meest zuidelijk-westelijke woning, is aan het einde van het ontsluitingsstraatje gesitueerd en vormt zo in samenhang met de bebouwing van het belendende garagebedrijf een hofje. De bebouwingsrichting voegt zich naar de dominante kavelrichting van het bestaande gebied.
Daarmee sluit deze opzet aan bij de ruimtelijke compositie van de directe omgeving. Door te kiezen voor 3 vrijstaande woningen in 1 bouwlaag met kap en met voldoende onderlinge afstand en voldoende afstand tot de perceelsgrenzen, blijft de stedenbouwkundige lay-out luchtig
Figuur 3.4: voorbeeld van een woning Aan de noordzijde, grenzend aan het Aubadepad is op het perceel ruimte ingepast voor een middenspanningskast, deze voegt zich naar het bebouwingspatroon.
22 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
De gronden voor de voorgevel, en tussen de zijgevel en het Aubadepad krijgen de bestemming Tuin. Aan de noord- en zuidwestelijke zijde wordt voorzien in een groenstrook, ook daar mag niet worden gebouwd, behoudens een groenblijvende erfscheiding. Deze erfscheiding is als verplichting geborgd in de regels. In de groenstrook komt ook de verplichte waterberging. Op deze wijze wordt zo een groene omkadering tot stand gebracht en tevens de achterzijde van de nieuw te ontwikkelen kavels aan het zicht onttrokken.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 23
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 3.5.: situatieschets gewenste situatie De parkeerweg inclusief stoep aan de voorzijde heeft een breedte van 6 meter bestaat uit dichte verharding. Onder de parkeerweg komt een infiltratiedrain met een diameter van 16 cm en een lengte van 25 meter. Deze worden aangesloten op 2 onder de straat aan te brengen infiltratiekratten met een lengte van 5 meter, een breedte van 40 cm en een hoogte van 50 cm. Via deze infiltratiekratten kan het water infiltreren in de bodem.
Figuur 3.6.: zone bijgebouwen (oranje)
Figuur 3.7. bebouwingsvrije zone (groenstrook)
Alle aanwezige openbare voorzieningen, zoals groen en parkeervakken blijven volledig gelijk aan de huidige situatie. Aan de zij- en achterzijde komen groene erfafscheidingen. Er worden drie bomen geplant; één voor de voorgevel van elke woning. Er zijn meerdere geïnteresseerden binnen en buiten Arnhem. De geïnteresseerden hebben een duidelijke voorkeur voor het bouwen van duurzame, energiezuinige en mogelijk levensloopbestendige huizen. Zowel ouderen als jongeren hebben belangstelling. Op een aansluitend kavel direct aan de Klapstraat (nr. 20 C) is in 2020 een duurzame en levensloopbestendige bungalow gerealiseerd (houtbouw, LWW-pomp, 16 zonnepanelen, drievoudig glas, parkeren op eigen terrein, hemelwater infiltreren op eigen erf, een groene tuin met zo min mogelijk verharding). Ook voor het plangebied worden deze kwaliteiten nagestreefd. 24 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
3.4
Verkeer en mobiliteitsaspecten
3.4.1
Verkeer
De drie woningen krijgen een eigen ontsluiting vanaf de parkeerstraat achter het Aubadepad. Deze parkeerstraat sluit aan op de Andantelaan. Voor langzaam verkeer is er dezelfde beschikbaarheid en er zijn daarnaast in de directe omgeving meerdere verharde paden naar de Tuin van Elden, de scholen en de Rijksweg West. De in- en uitrit naast Klapstraat 20 C (privéterrein) is niet geschikt voor ontsluiting en verkeerstoename. De verkeerstoename vanwege de drie gezinswoningen blijft beperkt. 3.4.2
Parkeren
Het plan voorziet in drie vrijstaande woningen. De beleidsregel “parkeernormen” hanteert een parkeernorm van 1,8 parkeerplaats per woning. Voor dit plan zijn er 1,8 X 3 = 5,4 parkeerplaatsen nodig. Voorts zijn er 3 x 0,3 bezoekersparkeerplaatsen nodig. Dit is één parkeerplaats. Het parkeren wordt geheel opgelost op eigen terrein (mandelig erf). Voor de drie woningen zijn zes parkeerplekken op eigen terrein voorzien (per woning twee parkeerplaatsen). De bouw van garages kan individueel in het bouwplan worden opgenomen. Ook bezoekersparkeren wordt op het mandelig erf opgelost. 3.4.3
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het project.
3.5
Rijks- en provinciaal beleid
3.5.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI is vastgesteld in 2020 en vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wil sturen en richting geven op vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De belangen zijn van een hoog abstractieniveau en hebben niet direct betrekking op een voorliggende opgave van beperkte omvang. Wel draagt het plan bij aan de woningvoorraad. Het plan levert een bescheiden bijdrage aan de nationale belangen die geformuleerd zijn in de NOVI. 3.5.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om ruimte zorgvuldig te gebruiken en overprogrammering te voorkomen, is in 2012 de Ladder voor Duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Art. 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder a van het Besluit Ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, beschrijft dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Het plan voorziet in de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen. Dit is een kleinschalige ontwikkeling, "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 25
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
die niet is aan te merken als een “nieuwe stedelijke ontwikkeling”. Het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 3.1.6. tweede lid, aanhef en onder a van het Bro. 3.5.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening houden met het Barro. In het Barro zijn vijftien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: mainportontwikkeling Rotterdam kustfundament grote rivieren Waddenzee en waddengebied defensie
erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, rijksvaarwegen, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening ecologische hoofdstructuur
IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), veiligheid rond rijksvaarwegen
verstedelijking in IJsselmeer, toekomstige rivierverruiming van de Maastakken primaire waterkeringen buiten het buisleidingen van nationaal kustfundament belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen
Voor onderhavig bestemmingsplan is het rijksbelang “erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde” van toepassing. Het plangebied is gelegen binnen de Romeinse Limes. In bijlage 8 is bepaald dat de kernkwaliteit van de Romeinse Limes bestaat uit. De unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De Limes ligt langs de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Chr. De overblijfselen bestaan uit: forten (castella); burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden; militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Het Barro bepaalt dat in de provinciale verordening nadere regels opgenomen moeten worden. In de Verordening is dit doorvertaald. 3.5.4
Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland"
De Omgevingsvisie is vastgesteld in 2018. De provincie geeft daarin aan te willen gaan voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Er zijn nog veel nieuwe woningen nodig in de regio. Deze moeten worden gebouwd op een plek waar ze de stedelijke structuur versterken. Concentratie op de as Nijmegen-Arnhem (het stedelijk kerngebied), in relatie tot de OV-knooppunten, heeft hierbij voor de provincie prioriteit boven ontwikkeling op de flanken, omdat dat het beste bijdraagt aan versterking van de stedelijke structuur Dit plan draagt bij aan deze doelstelling. Andere doelstellingen zijn: klimaatneutraal in 2050, energietransitie en klimaatadaptatie. Hieraan draagt het plan bij. 3.5.5
Omgevingsverordening Gelderland
Artikel 2.2 (doorwerking regionale woonagenda) bepaalt dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 3.5.6
Romeinse Limes
Het plangebied ligt binnen de aanduidingen “Romeinse Limes” en “Molenbiotoop”.
26 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 3.1. Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland. Bron: provincie Gelderland Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Romeinse Limes maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten daarvan aantasten. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan. Het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan is bestemmingsplan Elden. Op het plangebied rust de bestemming Wonen en de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie (archeologisch waardevol gebied)” en “Waarde – Archeologie (hoge verwachting). De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes in de Omgevingsverordening zijn identiek aan die in het Barro: forten (castella), burgerlijke nederzettingen, kampdorpen (vici) grafvelden, de militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens en scheepswrakken. Deze kernkwaliteiten zullen zich manifesteren als archeologische resten. Deze zijn beschermd door de beide archeologische bestemmingen. Beide archeologische bestemmingen zijn overgenomen in onderhavig plan en zijn van toepassing bij de toekomstige ontwikkeling van het plangebied.
Er wordt voldaan aan het bepaalde inzake het behoud van de Romeinse Limes in de omgevingsverordening. 3.5.7
Molenbiotoop
Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. In 4.9 (cultuurhistorie) wordt hier nader op ingegaan.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 27
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
28 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Om te beoordelen of het project uitvoerbaar is, moet dit worden getoetst aan de sectorale wetgeving op het gebied van de milieu- en omgevingsaspecten. Los van de sectorale wetgeving is het criterium van een “goede ruimtelijke ordening” van belang.
4.2
Geluid
Dit aspect gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van: a) verkeer en gezoneerde industrieterreinen; b) geluid vanuit omliggende inrichtingen. Verkeer en gezoneerde industrieterreinen De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Binnen 200 m liggen alleen wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Ook als woningen liggen wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur, dient aannemelijk te zijn dat er in de nieuwe woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. 4.2.1
Toetsing
Het project voorziet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige functies. De gemeente stelt zich op het standpunt dat nader onderzoek niet nodig is. Industrielawaai Het plangebied grenst aan autocenter De Kastanje. Dit is een garagebedrijf dat bestaat uit twee delen een werkplaats aan de noordelijke kant, een showroomgedeelte aan de zuidelijke kant van het pand en een buitenplaatsvoor de stalling van personenauto's. In de werkplaats vinden allerlei herstel en onderhoudswerkzaamheden plaats. Naast reparatie vindt er handel plaats van tweedehands voertuigen en of onderdelen. Gedurende de dagperiode wordt er in de werkplaats gewerkt van 8.30 uur tot circa 18.00 uur. Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd door Munsterhuis geluidsadvies. Het onderzoek richt zich op het bepalen van de geluidbelastingen ten gevolge van de activiteiten bij Autocenter de Kastanje ter plaatse van de te bouwen woningen. De conclusies luiden als volgt: Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bedraagt ter plaatse van de toekomstige nabijgelegen woningen maximaal 43 dB(A) in de dagperiode. De normen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit het activiteitenbesluit worden ter plaatse van de toekomstige woningen niet overschreden. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat het maximale geluidniveau ter plaatse van de toekomstige woningen maximaal 70 dB(A) bedraagt in de dagperiode.
De maatgevende geluidbron betreft het dichtslaan van een portier van een personenauto. De grenswaarden voor het maximale geluidniveau wordt in de dagperiode ter plaatse van de toekomstige woningen niet overschreden. Een goed woon en leefklimaat is hiermee gewaarborgd voor de drie toekomstige woningen. 4.2.2
Conclusie
Het bepaalde in de Wet geluidhinder en het industrielawaai zijn geen belemmering voor het project.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 29
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
4.3
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. 4.3.1
Toetsing
De bestaande luchtkwaliteit ter plaatse is goed. Een eventuele verslechtering van de luchtkwaliteit komt voor uit de verkeer aantrekkende werking van een functie. Met de nieuwe functie is geen sprake zijn van een grote verkeersaantrekkende werking. Het project draagt daardoor niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Hiermee wordt voldaan aan de luchtkwaliteitsnormen zoals gesteld in de Wet milieubeheer. 4.3.2
Conclusie
De normen voor luchtkwaliteit zijn geen belemmering voor dit project.
4.4
Hinder - milieuzonering
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de aanwezigheid en invloed van bedrijven en bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving op kwetsbare functies, zoals woningen, onderzocht te worden. Dit is enerzijds nodig om ter plaatse van kwetsbare functies een goed woon- en leefmilieu te kunnen garanderen. Anderzijds mogen bedrijven niet in een nadelige milieusituatie komen te verkeren als gevolg van de beoogde ontwikkelingen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. De omgeving van het plangebied kan worden gekarakteriseerd als rustige woonwijk, doordat de directe omgeving vooral uit woonhuizen bestaat en er weinig andere functies in de wijk aanwezig zijn. Milieu-
Richtafstand tot omgevingstype rustige categori woonwijk en rustig e buitengebied 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 30 tgesteld)
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m "Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Tabel 4.1.: Richtafstanden en omgevings-type Hiernaast gelden ten aanzien van bedrijven die onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen, deze Wet en haar uitvoeringsbesluiten als toetsingskader voor de toegestane bedrijfshinder. 4.4.1
Onderzoek / beoordeling
Het plan voorziet in de bouw van drie vrijstaande woningen. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan het terrein van autobedrijf De Kastanje. Een autobedrijf is in de VNG-brochure omschreven als “handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven” (SBI-2008 451, 452 en 454) en ingeschaald in categorie 2. Daarvoor geldt een richtafstand van 30 m in een rustige woonwijk. De afstand tussen de voorgevel van de nieuw te bouwen woningen en het autobedrijf bedraagt tenminste 10 m. Op dit bedrijf is het Activiteitenbesluit van toepassing. De nieuw te bouwen woningen zijn gesitueerd aan de achterkant van het garagebedrijf; deze bestaat uit een gesloten stenen wand. Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd. De resultaten zijn samengevat in 4.2. De conclusie van dit onderzoek is dat een goed woon en leefklimaat gewaarborgd is voor de drie toekomstige woningen. Gelet op de resultaten van dit onderzoek kan worden afgeweken van de richtafstanden uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' 4.4.2
Conclusie
De milieuzonering is geen belemmering voor dit project.
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 4.5.1
Toetsing
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart https://www.risicokaart.nl/home van de provincie Gelderland bekeken. Hieruit blijkt dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vastgesteld) 31
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
Figuur 4.2: uitsnede risicokaart 4.5.2
Conclusie
Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor dit project.
4.6
Ecologie en groen
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Voorts wordt door de gemeente gevraagd om een groenbalans. 4.6.1
Toetsing ecologie
Een verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna heeft plaatsgevonden. De onderzoeksresultaten inzake de effecten op Natura2000-gebieden zijn als volgt. Door de aard van de ontwikkeling en de afstand en inrichting van het tussenliggende gebied, is het optreden van externe storingsfactoren door de grondgebonden activiteiten, op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied uit te sluiten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied genaamd 'Veluwe' ligt op een afstand van +- 3.23 km noordelijk van het plangebied. De onderzoeksresultaten inzake beschermde planten- en diersoorten zijn als volgt. Op basis van de informatie die uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren. Er kan op dit moment zonder voorziene problemen begonnen worden met het bouwrijp maken van de kavel (buiten het broedseizoen) en de bouw van de woningen. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Deze zorgplicht wordt in acht genomen. 4.6.2
Stikstof
De stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden vanwege de gebruiksfase is berekend. Hierbij zijn de oude en de nieuwe situatie ingevoerd. De conclusie luidt als volgt. Vanwege de ontwikkeling binnen het plangebied ontstaan er geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft de Raad van State de bouwvrijstelling onwettelijk verklaard. In het rapport is de bouwfase niet berekend. Op basis van de afstand tot het 32 tgesteld)
"Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24" (vas
Chw Klapstraat achter nummer 20C, 22 en 24
dichstbijzijde Natura 2000-gebied (minimaal 3 km) en de hoeveelheid woningen kan op basis van ervaringscijfers worden geconcludeerd dat deze ontwikkeling ook in de bouwfase geen sprake negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden zal hebben. 4.6.3
Natuurinclusief bouwen
Op 11 mei 2021 is de Beleidsregel natuurinclusief bouwen door het college vastgesteld. De natuur krijgt hiermee een volwaardige plek in bouwprojecten. Elk project(gebied) kan een bijdrage leveren aan een gezond functionerend stedelijk ecosysteem. Dit 'Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Arnhem' (en het bijbehorende Invulformulier en de Maatregelencatalogus) wordt ingezet als middel om dat te bereiken. De eerste bouwsteen van natuurinclusief bouwen is natuur in het gebouw: het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen, bijvoorbeeld via neststenen. Dit is noodzakelijk voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. De tweede bouwsteen is natuur aan, op en om de woning: groene daken en gevels en natuurlijke tuinen met egeldoorgangetjes en groene erfafscheidingen. De derde bouwsteen is natuur in de buurt: het toepassen van meer groen en blauw in de directe woonomgeving en het aanleggen van groene en blauwe verbindingen met andere delen van de stad of het buitengebied, zoals via hagen, bomen of natuurvriendelijke oevers. Alle drie de bouwstenen vergroten de biodiversiteit, leefbaarheid en natuurbeleving; de laatste twee bouwstenen vergroten ook de klimaatbestendigheid van het gebied. In de quick-scan flora en fauna is hierover het volgende aangegeven.
“Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Een mogelijkheid is het ophangen van nestkasten voor bijvoorbeeld gierzwaluwen, huismussen en mezen. Het is ook mogelijk nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de nieuwe woningen, of er kunnen speciale 'vleermuispannen' aangebracht worden.” Het aanbrengen van mogelijkheden om vleermuizen toe te laten in de spouw en vogels onder dakpannen is niet wenselijk. Aan de achterzijde en zijkant (aan de zijde van de Klapstraat) komt een groene erfafscheiding die bestemd is als Groen. De planregels verplichten dat deze erfafscheiding aan zijde een groenblijvende beplanting krijgt én houdt. Deze maatregel wordt meegenomen in het puntensysteem voor de berekening van natuurinclusief bouwen. In de regels van het plan is bouwen conform deze beleidsregel verplicht gesteld. Het plan voldoet aan dit beleid 4.6.4
Toetsing groenbalans
In de huidige situatie bevinden er zich op het terrein geen bomen. In de nieuwe situatie is het grootste deel van de gronden bestemd als Wonen. De voortuinen en de zijtuin die grenzen aan het Aubadepad zijn bestemd als Tuin. Een strook met een breedte van 2 m langs de zuid-, west en noordzijde langs de perceelsgrens is bestemd als Groen. Een klein gedeelte is bestemd als Verkeer - Verblijf. Een suggestie voor de situering van enkele bomen is ingetekend op de kavelkaart (figuur 3.5). Afhankelijk van de inrichtingsplannen van de te realiseren individuele woningen is er in de bijbehorende tuinen ruimte voor aanplant van diverse bomen en andere beplanting. 4.6.5