Uitvoeringsplan Isolatieoffensief 2024-2026.pdf
Tekst van het document
Volkshuisvestingsfonds De gemeente heeft een aanvraag gedaan voor nieuwe middelen uit het Volkshuisvestingsfonds van het Rijk om in Nieuw-West woningen te kunnen verduurzamen en eigenaren te helpen om achterstallig onderhoud weg te werken. Dit geldt voor eigenaar-bewoners van zowel meergezins- als eengezinswoningen. De subsidie zal beschikbaar zijn voor een selecte groep buurten die onderdeel zijn van het Masterplan Nieuw-West. In de selectie van buurten kijken we ook naar de warmtetransitie en verbeteringen in de openbare ruimte. In de uitwerking werken we nauw samen met het stadsdeel. Deze subsidieregeling loopt door tot na 2030.
55
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
56
5.6 Toelichting verhuurders en vastgoed professionals Beschrijving van de doelgroep In Amsterdam worden circa 137.000 woningen verhuurd door commerciële en particuliere verhuurders. Dit is ongeveer 30 procent van de totale woning voorraad. Er zijn zo’n 35.000 verhuurders. Tabel 15 toont het aantal woningen dat verhuurders in bezit hebben, en of deze onderdeel zijn van een vve. Het is een zeer diverse groep van grote institutionele beleggers en kleinere bedrijven, maar ook privépersonen met veel of weinig bezit en stichtingen of verenigingen. Afgelopen kabinetsperiode is er landelijk beleid aangekondigd dat voor sterke veranderingen zorgt in de markt van particuliere verhuur. Er komt wetgeving voor de verplichte energetische verbetering van woningen met EFG-labels. Verder is de Wet Betaalbare Huur in de maak en zijn er reeds hervormingen voor de particuliere verhuur doorgevoerd in het belastingstelsel. Door al deze beleids aankondigingen, en de onduidelijkheid hierover, nemen veel verhuurders een afwachtende houding aan, voordat ze kiezen om te verduurzamen of te verkopen. Uit gegevens van het Kadaster blijkt dat er sinds 2021 een verhoogde omzetting van verhuur naar verkoop gaande is, terwijl de afgelopen tien jaar juist een tegengestelde trend zichtbaar was.
Er zijn veel verschillen tussen de verhuurders voor wat betreft de bouwkundige en energetische staat van de woningen. Net als bij de woningcorporaties zien we dat institutionele beleggers (zeer grote verhuurders) veelal een goede voorraad hebben, met uitzondering van een aantal slechte complexen. Dit komt deels omdat zij overwegend nieuwere woningen hebben, maar ook omdat zij meer investeren in verduurzaming van hun vastgoed. Uit ons onderzoek blijkt dat van de grote verhuurders er een aantal een goede woningvoorraad heeft, maar er is ook een aantal van wie het bezit geen energielabel heeft en dat wordt gekenmerkt door een grote warmtevraag. De groep kleine en middelgrote verhuurders is divers.
Tabel 15 - Particuliere verhuurders naar grootte en binnen of buiten de vve Grootte verhuurder
Aantal verhuurders
Aantal woningen
Aandeel van de woningen in vve’s
Klein <3
31.000
41.621
84%
Middelgroot 4-20
3.000
21.593
51%
Groot 21-350
650
39.827
42%
Zeer groot >350
50
34.150
53%
34.700
137.191
-
Totaal
De woningvoorraad van particuliere verhuurders is over de stad verspreid en een relatief klein deel (circa 15 procent) van de woningen staat in de voorrangsbuurten. Bij de aanpak van de woningen van deze doelgroep kijken we niet per se naar de buurten met grote sociaalmaatschappelijke opgaven, maar kijken we vooral naar energetische staat van de woningen. Hierbij richten we ons op verhuurders die in brancheverenigingen zijn georganiseerd, en specifiek op verhuurders met veel slecht geïsoleerde woningen. Ook maken we gebruik van de contacten die !WOON heeft met huurders die hun woning willen verbeteren of verduurzamen.
Hoe helpen we de Amsterdammers? De invloed van de gemeente op het verduurzamen van particulier verhuurd bezit is beperkt. Anders dan bij woningcorporaties is er nu nog geen wettelijke grondslag om als gemeente afspraken met verhuurders te maken over verduurzaming. Ook is er geen wettelijke grondslag om op te treden tegen de slechte energetische staat van de woningen. Het is onduidelijk of de kabinetsplannen voor de uitfasering van EFG-labels doorgaan.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
57
Versterken samenwerking, bijeenkomsten en convenant Het is vaak lastig om in contact te komen met particuliere verhuurders, vanwege de grootte en de diversiteit van de doelgroep en omdat niet alle eigenaren bekend zijn. Om de markt beter te leren kennen gaat de gemeente hier meer onderzoek naar doen en is de gemeente in gesprek met de brancheorganisaties: Makelaarsvereniging Amsterdam (MVA), Vereniging Verhuurmakelaars Amsterdam (VVA), Vastgoed Belang. Hiernaast is de gemeente in gesprek gegaan met vijf grote vastgoedprofessionals met veel slechte labels of ‘ongelabeld bezit’. Vastgoedprofessionals zijn verhuurders, beheerders, aan- en verkoopmakelaars en verhuurmakelaars. De gesprekken met de marktpartijen gaan door, ook in het kader van goed verhuurderschap waarvoor binnen de AAV meer middelen zijn gereserveerd.
Om de woningvoorraad van particuliere verhuurders te verduurzamen en sneller te isoleren, zet de gemeente in op zes onderdelen die hieronder zijn beschreven. Naast de gemeentelijke inzet kunnen particuliere verhuurders gebruik maken van de landelijke subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen. Naar aanleiding van de resultaten in 2024 kijken we welke instrumenten of projecten we verder kunnen inzetten om verduurzaming en isolatie te versnellen. Daarvoor moeten tegen die tijd aanvullende middelen worden aangevraagd.
Website en energieloket De gemeente werkt aan een herlancering van het energieloket met een pagina voor vastgoedprofessionals, waar zij onder andere terecht kunnen met hun vragen over verduurzaming. Doel is om deze webpagina tweede helft van 2024 in de lucht te hebben.
We zijn op zoek naar manieren om de markt te mobiliseren. Samen met de bereidwillige vastgoedprofessionals organiseren we komende tijd bijeenkomsten om elkaar geregeld te informeren over mogelijkheden voor verduurzaming en over knelpunten, regelingen en overheidsbeleid. Verhuurders vinden energie besparing en verduurzaming belangrijk, maar dit vindt nu vooral bij verhuizing (mutatie) plaats. Om de doelen te halen zal er ook bij zittende huurders en hele complexen gerenoveerd moeten worden. Er wordt ook gekeken naar een convenant, al hebben convenanten over energiebesparing in de gebouwde omgeving in het verleden niet tot resultaat geleid.
Inkoopacties Van november 2022 tot februari 2023 heeft de gemeente een pilot collectieve inkoopactie voor kleine particuliere verhuurders georganiseerd, om hen te stimuleren om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Daarvoor hebben we eerst circa 1.500 huurders aangeschreven en hen gevraagd hun verhuurder over deze actie te informeren. Helaas was de respons erg laag. Daarom is besloten zo’n 700 verhuurders direct te benaderen. Dit leidde uiteindelijk tot 37 aanvragen voor isolatiemaatregelen. Op basis van deze eerste ervaringen zullen we de inkoopactie uitbreiden naar andere groepen van verhuurders, bijvoorbeeld verhuurders die een heel pand in eigendom hebben. Deze zijn namelijk niet gebonden aan belangen en overwegingen van andere eigenaren binnen een vve. Ook besteden we extra aandacht aan particuliere verhuurders bij de reguliere inkoopacties voor vve’s.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Vve’s Een groot deel van de particulier verhuurde woningen is onderdeel van een vve. Van de kleine verhuurders zit zelfs 84 procent in een vve, wat betekent dat ze gehouden zijn aan gezamenlijke afspraken over onderhoud en verduurzaming. De Amsterdamse vve-aanpak richt zich op de verduurzaming van woningen binnen vve’s (zie hoofdstuk 5.4). Particuliere verhuurders in vve’s worden in deze aanpak meegenomen.
Aanpak energetisch slechte complexen Om te onderzoeken of de gemeente bij verhuurders nu al minimale energetische kwaliteit kan afdwingen, is een proef gestart met drie woningcomplexen waar achterstallig onderhoud én slechte energetische kwaliteit samenvallen. Samen met stichting !WOON kijken we wat er mogelijk is binnen de huidige publiek rechtelijke kaders. In plaats van louter handhaven op achterstallig onderhoud, kijken we of we isolatiemaatregelen kunnen meenemen in het handhavings besluit. Aan de hand van een haalbaarheidsonderzoek kijken we welke energie besparende maatregelen gecombineerd kunnen worden met het wegwerken van achterstallig onderhoud of zorgen voor energiebesparing bij bewoners. Hierbij zetten we de investeringskosten van de maatregelen af tegen de vermindering van de energiekosten. De eerste uitkomsten van deze pilot verwachten we in de eerste helft van 2024. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek kan een proactieve handhaving op een minimale energieprestatie worden georganiseerd. Hiermee geven we dan ook gehoor aan het advies van het bewonerspanel om als gemeente toezicht te houden en te handhaven op energielabels. De handhaving kan zich bijvoorbeeld richten op slecht geïsoleerde woningen met een hoge warmtevraag in buurten met grote sociaal-maatschappelijke opgaven.
Hiervoor zullen dan aanvullende middelen worden aangevraagd en moet capaciteit worden vrijgemaakt.
58
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Initiatiefrecht van huurders bevorderen Huurders die willen verduurzamen kunnen via het initiatiefrecht een ‘redelijk voorstel’ tot verduurzaming doen waar de verhuurder gehoor aan moet geven. Dit is een privaatrechtelijke aangelegenheid tussen de huurder en de verhuurder. Stichting !WOON helpt huurders een redelijk voorstel bij de verhuurder neer te leggen. Als de verhuurder toch niet wil meewerken kan de huurder medewerking afdwingen via de rechter zodat de verhuurder de voorgestelde verduurzaming moet laten uitvoeren. In de komende jaren blijft de gemeente !WOON ondersteunen om huurders te helpen bij het nemen van initiatief voor verduurzaming. Bewonersorganisaties gaven tijdens de participatiesessie ook aan dat het initiatiefrecht voor huurders vaak nog onbekend is, dus ook aan de bekendheid hiervan zullen we aandacht besteden.
Energielabels De gemeente is van plan om samen met de Inspectie Leefomgeving en Transport, de toezichthouder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een pilot te ontwikkelen voor de handhaving op het ontbreken van een energielabel bij nieuwe verhuring. Een energielabel is verplicht, maar in de praktijk worden nog altijd veel woningen opnieuw verhuurd zonder energielabel. Begin 2024 willen we starten met een pilot van ongeveer 1.000 nieuw te verhuren woningen zonder geldig energielabel. Als de pilot succesvol is, zullen we dit verder uitwerken en uitbreiden naar andere verhuurde woningen.
59
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
60
5.7 Toelichting Communicatie Voor het slagen van het isolatieoffensief is goede informatie en communicatie over maatregelen essentieel. Uit onderzoek blijkt dat Amsterdammers slecht op de hoogte zijn van de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van energiebesparing en het verbeteren en verduurzamen van woningen. Bovendien zijn er zowel landelijk als lokaal ontzettend veel aanbieders van informatie, producten en diensten. De gemeente wil alle Amsterdammers toegankelijk informeren over de mogelijkheden. We werken aan de volgende initiatieven: • Het beter (overzichtelijk) ontsluiten en toegankelijk maken van het huidige informatieaanbod op amsterdam.nl • De herontwikkeling van een online energieloket • De ontwikkeling van een mobiel energieloket
Het gemeentelijk aanbod op amsterdam.nl De content van ‘Wonen & Leefomgeving’ op amsterdam.nl heeft een andere indeling gekregen met een veel prominentere plek voor de onderwerpen die vallen binnen het isolatieoffensief. Daardoor is de informatie sneller te vinden. Er volgen dit jaar nog enkele updates.
Online energieloket Afgelopen jaren is er een online energieloket gekomen in samenwerking met het Regionaal Energieloket (hierna: REL). Het geeft bewoners antwoord op vragen over energiebesparing, verduurzaming, isolatie en aardgasvrij maken van de woning. De gemeente wil dat het energieloket de komende jaren specifiekere informatie biedt over de verbetering van de Amsterdamse woningvoorraad. Dit loket moet onderdeel worden van de website van de gemeente Amsterdam en samengevoegd worden met de loketten van de vve-aanpak, duurzaam erfgoed en stichting !WOON.
Mobiel energieloket Voor de Amsterdammer die niet uit eigen beweging de weg naar de gemeente vindt voor ondersteuning en mogelijkheden op het gebied van energiebesparing en verduurzaming, ontwikkelt de gemeente een mobiel loket. Het mobiel loket is een makkelijk verplaatsbaar duurzaam huis, ter grootte van een klein vrachtwagentje. Het is een opvallende verschijning die de buurten van Amsterdam intrekt die de Amsterdammer op locatie veel inspiratie biedt. Het doel is om geïnteresseerde Amsterdammers objectief te informeren over en te koppelen aan het bestaande (lokale) aanbod op het gebied van energiebesparing en verduurzaming. De gemeente ontwikkelt voor alle losse projecten en regelingen binnen het isolatieoffensief individuele campagnes en/of middelen die aansluiten bij het overkoepelend kernverhaal waardoor deze herkenbaar worden voor de Amsterdammer. Denk bijvoorbeeld aan de vve-aanpak, collectieve inkoopacties, de vocht- en schimmelaanpak of de energiebespaarservice. In samenwerking met stadsdelen, externe partners en de verschillende disciplines van de directie communicatie werken we aan meer bekendheid van deze projecten en regelingen voor de relevante doelgroepen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
61
5.8 Toelichting Warmtetransitie Het aardgasvrij maken van de stad en het isoleren van Amsterdamse woningen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De warmtetransitie moet hand in hand gaan met energiebesparing, isolatie en woningverbetering. Niet alleen omdat de energiekosten voor bewoners omlaag gaan, maar door een dalende energievraag komen ook duurzamer warmteopties, zowel collectieve als individuele, binnen handbereik. In de Amsterdamse Transitievisie Warmte (TVW) is richting gegeven aan de overstap naar een aardgasvrij Amsterdam. De TVW gaat ervan uit dat buurten waar warmtenetten komen een wijkgerichte aanpak doorlopen en dat buurten waar individuele systemen komen, zoals warmtepompen, een meer geleidelijke en stapsgewijze overstap maken naar duurzame warmte tussen nu en 2040. De afgelopen periode heeft aangetoond dat een gespannen energiemarkt veel huishoudens in energiearmoede drukt. Hierdoor zijn meer mensen bezig met het besparen van het energieverbruik en/of het zelf opwekken van energie. Ook het Rijk stuurt met het NIP op energiebesparing in de gebouwde omgeving. De uitvoering van de warmtetransitie in Amsterdam is daardoor steeds nauwer verbonden met energiebesparing en isolatie. De afgelopen jaren zijn de Amsterdamse aanpakken van besparen en isoleren en de overstap naar duurzame warmte steeds meer naar elkaar toegegroeid.
De komende jaren gaan we dit structureler invullen, uitbouwen en bestendigen.
Wat gaan we doen? In de energieloketten, online en mobiel, brengen we de boodschap van woning verbetering, isolatie, energie besparen, energie opwekken en aardgasvrij als één verhaal. Amsterdammers moeten de verschillende stappen van energie besparing, isoleren en duurzaam verwarmen in samenhang kunnen bekijken en afwegen. Het is uiteindelijk afhankelijk van de persoonlijke situatie van mensen, wie welke stap wanneer zet.
Tijdens het participatietraject werd het belang hiervan ook door professionele betrokkenen onderschreven. Zij wezen erop dat bewoners en eigenaren vaak door de bomen het bos niet meer zien en dat ze behoefte hebben aan één verhaal, in plaats van verschillende losse boodschappen van de gemeente.
Gebiedsgericht werken Binnen Warm Amsterdam zien we dat corporaties de aansluiting op het warmtenet vaak combineren met het isoleren en verbeteren van de woning. Bij de selectie van buurten in Warm Amsterdam is het onderzoek dat we doen voor het isolatieoffensief onderdeel van het afwegingskader. Hierbij wordt zowel gekeken naar sociaal-maatschappelijke opgaven als naar complexen met een hoge warmtevraag. In de tweede tranche van Warm Amsterdam zullen meer vve’s liggen dan in de eerste tranche. De gemeente werkt via de vve-aanpak aan een goed proces en zorgt dat de vve’s in die wijken een advies krijgen over woningverbetering en energiebesparing waarin het aanbod van Warm Amsterdam is meegenomen als optie om aardgasvrij te worden. Dit wordt naast andere warmteoplossingen en daarbij horende maatregelen bekeken. Door gezamenlijk op te trekken met partners leren we welke gebouwen makkelijk aan te sluiten zijn op het warmtenet en waar meer aandacht nodig is. We kijken ook naar het benutten van natuurlijke momenten zoals het vervangen van rookgasafvoerkanalen of (blok) verwarmingsinstallaties. In de ontwikkeling van de gebiedsgerichte aanpak voor eigenaar-bewoners buiten vve’s is de warmtetransitie een belangrijk uitgangspunt. Voor deze woningen zullen vaak een warmtepomp of andere individuele warmtetechniek als meest gangbare oplossing naar voren komen.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
62
5.9 Toelichting Verduurzaming cultuurhistorisch waardevolle panden In dit hoofdstuk gaan we in op de afweging tussen de urgentie van energie besparing en het belang van cultuurhistorisch waardevolle panden en een goede omgevingskwaliteit. We versnellen dit afwegingsproces door verduurzamings maatregelen te bevorderen die recht doen aan de schoonheid van de stad. Gemeentelijke en Rijksmonumenten (Orde 1 panden) vormen een speciale categorie. Om te zorgen voor passend beleid en goede inhoudelijke advisering rondom het verduurzamen van monumenten is de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed opgesteld. Deze uitvoeringsagenda sluit geheel aan op het isolatieoffensief.
Cultuurhistorisch waardevolle panden in Amsterdam Amsterdam is een stad met veel cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Of het nu gaat om de grachtengordel, Plan Zuid, of het Algemeen Uitbreidingsplan, onze stad heeft een internationale reputatie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en bescherming van historische wijken, stadsuitbreidingen en individuele gebouwen. Om de ruimtelijke kwaliteit te bewaken is de bebouwing op pandniveau vastgelegd in waarderingskaarten. Aan de waardering in ordes, opklimmend van basisorde naar orde 1, zijn welstandscriteria gekoppeld die de basis vormen voor de welstandsbeoordeling van bouwinitiatieven en renovatie. Deze criteria liggen vast in de welstandsnota De schoonheid van Amsterdam en bijbehorende bijlagen. Daarin maken we onderscheid in de beoordeling per ruimtelijk systeem3, zoals AUP-gebieden of Gordel ’20-’40. Voor monumenten (Orde 1 panden) gelden aanvullende wettelijke en beleidsmatige eisen aan ingrepen of voor herstel. Deze zijn vastgelegd in het Beleidskader Monumenten. Daarom is voor die categorie het loket Duurzaam Erfgoed ingericht en is er een aparte Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed.
3 De stad is verdeeld in een aantal zones, waarin de bebouwing een gelijksoortig karakter heeft. Deze zogeheten ruimtelijke systemen zijn onderverdeeld in groepen gebieden met ieder een eigen beschrijving. De uitgangspunten en criteria voor beoordeling zijn per groep geschreven. Aan de hand van de beschrijvingen, uitgangspunten en criteria zijn bouwplannen te beoordelen, die passen in het karakter van het systeem en de buurt.
In de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed benoemen we ook de ambities op het gebied van isoleren: • We stellen een Handreiking raamisolatie op met een concreet stappenplan (gereed: Q4, 2023) • We stellen een Handreiking muurisolatie op met een concreet stappenplan (gereed: Q1, 2024) • We zetten in op het vergunningvrij maken van isolatie in specifieke gevallen bij het ingaan van de Omgevingswet (gereed: Q2, 2024) • We maken het bewoners makkelijk door via www.amsterdam.nl/ duurzaamerfgoed advies op maat te geven en zorgen voor bekendheid van het loket Duurzaam Erfgoed. Beschouwen we de isolatieopgave voor de gehele stad, dan zien we dat circa twee derde van de woningen met een hoge of zeer hoge warmtevraag (>100 kWh/m2/jaar) voor isolatiemaatregelen aan de voor-/buitenzijde te maken krijgt met een vergunningaanvraag en een eventuele toetsing aan de criteria uit de welstandsnota. In de voorrangs-buurten uit het Isolatieoffensief gaat het om circa 40.000 woningen in panden van orde-2 en orde-3. Hierin zijn niet alle woningen uit de beschermde stadsgezichten opgenomen, het grootste deel daarvan heeft ook een ordewaardering. Overigens is er voor het isolatieoffensief maar een beperkt aantal aanvullende eisen die voortkomen uit de status van beschermd stadsgezicht.
Voor ‘rijksbeschermde’ gezichten geldt een iets ruimere vergunningplicht, maar in de voorrangs-buurten bevinden zich geen ‘rijksbeschermde’ stadsgezichten. Voor gemeentelijke beschermde stadsgezichten zijn er überhaupt geen aanvullende eisen. Zoals eerder gezegd: isolatiemaatregelen in monumenten en orde-1 panden worden verder uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed en blijven hier dus verder buiten beschouwing. Bij de vergunningscriteria wordt een onderscheid gemaakt tussen wijzigingen aan de gevel (vooral kozijnen) en isolatiemaatregelen aan de binnenzijde. Voorzetwanden, tochtstrips, vloer- en zolderisolatie zijn bij het grootste deel van de bestaande woningvoorraad vergunningvrij. In het optimale scenario is in de gehele Amsterdamse woningvoorraad (met een isolatieopgave) de volledige bouwschil aangepakt. Dat wil zeggen dak, vloer en (binnen)gevel of spouw zijn
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
geïsoleerd, kozijnen hebben isolerend glas en zijn met kierdichting luchtdicht gemaakt. Voor de vochtregulering en het garanderen van een gezond binnenklimaat is er minimaal mechanische ventilatie met natuurlijke toevoer aanwezig (zie hoofdstuk 5.2). Deze isolatiemaatregelen zijn vaak ook goed mogelijk bij monumenten en beeldbepalende ordepanden, maar ze vragen wel om een zorgvuldige uitvoering. Voor de circa 9.500 panden die zijn aangemerkt als rijks- en gemeentelijke monument geldt een vergunningplicht voor wijzigingen aan het exterieur en aan het interieur als het monumentale onderdelen betreft. Voor vragen over de verduurzaming met behoud van erfgoedwaarden is het loket Duurzaam Erfgoed ingericht (www.amsterdam.nl/duurzaamerfgoed).
Hoe helpen we de Amsterdammers? Gemeentelijke- en Rijksmonumenten (Orde 1 panden) – Uitvoeringsagenda Duurzaam erfgoed Gemeentelijke en Rijksmonumenten (Orde 1 panden) vragen een afweging en advisering over behoud van erfgoedwaarden en de verschillende mogelijkheden voor het verduurzamen van woningen. De Uitvoeringsagenda Duurzaam Erfgoed geeft mede invulling aan hoe Amsterdam er de komende jaren voor gaat zorgen dat het erfgoed beter geïsoleerd en verder verduurzaamd wordt. De Uitvoerings agenda sluit geheel aan dit uitvoeringsplan van het isolatieoffensief. Maatregelen en acties zijn afgestemd, zodat er een vanzelfsprekend uitvoeringsproces op gang komt voor het isoleren en verder verduurzamen van monumenten in Amsterdam.
Cultuurhistorisch waardevolle panden De energetische verbetering van cultuurhistorisch waardevolle panden die geen monumentale status hebben, is een essentieel onderdeel van het isolatieoffensief. Ook een groot deel van de woningen in voorrangs-buurten heeft een cultuurhistorische waarde. De kunst is om deze panden te verduurzamen met behoud van die erfgoedwaarden. De oplossing daarvoor is vaak maatwerk bij isolatiemaatregelen. Maar maatwerk betekent wel dat de ingrepen soms duurder zijn en vergunningprocedures langer en ingewikkelder zijn dan bij ‘gewone’ panden. Om de uitvoering van maatregelen zoveel mogelijk
63
te vereenvoudigen, werken we daarom aan goed afgewogen criteria voor standaarddetails en -adviezen, flitsvergunningen en handreikingen met oplossingsrichtingen voor veel voorkomende situaties. Tegelijkertijd is voor veel gelijkvormige woningen of woningcomplexen in gelijkvormige buurten (bijvoorbeeld in eenzelfde ruimtelijk systeem) een verantwoorde vorm van generieke maatregelen, standaardisatie (onder andere trendsetters) en opschaling goed mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor de 19de-eeuwse Ring, de Gordel ‘20-‘40 en AUP-gebieden waar veel grote en uniforme woningcomplexen staan. Zo kunnen we de isolatieopgave realiseren, zonder dat de ruimtelijke kwaliteit van Amsterdam in het geding komt. Het belang van standaardiseren en vereenvoudigen van vergunningprocedures, met respect voor erfgoedwaarden, wordt onderschreven door de adviezen van de professionele betrokkenen en het bewonerspanel in het participatietraject. We werken aan procesverbetering die zorgt voor meer standaardisering en stroomlijning. Dit kan binnen de kaders van de genoemde ruimtelijke systemen en ordepanden als bedoeld in de welstandsnota. Daarbij is het belangrijk om de betrokken partijen al in een vroeg stadium bij de verbeteringen te betrekken om tot breed gedragen oplossingen te komen.
Het gaat om de volgende 4 acties: 1. Het bijstellen van de inhoudelijke criteria bij de beoordeling van verduurzamingsmaatregelen Om de inhoudelijke beoordelingscriteria in de welstandsnota bij te stellen is niet een volledige beleidsevaluatie nodig. De nota is immers al toegesneden op de beoordeling van verduurzamings- en isolatiemaatregelen. We kijken specifiek naar de mogelijke knelpunten en nieuwe ontwikkelingen bij de uitvoering en of de criteria aanpassing of verdere uitleg vereisen. Specifieke aandachtpunten zijn:
• Verduurzamingsmaatregelen die op basis van hardheidsclausules al vaker zijn geaccepteerd.
• Nieuwe inzichten en afwegingen in verband met de urgentie van de klimaatcrisis en de noodzaak om natuurinclusief, circulair en klimaatadaptief te bouwen. • Kostenoverwegingen die van invloed zijn op de criteria.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
2. Het actualiseren van de toestemmingskaders Met de invoering van de Omgevingswet krijgt de gemeente meer beleidsmatige zeggenschap over welke renovatiewerkzaamheden vergunningplichtig zijn, welke een meldingsplicht hebben en welke geheel vergunningvrij zijn. Deze ruimte komt bovenop de werkzaamheden die nu al vergunningsvrij zijn. Vaak zijn dat ingrepen aan de gevel die niet naar de openbare weg is gekeerd. Het uitgangspunt is dat de gemeente de vergunningsplicht door algemene regels vervangt. Zo kan de gemeente bepaalde standaardoplossingen, die voldoen aan redelijke eisen van welstand, vergunningvrij maken. Bij het heroverwegen van de toestemmingskaders wegen we voor de verschillende typen isolatiemaatregelen de voor- en nadelen van de vergunningplicht opnieuw af. 3. Het verbeteren van de dienstverlening in de vergunningsprocessen In de AUP-gebieden is een aanpak ontwikkeld die eigenaren al in de ontwerpfase ondersteunt als zij het pand in één keer willen verduurzamen. Deze benadering kunnen we ook toepassen in andere stadsdelen met veel voorrangs-buurten en een grote isolatieopgave, zoals Zuidoost. De nadruk ligt hier op het creëren van bekendheid en draagvlak bij bewoners, woningeigenaren en uitvoerende professionals. 4.
Verbeterde interne samenwerking Om de genoemde actualiseringen en gewenste versnelling te bereiken wordt samengewerkt tussen betrokken afdelingen en directies, zoals Monumenten en Archeologie, Vergunningen Toezicht en Handhaving en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Hiervoor worden de volgende multidisciplinaire teams opgericht:
• Een team brengt de knelpunten in kaart en bepaalt welke bijstellingen nodig zijn in de welstandsnota, aan de hand van aangedragen oplossingen (ad 1).
• Een team houdt zich bezig met de actualisering van de toestemmingskaders en de VTH- en de advies-werkprocessen daarachter (ad 2).
• Een team houdt zich bezig met de implementatie elders in de stad van de complexgerichte aanpak, naar het praktijkvoorbeeld van de AUP gebieden, bijvoorbeeld in Zuidoost (ad 3). Op deze manier zorgen we ervoor dat cultuurhistorisch waardevolle panden sneller kunnen worden geïsoleerd. Bovendien zullen we regelmatig met aansprekende voorbeelden komen.
64
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
65
5.10 Toelichting Natuurinclusief isoleren In het kader van het isolatieoffensief worden in Amsterdam de komende jaren duizenden woningen verbeterd en geïsoleerd. Het is belangrijk dat dit op een duurzame en natuurvriendelijke manier gebeurt. In muren, onder daken of in andere delen van woningen verblijven vaak beschermde diersoorten zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Bij werkzaamheden bestaat de kans dat leefgebieden en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten verdwijnen en dieren gedood worden. Volgens de Wet natuurbescherming is het verboden om beschermde diersoorten te doden of te storen in hun leefomgeving. Om woningen op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verduurzamen, moet we ecologisch onderzoek doen om vast te stellen of er beschermde diersoorten aanwezig zijn. Als dat zo is, moeten er beschermende maatregelen getroffen worden. Pas dan kan de provincie ontheffing verlenen voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit is op 2 augustus 2023 bevestigd in een uitspraak van de Raad van State. De rechter oordeelde dat uit het ecologisch onderzoek moet blijken of er beschermde diersoorten aanwezig zijn. Als dit het geval is kan men pas met isolatiewerkzaamheden starten als er beschermende maatregelen zijn genomen. Een ecologisch onderzoek kost veel tijd (circa 1-2 jaar) en is kostbaar.
De kosten en de duur van het onderzoek staan vaak niet in verhouding tot de uit te voeren isolatiewerkzaamheden, waardoor woningeigenaren ofwel ontmoedigd worden om hun woning(en) te isoleren of ze vertraging oplopen bij het isoleren van hun woning(en), of ze voeren de werkzaamheden uit zonder onderzoek en/of ontheffing.
Hoe kunnen we initiatiefnemers ondersteunen? De gemeente wil woningeigenaren, waaronder woningcorporaties, ondersteunen bij het verduurzamen van hun woningen. Gezien de recente uitspraak van de Raad van State, kunnen de eisen vanuit Wnb tot een forse vertraging leiden bij de Amsterdamse isolatieopgave. Het werken met een Soortenmanagementplan (SMP) kan hiervoor een oplossing bieden. Dit houdt in dat de gemeente een ecologisch onderzoek laat uitvoeren voor de hele stad en vervolgens maatregelen treft voor de instandhouding van de beschermde soorten. Op grond hiervan kan de provincie een ontheffing voor de Wnb verlenen voor de hele gemeente, die kan worden gebruikt voor (na)isolatiewerkzaamheden. Woningeigenaren hoeven dan niet meer zelf een ecologisch onderzoek uit te laten voeren en een ontheffing aan te vragen. Dit scheelt hen dus veel tijd en geld en de verduurzaming loopt geen vertraging meer op. De grootschalige isolatieopgave gaat ook niet ten koste van de beschermde populaties diersoorten die in gebouwen verblijven, zoals gierzwaluwen, huismussen en diverse soorten vleermuizen. De professionele betrokkenen gaven tijdens het participatietraject aan dat een eenvoudige, simpele procedure hiervoor belangrijk is, net als goede voorlichting van vastgoedeigenaren en adviseurs, omdat velen nog onbekend zijn met de Wet natuurbescherming en de implicaties hiervan.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
66
Opstellen van een ecologisch plan (Soortenmanagementplan) Het opstellen en uitvoeren van een SMP voor de hele gemeente heeft nogal wat voeten in aarde. Vanwege de omvang van het onderzoeksgebied, het aantal beschikbare ecologen en de beschikbare financiële middelen, voeren wij het ecologisch onderzoek gefaseerd uit per stadsdeel of per gebied. De volgorde van de gebiedsgerichte onderzoeken wordt bepaald op basis van de isolatieopgave en urgentie per gebied. We bekijken in de buurten met veel slecht geïsoleerde woningen (met een hoge warmtevraag) en een grote maatschappelijke opgave naar de kans dat bepaalde beschermde soorten in de woningen aanwezig zijn. We doen dit in samenspraak met de corporaties om de gebieden zo veel mogelijk te laten aansluiten op hun EFG-label programmering. In een wijk in stadsdeel Zuidoost zijn we gestart met een pilot SMP. We verwachten dat bewoners in deze wijk in (medio) 2024 beginnen met verduurzamen onder het SMP. We gaan het SMP uitrollen over de hele stad en beginnen in de wijken waar de isolatieopgave het meest urgent is. Het duurt 5 tot 10 jaar voordat een SMP voor de hele stad gereed is. Vooruitlopend op het SMP voor de hele stad wil de gemeente gaan werken met een pré SMP. Dit is een tijdelijke werkwijze waarmee huizen verduurzaamt kunnen worden voordat het daadwerkelijke SMP gereed is.
Door het nemen van een aantal algemene ecologische maatregelen wordt ervoor gezorgd dat er geen dieren worden gedood tijdens de isolatiewerkzaamheden en zorgt men ervoor dat er voldoende alternatieve verblijfplaatsen aanwezig blijven. Deze werkwijze kan vooruitlopend op het SMP ingezet worden voor isolatie bij particuliere, grondgebonden woningen. Sommige provincies werken al met een pré SMP alleen provincie Noord-Holland (bevoegd gezag) wil er niet mee werken. Mede door het aandringen van de gemeente Amsterdam en andere gemeentes is het Rijk momenteel afspraken aan het maken met alle provincies om het werken met een pré SMP mogelijk te maken.
Rol gemeente en aanvragers Omdat de gemeente voor de hele stad een SMP laat opstellen, hoeven woningeigenaren zelf geen ecologisch onderzoek meer uit te (laten) voeren en geen ontheffing aan te vragen bij de provincie. Dit scheelt hen aanzienlijk in tijd en kosten, maar betekent een opgave en lastenverzwaring voor de gemeente. Bovendien is de gemeente ontheffinghouder, dus als er een overtreding is van
de voorwaarden van de ontheffing (Wnb) zou de provincie handhavend op kunnen treden, ook als de gemeente niet de daadwerkelijke overtreder is. Gelijktijdig met het opstellen van het SMP kijkt de gemeente hoe zij in de toekomst om kan gaan met haar rol als ontheffinghouder en hoe aanvragers (eventueel tegen een vergoeding) gebruik kunnen maken van het SMP. Om geen vertraging op te lopen in dit proces worden de kosten van het hele SMP door de gemeente voorgeschoten vanuit het isolatieoffensief. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma wordt geld beschikbaar gesteld voor de versnelling van natuurinclusief isoleren. Amsterdam zal aanspraak maken op deze gelden.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
67
5.11 Toelichting Circulaire en biobased isolatie Het onderzoek naar de woningvoorraad laat zien dat we 1,9 petajoule energie kunnen besparen als we de volledige Amsterdamse opgave van circa 356.000 woningen isoleren volgens de isolatiestandaard van het Rijk. Dit levert een CO2-reductie op van 104.000 ton. In deze besparing is niet de zogenoemde embodied energy van isolatie- en afwerkingsmaterialen meegerekend. Dit is de energie die het kost om deze materialen te produceren en te transporteren, ook wel materiaalgebonden – of scope-3 – emissies genoemd. Behalve het energiegebruik worden ook de andere schadelijke (broeikas)emissies uit het productieproces meegerekend. Het gaat hier om de volledige milieu-impact gedurende de hele levenscyclus van het isolatiemateriaal. De gemeente heeft hier recent onderzoek naar laten doen als onderdeel van het in hoofdstuk 3 genoemde grotere isolatieonderzoek. Hieruit blijkt dat de CO2uitstoot van conventionele isolatiematerialen gemiddeld 2 tot 7 keer zo groot is als de uitstoot van biobased materialen, bij gelijke isolatiewaarde. Conventionele isolatiematerialen worden doorgaans gemaakt van minerale of synthetische grondstoffen. De productie van de meest gangbare isolatiematerialen kost veel energie en zorgt voor veel afval en soms ook voor giftige stoffen (zoals bij de toepassing van PUR).
Dit leidt tot een grote uitstoot van CO2, stikstof en andere schadelijke stoffen. Een alternatief voor deze conventionele isolatiematerialen zijn circulaire of biobased isolatiematerialen. Deze isolatiematerialen komen van reststromen en vaak ook van biogene of hernieuwbare bronnen. Tijdens hun groei leggen biobased materialen CO2 vast en hebben ze dus een positief effect op de CO2-emissies en het klimaat, zeker als ze voor langere tijd in het gebouw worden opgeslagen. In de Agenda Circulair stelt de gemeente het doel om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken. Daar kunnen circulaire isolatie materialen uitstekend aan bijdragen. In de komende jaren werken we er naartoe dat de gemeente in 2026 in staat is te sturen op circulair isoleren, met als doelstelling 50 procent van het isolatieoffensief in 2030 circulair uit te voeren. In 2050 is het isolatieprogramma volledig circulair. Volgend jaar worden deze doelstellingen, in lijn met landelijk beleid, verder uitgewerkt en bestuurlijk vastgesteld.
Kansen voor circulair isoleren Isolatiematerialen, zoals vlaswol, houtvezelplaten en cellulose zijn in Nederland volop beschikbaar en uitgebreid getest en gecertificeerd. Maar in vergelijking met de ons omringende landen gebruiken we in Nederland nog niet veel biobased isolatiematerialen. De gemeente probeert hier samen met de corporaties, woningeigenaren en stakeholders verandering in te brengen. Vaak worden de meerkosten aangegeven als belangrijke belemmering voor het toepassen van circulaire en biobased materialen. Maar het genoemde onderzoek laat zien dat de toepassing van biobased materialen per woning slechts 4 tot 9 procent duurder is dan hetzelfde isolatiepakket met conventionele materialen. De meeste circulaire materialen kunnen op dezelfde wijze worden aangebracht als de gangbare isolatiematerialen en betekenen geen extra werk voor uitvoerders.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
Figuur 12 - Meerkosten circulaire isolatie hele woning naar 50°C
68
Het ministerie werkt aan het invoeren van een extra subsidie voor biobased materialen, binnen de bestaande ISDE en SVVE. Hiermee kunnen woning eigenaren en opdrachtgevers per 1 januari 2024 een groot deel van de meerkosten financieren. Voor particuliere verhuurders en corporaties is er eveneens de Milieu Investeringsaftrek (MIA) waarbij investeerders voor circulaire materialen een hoger percentage mogen aftrekken. Circulaire isolatiematerialen bieden ook grote kansen in de verduurzaming van cultuurhistorisch waardevolle panden (zie h-5.9). Veel biobased materialen lijken namelijk op de traditionele bouwmaterialen die van oudsher in historische gebouwen werden gebruikt. Vanuit bouwfysisch oogpunt zijn deze isolatie materialen interessant omdat ze dampopen zijn en beter passen bij de ‘natuurlijke’ vochtregulering in gebouwen. Aan de hand van de ervaringen in Amsterdamse voorbeeldprojecten werken we aan handreikingen om deze voordelen beter onder de aandacht brengen. De gemeente kan meer bekendheid geven aan circulaire producten en inspelen op recente ontwikkelingen. Zo biedt Amsterdam woningeigenaren en vve’s gratis energieadviezen aan en kunnen we circulaire materialen als optie opnemen in het programma van eisen bij de uitvraag.
Om dit te faciliteren moeten we deze producten en technieken bij adviseurs en opdrachtgevers onder de aandacht brengen, door het geven van voorlichting en cursussen. Dit past in het voornemen van de gemeente om in te zetten op kennisdeling en opleiding van architecten, adviseurs, aannemers en een nieuwe generatie installateurs. Het sluit ook aan bij het voornemen om de kennis van circulaire producten bij bewoners en eigenaren te vergroten. Bij al deze initiatieven maken we gebruik van de kennis die al volop aanwezig is in de keten. Deze werkwijze wordt onderschreven door de professionele betrokkenen die deelnamen aan de kennissessie over het isolatieoffensief. Samen met woningeigenaren en andere betrokkenen kijken we wat er nodig is om na de pilots tot opschaalbare projecten te komen. Corporaties onderzoeken zelf al hoe ze circulaire materialen als standaard in hun programma van eisen kunnen opnemen. De gemeente wil de capaciteit van de markt vergroten en kennis delen over circulair isoleren, zodat vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten.
Isolatieoffensief Het uitvoeringsplan 2024-2026
69
5.12 Toelichting Relatie met het Rijk Dit isolatieoffensief heeft een groot bereik, mede door de stimulering en de regelingen van het Rijk. Het Rijk gaat over de wet- en regelgeving die ervoor nodig is en levert onder voorwaarden financiële bijdragen aan gemeenten en woningbezitters. Afgelopen jaren heeft het Rijk op verschillende onderdelen grote stappen gezet, waardoor er in Amsterdam meer gedaan kan worden aan het verduurzamen van de bestaande voorraad. Voorbeelden hiervan zijn het ophogen en langdurig bestendigen van subsidies voor eigenaar-bewoners en vve’s, het verlagen van het rentepercentage van het Warmtefonds, de nationale prestatieafspraken met corporaties inclusief het wegnemen van de verhuurdersheffing.
Ten aanzien van vve’s trachten we afspraken te maken met BZK over: • Betere financieringsmogelijkheden zoals een verhoging van het leenplafond en een werkbaar rentetarief van 0 procent in het Warmtefonds voor lagere inkomens, en een vangnetregeling. • Verbetering van de voorwaarden voor het Zeer Energiezuinig Pakket (ZEP) zodat dit voor meer vve’s een werkbare optie wordt. Met spoed verduidelijken, vereenvoudigen en uniformeren van de bevoegdheden van vve’s ten aanzien van verduurzaming. • Grotere beschikbaarheid van hoogwaardig advies en procesbegeleiding voor vve’s.
De gemeente heeft op veel vlakken goed contact met het Rijk om knelpunten uit de praktijk aan te kaarten en aan de hand van pilots te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn. Er is namelijk nog veel nodig om de bestaande woningvoorraad sneller te verduurzamen. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zetten we daarom in op de onderstaande onderwerpen meer te doen.
Ook vragen wij om een landelijke eenduidige manier om praktisch om te kunnen gaan met de Wet natuurbescherming, totdat we een SMP hebben, zodat woningeigenaren niet tot kostbaar en tijdrovend ecologisch onderzoek worden gedwongen.
Wij vinden dat de bouwkundige kwaliteit van bestaande woningen naar een aanvaardbaar wettelijk niveau moet worden gebracht met een vastgesteld minimum voor de energetische kwaliteit. De gemeente blijft het Rijk aansporen om in woningverbetering en verduurzaming een wettelijke ondergrens in het Bouwbesluit aan te brengen, zodat de gemeente zo nodig kan optreden. De gemeente pleit ervoor tot die tijd ‘energielekken,’ zoals in woningen met enkel glas, formeel aan te merken als woninggebrek. Als er sprake is van ondermaatse energetische kwaliteit zorgt dit zowel voor hoge energielasten (en hogere uitstoot) als voor vermindering van het wooncomfort. Ook blijft de gemeente Amsterdam erop aandringen dat het Rijk bij de voorgenomen kabinetsplannen naast subsidies ook concrete normen en eisen in het vooruitzicht stelt, zodat particuliere verhuurders en andere woningeigenaren aangemoedigd worden sneller in actie te komen.
Als laatste pleiten wij bij het Rijk voor langjarige zekerstelling van voldoende investeringsruimte voor woningcorporaties zodat zij zich met gezonde bedrijfsvoering kunnen vastleggen op investeringsplannen voor onderhoud en verduurzaming binnen en buiten gemengde vve’s. Belangrijk is daarbij dat de investeringen niet leiden tot verkoop van woningen of lastenverzwaring voor de huurders.
Colofon Isolatieoffensief - Het uitvoeringsplan 2024-2026 Dit plan is samengesteld door Gemeente Amsterdam, Directies Wonen en Ruimte en Duurzaamheid.
Ontwerp Ontwerpwerk
ONT2023079
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders 17 oktober 2023