Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Amsterdam.pdf
Tekst van het document
B
Vasthouden Vasthouden regenwater regenwater buiten buiten stedelijk stedelijk gebied gebied Aandachtsgebied Aandachtsgebied bergingscapaciteit bergingscapaciteit en en Noordzeekanaal maaiveldhoogte maaiveldhoogte irt irt toekomstige toekomstige peilverhoging peilverhoging
Opgaven watersysteem
Waterberging Waterberging buiten buiten gemeentegrens gemeentegrens
Vasthouden regenwater stedelijk gebied
Opgaven watersysteem
Noodoverloopgebied Noodoverloopgebied Amstelboezem: Amstelboezem: Ronde Ronde Hoep Hoep Peilverhoging Peilverhoging door door zeespiegelstijging zeespiegelstijging
IJmeer/ Markermeer
(Mogelijke) (Mogelijke) peilverhoging peilverhoging door door peilbesluit, peilbesluit, waterafvoer waterafvoer en en toename toename hemelwater hemelwater
IJmeer/ Markermeer
Vasthouden Vasthouden regenwater regenwater
?
Waterberging Vasthouden regenwater buiten stedelijk gebied Aandachtsgebied bergingscapaciteit en Waterberging binnen gemeentegrens maaiveldhoogte irt toekomstige peilverhoging Vasthouden regenwater stedelijk gebied
Waterberging buiten Vasthouden regenwater buitengemeentegrens stedelijk gebied
Aandachtsgebied bergingscapaciteit en Aandachtsgebied bergingscapaciteit en maaiveldhoogte irt toekomstige irt peilverhoging maaiveldhoogte toekomstige peilverhoging
Waterberging buiten gemeentegrens
Tijdelijke bergingslocatie Houtrakpolder (zoekgebied)
Aandachtsgebied bergingscapaciteit en maaiveldhoogte irt toekomstige peilverhoging Noodoverloopgebied Amstelboezem: Ronde Hoep Tijdelijke bergingslocatie Houtrakpolder (zoekgebied)
?
Optimaliseren Optimaliseren afvoer afvoer richting richting gemaal gemaal Zeeburg Zeeburg
Peilverhoging door zeespiegelstijging
Noodoverloopgebied Amstelboezem: Ronde Hoep
(Mogelijke) peilverhoging door peilbesluit, Peilverhoging door zeespiegelstijging
Hoogwaterafvoerroute Markermeer Markermeer Hoogwaterafvoerroute via gemaal gemaal Zeeburg Zeeburg via
??
waterafvoer en toename hemelwater
(Mogelijke) peilverhoging door peilbesluit, waterafvoer en toename hemelwater
Vasthouden regenwater
Zoekgebied nieuw nieuw gemaal gemaal Zoekgebied
Vasthouden regenwater
Afwatering: gemaal gemaal of of spuisluis spuisluis Afwatering:
Algemeen Algemeen Waterafvoersysteem Waterafvoersysteem Primaire keringen keringen Primaire Regionale Regionale keringen keringen ++
2
Waterberging binnen gemeentegrens
Tijdelijke Tijdelijke bergingslocatie bergingslocatie Houtrakpolder Houtrakpolder (zoekgebied) (zoekgebied)
Hoofdafvoer onder onder normale normale omstandigheden omstandigheden Hoofdafvoer
1
Waterberging
Aandachtsgebied Aandachtsgebied bergingscapaciteit bergingscapaciteit en en maaiveldhoogte maaiveldhoogte irt irt toekomstige toekomstige peilverhoging peilverhoging
Optimalisering Optimalisering huidig huidig watersysteem watersysteem
46
Optimalisering huidig watersysteem Optimalisering huidig watersysteem
Hoofdafvoer onder normaleonder omstandigheden Hoofdafvoer normale omstandigheden
Amsterdam Amsterdam Rijnkanaal Rijnkanaal
Optimaliseren afvoer richting gemaal Zeeburg
Optimaliseren afvoer richting gemaal Zeeburg
Hoogwaterafvoerroute Markermeer via gemaal Hoogwaterafvoerroute Zeeburg Markermeer
?
Regionale Regionale keringen keringen
via gemaal Zoekgebied nieuw gemaalZeeburg
Afwatering:Zoekgebied gemaal of spuisluis nieuw gemaal
?
Sluizen Sluizen
Algemeen
Afwatering: gemaal of spuisluis
Waterafvoersysteem Primaire keringen Regionale keringen +
Algemeen
de waterafvoer, voor zowel de stad als de regio (zie bovenstaande kaart). Het is daarom noodzakelijk dat deze afvoer goed blijft functioneren. Hier moeten we op letten bij werkzaamheden aan bruggen, kademuren en andere ontwikkelingen in de stad. Samen met omliggende gemeenten en waterschappen moeten we werken aan een strategie voor de toekomst. Hoe gaan we in de komende decennia om met water en welke stappen moeten we daarvoor zetten? We letten niet alleen op het veranderende klimaat, maar ook op waterkwaliteit en de scheepvaart.
1.2.3. Water en groen samen bekijken Water heeft een belangrijke functie voor de stad. Door de verandering van het klimaat komt de ecologische balans van het watersysteem en het omliggende groen onder druk te staan. Hogere temperaturen, een grotere hoeveelheid regenwater, droogte: het heeft allemaal invloed op het ‘blauw’ (water) en het ‘groen’ in de stad. Daarom is het noodzaak blauw en groen op elkaar af te stemmen. Wat is er nodig aan onderhoud, welke afspraken moeten we maken over watergebruik, hoe kunnen we
Waterafvoersysteem
Regionale keringen
de gebruiksdruk in bepaalde gebieden reguleren? Primaire keringen Sluizen Regionaleen keringen + samen te bekijken, kunnen we Door blauw groen Regionale keringen het ecologisch netwerk van de stad in stand houden Sluizen en versterken. De ambitie is een netwerk waarbij iedere Amsterdammer op loop- of fietsafstand een plek heeft met voldoende biodiversiteit. •
B
1
47
2
Casus
Veerkrachtig ontwerpen voor de toekomst
Emissiescenario’s Ontwikkelaar
Plannen, projecten, regels Hypotheken en investeringen
Klimaatrisico
Resilience by Design is een project van de Metropool Regio Amsterdam (MRA). Dit project heeft als doel ervoor te zorgen dat klimaatbestendig investeren in gebiedsontwikkeling het nieuwe ‘normaal’ wordt.”Resilience by design betekent letterlijk ‘Veerkrachtig ontwerpen’ en dát is precies wat we met dit project willen bereiken”, zegt Lot Locher, initiatiefnemer en kernteamlid van het project. “Dat het klimaat verandert is een feit. We weten dat de zeespiegel stijgt en dat het droger, natter en heter wordt. We weten alleen niet hoe snel die veranderingen gaan. Op de één of andere manier moeten we die onzekerheid meenemen in investeringsbeslissingen die we nu doen op het gebied van het nieuwe wonen, werken, infrastructuur en natuur. Omdat alles wat we nu bouwen in de toekomst te maken krijgt met een wezenlijk ander klimaat, zeker als we doorkijken naar 2100. Twee teams bestaande uit mensen met verschillende expertises onder leiding van One Architecture en Defacto onderzochten wat er fout kan gaan wanneer we beslissingen blijven nemen op de manier die we gewend zijn. Vervolgens toonden zij in ontwerpen aan wat nu al anders kan. Eén team doet dat voor de landelijke omgeving en één voor de stedelijk omgeving. Zij hebben op deze manier inzichtelijk gemaakt dat klimaatadaptatie een belangrijk onderdeel kan en moet zijn bij investeringsoverwegingen.”
Klimaatrealiteit en risico’s verbonden aan tijdsperiodes van betrokkenen. Gebasseerd op Team One Architecture, Resilience by Design.
Mogelijk scenario = 4,3 graden Celsius opwarming (RCP 8,5)
Beoogde bruikbare levensduur Werkelijke levensduur van een onderdeel
Waarschijnlijk scenario = 1,7 tot 3,2 graden Celsius opwarming (RCP 4,5)
2000
2020
2050
Lees meer over Resilience by design
2075
2100
B
Essay De toekomst van Amsterdam is (50 tinten) groen Onze steden zijn niet ontworpen voor het nieuwe klimaat; ook Amsterdam moet zich voorbereiden op extremer weer als gevolg van klimaatverandering. Dat zal ingrijpend zijn voor de stad, maar cruciaal om haar leefbaar te houden. Wat hoop geeft is dat Amsterdam zich al bijna 750 jaar aanpast aan de uitdagingen die de leefbaarheid van de stad op de proef stellen. Nu opnieuw is er een noodzaak om plaats te nemen aan de tekentafel en de stad aan te passen aan het toekomstige klimaat. Dat vraagt om grote investeringen en een nieuwe kijk op de inrichting van Amsterdam. Het goede nieuws is dat met een radicale omslag in denken elke euro die geïnvesteerd wordt in klimaatadaptatie zich dubbel en dwars terugverdient. Klimaatadaptatie kan de aanjager zijn om de stad leefbaarder en aantrekkelijker te maken.
48
1
2
B
49
Wageningen University & Research publiceerde eind 2019 een nieuw verhaal voor Nederland in 2120. In die groene toekomstvisie speelt de natuur en het gebruik van natuurlijke processen een cruciale rol voor klimaatadaptatie en andere opgaven zoals biodiversiteit. Analoog aan dat toekomstbeeld bepleiten wij dat ook de toekomst van de stad ‘groen’ is. De klimaatopgave vraagt om een lange termijn toekomstperspectief voor Amsterdam, een nieuw verhaal dat laat zien hoe een compacte historische stad zich kan ontwikkelen tot een florerende en aantrekkelijke wereldstad. In dat verhaal zijn een aantal noties van cruciaal belang.
‘Het creëren van natuurlijke koeling en het welzijn van mens en natuur’ Klimaatadaptatie vraagt grote investeringen, maar biedt vooral een enorme kans om de stad leefbaar en aantrekkelijk in te richten: Met de investeringen in klimaatadaptatie kan de stad zich ontwikkelen van een betonnen jungle naar een stedelijk parklandschap met kwaliteitsgroen dat bijdraagt aan het opvangen en vasthouden van grote hoeveelheden regenwater, het creëren van natuurlijke koeling en het welzijn van mens en natuur. Een fijnmazig netwerk van natuurvriendelijke infrastructuur, zoals natuurvriendelijke oevers, straatbomen en (postzegel) parken is via grotere groene corridors verbonden
‘Zo bieden kademuren als het skelet van de stad enorme kansen voor het ruimtelijk vormgeven van een ‘schaduwinfrastructuur’’ met de Amsterdamse Scheggen en met de Stelling van Amsterdam, die zich daarmee ontwikkelt tot de Klimaatstelling van Amsterdam. Een groen stedelijk weefsel dat bijdraagt aan een aantrekkelijke metropool waar het prettig leven is. Klimaatadaptatie biedt grote kansen om in synergie met andere transities te komen tot integrale oplossingen: Amsterdam staat ook voor andere uitdagingen zoals de energietransitie, de woningbouwopgave, en het herstel van kademuren. Het beschouwen van deze opgaves in samenhang met klimaatadaptatie zal leiden tot integrale, multifunctionele oplossingen in de openbare ruimte. Zo bieden kademuren als het skelet van de stad enorme kansen voor het ruimtelijk vormgeven van een ‘schaduwinfrastructuur’, maar ook voor het verbeteren van de ecologische samenhang van de stad door bijv. het toepassen van innovatieve concepten als ecologische gradiënten in de lengterichting van de grachten. Kademuren kunnen ook bijdragen aan het klimaatneutraal maken van de stad door toepassing van warmtewinning uit grachtenwater. Groen koelt pas echt effectief als het water kan verdampen. Bij het waterbeheer in de stad zijn slimme circulaire
1
2
watersystemen voor regenwater en (grijs) afvalwater, die zowel in de aanvulling van grondwater als in de watervoorziening van het groen voorzien, essentieel. Creëer gemeenschappelijkheid door het ontwikkelen van een lerende stad: Klimaatadaptatie is van belang voor iedereen in de stad, voor burgers, ondernemers, investeerders en bestuurders. Deze gemeenschap zal stapsgewijs mee moeten bewegen met het veranderende klimaat en zo de veerkracht van Amsterdam en het behoud van haar cultuurhistorische waarden moeten waarborgen. Dit is een continue proces van aanpassen en leren, van het samen opstellen van nieuwe normen en richtlijnen. Amsterdam stelt de stad daarom open als living lab voor deze vraagstukken en ontwikkelt met alle partijen kennis die nodig is om duurzame transities te versnellen en op te schalen. •
Tim van Hattum Wageningen University & Research
Gerben Mol AMS Institute
B
50
Aa
en r e lu
ren to ni
Ev a
Klimaatadaptatie heeft invloed op verschillende terreinen, zoals wonen, groen, de openbare ruimte, waterbeheer en gezondheid. In de aanpak en organisatie van klimaatadaptatie draait het daarom om flexibiliteit en samenwerking.
2
Iteratief proces
M o
Hoe organiseren we dit?
A k pa an
1.3
en s s a np
1
1.3.1 Flexibel werken, monitoren en bijsturen Klimaatverandering laat zich niet precies voorspellen. We kunnen dus niet van tevoren overal rekening mee houden. De gemeente Amsterdam experimenteert in de praktijk, om zo te ontdekken welke aanpak het best werkt. We volgen de veranderingen (‘monitoren’), evalueren regelmatig en passen de activiteiten aan waar nodig. Dit is een zogenaamd ‘iteratief proces’.
Voortgang We zullen regelmatig onze plannen en opgaven actualiseren als het gaat om klimaatstress, welke activiteiten we hebben uitgevoerd en welke effecten deze maatregelen hebben. Dit kan ook betekenen dat we de planning of aanpak moeten aanpassen of bijsturen. Monitoring Er is nog veel onbekend over hoe je de transitie naar een klimaatadaptieve stad het beste kunt vormgeven. Daardoor is het verkrijgen van nieuwe inzichten en daarvan leren een belangrijk element. Daarvoor is monitoring van de veranderingen die we teweeg brengen nodig. Het komende jaar gebruiken we daarom om uit te zoeken hoe we de voortgang en effectiviteit van ambities en maatregelen het beste kunnen meten en visualiseren.
B
51
1
2
Een voorbeeld van lokale samenwerking: het buurtgroen in de Hunzestraat. Dit is een project van bewoners met ondersteuning van Natuur&Milieuteam Zuid.
1.3.2 Helder communiceren Iedereen kan helpen Amsterdam klimaatbestendiger te maken. Daarom is het noodzakelijk dat elke Amsterdammer weet hoe belangrijk klimaatadaptatie is. Goede communicatie is dan ook van het grootste belang. We willen mensen bewust maken, inspireren en vooral motiveren: voel je betrokken en kom in actie. Onze communicatie is gericht op: • Persoonlijke aanpak. We zorgen dat onze boodschap dicht bij de doelgroep komt en aansluit bij hun realiteit. Willen we niet allemaal ons hoofd koel houden en onze voeten droog? Een goed voorbeeld is de Koele plekken checker, die op warme dagen laat zien waar je moet zijn voor verkoeling. • Actie. We weten dat mooie voorbeelden en concrete tips om zelf aan de slag te gaan goed werken. Het zorgt voor bewustwording en kan mensen inspireren. Denk hierbij aan mooie voorbeelden uit de buurt die we delen op de lokale social media-kanalen.
• Samenwerken. Iedereen kan zijn steentje bijdragen om Amsterdam klimaatbestendiger te maken. Hiervoor is samenwerking nodig, intern en extern. Als we gebruikmaken van elkaars netwerk en middelen, kunnen we meer bereiken.
Dankzij gesprekken en onderzoek weten we welke onderwerpen de verschillende doelgroepen het meest raken (zie bijlage 1). Dit vraagt om maatwerk in onze communicatie. Het gebruik van beeld en een goede mix van communicatiemiddelen is noodzakelijk. Ook verspreiding van informatie via onze partnernetwerken is belangrijk. Het gesprek met de stad is in 2020 gestart en wordt de komende jaren voorgezet.
B
52
Welke partijen bouwen mee aan een klimaatadaptieve stad?
mmuniceren Co
lueren Eva
Be dri jve Samenwerkin n, g re Be gio na wo al M et Samenwerk ro ing po sta ds de le n Samenwer kin gt us se
Samenwerki ng e xte rn
nitoren Mo
• Samenwerken. Zo hebben we bijvoorbeeld Amsterdam Rainproof opgezet om samen met netwerkpartners te werken aan bewustwording en regenbestendigheid; • Stimuleren. Onder meer door subsidies; • Faciliteren. Bijvoorbeeld door tegelservices te organiseren; • Reguleren. Hier is de ‘hemelwaterverordening’ een voorbeeld van.
uleren Stim
an ap k ak np AaA
De rol van gemeente en waterschappen De gemeente Amsterdam en de waterschappen zetten zich in voor een veilige en leefbare stad, ook op het gebied van klimaatverandering. Hierin zijn we onderdeel van een groot speelveld, samen met alle Amsterdammers, bedrijven in de stad, kennisinstellingen en vele andere betrokkenen. Onze rol is met name:
passen Aan
uleren Reg
Klimaatproblemen kunnen we alleen gezamenlijk aanpakken. Daarom moeten we zowel binnen de gemeentelijke organisatie en waterschappen als met externe partijen in en buiten de stad samenwerken. Alle beetjes helpen, of het nu grote of kleine acties zijn en of je nu bewoner of ondernemer bent. Zo kan iedereen doen wat binnen zijn draagkracht en vermogen ligt.
s oratie corp uw bo ing on W iliteren s, Fac o’ at sta ng ter wa jks Ri n,
1.3.3 Samen bouwen aan een klimaatadaptieve stad
lijke netwerken, Maat scha Lande , n e ppe g n i lijk ell t eo s in s , d V rg n e a i l i l l i g o h H e n i d d an sreg n oor e N isa i o, W K ie c , tie n s i a r v ter s/ ro ne P s ch o, i e n k ap g ht wer pe re eric g s ol d e i b ge n lijke programma’s e nte e me ge n
1
2
B
53
Samen met iedereen in de stad Een klimaatbestendig Amsterdam is alleen te bereiken als de hele stad meedoet. Dat is nodig, want zo’n 50% van de stad is in private handen. De gevolgen van klimaatverandering en mogelijke oplossingen hebben effect op ons allemaal. Een goede samenwerking is daarom essentieel. • Om deze samenwerking vorm te geven, zijn we in 2020 gestart met het gesprek met de stad. In eerste instantie hebben we informatie opgehaald bij bewoners, bedrijven en vastgoedeigenaren. • We hebben (online en op straat) enquêtes uitgezet, (online) bijeenkomsten georganiseerd en informatie verzameld in bestaande overleggen. In de bijlage ‘Gesprek met de stad’ vind je een overzicht van alle gesprekken die we hebben gevoerd en een samenvatting van de uitkomsten. • Dit gesprek met de stad zetten we in 2021 voort en breiden we uit middels een netwerkaanpak. Netwerkaanpak De netwerkaanpak betekent op een proactieve manier samenwerken met het bestaande netwerk en alle relevante partijen en initiatieven in de stad. Zo kunnen we bewustwording creëren en betrokkenen stimuleren om actie te ondernemen. Door vanuit het netwerk te
denken, versterken we de samenwerking. We verbinden en activeren alle partijen die invloed hebben op een klimaatbestendige stad. De gemeente is aanjager en kan in die rol kennis en informatie delen én projecten starten en ondersteunen. Binnen Amsterdam Rainproof hebben we deze netwerkaanpak al toegepast rondom het thema extreme neerslag. Het netwerk dat we hebben opgebouwd, willen we nu omvormen tot iets groters: een vernieuwde, versterkte en verbrede netwerkaanpak voor alle vier de klimaatadaptatiethema’s . Samen met gemeentelijke programma’s De gemeenteraad heeft de duurzame ambities voor Amsterdam vastgesteld. Er zijn veel verschillende programma’s die werken aan onderdelen hiervan. Klimaatadaptatie wordt vaak al meegenomen in de programma’s en in 2021 bouwen we de onderlinge samenwerking verder uit. Samen met de stadsdelen Ook de stadsdelen zijn cruciaal in het klimaatbestendig maken van de stad. Bewoners kunnen hiervoor hun buurtbudgetten inzetten en stadsdelen hebben de ogen en oren om kansen te signaleren in hun gebieden. Daarnaast hebben de stadsdelen ontwerpers in huis die in staat zijn de openbare ruimte klimaatadaptiever te
1
2
maken, klimaatbestendigheid onderdeel te maken van bestemmingsplannen en advies uit te brengen in omvormingsprojecten. Het is daarom belangrijk de samenwerking met de stadsdelen te intensiveren. Samen met de regio Ook regionaal zijn allerlei partijen bezig met de aanpak van het veranderende klimaat. Onze belangrijkste partners vind je in bovenstaand schema . Met deze partijen delen we kennis en kunde én pakken we samen grote regionale opgaven aan. We houden ons onder meer bezig met het opzetten van een weerbare stad, het omgaan met overstromingsrisico’s en veiligheid. Samen met externe partners Niet alleen de gemeente en andere overheden zijn betrokken bij het klimaatbestendig maken van Amsterdam. We bouwen onze samenwerking steeds verder uit, bijvoorbeeld met kennisinstellingen, bedrijven, landelijke netwerken, bewoners, ngo’s, maatschappelijke organisaties en woningcorporaties. Dit hoort allemaal bij ons gesprek met de stad. De belangrijkste activiteiten vind je terug in de kalender.
B
54
1.3.4 Financiën De kosten om onze stad klimaatadaptief te maken én houden zijn hoog. Ze nemen de komende jaren alleen maar toe. Daar staat tegenover dat de kosten van schade die ontstaat als we niets doen, vele malen hoger zullen zijn.
De kosten voor het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte spelen hierin een belangrijke rol. Ook hiervoor geldt dat we inzichtelijk moeten maken hoe hoog deze kosten zullen zijn. Zodra we daar meer zicht op hebben, zullen deze extra kosten worden aangevraagd bij fonds stadsbehoud.
Een klimaatadaptieve stad leidt tot hogere kosten in zowel het fysieke domein (aanleg, het beheer en onderhoud) als in het sociale domein. Naar verwachting zal dit ook financiële consequenties hebben voor bewoners , bedrijven en andere betrokkenen. Zoals in deze uitvoeringsagenda is te lezen worden er in veel projecten al klimaatadaptatiemaatregelen genomen, waarbij de bijkomende kosten al zijn opgenomen in de projectbudgetten. Daarnaast wordt jaarlijks 10% van de Amsterdamse onderhoudsopgave voor de openbare ruimte en de groenvoorziening ingezet om binnen het onderhoud vernieuwende oplossingen te testen en uit te voeren om zo de stad bestand te maken tegen klimaatverandering.
De acties die in deze uitvoeringsagenda staan benoemd worden gedekt uit beschikbare reeds toegekende middelen, vanuit de volgende dekkingsbronnen: • Budgetten specifiek bedoeld voor klimaatadaptatie, waaronder het gesprek met de stad, kennisdeling en communicatie, onderzoek en monitoring, structurele integratie en stimulering van kansrijke projecten (Stedelijk Mobiliteitsfonds, Fonds Stadsbehoud, Groengelden, Rioolheffing, Duurzaam Herstel, Hernieuwd Coalitieakkoord);
De komende jaren zal nauwkeuriger in beeld worden gebracht wat de kosten zijn van klimaatadaptatiemaatregelen, alsmede de financiële effecten ervan. Daarnaast moet worden uitgezocht hoe deze kosten worden gedekt.
• Gemeentelijke subsidieregelingen gericht op groen en het verduurzamen van bedrijfspanden en woningen zoals Subsidieregeling Groen en Subsidieregeling blauwgroene daken Amsterdam 2020: €500.000,-;
• Budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Bij onderhoud wordt klimaatadaptatie zoveel mogelijk meegenomen;
1
2
‘We werken op dit moment met een tijdelijk programma om klimaatadaptatie door projecten en activiteiten een stimulans te geven’
• Budgetten van de landelijke overheid, provincie en waterschappen bedoeld voor klimaatadaptatie zoals de (Tijdelijke) impulsregeling klimaatadaptatie van het Nationale Deltafonds en diverse (Europese) subsidieregelingen voor onderzoek en innovatie, in samenwerking met kennisinstituten en marktpartijen. De gemeente blijft de komende jaren actief op zoek naar cofinanciering vanuit (gemeentelijke) programma’s of door derden. Hierin liggen ook veel kansen voor innovatieve samenwerkingen. We werken op dit moment met een tijdelijk programma om klimaatadaptatie door projecten en activiteiten een stimulans te geven. Uiteindelijk moet het onderdeel worden van ons dagelijkse werk. •
B
55
Inhoudsopgave H2
Wat is de opgave?
2.1
Van strategie naar uitvoeringsagenda
2.2
Wat is er nodig per thema?
Hitte
Droogte
Wateroverlast
Overstroming
H2
2.3
Welke dwarsverbanden zijn er? 1 Groen, waterkwaliteit en biodiversiteit 2 Stad als spons 3 Passen en meten, boven- én ondergronds 4 Klimaatadaptatie verbinden met andere duurzaamheidsopgaven 5 Indirecte effecten van klimaatverandering en -adaptatie
1
2
B
56
2.1
1
2
Cirkels in het Vondelpark om mensen te stimuleren 1,5m afstand te houden om zo het oplopen van COVID-19 te voorkomen.
De invloed van COVID-19
Van strategie naar uitvoeringsagenda Hoe maken we onze ambities concreet? En welke klimaat adaptieve regels zijn nu al onderdeel van het gemeentelijk beleid? Dit hoofdstuk laat zien waar we per klimaatthema staan, waar we naartoe werken én wat er nodig is aan afspraken en onderzoek voor ons nieuwe beleid. Daarnaast maken we ook duidelijk dat we de klimaatthema's niet los van elkaar kunnen zien.
De druk op de openbare ruimte en het groen in de stad neemt toe. Door de Coronacrisis is de behoefte aan meer afstand groter geworden, net als het gebruik van parken voor dagelijkse beweging en een frisse neus. Meer dan ooit zijn we aangewezen op de directe leefomgeving. Op particulier terrein is meer aandacht voor groene buitenruimtes en Amsterdammers deden massaal mee met het wippen van hun tuintegels. Daarnaast is het belang van vitale sectoren – waaronder de zorg, ICT en de energie-, gas- en drinkwatervoorziening – eens te meer duidelijk geworden door deze crisis. De Coronacrisis laat de noodzaak zien om je stad weerbaar, robuust en toekomstbestendig in te richten. Om de stad toekomstbestendig op te bouwen na de crisis is klimaatadaptatie toegevoegd als motor om bij te dragen aan het duurzaam economisch herstel van de stad. De gemeente Amsterdam investeert in duurzaamheidsmaatregelen en werkgelegenheid. De klimaatadaptatiemotor zet met een extra investering van 2,5 miljoen euro in op het klimaatadaptief vergroenen van 100 plekken in de stad daar waar hittestress en waterproblemen het grootst zijn.
Klimaatscenario’s KNMI Landelijk werkt het KNMI aan nieuwe klimaatscenario’s waarin ze de wereldwijde voorspellingen van het VN-klimaatpanel (IPCC) vertalen naar de situatie in Nederland3. Het KNMI verwacht een eerste Klimaatsignaal – een voorloper op de scenario’s – in het najaar van 2021 te publiceren. In 2023 volgen de nieuwe scenario’s, die de bestaande scenario’s uit 2014 vervangen. Mede aan de hand daarvan bekijken wij of we onze focus, aanpak en doelen moeten aanpassen.
B
57
1
2
Vertalen van ambities naar beleid Het schema hiernaast laat zien hoe we onze ambities uit de Strategie Klimaatadaptatie (februari 2020) vertalen naar nieuwe normen, richtlijnen en standaarden, hoe deze aansluiten bij bestaande plannen en waar inspraak mogelijk is. De verkenning naar nieuwe richtlijnen zoals in deze uitvoeringsagenda is beschreven zijn eerste denkrichtingen en is geen voornemen tot nieuw beleid. Ook nu is klimaatadaptatie al op diverse plekken terug te vinden in beleid. Bijlagen 2 t/m 5 laten per klimaatthema een overzicht zien van relevant vastgesteld beleid en daarnaast worden eerste denkrichtingen gepresenteerd ten aanzien van nieuwe richtlijnen.
A. KNMI klimaatsignaal (Q3 2021) B. KNMI klimaatscenario’s (2023)
Nieu w
Signaleren van behoefte o.b.v. doel klimaatadaptatie
e
Verkennen
ichten inz
A. Verkennen mogelijke invullingen van nieuw richtlijnen B. Testen in pilots en living labs in combinatie met van een monitoring en evaluatiestrategie. C. Ervaring van andere gemeenten en waterschappen
Monitoren/evalueren/ bijstellen
Toepassen van richtlijn voordat het vastgesteld beleid is
Implementatie
Pilots en living labs
praak Ins
Vaststellen van richtlijnen in beleid
n
Bedrijve
Het bestuur kan besluiten tot nieuwe richtlijnen zoals in: A. Omgevingsvisie/ -plan/-programma/ -wet Q1-Q4 2021) B. Hemelwaterverordening (Q1 2021) C. Omgevingsprogramma Riolering (Q4 2021) D. Basisveiligheidsniveaus MRA (Q4 2021) E. Diverse relevante beleidsproducten (2021 e.v.)
Voorstel richtlijn opnemen in beleid woners Be
Via proefopstellingen, pilots en living labs test Amsterdam ontwerpoplossingen en nieuwe richtlijnen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door een proefstraat aan te leggen met waterdoorlatende materialen of door de inrichting van de straat aan te passen. Experimenten in de openbare zijn altijd gekoppeld aan een monitoring en evaluatiestrategie en kunnen – indien succesvol – worden opgeschaald en worden toegepast op andere plekken in de stad. Hiervoor is wel goedkeuring nodig van het bestuur of de commissie Puccinimethode.
A. Vrijwillig opnemen als ambitie in de uitvoering B. Testen en evalueren in pilots en living labs
Bewoners en bedrijven mogen inspreken op voorgestelde richtlijnen
Concreet beleidsvoorstel
B
58
1
2
2.2 Wat is er nodig per thema Meer tropische dagen, droogte die zorgt voor funderingsproblemen, ondergelopen kelders door hevige regen en zelfs het risico op overstroming van delen van de stad: het veranderende klimaat brengt allerlei uitdagingen met zich mee.
Hitte Uitdagingen Door klimaatverandering neemt het aantal zomerse en tropische dagen toe. De hitte kan tot verschillende problemen leiden, onder andere op het gebied van
gezondheid, leefbaarheid, biodiversiteit, waterkwaliteit en fysieke infrastructuur (dit zijn onder meer de wegen, bruggen en stroomvoorziening). Juist in een stad als Amsterdam kunnen deze problemen worden versterkt door het ‘hitte-eilandeffect’: materialen als steen absorberen de warmte van de zon en in vergelijking met het gebied buiten de stad is er minder groen en water dat voor ventilatie en verdamping zorgt. Ook zijn er indirecte gezondheidsrisico’s. Op warme dagen groeien in ondiepe waterpartijen botulisme en blauwalgbacteriën razendsnel. Daarnaast lijden dieren onder de hitte, zowel huis-, hobby- en bedrijfsdieren als wilde dieren.
B
59
Ons doel Amsterdam wil bij extreme hitte de effecten voor mens, dier, milieu, economie en infrastructuur zoveel mogelijk beperken. Ons doel is zorgen voor een prettig verblijfsklimaat, zowel binnen- als buitenshuis. We vinden het belangrijk dat hitte een minimale invloed heeft op de gezondheid en leefomgeving. Daarom is het zaak het hitte-eilandeffect terug te dringen. Kwetsbare mensen verdienen extra aandacht, dus we moeten ons focussen op gebieden met kinderopvang, verzorgingstehuizen en chronisch zieken. Groene gebieden zijn van groot belang: ze zorgen voor verkoelende lucht en schaduwrijke plekken. Hobby- en bedrijfsdieren moeten kunnen schuilen in de weide. Juist dit soort essentiële locaties mogen niet in omvang afnemen.
‘Groene gebieden zijn van groot belang: ze zorgen voor verkoelende lucht en schaduwrijke plekken'
1
2
Verkenning naar richtlijnen Om ons doel te bereiken moeten er nieuwe richtlijnen worden ontwikkeld. Juist omdat hittestress iets van de afgelopen jaren is, is de eerste stap een verkenning naar de mogelijke invullingen van de richtlijnen. Dit doen we door samen te werken met experts, door te leren van andere steden en we halen inspiratie uit onderzoeken en aanbevelingen. Uit een eerste inventarisatie zijn tien denk richtingen naar voren gekomen. Deze gaan we verder verkennen en mogelijk komen daar nieuwe richtlijnen uit voort: • Minimale afstand tot een koele plek • Percentage schaduw in de openbare ruimte • Percentage groen per wijktype • Ventilatie en luchtstromen van uit koelere gebieden • Compenseren voor bebouwing en verharding • Stedelijke vorm en inrichting • Temperatuur in binnenruimtes • Reflectie van zonlicht op de openbare ruimte • Materiaalgebruik in nieuwbouw • Verkoelende groene daken
In bijlage 2 is deze verkenning naar nieuwe richtlijnen voor hitte verder uitgewerkt en laten we zien hoe deze richtlijnen zich verhouden tot de uitdagingen die op ons afkomen en welke onderzoeken we gebruiken ter inspiratie . In de Strategie Klimaatadaptatie is meer informatie te vinden over de toekomstige opgaves. •
B
60
1
2
‘De basis voor een klimaatadaptieve aanpak van droogte is een systeem van voldoende water in de bodem’
Droogte Uitdagingen Door neerslagtekort en verdamping ontstaat droogte. Droogte kent verschillende risico’s, waaronder schade aan het stedelijk groen en de ecologie, funderingsproblemen en bodemdaling in parken en landelijke gebieden – met als mogelijk gevolg verzakkingen en beschadigingen. Droogte in de stad is niet alleen een lokaal verschijnsel; het hangt ook samen met de aanvoer van zoetwater via de grote rivieren. Een tekort aan zoet water kan zorgen voor het zouter worden van het water in de grachten, het sluiten van sluizen,
droogvallen van lokale sloten en vijvers en een verbod op het gebruik van oppervlaktewater voor bijvoorbeeld koelwater en besproeiing. Ons doel Amsterdam wil voorbereid zijn op langdurige perioden van droogte. Alleen zo kunnen we schade aan gebouwen, groen, natte en droge infrastructuur en dijken zoveel mogelijk voorkomen of beperken. Om ook bij droogte een prettig leefbare stad te zijn, is een systeem met voldoende bodemwater de basis. We moeten kijken naar de afstemming tussen de verschillende aspecten: de juiste balans tussen ontwatering en bewatering van groen, schommelingen van het grondwater (en de pompen die dit kunnen bijsturen), de opvang van regenwater op de grond en op daken én de wateraan- en afvoer via het watersysteem.
B
61
Verkenning naar richtlijnen Om ons doel te bereiken zal er meer kennis moeten worden vergaard. Dat moet vervolgens leiden tot de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen. Uit een eerste inventarisatie met experts zijn negen denkrichtingen naar voren gekomen. Deze gaan we verder verkennen en mogelijk komen daar nieuwe richtlijnen uit voort: • Robuuste groeiplaats voor groen • Robuuste bodem voor verhardingen • Grondwater landelijk gebied • Grondwater stedelijk gebied • Tegengaan van verzilting • Beter inrichten van parken en recreatiegebieden • Actief grondwater aanvullen • Hemelwaterinfiltratie • Robuuste maaiveldhoogte
In bijlage 3 is deze verkenning naar nieuwe richtlijnen voor droogte verder uitgewerkt en laten we zien hoe deze richtlijnen zich verhouden tot de uitdagingen die op ons afkomen. In de Strategie Klimaatadaptatie is meer informatie te vinden over de toekomstige opgaves. •
1
2
B
62
1
2
We kunnen drie typen wateroverlast onderscheiden: wateroverlast door kortdurende hevige neerslag (vaker in de zomer), wateroverlast door langdurige neerslag (meestal in de winter) en grondwateroverlast. Risico’s zijn onder andere het onderlopen van straten met als gevolg schade aan het wegdek en verslechterde bereikbaarheid, het afsterven van bomen en planten in parken, schade aan kelders en gebouwen, uitval van vitale functies zoals de stroomvoorziening en een afname van de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Wateroverlast Uitdagingen Extreme buien kunnen het openbare leven flink beperken en hinderen. Zeker als het water niet plaatselijk wordt vastgehouden, snel de grond in kan of afvloeit via het watersysteem. Het watersysteem moet daarom goed functioneren. Dit gaat over zowel doorstroming (goede waterafvoer, weinig obstakels) als waterberging.
Ons doel We hebben twee doelen: schade en overlast door extreme regenbuien zoveel mogelijk voorkomen en regenwater gebruiken voor de leefbaarheid van de stad. Dit kan alleen als we goed omgaan met regenwater en zorgen dat er voldoende afstand is tussen het grondwater en de bebouwing. Regenwater is waardevol en moeten we niet simpelweg afvoeren uit de stad. We kunnen het gebruiken voor ons groen en om het grondwater aan te vullen. Traditioneel watermanagement bestond uit het vasthouden, bergen en afvoeren van regenwater. Wij willen dit slimmer en dynamischer aanpakken. De stad wordt een spons die regenwater opvangt, vasthoudt, bergt, hergebruikt en als dat allemaal vol zit afvoert. We hebben plekken nodig om regenwater tijdelijk op te vangen tijdens extreme buien. Ook moeten we zorgen dat ons riool en oppervlaktewatersysteem goed blijven werken. Bij wateroverlast door korte piekbuien of langdurige neerslag slaan we het water zoveel mogelijk
B
63
op in de stad. Waar het mogelijk is, zoeken we naar waterberging in landelijke gebieden rond de stad. In deze natuur- en landbouwgebieden brengt het water minder schade toe. Een goede waterafvoer blijft in natte perioden echter cruciaal om droge voeten houden. Vanuit Amsterdam Rainproof hebben we de afgelopen jaren al hard gewerkt aan oplossingen voor wateroverlast. Onze ambities uit dit project blijven staan en combineren we met de uitdagingen rond hitte en droogte. Hoe moeten we in de toekomst omgaan met de ruimte in onze stad? Hoe kunnen we de afvoer- én sponsfunctie van de stad slim combineren?
Storm, wind en hagel In de Strategie Klimaatadaptie werd niet gesproken over storm, wind en hagel. Toch lijken ook deze weersextremen vaker voor te komen. Storm en wind hebben vooral invloed op de bomen in de stad. De bomen vallen binnen de gemeente Amsterdam onder het beheer van de openbare ruimte en bij noodgevallen onder crisismanagement. Bij de keuze van boomsoorten houden we inmiddels rekening met wind, neerslag en droogte. Ook zetten we bomen in als windbreker, onder meer al bij het Amstelkwartier en Zuidplein.
1
2
Verkenning naar richtlijnen Om ons doel te bereiken moeten er nieuwe richtlijnen worden ontwikkeld. Vanuit de kennis en ervaring die op dit onderwerp de afgelopen jaren is opgedaan werken we toe naar verdere invullingen van de richtlijnen. Uit een eerste inventarisatie zijn dertien denkrichtingen naar voren gekomen. Deze gaan we verder verkennen en mogelijk komen daar nieuwe richtlijnen uit voort: • Hemelwater verwerken waar het valt • Hergebruiken van regenwater • Regenbestendig inrichten openbare ruimte • Vitale en kwetsbare infra en voorzieningen beschermen • Uitgangspunt Openbare ruimte: Groen tenzij • Toepassen van waterpasserende verharding • Nieuwbouw voorzien van 60 mm waterberging • Prestaties afspraken woningcorporaties • Blauw-groene schoolpleinen • Stimuleren aanleg van geveltuinen • Slimme blauw-groene daken (via RESILIO) • Faciliteren bewoners (tegelservice en coaches) • Regentonnen
In bijlage 4 is deze verkenning naar nieuwe richtlijnen voor wateroverlast verder uitgewerkt en laten we zien hoe deze richtlijnen zich verhouden tot de uitdagingen die op ons afkomen. In de Strategie Klimaatadaptatie is meer informatie te vinden over de toekomstige opgaves. •
B
64
1
2
‘Een overstroming kan de stad onbereikbaar maken – ook voor de nood- en hulpdiensten – de stroom en andere vitale functies kunnen uitvallen'
Overstromingen Uitdagingen Gelukkig is de kans op een overstroming in Amsterdam klein. Toch moeten we alert blijven, want de gevolgen van een overstroming zijn groot. Een overstroming kan de stad onbereikbaar maken – ook voor de nood- en hulpdiensten – de stroom en andere vitale functies kunnen uitvallen, er kan schade aangebracht
worden aan de infrastructuur en bebouwing en er kan economische schade ontstaan. Overstromingen kunnen optreden vanuit de Noordzee (via IJmuiden), de Lek, het Markermeer en de regionale watersystemen). Ons doel We willen de kans op overstromingen in de stad nog verder verkleinen en waar mogelijk rekening houden met een zeespiegelstijging. Amsterdam heeft een aantal waterkeringen die we goed moeten onderhouden. De waterschappen zorgen dat deze veilig zijn en voldoen aan de regels. Als gemeente hebben we de taak de waterkeringen niet te doorsnijden of verzwakken. We zorgen voor voldoende ruimte voor toekomstige versterkingen. Ook zijn doorstroming en waterberging belangrijk. We overleggen samen met de waterschappen, omliggende gemeenten en andere
B
65
betrokken partijen over mogelijkheden voor meer ruimte in het watersysteem. Zo kunnen we overtollig water opvangen en zijn we voorbereid op een hoger waterpeil in het Noordzeekanaal. Mocht er toch een overstroming plaatsvinden, dan moeten we zorgen dat de gevolgen zo klein mogelijk zijn. Dit kan door de stad slim in te richten en crisisplannen te maken.
Verkenning naar richtlijnen Om ons doel te bereiken moeten de bestaande richtlijnen worden doorontwikkeld. Dit zal met name betrekking hebben op ontwikkeling van nieuwe gebieden en het veiligheid- en watersysteem. Uit een eerste inventarisatie zijn vijf denkrichtingen naar voren gekomen. Deze gaan we verder verkennen en mogelijk komen daar nieuwe richtlijnen uit voort: • Preventie • Gevolgbeperking door ruimtelijke inrichting • Gevolgbeperking door crisisbeheersing • Voorsorteren op zeespiegelstijging • Samenwerking in regioverband
In bijlage 5 is deze verkenning naar nieuwe richtlijnen voor overstromingen verder uitgewerkt en laten we zien hoe deze richtlijnen zich verhouden tot de uitdagingen die op ons afkomen. In de Strategie Klimaatadaptatie is meer informatie te vinden over de toekomstige opgaves. •
1
2
B
66
1
2
2.3 Welke dwarsverbanden zijn er? De aanpak van hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen overlapt elkaar. Zo zijn er oplossingen die meerdere doelen tegelijkertijd dienen. Daarnaast zijn er dwarsverbanden met andere ambities van de gemeente, zoals de energietransitie en opgaven in het sociaal domein.
Het realiseren van klimaatadaptieve maatregelen kan niet zonder rekening te houden met andere uitdagingen in de stad: het zorgen voor meer woonruimte, de energietransitie en de uitbreiding van de nutsvoorzieningen, bijvoorbeeld. Samen zorgt dit voor een grote druk op de beperkte ruimte in de stad, zowel boven- als ondergronds. De stad moet ook leefbaar en bereikbaar blijven. De vijf overkoepelende opgaven Met de onderstaande vijf opgaven moeten we de komende jaren aan de slag. Ze zijn onderling met elkaar verbonden, overlappen, beïnvloeden en versterken elkaar.
1 Groen, waterkwaliteit en biodiversiteit Voldoende ruimte voor plant en dier hangt nauw samen met klimaatbestendigheid. Op plekken waar ruimte is voor biodiversiteit, zijn ook grote kansen voor klimaatadaptatie – zowel op het droge als in het water. De thema’s waterkwaliteit en biodiversiteit zijn daarom sterk verbonden met klimaatbestendigheid. De uitdaging is deze relatie te gebruiken in projecten en klimaatadaptieve ruimte voor plant en dier te ontwikkelen (zowel groen als blauw). Dit kan op allerlei manieren. Zo willen we waterberging onderdeel maken van het groenontwerp. Ook kunnen we hittestress beperken met behulp van (blauw-)groene daken en
B
67
1
2
Kleine groene oases in de stad waar regenwater wordt opgevangen. Dit helpt het groen in droge perioden.
‘De stad moet meer water gaan opnemen zoals een spons’ voldoende groene plekken in de stad, juist op die plekken waar klimaatverandering het meest voelbaar is. We willen delen van het watersysteem vrijhouden van gebruiksdruk. Zo kan het leven hierin zich ontwikkelen, samen met het omliggende groen zoals oevers, plantsoenen en parken. De Rivierenbuurt is een goed voorbeeld van een plek waar groen en klimaatadaptatie hand in hand gaan. Zo worden hier wadi’s aangelegd en doen we onderzoek naar het effect van bomen bij hitte en wateropname. In de Groenvisie 2020-2050 beschrijven we vier doelstellingen om te komen tot de gewenste groene stad4.
1. We zorgen voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen; 2. We zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven; 3. We maken en beheren de stad natuur-inclusief; 4. Aan groen werken we samen.
2 Stad als spons De stad moet zoals een spons meer water gaan opnemen. Op daken, in het groen en in de ondergrond. Het gaat daarbij allereerst om het zoveel mogelijk opvangen en vasthouden van regenwater op de plek waar het valt. Ook willen we regenwater hergebruiken
of tijdelijk een plek geven om het vervolgens vertraagd af te voeren naar bodem, oppervlaktewater of riool. Zo vergroten we de leefbaarheid in de stad en verminderen we de problemen in het regionale watersysteem. Om dit voor elkaar te krijgen, hebben we deze mogelijkheden: • Daken en gevels. Een dak heeft veel meer mogelijkheden dan alleen een huis bedekken. Zo zorgt het gemeentelijke programma Klimaatneutraal ervoor dat er op steeds meer daken zonne-energie wordt opgewekt en zorgt het RESILIO-project voor blauw-groene daken in de stad. Op deze daken kunnen we water opslaan, ze zorgen voor minder hittestress en meer biodiversiteit. De ambitie is
B
68
om de komende jaren meer regie te krijgen op de verschillende functies op het dak en de samenhang; • Grondwater. Het grondwater is van grote waarde voor de sponsstad. Door slimmer te balanceren met grondwaterpeilen voorkomen we dat we steeds afhankelijker worden van snelle aan- en afvoer via riool en grachten. Hiervoor moeten we werken aan gebouwen en infrastructuur die kunnen omgaan met ernstige neerslag en stijgend grondwater; • Rainproof-maatregelen. We kunnen de openbare ruimte regenbestendig inrichten door deze bijvoorbeeld te vergroenen of wadi’s aan te leggen. Ook stimuleren we woningeigenaren om tegels uit hun tuinen te halen en werken we met de Hemelwaterverordening, die stelt dat nieuwbouw verplicht regenwater moet opvangen en verwerken; • Ruimte voor het (regionale) watersysteem. Het is belangrijk om (nog meer) water vast te kunnen houden in de veenpolders, droogmakerijen en de stad zelf. We willen ruimte toevoegen in het watersysteem, zorgen dat het waterpeil indien nodig kan stijgen en water kunnen afvoeren met extra pompen en gemalen.
1
2
Passen en meten, boven- én
3 ondergronds
We hebben als stad flink wat eisen en uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie, de energietransitie en connectiviteit (5G-netwerken). Dat heeft grote invloed op de ruimte die we boven- en ondergronds hebben, zeker in bepaalde delen van de stad. Het is zaak al deze eisen en uitdagingen gezamenlijk te bekijken en in te plannen. Zo kunnen we de stad betrouwbare en duurzame nutsvoorzieningen geven. We voorkomen dat dit een wildgroei wordt en vermijden een overdosis aan ingrijpende wegwerkzaamheden. Klimaatadaptatie vraagt om ruimte, zowel onder-
als bovengronds, maar is ook een manier om nutsvoorzieningen klimaatbestendig te maken. Zo kunnen we de grond boven drinkwaterleidingen bijvoorbeeld groen maken, wat weer zorgt voor verkoeling. Van één ding moeten we ons bewust zijn: misschien kunnen we niet al onze ambities op alle plekken waarmaken, simpelweg vanwege ruimtegebrek. Het is een afweging die we met zorg moeten maken.
B
69
1
2
Multifunctioneel dak op de Oostelijke Handelskade 12 waarbij groen, waterberging en zonne-energie wordt gecombineerd.
‘Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat zonnepanelen een hogere opbrengst leveren op een (blauw-)groen dak’
4
limaatadaptatie verbinden met andere K duurzaamheidsopgaven
We gebruiken klimaatadaptatie om de stad voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Tegelijkertijd hopen we een deel van deze klimaatverandering tegen te gaan. Hiervoor heeft de gemeente Amsterdam verschillende programma’s, waaronder Amsterdam Klimaatneutraal, Aardgasvrij en Circulaire Economie. De energietransitie speelt hierin een belangrijke rol. We willen deze transitie graag koppelen aan klimaatadaptatie. Dit kan bijvoorbeeld op het dak. Uit onderzoek blijkt namelijk dat zonnepanelen een hogere opbrengst leveren op een (blauw-)groen dak5. Daarnaast kunnen we als de straat ergens wordt
opengebroken, bijvoorbeeld voor een warmtenet, meteen klimaatadaptieve maatregelen nemen. Dit noemen we ‘koppelkansen’. Ze zijn te vinden op verschillende schaalniveaus, van dak tot wijk.
Indirecte effecten van
5 klimaatverandering en -adaptatie Hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen hebben ook indirecte effecten. Door hitte, hevige buien en droogte staat de kwaliteit van het oppervlaktewater bijvoorbeeld onder druk. De mildere winters blijken goed te zijn voor sommige planten en diersoorten die juist negatieve gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Zo wordt het hooikoortsseizoen
langer en heftiger door klimaatverandering6. De klimaatadaptieve maatregelen die we treffen, kunnen ook dit soort negatieve effecten met zich meebrengen: meer groen betekent meer risico op hooikoorts en meer teken. Uiteraard willen we deze effecten zoveel mogelijk beperken. Als dit niet gaat, willen we laten zien hoe je hier het best mee kunt omgaan. We weten ook dat klimaatverandering de maatschappelijke ongelijkheid kan vergroten. Niet iedereen is (financieel) even goed in staat zich voor te bereiden op klimaatverandering. Daarom hebben we extra aandacht voor kwetsbare groepen. We willen de komende jaren meer inzicht krijgen in de indirecte gevolgen en hoe we hiermee kunnen omgaan. Speciale aandacht zal uitgaan naar de gevolgen in het sociale domein. •
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
Inhoudsopgave
Bijlagen
B1
Gesprek met de stad
B2
Hitte vastgesteld beleid verkenning nieuwe richtlijnen
B3
Droogte vastgesteld beleid verkenning nieuwe richtlijnen
B4
Wateroverlast vastgesteld beleid verkenning nieuwe richtlijnen
B5
Overstromingen vastgesteld beleid verkenning nieuwe richtlijnen
70
1
2
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
B1 Bijlage
Gesprek met de stad
71
1
2
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
72
1
2
Op de volgende manieren is informatie opgehaald: • Enquête klimaatadaptatie voor bewoners: In totaal hebben hier 403 bewoners van Amsterdam aan deelgenomen (57% via straatinterviews, 43% via online onderzoek verspreid via social media). 60% van de respondenten komt uit West, Centrum en Oost; overige stadsdelen zijn iets minder vertegenwoordigd. De meeste respondenten hebben een koopwoning, huren van een corporatie (beide 38%) of van een particuliere verhuurder (20%). Alle respondenten zijn 15 jaar of ouder, waarbij de groep 26 - 45 jaar iets is ondervertegenwoordigd en de groep boven de 45 jaar iets is oververtegenwoordigd. • Online enquête voor Amsterdamse ondernemers: In totaal hebben 73 ondernemers deelgenomen, maar niet alle deelnemers hebben alle vragen beantwoord. • Online vragenlijst, verspreid door middel van een flyer over de tegelservice. • Op het festival ROEF, door middel van het spel ‘over de streep’. • Op het Climate Adaptation Festival in de Kromhouthal. • Netwerkevent Amsterdam Rainproof.
• Informele gesprekken met een aantal bedrijven, waaronder de NS en Port of Amsterdam. • Meet-up Marineterrein Amsterdam, de stad van morgen. • Afspraak groen ondernemen NS. • Gesprek met groenaannemers in de GroenKring • Green Business Club. • Inventarisatie Knelpunten Gebruiksdak Dakencollectief. • Buurtverhalen RESILIO: zes interviews. • Enquêtes Groene Huisvesters (hittestress, blauwgroene daken en tuinen).
'In totaal hebben hier 403 bewoners van Amsterdam aan deelgenomen' In verband met de maatregelen omtrent de coronacrisis heeft het gesprek met de stad met name online plaatsgevonden.
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
Samenvatting van de uitkomsten per doelgroep Bewoners • Bewoners merken de afgelopen drie jaar dat het klimaat is veranderd. Dit merken zij vooral aan extreme warmteoverlast en in mindere mate (ook) aan overlast door hevige regenbuien. • Duurzaamheid en groen zijn belangrijke thema’s voor Amsterdammers. Ook is men het erover eens dat bestaand groen liefst nog groener wordt en/of dat groen in de plaats komt van stenen. Bovendien is de bereidheid om zelf tijd/geld/energie te stoppen in het groener maken van het eigen huis/tuin/dak erg groot. • Veel bewoners die een tuin bezitten, zijn bereid om tegels uit hun tuin te verwijderen. De meest genoemde verklaringen hiervoor zijn: dat groen mooier is, omdat stenen heet worden in de zomer, en voor meer biodiversiteit. • Uit de enquête onder de bewoners blijkt dat bijna driekwart van de respondenten zich zorgen maakt over de gevolgen van het extremer wordende weer, vooral over de stijging van de temperatuur en de toenemende wateroverlast. • Een grote groep inwoners heeft zelf al maatregelen genomen tegen overlast door klimaatverandering of is bereid om hier maatregelen voor te treffen. Voorbeelden van maatregelen die bewoners nemen
zijn: extra groen planten, zorgen voor extra schaduw, het huis isoleren, tegels uit de tuin halen, regenwater opvangen, een groene gevel of een groen dak aanleggen. • Er zijn ook bewoners die aangeven dat ze belemmeringen ervaren en daarom (nog) geen maatregelen treffen. Belemmeringen die worden genoemd zijn: te weinig geld, woonsituatie (huurwoning), te veel gedoe of te weinig tijd. • Opties die door de bewoners worden genoemd om deze belemmeringen weg te nemen: de gemeente zou maatregelen kunnen financieren of subsidiëren, de gemeente zou bewoners en andere partijen (o.a. verhuurders/woningcorporaties) actief kunnen betrekken door hen voor te lichten, te adviseren en te stimuleren om zelf maatregelen te treffen. • Een tip uit de Indische Buurt is om de voorlichting over blauw-groene daken niet door middel van een brief plaats te laten vinden (zoals met de zonnepanelen): die leest men toch niet. Laat in plaats daarvan de jongeren uit de buurt de eigen buurtbewoners voorlichten, zodat ze ook het enthousiasme kunnen overbrengen. • Bewoners geven de volgende suggesties mee aan de gemeente: leg meer groen aan en pas oplossingen voor wateropvang en -afvoer toe. Blijf inwoners continu voorlichten over de mogelijkheden om zelf aan de slag te gaan en bied hen hulp aan bij het groen(er) inrichten van tuinen. Bied ook hulp
73
1
2
aan bij het aansluiten van regentonnen, organiseer een vervolg op de tegelservice, leg een maximale verhardingsgraad voor tuinen vast, verplicht woningbouwcorporaties om blauw-groene daken aan te leggen en subsidieer groene daken. Bedrijven • Ondernemers geven aan dat ze klimaatveranderingen ervaren. Voorbeelden daarvan zijn de toegenomen hitte in kantoorpanden, het feit dat beplanting/groen meer water nodig heeft en in sommige gevallen wordt ook wateroverlast ervaren. • Ondernemers geven aan dat ze het belangrijk vinden dat hun pand tegen extreem weer bestand is. Daarnaast vindt een groot deel van de ondervraagde ondernemers het belangrijk om een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. • Voorbeelden van maatregelen die worden genoemd zijn: het aanbrengen van zonnewering, groen aanplanten rondom het bedrijfspand en het toepassen van oplossingen voor het hergebruiken van water (o.a. door het gebruiken van een regenton). Enkele ondernemers hebben een (mobiele) airco aangeschaft. • Suggesties die worden gedaan zijn: voorzie in kaarten met actuele informatie (o.a. stresstestkaarten op maps.amsterdam.nl), betrek bedrijven al tijdens de voorbereiding bij een project, zodat zij actief kunnen meedenken (groene aannemers), richt een gebied
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (maart 2021)
anders in om lokale hitteoverlast tegen te gaan (bijvoorbeeld door andere soorten vegetatie, meer wadi’s en andere groenplannen) en maak het effect van maatregelen beter inzichtelijk. • Ondernemers verwachten van de gemeente dat er in de stad meer groen komt en dat er meer subsidie, advies en beleid komt om vergroening en verduurzaming te stimuleren. Vastgoedeigenaren • Volgens corporatiemedewerkers die de enquête hebben ingevuld, vindt bijna de helft van de huurders hittestress een belangrijk thema. Bijna twee derde van de medewerkers zegt weleens klachten van huurders te ontvangen over oververhitting van de woning. Hittestress staat dus zeker op de agenda bij corporaties. • Maatregelen die nu al worden getroffen tegen hittestress zijn het toepassen van isolatie en buitenzonwering. Het aanleggen van groene of blauw-groene daken wordt nog in mindere mate als maatregel toegepast. Communicatie richting bewoners over het voorkomen van hittestress krijgt relatief weinig aandacht. Corporaties adviseren hierbij huurders om zelf maatregelen te treffen, zoals buitenzonwering aanschaffen, een airco installeren, meer water drinken en rustig blijven. • Enkele corporaties kijken ad hoc naar maatwerkoplossingen als dergelijke problemen zich
voordoen: na ontvangst van klachten van huurders over oververhitting voeren zij zelf onderzoek uit naar het temperatuurverloop in de woning en zoeken dan, in overleg met de bewoners, naar een oplossing op maat. • Belemmeringen die worden genoemd door het dakencollectief en woningcorporaties zijn onder andere: er worden minder klimaatbestendige daken en dakterrassen aangelegd dan mogelijk is als gevolg van (soms tegenstrijdige) gemeentelijke regelgeving, welstandnota’s, bouwbesluiten en/ of bestemmingsplannen. Ook is de benodigde informatie en kennis binnen woningcorporaties slechts gebrekkig aanwezig en wordt er gebrekkig geregistreerd. Corporaties zoeken daarnaast naar hun rol. Ook heerst er een gebrek aan beleid en regelgeving, zijn er vaak andere prioriteiten, is er slechts een beperkt budget en heerst er onduidelijkheid over verantwoordelijkheid en/of regie. • Suggesties voor verbeteringen zijn onder andere: verminder de fragmentatie van regelgeving en visie betreffende het gebruik van daken, stel informatie beschikbaar wat betreft de aanpak van hittestress en groene en blauw-groene daken. Richt daarnaast de werkwijze rond vergunningverlening voor gebruiksdaken op een andere manier in en richt een loket op waar alle kennis over regelgeving omtrent multifunctionele daken wordt verzameld, zodat deze kennis en informatie kan worden gedeeld met marktpartijen en dakeigenaren.
74
1
2
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
B2 Bijlage
Hitte Ambitie
Bij extreme hitte beperken we de effecten voor mens, milieu, economie en infrastructuur zoveel mogelijk en gaan we het stedelijke hitteeilandeffect terugdringen. We hebben als doel dat Amsterdam een prettig verblijfsklimaat (zowel binnen- als buitenshuis) biedt waar klimaatverandering/extreme hitte dus minimale invloed heeft op de gezondheid en leefomgeving van haar inwoners en bezoekers. Daarbij verdienen kwetsbare inwoners extra aandacht. Daardoor is er focus nodig op gebieden waar risicogroepen zoals baby’s, ouderen en chronisch zieken zijn gehuisvest, in combinatie met hittegevoelige woningen.
Opgaven
Op basis van interne risicodialogen is een inschatting gemaakt van de gevolgen van hitte voor Amsterdam. In de Strategie Klimaatadaptatie zijn deze opgaven benoemd en onderverdeeld in zeven categorieën: gezondheid, binnenruimte, buitenruimte, netwerken, waterkwaliteit, uitstoot en sociale ongelijkheid. De acht opgaven met de hoogste prioriteit zijn op de volgende pagina in willekeurige volgorde weergegeven.
75
1
2
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
Hitte Invloed op gezondheid en gedrag. De koelingsmechanismen van ouderen werken minder goed en ook jonge kinderen kunnen sneller opwarmen. Binnenklimaat voor risicogroepen. Tropische dagen kunnen leiden tot hoge temperaturen in schoollokalen, kinderopvangcentra, verouderde huizen, verzorgingshuizen etc. Ook speelpleinen kunnen minder geschikt worden om te spelen. Woningen. Ook woningen warmen op. Mensen kunnen slecht slapen en hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen Arbeidsproductiviteit. Comfort in gebouwen neemt af en als gevolg neemt ook de arbeidsproductiviteit in de binnenruimte af. Het comfort in de buitenruimte neemt ook af en als gevolg ook de arbeidsproductiviteit. Druk op openbare ruimte. Tijdens tropische dagen gaan Amsterdammers massaal op zoek naar de koele plekken in de openbare ruimte (waaronder parken en water), waardoor de druk op buitenruimte toeneemt. Leefbaarheid buitenruimte. Door hitte wordt de buitenruimte onaangenaam om in te verblijven, winkelen of recreëren. Waterkwaliteit en biodiversiteit. In hete perioden gaan Amsterdammers massaal het water in, ook op plekken waar dat niet veilig is i.v.m. scheepvaart en/of waterkwaliteit (blauwalg).Opwarming van oppervlaktewater kan ook gevolgen hebben voor de biodiversiteit. Sociale ongelijkheid.
De gevolgen van klimaatverandering treffen iedereen, maar mensen die minder te besteden hebben of die door verschillende redenen geïsoleerd zijn, trekken mogelijk aan het kortste eind. Zij kunnen bijvoorbeeld hun huis niet verkoelen, zijn minder mobiel om buitenshuis een koele plek te zoeken, zijn minder goed bestand tegen hitte, hebben onvoldoende financiële middelen om hun huis te herstellen na schade door extreem weer. Hierdoor kan sociale ongelijkheid toenemen.
76
1
2
B
Bijlage bij Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (april 2021)
1
77
2
Druk op openbare ruimte
Leefbaarheid buitenruimte
Sociale ongelijkheid
Percentage schaduw: Om de koele plekken gedurende extreme hitte voor iedereen bereikbaar te houden is het noodzakelijk om op langzame verkeersroutes voldoende schaduw te realiseren.
Percentage groen: Afhankelijk per wijktypologie dient een minimaal percentage groen per wijk vastgesteld te worden. We zetten erop in dat het groen in de stad niet mag afnemen ten opzichte van de huidige situatie.
Ventilatie: Bebouwing en de openbare ruimte binnen een kilometer van een koeler gebied mogen geen obstakel/blokkade vormen voor de potentiële ventilatie richting stedelijk gebied.
Compenseren bebouwing/verharding: Een toename van bebouwing/ verharding leidt niet tot een toename van de gevoels- en luchttemperatuur in de directe omgeving.
Stedelijke morfologie: We richten de openbare ruimte zodanig (opnieuw) in zodat dit leidt tot een verbetering van de gevoels- en luchttemperatuur.
Binnenklimaat: Binnenruimtes en met name slaapvertrekken worden tijdens een maatgevende hittedag niet warmer dan 27°C en koeling ervan leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-) ruimtes/openbare ruimte in de directe omgeving.
Reflectie: Gebouwen weerkaatsen bij de hoogste zonnestand niet meer dan 20% van zonlicht richting de openbare ruimte.
Materiaalgebruik: Bij nieuwbouw van gebouwen moet de gevel van het gebouw zodanig ingericht worden, dat de maximale luchttemperatuur direct op de gevel ten minste bijvoorbeeld 5 tot 8 °C lager is dan de maximale luchttemperatuur die zonder maatregelen zou optreden
Verkoelende groene daken: Daken worden zodanig ingericht/gebouwd om opwarming van de gebouwen en daarmee het binnenklimaat te beperken.