Raadsbesluit2021-169B bijlage 2 Nota van Beantwoording Zienswijzen
Tekst van het document
S7. Suggesties voor extra strategische keuzes ingediend door o200, 0479, 0554 Amsterdam als kennismetropool ontbreekt als expliciete strategische keuze en zou moeten worden toegevoegd, of minstens veel meer aandacht door de hele omgevingsvisie moeten krijgen. Het idee van de kennismetropool heeft invloed op veel aspecten van de ruimtelijke ordening, zoals meerkernigheid met daarbij de rol van campussen, mobiliteit (spoorontwikkeling), huisvesting, economie, de relatie tussen stad en regio enzovoorts. Hierover zijn al meerdere (bestuurlijke) documenten opgesteld. Verwijzing hiernaar komt consistentie van het beleid ten goede. Antwoord Wijzigingsvoorstel: in de strategische keuze Meerkernige ontwikkeling geven we specifiek aandacht aan kenniskwartieren in alle delen van de stad. Deze ambitie komt ook terug in Deel Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
43
II Waar. Kenniskwartieren worden opgenomen in de Visiekaart en in de kaart met plekken van stedelijke betekenis. De opgaven worden beschreven bij de kaart Economische structuur. Zie ook ons antwoord bij v49. ingediend door 0199, 0206, 0255, 0257 Een visie op economische ontwikkeling, en de ambitie om 200.000 banen te realiseren, ontbreekt grotendeels in de visie en de strategische keuzes. Onverdeelde aandacht voor en visie op economie, verdienvermogen en vestigingsklimaat van Amsterdam verdient ruimschoots meer plek. Ruimte voor werk lijkt in de omgevingsvisie secundair geworden aan de prioriteit om woningen te ontwikkelen. Weliswaar wordt gesproken over de toename van 200.000 banen, maar het blijft gissen hoe de gemeente tot dit getal komt, welke banen dit zijn, waar ze vandaan komen, welke mobiliteitsruimte dit vraagt enzovoorts. Bovendien blijft onduidelijk waar de ruimte voor de geambieerde 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen gevonden moet worden binnen de stad. Wij zien de behoefte groeien aan een sterke producerende economie, juist ook voor de lokale markt (food service, bouwen en circulair). De maakindustrie wordt alom gezien als kansrijk en bovendien onmisbaar in een gezonde economische mix. Dit geldt zeker voor Amsterdam, dat in de coronacrisis hard wordt geraakt door een gebrek aan economische diversiteit.
Ook de visie op de kenniseconomie mag sterker: Amsterdam wil graag een innovatieve kennishub zijn, maar waar en hoe gaan we dat realiseren? De bedrijventerreinen rond de steden worden ecosystemen waarin bedrijven, overheid en onderzoekers samen nieuwe bedrijfsmodellen ontwikkelen en die in de praktijk van de stad testen en verbeteren. De omgevingsvisie moet deze ontwikkeling een prominente plek geven. Antwoord We nemen deze suggesties over en brengen in de visie de aandacht en ruimte voor wonen en werken meer met elkaar in balans. Zo wordt de visie op de economische opgave uitgebreider toegelicht in hoofdstuk 3 ‘Amsterdam naar 2050’ en wordt de keuze voor een meerkernige ontwikkeling economischer ingevuld met onder andere aandacht voor Amsterdamse innovatie- en startupcultuur. Bij ‘groeien binnen grenzen’ wordt de keuze gemaakt om ruimte voor stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid in de stad te behouden. Wijzigingsvoorstel: er komt meer aandacht voor economie conform het bovenstaande. ingediend door 0246 Neem naast de inclusieve, de duurzame, de vitale, de gezonde, de leefbare en de compacte stad een zevende ambitie op: ‘de vertraagde stad’. Dat is een stad die bestaande kwaliteiten en tradities versterkt en uitbouwt, een stad die niet mobiliteit maar verblijf centraal stelt, een stad van mensen. Een vertraagde stad heeft aandacht voor een balans tussen rust en reuring.
Een vertraagde stad is een loopstad, een stad met grote parklandschappen, en geluidsluw. Het is een stad die van binnenuit ontwikkelt, een stad die wildernis omarmt en die plekken niet plant, maar laat ontstaan. Ook een concept als ‘de 10 minutenstad’ past prima binnen het concept van de vertraagde stad. Antwoord De ‘vertraagde stad’ is een stad die sympathie opwekt. Eigenlijk past ‘de vertraagde stad’ grotendeels binnen de ambities van deze omgevingsvisie. Vele waarden die u noemt komen er immers in terug. We
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
44
hebben er echter niet voor gekozen om de indeling van de omgevingsvisie dienovereenkomstig te veranderen. Dat komt ook omdat uw concept wat te weinig ruimte laat voor andere waarden en belangen waar we ook mee te maken hebben. We hopen de komende jaren echter flink wat van uw genoemde waarden tot wasdom te laten komen, zodat u over een tijdje toch enigszins kunt spreken van de vertraagde stad Amsterdam. Niet overnemen.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
45
Zienswijzen op specifieke thema’s
Inclusieve stad __________________________________________________________________________________
i1. Segregatie tegengaan ingediend door 0018, 0044, 0060, 0061, 0071, 0081, 0197, 0198, 0275, 0388, 0534, 0573, 0611, 0646 Het sterk verminderen van etnische segregatie moet topprioriteit zijn in elke gemeentelijke ruimtelijke visie. Krachtig spreidingsbeleid moet naar binnen gekeerde etnische communities doorbreken. Dat is de enige manier om verschillende soorten mensen elkaar te laten ontmoeten en begrip te kweken voor elkaar. Nieuwbouw- en transformatieplannen moeten daarom primair zijn gericht op versnelling van deze spreiding, inclusief spreiding in opleidings- en inkomensniveaus. Alleen dan kunnen we in de toekomst spreken van een sterkere Amsterdamse samenleving, met meer kansengelijkheid. Segregatie is zorgelijk, het leidt tot vooroordelen. Meng daarom woningen voor verschillende inkomens en achtergronden om rijke/arme en witte/zwarte wijken te voorkomen. Doe dat op blokniveau, en volgens sommigen ook op gebouwniveau. Sociale woningbouw blijft belangrijk. Maak van gemengde buurten prioriteit, met voorrang voor bestaande bewoners en initiatieven. Er is de indruk dat nieuwe buurten nu voorrang krijgen. Investeer in wat er al is en laat bewoners aan de tekentafels, ook bij projectontwikkeling. Stop met de intocht van witte en rijke mensen in Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Bestrijd gentrificatie, zorg voor sociale koopwoningen en meer projecten zoals de klusflat.
Zorg dat de publieke ruimte ook soelaas biedt voor daklozen. Streefcijfers zijn mooi, wat voor streefcijfers dan precies? Aandeel sociale huurwoningen per wijk? SES-score per wijk? ‘Homogene straten in heterogene buurten’ klinkt mooi, maar pas op dat je ontwikkelaars zo geen vrijbrief geeft om bouwblokken voor alleen rijke mensen te ontwikkelen. Durf echt in te zetten op menging. Maak de koppeling tussen segregatie en de kwaliteit van voorzieningen. Er moet echt in voorzieningen worden geïnvesteerd in wijken met een lage SESscore. Amsterdam heeft een SES-score van 27,29 en dit moet omlaag. Hoe wil de gemeente dat precies doen? En wat wordt bedoeld met 'Dat kan gevolgen hebben voor de financiële uitgangspunten van gebiedsontwikkeling of voor afspraken met woningcorporaties over gebruik en verkoop van de sociale huurvoorraad'? Later staat er 'Nu heeft ongeveer een kwart van de inwoners een lage SESscore', terwijl het wijken zijn die een score krijgen, niet inwoners. Hoe kun je als mens laag of hoog scoren op een index die gaat over de segregatie van wijken? Nieuwe bewoners die meer ‘betrokkenheid’ tonen, worden vaak minder betrokken dan zittende bewoners. Daaruit wordt dan geconcludeerd dat de hele buurt hun stem heeft laten horen. Dat klopt niet.
Bij inclusiviteit gaat het om de gelaagdheid van vele identiteiten, dus ook van LHBTQIA+, culturele achtergrond, leeftijd, gender enzovoorts. Er zijn nog veel blinde vlekken, te
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
46
weinig diversiteit en inclusiviteit binnen de gemeente. Kijk meer naar plekken die functie en betekenis hebben voor buurtbewoners. Peil welke behoeften er zijn. Ambtenaren moeten op de hoogte zijn van wat er echt in een buurt speelt. Er is nu te veel ongelijkheid in middelen en kansen, via schooladviezen, het vinden van stages enzovoorts. Kansengelijkheid is de basis voor een inclusieve samenleving. Het verbeteren van de sociale cohesie is een goed uitgangspunt voor Nieuw-West. Spreek in de omgevingsvisie duidelijk uit dat Nieuw-West ook plaats blijft bieden aan bewoners met lagere en middeninkomens. Laat deze bewoners ook volwaardig deelnemen aan het leven in Amsterdam. Hoe kijkt u aan tegen het verminderen van kansenongelijkheid en segregatie in de regio? En is dat verenigbaar met uw standpunt over deelgebieden in de regio met eigen identiteit en kracht? Neem explicieter op dat u voorzieningen wilt spreiden, ook naar kwetsbare wijken in de agglomeratie. Antwoord Segregatie tegengaan moet inderdaad een van de belangrijkste doelen zijn. Deze omgevingsvisie legt hier dan ook flink de nadruk op; ‘menging’ en ‘inclusief’ zijn woorden die zeer vaak terugkomen. We hanteren overal strenge regels voor menging van woningtypen, bij verdichting is er veel aandacht voor woningtypen die ter plekke zijn ondervertegenwoordigd.
Tegelijk is er bij velen de wens om buurten en wijken een eigen identiteit te laten behouden en die twee doelen gaan niet altijd gemakkelijk samen. Het is belangrijk dat in de gemengde wijken voldoende en kwalitatief goede voorzieningen aanwezig zijn, zodat de verschillende doelgroepen de kans hebben om elkaar te ontmoeten op bijvoorbeeld school of de sportclub. Ook daaraan besteedt de omgevingsvisie al aandacht. ‘SES-score’ staat voor sociaal-economische status. Dit is een vrij ingewikkelde maat. Op deze plek volstaat het om te stellen dat deze betrekking kan hebben op wijken (dan is het een gemiddelde van heel veel mensen), of op individuen. De SES-score is geen directe maat voor verschillen of segregatie. Als wordt gesteld dat de sociaal-economische status moet verbeteren, dan kan dat betekenen dat individuen het beter moeten krijgen, of dat het gemiddelde van een wijk omhoog moet. Al opgenomen in de visie. __________________________________________________________________________________
i2. Meer woningen voor gezinnen ingediend door 0003, 0035, 0358, 0591, 0609 Bouw veel meer woningen voor gezinnen met kinderen, ook en vooral op beganegrondniveau. Bouw voor de gezinnen die in Amsterdam hun leven hebben opgebouwd, die hier werken en wiens kinderen hier naar school gaan. De wachttijden op Woningnet zijn veel te lang en nieuwe betaalbare woningen zijn nu vaak veel te klein. Doordat gezinnen nu in de stad geen kant uit kunnen, trekken ze massaal de stad uit en dat is ook voor de stad zonde, want gezinnen en middengroepen zijn het cement van de samenleving. Wat overblijft, is een geatomiseerde, hedonistische Amsterdamse samenleving met alleen maar alleenstaanden. Beperk daarom ook het aantal vergunningen voor verkamering. Een bepaalde woninggrootte en woningplattegrond (en een goed binnenklimaat) worden belangrijker als thuiswerken na corona een hoge vlucht neemt. Hoe moeten gezinnen, en zelfs stellen zonder kinderen, dat voor elkaar krijgen in ultrakleine woningen? Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
47
Er dienen in de regio niet alleen hoogstedelijke, maar ook groenstedelijke woonmilieus te worden toegevoegd waar in Amsterdam geen plaats voor is. Ook daaraan is veel behoefte. Antwoord Een uitgangspunt in de omgevingsvisie is dat de stad er voor iedereen moet zijn, inclusief gezinnen. In iedere wijk moet er ruimte zijn voor gezinnen. We willen een stad met complete wijken en betaalbare woningen. Tegelijkertijd zien we dat de druk op de stad hoog is: er willen meer mensen wonen dan er plek voor is. Dat leidt tot lange wachttijden en hoge prijzen. Daarom willen we veel bouwen: de omgevingsvisie biedt ruimte voor 150.000 extra woningen voor alle doelgroepen. De betaalbaarheid en ook de beschikbaarheid van woningen voor gezinnen is een belangrijk aandachtspunt. Voor gezinnen die op gereguleerde huurwoningen aangewezen zijn, is het moeilijk om een geschikte woning te vinden in Amsterdam. Om ervoor te zorgen dat grote woningen ook consequent verhuurd worden aan gezinnen, is er binnen de sociale huursector een bezettingsnorm of algemene voorrang voor gezinnen op grote woningen. Bij nieuwbouw wordt de behoefte aan woningen voor gezinnen meegenomen. Uitgangspunt in het beleid op de korte en lange termijn is dat alle beschikbare middelen worden ingezet om meer woningen voor gezinnen te creëren.
Dat doen we onder meer via samenwerkingsafspraken met corporaties en huurderskoepels, en in de woonagenda. Kamerverhuur blijft mogelijk omdat er ook een tekort is aan kleine (goedkope) woningen voor bijvoorbeeld studenten. Voor kamerverhuur is momenteel een vergunning nodig; deze vergunningen zijn niet onbeperkt en per wijk geldt een maximum voor het aantal te verlenen vergunningen. Wat betreft de regio: daar zijn al zeer veel groenstedelijke woonmilieus voor gezinnen. Ook daar neemt het aantal een- en tweepersoonshuishoudens het meest toe, niet de gezinnen. Los daarvan valt woningbouw buiten Amsterdam buiten de scope van de Amsterdamse omgevingsvisie, wel stemmen we de plannen hiervoor binnen de metropoolregio af. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i3. Woonvoorrang voor Amsterdammers ingediend door 0003, 0050, 0054, 0062, 0532 Geef woonvoorrang aan mensen die al in Amsterdam wonen en werken, of die er geboren zijn. Die voorrang bestond vroeger ook. Zo’n voorrang kan eventueel ook op wijkniveau. Het woningaanbod is voor Amsterdammers nu veel te laag. Het moet niet zo zijn dat mensen van buiten hier wel kunnen wonen en Amsterdammers steeds minder. Zorg dat huidige bewoners niet verdrongen worden. Omwonenden van gebiedsontwikkeling krijgen liefst voorrang. Benoem concreet wordt hoe dit wordt toegepast. Bijvoorbeeld dat 50% van nieuwe woningen naar omwonenden en jongeren gaat. Antwoord De (landelijke) Huisvestingswet is in de loop der jaren geliberaliseerd, wat betekent dat iedereen zich in principe overal vrij mag vestigen. Voor koopwoningen kan dit dus sowieso niet. Voor (sociale) huurwoningen zijn er meer voorrangsmogelijkheden, maar de claim van de doelgroepen met voorrang is vele malen groter dan het aantal beschikbare woningen. De komende jaren proberen we wel op bescheiden schaal woonvoorrang voor omwonenden uit. Daarover kunt u lezen in de hoofdstukken ‘wonen’ en ‘samen stadmaken’. Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
48
Niet overnemen / al opgenomen in de visie. __________________________________________________________________________________
i4. Scheve verdeling woningaanbod ingediend door 0035, 0609 Dertig procent koopwoningen is een ongezond laag aandeel voor een gezonde stad, vijftig procent sociale huur is te hoog. De helft koop zou beter zijn. Dat dempt de stijging van woningprijzen, eventueel in combinatie met een zelfbewoningsplicht. Dan blijft twintig procent middenhuur en dertig procent sociale huur over. Wooncoöperaties moeten bij koop worden geteld, niet bij de huurwoningen, zoals de omgevingsvisie doet. Het huidige beleid van 40-40-20, of onder voorwaarden 30-40-30, richt zich op het accommoderen van vooral huishoudens met lagere en modale inkomens. Daar zit een mismatch, die tot extra woon-werkmobiliteit en andere negatieve effecten kan leiden. Dit staat ook op gespannen voet met de ambities om van Amsterdam loop- en fietsstad te maken. Antwoord De verdeling van woningsegmenten is vanwege de enorme druk op de woningmarkt een gevoelig onderwerp in Amsterdamse discussies. Het percentage sociale huur ligt in Amsterdam hoger dan het landelijk gemiddelde omdat Amsterdam procentueel meer lagere inkomens heeft dan elders in het land. De omgevingsvisie doet geen getalsmatige uitspraken over de verdeling en beperkt zich tot de doelstelling dat Amsterdamse wijken gemengd en divers moeten zijn.
Getalsmatige doelstellingen zijn onderdeel van het woonbeleid; deze kunnen naar gelang de maatschappelijke ontwikkelingen en politieke discussies in de loop der jaren verschuiven. Zelfbewoningsplicht geldt nu in Amsterdam voor nieuw te bouwen (0f te transformeren) koopwoningen op erfpacht. Er geldt dat de eigenaar er zelf moet wonen, dit is opgenomen in erfpachtvoorwaarden en geldt ook voor de volgende koper. Het blijft wel mogelijk om een woning te verhuren, maar alleen als sociale of middeldure huurwoning tot een maximum huurprijs. Op landelijk niveau wordt gewerkt aan een wetsvoorstel Opkoopbescherming, met invoering van deze wet kan de gemeente opkoopbescherming voor bepaalde buurten invoeren. Dit betekent dat woningen (ook) in de bestaande voorraad enkel beschikbaar zijn voor eigenaren die er zelf gaan wonen. Wooncoöperaties zijn zeker geen koop; deze associatie vloeit waarschijnlijk voort uit het hoge marktsegment van zelfbouw tot nu toe. Juist dat moet wat de omgevingsvisie betreft de komende jaren gaan veranderen. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
i5. Betaalbaar wonen ingediend door 0042, 0045, 0046, 0047, 0048, 0050, 0051, 0056, 0057, 0058, 0062, 0065, 0073, 0075, 0076, 0081, 0164, 0165, 0200, 0246, 0262, 0348, 0358, 0365, 0388, 0419, 0441, 0449, 0479, 0488, 0515, 0532, 0573, 0643, 0645, 0646, 0647, 0674
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
49
De omgevingsvisie moet betaalbaar wonen centraal stellen. Investeer in meer goede sociale huurwoningen en middenhuurwoningen, zeker in stadsdelen waar die het meest onder druk staan. Het tekort is veel te groot, wachttijden zijn nu onmogelijk lang. Jongeren en gezinnen trekken vanwege de lage beschikbaarheid en de hoge prijzen noodgedwongen de stad uit, terwijl velen van hen in Amsterdam zijn opgegroeid. Het wordt mensen onmogelijk gemaakt om in hun eigen stad te wonen. Dat voelt niet goed en veel mensen balen daar echt van. Het doet pijn. Er moet een regeling komen waarbij studenten, jongeren en gezinnen binnen een jaar aan een woning komen. Leegstaande panden, ziekenhuizen en kantoren dienen hiervoor te worden gebruikt. De woningvoorraad is niet toegankelijk voor middeninkomens. Dit betekent dat politieagenten, leraren en zorgverleners, die voor het functioneren van de stad onmisbaar zijn, moeilijk een woning kunnen vinden. Ook ondernemers, studenten, starters en jongerenwerkers zijn onmisbaar. ‘Onmisbaar’ moet beter worden gedefinieerd. Er is speciale huisvestingsprogrammering nodig voor kenniswerkers en studenten. De ontwikkelingen in de huizenprijzen eindigen niet met dit plan. Men wenst dat Amsterdam een inclusieve stad blijft. Een uitwerking hoe dit te bereiken ontbreekt echter. Het bouwen van zogenaamde middenhuurwoningen lost dit niet op.
Volkshuisvesting was vroeger een van de paradepaardjes van de stad; herstel de overheidsgrip op het wonen, de woningnood is hoog. De samenwerking tussen gemeente en corporaties behelst onder meer een aangepaste grondwaarde. Waarom wordt dit model niet ook toegepast voor het middensegment? De stad moet ervoor lobbyen dat de verhuurdersheffing weer naar huurders van sociale woningen gaat en vooral wordt ingezet op het financieren van “hoog naar laag” en “groot naar klein”. Hef de OZB meer naar draagkracht. Huizen zijn er om zelf in te wonen en niet om er geld aan te verdienen via vastgoedbeleggingen, huisjesmelkers, prijsopdrijving. De vrije markt heeft grenzen overschreden. Doe meer met zelfbouw en wooncoöperaties, voer zelfbewoningsplicht in. Een revolverend woningbouwfonds is een verrijking. Schaal speelt hierbij wel een rol. De gemeente kan actief betaalbare woningen en werkruimten stimuleren en financieren. Dit is cruciaal. Veel woningen bouwen zal alleen de prijs van de vrije sector mogelijk iets verlagen en daardoor ruimte verspillen die voor het sociale huur en middensegment had kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat mensen die te groot wonen een onkostenvergoeding krijgen voor verhuizing en dat de nieuwe, kleinere woning betaalbaar (en niet duurder) is. Antwoord Betaalbaar wonen is een duidelijk doel in de omgevingsvisie.
Dit is een landelijk en regionaal vraagstuk waar Amsterdam op verschillende manieren een bijdrage aan wil leveren. De mismatch tussen vraag en aanbod is groot. Woningcorporaties zijn een belangrijke partner in de huisvesting voor alle groepen die geen woning kunnen vinden op de vrije woningmarkt. De samenwerkingsafspraken met de corporaties en de huurderskoepels zijn ook gericht op betaalbaarheid voor de middeninkomens. In de omgevingsvisie worden geen getalsmatige uitspraken gedaan, omdat dergelijke cijfers over een lange termijn kunnen fluctueren naar aanleiding van maatschappelijke ontwikkelingen of politieke keuzen. Bij het bouwen van nieuwe woningen en de verdeling van bestaande woningen blijft het uitgangspunt dat er voldoende woningen zijn voor zowel de lage als de middeninkomens, voor alle huishoudenstypen en alle leeftijden. De gemeente doet wat redelijkerwijs
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
50
mogelijk is om dit voor elkaar te krijgen, bijvoorbeeld via tenders (percentage woningbouwcategorieën) of afspraken met ontwikkelaars bij transformatie. Het is begrijpelijk dat er een wens is dat studenten, jongeren en gezinnen binnen een jaar aan een woning kunnen komen. Ook kwetsbaren, ouderen en bepaalde beroepsgroepen willen voorrang op de woningmarkt. Hiervoor zijn speciale programma’s en regels, maar de vraag is in Amsterdam helaas vele malen groter dan het aanbod. Daarom willen we dat er meer passende en betaalbare woningen beschikbaar komen, via nieuwbouw, transformatie en het stimuleren van bijvoorbeeld wooncoöperaties. Ook willen we stimuleren dat mensen met een grote woning naar een kleine woning verhuizen, middels een vergoeding. Daarnaast zijn er afspraken met de corporaties over het behoud van sociale huur en ligt het accent in het (nieuw)bouwprogramma op het sociale en middensegment. Het uitgangspunt dat een woning is om in te wonen, en niet om mee te speculeren, wordt de komende jaren voortgezet. Amsterdam blijft inzetten op gemengde wijken en ruimte voor alle inkomensgroepen, zeker ook lagere inkomens. Voor zelfbewoningsplicht zie antwoord bij i4. Wijzigingsvoorstel: de paragraaf over prioritaire doelgroepen wordt vervangen door een alinea met het bredere doel ‘betaalbaar wonen’. Ook op andere plekken krijgt dit meer aandacht.
__________________________________________________________________________________
i6. Wonen en leven met een beperking ingediend door 0042, 0045, 0046, 0058, 0059, 0064, 0164, 0165, 0532 De omgevingsvisie moet voldoende rekening houden met mensen met een beperking. Denk daarbij aan ruimte voor (woon)voorzieningen en dagbesteding voor arme en zwakke mensen, invaliden, jongvolwassenen met een beperking en dak- en thuislozen. Begeleid wonen hoort daarbij. Bouw ook standaard woningen met brede deuren, zodat iemand kan blijven wonen in z’n woning als hij/zij mindervalide wordt. Dit alles geldt ook voor de openbare ruimte. De stad dient toegankelijk te zijn volgens de ITT normen. Antwoord Amsterdam houdt rekening met mensen met een beperking; in de omgevingsvisie is al opgenomen dat verschillende kwetsbare groepen speciale aandacht krijgen, ook in de openbare ruimte. Het thema vergrijzing gaat hier ook deels op in. Het is de ambitie om de woningvoorraad uit te breiden met levensloopbestendige woningen en woningen geschikt voor rolstoelgebruikers. Daartoe zijn afspraken met de corporaties gemaakt. Verder kan altijd op planniveau worden gekeken naar de wens voor het realiseren van rolstoelwoningen. Amsterdam heeft een fijnmazig netwerk van basisvoorzieningen, zoals huizen van de wijk, buurthuizen en andere locaties voor ontmoeting, activiteiten en dagbesteding.
De gemeente zorgt samen met de aanbieders van zorg en welzijn dat deze voorzieningen toegankelijk zijn voor buurtbewoners. Amsterdam heeft een richtlijn Aanpasbaar Bouwen, waarin basiseisen voor een aanpasbare woning en minimale ruimtelijk maten voor de aanpasbaarheid van woningen zijn vastgelegd. Onderdelen daarvan zijn minimale draaicirkels en minimale breedtes van de deuren. Met de woningcorporaties is
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
51
afgesproken dat tenminste 90% van de woningen aanpasbaar wordt gebouwd. Voor woningen in de marktsector is momenteel een subsidie van € 500 per aanpasbaar gebouwde woning beschikbaar. Wijzigingsvoorstel: een korte tekst met bovenstaande strekking wordt toegevoegd bij Wonen in Deel III WAT. __________________________________________________________________________________
i7. Relatie volkshuisvesting-ruimtelijke ordening ingediend door 0330 De volkshuisvestelijke uitwerking wordt gemist. Ruimtelijke ordeningsprincipes gaan niet alleen over functies, dichtheden en verbindingen (wat?) op verschillende locaties (waar?), maar bovenal over de vraag welke doelgroepen de gemeente op verschillende plaatsen wil huisvesten (voor wie?). Een uitwerking hiervan is nodig om tot een uitvoeringsagenda en een werkbaar instrumentarium te komen. Een duidelijke visie mist om groei met tegelijkertijd mengen en doorstromen van verschillende (inkomens-)doelgroepen te realiseren. Ook de doelgroep voor sociale huur groeit, terwijl er nu al schaarste is. De ambitie om in de naoorlogse wijken meer een mix van bewoners met verschillende inkomens te realiseren, mag niet ten koste gaan van voldoende groei van de sociale woningvoorraad. Een toelichting op de gemaakte strategische keuzes wordt gemist, en hoe deze een uitwerking op de woningbouwprogrammering hebben. De strategische keuzes die de gemeente maakt, zouden moeten samenhangen met volkshuisvestelijke keuzes. Antwoord We zijn het ermee eens dat de opgave voor de volkshuisvesting van invloed is op de ruimtelijke ordening en andersom. Die kunnen niet los van elkaar worden gezien. Uitgangspunt in de omgevingsvisie is dat wijken zoveel mogelijk gemengd en inclusief zijn.
Dit houdt ook in dat voor alle doelgroepen voldoende voorzieningen worden gecreëerd, openbaar vervoer aanwezig is en de openbare ruimte toegankelijk en veilig is ingericht. De menging van wijken brengt veranderingen met zich mee, wat weer invloed heeft op de vraag naar genoemde voorzieningen. Deze verandering mag niet van invloed zijn op het aantal sociale huurwoningen; hierover worden afspraken gemaakt met de corporaties en huurderskoepels (samenwerkingsafspraken). Wijzigingsvoorstel: de volkshuisvestelijke opgave krijgt meer aandacht in de paragraaf betaalbaar wonen in Deel III Wat en zal worden uitgewerkt in een actualisatie van het woonbeleid. __________________________________________________________________________________
i8. Hogere woningbouwambitie ingediend door 0330 Uit onderzoekt blijkt dat in zowel het economisch meest gunstige als het economisch meest ongunstige scenario te weinig woningen worden bijgebouwd om ten minste de sociale doelgroep
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
52
te huisvesten. In de stad is meer ruimte voor nieuwbouwwoningen dan de vastgelegde 150.000 tot 2050. Moet de bouwambitie niet naar boven worden bijgesteld? Antwoord Het in de omgevingsvisie genoemde indicatieve aantal van 150.000 woningen tot 2050 is geen maximum en laat ruimte om meer woningen te bouwen dan het gemiddelde van 5.000 per jaar. Een versnelling zal wel lastig zijn, omdat we inzetten op complete wijkontwikkelingen met een goede oven fietsbereikbaarheid en goede voorzieningen, zoals groen, sport en onderwijs. Met samenwerkingspartners kan worden onderzocht waar ruimte en draagvlak is voor een mogelijke versnelling van de bouwproductie in combinatie met investeringen in openbaar vervoer en voorzieningen. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i9. Effecten vergrijzing ingediend door 0021, 0203, 0217, 0275, 0358, 0365, 0488, 0525, 0674 In het hele land gaat de bevolking flink vergrijzen. Dat brengt veranderingen in behoeften met zich mee, voor woningen en voor buurten. In de omgevingsvisie valt niets te lezen over te verwachten demografische ontwikkelingen in de komende 30 jaar, met hun consequenties voor de stad. Waarschijnlijk zijn ‘bruisende buurten’ niet de eerste voorkeur voor ouderen. Houd meer rekening met wat ouderen aan leefbaarheids- en ontspanningswensen hebben. Hoe gaat het straks met mantelzorg van kinderen en buren, komen er weer bejaardenhuizen, denken we aan zelfvoorzienende woongroepen voor ouderen, met voorzieningen? Daar zijn al mooie voorbeelden van, is er een ambitie om daar in de toekomst meer mee te doen? En voor welke inkomensgroepen dan? Dit zouden belangrijke nieuwe vormen van stadmaken kunnen worden. De gemeente moet hierin het voortouw nemen en hier in de omgevingsvisie meer ruimte voor reserveren. Door de vergrijzing wonen veel mensen in te grote woningen. Aanbod van aantrekkelijke kleinere woningen voor ouderen zal de beschikbaarheid van grotere woningen voor gezinsvormende Amsterdammers vergroten en zo de scheve woningverdeling kunnen terugdringen. Ouderen moeten dan wel gefaciliteerd worden bij de verhuizing.
Op deze wijze wordt ruimte bespaard en wordt het gemakkelijker om te verdichten binnen de bestaande stad. Vergrijzing is in de omgevingsvisie geen samenhangend beleidsonderwerp. Dat zou wel goed zijn, waarbij tegelijk ouderen niet moeten worden geproblematiseerd als kostenpost, zoals op pagina 37 gebeurt. Dé doelgroep ouderen bestaat niet. Er zijn in de leeftijdscategorie vanaf 65 jaar jongere en oudere senioren, gezonde en minder gezonde. Senioren worden vooral in de hoek van de kwetsbaren geplaatst, terwijl tentoonstellingen, musea, concerten, leesgroepen en vrijwilligerswerk door ouderen worden gefrequenteerd en/of overeind gehouden. Ontmoetingen zullen alleen spontaan optreden als daar een sociale infrastructuur onder ligt. Ontmoetingen met jongere generaties kunnen de geestelijke gezondheid van ouderen goed doen. En andersom: jongeren, politici en ambtenaren kunnen profijt hebben van de historische blik van ouderen. Senioren hadden daarom beter moeten worden betrokken bij het maken van de omgevingsvisie. Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
53
Meer dan de helft van de Amsterdamse huishoudens bestaat uit 1 persoonshuishoudens. Ouderen, maar ook jongere alleenstaanden. Wij stellen voor om, als voorbeeldproject, met een corporatie een toren te realiseren waarin aan het sociale leven van de één persoons- bewoning ruimte wordt geboden. Met gedeelde voorzieningen op de begane grond, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en helpen. Antwoord Vergrijzing wordt in de omgevingsvisie op verschillende plekken benoemd, maar verdient inderdaad meer aandacht als integraal beleidsthema. De vergrijzing gaat in Amsterdam minder hard dan in veel andere delen van het land, omdat de stad veel jonge migranten zoals studenten aantrekt. Toch zal vergrijzing ook in Amsterdam de komende decennia aandacht vragen. Begin 2019 telde Amsterdam ongeveer 108.000 65-plussers. In 2025 zal hun aantal zijn toegenomen tot 130.000 en voor 2039 komen de prognoses uit op 181.000 Amsterdammers van 65 jaar of ouder: 68% meer dan in 2019. In 2021 worden de eerste babyboomers 75 jaar. Vanaf dan neemt het aantal 75-plussers voor het eerst in jaren weer toe en meteen ook het sterkst van alle leeftijdscategorieën. In 2039 zal het aantal 75-plussers naar verwachting ruim verdubbeld zijn tot 89.000. Landelijk uitgangspunt is dat mensen tot op hoge leeftijd zelfstandig blijven wonen. Het klassieke verzorgingshuis verdwijnt.
Uit onderzoek blijkt inderdaad dat ouderen vaak in een te grote of ongeschikte woning wonen en het liefst in hun eigen buurt blijven wonen. Advies en informatievoorziening aan ouderen is belangrijk voor de doorstroming en het langer prettig zelfstandig wonen van ouderen. Voor hen is het belangrijk dat ze een geschikte woning hebben (gelijkvloers, lift, kleinere woning), een toegankelijke openbare ruimte met goede en veilige looproutes en een arts, apotheek, winkels, openbaar vervoer en een buurthuis in de directe omgeving. Uit talrijk onderzoek blijkt dat ouderen mede daarom baat hebben bij verdichte wijken, aangezien daar alle noodzakelijke voorzieningen ‘om de hoek’ zitten en ouderen niet afhankelijk zijn van autovervoer. Ook eenzaamheid, dat zich bovengemiddeld bij ouderen voordoet, krijgt minder een kans in buurten met meer mensen op straat. In het hoofdstuk Inclusieve stad is aandacht voor het bouwen van woonvormen die geschikt en prettig zijn om oud in te worden. Bijvoorbeeld het meer geclusterd wonen van ouderen, waardoor contact en onderlinge hulp, naar elkaar omkijken worden bevorderd. Indien men niet langer zelfstandig kan blijven wonen, is het belangrijk dat er in de toekomst voldoende verpleeghuisplekken beschikbaar blijven.
In Amsterdam bestaat de Amsterdamse coalitie ouderen, een samenwerkingsverband met als doel om passende ondersteuning en zorg te bieden aan (oudere) Amsterdammers. Dit is gestart vanuit een gedeeld gevoel van urgentie over dit hele vergrijzingsvraagstuk. Daarnaast is Amsterdam aangesloten bij het Age Friendly Cities Network, waarmee gewerkt wordt aan het inrichten van de stad met aandacht voor ouderen. Wijzigingsvoorstel: op passende plekken van de omgevingsvisie worden aanvullende doelen en uitgangspunten opgenomen met betrekking tot de ruimtelijke effecten van vergrijzing, zoals over woonzorgzones, wooncirkels, levensloopbestendige openbare ruimte en ruimte voor zelforganisatie. __________________________________________________________________________________
i10. Meer ontmoetingsplekken ingediend door 0043, 0044, 0053, 0060, 0074, 0075, 0081, 0388, 0449, 0651
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
54
De stad is gebaat bij vrij toegankelijke ontmoetingsplekken van hoge kwaliteit voor jongeren, ouderen en andere doelgroepen. En vooral voor menging van doelgroepen. Het gaat hierbij om buurthuizen, cultuur- en sportvoorzieningen en andere fijne, beschutte plekken in de openbare ruimte waar mensen elkaar spontaan kunnen ontmoeten. Mensen moeten hier kunnen verblijven zonder toegangsbewijs of verplichte consumptie. Nu lijkt het wel alsof er vooral buurthuizen en ontmoetingsplekken verdwijnen. Plekken waar verschillende burgers elkaar ontmoeten en waar verbinding ontstaat, geven een podium aan iedereen en laten de culturele diversiteit van de stad zien. Dat maakt de stad ook minder monotoon. Stel dat meer centraal in de omgevingsvisie. Geef ook aandacht aan groene ruimte en mooie pleinen met een goede kwaliteit van het buitenmeubilair. In Zuidoost hebben de hoofdstraten nog redelijk meubilair en mooie trappen van degelijk materiaal. Zodra je de wijk in gaat, wordt de inrichting armoedig! Meer aandacht voor de buiteninrichting leidt tot een zorgvuldiger en beter gebruik van de leefomgeving. Werk aan beschutte, verwarmbare en veilige plekken in de openbare ruimte. Tijdens het afgelopen jaar was buiten de enige plek waar mensen elkaar konden ontmoeten, maar de openbare ruimte is hier niet op ingericht.
Het argument dat de openbare ruimte niet gastvrijer kan worden ingericht omdat dit te veel dakloze mensen aantrekt, is geen goed argument. Deze mensen zouden helemaal niet dakloos hoeven te zijn; als hen onderdak wordt geboden, ervaart men ook geen overlast. Die kan dan worden ingericht waar hij voor bedoeld is. Antwoord Dank voor deze pleidooien, waar we het van harte mee eens zijn. Amsterdam wil een complete en inclusieve stad zijn, met een ruim aanbod van maatschappelijke activiteiten in zowel binnen- als buitenvoorzieningen. Deze voorzieningen moeten toegankelijk zijn voor alle inwoners van de stad. Het zijn plekken waar verschillende mensen elkaar kunnen tegenkomen, zoals bij scholen, en jeugd-, zorg-, opvang-, buurt-, wijk-, cultuur- sport- en speelvoorzieningen. Daar waar de stad groeit, gaat dit samen met de ontwikkeling van nieuwe maatschappelijke voorzieningen. Dat is een belangrijk uitgangspunt in de omgevingsvisie. In de hoofdstukken Vitale Stad en Gezonde Stad wordt uitgebreid aandacht besteed aan het belang van ontmoeting en zelfbeheer in een groene openbare ruimte. Om sociale cohesie te stimuleren, eenzaamheid tegen te gaan, voor ontspanning en zeker sinds COVID-19 ook steeds vaker om te kunnen werken. We richten de openbare ruimte daarbij zo aantrekkelijk en groen mogelijk in. Al opgenomen in de visie.
__________________________________________________________________________________
i11. Sociale veiligheid openbare ruimte ingediend door 0045, 0056, 0067, 0081, 0388, 0643, 0644 Besteed meer aandacht aan de veiligheid van de openbare ruimte, met veilige fietsroutes en ovverbindingen langs levendige straten met ‘eyes on the street’. Sommige delen van Amsterdam (bijvoorbeeld in West, Bos en Lommer) zijn zo slecht verlicht en beveiligd dat mensen ‘s avonds niet de straat op durven. Grauwe, donkere straten vinden mensen onprettig. Meer verlichting op pleinen en bijvoorbeeld bij scholen zou helpen voor veiligheid en overzicht. Zorg voor een veilige openbare ruimte voor iedereen, dus ook voor marginale groepen als daklozen en ‘hangjongeren’. Ga daartoe vaker met hen in gesprek.
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
55
Antwoord Sociale veiligheid is zeker belangrijk. Dat wordt soms bereikt met verlichting, maar vaker met ogen op straat. In deze omgevingsvisie streven mede daarom we naar verdichting, menging van functies en open, levendige gebouwplinten langs de straten. Juist in de wijken buiten het centrum zal verdichting zorgen voor meer mensen op straat. Dat is goed voor de sociale veiligheid. Als sommige specifieke plekken echt te donker zijn, dan is het aan het stadsdeel om daar meer verlichting te plaatsen. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i12. Investeren in gewone wijken en bestaande netwerken ingediend door 0062, 0073, 0081, 0365, 0388, 0532, 0573 De nadruk ligt in de omgevingsvisie op de economie van de nieuw te bouwen stad, niet op de ecologie van de bestaande stad. Voor welke wereld gaat gebouwd worden en met welk mensbeeld? De omgevingsvisie spreekt veel over nieuwe ontwikkelingen en transformaties. Maar juist buiten het centrum en buiten de grote ontwikkelgebieden is er veel upgrade nodig. Geef daarom meer aandacht aan de wijken waar niet of minder wordt gebouwd. Toon ook daar investeringsambitie en ga daarbij uit van bestaande kwaliteiten. Betrek bestaande netwerken bij nieuwe ontwikkelingen en ondersteun hen, zodat ze hun werk in de wijk kunnen voortzetten. Zorg dat nieuwe bewoners ook gebruik maken van bestaande wijkvoorzieningen, zodat er menging ontstaat. Laat bestaande buurten meeprofiteren van de opbrengsten van nieuwe gebiedsontwikkeling. Werk vanuit het principe van wederkerigheid, waarbij ontwikkelaars verplicht worden om te investeren in naastgelegen bestaande buurten. Investeer grondopbrengsten zoveel mogelijk in de buurten waar wordt gebouwd. Probeer niet de populatie te veranderen, maar zorg dat de juiste voorzieningen er komen. Als wordt ingezet op behoud van DNA van de buurt, dan dienen buurtbewoners in de buurt te kunnen blijven wonen, ook de jongere generaties.
In Zuidoost zijn grote community zorgsystemen. Dat gaat niet alleen om mantelzorg, maar ook opvoeding, sociale ondersteuning enzovoorts. Dit gaat verloren als mensen niet in de buurt kunnen blijven wonen. Ga flex-wooncontracten tegen. Het is geen oplossing, het is een verdeelmiddel van schaarste met een ontwrichtend effect. Op elke 100 woningen moet er tenminste één collectieve ruimte zijn. Dit is een voorwaarde voor buurtzorg, zelforganisatie en het activeren van bewoners. Zet huidige bewoners centraal bij nieuwe ontwikkelingen. Voorstel: bij nieuwe plannen voor een buurt komt er een groot bord te staan in de wijk om mensen bewust te maken van de verandering die komt. Jongeren vragen om een specifieke benadering. De huidige advertenties via sociale kanalen zijn generiek en spreken niet aan. Kanalen van de gemeente moeten efficiënter worden gebruikt met doelgroepsegmentatie. Antwoord De omgevingsvisie heeft aandacht voor nieuwe ontwikkelingen, maar dit laat onverlet dat er ook geïnvesteerd moet worden in de bestaande wijken, die uiteraard veruit in de meerderheid zijn. De kwaliteit van woningen is niet gelijk over de stad verdeeld en dat geldt ook voor de kwaliteit van woonomgevingen. In de buurten waar maatschappelijke problemen het grootst zijn, werkt de Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
56
gemeente samen met corporaties, bewoners en overige betrokkenen aan verbetering. Ook verbetering van de sociaal-economische positie van de bewoners is een doel. Verdichting in deze buurten biedt de mogelijkheid om woningen toe te voegen, te verduurzamen en meer menging te laten ontstaan. Het investeren in ontwikkelbuurten is ingrijpend en het duurt jaren voor structurele veranderingen zichtbaar zijn. Hierbij is een belangrijk aandachtspunt dat de juiste (maatschappelijke) voorzieningen op buurtniveau worden gerealiseerd. De strategische keuze ‘meerkernige stad’ beoogt juist om meer prioriteit te geven aan deze wijken. Al opgenomen in de visie. __________________________________________________________________________________
i13. Onderwijs, cultuur ingediend door 0044, 0075, 0076, 0206, 0243, 0515, 0532 Ruimte voor onderwijs ontbreekt grotendeels in de omgevingsvisie. Er moet veel ruimte zijn voor onderwijs en cultuur, goed verspreid over de stad. Het onderwijs dient aangenaam te worden ontwikkeld voor de jeugdigen. Des te meer faciliteiten afgestemd op scholieren en docenten, des te meer positieve resultaten. Je moet je comfortabel en uitgedaagd voelen in het onderwijs. Een stad als Amsterdam ontkomt niet aan diversiteit. Daar moet in alle optieken rekening mee worden gehouden. Iedereen moet zich veilig en gewaardeerd voelen. Cultuur draagt bij aan het karakter van de stadsdelen. Wat te veel ontbreekt, is ruimte voor voorzieningen ten behoeve van theater, muziek, dans en andere podiumkunsten. Bij ‘groenblauwe hotspots’ lijken de podiumkunsten bijzaak. Culturele initiatieven, podia en theaters hebben vaak het loodje moeten leggen, hoewel ze een essentieel onderdeel vormden voor de buurt, het stadsdeel en Amsterdam. Beoefenaars van podiumkunsten hebben behoefte aan werkruimtes waar projecten kunnen worden opgezet. Veel bedrijfsruimten worden betrokken door ondernemers en bedrijven met weinig binding met de stad. Dit in tegenstelling tot kunstenaars, muzikanten, dansers en andere artiesten, die leven in en met de stad.
Behoud ruimte voor niet-commerciële initiatieven, voor creativiteit en experiment. Neem ook specifiek ruimte op voor kunstenaarskoloniën. Cultuur moet worden uitgebreid. Bepaalde culturele instellingen zoals Podium Noord (voorheen Dansmakers Amsterdam) op het Gedempt Hamerkanaal, zijn mooie, experimentele plekken. Het zou zonde zijn als deze verdwijnen voor grote, corporate bedrijven. Het zelfde geldt eigenlijk voor het hele Hamerkwartier van Noord. Antwoord In de omgevingsvisie worden vijf strategische keuzes gemaakt, één daarvan is meerkernige ontwikkeling. Bij die meerkernige ontwikkeling van de stad ontstaan, naast het centrum van Amsterdam, meerdere stedelijke kernen. Deze kernen hebben eigen voorzieningen en een stedelijke en regionale uitstraling. Daarbij is cultuur een belangrijke drager. We bouwen theaters, cultuurgebouwen en bibliotheken. Onder de strategische keuze Samen Stadmaken hoort ook het programmeren van Vrije Ruimte voor niet-commerciële initiatieven, creativiteit en experimenten. In het hoofdstuk Inclusieve Stad wordt aandacht besteed aan het belang van onderwijs, kansengelijkheid en cultuur. De zorg voor maatschappelijke voorzieningen is in Amsterdam verankerd in de Referentienormen voor Maatschappelijke Voorzieningen, Groen en Spelen. Bij de groei van de stad is het doel om deze gelijk Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
57
op te laten gaan met een voldoende gespreid en fijnmazig maatschappelijk programma, voor onder andere onderwijs en kunst en cultuur. Het Hamerkwartier wordt getransformeerd tot een nieuwe stedelijke wijk, waar wonen en werken samengaan. Ruimte voor cultuur zal, net als ruimte voor onderwijs, onderdeel zijn van het ontwikkelen van een complete wijk, met alle voorzieningen die hierbij horen. Waar nieuwe schoolgebouwen worden gemaakt, hebben de schoolbesturen/teams een belangrijke stem in invulling en inrichting. Tenslotte zijn in de omgevingsvisie gespreid over de stad kenniskwartieren aangewezen, waar onderwijs, onderzoek en innovatie centraal staan. Dit gaat samen met wonen, werken en andere voorzieningen. Zie hiervoor ook het antwoord bij v49. Al opgenomen in de visie. __________________________________________________________________________________
i14. Evenementen ingediend door 0405, 0413, 0418, 0421, 0430, 0432, 0436, 0461, 0462, 0463, 0467, 0490, 0506, 0523, 0535, 0542, 0543, 0569, 0589, 0590, 0630, 0631, 0653, 0656, 0667, 0679 Evenementen worden in de hele omgevingsvisie niet één keer genoemd. Evenementen maken gebruik van de fysieke leefomgeving, maar kunnen door hun tijdelijkheid, hoge mate van professionalisering, de slagen die zijn gemaakt op het gebied van duurzaamheid, ecologie en overlastbeheersing uitstekend worden ingepast. Evenementen zijn een moderne ontmoetingsplaats en voor heel veel mensen een vorm van vrijetijdsbesteding die niet uit Amsterdam is weg te denken. Ze zijn belangrijk voor levendigheid, vestigingsklimaat en sociale cohesie. Ook zorgen ze voor veel werkgelegenheid. De functie die parken en groengebieden voor evenementen hebben en de zorgvuldige wijze waarop dit kortdurend, incidenteel gebruik kan worden ingepast, blijven onbesproken. Benoem evenementen daarom nadrukkelijk in de omgevingsvisie. Ze dragen bij aan veel doelen ervan. Op het gebied van geluid heeft Amsterdam het meest geavanceerde beleid van heel Nederland om overlast zoveel mogelijk te voorkomen, variërend van spreiding, een standaard vroege eindtijd, tot een jaarlijks bijgestelde eisenlijst op het gebied van Best Beschikbare Technieken om overlast te voorkomen.
De Amsterdamse evenementen lopen voorop in ecologische inpassing, de zorg voor flora, fauna, groen en bodem. Bij de parken, groengebieden en hoofdgroenstructuur wordt het belang voor tal van functies expliciet benoemd, maar evenementen worden in het geheel onbesproken gelaten. Evenementenlocaties staan onder druk vanwege oprukkende woningbouw of spanningen met de buurt. Dit kan leiden tot kaalslag van deze laagdrempelige cultuur die zo hard nodig is voor jongvolwassenen uit Amsterdam en omstreken. Nog belangrijker is dat de pandemie zowel de organisatoren als de bezoekers van evenementen gigantisch heeft geraakt. Een omgevingsvisie zonder ruimte voor festivalcultuur is geen visie die Amsterdam waardig is. Antwoord Het ontbreken van evenementen als thema in de omgevingsvisie is inderdaad een omissie die we zullen rechtzetten. Evenementen horen bij de stad en brengen Amsterdammers een rijk en breed aanbod, verbinden mensen, bieden kansen voor nieuw talent en maken deel uit van de identiteit van Amsterdam. Juist nu, in tijden van lockdowns en social distancing, wordt nog eens duidelijk hoe belangrijk evenementen zijn voor de stad en haar inwoners. Daar staat de ruimteclaim die evenementen op de openbare ruimte leggen en de overlast voor bewoners tegenover; veel andere zienswijzen geven daar blijk van.
Hoewel in de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
58
overlastbeperkende maatregelen, neemt dit spanningsveld eerder toe dan af. Dit is het gevolg van de verdere verdichting van de stad en daarmee toenemende concurrentie in het gebruik van de openbare ruimte. Grenzen aan de groei, het adagium van een van onze strategische keuzes, lijkt ook de toekomst van de evenementen te gaan bepalen. Dit jaar zijn kleine wijzigingen in het evenementenbeleid doorgevoerd. Op korte termijn wordt nieuw evenementenbeleid besproken met de gemeenteraad. Invoering daarvan is vanwege de coronacrisis uitgesteld tot 1 januari 2023. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor het hierboven benoemde spanningsveld rondom evenementen. In de tweede helft van 2021 zal er in de gemeenteraad worden gesproken over de toekomst van evenementen in de stad, uiteraard met veel aandacht voor de balans tussen de gevoelde voor- en nadelen. Daarna zal meer duidelijk worden over welke kant Amsterdam op gaat in haar visie op en beleid voor evenementen. Manieren om de spanning tussen een aantrekkelijk evenementenaanbod en de ruimtelijke claim die het legt te verminderen, zijn meer kleinschaligheid en meer duurzaamheid. Daarnaast kunnen we samen met andere gemeenten binnen de metropoolregio kijken of er buiten Amsterdam een wens ligt om plaats te bieden aan extra evenementen, en waar daar ruimte voor is.
Een regionale evenementen-coördinator zou betekenisvol kunnen zijn om deze matching van evenementen op nieuwe locaties buiten Amsterdam te helpen realiseren. Wijzigingsvoorstel: in het hoofdstuk ‘Vitale stad’ onder Economie wordt een paragraaf over evenementen opgenomen met de volgende tekst: Evenementen horen bij de stad en brengen Amsterdammers een rijk en breed aanbod, verbinden mensen, bieden kansen voor nieuw talent en maken deel uit van de identiteit van Amsterdam. In veel gevallen vervullen evenementen ook een functie voor de regio en ver daarbuiten. Evenementen in de openbare ruimte kunnen ook overlast geven. Hoewel in de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in overlastbeperkende maatregelen, neemt in de openbare ruimte de spanning tussen behoefte aan rust en de overlast van evenementen eerder toe dan af. Dit is het gevolg van de verdere verdichting van de stad en daarmee toenemende concurrentie in het gebruik van de openbare ruimte. Dit maakt dat we voor evenementen de komende jaren een delicate middenkoers moeten bewandelen, met oog voor beide kanten van de zaak. Bij vernieuwing van het evenementenbeleid zal deels worden aangesloten op de strategische keuze voor meerkernige ontwikkeling in deze omgevingsvisie. Dat wil zeggen dat vergunningverlening en spreiding van evenementen vaker op het niveau van de hele metropoolregio zal worden bezien.
__________________________________________________________________________________
i15. Digitale gevaren, datacenters ingediend door 0289, 0348 In de omgevingsvisie zijn digitale mogelijkheden vermeld als traffic control, reserveren deelauto’s enzovoorts. Het besef dat Amsterdam kwetsbaar is voor digitale inbreuken ontbreekt echter helemaal, terwijl dat al dagelijks aan de orde is: platleggen van kenniscentra, bedrijven en systemen voor bijvoorbeeld losgeld of spionage. Amsterdam telt veel datacentra, AMS-IX speelt een cruciale rol. Daarnaast werkt digitalisering vervreemdend, zoals blijkt uit de systeemgevolgen bij de Belastingdienst, ongrijpbare algoritmen bij Amerikaanse platforms, die zelfs ontwrichtend voor democratieën kunnen zijn. Sociale media leiden tot meer polarisatie. Kortom: benoem de schaduwzijden en gevaren beter en doe in de omgevingsvisie voorstellen hoe daarmee om te gaan Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
59
via regels en toezicht. Denk ook aan voorwaarden aan datacentra wat betreft verduurzaming. Besteed bijvoorbeeld meer aandacht aan de watervraag van datacenters, en de grenzen die daaraan worden gesteld. Antwoord Om met dat laatste te beginnen: verduurzaming van datacentra vinden we zeker een belangrijk aandachtspunt. De recentelijke sterke groei van deze sector wordt scherp gemonitord en juist het duurzaamheidsaspect is een van de centrale bespreekpunten in het reguliere overleg met de sector. Ook het waterverbruik. Zie “Amsterdam Duurzaam Digitaal Vestigingsbeleid datacenters gemeente Amsterdam 2020 – 2030”. Hier wordt in de omgevingsvisie ook naar verwezen. Ook de digitale wereld in z’n algemeenheid is een recent fenomeen, zeker in de huidige omvang. De omgevingsvisie stipt het wel aan, ook de gevaren, maar gezien de nog steeds stormachtige ontwikkelingen op dit vlak doen we hierover bewust geen ferme en gedetailleerde uitspraken. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i16. Kind en gezin ingediend door 0604 Het woord ‘kind’ komt in de omgevingsvisie nauwelijks voor, het woord “kinderopvang” zelfs helemaal niet. Om de stad leefbaar en betaalbaar te maken voor gezinnen, dient de omgevingsvisie te worden uitgebreid met een ambitie op het kind en het gezin. Neem erin op dat er genoeg beweeg-speelaanleidingen zijn en dat bij het ontwerp van nieuwe wijken nadrukkelijk het perspectief van jonge kinderen wordt meegenomen. Een wijk moet aansporen om naar buiten te gaan. Zorg verder voor voldoende kinderopvangcapaciteit, met ruimte voor een divers aanbod van kinderopvang in de wijken, inclusief buitenruimte. Zorg dat de huren van kinderopvanglocaties op een maatschappelijk niveau komen, waardoor kinderopvang bereikbaar wordt voor alle kinderen. Momenteel vraagt de gemeente Amsterdam op nieuwbouwlocatie Zuidas bijvoorbeeld prijzen waarmee kinderopvang voor de gewone Amsterdammer onbetaalbaar wordt. Antwoord Amsterdam is er natuurlijk ook voor kinderen en gezinnen. Het is heel belangrijk om gezinnen met kinderen voor de stad te behouden. Dat betekent dat er, naast voldoende woningen, ook voldoende voorzieningen voor kinderen moeten zijn, zoals bijvoorbeeld scholen, kinderopvang, OKT’s en jongerencentra. De gemeente is verantwoordelijk voor veel van deze voorzieningen, maar niet voor allemaal. Kinderopvang bijvoorbeeld is een commerciële rol.
Als gemeente bieden wij in Alles-in-een scholen wel ruimte voor kinderopvang vanuit de gedachte dat de gemeente zorgt voor een complete en leefbare stad. Dit betreft ruimte in de school èn buitenruimte voor kinderdagverblijf en BSO. De openbare ruimte van de stad wordt zoveel mogelijk ingericht om sporten, spelen, fietsen en wandelen te stimuleren. In de Referentienormen voor Maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen is vastgesteld hoeveel ruimte er voor sport, spelen en bewegen in gebiedsontwikkeling wordt gereserveerd. We willen vanzelfsprekend voldoende en goede kinderopvang in de stad, die toegankelijk is voor alle kinderen. Kinderopvang is echter een activiteit die op dit moment in een commerciële markt wordt uitgevoerd. De gemeente is daarom op basis van de landelijke wetgeving gehouden aan het vragen van een marktconforme huur. Deze wordt door een onafhankelijke taxateur vastgesteld. Bij het Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
60
bepalen van de marktconforme huur wordt rekening gehouden met de locatie en grootte van de te verhuren ruimte, de bedrijfsvoering van de kinderopvang en de huurprijs die hierbij kan worden betaald. In 2050 kan de situatie er heel anders uitzien. Mogelijk al in de komende kabinetsperiode gaan op dit vlak zaken veranderen, mocht er een toegangsrecht voor alle kinderen komen. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i17. Vrije ruimte, broedplaatsen ingediend door 0244, 0249, 0388, 0473, 0530 Mooi dat ‘vrije ruimte’ wordt genoemd. Breid daartoe de Marktconforme huur (Wet Markt en Overheid) voor Vrije Ruimte uit met een clausule voor "economische activiteit voor het algemeen nut". Het zou mooi zijn als er in 2050 ruimte is voor praktijkervaringsgebieden voor nieuwe, socialere woon- en werkvormen. Gefaciliteerd door de gemeente, eventueel in een aparte wijk. Bij vrije ruimtes in de hoofdgroenstructuur dient goed te worden afgewogen welke groenwaarden het betreft en of de betreffende functie daar passend is of niet. Vrije ruimtes kunnen ook gewoon kleine niemandslandjes in buurten zijn: plekken van niets, met grote betekenis. Behoud deze plekken te midden van alle verdichtingsdoelstellingen. Zorg voor ruimte voor broedplaatsen, muurkunst en niet-commerciële buurtprojecten. Antwoord We zien Vrije Ruimte als een gemeentelijk beleidsdoel. Dit betekent dat partijen die gemeentelijk vastgoed huren volgens de kaders van de Vrije Ruimte een maatschappelijke huurprijs betalen in plaats van de markthuur. Dit uitgangspunt is vastgesteld in de Spelregels gemeentelijk vastgoed en zijn conform de Wet Markt en Overheid. Binnen de Expeditie Vrije Ruimte kijken we ook naar combinaties van wonen en werken.
Daarnaast stimuleren we met het Actieplan Wooncoöperaties de groei van wooncoöperaties, door verschillende nieuwbouwkavels speciaal voor coöperaties beschikbaar te stellen, waarmee zij het pand in gezamenlijk eigendom kunnen hebben. Deze collectieven kunnen zelf vormgeven hoe zij gemeenschappelijk leven. Daarbinnen is ook ruimte voor combinaties met werken. We onderschrijven de andere punten. Daarom betrekken we dit thema bij de actualisatie van de Hoofdgroenstructuur, hebben we beleid en ambities voor broedplaatsen en een Agenda Samen Stadmaken. Laatstgenoemde agenda formuleren we om meer ruimte te bieden voor initiatieven en wensen vanuit de Amsterdamse buurten. Zie hiervoor het betreffende deel in de omgevingsvisie. Meenemen in de uitvoering. __________________________________________________________________________________
i18. Brede welvaart ingediend door 0573
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
61
De omgevingsvisie stelt ‘brede welvaart’ voorop, waarbij materiële rijkdom niet de enige maatstaf is voor een goed leven. Het gaat ook om welzijn, voldoende vrije tijd, een goede gezondheid, een prettige leefomgeving, ruimte voor persoonlijke groei. Voeg daaraan toe: mobiliteit, eigenaarschap, vrijheid en veiligheid, ruimte voor sociale groei, mensenrechten. Antwoord Deze aanvullingen zijn waarden die algemeen worden onderschreven, ook door de gemeente Amsterdam. We hebben in de omgevingsvisie gekozen voor een indeling en een terminologie die deze waarden niet altijd letterlijk naar voren brengen, maar indirect natuurlijk wel. Zo gaat ‘duurzaam en gezond bewegen’ over mobiliteit, ‘inclusieve stad’ over onder meer mensenrechten en ruimte voor sociale groei, en Samen stadmaken over bijvoorbeeld eigenaarschap. We hoeven de indeling van de omgevingsvisie niet te veranderen om te constateren dat we het geheel eens zijn. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
i19. Vluchtelingen ingediend door 0532 In 2050 is de klimaatcrisis in volle omvang gaande. Waar zijn plekken voor de klimaatvluchtelingen? Antwoord Niemand hoopt op het toekomstbeeld dat u hier schetst, en er zijn slechts weinig overheden die hier nu al in volle omvang rekening mee houden. Ook wij blijven liever optimistisch, met stevige ambities om een dergelijke klimaatcrisis af te wenden. Mocht het toch zover komen, dan zal de rol van landelijke overheden naar verwachting groter zijn. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________
Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen
62
Duurzame stad
__________________________________________________________________________________
d1. Geen windmolens ingediend door 0001, 0002, 0005, 0006, 0007, 0008, 0010, 0021, 0080, 0084, 0085,087, 0088, 0092, 0094, 0095, 0098, 0103, 0104, 0105, 0106, 0107, 0108, 0109, 0110, 0111, 0112, 0113, 0114, 0115, 0116, 0117, 0119, 0121, 0122, 0123, 0124, 0125, 0126, 0127, 0128, 0129, 0175, 0178, 0179, 0180, 0181, 0182, 0183, 0187, 0189, 0190, 0191, 0193, 0194, 0195, 0197, 0203, 0226, 0233, 0238, 0242, 0245, 0246, 0252, 0253, 0254, 0264, 0265, 0268, 0272, 0273, 0274,0276, 0278,0280, 0281, 0282,0285, 0286, 0287, 0288, 0290, 0292, 0297, 0298,0300, 0304, 0306, 0307, 0308, 0312, 0313, 0317, 0319, 0321, 0322, 0336, 0341, 0345, 0346, 0354,0360, 0361, 0362, 0363, 0364, 0366, 0373, 0374, 0375, 0376, 0377, 0381,0392, 0394,0398, 0409, 0411, 0415, 0417, 0423, 0429, 0439, 0446, 0447, 0453, 0454, 0455, 0456, 0457, 0458, 0466, 0488, 0489,0498, 0503, 0505, 0507, 0508, 0509, 0511, 0512, 0517, 0520, 0522, 0530, 0546, 0552, 0556, 0568, 0570, 0571, 0573, 0574, 0575, 0576,0578, 0579, 0583, 0588, 0593, 0597, 0600, 0602, 0608, 0609, 0613, 0621, 0625, 0627, 0628, 0629, 0634, 0635, 0654, 0655, 0659, 0661, 0675, 0677 Inleiding Windmolens behoren tot de meest genoemde thema’s in de zienswijzen. Er zijn circa 175 zienswijzen over de zoekgebieden voor windenergie ingediend, door individuen, individuen in groepsverband, en organisaties van allerlei aard.