TKN 1 - Ruimtelijke Ordening (30) 2. nota vooroverleg BP en MER Strandeiland V_def_incl bijlagen.pdf
Tekst van het document
Blz. 33: o “Bij de Makerskade wordt een deel van het verhard oppervlak (circa 6 ha) via een IT ‐ riool op het buitenwater (IJmeer) geloosd. (pg 33)” Hier is eerder ook al op gereageerd. Verzoek om hier expliciet aan te geven welk deel van het water afstroomt naar het buitenwater en hoe voorkomen wordt dat hierdoor ongewenste stoffen in dit water terecht komen. Aangegeven wordt dat met AGV is overlegd. RWS kan na verwerking van reacties toegevoegd worden.
Regels Artikel 3.2g is alleen gericht op N2000, terwijl de inrichting van de natuurvriendelijke zuidoost oever ook (met name) dient ter vereffening voor de KRW-doelen. Artikel 8: Hier missen wij nog regels om te voorkomen dat bij overstroming van de kade verontreinigende stoffen richting het oppervlaktewater afstromen. Verzoek hier onder 8.2.1 een bepaling voor op te nemen. Artikel 22: De kunstwerken zoals brug en sluis dienen te voldoen aan de richtlijnen vaarwegen 2020. Artikel 23: Hier worden voorzieningen voor de inzameling van afvalwater gemist. Artikel 29.3: Dit FSC hout mag niet geïmpregneerd zijn. Artikel 31.3: Onduidelijk is hoe deze eisen worden uitgewerkt. Onduidelijk is wanneer we het maximum hebben bereikt van afstromend hemelwater en hoe voorkomen wordt dat afstroming plaatsvindt naar oppervlaktewater. Artikel 31.11 & 34.2: Aanvullend opnemen dat lichtbronnen niet uitstralen naar de buiten(=water)zijde van de beplanting, zodat geen verstoring optreedt van de vliegroute van vleermuizen evenwijdig aan de beplanting. Verbeelding Ook hier is nog onduidelijk hoe de afvoer van de rioolwaterzuivering zal plaatsvinden. MER Deelrapport natuur wordt gemist bij de stukken. Eenheid tussen MER en de andere stukken ontbreekt, ze lijken op verschillende momenten geschreven te zijn. Hoofdstuk 5: o Hier wordt benoemd in 5.3.3.
dat de waterkwaliteit binnenwater in de zomer op problemen kan stuiten. Hoe wordt hier in het plan mee omgegaan en hoe wordt voorkomen dat binnenwater van slechte kwaliteit terecht komt in het buitenwater? Hoofdstuk 6: o 6.2.1: Er wordt gesproken over aantasting van weinig kranswieren: Hoeveel en welk % van het geheel. o 6.5 mitigerende maatregelen: Deze worden voorgesteld, maar komen in de rest van de stukken niet terug. Als deze niet genomen worden is de beoordeling niet juist. Hoofdstuk 11: o 11.3: Er wordt van veel aannames uitgegaan en er is nog niet duidelijk wat men precies gaat doen. De MER begint meer een onderzoeksrapport te worden dan een rapportage om de milieu effecten te beoordelen. Dit wordt in hoofdstuk 13 ook erkend. Hoofdstuk 13: o Ook hier onduidelijk wat er met het zwarte en grijze water gebeurt na zuivering en opwerking en welke effecten dat heeft. o Er worden wat suggesties gedaan voor mitigatie, bv. lichtverstrooiing voor vleermuizen, maar hoe dat uitgewerkt wordt is niet duidelijk. o Tabel 13.2 geeft wat meer zicht op eventuele maatregelen, maar zuivering van afvalwater mist nog.
Geachte mevrouw Tiekstra, U heeft van ons inderdaad geen reactie gekregen op het OBP IJburg 2de fase – Strandeiland. Wat ons betreft is een advies in het kader van art 3.1.1 van onze kant ook niet nodig. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geinformeerd. Cees Mars Adviseur Industriële en Externe Veiligheid Sector Risicobeheersing & Preparatie Brandweer Amsterdam-Amstelland Postbus 92171 1090 AD Amsterdam IJ-tunnel 4 1011 TA Amsterdam 06 - 51956958 c.mars@brandweeraa.nl
Van: Tiekstra, Mireille Verzonden: dinsdag 18 augustus 2020 10:21 Aan: Markus, Jacqueline ; 'info@almere.nl' ; 'secretariaat@diemen.nl' ; 's.woudstra@muiden.nl' ; Frank, Mariëlle ; Piepers, Patricia ; Sloot, Brigitte ; 'tanya.vanhuissteden@flevoland.nl' ; Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (info@cultureelerfgoed.nl) ; Serviceteam RB ; Mars, Cees ; 'amsterdam@fietsersbond.nl' ; 'info@weesp.nl' ; christien.zeck@odnzkg.nl; Boubaouch, Abdenassar CC: Fijma, Eelco ; Bosman, Eva ; Vocht, Marlies de ; Imambaks, Rachel Onderwerp: RE: Overleg ex artikel 3.1.1. OBP IJburg 2e fase, Strandeiland Geachte heer mevrouw, Onderstaande mail hebt u een aantal weken geleden van ons ontvangen. We hebben van u geen reactie ontvangen binnen de gestelde termijn. Mocht u alsnog bezig zijn met een reactie, dan wel alsnog reactie willen indienen, dan verzoek ik u met spoed contact met mij op te nemen. In overleg kan gekeken worden of het nog mogelijk is om binnen de planning uw reactie mee te nemen. Reacties op deze mail zie ik dan ook graag deze week tegemoet.
Met vriendelijke groeten, Mireille Tiekstra Jurist Strandeiland 06-10826086 Van: Markus, Jacqueline Verzonden: maandag 6 juli 2020 15:15 Aan: 'info@almere.nl'; 'secretariaat@diemen.nl'; 's.woudstra@muiden.nl'; Frank, Mariëlle; Piepers, Patricia; Sloot, Brigitte; Bestuursondersteuning SDO; Waternet; Vincent Dijkdrenth; 'wnn-ruimtelijkeplannen@rws.nl'; 'tanya.vanhuissteden@flevoland.nl'; Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (info@cultureelerfgoed.nl); office@brandweeraa.nl; c.mars@brandweeraa.nl; 'mer@eia.nl'; 'amsterdam@fietsersbond.nl'; Woudenberg, Fred; 'info@weesp.nl'; 'ro.loket@liander.nl'; christien.zeck@odnzkg.nl; Boubaouch, Abdenassar
CC: Fijma, Eelco; Bosman, Eva; Tiekstra, Mireille; Vocht, Marlies de Onderwerp: Overleg ex artikel 3.1.1. OBP IJburg 2e fase, Strandeiland Geachte heer/mevrouw, Hierbij stuur ik u, daartoe gemachtigd door de Wethouder voor de R uimtelijke Ordening van Amsterdam, in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening, het voorontwerpbestemmingsplan IJburg 2 e fase – Strandeiland. Vanwege de grootte van de bestanden worden deze toegezonden via de onderstaande WE TRANSFER link: https://we.tl/t-YFz6E2SgvZ Houd u er rekening mee dat de link vanaf verzending nog 7 dagen te downloaden is. Uw schriftelijke reactie ontvangen wij graag binnen 6 weken na dagtekening van deze e-mail. U kunt uw reactie mailen naar: m.tiekstra@amsterdam.nl Voor vragen over het voorontwerpbestemmingsplan kunt u contact opnemen met m.tiekstra@amsterdam.nl
Met vriendelijke groet, Jacqueline Markus Juridische ondersteuning R&D Senior secretaresse Team Juridische Planvorming Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid M 06 26729148 j.markus@amsterdam.nl Afwezig: woensdagmiddag Let op! Bij bezoek aan de gemeente Amsterdam dient u in het bezit te zijn van een geldig legitimatiebewijs.
Beste mevrouw Tiekstra, Hierbij stuur ik u namens Liander de reactie op het vooroverleg OBP IJburg 2e fase, Strandeiland. Naast de brief zijn de volgende bijlagen meegestuurd: - Digitale liggingsgegevens van de 150kV-kabelverbinding - Digitale liggingsgegevens van transformatorstation IJburg Graag ontvang ik een bevestiging wanneer u de brief incl. bijlagen in goede orde ontvangen hebt. Bedankt alvast. Met vriendelijke groet, Yvette Ghamati Omgevingsmanager | Energie Consulting M 06 38 32 44 21 E yvette.ghamati@qirion.nl
Qirion B.V. | Postbus 50, 6920 AB Duiven, Nederland | Locatiecode: 2NA8122 | Bezoekadres: Dijkgraaf 2 6921 RL Duiven | KvK 09119276 Duiven | www.qirion.nl | www.werkenbijqirion.nl De inhoud van deze e-mail, inclusief bijlagen, is persoonlijk en vertrouwelijk. Mocht dit bericht niet voor u bedoeld zijn, informeer dan per omgaande de afzender en verwijder dit bericht. Gelieve deze e-mail, inclusief eventuele bijlagen, niet te gebruiken, kopiëren of door te sturen aan derden.
Locatiecode 2NA8122, Postbus 50, 6920 AB Duiven
Bezoekadres
Aangetekend
Dijkgraaf 4 6921 RL Duiven
Gemeente Amsterdam Mevr. M. Tiekstra m.tiekstra@amsterdam.nl
Postadres
Locatiecode 2NA8122 Postbus 50 6920 AB Duiven Telefoon 088 542 6444 info@liander.nl www.liander.nl
Contactpersoon
Datum
Yvette Ghamati Yvette.ghamati@qirion.nl
11 augustus 2020 Uw kenmerk
RLI-691 Betreft
Vooroverlegreactie ontwerpbestemmingsplan ‘IJburg 2e fase – Strandeiland’ van de gemeente Amsterdam
Geachte mevrouw Tiekstra, Liander Infra N.V. maakt een reactie kenbaar op het vooroverleg van het ontwerpbestemmingsplan ‘IJburg 2e fase - Strandeiland’ van de gemeente Amsterdam (hierna: het ontwerp) zoals dat met ingang van 6 juli 2020 gedurende een periode van 6 weken ter inzage ligt. Liander Infra N.V. is voornemens een transformatorstation en 150kV-kabelverbinding aan te leggen binnen het plangebied van het ontwerp, en is daarmee belanghebbend. Met de gemeente Amsterdam is overeengekomen dat het transformatorstation en de 150kV-kabelverbinding op juiste wijze opgenomen worden in het bestemmingsplan ‘IJburg 2e fase – Strandeiland’. 150kV-kabelverbinding Liander N.V. legt een 150kV-kabelverbinding aan tussen transformatorstation Diemen en het geplande transformatorstation IJburg op Strandeiland. Om de taak van het beheer, het onderhoud en de instandhouding van het hoogspanningsnet uit te voeren, is het van belang dat de ligging van de kabelverbindingen planologisch wordt veiliggesteld. Daarnaast dient het tracé van de kabelverbindingen gevrijwaard te blijven van (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de kabelverbinding. Voor het deel van de 150kV-kabelverbinding binnen het plangebied is een dubbelbestemming opgenomen in het ontwerp.
Aan het deel van de kabelverbinding buiten het plangebied, dat ligt in de gemeente Diemen, zal middels een bestemmingplan een dubbelbestemming worden toegekend. Om de gehele kabelverbinding op eenduidige wijze te bestemmen verzoeken wij u de volgende regels toe te voegen c.q. aan te passen: Artikel 25.1: de voor ‘leiding – Hoogspanning’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor ondergrondse 150kVkabelverbindingen met daarbij behorende belemmeringenstrook en voorzieningen ten behoeve van de bestemming. Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander. KvK 09104351 09104351 Arnhem. BTW nr. NL8075.62.166.B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V.
Datum
11 augustus 2020 Pagina
2 van 4 -
In artikel 25.1b staat aangegeven dat in de eerste plaats de bepalingen van de dubbelbestemming van artikel 27 geldt en daarna de bepalingen van de dubbelbestemming van artikel 25. Het is onwenselijk dat bij onderhoud of werkzaamheden aan de waterkering geen goedkeuring nodig is van de leidingbeheerder.
Artikel 25.3.1: graag de volgende verboden toevoegen in de opsomming: Het rooien van beplanting en bomen waarbij de wortels dieper gaan dan 0,8 meter onder maaiveld; Het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; Het aanleggen van drainage dieper dan 1 meter onder maaiveld; Het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen; Het permanent opslaan van goederen. Artikel 25.3.2b: graag toevoegen aan de opsomming: ‘werkzaamheden die verband houden met de aanleg van de betreffende hoogspanningsverbinding’. Transformatorstation IJburg Om het transformatorstation op de juiste wijze te bestemmen verzoeken wij u de volgende wijzigingen/ aanvullingen te overwegen: Locatie Binnen het plangebied is een nieuw transformatorstation gepland, zie afbeelding 1. De locatie van het transformatorstation en bijbehorende bouwblokken staan in het ontwerpbestemmingsplan onjuist weergegeven.
Afbeelding 1: locatie transformatorstation op Strandeiland Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander. KvK 09104351 09104351 Arnhem. BTW nr. NL8075.62.166.B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V.
Datum
11 augustus 2020 Pagina
3 van 4 Bouwhoogte De bouwhoogte van de gebouwen van het transformatorstation bedraagt circa 12 meter. Geluidsuitstraling De geluidsuitstraling op het bouwblok ten noorden van het transformatorstation overschrijdt de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In de regels bij de bestemming van dit bouwblok zal rekening gehouden moeten worden met de overschrijding m.b.t. geluid. Een aantal oplossingen zijn hiervoor mogelijk: 1. Het woonblok aan de noordzijde van het transformatorstation wordt minimaal 20 meter in noordelijke richting verschoven1. 2. Het zuidelijke deel van het noordelijke woonblok wordt uitgevoerd als 'niet geluidgevoelig', bijvoorbeeld als kantoorblok. 3. (Een deel van) de zuidgevel en een deel van de westgevel van het noordelijke woonblok wordt als zgn. 'dove gevel' uitgevoerd2. In de bouwregels van het bestemmingsplan dient de ‘dove gevel’ opgenomen te worden. Bouwen en gronduitgifte In artikel 3.3 zijn een aantal ambities beschreven die gehanteerd worden voor ‘bouwen en gronduitgifte’. Graag zien we voor het transformatorstation een uitzondering hierop. De eisen uit de bouwenvelop (die specifiek voor het transformatorstation is geschreven) zijn aangehouden voor het ontwerp van het transformatorstation.
Artikel 6.3.1 Strijdig gebruik De onder artikel 6.3.1 genoemde bestemmingen b en e dienen te vervallen om het onderhoud en de bedrijfsvoering van het transformatorstation en van de 150kV-kabelverbinding uit te voeren. Artikel 6.3.2f magneetveldsterkten De grens van 100 microtesla mag niet overschreden worden voor niet-woonfuncties. Daarom zal de bestemming ‘bedrijf-2 (onderstation)’ de gehele contour van 100 microtesla moeten bedekken. Aan de oostzijde valt deze contour een klein deel buiten het gebouw van het transformatorstation. Artikel 37 hogere waarden De tabel met hogere waarden ontbreekt.
1
Ad. 1
Indien het woonblok dat direct ten noorden van het transformatorstation is gesitueerd minimaal 20 meter verder naar achter (in noordelijke richting) zou worden geprojecteerd, zal op alle gevels van dit woonblok worden voldaan aan de grenswaarden. 2
Ad. 2 en Ad. 3
De zuidgevel (of ten minste een groot deel hiervan) en een deel van de westgevel van het woonblok direct ten noorden van het transformatorstation wordt uitgevoerd als 'niet geluidgevoelig'. Bijvoorbeeld als kantoorpand of als 'dove gevel'. In dat geval hoeft niet op betreffende gevel te worden getoetst aan de geluidgrenswaarden.
Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander. KvK 09104351 09104351 Arnhem. BTW nr. NL8075.62.166.B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V.
Datum
11 augustus 2020 Pagina
4 van 4 Conclusie Wij verzoeken u het ontwerp zodanig aan te passen dat tegemoet wordt gekomen aan het hierboven beschreven voorstel. Wij zijn graag bereid om deze reactie mondeling nader toe te lichten en met u mee te denken. Heeft u nog vragen naar aanleiding van deze brief of over ruimtelijke ontwikkelingen? Neem dan gerust contact met ons op door een e-mail te sturen naar ro.loket@liander.nl. Wij nemen dan binnen drie werkdagen contact met u op. Bijlage Digitale liggingsgegevens van de 150kV-kabelverbinding Digitale liggingsgegevens van transformatorstation IJburg
Met vriendelijke groet, Liander N.V. Yvette Ghamati Consultant Ruimte & Recht
Liander N.V. te Arnhem is onderdeel van Alliander. KvK 09104351 09104351 Arnhem. BTW nr. NL8075.62.166.B01 Bankrekening NL95.INGB.0000.0055.85 t.n.v. Liander N.V.
Beste Mirelle, Bij deze ontvang je van ons de vooroverlegreactie terzake van dit bestemmingsplan. In verband met de vakantieperiode heeft deze vooroverlegreactie iets op zich laten wachten. Vanuit provinciaal belang hebben we naar deze ruimtelijke ontwikkeling gekeken met een meer strategische view. Dit mede in verband met de afstand tot het provinciaal grondgebied. Naar aanleiding willen we jullie de volgende issues meegeven bij de verdere invulling van deze ruimtelijke ontwikkeling. Landschap Als provincie Flevoland zijn we bezig met het opstellen van een Landschapsvisie. Ook beredenerend vanuit de landschapsvisie, waarin we het belang benoemen van een sterke ontwikkeling van de oevers van het Markermeer-IJmeer als onderdeel van het ‘rondje IJsselmeer’. De Flevolandse kust maakt hier ook onderdeel vanuit. In de landschapsvisie zien we waarde in een toekomstige ontwikkeling van een stedelijke ‘kaap’ aan het water vanuit Almere, bij Pampus. Deze nieuwe kaap maakt dan onderdeel uit van een groter geheel met onder andere bestaande oude waterfronten langs het water. De geschetste ontwikkeling vanuit Amsterdam past heel goed in dat verhaal. Sterker nog, je zou het kunnen zien als een spiegel van de voorziene ontwikkelingen bij Almere Pampus. Iets wat prima past in de traditie waarin Flevoland is vormgegeven. Kortom vanuit landschap geen opmerkingen.
Wel nog een informatieve vraag: in hoeverre levert deze ontwikkeling nog een compensatievraagstuk op (die bv. in de vorm van de Markerwadden gecompenseerd moet worden)? Mobiliteit/RRAAM 2.0 In dit bestemmingsplan wordt rekening gehouden met een toekomstige IJmeerverbinding, waarbij gerefereerd wordt aan de RRAAM-afspraken. Daarbij wordt er ruimte geboden voor een bovengrondse of een ondergrondse IJmeerverbinding (pag 32 en 51). Prima om te constateren. De IJmeerverbinding kan op termijn ook de ontsluiting van IJburg verbeteren. Dit ontlast de IJtram en zorgt voor snelle verbindingen naar Almere en Amsterdam Zuid. Kortom een prima ontwikkeling. MER Een interessante ontwikkeling om MER en bestemmingsplan te integreren tot één document. In het bestemmingsplan zelf is dat nog niet zichtbaar. Een aandachtspunt derhalve. Geluid Geen opmerkingen vanuit provinciaal belang. Human Capital Geen opmerkingen vanuit provinciaal belang. Water en Klimaatopgave
Het lijkt ons goed als bij het opstellen van het bestemmingsplan het nieuwe Nationaal Water Plan (NWP), het waterbeheerplan van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, en het rioleringsplan van de gemeente Amsterdam wordt betrokken. In de toelichting is het goed om aandacht te besteden aan de POVI van de provincie NoordHolland en samenhang met de NOVI. De huidige waterkwaliteitsdoelen voor het binnenwater staan vermeld in de KRW; deze doelen hebben ene looptijd tot 2027. Het lijkt ons verstandig om ten behoeve van de ontwikkeling van IJburg 2e fase een bepaling (in de vorm a.h.w. van een disclaimer) op te nemen dat of aan de huidige doelstelling wordt getoetst of het dan (na 2027 geldende doel). Kortom dat de realisatie wordt gekoppeld aan de planperiodes van de KRW. Ook is het van belang om het onderdeel waterkwaliteit binnenwater te koppelen aan een termijn waarop met dit initiatief ecologische doelen behaald worden (KRW-doelstelling (EKR-score 0,6 voor macrofyten) kan wellicht in het begin van de realisatieperiode niet gehaal worden en later wel). In geval van vragen of toelichting kan er contact worden opgenomen met dhr. Maarten Fritz, telnr. 06 – 57026120 van de provincie Flevoland. Wij vragen ons af of de provincie Noord-Holland, net als wij , specifiek beleid heeft ten aanzien van buitendijks bouwen. Het is goed om daar in de toelichting nader op te gaan.
Stikstof Gelet op het feit dat de provincie Flevoland geen stikstofgevoelige gebieden kent, zijn er vanuit provinciaal belang op dit punt geen opmerkingen. TBES en Stuurgroep Markermeer-IJmeer In verband met de vakantieperiode is hierover nog geen intern advies beschikbaar. Wij vragen je om contact te zoeken met dhr. Frank van Heest, telnr. 06-27100787 van de provincie Flevoland.
Met vriendelijke groet, Anno Vuuregge Beleidsadviseur Ruimte Afdeling Strategie & Beleid Provincie Flevoland, T 0320- 265 729 M 06-15382868 E vuuregge@flevoland.nl W www.flevoland.nl
Adviesaanvraag B&W aan stadsdelen Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Bestemmingsplan / MER en Passende beoordeling Strandeiland Portefeuille: Directie:
RO R&D
Datum behandeling staf WH Datum adviesaanvraag: Deadline ontvangst advies: Advies mailen naar: Meegestuurde stukken:
15 september 2020 m.tiekstra@amsterdam.nl Bestemmingsplan, MER passende beoordeling en bijbehorende onderzoeken.
Heeft er consultatie vooraf plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Oost, Noord Procesbegeleider: Bouchra El Morabete Datum weekstart/staf: 17 augustus Datum stadsdeelcommissie: 8 september 2020 Datum dagelijks bestuur: 15 september Stadsdeel:
Registratienr. (optioneel):
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
Advies van Stadsdeel Oost over het voorontwerp bestemmingsplan Strandeiland: Het bestemmingsplan voor het grootstedelijk gebied IJburg tweede fase is vastgesteld op 20 mei 2009 en biedt het juridisch planologisch kader voor de ontwikkeling van onder meer Middeneiland en Strandeiland. In dit bestemmingsplan werd gewerkt met uitwerkingsplichten. Nieuwe inzichten die ontstaan zijn ten tijde van het opstellen van het stedenbouwkundig plan hebben ervoor gezorgd dat Middeneiland en Strandeiland zijn samengevoegd tot het nieuwe Strandeiland. Deze aanpassing in samenhang met een andere sted enbouwkundige invulling van het eiland hebben ervoor gezorgd dat het juridisch planologisch kader uit 2009 niet meer toereikend is. Het voorliggende bestemmingsplan en MER voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor het op 7 november 2019 door de gemeenteraad vastgestelde stedenbouwkundig plan Strandeiland (hierna SP) en onderbouwing daarvan door middel van een MER en passende beoordeling. Na vaststelling van het bestemmingsplan voorjaar 2021 en de aanvaarding van het MER kan gestart worden met de uitgifte van de kavels.
Begrenzing plangebied Het plangebied omvat het gehele Strandeiland. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding. Systematiek Bestemmingsplan en MER Relevant voor de ruimtelijke ontwikkeling van Strandeiland is artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis - en herstelwet (Uitvoeringsbesluit). In de Crisis en herstelwet (hierna: Chw) is de mogelijkheid opgenomen om te werken met een Pagina 1 van 8
zogenaamd "bestemmingsplan verbrede reikwijdte". Dit type bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om meer zaken te regelen dan in een traditioneel bestemmingsplan en loopt daarmee feitelijk deels vooruit op het 'omgevingsplan' dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) in de plaats zal komen van het bestemmingsplan. Dit onder de voorwaarde dat een dergelijk bestemmingsplan ten dienste staat van het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Toepassing van een bestemmingsplan verbrede reikwijdte is niet verplicht. Strandeiland is met de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (zeventiende tranche) op 15 februari 2019 aangewezen als gebied waar gewerkt mag worden met een bestemmingsplan verbrede reikwijdte. Voor dit bestemmingsplan is ervoor gekozen om deze vorm te geven als een bestemmingsplan verbrede reikwijdte.
Daarbij wordt - in ieder geval deels- gebruik gemaakt van de volgende mogelijkheden die het bestemmingsplan verbrede reikwijdte biedt: • Looptijd van 20 jaar; • Koppeling met beleidsregels; • Opnemen van eisen van welstand; • Integratie geluid en ruimte; • Integratie milieuruimte; Aangezien de exacte invulling (op blokniveau) nog niet bekend is, wordt verder gewerkt met brede bestemmingen zodat zoveel mogelijk initiatieven gefaciliteerd worden. De hoofdinfrastructuur en hoofdgroenstructuur van Strandeiland worden middels ‘klassieke’ bestemmingen in het plan opgenomen. Ten aanzien van het MER/ passende beoordeling is gekozen om een vergelijking te maken tussen de situatie waarin het bestemmingsplan uit 2009 geëffectueerd zou worden (referentiesituatie) en het uitvoeren van het vastgestelde SP (planvoornemen). Voor het bestemmingsplan IJburg 2 e fase, vastgesteld d.d. 20 mei 2009 is reeds een m.e.r. procedure doorlopen, inclusief passende beoordeling voor Natura 2000. Alle milieugevolgen van dat plan zijn bekend en daarvan is geconcludeerd dat de ontwikkeling van IJburg 2 e fase doorgang kan vinden. Daarom is ervoor gekozen om in dit MER uit te gaan van de verschillen tussen het programma zoals dat in 2009 mogelijk is gem aakt en het programma van het SP dat door de raad op 7 november 2019 is vastgesteld.
In het nieuwe MER is ook een ‘passende beoordeling’ opgenomen vanwege stikstofdepositie en waterrecreatie nabij Natura 2000 gebied. Op grond van artikel 7.10 Wet milieubeheer bestaat de mogelijkheid om de plan MER integraal onderdeel uit te laten maken van het bestemmingsplan. Dit onder de voorwaarde dat de plan MER nog als zodanig herkenbaar is. In geval van Strandeiland loopt het detailniveau van de plan MER vrijwel gelijk op met het detailniveau van het bestemmingsplan. Om deze reden is ervoor gekozen de toelichting van het bestemmingsplan en de plan MER te integreren in één document. Het concept dat nu voor ligt voorziet nog in twee documenten: een bestemmingsplan en een MER. Nadat het vooroverleg is doorlopen en dus voordat het plan in procedure gaat zal de integratie van bestemmingsplan en MER worden verzorgd. Integratie is momenteel nog uitgevoerd zodat we het MER separaat aan de commissie m.e.r. kunnen aanbieden. Daarnaast is het MER door een externe partij (Sweco) opgesteld in verband met hun expertise op het gebied van milieueffectrapportages. Op de opgeleverde MER wordt gedurende deze periode een kwaliteitscontrole door de gemeente uitgevoerd. Daarna zal integratie van MER en bestemmingsplan plaats vinden. Programma Voorziening Woningen Commerciële voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen (inclusief onderwijs) Kantoren Bedrijven
Aantal 8000 woningen 10.000 m2 bvo 54.520 m2 bvo 10.000 m2 bvo 5.000- 23.000 m2 bvo
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 8
Horeca Sport (zowel sportvelden als zwembad) Haven
8.000 m2 bvo Ca. 36.000 m2 bvo 800 ligplaatsen
• Duurzaamheid Onderstaand schema vormt de kapstok voor de duurzaamheidsambities op Strandeiland. Onder de afbeelding zal per hoofdonderwerp kort ingegaan worden op de concrete maatregelen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen.
Duurzame energie Strandeiland wordt in ieder geval energieneutraal en er wordt ingezet op een energieleverend eiland. Hieronder wordt verstaan het lokaal en duurzaam opwekken van alle energie die wordt gebruikt voor de gebouwen en zijn gebruikers zodat 'nul op de meter'-woningen worden gerealiseerd. Hierbij wordt ingezet op een collectief lage temperatuur warmte koude systeem gebruik maken van warmte uit oppervlakte water van het IJmeer en lokale duurzame elektriciteitsopwekking. Het bestemmingsplan voorziet hierin door middel van het Water en Energie gebouw (WE-gebouw). Circulaire economie: nieuwe sanitatie, toekomstbestendig bouwen en materialenpaspoort De aanvraag voor het toepassen van nieuwe sanitatie in het kader van de experimenteer regeling in de Chw is ingediend bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Nieuwe sanitatie wordt opgenomen in tranche 22 van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Voor het overige is verwarming van gebouwen door middel van fossiele brandstoffen uitgesloten in de regels van het bestemmingsplan. Ook mogen particuliere duurzame energievoorzieningen niet interfereren met een grootschalige WKO of ander aangeboden warmtenet. De gebouwen op Strandeiland worden flexibel ingericht, waarbij mogelijkheden voor ander gebruik open staan en slopen zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Voor het gebruik van materialen is in het bestemmingsplan opgenomen dat als er hout wordt gebruikt dit enkel FSC gecertificeerd hout mag zijn. In een materialenpaspoort wordt het materiaalgebr uik van de openbare ruimte en de gebouwen vastgelegd, zodat er bij toekomstige sloop inzichtelijk is welke materialen er zijn gebruikt. Dit zal ook nader uitgewerkt worden in het kader van bouwenveloppen en kavelregels. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 8
Klimaatadaptatie Voor klimaatadaptatie is in ieder geval in het bestemmingsplan de verplichte waterbergingsopgave opgenomen. Ook wordt de vastgestelde groennorm voor dit gebied ruimschoots gehaald. Dit draagt bij aan een hittebestendig eiland. Ten aanzien van het beperken van hittestress in de vorm van een berekening voor het bepalen van de warmte toename als gevolg van bouwen is een wijziging van het Bouwbesluit in de maak. Bij een bouwaanvraag wordt altijd gekeken of deze voldoet aan het bouwbesluit zoals deze geldt op het moment van aanv ragen van een vergunning. Deze vorm van hittestress en het voorkomen daarvan wordt op deze manier aangepakt door het Rijk. In de regels van het bestemmingsplan is hier dan ook niet nader op ingegaan. Natuurinclusief Natuur krijgt op Strandeiland een volwaardige plaats in de nieuwbouw en de openbare ruimte door natuurinclusief te bouwen. Op Strandeiland worden twee natuurzones gerealiseerd. Alle parken worden groen ingericht en er wordt ingezet op een insectvriendelijke inrichting en beheer. Voor de gevels worden zoveel mogelijk kansen benut in de vorm van geveltuinen en groene gevels. • Parkeren Voor wat betreft de parkeernormen wordt direct aansluiting gezocht bij het gemeentelijk parkeerbeleid. Ten aanzien van de wijze waarop parkeren gaat plaatsvinden zijn specifieke regels opgesteld.
Parkeren mag niet op eigen terrein plaats gaan vinden bij woningen, maar in gezamenlijke hubs. Iedere woning zal op maximaal 200 meter van de woning een hub hebben. Deze hubs die zonder meer voorbereid worden op het toepassen van emissievrij rijden, zullen naast parkeerplaatsen voor auto’s ook ruimte bieden aan mogelijkheden voor deelauto’s , fietsparkeren al dan niet in de vorm van deelfietsen, pakketbezorgpunten, fietsenmakers en zo mogelijk maatschappelijke voorzieningen zoals een “huis voor de wijk”. Ten aanzien van parkeren bij bedrijven wordt het juist verplicht gesteld om het parkeren op eigen terrein op te lossen, daarmee blijft de openbare ruimte zoveel mogelijk vrij van parkeren. Commerciële voorzieningen in de Havenkom dienen ook in de hub parkeren te faciliteren. Daarmee kan vooral in de Havenkom het straatbeeld vrij van auto’s blijven. Laden en lossen is vooralsnog binnen de bestemmingen (ook in de openbare ruimte mogelijk) toegestaan. Ten tijde van het uitgeven van de kavels zullen hier nadere regels aan worden gesteld. Voor wat betreft geluidhinder van laden en lossen zijn de maximum normen in dit bestemmingsplan vastgelegd. Deze zijn gelijk aan de normen zoals die momenteel zijn vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
• Verkeer en mobiliteit Ten aanzien van verkeer en mobiliteit zijn de onderzoeken en voorliggende vraagstukken uitvoerig en in overleg met afdeling Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) opgesteld en afgestemd. Het mobiliteitsplan IJburg –Zeeburgereiland heeft aan de basis gestaan van de uitgevoerde onderzoeken. In het mobiliteitsplan is de ontwikkeling van Strandeiland meegenomen conform het programma uit het SP. In dit bestemmingsplan en MER is onderzocht of de plannen nog steeds passen binnen de kaders van het mobiliteitsplan. Onderzoek heeft uitgewezen dat de ontwikkeling van Strandeiland verkeerskundig goed afgewikkeld kan worden op de omgeving en daarmee past binnen de kaders van het mobiliteitsplan. Er is nader onderzoek in de vorm van een kruispuntenanalyse uitgevoerd waar als conclusie uit naar voren gekomen is dat alle kruisingen in en om Strandeiland regelbaar gaan zijn. De verkeersafwikkeling is daarmee gegarandeerd. Daarboven op zal de tweejaarlijkse monitoring op het mobiliteitsplan blijven. Hiermee kan een vinger aan de pols gehouden worden of het verkeer zich ook daadwerkelijk goed blijft afwikkelen. • Vergunningvrij bouwen Ten aanzien van vergunningvrij bouwen geldt dat er geen reden is om vergunningvrij bouwen uit te sluiten vanwege het ontbreken van bijzondere te beschermen waarden.
Om te voorkomen dat tuinen volledig bebouwd kunnen worden is in de regels bepaald dat maximaal 50 % van het erf bebouwd mag worden met bijbehorende bouwwerken. Daarmee wordt aangesloten bij datgene wat vergunningvrij mag. Een bewoner kan zijn kavel nooit volledig bebouwen door het opnemen van deze regeling. Via kavelregels zullen toekomstige eigenaren verleid worden om tuinen zo groen mogelijk aan te leggen.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 8
• Stikstof Ten aanzien van de aanlegfase (= bouwfase) en gebruiksfase is ook onderzoek naar de gevolgen van stikstof uitgevoerd. Uit het onderzoek naar de gevolgen van stikstof is naar voren gekomen dat in de gebruiksfase van Strandeiland geen sprake is van stikstofuitstoot. Voor wat betreft de aanlegfase is uit het onderzoek (na diverse optimalisaties in de uitvoeringsplanning en inzet van materiaal) naar voren gekomen dat er tijdelijk een depositie van 0,01 mol/ha/jaar op het Naardermeer neerslaat in de jaren 2023-2025. Conform de huidige wetgeving dient de depositie 0,00 mol/ha/jaar of minder te zijn. Deze conclusie zorgt ervoor dat significant negatieve effecten op Natura2000 gebieden niet op voorhand volledig uit te sluiten zijn. Er is daarom bij het MER ook een passende beoordeling uitgevoerd. Uit deze passende beoordeling is voor het onderwerp stikstof naar voren gekomen dat de uitstoot van 0,01 mol/ha/jaar niet zorgt voor significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Naardermeer. Daarmee is het niet noodzakelijk een Wnb vergunning aan te vragen voor het aspect stikstofdepositie en lijken alle knelpunten voor wat betreft stikstofdepositie voor Strandeiland opgelost. Voor wat betreft het onderwerp waterrecreatie is ook een passende beoordeling opgesteld.
Hieruit wordt geconcludeerd dat de waterrecreatie én het aanleggen van een vaargeul tussen de huidige mosselbanken (vak 0 en vak 1) geen significante effecten veroorzaken op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000 gebied. De MER/ passende beoordeling wordt in het kader van de aanvraag voor de nieuwe Wnb vergunning voor Strandeiland, voorgelegd aan de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) voor definitief akkoord. De ODNHN is reeds op de hoogte van de planvoornemens en zal het plan ook in het kader van het vooroverleg toegezonden krijgen.
Verwerking advies Stadsdelen op concept SP Hieronder wordt per onderwerp aangegeven op welke wijze het advies van de stadsdelen op het SP in het bestemmingsplan is verwerkt. • Sport Op Strandeiland wordt zowel voorzien in tijdelijke sportvoorzieningen als permanente sportvoorzieningen. In de Muiderbuurt zijn twee grote sportvelden opgenomen en ook in de Pampusbuurt, bij de locatie voor een school voor voortgezet onderwijs, is ruimte opgenomen voor sportvelden met bijbehorende voorzieningen. Naast deze permanente sportvoorzieningen worden een aantal tijdelijke sportvelden gerealiseerd. Deze zullen, op het moment dat hier concretere plannen voor zijn ontworpen middels een tijdelijke omgevingsvergunning worden vergund. • Openbaar vervoer en mobiliteit Het doortrekken van de IJtram is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van Strandeiland. Mede daarom is het bestemmingsplan IJtram nu ook in procedure. Daarnaast blijkt uit het mobiliteitsplan dat de tram in bedrijf moet zijn voordat de eerste woningen op Strandeiland worden opgeleverd. Voor zover nu bekend zal de tram vanaf 2023 door kunnen rijden naar Strandeiland. De oplevering van de eerste woningen staat gepland voor begin 2024. De tram zal daarmee operationeel zijn voordat de woningen worden opgeleverd.
• (Maatschappelijke) voorzieningen Zoals bij het programma is aangegeven zullen er niet enkel maatschappelijke voorzieningen worden gerealiseerd, maar wordt er een veelheid aan functies toegestaan binnen het bestemmingsplan. Per functie is aangegeven hoeveel m2 bvo hiervoor beschikbaar is en deels is ook aangegeven waar deze functies een plek krijgen. Daarnaast is het mogelijk om in de Havenkom culturele voorzieningen zoals een theater te re aliseren. • Esthetiek van het eiland In het bestemmingsplan wordt slechts in ondergeschikte mate ingegaan op de esthetiek van het eiland. In het Kwaliteitskader architectuur en Plan openbare ruimte welke momenteel opgesteld worden door R&D zal hier juist alle aandacht aan worden gegeven. In het bestemmingsplan is wel bepaald dat er nadere eisen gesteld kunnen worden aan de gebouwen indien blijkt dat deze niet (in voldoende mate) voorzien in de kwaliteit die is voorgeschreven in het kwaliteitskader.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 8
• Mogelijkheden voor een tramremise In het bestemmingplan wordt voorzien in een grote keerlus aan het einde van lijn 26, dit is in de directe nabijheid van de voortgezet onderwijs locatie. • Toerisme Op Strandeiland is niet voorzien in grootschalig toerisme. Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Oost adviseert positief op het (concept) ontwerp bestemmingsplan Strandeiland. Ambities Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost onderstreept de duurzaamheidsambities op Strandeiland ten aanzien van duurzame energie, klimaatbestendige stad, circulaire economie en schone lucht. Stadsdeel Oost is trots op het feit dat Strandeiland straks koploper is op het gebied van energielevering met lokale duurzame warmte - en koudevoorziening (WKO), circulaire grondstoffenverwerking, circulair gebouwde omgeving, klimaatbestendige groenblauwe woonbuurt én emissievrije mobiliteit. Woonbeleid Het dagelijks bestuur is positief over de inclusiviteit ten aanzien van wonen op het toekomstig Strandeiland verspreid over de verschillende wijken. De woongebouwen met collectieve binnen- en buitenruimtes maken Strandeiland voor een zo groot mogelijke doorsnede van de Amsterdamse stadsbevolking een aantrekkelijke woonplek. Er wordt invulling gegeven aan het Woonbeleid 2025, met een diversiteit aan woningtypen, ook voor alternatieve woonvormen zoals zorgwoningen, tijdelijke experimenten en coörpertatieven. Er wordt tevens gestreefd naar een gemiddelde woninggrootte van 100m2, hierdoor kunnen gezinnen in de stad blijven wonen. Maatschappelijke voorzieningen Op Strandeiland worden maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd passend bij het type groen/blauwe woonmilieu.
Er worden in totaal worden 9 basisscholen gerealiseerd, waarvan 2 van tijdelijke aard. Per basisschool is ruim te voor ongeveer 400 kinderen in de leeftijdsgroep van 0 tot 12 jaar. Daarnaast is een middelbare school met 3 gymzalen op Strandeiland voorzien voor ongeveer 900 leerlingen. Op drie plekken is ruimte gereserveerd voor gezondheidscentra. Een dergelijk centrum bestaat uit clustering van diverse typen zorg en zorgaanbieders, zoals huisartsen, wijkzorg en andere eerstelijnszorg. Ook is het de verwachting dat er op Strandeiland behoefte zal zijn aan één hospice en twee dagbestedingslocaties. Daarnaast is ruimte gereserveerd voor twee 24 uurs opvanglocaties en twee behandelwoonlocaties voor beschermd wonen. Het Dagelijks Bestuur is zeer positief over deze maatschappelijke invulling. Sport Op basis van de Amsterdamse sportnorm en berekend vanuit het Amsterdamse referentiemodel voor maatschappelijke voorzieningen bedraagt het te realiseren aantal vierkante meter het volgende: 84.000 m² georganiseerde buitensport (waarvan 30.000 m² t.b.v. een stedelijk sportpark en 54.000 m² op nog te realiseren Buiteneiland, zie ook Principenota Buiteneiland). Binnen de bestemming 'Sport' komen; 8.000 m² sporten in de openbare ruimte, 3.000 m² sporthal, 2.500 m² tot 3.500 m² zwembad.
Daarnaast worden de buitenranden van Strandeiland deels fiets- en voetbalvriendelijk ingericht waardoor deze 6 km lange route tot sporten en bewegen verleidt. Het Dagelijks Bestuur juicht van harte toe dat er concrete invulling wordt gegeven aan de bewegende en gezonde stad. Echter, het Dagelijks Bestuur constateert dat de sportbehoefte op IJburg groter is dan waarin wordt voorzien. IJburg vangt namelijk een groot deel van de sportbehoefte uit de stad op. Hiervoor wordt aandacht gevraagd Groen, Parken en Natuurontwikkeling Strandeiland zal een zeer groen karakter krijgen door de openbare ruimte, parken en de landschaps- en natuurontwikkeling. Het dagelijks bestuur vraagt het college op Strandeiland in te richten op basis van de groentypen van de Groenvisie. Het bestemmingsplan geeft uitvoering aan het Stedenbouwkundig plan, waar het groene en Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 8
ecologische karakter van de straten een verbinding vormt tussen de parken en de natuurlijke randen en oevers van het Strandeiland. Het dagelijk bestuur vraagt specifieke aandacht voor de natuurontwikkeling, de plekken die als natuur zijn bestemd. De onderwaternatuur, het zandlandschap en de oevers behoeven meer bescherming omschreven in de regels van het bestemmingsplan. Het Dagelijks bestuur is zeer positief over het rijke assortiment aan verschillende boomsoorten die worden aangelegd, die klimaatbestendig zijn en een positieve bijdragen leveren aan de biodiversiteit. Het Dagelijks bestuur vraagt het college de gevolgen voor de waterkwaliteit en de beïnvloeding Natura 2000- en NNN-gebieden goed te monitoren. Er is veel ruimte voor (gebruiks) groen op Strandeiland. De Amsterdamse groennorm van 28 m² openbaar groen per woning - wordt op Strandeiland met ruim 40 m² per woning ruimschoots overschreden. In de bestemmingen groen komen ook andere functies, het dagelijks bestuur vraagt het college de minimale norm voor groen ook vast te leggen en te waarborgen dat functies (groen, sport, beleven, recreatie) elkaar versterken. Waterrecreatie In het concept bestemmingsplan wordt veel aandacht besteed aan het thema waterrecreatie waarbij rekening is gehouden met de ecologische waarden.
Het plan sluit goed aan bij de ambities die zijn bepaald met het ‘Programma waterrecreatie en ecologie IJburg’ dat in 2019 door het college is vastgesteld. Het Dagelijks Bestuur adviseert op een aantal onderdelen het conceptbestemmingsplan nog te verscherpen of verruimen voor een zorgvuldige balans tussen waterrecreatie en ecologie: neem specifieke verboden op binnen delen van de bestemming natuur 1 om de ecologie beter te beschermen en neem voor de bestemming natuur 2 specifieke verboden op ten aanzien van steigers. In de eindsituatie liggen er straks bij IJburg 1 en 2 in totaal ongeveer 3.000 pleziervaartuigen. Op dit moment is er voor klein onderhoud aan deze vaartuigen geen enkele voorziening op IJburg aanwezig. Het dagelijks bestuur adviseert ruimte te creëren voor een mogelijke vestiging van een watersportwinkel en voor kleinschalig herstel aan pleziervaartuigen in het gebied van de Makerskade of het brugpaviljoen. Voor het recreatiestrand wordt ruimte geboden aan een aantal horecapaviljoens. Het ontbreekt echter nog aan een duiding voor een watersportcentrum dat vanuit de Watervisie 2040 en het Programma waterrecreatie IJburg is gewenst op deze locatie.
Tijdelijke initiatieven Het dagelijks bestuur van Stadsdeel Oost heeft een actieve rol in het faciliteren van functies door het afgeven van een tijdelijke vergunning waarbij per geval wordt bekeken of en hoe deze past in de omgeving en het bestemmingsplan. Hierbij zal zorgvuldig worden gekeken naar alle initiatieven en zo nodig tijdelijk worden afgeweken van het bestemmingsplan om het initiatief mogelijk te maken. Op basis van dit bestemmingsplan betreffen de tramlus en de sportvelden functies die in ieder geval een tijdelijke plek op Strandeiland krijgen. Wellicht ook een zonnepark als daar besluitvorming over heeft plaatsgevonden. Het dagelijks bestuur adviseert voor deze specifieke functies een afwijking in het bestemmingsplan op te nemen. Verbindingen Metropool Regio Amsterdam (MRA) Met de realisatie van 8.000 woningen wordt de vraag naar woningen in de Noordvleugel invulling gegeven aa n het verstedelijkingsprogramma dat in het kader van het Rijk-regioprogramma Amsterdam-Almere-Markermeer (RRAAM) is opgesteld. Het dagelijks bestuur omarmt het toekomstperspectief van een sterke internationaal concurrerende regio, waarin een aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt gecreëerd met een goede bereikbaarheid en unieke natuur - en recreatiegebieden in en rond het Markermeer-IJmeer.
De gezamenlijke ambitie is om een regionaal metroachtig systeem – de IJmeerverbinding - te realiseren dat tussen Almere Centrum en Amsterdam Zuid loopt. Over de exacte invulling en vormgeving zijn de partijen nog in overleg. In het voorliggende bestemmingsplan wordt met deze mogelijke verbinding rekening gehouden en niet onmogelijk gemaakt. Het dagelijke bestuur ondersteund deze gezamenlijke ambitie.
Advies DB Stadsdeel Noord: Het Stadsdeel is verheugd over de manier waarop de bewoners van Durgerdam tot nu toe bij de planvorming zijn betrokken en stelt het op prijs als deze lijn in het vervolgproces wordt voortgezet.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 8
• • • • • •
Realiseer meer tijdelijke sportvelden op Strandeiland en uiteindelijk dus ook op Buiteneiland; Begin vroeg met het aanplanten van bomen en kies voor bomen met flink formaat; Het moet voor toekomstige bewoners duidelijk zijn onder welke voorwaarden zij geen gebruik hoeven te maken van het warmtenet; De Stadsdeelcommissie vraagt extra aandacht voor het veilig maken van de parkeerhubs. Strandeiland maakt deel uit van de metropoolregio Amsterdam en dient dus in een breder verband te worden bezien. De Stadsdeelcommissie vraagt aandacht voor een metroverb inding van Strandeiland naar Almere. De Stadsdeelcommissie is bijzonder verheugd over mogelijkheid van een zonnepark. Zij hopen dat deze ook daadwerkelijk gerealiseerd zal worden.
Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het conceptadvies aangevuld met de punten van de Stadsdeelcommissie
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 8
3401 ts Eindconcept toetsingsadvies 11 september 2020
Advies over het MER in het kort De gemeente Amsterdam wil als onderdeel van de 2de fase-ontwikkeling van IJburg op
Strandeiland 8000 woningen, diverse voorzieningen (kantoren, bedrijven, winkels), een jachthaven, ruimte voor een tramverbinding1, een lokale afvalwaterzuiveringsinstallatie en 5
warmte-koudeopslag (WKO) realiseren. Op Buiteneiland worden op termijn ook woningen gerealiseerd en is ruimte gereserveerd voor recreatie, natuur, cultuur en sport.2 De gemeente streeft naar een energieneutrale, klimaatbestendige en circulaire ontwikkeling. Voor het besluit over het benodigde bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. In dit advies spreekt de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) zich
10
uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat blijkt uit het MER? Realisatie van het ‘Stedebouwkundigplan Strandeiland’ uit november 2019 heeft zowel positieve als negatieve effecten vergeleken met het bestemmingplan uit 2009. Positieve 15
effecten treden bijvoorbeeld op voor vervoer per fiets. Ook op het gebied van duurzaam ruimtegebruik, duurzame energie en klimaatadaptatie scoort het nieuwe plan beter dan het oude plan. Het Stedenbouwkundig plan heeft een beperkt negatief effect op de waterkwaliteit van het IJmeer en het binnenwater (risico op algenvorming). Landschappelijk treden negatieve effecten op door de toegenomen bouwhoogte (van 35 naar 60 meter) en dit effect is ook van
20
verder weg zichtbaar. Negatieve effecten voor (beschermde) vogels kunnen optreden als gevolg van de aanwezigheid van waterrecreatie en door oppervlaktewaterlozingen door de warmte-koude opslag (WKO).
Wat is advies van de Commissie? 25
De Commissie is van oordeel dat MER goed leesbaar is en de informatie goed toegankelijk gepresenteerd. Wel signaleert zij nog een aantal inhoudelijke tekortkomingen. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over het bestemmingsplan. Het gaat om de volgende punten:
30
•
de onderbouwing van de woningbouwopgave en de behoefte aan een jachthaven;
•
de onderbouwing van de gekozen maatregelen om de duurzaamheidsambities te realiseren;
•
de mogelijkheden om het autoverkeer te verminderen en te zorgen voor een goede verkeersafwikkeling;
• 35
de maatregelen die bij bestaande woningen nodig zijn om aan de eisen van de Wet geluidhinder te voldoen;
•
de gevolgen van de aanleg van de oeverzone en van extra bootverkeer en recreatie voor de kwetsbare natuur en vogelsoorten van het Natura 2000-gebied.
1
Het bestemmingsplan maakt de tramverbinding niet rechtstreeks mogelijk en deze maakt ook geen onderdeel uit van het MER. Wel is een ruimtereservering voor de tram gemaakt.
2
Omdat de precieze invulling (onder andere het aantal woningen) ervan nog niet is uitgewerkt is ook Buiteneiland niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Het maximale programma is wel vastgelegd in de Principenota Buiteneiland, door de gemeente vastgesteld in september 2019. In het MER zijn de effecten van Buiteneiland globaal en in worst-case meegenomen als onderdeel van het voornemen.
-1-
3401 ts Eindconcept toetsingsadvies 11 september 2020 De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject. 5
Grote opgave natuur IJmeer-Markermeer In het MER is aangegeven dat de gemeente Amsterdam de ambitie heeft om met Strandeiland de aanwezige natuurwaarden van het Natura 2000-gebied IJmeer/Markermeer te respecteren en te versterken. De Commissie signaleert dat er, ook na realisatie van Strandeiland, een belangrijke opgave resteert om de natuur- en waterkwaliteit van het IJmeer/Markermeer te
10
verbeteren.3 Realisatie van deze gebiedsopgave overstijgt naar het oordeel van de Commissie het niveau van de besluitvorming over Strandeiland. Zij geeft de gemeente Amsterdam in overweging met betrokken medeoverheden, gebiedsbeheerders en andere stakeholders de mogelijkheden na te gaan om genoemde verbetering van de natuur te realiseren, in combinatie met de overige gebiedsopgaven (zoals op het gebied van woningbouw, mobiliteit,
15
recreatie en energie).
20
Figuur 1: Plangebied Strandeiland (grijs) en het Buiteneiland (geel) als onderdeel van de 2de fase ontwikkeling van IJburg. Bron: www.oost-online.nl Achtergrond Voor de ontwikkeling van IJburg 2 is in 2009 al een bestemmingsplan vastgesteld. Op basis daarvan is in de loop van 2019 Centrumeiland al ingevuld. Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 is
25
voor Strandeiland en Buiteneiland de woningbouwopgave veranderd en wil de gemeente ook enkele nieuwe functies realiseren die eerder nog niet mogelijk waren, waaronder een jachthaven en warmtekoudeopslag. Het betreft de activiteiten D10 respectievelijk D15.2 uit het Besluit m.e.r. Ook heeft de gemeente aanvullende ambities geformuleerd op het gebied van duurzaamheid. Om bovengenoemde redenen, en omdat effecten op Natura 2000-gebieden kunnen optreden en hiervoor een Passende
30
beoordeling nodig is, wordt voor Strandeiland een nieuw bestemmingsplan opgesteld en de m.e.r.procedure doorlopen. Waarom een advies? De onafhankelijke Commissie m.e.r. is bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van
35
het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. De Commissie schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Amsterdam - besluit over het bestemmingsplan.
3
Deze opgave is onder andere vastgelegd in de zogeheten RRAAM-brief (Randstadbesluiten Amsterdam-AlmereMarkermeer) uit 2009 en de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012.
-2-
3401 ts Eindconcept toetsingsadvies 11 september 2020
De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3401 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak. Ook treft u hier het advies van de Commissie voor
5
de inhoudsvereisten van het MER, d.d. 7 oktober 2019.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen 10
bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Amsterdam. In de tekst wordt ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Onderbouwing woningbouwopgave en behoefte aan jachthaven 15
2.1.1
Onderbouwing woningbouwopgave In het MER is aangegeven dat de woningbouw op Strandeiland invulling geeft aan de Structuurvisie Amsterdam 2040. 4 Niet is aangegeven hoe de woningbouwopgave zich verhoudt tot de woningbouwbehoefte en -ambities in de regio (met name Almere), de mogelijke realisatie van de IJmeerlijn en de ambities voor het IJmeer / Markermeer,
20
bijvoorbeeld wat betreft natuur- en waterkwaliteitsontwikkeling. Ook recente trends in de woningbouwopgave en de onzekerheden qua toekomstige woningvraag zijn niet besproken. Denk aan het toenemend aantal alleenstaanden en de vergrijzing, als ook de invloed van meer onzekere aspecten die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen zoals de afnemende vraag naar nieuwbouwwoningen in Amsterdam, de ontwikkelingen op de
25
hypotheekmarkt en de mogelijke gevolgen van de coronacrisis. De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER en voordat besloten wordt over het bestemmingsplan, in overeenstemming met bovenstaande, een nadere onderbouwing te geven van de woningbouwopgave op Strandeiland. Neem daarbij een beschouwing op over
30
bestaande trends in de woningbouwopgave en onzekerheden daarin.
2.1.2
Behoefte aan jachthaven In het MER is aangegeven dat de jachthavens in de omgeving van Strandeiland ieder een eigen type aanbod heeft en zich onderscheiden naar omvang en beschikbare voorzieningen. De bezettingsgraad is minimaal driekwart. Ook is aangegeven dat er bij verschillende
35
jachthavens rondom IJburg wachtlijsten voor een ligplaats zijn, en is op gewezen dat het besteedbaar inkomen in A’dam veelal hoger is dan in de rest van Nederland en dat het daarmee aantrekkelijker wordt om een boot te varen. In het MER is niet aangegeven welke jachthavens in de omgeving zijn betrokken in bovengenoemde analyse en ontbreekt een
4
Zie: Koers 2025, Ruimte voor de stad. (Gemeente Amsterdam, 2016).
-3-
3401 ts Eindconcept toetsingsadvies 11 september 2020 onderbouwing van de keuzes die zijn gemaakt voor de jachthaven qua grootte, locatie en inrichting, mede in relatie tot de natuurdoelstellingen die zijn geformuleerd voor het IJmeer/Markermeer. 5
De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER en voordat besloten wordt over het bestemmingsplan een nadere onderbouwing te geven van de keuzes die zijn gemaakt voor de jachthaven qua grootte, locatie en inrichting, mede in relatie tot de natuurdoelstellingen die zijn geformuleerd voor het IJmeer/Markermeer.
Effectbepaling 10
2.2.1
Duurzaamheid In het MER is aangegeven dat de ambitie is om een duurzame wijk te maken. Zo moet Strandeiland energieneutraal worden en in de toekomst zelfs energieleverend, en moet er circulair gebouwd worden en circulair met afvalstoffen worden omgegaan. Ook moet Strandeiland zo vormgegeven worden dat de inrichting klimaatbestendig (d.w.z. droogte- en
15
regenbestending) is, hittestress wordt voorkomen en een bijdrage wordt geleverd aan de biodiversiteit van het eiland. In bijlage 2 van het MER zijn deze ambities nader beschreven en zijn maatregelen benoemd die genomen worden om deze te realiseren. Waarom voor juist deze maatregelen is gekozen, in welke mate ze ieder individueel en gezamenlijk bijdragen aan het realiseren van de ambities, en wat de bijbehorende omgevingseffecten en -risico’s
20
zijn, is echter maar beperkt beschreven. De Commissie acht het dan ook van belang de keuzes voor de maatregelen nader te onderbouwen. Om bijvoorbeeld na te gaan in hoeverre de ambitie ‘energieneutraal/energieleverend’ gehaald wordt, is inzicht nodig in de energiebehoefte van Strandeiland en de verschillende strategieën
25
om enerzijds de vraag naar energie te minimaliseren5 en anderzijds de energie die gebruikt wordt een duurzame herkomst te laten hebben. Denk daarbij aan maatregelen die mogelijk zijn voor de volgende energiefuncties: •
Verwarming / koeling van gebouwen. Denk aan mogelijkheden voor warmtenetten, gebruik van oppervlaktewater, WKO of aan oplossingen per huishouden (warmtepompen,
30
zonnepanelen voor verwarming, elektrificatie). •
Elektriciteitsgebruik voor leeffuncties. Denk hiervoor aan het maximaal inzetten op zonnecellen op woningen (naast de eventuele zonnecellen voor verwarming/koeling). Dit vraagt aandacht voor een optimale oriëntatie van de woningen ten opzichte van de zon.
• 35
Elektriciteitsgebruik voor openbare werken (openbare verlichting, pompen) . Door moderne openbare verlichtingssystemen te gebruiken kan de energievraag aanzienlijk beperkt worden.6
•
Mobiliteit. Het energiegebruik hiervoor is substantieel en wordt sterk beïnvloed door de beschikbaarheid van OV-voorzieningen en laadinfrastructuur voor elektrische auto’s, de parkeervoorzieningen/-kosten en het beschikbare fietspadennetwerk.
40
•
Bouwmaterialen. Het indirecte energiegebruik van bouwmaterialen (inclusief wegen) is hoog, maar onzichtbaar en krijgt in de regel nog weinig aandacht. De energie die
5
Denk bij vraagbeperking bijvoorbeeld aan (extreme) isolatie, zongericht bouwen, geen/weinig autoverkeer en/of alleen toelaten van elektrische auto’s, en het alleen gebruik maken van duurzame bouwmaterialen.
6
Hiermee wordt ook de lichtvervuiling tegengegaan, wat ook weer kan helpen de verstoring van vleermuizen te beperken.
-4-
3401 ts Eindconcept toetsingsadvies 11 september 2020 bijvoorbeeld nodig is om een gebouw van beton te maken is (veel) hoger dan die voor een houtskeletbouw. De Commissie adviseert in een aanvulling op het MER en voordat besloten wordt over het 5
bestemmingsplan alle mogelijke maatregelen te beschrijven die een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de ambities ‘energieneutraal/energieleverend’. ‘circulair’ en ‘klimaatbestendig’. Beschrijf de bijdrage aan het doelbereik en de omgevingseffecten en risico’s van ieder van deze maatregelen. Zet het doelbereik en de omgevingseffecten en risico’s van de mogelijke maatregelen tegen elkaar af in een matrix. Onderbouw op basis
10
daarvan de keuze voor de gekozen maatregelen.
2.2.2
Mobiliteit De ambitie van de gemeente Amsterdam is om op termijn een volledig emissievrije stadswijk te realiseren met maximaal 30% van alle verplaatsingen per auto. Dat betekent onder meer dat nieuwe ontwikkelingen qua mobiliteit, zoals het elektrisch rijden, MaaS, ontwikkeling van
15
hubs en snelfietsroutes, actief bevorderd moeten worden. Uit het MER blijkt dat de modalsplit in de referentiesituatie (inclusief BP 2009), in fase 1 en in fase 2 steeds identiek zal zijn: 36% reist in de genoemde situaties per auto. In de toelichting bij het bestemmingsplan is opgemerkt dat de afstand tussen Strandeiland en andere delen van de stad relatief groot is en daarom het aandeel autogebruik relatief hoog blijft. Niet is onderzocht of met extra
20
(brede) snelfietspaden, beter openbaar vervoer (met meer lijnen, hogere frequenties en minder vertragingen) en overig flankerend beleid (o.a. stimulering gedragsverandering) de gemeentelijke mobiliteitsambitie wél bereikt kan worden. Overigens merkt de Commissie op dat in het mobiliteitsonderzoek gebruik is gemaakt van
25
het verkeersmodel VMA 2.0.7 Niet geheel duidelijk is welke aannames en maatregelen rond de mobiliteitstransitie in de stadsregio hierin zijn meegenomen. Zo is bijvoorbeeld niet beschreven welke aspecten uit de studie naar mobiliteitshubs zijn meegenomen en of de inhoud van het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg (2018) onderdeel van het planvoornemen vormt. Voor de monitoring zal volgens het MER worden uitgegaan van het