Raadsbesluit 2022-053F bijlage Nota van beantwoording zienswijzen bp Hamerkwartier
Tekst van het document
63
6.
Dit blijkt uit meerdere objectieve onderzoeken van gerenommeerde onderzoeksinstellingen zoals TNO, De!tares, Wareco en Duyts constructeurs. Ondanks haar kwetsbare constructie en de oorspronkelijke opzet als tijdelijk dorp heeft Vogeldorp in 2018 haar 100-jarig bestaan gevierd. Meerdere renovaties, goed onderhoud, de monumentenstatus en de grote inzet van Woningcorporatie De Key, de particuliere eigenaren, de gemeente, en niet in de laatste plaats de bewoners van Vogeldorp, hebben dit mogelijk gemaakt'. De werkzaamheden aan de Exclusiva kavel hebben de potentie om veel schade aan Vogeldorp toe te brengen.
Uit het oogpunt van constructieve veiligheid: 7. dienen gemeente, ontwikkelaar en aannemer(s) alles in het werk te stellen om (het risico op) schade aan kwetsbaar Vogeldorp te beperken. 8. eisen wij dat er niet geheid wordt op de Exclusiva kavel. Er dienen trillingvrije bouwtechnieken toegepast te worden. Denk hierbij aan schroef- of boorpalen i.p.v. heipalen en het duwen van damwanden i.p.v. het heien. 9. eisen wij dat de opdrachtgever' van de ontwikkeling al de trillingen van de werkzaamheden op Vogeldorp gedurende de bouwperiode meet middels het (laten) plaatsen van trillingmeters aan de woningen/bouwwerken van Vogeldorp die het dichtst bij de werkzaamheden liggen vooral de woningen aan de Vogelkade). De trillingmeters dienen ingesteld te worden op de grenswaarden voor kwetsbare monumenten. 10. eisen wij dat de (bouw)werkzaamheden aan de Exclusiva kavel de grondwaterstand in Vogeldorp niet beïnvloeden, teneinde zettingen te voorkomen. Verlaging van de grondwaterstand in Vogeldorp zal namelijk leiden tot verzakkingen van de funderingsplaat en scheurvorming in de gevels van de monumenten. 11. eisen wij dat er geen bouwverkeer door Vogeldorp plaatsvindt. Met name de Zesde Vogelstraat, de Zamenhofstraat en Vogelkade dienen vrijgesteld te worden van bouwverkeer, aangezien dit zal leiden tot scheurvorming in de kwetsbare constructies. 12.
eisen wij dat de gemeente/ontwikkelaar voor aanvang van bouwwerkzaamheden in het Hamerkwartier en/of de omgeving van Vogeldorp een nulmeting uitvoert waarin de technische staat van Vogeldorp wordt vastgelegd, teneinde mogelijke schade van bouwwerkzaamheden aan de opstallen in Vogeldorp vast te kunnen stellen. 13. eisen wij dat er geen sluipverkeer mogelijk wordt door Vogeldorp naar het Hamerkwartier, zowel tijdens de bouw als in de eindsituatie. Vooral de route Meeuwenlaan, Zamenhofstraat, Vogelkade dan wel Zesde Vogelstraat, Johan van Hasseltweg (en vice versa) mogen geen sluiproutes worden om drukte op het hoofdwegennet of bouwwerkzaamheden te omzeilen (kruip-door-sluipdoor-verkeer). 14. eisen wij dat het plantsoen tussen de rotonde en Vogeldorp niet (opnieuw) als bouwterrein wordt gebruikt tijdens de bouwwerkzaamheden aan de Exclusiva kavel. Dit perceel heeft de bestemming "Groen" en dat dient zo te blijven. Vogeldorp heeft in dat opzicht nare ervaringen met het bouwdepot van Van Gelder ten behoeve van de werkzaamheden in het Blauwe Zand in 2020. 64
Reactie:
De gemaakte opmerkingen hebben betrekking op uitvoeringsaspecten van het bestemmingsplan. Deze aspecten vinden geen regeling in het bestemmingplan. In het MER is een hoofdstuk Hinder opgenomen, met daarin aanbevelingen voor de uitvoering. In Amsterdam is veel aandacht voor bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) tijdens wegwerkzaamheden. Elk project geeft daarom aan hoe zij omgaat met BLVC tijdens de uitvoering; het BLVC-kader wordt aan alle aannemers en ontwikkelaars meegegeven. Hinder en overlast blijven daardoor zo laag mogelijk. Alle eisen vanuit het BLVC kader waaronder ook de aan- en afvoerroutes van het bouwverkeer worden uitgewerkt in een goedgekeurd BLVC uitvoeringsplan. De gemeente toetst de BLVC-maatregelen. In de toelichting van het bestemmingsplan is een aanvulling opgenomen met betrekking tot dit onderwerp “ Hinder tijdens de bouw”.
Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier (in toelichting bestemmingsplan).
65
Adressant 8:
Stichting E.O.S.
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier Samenvatting zienswijze: Hoogbouw
De voorgestelde dichtheden (150 wo/ha), bebouwingspercentages en bouwhoogtes van 40 tot 160 meter zijn extreem en onevenredig hoog. De mate van hoog-stedelijkheid (FSI 3,5 tot 5) is vergelijkbaar met de Zuid-As. Elke samenhang met de stedenbouwkundige morfologie ter plaatse ontbreekt: er wordt geen enkele relatie gelegd met omliggende tuindorpen, noch met Java-Eiland, Vogeldorp en Vliegenbos. Beperking maximale bouwhoogtes tot 30 meter en met 7 woonlagen op bedrijfsplint. Hiërarchie van lage en middelhoge “Hamerblokken.” Globale doorrekening daarvan leidt tot de conclusie dat hiermee vrijwel hetzelfde programma voor wonen en bedrijven haalbaar is. De voordelen daarvan zijn evident: Betere stedenbouwkundige aansluiting met de directe omgeving, Vogeldorp, Vliegenbos. Bouwhoogtes tot 30 meter beter afgestemd op Java-Eiland en boomkruinen. Grotere belevingswaarden woonomgeving en openbare ruimte. Betere haalbaarheid van betaalbare/ sociale woningbouw. Een en ander is gevisualiseerd in bijgevoegde BIJLAGE met beelden en berekeningen, onder het motto: HAMER & AAMBEELD. Wellicht wachten we op een kritische, nieuwe Stadsbouwmeester, die met de juiste hamer op het stedelijke aambeeld slaat?! Graag is de stichting E.O.S. bereid om met u van gedachten te wisselen. Groen in openbare ruimte
Introductie van meer structurele openbare ruimte, in de vorm van water en groen. Externe veiligheid De huidige bedrijven-verkaveling wordt ingezet als (begrijpelijk) flexibel grid voor een toekomstige functiemix van werken en wonen. Het zgn “HAMERBLOK” wordt gepresenteerd als prototype voor de toekomst: met een hoge bedrijfsplint in twee lagen met daarboven “wolkenkrabbers” van 40 tot 160 meter hoog. Maar tegelijk ontbreekt vrijwel elke betekenisvolle openbare ruimte van enige omvang ten ene male. De gepresenteerde beelden laten een soort geïsoleerde MANHATTAN zien, met ca 6.000 woningen, vrijwel direct grenzend aan ALBEMARLE (voorheen KETJEN): een grootschalig en zwaar milieu-belastend chemisch bedrijf. In de gepubliceerde INVESTERINGSNOTA en het BEELDKWALITEITSPLAN wordt hieraan, ten onrechte, vrijwel geheel voorbijgegaan. Reactie
Adressant maakt een schematische berekening vanuit het schematisch Hamerblok. Uitkomsten van zijn/haar berekening van het gemeentelijke Hamerblok is niet correct. Waar gemeente inzet op een totaal programma van 765.000m2 (wonen: 484.000m2, werken/voorzieningen: 281.000m2 waarvan 87.000 bestaand), wordt in de berekeningen van de inspreker gesteld dat er ca. 1.400.000m2 BVO wordt gerealiseerd. Deze berekening is dus foutief. Ook het gestelde “beheerste variant middelhoog” komt vanuit een schematische berekening hoger uit dan dat wordt gerealiseerd in de Investeringsnota, namelijk 765.000m2 bvo. Verder wordt bij de algemene hoogbouwreactie uiteengezet waarom er niet gekozen is voor een gesloten bouwblok. Dit is ook in de in 2019 vastgestelde projectnota gedaan. Een paar argumenten zijn o.a.: minder uitzichten vanuit gesloten 66
bouwblok, bedrijfshallen zijn hierin moeilijker in te passen i.v.m. de vele stijgpunten/constructie voor bovenliggend wonen, weinig variatie in woningtype etc. Daarnaast zorgt een gesloten bouwblok van 7 lagen voor dichtere straten, waarbij groen vanuit de binnentuinen niet zichtbaar is. Daarnaast kiest de gemeente ervoor om geen wandvorming van bebouwing van 30m te creëren, maar door verschillende hoogtes, die dieptewerking in het silhouet realiseren. Aanvullend wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van Albemarle (adressant nummer 1). De nabijheid van Albemarle is bekend en de relatie tussen de bedrijfsvoering van Albemarle en de transformatie van het Hamerkwartier is in het MER Hamerkwartier in beeld gebracht. Tevens wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van VEBAN (adressant nummer 6), voor wat betreft de onderwerpen menging van de woon-werkfuncties en de relatie tot het bedrijf Albemarle. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier/ MER Hamerkwartier
67
Adressant 9:
Johan van Hasselt - en Waldorf & Statler Vastgoed
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier Samenvatting zienswijze: Inleiding Clienten zijn erfpachters van de gronden met bedrijfsbebouwing aan de Johan van Hasseltweg 2 tot en met 32 te Amsterdam. De oppervlakte van het perceel is ca 4.210 m2 groot. Op het perceel is bebouwing aanwezig bestaande uit een gedeelte laagbouw en een gedeelte hoogbouw, evenals 23 parkeerplaatsen aan de achterzijde van de bebouwing. Het complex staat bekend als “De Johan”. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan Hamerstraatgebied, met de bestemming Gemengd-2, welke gronden blijkens art 5.1 van de planregels onder andere gebruikt mogen worden voor bedrijven en kantoren. Het plangebied waar het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier op ziet, is gelegen in de directe nabijheid van het perceel van clienten. Daarnaast is de gemeente bezig met de gefaseerde transformatie van het Hamerkwartier en met een m.e.r.procedure gekoppeld aan het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier. Vergroening Johan van Hasseltweg In het MER is een afweging gemaakt inzake het al dan niet vergroenen van de Johan van Hasseltweg (p. 182-185). De negatieve en positieve effecten zijn tegen elkaar afgewogen (effectbeoordeling).
Hieruit is naar voren gekomen dat het vergroenen van de Johan van Hasseltstrook de Voorkeursvariant is, mits er maatregelen getroffen worden om het wegverkeerslawaai te mitigeren: variant 2* dus. Dit zijn der randvoorwaardelijke spelregels om zo de hinder op de bestaande bewoning van het Vogeldorp te beperken. Bij clienten bestaat nog veel onduidelijkheid over de door de gemeente gewenste groenstructuur. Onduidelijk is wat de gemeente hiermee precies voor ogen heeft en op welke termijn deze structuur gerealiseerd wordt. Bovendien is onduidelijk waarom precies voor deze locatie is gekozen als groene zone, terwijl op deze plek nu veel bedrijvigheid is gevestigd, één van de functies die de gemeente voor Hamerkwartier nu juist wenst te behouden. De voorgenomen vergroening brengt daarom voor clienten veel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid met zich mee. Meer in het bijzonder is voor clienten niet duidelijk wat de effecten zijn op de normale bedrijfsvoering zoals die plaatsvindt op het perceel van clienten, de ontsluiting en bereikbaarheid van het perceel en de door clienten te lijden schade. Clienten ontvangen op dit punt graag een nadere toelichting, alsmede een uiteenzetting van hoe bij de belangenafweging rekening is gehouden met de belangen van clienten als erfpachters van het Perceel en de belangen van de huidige bedrijven en kantoren die op het Perceel gevestigd zijn.
Ook vernemen clienten graag op welke termijn de gemeente hierover een concreet en definitief besluit zal nemen, en op welke termijn de gemeente verwacht om de gronden om te zetten naar groen. Clienten hebben immers baat bij spoedige duidelijkheid over de plannen van de gemeente inzake hun Perceel. In ieder geval is duidelijk dat zijn niet van plan zijn het Perceel te ontwikkelen tot groenstrook en dat zij zich zullen verzetten tegen wegbestemming. En hoewel clienten begrip hebben voor de wens van de gemeente om het gebied te vergroenen, hebben clienten evenwel geen toestemming gegeven voor de wijziging van het perceel naar een 68
groenstrook. Clienten zullen zich – mocht het zo ver komen- verzetten tegen het wegbestemmen van de aan het perceel toegekende bestemming. Niettemin zijn clienten graag bereid mee te denken over de vraag hoe een herontwikkeling van het perceel kan bijdragen aan de vergroening van Hamerkwartier. Conclusie De gemeente wordt verzocht duidelijkheid te verschaffen omtrent het toekomstige gebruik en invulling van het Perceel, de termijn en wijze waarop nadere besluitvorming hierover zal plaatsvinden, alsmede de vraag hoe de belangen van cliënten in dat proces worden meegenomen; In dat kader hebben cliënten opgemerkt dat voor het geval de gemeente daadwerkelijk zal overgaan tot wegbestemmen en/of onteigening, cliënten zich daartegen zullen verzetten en aanspraak zullen maken op volledige schadevergoeding; Cliënten treden graag met gemeente in overleg over een nadere invulling van het perceel waarbij de bestaande rechten van cliënten (zo veel mogelijk) behouden kunnen blijven. Reactie
In de investeringsnota wordt een eindbeeld van Hamerkwartier gepresenteerd. Dat eindbeeld zal gefaseerd worden gerealiseerd. Om aangename en gezonde wijk te kunnen realiseren is voldoende groen nodig. Hamerkwartier gaat uit van een groene omzoming waarbij er een prettige overgang wordt gecreëerd naar de omliggende buurten. De Johan van Hasseltweg als belangrijke structuurdrager en entree naar Hamerkwartier vraagt om een royale openbare ruimte met veel groen. Hier ook liggen kansen om de ecologische verbinding tussen het IJ en het Vliegenbos en Noorderpark te versterken. Zoals ook het vastgoed, wordt ook het groen gefaseerd gerealiseerd. De gemeente zal eerst inzetten op realisatie van groen op andere plekken (zoals de Meeuwenlaan, het oeverpark en diverse pocket parks, alvorens te starten met de vergroening van de Johan van Hasseltweg. Dit mede omdat er een belangrijke relatie ligt met de inpassing van de oeververbinding over het IJ: de Oostbrug en een reservering voor een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding in de Johan van Hasseltweg. Deze reservering betreft de zogenaamde Zaan/ IJlijn Een ruimtelijke reservering hiervoor is onderdeel van de concept-investeringsnota Hamerkwartier. Dit in lijn met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De oeververbinding Oostbrug kent haar eigen planvorming- en besluitvormingsproces.
Voor de concept-investeringsnota Hamerkwartier is aangesloten bij de, op moment van ter inspraak gaan, laatste inzichten ten aanzien van de oeververbinding. Dit betreft het advies Commissie D’Hooghe dat februari 2021 door het College van B&W is aangenomen als richtinggevend advies voor de nadere uitwerking van de nieuwe oeververbindingen. Op dit moment ligt er nog een gemeenteraadsbesluit uit 2017 met de Javabrug als uitgangspunt. Naar verwachting wordt een aangepast voorkeursbesluit/ nota van uitgangspunten Sprong over het IJ, met een ‘Oostbrug’ in plaats van een ‘Javabrug’ in het eerste kwartaal van 2022 aan het gemeentebestuur voorgelegd. De inspraak hierover vindt plaats in de tweede helft van 2021. Na het (gewijzigde) voorkeursbesluit is het aan het nieuwe gemeentebestuur, na de verkiezingen, om te bepalen hoe hier vervolg aan gegeven wordt. Als er voor Hamerkwartier voldoende duidelijk is hoe de (mogelijke) brug en of en hoe een openbaar vervoerverbinding moet worden, kan ook een definitief besluit worden genomen over onder meer de Johan van Hasseltzone (bedrijvenbebouwing aan de oostzijde van de weg) en de twee kavels aan de westzijde van de weg direct bij de aanlanding van het Oostveer. Belangrijke ‘criteria’ voor dit besluit zijn onder meer de vervoerwaarde, de hoogte van de investeringen en de 69
ruimtelijke inpasbaarheid/ impact op de omgeving. Wanneer dit besluit wordt genomen kan niet met zekerheid wordt gesteld. De gemeente blijft in overleg met eigenaren en gebruikers.
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier/ MER Hamerkwartier
70
Adressant 10: Rijkswaterstaat
Deze zienswijze richt zich op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier Samenvatting zienswijze:
Rijkswaterstaat heeft per e-mail een rectificatie gestuurd van de eerste ingediende zienswijze: “Onze zienswijze voor het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier bevatte een foutieve tabel. Langs het hele IJ en Noordzeekanaalgebied geldt een vrijwaringszone van 50 meter. Omdat het plangebied van dit bestemmingsplan op een grotere afstand ligt, hoeft er in dit geval geen rekening gehouden te worden met het Barro. Wel moet er nog steeds rekening gehouden worden met de Vessel Traffic Service installatie (walradar). In het algemeen geldt voor plannen die wel binnen de 50 meter van de vaarweg liggen het volgende: De vrijwaringzone vaarweg van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) loopt door tot in het plangebied. In hoofdstuk 2 van de toelichting in de Barro wordt gesproken over het bestemmen van vrijwaringszones langs vaarwegen om het belang van een vlotte en veilige doorvaart voor de scheepvaart te borgen. In deze zone dienen belemmeringen voor de veiligheid van de scheepvaart op de Rijksvaarweg (doorvaart, zicht en hulpverlening) voorkomen te worden. De vrijwaringzone Barro van het Noordzeekanaal en/of de vaargeul van Het Binnen IJ loopt tot in het plangebied. Hiermee is ook het onderdeel vrijwaringzone vaarweg van het Barro relevant voor het plangebied.
De vrijwaringzone Barro wordt gerekend vanaf de begrenzinglijn van de Rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger conform artikel 5.1 van de Waterwet. De legger is te vinden op www.rws.nl/apps/geoservices/legger. Nabij vaarwegsplitsingen of havenuitvaarten bedraagt de vrijwaringzone, tot een afstand van 300 meter van de splitsing of uitgang, aan weerszijden van de vaarweg 50 meter. Voor het gehele Noordzeekanaal en Het Binnen IJ geldt daardoor de afstand van 50 meter. In art. 2.1.3 schrijft het Barro voor, dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een vaarweg of op een vrijwaringszone, rekening wordt gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: 1. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte 2. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart 3. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten 4. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten 5. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.
In zulke gevallen zien we graag dat het zowel wordt opgenomen in de toelichting, als op de verbeelding.” Reactie Kennisgenomen wordt van de zienswijze van Rijkswaterstaat waarin wordt bevestigd dat het bestemmingplangebied buiten de vrijwaringszone vaarweg ligt en er daarmee geen noodzaak bestaat voor een aanduiding op de verbeelding van het bestemmingsplan. Het bovenstaande is verwerkt in par.3.1.2. van de toelichting van het bestemmingsplan. Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier (toelichting bestemmingsplan) 71
Adressant 11: Waternet
Deze zienswijze richt zich op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier Samenvatting zienswijze: Op 27 mei hebben wij het concept bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier ontvangen. In januari hebben wij hier ook een reactie op gegeven. Wij zien dat het meer is toegespitst op het deelgebied Exclusiva en de opmerkingen zijn meegenomen. In de tussentijd zijn in het beleid twee dingen veranderd die we nog graag willen meegeven en terugzien in het bestemmingsplan: Vanuit de gemeente Amsterdam is een afwegingskader Grondwaterneutrale kelders opgesteld (https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duurzaam-amsterdam/nieuweregels-aanleg-kelder/). Binnenkort wordt het paraplu bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders officieel vastgesteld. Voor alle omgevingsvergunningsaanvragen voor kelderbouw moet nu al getoetst worden of ze grondwaterneutraal worden aangelegd. Voor kleine kelders (<300 m2) is het nodig dat er maatregelen voor het doorlaatvermogen worden gedaan in het gebied (zie bijlage 2c van het afwegingskader grondwaterneutraal bouwen). Bij grote kelders (>300m2) is er maatwerk nodig. Als toevoeging op de GRP van Amsterdam is de Hemelwaterverordening sinds 26 april 2021 van kracht. Zie https://www.rainproof.nl/hemelwaterverordening: Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld.
Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Reactie: Bovenstaande opmerkingen zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier. De toelichting is aangevuld op bovenstaande onderwerpen. De planregels zijn aangepast in overeenstemming met het geldende beleidskader en het
paraplubestemmingsplan ‘Grondwaterneutrale kelders’. Deze zienswijze heeft geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier (regels, verbeelding en toelichting).
72
Adressant 12: Gunthers en Meuser
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier Samenvatting zienswijze: Zienswijze van Gunthers en Meuser heeft betrekking op het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier, het MER en het ontwerpbesluit Hogere waarden Wet geluidhinder. Inleiding Gunthers en Meuser exploiteert een ijzerwarengroothandel voor de bouw en bouwgerelateerde bedrijven (waaronder ook veel woningbouwverenigingen) aan het pand in eigendom van zusterbedrijf Isero BV aan de Johan van Hasseltweg 59 en Schaafstraat. Dit pand betreft onze hoofdvestiging, met winkel/verkoopruimte, kantoor en een distributiecentrum voor bezorging aan onze klanten in de regio Amsterdam. Het is een echt Amsterdams bedrijf met een historie van bijna 200 jaar. De hoofdvestiging ligt in de directe nabijheid van het ontwerpbestemmingsplan op de rand van het zogeheten Hamerkwartier. Het bedrijf is een aanzienlijke en goede werkgever in de regio Amsterdam. Zij staan op zichzelf positief tegenover de plannen om de locatie van de voormalige groothandel in schoonmaakproducten te herontwikkelen. De zienswijze heeft betrekking op de verschillende onderzoeken en andere documenten-waaronder het MER, en bijvoorbeeld ook het Mobiliteitsplan Hamerkwartier (bijlage bij het Ontwerpbestemmingsplan)- waarop het ontwerpbestemmingsplan stoelt.
Die onderzoeken en andere documenten beslaan niet uitsluitend het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan maar gaan ook in op de gronden en de omgeving van de hoofdvestiging van Gunthers en Meuser. De zienswijze ziet op onder meer het autoluw maken van (onder andere) het gebied van de hoofdvestiging en het realiseren van een mobiliteitshub ter plaatse van (onder andere) de hoofdvestiging. Inpraakreactie Investeringsnota Hamerkwartier/ concept Beeldkwaliteitsplan en bijbehorende aanpassing welstandsnota Ter onderbouwing van deze zienswijze wordt verwezen naar de inspraakreactie van 6 juli 2021, zoals meegezonden in de bijlage bij deze zienswijze. De gemaakte opmerkingen in deze bijlage over de investeringsnota en bijbehorende stukken geldt ook ten aanzien van de onderzoeken en andere documenten, waaronder het MER, waarop het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit Hogere waarden stoelen. Het ontwerpbestemmingsplan stuit dan ook op dezelfde bezwaren als aangeven in de inspraakreactie. Ook heeft het ontwerpbestemmingplan op verschillende punten impact op hun bedrijfsactiviteiten, zoals in de bijlage is toegelicht. Aanvullende punten m.b.t. het Ontwerpbestemmingsplan Het is niet duidelijk hoe de mobiliteitshub zich verhoudt met het voornemen in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan om parkeergelegenheden ondergronds te realiseren (toelichting par 2.3.2.1.1).
Als de mogelijkheid tot ondergrondse parkeergelegenheden bestaat, is er geen noodzaak om een aparte bovengrondse mobiliteitshub te realiseren. 73
De toelichting van het bestemmingsplan noemt dat een strook zal worden aangelegd voor laden en lossen voor vrachtwagens van maximaal 7,5 ton en 10 m lang. Gunters en Meusers wordt echter bevoorraad door grotere en zwaardere vrachtwagens. Als beoogd is dat dit voor het gehele Hamerkwartier gaat gelden, worden de bevoorradingsmogelijkheden van Gunters en Meuser onevenredig benadeeld al dan niet onmogelijk gemaakt. Zowel het MER als de toelichting van het bestemmingsplan verwijzen naar herpositioneren van fietspaden. Zoals ook opgemerkt in de inspraakreactie kan het herpositioneren van het fietspad langs de vestiging van Gunthers en Meuser leiden tot minder bereikbaarheid en een gevaarlijke situatie. Het MER noemt dat er mogelijk venstertijden voor laden en lossen kunnen worden ingesteld. Nu het MER een breder gebied omvat dan alleen het plangebied en ziet op de herontwikkeling van het hele Hamerkwartier, kan deze mogelijkheid ook impact hebben op de bedrijvigheid van Gunthers en Meuser. Voor haar belang bij goede bereikbaarheid en distributiemogelijkheden wordt verwezen naar de inspraakreactie.
Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door Adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld met een bijbehorende parkeerstrategie. Hierin zijn verschillende mobiliteitsscenario’s onderzocht en is de parkeerstrategie uitgewerkt. In de Investeringsnota en het achterliggende Mobiliteitsplan zijn de randvoorwaarden voor het parkeren beschreven. Herin is opgenomen dat parkeren ondergronds of (bij uitzondering) in gebouwde voorzieningen gebeurt en dat de ontsluiting plaatsvindt via de Motorkade, het Gedempt Hamerkanaal of de Johan van Hasseltweg. Marktpartijen realiseren het benodigde aantal parkeervoorzieningen inclusief het bezoekersparkeren op de eigen kavel en parkeervoorzieningen zijn minimaal toegankelijk voor iedereen die een bestemming heeft op die kavel, zoals ook bij de Exclusiva-ontwikkeling. Als het kan worden de parkeerplekken openbaar toegankelijk. De parkeerhub wordt gebruikt voor de bewoners, werknemers en bezoekers van de kavels die niet de eigen parkeervoorziening hebben kunnen realiseren, bijvoorbeeld omdat zij geen ontsluiting kunnen maken aan het gedempt Hamerkanaal. Aangezien Exclusiva in haar eigen parkeerbehoefte kan voorzien ligt er geen koppeling met de mobiliteitshub. Ook als Hamerkwartier is ontwikkeld kan Gunters en Meuser op eigen terrein worden bevoorraad. Ook klanten dienen op eigen terrein te parkeren.
Dat is veiliger omdat Gunters en Meuser veel bedrijfsmatig verkeer aantrekt met middelgrote en grote voertuigen. Voor specifieke parkeerbehoeftes kan in overleg met de gemeente gezocht worden naar maatoplossingen. In overleg met het Hamerkwartier kan de openbare ruimte ingericht worden die verkeersveilig is voor de omgeving De wegen van/naar het Hamerkwartier zullen wat drukker worden, maar gezien de autoluwe ontwikkeling van het gebied is de verwachting dat de omliggende wegen dat over het algemeen aankunnen. De rotonde op de Meeuwenlaan wordt heringericht tot kruispunt met verkeerslichten. Hierdoor kan dit kruispunt grotere verkeersstromen aan. Bij de verdere ontwikkeling van het gebied wordt rekening gehouden met de belangen van zittende ondernemers en bewoners. De ontwikkeling van Hamerkwartier wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
74
Reactie Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier/ MER Hamerkwartier
75
Bijlagen
76
BIJLAGE 1 BIJ BEANTWOORDING ZIENSWIJZE ALBEMARLE (REFERENTIESITUATIE ALBEMARLE – MER HAMERKWARTIER)
1 1.1
Inleiding en systematiek referentiesituatie
Albemarle Catalysts Company B.V. (hierna: ‘Albemarle’), gelegen aan de Nieuwendammerkade 1-3 (1022 AB) te Amsterdam, is gesitueerd op een gezoneerd industrieterrein direct ten oosten van het Hamerkwartier. Albemarle produceert katalysatoren voor de petrochemische industrie. Deze katalysatoren worden gebruikt voor de productie van hoogwaardige brandstoffen zoals gas, benzine, diesel en kerosine uit aardolie.
1.2
In deze notitie wordt uiteen gezet op welke wijze naar aanleiding van de zienswijze van Albemarle op het MER Hamerkwartier, is gekomen tot het bepalen van de referentiesituatie in het MER.
1.3
Vertrekpunt voor het bepalen van de referentiesituatie voor het MER (versie april 2021) vormde:
-
vigerende milieuvergunning (2018);
-
een milieuneutrale melding uit 2019;
-
addendum dat aan de Omgevingsdienst Noordezeekanaalgebied in 2019 is toegezonden;
-
vigerende bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II (2013).
In het MER is bovendien een gevoeligheidsanalyse opgenomen voor de in 2020 ingediende aanvraag Wm-vergunning voor wijzigen HPC-3-fabriek.
1.4
Naar aanleiding van de zienswijze en verschillende gesprekken die hebben plaatsgevonden met Albemarle nadien, is gebleken dat het overzicht van de vergunningen en geaccepteerde meldingen ontoereikend is. Voor de referentiesituatie wordt van de volgende vergunde situatie uitgegaan:
77
1.5
Heel recentelijk is op 4 november 2021 een melding gedaan voor een milieuneutrale wijziging (kenmerk OLO-6245591) voor de vervanging van de anti-scalent op de Evides RO- water plant. Deze melding formaliseert een reeds bestaande activiteit en wordt daarom meegenomen als onderdeel van de autonome situatie.
1.6
Naast de vergunde situatie, bestaat op dit moment nog een tweetal aanvragen waarvan niet duidelijk is of die voor vergunningverlening in aanmerking komen. Dit betreffen:
1.7
-
Aanvraag Omgevingsvergunning aanpassing HPC fabriek (2020)
-
Aanvraag Omgevingsvergunning transport over water (november 2021).
Het bedrijf heeft een aanvraag Wm-vergunning ingediend (2020) voor het aanpassen van de site. Albemarle is voornemens om de HPC-3-fabriek op haar locatie te wijzigen. De aanmaak van een tussenproduct dat nu nog extern wordt betrokken, wordt in het bestaande proces van HPC-3 geïntegreerd. De verandering betreft de toevoeging van dit productieproces. De productiecapaciteit van de HPC-fabriek wijzigt niet, toevoegen van de (tussen)productie in HPC-3 is aanvullend en past binnen de bestaande en vergunde productiecapaciteit. Het aantal bulkverladingen in de aanvraag voor nikkelhydroxycarbonaat (NHC) bedraagt 90 verladingen per jaar.
1.8
De aanvraag ziet ook op wijziging van het aantal bedrijfsuren van de discontinue stofafzuiging van de NHC-silo. De nieuwe procesinstallatiedelen die gelet op de verandering benodigd zijn, zullen aansluiten op de huidige HPC-3 en daarmee een deel
78
van de ruimte van de bestaande PGS 15-opslag innemen (inpandig, binnen het bestemmingsvlak waar categorie 4.2 is toegestaan). Voor de productie van het tussenproduct zal een nieuwe grondstof (organisch zuur, waterbezwaarlijk) en nikkelhydroxycarbonaat (NHC, acute toxiciteit bij inademing, gevarencategorie 1 en 2) worden gebruikt. Het vloeibare organisch zuur zal worden opgeslagen in een uitpandig gelegen bovengrondse tank (40 m3) in een tankput, terwijl de opslagsilo (40 m³) van het poedervormige NHC op het dak van het productiegebouw zal worden geplaats, binnen het bestemmingsvlak waar categorie 4.2 is toegestaan.
1.9
De aanvraag uit 2020 is nog in behandeling bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: de Omgevingsdienst), maar is in de beschouwing van de relevante milieueffecten in het MER meegenomen. Niet als een vastgestelde autonome ontwikkeling, maar in de vorm van een gevoeligheidsanalyse. In elk van de relevante milieuhoofdstukken is een kader gepresenteerd wat de potentiële effecten op het milieu zijn door de uitbreidingsplannen van Albemarle.
1.10
In november 2021 – en derhalve na vrijgave van het ontwerp-bestemmingsplan Exclusiva en het MER - heeft Albemarle een aanvraag ingediend om het transport over de weg grotendeels om te zetten naar transport over het water in het kader van de verduurzamingopgave. Ten aanzien van deze aanvraag is door de gemeente geconstateerd dat deze niet vergunbaar is wegens strijd met het bestemmingsplan (activiteiten niet toelaatbaar binnen de bestemming Water). Om die reden wordt deze aanvraag noch als autonome ontwikkeling noch in de gevoeligheidsanalyse betrokken.
1.11
Tot slot is in het kader van de gesprekken die naar aanleiding van de zienswijzen met Albemarle zijn gevoerd, een toekomstvisie aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied overgelegd. Door Albemarle zijn daarin de volgende ontwikkelingsrichtingen genoemd:
Verduurzaming: - implementatie BBT milieu (5 jaarlijks cyclus) - verduurzaming logistiek: concentratie logistieke activiteiten (van weg naar water) - (deel)vervanging aardgas door biogas - (deel)vervanging aardgas door waterstof Bedrijfsvoering: - meerjarenplan reductie CO2-emissies (2021-2030) - HPC katalysatoren: hogere activiteit en selectiviteit, gebruik nieuwe organische hulpstoffen, gebruik extra matrixcomponent - FCC flexibilisering Deze ontwikkelingen zijn nog niet vervat in een concrete aanvraag, noch is door Albemarle concreet gemaakt wat deze ontwikkelingen exact behelzen en wanneer hiertoe een aanvraag wordt ingediend. Ten aanzien van de vervanging van aardgas door biogas of waterstof wordt door Albemarle zelf aangegeven dat die omzetting niet 79
relevant is voor aanvullend geluidonderzoek. Voor het MER is deze omzetting om die reden niet relevant. 1.12
Volgens vaste jurisprudentie behoort iets pas tot de autonome ontwikkeling indien op zijn minst een ontwerp-vergunning ter inzage is gelegd.
Zie: - AbRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, r.o. 25.1; - AbRvS 13 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4023, r.o. 12.6; - AbRvS 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BP9217, r.o. 2.93.
1.13
Bovengenoemde twee aanvragen alsook de toekomstvisie behoren volgens die jurisprudentie niet tot de autonome ontwikkeling en daarmee niet tot de referentiesituatie. Tegelijkertijd volgt uit die jurisprudentie dat ook relevant is of de beoogde ontwikkeling passend is binnen het vigerende bestemmingsplan. Het uitgangspunt is ingevolge de jurisprudentie dat moet worden uitgegaan van de (representatieve invulling van de) maximale planologische mogelijkheden van het bedrijf. Nagegaan dient daarom te worden of de genoemde aanvragen en toekomstvisie passen binnen een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan.
1.14
Door Antea is een notitie opgesteld waarin voor de verschillende relevante milieuaspecten - door Albemarle zelf is in dit verband gewezen op geluid, externe veiligheid, geur/stof en luchtkwaliteit vanuit hetgeen in het bestemmingsplan Nieuwendam-Zuid II is vastgelegd, aangegeven wat de maximale mogelijkheden zouden kunnen zijn. Hierbij uitgaande van wettelijke grenswaarden, aanwezigheid van bepaalde bestemmingen, bestaande en/of planologisch mogelijke woningen etc. Deze notitie strekt tot basis voor het bepalen van de referentiesituatie en is hierachter gevoegd als bijlage.
1.15
Uit deze analyse van Antea volgt dat het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II ruimte biedt aan Albemarle voor uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten. Met inachtneming van de vigerende bestemmingsplannen Nieuwendam Zuid II en Hamerstraatgebied geldt echter dat Albemarle gebonden is aan aanwezige gevoelige bestemmingen/objecten zoals de woonboten en de woningen in Vogeldorp. Omdat deze dicht bij het bedrijf liggen, dient hiermee in de autonome situatie al rekening te worden gehouden bij iedere uitbreiding van Albemarle. Deze gevoelige bestemmingen stellen als het ware de kaders voor de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.
De inrichting van Albemarle kwalificeert als een inrichting met SBI-code 2413.1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het is een categorie 4.2 inrichting waarvoor in een gemengd gebied een richtafstand voor geluid geldt van 200 meter, voor geur een richtafstand van 50 meter en voor stof 10 meter. Een deel van de inrichting is bestemd als categorie 3.1 bedrijf. Voorgaande brengt mee dat de invloedsfeer van Albemarle slechts beperkt over het Hamerkwarter heen ligt. Met inachtneming van die richtafstanden, bestaan in de autonome situatie in beginsel maar beperkt belemmeringen voor het realiseren van nieuwe gevoelige functies in het Hamerkwartier.
80
1.16
Het MER Hamerkwartier is gekoppeld aan het eerste ruimtelijke project van Hamerkwartier: het bestemmingsplan Exclusiva. Dat is gelegen op een afstand van 420 meter vanaf de grens van de inrichting van Albemarle zodat de richtafstanden op grond van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering ruimschoots in acht worden genomen. Met de onderbouwing in de onderzoeken die ten grondslag liggen aan het bestemmingsplan Exclusiva wordt aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.17
Ten aanzien van geluid geldt dat het vigerende bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II Albemarle veel planologische ruimte biedt qua hoogten en percentage bebouwd oppervlak. De werking van de geluidszone en daarin aanwezige MTG’s en hogere waarden werkt hierbij sturend. Bepaald is welke uitbreidingsruimte aan de hand van het opvullen van het zonemodel en met inachtneming van aanwezige MTG’s resteert. Dit scenario is door Albemarle zelf aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied aangeleverd.
1.18
De aanvraag uit 2020 en de toekomstvisie zijn daarbij als gevoeligheidsanalyse meegenomen waarbij de onderzoeken naar externe veiligheid, geur/stof en het onderzoek naar luchtkwaliteit kwantitatief zijn beschouwd en voor geluid het model aan de hand van de toekomstplannen van Albemarle is opgevuld en daarmee volledig is meegenomen in het onderzoek.
2 2.1
Albemarle in het MER Hamerkwartier Met inachtneming van de autonome situatie in samenhang beschouwd met bovengenoemde uitgangspunten is bekeken in hoeverre het bestemmingsplan Nieuwendam Zuid II en het bestemmingsplan Hamerstraatgebied representatieve uitbreidingsmogelijkheden bieden aan Albemarle.
2.2
Op basis van die uitgangspunten, is het MER Hamerkwartier op onderdelen aangevuld. Daarmee is de bestaande en vergunde bedrijfssituatie van Albemarle als referentiesituatie meegenomen en is aan de hand van een gevoeligheidsanalyse vastgesteld welke effecten de toekomstplannen van Albemarle hebben voor de beoogde gebiedsontwikkeling in het Hamerkwartier. Daartoe zijn de vier door Albemarle zelf benoemde milieuthema’s maatgevend geacht: geluid, externe veiligheid, geur/stof en luchtkwaliteit.
2.3
De uitkomsten van het MER worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van deelplannen binnen het Hamerkwartier.
81
BIJLAGE 2 BIJ BEANTWOORDING ZIENSWIJZE ALBEMARLE (PLANOLOGISCHE MOGELIJKHEDEN ALBEMARLE)
82
83
84
85
BIJLAGE 3 SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ADVIES CIE M.E.R.
Samenvatting advies cie m.e.r. De gemeente Amsterdam wil het Hamerkwartier in Amsterdam-Noord transformeren van bedrijventerrein naar een gebied waar wonen en werken samengaan. Het gebied krijgt een hoge dichtheid van woningen en voorzieningen. Ter voorbereiding op de benodigde besluiten hierover is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeente Amsterdam heeft de Commissie voor de m.e.r. gevraagd te adviseren over de juistheid en de volledigheid van het MER, waarin ook de sociale effecten een prominente plek hebben. Wat blijkt uit het MER? Het MER is opgedeeld in drie delen, die achtereenvolgens ingaan op: Het projectnota-alternatief (inclusief programma en uitgangspunten). Een analyse van verschillende varianten voor de nader te maken keuzes en fasering op gebiedsniveau, en de effecten van het eerste ruimtelijke plan ‘Exclusiva’. Het opstellen van spelregels, randvoorwaarden en een aanzet voor een monitoringsplan. Uit het MER blijkt dat er ambities zijn op het gebied van stedelijkheid, ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, sociaal, leefbaarheid en duurzaamheid. De effecten van de gebiedstransformatie op de omgeving zijn in het MER onderzocht. Het blijkt dat met name het wegverkeerslawaai toeneemt en dat de verkeersafwikkeling slechter wordt. Ook zijn positieve effecten te verwachten, bijvoorbeeld omdat het industrielawaai zal afnemen.
Het aanleggen van meer groen in het gebied resulteert in een gezondere omgeving. Verder zijn er verbeteringen te verwachten op het gebied van duurzaamheid en sociale inclusiviteit. Wat is het advies van de Commissie? Het MER heeft veel verschillende aspecten uitgebreid onderzocht. De ambities zijn duidelijk en het MER is goed navolgbaar. Desondanks signaleert de Commissie bij de toetsing van het MER een tekortkoming. De Commissie adviseert om de volgende informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de gebiedstransformatie van Hamerkwartier: • Onderzoek de parkeerdruk in het studiegebied, geef inzicht in de gevolgen hiervan op de omgeving en betrek en beschrijf hierbij de bereikbaarheid van het gebied. Zij acht deze informatie essentieel voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de gebiedstransformatie. Daarnaast heeft de Commissie een aantal aandachtspunten op het gebied van verkeer en mobiliteit:
Beschrijf hoe in de transitiefase invulling wordt gegeven aan de gewenste mobiliteitsmix, de gewenste eindsituatie en hoe deze bereikt kan worden.
Ga in het MER in hoe de mobiliteitshub kan bijdragen aan de mobiliteitstransitie in de omliggende wijken, zoals in de Vogelbuurt. Ga daarnaast in het MER in op de keuze van een optimale ligging van de mobiliteitshub ten opzichte van de te ontwikkelen wijk.
Reactie: Het advies om nader onderzoek te doen naar de parkeerdruk in het studiegebied is overgenomen; het MER is op dit punt aangevuld. Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel Coffeng een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Hamerkwartier. Ook is een uitwerking van het parkeren en de HUB opgesteld. Deze informatie was al betrokken bij het MER. In een addendum van het Mobiliteitsplan is op basis van de meest 86
recente informatie uit het verkeersmodel en de fasering van Hamerkwartier een update gegeven. Deze actualisatie is bij de aanvulling op het definitieve MER betrokken. De parkeervraag in het Hamerkwartier wordt opgevangen in inpandige openbare parkeerplaatsen. Hierin wordt voorzien in de parkeerbehoefte van bewoners, medewerkers en bezoekers. Deze vraag wordt: • Voor het grootste deel in openbare inpandige parkeergarages op eigen kavels opgevangen • Deels in één of twee mobiliteitshubs, voor de kavels die niet kunnen voldoen aan de randvoorwaarden ten aanzien van parkeren, zoals opgenomen in de ‘Uitwerking Parkeren en mobiliteitshubs Hamerkwartier Amsterdam, 2020’. Daarnaast wordt er in het Hamerkwartier een kwalitatieve hoogwaardige openbare ruimte gerealiseerd met goede verbindingen met de omliggende wijken en buurten die uitnodigt om te lopen en fietsen. Voor het Hamerkwartier en de omliggende buurten geldt in de huidige situatie al een betaald parkeerregime. In het addendum worden de gevolgen voor de omliggende wijken beschreven en worden aandachtspunten benoemd. Voor wat betreft de HUB geldt dat de meest ideale ligging is aan het begin van de nieuwe buurt, bij de entree van Hamerkwartier aan de Johan van Hasseltverkeer.
Hierdoor kan verkeer snel afgevangen kan worden en verkeer niet door de nieuwe en bestaande buurten hoeven te rijden en onnodig zoekverkeer voor parkeren voorkomen word. Daarmee ligt de hub ook dicht op de bestaande Vogelbuurt, zodat deze voorziening voor een deel van de bestaande buurten op nabije afstand ligt. Geluid De informatie in het MER en haar bijlagen is compleet en correct. De onderzoeken zijn duidelijk opgezet en uitgevoerd. De Commissie geeft graag een aantal aandachtspunten mee die de volledigheid van het rapport ten goede komen: Het bedrijf Albemarle Catalysts zorgt voor geluidsoverlast in het gebied. In het MER zijn maatregelen geopperd om dit te voorkomen. Vanwege het huidige industrielawaai (bij variant ‘gebiedsgerichte spelregels’) is het van belang te zoeken naar alle mogelijkheden om bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen om het industrielawaai te verminderen. De Commissie beveelt aan om bij de te maken keuzes over vormen van geluidvermindering ook naar combinaties van maatregelen te kijken. In het MER wordt Schiphol genoemd. Er wordt evenwel niet ingegaan op eventuele geluidsniveaus door vliegtuigen, ook al liggen deze onder grenswaarden. Informatie over gemiddelden, equivalenten en piekgeluidsbelastingen draagt bij aan de volledigheid van het MER. Denk hierbij aan de effecten van vliegtuiggeluid in cumulatie met andere geluidsbronnen.
Beoordeel voor scheepvaartgeluid ook laagfrequent geluid. Dit kan van belang zijn voor de noodzaak van gevelisolatie van woningen. Reactie: In het MER worden bron – en overdrachtsmaatregelen beschreven. Zo is het realiseren van afschermende bebouwing in beginsel onderdeel van het voorkeursalternatief. Bronmaatregelen worden in beginsel niet doelmatig geacht vanwege het grote aantal bronnen bij het bedrijf. In de aanvulling van het MER wordt deze mogelijkheid wel beschreven als optimalisatie van de geluidbelasting. Deze is in het oostelijk deel van het Hamerkwartier hoog. Daarnaast is in het MER nu ook explicieter openomen dat kan worden gezocht naar combinaties van maatregelen. 87
Geluid door vliegtuigen is in de aanvulling van het MER nu ook opgenomen. Dit leidt niet tot belemmeringen voor de ontwikkeling van Hamerkwartier. Tenslotte is bij de beschrijving van scheepvaartlawaai een kader toegevoegd met informatie over laagfrequent geluid Sociale effecten Het komt in Nederland nog niet zo vaak voor dat sociale effecten worden beoordeeld in milieueffectrapporten. In die zin is het nog een leerproces. Voor de gemeente Amsterdam zijn sociale effecten belangrijk. De Commissie besteedt daarom relatief veel aandacht aan het thema, zodat Amsterdam en andere partijen in de toekomst gebruik kunnen maken van de beschouwingen en aandachtspunten uit dit advies. Amsterdam heeft ambities voor een ongedeelde en sociale wijk. Ongedeeld betekent dat de omliggende bestaande buurten als IJplein, Vogelbuurt en Vogeldorp meeprofiteren van de ontwikkeling van het Hamerkwartier. Voorkom dan wel dat er harde scheidslijnen ontstaan tussen het Hamerkwartier en de omliggende buurten op het gebied van leefomgeving (ruimte en functies) en bewoners (denk aan verbinding in plaats van segregatie). Sociaal heeft betrekking op het realiseren van een diversiteit van bewoners, woningen en het stimuleren van ontmoetingen, waarbij ook sociaal kwetsbare groepen kunnen meedoen.
Het MER werkt deze ambitie helder uit volgens de ‘schijf van vijf’ voor een ongedeelde wijk: wonen, openbare ruimte, voorzieningen, sociaal en economie. De Commissie beveelt aan om nadrukkelijker in te gaan op de wijze waarop de omliggende buurten al dan niet kunnen meeprofiteren op sociaaleconomisch gebied. Geef aan wat eventuele risico’s zijn en welke maatregelen getroffen kunnen worden. Reactie: In de aanvulling van het MER is meer sociaal geografische informatie toegevoegd. Daarnaast zijn de aanbevelingen verder uitgewerkt. Ook voor de bestaande buurten IJplein en Vogelbuurt worden plannen uitwerkt. De zogenaamde principenota Ontwikkelbuurt IJplein en Vogelbuurt is gereed en zal nadere uitwerking kennen in plannen waarover met de buurt in gesprek zal worden gegaan. In lijn daarmee en in het kader van de ongedeelde wijk zijn door de gemeente met de corporaties afspraken gemaakt. Daaruit vloeit een aantal maatregelen voort die nu al zijn genomen of op korte termijn aanstaande zijn. Zoals ook de investeringen in Hamerkwartier gefaseerd zullen plaatsvinden over de komende decennia zo zal dit ook voor de bestaande buurten plaatsvinden.
De Investeringsnota Hamerkwartier, het bestemmingsplan Exclusiva en het MER Hamerkwartier hebben betrekking op de ontwikkeling van Hamerkwartier, dat richting Vogelbuurt ‘begrensd wordt door de noordzijde van de Meeuwenlaan en de sloot achter de bedrijfsbebouwing aan de Johan van Hasseltweg en de zesde Vogelstraat. Hoewel de Vogelbuurt dus in fysieke zin geen onderdeel is van de investeringsnota, heeft de ontwikkeling van Hamerkwartier wel een nadrukkelijke relatie met de omliggende buurten. Veel meer dan dat dat nu bij velen beleefd wordt moeten Vogelbuurt en IJplein met Hamerkwartier één wijk worden. Dit komt onder meer terug in de spelregel dat de voorzieningen die er in Hamerkwartier bij komen juist ook bedoeld zijn voor de bestaande buurten. Deze moeten goed en veilig bereikt kunnen worden, het plan voor Hamerkwartier voorziet dan ook in betere en veiligere oversteken over de Meeuwenlaan en de meeste straten in Hamerkwartier zullen autoluw of autovrij worden ingericht. In het gebied komen nieuwe gezondheidscentra, buurtkamers, scholen, ruimte voor detailhandel en horeca et cetera waar ook de bestaande buurten profijt van kunnen hebben. Zo biedt de ontwikkeling van Hamerkwartier, de kans om van de Kinderboom een betere school te maken, met nieuwe klaslokalen,
88
onderwijsvoorzieningen en speelplekken, een gebouw geschikt om het gewenste onderwijs aan te kunnen bieden, juist ook voor de kinderen uit de bestaande buurten. Nieuwe aantrekkelijke openbare ruimte met verblijfs-, spel- en sportmogelijkheden is er straks in verschillende pocketparks, het Motorplein en het oeverpark, óók voor bewoners . Door het behouden en versterken van het gebied als productief creatief werkgebied is er straks nog meer werkgelegenheid, waar ook de bestaande buurten van kunnen profiteren. De gemeente investeert daarbij in het versterken van de verbinding tussen de bedrijven en de lokale arbeidsmarkt door een aantal programma’s zoals ook verwoord in de Investeringsnota. Dit gebeurt via een aantal werkgelegenheidsprogramma’s vanuit de gemeentelijke directie Werk Participatie en Inkomen, waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt maar ook jongeren via onder meer stagecarousels in begeleid worden naar mogelijke banen. Zeventig procent van de woningen in Hamerkwartier zullen worden gerealiseerd in het sociale en middensegment. De corporaties uit de bestaande buurten zijn gedurende het traject van de planontwikkeling van Hamerkwartier betrokken geweest en zullen dit blijven. Partijen hebben samenwerkingsafspraken gemaakt over de ontwikkeling en de bestaande buurten.
Eén van de afspraken die gemeente en corporaties hebben gemaakt betreft het kunnen doorstromen van bewoners uit de bestaande buurten naar Hamerkwartier. Dit biedt daarmee ook weer kansen in de bestaande buurten. In het programmateam van de ongedeelde wijk, waarin gemeente en corporaties zijn vertegenwoordigd, wordt de voortgang op de schijf van vijf zoals deze ook in het MER is opgenomen gemonitord en via een Stuurgroep zo nodig bijgestuurd. Hierbij wordt naar het totaal van de drie buurten gekeken. Bovenstaande is explicieter verwerkt in het aangevulde MER. Monitoring en evaluatie Hoofdstuk 11 van het MER gaat over monitoring en evaluatie. Een monitoringsplan moet duidelijk maken hoe gemonitord wordt en vervolgens bijgestuurd kan worden. De Commissie beveelt aan om hierin bijzondere aandacht te geven aan de fasering, de (juiste) mix van woningen, werklocaties en het voorzieningenaanbod. Monitor ook de sociale veiligheid, de parkeerdruk en bereikbaarheid in omliggende wijken. De plannen bieden hiervoor al een goede basis. Reactie: De gemeente monitort in haar eigen P&C cyclus op de voortgang van de gebiedsontwikkeling en de verschillende functies die worden gerealiseerd. Ook worden er periodiek parkeerdrukmetingen uitgevoerd en wordt er in de gebiedsgerichte aanpak regelmatig metingen uitgevoerd naar de leefbaarheid van de bestaande buurten.
Op basis van deze managementinformatie kan zo nodig bijgestuurd worden. De gemeente zal zoeken naar mogelijkheden om deze informatie meer te bundelen en vanuit integraliteit effecten van de ontwikkeling beoordelen en waar nodig bij te sturen. Dit in combinatie met monitoring zoals in MER beschreven. Hoofdstuk 11 van het MER is hierop aangevuld.
89
BIJLAGE 4 ZIENSWIJZEN (VOLLEDIGE ORIGINELEN IN AFZONDERLIJKE PDF)
90
BIJLAGE 5 INGEDIENDE ZIENSWIJZE TEGEN ONTWERPBESLUIT HOGERE WAARDEN
91
92
93
94
BIJLAGE 6:
OVERZICHT WIJZIGINGEN REGELS EN VERBEELDING BESTEMMINGSPLAN
De wijzigingen in de regels t.o.v. het ontwerpbestemmingsplan zijn hieronder in geel aangegeven.
Artikel 1 1.14
Begrippen
bebouwingspercentage
Een in de regels of verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bestemmingsvlak of bouwvlak aangeeft dat maximaal bebouwd mag worden. 1.17
beleidsregel
De laatst vastgestelde versie van de beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam welke voor het eerst zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 7 september 2021, waarin de criteria zijn opgenomen waarin bouwaanvragen voor kelders worden getoetst. 1.34
deklaag
De bovenste bodemlaag die in de laatste circa 10.000 jaar is ontstaan en die tevens de ophooglaag bevat die door de mens is aangebracht voor bijvoorbeeld woningbouw. 1.43
geohydrologisch rapport
Het resultaat van een geohydrologisch onderzoek neergelegd in een rapport met daarin de eigenschappen en kernmerken van het grondwatersysteem op een bepaalde locatie. In het geohydrologisch rapport worden in ieder geval in beeld gebracht: a. de bodemopbouw; b. de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem; c. de grondwaterfluctuatie; d. de grondwaterstroming; e. de gevolgen voor het grondwatersysteem door de voorgenomen activiteit; f. de mitigerende maatregelen om grondwaterneutraal te kunnen bouwen. 1.44
grondwaterneutraal bouwen
Het bouwen van een kelder waarbij de stand en stroming van het grondwater buiten het perceel waarop de kelder is geprojecteerd niet of nauwelijks veranderen, waar mogelijk zal verbeteren en geen negatieve grondwatereffecten optreden. Tot negatieve effecten worden in ieder geval gerekend risico’s op opbarsten van de deklaag, welvorming, grondwateroverlast en grondwateronderlast. 1.53
hybride bedrijf
Een bedrijf in de maakindustrie en de logistiek waarbij wordt gewerkt aan het fabriceren, reparatie/onderhoud, op en overslag van producten en goederen en waarbij ten hoogste 50% van de werkvloer is ingericht als kantoor met een arbeidsdichtheid van 25 – 40 m2 bvo per werknemer. 1.56
kantoor
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen of een combinatie tussen bedrijf en kleinschalig kantoor, waarbinnen creatieve en vormgevende processen kunnen plaatsvinden, producten worden bedacht, ontworpen en gecreëerd die uniek of maatwerk zijn, en waarbij meer dan 50% van de werkvloer is ingericht als kantoor, met een arbeidsdichtheid van circa 18-25 m2 bvo per 1 fulltimeequivalent (fte), daaronder tevens begrepen vergaderaccommodatie. 1.57
kelder
Ondergronds (deel van een) gebouw, zoals souterrains, kelders, uitgezonderd funderingsconstructies, voor zover de onderkant van de vloer van de betreffende bouwlaag dieper is gelegen dan 0,5 meter onder het peil. 1.61
ondergeschikte horeca
Niet-zelfstandige horeca, die wordt of is gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan de hoofdfunctie is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden
95
van de hoofdfunctie, waarbij maximaal 20% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende andere functie bestaat uit horecaruimte, tot een maximum van 50m 2. 1.63
peil
Onder het peil wordt verstaan: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. bij kelders: 1. voor gebouwen direct grenzend aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang tot het perceel waar het gebouw zich op bevindt. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw. 1.66
productief bedrijf
Een bedrijf in de maakindustrie en de logistiek waarbij wordt gewerkt aan het fabriceren, reparatie/onderhoud, op en overslag van producten en goederen en waarbij ten hoogste 30% van de werkvloer is ingericht als kantoor met een arbeidsdichtheid van > 40 m 2 bvo per werknemer.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwdiepte van een bouwwerk
Vanaf peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.
Artikel 3
Gemengd
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-2' uitsluitend voor een schoolplein behorend bij de maatschappelijke voorziening gericht op het onderwijs, zoals opgenomen in sub b. 3.2.2
Gebouwen
Voor bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: d.de eerste bouwlaag van gebouwen - een gedeeltelijke inhangvloer daaronder begrepen -, entree's en foyers van woongebouwen daaronder begrepen, heeft een minimale bouwhoogte van 8 meter; deze bepaling geldt niet voor de eerste bouwlaag van gebouwen met een woonfunctie als bedoeld onder artikel 3.1 a. g.ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan ten behoeve van parkeren voor auto's parkeergarages, inclusief de ondergrondse stalling van fietsen, bergingen en technische ruimtes. k.ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - dove gevel" zijn geluidgevoelige functies aan de oostzijde van het aanduidingsvlak voor bouwlagen boven een bouwhoogte van 50 meter slechts toegestaan voor zover deze gevel is voorzien van een dove gevel of geluidwerend vlies. l.Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-2' zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van een overbouwing van de entree van de parkeergarage, die vanaf de tussenstraat terrasvormig oploopt in bouwhoogte tot maximaal 9 m, ten behoeve van gebruik voor ondergeschikte functies als bergingen behorende bij de maatschappelijke voorziening als bedoeld onder artikel 3.1 b.
96
3.3
Specifieke gebruiksregels
a. maximaal vijftig procent van de gevels mag op de eerste bouwlaag worden gebruikt voor de functie als genoemd in 3.1 onder a; met uitzondering ter plaatse van de functieaanduidingen 'specifieke vorm van gemengd-1' en 'maatschappelijk', hier is het aanbieden en in gebruik hebben van woonruimte, niet zijnde standplaatsen, en daarbij behorende gronden en opstallen ten behoeve van bewoning uitsluitend boven de eerste bouwlaag toegestaan; b. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor wonen, als bedoeld in lid 3.1 onder a, mag niet meer bedragen dan 29.987 m 2 bvo; c. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteiten ten behoeve van de aanduiding 'maatschappelijk', als bedoeld in lid 3.1 onder b, mag niet meer bedragen dan 3.950 m 2; d. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteit kantoren als bedoeld in lid 3.1 onder c mag niet meer bedragen dan 2.000 m 2 per gebouw; met een maximum per vestiging en verdieping van 1.000 m2 bvo. e. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteit overige maatschappelijke voorzieningen als bedoeld in lid 3.1 onder f mag niet meer bedragen dan 1.000m 2; f. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteit cultuur en ontspanning als bedoeld in lid 3.1 onder g mag niet meer bedragen dan 500m 2 bvo. g.
het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteit consumentverzorgende dienstverlening als bedoeld in lid 3.1 onder h mag niet meer bedragen dan 1.540m 2 bvo, met een maximum per vestiging van 500 m2 bvo. h. het oppervlakte bvo brutovloeroppervlak voor de activiteit horeca III en IV als bedoeld in lid 3.1 onder i mag niet meer bedragen dan 500m 2 bvo. i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-1' zijn op de eerste bouwlaag uitsluitend productieve en hybride bedrijven toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van één van de locaties met de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-1' uitsluitend productieve bedrijven zijn toegestaan. 3.4
Voorwaardelijke verplichtingen
In verband met het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, gelden in aanvulling op artikel 3.2 Bouwregels de volgende bepalingen: a. Ter plaatse van de op de verbeelding aangeduide maximale bouwhoogte van 45 m en 60 m is het verboden een gebouw te bouwen hoger dan deze bouwhoogte, mits tenzij aanvrager van de omgevingsvergunning vooraf een plan heeft overlegd aan het bevoegd gezag waarin voldaan wordt aan de volgende eisen, overeenkomstig paragraaf 'Toren/Hoogbouw' van deel B3 van de investeringsnota in bijlage 2 bij deze regels: 1. de bouwhoogte wordt (van 45 m) naar maximaal 51 m respectievelijk (van 60 m naar)70 m verhoogd; deze extra bouwhoogte draagt afdoende bij aan het bereiken van de beoogde 2. stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld door het realiseren van hoge verdiepingshoogtes en of het realiseren van collectieve ruimten voor bewoners. b. Het is verboden een gebouw als bedoeld in artikel 3.2.2 Gebouwen te bouwen als de aanvrager bij de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouw van het betrokken gebouw niet een plan heeft overlegd aan het bevoegd gezag waarin voldaan wordt aan: 1. de borging van een goed woon- en leefklimaat door voorkoming van onaanvaardbare windhinder en -gevaar.