Uitvoeringsplan Isolatieoffensief 2024-2026.pdf
Tekst van het document
De subsidies (Vangnet en Volkshuisvestingsfonds) lopen door tot na 2026, de middelen zijn evenredig over de jaren verdeeld en worden zo nodig bijgesteld tijdens de begrotingscycli. De overige middelen (€ 50 miljoen) worden ingezet om de kaders te scheppen voor energiebesparing zodat vooral de grote isolatiemaatregelen genomen kunnen worden. Het gaat dan om stimulering, advies en het wegnemen van knelpunten binnen verschillende thema’s. Van dit faciliterende aanbod is € 35 miljoen gericht op de voorrangs-buurten. We gebruiken grofweg de helft van het budget (€ 79,5 miljoen) om vve’s te ondersteunen. Een kwart van het budget (€ 44,5 miljoen) wordt ingezet om bewoners in energiearmoede te ondersteunen. Dit zijn vaak huurders. De overige middelen gebruiken we om eigenaar-bewoners buiten vve’s te ondersteunen (€ 19,5 miljoen) en om knelpunten weg te nemen waar alle eigenaren iets aan hebben (€ 6 miljoen).
In de begroting van het isolatieoffensief gaat de gemeente ervan uit dat alle budgetten worden vergund, waar de gemeente verwacht aanspraak op te kunnen maken. Een deel van de budgetten die zijn begroot zijn op dit moment nog niet vergund of zelfs nog niet aangevraagd. Het gaat in totaal circa € 34,4 miljoen, namelijk de budgetten van het Volkshuisvestingsfonds in Nieuw-West, de middelen van het Nationaal Isolatieplan en de middelen van de provincie Noord-Holland. Indien de aanvragen van de gemeente niet worden gehonoreerd, wordt het Uitvoeringsplan hierop aangepast.
Bijsturing en monitoring We zullen jaarlijks voor de zomer rapporteren aan de raad over het bereik van het isolatieoffensief in het jaar ervoor. Zo veel mogelijk projecten van de gemeente worden op aantallen gemonitord. Hiernaast gaat de gemeente met RVO en het Warmtefonds in gesprek of zij kunnen monitoren hoeveel subsidie en leningen er zijn verstrekt in Amsterdam. De rapportage zal worden gebruikt om de begroting bij te sturen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
33
Tabel 7 - Begroting isolatieoffensief Projecten
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal
€ 950.000
€ 8.250.000
€ 13.150.000
€ 10.100.000
€ 10.300.000
-
€ 42.450.000
-
€ 150.000
€ 550.000
€ 600.000
€ 550.000
-
€ 1.850.000
€ 950.000
€ 8.400.000
€ 13.700.000
€ 10.700.000
€ 10.850.000
-
€ 44.600.000
Projectkosten
€ 800.000
€ 600.000
€ 1.600.000
€ 2.900.000
€ 3.800.000
€ 4.150.000
€ 20.350.000
Uitvoeringskosten
€ 200.000
€ 350.000
€ 950.000
€ 1.600.000
€ 1.900.000
€ 2.100.000
€ 7.100.000
Subtotaal
€ 550.000
€ 950.000
€ 2.550.000
€ 4.500.000
€ 5.700.000
€ 6.250.000
€ 20.500.000
Projectkosten
€ 50.000
€ 250.000
€ 250.000
€ 1.800.000
€ 1.250.000
€ 900.000
€ 4.500.000
Uitvoeringskosten
€ 100.000
€ 150.000
€ 150.000
€ 700.000
€ 700.000
€ 650.000
€ 2.450.000
Subtotaal
€ 150.000
€ 400.000
€ 400.000
€ 2.500.000
€ 1.950.000
€ 1.550.000
€ 6.950.000
Projectkosten
-
-
-
€ 450.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 1.150.000
Uitvoeringskosten
-
-
-
-
-
-
-
Subtotaal
-
-
-
€ 450.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 1.150.000
Energiearmoede Projectkosten Uitvoeringskosten Subtotaal
Vve's
Eigenaar-bewoners buiten vve's
Verhuurders
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Projecten
34
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal
Projectkosten
-
-
€ 800.000
€ 1.050.000
€ 1.200.000
€ 600.000
€ 3.650.000
Uitvoeringskosten
-
-
€ 250.000
€ 750.000
€ 750.000
€ 800.000
€ 2.550.000
Subtotaal
-
-
€ 1.050.000
€ 1.800.000
€ 1.950.000
€ 1.400.000
€ 6.200.000
€ 1.650.000
€ 9.750.000
€ 17.700.000
€ 19.950.000
€ 20.800.000
€ 9.550.000
€ 79.400.000
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal
Warmtefonds
-
-
€ 3.000.000
€ 2.000.000
-
-
€ 5.000.000
Vangnet1
-
-
-
€ 2.550.000
€ 2.550.000
€ 2.550.000
€ 17.700.000
Volkshuisvestingsfonds (Zuidoost)2
-
€ 2.800.000
€ 1.250.000
€ 2.900.000
€ 2.900.000
€ 2.900.000
€ 29.100.000
Volkshuisvestingsfonds (Nieuw-West)3
-
-
-
€ 1.950.000
€ 1.950.000
€ 1.950.000
€ 19.800.000
€ 2.800.000
€ 4.250.000
€ 9.400.000
€ 7.400.000
€ 7.400.000
€ 71.600.000
€ 12.550.000
€ 21.950.000
€ 29.350.000
€ 28.200.000
€ 16.950.000
€ 151.000.000
Algemeen
Totaal projecten
Subsidie
Totaal subsidie Totaal (projecten & subsidie)
€ 1.650.000
1 Verdeeld over de looptijd t/m 2030. Het totaal is opgenomen. 2 Verdeeld over de looptijd t/m 2032. Het totaal is opgenomen. 3 Verdeeld over de looptijd t/m 2033. Het totaal is opgenomen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
35
Tabel 8 - Dekking isolatieoffensief Budgetten
Doel
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal
Isolatieoffensief
Algemeen
-
-
€ 700.000
€ 800.000
€ 800.000
€ 800.000
€ 3.100.000
Isolatieoffensief
Wet Natuurbescherming
-
-
€ 200.000
€ 850.000
€ 650.000
€ 450.000
€ 2.150.000
Isolatieoffensief
Verhuurders
-
-
-
€ 100.000
-
€ 350.000
€ 450.000
Isolatieoffensief
Vve-aanpak
-
-
€ 1.800.000
€ 2.500.000
€ 3.100.000
€ 6.100.000
€ 13.500.000
Isolatieoffensief
Eigenaar-bewoners buiten vve's
-
-
-
€ 800.000
€ 800.000
€ 1.300.000
€ 2.900.000
Isolatieoffensief
Warmtefonds
-
-
€ 3.000.000
€ 2.000.000
-
-
€ 5.000.000
Isolatieoffensief
Vangnet4
-
-
-
€ 700.000
€ 700.000
€ 700.000
€ 4.800.000
€ 5.700.000
€ 7.750.000
€ 6.050.000
€ 9.700.000
€ 31.900.000
Subtotaal
Gemeentelijke versnellingsmiddelen
Vve-aanpak en uitvoeringskosten
€ 550.000
€ 550.000
-
€ 100.000
€ 100.000
€ 150.000
€ 1.450.000
Renovatiemotor
Vve-aanpak
€ 50.000
€ 450.000
€ 500.000
€ 1.000.000
€ 1.000.000
-
€ 3.000.000
Renovatiemotor
Eigenaar-bewoners
€ 100.000
€ 400.000
€ 400.000
€ 500.000
€ 600.000
-
€ 2.000.000
Renovatiemotor
Energiearmoede
-
-
-
€ 5.000.000
-
-
€ 5.000.000
€ 150.000
€ 850.000
€ 900.000
€ 6.500.000
€ 1.600.000
-
€ 10.000.000
€ 950.000 € 4.650.000
-
-
-
-
€ 5.600.000
- € 3.700.000
€ 13.700.000
€ 5.650.000
€ 10.850.000
-
€ 33.900.000
Subtotaal
RREW
Projectkosten
SPUK Energiearmoede
Energiearmoede
4 Verdeeld over de looptijd t/m 2030. Het totaal is opgenomen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Budgetten
Doel
SPUK Energiearmoede
36
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal
Eigenaar-bewoners
-
-
-
€ 500.000
€ 500.000
-
€ 1.000.000
SPUK Energiearmoede
Verhuurders
-
-
-
€ 350.000
€ 350.000
-
€ 700.000
SPUK Energiearmoede
Vve-aanpak
-
-
-
€ 1.250.000
€ 1.500.000
-
€ 2.750.000
Subtotaal
- € 3.700.000
€ 13.700.000
€ 7.750.000
€ 13.200.000
-
€ 38.350.000
Provincie Noord-Holland Eigenaar-bewoners Uitvoeringsregeling en Algemeen subsidie energie besparingsprogramma
-
-
€ 150.000
€ 750.000
€ 200.000
€ 200.000
€ 1.300.000
Provincie Noord-Holland Wet Natuurbescherming SPUK natuurinclusief isoleren
-
-
-
-
€ 450.000
-
€ 450.000
Reschool van de EU
Vve-aanpak
-
-
€ 100.000
€ 100.000
-
-
€ 200.000
SPUK Nationaal Isolatieprogramma
Vangnet5
-
-
€ 1.850.000
€ 1.850.000
€ 1.850.000
€ 12.850.000
€ 12.850.000
Volkshuisvestingsfonds
Zuidoost6
- € 2.800.000
€ 1.250.000
€ 2.900.000
€ 2.900.000
€ 2.900.000
€ 29.100.000
Volkshuisvestingsfonds
Nieuw-West7
-
-
-
€ 1.950.000
€ 1.950.000
€ 1.950.000
€ 19.800.000
Subtaal
- € 2.800.000
€ 1.250.000
€ 4.850.000
€ 4.850.000
€ 4.850.000
€ 48.900.000
Totaal
-
-
-
-
-
€ 151.000.000
5 Verdeeld over de looptijd t/m 2030. Het totaal is opgenomen. 6 Verdeeld over de looptijd t/m 2032. Het totaal is opgenomen. 7 Verdeeld over de looptijd t/m 2033. Het totaal is opgenomen.
-
In het uitvoeringsplan is beknopt beschreven wat er komende jaren per doelgroep en thema staat gepland. In dit deel geven we hierover per doelgroep en per thema meer toelichting. Ook lichten we toe hoe Amsterdammers betrokken zijn bij het opstellen van dit plan en hebben we het onderzoek naar de isolatieopgave opgenomen.
Deel V
Toelichtende bijlagen
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
38
5.1 Toelichting Uitvoeringsplan in overleg met Amsterdammers Advies van stakeholders en bewoners
Doelgroepen participatie isolatieplan
Bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan voor het isolatieoffensief heeft de gemeente met betrokkenen en bewoners gesproken om nieuwe kennis, ervaringen en belangen op te kunnen nemen in het plan. Het participatieniveau was ‘meedenken’, dat wil zeggen dat de gemeente om advies heeft gevraagd. De adviezen uit het participatietraject zijn meegenomen in dit uitvoeringsplan. We hebben de deelnemers duidelijk gemaakt dat de uiteindelijke keuzes worden gemaakt door het college van B en W. In dit hoofdstuk lichten we het participatieproces toe.
Bij de totstandkoming van het isolatieplan heeft de gemeente drie verschillende doelgroepen betrokken: • Professionele betrokkenen, zoals de woningcorporaties, adviesbureaus en bouwondernemingen. • Bewonersorganisaties, die al betrokken zijn bij het verduurzamen van woningen. • Bewonerspanel: een dwarsdoorsnede van individuele bewoners uit Amsterdam, met een diverse achtergrond en woonsituatie.
Wat vooraf ging
Hieronder volgt een toelichting op deze drie trajecten. De adviezen zijn verwerkt in dit isolatieplan en terug te vinden in de toelichtende hoofdstukken.
Voor de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting is in het najaar van 2022 een uitgebreid participatietraject doorlopen. De analyse daarvan en de uitkomsten van een onderzoek naar het handelingsperspectief van bewoners in de energietransitie, vormden de inhoudelijke basis voor de participatie voor het isolatieplan en het startpunt voor het gesprek met de stad over isolatie Thema’s die uit beide trajecten naar voren kwamen waren: verbetering van de loketfunctie gemeente, meer controle van de gemeente op verduurzaming van woningen door een zogenaamde APK duurzaamheid woningen, energiearmoede en het verbeteren van de samenwerking in de stad ten behoeve van verduurzaming. Met de participatie voor het isolatieplan hebben we met betrokkenen en bewoners verdiepende gesprekken gevoerd over thema’s door Amsterdammers zijn aangereikt.
Professionele betrokkenen Het gesprek met professionele betrokkenen over het isolatieplan vond plaats op 14 februari 2023. Betrokkenen gingen aan vier thematafels over de volgende onderwerpen in gesprek: 1) ongelijk investeren in gelijke kansen; 2) wet natuurbescherming; 3) circulair isoleren; 4) monumenten en beschermd stadsgezicht. Daarnaast zijn de woningcorporaties en vve-adviseurs in aparte gesprekken geraadpleegd. De input van deze partners is ook verwerkt in dit uitvoeringsplan.
Bewonersorganisaties Bewonersorganisaties, die al betrokken zijn bij het verduurzamen van woningen, hebben meegedacht tijdens een bijeenkomst op 15 februari 2023. Het gesprek werd gevoerd rond drie thema’s: 1) ongelijk investeren voor gelijke kansen; 2) ondersteuning aan Amsterdammers; 3) koppelkansen. Elke gesprekstafel werd begeleid door een gespreksleider en er waren experts beschikbaar om te vertellen wat de gemeente nu al doet.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
39
Bewonerspanel
Hoofdlijnen adviezen
De gemeente heeft een dwarsdoorsnede van Amsterdammers met verschillende achtergronden en woonsituaties uitgenodigd voor een bewonerspanel. Doel van het bewonerspanel was om een representatieve groep van circa 30 deelnemers, vanuit verschillende achtergronden en perspectieven, om advies te vragen. Met het bewonerspanel heeft de gemeente een groep mensen gesproken die normaliter niet naar bewonersavonden komen, en nog niet zo geïnformeerd zijn over het onderwerp als de bewonersorganisaties die meedachten. Uit de evaluatie van het bewonerspanel bleek dat 80 procent van de deelnemers nog niet eerder naar een bijeenkomst van de gemeente Amsterdam was geweest.
De input en adviezen van het bewonerspanel zijn, net als die van de professionele betrokkenen en de bewonersorganisaties, verwerkt in het ontwikkelen van de projecten en regelingen in dit uitvoeringsplan. Hieronder staan de adviezen samengevat op hoofdlijnen.
Het bewonerspanel werd samengesteld door een gespecialiseerd bureau. Zij maakten een selectie van bewoners uit verschillende stadsdelen, met uiteenlopende inkomens- en woonsituaties en een geringe tot gemiddelde betrokkenheid bij het onderwerp isolatie. Op deze manier namen uiteindelijk 33 bewoners met verschillende perspectieven alle drie de avonden deel aan het gesprek. Zij ontvingen een vergoeding van €150 voor hun deelname. Het bewonerspanel kwam tot adviezen in drie avonden die begin 2023 hebben plaatsgevonden. Om ervoor te zorgen dat de deelnemers onafhankelijk tot adviezen konden komen, werden de bijeenkomsten begeleid door een onafhankelijk voorzitter. Er waren experts van de gemeente, van stichting !WOON en een vve-adviseur aanwezig om vragen van deelnemers te beantwoorden. De eerste bijeenkomst stond in het teken van kennismaken met elkaar en het onderwerp. Op de tweede bijeenkomst werden thema’s uitgediept en wisselden de deelnemers ideeën uit. Tijdens de derde bijeenkomst werden definitieve adviezen geformuleerd en is gestemd over de adviezen. De adviezen die door minstens 75 procent van de deelnemers gesteund werden, werden aangeboden aan de gemeente.
De complexiteit van het verduurzamen van vve’s is veel aan bod gekomen. Alle drie de groepen adviseerden over onder andere de noodzaak van langdurige begeleiding van proces tot uitvoering, hulp bij besluitvorming en ook juridische ondersteuning. Zorg ervoor dat dit langjarig kan. Ook de positie van huurders komt terug in diverse adviezen. Zo moet de gemeente huurders meer (laten) ondersteunen, want hun positie bij het verduurzamen van hun woning richting verhuurders of vve is vaak onduidelijk. Het initiatiefrecht voor huurders moet meer bekendheid krijgen. Een terugkerend punt is de noodzaak van een passende aanpak en aanbod voor verduurzaming van de woning per doelgroep. Zorg ervoor dat de Fixbrigade in heel Amsterdam beschikbaar komt en blijft voor mensen die dat nodig hebben. Wat ook meermaals terugkwam: woningverduurzaming doe je idealiter integraal (isoleren, ventileren en aardgasvrij). Het advies is om dat gelijk ook te koppelen aan meer informatie over natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair (ver)bouwen. In het bijzonder geldt dat voor informatie over de Wet natuurbescherming (vleermuizen), omdat daar bij veel partijen nog weinig over bekend is. De boodschap was ook: maak het eigenaren en bewoners zo makkelijk mogelijk, biedt handreikingen, versimpel waar mogelijk vergunningen en procedures en geef goede voorbeelden een podium.
Communiceer helder over het aanbod van subsidies en mogelijke ondersteuning en gebruik in je communicatie onder andere bestaande sociale netwerken om mensen te bereiken. Stem je boodschap goed af op bewoners en hun achtergrond.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
40
5.2 Toelichting Onderzoek naar prioriteiten en energiebesparing De gemeente geeft in het isolatieoffensief de prioriteit aan de verduurzaming van woningen met een hoge warmtevraag in buurten met veel kwetsbare huishoudens. Dit hoofdstuk geeft handen en voeten aan deze gekozen richting. Er is onderzoek gedaan naar de isolatieopgave en in kaart gebracht waar dit samenvalt met de buurten waar sociaal maatschappelijke opgaven spelen. Hiervoor hebben we samengewerkt met twee onderzoeksbureaus: Overmorgen en CE Delft.
warmtevraag geeft het beste beeld van de isolatieopgave van de stad. We hebben ook overwogen om te kijken naar energielabels, maar de beschikbare gegevens over energielabels zijn nog niet goed genoeg om voor de hele stad uitspraken te doen over de isolatieopgave.
Isolatieopgave
Van de woningen met een isolatieopgave in Amsterdam hebben er: • 52 duizend een zeer hoge warmtevraag (meer dan 130 kWh/m2/jaar) • 146 duizend een hoge warmtevraag (tussen 100 en 130 kWh/m2/jaar) • 158 duizend een matige warmtevraag (tot 100 kWh/m2/jaar)
In Amsterdam staan in totaal circa 470 duizend woningen. Hiervan zijn 113 duizend woningen gebouwd na 2005 of hebben een afgemeld energielabel A of beter. Deze woningen beschouwen we als voldoende geïsoleerd. Bij de overige 356 duizend woningen is door na-isolatie energiebesparing mogelijk. Deze woningen noemen we ‘woningen met een isolatieopgave’. Om te bepalen welke woningen een grotere of kleinere isolatieopgave hebben, is gekeken naar de relatieve warmtevraag. Dit is een goed indicatie van energiegebruik en wordt uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter per jaar (kWh/m2/jaar). De relatieve
In tabel 9 is te zien hoe deze aantallen zijn verdeeld naar eigendom. Corporaties en particuliere verhuurders hebben ongeveer een gelijk deel van hun bezit verdeeld over de mate van de isolatieopgave. Circa 17% van hun bezit heeft een zeer hoge warmtevraag en circa 45% een hoge warmtevraag. Bij eigenaarbewoners is dit aandeel substantieel lager. In de tabel is tevens te zien dat veel woningen onderdeel zijn van een vve, vooral veel woningen van eigenaarbewoners en particuliere verhuurders.
Tabel 9 - Verdeling woningen met een isolatieopgave naar eigendomssituatie en vve’s, verdeeld over warmtevraag in kWh/m2/jaar Warmtevraag/jaar à
<100 kWh/m2
100-130 kWh/m2
>130 kWh/m2
Eigendomssituatie
Aantal woningen
Aantal woningen
Aantal woningen
Totaal
Waarvan in VvE
Corporatiebezit
54.000 (38,3%)
62.500 (44,3%)
24.000 (17,0%)
140.500 (-100%)
43.500 (30,8%)
Particuliere verhuur
38.500 (38,4%)
45.500 (46,3%)
16.000 (16,2%)
100.000 (-100%)
56.500 (56,7%)
Eigenaar-bewoners
62.000 (58,5%)
34.000 (32,1%)
10.000 (9,4%)
106.000 (-100%)
78.000 (73,4%)
3.500
4.000
2.000
9.500
0
158.000
146.000
52.000
356.000
178.000
Onbekend Totaal
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Sociaal maatschappelijke opgaven Er is niet één vaste manier om te kijken naar mensen en buurten die ondersteuning van de gemeente het hardste nodig hebben. Ongelijkheid zien we terug in gezondheid, onderwijs, inkomen, werk, in de buurt en ook in de woningen. Verbetering van een woning zal het probleem van ongelijkheid niet oplossen, maar kan wel bijdragen aan een ongedeeld Amsterdam. Als je achterstallig onderhoud wegwerkt of schimmelproblemen oplost, kan dat helpen bij het verlagen van de energierekening of het verbeteren van het wooncomfort en de gezondheid of veiligheid van bewoners. Dit kan vervolgens weer effect hebben op de algehele leefbaarheid en het welzijn van de bewoners. Om een volledig beeld te krijgen van de opgaven zijn verschillende onderzoeken gebruikt. Er is gekeken naar gemeentelijk onderzoek naar sociale kenmerken van bewoners, onderzoek van het Rijk naar leefbaarheidsproblematiek en gegevens over energiearmoede van TNO. In deze onderzoeken komen onder andere gegevens terug over inkomen, energiearmoede, gezondheid, eenzaamheid, welbevinden, werk en werkeloosheid, veiligheid, opleiding en schoolverlaters. Gezamenlijk geeft deze gegevens een goede indicatie in welke buurten de sociaal maatschappelijke opgaven groot zijn. In Amsterdam zijn er 91 buurten waar zeer veel of grote sociaal maatschappelijke opgaven (SMO) zijn.
Hiernaast zijn er 74 buurten waar veel of grote sociaalmaatschappelijk opgaven zijn. In de overige buurten spelen minder of geen sociaal-maatschappelijke opgaven. In het toelichtende hoofdstuk over het onderzoek staat hoe de buurten met veel of grote sociaal-maatschappelijke opgaven verdeeld zijn over de stad. In tabel 10 is de verdeling van de buurten met een SMO afgezet tegen de stadsdelen en het stadsgebied. Wat opvalt is dat in Zuidoost en Nieuw-West meer dan 50 procent van de buurten (zeer) veel of grote maatschappelijke opgaven kent. In West en Noord is dit meer dan 40 procent. De andere stadsdelen zitten daar ruim onder. Stadsdeel Centrum valt positief op: uit deze onderzoeken komt slechts één buurt naar voren.
41
Tabel 10 - Verdeling sociaal-maatschappelijke opgaven over stadsdelen Stadsdeel
Zeer veel of grote SMO
Veel of grote SMO
Weinig of geen SMO
% buurten met (zeer) veel of grote SMO
Zuidoost
27
3
18
63%
Nieuw-West
26
12
30
56%
West
4
26
37
45%
Noord
19
9
38
42%
Oost
8
11
57
25%
Zuid
5
11
60
21%
Weesp
1
2
15
17%
Centrum
1
0
69
1%
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Gecombineerde opgaven De gemeente richt haar projecten en ondersteuning van het isolatieoffensief voornamelijk op woningen en complexen met een grote isolatieopgave in buurten met een (zeer) veel of grote sociaal maatschappelijke opgaven. In tabel 11 is de isolatieopgave tegen de sociaal maatschappelijke opgaven afgezet. Deze uitkomsten zijn tevens op kaart 1 te zien. Er is te zien dat de middelhoge en hoge isolatieopgave in de stadsdelen Zuidoost, Noord en Nieuw-West grotendeels samenvallen met buurten met (zeer) veel of grote sociaal-maatschappelijke opgaven. In stadsdelen Centrum, Weesp, Zuid en Oost is dat andersom en valt een aanzienlijk deel (60-100 procent) van de hoge en middelhoge isolatieopgave in buurten met minder of geen sociaalmaatschappelijke opgaven.
Tabel 11 - Verdeling van woningen met een isolatieopgave en buurten met sociaal-maatschappelijke opgaven Isolatieopgave
Bij het gebruik van de onderzoeksresultaten wordt rekening gehouden met de beperkingen van het onderzoek. De onderzoeksresultaten geven een redelijk betrouwbare inschatting van de isolatieopgave, maar kunnen in grensgevallen een vertekend beeld geven van de werkelijke situatie. De gegevens over sociaalmaatschappelijke opgaven zijn geaggregeerd op buurtniveau. Maar er zal ook gekeken moeten worden naar de enkele huishoudens buiten de buurt die met dezelfde situatie te maken hebben. In de projecten gebruiken we de gegevens altijd in combinatie met gesprekken met experts uit de stadsdelen en betrokkenen met specifieke kennis van woningen en huishoudens in de buurten.
Figuur 9 - Schematische weergave van de isolatieopgave
Zeer veel of grote SMO
Veel of grote SMO
Weinig of geen SMO
Totaal
Grote isolatieopgave (vanaf 130 kWh/m2)
15.500
9.500
27.000
52.000
Middelgrote isolatieopgave (100 t/m 130 kWh/m2)
37.000
31.000
78.000
146.000
Matige isolatieopgave (tot 100 kWh/m2)
38.500
23.000
97.000
158.500
Totaal
91.000
63.500
202.000
356.500
42
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Energiebesparing Met het isolatieoffensief wordt er een substantiële bijdrage geleverd aan de energiebesparing in Amsterdam. We hebben de onderzoeksbureaus niet alleen gevraagd om de isolatieopgave in kaart te brengen, maar ook om een inschatting te maken van de mogelijke besparing en CO2-reductie. De energiebesparing heeft een directe relatie met het isolatieniveau, dat onder meer afhangt van het aantal maatregelen en bouwdelen (dak/vloer/gevel) dat wordt aangepakt. Er is in het onderzoek met twee isolatieniveaus gerekend: • Het isolatieniveau dat het Rijk hanteert als isolatiestandaard voor woningen van na 1945, waarmee een woning voldoende geïsoleerd is om met een aanlevertemperatuur van 50 graden Celsius te verwarmen; • Het isolatieniveau dat woningen geschikt maakt om met een aanlevertemperatuur van 70 graden Celsius te verwarmen. Uiteindelijk kiest de eigenaar per pand of per woning voor het isolatieniveau. Die keuze is van veel aspecten afhankelijk, zoals de bouwkundige mogelijkheden, de mate van (achterstallig) onderhoud of comfortbehoefte van de bewoners. Ook is het afhankelijk van de aardgasvrije warmteoplossing in de toekomst. Voor een warmtenet op middentemperatuur is minstens een isolatieniveau van ‘70-graden-ready’ nodig.
Maar voor verwarming met een warmtepomp, of andere duurzame oplossingen met lage-temperatuurverwarming, is vaak verdere isolatie tot ’50-graden-ready’ nodig. Maar woningen op een middentemperatuur warmtenet van 70 graden kunnen uiteraard ook tot 50-graden-ready worden geïsoleerd, wat meer energiebesparing voor de bewoners oplevert. In dit onderzoek is geen rekening gehouden met de kosten voor de installaties bij aardgasvrij verwarmen.
43
Afhankelijk van het gekozen scenario voor het isolatieniveau wordt er in Amsterdam tussen de 1,2 en 1,9 PJ aan energie bespaard als alle 365 duizend woningen met een isolatieopgave zouden worden geïsoleerd. Dit is een reductie van circa 10 tot 15% ten opzichte van de huidige warmtevraag van alle Amsterdamse woningen. Dit zal tussen de 65,5 en 104 kiloton CO2 besparing opleveren ten opzichte van de huidige situatie. Het doel van het Rijk voor 2030 is dat in Amsterdam in deze periode 123 duizend woningen worden geïsoleerd. Dit levert in 2030 een besparing van 0,4 tot 0,7 PJ energie op ten opzichte van de huidige situatie en een CO2-besparing van tussen de 25 en 35 kiloton CO2. Zo draagt het isolatieoffensief bij aan het streven van de gemeente om in 2030 60 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Kaart 1 - Woningen met een grote of middelgrote isolatieopgave in buurten met veel of zeer veel of grote sociaal-maatschappelijke opgaven
Huidige warmtevraag in kWh per vierkante meter >200 >150-200 >130-150
Sociaal maatschappelijke urgentie Zeer urgent Urgent
44
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
45
5.3 Toelichting bewoners in energiearmoede Omschrijving doelgroep Energiearmoede wil zeggen dat een huishouden 10 procent of meer van het inkomen is aan de energielasten. Deze mensen leven vaak met beperkte financiële middelen en hebben moeite om in hun basisenergiebehoeften te voorzien. Ze kunnen zich niet veroorloven om hun energierekening te betalen en hebben daardoor minder toegang tot essentiële levensbehoeften, zoals elektriciteit en verwarming. Dit heeft een negatieve invloed op hun levenskwaliteit, hun gezondheid en algemeen welzijn. De doelgroep bestaat veel uit alleen staande senioren, alleenstaande ouders, en mensen met een laag inkomen die vaak in slecht geïsoleerde huizen wonen.1 Ze staan voor moeilijke keuzes, zoals minder verwarming in de winter, zich geen medische apparatuur kunnen veroorloven die energie vereist, en het verlies van woonruimte doordat niet de hele woning verwarmd kan worden. In Amsterdam leeft naar schatting 18 procent van de huishoudens in energie armoede2. Dat zijn ongeveer 89.000 huishoudens. Zoals in hoofdstuk 2.1 is uitgelegd, zijn de buurten waar de meeste energiearmoede voortkomt meegenomen als voorrangs-buurten. De aanpak energiearmoede richt zich hoofdzakelijk op deze buurten en op bewoners in energiearmoede die via lokale organisaties of op een andere manier bij ons bekend zijn.
De volledige inzet wordt het isolatieoffensief gezien als onderdeel van de intensieve aanpak in de voorrangs-buurten.
Hoe helpen we de Amsterdammers? De aanpak energiearmoede is bedoeld om huishoudens te ontzorgen bij het nemen van energiebesparende maatregelen, te adviseren over energiezuinig gedrag en financieel te helpen bij de aanschaf van duurzame producten. Een groot deel van de gemeentelijke aanpak van energiearmoede is bedoeld om
1 Uit onderzoek energiearmoede O&S 2022 https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/ energiearmoede-in-amsterdam-2021 2 Schatting O&S 2022 https://onderzoek.amsterdam.nl/artikel/prognose-18-van-deamsterdamse-huishoudens-in-energiearmoede-bij-tarieven-prijsplafond
op korte termijn maatregelen te nemen zonder dat daar toestemming van de eigenaar voor nodig is. Deze maatregelen hebben wel een significant effect op de energierekening. In 2024-2026 zet de gemeente deze aanpak voort. Daarbij leggen we meer nadruk op de kwaliteit van de ondersteuning. De gemeente werkt actief samen met verschillende welzijns- en buurtorganisaties, woningcorporaties en religieuze instellingen om de doelgroep te bereiken. De aanpak bestaat uit drie onderdelen: • Huis-aan-huis installatiehulp (Fixbrigade) via de Energiebespaarservice • Ondersteuning van lokale initiatieven via de stadsdelen • Extra ondersteuning van stadspashouders In gesprekken met het bewonerspanel, de professionele betrokkenen en bewonersorganisaties kwam deze aanpak ook ter sprake. De Fixbrigade zou beschikbaar moeten komen voor heel Amsterdam en in communicatie moeten we meer gebruik maken van bestaande sociale netwerken en de boodschap afstemmen op bewoners en hun achtergrond.
De Energiebespaarservice De Energiebespaarservice helpt huishoudens met het besparen van energie door hen energieadvies te geven en kleine energiebesparende maatregelen te nemen. De komende twee jaar willen de gemeente met de Energiebespaarservice 14.000 tot 28.000 huishoudens in energiearmoede bereiken. De eerste 14.000 adviezen worden voor de winter van 2023 ingekocht met een looptijd van twee jaar. Als de uitvoerende partners hun doel sneller halen, kan het bereik worden vergroot tot 28.000. De Energiebespaarservice bestaat al langer. De afgelopen drie jaar heeft de gemeente in samenwerking met marktpartijen en buurtorganisaties veel geleerd en in verschillende samenstellingen energieadvies huis-aan-huis aangeboden. In 2021 is de gemeente voor het eerst een grootschalige actie met energiecoaches begonnen. Met deze actie hebben 12.000 huishoudens een energieadvies en een ‘energiebox’ gekregen, met artikelen om energie te besparen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
In de winter van 2022-2023 is de Energiebespaarservice de stad ingetrokken voor een stadsbrede crisisaanpak, gericht op energiebesparing. Deze Energie bespaarservice loopt tot en met november 2023. Deze dienst biedt naast producten en een adviesgesprek ook een installatieservice aan. De samen werkingspartners hebben 33.000 huishoudens weten te bereiken. De bereikte kostenbesparing is naar schatting €266 per huishouden per jaar. In totaal zijn er 61 buurten bezocht waar veel energiearmoede is. Deze aanpak was een groot succes, maar biedt ook kansen voor verbetering in de samenwerking met partners en de kwaliteit van de dienstverlening. In de nieuwe Energiebespaarservice is een aantal verbeteringen doorgevoerd: • De looptijd van de vernieuwde Energiebespaarservice is twee jaar. Dat geeft meer zekerheid voor zowel de uitvoerders als voor hun personeel. • In de opdracht laten we meer ruimte voor lokale initiatieven. We zien dat dit goed is voor de saamhorigheid in de buurten en dat lokale binding kan bijdragen om bewoners in energiearmoede te bereiken. We zullen meerdere partijen contracteren om zoveel mogelijk bewoners te bereiken. • De kwaliteit van de dienstverlening is verbeterd. Er is per huishouden meer tijd uitgetrokken om in de woning meer en betere energiebesparende maatregelen te kunnen nemen.
Tijdens de uitvoering blijft de gemeente sturen op kwaliteit van de dienstverlening. Bouwkundige toezichthouders van de gemeente doen steekproeven om de kwaliteit van de uitvoering te controleren. Een onafhankelijke partij doet onderzoek naar de klanttevredenheid tijdens de looptijd. • Tijdens de huisbezoeken kijkt men breder naar gebreken of kwaliteits problemen in de woning, met nadruk op vochtproblemen en ventilatie. Als we een slechte woning aantreffen, komt er een melding bij de gemeente en/of de verhuurder, zodat deze actie kunnen ondernemen. Als er sprake is van energielekken, zoals enkel glas, dan verwijzen we de bewoner door naar een van de projecten die in de volgende hoofdstukken worden beschreven. • We richten ons op woningcomplexen met veel slechte labels en/of een hoge warmtevraag. We stemmen het aanbod af met corporaties om juist die bewoners te helpen waar in de komende twee jaar nog geen isolatiemaatregelen staan gepland.
46
Ondersteuning lokale initiatieven In de gemeente Amsterdam zijn er veel lokale initiatieven om bewoners in energiearmoede te ondersteunen. De gemeente wil deze initiatieven tussen 2024 tot 2026 blijven ondersteunen. Zoals gezegd doen we dat door hen ruimte te bieden binnen het aanbod van de energiebespaarservice. Hiernaast zal de gemeente de initiatieven die energiearmoede niet via een huis-aan-huis aanpak bestrijden in 2024-2025 ondersteunen via een subsidie van de stadsdelen. In 2023 heeft de gemeente de subsidieregeling “Gebiedsgerichte bestrijding energiearmoede Amsterdam” om in alle stadsdelen lokale initiatieven de mogelijkheid te geven om energiearmoede te bestrijden. Bewonersgroepen en organisaties met een sterke binding met de buurt konden de subsidie aanvragen, waarna het stadsdeel ze heeft beoordeeld. Organisaties die we eerder onder steunden, hebben de subsidie gebruikt om zich verder te ontwikkelen zodat ze komende periode mee kunnen doen aan de uitvraag voor de Energiebespaar service, zoals de FIXbrigade of Weesp duurzaam. Maar er zijn ook nieuwe initiatieven opgekomen. Het Energieheldenproject is een initiatief dat de zelfredzaamheid en weerbaarheid van bewoners versterkt door opleiding en advies over energiebesparing en de energierekening. Stichting EnergieWending uit stadsdeel West heeft subsidie ontvangen voor bewustwording over energie zuinig wonen.
Het initiatief Energiebuurtfonds in stadsdeel Zuid ondersteunt kleinschalige duurzaamheidsinitiatieven. In stadsdeel Zuidoost biedt Wijktransitiehub Kbuurt innovatieve ondersteuning voor energie-efficiëntie en schenkt daarbij extra aandacht aan bewoners in woningen met blokverwarming. Versa Welzijn/Weesp Eco versterkt de veerkracht van kwetsbare huishoudens in Weesp door gedragsverandering en energiebesparende maatregelen. Deze organisaties kunnen voor de voortzetting van hun aanbod op termijn ook meedoen met de aanbesteding voor de Energiebespaarservice. De regeling is mede opgezet om lokale initiatieven de mogelijkheid te geven zich te organiseren voordat de aanbesteding open komt te staan. Zo geeft de gemeente lokale initiatieven meer ruimte om een bijdrage te leveren aan de aanpak van energiearmoede.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Extra ondersteuning stadspashouders Om nog meer bewoners binnen de doelgroep te bereiken worden er twee acties opgetuigd die specifiek gericht zijn op stadspashouders. Het gaat om een herhaling van de witgoedregeling en een gerichte versie van de voucheractie die beide ook in 2022 hebben gelopen. In 2022 was er een witgoedregeling voor stadspashouders. Zij konden met korting een energiezuinige koelkast of wasmachine aanschaffen om hun energierekening omlaag te brengen. Via de Stadspas kregen zij hiervoor een voucher met € 275. Dit stimuleert mensen met een lager inkomen om een energiezuinig apparaat uit te kiezen. Circa 7.500 huishoudens hebben van deze korting gebruik gemaakt. Momenteel onderzoeken we of en zo ja wanneer en hoe we de witgoedactie kunnen herhalen. Een eerdere voucheractie voor energiebesparing in 2022 liet zien dat dit een groot bereik had onder stadspashouders. Destijds zijn 48.000 vouchers van € 70 verstrekt, waarvan 20.000 aan stadspashouders. Door dit succes, en naar aanleiding van een motie van de raad, werken we aan een nieuwe voucheractie. Deze is gericht op huishoudens met een minimum inkomen die met de voucher energiebesparende producten kunnen aanschaffen.
47
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
48
5.4 Toelichting Verenigingen van eigenaren Beschrijving van de doelgroep Meer dan 60 procent van de woningen in de stad is onderdeel van een vereniging van eigenaren (vve). Het gaat om in totaal circa 294.000 woningen verdeeld over ongeveer 23.000 vve’s van verschillende grootte. Veruit de meeste woningen zijn onderdeel van een grote vve (vanaf 13 woningen). We zien ook dat corporaties vooral goed zijn vertegenwoordigd in grote vve’s en dat particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners redelijk gelijk zijn verdeeld over grote en kleine vve’s. De vve’s zijn heel verschillend in het aantal woningen, de bouwstijl, het bouwjaar en de woningtypen. En verder zijn er grote verschillen in de woningverdeling tussen diverse eigenaren, de professionaliteit van bestuur en beheer, het al dan niet geplande onderhoud, de financiële reserves en de splitsingsakte waarin eigendom en procedures zijn vastgelegd. Maar één ding hebben ze gemeen: de eigenaren nemen samen een beslissing over de instandhouding en verbetering van het gebouw. Dit is vaak een ingewikkeld proces waarbij in de besluitvorming over verduurzaming of woningverbetering momenteel minstens twee derde van de leden moet instemmen. Dit betekent ook dat vve-leden van elkaar en elkaars financiële ruimte afhankelijk zijn. Verduurzaming valt onder de verbetering van het gebouw en vraagt voor de vve om extra middelen en inzet.
Verduurzaming is een kans om ook (achterstallig) onderhoud aan te pakken, het wooncomfort te verbeteren en energiekosten in de toekomst beheersbaar te houden. Zeker omdat vve’s als geheel geld kunnen lenen voor het verduurzamen van het gebouw. Daarmee kan de vve investeren zonder dat er voldoende gespaard is en kunnen eigenaar-bewoners verhuizen zonder vast te zitten aan een lening. In de voorrangs-buurten zijn er ruim 3.000 vve’s met een isolatieopgave. Dat zijn 66.000 woningen. Grote vve’s in de voorrangs-buurten zijn vooral te vinden in de delen van de stad die zijn aangelegd volgens het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP). Kleine vve’s vooral in de buurten uit de periode 1920-1940. De AUPgebieden en de ring ’20-’40 zijn goed voor de helft van de woningen in vve’s in de voorrangs-buurten.
In de voorrangs-buurten, met veel slecht geïsoleerde woningen en een grote sociaal-maatschappelijke opgave, is verduurzaming een nog grotere uitdaging. Daar wonen huishoudens die niet genoeg geld hebben voor het onderhoud, laat staan voor de verduurzaming van het gebouw. Door de onderlinge afhankelijkheid binnen vve’s is het belangrijk dat we juist deze vve’s goed ondersteunen zodat ook deze gebouwen kunnen verduurzamen. In tabel 13 is te zien dat er in de voorrangs-buurten 3.250 vve’s zijn waar minimaal één woning een hoge warmtevraag heeft (boven de 100 kWh/m2/jaar). Tabel 12 - Woningen in vve’s in buurten met hoge urgentie met met grote woningvoorraad in SMO-buurten Doelgroep
Vve t/m 12 woningen
Vve vanaf 13 woningen
Totaal
Vve's
3.000
1.200
4.300
Woningen eigenaar-bewoners
5.800
27.500
33.300
700
24.700
35.400
Woningen particulier verhuurd
5.600
19.300
24.900
Subtotaal
12.200
81.500
93.700
Woningen van corporaties
Tabel 13 - Vve’s met een grote isolatieopgave in prioritaire buurten (minimaal 1 woning met warmtevraag >100) Doelgroep
Vve t/m 12 woningen
Vve vanaf 13 woningen
Totaal
Aantal vve's
2.450
800
3.250
Aantal woningen
9.800
56.350
66.150
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Hoe helpen we de Amsterdammers? Als vve’s willen verduurzamen volgen zij een traject dat grofweg bestaat uit vier fasen zoals in figuur 10 is te zien. Alle vve’s in de stad worden bereikt met een basisaanbod gericht op fase 1. De informatie gaat over de noodzaak en de mogelijkheden van verduurzaming en aardgasvrij worden van hun vve, als onderdeel van de onderhoudsopgave die de vve heeft. Voor de voorrangs-buurten is er een intensieve aanpak die zich richt op alle fasen uit het verduurzamingsproces. De vve-aanpak van de gemeente faciliteert vve’s zodat ze zelf aan de slag kunnen met verduurzaming. Het is belangrijk dat vve’s zelf aan de slag gaan omdat er ingrijpende beslissingen genomen moeten worden over het gebouw. Hier moeten alle eigenaren actief over meebeslissen. Figuur 10 - Het aanbod voor vve’s is gefaseerd om aan te sluiten op de besluitvorming in vve’s.
De noodzaak om vve’s te ondersteunen bij het verduurzamen en hoe dit te doen, is veel aan bod gekomen in de gesprekken met het bewonerspanel, de professionele betrokkenen en de bewonersorganisaties. Hun adviezen sluiten goed aan bij de vve-aanpak die we voorstaan. Bijvoorbeeld het advies om vve’s langdurig te begeleiden van planvorming tot uitvoering, om te zorgen voor langjarige zekerheid in financiering en om vve’s en bewoners te ondersteunen met financieel advies en aanvraag financieringen. Ook werd de noodzaak tot het vinden van een oplossing voor de lastige besluitvorming en juridische grenzen aan mogelijkheden voor verduurzaming vaak genoemd. Dat is onderdeel van de gesprekken die we voeren met het Rijk.
Fase 1a: Informatievoorziening van het basisaanbod De gemeente biedt informatie aan alle vve’s in de stad over woningverbetering en verduurzaming. Voor wonen-gerelateerde vragen kunnen vve-leden terecht bij !WOON en 14020. Onderdeel van de vve-aanpak is het versterken van de loketfunctie door de website. Deze wordt in de komende jaren uitgebreid tot een breed informatieplatform. Vve-leden vinden hier informatie over
49
verduurzaming in de vorm van handreikingen, stappenplannen en webinars. Voor specifieke vragen kunnen vve-leden terecht bij vve.wonen@amsterdam.nl. Dit is het zogenoemde basisaanbod. Verder organiseert de gemeente bijeenkomsten voor betrokkenen bij deze aanpak over actuele onderwerpen, waar vve-leden samen met beheerders, corporaties, verhuurders, architecten, energieadviseurs kennis en ervaring uitwisselen over onderhoud en beheer, verduurzaming en woningverbetering.
Fase 1b: Informatie in voorrangs-buurten Voor vve’s in de voorrangs-buurten wordt extra ingezet op verduurzaming en woningverbetering. Bovenop het basisaanbod dat beschikbaar is voor de hele stad, krijgen vve’s in voorrangs-buurten informatie tijdens buurtbijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten zoeken we naar actieve vve’s en vve-leden die de urgentie voelen om hun gebouw te verbeteren, waarbij verduurzaming mede een oplossing kan zijn, en die daarbij ondersteuning nodig hebben. Vaak zijn dit buurten waar er vanuit Warm Amsterdam, een samenwerkingsverband tussen corporaties, Vattenfall en de gemeente, ook wordt gewerkt aan het aardgasvrij maken van woningen. We verbeteren de loketfunctie door de capaciteit voor de buurtinzet te verhogen. De projectleiders die buurtgericht aan de slag gaan, kunnen reageren op vragen en aansluiten bij bestaande netwerken van bewoners en professionals. Vve’s die dat wensen kunnen ondersteuning krijgen om te zorgen dat zij voldoende georganiseerd zijn om een verduurzamingstraject in te gaan. Dat wil zeggen dat de vve goed bestuurd en beheerd wordt en dat er een goed meerjarig onderhoudsplan ligt. Om het gratis advies te kunnen aanvragen (fase 2) is het soms een voorwaarde dat een aantal vve-leden een cursus volgt over de mogelijkheden voor verduurzaming.
Deze cursus gaat over het hele besluitvormingsproces – de technische, juridische en financiële aspecten – maar vooral ook over het draagvlak binnen de vve. Vve-leden kunnen de cursus ook volgen als ze geen advies willen aanvragen. In de periode 2024-2026 is er voor 540 vve’s een cursusplek.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
50
Fase 2: Advies Volgende stap is om de mogelijkheden voor verduurzaming te onderzoeken. Hiervoor bieden we adviezen aan van door de gemeente gefinancierde experts die zowel de technische als procesmatige kant goed kennen. Het gaat om de volgende adviezen en onderzoeken die inzicht geven in de kosten en resultaten van verschillende scenario’s om de woningen te verduurzamen en te verbeteren: • Energieadvies voor kleine vve’s (tot 13 appartementen) • Energieadvies voor grote vve’s • Haalbaarheidsonderzoeken voor grote vve’s van voor 1995. Deze adviezen gaan over de mogelijkheden die een vve heeft om te verduurzamen en aardgasvrij te worden. Ze houden rekening met bouwfysische effecten en welstandeisen. De verschillende stappen die de vve kan zetten, worden doorgerekend naar woonlasten op basis van beschikbare subsidies en leningen. Het bereik van het advies varieert van energieadvies voor kleine vve’s naar het haalbaarheidsonderzoek. Er wordt naar meer aspecten gekeken zoals het afgiftesysteem, het MJOP en de staat van het gebouw wordt vakkundig opgenomen. Een voorwaarde voor al deze adviezen is dat het vve-bestuur bereid is om tijd te steken in het project en dat zij als voorbeeld willen dienen voor andere vve’s in Amsterdam.
De kennis en ervaring die tijdens het adviestraject worden opgedaan, gebruiken we in het informatieaanbod voor de hele stad en meer specifiek bij de buurtbijeenkomsten. Dit aanbod aan adviezen wordt naar verwachting vanaf 2025 uitgebreid met: • Zonadvies en begeleiding. Een onderzoek dat inzicht geeft in de mogelijkheden voor zonnepanelen op het vve-dak en de diverse organisatiemodellen binnen een vve, en beperkte begeleiding bij de realisatie van een zonnestroom-project. • Financiële doorrekening warmtenet. In Warm Amsterdam-gebieden een financiële doorrekening van een aansluiting op het warmtenet aanbieden. Tijdens de advisering komen er geregeld actuele onderwerpen aan de orde die bij veel vve’s spelen. Bijvoorbeeld de vervanging van de rookgaskanalen waar veel vve’s op korte termijn tegenaan lopen. Omdat dit grote investeringen vergt, is het een logisch moment om na te gaan of het gebouw misschien al aardgasvrij kan worden. De gemeente heeft installatietechnici ingehuurd om een aantal vve’s hierover te adviseren en de uitkomsten in breder verband te delen in webinars en buurtbijeenkomsten.
Vanaf 2022 is de vve-aanpak van Amsterdam uitgebreid. Tot nu toe hebben 100 vve’s een advies gekregen. Voor de komende twee jaar heeft de gemeente 344 adviezen ingekocht. Eigenlijk wilden we er 530 inkopen, maar momenteel is die capaciteit er niet in de markt. Daarom leiden we architecten op tot adviseurs en procesbegeleiders voor vve’s, om de capaciteit te vergroten. In een ‘Community of practices’ wisselen de verschillende adviseurs kennis uit en organiseren we trainingen voor marktpartijen om vve’s te begeleiden. We zijn gestart met trainingen voor professionals zoals beheerders en overwegen trainingen voor installatietechnici die vve’s begeleiden bij de verduurzaming. Een deel van de adviezen zal ook buiten de voorrangs-buurten worden ingezet om bijvoorbeeld vve’s die zich reeds hebben aangemeld te bedienen, en om vve’s in Warm Amsterdam- en Volkshuisvestingsfondsgebieden te ondersteunen. Omdat we niet alle vve’s in de voorrangs-buurten de komende drie jaar kunnen helpen, kijken we bij de selectie van de vve’s naar de grootte van de vve, de (meerjarige) onderhoudsplannen, de eigendomsverhoudingen (gespikkeld bezit), de interne organisatie, de financiële reserves en dergelijke Tevens kijken we hoe een vve als voorbeeld kan dienen om meerdere vve’s in de buurt te enthousiasmeren en aan te zetten om ook te verduurzamen.
Fase 3: Planvorming Gebouwen die na 1995 gebouwd zijn, zijn meestal al voldoende geïsoleerd en het energieadvies zal vooral aanbevelingen doen om te sparen voor verduurzaming in een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP) en/of kiezen voor een enkelvoudige maatregel zoals het plaatsen van zonnepanelen. Een haalbaarheidsonderzoek voor vve’s met een gebouw van voor 1995 rekent verschillende scenario’s door voor het isoleren en aardgasvrij maken van het gebouw en het effect daarvan op de maandelijkse kosten voor de vve-leden in vergelijking met het sparen voor onderhoud en verduurzaming. Meteen investeren in isolatie levert ook meteen besparingen in de energiekosten op en verhelpt klachten zoals schimmel, vocht en tocht. Dankzij financieringen (lening van het warmtefonds en subsidie voor isolatie en opwekken van energie) is het goedkoper om meerdere verduurzamingsmaatregelen tegelijk te nemen in combinatie met het aanpakken van achterstallig onderhoud dan om slechts enkele maatregelen te nemen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
51
Tijdens de ledenvergadering kiest een meerderheid van de vve-leden welk scenario hun voorkeur heeft. Voor een vergaand scenario is noodzakelijk dat een externe ervaren partij de plannen uitwerkt. Een voorontwerp voor één of twee opties en een definitief ontwerp voor één optie. Op basis van het definitieve ontwerp kunnen de definitieve offertes opgevraagd worden, de lening bij het warmtefonds aangevraagd en de subsidies aangevraagd worden. Hiervoor moet de ledenvergadering een definitief investeringsbesluit nemen. Dit is een ingrijpend traject en vereist vaak meerdere ALV-besluiten die uiteindelijk leiden tot een investeringsbesluit. Het gaat om grote investeringen in verduurzamings maatregelen, waarbij alleen al met de planuitwerking grote bedragen zijn gemoeid. Voorfinanciering Een van de knelpunten in de voorbereiding van een vergaande renovatie is dat een vve niet mag sparen voor het inkopen van advies. Als de vve een bureau nodig heeft om de plannen uit te werken, is dat een advies. En er is een apart meerderheidsbesluit nodig om hiervoor de financiële reserves te gebruiken. Als de vve besluit deze reserves in te zetten voor de kosten voor planvorming en dit leidt niet tot een investeringsbesluit dan loopt de vve een financieel risico.
Daarom komen weinig vve’s tot uitwerking van een verduurzamingsscenario dat de vve op korte termijn van onderhoudsproblemen verlost en op lange termijn minder kost. De gemeente heeft met het Warmtefonds afgesproken om in een pilot, voorfinanciering beschikbaar te stellen voor 7 vve’s. De verwachting is dat de proef in de meeste gevallen na de planvorming leidt tot een investerings besluit en dat daarmee de voorfinanciering onderdeel wordt van de lening die de vve voor 20 of 30 jaar afsluit bij het Warmtefonds. We stemmen deze pilot af met het Warmtefonds en het Rijk. Doel is dat deze voorfinanciering een Rijksregeling wordt. Extra subsidie voor planvorming Een ander knelpunt in het planvormingsproces is dat sommige vve’s aanlopen tegen zeer hoge onderzoekskosten voor specifieke bouwsystemen, juridisch onderzoek, extra kosten voor beheerders of andere bijzondere kosten. De gemeente maakt hiervoor een subsidieregeling om deze onderzoeken te financieren en binnen de Amsterdamse aanpak te delen met andere vve’s. Deze subsidie zal naar verwachting in 2024 beschikbaar zijn.
Ondersteuning bij het creëren van draagvlak in de vve Om te komen tot een succesvol investeringsbesluit is het belangrijk dat alle vve-leden vanaf het begin actief betrokken zijn bij het verduurzamingsproces. De gemeente heeft enkele pilots gedaan met een activatieteam om binnen een vve alle leden te activeren. Dit team gaat langs de deuren om eigenaren te informeren en aan te sporen om naar een informatieavond of een algemene ledenvergadering te gaan. Het team helpt leden mee te denken, keuzes te maken en hun stem uit te brengen. De eerste pilots waren succesvol en we denken op termijn het activatieteam te kunnen uitbreiden. Financieel advies en vangnet voor vve-leden die een verhoging van de woonlasten niet kunnen betalen Uit eerste ervaringen met vve’s blijkt dat ongeveer 15 procent van de leden van vve’s in financiële problemen komen of denken te komen als de vve-bijdrage stijgt door verduurzaming en onderhoud van het gebouw. In opdracht van de gemeente heeft het Instituut Publieke Waarde onderzoek gedaan naar deze problematiek. Hieruit blijkt dat deze groep voor een deel geholpen is door goed financieel advies; een deel kan wel maar wil liever niet betalen en een deel van de leden komt daadwerkelijk in de problemen door een verhoging van de vvebijdrage. Voor de groep die financieel advies nodig heeft willen wij dit advies op maat gaan organiseren.
Omdat het privacy-gevoelig is, moeten vve-leden hiervan
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
gebruik kunnen maken, zonder de vve ervan op de hoogte te stellen. Wel kan het bestuur hun (mede) vve-leden wijzen op de mogelijkheden van het financieel advies. Voor de vve-leden van wie na financieel advies blijkt dat zij echt in de financiële problemen komen, wordt samen met andere gemeentes, het Rijk en partners naar oplossingen gezocht. Er wordt onder andere gekeken naar het verzilveren van de overwaarde van de woning, een garantie voor vve-leden die nu wel kunnen betalen maar in de toekomst misschien in de problemen komen (NHG) en een regeling bij het Warmtefonds, zoals een lager rente percentage voor lagere inkomens. Hiernaast kan deze groep gebruikmaken van het gemeentelijke vangnet. Dit staat onder fase 4 beschreven.
Fase 4: Uitvoering Er zijn verschillende overheidsinstrumenten die vve’s helpen bij verduurzaming. De gemeente heeft hiervoor drie regelingen ingevoerd die alle drie zijn te combineren met de landelijke instrumenten, zoals de leningen bij het Warmtefonds en de SVVE-subsidie. Voor de SVVE heeft het Rijk nieuwe ontwikkelingen aangekondigd, zoals een extra bijdrage voor circulaire materialen. Via de Energiebespaarlening kan een vve tegen gunstige voorwaarden geld lenen bij het Nationaal Warmtefonds. Om de aanvragen van deze leningen te stimuleren geeft Amsterdam sinds maart 2023 aan vve’s een korting van 1% op het rentepercentage van het Warmtefonds. Hiervoor heeft de gemeente € 5 miljoen gereserveerd uit het Isolatieoffensief. En mede door een geslaagde lobby van Amsterdam geeft ook het Rijk sinds kort een rentekorting van 1,5% op genoemde lening voor vve’s, wat het nu dubbel aantrekkelijk maakt. De Amsterdamse rentekorting loopt nog tot 1 maart 2024, of stopt al eerder als het budget op is. Volkshuisvestingsfonds In stadsdeel Zuidoost is een subsidie om vve’s met veel achterstallig onderhoud die willen verduurzamen financieel te stimuleren. Deze subsidie wordt gefinancierd uit het Volkshuisvestingfonds van het Rijk dat in het kader van het Nationale programma leefbaarheid en veiligheid (NPLV) in het leven is geroepen.
De gemeente zet deze middelen in voor woningverbetering en verduurzaming, lijn met het Masterplan Zuidoost. Momenteel is er aan drie vve’s met gezamenlijk circa 1.000 woningen subsidie uitgekeerd. Nog eens 7 vve’s met gezamenlijk 1.500 woningen zijn bezig met een aanvraag. Deze subsidieregeling loopt tot na 2030, of stopt eerder als het budget op is.
52
Zuidoost en Nieuw-West zijn als focusgebied aangewezen in het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid en krijgen landelijk prioriteit bij de beoordeling van de aanvragen. De gemeente heeft een met bovenstaand voorbeeld in Zuidoost vergelijkbare aanvraag gedaan voor de door het Rijk geselecteerde buurten in Nieuw-West. Indien het Rijk opnieuw middelen beschikbaar stelt, zal ook voor stadsdeel Noord een aanvraag worden gedaan. Vangnetregeling Voor eigenaar-bewoners die door de kosten van verduurzaming en de verhoogde vve-bijdrage in de financiële problemen dreigen te komen, werkt de gemeente een vangnetregeling uit. Voor minder draagkrachtige woningeigenaren stellen Rijk en gemeente € 2.000 beschikbaar om de lasten zoveel mogelijk te verlichten. Voor een kleine groep die toch nog in de financiële problemen kan komen, en daarom geneigd is niet met de plannen in te stemmen, zal een financieel adviseur een maatwerkplan opstellen. We verwachten dat op deze manier alle vve-leden kunnen meedoen met de verduurzaming en kunnen profiteren van de woningverbetering en een lagere energierekening. Deze vangnetsubsidie is voor circa 6.000 huishoudens binnen vve’s beschikbaar en loop tot na 2026 of zoveel eerder als het budget op is. De vangnetregeling zal halverwege 2024 in werking treden.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
5.5 Toelichting Eigenaar-bewoners buiten vve’s Beschrijving doelgroep In Amsterdam staan bijna 33.000 woningen van eigenaar-bewoners die niet in een vve zitten. Dit zijn eengezinswoningen zoals rijtjeshuizen, twee-ondereen-kap of vrijstaande woningen. De eigenaren van deze woningen beslissen in het algemeen zelf over de verbetering en verduurzaming hun woning. Verduurzaming en isolatie van de woningen is vaak ook een kans om het wooncomfort te verbeteren en achterstallig onderhoud weg te werken. Veruit de meeste eengezinswoningen liggen buiten de ring, in Nieuw-West, Zuidoost en in Weesp. Binnen de ring kent vooral stadsdeel Noord veel eengezinswoningen en ook zijn er specifieke wijken, zoals Watergraafsmeer, met veel van dit soort woningen, al dan niet verspreid over buurten en straten met ‘gespikkeld’ bezit. Dat wil zeggen een mix van corporatiewoningen, particulier verhuurde woningen en huizen van eigenaar-bewoners. Circa 4.000 woningen met een hoge warmtevraag van eigenaar-bewoners buiten vve’s liggen in twintig voorrangs-buurten, veelal in de stadsdelen Nieuw-West, Noord en Zuidoost (zie figuur 11). In bijna al deze buurten is sprake van ‘gespikkeld bezit’. Tabel 14 - Totaal aantal woningen van eigenaar-bewoners, buiten vve’s Warmtevraag
SMO zeer veel / groot
SMO veel / groot
SMO weinig / geen
Totaal
900
600
1.650
3.150
Warmtevraag 100-130
1.350
1.050
3.350
5.750
Warmtevraag <100
3.900
2.100
17.950
23.950
Totaal
6.150
3.750
22.950
32.850
Warmtevraag >130 kWh/m2/jr
Figuur 11 - Aantallen woningen eigenaar-bewoners buiten vve’s met hoge warmtevraag per buurt
53
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
54
Hoe helpen we de Amsterdammers?
Woonboten en woonwagens
De gemeente ondersteunt alle eigenaar-bewoners buiten vve’s met verduurzaming en het verbeteren van de woningkwaliteit door middel van een basisaanbod. Dit aanbod bestaat uit informeren via een energieloket en stimuleren via collectieve inkoopacties.
In Amsterdam liggen circa 2.800 woonboten en staan circa 250 woonwagens. Ook deze woningen behoren tot de doelgroep van eigenaar-bewoners buiten vve’s en moeten worden verduurzaamd. Komende periode brengen we in kaart hoe deze doelgroep over de stad is verspreid en of ze in aanmerking komen voor de genoemde ondersteuning van woningeigenaren in voorrangs-buurten. Aan de hand hiervan bekijken we of er aanvullende projecten of instrumenten nodig zijn.
In de voorrangs-buurten werken we aan een intensieve benadering bestaand uit verduurzamingsadviezen aan woningeigenaren, in de vorm van een buurtaanpak waarbij we gezamenlijk knelpunten wegwerken en kansen benutten. We doen dit met subsidies uit het Vangnet en het Volkshuisvestingsfonds. De wens eigenaren van slecht geïsoleerde woningen te ondersteunen, die het niet zelf kunnen betalen, kwam ook terug in de adviezen van het bewonerspanel.
Intensieve aanpak in voorrangs-buurten In de periode 2024-2026 begint de gemeente in de voorrangs-buurten met een intensievere aanpak om bewoners te ondersteunen bij de woningverbetering en verduurzaming.
Energieloket
Verduurzamingsadviezen
Het Regionaal Energieloket van de gemeente Amsterdam geeft bewoners antwoord op vragen over energiebesparing, verduurzaming, isolatie en aardgasvrij maken van de woning. Voor eigenaar-bewoners (buiten vve’s) is er de landelijke ISDE-subsidie. Die subsidie is bedoeld voor huiseigenaren die minstens twee energiebesparende maatregelen nemen. Het energieloket wordt uitgebreid en bovendien gaat de gemeente de wijken in met een mobiel loket om bewoners te informeren over energiebesparende maatregelen.
De eigenaar-bewoners (buiten vve’s) in voorrangs-buurten kunnen vanaf 2024 gebruik maken van een op maat gemaakt verduurzamingsadvies door een externe adviseur. Dit moet bewoners aanzetten om isolatiemaatregelen te nemen en gebruik te maken van de landelijke ISDE-subsidie.
Collectieve inkoopacties Vanaf 2022 organiseert de gemeente in alle stadsdelen collectieve inkoopacties voor isolatiemaatregelen. Woningeigenaren (buiten vve’s) krijgen een brief om hen te wijzen op deze actie waarmee isolatiemaatregelen op grote schaal tegen scherpe prijzen worden ingekocht. De bewoner wordt geholpen bij de keuze van de juiste maatregelen en gekoppeld aan een aannemer of installateur die vooraf is getoetst op kwaliteitscriteria. Per jaar zijn er twee campagnes, een zomer- en winteractie. Alle maatregelen zijn afgestemd op de hierboven genoemde ISDEsubsidie. Om de deelname aan deze acties te vergroten, passen we het aanbod de komende jaren aan op grond van de ervaringen die we hebben opgedaan. Zo zullen we de acties het hele jaar door organiseren op tijdstippen die beter aansluiten bij de wensen van huiseigenaren. We stemmen ze af op natuurlijke momenten van verbouwing, verhuizing, en dergelijke. Verder zal er een (nog) grotere nadruk komen te liggen op persoonlijk advies, begeleiding en ontzorging.
Voor huishoudens met lage inkomens zijn deze maatwerkadviezen uitgebreider. Bovendien krijgen de bewoners begeleiding bij de keuze van de maatregelen en de beoordeling van offertes voor de uitvoering. De adviezen volgen op een huisbezoek waarbij ook de bouwkundige staat van de woning wordt bekeken. Hierbij komen eventuele problemen aan het licht, zoals gebrekkige ventilatie, vocht en schimmel, of ramen met enkel glas. Deze bouwkundige informatie is cruciaal bij de keuze van passende isolatiemaatregelen. Vanuit het Vangnet is er een subsidie beschikbaar om een of meerdere maatregelen uit te laten voeren (zie hieronder).
Gebiedsgerichte aanpak In enkele van de genoemde buurten werken we aan een gebiedsgerichte aanpak. Dit zijn buurten waar de isolatieopgave om meerdere redenen complex is, bijvoorbeeld door achterstallig onderhoud of omdat er veel ‘gespikkeld’ bezit is. Maar ook omdat er aanvullende eisen kunnen zijn vanuit de wet natuurbeheer of om de ruimtelijke kwaliteit en erfgoed te beschermen. Andere ontwikkelingen die om een integrale en gebiedsgerichte aanpak vragen, zijn bijvoorbeeld de warmtetransitie en de beoogde aanleg van een warmtenet. In al deze buurten is het minder eenvoudig om individuele maatregelen uit te voeren en is er met een
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
collectieve aanpak veel winst te behalen. Bijvoorbeeld door woningen te clusteren, door vergunningsprocessen te standaardiseren of door samen te werken met woningcorporaties en particuliere verhuurders.
Vangnetregeling Voor woningeigenaren in slecht geïsoleerde huizen die over onvoldoende middelen beschikken om hun woning te verduurzamen werkt de gemeente aan een vangnetregeling. De gemeente maakt hiervoor gebruik van de middelen uit het Nationale Isolatieprogramma (NIP) en eigen middelen uit het Isolatieoffensief. De eigenaren kunnen aanspraak maken op een subsidie van € 2.000 per woning. De subsidie uit het vangnet is meerjarig en loopt door tot na 2030. Deze isolatiesubsidie is een eerste stap om eigenaren te helpen om hun woning te verduurzamen en de energiekosten te verlagen. De subsidie is gekoppeld aan een maatwerkadvies waarbij bewoners worden geholpen bij het opvragen van offertes en het aanvragen van aanvullende financiering (ISDE) of de 0 procentlening van het Warmtefonds. Dit ‘stapelen’ van financiële middelen maakt het ook mogelijk om tegelijkertijd twee of meer isolatiemaatregelen uit te voeren.