CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit2021-169B bijlage 2 Nota van Beantwoording Zienswijzen

RAAD 7 juli 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ‘Een menselijke metropool’ VN2021-01673044.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De noordelijke IJ-oevers volbouwen met allerlei hoogstedelijke functies past niet bij de identiteit van Noord. Amsterdam-Oost blijft in de meerkernige ontwikkeling onbenoemd. Moet dat niet beter op de kaart? Als de A10-West wordt afgewaardeerd ten faveure van de ontwikkeling van West, dan krijgt Oost al het doorgaande verkeer over zich heen. Bestuurlijke kwesties De invulling van de ‘nieuwe centra’ moet op democratische wijze plaatsvinden. Maar als je op het niveau van de omgevingsvisie naar de stad kijkt, dan is het onlogisch dat Amstelveen, Diemen en Zaanstad zelfstandige gemeenten zijn en Zuidoost, Noord en Nieuw-West niet. Zeker als deze stadsdelen ook volwaardige stadscentra krijgen. De bestuursopgaven die in deze omgevingsvisie zijn geformuleerd, moeten daarom in handen worden gelegd van een stadsprovincie. De meeste dagelijkse lokale bestuurstaken kunnen dan worden overgedragen aan volwaardige gemeenten op het niveau van de huidige stadsdelen. Het grootste deel van het ambtelijk apparaat moet dan worden opgedeeld in zeven tot negen eenheden, omdat gebiedsgericht werken haaks staat op de huidige directie-oriëntatie van de organisatie. Het ontbreekt op dit moment aan de geschikte governance-structuur voor de opgave die er ligt.

Er is ook geen vereveningsmechanisme waarin de lusten en lasten van gebiedsontwikkeling op een gelijkwaardige manier tussen gemeenten kunnen worden gedeeld. Het rapport “Als één overheid” gaat in op de maatschappelijke opgaven die stad en regio overstijgen en die vragen om gezamenlijke uitvoeringskracht. Een van de aanbevelingen is een mechanisme voor de regionale verevening van grondexploitatie-inkomsten. Waar denkt Amsterdam zelf aan? Hoe ver is de metropoolregio Amsterdam met dit denken? Vervoerseffecten Meerkernige ontwikkeling is goed, want de huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg een grote eenzijdige spits van vervoerstromen. Het faciliteren van deze eenzijdige (hyper)spits van en naar Amsterdam zet de betaalbaarheid van het openbaar vervoer onder druk. Besteed naast Almere, Zaandam,

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

26

Purmerend en Hoofddorp echter ook aandacht aan Haarlem en Hilversum. De vervoersstroom tussen Haarlem en Amsterdam was bijvoorbeeld pre-corona één van de drukste trajecten in Nederland en kent een zeer eenzijdige en verspitste vervoersmarkt. Specifieke functies De rol van universiteitscampussen op de verschillende kernen is groot, maar is niet uitgewerkt. Doe dat alsnog, dat komt meerkernigheid ten goede. Waarom opent het Conservatorium een dependance in Zuid in plaats van Zuidoost, als we hoger onderwijs willen spreiden? Regionale meerkernigheid De binnenstad zal zeker voor toeristen en bezoekers de grootste trekker blijven en kernen als Almere, Purmerend of Hoofddorp zijn gewoon niet hoogstedelijk genoeg om ook daar van een echte metropool te spreken. Verdicht daarom zoveel mogelijk binnen Amsterdam, dat scheelt ook verkeersbewegingen. De onderlinge afhankelijkheid tussen Amsterdam en de andere kernen moet nadrukkelijker worden benoemd. Neem een paragraaf op waarin de rol wordt beschreven die Haarlem, Zaanstad, Lelystad, Almere, Hilversum, Hoofddorp en Purmerend innemen binnen de MRA en op welke manieren deze steden Amsterdam versterken in zijn rol als wereldstad. Dat maakt het gemakkelijker om samen te werken om deze rollen verder uit te bouwen.

De inzet van meerkernige ontwikkeling is om werk beter te spreiden en de stedelijke kwaliteit van kernen zoals Hoofddorp te vergroten. Het valt op dat dit principe voor Haarlemmermeer nog beperkt is uitgewerkt. Graag zouden wij zien dat er in de omgevingsvisie wordt voorgesorteerd op een integrale ontwikkeling van de zuidwestkant van Amsterdam en de Haarlemmermeer. Een belangrijk perspectief om vanuit te werken betreft Enter[NL]. SADC heeft een Marktvisie Enter[NL] opgesteld, in samenwerking met onder meer de gemeente Amsterdam. Wij constateren dat er fors volume aan m2 bvo kantoren en bedrijfsruimte wordt geprogrammeerd aan de zuidwestkant van Amsterdam. Wij vinden het van groot belang dat er goede afstemming plaats vindt over het kwantitatieve en kwalitatieve aanbod van werkmilieus op de vijf Enter[NL] knooppunten. Overaanbod moet worden voorkomen, mede in relatie tot de alternatieve bekostiging van de verlengde Noord/Zuidlijn. De programmering van de verschillende woonmilieus, woningtypen en doelgroepen dient regionaal afgestemd te worden; dat ontbreekt nu ten onrechte. Antwoord Niet realistisch, ongewenste neveneffecten Veel zienswijzen laten mooi zien hoeveel kanten er aan zo’n keuze zitten en hoeveel risico’s en onzekerheden daarbij komen kijken.

We kunnen het eens zijn over het mooie doel van meerkernigheid, maar dan nog van mening verschillen over de aanpak of mogelijke neveneffecten. We lezen de meeste zienswijzen daarom vooral als meedenkers om de route naar een meerkernige stad de komende jaren samen en zorgvuldig te doorlopen. We moeten de komende jaren oog houden voor ongewenste uitkomsten en daarop bijsturen.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

27

Meerkernigheid is wat ons betreft niet uitsluitend gericht op de stedelijke centra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein en op de stationskwartieren. De bedoeling is juist dat de stadsdelen als geheel als stedelijke kern gaan functioneren. Daarom is ontwikkeling ook gericht op het verbeteren van de interne structuur van de stadsdelen, onder andere door het maken van stadsstraten en stadslanen. Secundaire winkelcentra willen we door aanhaken op dit netwerk van routes ook versterken, terwijl extra woningen voor meer draagvlak zorgen. Die stadsstraten en stadslanen maken weer onderdeel uit van het stadsdeel-overstijgende netwerk van routes door de stad. Door de ontwikkeling van deze straten en lanen zorgen we ook voor meer samenhang tussen de verschillende stadsdelen en voor aantrekkelijke en veilige verbindingen met het centrumgebied. Bij meerkernige ontwikkeling staat de behoefte en de identiteit van de verschillende stadsdelen voorop. We ontwikkelen dus niet om de hele stad tot één groot centrum te maken, maar door juist de onderscheidende kracht van gebieden te versterken. Voor de ‘nieuwe’ kernen geldt dat deze gemengd en inclusief moeten zijn. Via afspraken met bijvoorbeeld corporaties, huurderskoepels en private partijen wordt menging bewaakt, en hiermee ook de percentages voor sociale-, midden-, dure huur en koopwoningen.

In deze nieuwe kernen is het wederom van groot belang dat voor alle doelgroepen en functies bijpassende voorzieningen worden gerealiseerd. De ontwikkeling van meerkernigheid moet hand in hand gaan met de ontwikkeling van goed functionerende buurtcentra met voorzieningen zoals bibliotheken, speelvoorzieningen, ouderenzorg enzovoorts. In de buurten waar in de omgevingsvisie minder ontwikkeling is voorzien, wordt ook geïnvesteerd in betere woningen, maatschappelijke accommodaties en een aantrekkelijkere en veiligere leefomgeving. Dat is een duidelijk doel in de aanpak van Ontwikkelbuurten, waarbij de corporaties belangrijke samenwerkingspartners zijn. Verhouding kernen-binnenstad, nieuwe rol binnenstad Er is ook in 2050 maar één historisch centrum van Amsterdam. De binnenstad en de buurten daar direct omheen vervullen als centrumgebied een unieke rol in stad en regio en ook landelijk en internationaal. Meerkernige ontwikkeling vermindert de eenzijdige focus van Amsterdam op dat centrum, maar de overige stedelijke kernen zullen nooit helemaal zelfvoorzienend zijn. Juist omdat we inzetten op een onderscheidende ontwikkeling treffen Amsterdammers straks in Nieuw-West iets anders aan dan in Noord of Zuidoost. Des te meer aanleiding om ook buiten het eigen stadsdeel te kijken voor winkelen, uitgaan, scholing, werk of cultuur. Dat geldt evenzeer voor de inwoners van het centrumgebied.

Stadsdelen Buikslotermeerplein moet als stedelijk centrum een hart van Noord worden, óók voor de bewoners van de nieuwe buurten aan de IJ-oevers, die eveneens deel worden van de nieuwe identiteit van Noord. Het Buikslotermeerplein zal straks minder traditioneel winkelcentrum zijn en meer gemengde wijk waar je ook kunt uitgaan, werken en wonen. De verbindingen met de rest van het stadsdeel voor fietsers en wandelaars moeten daarvoor worden verbeterd. Vandaar ook de inzet op stadsstraten en stadslanen op plekken waar nu nog alleen of voornamelijk auto’s rijden. Eenzelfde soort ambitie koesteren we rond Osdorpplein en de Amsterdamse Poort. Amsterdam-Oost is grotendeels onderdeel van het Amsterdamse centrumgebied en de stadsbuurten daar direct omheen. De nieuwe buurten op Zeeburgereiland en IJburg hebben gezamenlijk niet genoeg massa en plek voor werken en voorzieningen om als op zichzelf staand stedelijk centrum, vergelijkbaar met Nieuw-West of Zuidoost, te functioneren.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

28

Bestuurlijke kwesties In de omgevingsvisie benoemen we het belang van de samenwerking binnen de agglomeratie. Naast de samenhang tussen de stadsdelen is inderdaad ook de samenhang tussen Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel, Zaanstad, Haarlemmermeer en Amsterdam belangrijk. Daarom gaan we in de uitwerkingen van de omgevingsvisie verkennen hoe we bij gebiedsontwikkelingen beter kunnen samenwerken. Die samenwerking moet kunnen functioneren in alle bestuurlijke stelsels. De omgevingsvisie gaat niet over een herziening daarvan. Er wordt op dit moment niet gesproken over de mogelijkheid om inkomsten uit grondexploitaties regionaal te verevenen. Regionale verevening veronderstelt winsten uit grondexploitaties die kunnen worden ingezet bij verlieslatende gebiedsontwikkeling in andere gemeenten. De gebiedsontwikkeling in de regio bestaat voor verreweg het grootste deel uit binnenstedelijke ontwikkeling, met een flinke inzet op betaalbare woningbouw en duurzaamheid. Het vergt verplaatsing van bedrijven en maatregelen die milieubelasting beperken, grote investeringen in (ov-)infrastructuur, maatschappelijke voorzieningen en economische profielversterking. Hierdoor is gebiedsontwikkeling merendeels verlieslatend, en levert het bij geen van de gemeenten in de regio een positief saldo op.

Vervoerseffecten Juist de spreiding van werk en stedelijke voorzieningen is een middel om meer balans te brengen tussen stadsdelen en stad en regio en de eenzijdige en zware spitsbelasting te verminderen. Tegelijk is het een gegeven dat de tegenspits in de meeste richtingen nooit even zwaar zal zijn en we dus ook in de toekomst rekening moeten houden met een onevenredige zware belasting in één richting en een deels inefficiënte benutting van infrastructuur. Dit heeft effect op de haalbaarheid van nieuwe investeringen in openbaar vervoer in de regio. Dit punt komt uitgebreid aan de orde bij v24. Specifieke functies Spreiding van hoger onderwijs draagt in hoge mate bij aan de meerkernige ontwikkeling. In de definitieve omgevingsvisie geven we meer aandacht aan kenniskwartieren, die verspreid over de stad liggen. Samen met de kennisinstellingen willen we dit de komende jaren uitwerken. Het conservatorium is misschien niet het ideale voorbeeld. Wij verwachten dat de komende jaren meer stedelijke functies naar bijvoorbeeld Zuidoost of Nieuw-West zullen gaan. Regionale meerkernigheid De metropoolregio bestaat uit verschillende kernen, met een diverse mate van stedelijkheid. Het streven is niet om overal dezelfde hoogstedelijkheid te ontwikkelen, wel om de leefbaarheid van de centra te versterken.

Het toevoegen van woningen, werkgelegenheid en voorzieningen in kernen als Almere, Purmerend en Hoofddorp vergroot daar de stedelijke kwaliteit en maakt de kernen minder afhankelijk van Amsterdam. Concentraties van woningen en werkgelegenheid komen rond stations en dicht bij de bestaande centra, zodat deze bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Dat bevordert het gebruik ervan. In de omgevingsvisie schrijven we dat we samen met Hoofddorp werken aan de ontwikkeling van de zuidwestkant van Amsterdam en de Haarlemmermeer. We onderschrijven daarnaast het belang van goede afstemming over het aanbod van werkmilieus. Hier gaan we onder andere via het MIRTprogramma Zuidwest Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) aan meewerken. De steden binnen de MRA verschillen in hun rol in het geheel en in hun wisselwerking met Amsterdam. Het kan de samenwerking ten goede komen om dat specifieker te duiden. Die duiding kan wat ons betreft echter alleen in onderlinge afstemming, en niet alleen vanuit Amsterdam worden gedaan. Bijvoorbeeld in de Verstedelijkingsstrategie van de Metropoolregio Amsterdam. Het belang van de rol

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

29

van regiokernen als Haarlem en Hilversum onderschrijven we. We zullen in de tekst over de samenstelling van de metropoolregio hier aandacht besteden. Amsterdam werkt op het woningbouwvraagstuk nauw samen met het Rijk en binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Hierbij gaat de aandacht zowel uit naar de programmering van nieuwe woningen, als naar het betaalbaar houden van de bestaande woningvoorraad. Uitgangspunt bij deze samenwerking is dat elke partner vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid bijdraagt en besluiten worden genomen in het daarvoor verantwoordelijke democratische orgaan. Gezien de soevereiniteit binnen de eigen gemeentegrens is het vaak moeilijk en tevens onwenselijk om bindende afspraken te maken met andere gemeenten. Wel werkt Amsterdam samen met het Rijk aan een Verstedelijkingsstrategie. Daarin zijn de polycentrische ontwikkeling van de regio en het verdichten rond ov-knooppunten belangrijke onderdelen. Niet overnemen / meenemen in de uitvoering. Wijzigingsvoorstel: toevoegen notie over het belang van historische regiokernen. In Deel II WAAR toevoegen Kenniskwartieren aan Plekken met stedelijk betekenis en op de Visiekaart. Benoemen van bijdrage van kennisinstellingen aan meerkernige ontwikkeling in Deel I VISIE. __________________________________________________________________________________

S3. Groeien binnen grenzen ingediend door 0008, 0021, 0035, 0071, 0079, 0170, 0201, 0246, 0275, 0323, 0342, 0345, 0348, 0358, 0359, 0365, 0383, 0414, 0441, 0452, 0527, 0591, 0594, 0603, 0668 Onderbouwing groei Groei als onvermijdelijkheid is betwistbaar. Hoe waarschijnlijk is de groeiverwachting van de Amsterdamse bevolking en de economie, zeker na de stagnatie door corona? Waarom zoveel groei in Amsterdam zelf en niet in omliggende gebieden? Er zijn grenzen aan groei, leg beter uit waar die liggen. Waarom willen we zoveel groei? Het CBS hanteert zes bevolkingsscenario’s, waarom deze omgevingsvisie maar één? Er zijn berekeningen die wijzen op krimp van de Nederlandse bevolking richting 2100. Ook toekomstige kantorengroei is twijfelachtig. Steeds meer kantoorwerk wordt geautomatiseerd, mensen gaan meer thuiswerken, zeker na corona. Er is al te zien dat mensen verder weg (groter, groener) gaan wonen, als ze toch maar twee dagen per week naar een Amsterdams kantoor hoeven. Verdichting bij stations zal deze tendens versterken. De gevolgen hiervan zijn te weinig in beeld gebracht. Wellicht zijn er meer kantoorpanden om te bouwen naar woningen.

Er moet worden afgestapt van het axioma dat ongelimiteerde groei van bedrijven onvermijdelijk en onmisbaar is voor een gezonde toekomst van Amsterdam, aangezien die groei in veel opzichten in strijd is met de belangen van de bevolking en met het behoud van culturele waarden. Economische voordelen van groei zoals meer werkgelegenheid moeten op zijn minst worden afgewogen tegen de nadelen, zoals toenemende druk op de woningmarkt en het verder verslechteren van de (sfeer in de) binnenstad door toerisme. Houd daarom rekening met minder groei en pas op met de term ‘metropool’. Sommigen noemen zelfs een vermindering van het aantal inwoners als na te streven doel. Amsterdam hoeft niet iedereen te faciliteren.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

30

Nadelen verdichting Het 'donut model' en circulaire economie zijn goede principes. Maar hoe verhoudt het principe van minder consumeren van ruimte en beton zich tot verdichting? Verdichting is de kurk waarop deze omgevingsvisie drijft, met 150.000 woningen extra binnen de huidige stadsgrenzen. Dat houdt het ommeland weliswaar open, maar nadelen van verdichting worden te weinig voor het voetlicht gebracht: meer drukte, meer geluidsoverlast, minder privacy, minder parkeren, meer vervuiling. Ook zijn er risico’s op meer anonimiteit, eenzaamheid en asociaal gedrag, inclusief psychische klachten. De effecten op duurzaamheid, opgroeiende kinderen en de kwaliteit van buitenruimte zijn twijfelachtig, een hyperdichte stad wordt steeds minder geschikt voor gezinnen. Houdt de meerderheid wel van ‘bruisende buurten’? Meer voorzieningen zijn leuk, maar pas op dat het niet te druk wordt. Inbreidingen moeten niet plaatsvinden in gebieden waar de verstedelijking al boven een bepaalde drempel ligt. Te hoge dichtheden zijn ook niet pandemiebestendig gebleken. Eenmaal verdicht kun je nauwelijks meer terug. Noch programmatisch, noch ruimtelijk worden er beperkende voorwaarden gesteld aan groei. Onderzoek daarom beter waarom verdichting goed is en stel ook de vraag of Amsterdammers misschien vinden dat er al genoeg is verdicht.

De omgevingsvisie heeft het over het draagvermogen van de planeet, maar het draagvermogen van de stad in de waagschaal leggen is blijkbaar geen probleem. Meer mensen betekenen meer regels, meer standaardisering en meer bureaucratie. Amsterdam is een stad van menselijke maat en dat moet zo blijven. In de beschrijvingen per stadsdeel is het onduidelijk waar de genoemde 150.000 woningen moeten of kunnen komen, en of dat wel te verenigen is met rigoureus vergroenen. Het verdichten van ‘complete buurten’ heeft effect op de leefbaarheid van die buurten. Uitbreiding Sommigen opperen groeien buiten grenzen. Waarom moeten weilanden in Amsterdam-Noord onbebouwd blijven? We hebben daar qua natuurbeleving niet veel aan. Als je woontorens bij stations wilt neerzetten, dan blijft landelijk noord weiland, maar haal je te veel nadelige effecten de stad in. Antwoord De druk op Amsterdam is groot: heel veel mensen en bedrijven willen zich er vestigen. Dat geeft begrijpelijkerwijs bij velen een bepaald onbehagen. De optie om veel minder te bouwen is daarom regelmatig besproken, maar dat leidde nooit tot geruststellende conclusies. Minder bouwen verhoogt de druk op de stad namelijk alleen maar, met allerlei ongewenste neveneffecten, zoals prijsopdrijving, extra druk op de groene regio en meer vervoersstromen over lange afstand.

Deze omgevingsvisie biedt daarom ruimte voor groei en stelt daar randvoorwaarden tegenover. We willen allemaal een leefbare stad; de discussie gaat slechts over welke groeivoorwaarden daarbij horen. Een groeiproces wordt bepaald door veel factoren. Daar moeten we ons als gemeente toe verhouden, in afstemming met andere overheden. De genoemde groeicijfers zijn richtgetallen, waar we rekening mee houden en waar we ruimte voor kunnen bieden, maar ze zijn geen ambitie. Waarom moet Amsterdam groeien en dan ook nog eens met zoveel inwoners en arbeidsplaatsen? De groei van Amsterdam en de MRA is geen doel op zich. We maken plek voor spontane en verwachte groei en organiseren die op zo’n manier dat de stad er beter van wordt. We kunnen de opgaven waar we als land, regio en stad voor staan niet aan zonder ook te groeien en te bloeien. Er zijn daarnaast nog vier redenen om de verwachte groei ook daadwerkelijk in de stad te accommoderen: 1.

Vergrijzing is van dien aard dat we zonder immigratie de kosten van alle transities niet kunnen dragen en over twintig tot dertig jaar geconfronteerd worden met het wegvallen

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

31

2.

3.

4.

van draagvlak voor sociale voorzieningen. Amsterdam heeft voor Nederland de functie van magneet voor talentvolle mensen en bedrijven. Als hoofdstad van ons land en enig internationaal knooppunt dat in de wereldtop meedoet, nemen we onze verantwoordelijkheid. Op termijn (na 2050) gaat de wereldbevolking krimpen. Dat biedt voor de natuur en het klimaat hoop. Een Europa van enerzijds compacte, inclusieve, vitale stedelijke regio’s met een hoge kwaliteit van leven en anderzijds grote, natuurlijke gebieden, is een duurzamer perspectief dan een land en continent als één groot verstedelijkt veld. Met die compacte groei moeten we nu al een begin maken. De vraag naar wonen en werken is in de MRA groot. Wij hebben als Amsterdam de mogelijkheid een flink deel van de groei op verantwoorde wijze een plek te geven binnen de grenzen van de bestaande stad. Daarmee voorkomen we dat in kwetsbare landschappen wordt gebouwd. In de regio, maar ook ver daarbuiten. Bovendien voorkomen we dat mensen dagelijks grote afstanden moeten afleggen voor werk, school of ontspanning. Bouwen buiten de stad gebeurt meestal in lage dichtheden, waardoor openbaar vervoer geen haalbaar alternatief is. Met een verdichting van de stad voorkomen we dus ook verdere groei van het autoverkeer naar de stad. Amsterdam biedt aan mensen de gelegenheid om zich te ontwikkelen. Die kans willen we zoveel mogelijk mensen geven.

Dat is ook een verantwoordelijkheid die we als stad willen nemen. Nieuwe inwoners de kans ontzeggen te profiteren van alles wat onze stad te bieden heeft, vinden we niet te verantwoorden. Daarom ook blijft de nadruk bij woningbouw liggen op betaalbaar. Die nieuwe mensen zorgen bovendien voor culturele en economische vernieuwing. Een stad mag geen stilstaand water zijn. Zonder substantiële toevoeging van nieuwbouw in de stad en in de regio loopt de druk op de woningmarkt nog verder op, met alle gevolgen van dien: verdringing van lagere en middeninkomens, segregatie, lange wachttijden, dakloosheid, kansenongelijkheid.

In de periode tot 2050 willen we in de stad daarom ruimte bieden voor minimaal 150.000 woningen voor 250.000 Amsterdammers. Oftewel een groeitempo van gemiddeld ongeveer 5.000 woningen per jaar. Dat is inclusief bijbehorende voorzieningen en infrastructuur. Amsterdam heeft er ruim 750 jaar over gedaan om de huidige ca. 450.000 woningen en alles wat daarbij hoort te bouwen. Een groei van 30% in slechts dertig jaar tijd is dan ook fors. We willen een complete stad bouwen met leefbare en aantrekkelijke buurten. Een groeitempo van gemiddeld 5.000 woningen per jaar stelt ons in staat de infrastructuur, groen en openbare ruimte mee te laten groeien. Het is als ambitie ook organisatorisch en, rekening houdend met crises, langjarig haalbaar. Wat betreft de groeiverwachting van het aantal arbeidsplaatsen: we houden rekening met een groei van zeker 200.000 arbeidsplaatsen tot 2050. Dat is ongeveer de helft van de verwachte werkgelegenheidsgroei in de Metropoolregio Amsterdam tot 2050. De afgelopen tien jaar heeft de werkgelegenheidsgroei van de MRA zich sterk geconcentreerd in Amsterdam en in mindere mate Haarlemmermeer. Met deze omgevingsvisie wil Amsterdam de onevenwichtige economische ontwikkeling binnen de regio doorbreken, met een stevige inzet op banengroei in de regiokernen. Niet overnemen. __________________________________________________________________________________

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

32

S4. Duurzaam en gezond bewegen ingediend door 0004, 0036, 0051, 0059, 0060, 0064, 0065, 0081, 0102, 0246, 0262, 0275, 0302, 0343, 0358, 0419, 0540, 0603, 0605, 0646, 0668 Beweging in brede zin Werk de strategische keuze Duurzaam en Gezond bewegen uit over de volle breedte van het bewegen, dus inclusief spelen, wandelen, sporten enzovoorts. Voeg een gezondheidseffectrapportage toe en houd daarbij ook rekening met de gevolgen van toegenomen sociaaleconomische ongelijkheid. Formuleer stevige ambities ten aanzien van sport en bewegen. Bouw sportzalen in woongebouwen zodat ook met slecht weer dicht bij huis gesport en bewogen kan worden. Dit vraagt minder openbare ruimte, zorgt voor minder verplaatsingen en bevordert sociale cohesie. Wil je wandelen serieus tot preferent vervoer maken, dan volstaat het niet om te zeggen dat je daar de stoep voor hebt. Stoepen zijn een randverschijnsel om de auto en de fiets vrij baan te geven. Wil je wandelen echt stimuleren, dan moet je het aantrekkelijker maken, met echt wandelbeleid. Benoem meer ruimte waar de wandelaar het primaat heeft, dat is ook fijn voor kwetsbare groepen. De volkstuinparken bijvoorbeeld bieden met smalle paden zonder traditionele verharding een fijnmazig net van paden, omzoomd door een interessant groen decor. Je wordt er uitgenodigd om juist niet de kortste weg te kiezen en daardoor meer gezond en duurzaam te bewegen.

De ambitie “investeren in … ruimte voor sporten en bewegen” doet direct denken aan de sportnorm. Wordt deze bindend? Hoe vertaalt deze ambitie zich in een verplichting, of een ander controlemechanisme? Gaat de gemeente er ook voor zorgen dat er makkelijk toegankelijke sportfaciliteiten zijn? Zorg bij duurzaam en gezond bewegen voor inclusiviteit. Dus ook voor doven, blinden, rolstoelen, slecht ter been, niet kunnen fietsen enzovoorts. Openbaar vervoer Er moeten meer en sneller hoogwaardige openbaar vervoerverbindingen bij, als we deze strategische keuze serieus nemen en haalbaar willen maken. Bijvoorbeeld een metrolijn naar Purmerend. Minder auto’s is goed, doe ze vooral onder grond, maar helemaal de stad uit is niet nodig. Auto’s kunnen meer de stad uit als openbaar vervoersverbindingen beter zijn. Fijnmazig openbaar vervoer moet in en naar alle buurten zo aantrekkelijk en betaalbaar mogelijk worden gemaakt, ook naar plekken als Landelijk Noord, het Havengebied en de Eendracht. Iedereen moet binnen 5-10 minuten een tram, bus of metro kunnen bereiken. Nu zijn er vaak nog te grote loopafstanden op stations en zijn er door bezuinigingen heel wat ov-lijnen ‘rechtgetrokken’ en ov-haltes opgeheven. Zorg daarin voor een koerswijziging en zorg ook voor betere overstappen en betere tangentiële lijnen door buitenwijken.

Voor trajecten die niet veel reizigers hebben kunnen kleine busjes worden ingezet. De omgevingsvisie is te veel gebaseerd op enkele grote metroprojecten die pas worden gerealiseerd lang nadat verschillende grote woningbouwlocaties al grotendeels zijn volgebouwd. Realisatie van metroprojecten is dermate langdurig en onzeker, dat deze niet de basis kunnen zijn voor een verstedelijking die veel eerder moet plaatsvinden. Er moet meer aandacht zijn voor uitbouw van het bestaande ov-stelsel, ook moet de bouw van grote ontwikkellocaties afhankelijk worden gesteld van de tijdige aanwezigheid van goed openbaar vervoer, die meer stadsdelen

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

33

onderling verbindt dan nu wordt beoogd. Een uitvoeringsstrategie is vereist in samenwerking met de gemeenten in de regio, twee provincies en de Vervoerregio Amsterdam, gebaseerd op een daadwerkelijke schaalsprong van het openbaar vervoer om een substantieel groter aantal mensen met het openbaar vervoer (en aanvullend fiets) te vervoeren. Pas dan gaat deze strategische keuze hout snijden. Antwoord Deze strategische keuze gaat inderdaad om een beweegvriendelijke leefomgeving in brede zin. De tekst wordt daarop aangepast, met meer aandacht voor sport en spel en nabijheid als ordenend principe dat alledaags bewegen bevordert. In de omgevingsvisie wordt nieuw voetgangersbeleid aangekondigd. Gezien de strategische keuze voor duurzaam en gezond bewegen gaan we dat met enige ambitie oppakken. We onderschrijven daarbij het punt dat dat beleid uit meer dan stoepen moet bestaan en dat inclusiviteit daarbij belangrijk is. Dank voor de suggesties, daar gaan we de komende jaren mee aan de slag. De controlemechanismen op de gemeentelijke sportnormen zijn inmiddels groot. De sportnorm is weliswaar geen wet, maar we hebben er alle vertrouwen in dat de sportnorm de komende jaren in ruimtelijke plannen wordt nageleefd. Deze strategische keuze draagt daartoe bij.

De sportnorm op zichzelf kan de komende jaren wel op onderdelen worden aangepast, al naar gelang wensen en nieuwe realiteiten vanuit plannen en samenleving. De omgevingsvisie agendeert en maakt ruimte voor een groot aantal uitbreidingen van het openbaar vervoersysteem. Nieuwe metroverbindingen verbeteren de bereikbaarheid van stad en regio, en ontlasten drukke spoorverbindingen, waar vervolgens meer ruimte is voor intercity’s en internationale treinen. Binnen de agglomeratie zorgt uitbreiding van het bus- en tramnet voor ontsluiting van nieuwe ontwikkelgebieden, deze tekenen we beter herkenbaar in op de netwerkkaarten voor openbaar vervoer. Beter regionaal openbaar vervoer kan inderdaad ten koste gaan van het fijnmazige openbaar vervoer. Daarom is de inzet op meerkernige ontwikkeling en groeien binnen grenzen zo belangrijk. Hiermee creëren we meer draagvlak voor bestaande lijnen in de bestaande stad. De omgevingsvisie agendeert en reserveert ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en infrastructuur. Een visie is geen uitvoeringsstrategie. Wel agenderen we een goede doorwerking middels een uitvoeringsagenda. Meenemen in de uitvoering. Wijzigingsvoorstel: bij de strategische keuze Duurzaam en gezond bewegen wordt ingezet op een leefomgeving die uitnodigt tot spelen en bewegen. Het belang daarvan voor kinderen, ouderen en mensen met een beperking is daarbij benoemd.

__________________________________________________________________________________

S5. Rigoureus vergroenen ingediend door 0004,0008, 0013, 0021, 0032, 0035, 0036, 0039, 0040, 0042, 0043, 0044, 0045, 0047, 0048, 0061, 0063, 0064, 0081, 0152, 0153, 0154, 0170, 0217, 0241, 0242, 0244, 0246, 0247, 0249, 0302, 0323, 0324, 0327, 0345, 0358, 0365, 0388, 0426, 0434, 0449, 0524, 0482, 0483, 0527, 0532, 0544, 0549, 0575, 0590, 0594, 0597, 0605, 0611, 0616, 0618, 0626, 0632, 0643, 0647, 0648, 0657, 0660 Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

34

Deze strategische keuze heeft duidelijk de meeste reacties teweeggebracht. Opvallend is dat daar weinig tegenstanders bij zaten. De meeste zienswijzen zijn het juist hartstochtelijk eens met rigoureuze vergroening, maar stellen dat de ambitie niet geloofwaardig is, niet innovatief genoeg of niet specifiek genoeg. De algemene zienswijzen over groen worden hier themagewijs voor het voetlicht gebracht. Verderop in deze Nota, onder ‘Leefbare stad’, komen alle specifieke zienswijzen over groen aan bod, onder meer in bepaalde wijken. Ook volkstuinen en groen in de scheggen zijn daar te vinden. Ambitie, innovatie Van rigoureus vergroenen is nog te weinig te zien, geef dit nog meer prioriteit en biedt meer garanties. Verstening staat nog steeds te veel voorop, per saldo is er groen in de stad verdwenen. De pandemie heeft laten zien hoe essentieel groene buitenruimte is voor mensen die op een kleine etage wonen. Denk niet in hier en daar een boom of park in steriele nieuwbouwwijken, maar in bijvoorbeeld tiny forests, voedselbossen, fruitbomen planten, verticaal groen, bloemenbakken in buurten, meer groen langs het spoor. Maak abri’s en daken groen, transformeer parkeerplaatsen in groen, doe aan natuurvriendelijker bermbeheer. Stimuleer dat tegels uit tuinen gaan, haal tegels uit overdreven brede trottoirs, bijvoorbeeld op IJburg en in Zuidoost.

Ga ambitieus voor inheemse soorten, maak aantrekkelijkheid voor bijen en vogels tot duidelijk uitgangspunt. Plaats nestkasten, zwaluw- en ijsvogelwanden, maak takkenrillen, laat dood hout liggen. Neem vergroening mee bij het ontwerp van elk nieuwbouwhuis, maak daar een puntensysteem van. Verbeter kades met behoud van monumentale oude bomen, heb oog voor groene cultuurhistorie. Verplant oudere bomen naar nieuwbouwwijken, doe aan voorlichtingscampagnes. In vele Europese steden zijn er geweldig mooie parken met hectares botanische tuinen, waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten en waar natuur en toezicht hierop hoogtij vieren. Dat kan ook in Amsterdam. Kortom: wees innovatiever en ambitieuzer dan de omgevingsvisie op dit punt uitstraalt. Echt groen, ruig groen, stil groen Zorg voor écht groen. Werk meer natuurinclusief, stop op meer plekken met maaien en schoffelen, snoei minder, laat de natuur z’n gang gaan. Verschillende ruige groengebieden in de scheggen en aan de rand van de stad dreigen nu aangeharkte verblijf- en recreatieparken te worden, precies het omgekeerde van wat rigoureus vergroenen zou moeten behelzen. Al dat kale gras wordt vaak niet eens goed gebruikt en het is niet mooi. Vervanging van gras door kunstgras is al helemaal geen rigoureus vergroenen; het enige dat daar groen aan is, is de kleur van het plastic. Reken mede daarom sportparken niet tot echt groen.

Sport en groen zijn twee verschillende dingen, werk concreter uit in hoeverre en waar dat kan samengaan of niet. Groen wordt gekoloniseerd voor menselijk gebruik, terwijl het voor de biodiversiteit van belang is dat we van groengebieden afblijven. Parken worden te vaak verruïneerd door hippe festivals en zwaar bouwverkeer bij opbouw van evenementen die in stadions en muziekhallen thuishoren. Ze verhogen ook de parkeerdruk. Maak daarom minder ruimte voor festivals in het groen. Geef planten, dieren en introverte mensen meer een stem, benoem meer gebieden waar de stilte mag en moet overheersen, ook in de scheggen. Voeg een ecologische kaart aan de omgevingsvisie toe, die duidelijk maakt welke groendelen van ecologisch hoge waarde (moeten) zijn. Voeg de typering ‘struinnatuur’ toe. De omgevingsvisie spreekt over stukjes groen, maar minder over hoe je groen en biodiversiteit kan versterken om het leven in Amsterdam gezonder te maken, en de luchtkwaliteit beter. De

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

35

omgevingsvisie spreekt te gemakkelijk over biodiversiteit en ecologie. De dagelijkse praktijk van kaalslag, bomenkap, verwijdering van struiken en nestgelegenheid is helaas minder florissant. Biodiversiteit gaat niet om siergroen, maar om de langdurige relatie tussen soorten en binnen de soorten. Intensiveer niet overal het gebruik van groen, en respecteer de grafrust op begraafplaatsen. Verdichting van de stad met zoveel meer inwoners tegelijk met rigoureuze vergroening is ongeloofwaardig. Er zal steeds meer concurrentie tussen functies in het groen ontstaan, scherpe keuzes worden doorgeschoven naar de toekomst en dat is onwenselijk. Onderzoek dat beter in de omgevingsvisie, mede aan de hand van ontwerp-exercities. Want bij een onduidelijke koers zullen bestaande, voor de natuur waardevolle groengebieden onvermijdelijk worden teruggebracht tot gebieden voor ontmoeting en recreatie. Verdichting zal ten koste gaan van wijkgroen. Ook zal het vaker worden doorkruist door bijvoorbeeld (verlichte?) snelfietsverbindingen. Kies vanwege de veelheid aan groenfuncties daarom voor aparte gebieden voor recreatie, sport en ontmoeten, en beperkt-toegankelijke gebieden voor natuurbeleving, natuurontwikkeling en klimaatbestendigheid. Alle ecologische verbindingen dienen zodanig te zijn dat uitwisseling van soorten veilig en ongehinderd kan plaats vinden.

Ecologische verbindingen kunnen daarom als regel niet vrij toegankelijk zijn. Er staat in de visie weinig over het ruimtebeslag dat hondenbezitters doen op het groen. Is het ook een optie om te streven naar betere handhaving of hondenvrij groen? Vergroenen in de binnenstad Houd bij de vergroening van de binnenstad rekening met bestaande cultuurhistorische waarden. De binnenstad heeft al veel structuurgroen, zoals (monumentale) bomen langs de grachten en grachtentuinen (beschermde keurtuinen), als belangrijk onderdeel van de stedenbouwkundige structuur. Rigoureuze vergroening is hier nauwelijks mogelijk. Groenperkjes op de grachten bijvoorbeeld zijn in strijd met de beschermde status van het stadsgezicht en de daar (mede) op gebaseerde Puccini-inrichtingseisen. Bescherm vooral beter wat er al is en zoek ruimte voor wat extra bomen. Maak een masterplan voor vergroening van de binnenstad, een soort Puccini Groen. Dit kan voorkomen dat het onsamenhangend groen wordt, of dat op te heffen parkeerplaatsen meteen worden weggegeven aan terrassen. Voor kleiner groen langs de grachten biedt een aanpak in de geest van de cortenstalen bloembakken langs de Amsteloever tussen de Munttoren en de Blauwbrug een goede oplossing, terwijl een aanpak in de geest van de heringerichte Elandsgracht een goed uitgangspunt lijkt voor soortgelijke andere binnenstadslocaties.

Het Wertheimpark is het enige park in het centrum. Doe in de stenige binnenstad daarom meer aan kleinschalige, fijnmazige vergroening, liefst ook op gebouwen en bedrijven. Benut elke vrijkomende plek voor meer openbaar buurtgroen, met meer bankjes. Beheer en handhaaf dat goed. Groen bij woningen, binnentuinen Noem ook mogelijkheden voor woongemeenschappen met groen in en rondom appartementen. Haven-Stad biedt hiervoor kansen, maar ook vele andere plekken. Kijk-binnentuinen kunnen tot gemeenschappelijke groene ruimtes voor en samen met omwonenden worden omgezet. Het beheer moet vaker worden onttrokken aan woningcorporaties. Hoe past de ambitie “openbare ruimte zo groen mogelijk inrichten” bij steeds meer binnentuinen in flats? In nieuwe buurten vervalt de publieke ruimte grotendeels en zijn tuinen verstopt. Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat groen ook toegankelijk groen is?

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

36

Groen aan en op gebouwen vraagt veel zorg. Hoe wordt de belofte nagekomen dat ‘het moet aansluiten bij de wensen van Amsterdammers’? Hoe gaat de gemeente dat faciliteren? Groen toevoegen middels groen op gevels en daken is goed voor het klimaat, maar voegt niets toe aan ruimte voor recreatie en sport. Het groen op en aan gebouwen zal grotendeels van private partijen zijn en niet openbaar toegankelijk. Kapvergunningen voor privétuinen worden bovendien te gemakkelijk afgegeven. Stadslandbouw, volkstuinen In de visie staat niets over de relatie van groen met stadslandbouw. Benoem dit alsnog. Is het groene voornemen alleen gericht op biodiversiteit, of blijft er ruimte voor siergroen en nutsgroen van exotische planten? En wordt er dan een uitzondering gemaakt voor particuliere tuinen en groente- en fruitteelt? Eigen voedsel kweken kan ook inpandig, als onderdeel van de huidige economie naar een circulaire economie. De expertise die er al honderd jaar is op de volkstuinen, moet bij groene ambities worden genoemd. Daar weet men hoe de bodem zich gedraagt. Te veel groen In wijken als Zuidoost is al genoeg groen, dat hoeft echt niet verder te worden vergroend. Veel groen is juist onveilig, er moet vanwege de veiligheid meer aandacht zijn voor onderhoud en verlichting ervan, eventueel ook camera’s.

Pas op met groen toevoegen in krappe wijken binnen de ring, want de stoepjes zijn al heel smal, waardoor mensen op de weg moeten lopen. Beheer, instrumenten Een beter beschermde status voor groen wordt ook door de Europese Commissie als belangrijk genoemd. Een kapvergunning wordt te gemakkelijk verleend. Welke juridische richtlijnen kan de omgevingsvisie bieden om het groen betere rechtsbescherming te verlenen? Niet helder is wanneer in een afweging van belangen groen het loodje moet leggen. Hier moeten duidelijker handvatten voor komen. Werk dat uit tot op buurtniveau. Bij meer groen nemen onderhoudskosten misschien toe, maar door minder aan onderhoud te doen (ruig groen!) valt dat uiteindelijk wel weer mee. Er zijn al verschillende groenblauwe initiatieven. Kijk vooral ook naar bestaande initiatieven en gebruik deze als voorbeeld voor nieuw te ontwikkelen initiatieven. Waarom maakt de Groenvisie 2050 geen integraal deel uit van de Omgevingsvisie 2050? Het is zorgelijk dat aanleg en onderhoud van groen over veel verschillende gemeentelijke directies is verdeeld. Schoolpleinen liggen vaak in de openbare ruimte, maar als ze vergroend worden, worden ze vaak niet onderhouden door de gemeente. Bij groene schoolpleinen is er vaak geen budget, terwijl die belangrijk zijn voor de gezondheid van kinderen. Onderteken het Deltaplan Biodiversiteit.

Antwoord Ambitie, innovatie We gaan nieuwe manieren van vergroenen oppakken, agenderen en uitproberen. Daar zijn genoeg redenen voor: leefbaarheid in een verdichtende stad, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit. In de omgevingsvisie wordt vergroenen geagendeerd op verschillende schaalniveaus: landschap, parken, groene verbindingen, buurtgroen, straten en gebouwen. Op al die schaalniveaus doen we voorstellen, maar zeker voor het vergroenen van straten en gebouwen zullen we met nieuwe oplossingen komen. Daarbij gaan we ook samenwerken met Amsterdammers. Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

37

Echt groen, ruig groen, stil groen Waar we op basis van gesprekken en een groot aantal zienswijzen meer aandacht aan willen besteden, is de noodzaak om ruige en stille groengebieden te behouden in en rond de stad. We stellen voor om duidelijker aan te geven welke gebieden binnen de Hoofdgroenstructuur stadsnatuurkwaliteit krijgen en welke voor meer intensief gebruik geschikt zijn. Deze gebruiks- en beleefzonering in het Amsterdamse groen moet afleesbaar zijn aan de wijze van inrichting en beheer, het type beplanting en bijpassende voorzieningen. Een divers en kwalitatief groenaanbod is hierbij uitgangspunt, evenals openbare toegankelijkheid. Op een beperkt aantal plekken is meer mogelijk. Wat er qua evenementen wenselijk is, staat beschreven in de locatieprofielen van het evenementenbeleid. Vergroenen in de binnenstad In het deel over stadsdeel Centrum wordt opgenomen dat het zoeken naar mogelijkheden voor het vergroenen van gevels, passend binnen de werelderfgoedstatus met zijn historische waarden, van groot belang is. Dit geldt ook voor het dubbelgebruik van daken, met de kanttekening dat het gebruik van daken in de binnenstad als dakterras in veel gevallen geen geschikte optie is.

Groen bij woningen, binnentuinen We staan open voor mogelijkheden tot toegankelijker binnentuinen bij bijvoorbeeld woongemeenschappen, maar openbaar toegankelijke binnentuinen zijn niet altijd nastrevenswaardig. Ook afgesloten groene binnentuinen dragen bij aan een groene beleving van de stad, en bijvoorbeeld klimaatadaptatie. Bovendien dragen afgesloten binnentuinen bij aan het verschil tussen reuring en rust, dat we in de omgevingsvisie belangrijk vinden. ‘Luwe zijdes’ van woningen zijn vaak belangrijk voor rust en privacy van mensen, zeker in een drukke stad. Groen aan en op gebouwen zal altijd op initiatief of met toestemming van de gebouweigenaren gaan. En dit is normaliter inderdaad geen manier om aan de sportnorm te voldoen, tenzij het op een ook voor anderen toegankelijk dak is. Wat dat betreft staan we open voor nieuwe vormen van groen, sport en manieren om ze in te passen in de stad. Vele zienswijzen roepen daar ook toe op. Stadslandbouw, volkstuinen Stadslandbouw en volkstuinen worden in de beleidsagenda van de omgevingsvisie genoemd. Wat betreft volkstuinen breiden we dat nog uit. We waarderen de volkstuinen nadrukkelijk. Voor siergroen blijft natuurlijk ook plek; we streven juist naar een grote diversiteit aan groenvormen. Over wat er inpandig en in particuliere tuinen gebeurt, doet de omgevingsvisie om voor de hand liggende redenen minder uitspraken.

We zijn bekend met inpandige vormen van stadslandbouw. Dit is een groeiende bedrijfssector die we met belangstelling volgen. Te veel groen Onjuist gepland en beheerd groen kan inderdaad sociale onveiligheid teweegbrengen. Verlaten groengebieden waar niemand komt nodigen niet uit om er toch te komen. Te weinig bezoek kan zichzelf dus versterken. Gelukkig neemt het groenbezoek in Amsterdam al jaren toe. Tot nu toe is dat vooral binnen de ring, maar naarmate de wijken buiten de ring verdichten, mogen we verwachten dat het groen ook daar beter wordt bezocht, met meer sociale veiligheid tot gevolg. Wat betreft meer groen binnen de ring: dat zal zeker niet ten koste gaan van ruimte voor de voetganger. Het is vooral de auto die plaats moet maken. De voetganger krijgt waarschijnlijk zelfs meer ruimte, met meer paden door het groen. Gezond en duurzaam bewegen is niet voor niets een van onze strategische keuzes.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

38

Beheer, instrumenten Nieuw in de omgevingsvisie is dat we aan dichtheden van buurten maxima hebben gesteld, waardoor groennormen goed worden meegenomen in toekomstige plannen. Ook agenderen we de vervolmaking van een netwerk van groene verbindingen door de hele stad. Wijzigingsvoorstel: in de beleidsagenda noemen we onder ‘groen’ meer vernieuwende voorbeelden. We gaan op verschillende plekken van de omgevingsvisie in op rustige gebieden en de wijze waarop we parken inrichten voor intensief, maar stiller gebruik. __________________________________________________________________________________

S6. Samen stadmaken ingediend door 0004,0008, 0023, 0035, 0081, 0217, 0235, 0241, 0244, 0246, 0249, 0330, 0388, 0419, 0420, 0532, 0544, 0573, 0594, 0596, 0605, 0609, 0610, 0639, 0649, 0677 Steunbetuigingen, aanvullingen Stadmakers zijn er altijd geweest in de geschiedenis van Amsterdam, niet alleen Notabelen, Burgemeesters en Schepenen, maar ook het ‘gemeene’ volk’ heeft zich ingezet voor de stad. Kerken hebben hierin een grote rol gespeeld. Veel Amsterdammers zijn nu geen lid meer van politieke partijen, dus kun je je afvragen of er wel sprake is van een representatieve democratie. De participatieve democratie moet daarom belangrijker worden. De toekomstige stad moet met een echte bottom-up benadering wordt ingevuld. Dus niet een vooraf bepaalde top-down beslissing vervolgens door zogenaamd bottom-up participatie legitimeren, maar met een schone lei beginnen, dan ophalen wat burgers echt willen en daarna de ambitie vaststellen. Te vaak zien we nu voorbeelden van zogenaamde participatie om een ongewenste uitkomst erdoorheen te drukken. De Amsterdammer is slim en trapt hier niet meer in. Bij een toekomstige stad hoort ook een toekomstige visie op een sterk democratisch systeem waar de burger echt iets te zeggen heeft over zijn eigen leefomgeving. Het bestuur en de beleidsmakers dienen de burger en niet andersom.

Bouwen aan de toekomst gaat verder dan het delen van kennis en het ondersteunen van particulier initiatief in de bouw. De rol van de gemeente moet faciliterend zijn, en hiervoor is nodig dat ambtenaren zich hierop voorbereiden. De gemeente moet duidelijke richtlijnen formuleren die ruimte bieden voor innovatieve bewonersinitiatieven, met een duidelijke rolverdeling. Koop- en huurcontract moeten meer zijn dan een verblijfsvergunning. Stimuleer volop bewonersen beleidsparticipatie dat als proces belangrijk is voor het Amsterdam-gevoel. Als je samen een stad wilt bouwen, luister naar je burgers via bijvoorbeeld een draagvlakonderzoek onder hen die het betreft en niet wie aan de andere kant van de stad wonen. Respecteer en informeer je burgers om ze participerend, betrokken en trots te maken en houden. Betrek sleutelfiguren beter. Druk niet stug plannen door waar geen (juist) draagvlak(onderzoek) voor is, zoals bij windturbines. Zorg voor échte inspraak. Steun, maar weinig vertrouwen Het stadsbestuur zal niet in staat zijn om op stadsdeel-, wijk- en buurtniveau samen met bewoners voldoende responsief en met maatwerk te besturen. Daarvoor is het centralisme op het naar binnen gekeerde stadhuis te sterk. De gemeente blijkt niet in staat om zijn gulzige grondbedrijf in de touwen te houden. Het stadskapitalisme van dit bedrijf doorkruist publieke belangen.

De omgevingsvisie voegt daar nu zelfs wat aan toe, door niet alleen grond, maar ook gebouwen te gaan exploiteren. De gemeente krijgt zo belang bij prijsopdrijving, wat bewoners de stad uit jaagt. Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

39

De omgevingsvisie heeft te weinig oog voor de bevindingen van de commissie Brenninkmeijer (2015) en het onderzoek Necker en Van Naem. De bestuurscultuur in Amsterdam zit te diep om de hooggestemde ambities op bestuurlijk niveau te kunnen waarmaken. Bij een langetermijnvisie past ook een fundamentele herbezinning op de bestuurlijke structuur. Waak voor elitair gehalte. Het vertrouwen is laag omdat er vaak weinig met de geleverde input wordt gedaan. Er moet evenveel energie, tijd en moeite zitten in ‘het maken van plannen’ als in ‘het betrekken van burgers erbij’. Club 2050 is een methode die goed werkt om meer sleutelfiguren van buurten te betrekken. Mensen hebben de ontwikkeling van inspraak meegemaakt, deelraden zien verschijnen, fuseren en opgeheven worden. En wat nu? Geen wonder dat de gemiddelde burger niet meedoet. Hoe moeten we het statement “grotere rol Amsterdammers bij beheer en ontwikkeling” lezen in het licht van de recente onthullingen over het participatieproject warmtenet Van der Pekbuurt en het participatieproject van de nieuwe Meervaart? In deze twee projecten blijkt dat de gemeente van tevoren alle keuzes had gemaakt. En ook initiatieven van burgers zelf, zoals de petitie voor de Lutkemeerpolder, levert weinig op.

Hoe gaat de gemeente borgen dat er zuivere participatietrajecten worden gehouden? De mooie woorden en intenties over “samen stadmaken” moeten worden gegoten in een degelijke, duidelijke en transparante procedure/regeling, dat wordt nu gemist. Er moeten condities worden geschapen om te kunnen participeren, zoals aangekondigd in de Democratiseringsnota. Want als het bij woorden blijft, dan maakt het mensen alleen maar cynisch. Er zijn veel bewonersgroepen actief in Amsterdam. Toch kunnen zij vaak geen vuist maken tegen de in hun ogen onjuiste plannen. Hoe bevorder je dan actief burgerschap? In het colofon wordt een uitgebreide professionele consultatie aangehaald, hierbij ontbreekt de burger van Amsterdam. Hiermee wordt actief burgerschap niet beloond. In hoeverre voegt Samen Stadmaken iets toe aan een langetermijnvisie op de fysieke omgeving van Amsterdam? Kritische kanttekeningen Samen stadmaken kan leiden tot polderen, middelmatigheid en het afzwakken van ambities. Pas daarmee op. Durf ook te ontwikkelen vanuit een centrale visie, anders was bijvoorbeeld de Noord/Zuidlijn er ook nooit gekomen. ‘Samen stadmaken’ is zacht geformuleerd, terwijl de wereld hard is.

De vraag is in hoeverre kaders en instrumentarium gemaakt kunnen worden waar daadwerkelijk sprake is van een gelijk speelveld voor iedereen, zodat niet per definitie de best geëquipeerde partijen met vooral oog voor eigen belang er met de buit vandoor gaan. Bewonersparticipatie en het faciliteren van lokale initiatieven zijn een groot goed. Veel van onze leden zijn daarmee vertrouwd. Zij tekenen hierbij aan dat bewonersparticipatie erg goed gestructureerd moet worden, anders kan het leiden tot enorme vertragingen. Duidelijk verwachtingsmanagement is hierbij cruciaal om te zorgen dat de inbreng van bewoners tot realiseerbare ideeën leidt en dat processen betaalbaar blijven. Het is onwenselijk dat bewonersparticipatie in de plaats van democratische besluitvorming komt, omdat dat de processen ernstig compliceert en vertraagt. Vragen zijn er over de ambities om de rol van wooncoöperaties te vergroten. Zeker in transformatiegebieden, waar het voor ontwikkelaars al lastig is rond te rekenen, is de vraag hoe coöperatieven hier een plek krijgen en hoe zij daar betaalbaar hun eigen woningen kunnen ontwikkelen.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

40

Samen stadmaken resulteert vaak in dominantie van buurtbelangen boven stedelijke belangen, als gevolg van participatie met omwonenden. Het belang om directbetrokkenen te horen en hun inbreng mee te nemen in de planvorming staat buiten kijf. Maar het stedelijk belang of het belang van degenen die niet aan tafel zitten moet in gelijke mate meewegen. Het is een goed streven om de opgaven en kracht van de bewoners meer centraal te stellen, maar de gemeente moet wel het gemeenschappelijk belang bewaken. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat het ‘samen stad maken’ ook écht samen is en niet alleen voorbehouden aan mondige bewoners? Antwoord Deze uiteenlopende zienswijzen geven al aan hoe verschillend hierover wordt gedacht en dat er altijd twee kanten aan een medaille zitten. Het motto van Samen Stadmaken is daarom ‘richting geven en ruimte bieden’. Dat betekent dat we een middenkoers tussen van bovenaf en van onderop bepleiten. De gemeente blijft op hoofdlijnen regisseren en het algemene belang bewaken. Vanuit een centrale visie blijven we sturen op bijvoorbeeld lange termijnontwikkelingen in de infrastructuur. Tegelijkertijd willen we binnen die grote kaders meer ruimte bieden aan de kennis, ervaringen en ambities van bewoners en ondernemers in de Amsterdamse buurten.

Het nadrukkelijker organiseren van hun betrokkenheid en invloed leidt tot plannen die beter aansluiten op lokale behoeften en op de complexe opgaven waar we voor staan. Bovendien draagt dit bij aan een gevoel van ‘erbij horen’. Inspraak achteraf is daarvoor inderdaad onvoldoende. Zo vroeg mogelijk beginnen met betekenisvolle invloed vanuit de buurten is nodig om de juiste belangenafweging te maken. We zijn het niet eens met de stelling dat dat inherent meer tijd kost. Hoeveel tijd is er niet verloren gegaan met (juridische) procedures over plannen die met minder of late betrokkenheid van burgers zijn ontwikkeld? Naast het vaststellen van heldere kaders zijn transparante procedures nodig. Dit wordt onder andere uitgewerkt in het nieuwe Participatiebeleid. De Agenda Samen Stadmaken draagt hieraan bij. Daarnaast zal in de uitvoering van de Agenda Samen Stadmaken worden gekeken naar de (min of meer) recente publicaties over het functioneren van het bestuurlijk stelsel in Amsterdam. Uiteindelijk zien we bewonersparticipatie als fundamenteel onderdeel van goede, democratische besluitvorming. Samen Stadmaken vraagt om een meer gelijkwaardige verhouding tussen burgers en andere betrokkenen. We herkennen ons in de zienswijzen die aangeven dat er van gelijkwaardigheid in stadsontwikkeling te weinig sprake is.

Gelijkwaardigheid moet in enkele opzichten worden hersteld ten opzichte van de praktijk van de afgelopen jaren. De ‘hardste roepers’ en professionele partijen met directe lijnen richting de beslistafels hebben onevenredig veel invloed. Een nieuw evenwicht vraagt een cultuurverandering en die kost tijd. We gaan niet mee in sommige cynische zienswijzen en constateren liever gezamenlijk dat we er goed aan doen om deze Agenda prominent te presenteren in een langetermijnvisie die ertoe doet. In de uitvoering van de Agenda Samen Stadmaken zullen we met de stad gezamenlijk stappen zetten in die cultuurverandering. We zijn met het maakproces van de omgevingsvisie al begonnen door allerlei allianties op te richten. Denk bijvoorbeeld aan de Women Make The City-vrouwenadviesraad en de CLUB2050. In de paragraaf ‘Maakproces OVA2050, verantwoording en lessen’ staat hoe de burgerbetrokkenheid is georganiseerd. De Agenda Samen Stadmaken bouwt voort op een lange, Amsterdamse traditie van verschillende vormen van burgerbetrokkenheid. De actieve stadmakerswereld is hier een mooi voorbeeld van. Nu willen we een heldere visie uitspreken op burgerbetrokkenheid, met bij de moderne tijd passende instrumenten.

Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

41

We willen meer ruimte bieden aan bijvoorbeeld sleutelfiguren om meer organiserend vermogen in de buurten los te maken. In de Sierpleinbuurt gebeurt dat al in het kader van de omgevingsvisie. Dat willen we uitbreiden naar meer buurten. Onder de Bestuursopdracht Tegengaan Kansenongelijkheid wordt de verkenning ‘Ongelijk Investeren’ gedaan. Hierbij wordt onderzocht op welke manier we middelen kunnen inzetten op de plekken waar ze het hardst nodig zijn, zodat het speelveld gelijker wordt. Instrumenten, suggesties Voorstanders van Samen Stadmaken hebben hun zienswijze kracht bijgezet met talrijke ideeën voor instrumenten en andere suggesties. We lopen hier de belangrijkste langs. Als Amsterdammers invloed willen hebben op buurt- en stadsbeleid, dan kennen ze de weg vaak niet. Ze weten niet wat de gemeente wel en niet doet. Daarom zijn burgerfora een goed idee. Zouden de bruggen over het IJ niet een goed eerste onderwerp voor zo’n burgerforum zijn? Vul de actiepunten van de Agenda Samen stadmaken aan met onderwerpen als het maken van omgevingsplannen, Programma Hoofdgroenstructuur 2030, evenementenbeleid enzovoorts. In het hoofdstuk Samen Stadmaken worden veel zaken genoemd, maar veel moet nog worden uitgewerkt in beleid. Dit beleid zou samen met burgers – geloot en aangewezen – tot stand kunnen komen in buurt- en wijkraden, maar ook in een DAG van AMSTERDAM.

Graag draag ik mijn steentje bij in het organiseren van zo’n dag. Ontwikkel een aantal voorkeursinstrumenten voor participatie bij gebiedsontwikkeling en voeg deze toe aan de omgevingsvisie. Deze kunnen worden gebruikt voor aanbestedingen en andere ‘uitvragen’ voor gebiedsontwikkeling. Richt bewonersraden op die autonoom zijn en beslissingsbevoegdheden krijgen over zaken als de verdeling van buurtbudgetten en instemmingsrecht bij projectontwikkeling. Elke buurt in Amsterdam heeft recht op een buurtplatform om van onderop betrokken te worden bij de ontwikkelingen in de wijk. Neem het buurtplatformrecht op in de definitieve omgevingsvisie, zodat buurtrechten uit het Maatschappelijk Akkoord worden geborgd. Een Platform Stadmakers kan buurten activeren en ondersteunen. Ook moet er een buurtplanrecht komen en de mogelijkheid om gemeentelijke taken als buurt zelf te doen. De gemeente moet middelen voor deskundigheidsbevordering en buurtbudgetten ter beschikking stellen. Geef een goede plek aan buurtcollectieven en maatschappelijk initiatiefnemers. Probeer op een lager schaalniveau met bewoners, lokale partners en corporaties een meer concrete visie te ontwikkelen, met name voor de naoorlogse wijken.

Dan kunnen de identiteit van de plek, bijbehorende woningbouwprogrammering, betaalbaarheidsaspecten, dichtheid van voorzieningen, groen, duurzaamheid, bedrijvigheid én erfgoedwaarde een betere plek krijgen in een werkelijk integrale visie. Ook een strategische keuze als ‘rigoureuze vergroening’ kan het beste worden bereikt door te investeren in beheer en actieve samenwerking met bewoners(groepen). Dat is de effectiefste werkwijze voor een duurzame vergroening. Bedenk hierbij ook dat een derde van alle stadsoppervlak privétuin is. Antwoord Om de participatieve democratie te versterken, stellen we het invoeren van een burgerberaad voor. Verschillende te bespreken onderwerpen zijn daarbij mogelijk. Precieze onderwerpen worden verder verkend in de uitwerking van de omgevingsvisie. Sowieso lenen veel concrete suggesties, hoe goed ook, zich niet voor het meteen ‘regelen’ in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vertelt het verhaal, Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen

42

de kaders en de prioriteiten voor de komende decennia, praktische zaken pakken we op in andere documenten, met andere mensen, op andere tijdstippen. Maar wel altijd in de geest van deze omgevingsvisie. Na de zomer van 2021 en na het moment van bespreking van de omgevingsvisie in de gemeenteraad zal een ‘Omgevingsvisie Buurtenconferentie’ worden georganiseerd. Want we willen de voornemens uit de Agenda Samen Stadmaken uitwerken in samenwerking met Amsterdammers en professionele partijen. Het aanstaande Participatiebeleid zal voorkeursinstrumenten aangeven, maar participatie blijft altijd maatwerk. De mate waarin bewonersraden haalbaar zijn, wordt onderzocht in de doorwerking van de omgevingsvisie. We nemen het buurtplatformrecht op in de serie te onderzoeken buurtrechten. De ambitie is om buurtcollectieven en maatschappelijk initiatiefnemers meer ruimte te geven om bij te dragen aan de ontwikkeling van de stad. Dat doen we vooralsnog niet in de vorm van formele buurtrechten; we doen hiervoor andere voorstellen. We verwijzen verder graag naar de nieuwe Subsidie Integraal Maatschappelijk Initiatief: een subsidie voor buurtinitiatieven die bijdragen aan maatschappelijke thema’s zoals armoedebestrijding, duurzaamheid, groen in de stad en werkgelegenheid. De suggestie van een concrete visie ontwikkelen op een lager schaalniveau met genoemde partijen omarmen wij.

We zijn het Sierpleinbuurt-experiment begonnen om te verkennen hoe dit werkt. Het blijkt een mobiliserend effect te hebben in de buurt. Algemene belangen worden gedragen en geaccentueerd met lokale behoeftes. Het is voor gemeente en particuliere initiatiefnemers nu gemakkelijker om de kennis en ervaringen uit deze buurt te verwerken in planvorming. Ook de suggestie om vergroening via participatie te bewerkstelligen ondersteunen wij. In de groenvisie van 2020, waarop de omgevingsvisie voortborduurt, is ‘samen doen’ niet voor niets een van de pijlers. We investeren in beheer en actieve samenwerking met en tussen bewoners(groepen). De ambities rond wooncoöperaties en stadslandbouw sluiten hierop aan. Meenemen in de uitvoering. _________________________________________________________________________________

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10412239/1