Raadsbesluit 2022-137A 5. Eindrapportage 2021 Jaarverslag en -reke
Tekst van het document
In het plan van aanpak Strategische Personeelsplanning (SPP) zijn thema’s vastgelegd met een focus op ontwikkeling van onze medewerkers. Belangrijk accent betreft de omvangrijke vervangingsvraag door vergrijzing. Met de uitstroom van medewerkers verdwijnt ook veel kennis en ervaring. Hiernaast werken medewerkers steeds langer door, en moet er aandacht zijn voor het duurzaam inzetbaar houden en tijdige overdracht van kennis van deze medewerkers. Veel aandacht gaat uit naar talent management, stimulering van persoonlijke ontwikkeling en instroom van jong talent. In 2021 zijn we tevens gestart met een aantal teams om een personeelsscan uit te voeren: wat hebben we nu, wat hebben we in de toekomst nodig en wat ontbreekt er dan aan de hand van de in- en externe ontwikkelingen? In 2022 zullen andere teams volgen. Op organisatieniveau zal bekeken worden welke instrumenten en processen nog voor de sturing op in-, door- en uitstroom ontbreken of aangepast kunnen worden.
25
Instroom van jong talent en de ontwikkeling hiervan Op basis van uitstroom wegens pensionering en kennisborging binnen de organisatie, vindt er jaarlijks een inventarisatie plaats van de benodigde aanwas in de diverse deskundigheidsgebieden. Om invulling te geven aan tijdige vervanging is het Technisch Traineeship ontwikkeld. Zelfs in het hoofzakelijk digitale jaar 2021 heeft het Technisch Traineeship van de OD NZKG weer een succesvol jaar achter de rug. Maar liefst 8 trainees zijn in 2021 opgeleid in verschillende vakgebieden en hebben hierna een contract voor onbepaalde tijd gekregen. Naast de inhoudelijke trainingen gerelateerd aan het vakgebied waarin zij ieder individueel worden opgeleid, hebben zij ook basis trainingen in de andere disciplines van de OD NZKG gekregen. Hiermee wordt een inhoudelijke mogelijkheid geboden om binnen het eigen vakgebied integraal te (leren) denken. Dit ook met het oog op de komende Omgevingswet. Eind 2021 hebben wij onze deelname aan de MRA (Metropool Regio Amsterdam) traineepool afgesloten. De beperkte grootte en het uitvoerende karakter van onze organisatie maakten het een uitdaging om voldoende, voor de trainees, geschikte opdrachten te genereren. Uit de MRA pool van 2019-2021 zijn er twee trainees bij ons in vaste dienst gekomen.
Opleiden en ontwikkelen De OD NZKG is een aantrekkelijke werkgever en weet medewerkers te “binden en te boeien”. We scheppen voorwaarden voor medewerkers om prettig en goed te kunnen werken. Daarbij hoort ook de mogelijkheid om te ontwikkelen en te leren. Dit is van cruciaal belang voor de OD NZKG zodat wij kunnen blijven werken aan onze kennisontwikkeling en kennisbehoud om daarmee onze opdrachtgevers kwalitatief te kunnen bedienen. In deze lerende organisatie hebben management en medewerkers een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor ontwikkeling. De medewerker wil als professional verantwoordelijk zijn voor de eigen loopbaan en ontwikkeling, en de werkgever/leidinggevende heeft de verantwoordelijkheid om daarbij te coachen, stimuleren en te faciliteren. Vanuit de CAO wordt hiervoor een Persoonlijk Ontwikkelbudget (POB) ter beschikking gesteld, waarmee medewerkers eigen keuzes kunnen maken binnen hun huidige en toekomstige ontwikkeling en loopbaan. Het POB wordt over het algemeen gebruikt voor vakinhoudelijke trainingen, gerelateerd aan het werk bij de OD NZKG. Verder is er een algemeen opleidingsbudget, waaruit wettelijk verplichte en vakinhoudelijke, maar ook vanuit de organisatie ontwikkeling gewenste trainingen worden aangeboden. Het Nieuwe Werken In 2021 is in verband met Corona voornamelijk vanuit huis gewerkt.
We hebben de voordelen daarvan gezien, die we met het nieuwe werken willen behouden. Het kantoor krijgt de functie van ontmoetingsplek. Daar werken we samen en ontmoeten we elkaar. De nieuwe manier van werken is niet in beton gegoten. We werken met kaders waarbinnen medewerkers in overleg met hun leidinggevende hun werkweek vormgeven. Bij deze nieuwe manier van werken hoort ook een andere stijl van leidinggeven, als verbinder en coach. En meer persoonlijk leiderschap, autonomie en bewust samenwerken van de medewerkers zelf. In 2021 heeft een projectgroep van ruim 40 medewerkers aan de hand van vier thema’s voorstellen uitgewerkt: Mens, Facilitair & ICT, Regelingen en Partners. In 2022 werken we dit verder uit en starten we met de implementatie van deze voorstellen.
26
Span of Control In 2021 hebben we als organisatie onderzocht hoe we de grootte van de teams terug kunnen brengen naar de oorspronkelijke span of control van 20 fte, oftewel 15 tot 25 medewerkers (inclusief inhuur) per team. Dit was een intensief proces. Het doel van dit proces was een gezonde werkdruk. Het terugbrengen van de omvang van de teams naar 15 tot 25 medewerkers is daarin een eerste en noodzakelijke stap geweest: zo geven we de teammanagers weer de tijd en ruimte om hun taken goed uit te voeren, in de rol van manager, coach en leider. Dit is conform de leiderschapsvisie van de OD NZKG. De leidinggevende kan zich én met voldoende aandacht en tijd op het team richten, én - in goede balans daarmee - zijn of haar bijdrage leveren aan ODbrede klussen en ambities. De uitkomst van dit proces was dat vier teams worden gesplitst. Eind 2021 is na een positief advies van de Ondernemingsraad een definitief besluit genomen en aansluitend is gestart met de werving van de nieuwe teammanagers. Innovatie De OD NZKG zet zich blijvend in om met nieuwe manieren van werken en toepassing van technologische noviteiten de uitvoering van haar taken slimmer en efficiënter te doen.
In 2021 is met behulp van procesautomatisering door de inzet van virtuele assistenten (RPA) en slimme koppelingen tussen bronnen en systemen een volgende stap gezet richting een effectievere en efficiëntere dienst, waarbij expertise en uitvoering van de VTH-taken centraal staan. Concrete voorbeelden hiervan zijn het ontwikkelen van de meldingsapp voor Tata Steel overlastmeldingen en de Digitale Inspecteur Afval die geautomatiseerd gemelde afvalstromen gaat vergelijken met de vergunde situatie. Dit maakt het mogelijk verder te investeren in onze organisatie en de kwaliteit van de uitvoering van onze taken. Informatieveiligheid De digitalisering van de samenleving brengt een forse toename van criminaliteit met een digitale component met zich mee. Om de toename aan cybercriminaliteit het hoofd te bieden en de continuïteit van de digitale processen te waarborgen, zet de OD NZG zich in om te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De BIO is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen in Nederland. In 2021 heeft de OD NZKG o.a. het screeningsproces voor zijn internen extern personeel aangescherpt en is er gestart met een security awareness trainingsplatform. Elke maand zijn de medewerkers van de OD NZKG verplicht om een e-learning te maken.
Naast het menselijke aspect van informatiebeveiliging heeft de OD NZKG geïnvesteerd in het aanscherpen van de beveiliging van zijn informatiesystemen. Tevens is er een CISO aangesteld om de informatiebeveiliging van de OD NZKG te bewaken. Informatiebeveiliging is een continu proces en zal daardoor op de jaarlijkse agenda van de Directie Bedrijfsvoering blijven staan.
27
Financiële verantwoording Het programma Bedrijfsvoering komt uit op een positief resultaat van 1.271K. Dit komt door lagere lasten (1.121K) door de posten onvoorzien, kwaliteitsimpuls en innovatie die niet zijn benut door terughoudend beleid, onvoldoende capaciteit en corona. Verder is in 2021 een groot aantal verlofuren gekocht door de medewerkers waardoor de opbrengst aangekocht verlof hoger uitkomt. Hiertegenover staan hogere kosten vanwege een reservering van de verwachte werkloosheidswetkosten. De baten zijn 108K hoger voornamelijk veroorzaakt door een teruggave van Metropoolregio Amsterdam als gevolg van teveel in rekening gebrachte kosten voor trainees die aan ons zijn terugbetaald. De mutatie op reserves is 42K lager. Dit komt door een lager toevoeging aan de reserve POB van 58K en een lagere onttrekking omgevingswet van 67K. Abusievelijk is bij de 6-maands de bestemming van het rekeningresultaat 2020 voor een bedrag van 50K als begrote toevoeging aan de reserve in 2021 meegenomen waardoor de begrote mutatie 110K is i.p.v. 60K. In de realisatiecijfers van 2021 is dit rechtstreeks op de balans gemuteerd.
Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.
Gewijzigde begroting
Realisatie
(bedragen x € 1.000) Verschil BegrotingRealisatie
Lasten
16.057
14.936
-1.121
Baten
-18
-126
-108
Mutatie reserves
110
67
-42
16.148
14.877
-1.271
Programma Bedrijfsvoering
Saldo
(-/- = voordeel, + = nadeel)
28
29
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is een door het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) voorgeschreven paragraaf. De beleidskaders vanuit de OD NZKG zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: • Ontwikkelingen in 2021 • Weerstandsvermogen, bestaande uit: - Inventarisatie risico’s - Inventarisatie weerstandscapaciteit - Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen • Financiële kengetallen
Ontwikkelingen 2021 In 2021 heeft de OD NZKG met haar personeel voor het 2e jaar grotendeels thuis gewerkt vanwege de pandemie. De omgevingswet (en de wet kwaliteitsborging bouw) is opnieuw verder in de tijd verschoven met de startdatum voor invoering op 1 januari 2023. De verdere uitstel is ook van invloed op het valideren van de kengetallen. Uitstel leidt tot een verandering in de kwantificering van de risico’s. Een nieuw risico dat dit jaar is toegevoegd is informatiebeveiliging als gevolg van cybercriminaliteit die in hogere mate aandacht en aanpassingen vraagt van onze organisatie. De grillige en onzekere werkomstandigheden voor de OD NZKG als gevolg van de pandemie hebben niet geleid tot het daadwerkelijk optreden van risico’s in 2021. Er was geen beroep noodzakelijk op het weerstandvermogen.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de noodzakelijke weerstandscapaciteit ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit.
30
In onderstaande tabel volgt een overzicht van de risico’s. Van alle risico’s is het financieel effect (gevolg) ingeschat. Afhankelijk van de kans dat een risico zich voordoet, wordt een percentage van het financieel effect meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit. Tabel: overzicht risico’s (bedragen x € 1.000) Totaal geschat financieel effect
Risicobedrag 2020
Risicobedrag 2021
Risicobedrag 2022
Risicobedrag 2023
Risicobedrag 2024
Risicobedrag 2025
Wet- en regelgeving
4.144
398
494
604
715
715
376
Covid, conjuncturele ontwikkelingen en arbeidsmarkt
1.992
590
383
199
199
199
199
Bedrijfsvoering
500
0
0
100
100
100
100
Prestatiegericht financieren
1.816
560
583
908
567
567
567
8.452
1.548
1.460
1.812
1.581
1.581
1.242
RISICO'S Reeds bekende risico’s
In bijlage 4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat de strategische risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan.
Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect 4.144K) Omgevingswet Over de invoering en de uitwerking van de Omgevingswet is nog veel onzeker. De inwerkingtreding staat nu gepland voor 1-1-2023, maar pas voorjaar 2022 zal blijken of dat zo blijft. De Omgevingswet verandert veel aan onze taken en bij sommige is nog niet duidelijk hoe. In de uitvoering zijn we afhankelijk van een goed functionerend Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) maar daaraan moet nog veel gebeuren. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft een grote impact op de taken, de werkprocessen en de inhoudelijke werkzaamheden van de OD NZKG. Het basistakenpakket staat nog ter discussie. Bij veel taken verandert het bevoegd gezag en de nieuwe taakverdeling tussen de OD NZKG en de opdrachtgevers is nog niet vastgelegd. Ook voor de opdrachtgevers is nog veel onduidelijk, bijvoorbeeld rond de overdracht van bodemtaken van de provincies naar gemeenten, de grote wijzigingen m.b.t. het geluidsstelsel en de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), die gelijktijdig in werking treedt. Voor de werkprocessen is het Digitaal Stelsel Omgevingswet cruciaal. Dit staat nog in de kinderschoenen en voor een goede werking zijn we afhankelijk van zowel landelijke partijen als de opdrachtgevers.
De regelgeving wordt soms gunstiger en soms minder gunstig voor aanvragers, wat kan leiden tot een hausse aan aanvragen rond de inwerkingtreding en dus een piekbelasting op de VTH-processen. Er komen nieuwe instrumenten, zoals de bestuurlijke boete voor Brzo-bedrijven. Onze besluiten zullen vaker juridisch worden aangevochten, omdat er nog geen jurisprudentie over de Omgevingswet is. Uitstel van inwerkingtreding leidt tot hogere transitiekosten. Te vroege inwerkingtreding leidt tot problemen in de taakuitvoering. Door de nieuwe definiëring van de taken kan de OD NZKG meer of minder werk krijgen. De vele wijzigingen in de werkprocessen en de regelgeving kunnen, in elk geval tijdelijk, leiden
31
tot productierisico’s, zeker als het Digitaal Stelsel Omgevingswet niet meteen optimaal functioneert. Dit type problemen zal zich landelijk voordoen, wat de beschikbaarheid van de benodigde expertise op de arbeidsmarkt verder kan doen afnemen. De omvang van deze effecten is nog niet goed in te schatten. De gevolgen raken primair de kwaliteit van de uitvoering en zijn niet specifiek voor de OD NZKG. Beheersmaatregelen: De OD NZKG heeft een stevige projectorganisatie Omgevingswet en vervult in de regio een centrale rol bij de implementatie. Met de opdrachtgevers is afgesproken dat de overgang zo beleidsneutraal mogelijk zal verlopen en dat financiële rust wordt bewaard in de jaren 2022 en 2023. De OD NZKG participeert in diverse regionale en landelijke overleggen, zoals over de legesheffing onder de Omgevingswet, over het Digitaal Stelsel Omgevingswet en over de financiële gevolgen van de Omgevingswet op de omgevingsdiensten. De medewerkers van de OD NZKG krijgen de opleidingen over de Omgevingswet van collega’s die zich daardoor verder ontwikkelen. Zo krijgen we een aanzienlijke groep specialisten in huis. Dit verstevigt onze positie zowel naar de opdrachtgevers als in onze taakuitoefening. Met de opdrachtgevers wordt nauw samengewerkt over belangrijke voorwaarden (milieulegesheffing, omzetting mba’s, nieuwe PDC, etc). De kans op dit risico is groot.
Het risicobedrag is 380K tot en met 2024 en vanaf 2025 een gemiddeld risico van 152K. Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) De wet private kwaliteitsborging, voor de 1e fase, gaat gelijktijdig in met de Omgevingswet. Vooralsnog lijkt de datum 1 januari 2023. De Wet kwaliteitsborging bouw heeft gevolgen voor de organisatie doordat taken over gebracht worden aan de markt. Het risico bestaat dat de markt de taken onvoldoende oppakt en de handhavingstaken toenemen waardoor er geen afname van werk is voor de overheid. Daarnaast is steeds meer duidelijk welke taken er wel bij de overheid blijven, waar geen leges meer tegenover staan. Het financiële risico is dat de formatie niet tijdig afgebouwd kan worden. Anders dan eerder verwacht gaan minder taken over en neemt handhaving toe. De impact van dit risico is nog niet in te schatten Het risico is daarnaast dat de structurele overheadlasten niet op korte termijn en geheel teruggebracht kunnen worden om lagere inkomsten te compenseren. Beheersmaatregelen: Het formatierisico wordt in eerste instantie opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. Vanaf 2025 zal de impact op de organisatie naar verwachting groter zijn. Middels strategische personeelsplanning wordt geanticipeerd op dit risico. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 110K in 2022. Het risicobedrag voor 2023 en 2024 is 221K.
Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan 4% van de jaaromzet bedragen. Beheersmaatregelen: Er zijn enkele functionarissen aangesteld waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is 114K vanaf 2022.
32
Klimaatakkoord Er wordt nog gewerkt aan een concrete uitwerking van het Klimaatakkoord op regionaal niveau. Het risico is dat de maatregelen interfereren met andere ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave en huidige wet- en regelgeving. Hierdoor kunnen de VTH-processen vertragen. Daarnaast kan het tot gevolg hebben dat het toetsingskader voor de VTH-processen niet toereikend of passend is. Hierdoor is meer inzet en expertise nodig voor maatwerk. Het Klimaatakkoord kan ook impact hebben op het takenpakket door een veranderend bedrijvenbestand. Beheersmaatregelen: De OD NZKG biedt aan opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. Daarnaast worden er impactanalyses uitgevoerd. Onderzoeksbureau CE Delft heeft in beeld gebracht welke ontwikkelingen in het kader van het klimaat op korte en middellange termijn bij de industriële sector kunnen worden verwacht. De eerste ontwikkelingen zijn in de VTH uitvoeringspraktijk zichtbaar en worden benut voor verdiepend inzicht op de benodigde voorbereidingen om tijdig in te spelen op de veranderingen die voortvloeien uit het klimaatakkoord. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM.
Stikstofreductie en natuurherstel (Voorheen Programma Aanpak Stikstof) Door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is het PAS buiten toepassing verklaard. Dit had verstrekkende gevolgen voor de vergunningverlening (bouw/milieu) door de OD NZKG. Op landelijk niveau heeft de uitspraak geleid tot de zogenoemde stikstofcrisis. Het Rijk en provincies zijn op regionaal en landelijk niveau met nieuwe maatregelen gekomen en de vergunningverlening is daarmee tijdelijk weer op gang gekomen. In december 2020 is de Wet Stikstofreductie en natuurherstel aangenomen door de Tweede Kamer en doorgestuurd naar de Eerste Kamer. Provincies zijn bezig met het uitwerken van provinciaal beleid, waaronder regionale stikstofregistratiesystemen. Daarnaast lopen er nog verschillende rechtszaken die na uitspraak van de rechter mogelijk ook gevolgen hebben voor de uitvoering. De natuurtaken zijn door de provincie Noord-Holland weliswaar ondergebracht bij de OD NHN, maar ook bij de tijdelijke vergunningverlening in 2020 was er al een aanzienlijke rol voor de ODNZKG, met name bij het verlenen van bouwvergunningen. Ook hebben diverse opdrachtgevers, zoals PNH, Zaanstad en Amsterdam, de OD NZKG gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgaven in 2021 en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving in 2021.
Kortom: er zijn nog veel onduidelijkheden en nog beperkte concrete afspraken, maar de verwachting is wel dat de OD NZKG in de uitwerking en uitvoering in 2022 en verder een rol gaat spelen. De kans op risico blijft gemiddeld tot klein. Het risicobedrag is PM.
33
Conjuncturele ontwikkelingen, Covid-19 en arbeidsmarkt (totaal geschat financieel effect 1.992k) Covid-19 en conjuncturele ontwikkelingen De Covid pandemie gaat het derde jaar in en er is nog weinig perspectief. Onze medewerkers worden op de proef gesteld. Gezinnen met kinderen hebben regelmatig te maken met schooluitval dan wel een lock down en het organiseren van thuis onderwijs. Dit gaat ten koste van de productiviteit. We merken dat relatief veel collega’s besmet raken met het virus. Tevens is niet iedereen in staat een verantwoorde thuiswerkplek te creëren. De personele gevolgen kunnen toenemen waaronder een toename van het ziekteverzuim en het als gevolg van landelijke maatregelen (gedeeltelijk) niet kunnen uitvoeren van werkzaamheden. Hoewel de steunpakketten in volle omvang de gevolgen van de pandemie ondersteunen is er een reële kans dat bedrijven de wet- en regelgeving niet in volledigheid naleven en daarnaast kan het bedrijvenbestand van de OD NZKG afnemen als gevolg van faillissementen. Dit heeft gevolgen voor de omzet van de OD. De omzet van de OD wordt ook beïnvloed door conjuncturele ontwikkelingen zoals in de bouw. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld.
Andersom kan het zijn dat de dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baat uit. Beheersmaatregel: De OD maakt maatwerkafspraken met medewerkers m.b.t. hun arbeidsomstandigheden. De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd. Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag was 221K in 2021 en is 114K vanaf 2022. Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productie- en kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor onder andere de implementatie van de Omgevingswet en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten. Dat kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Beheersmaatregelen: De OD NZKG werkt met een flexibele schil van personeel die wordt afgebouwd als het nodig is.
We zetten extra in op arbeidsmarktcommunicatie en werken samen met wervingsbureaus en de gemeente Amsterdam. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werken. Daarnaast wordt strategische personeelsplanning ingezet en worden medewerkers zelf opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij instromers en training on the job constructies. De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag was 162K in 2021 en is 86K vanaf 2022.
34
Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect 500K) Nieuw zaaksysteem In 2022/2023 vindt een aanbesteding voor het zaaksysteem plaats. Afhankelijk van de uitkomst van de aanbesteding gaat de OD al dan niet over naar een nieuw pakket. De conversie naar een nieuw pakket brengt implementatie en uitvoeringsrisico’s met zich mee. Vooral als dit in combinatie met de implementatie het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) plaatsvindt. Het gevolg kan zijn problemen in de uitvoering waardoor er onvoldoende productie geleverd kan worden en wettelijke termijnen niet worden gehaald. Beheersmaatregelen: De aanbesteding wordt zorgvuldig voorbereid en opgezet. Indien nodig en mogelijk wordt het huidige contract desnoods verlengd. Daarnaast wordt er een projectorganisatie opgezet voor de implementatie. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is PM. Informatiebeveiliging, nieuw risico vanaf 2021 Er sprake van een explosieve groei aan cybercriminaliteit de afgelopen jaren, waarbij organisaties met veel data zoals ook de Omgevingsdienst een wezenlijk risico lopen. Een cyberaanval kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar brengen. De kosten zijn terug te voeren op het herstel van de systemen, onderzoek naar de aanval, alsmede het betalen van losgeld bij een ransome ware aanval. Het verschilt per aanval welke kosten gemoeid zijn.
Beheersmaatregelen: Om de toename aan cybercriminaliteit het hoofd te bieden is een CISO aangesteld. Daarnaast is er een projectgroep opgestart om de beveiligingsmaatregeling van de BIO te implementeren. Voor het bewustzijn van de medewerkers worden er awareness trainingen gevolgd. Er is extra technische software aangeschaft als bescherming tegen hacken. De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is 100K vanaf 2021.
Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect 1.816K) Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal Per 2019 zijn de kengetallen en daaraan gekoppelde (vaste) volumes voor een periode van 4 jaar ingevoerd. Eveneens is bestuurlijk afgesproken om na deze periode te evalueren en noodzakelijke wijzigingen per 2023 in te voeren, ervan uit gaande dat de Omgevingswet zou zijn ingevoerd. De verwachte implementatie van de Omgevingswet in 2023 heeft grote impact op ons werk. Momenteel wordt de impact in beeld gebracht en verwachten wij een sterk gewijzigde product diensten catalogus (PDC) en daaraan gekoppelde kengetallen en financiering. Ervan uitgaande dat de Omgevingswet niet verder wordt uitgesteld, verwachten wij per 2024 een aangepaste PDC en financiering in te kunnen voeren. Het risico is aanwezig dat de kengetallen die nu worden gehanteerd niet robuust genoeg blijken te zijn. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. We vangen de afwijkingen tussen de kengetallen en de feitelijke ureninzet zoveel mogelijk op binnen de bestaande begroting. Bij
35
majeure afwijkingen treden we in overleg met het bestuur. Zo is in de kaderbrief 2023-2026 aangegeven om meerdere producten eerder te valideren en met een voorstel te komen tot aanpassing van de kengetallen/ volumes per 2023 ev. De kans op dit risico is gemiddeld voor 2021 met een risicobedrag van € 227K. Voor het jaar 2022 is het risico bedrag verhoogd en is de kans van optreden ingeschat op groot, omdat voor 2022 nog geen kengetallen zijn gevalideerd. Het risicobedrag is € 569K. Vanaf 2023 gaan we uit van deels gevalideerde kengetallen waardoor het risicobedrag vanaf 2023 227K is. Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als outputproduct gefinancierd (op basis van vergunningaanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/Vthup-afspraken met de opdrachtgevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag was 355K in 2021 en is 339K vanaf 2022.
36
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om nietbegrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken. Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. In 2021 hebben er geen mutaties plaatsgevonden. De hoogte van de weerstandscapaciteit is per 31-12-2021 2.018K. Tabel: meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit bedragen x 1.000
2021
2022
2023
2024
2025
Reserve weerstandsvermogen
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen1. Het algemeen bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is naar verwachting toereikend. Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5). Meerjarig is dit mede afhankelijk van onttrekkingen uit de algemene reserve. Tabel: meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen bedragen x 1.000
2021
2022
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
€ 2.018
Noodzakelijke weerstandscapaciteit
€ 1.460
€ 1.812
€ 1.581
€ 1.581
€ 1.242
1,4
1,1
1,3
1,3
1,6
Ratio weerstandsvermogen
2023
2024
Legenda Ratio
Waardering
>2
Uitstekend
1,5 - 2,0
Ruim Voldoende
1,0 - 1,5
Voldoende
0,8 - 1,0 0,6 - 0,8
Matig Onvoldoende
<0,6
Ruim onvoldoende
1 De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de universiteit Twente.
37
2025
Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de OD NZKG. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling. Tabel: financiële kengetallen
schuldquote biliteitsratio urele exploitatieruimte
netto schuldquote solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte
Norm ≤ 0% ≥ 20% ≥ 0%
Rekening Begroting Rekening Begroting Rekening 2019 2020 2020 2021 2021 -6% -5% -6% -4% -7% 41% 31% 33% 33% 41% -2% 0% 1% 0% 2%
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de OD NZKG bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor we geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2021 is het kengetal -/- 7%. Het voldoet daarmee ruim aan de gestelde norm. Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de OD NZKG is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken.
De voorschotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten en komt daarmee uit op 41%. De ratio is in 2021 gestegen door een positief rekeningresultaat van 832K en er door uitstel van de omgevingswet nog geen beroep op de bestemmingsreserve Omgevingswet is gedaan. De ratio is daarmee voldoende. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de OD NZKG heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de OD NZKG is 0% of hoger. In 2021 is de ratio 2%. Algeheel oordeel Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De drie geldende kengetallen geven een goed beeld. Er is dus sprake van een degelijke financiële positie. In bijlage 3 is de berekening van de kengetallen toegelicht.
38
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen die de OD NZKG in bezit heeft, bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). In 2021 zijn door OD NZKG drie nieuwe investeringen gedaan. In 2021 hebben drie investeringen plaatsgevonden in de materiële vaste activa. In begin van het jaar is een warmtebeeld camera voor speciaal onderzoek aangeschaft. Deze camera kostte 80k. Bij de directie Toezicht en handhaving is een drone aangeschaft voor 28k. In 2021 is een aanbesteding gedaan voor de vervanging van alle 4 jaar oude, laptops, 4 jaar oude Ipads en 3 jaar oude telefoons van de gehele organisatie. De laptops en Ipads zijn in december geleverd en in rekening gebracht voor een bedrag van 468k. Door wereldwijde problemen met chip levering worden de telefoons in april 2022 verwacht. Alle drie deze investeringen worden gezien als een computerapparatuur en daarom worden deze afgeschreven in 3 jaar.
3.3 Financiering In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van de OD NZKG. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico) en de financieringspositie. Voor uitvoering van de financieringsfunctie gelden de kaders uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijhorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. Er zijn voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut (treasurystatuut) en een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening. De OD NZKG werkt volgens het treasurystatuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Een van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals genoemd binnen de Wet fido: renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. Financierings- en schuldpositie De OD NZKG gaat uitsluitend leningen aan in de Europese geldeenheid (de euro). In 2013 is bij BNG Bank een lening afgesloten van 1.050K met een looptijd van vijf jaar en een rente van 1,45%. De lening is per 31-12-2018 volledig afgelost. Kasbeheer De OD NZKG beperkt interne liquiditeitsrisico’s door treasuryactiviteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning.
Doordat we overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist (op een rekeningcourant bij het agentschap van het ministerie van Financiën) zijn er geen kredietrisico’s. Om het renterisico te beperken, is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet worden overschreden. We stemmen nieuwe leningen en uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de lening of uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen deze kaders streven we naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.
39
3.4 Bedrijfsvoering Verplichte beleidsindicatoren: Vanuit het BBV is het verplicht te verantwoorden op ongeveer veertig beleidsindicatoren. De indicatoren zijn vooral voor gemeenten opgesteld en daarom grotendeels niet van toepassing op de OD NZKG. De indicatoren die wel van toepassing zijn, passen allemaal binnen het programma Bedrijfsvoering. Ze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel: verplichte BBV-beleidsindicatoren Naam indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten
Berekening Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner
Externe Inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern % van de totale lasten % van de totale lasten
Personele overhead Materiële overhead
Realisatie 2021 Toelichting Nvt Niet te berekenen per inwoner. Nvt Niet te berekenen per inwoner. Nvt Niet te berekenen per inwoner. De apparaatskosten bedraagt € 52.336K. 28,6% 16,3% 12,1%
Formatie 2021 Tabel : Overzicht formatie / bezetting d.d. 09-02-2022 in fte (excl. inhuur) Directie
Formatie *
Bezetting
Verschil
Bedrijfsvoering en staf algemeen
84,61
87,46
-2,85
Regulering & Expertise
186,64
170,98
15,66
Toezicht & Handhaving
143,51
133,12
10,39
Totaal
414,76
391,56
23,2
*Formatie en bezetting na besluit tot wijziging span of control Tabel : Verhouding man / vrouw Aantal
Percentage
Man
242
59 %
Vrouw
167
41 %
Totaal
409
100 %
Tabel : Aantal parttime / fulltime naar man en vrouw
40
Fulltime
Parttime
Totaal
Man
194
48
242
Vrouw
67
100
167
Nieuwe CAO Provincies 2021 In 2021 is een nieuwe CAO met de looptijd van één jaar afgesloten, met onder meer de volgende afspraken: • Salarisstijging per 1 januari 2021 met € 50 bruto per maand (deeltijders naar rato) en structurele verhoging per 1 juli 2021 met 1,2 procent. • Als waardering voor de getoonde flexibiliteit tijdens de coronacrisis ontvingen medewerkers die in dienst waren op 1 september 2021 een eenmalige bruto uitkering van maximaal € 750 (deeltijders naar rato). Tevens zijn afspraken gemaakt over duurzame inzetbaarheid. Deze dragen ertoe bij dat werknemers gezond, veilig en met plezier inzetbaar blijven. Zo krijgen werknemers van 60 jaar en ouder de mogelijkheid om tijd voor vitaliteit te sparen door inzet van maximaal de helft van hun Persoonlijk Ontwikkelbudget (POB). Aanvullend op de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) is afgesproken het salaris vanaf 1 september 2021, tijdens het aanvullend geboorteverlof, aan te vullen tot 100 procent van het salaris (inclusief IKB en toelagen). En bestaat de mogelijkheid dat werkgever en werknemer met elkaar een gesprek voeren over de mogelijkheden van benutting van de tijdelijke fiscale regeling “RVUheffingsvrijstelling”.
Boter bij de Vis Veertig medewerkers ontvingen in 2021 de flexibele beloning ‘Boter bij de vis’. Daarnaast hebben diverse medewerkers op basis van bijzondere geleverde prestaties een gratificatie ontvangen zoals cadeaus, cadeaubonnen, of geheel of gedeeltelijke vergoeding van opleidingskosten etc. Zowel op individueel- als teamniveau.
Verzuim Corona heeft ook in 2021 invloed gehad op het verzuim. Het OD brede verzuim is van 3,28% in 2020 met 0,96% gestegen tot 4,24% in 2021. De meldingsfrequentie is van 0,78 in 2020 toegenomen tot 0,81 in 2021. Het thuiswerken door corona heeft geleid tot toename van de psychische belasting, werkdruk en meer disbalans in werk- en privézaken, met daarin een toename van stress door zorgtaken. Dit heeft te maken met toename van ziekte van een partner, kind of een ouder. De lichte stijging van de langdurig zieken is ook in 2021 waarneembaar. Alle dossiers zijn goed in beeld en krijgen de nodige begeleiding. Diverse acties zijn benoemd ter verdere sturing op (voorkoming van) verzuim. Met aandacht voor de thuiswerkende medewerker vanuit de Visie op het Nieuwe Werken en frequenter overleg met de bedrijfsarts, teammanagers en HR, om ook meer preventief interventies te kunnen inzetten. Daarnaast werd ook de bedrijfsmaatschappelijk werkster goed ingezet.
41
Rechtmatigheid OD NZKG heeft de verbijzonderde interne controle (VIC) uitbesteed. De OD NZKG kan door de uitbesteding van de VIC de onafhankelijke rol beter borgen, de eigen organisatie is hiervoor te klein. Andere reden is dat de OD m.i.v. 2020 de financiële en personeelsadministratie volledig in eigen beheer heeft genomen. Het belang van het toetsen van de opzet, bestaan en werking van de financiële en personeelsprocessen werd daardoor groter. In 2021 zijn de volgende processen ge-audit: - UVO beheerproces - Debiteurenproces - Personeelsproces – instroom/doorstroom/uitstroom - Inkoop- en crediteurenproces - WABO leges - Aanbestedingen - Lasten Onder Dwangsom De keuze voor deze processen is bepaald o.b.v. de financiële materialiteit. De uitkomst van de audits is dat de opzet, bestaan en werking van de processen op orde is. Wel is geconstateerd dat niet alle processen zijn beschreven conform de 6-W’s. Daarom zijn er in overleg met de externe auditor extra lijncontroles uitgevoerd op alle processen. Hieruit zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. In 2021 zijn ook kwaliteitscontroles uitgevoerd op het bouwlegesproces en het nieuwe last onder dwangsom proces. Samenlevingsgericht werken Afgelopen jaar hebben we op ingezet op het vergroten van transparantie en het makkelijk vindbaar maken van (digitale) informatie.
Aan de hand van klanttevredenheidsonderzoeken, klantreizen en analyses (en de daarbij horende verbeteringen) op het gebruik van onze websites laten we onze informatievoorziening beter aansluiten bij de behoeften van burgers en ondernemers. Afgelopen jaar is een app in gebruik genomen die het doen van een overlastmelding Tata eenvoudig maakt. Vanaf dit jaar sturen we een aantal maal per jaar een externe nieuwsbrief naar diverse contacten en zoeken we meer proactief de media op. Op deze manier vergroten we de zichtbaarheid van ons werk en verhogen we het niveau van onze dienstverlening. Er zijn afgelopen jaar diverse (digitale) bewonersbijeenkomsten geweest, veelal rondom vergunningstrajecten. Ook is het fysiek loket in de IJmond geopend. Met een aantal bewoners rondom Tata Steel voeren we regelmatig (digitale) gesprekken in de zgn. omgevingstafel. Aan het einde van 2021 zijn we een traject gestart waarin we kijken naar de begrijpelijkheid van onze formele communicatie. We herschrijven de meest voorkomende en belangrijkste brieven die we naar inwoners en bedrijven sturen.
42
43
4 Financiële jaarrekening 4.1 Overzicht baten en lasten Het financiële resultaat van de OD NZKG over 2021 is 832K positief. Er was een resultaat van 180K nadelig begroot.
Ten opzichte van de gewijzigde begroting zijn er afwijkingen bij de lasten en de baten, per saldo 1.012K voordelig. Op hoofdlijnen betreft het onderstaande afwijkingen ten opzichte van de begroting. Het totaal van de baten is 194K lager dan begroot door: - 228K lagere UVO baten bij de programma’s Bouw, Bodem, Milieu en Randvoorwaardelijk - 201K lagere baten voor projecten en offertes. - 75K hogere subsidie inkomsten. - 160K hogere overige baten waaronder externe detacheringsbaten. Het totaal van de lasten is 1.164K lager dan begroot door: - 43K lagere apparaatslasten primair proces bij de programma’s Bouw, Bodem, Milieu en Randvoorwaardelijk. - 899K lagere lasten op het kwaliteitsimpulsbudget, innovatie en overheadbudget - 238K hogere opbrengst gekocht verlof medewerkers (geboekt als negatieve last). - 16K hogere lasten op diverse posten. Lagere toevoeging aan reserve 42K: De toevoeging aan de reserves is 42K lager dan begroot. Dit komt door een lager toevoeging aan de reserve POB van 58K en een lagere onttrekking omgevingswet van 67K. Abusievelijk is bij de 6-maands de bestemming van het rekeningresultaat 2020 voor een bedrag van 50K als begrote toevoeging aan de reserve in 2021 meegenomen waardoor de gewijzigde begroting 110K is i.p.v. 60K. In de realisatiecijfers van 2021 is dit rechtstreeks op de balans gemuteerd.
44
Tabel: overzicht baten en lasten per programma
Dekkingsmiddelen De OD NZKG realiseert het grootste deel van de dekkingsmiddelen via uitvoeringsovereenkomsten (UVO’S) met de opdrachtgevers. Er zijn UVO’s afgesloten met elf opdrachtgevers waaronder de founding fathers (gemeente Amsterdam, gemeente Zaanstad, gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland), de AM-gemeenten (Amstelland-Meerlanden) en de contractpartners provincie Flevoland en Utrecht. De overige dekkingsmiddelen bestaan uit opbrengsten voor offertes, subsidies, extern detacheren van personeel en onttrekkingen uit reserves. In bijlage 2 zijn de dekkingsmiddelen verder gespecificeerd.
Uitvoeringsovereenkomst Totaal dekkingsmiddelen via UVO's Overige baten Onttrekking reserves Vrijval voorziening Totaal dekkingsmiddelen
45
Gewijzigde begroting UVO 2021 OD NZKG 2021 54.149 53.573 54.149 53.573 1.497 66 54.149
55.136
(bedragen x € 1.000) Realisatie 2021 53.345 53.345 1.521 10 54.876
(bedragen x € 1.000) Afwijking 2021 -228 -228 24 -66 10 -260
4.2 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Deze voorschriften zijn verder uitgewerkt in de financiële verordening van de OD NZKG. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en worden lineair afgeschreven in vijf jaar. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en worden lineair afgeschreven. 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen en kantoormeubilair 3 tot 5 jaar: software, automatiseringsapparatuur, telefooninstallaties 1 tot 10 jaar: verbouwingen, termijn afhankelijk van looptijd huurcontract, inclusief optietermijn verlenging Afschrijving start op jaarbasis in het jaar nadat de investering gereed is gekomen of is verworven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25K per stuk hoeven niet te worden geactiveerd. Deze activa worden in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie gebracht.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Aangezien de debiteuren alleen publieke en geen private partijen zijn, is de kans op oninbaarheid klein. Er is dan ook geen voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De uitzettingen omvat ook het rekeningcourantsaldo in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen. Overlopende activa Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord.
46
PASSIVA Vaste passiva Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor de vorming van een weerstandsvermogen om risico’s op te kunnen vangen. Bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het Algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven. Gerealiseerd resultaat Het gerealiseerde rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit wordt ter bestemming voorgelegd aan het algemeen bestuur. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbare verlies. Vaste schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer.
Vlottende passiva Netto-vlottende schulden De netto-vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde en hebben een looptijd van minder dan 1 jaar. Overlopende passiva Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord.
47
4.3 Toelichting baten en lasten B In deze paragraaf staat een toelichting op de afwijkingen tussen de begroting en realisatie in 2021 voor zowel de baten als de lasten. Afwijkingen zijn in ieder geval per programma toegelicht. De richtlijn voor toelichtingen op afwijkingen is gesteld op 100K.
Baten
194K nadeel
De baten zijn ten opzichte van de begroting op verschillende onderdelen 194K lager uitgevallen. Bouw (240k nadeel) De baten zijn 240k lager dan begroot, met name doordat minder inzet gepleegd is bij de projecten Zeesluis en Uithoornlijn. Bodem (177K nadeel) De baten zijn door middel van een slotwijziging opwaarts bijgesteld. Uiteindelijk is de verwachte piek in de tweede helft van het jaar niet gekomen. Hierdoor is er ten opzichte van de begroting sprake van 177K lagere baten. De lagere baten zijn met name toe te schrijven aan de outputproducten bij Amsterdam. Milieu/BRZO (124K voordeel) Deze hogere baten (124K) komen voort uit een optelsom van verscheidene categorieën, zoals de uitvoeringsovereenkomsten, maar ook subsidies en offertes. Kijkende naar de uitvoeringsovereenkomsten (UVO) is het resultaat 400K positief en deze hogere baten zijn met name gerealiseerd op Milieu Advies, Projecten Milieu/Brzo, BRZO Regie en het product Vuurwerkbesluit. Bij Milieu-advies is er sprake van een toename qua vraag en inzet op thema’s en dossiers betreffende milieu-adviseringen. Bij Projecten Milieu/ Brzo en BRZO Regie is het voornamelijk gedreven door meer inzet op het Tata-dossier. Vuurwerkbesluit is grotendeels gerelateerd aan de onduidelijkheden omtrent de corona-maatregelen.
Echter zijn specifieke materiële budgetten niet volledig benut, waardoor begrote inkomsten worden terugbetaald aan de desbetreffende opdrachtgever(s). Dit telt op naar 400K, wat het resultaat op de UVO’s nagenoeg in lijn brengt met de begroting. Door meer inkomsten te realiseren dan begroot bij subsidies en offertes komt het baten-resultaat uit op 124K positief. Randvoorwaardelijk (9K nadeel) De lagere baten wordt veroorzaakt door het programma overstijgend. De directe advisering aan opdrachtgevers over de gevolgen van de Omgevingswet voor bijvoorbeeld hun omgevingsplannen zijn achtergebleven ten opzichte van de bijgestelde begroting van de 6-maands rapportage in verband met het uitstel van de inwerkingtreding. Bedrijfsvoering (108K voordeel) De hogere baten is het gevolg van enerzijds een teruggave van Metropoolregio Amsterdam dat teveel in rekening is gebracht voor de trainees. Anderzijds is door de verzekeraar een schade uitkering uitgekeerd door de schade aan de plaza van de OD NZKG.
48
Lasten
1.164k voordeel
Ten opzichte van de begroting zijn de lasten 1.164K lager uitgevallen. Bouw (42k nadeel) De lasten zijn 42k hoger dan begroot. Bij de halfjaarrapportage is de begroting voor T&H Constructieve Veiligheid neerwaarts bijgesteld. Uiteindelijk heeft dit team iets meer capaciteit weten in te zetten. Bodem (91k voordeel) De lasten voor bodem zijn 91k lager dan begroot. De capaciteitslasten zijn met name in de laatste maanden gedaald door toenemend ziekteverzuim onder externen. Milieu en BRZO (17K nadeel) Capaciteit-lasten (loon en inhuur) zorgen voor 431K meer lasten dan begroot. Dit vertaald zich ook naar meer gerealiseerde baten. De hierboven genoemde terugbetaling van het materiële budget zorgt er ook voor dat er minder lasten zijn (414K), waarmee het resultaat qua lasten uitkomt op 17K. Randvoorwaardelijk (11K voordeel) De lasten zijn 11K lager dan begroot. Enerzijds door lagere personeelskosten door openstaande vacatures die nog niet vervuld zijn. Anderzijds meer inhuurkosten voor het programma Tata. Bedrijfsvoering (1.121K voordeel) Kwaliteitsimpuls, innovatie en overheaddekking (899K voordeel) Als gevolg van terughoudend beleid, onvoldoende capaciteit en corona zijn diverse de budgetten kwaliteitsimpuls, innovatie en overheaddekking niet benut. Post onvoorzien (124K voordeel) De post onvoorzien is niet benut in 2021.
Voorziening personeel (140K nadeel) Als gevolg van een reservering van de verwachte werkloosheidswetkosten, vallen de lasten hoger uit dan begroot. Opbrengst aangekocht verlof (238K voordeel) De opbrengst aangekocht verlof is hoger door een groot aantal verlofuren gekocht door de medewerkers. Lagere toevoeging reserve (42K voordeel) De mutatie op reserves is 42K lager. Dit komt door een lager toevoeging aan de reserve POB van 58K en een lagere onttrekking omgevingswet van 67K. Abusievelijk is bij de 6-maands de bestemming van het rekeningresultaat 2020 voor een bedrag van 50K als begrote toevoeging aan de reserve in 2021 meegenomen waardoor de begrote mutatie 110K is i.p.v. 60K. In de realisatiecijfers van 2021 is dit rechtstreeks op de balans gemuteerd.
49
Incidentele baten en lasten
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.
Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Op grond van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) moeten we in het financieel verslaggevingsdocument verschillende gegevens van topfunctionarissen en niettopfunctionarissen publiceren. Dit geldt ook voor (eventueel onbezoldigde) bestuursleden. Topfunctionarissen In 2021 zijn er twee functionarissen die vallen onder de WNT. De vastgestelde norm 2021 bij een volledige dienstbetrekking is 209K. De norm 2020 was 201K. Dit betreft de functie van algemeen directeur, die van 1-1 t/m 28-2 is vervuld door mw. E.M.J. Meijers, zij is per 1-3 opgevolgd door mw. L. de Maat. De maximale normen zijn berekend voor de periode van de werkzaamheden Tabel: inkomens topfunctionarissen
2021 Naam
Mw E.M.J. Meijers
Functie Duur dienstverband in 2021
Algemeen directeur 01.01 - 28-2
Omvang dienstverband (fte) Gewezen topfunctionaris
1 Nee
Dienstbetrekking
Ja
Bezoldiging
50
Beloning Belastbare onkostenvergoeding
€ €
25.975 -
Beloning betaalbaar op termijn (aanspraken) Totale bezoldiging
€ €
3.561 29.536
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum
€
33.784
2021
2020
Door een foutieve opgave van de WNT in de jaarrekening 2020 is de tabel in deze jaarrekening aangepast. In de jaarrekening 2020 was een bedrag opgenomen van 137.616. Als “Beloning op termijn” is in 2020 de werknemerspremie voor het pensioen (ad -/- 7.381,-) opgenomen dit had moeten zijn het werkgeversdeel voor het pensioen, ad € 20.653,-. Verder is de bezoldiging in de tabel verhoogd met een bedrag van € 7.210 als gevolg van de in 2021 uitbetaalde verlofuren welke toegerekend zijn aan 2020 (artikel 3, tweede lid, Uitvoeringsregeling WNT ) . Deze aanpassingen leiden niet leidt tot een onverschuldigde betaling. Niet-topfunctionarissen De OD NZKG had in 2021 geen niet-topfunctionarissen in dienst van wie de bezoldiging het maximum heeft overschreden.
51
Bestuursleden De leden van het algemeen bestuur van de OD NZKG zijn onbezoldigd. Uit hoofde van hun functie als bestuurder bij deelnemende gemeenten/provincie zijn zij lid van het AB.
Directie Vanwege het bereiken van de pensioenleeftijd van de algemeen directeur vindt een wisselingen plaats binnen het directieteam. Per 1 maart 2021 is de algemeen directeur opgevolgd door Loes de Maat.
52
Balans Balans 31-12-2021
(bedragen x € 1.000) 31-12-2020
0 0
0 0
Investeringen met een economisch nut Totaal materiële activa Totaal vaste activa Vlottende activa Omzetbelasting
1.406 1.406 1.406
1.094 1.094 1.094
0
0
Totaal uitzettingen in ’s Rijks schatkist
19.779
12.515
619
6.714
20.398
19.229
197 197
5 5
Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen bedragen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa Passiva Vaste passiva Algemene reserve Bestemmingsreserves Saldo van Rekening Totaal eigen vermogen
130 413 544 21.139 22.545
330 1.269 1.599 20.832 21.926
-2.018 -1.160 -832 -4.010
-2.018 -1.042 -194 -3.254
Voorziening personeel Voorziening gekocht verlof Totaal voorzieningen
-133 -1.231 -1.363
-6 -1.016 -1.022
Langlopende Lening Totaal vaste schulden Totaal vaste passiva Vlottende passiva Crediteuren Af te dragen loonheffing en premies ABP Omzetbelasting Totaal netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
0 0 -5.373
0 0 -4.277
-55 2 -1.569 -1.621
-315 -1.984 -1.571 -3.870
Nog te betalen bedragen Vooruitontvangen bedragen Totaal overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva
-2.719 -12.831 -15.550 -17.171 -22.545
-1.706 -12.073 -13.780 -17.650 -21.926
Activa Vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Totaal immateriële activa
Totaal vorderingen op openbare lichamen
0
Debiteuren
Totaal overige vorderingen
Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar ABN-Amro Totaal liquide middelen
43 van 54
53
619
0
6.714
Tabel: Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Activa Vaste activa Immateriële vaste activa
0k
In 2015 is de investering van het eigen zaaksysteem afgerond. In 2016 is gestart met afschrijven, de afschrijving zal gedurende vijf jaar plaatsvinden t/m 2020. Tabel: verloopoverzicht immateriële vaste activa
Materiële vaste activa
1.406k
In 2021 hebben drie investeringen plaatsgevonden in de materiële vaste activa. In begin van het jaar is een warmtebeeld camera voor speciaal onderzoek aangeschaft. Deze camera kostte 80k. Bij de directie Toezicht en handhaving is een drone aangeschaft voor 28k. In 2021 is een aanbesteding gedaan voor de vervanging van alle 4 jaar oude, laptops, 4 jaar oude Ipads en 3 jaar oude telefoons van de gehele organisatie. De laptops en Ipads zijn in december geleverd en in rekening gebracht voor een bedrag van 468k. Door wereldwijde problemen met chip levering worden de telefoons in april 2022 verwacht. Alle drie deze investeringen worden gezien als een computerapparatuur en daarom worden deze afgeschreven in 3 jaar.
54
Tabel: verloopoverzicht materiële vaste activa
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen
20.398k 0k
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist
19.779k
De OD NZKG is verplicht de overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het Ministerie van Financiën, genaamd het schatkistbankieren. Per 31 december 2021 bedraagt het uitstaand bedrag € 19.779k. Dit bedrag is toegenomen ten opzichte van 2020 met 7.264k. Dit is veroorzaakt doordat we de ontvangsten van het 1e kwartaal 2021 reeds in december 2021 hebben ontvangen. Per balansdatum 2020 was een gedeelte van de opdrachtgevers nog te ontvangen wat te zien is in de verlaging van het debiteurensaldo. Debiteuren
619k
Het saldo van de vorderingen per 31-12-2021 bedraagt 619k. De debiteuren groter dan 100k zijn: Tata Steel IJmuiden
275k
LOD beschikking
Provincie Noord-Holland
162k
Extra investering Luchtmeetnetten
Op 23 januari 2022 is reeds 491k van deze vorderingen ontvangen.
55
Liquide middelen
197K
ABN-AMRO Bank
197K
Het saldo op de ABN-AMRO rekening per 31 december 2021 is 197k. De ABN-AMRO rekening wordt alleen gebruikt als betaalrekening. Met ingang van 1 januari 2016 mag het saldo van deze rekening niet hoger zijn 0,75 % van de totale begroting (in 2021 een bedrag van € 414k) gemiddeld per kwartaal. Hiervoor vindt “Saldo regulering” plaats via de schatkist rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Het saldo is per 31-12 € 197k omdat 3 facturen voor een bedrag van 125k op de laatste 2 dagen van het jaar zijn ontvangen en saldoregulering niet heeft plaatsgevonden. Op kwartaalbasis zit OD NZKG in 2021 ruim onder het gemiddelde bedrag van € 414K omdat Saldo Regulering dagelijks is toegepast. Overlopende activa
544k
Vooruitbetaalde bedragen
130k
De facturen die vooruitbetaald zijn hebben betrekking op licentiekosten Oracle. Verder zijn tijdens de migratie van de kantoorautomatisering bij Comparex licenties aangeschaft deze hebben allemaal een looptijd van 12 maanden. De facturen hebben wij gedurende het jaar 2021 ontvangen en betaald, de kosten die betrekking hebben op 2022 zijn als vooruitbetaalde bedragen opgenomen. Nog te ontvangen bedragen
413k
Voor de uitvoeringsovereenkomsten hebben opdrachtgevers voorschotten betaald. Op basis van de realisatie in 2021 is een voorlopige afrekening per opdrachtgever gemaakt. Een deel van de opdrachtgevers ontvangt geld terug, zie daarvoor de balanspost ‘Nog te betalen bedragen’. En een deel moet bij betalen wat in deze balanspost is verantwoord: Provincie Noord-Holland (2k), Gemeente Haarlemmermeer (37k), Gemeente Zaanstad (36k) Gemeente Ouder Amstel (26k) Gemeente Uithoorn (3k) de provincie Flevoland (5k) en de provincie Utrecht (52k). Daarnaast zijn de nog in rekening te brengen uren van de offertes (66k) en de projecten (105k) voor het 4e kwartaal als nog te ontvangen opgenomen, deze zijn in januari 2021 in rekening gebracht. Aan Omgevingsdienst.nl moeten nog drie bedragen (totaal 38k) voor diverse subsidies in rekening worden gebracht. Van het IPO ontvangen we nog (4K) voor een medewerker die gedetacheerd is bij het IPO. Van Bureau Brug is een te ontvangen creditnota (39k) geboekt voor teveel in rekening gebrachte Fee bijdrages bij ingehuurde medewerkers in 2021.