TKN - 7 Zorg (35) 03 ESPON ACPA policy handbook_NL.pdf
Tekst van het document
Ter ondersteuning van het WHO-decennium van gezonde en inclusieve vergrijzing: Beleidshandboek Versie 12/11/2020 Deze Gerichte Analyse is onderdeel van de ESPON Gerichte Analyse ACPA, die wordt uitgevoerd binnen het kader van het ESPON 2020 Samenwerkingsprogramma. De ESPON EGTC is de Enige Begunstigde van het ESPON 2020 Samenwerkingsprogramma. De Enige Operatie binnen het programma is geïmplementeerd door de ESPON EGTC en medegefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, de EU-lidstaten en de Partnerstaten, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Dit document weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van de leden van de ESPON 2020 Monitoringscommissie.
Auteurs Erik van Ossenbruggen, Atze Verkennis, Thijs Fikken, Agnese Macaluso, Anita Peeters, Nick Rundberg – Ecorys (Nederland) Inés Arevalo, Cristina Muñoz – Ecorys (Spanje) James Whitley – Ecorys (Verenigd Koninkrijk) Mats Stjernberg, Mari Wøien Meijer – Nordregio (Zweden) Adviesgroep Project-ondersteuningsteam: Paul McGarry, Jo Garsden, Maria Gonzalez, Rebecca Lines, Great Manchester Combined Authority (Verenigd Koninkrijk), Tom van Benthem, Johan Oste Gemeente Amsterdam (Nederland), Ramón Pablo Malagrida, Natalia Rosetti Maffioli, Gemeenteraad Barcelona (Spanje), Lisa Holtz, Gemeente Göteborg (Zweden), Annemieke Knol, Yvonne van Wijk, Gemeente Hengelo (Nederland), Michel Lorant, Gemeente Nantes (Frankrijk), Monica Enge Eriksen, Anne Berit Rafoss, Gemeente Oslo (Noorwegen), Francisco Rivas Gorostiaga, Zaragoza Gemeenteraad (Spanje) ESPON EGTC: Projectleider: Piera Petruzzi, Financieel expert: György Alföldy Met dank aan Amsterdam: Johan Osté, Fatima el Fakiri (GGD Amsterdam) Greater Manchester: Charlotte Arrowsmith (Greater Manchester Combined Authority) Nantes: Bruno Gillet (Chargé de Mission Ville Amie des Aînés) Informatie over ESPON en haar projecten is te vinden op www.espon.eu. De website biedt de mogelijkheid tot het downloaden en onderzoeken van de meest recente documenten voortkomend uit afgeronde en lopende ESPON-projecten.
© ESPON, 2019 Afdrukken, reproduceren of citeren is toegestaan mits de bron wordt vermeld en een kopie wordt doorgestuurd naar de ESPON EGTC in Luxemburg. Contact: info@espon.eu
ISBN: 978-2-919795-37-6
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
I
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
II
Voorwoord Dit rapport vindt zijn oorsprong in discussies die
de Working Group-leiders – Tom van Benthem
een aantal jaar geleden zijn gehouden door een
uit Amsterdam en Anne Berit Rafoss uit Oslo –
kleine groep Europese steden die samen de
die dit werk hebben gestuurd.
Eurocities
Urban
Ageing
Working
Group
vormden. Het streven van de partnersteden was en blijft het bouwen van een effectief panEuropees platform dat:
Dichterbij huis hebben collega’s in de Greater Manchester
Combined
Authority,
in
het
bijzonder Jo Garsden, Mark Hammond en Maria Gonzalez
een
onbetaalbare
rol
gespeeld,
a) de dynamiek van moderne steden en de
evenals Dave Thorley van Manchester Stad
impact op vergrijzing in de stedelijke context
Council, Chris Phillipson en Tine Buffel van de
begrijpt,
Universiteit van Manchester en Stefan White van
b) effectieve en succesvolle beleidsreacties op
Manchester Metropolitan University.
stedelijke vergrijzing kan ontwikkelen, met een
Ik hoop dat dit rapport slechts een mijlpaal is in
specifieke focus op sociale en gezondheids-
ons doorgaande werk aan het creëren van een
ongelijkheden en gemarginaliseerde groepen
leeftijdsvriendelijk Europa en dat we onze
ouderen,
gezamenlijke benaderingen behouden ondanks
c) de rol van ouderen in het ontwerpen, leiden en
implementeren
van
werkprogramma’s
promoot en
de nationale en internationale uitdagingen die ontworpen lijken om ons uit elkaar te duwen. Veel leesplezier.
d) burgers, beleidsmakers, onderzoekers en ondernemingen samenbrengt om samen te werken, in plaats van in de kokers die vooruitgang tegenhouden. Dus dit rapport was beoogd als hulpmiddel om de vergrijzingsagenda meer onder de aandacht te
brengen
bij
Europese
instituten,
stadsbesturen en NGO’s en in het bijzonder vanuit het sociale perspectief van ouder worden. En het brengen van verandering is onze hoogste prioriteit. Er is een aanzienlijke hoeveelheid werk gestoken
Paul McGarry
in dit rapport en ik wil Piera Petruzzi van ESPON
Greater Manchester Ageing Hub,
en
Erik
van
bedanken
en
Ossenbruggen de
van
organisatoren
ECORYS van
de
uitstekende vergaderingen en evenementen,
hoofdbelanghebbende van de ESPON ACPA Gerichte Analyse
evenals de collega’s van het Eurocities Office en
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
III
Proloog De Europese bevolking vergrijst snel en dit is vooral duidelijk in steden. Volgens een OECD-onderzoek 1 is het aantal ouderen met 23,8% toegenomen in OECD grootstedelijke gebieden tussen 2001 en 2011. In sommige Europese regio’s zijn zelfs toenamen van meer dan 50 procent zichtbaar. Deze trend wordt naar voorspelling verder geaccentueerd in de komende decennia. Vergrijzing roept gemeenschappelijke uitdagingen op voor deze steden: om hun omgevingen fysiek en sociaal aan te passen, zodat de kwaliteit van leven voor ouderen onaangetast blijft. Deze uitdaging is nog duidelijker geworden in de nasleep van de COVID-19-crisis, die onze hele maatschappij heeft getroffen, maar ouderen in het bijzonder. De crisis heeft letterlijk hun levens bedreigd en degenen die het overleefd hebben zijn geconfronteerd met toenemende eenzaamheid. Dit laat opnieuw zien hoe belangrijk het is om onze steden leeftijdsvriendelijk te ontwerpen en de belangen van ouderen mee te wegen in het maken van beleid. Gelukkig groeit het idee van een leeftijdsvriendelijke stad al nu al meer dan een decennium, aangewakkerd door het belangrijke baanbrekende werk van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het komende decennium is door de WHO verklaard tot het Decennium van gezond ouder worden (2020 – 2030).
Dit komende decennium is een extreem belangrijke en veelbelovende kans om de negatieve consequenties van vergrijzing tegen te gaan en de kwaliteit van leven voor ouderen te garanderen. Om dat doel te bereiken hebben we de ontwikkeling en uitwisseling van visie en kennis nodig. Visie over leiderschap en een gemeenschappelijk en aantrekkelijk verhaal, om ervoor te zorgen dat alle relevante belanghebbenden hun krachten bundelen, dezelfde lange termijnstrategie nastreven en actief worden – om de situatie van het debat over klimaatverandering te voorkomen, waar het risico op lethargie heest. Veel steden hebben een leeftijdsvriendelijk actieplan ontwikkeld, gebaseerd op het conceptuele kader van de WHO – met veel enthousiasmerende initiatieven tot gevolg. Het bewijs van deze initiatieven is echter relatief gefragmenteerd, terwijl er een behoefte is aan een integraal overzicht van de huidige kennis over uitdagingen en good practices in het vergrijzingsbeleid. Met het huidige handboek bieden we zo’n overzicht. Het is gebaseerd op casestudy’s uit acht steden in heel Europa, die belanghebbende waren in het ESPON ACPA-project.
Door het presenteren van uitdagingen en bijbehorende strategische en domein-specifieke aanbevelingen in deel 1, samen met good practices en praktische tips in deel 2, kan dit handboek beleidsmakers en andere uitvoerders helpen bij het ontwikkelen en afstemmen van diensten voor ouderen. Het ontwikkelen van nieuwe ideeën begint met het uitwisselen van visies en kennis. Daarom wordt u aangemoedigd de inhoud van dit boek – of dit boek in zijn geheel – te delen met eenieder die u tegenkomt die geïnteresseerd is in het creëren van een leedtijdsvriendelijke stad. U wordt aangemoedigd om met ons mee te doen in het voorbereiden van een tijdperk van gezonde en inclusieve stadsvergrijzing.
Erik van Ossenbruggen
Tom van Benthem - Amsterdam
Piera Petruzzi
Ecorys Nederland
Natalia Rosetti Maffioli - Barcelona
ESPON EGTC
Lisa Holtz - Göteborg Paul McGarry - Greater Manchester Annemieke Knol - Hengelo Michel Lorant - Nantes Monica Enge Eriksen - Oslo Francisco Rivas Gorostiaga - Zaragoza
1 OECD (2015) Ageing in Cities: Policy highlights.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
IV
Inhoudsopgave Volume 1: beleidsaanbevelingen ................................................................................... IV Inhoudsopgave .......................................................................................................................... V Lijst van figuren......................................................................................................................... VI Lijst van tabellen ....................................................................................................................... VI Afkortingen .............................................................................................................................. VII 1
Strategische aanbevelingen ............................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
2
Stabiliteit. Voortzetting van het Age-friendly City netwerkconcept .......................... 1 Ambitie. Noodzaak van langetermijnstrategie .......................................................... 1 Leren. Meer monitoring en evaluatie ........................................................................ 2 Flexibiliteit. De ontwikkelingen en behoeften in het oog houden. ............................ 2 Positiviteit. Publieke acceptatie van vergrijzing vergroten ........................................ 4 Outreach. Van lokaal tot Europees niveau ................................................................ 4
Domeinspecifieke aanbevelingen ...................................................................................... 6 2.1 Buitenruimten en gebouwde omgeving .................................................................... 6 2.2 Transport en mobiliteit.............................................................................................. 6 2.3 Huisvesting ................................................................................................................ 6 2.4 Maatschappelijke betrokkenheid en werkgelegenheid ............................................. 7 2.5 Civic engagement and employment .......................................................................... 7 2.6 Communicatie en informatie..................................................................................... 7 2.7 Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg ............................................. 8
Volume 2: benaderingen en good practices van ouderenbeleid ................................... 10 1
Introductie ....................................................................................................................... 11
2
Help! We worden ouder!................................................................................................. 13 2.1 Age-friendly beleidsdomeinen ................................................................................ 13 2.2 Wat heeft onze stad nodig? .................................................................................... 14 2.3 Richting een actieplan ............................................................................................. 17
3
Versterken van het potentieel voor succes ..................................................................... 19 3.1 Participatieve methoden om draagvlak te creëren ................................................. 19 3.2 Samenwerking voor meer efficiëntie ...................................................................... 21 3.3 Goede communicatie is de sleutel .......................................................................... 24 3.4 Leren van vergrijzingsbeleid .................................................................................... 25
4
Overzicht van good practices........................................................................................... 27 4.1 Buitenruimtes en gebouwde omgeving.................................................................. 28 4.2 Transport en mobiliteit............................................................................................ 30 4.3 Huisvesting .............................................................................................................. 32 4.4 Sociale participatie .................................................................................................. 34 4.5 Respect en sociale inclusie ...................................................................................... 36 4.6 Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid ................................................ 38
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
V
4.7 Communicatie en informatie................................................................................... 40 4.8 Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg ........................................... 42 Bijlage: aanvullende good practices ......................................................................................... 44 1. Buitenruimtes en gebouwde omgeving................................................................ 45 2. Transport en mobiliteit ......................................................................................... 51 3. Huisvesting ........................................................................................................... 53 4. Sociale participatie ............................................................................................... 63 5. Respect en sociale inclusie ................................................................................... 77 6. Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid ............................................. 79 7. Communicatie en informatie ................................................................................ 83 8. Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg ........................................ 87
Lijst van figuren Figuur 2.1: Stadsanalyse-kaart, die aandachtsgebieden van het Age-friendly City actieplan toont ............. 16 Figuur 2.2: Diagram voor leeftijdsvriendelijke strategie .................................................................................................. 17 Figuur 3.1: Publieke consultatie in Oslo .................................................................................................................................. 19 Figuur 3.2: Ouderen in Manchester die de situatie voor ouderen in hun stad analyseren ............................... 20 Figuur 3.3: Ouderen in Oslo beoordelen de kwaliteit van trottoirs en overige straatelementen ................... 21 Figuur 3.4: Schematisch overzicht van een ondersteunend netwerk ........................................................................ 23 Figuur 3.5: Voorbeeld van een evaluatiekader ..................................................................................................................... 26
Lijst van tabellen Tabel 2.1: Beleidsdomeinen in een leeftijdsvriendelijke stad ........................................................................................ 13 Tabel 2.2: Mogelijke indicatoren voor het meten van kwaliteit van leven op buurtniveau .............................. 14 Tabel 4.1: Overzicht van de gepresenteerde good practices, per bijbehorend WHO Age-friendly Citydomein .................................................................................................................................................................................................. 27
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
VI
Afkortingen ACPA
Adapting (European) Cities to Population Ageing
AURAN
Agence d'Urbanisme de la Région Nantaise (Agentschap voor Urbanisme, regio Nantes)
AVEM
Arbeidsparticipatie Vrouwen Etnische Minderheden
CCAS
Centre Communal d'Action Sociale (Gemeentelijk Centrum voor Maatschappelijk Werk)
CLIC
Centre
CROW
Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de
EHPAD
Établissement d'hébergement pour personnes âgées dépendantes (Verzorgingstehuis)
ERDF
European Regional Development Fund (Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling)
ESF
European Social Fund (Europees Sociaal Fonds)
ESPON
European Territorial Observatory Network (Europees Onderzoeksnetwerk voor
EU
European Union
FNO
Fonds Nuts Ohra
GGD
Gemeentelijke GezondheidsDienst
GP
General Practitioner (huisarts)
HO
Hoger onderwijs
HMRC
Her Majesty’s Revenue and Customs
LGBT
Lesbian, gay, bisexual, and transgender
MICRA
Manchester Institute for Collaborative Research on Ageing
NGO
Non-gouvernementele organisatie
RCOAK
Roomsch Catholijk Oude Armen Kantoor
UN
United Nations (Verenigde Naties)
WHO
World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie)
Local
d'Information
et
de
Coordination
(Lokaal
Informatie-
en
Coördinatiecentrum) Verkeerstechniek
Territoriale Ontwikkeling en Cohesie)
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
VII
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
VIII
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
IX
Volume 1: policy recommendations
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
X
1 Strategische aanbevelingen Stabiliteit. Voortzetting van het Age-friendly City netwerkconcept
1.1
De steden die zijn onderzocht voor het ESPON ACPA-project en die deel uitmaken van het Netwerk van Agefriendly Cities zijn zeer positief over het concept. Ze beschouwen het als een cruciaal middel om hun beleidsprogramma te structureren en aandacht te besteden aan de belangrijkste en meest veeleisende onderwerpen binnen het fenomeen vergrijzing. De stad Zaragoza had bijvoorbeeld eerst de intentie om na overleg met ouderen 25 maatregelen door te voeren. Na de aanpak te hebben gestroomlijnd met het Age-friendly City-raamwerk, is gekozen voor een meer gerichte aanpak van verschillende overkoepelende vraagstukken voor ouderen in de stad. Er is ook meer nadruk gelegd op het inschakelen van deskundigen en het opnemen van resultaten van interne evaluaties. In verschillende steden, waaronder Amsterdam en Oslo, wijzen vertegenwoordigers op het gemak dat voortkomt uit het toetreden tot het Netwerk van Age-friendly Cities en het vervolgens ontwikkelen van een Age-friendly City-actieplan. Dit heeft het bewustzijn van vergrijzing bij de verschillende beleidsafdelingen in de belanghebbende steden op gang gebracht. Het creëren van een leeftijdsvriendelijke stad is afhankelijk van een holistische benadering van alle levensfasen en van meerdere beleidsdomeinen en dus was het overwegen van dit beleid op een sectoroverstijgende manier de sleutel tot hun succes.
Met name de noodzaak om ruimtelijke ontwikkelingsexpertise te betrekken bij andere domeinen zoals welzijn en transport is door veel stadsbestuurders gerealiseerd. Het lidmaatschap van de Age-friendly City heeft deze onderlinge samenwerking binnen de gemeentelijke diensten duidelijk gestimuleerd om gezamenlijk te werken aan actief ouder worden. Ten slotte benadrukken de steden de door het netwerk aangeboden mogelijkheden tot het uitwisselen van ervaringen en beste praktijken tussen de steden. Daarom wordt uitbreiding van het netwerk aanbevolen door nieuwe steden die zich bij het netwerk aansluiten.
Ambitie. Noodzaak van langetermijnstrategie
1.2
Veel steden hebben geen langetermijnstrategie voor 2030. Er zijn aanwijzingen dat dit voor veel meer Europese steden geldt. Steden moeten daarom investeren in het ontwikkelen van formele strategische en tactische doelen met betrekking tot vergrijzing, gebaseerd op een missie en visie. Dit moet zorgen voor meer stabiliteit op de lange termijn en een grotere kans op een gestage verandering – in plaats van af en toe proefprojecten uit te voeren zonder voortzetting. De WHO heeft het Decade of Healthy Aging (2020-2030) (Decennium van Gezond Ouder Worden) uitgeroepen, dat een nuttige, cruciale kans biedt om regeringen, het maatschappelijk middenveld, internationale agentschappen, professionals, de academische wereld, de media en de particuliere sector samen te brengen en samen een strategie en acties te ontwikkelen. Ondertussen moeten tijdens elke gemeenteraadsperiode de lange termijndoelen van de stad worden vertaald in toepasbare doelen die de gemeenteraadsperiode van 4 of 5 jaar bestrijken.
Hoe bereik je radicale verandering? De volgende acties zouden kunnen helpen bij het realiseren van meer radicale verandering: •
Overtuig politici van de problematiek van vergrijzing, aangezien zij doorgaans reageren op problemen. Dit vereist een goede externe campagne, die de verwachte sterke stijging van het aantal ouderen laat zien. Het moet ook de bijbehorende kosten weergeven (bijv. kosten voor gezondheidszorg), vooral wanneer er geen actie wordt ondernomen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
1
•
Er moet een collectieve aanpak van alle relevante Europese instellingen komen. Zo veel mogelijk steden zouden gezamenlijk het onderwerp onder de aandacht moeten brengen van leden van het Europees Parlement (EP-leden) om vergrijzing hoger op de politieke agenda te krijgen. Bij het benaderen van het Europees Parlement is het de moeite waard om samen te werken met AGE Europe, dat al nauw samenwerkt met het Europees Parlement.
•
Op nationaal niveau moet de oprichting van een raad of rondetafel met vertegenwoordigers van alle relevante belanghebbenden worden opgezet om politici te beïnvloeden. Zo'n raad moet alle steden in het land vertegenwoordigen.
•
Binnen steden is een ecosysteem nodig voor meer samenwerking van institutionele en nietinstitutionele belanghebbenden. De basis van een netwerkorganisatie als verbindende schakel tussen alle relevante belanghebbenden, aangevoerd door de gemeente, is een goed uitgangspunt voor zo'n ecosysteem.
1.3
Leren. Meer monitoring en evaluatie
In verschillende steden in Europa zijn voldoende inspirerende voorbeelden van succesverhalen te vinden, maar vaak ontbreekt een feitelijke onderbouwing van de resultaten. Dit heeft twee redenen. Ten eerste is er bij sommige van de onderzochte projecten geen monitoring en evaluatie. Dat maakt het moeilijk om inzicht te krijgen in de effectiviteit van beleid voor actief ouder worden. Ten tweede blijkt dat in gevallen waarin sprake is van een vorm van monitoring en evaluatie, het meten van de beleidseffecten soms lastig is. Hoewel variërend tussen WHO-beleidsdomeinen, veroorzaakt de aard van de gewenste resultaten in sommige domeinen problemen bij het meten van de uitkomst. Zo is sociale participatie een prominent beleidsdomein in het huidige beleid van actief ouder worden, maar het is moeilijk om de vergaderingen, chats en andere sociale activiteiten die ouderen uitvoeren te meten. Andere beleidsdomeinen zijn eenvoudiger, zoals aanpassingen aan de openbare ruimte, die onder meer te zien zijn in de rapportage obstakel-databank van Göteborg (bijlage, pagina 79). Om een betrouwbaarder inzicht te krijgen in de effectiviteit van welke beste praktijken echt werken en welke in mindere mate, is het cruciaal om meer nadruk te leggen op monitoring en evaluatie.
Een goed voorbeeld is de leernetwerkbenadering van de steden Amsterdam en Greater Manchester, waar de gemeente samenwerkt met lokale universiteiten om binnen projecten experimenten op te zetten, resultaten te meten en de uitkomsten te evalueren. Een goede evaluatie achteraf, het meten van de projectresultaten en het vergelijken ervan met de nulmeting zowel kwantitatief als kwalitatief, zal nodig zijn om de inspanningen van steden om een leeftijdsvriendelijke stad te worden, verder te verbeteren.
1.4
Flexibiliteit. De ontwikkelingen en behoeften in het oog houden.
Leren van reeds ontwikkeld beleid en initiatieven door middel van een goede evaluatie is één ding; het is iets anders om kritisch te blijven nadenken over de huidige prioriteiten en deze af te stemmen op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en eisen van ouderen.
Digitalisering als belemmering voor inclusie De noodzaak om kritisch na te denken over de match tussen vraag en aanbod is te zien in één overeenkomst tussen de meeste steden die eraan werken om een leeftijdsvriendelijke stad te worden. De meeste van deze steden hebben sociale integratie aangewezen als een van hun hoogste prioriteiten. Dit wordt meestal geïmplementeerd in de vorm van een toename van sociale activiteiten voor ouderen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
2
Hoewel dat voor veel ouderen zeer gunstig is, zien we tegelijkertijd allemaal de toenemende digitalisering in onze samenleving. Vooral senioren van 75 jaar en ouder hebben echter vaak problemen met het gebruik van computers en smartphones. Dit vormt een uitdaging voor het aanbieden van openbare diensten, die in toenemende mate standaard digitaal worden aangeboden, inclusief belastingaangifte en aanvraag voor sociale diensten. Regeringen en andere dienstverleners voor ouderen moeten zich bewust zijn van senioren die geen gebruik kunnen maken van digitale kanalen of deze niet willen gebruiken en relevante alternatieven bieden. Dit geldt ook voor de communicatie van gemeentelijk beleid aan ouderen. Daarom moet informatie over diensten en activiteiten die relevant zijn voor ouderen ook via gedrukte media worden verstrekt en idealiter ook via informatiebureaus.
Aanpassing aan diversifiërende bevolkingsgroepen Steden worden steeds diverser en dat geldt niet alleen voor jonge generaties. Ook onder ouderen in steden zijn er veel verschillende subgroepen. Er zijn bijvoorbeeld bekende ongelijkheden in herkomst (oudere migranten), geslacht, seksuele geaardheid (LGBT) en inkomen. Deze ontwikkelingen vragen om een aanpak op maat. Een cultuurgevoelige versie van een bekende interventie is daar een goed voorbeeld van (zie pagina 95 van de bijlage). Belanghebbenden die activiteiten voor ouderen uitvoeren, moeten zich meer bewust worden van deze diverse groepen en hun eisen om sociale inclusie te vergroten.
Vergeet de mensen rondom de oudere niet Het is gebruikelijk om de senior te beschouwen als de enige persoon die zorg nodig heeft. Desalniettemin geeft een toenemend aantal mantelzorgers aan onder grote druk te staan door het verlenen van zorg, wat soms tot lichamelijke en psychische problemen leidt.
Behoefte aan holistische benaderingen en betere samenwerking Een ander aandachtspunt voor het in de gaten houden van ontwikkelingen en eisen is dat veel steden het leeftijdsvriendelijke stad-raamwerk van de WHO hebben overgenomen met de acht beleidsdomeinen. Hoewel deze domeinen een uitstekend startpunt zijn voor het begrijpen van de relevante thema's, brengen ze ook het risico met zich mee om het vergrijzingsbeleid te compartimenteren. Veel ontwikkelingen en eisen van ouderen vragen echter om een holistische benadering. Het bestrijden van eenzaamheid vereist bijvoorbeeld betrokkenheid van belanghebbenden uit verschillende WHO-domeinen, waaronder sociale participatie en inclusie, gezondheids- en gemeenschapsdiensten en huisvesting. Hetzelfde geldt voor veel andere voorbeelden. Neem valpreventie, wat betrokkenheid vereist van gezondheids- en gemeenschapsdiensten, evenals buitenruimten en de gebouwde omgeving. Om een passend antwoord te kunnen geven op de vraag van ouderen, is het daarom ook nodig om de acht domeinen te overstijgen en beleidsmakers uit deze domeinen vaker met elkaar in contact te brengen en samenwerking te stimuleren. Dit geldt niet alleen voor samenwerking binnen stadsbesturen, maar ook tussen ambtenaren en andere belanghebbenden.
Het wordt aanbevolen dat steden het fundament van een netwerkorganisatie onderzoeken als schakel tussen alle relevante belanghebbenden. Greater Manchester dient als een perfect voorbeeld met zijn Greater Manchester Aging Hub: een netwerk bestaande uit de Greater Manchester Combined Authority en alle tien gemeenten, het Greater Manchester Health and Social Care Partnership, het Age UK Network in Greater Manchester, de universiteiten en sociale organisaties en vele andere belanghebbenden. De rol van de Hub is het coördineren van een strategisch antwoord op veroudering door (onder andere) genoemde partijen bij elkaar te brengen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
3
1.5
Positiviteit. Publieke acceptatie van vergrijzing vergroten
Veel steden ontwikkelen en implementeren momenteel leeftijdsvriendelijke strategieën. Tegelijkertijd kan worden geconcludeerd dat ouder worden in de huidige samenleving soms erg negatief wordt bekeken en verkeerd wordt begrepen. Er moet meer worden geïnvesteerd om het bewustzijn in de hele samenleving te vergroten, om te begrijpen wat ouder worden betekent en hoe dit kan worden ondersteund. Als winkeliers bijvoorbeeld beter op de hoogte zijn van dementie, kunnen ze problemen waarmee dementiepatiënten kampen wellicht beter vaststellen en tegengaan. Bovendien, als jongere generaties zich meer bewust zijn van de voorzorgsmaatregelen die ze kunnen nemen om gezond en actief ouder worden te faciliteren, zullen zij daar direct van profiteren en de samenleving daar indirect van profiteren door middel van lagere zorgkosten.
1.6
Outreach. Van lokaal tot Europees niveau
Het faciliteren van stedelijke vergrijzing is afhankelijk van alle geografische niveaus. Veel van de inspirerende voorbeelden in Deel 2 hebben gemeen dat ze afhankelijk zijn van professionals en vrijwilligers die handelen op lokaal/buurtniveau, waar ze de bewoners kennen. Steden zouden meer moeten doen om gebruik te maken van deze waardevolle experts. Tegelijkertijd is er behoefte aan meer toepassing op Europees niveau. Steeds meer steden delen al ervaringen via platforms als Eurocities, AGE Europe en het European Innovation Partnership on Active and Healthy Ageing. Het wordt aanbevolen dat meer steden zich bij dergelijke netwerken aansluiten om good practices te delen en van elkaar te leren. Ook financieel is meer gebruik van het Europees niveau mogelijk. Het ESPON ACPA-onderzoek heeft aangetoond dat veel leeftijdsvriendelijke steden hun eigen budgetten bijna uitsluitend gebruiken voor de uitvoering van het beleid inzake actief ouder worden. Mogelijkheden voor gebruik van Europese fondsen werden besproken, maar geen van de ambtenaren zag dit als een optie voor hun eigen stad. Dit heeft twee redenen. Ten eerste zijn veel stadsvertegenwoordigers die zich bezighouden met vergrijzing niet op de hoogte van mogelijke financieringsbronnen, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (ERDF) en
het
Europees
Sociaal
Fonds
(ESF).
Degenen
die
op
de
hoogte
zijn
van
Europese
financieringsmogelijkheden, geven aan dat de daarmee gepaard gaande administratieve lasten te hoog zijn, waardoor het voor hen een oninteressante optie is. Als specifieke argumenten wordt genoemd de noodzaak 1 voltijds medewerker te wijden aan het aanvragen van Europese financiering en het moeten terugbetalen van een deel van het geld in het geval de begroting niet volledig wordt benut. Daarom worden de relevante Europese instanties aangemoedigd om beleidsmakers en andere uitvoerders meer bewust te maken van de mogelijkheden voor Europese kennisuitwisseling en financiering door middel van outreach- en verspreidingsactiviteiten.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
4
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
5
2 Domeinspecifieke aanbevelingen 2.1
Buitenruimten en gebouwde omgeving
Een belangrijk aspect van leeftijdsvriendelijkheid is dat senioren een actief en zinvol leven kunnen leiden. De kwaliteit van de inrichting van buitenruimten en de gebouwde omgeving ten aanzien van ouderen staat hierbij centraal. De beschikbaarheid van voldoende banken en hun ontwerp en toegang tot groene zones kan senioren helpen om actiever te zijn in en buiten hun buurt. Verbeteringen in veiligheid en veiligheidsperceptie zijn ook erg belangrijk, vooral 's nachts en in de perifere buurt. Er moet voor worden gezorgd dat straten voldoende verlicht zijn en dat de trottoirs vrij zijn van obstakels. Burgers moeten de mogelijkheid hebben om een melding te maken van fysieke obstakels en andere barrières voor ouderen. Checklists en duidelijk gedefinieerde ontwerpnormen kunnen ervoor zorgen dat de openbare ruimtes van de stad op een geïntegreerde en consistente manier worden gepland. Een evenwichtige aanpak is hier echter belangrijk. Het leeftijdsvriendelijker maken van stedelijke ruimtes zou niet alleen ten goede moeten komen aan senioren, maar ook aan mensen van alle leeftijden en capaciteiten. Daarom mogen ze niet ontworpen zijn met slechts één gebruikersgroep in gedachten, want dit kan er gemakkelijk toe leiden dat de belangen van één groep conflicteren met de belangen van anderen.
2.2
Transport en mobiliteit
Leeftijdsvriendelijk openbaar vervoer is een voorwaarde voor succes op andere gebieden, zoals sociale integratie en maatschappelijke betrokkenheid, aangezien mensen in staat moeten zijn om – met een comfortabel gevoel – deze activiteiten te bereiken en zich erbij aan te sluiten. Effectief en leeftijdsvriendelijk openbaar vervoer kan op lange termijn positieve gezondheidseffecten hebben, aangezien ouderen langer zelfstandig kunnen blijven. Als het openbaar vervoer goed gepland en aangepast is, kan het een inclusief effect hebben, omdat ouderen die anders misschien aan huis gebonden zijn mobieler kunnen worden. Dit kan ook de belasting voor hun familie en verzorgers verminderen. Het openbaar vervoer moet gemakkelijk toegankelijk zijn en de veiligheid van bushaltes en busterminals moet worden verbeterd. Het is positief wanneer transportoplossingen naast simpelweg als transportmiddel ook een maatschappelijke functie vervullen (zoals Flexlinjen in Göteborg en Rosa busser in Oslo). Het wordt aanbevolen dat steden vervoersoplossingen op maat aanbieden, zodat senioren bestemmingen kunnen bereiken die buiten het bereik van normale bus-, metro- en treinlijnen liggen. Afhankelijk van de financiële draagkracht van steden, is het de moeite waard om de mogelijkheden te onderzoeken om voor ouderen verlaagde tarieven voor openbaar vervoer aan te bieden.
Het is bewezen dat dit gunstig is voor hun sociale participatie en inclusie.
2.3
Huisvesting
De stijging van de huizenprijzen en de beperkte beschikbaarheid van sociale woningen voor een groeiend aantal ouderen is een uitdaging waar steden voor staan, mede gezien het feit dat het aantal ouderen met een laag inkomen de komende jaren naar verwachting zal toenemen. Wonen is in veel opzichten een grote uitdaging, veel senioren wonen in een woning die niet goed geschikt is voor hun behoeften en verhuizen kan moeilijk of onmogelijk zijn. Relatief kleine fysieke aanpassingen kunnen ertoe bijdragen dat woningen leeftijdsvriendelijker worden, bijdragen aan een verbeterd gevoel van veiligheid en ouderen in staat stellen om langer zelfstandig te wonen. Het is aan te raden ouderen subsidies te bieden voor dergelijke aanpassingen. Het inhuren van wooncoaches gaat de woonuitdaging op een andere manier aan door senioren hulp te bieden bij het vinden van woonruimte die beter aansluit bij hun wensen.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
6
2.4
Maatschappelijke betrokkenheid en werkgelegenheid
Activiteiten die sociale participatie en inclusie bevorderen, zijn vaak afhankelijk van de actieve inzet van vrijwilligers. Het is ook belangrijk om een facilitator te hebben die verantwoordelijk is voor het coördineren en beheren van de activiteiten en om ervoor te zorgen dat de activiteiten inclusief, respectvol en interessant zijn voor iedereen. Sommige initiatieven zijn ook afhankelijk van samenwerking met culturele instellingen, wat betekent dat het belangrijk is om een goede band met deze instellingen te hebben. Het hebben van toegankelijke faciliteiten om de activiteiten te organiseren is ook cruciaal. Ze moeten zoveel mogelijk op buurtniveau plaatsvinden en verenigingen moeten de opkomst van de senioren faciliteren door ook de logistieke aspecten te faciliteren. Veel senioren ervaren belemmeringen voor culturele participatie en een manier om de drempel voor deelname te verlagen, is door deelname gratis of betaalbaar te maken. Dit zorgt er ook voor dat hoge kosten niet de reden zijn voor mensen om niet mee te doen. Lokale verenigingen en lokaal bekende senioren kunnen de meest effectieve ambassadeurs zijn om individuen op lokaal niveau te mobiliseren. De domeinen van sociale participatie en inclusie lenen zich goed voor het combineren van doelen.
Bijvoorbeeld het aanpakken van sociale uitsluiting terwijl ook bepaalde vaardigheden worden ontwikkeld of intergenerationele contacten worden gefaciliteerd.
2.5
Civic engagement and employment
Voor sommige beleidsmakers is een van de vaak gemaakte fouten aan te nemen te weten wat ouderen nodig hebben, wat vaak misleidend is. De senioren vormen geen homogene categorie en hun behoeften ontwikkelen vrij snel. Hun actieve betrokkenheid bij beleidsontwerp is daarom cruciaal. Senioren zijn in de eerste plaats burgers en willen als zodanig worden gezien in plaats van als een speciale categorie. Het is cruciaal te benadrukken dat van hen wordt verwacht dat ze een actieve rol in de samenleving spelen en daartoe inderdaad welkom zijn. Dat vereist bewustmaking en het opbouwen van vertrouwen, evenals inspanningen om mensen te mobiliseren die minder enthousiast zijn om op lokaal niveau een actieve rol te spelen. Voor het creëren van gunstige omstandigheden om hen in staat te stellen en op hun gemak te stellen om hun mening te geven, moet de stad nadenken over formats, logistieke regelingen en manieren om senioren het gevoel te geven dat er rekening is gehouden met hun behoeften.
2.6
Communicatie en informatie
Het is belangrijk dat ouderen toegang hebben tot informatie over wat voor soort diensten en activiteiten er bestaan. Steden moeten de nadruk leggen op het verspreiden van informatie over welk type transportoplossingen, huisvestingsalternatieven en culturele en recreatieve activiteiten beschikbaar zijn voor senioren. Digitale uitsluiting is een grote uitdaging waarmee veel senioren worden geconfronteerd en vanuit dit perspectief is het belangrijk dat informatie niet alleen digitaal wordt verstrekt, aangezien traditionele informatiebronnen, zoals gedrukt materiaal en per telefoon, nog steeds de voorkeur hebben van veel senioren. Sommige steden hebben ook informatiebureaus of contactpunten waar senioren terecht kunnen met allerlei soorten vragen en het verdient de voorkeur dat via zo'n geïntegreerd kanaal een breed scala aan informatie kan worden verstrekt. Het bereiken van sociaaleconomisch zwakke groepen en ouderen met een migrantenachtergrond is vaak een voortdurende uitdaging. Het kan goed zijn om informatie te verstrekken met afbeeldingen in plaats van
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
7
puur op tekst te vertrouwen. Informatie laten vertalen in verschillende talen is een andere manier om dit aan te pakken, ervan uitgaande dat de stad over voldoende middelen beschikt.
2.7
Maatschappelijke ondersteuning en gezondheidszorg
Lichaamsbeweging en training zijn belangrijk om actief en gezond ouder worden te garanderen. Ze kunnen belangrijk zijn voor het verbeteren van cognitieve vaardigheden die gevoelens van veiligheid, competentie en controle kunnen stimuleren. Tegelijkertijd stijgen de zorgkosten in veel landen. Om de druk van gezondheidsfaciliteiten en ziekenhuizen te verlichten en de kosten te beperken, moeten steden meer investeren in gedecentraliseerde zorg en thuiszorg door de vorming van mantelzorgnetwerken rond ouderen te faciliteren. Ook is er bij jongere generaties meer nadruk op preventie en bewustmaking nodig. Kinderen die advies en informatie zoeken voor hun oudere ouders kunnen een doelgroep worden.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
8
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
9
Volume 2: approaches and good practices of policy design
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
10
1 Introductie Na het lezen van deel 1 heeft u waarschijnlijk een goed beeld van de uitdagingen waarmee steden te maken hebben wat betreft vergrijzing en wat er gedaan moet worden. Maar u vraagt zich misschien nog steeds af hoe dit gedaan moet worden. Welke stap moet ikzelf zetten als beleidsmaker, professional, vrijwilliger of wat voor belanghebbende dan ook die met ouderen werkt?
Veel lokale autoriteiten zijn op zoek naar de juiste manieren waarop de uitdagingen van vergrijzing aangepakt kunnen worden. Steden staan niet alleen in dit streven. In de hele EU worden veel plaatsen geconfronteerd met demografische ontwikkelingen met een toenemend aandeel van ouderen. Deze plaatsen ondervinden allen vergelijkbare uitdagingen en proberen oplossingen te vinden voor deze uitdagingen. Waar sommige steden worstelen zijn andere steden in staat om praktijken te bedenken om met de uitdagingen om te gaan. Innovatieve manieren om ouderen te ondersteunen zijn in ontwikkeling in heel Europa en het zou jammer zijn om deze ideeën niet te delen met de rest van de Europese gemeenschap. In navolging van de beleidsaanbevelingen in deel 1 is het nu tijd voor praktische oplossingen. In dit boek presenteren we zulke praktische voorbeelden. Ze zijn gebaseerd op het ESPON ACPA-onderzoek, dat draait om de pogingen van acht verschillende Europese steden (Amsterdam, Barcelona, Göteborg, Greater Manchester, Hengelo, Nantes, Oslo en Zaragoza) om leeftijdsvriendelijke steden te worden. Elke stad ontwikkelt een eigen benadering in het omgaan met vergrijzing, met verschillende prioriteiten op verschillende beleidsdomeinen. De good practices van deze benaderingen zijn in een beknopte vorm verzameld in deze praktijkhandleiding.
De praktijkhandleiding kan worden gebruikt als startpunt voor lokale autoriteiten en beleidsmakers die meer willen leren over succesvolle leeftijdsvriendelijke praktijken. Het begint met praktische, maar toch algemene werkwijzen die helpen om de resultaten van het beleid op een effectievere en efficiëntere manier te bereiken. Deze manieren zijn gestructureerd rond de beleidscyclus en helpen u het hele proces te verbeteren, van het signaleren van problemen tot het ontwerpen, implementeren en evalueren van beleid. Vervolgens bevat het good practices die betrekking hebben op thematische uitdagingen zoals gezond blijven, toegang hebben tot goed vervoer en huisvesting en onderwerpen als sociale inclusie en participatie.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
11
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
12
2 Help! We worden ouder! We willen allemaal zo lang mogelijk gezond en actief blijven. Naarmate we ouder worden, wordt het echter steeds moeilijker om dit te doen. Het is normaal dat ouderen minder mobiel zijn. U kunt bijvoorbeeld problemen met uw rug krijgen of moeite hebben met zien. Deze kleine fysieke problemen kunnen er op hun beurt weer voor zorgen dat u niet meedoet aan de sociale activiteiten waar u vroeger van genoot. Bovendien kan het ineens moeilijk zijn om in uw eigen huis te bewegen, omdat het moeilijk is om de trap op te gaan. U kunt zien hoe deze problemen tot grotere problemen kunnen leiden: misschien moet u naar een ander huis verhuizen, weg van uw vrienden en familie en misschien ervaart u eenzaamheid omdat u niet meer vrij kunt bewegen. De hierboven beschreven situatie is vrij somber, maar voor veel ouderen maar al te reëel. Wat begint als een klein probleem, kan uitmonden in een combinatie van problemen die tot ongemakkelijke situaties leiden. Leeftijdsvriendelijke steden willen deze situaties voorkomen door mensen te helpen gezond en actief te blijven en te genieten van de activiteiten die ze willen doen in hun eigen leefomgeving.
2.1
Age-friendly beleidsdomeinen
Ons verhaal verwijst naar een reeks van vier overkoepelende gebieden of beleidsdomeinen die centraal staan in de ontwikkeling van een leeftijdsvriendelijke strategie. Binnen deze vier zijn de acht WHO-domeinen van een leeftijdsvriendelijke stad terug te vinden. Tabel 2.1: Beleidsdomeinen in een leeftijdsvriendelijke stad 1. Huisvesting en de gebouwde omgeving
•
Buitenruimtes en gebouwen
•
Huisvesting
2. Vervoer en mobiliteit
•
Vervoer
3. Gezondheid en zorg
•
Maatschappelijke steun en gezondheidsdiensten
4. Sociaal leven
•
Sociale participatie
•
Respect en sociale inclusie
•
Maatschappelijke participatie en werkgelegenheid
•
Informatie en communicatie
Deze vier gebieden hangen nauw met elkaar samen en achteruitgang in één veld kan leiden tot een dominoeffect zoals in ons eerste voorbeeld. Tegelijkertijd betekent dit ook dat maatregelen die het ene thema als primair doel hebben altijd tot op zekere hoogte bijdragen aan de andere thema's. Zo richten leeftijdsvriendelijke vervoersinitiatieven zich bijvoorbeeld allemaal op vervoer en mobiliteit, maar dienen ze ook een sociale functie en dragen ze bij tot het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen die anders misschien beperkt zouden blijven tot de grenzen van hun eigen huis. We moeten hier rekening mee houden als er in een later stadium good practices worden gepresenteerd.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
13
Wat heeft onze stad nodig?
2.2
Beleidsmakers moeten zich bewust zijn van de belangrijkste uitdagingen voor ouderen in hun respectievelijke steden. Een grondige probleemanalyse is een belangrijk begin van elke beleidscyclus en is essentieel voor het formuleren van effectief beleid. Met een probleemanalyse kunt u de uitdagingen identificeren waarmee de stad wordt geconfronteerd naarmate de bevolking ouder wordt. Dit moet gebeuren door middel van verschillende manieren van dataverzameling: zowel kwalitatief als kwantitatief.
Voorbeeld van probleemanalyse: Amsterdams Age-Friendly Stad plan De gemeente Amsterdam sloot zich in 2015 aan bij het Netwerk van Age-friendly Cities van de Wereldgezondheidsorganisatie en begon al snel met het ontwikkelen van een actieplan dat uiteindelijk in 2016 werd gelanceerd. Een fase van grondige voorbereidende analyse, die de 'stadsanalyse' werd genoemd, was de eerste stap om tot het actieplan te komen.
In de probleemanalyse van Amsterdam speelt één centraal aspect een cruciale rol, namelijk de kwaliteit van leven voor ouderen. Dit concept was de basis van de analyse om een duidelijk overzicht te krijgen van de huidige stand van zaken in de stad. Om inzicht te krijgen in de kwaliteit van leven van ouderen in de stad is op twee manieren geanalyseerd:
1.
Een kwantitatieve, statistische analyse op buurtniveau. De zeven stadsdelen hebben in totaal 96 wijken, waarvoor gegevens zijn verzameld die de levenskwaliteit van ouderen weerspiegelen. Tabel 2.2 geeft een overzicht van de gegevens met een beschrijving van de gebruikte indicatoren.
Tabel 2.2: Mogelijke indicatoren voor het meten van kwaliteit van leven op buurtniveau Indicator
Voorbeelden van metingen
Demografische ontwikkeling
•
Aandeel 65-plussers;
•
Toename in aantal 65-plussers;
•
Verwacht aantal 65-plussers in de toekomst.
•
Gemiddeld besteedbaar gezinsinkomen;
•
Aandeel laaggeschoolde huishoudens met laag inkomen;
•
Aandeel niet-westerse migranten.
•
Aantal gezondheidsdiensten per 10.000 inwoners;
•
Opgesplitst in ziekenhuizen, huisartspraktijken,
Sociaaleconomische status
Zorgaanbod
fysiotherapeuten, dagbesteding Levering van andere openbare diensten
•
Aantal cafés en andere horecadiensten, culturele locaties en andere culturele diensten; winkels.
Connectiviteit (mogelijkheden voor mobiliteit)
•
Trein-, tram en metrolijnen;
•
Busstations.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
14
Deze gegevens werden echter omgezet in betekenisvolle kaarten, die op basis van de verschillende bovengenoemde indicatoren specifieke aandachtsgebieden laten zien. Figuur 2.1 laat zo'n kaart zien.
2.
Kwalitatieve publieke consultaties met ouderen. In elk van de zeven stadsdelen zijn focusgroepen met ouderen gehouden om hun perceptie van het dagelijks leven in de stad te bespreken, met bijzondere aandacht voor ervaren uitdagingen en belemmeringen en hoe deze problemen aan te pakken.
Zo'n voorbereidende probleemanalyse kan een zeer effectief mechanisme zijn om te erachter te komen welke wijken de meeste aandacht nodig hebben en wat voor soort beleidsthema's en programma's moeten worden ontwikkeld om de ouderen te ondersteunen die dit het hardst nodig hebben.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
15
Figuur 2.1: Stadsanalyse-kaart, die aandachtsgebieden van het Age-friendly City actieplan toont
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
16
2.3
Richting een actieplan
Schrijf als resultaat van uw probleemanalyse de uitdagingen op die u bent tegengekomen. Ze passen waarschijnlijk in een of meer van de hierboven beschreven beleidsdomeinen. Houd er rekening mee dat de meeste van deze uitdagingen sectoroverstijgend zijn en meerdere domeinen tegelijkertijd zullen omvatten. Nadat u deze probleemanalyse hebt afgerond, kunt u gaan nadenken over beleid en maatregelen om de uitdagingen aan te pakken. Het kan nuttig zijn om dit – en hoe u de geïdentificeerde uitdagingen wilt tegengaan – schematisch te structureren. Onderstaand voorbeeld geeft een mogelijke manier om doelen te formuleren en te vertalen naar acties en geplande uitkomsten. Onderstaand schema is bedoeld voor het structureren van het actieplan als geheel, maar is evenzeer bruikbaar voor het structureren van individuele beleidslijnen en maatregelen. Figuur 2.2: Diagram voor leeftijdsvriendelijke strategie
Beleidsdoelen
Uitblinkgebieden
Governance principes
Beleid en maatregelen
•
Wat moet er veranderen in de huidige situatie?
•
Hoe verhoud dit zich tot de missie en visie van de stad?
•
Wanneer moet dit bereikt zijn?
•
Op welke districten of buurten wordt er gericht?
•
Wat zijn de beleidsthema’s die bij de doelen betrokken zijn?
•
…
•
Wie coördineert de acties?
•
Welke belanghebbenden zijn betrokken en hoe?
•
…
•
Beschrijf per beleid of maatregel.
•
Dit kan worden beschreven per ieder van de 8 WHOdomeinen.
•
Afhankelijk van uw situatie is er ook een andere structuur mogelijk.
Voorziene outcomes
•
…
•
Beschrijf de uiteindelijk gewenste situatie: hoe zouden ouderen idealiter leven in uw stad?
•
Maak dit zo concreet meetbaar als mogelijk.
Bron: eigen uitwerking door consortium
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
17
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
18
3 Versterken van het potentieel voor succes Het vorige hoofdstuk gaf het inzicht dat een goed beleid voor stedelijke vergrijzing voorbereiding en strategieontwikkeling vereist. Voor dat laatste is een schema geboden om een missie, visie en strategie uit te werken. Het laatste deel van uw strategie moet een plan bevatten voor concrete initiatieven. U kunt zich in de situatie bevinden waarin u uw huidige beleidsprogramma verbetert, of in een situatie waarin u een geheel nieuw initiatief wilt starten. In dit hoofdstuk vindt u enkele praktische tips die u helpen om effectief en efficiënt ondersteuning te bieden aan ouderen. We doorlopen de verschillende stappen van het implementatieproces en geven u tips over hoe u meer draagvlak voor uw plannen kunt creëren, hoe u de doelgroep effectief kunt bereiken, hoe u het proces administratief kunt inrichten en hoe u de implementatie tot een voortdurend proces van leren en verbeteren kunt maken.
3.1
Participatieve methoden om draagvlak te creëren
Nog te vaak neigen overheden tot het ontwikkelen van beleid en initiatieven achter de tekentafel, waarbij weinig of geen gebruik wordt gemaakt van waardevolle expertise die aanwezig is in de wijken waarop het initiatief zich richt. Dergelijke expertise kan afkomstig zijn van bewoners die al lange tijd in het gebied wonen en veel weten over lokale trends en ontwikkelingen – ongeacht hun leeftijd. Of van ouderen die gebruik zullen moeten maken van de diensten die in ontwikkeling zijn, waardoor het cruciaal is om na te gaan of het geplande initiatief aan hun wensen en behoeften zal voldoen. Er zijn meerdere manieren om deze waardevolle hulpmiddelen te verzamelen en te gebruiken. Publieke consultaties De eerste manier van participatieve praktijk is het organiseren van openbaar overleg voor ouderen, waar zij hun mening kunnen geven over actuele ontwikkelingen en beleidsinitiatieven. In de meeste steden zijn er adviesraden bestaande uit ouderen die kritisch reflecteren op nieuwe beleidsinitiatieven.
Figuur 3.1: Publieke consultatie in Oslo
Hoewel deze raden nodig zijn, is een aandachtspunt dat ze meestal worden gevormd door relatief vitale ouderen. Vaak hebben ze een relatief hoge sociaaleconomische status en zijn ze een groot deel van hun leven politiek en/of sociaal actief geweest. De inspanningen van deze betrokken burgers moeten worden gekoesterd, maar het is de moeite waard om ook de opvattingen van de minder actieve, kwetsbare ouderen te volgen. De ouderenadviesraden kunnen uiteraard de opvattingen van deze minder actieve, kwetsbare ouderen weerspiegelen, maar het zou beter zijn om hun stem direct te horen. Zoals te zien is in figuur 3.1, organiseert de stad Oslo openbare overleggen waar allerlei soorten ouderen worden uitgenodigd om na te denken over hun leven in de stad en wat er moet gebeuren om het te verbeteren. Bron: gemeente Oslo
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
19
Ouderen als co-onderzoekers De volgende stap is niet alleen de feedback van ouderen, maar om hen actief te betrekken bij het zoeken naar verbeteringen. Meerdere steden hebben met succes ouderen in dienst genomen als zogenaamde ‘coonderzoekers’. Greater Manchester kan in dit opzicht worden gezien als een baanbrekende stad. Ondersteund door professor Dr. Tine Buffel (Universiteit van Manchester), zijn ouderen opgeleid in onderzoeksmethoden en stedenbouw. Hierdoor konden ze onderzoek doen in hun eigen gebieden, op zoek naar verbeteringen vanuit een leeftijdsvriendelijk perspectief. Gedurende het hele proces werd academische ondersteuning en advies geboden. De co-onderzoeksactiviteiten omvatten: •
Focusgroepen met lokale ouderen en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties;
•
Interviews met ‘moeilijk te bereiken’ oudere mensen (d.w.z. degenen die armoede, sociale uitsluiting of gezondheidsproblemen ervaren), met de nadruk op hun perceptie van het leven in Manchester en wat er moet worden gedaan om hun kwaliteit van leven te verbeteren;
•
Reflecties op de onderzoeksmethodologie en hoe beter toegang tot ouderen te krijgen;
•
Participatieve observatie in de openbare ruimte om de kwaliteit van plekken zoals parken, pubs, buurtwinkels en bushaltes te beoordelen vanuit een leeftijdsvriendelijk perspectief;
•
Co-ontwikkeling van belangrijke onderzoeksresultaten met de co-onderzoekers, gepresenteerd in brochures;
•
Organisatie van verspreidingsworkshops, waarbij ouderen, maatschappelijke organisaties en andere geïnteresseerde belanghebbenden bijeenkomen om de te nemen stappen te bespreken.
Figuur 3.2: Ouderen in Manchester die de situatie voor ouderen in hun stad analyseren
Bron: MICRA, University of Manchester
De steden Oslo en Amsterdam hebben vergelijkbare ervaringen met het laten beoordelen van de situatie door ouderen in hun wijk. In Oslo beoordeelden senioren de kwaliteit van openbare ruimtes (“seniortråkk”), zoals te zien in figuur 3.3.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
20
Figuur 3.3: Ouderen in Oslo beoordelen de kwaliteit van trottoirs en overige straatelementen
Bron: gemeente Oslo
Ouderen betrekken als co-onderzoekers heeft meerdere voordelen. In de eerste plaats zijn ze doorgaans beter in staat om moeilijk bereikbare senioren te bereiken dan ambtenaren en daarom kunnen ze helpen een representatiever beeld op te bouwen van hoe ouderen de kwaliteit van leven in een stad ervaren. Bovendien biedt het een effectieve manier om ouderen te activeren. In hun rol als co-onderzoekers leggen ze nieuwe contacten en onderhouden ze zichzelf mentaal – wat dus ook gunstig is wat betreft maatschappelijke participatie, inclusie en gezondheid.
Service provision by older people Een ander niveau van betrokkenheid van mensen is te zien in de fase van dienstverlening. In Zaragoza's sociale verzamelcentra voor ouderen (‘Centros de Convivencia’) kunnen ouderen een rol als vrijwilliger vervullen. In sommige gevallen nemen ouderen het voortouw bij het ontwerp en de uitvoering van sommige activiteiten. Ouderen kunnen ook helpen bij het leveren van diensten zoals te zien in deze video (YouTube).
3.2
Samenwerking voor meer efficiëntie
Het zoeken naar slimme benaderingen van governance kan de efficiëntie van het vergrijzingsbeleid enorm verbeteren. Dit heeft niet alleen betrekking op de praktische dienstverlening, maar ook op de kostenefficiëntie. Dit is bijvoorbeeld te zien in twee recente veelbelovende praktijken met betrekking tot governance in de gezondheidszorg: het barrièremodel en de social trials.
ESPON / ACPA – Europese steden aanpassen aan vergrijzing: Beleidsuitdagingen en good practices / Beleidshandboek
21
Veelbelovend initiatief: Hengelo’s barrièremodel Het barrièremodel zorgt voor kostenefficiënte zorgverlening door samenwerking tussen veertien gemeenten in de regio Twente, waarin Hengelo is gevestigd. OZJT/Samen14 is verantwoordelijk voor de aankoop, contractbeheer en monitoring van kinderopvang en sociale ondersteuning. OZJT/Samen14 organiseert dit voor de gemeenten Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Door samen te werken kunnen de administratieve lasten worden verminderd en is het ook makkelijker om nieuwe en innovatieve zorgoplossingen te ontwikkelen. OZJT is verantwoordelijk voor € 210 miljoen aan contracten met zorgverleners. Om ervoor te zorgen dat de zorg van hoge kwaliteit is, maakt de organisatie gebruik van een nieuw ontwikkeld barrièremodel. Met deze aanpak wordt fraude in de zorg voorkomen. De aanpak bestaat uit drie fasen. In fase één worden potentiële aanbieders in een screeningsessie aan strenge eisen onderworpen. Aanbieders die in het verleden fraude hebben gepleegd of slecht hebben gepresteerd worden afgewezen. In fase 2 wordt een pre-monitoring uitgevoerd op de kwaliteit en legitimiteit van aanbieders. Als er in deze fase risico's worden geïdentificeerd (bijv.
gebrek aan gekwalificeerde medewerkers), zal de aanbieder nader worden onderzocht. In fase 3 worden de resultaten van de pre-monitoring gerangschikt naast een lijst met risico-indicatoren. Op basis van deze indicatoren ontvangt een provider een ‘rood’, ‘oranje’ of ‘groen’ licht. Dit is een schatting van het risico dat gepaard gaat met het contracteren van deze specifieke aanbieder. Wanneer een aanbieder een rood licht krijgt, wordt er actie ondernomen om de situatie van de aanbieder te verbeteren of om contracten die de organisatie met deze aanbieder heeft te ontbinden. Op deze manier wordt fraude tot een minimum beperkt. OZJT bestaat uit een relatief klein kernteam. Per vak wordt samen met professionals uit de verschillende gemeenten een groter team opgebouwd. In deze situaties werken de lokale professionals in naam van OZJT terwijl ze formeel in dienst zijn van hun lokale gemeenten. OZJT toont organisatorische innovatie op twee verschillende manieren. Allereerst is de samenwerking tussen de verschillende gemeenten innovatief. De manier waarop medewerkers van de gemeenten samenwerken in werkgroepen met specifieke taken leidt tot sterkere banden in de regio. Bovendien vermindert het gezamenlijk contracteren van diensten de administratieve lasten en kosten in het algemeen.