Raadsbesluit2021-169B bijlage 2 Nota van Beantwoording Zienswijzen
Tekst van het document
De zienswijzen zijn verschillend van karakter, maar tonen zich (op één na) allemaal tegenstander van windmolens. Twee zienswijzen zijn ondersteund door handtekeningenacties, met 15.000 en 4.700 handtekeningen. Ook verschillende omliggende gemeenten hebben zienswijzen ingediend tegen het plaatsen van windmolens naast hun grondgebied. Een deel van de zienswijzen heeft alleen algemene bezwaren tegen plaatsing van windmolens, veel andere gaan in op de bezwaren van specifieke zoekgebieden. Over alle zoekgebieden, behalve het havengebied, zijn zienswijzen ingediend. We beginnen met een beschrijving van de genoemde algemene bezwaren. Algemene bezwaren tegen windmolens Grote windturbines binnen de grenzen van de stad Amsterdam zijn zeer ongewenst. Er is geen draagvlak voor. De energietransitie is belangrijk, maar windmolens in drukke woongebieden zijn niet de oplossing. Een stad moet met een realistische blik kijken naar wat mogelijk is op het gebied van groene energie op eigen grondgebied; het bestuur moet zich niet blindstaren op een aantal windturbines. In de zienswijze ingediend door Windalarm namens 15.000 burgers, wordt de gemeente verzocht om te stoppen met de plannen voor windturbines, met uitzondering van het Havengebied. Windturbines zijn een aanslag op de gezondheid en het woongenot. Ze geven veel meer overlast dan verondersteld: laag geluid, slagschaduwen, visuele hinder.
De negatieve gezondheidseffecten worden onderschreven door steeds meer medici, waaronder recent nog een groep van honderd
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
63
Amsterdamse medici in een openbaar bericht. Zoekgebieden liggen naast kwetsbare woonwijken. De inwoners worden hier dubbel belast. Groen, recreatie en natuur om de stad zijn cruciaal. Windturbines hebben gevolgen voor natuur en ecologie. Onder een windmolen kun je op het water niet veilig varen, surfen of kinderen laten zeilen. Onder een windmolen kun je op een grasland niet lekker met je familie picknicken. Industrie hoort in industriële gebieden thuis en het groen moet koste wat het kost bewaard worden, wil Amsterdam een aantrekkelijke stad blijven. Plaats windturbines op zee of ver buiten dicht bewoonde omgevingen, bijvoorbeeld het IJmeer of het Markermeer, of werk aan een Amsterdams turbinepark op zee. Versnel de uitbreiding van zonne-energie op daken. Kunnen bijvoorbeeld de grote windschermen op de ring A10 niet worden voorzien van zonnepanelen? Er zijn vele alternatieven. Ook terugdringing van de behoefte aan energie, hergebruik van energie en energiebesparing (in die volgorde) moeten prioriteit hebben. Het opstellen van windmolens en zonneparken - wat in het spraakgebruik doorgaans wordt verstaan onder de energietransitie - vormt daarbij slechts de laatste schakel. Door er zo naar te kijken, worden windmolens door burgers eerder gezien als onderdeel van een oplossing, in plaats van als een probleem.
Het zogenaamde draagvlakonderzoek van de gemeente leek nergens op en was alleen maar bedoeld om de provincie tot lagere afstandsnormen te bewegen. Dit proces heeft niets met samen stadmaken te maken. Veel van de opgewekte elektriciteit uit windturbines wordt bovendien niet aan Amsterdammers verkocht, maar aan Amerikaanse tech-multinationals. Waarom zouden we windmolens in de stad plaatsen als de opgewekte energie toch niet naar de bewoners van de stad gaat? Bezwaren tegen windmolens per zoekgebied A2-Ouderkerkerplas, Amstel III en omgeving, Gaasperplas / Driemond, Aetsveldsepolder Zoekgebieden voor windmolens moeten hier worden geschrapt of aangepast. De belangen van de omliggende gemeenten worden niet goed meegenomen. Gemeenten hebben bezwaar ingediend tijdens het RES-proces, inwoners hebben 4.700 handtekeningen opgehaald. De gemeente Ronde Venen heeft een motie aangenomen om geen windmolens te plaatsen, vanwege de overlast voor hun inwoners. Er zijn bovendien in 1990 bij de bestuurlijke herindeling van het gebied bestuurlijke toezeggingen gedaan om het waardevolle landschap te behouden. Er dreigt samenklontering van windmolens langs de provinciegrens Utrecht - Noord Holland. De vlucht van helikopters van en naar het AMC wordt gehinderd. Delen van het landschap zijn UNESCO-werelderfgoed of hebben de NNN-status.
Windturbines veroorzaken onrust en met hun knipperende verlichting schrikken ze dieren af in hun migratie, in het bijzonder vleermuizen. Migratie en bestrijden van inteelt is precies het hoofddoel van de ecologische verbindingszones. Inwoners van Amsterdam en buurgemeenten recreëren veel in deze gebieden. Windturbines in deze gebieden staan te dicht bij woningen, die ook nog eens vaak slecht geïsoleerd zijn, zoals in Gaasperdam. Er is ook al geluidshinder van vliegtuigen, dit komt er nog eens bij. De WHO hanteert sterkere geluidsnormen dan Nederland. IJburg, Zeeburgereiland Bepaalde woningen op Zeeburgereiland liggen binnen vier rode cirkels, waar windmolens kunnen komen op 350 meter afstand van de woningen. Doordat windmolens vanwege Schiphol niet aan de (zuid)westkant van de stad kunnen komen, krijgt oost meer dan evenredig windmolens te Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
64
verduren. Het is een slecht plan om windmolens op IJburg zo dicht bij huizen te plaatsen. Ten aanzien van de locatie van de windmolens zouden Amsterdammers meer inspraak moeten krijgen. Concentreer windturbines zoveel mogelijk in het havengebied, en zeker niet in het IJmeer. Waterland Kies voor géén windmolens in Waterland, want wat is verprutst, behoort voor altijd tot het verleden. Het zoekgebied 3 ten noorden van de ring A10 dat tevens de status ‘Bijzonder Provinciaal Landschap Waterland’ heeft, dient daarom te worden geschrapt. Ook dient het extra zoekgebied Waterland te worden geschrapt. Ga voor vaststelling van de omgevingsvisie met de Gemeente Waterland in gesprek over de grens en de omvang van het ‘Extra zoekgebied’ voor windenergie, de impact hiervan op het landschap en de wijze waarop inwoners van de Gemeente Waterland worden betrokken bij de uitvoering van Amsterdamse beleidsvoornemens, zoals deze omgevingsvisie. Natuurmonumenten is geen voorstander van kleine windturbines in het landelijk gebied (lager dan 15 meter). De energie-opbrengst is zeer gering, terwijl de landschappelijke schade groot is. Hanteer een “nee, mits”-principe, dus geen kleine turbines, met mogelijk een aantal minder gevoelige locaties waar dit wel mogelijk is.
Diemerscheg, Diemerbos In de Gemeenschapspolder bij het Diemerbos en de Lange Stammerdijk bij Driemond zijn windmolens bedacht op slechts 200 meter van huizen, dat is onacceptabel en tegen alle regels voor het goed plaatsen van windturbines. Dit gebied moet rustig en groen blijven. Kop van de Amstelscheg / Volkstuinpark Amstelglorie De gemeente Amstelveen is tegen een windmolen in de Kop van de Amstelscheg, mede vanwege de openheid van het gebied en de hoge natuurwaarde. Op de kaart “Toekomstbeeld Amsterdam 2050” staat het symbool van een windmolen aan de zuidelijke grens van volkstuinpark Amstelglorie, ten oosten van het Amstelpark. Wat zijn de overwegingen om precies in dat gebied een windmolen te plaatsen? Noorder-IJplas Plaats alleen windturbines langs de Noorder IJ-plas als woningbouwplannen voor de Achtersluispolder, Hembrugterrein en Zaanstad-Oost hierdoor niet worden geschaad. De gemeente Oostzaan heeft ernstige bezwaren tegen het voornemen windmolens in de Noorder-IJ-plas te plaatsen. Bouw de windmolens minimaal 600 meter van de gemeentegrens, voorkom dat Amsterdamse windmolens woningbouw in Oostzaan onmogelijk maken of de gemeente op een andere manier financieel benadelen.
Laat bewoners uit Oostzaan op eenzelfde manier participeren en profiteren als Amsterdammers, houd rekening met natuurwaarden en voorkom geluidsoverlast of overlast door slagschaduw voor bewoners van Oostzaan. Ring A10 Pas het zoekgebied voor windmolens aan: schrap daarbij het gedeelte langs de ring A10 nabij Landsmeer en het gedeelte in de nabijheid van natuurgebied Landsmeerderveld. Als goede buur zou Amsterdam geen windmolens op de gemeentegrens moeten willen plaatsen. Als dat toch gebeurt, dan moeten inwoners van Landsmeer op dezelfde manier als Amsterdammers kunnen participeren. Houd bij de uiteindelijke locatiekeuze rekening met natuurwaarden en de inwoners van Landsmeer. Het Landsmeerderveld is Bijzonder Provinciaal Landschap en als open landschap Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
65
van grote waarde voor bewoners, recreanten en weidevogels. Deze waarde mag niet verstoord worden door de komst van windturbines. De grote openheid is zeer kwetsbaar. Inwoners en dieren mogen geen overlast ervaren door geluid of slagschaduw. Antwoord Op de komende pagina’s nemen we flink de ruimte voor beantwoording van alle bovenstaande bezwaren tegen windmolens. Gezien de vele gevoeligheden lijkt ons dat op z’n plaats. Het is ten eerste van belang te noemen dat de zoekgebieden voor windmolens tot stand zijn gekomen in het kader van de Regionale Energiestrategie (RES). De omgevingsvisie en de RES zijn parallelle trajecten. De ontwerp-omgevingsvisie bevat de zeven zoekgebieden voor windenergie uit de conceptRES. In de afgelopen periode zijn er in het kader van de RES onderzoeken uitgevoerd en gesprekken gevoerd met bewoners en belanghebbenden over deze zoekgebieden. Daarbij is een integrale afweging gemaakt op basis van het nationaal afwegingskader van de RES. Daarna is de RES 1.0 op 20 april jongstleden vastgesteld met aangepaste zoekgebieden en gemeentelijke voorwaarden voor medewerking aan windinitiatieven. De RES 1.0 is inmiddels gepubliceerd en wordt vertaald in de definitieve omgevingsvisie. De zorgen in alle zienswijzen worden door ons zeer serieus genomen.
We willen de mogelijke hinder van windmolens zoveel mogelijk beperken en voeren daarom een open en eerlijk gesprek over de komst en mogelijke effecten van windmolens in Amsterdam. We geven hier graag een toelichting op het RES-proces en het betrekken van bewoners, belanghebbenden en organisaties. Aangepaste zoekgebieden Op 9 maart 2021 hebben we aangepaste windzoekgebieden vastgesteld. De windzoekgebieden zijn verkleind en we stellen voorkeursgebieden voor. In de voorkeursgebieden is het de bedoeling om zo spoedig mogelijk medewerking onder voorwaarden te verlenen aan initiatiefnemers. De reserve- en extra reservegebieden kunnen worden ingezet als de ambitie niet in de voorkeursgebieden kan worden gerealiseerd. We gaan ervan uit dat de windambitie in de voorkeursgebieden te realiseren is, ook wetende dat in deze gebieden door nader onderzoek en participatie plekken nog kunnen afvallen. Regionale Energiestrategie 1.0 In de RES 1.0 zijn de aangepaste zoekgebieden opgenomen, en wordt een toelichting gegeven op de prioritering van de zoekgebieden naar voorkeursgebieden, reservegebieden en extra reservegebieden. Voor voorkeurs- en reservegebieden zijn bovendien belangrijke aandachtspunten beschreven die nog van invloed kunnen zijn op de windpotentie in het gebied.
De komende tijd krijgen belangen zoals toekomstige gebiedsontwikkelingen, landschappelijke waarden en cultureel (wereld)erfgoed nog een plek in verder onderzoek naar specifieke locaties. Amsterdam stelt voorwaarden aan medewerking aan initiatieven, mede vanwege de vele geuite zorgen. Deze voorwaarden moeten de zekerheid bieden dat aan de zorgen tegemoet wordt gekomen en bewoners en andere belanghebbenden goed worden betrokken, zodat ook bewoners baten ervaren. Na vaststelling RES 1.0: tussenfase en participatieproces Na vaststelling van de RES 1.0 wordt een tussenfase ingelast waarin we in gesprek gaan met bewoners, belanghebbenden, organisaties en (bewoners van) buurgemeenten. De opbrengsten worden verwerkt in een lokaal participatieplan en eventueel in daarna te sluiten intentieovereenkomsten met de initiatiefnemer(s). Het participatieplan is erop gericht de concrete kenmerken van een initiatief, zoals het aantal en de plek van te plaatsen windturbines in overleg met
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
66
omgeving en belanghebbenden te bepalen. De gemeente moet het participatieplan goedkeuren voordat het initiatief verder kan. Daarnaast moet de initiatiefnemer verplicht onderzoek doen naar onder andere de effecten op de ecologie, ruimtelijke inpassing, geluid, slagschaduw en veiligheid. De RES 1.0, een goedgekeurd participatieplan en een zorgvuldig doorlopen lokaal participatieproces zijn geen garantie dat vergunningen daadwerkelijk worden verleend. Deze garantie kan niet worden gegeven, omdat de locaties voor windturbines waarvoor gedurende het lokale participatieproces onderzoeken worden uitgevoerd pas in beeld komen gedurende ditzelfde proces. Mocht u meer willen weten over windmolens in Amsterdam dan kunt u op onze website meer informatie vinden. Wilt u op de hoogte blijven van bijeenkomsten, dan kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrief.
Antwoord op de algemene bezwaren tegen windmolens Ambitie Amsterdam Klimaatneutraal In het nationale klimaatakkoord is afgesproken dat 30 energieregio’s gaan onderzoeken hoe lokaal een bijdrage kan worden geleverd aan de opwek van duurzame energie op basis van bewezen technieken zoals zonnepanelen en windmolens. Amsterdam neemt verantwoordelijkheid door ook binnen onze stadsgrenzen te zoeken naar de meest geschikte plekken voor zonne-energie én nieuwe windmolens. In het voorjaar van 2020 hebben we de concept-RES vastgesteld met daarin de ambitie om voor 2030 tenminste 127 MW (296 GWh) vermogen aan windenergie te realiseren in de windzoekgebieden en 400 MW (380 GWh) vermogen aan zonne-energie te realiseren op grote daken en via dubbelgebruik van stedelijke ruimtes. Om aan deze ambities te voldoen, moeten er nog ongeveer 17 windmolens worden gerealiseerd. De helft van de ongeveer zeventien molens lijkt te passen in het havengebied, maar voor de andere acht à negen molens onderzoeken we nu welke zoekgebieden het meest geschikt zijn. Effecten op gezondheid We zijn ons ervan bewust dat windturbines hinder veroorzaken. Die proberen we zoveel mogelijk te beperken. Met het verkleinen van de zoekgebieden hanteren we een grens van tenminste 350 meter afstand vanaf geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen.
Dit wil niet zeggen dat windturbines in Amsterdam op 350 meter afstand van woningen worden gebouwd. Vanwege de wettelijke geluidsnormen zijn binnen of op die grens windturbines zo goed als onmogelijk. We gaan nog analyseren of en in welke mate omwonenden overlast kunnen verwachten na de plaatsing van windturbines. Daarbij worden geluidhinder, slaapverstoring en andere mogelijke effecten op de gezondheid in beeld gebracht. Daarnaast wordt aangegeven welke opties er zijn om deze risico’s maximaal te verminderen en krijgt de gezondheid van omwonenden een zodanig prominente rol in de besluitvormingsprocedure, dat het belang van de volksgezondheid altijd goed is geborgd. Het raadsadres van genoemde medici over de mogelijke effecten op de gezondheid is opgepakt door het RIVM en de GGD. Zij komen met een officieel antwoord. Dit antwoord is nog niet bekend ten tijde van dit schrijven. Zie voor meer informatie onze website voor een toelichting op de geluidsnorm. Effecten op natuur, groen, recreatie Windmolens kunnen negatieve effecten op de natuur hebben, vooral op vogels en vleermuizen. De effecten voor de natuur hangen sterk af van de locatie. Daarom is er bij ieder besluit over een
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
67
specifieke locatie een wettelijke plicht om de milieueffecten te onderzoeken. Uit het onderzoek moet blijken of effecten kunnen worden verminderd door bijvoorbeeld een windmolen stil te zetten tijdens de vogeltrek of tijdens de schemering, wanneer vleermuizen actief zijn. Windmolens kunnen echter ook worden gecombineerd met bijvoorbeeld bijenkasten en/of nieuw groen op land, of met maatregelen om ecosystemen onder water uit te breiden of te beschermen. Het behoud van groen en ruimte voor recreatie is belangrijk voor de leefbaarheid van de stad. In een dichtbebouwde stad als Amsterdam is ruimtelijke integratie een uitdaging. Er zijn veel ruimtevragers en er is beperkte ruimte binnen de stadsgrenzen. Met de energietransitie komt er weer een nieuwe ruimtevrager bij. Deze opgave wordt nu voorzien langs infrastructuur- en verkeersknopen en aan de randen van de stad. Het schuurt soms tussen duurzaamheidsambities en ruimtelijke ontwikkelingen in de stad, maar er zijn ook kansen voor het clusteren en combineren van functies. Ruimtelijke integratie vraagt om een duidelijke visie op inpassing en een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten. In de tussenfase en de daaropvolgende lokale participatieprocessen wordt een open gesprek gevoerd over mogelijke gevolgen van bepaalde maatregelen.
Zonne-energie als alternatief We zien net als u kansen om meer zonne-energie op te wekken op daken en zetten hier vol op in. De ambitie is om voor 2050 alle daken te benutten en de doelstelling voor 2030 is om 5o% van alle daken te benutten. De geambieerde groei voor Amsterdam voor 2030 is twee keer zo hoog als de landelijke prognose voor de groei van het aantal zonnepanelen. Per jaar moet er in Amsterdam ongeveer 50MW extra opgesteld vermogen worden gerealiseerd. Dat zijn ruim 150.000 zonnepanelen. Ervan uitgaande dat de komende jaren eerst de beste daken worden benut, is het vasthouden van een dergelijke groei een grote uitdaging. De gemeente realiseert zelf geen zonprojecten (behalve op eigen daken), maar is afhankelijk van besluitvorming van gebouweigenaren. We zien een verhoging van de ambitie voor zonne-energie op daken niet als alternatief voor windenergie. De mogelijkheden voor het opwekken van wind- en zonne-energie moeten beide worden benut om de flinke klimaatdoelstellingen te halen. Bovendien is een goede mix van wind- en zonneenergie nodig. Zonnepanelen en windturbines vullen elkaar aan omdat beide hun eigen piekmomenten kennen. Zonnepanelen produceren meer elektriciteit in de zomermaanden, terwijl windturbines juist in de winter meer elektriciteit opleveren. Daarnaast leveren zonnepanelen overdag elektriciteit en windturbines ook ’s nachts.
De combinatie zorgt voor een stabielere duurzame energieproductie. Voor meer informatie over alternatieven voor windmolens is de beantwoording van de vragen van lid Nehmé relevant. Inzetten op energiebesparing Energiebesparing is zeer belangrijk en is een belangrijk onderdeel van de energietransitie. De energievraag zal door energiebesparing echter lang niet tot nul worden teruggebracht, waardoor ook het opwekken van veel duurzame elektriciteit nodig blijft. We hebben het beleid voor energiebesparing geformuleerd in de Routekaart en Klimaatrapportage. De gemeente ondersteunt, faciliteert en stimuleert isolatie en energiebesparing, bijvoorbeeld door ondersteuning aan bewonersgroepen, VvE’s en woningeigenaren. Denk voorts aan collectieve inkoopacties van isolatiemaatregelen; het geven van energieadviezen en energieleningen. De gemeente investeert de komende jaren extra in renovatie en isolatie van woningen. Bovendien maken we met woningcorporaties, bedrijven en organisaties afspraken over verduurzaming van gebouwen. Daarnaast willen we dat in de toekomst uitsluitend energieneutrale tot energieleverende woningen
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
68
worden gebouwd en zetten we richting industrie en bedrijven in op energiebesparing via de Wet milieubeheer. Draagvlakonderzoek De gemeente heeft een draagvlakonderzoek laten uitvoeren op basis van twee enquêtes door Onderzoek Informatie en Statistiek (OIS). In het onderzoek is aangegeven dat bij de plaatsing van windturbines wettelijke normen worden gebruikt. De wettelijke normen omvatten een geluidsnorm en niet een afstandsnorm. Op het schaalniveau van de stad laten genoemde enquêtes zien dat de meerderheid van de Amsterdammers positief is over de ambitie voor meer windturbines in Amsterdam. Het onderzoek laat echter ook zien dat het draagvlak onder bewoners minder is voor windturbines in de directe woonomgeving. Deze resultaten zijn in lijn met de weerstand van verschillende groepen bewoners die zich in het afgelopen jaar tegen windturbines hebben uitgesproken. We begrijpen de lokale weerstand heel goed. Daarover wordt open en eerlijk het gesprek gevoerd in de tussenfase en de daaropvolgende lokale participatieprocessen. In de RES 1.0 is te lezen hoe het draagvlakonderzoek is meegenomen in de integrale afweging voor het aanpassen van de zoekgebieden.
Meer informatie: de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Kreuger en Boomsma inzake de plaatsing van windturbines in Amsterdam de beantwoording van de schriftelijke vragen van de leden Kreuger, Boomsma en Van Soest inzake nieuw draagvlakonderzoek van mega-windturbines voor behandeling RES 1.0 Wie neemt de opgewekte energie af? We willen juist dat alle Amsterdammers en inwoners van buurgemeenten kunnen profiteren van de opgewekte elektriciteit door windmolens. Daarom is het minimum van 50% lokaal eigendom een belangrijke eis voor gemeentelijke medewerking bij lokale windinitiatieven. Manieren om te profiteren zijn onder andere: een lidmaatschap van een windcoöperatie om mee te investeren, een omgevingsfonds ten behoeve van de directe omgeving; of een omwonendenregeling (bv goedkope stroomafname of een eenmalige vergoeding, afhankelijk van de afstand tot de windturbines). Deelname met een krappe beurs is ook mogelijk. U kunt hier meer over lezen in de RES 1.0. Buurgemeenten Er zijn door verschillende gemeenten zienswijzen over dit onderwerp ingediend, namelijk Landsmeer, Oostzaan, Zaanstad, Waterland, Amstelveen en De Ronde Venen. We zijn in nauw gesprek met deze buurgemeenten en betrekken ook de inwoners van buurgemeenten in de tussenfase en daaropvolgende lokale participatieprocessen.
Participatieplannen die door initiatiefnemers met bewoners worden opgesteld, worden na gemeentelijke goedkeuring gedeeld met de buurgemeenten. De motie van de gemeente De Ronde Venen is bij ons bekend. We zijn gesprek met de gemeente De Ronde Venen over de windzoekgebieden. We nodigen de gemeente Waterland uit voor een gesprek voor het vaststellen van de omgevingsvisie. We zijn beiden onderdeel van de Energieregio Noord-Holland Zuid en dus al met elkaar in gesprek. Aan de gemeenten Zaanstad en Oostzaan hebben we per brief aangegeven dat er rekening wordt gehouden met de nodige ruimte voor de woningbouwplannen op het grondgebied van Zaanstad en Oostzaan. Ook naar de gemeente Landsmeer is een brief uitgegaan met de boodschap dat er rekening wordt gehouden met het landschap en dat de bewoners van Landsmeer worden betrokken in het lokale participatieproces. Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
69
De kop van de Amstelscheg, waar de gemeente Amstelveen bezwaren tegen uitte, is geen voorkeursgebied, en heeft de laagste prioriteit gekregen: extra reservegebied. Antwoord op bezwaren tegen windmolens per zoekgebied Voor de gebiedsgerichte vragen verwijzen we graag door naar de RES 1.0. Hierin is aangegeven of een zoekgebied een voorkeursgebied, reservegebied of extra reservegebied is. Er wordt een toelichting gegeven op de prioritering en er worden extra aandachtspunten genoemd voor de voorkeursgebieden en reservegebieden. Deze aandachtspunten moeten nog nader worden onderzocht. We maken hier slechts twee opmerkingen over zoekgebieden die niet zijn terug te vinden in de RES 1.0: - Het bezwaar van Natuurmonumenten tegen kleine windmolens is niet aan de orde. In de RES gaat het over grotere windmolens dan 15 meter. - Het symbool van een windmolen op de kaart “toekomstbeeld Amsterdam 2050” moet niet worden gezien als een precieze locatie voor een windmolen, maar als onderdeel van de legenda om aan te geven wat de contour is van een zoekgebied voor windenergie. Er zijn geen specifieke locaties voor windmolens bekend, ook niet aan de zuidelijke grens van volkstuinpark Amstelglorie. Wijzigingsvoorstel: In de omgevingsvisie nemen we de prioritering over die voor de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) is aangebracht in de zoekgebieden.
Ook de hieruit volgende voorkeursgebieden worden overgenomen. In de Visiekaart Amsterdam 2050 vervangen we de zoekgebieden door de voorkeursgebieden. De uitgangspunten voor een integrale afweging, die zijn gebruikt om tot de voorkeursgebieden te komen in de vervolgstappen, komen in het Waar te staan. In het Wat beschrijven we in het kort de vervolgstappen om van voorkeursgebieden naar voorkeurslocaties te komen, waar initiatieven aan moeten voldoen en de manier waarop bewoners, andere belanghebbenden en buurgemeenten worden betrokken. __________________________________________________________________________________
d2. Duurzaam/energieneutraal bouwen ingediend door 0005, 0047, 0060, 0081, 0246, 0262, 0302, 0365, 0388, 0628 We kunnen technisch al lang energieneutrale woningen bouwen. Doe dat vanaf nu altijd en overal, dat is goed voor het klimaat en het maakt de noodzaak voor windmolens minder. Het moet bedrijven worden verplicht om bij te dragen aan klimaatdoelen, met zonnepanelen en groen op daken en elders op hun terrein, dat is nog mooier ook. Duurzaam bouwen en zonnepanelen moeten met kortingen of belastingvoordelen aantrekkelijker worden gemaakt voor bewoners. Dat is belangrijk voor onze toekomst. Duurzaam wonen moet betaalbaar zijn voor iedereen, dat is sociaal en goed voor milieu en klimaat. Bij de herstructurering van naoorlogse buurten zou het accent kunnen worden verschoven van sloop/nieuwbouw naar duurzame renovatie en isolatie. Duurzame voornemens worden niet vertaald in technische keuzes en varianten. Enig idee over het ruimtebeslag van stedelijke technieken lijkt vergeten. Kan Amsterdam een deel van de energieopwekking niet op de Noordzee contracteren of langs het Noordzeekanaal in de regio?
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
70
De afstand tussen ambitie en realiteit is bij de doelstelling ‘klimaatneutraal’ misschien nog wel het grootst. Is de omgevingsvisie hierop misschien te ambitieus? De stad Amsterdam hoeft niet per se energieneutraal te worden. Net zoals het drinkwater van elders wordt gehaald, is het logisch dat een gedeelte van de elektriciteit van elders wordt gehaald. Antwoord We delen uw visie op het gebied van energieneutraal bouwen. De Routekaart Amsterdam klimaatneutraal 2050 geeft de overkoepelende visie. Deze visie wordt ook in de praktijk gebracht. Succesvolle voorbeelden zijn Buiksloterham en Strandeiland. De gemeente heeft aparte programma’s voor meer zonnepanelen op daken en duurzaam bouwen. Het gebruik van hout zal in de toekomst verder toenemen. De gemeente kan het echter niet alleen en is van veel partijen afhankelijk die ieder hun bijdrage moeten leveren. De discussie over sloop/nieuwbouw is complex. Een afweging wordt per project gemaakt, op basis van de kwaliteit van de huidige woningen, het nieuwbouwprogramma en de financiële mogelijkheden. Techniek speelt een belangrijke, zo niet doorslaggevende rol. Amsterdam klimaatneutraal betekent dat zoveel mogelijk energie lokaal moet worden opgewekt.
De rijksdoelstellingen en de vergroening van het landelijk elektriciteitsnet (in het bijzonder door windenergie op zee) worden meegenomen in de berekeningen van Amsterdam klimaatneutraal. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
d3. Bouwen met hout ingediend door 0260, 0358 Bouw zoveel mogelijk met hout, zodat de bouw een bijdrage kan leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Innoveer in nieuwe technieken. Bouwen met hout kan vele malen sneller en veel goedkoper dan traditionele betonbouw en het is prettig wonen. Geef als gemeente het goede voorbeeld, laat gemeentelijke gebouwen van hout maken en zet grootschalig in op de bouwmethode van de toekomst. Stimuleer houtbouw met het invoeren van een CO2-tax. Wij willen grootschalig met houtbouw aan de slag en hebben daarvoor concrete plannen met ‘Wooden City’ in Amstel III. We vragen de gemeente om dit mogelijk te maken. Antwoord We hebben in februari 2021 een studie gepubliceerd “Houtbouw Amsterdam, verkenning naar bouwen met hout in de gebiedsontwikkeling”. Hierin worden verschillende aspecten van houtbouw onderzocht, waaronder de wijze waarop houtbouw kan worden gestimuleerd. De conclusies zijn bemoedigend en aanleiding voor verdere stappen. De intentie is om in het najaar de Green Deal 'Naar een stevige impuls voor houtbouw in de MRA (Metropool Regio Amsterdam)’ te ondertekenen. Deze heeft als doel om vanaf 2025 minimaal 20% van de woningproductie in de MRA in hout uit te voeren. Het gaat daarbij om al het mogelijke vastgoed: gemeentelijk, maatschappelijk en dat van externe ontwikkelaars.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
71
Wij zijn bekend met genoemde Wooden City-plannen. De centrale rol die houtbouw hierin speelt, maakt ons enthousiast en vormt extra aanleiding om hierin mee te denken. Beoordeling van deze ontwikkeling hangt echter samen met meer zaken, zoals transformatie- en hoogbouwregels ter plekke. Wij verwijzen naar v54 voor uitgebreidere behandeling van het gebied waar dit initiatief is gelokaliseerd. Wijzigingsvoorstel: de passage over houtbouw wordt aangevuld met vermelding van genoemde gemeentelijke studie, met bemoedigende conclusies over bouwen met hout in de toekomst. __________________________________________________________________________________
d4. Biomassa, centrale in Diemen ingediend door 0009, 0020, 0035, 0080, 0359 Duurzame doelstellingen zijn volstrekt ongeloofwaardig als je biomassa opstookt. Er wordt lang niet altijd resthout gebruikt, het kost volwassen bomen in ruil voor stekjes en veroorzaakt meer CO2-emissie dan gas. Denk beter na en kom met slimmere voorstellen voor warmtebronnen. Als je een Diemer biomassacentrale laat bouwen, dan zijn de groene ambities in deze omgevingsvisie hypocriet en greenwash. Onze kinderen en kleinkinderen gaan volgens deze omgevingsvisie straks sporten op 500 meter van een Diemer biomassacentrale. Dat wordt de meest vervuilende centrale in de omgeving. Antwoord De biomassacentrale ligt in de gemeente Diemen, de omgevingsvisie van Amsterdam doet hierover geen uitspraken. Het betreft in eerste instantie een aangelegenheid van de gemeente Diemen, met de provincie Noord-Holland als vergunningverlener. Wel is Amsterdam mede-deelnemer van het convenant ‘Verduurzaming stadsverwarmingscentrale Diemen’ dat in 2019 is gesloten met de provincie Noord-Holland, Almere, Diemen, Gooise Meren, Weesp en Vattenfall. Hierin staan afspraken over duurzame mobiliteit in verband met de aanvoer van de biomassa over de weg, strenge bovenwettelijke emissie-eisen voor de centrale, herkomst en duurzaamheid van de houtige biomassa en de tijdelijkheid van de centrale. Niet overnemen.
__________________________________________________________________________________
d5. Duurzaamheid van onderop ingediend door 0010, 0080, 0244, 0365, 0648, 0668 Veel burgers nemen initiatieven ter verduurzaming van hun woning, wijk en stad. Daar moet de gemeente beter bij aansluiten, in plaats van top down inzetten op ondemocratische stadswarmtedeals met bedrijven als Vattenfall en op windmolens. Schenk meer aandacht aan de kant van de afnemer van energie en warmte: wat kunnen wij Amsterdammers zelf doen op het gebied van duurzaamheid? Hoe kunnen wij minder elektriciteit en minder warmte gebruiken? Wat kunnen wij doen om onze voetafdruk kleiner te maken? Investeer in voorlichting!
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
72
Door milieu, fijnstof, duurzaamheid en recyclen niet expliciet te benoemen, wek je de indruk dat dat allemaal is opgelost. Zet in op decentrale energieopwekking door energiecoöperaties. Dit vraagt in elke wijk ruimte voor een vergister om biogas op te wekken, de gasleidingen kunnen blijven liggen, er hoeft niet geïnvesteerd te worden in warmtenetten waarmee bewoners vastzitten aan hoge kosten. Het beleid vraagt om meer decentrale circulaire hubs, in iedere wijk een ruimte waar groenafval kan worden gecomposteerd, voedsel kan worden verdeeld, spullen kunnen worden gerepareerd en afval gesorteerd, samen met kleine (sociale) bedrijfjes). Zo zijn geen grote investeringen nodig en komt de waarde terug in de wijk. Maak voor circulaire hubs die worden beheerd door bewoners een uitzondering op de Marktconforme huur. Ontwikkel verder de "circulaire gronduitgifte". In de praktijk domineert de markt en het geld. Precies hetzelfde verhaal met de stadswarmte. De gemeente heeft afspraken met Ymere en Vattenfall, doet alsof de buurt mag participeren, maar drukt haar eigen zin door, desnoods met dreigementen. Vervolgens krijgen de wethouder en de gemeenteraad voorgelogen dat de bewoners hun rol in de proeftuin niet begrijpen. Buurtcoöperaties voor lokale energie-winning/afvalscheiding hebben ruimte nodig. Niet alleen voor de techniek maar ook voor ontmoeting/kennisdelen.
Antwoord Amsterdam verduurzamen is een grote opgave met veel betrokkenen: individuele burgers (huizenbezitters én huurders), corporaties, gemeente, bedrijfsleven, scholen, winkeliers, energiebedrijven, energiecorporaties enzovoorts. De energietransitie vraagt om centrale én decentrale oplossingen. We erkennen de inherente spanning die tussen beide perspectieven bestaat en hebben een speciaal participatieprogramma en voorlichtingscampagnes om alle perspectieven aan bod te laten komen. We verwijzen hier graag naar het hoofdstuk ‘circulair’ in de omgevingsvisie, waar veel genoemde punten al goed aan de orde komen. Voorts verwijzen we in deze nota naar d1 over windmolens, waarvan 50% lokaal eigendom juist een belangrijk principe is. Ook bij stadswarmte besteden we veel aandacht aan participatie en draagvlak. In het kader van Samen stadmaken neemt de betrokkenheid van burgers bij duurzame opgaven wat ons betreft de komende jaren toe. Dat zal ook nodig zijn om de pittige klimaatdoelen te halen. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
d6. Afvalstromen ingediend door 0045, 0050, 0055, 0058, 0065 De omgevingsvisie zou meer aandacht mogen hebben voor duurzaamheid dicht bij huis, zoals meer mogelijkheden voor recycling en gescheiden afvalinzameling in de Amsterdamse buurten. Ook meer prullenbakken helpen tegen vervuiling en zijn opvoedkundig belangrijk. Er bestaan sinds kort broodprullenbakken en dat is goed; verdere scheiding in afval zou welkom zijn.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
73
Er zijn soms te weinig afvalbakken in vergelijking met het aantal mensen dat ergens woont. Als afvalbakken vol zijn, dan leggen mensen het vuil ernaast, wat wijken vies maakt en ratten aantrekt. Antwoord Het gemeentelijke Uitvoeringsprogramma afval en grondstoffen 2020-2025 beschrijft de ambitie voor een schone stad en een duurzame afvalketen. Hierin werken we toe naar de preventie van afval en het steeds meer scheiden van stromen om zo het restafval te verminderen. Onderdeel van dit programma is het optimaliseren en uitbreiden van de afvalinzamel-voorzieningen in verschillende delen van de stad. Op deze manier proberen we het bewoners zo gemakkelijk mogelijk te maken om hun afval op de juiste manier aan te bieden. Daarnaast handhaven we in de Aanpak bij-plaatsingen op afval dat naast de container wordt gezet. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
d7. Klimaatadaptatie, overstromingen ingediend door 0018, 0178, 0236, 0246, 0410, 0434, 0459 Maatregelen inzake klimaatadaptatie zijn minstens zo belangrijk als maatregelen inzake het beperken van de opwarming. In de omgevingsvisie is met name aandacht voor zaken als minder autoverkeer, groenere energie enzovoorts. Het watersysteem staat onder druk, en zit aan zijn grenzen. Water dient een sturende rol te krijgen in de ruimtelijke ordening, conform de Nationale en Provinciale Omgevingsvisie. Besteed meer aandacht aan bijvoorbeeld regenwaterafvoer, grondwaterhuishouding, dijken en waterkeringen, afkoeling buitenlucht, schaduwplekken, groene daken, wadi’s, stormschadepreventie enzovoorts. Waterberging kost ruimte. Richt het maaiveld zo in dat wateroverlast ontstaat op plekken waar geringe schade optreedt. Daar zijn data voor beschikbaar. De omgevingsvisie moet uitgaan van 90 mm water per uur. Vermeld dat de gemeente de taak heeft om het regenwater van particuliere percelen af te voeren indien dit niet van de particulier kan worden gevraagd. Het groen-blauwe netwerk in de omgevingsvisie besteedt te weinig aandacht aan blauw. De groene scheggen kunnen bijvoorbeeld een goede rol vervullen als waterverbinding tussen de stad en het landelijk gebied.
De waterkwaliteit van de KRW-lichamen (Noorder IJplas, Gaasperplas, Sloterplas, Amstelboezem, vaarten van Amsterdam) verdient een expliciete plek in de omgevingsvisie. Neem bij de lijst met ruimtelijke reserveringen op dat de diverse waterkeringen in Amsterdam versterkt moeten kunnen blijven worden en dat dat dus ruimte kost. De effecten van klimaatverandering zijn er nu al en vragen stevige overheidsmaatregelen. Wellicht spreekt klimaatadaptatie niet zo tot de verbeelding als andere beleidsterreinen, maar het is essentieel voor onze toekomst. Is het een optie om watertorens te gebruiken voor een eventueel overvloed aan water? Deze kunnen worden geïntegreerd in woontorens en halen dan wellicht wat druk van de stad af. De Puccinimethode bevat onderdelen voor openbare ruimte-inrichting die nauwelijks klimaatbestendig zijn. De omgevingsvisie moet de verplichting opnemen voor een klimaatbestendige Puccini.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
74
Nieuwbouw is jaarlijks slechts 1% van de bestaande bouw. Daarom graag meer aandacht in de omgevingsvisie voor de bestaande stad bij klimaatadaptatie. Daar is de grootste winst te boeken. De helft van de stad is private ruimte, de omgevingsvisie mag zich ogenschijnlijk beperken tot de openbare ruimte. Private binnenterreinen worden echter op grote schaal geïntensiveerd met uitbouwen. Regelgeving is nodig om verstening van groene binnenterreinen te voorkomen. De gekozen benadering om kelderbouw te reguleren via grondwaterneutreaal bouwen is een valse start. De vraag is of de gemeente en Waternet het begrip grondwaterneutraal bouwen handen en voeten kunnen geven. Het gaat om de hele cyclus; van de beoordeling van aanvragen en het verlenen van vergunningen tot het toezicht en de evaluatie van de effecten. Antwoord Het is juist dat klimaatadaptatie een belangrijke opgave is. Een deel van de antwoorden op bovengenoemde vragen is te vinden in het hoofdstuk Duurzame stad van de omgevingsvisie. Daarin wordt onder andere aandacht gegeven aan de thema’s hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Ook zijn in dit hoofdstuk opgaven op het gebied van het watersysteem, waterberging, waterkeringen, waterveiligheid en landelijk gebied opgenomen. De paragraaf ‘Een vitaal bodem- en grondwatersysteem’ in het hoofdstuk ‘Compacte stad’ gaat in op de grondwaterhuishouding.
De norm voor het waterbergend vermogen is opgenomen in het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRPA ’16-’21). De norm houdt in dat de stad een bui van 60 mm in één uur tijd zonder schade aan bebouwing en infrastructuur kan verwerken. Eind 2021 zal het nieuwe Omgevingsprogramma Riolering (OPR) worden vastgesteld. Hiermee wordt al voorgesorteerd op de verwachte uitkomsten van het KNMI Klimaatsignaal 2021. De ambitie van de stad blijft daarbij hetzelfde, namelijk het verwerken van een extreme bui die volgens het KNMI in de toekomst (2050) een herhalingstijd van een keer per 100 jaar heeft, zonder dat er schade optreedt. Het belang van een goede waterkwaliteit van de KRW-lichamen staat buiten kijf. Waterkwaliteit en aanverwante ambities krijgen daarom veel aandacht in de paragraaf ‘water’ onder Leefbare stad. De Puccinimethode biedt ruimte voor het toepassen van klimaatadaptieve materialen. Tevens proberen we hier in de toekomst meer opties aan toe te voegen. Klimaatadaptatie gaat de hele stad aan en is een opgave die de gemeente niet alleen kan oppakken. Een groot deel van de stad is in handen van private eigenaren, zoals bewoners, bedrijven, woningcorporaties of andere vastgoedeigenaren. Het is dus van belang dat ook op privaat terrein acties worden ondernomen.
De gemeente stimuleert en faciliteert dit al op verschillende manieren, onder andere met subsidies en het aanbieden van een tegelservice die het makkelijker maakt voor bewoners om hun tuin te vergroenen. Daarnaast kan worden gekeken naar regulering op privaat terrein. De hierboven genoemde hemelwaterverordening is daar een voorbeeld van. Deze verordening zal ook gelden voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. Wat betreft ondergronds en grondwaterneutraal bouwen verwijzen we naar de reeds opgenomen uitgangspunten in de betreffende paragraaf onder ‘Compacte stad’. Wij delen uw opvatting dat verstening van private binnenterreinen ongewenste effecten heeft, maar voor overheidsingrijpen op privaat terrein zijn de wettelijke mogelijkheden beperkt. Wat u een ‘valse start’ noemt, is waarschijnlijk het hoogst haalbare op dit moment en dat zullen wij zo goed mogelijk vormgeven. Stormschadepreventie valt niet onder klimaatadaptatie maar onder de reguliere taken van de gemeente. Zo wordt bij de keuze van boomsoorten rekening gehouden met wind, naast neerslag en droogte. De suggestie van watertorens, als mogelijke variant op blauw-groene daken, past meer bij de uitwerking van de omgevingsvisie.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
75
Dank voor de vele kleine tekstvoorstellen over klimaatadaptatie; deze zijn meegenomen in de eindredactie van de omgevingsvisie. Al opgenomen in de visie / meenemen in de uitvoering. Wijzigingsvoorstel: er wordt een nauwkeuriger kaart van overstromingsrisico’s ingevoegd. Ook omliggende teksten worden iets verbeterd. __________________________________________________________________________________
d8. Voertuigen en klimaat ingediend door 0201 Met haar milieuzone stimuleert Amsterdam de vroegtijdige sloop van dieselauto’s, terwijl die relatief klimaatvriendelijk zijn. Dat is niet doelmatig. Elektrische auto’s zijn voor veel mensen nog niet te betalen en groeien in aantal nog niet zo hard. Bovendien valt de milieuvriendelijkheid van productie, import en latere demontage van elektrische voertuigen en accu’s nog maar te bezien. Antwoord Dieselvoertuigen zijn vergeleken met benzinevoertuigen inderdaad klimaatvriendelijker in zoverre het rijden op diesel energie-efficiënter is dan het rijden op benzine en er daardoor relatief minder CO2 wordt uitgestoten. Dat geldt echter niet voor de vergelijking tussen dieselvoertuigen en elektrische voertuigen. Zelfs bij de normale Nederlandse energiemix zijn elektrische voertuigen klimaatvriendelijker (inclusief de productie van batterijen) en dat geldt uiteraard eens te meer als voor het opladen van de batterijen/accu’s groene stroom wordt gebruikt, zoals dat in Amsterdam gebeurt voor de openbare oplaadinfrastructuur. Benzinevoertuigen stoten bij gebruik in het algemeen meer CO2 uit dan dieselvoertuigen. Wel stoten moderne voertuigen in het algemeen minder CO2 uit dan oudere voertuigen. Bij de overstap van oude diesel naar nieuwe diesel is er dus sprake van zowel een luchtkwaliteitsvoordeel als van een CO2 voordeel.
Bij de overstap van oude diesel naar benzine van hetzelfde formaat is sprake van een luchtkwaliteitsvoordeel, maar doet zich in het algemeen een CO2-nadeel voor. Door over te stappen op een modernere benzine of een benzineauto van een kleiner formaat kun je dit nadeel beperken of zelfs compenseren. De groei van het aandeel elektrische auto’s in Nederland - en ook in Amsterdam - gaat de goede kant op, maar het gaat nog niet snel genoeg. Het aanbod van tweedehands zero emissie auto’s is beperkt. Elektrische voertuigen worden steeds goedkoper in aanschaf en in gebruik zijn elektrische voertuigen (lage elektriciteitskosten versus hoge brandstofkosten) nu al voordeliger. Maar het aanbod van elektrische voertuigen en van tweedehands elektrische voertuigen blijft een belangrijk aandachtspunt. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
d9. Aardgasvrij Banne-Noord ingediend door 0517, 0613
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
76
Banne-Noord moet volgens de huidige plannen in de omgevingsvisie al in de periode 2020-2030 van het aardgas af. Een periode van nog geen negen jaar biedt onvoldoende kansen om gebruik te maken van natuurlijke vervangingsmomenten. Daarvoor is een langere periode van twintig jaar nodig. Ook zijn er bij veel leden van de wijkvereniging zorgen over de betaalbaarheid van de overstap naar aardgasvrij. Antwoord De omgevingsvisie geeft alleen de mogelijkheid aan dat Banne-Noord aardgasvrij wordt gemaakt. De daadwerkelijke besluiten hierover worden genomen in de Transitievisie Warmte en het programma Aardgasvrij. Natuurlijk wordt daarin rekening gehouden met natuurlijke vervangingsmomenten, en met vele andere zaken zoals betaalbaarheid. Wij verwijzen hiervoor naar genoemde trajecten. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
d10. Natuureducatie ingediend door 0006, 0434 Een stad heeft een voorbeeldfunctie. Daarom graag meer natuureducatie in Amsterdam, bijvoorbeeld in een kennis- of bezoekerscentrum, of gewoon in de bestaande parken. Dat is er nu te weinig. Richt dat vooral op kinderen. Denk aan stadsecologie, dieren en hun leefgebied, consequenties van klimaatverandering. Je kunt dan tegelijk educatie bieden over de energietransitie: waarom doen we dat, hoe werkt een zonnepaneel, hoe doen we aan watermanagement enzovoorts. Je kunt ook laten zien hoe een windmolen werkt. Wat betreft locatie kun je denken aan het Diemerbos, het Amsterdamse Bos of naast de Vijfhoek. In elk geval een plek waar kinderen meteen de natuur in kunnen voor het spotten van dieren, wateronderzoek enzovoorts. Antwoord Dank voor uw goede en terechte pleidooi. Gelukkig hebben we in de Amsterdamse regio al verschillende vormen van natuureducatie. Voorbeelden hiervan zijn de kinderboerderijen en schoolwerktuinen. Zo heeft Amsterdam onlangs het 101ste jaar van de schooltuinen gevierd. Er komen jaarlijks 7.000 Amsterdamse leerlingen uit groep 7/8 van de basisscholen naar de schoolwerktuinen. Deze omgevingsvisie biedt verder genoeg aanknopingspunten (rigoureus vergroenen, groenblauwe hotspots) om hier in de toekomst meer mee te gaan doen, ook binnen de stadsgrenzen van Amsterdam.
Daadwerkelijke besluiten over bijvoorbeeld nieuwe bezoekerscentra moeten apart worden genomen, met participatie van belanghebbenden ter plekke. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
d11. Blij met windmolens ingediend door 0532
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
77
Wij zijn blij met windmolens. De K-buurt wil graag een windmolen-coöperatie, daar is een plan voor in ontwikkeling. Antwoord U bent de enige van zeer velen die positief op windmolens heeft gereageerd. U benoemt wat we in z’n algemeenheid beogen: dat niet de gemeente, maar mensen via coöperaties zelf windmolens initiëren. Wij wensen u veel succes bij uw plannen. Ter kennisneming.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
78
Vitale stad Onderdeel mobiliteit
__________________________________________________________________________________
v1. Behoud autobereikbaarheid ingediend door 0011, 0054, 0057, 0062, 0071, 0081, 0165, 0201, 0275, 0388 De auto moet de stad niet uit, je hebt het nodig. Het is een deel van je leven geworden. Auto’s weren uit het centrum is goed, maar in veel woonwijken moet er ruimte voor blijven. Parkeerplaatsen voor bewoners moeten blijven. Geambieerde banen komen niet vanzelf, daar is een goed ondernemersklimaat voor nodig. Met de ambitie om van Amsterdam een fiets- en wandelstad te maken, komen logistieke ondernemersbelangen en daarmee hun omzet in gevaar. Vervoersbehoeftes laten zich niet leiden door een gemeentelijk denkkader. Door de auto uit de stad te laten verdwijnen kunnen sommige gehandicapten niet meer functioneren. Zij kunnen alleen ergens komen als ze met een auto of taxi worden gebracht. Openbaar vervoer is niet voor iedereen geschikt, fietsen kunnen sommigen al helemaal niet en lopen gaat soms ook moeilijk. Het is prima om de stad groener te maken, maar de auto helemaal wegpesten kan niet de oplossing zijn. Zorg er op z’n minst voor dat openbaar vervoer altijd betaalbaar en toegankelijk is voor mensen met een beperking. Dat moet een helder uitgangspunt in de omgevingsvisie zijn. Antwoord Goede aandachtspunten. De auto zal in de stad altijd een rol blijven spelen, juist voor mensen en sectoren die ervan afhankelijk zijn, zoals gehandicapten en de logistiek.
Ook voor mensen die op onregelmatige tijden of op plekken met slechte ov-bereikbaarheid werken, is de auto vaak de enige mogelijkheid om van A naar B te gaan. We zijn daarom terughoudend met autoloze gebieden en zorgen er altijd voor dat bestemmingen zo goed mogelijk met de auto te bereiken zijn. Maar de ruimte die de auto nu krijgt, zal verminderen. Dat geldt voor alle delen van de stad waar we verdichten. Door reguliere auto’s minder ruimte te geven, ontstaat er juist meer ruimte voor logistiek vervoer, vervoer voor mensen met een beperking enzovoorts. In een verdichtende stad past de auto minder goed door de ruimte die de auto inneemt. Vele andere zienswijzen laten zien dat er erg veel draagvlak is voor autoluw. Bovendien biedt een stad met voldoende wonen, werken en voorzieningen meer mogelijkheden voor actieve vervoersvormen (lopen en fietsen) en openbaar vervoer. Ook voor logistiek zijn er alternatieven, zoals transport over water en licht elektrische vrachtvoertuigen. Door meer hubs (overstappunten tussen auto en ov) in en rond de stad zorgen we voor betere verbindingen met de rest van de regio, waarmee er nog meer alternatieven voor de auto komen. In het hoofdstuk ‘Vitale Stad’ besteden we speciale aandacht aan vervoersarmoede. Want het is inderdaad belangrijk dat iedereen recht heeft op een vorm van mobiliteit, ook in een autoluwe stad.
Niet overnemen / al opgenomen in de visie. __________________________________________________________________________________ Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
79
v2. Regionale effecten toekomstige functie A10/ Autoluw ingediend door 0197, 0198, 0289, 0369, 0448, 0522, 0678 Verlies de effecten van de autoluwe- en zero emissie-maatregelen op de regio niet uit het oog. Amsterdam en de regio hebben belang bij een goede en betaalbare bereikbaarheid van de stad. De Provincie Flevoland gaat daar graag het gesprek over aan. Voorkom dat uw keuze voor autoluw een probleem voor andere partijen in de regio wordt. Door mogelijke uitbreidingslocaties voor P+R in de regio in samenspraak te kiezen, en door vanuit Amsterdam daar ook financiering voor beschikbaar te stellen. Loop niet vooruit in het veranderen van de functie van de A10 en A5 en A9. Het meer benutten van A5 en A9 zal ook een effect hebben op de onderliggende N-wegen. Benoem dit expliciet in de omgevingsvisie en laat de uitkomsten naar deze optie in het programma ‘Samen Bouwen aan Bereikbaarheid’ leidend zijn. Het wegdrukken van autoverkeer van de A10 mag niet leiden tot congestieproblemen op de A9 en de N201. Wat betekent het voor mogelijkheden en beperkingen voor de omgeving van de A9 en N201 dat zij meer als ring gaan functioneren? Hoe gaan Amsterdam en de omgeving dat samen oplossen? De toekomstige A10 behoudt een belangrijke functie voor het (regionale) herkomst- en bestemmingsverkeer.
Benoem daarom delen van de A10, A2 en A4 op de plankaart niet als ‘Binnenstedelijke Rijksweg’ of ‘Verdeelring voor centrum Amsterdam’. Dit suggereert dat de A10 een lokale verdeelring wordt. Duid liever de A10 aan als ‘Regionale verdeelweg’, waarbij van afwaarderen van delen van de A10, A4 en A2 geen sprake kan zijn vanuit het belang van de robuustheid van het hoofdwegennet. Wij zijn niet enthousiast over de stap-voor-stap techniek van de gemeente Amsterdam om de afwaardering van wegen en nota bene ook een Rijksweg op te voeren in discussies en notities. Hoewel het in deze versie van de omgevingsvisie niet meer letterlijk staat, is afwaardering van de A10-West ten gunste van woningbouw nog steeds herkenbaar in de stukken. Steeds meer (auto)verkeer met bestemming Amsterdam rijdt door Amstelveen. Dat is, mede vanwege de beperkte uitbreidingsruimte van wegcapaciteit, onwenselijk. Aan de zuidkant van Amstelveen moeten goede ontsluitingsroutes richting de A9, A4 en A2 aanwezig zijn. Antwoord In de omgevingsvisie constateren we dat het hand in hand laten gaan van het verbeteren van de leefbaarheid en bereikbaarheid een regionale opgave is. Amsterdam heeft een ambitie om stap voor stap toe te werken naar een andere kijk op het netwerk.
Daarbij is het de wens om verkeer niet zozeer te verplaatsen, als wel om zoveel mogelijk te voorkomen dat verplaatsingen met de auto worden gemaakt en te kijken welke rol het netwerk daarin speelt. Dat vergt een regionale aanpak, waarbij we onze inzet en verantwoordelijkheid graag extra benadrukken. De omgevingsvisie noemt geen “afwaardering” van de A10, A2 en de A4. De insteek is dat de A9 en A5 nog beter benut worden voor doorgaand regionaal verkeer. De A10 blijft onderdeel van het regionale netwerk, maar het zuidelijk en westelijk deel van de ring wordt steeds belangrijker voor de afwikkeling van het stedelijk verkeer. Wijzigingsvoorstel De A10 wordt aangeduid als “regionale verdeelweg met een belangrijke functie voor stedelijk verkeer.” Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
80
p.69 Toevoegen onder kopje Duurzaam en gezond bewegen in de regio (laatste zin): Samen met de landelijke en regionale partners willen we kijken hoe we deze overlast kunnen voorkomen of zoveel mogelijk kunnen mitigeren. p.100 In samenspraak met de regio en de regiogemeenten zullen we onderzoeken op welke wijze we deze stedelijke ambitie goed kunnen laten samenvallen met de regionale en landelijke ambities. p.102 Veranderen ‘Ring A10 als verdeelring voor het centrum’ in ‘Met landelijke en regionale partners in overleg over de ontsluitende functie van het (snel)wegennet in Amsterdam.’
______________________________________________________________
v3. Aanpak A10-west ingediend door 0013, 0452, 0591 De Ring A10 vormt al decennia een knellende verkeersband in en rond Amsterdam. Het is een bron van ernstige geluidsoverlast en luchtvervuiling. Transformeer met name de A10-West daarom in een stadsboulevard voor maximaal 30 km/uur, met veel meer ruimte voor voetgangers, fiets, groen en verblijf. Een groene singel door Amsterdam. Wikkel autoverkeer af via de A5/A9 en verbeter het openbaar vervoer. Er ontstaat langs de voormalige A10-route dan ook ruimte voor woningbouw, bijvoorbeeld in de vorm van dertig poort-hof-gebouwen, vergelijkbaar met de overbouwing Bos en Lommerweg. Dat biedt ruimte aan omstreeks 10.000 woningen. Ook ontstaat zo een fraaier en logischer stedenbouwkundig geheel, dat de omgevingsvisie tot een overtuigender document zou maken. Antwoord De A10-west is een belangrijk onderdeel van de wegenstructuur in en om Amsterdam, ook als de stad in de toekomst autoluwer wordt. Zonder een A10-West zou wegverkeer lange routes door allerlei stadstraten moeten maken, met veel extra overlast tot gevolg. Liever maken we in deze stadsstraten meer ruimte voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. In de omgevingsvisie stellen we voor om voor het doorgaande (regionale) verkeer meer om de stad heen te leiden, onder andere over de Westrandweg A5.
Ook bestemmingsverkeer voor Stadsdeel Nieuw-West willen we voor een groter deel via deze route laten rijden. Voor de auto-ontsluiting en bevoorrading van de binnenstad blijft de A10-West echter belangrijk. Afhankelijk van de mate waarin het autogebruik toe- of afneemt, zullen we als gemeente Amsterdam samen met Rijkswaterstaat die de weg in beheer en eigendom heeft onderzoeken hoe de A10-West anders kan worden ingericht. Of daarbij te zijner tijd ruimte ontstaat voor woningbouw is voorlopig nog onzeker. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
v4. Aanpak, aansluiting N200/Haarlemmerweg ingediend door 0013, 0561 Breng de Haarlemmerweg/N200 terug naar 50 kilometer per uur en verwijder twee banen. Maak een afslag naar de Joris van den Berghweg. Maak een fietsbrug over de N200 en zorg voor een Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
81
ecologische verbinding tussen Bretten en Tuinen van West. Er kan nieuwe natuur komen op de verwijderde delen van de Haarlemmerweg, met schaapjes op de dijk. Desnoods kan er woningbouw op de N200 komen, met veel openbaar groen, wat de Brettenscheg zou versterken. Bij de herontwikkeling van de Tuinen van West is de realisatie van een directe aansluiting van het gebied op de N200 van begin af aan het uitgangspunt geweest. Om die reden is deze aansluiting vervolgens planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan Osdorper Binnenpolder Noord. In de opvolgende besluiten voor de Tuinen van West is het standpunt ten aanzien van de noodzaak van de aansluiting onveranderd gebleven. Een goede bereikbaarheid van het gebied is immers een noodzakelijke voorwaarde voor ondernemers en bezoekers. De ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren in de Tuinen van West hebben voorgedaan, versterken de noodzaak voor de aansluiting op de N200; het gebied wordt steeds drukker bezocht. Recent verkeersonderzoek wijst uit dat de effecten van de aansluiting van de Tuinen van West op de N200 bovendien positief zijn. Het is om die reden onduidelijk waarom in de kaart van de omgevingsvisie deze aansluiting niet is ingetekend. Het verzoek is om deze alsnog op te nemen. Reserveer er ook geld voor en realiseer de aansluiting snel.
Antwoord De N200 is een Rijksautoweg die de westkant van de stad bereikbaar maakt vanaf de A10 en de A9 en bij calamiteiten fungeert als alternatief voor andere routes. Bij het herinrichten van het gedeelte van de Haarlemmerweg tussen de A10 en de Seineweg is de maximumsnelheid teruggebracht naar 50 kilometer per uur, maar bleek het niet mogelijk om het aantal rijbanen te verminderen vanwege de genoemde rol van de N200 in het wegennetwerk. Hier kan de gemeente ook niet zelfstandig over beslissen, het is immers een Rijksweg. Voor het maken van een afslag op een Rijksweg zijn speciale regels en daar voldoet het voorstel voor een afslag naar de Joris van de Berghweg niet aan. Een extra fietsverbinding tussen de Tuinen van West en de Bretten is een goed idee, maar omdat een brug zowel over de N200, de Haarlemmervaart en het spoor moet, is het een zeer kostbaar en niet gemakkelijk te realiseren idee. Bij het groot onderhoud aan de N200 afgelopen jaren is al een grote, natte eco-passage aangelegd nabij Halfweg, als onderdeel van de ecologische verbindingszone tussen de Bretten en de Tuinen van West. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
v5. Nieuwe afslag A5 Osdorp ingediend door 0093, 0100, 0161, 0172, 0184, 0186, 0212, 0262, 0291, 0301, 0311, 0355, 0359, 0362, 0424, 0438, 0442, 0445, 0476, 0497, 0529, 0550, 0555, 0557, 0564, 0577, 0582, 0584, 0586, 0598, 0599, 0601, 0605, 0612, 0622, 0640, 0663 Veel zienswijzen hierover noemen hierbij ook de plannen voor de Lutkemeer (zie v39), en andersom. In de omgevingsvisie is een mogelijke extra afslag van de A5 ter hoogte van de Osdorperbovenpolder opgenomen. Dit is een slecht idee, omdat de Tuinen van West volgens dezelfde visie moeten omschakelen naar kringlooplandbouw, met herstel van biodiversiteit. Het moet een aantrekkelijke verblijfs- en recreatieplek worden. Ook moeten volgens de visie cultuurhistorische waarden, denk bijvoorbeeld aan oude dijkjes en slootpatronen, worden Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
82
beschermd en hersteld. Er is verder een hele fijne manege, waar velen met veel plezier paardrijden. Dat laat zich allemaal moeilijk rijmen met een afslag van een snelweg met bijbehorende op- en afritten of zelfs klaverbladconstructie, nota bene deels door ‘compensatiegroen’, destijds speciaal aangelegd vanwege de bouw van de A5. Dat zou een grove schending van afspraken zijn. Bij de bouw van de A5 - op zichzelf al een aanslag op de omgeving was destijds beloofd en als voorwaarde gesteld dat hier geen afslag zou komen. Hier lijkt sprake van een salamitactiek, inspraak is een farce. Een afslag vergroot ook nog eens de kans op extra bedrijventerreinen in deze polder, de doodsteek voor dit waardevolle, eeuwenoude, kwetsbare gebied. De omgevingsvisie schrijft dat de hele stad autoluw wordt, maar in feite wordt het probleem verlegd naar een andere buurt: de bewoners van Oud-Osdorp, waar nu al te veel sluipverkeer is en die dit extra verkeer er niet bij kunnen hebben. Het is algemeen bekend dat capaciteit behoefte schept, dus nieuwe wegen trekken simpelweg meer verkeer aan. Zorg liever dat het openbaar vervoer en fietsvoorzieningen verbeteren. Het Amsterdamse openbaar vervoer kan echt veel beter, met hogere frequenties. Maak de omgevingsvisie op dit punt echt vooruitstrevend. Mobiliteitsontwikkelingen gaan hard.