TKN - 7 Zorg (35) 03 ESPON ACPA policy handbook_NL.pdf
Tekst van het document
Ten tweede brengt het barrièremodel op zich een nieuwe manier van testen en onderzoeken van de kwaliteit en validiteit van zorgverleners.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
22
Veelbelovend initiatief: social trials in Amsterdam Gedurende de afgelopen jaren heeft hoogleraar dr. Anne-Mei The de Sociale Benadering van Dementie ontwikkeld, als tegenhanger van de traditionele klinisch benadering. De klinische benadering behandelt dementie als hersenziekte die uiteindelijk opgelost kan worden door effectieve medicatie. Niet alleen brengt dit hoge medische kosten met zich mee, het leidt er ook toe dat mensen die aan dementie lijden gaan geloven dat zij onbekwaam en ontmenselijkt zijn geworden. In plaats daarvan willen dementie-patiënten het liefst hun normale leven zoveel mogelijk voortzettend, samen met hun dierbaren. The’s Sociale Benadering van Dementie legt de nadruk niet alleen op de medische behandeling, maar ook het effect op het persoonlijke leven van de patiënten en hun informele support-netwerk. Samen met PwC berekende hoogleraar The dat door middel van een meer sociale benadering en het twee weken extra thuis laten wonen van dementie-patiënten dankzij goede support-netwerken, de zorgsector 700 miljoen euro per jaar kan besparen. Om het model te testen, startte The een experiment genaamd de Social Trial – eerst in Amsterdam, maar nu uitgebreid naar meerdere Nederlandse steden.
In de Social Trials worden support-netwerken gevormd door “maatjes” als kern, omringd door verplegers, psychologen, andere gezondheidszorg-professionals en vrijwilligers als back-up. In de Social Trials, probeert het support-netwerk het type zorg vast te stellen dat overeenkomt met de behoeften en wensen die door de patiënt worden geuit. Leden van het netwerk brengen bijvoorbeeld huisbezoeken om met de persoon te praten – omdat mensen met dementie zo normaal mogelijk willen worden behandeld – en voeren taken uit als dagelijkse boodschappen of het organiseren van vrijetijdsactiviteiten voor de persoon. Persoonlijke aandacht en het creëren van een gevoel van veiligheid en gezelligheid staan centraal in de benadering. Figuur 3.4: Schematisch overzicht van een ondersteunend netwerk De eerste resultaten laten zien dat: ▪ Mensen met dementie hogere kwaliteit van leven ervaren ▪ Ze daarom significant minder verlangen hebben om euthanasie te plegen; ▪ Als gevolg van vermeden ziekenhuisopnamen, dalen gezondheidszorgkosten significant.
Bron: Tao of Care
De Social Trials vragen om een uitgebreide samenwerking tussen verschillende zorgaanbieders, variërend van gemeenten tot aanbieders van kortdurende en langdurige zorg. Deze worden momenteel gefinancierd door verschillende Nederlandse zorgwetten, waardoor een gecompliceerde klantreis en een inefficiënte toewijzing van zorgbudgetten ontstaat. De Social Trials experimenteren daarom met het verwijderen van partities in de huidige zorgwetten en -budget. Het concept wordt ondersteund door de Nederlandse minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hugo de Jonge. Als de resultaten inderdaad overtuigend zijn, zal het landelijke dementiezorgsysteem zich hierop aanpassen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
23
3.3
Goede communicatie is de sleutel
Het is één ding om perfect beleid en activiteiten voor ouderen te ontwerpen. Toch is het iets anders om met deze beoogde diensten uw doelgroep te bereiken. Ouderen kunnen niet op dezelfde manier worden aangesproken als andere bevolkingsgroepen. Het vereist een speciale outreach-strategie om ervoor te zorgen dat oudere mensen uw plannen en activiteiten opmerken en dat ze ook daadwerkelijk komen opdagen. Communicatie is een zeer belangrijk element in een dergelijke strategie. Hieronder hebben we een aantal handige tips geschetst met betrekking tot onder meer succesvolle communicatie, die door historische ervaring zijn verzameld.
Wie wil ik bereiken? Iedereen weet dat een succesvolle communicatiestrategie een overtuigend antwoord kan zijn op de vijf W's: wat, wie, waarom, waar en wanneer? Het logische antwoord op de vraag 'wie?' lijkt misschien simpelweg 'alle ouderen'. De senior bestaat echter niet. Er zijn grofweg twee verschillende (sub) groepen ouderen: 65-80 jaar en 80-plussers. De laatste groep is voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog opgegroeid met een geest van collectivisme en hecht veel waarde aan zorg en steun, maar vindt het vaak ongemakkelijk erom te vragen. Deze senioren gebruiken zelden digitale apparaten. Daarentegen heeft de jongere groep, tussen 65 en 80 jaar, geleerd onafhankelijker te zijn en "de dag te plukken". Toch is het bovenstaande beeld behoorlijk vereenvoudigd. Het omvat niet noodzakelijkerwijs allochtone ouderen, kwetsbare ouderen, ouderen die de voorkeur geven aan culturele activiteiten of ouderen die de voorkeur geven aan sportactiviteiten. Het is dus belangrijk om heel doelbewust uw doelgroep te specificeren – anders bestaat het risico dat een senior zich uitgesloten en helemaal niet aangesproken voelt. Digitaal versus analoog Communicatie en marketing lijken een steeds digitaler fenomeen te worden. De ervaring leert echter dat ouderen de voorkeur geven aan analoge kanalen boven digitale kanalen.
Dit geldt in hoge mate voor de groep van 80 jaar en ouder, maar ook de jongere generatie heeft deze voorkeur. Alet Klarenbeek, oprichter van UP! – te zien in Deel 2, pagina's 34-35) – deed samen met Nederlandse studenten onderzoek naar informatiegebruik van ouderen. Ze concludeert dat de meeste senioren informatie krijgen via mond-tot-mondreclame, meestal van hun kinderen of andere familieleden en vrienden. Lokale kranten zijn vaak een secundaire informatiebron. Deze bevinding wordt bevestigd door de meeste van de succesvolle voorbeelden die in het volgende hoofdstuk worden gepresenteerd. In de meeste van deze voorbeelden wordt geconcludeerd dat het succes (en de continuïteit) van het initiatief sterk afhankelijk is van sleutelfiguren, influencers die de boodschap onder hun collega's verspreiden.
Content in de juiste taal Hoewel mond-tot-mondreclame in de eerste plaats zou moeten worden gebruikt, is het extra inzetten van gedrukte media wenselijk. Bij gedrukte media moeten keuzes gemaakt worden over inhoud en taal. Ouderen hebben relatief meer moeite met het filteren van waardevolle informatie dan anderen. Daarom moet een brief, flyer of poster beknopt zijn en moet het ontwerp duidelijk en overzichtelijk zijn, maar toch aantrekkelijk en uitnodigend blijven. Een duidelijk te onderscheiden koptekst met een uitnodigend en activerend bericht is het eerste noodzakelijke element. Ten tweede is een foto of afbeelding ook effectief. Het moet gemakkelijk herkenbaar zijn – bijvoorbeeld met een situatie die wenselijk of aantrekkelijk is voor
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
24
de persoon. De resterende ruimte is voor (beknopte) tekst. Deze combinatie moet worden gepresenteerd met goed contrastgebruik, omdat ouderen soms moeite hebben met zien. Naast het ontwerp is ook het juiste taalgebruik belangrijk. Hoe ouder de doelgroep is, hoe formeler het taalgebruik moet zijn. Moeilijke woorden moeten worden vermeden – een op de zes mensen heeft moeite met basisgeletterdheid. Wat mogelijk nog belangrijker is, is het vermijden van stereotypen en stigmatisering. Het gebruik van de woorden ‘senior’ en ‘ouderen’ moet worden vermeden: senioren voelen zich niet verbonden met deze etiketten. Hetzelfde geldt voor woorden als 'kunst', 'cultuur', 'politiek', 'filosofie', 'technologie' enzovoort: een algemene reactie is dat de senior niet in aanmerking komt, omdat hij of zij er niet goed genoeg in is. Bij het beschrijven van diensten of activiteiten is het verder belangrijk om achtergrondinformatie samen met de kerninformatie te presenteren. Zo willen veel ouderen graag meer weten over de toegankelijkheid voordat ze besluiten te gaan. Dat wil zeggen: hoe kom ik daar? En is de locatie goed bereikbaar? Het is handig om een telefoonnummer op te geven dat de senior kan gebruiken om aanvullende informatie te verkrijgen. De kust van het overtuigen Sommige ouderen zijn gemakkelijk te overtuigen, terwijl anderen meer overtuigingskracht nodig hebben.
Enkele praktische tips kunnen hierbij helpen. Een daarvan is om de beperkende gedachte te herhalen. Verwijs bijvoorbeeld naar iemand die zich ook ongekwalificeerd of onbekwaam voelde, maar toch de moed vond en volledig verrast was over hoe positief zijn of haar ervaring was. Ten tweede kan het gebruik van gericht beeldmateriaal een duwtje geven. Het gebruik van foto's waarop mannelijke deelnemers zijn afgebeeld, heeft aangetoond dat het aanzienlijk meer mannen aantrekt, vergeleken met een foto van een overwegend vrouwelijke groep deelnemers. Dit kan handig zijn voor activiteiten waarbij het van oudsher moeilijk is om mannelijke senioren aan te trekken. Laat de deelnemers ten slotte hun eigen leeftijdsgenoten overtuigen. Vertrouwen is hier essentieel. In plaats van ambtenaren of projectvertegenwoordigers, hebben ouderen zelf een veel grotere impact op andere senioren in de buurt en overtuigen ze hen eerder dan de traditionele recruiters, omdat ze worden vertrouwd.
3.4
Leren van vergrijzingsbeleid
Tot slot is het erg belangrijk om ervoor te zorgen dat uw inspanningen voor een leeftijdsvriendelijke stad een interactief en iteratief leerproces zijn. Hierbij gaat het om beleidsevaluatie. Het evalueren van uw beleid en initiatieven levert u conclusies op over noodzakelijke verbeteringen en wanneer de resultaten worden gedeeld met andere beleidsmakers en uitvoerders, biedt dit hen bruikbare inzichten om in hun activiteiten te implementeren. De eerste stap om een efficiënte evaluatie mogelijk te maken, is een duidelijk begrip van uw interventielogica. Dit definieert de projectdoelstellingen en verwachte resultaten op een meetbare manier. Pas wanneer dit duidelijk is, is het mogelijk om de effectiviteit van uw beleid en activiteiten te beoordelen door de aanvankelijke en uiteindelijke situatie met elkaar te vergelijken. Met behulp van de interventielogica is het dan mogelijk om tussentijds of achteraf een evaluatie uit te voeren. Dit gebeurt vaak met behulp van een evaluatiekader. Het relateert de doelstellingen aan de geleverde inspanningen (activiteiten en outputs) en de daarvoor gebruikte middelen (inputs), evenals de uiteindelijke resultaten (uitkomsten) en de impact op langere termijn op een hoger niveau. Figuur 3.5 schetst hoe zo'n kader het voorbeeld van de Rosa busser kan dienen (p. 32-34).
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
25
Figuur 3.5: Voorbeeld van een evaluatiekader
Bron: eigen uitwerking door consortium
Leren van mislukkingen Het is het vermelden waard dat naast het focussen op successen en de factoren die daaraan ten grondslag liggen, het focussen op minder succesvolle verhalen een andere waardevolle bron voor leerervaringen is. In dit opzicht kan het voorbeeld van La Libellule (Nantes) worden gegeven. Dit was een initiatief op het gebied van vervoer dat niet is gelukt. Het concept was om in twee gemeenten voertuigen en vrijwillige chauffeurs ter beschikking te stellen om ouderen en andere mensen met beperkte mobiliteit te helpen bij het verplaatsen binnen hun district. Het werd voornamelijk door senioren gebruikt voor medische afspraken of om naar de markt te gaan. Het ADT, dat verantwoordelijk is voor het transport in Nantes Metropole, merkte echter op dat er slechts enkele verzoeken werden ingediend. De dienst werd nauwelijks gebruikt. Een van de belangrijkste beperkingen was het feit dat het niet mogelijk was om buiten de wijk te gaan, de beperkte tijdsintervallen waarin de dienst beschikbaar was en het feit dat de procedure voor het aanvragen van assistentie niet gebruiksvriendelijk was: het was een ingewikkelde administratieve procedure die vaak niet werd begrepen door de oudere gebruikers.
Hoewel het initiatief geen succes is, heeft het wel geprobeerd een hoofdzakelijk probleem aan te pakken waar ouderen, vooral mensen met beperkte mobiliteit, nog steeds mee te maken hebben. Een andere faalfactor is het onnodig gebruik van technologie om ouderen te bereiken. In Amsterdam heeft de gemeente een particulier adviesbureau ingehuurd om het project ‘Amsterdam Vertelt’ te monitoren (bijlage, p. 101). Voor het monitoren is een online-enquête gestuurd naar de bij het programma betrokken ouderen. Er kwam echter nauwelijks respons op, omdat ouderen het te moeilijk vonden om de enquête in te vullen of zelfs niet wisten dat ze voor de enquête waren uitgenodigd.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
26
4 Overzicht van good practices Het ESPON ACPA-onderzoek heeft tot een groep leeftijdsvriendelijke good practices geleid die kunnen helpen bij het aanpakken van de verschillende uitdagingen waarmee ouderen worden geconfronteerd. Dit hoofdstuk belicht acht voorbeelden: één per domein van het WHO-kader voor Age-friendly City en één per casus. Zo vindt u minimaal één voorbeeld dat past bij uw beleidsterrein. U kunt de resterende voorbeelden delen met uw collega's die werken aan verschillende domeinen met betrekking tot vergrijzing. Tabel 4.1: Overzicht van de gepresenteerde good practices, per bijbehorend WHO Age-friendly City-domein
Domein 1. Buitenruimtes en gebouwde omgeving 2. Transport en mobiliteit 3. Huisvesting
Voorbeeld van een good practice Comercios amigables con las personas mayores (Leeftijdsvriendelijk winkelen) Rosa busser Viure i Conviure (Wonen en Delen) UP! – een nieuwe kijk op ouder worden
4. Sociale participatie 5. Respect en sociale inclusie 6. Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid 7. Communicatie en informatie 8. Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg
Arbeidsparticipatie Vrouwen Etnische Minderheden Working well (Gezond werken)
Stad Zaragoza Oslo Barcelona Amsterdam Hengelo Greater Manchester
Life filming Maison des Aidants (Huis voor mantelzorgers)
Göteborg Nantes
De meeste good practices zijn gericht op sociale aspecten. Hiervoor zijn twee verklaringen. Allereerst is sociale participatie en inclusie een topprioriteit in de belanghebbende steden. Ten tweede zijn de gemiddelde kosten van deze maatregelen lager dan maatregelen op andere gebieden. Zo is het aanbieden van gratis openbaar vervoer voor ouderen veel duurder dan het organiseren van sociale activiteiten met hulp van vrijwilligers. Een nadeel van de sociale initiatieven is dat het vaak moeilijk is om het effect van deze initiatieven te meten. In gevallen waarin effecten zijn gemeten, wordt dit in de tekst vermeld. Na tabel 4.1 worden de acht verschillende good practices in meer detail beschreven. Ze kunnen dienen als inspiratie voor steden die leeftijdsvriendelijker willen worden. Voor elke goede praktijk hebben we uiteengezet: •
het ontwerp en de levering van diensten;
•
de impact ervan, kijkend naar directe output en (langere termijn) impact;
•
geleerde lessen – met speciale aandacht voor de overdraagbaarheid van het voorbeeld naar andere steden en contexten.
Bent u geïnteresseerd geraakt in meer inspirerende voorbeelden, dan kunt u het beste een kijkje nemen in de bijlage (vanaf pagina 44) voor nog 25 good practices. Ze zijn te vinden onder dezelfde kleuren die overeenkomen met de acht domeinen, zoals in dit hoofdstuk.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
27
4.1
Buitenruimtes en gebouwde omgeving
Comercios amigables con las personas mayores (Leeftijdsvriendelijke winkels) Stad
Zaragoza
Geografische focus
Stadsbreed
Gelanceerd in; huidige status
2015; lopend
Meer informatie
Comercios Amigables. Ayuntamiento de Zaragoza (online) Campaña Comercios Amigables Personas Mayores (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening De leeftijdsvriendelijke winkels (Comercios amigables con las personas mayores) proberen een netwerk van lokale bedrijven te creëren dat toegankelijk, gebruiksvriendelijk, attent en gevoelig is voor de behoeften van ouderen. Ze bevorderen ook de participatie van ouderen, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van lokale bedrijven en adviseren over welke veranderingen er nodig zijn om hen leeftijdsvriendelijk te maken.
Doelgroep Het initiatief staat open voor alle lokale bedrijven in de stad Zaragoza.
Bron: gemeente Zaragoza
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden Het initiatief is een van de acties die door oudere mensen werd geïdentificeerd tijdens de participatieve diagnose van de stad, uitgevoerd toen Zaragoza lid werd van het WHO-netwerk. Het Technisch Bureau voor Ouderen houdt toezicht op het project en ondersteunt zowel de winkels als de ouderen die betrokken zijn bij de uitvoering van het initiatief. Het Bureau is ook verantwoordelijk voor het bekendmaken en monitoren van de resultaten van het initiatief. Hiervoor coördineert het Bureau met andere afdelingen binnen de gemeenteraad om de verspreiding te helpen.
Effectiviteit en impact Impact Ongeveer 670 winkels maken deel uit van dit initiatief – 131 winkels meer dan in 2018. Naarmate het netwerk van Vriendelijke Winkels groeit, groeit ook het bewustzijn over de behoeften van ouderen. Door te focussen op het verbeteren van de kwaliteit van de dienstverlening, komt het ook andere segmenten van de samenleving ten goede.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
28
Monitoring van resultaten Het Technisch Bureau voor Ouderen houdt regelmatig toezicht op het project, dat ook werd beoordeeld als onderdeel van de evaluatie van het Actieplan 2014-2018 dat de stad ontwikkelde nadat ze in 2011 lid werd van het Wereldwijde WHO Netwerk van Age-friendly Cities en Communities. Ouderen die deelnamen aan de evaluatie hebben de rol van dit project positief beoordeeld, vooral omdat het betrekking heeft op de fysieke toegankelijkheid van de winkels.
Innovativiteit Nieuwe methode: een belangrijk kenmerk van dit initiatief is de betrokkenheid van ouderen bij de beoordeling van de winkels die zich voor lidmaatschap aanmelden bij het netwerk van Leeftijdsvriendelijke Winkels.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Het initiatief is nog niet elders herhaald. Dit initiatief kan echter gemakkelijk worden overgedragen naar andere omgevingen, omdat het geen context-specifieke voorwaarde heeft.
Leerpunten Oudere mensen winkels laten beoordelen op hun "leeftijdsvriendelijkheid" en de noodzakelijke veranderingen voorstellen, is essentieel voor de relevantie en effectiviteit van dit initiatief. Tegelijkertijd is de inzet van deelnemende winkels (die hier niet commercieel van profiteren) nodig om het initiatief te laten slagen. In die zin bevorderen leeftijdsgevoelige bewustmakingscampagnes die dit initiatief op gemeenschapsniveau uitvoeren, zodat ouderen de winkels in hun buurt beoordelen, ook de buy-in en ondersteuning van de gemeenschap en vooral van deelnemende winkels.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
29
4.2
Transport en mobiliteit
Rosa busser Stad
Oslo
Geografische focus
Nordre Aker; Sagene; Vestre Aker
Gelanceerd in; huidige status
2016; 2018; 2019; lopend
Meer informatie
Oslo kommune - Aldersvennlig transport (rosa busser) (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Het ‘Rosa busser’ concept is een deur-tot-deur service beschikbaar voor mensen ouder dan 67 jaar, met een chauffeur die is opgeleid in het assisteren van ouderen met cognitieve of mobiliteitsproblemen. Leeftijdsvriendelijk transport is ontwikkeld als antwoord op de behoefte aan een flexibel transportsysteem. Het helpt de visie te bereiken om mensen in staat te stellen een onafhankelijk, veilig en actief leven te leiden. Onafhankelijk zijn heeft een grote impact op de volksgezondheid, omdat het eenzaamheid en isolement voorkomt en bijdraagt aan een sociale interactie, een gevoel van voldoening en een hernieuwde levenslust. Het kan een bijdrage leveren aan het genereren van sociaaleconomische waarde, omdat het goedkoper en klimaatvriendelijker is dan andere vormen van vervoer voor ouderen. De tickets zijn gebaseerd op standaardconcessietarieven van 18 NOK (+/- 1,70 EUR). Leeftijdsvriendelijk transport is een initiatief en samenwerking tussen transportbedrijf Ruter en dochterbedrijf Konsentra en de gemeente. Het wordt positief ontvangen in het proefstaddistrict Nordre Aker, is sindsdien beschikbaar geworden in Vestre Aker en Sagene en het gebruikersaantal neemt gestaag toe. De minibusjes hebben 16 zitplaatsen en ruimte voor één rolstoel. Het aantal beschikbare bussen is afhankelijk van de grootte van het stadsdeel.
Zo heeft Nordre Aker drie bussen, Vestre Aker heeft er vier en Sagene heeft er één (2019).
Doelgroep De doelgroep is die van 67 jaar of ouder. De bus is ook beschikbaar voor rolstoelgebruikers en rollatorgebruikers. Van september 2018 tot juli 2019 waren er 1.833 unieke gebruikers van de dienst, met een gemiddelde van 2,56 gebruikers die op elk moment in de minibus waren. Bron: Ruter
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden Leeftijdsvriendelijk transport wordt gecoördineerd en beheerd door Konsentra, een dochteronderneming van Ruter; het openbaar vervoerbedrijf in Oslo en Akershus. Het wordt momenteel volledig gefinancierd door het Ministerie voor Ouderen, Gezondheid en Werkgelegenheid, aangezien het concept relatief nieuw is en nog geen aanzienlijke inkomsten heeft gegenereerd uit ticketverkoop. De pilot voor leeftijdsvriendelijk transport werd uitgevoerd in het stadsdeel Nordre Aker en is sindsdien uitgebreid naar de districten Vestre Aker en Sagene. Er zijn plannen om er een stadsbrede dienst van te maken. Systeemontwikkelaars in Ruter hebben ouderen betrokken bij de ontwikkeling van de nieuwe mobiele applicatie voor het transportsysteem, om er zeker van te zijn dat het leeftijdsvriendelijk was.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
30
Effectiviteit en impact Impact Een van de belangrijkste visies van Oslo is om haar senioren zich veilig, actief en betrokken te laten voelen. Om dit te kunnen realiseren is leeftijdsvriendelijk transport essentieel. De directe output van het transportsysteem hangt samen met het gemak van reizen, activiteiten uitvoeren zoals vaker vrienden zien, boodschappen doen en het blijven leiden van een gewoon leven leiden ondanks leeftijd en mobiliteit. Het is ook een alternatief voor de taxiservice, inclusief de TT-service (aangepast vervoer), wat de gebruiksdrempel verlaagt. Op de lange termijn zal leeftijdsvriendelijk vervoer bijdragen tot een verbetering van de volksgezondheid, met name de geestelijke gezondheid, aangezien de gebruikers vaker met leeftijdsgenoten omgaan. Leeftijdsvriendelijk vervoer verbetert de levenskwaliteit voor een segment van de bevolking dat anders misschien binnen de grenzen van hun eigen huis zou zijn opgesloten en die minder geneigd zouden zijn om de diensten en activiteiten in hun stadsdeel te gebruiken.
Monitoring van resultaten Veranderingen in de kwaliteit van leven zijn moeilijk te monitoren, maar Ruter voert gebruikersonderzoeken en interviews uit. Konsentra houdt het aantal individuele gebruikers bij, het aantal ritten en uren en het aantal mensen per rit. Ook de stadsdelen voeren zelf gebruikersonderzoeken uit en kunnen een verhoogde levenskwaliteit bij de gebruikers melden. Uit de interviews bleek bovendien dat leeftijdsvriendelijk vervoer een positieve bijdrage levert aan het vermogen van gebruikers om deel te nemen aan sociale activiteiten en langer actief te zijn. Het hoge gebruik per persoon laat het gat in de markt zien en de behoefte die deze vorm van vervoer vervult. In de stadsdelen waar dit wordt aangeboden, neemt het aantal gebruikers continu toe.
Innovativiteit Transportdiensten op maat zijn niet nieuw, maar de sociale innovatie van deze dienst is nieuw voor Oslo. Het samenwerkingsinitiatief tussen het stadsdeel en Ruter en later met het Ministerie voor Ouderen, Gezondheid en Werkgelegenheid is ook nieuw, omdat het belanghebbenden combineert die anders niet zouden samenwerken. Bovendien gaat het aan de slag met en test het wat wordt gezien als de toekomst van het openbaar vervoer – een on-demand service die wordt aangestuurd door zijn gebruikers.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Het initiatief wordt in 2020 in Trondheim geïntroduceerd, wat laat zien dat het initiatief overdraagbaar is. Het initiatief is niet afhankelijk van specifieke omstandigheden, maar werkt mogelijk ook goed in nietstedelijke gebieden met grotere afstanden en minder toegang tot het openbaar vervoer.
Leerpunten Er is een aanzienlijk potentieel om het leeftijdsvriendelijke businitiatief voort te zetten, vooral als het financieringsmodel opnieuw wordt geëvalueerd. Dit type leeftijdsvriendelijk vervoer kan veel van de huidige gebruikers van de TT-diensten helpen overhevelen en daarmee zowel financieel als wat betreft het milieu besparen. Dit transportconcept laat ook de noodzaak zien om sectoroverstijgend te werken om een leeftijdsvriendelijke stad te bereiken. Een van de grootste lessen die is geleerd, is het aansnijden van interdisciplinaire onderwerpen op een manier die aantrekkelijk is en relevant is voor de verschillende afdelingen die werken aan het verbeteren van het leven van de burgers in Oslo. Dit leeftijdsvriendelijke vervoer heeft ook aangetoond dat het van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat ouderen zich veilig, actief en onafhankelijk voelen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
31
Huisvesting
4.3
Viure i Conviure (Samen leven en delen) Stad
Barcelona
Geografische focus
Alle stadsdistricten
Gelanceerd in; huidige status
1996; lopend
Meer informatie
Ajuntament de Barcelona - Programa Viure i Conviure (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Viure i conviure (Samen leven en delen) is een intergenerationeel initiatief waarbij een ouder persoon gedurende het studiejaar een student in huis heeft. Dit gaat eenzaamheid onder ouderen tegen en biedt gratis huisvesting voor jonge studenten, terwijl het de solidariteit bevordert.
Doelgroep Mensen met de volgende profielen kunnen zich aanmelden: Gastvrouwen/-heren: •
Tenminste 65 jaar oud;
•
Bij voorkeur alleen wonend;
•
Fysiek en psychologisch in staat om hun dagelijkse activiteiten zelfstandig uit te voeren;
•
Met een woning die aan de minimale voorwaarden voldoet wat betreft
•
leefbaarheid en hygiëne;
•
Bereid om hun huis te delen;
•
In staat om Catalaans en/of Spaans te spreken. Bron: Ajuntament de Barcelona
Gasten: •
Tot 30 jaar oud (35 in het geval van postdoctorale, master- of PhD-studenten);
•
Ingeschreven aan de universiteit;
•
Zonder huis in de stad waar ze studeren;
•
Bereid om tijd door te brengen met hun gastheren en met een positieve houding tegenover ouderen;
•
Bereid zijn om ten minste één studiejaar bij de gastheren te wonen;
In 86% van de gevallen betreft het gastvrouwen, van gemiddeld 87 jaar oud en 76% van de gasten zijn meisjes van 18 tot 23 jaar. Veel van de studenten zijn van Latijns-Amerikaanse afkomst. De meeste ‘koppels’ wonen in de wijk L'Eixample.
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden In Barcelona wordt dit initiatief beheerd door de Roure Foundation in samenwerking met de regionale regering of Generalitat (Interuniversitaire Raad van Catalonië) en de gemeenteraad. De Roure Foundation is een particuliere non-profitorganisatie die hulp biedt aan ouderen en hun families. Het is actief in de wijken Sant Pere, Santa Caterina en Ribera. Deze gebieden vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de mensen ouder dan 75 jaar en een hoge mate van eenzaamheid. Andere betrokken partijen zijn de universiteiten van Barcelona, Pompeu Fabra en Ramón Llull.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
32
Effectiviteit en impact Impact Dit initiatief loopt al meer dan 20 jaar met zeer positieve resultaten. In 2018 namen 190 senioren en jongeren (dus 95 stellen) deel aan het project. Veel deelnemers hebben de ervaring gedurende meerdere studiejaren herhaald. Het heeft de eenzaamheid van oudere burgers verminderd en jongeren uit gezinnen met lage inkomens in staat gesteld universitair te studeren in een tijd waarin de huizenprijzen in Barcelona erg hoog zijn.
Monitoring van resultaten Eens per maand bezoekt een professional (bijv. psycholoog) de oudere persoon, terwijl de student regelmatig wordt geïnterviewd op het coördinatiebureau Viure i Conviure. Psychologen en maatschappelijk werkers spelen de rol van moderators en adviseurs en helpen de deelnemers met het samenleven.
Innovativiteit Viure i Conviure verschilt van conventionele acties die zijn ontworpen voor ouderen, omdat het hen aanmoedigt om thuis te blijven en hun sociale relaties te versterken. De innovatie komt ook voort uit de combinatie van twee mensen in zeer verschillende levensfasen, die elkaar niet kennen en uiteindelijk emotionele banden met elkaar ontwikkelen. Dit
initiatief
raakt
verschillende
domeinen,
zoals
huisvesting,
participatie
en
inclusie
en
gemeenschapsondersteuning. Het gaat verder dan de materiële uitwisseling en biedt deelnemers de kans om ervaringen uit te wisselen, onderling gezelschap te bieden en elkaar te helpen. Het bevordert ook de waarden van solidariteit, wederzijds respect, empathie en tolerantie.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Viure i Conviure is gerepliceerd in andere Catalaanse gemeenten zoals Cerdanyola del Vallès en Sant Cugat del Vallès. Het is niet afhankelijk van specifieke lokale omstandigheden, maar kan gemakkelijker worden gerepliceerd in steden met campussen voor hoger onderwijs. Buiten Catalonië is dit initiatief herhaald in andere Spaanse steden zoals Madrid en Valencia.
Leerpunten Het feit dat veel koppels meerdere studiejaren samen blijven wonen, toont het potentieel van intergenerationele initiatieven om het leven van niet alleen de ouderen, maar ook van de gemeenschap te verbeteren. Ze leiden ook tot een efficiënter gebruik van publieke middelen, aangezien de ouderen die aan deze activiteiten deelnemen in hun huis blijven en meestal een positieve gemoedstoestand hebben, waardoor geen alternatieve huisvesting en in het algemeen minder medische aandacht nodig is voor psychische problemen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
33
Sociale participatie
4.4
UP! – een nieuwe kijk op ouder worden Stad
Amsterdam
Geografische focus
Stadsbreed
Gelanceerd in; huidige status
2017; lopend
Meer informatie
UP! - een nieuwe kijk op ouder worden (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening UP! werd opgericht door theaterproducent Alet Klarenbeek, die opmerkte dat publieke opinie over ouder worden veelal negatief is, dat sommige onderwerpen rondom ouder worden taboe zijn en dat ouderen daarom niet gemakkelijk praten over het proces van ouder worden. Zij wilde theater gebruiken als medium om de harten van ouderen open te stellen en een positief beeld van ouder worden te verspreiden. Dit wordt gedaan via vier producten: •
UP! Talkshow: regelmatig geplande talkshows met “een beetje ‘talk’ en een beetje ‘show’”. Deze talkshows gaan over diverse, maar altijd gevoelige thema’s. Thema's zijn onder meer de zin van het leven en spijt van dingen die ouderen niet hebben gedaan tijdens hun leven, dementie, eenzaamheid, voorbereiding op het levenseinde, maar ook muziek, technologie en intimiteit. De talkshows hebben altijd een interactief element en ook een wetenschappelijke expert is aanwezig om input te leveren.
•
In je Uppie: een kleinschaligere versie van de talkshows, met een meer intieme sfeer. Dit geeft deelnemers de ruimte om meer gesprek met elkaar te voeren over gevoelige onderwerpen.
•
(Regionale) evenementen, meestal in de vorm van conferenties, waar innovatieve benaderingen van ouder worden getoond en besproken worden door ouderen en aanbieders van deze oplossingen. Onlangs werden de mogelijkheden van ‘serious gaming’ om lichaamsbeweging te ondersteunen onderzocht.
•
Specials (speciale evenementen), in opdracht van bedrijven of instellingen.
Links: UP!Talkshow; rechts: In je Uppie Magazine met verslagen van sessies. Bron: Marlise Steeman en Marije Kuiper.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
34
Doelgroep Er is geen expliciet afgebakende doelgroep in de aanpak van UP!, wat betekent dat alle ouderen welkom zijn en aangemoedigd worden om mee te doen. Een van de belangrijkste elementen van de aanpak is dat de inhoud zeer toegankelijk moet zijn voor gewone mensen.
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden De UP! organisatie coördineert de evenementen om te garanderen dat de uitvoering volgens de originele formule verloopt (zie Geleerde lessen). Bij elk evenement worden speciale gasten uitgenodigd als spreker of soortgelijk interactief element, vaak wetenschappelijke experts, maar ook kunstenaars en beroemdheden.
Effectiviteit en impact Impact De UP! Talkshows hebben gemiddeld 175 deelnemers, soms zelfs 250. Voor de In je Uppie-sessies is dit tussen de 20 en 30 deelnemers. De grootste impact is de activering en empowerment van ouderen. De evenementen zijn volgens de deelnemers een goed medium voor: •
Ruimte bieden voor ontmoeting, discussie in een veilige omgeving en deelname aan een groepsproces (genoemd door 94%);
•
Reflecteren op belangrijke maatschappelijke en persoonlijke vragen (61%);
•
Gezien en gehoord worden (52%);
•
Meer inzicht krijgen in jezelf en in elkaar (29%);
•
Je onderdeel van een gemeenschap voelen (21%).
Monitoring van resultaten Er wordt gebruik gemaakt van evaluatie achteraf. Voor In je Uppie is samengewerkt met prof. Maurice de Greef (Vrije Universiteit Brussel), die diepte-interviews afnam met de deelnemers om hun motieven te leren kennen en te ontdekken wat er zo succesvol is aan het product. De regionale evenementen worden soms geëvalueerd door middel van online enquêtes, maar niet systematisch.
Innovativiteit Focus op nieuwe behoeften: UP! faciliteert een platform voor discussie over gevoelige onderwerpen, met behoud van een informele sfeer. Ook organisatorische innovatie: geïnteresseerde leidinggevende personen in andere geografische gebieden kunnen een aanvraag indienen voor UP! in hun regio.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden UP! is nog niet gerepliceerd in andere regio's. Er zijn echter enkele voorwaarden voor overdraagbaarheid. De UP!-methodologie moet worden gevolgd en een vaardige discussieleider die dusdanig handelt is noodzakelijk – wat betekent geen oordeel, geen interpretatie en geen hulp of interventie. Hoewel financiële middelen nodig zijn, is de omvang hiervan relatief bescheiden.
Leerpunten Een aantal factoren is verantwoordelijk voor het succes van UP!. Dit heeft vooral te maken met de manier van communiceren: aan ouderen open vragen stellen (wat zijn uw behoeften), het gebruik van alledaagse taal, erkennen dat ouder worden een dynamisch proces is en niet oordelen. UP! daagt ouderen uit om actief te worden, maar problematiseert ouder worden niet en adviseert ouderen ook niet over hoe ze hun leven moeten leiden.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
35
4.5
Respect en sociale inclusie
Arbeidsparticipatie Vrouwen Ethinische Minderheden (AVEM) Stad
Hengelo
Geografische focus
Stadsbreed, 11 lokale groepen
Gelanceerd in; huidige status
2016; lopend
Meer informatie
Wijkracht – AVEM-ontmoetingsgroepen (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Ouderen die naar Hengelo emigreerden, staan vaak voor vergelijkbare uitdagingen: ze hebben een minder gunstige sociaaleconomische positie, hebben op jongere leeftijd gezondheidsproblemen en zijn minder zelfverzekerd dan andere ouderen. AVEM-groepen helpen deze mensen met hun uitdagingen om te gaan. AVEM-groepen (Arbeidsparticipatie Vrouwen Etnische Minderheden) fungeren als ontmoetingsplekken voor ouderen die Turks, Suryoyo of Arabisch spreken. In de groepen communiceren deelnemers en vrijwilligers in hun moedertaal. De deelnemers ontwikkelen en onderhouden sociale contacten en hebben de mogelijkheid om vragen te stellen of elkaar te helpen met vragen die ze hebben. Deelname kost € 1,- per keer inclusief een kopje koffie of thee. De AVEM-groepen hebben een belangrijke onderliggende doelstelling: het voorkomen van onnodig gebruik van het formele zorgstelsel. In Nederland kunnen ouderen de gemeente vragen om zorg te regelen, zoals dagbesteding, begeleiding bij het doen van boodschappen of hulp bij het koken. Hoewel dit een geweldig systeem is, is het voor sommige mensen verleidelijk om deze diensten aan te vragen terwijl ze nog niet volledig nodig zijn. De AVEM-groepen helpen de ouderen actief te blijven.
Tegelijkertijd bieden ze maatschappelijk werkers diepere inzichten in de persoonlijke behoeften van de doelgroep en van individuele deelnemers. Dit helpt bij het beoordelen van aanvragen die de gemeente ontvangt voor aanvullende zorg. Door dit programma wordt onnodige zorg voorkomen, met een geschatte besparing op de zorgkosten van € 170.000 per jaar.
Bron: M. Sumer
Doelgroep De doelgroep van het initiatief zijn niet-westerse allochtonen van 55 jaar of ouder. In Hengelo zijn er drie hoofdgroepen van immigranten: Turkse arbeidsmigranten die in de jaren 60 arriveerden, Suryoyevluchtelingen die in de jaren 70/80 aankwamen en andere vluchtelingen uit Arabische landen. Voor deze verschillende groepen ouderen worden AVEM-groepen georganiseerd.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
36
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden De activiteiten worden georganiseerd door Wijkracht, een welzijnsorganisatie. Naast een projectleider zijn er 28 uur per week twee professionals bij betrokken en is er een groep van 22 vrijwilligers.
Effectiviteit en impact Impact Sinds de oprichting van de AVEM-groepen in 2016 is het aantal deelnemers aanzienlijk gestegen, van 134 personen in 2016 tot 239 personen in 2018. Volgens de evaluatie van de AVEM-groepen van 2018 heeft het initiatief in 164 gevallen voorkomen dat overheidssteun werd gebruikt. Zoals eerder aangegeven heeft dit voor de lokale overheid duidelijke financiële voordelen. Afgezien van deze kwantitatieve resultaten, realiseren de AVEM-groepen hun grootste impact in het veranderen van de mentaliteit van oudere immigranten. Allereerst helpen ze de doelgroep om het zorgsysteem in Nederland te begrijpen. Dit voorkomt verkeerd gebruik van het systeem. Ten tweede worden ouderen gestimuleerd om zelfstandiger te handelen. Waar familiale waarden centraal staan in de culturen van de doelgroep, is dit binnen de Nederlandse samenleving vaak minder belangrijk. Door de AVEM-groepen ontwikkelen ouderen een sterker zelfgevoel.
Monitoring van resultaten De resultaten van de AVEM-groep worden twee keer per jaar gemonitord en gerapporteerd. De evaluatie van de resultaten gebeurt door de projectleider. De registratie van de deelnemers wordt als voornaamste bron voor de evaluatie gebruikt. Er is ook informatie beschikbaar over het gebruik van formele zorg door alle deelnemers. Er is regelmatig contact tussen formele zorgverleners en de hulpverleners die betrokken zijn bij de AVEM-groepen. Daarom kan afname/preventie van formeel zorggebruik worden geregistreerd.
Innovativiteit Organisatorische innovatie: De organisatie van de AVEM-groepen is de sleutel tot hun succes. Er is direct contact tussen de professionals van de gemeente, de vrijwilligers en de formele hulpverleners. Op deze manier wordt diepgaande kennis van de situatie van de deelnemers gedeeld, wat helpt om een goede inschatting te maken van de behoeften van de individuen.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Het initiatief is nog niet elders gerepliceerd. Het is niet erg afhankelijk van lokale omstandigheden, hoewel er een paar belangrijke factoren zijn waarmee rekening moet worden gehouden. Een belangrijke factor voor het succes van het initiatief is de beschikbaarheid van vrijwilligers die in de moedertaal kunnen spreken en de inheemse cultuur kunnen begrijpen. Bovendien moeten de groepen wekelijks worden georganiseerd om consistentie te waarborgen en verandering en leren aan te moedigen.
Leerpunten Integratie tussen formele zorg en AVEM is waardevol, omdat de AVEM-professionals aanvullende inzichten hebben in het welzijn van de individuen. Het AVEM-systeem zou ook in een bredere context kunnen worden toegepast (bijv. met niet-immigranten), hoewel de behoefte waarschijnlijk minder groot is, omdat in het geval van niet-immigranten de taal- en cultuurverschillen niet meer relevant zijn.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
37
Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid
4.6
Working well Stad
Greater Manchester
Geografische focus
Stadsbreed
Gelanceerd in; huidige status
2014; afgerond, maar vervolg is inmiddels gestart
Meer informatie
Greater Manchester Combined Authority – Working Well (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Working Well (Gezond werken) begon in maart 2014 als een proefprogramma dat ondersteuning bood aan 5.000 uitkeringsgerechtigden (van alle leeftijden) die het werkprogramma van de regering hadden afgerond maar geen werk hadden gevonden. Het doel van de pilot was om de werkbereidheid van alle cliënten te verbeteren en om 20% aan een baan te laten beginnen, waarvan 75% die baan voor ten minste een jaar zou behouden. De kern van de Working Well-proefprogramma's is om intensieve, persoonlijke ondersteuning te bieden, volledig geïntegreerd in de openbare diensten van Greater Manchester. Hierbij spelen verschillende elementen een belangrijke rol: •
Het programma is ontworpen rond de principes van intensieve en holistische ondersteuning door een ‘sleutelwerker’, die gebruik maakt van andere overheidsinterventies, deze in volgorde plaatst en integreert om mensen te helpen bij het aanpakken van problemen die hen ervan weerhouden om aan het werk te komen
•
Op lokale autoriteiten gebaseerde ‘lokale aanknopingspunten’, Integratieraden en Lokale leveringsvergaderingen zorgen voor buy-in van, verantwoording aan en verantwoordelijkheid voor lokale autoriteiten bij de levering, met een sleutelrol bij het mogelijk maken van effectieve integratie.
In april 2016 groeide het proefprogramma en breidde het ondersteuningsaanbod uit naar nog eens 20.000 mensen in een meer gevarieerde cliëntengroep. De Decentralisatieovereenkomst van 2014 gaf Greater Manchester de verantwoordelijkheid om samen (met het Ministerie van Arbeid en Pensioenen) een gedecentraliseerd equivalent te ontwerpen en te laten uitvoeren voor het nieuwe nationale programma voor Werk en Gezondheid. Greater Manchesters Working Well: Work and Health Programme begon begin 2018, loopt tot 2024 en ondersteunt nog eens 23.000 mensen.
Doelgroep Working Well hanteert een gehele bevolkingsbenadering wat betreft gezondheid, vaardigheden en werkgelegenheid en werkt met werklozen van elke leeftijd, inclusief ouderen van 50+. Het programma zet zich in voor de verdere ontwikkeling van ondersteuningspakketten die gericht zijn op Greater Manchesters uitdagingen in vergrijzing, werkloosheid onder mensen met een handicap en mensen die wegens slechte gezondheid hun baan zijn verloren, dan wel risico lopen hun baan te verliezen.
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden De sleutel tot het model van Working Well is lokale samenwerking via een consistente en gedeelde strategische aanpak vanaf het begin. Het Working Well-programma is qua ontwerp en oplevering nauw afgestemd gebleven op de Greater Manchester-strategie.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
38
Effectiviteit en impact Impact Tot op heden heeft het Working Well-programma meer dan 4.000 mensen aan het werk geholpen en heeft het meer dan 20.000 cliënten ondersteund met een complex scala aan vaardigheden, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, huisvesting en financiële behoeften. Het programma heeft in hoge mate cliënten van boven de 50 ondersteund, waarbij een groter deel van het cohort werk, gezondheid en vaardigheden en kwalificatieondersteuning krijgt in vergelijking met die onder de 50 jaar. Er zijn 645 banen gestart voor cliënten ouder dan 50 jaar.
Monitoring van resultaten De aanvullende financiering uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) heeft de werkzaamheden rond het vastleggen en evalueren van gegevens aangevuld. Greater Manchester heeft voortgebouwd op ESFresultaten en resultaatvereisten om de duurzaamheid van de werkgelegenheid grondiger te meten. Het voortdurend leren ondersteund door onafhankelijke evaluatoren heeft de ontwikkeling van de volgende fase van Working Well-programma's beïnvloed.
Innovativiteit Om de aanpak verder te ondersteunen, is er een op maat gemaakt Working Well: Early Help-project dat ernaar streeft om 11.000 risicolopers of pas werkloze mensen te ondersteunen. Het project is in maart 2019 van start gegaan.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Het Working Well-programma heeft bijgedragen aan de vormgeving van het nationale Werk & Gezondheidsprogramma, dat is gedelegeerd aan zowel Greater Manchester als Londen. Belangrijke overeenkomsten voor het delen van gegevens die met HMRC zijn gemaakt om Real Time Earnings (RTE)gegevens te leveren voor het bevestigen van de startmomenten van werk en het verdienniveau, waren ook aanzienlijk. Bewijs van inkomsten zal een beter beeld geven van de kwaliteit van de werkgelegenheid. In de loop van de tijd zou dit een nauwkeurigere maatstaf moeten zijn voor het succes van een programma, in plaats van gebaseerd te zijn op aanbieders die middelen gebruiken om de resultaten te bevestigen bij bewoners en werkgevers.
Leerpunten Lokale inbedrijfstelling en beheer worden als centraal beschouwd voor het succes Working Wellprogramma's. Greater Manchester heeft ernaar gestreefd ervoor te zorgen dat hun Working Wellprogramma's zijn ontworpen en geleverd om: •
Te voldoen aan de behoeften van de lokale bevolking door het herkennen van uitdagingen voor cliënten op lokaal afdelingsniveau in termen van belemmeringen voor de werkgelegenheid (gezondheid, vaardigheden, huisvesting, enz.), evenals het begrijpen van de lokale toegang/het bestaan van passende diensten om in een dergelijke behoefte te voorzien;
•
Gezamenlijke aanpak van voorzieningen waarbij lokale autoriteiten gezamenlijk (met Greater Manchester Combined Authority) verantwoordelijk zijn voor hun lokale prestaties, lokale integratie van lokale diensten in Working Well-programma's en klantervaring.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
39
4.7
Communicatie en informatie
Life filming Stad
Göteborg
Geografische focus
De methode wordt gebruikt in verschillende wijken
Gelanceerd in; huidige status
2014; lopend
Meer informatie
Life filming (Göteborgsregionen, online); onderzoekspaper (online)
Doelen, inhoud en organisatie Life Filming is een methode die in Göteborg is gebruikt als een manier om moderne technologie bij senioren te introduceren en hen tegelijkertijd in staat te stellen hun ervaringen, behoeften, herinneringen en kennis te delen. De methode richt zich op inhoud en vorm, met als uitgangspunt afbeeldingen en video's. Met deze methode hebben senioren tablets gebruikt om hun eigen films te maken, bijvoorbeeld over wat goed is in hun omgeving en wat voor soort verbeteringen nodig zijn. Het doel was om de participatie te vergroten, een beter begrip te krijgen van hoe ouderen de stedelijke omgeving zien en ervaren en tegelijkertijd ook nieuwe technologie introduceren bij senioren.
Bron: Christian Falk
Doelgroep Life Filming is gebruikt bij senioren in Göteborg, maar deze participatieve methode is ook gebruikt bij andere groepen, zoals kinderen en jongeren, evenals bij mensen met een handicap.
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden Life Filming begon als een gezamenlijk project van de eenheid Gezondheidsbevordering en Preventie van de stad Göteborg, stadsdeel Centrum en het Centrum voor Cultuur en Gezondheid van de Universiteit van Göteborg. Life Filming is geïnspireerd op de artistieke methoden die worden gebruikt in Barnfilmskolan (filmschool voor kinderen) aan de Valand Academy aan de Universiteit van Göteborg. De eerste Life Filmingworkshop vond plaats in 2014 in Mötesplats – Kulturhus, een cultureel centrum voor senioren in het stadsdeel Centrum.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
40
Effectiviteit en impact Impact Na de eerste Life Filming-workshop die in 2014 werd gehouden in het Centrumdistrict, hebben meer dan 120 deelnemers films en beelden gemaakt in totaal 11 workshops. De methode is ook in verschillende andere wijken in Göteborg toegepast.
Monitoring van resultaten De resultaten van Life Filming als methode zijn gemonitord door evolutieonderzoeken die zijn geïnitieerd door de regio Göteborg. Een van deze evaluaties, gepubliceerd in 2016, onderzocht hoe goed deze methode geschikt is om de participatie van senioren en jongeren te vergroten en hun perspectieven te verkrijgen. Uit de evaluatie bleek dat senioren het Life Filming veel positiever beoordeelden dan jongere deelnemers. Positieve aspecten en voordelen van deze methode die in de evaluatie worden genoemd, zijn dat het deelnemers bewuster maakte van hun omgeving en dat het de uitwisseling tussen verschillende generaties bevordert. Vanuit een stedenbouwkundig perspectief vonden beoefenaars de methode een nieuwe manier om burgerdialogen aan te gaan en de perspectieven van verschillende leeftijdsgroepen te verwerven die kunnen worden gebruikt om planning te ondersteunen. De methode is ook geëvalueerd in een wetenschappelijk artikel: Gustafsson et al. (2017) “Life filming as a means of participatory approach together with older community-dwelling persons regarding their local environment”. Een weblink naar dit document is te vinden in de tabel op pagina 40.
Innovativiteit Het basisidee om nieuwe digitale technologie te introduceren bij ouderen, die niet altijd op hun gemak zijn met moderne technologie, en daarmee tegelijkertijd de participatie vergroten, kan worden gezien als de belangrijkste innovativiteit van de Life Filming-methode. Naarmate onze samenlevingen meer gedigitaliseerd worden, is digitale uitsluiting een grote uitdaging waar vooral oudere leeftijdsgroepen mee te maken hebben en tegen deze achtergrond is Life Filming een methode die senioren kan helpen hun digitale vaardigheden op een creatieve manier te verbeteren. Bovendien, omdat de methode de gebruikers in staat stelt hun kennis, perspectieven en behoeften te delen, kan het ook een manier zijn om nieuwe inzichten in een visuele vorm te verzamelen. Aangezien de methode is gebaseerd op visuele afbeeldingen en video's, is het ook een voordeel dat het een manier kan zijn om perspectieven te verkrijgen die moeilijk mondeling of schriftelijk te communiceren zouden zijn.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Voor zover de stadsfunctionarissen in Göteborg weten wordt de methode niet in andere steden gerepliceerd, maar de methode is op geen enkele manier contextafhankelijk en kan gemakkelijk elders worden gerepliceerd.
Leerpunten Een van de geleerde lessen genoemd in het evaluatierapport van de methode is dat het belangrijk is dat de instructeurs en de deelnemers duidelijk gedefinieerde rollen hebben. In het bijzonder voor de oudere deelnemers, wordt ook benadrukt dat het belangrijk is te zorgen dat zij genoeg tijd hebben om aan het gebruik van de tablet gewend te raken.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
41
4.8
Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg
Maison des Aidants (Huis voor mantelzorgers) Stad
Nantes
Geografische focus
Stadsbreed
Gelanceerd in; huidige status
2009; lopend
Meer informatie
Maison des Aidants – plaquette de présentation (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Het Maison des Aidants (Huis voor mantelzorgers) speelt in op de behoefte om ondersteuning te bieden aan de Aidants (of de helpers) van mensen die lijden aan neurodegeneratieve aandoeningen. Hoewel de aandacht meestal op de patiënt is gericht, worden de behoeften, moeilijkheden en kwetsbaarheden van deze mensen vaak over het hoofd gezien, in de eerste plaats door zichzelf. Dit initiatief van de CCAS biedt een ruimte die morele ondersteuning biedt aan deze individuen, door het verstrekken van deskundig medisch advies (meestal psychologisch) en zorg, maar ook door het aanbieden van vrijetijdsactiviteiten om uit de routine te komen of de banden met de oudere die ze ondersteunen te versterken. Het combineert daarom een focus op individuele en gezelligheidsbehoeften. Het biedt de helper ook de mogelijkheid om vrij te nemen en voor de hulp te zorgen, evenals trainings- en opleidingsactiviteiten om hen in hun rol te helpen. In de nabije toekomst willen ze diensten aan huis ontwikkelen en bijvoorbeeld psychologen de families thuis te laten bezoeken. De meeste nieuwe gebruikers worden doorverwezen door hun arts of apotheker of via mond-tot-mondreclame, hoewel het initiatief ook op grote schaal door de stad wordt gepromoot.
Doelgroep Volgens de vereniging zijn 50% van de begunstigden familieleden, de meesten zijn vrouwen. Weinig mannen en slechts ongeveer 10% zijn kinderen van de oudere. Jaarlijks worden ongeveer 500 begunstigden ondersteund. Tot dusver zijn er maar weinig professionele helpers ingeschakeld (slechts 2 of 3 per jaar). Hoewel de dienst gratis is, maken tot dusver vooral gezinnen met een middelhoog inkomen er gebruik van. Volgens de vereniging komt dit waarschijnlijk door een mentaliteit en culturele dimensie.
Bron: Ouest France
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
42
Coördinatie en betrokkenheid van belanghebbenden Het initiatief is gebaseerd op een sterk netwerk van partners, die financiële (stads) en operationele ondersteuning bieden. Dit omvat de bijdrage en deelname van professionals (artsen, psychologen). Partners zijn onder meer het Centrum hospitalier en met name een centrum voor neurodegeneratieve ziekten, de CLIC, familieverenigingen, de CCAS en andere institutionele diensten.
Effectiviteit en impact Impact Het werk van het Maison heeft al een groot aantal mensen en families bereikt. Geleidelijk aan aarzelen helpers steeds minder om van deze ondersteuning te profiteren – wat in dat opzicht resulteert in een mentaliteitsverandering. De effecten van de hulp zijn niet alleen gunstig voor de helpers, maar ook voor hun assistenten. Het aantal begunstigden is de afgelopen jaren gestaag gegroeid en de vereniging breidt het aanbod van diensten en faciliteiten geleidelijk uit. De Vereniging stelt een verbetering vast in de houding van de helpers, een lager stressniveau, verbeterde toewijding en een betere voorbereiding op het helpen van hun dierbaren.
Monitoring van resultaten Een jaarlijkse evaluatie-enquête wordt onder de gebruikers verspreid om de tevredenheid te monitoren; tot dusver waren de resultaten positief. Er is een Raadgevend Comité van gebruikers opgericht om de prestaties te evalueren om de aanpak te helpen verfijnen. Er zijn andere evaluatiegroepen, informelere, die ook effectiever zijn in het mobiliseren van participatie.
Innovativiteit Het belangrijkste nieuwe element bestaat uit de zeer specifieke doelgroep, die vaak over het hoofd wordt gezien. Het initiatief combineert ook aandacht voor gezelligheid, menselijke aandacht en morele aspecten. Bovendien maken de combinatie van deskundige ondersteuning en advies, de opleiding en educatieve dimensie en de meer vrijetijdsgerelateerde activiteiten het initiatief uniek in zijn soort.
Overdraagbaarheid en duurzaamheid Herhaling en voorwaarden Er zijn 130 vergelijkbare platforms in Frankrijk. Het Maison des Aidants is echter het enige dat de bijdrage van sociale experts als onderscheidend aspect biedt, wat het uniek maakt. Om een soortgelijk initiatief na te bootsen, is het essentieel om een sterk netwerk van belanghebbenden te hebben die willen bijdragen, evenals de financiële middelen om salarissen voor deze professionals te betalen. In kleinere steden kan worden overwogen om een dergelijk platform parttime te laten draaien, afhankelijk van de lokale vraag, maar ook van de beschikbaarheid van middelen en tijd.
Leerpunten Een van de belangrijkste obstakels die men tegenkwam, was de weerstand van potentiële helpers om hulp en steun te aanvaarden. Dit geldt met name wanneer u buiten de hoogopgeleide en relatief hoge inkomensgroepen gaat. Er moet meer worden gedaan om families van verschillende sociale afkomst en culturele achtergrond te bereiken om deze dienst en hulp te promoten. Nogmaals, het is in de eerste plaats een kwestie van bewustmaking die de stad ook moet steunen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
43
Bijlage: aanvullende good practices Als onderdeel van ESPON ACPA zijn in totaal 33 good practices geïdentificeerd. Acht van deze good practices zijn belicht in hoofdstuk 4: één per stad en één per leeftijdsvriendelijk stadsdomein van de WHO. Bent u geïnspireerd geraakt om meer te leren over good practices met betrekking tot vergrijzing in Europese steden? In deze bijlage leest u over de resterende good practices:
Domein
Good practice
Stad
1. Buitenruimte en gebouwde omgeving
Groene stad initiatieven vanuit een leeftijdsvriendelijk perspectief
Oslo
Levensloopbestendige routes
Amsterdam
Checklist openbare ruimte
Amsterdam
2. Transport en mobiliteit
Flexlinjen (Flexlijn)
Göteborg
3. Huisvesting
Lang zult u wonen
Hengelo
Logements bleus (Blauwe huisvesting)
Nantes
Verzorgingshuis Pastor Fangensvei
Oslo
Trygghetsboende (Beschermd wonen)
Göteborg
Wooncoaches
Amsterdam
Aanpak eenzaamheid
Amsterdam
Carte Blanche (Vrijbrief)
Nantes
Centros de Convivencia (Sociale Ontmoetingscentra voor ouderen)
Zaragoza
Culturele en intergenerationele initiatieven
Oslo
Nos gusta hablar (We houden van praten)
Zaragoza
O’Menu
Nantes
Vincles (Bindingen)
Barcelona
5. Respect en sociale inclusie
Amsterdam vertelt
Amsterdam
6. Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid
Anmäl hinder (Meld obstakels)
Göteborg
Betrokkenheid van gebruikers
Oslo
7. Communicatie en informatie
Centres locaux d'information et de coordination – CLIC (Lokale informatie- en coördinatiecentra)
Nantes
Collaborative research by Higher Education Institutions (Samenwerkend onderzoek door Instellingen voor Hoger Onderwijs)
Greater Manchester
GoldenSports
Amsterdam
Salud en Red en Los Barrios (Gezondheidsnetwerken in de wijken)
Zaragoza
Radars
Barcelona
Strenghth and Balance Pathway (Kracht- en evenwichtstraject)
Greater Manchester
Zicht in evenwicht voor oudere migranten
Amsterdam
4. Sociale participatie
8. Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
44
1. Buitenruimtes en gebouwde omgeving Groene stad initiatieven vanuit een leeftijdsvriendelijk perspectief Stad
Oslo
Geografische focus
Stadsbreed
Gelanceerd in; huidige status
2016; lopend
Meer informatie
Den grønne ringen, Havnepromenaden (online)
Doelen, inhoud en organisatie Dienstverlening Er zijn verschillende initiatieven om de stad Oslo groener te maken en zo de stad toegankelijker te maken voor haar inwoners, ongeacht hun leeftijd. Voorbeelden van dergelijke groene sociale infrastructuren zijn de 'Groene Cirkel' (den grønne ringen) rond het stadsdeelcentrum van Berkje, Hovinbyen, waar aspecten worden overwogen als gemakkelijke toegankelijkheid, toegang tot openbare toiletten en manieren waarop jongere en oudere generaties van elkaars gezelschap kunnen genieten. Andere initiatieven die aspecten van leeftijdsvriendelijkheid bevatten, zijn initiatieven zoals