Raadsbesluit 2022-053F bijlage Nota van beantwoording zienswijzen bp Hamerkwartier
Tekst van het document
Kanttekening. Deze afspraak moet aangescherpt worden. Wij zijn geen voorstander van verdichting in de IJpleinbuurt of Vogelbuurt. De enige plek waar woningen kunnen worden toegevoegd is de huidige locatie van de Kinderboom. Het is daarom van groot belang dat zo min mogelijk grote sociale woningen worden onttrokken door verkoop zie 1 of door omzetting naar middensegment zie 2. Zoals nu in De Punt dreigt te gebeuren. 8. Verbeteren van de kwaliteit van de woningen in de IJplein/Vogelbuurt. Kanttekening. De afspraak is prima. Maar hierbij moet veel meer tempo worden gemaakt. Wij willen naar een concreet programma. Waarin duidelijk wordt aangegeven wat wanneer wordt aangepakt. Zie reactie onder kopje ‘inleiding’. 44
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier/ MER Hamerkwartier
45
Adressant 4 en 5:
Gezamenlijke zienswijze Midvast/ Batavia en Steengoed BV/ Spijkerkade CV e.a.
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier Samenvatting zienswijze: Inleiding Clienten zijn erfpachters en/of eigenaren van, dan wel op andere wijze betrokken bij (de herontwikkeling van) percelen binnen bouwvelden E2, G2, I1, I3, 14B en A5. De kaders van de herontwikkeling van het Hamerkwartier zoals vastgelegd in de Investeringsnota alsmede de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken zijn nog onvoldoende uitgewerkt, getoetst en deels incorrect. Bovendien is de verdeling van de ontwikkelruimte niet op basis van een level playing field tot stand gekomen en voldoet deze niet aan de vereisten van behoorlijk bestuur en een goede ruimtelijke ordening. Dit heeft naar verwachting negatieve effecten voor de percelen en ontwikkelrechten van cliënten; bovendien bestemt het plan voor het Exclusivakavel de bestaande gebruiksfuncties op veld G2 weg. Het projectteam Hamerkwartier heeft de afgelopen jaren en in het bijzonder in 2021 een aantal intensieve gesprekken met uw cliënten gevoerd over de gebiedsontwikkeling van Hamerkwartier en de locaties waar uw cliënten eigendom of erfpachtrechten hebben. Veel van de punten die u aanhaalt in uw zienswijze zijn ook in deze overleggen aan de orde geweest. Van de meeste van deze gesprekken is uitgebreid verslag gemaakt.
De gemeente is van mening dat er een goede balans is gevonden in de verdeling van meer en minder rendabel programma in het gebied, gelet ook op allerhande ruimtelijke, functionele en andersoortige condities. De stedenbouwkundige opbouw is uitvoerig beschreven in de investeringsnota en met u besproken. Hieruit voort komt ook de verdeling van ontwikkelprogramma over de ontwikkelvelden. Dat deze niet zou zijn gebeurd op basis van level playing field, niet zouden voldaan aan behoorlijk bestuur of een goede ruimtelijke onderbouwing bestrijdt de gemeente en ziet zij ook niet onderbouwd in uw zienswijze. Ter plaatse van de Beitelkade waar de gemeente toekomstige openbare ruimte heeft voorzien, hebben deze gronden de bestemming “Verkeer” gekregen. Het is echter niet zo dat de huidige activiteiten en bedrijven moeten verdwijnen en volledig worden wegbestemd aan de Beitelkade, integendeel. Door het herinrichten en het ‘inschikken’ van activiteiten binnen de huidige erfpachtrechten die gesitueerd zijn naast de weg te bestemmen percelen (toekomstige openbare ruimte), kunnen de gebruiksfuncties en activiteiten worden voortgezet. Mogelijk wel in aangepaste vorm voor wat betreft ruimtegebruik en bedrijfsvoering. Hierover heeft de gemeente reeds eerste verkennende gesprekken gevoerd. De gesprekken zullen komende periode verder gevoerd worden.
Ontwikkelprogramma Er ontbreekt onderzoek naar de noodzaak van het ontwikkelprogramma (wonen, werken, voorzieningen) en de verdelingen binnen dat programma (oa type woningen en type bedrijfsruimten). Hetzelfde geldt voor het bouwvolume (fsi en hoogteaccenten). De wijze waarop het ontwikkelprogramma en bouwvolume is verdeeld over het Hamerkwartier is 46
ondoorzichtig en verschillen per perceel zijn onverklaarbaar en onredelijk. De haalbaarheid van transformatie per ontwikkelveld kan fors verschillen. Aan het perceel Exclusiva zijn in de IN bijna 27.000 m2 wonen toebedeeld, een fsi van 4,7 een toren van 45 en 60 m. Daarnaast is sprake van vierkante meters aan bedrijvigheid en voorzieningen. In het ontwerpBP worden de volumes, hoogteaccenten en m2 verruimd ten opzichte van de IN. Ook is er sprake van afwijkingen van bijvoorbeeld voorgeschreven omvang bedrijfsruimten; toelichting op die afwijkingen of effecten op omliggende velden en voor verdeling van de volumes en m2 voor overige percelen in het Hamerkwartier ontbreekt. Evenmin zijn relevante zaken vastgelegd zoals maximum aantal woningen en beoogde onderverdeling van het type woningen. Overigens onderschrijven cliënten de noodzaak om van verschillende voorwaarden en eisen uit de IN te kunnen afwijken om te een (financieel) uitvoerbaar plan te kunnen komen. De opstapeling van eisen in combinatie met de nog onbekende grondquote leidt naar verwachting tot onrendabele en niet marktconforme plannen. In onze overleggen als ook in meerdere openbare participatiebijeenkomsten en de investeringsnota is de opzet van het stedenbouwkundig plan uitgebreid toegelicht.
Dat plan is na de nodige onderzoek en uitwerking tot stand gekomen, waarbij is voorgebouwd op het in oktober 2018 vastgestelde Projectbesluit. Om de haalbaarheid van het plan te toetsen zijn ook studies gedaan door architecten en is daar waar eigenaren binnen een ontwikkelveld samenwerking konden vinden en de ambities en kaders uit het Projectbesluit onderschreven gezamenlijk naar de nadere stedenbouwkundige invulling gezocht. Voor de volledigheid nog een toelichting op het stedenbouwkundige plan voor Hamerkwartier. Het bouwt voort op bestaande structuren, waarbij als stedenbouwkundige typologie is gekozen voor het Hamerblok. Er is een duidelijke tweedeling in het plan tussen de grotere kavels ten zuiden van en de kleinere kavels ten noorden van het Gedempt Hamerkanaal. De hoogbouw ligt in de tweede lijn vanaf het IJ en de bestaande buurten. De hoogste hoogbouw is te vinden aan de zuidoost zijde van het plan, in lijn met de Structuurvisie en Omgevingsvisie van Amsterdam, waar het IJ een hoekverdraaiing maakt en deze hoogbouw een relatie vormt met de hoogbouw van Overhoeks, NDSM en Sluisbuurt. Op sommige plekken zijn (cultuurhistorisch) waardevolle gebouwen aangewezen die gehandhaafd dienen te blijven. Vorenstaande bepaalt daarmee ook de tot stand gekomen FSI’s.
De noodzaak voor bedrijvigheid/ bedrijfshallen volgt uit de grote stadsbrede behoefte aan bedrijfsruimte door groei van het aantal inwoners en transformatie van bestaande bedrijfspanden, zoals aangetoond in de Bedrijvenstrategie 2020-2030 en het onderzoek van Stec groep (2019). Daarnaast heeft de gemeente de ambitie om bestaande bedrijvigheid (een combinatie van productief en creatieve bedrijven) en nieuwe bedrijven een plek te geven binnen het Hamerkwartier. Hier wordt in de investeringsnota en het begeleidende document Hamerkwartier Werkt! nader op ingegaan. Aan de verdeling van het ontwikkelprogramma liggen het beleid van de Gemeente Amsterdam en vele onderzoeken en adviezen ten grondslag. Naast dat diverse onafhankelijke externe partijen hebben geadviseerd, hebben ook intern gemeentelijke directies zoals de directie Wonen, Economische Zaken en Onderwijs, Jeugd & Zorg hun expertise ingebracht. Wat betreft het woonprogramma is er aangesloten bij het vastgestelde woonbeleid van de Gemeente Amsterdam en de adviezen van de Directie Wonen. Als het gaat om bouwvolume zijn 47
er aanvullend meerdere sessies/workshops met externe architecten geweest. Wij herkennen ons dan ook niet in uw mening dat er onvoldoende toelichting is gegeven op het plan en de verdeling van programma. De gemeente ziet geen aanleiding tot een grondige bezinning van de kavelpaspoorten. Naast dat de gemeente van mening is dat zij daarvoor de nodige studie reeds heeft gedaan, missen wij in uw zienswijze de motivatie die hiertoe aanleiding geeft. Met betrekking tot relevante zaken rondom woningen: In de regels van het bestemmingplan Exclusiva Hamerkwartier is vastgelegd dat de brutovloeroppervlakte voor wonen niet meer mag bedragen dan 29.987 m2 . Dit komt neer op circa 350 woningen, zoals in de toelichting op het bestemmingsplan staat aangegeven. Er worden geen (percentages voor) woningbouwcategorieën in het bestemmingsplan opgenomen. In het privaatrechtelijk spoor zijn namelijk de afspraken hierover afdoende vastgelegd. Verkeer Het aspect bereikbaarheid van het Hamerkwartier is nog onvoldoende onderzocht en voor de toekomst gewaarborgd. In de stukken ontbreekt een integraal onderzoek naar de verkeerseffecten in het gebied zelf en op de aangrenzende infrastructuur. Het mobiliteitsplan van juli 2019 is enkel op hoofdlijnen en bevat geen achtergrondinformatie, conclusies zijn niet verifieerbaar. Bovendien wordt in dit stuk benoemd dat nader onderzoek noodzakelijk is.
Verder ontbreekt de motivering voor de gemaakte keuzes, waaronder de toegekende wegtypering van de verschillende in het gebied aanwezige straten. Toepassing op Exclusiva: de gronden voor Verkeer zijn aangewezen voor ‘langzaam verkeer ’en ‘verkeersvoorzieningen’. Begrippen ontbreken maar de bewoording duidt er op dat in het plan de keuzes mbt de verkeersinfrastructuur al zijn gemaakt: op deze gronden mogen alleen nietmotorvoertuigen komen. Deze inperking van het gebruik van deze gronden wordt door clienten op voorhand onaanvaardbaar geacht, omdat dit de doorstroming van het gebied vanaf omliggende percelen in de toekomst zeer lastig, zo niet onmogelijk maakt. Bovendien leidt dit tot een onaanvaardbare situatie voor de eigenaren/gebruikers van de percelen die de komende jaren nog aan deze infrastructuur grenzen en hier hun entree/inrit hebben. Met klem wordt verzocht deze beperking ongedaan te maken. In uw reactie geeft u aan dat het onderzoek van de gemeente gebrekkig is en dat nader onderzoek en uitwerking onontbeerlijk is. De gemeente herkent dit niet, maar erkent dat op een aantal onderwerpen nader onderzoek en uitwerking nodig is, zoals ten aanzien van de mobiliteitshub. Het Mobiliteitsplan is overigens geactualiseerd op basis van de meest recente inzichten.
Een onderbouwing van waarom het onderzoek van de gemeente gebrekkig is lezen wij niet terug in uw reactie en herkennen wij ook niet. Het onderzoek van de gemeente is uitgevoerd door Goudappel Coffeng, één van de meest ervaren en gespecialiseerde verkeerskundige bureaus van Nederland en betrokken bij diverse vergelijkbare ontwikkelingen in Nederland. In het kader van het MER is onderzoek verricht naar de verkeerseffecten van de planontwikkeling Hamerkwartier. Daarbij zijn verkeersintensiteiten en kruispuntbelastingen bekeken en zijn varianten beschouwd. Uitgangspunt is dat bestaande bedrijven aan de Beitelkade bereikbaar blijven. Daarover zal gemeente afstemming zoeken met betreffende bedrijven en eigenaren. Hiervoor kent de gemeente een BLVC/ WIOR-procedure en zal zij ook in overleg treden met betreffende 48
eigenaren en bedrijven. Bovendien is in de planregels in de bestemming “ Verkeer” aanvullend opgenomen dat deze gronden mede bestemd zijn voor “ in –en uitritten” en voor “ laden en lossen”. Parkeren De in het onderzoek van het MER toegepaste parkeernorm wijkt af van de norm in de Investeringsnota (de norm van het voorkeursscenario is namelijk lager). De uitkomsten van het onderzoek zijn zodoende niet representatief voor hetgeen met de Investeringsnota mogelijk wordt gemaakt. Naar het oordeel van clienten dient te worden gezocht naar een lagere parkeernorm, waarbij de norm uit het voorkeurs alternatief uit het MER als absolute bovengrens moet gelden. Toepassing op Exclusiva: in de planregels wordt verwezen naar de Nota parkeernormen 2017. Dit betekent dat dit bestemmingsplan de mogelijkheid biedt een fors hogere gemiddelde parkeernorm te realiseren dan waarvan de Investeringsnota vanuit gaat, laat staan waarvan het MER-voorkeursscenario uitgaat. Overigens is dit perceel qua omvang en situering perceel bij uitstek geschikt voor het realiseren van meer (een overschot aan) parkeerplaatsen, indien werkelijk komt vast te staan dat op een aantal omliggende percelen niet in (voldoende) parkeren op eigen perceel kan worden voorzien.
Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Hamerkwartier. In dit Mobiliteitsplan zijn verschillende parkeerscenario’s onderzocht met verschillende ambities: reguliere planvorming, autoluwe ontwikkeling en autovrije ontwikkeling. Gekozen is voor het scenario met autoluwe ontwikkeling. Het Mobiliteitsplan heeft ook de basis voor het MER gevormd. Niet wordt gezien waar normen niet met elkaar corresponderen. In het MER wordt wel in eerste instantie de oorspronkelijke projectnota variant beschouwd. In hoofdstuk 6 van het MER worden vervolgens alternatieven benoemd en beoordeeld. Scenario 2 is daarbij het autoluwe scenario. In het autovrije scenario hebben inwoners geen eigen auto. Alleen bezoekersparkeren en autodelen is beperkt toegestaan. De verwachting is dat mensen hierdoor relatief veel gebruik maken van autogerelateerde diensten, zoals taxi’s, deelauto’s, bezorgservices, enzovoort. Het aantal autoritten is dus lager, maar niet volledig nul. Ook binnen het gebied blijven auto’s rijden. Scenario 3 vergt dus een grote inspanning, maar het effect op de autoverplaatsingen geeft beperkte meerwaarde voor het gebied. Mede hierom is gekozen voor het scenario met de autoluwe ontwikkeling.
Mede naar aanleiding van uw zienswijze heeft Goudappel Coffeng nader onderzoek verricht naar onder meer de mobiliteitshub. Daaruit komen gewijzigde conclusies t.a.v. de omvang, moment van beschikbaarheid en het aantal hubs dat wenselijk is. Deze conclusies worden overgenomen in het MER en de investeringsnota Hamerkwartier. Voor het bestemmingsplan Exclusiva leiden deze conclusies niet tot een ander beeld. De uitwerking voor dit specifieke plan is opgenomen in de bijlagen van de toelichting van het bestemmingsplan. De parkeernormen in het Investeringsbesluit geven de gewenste maximum parkeernormen aan. Binnen de bandbreedte van het Investeringsbesluit kunnen ontwikkelaars beargumenteerd minder parkeerplaatsen aanleggen. In de regels van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier is deze aanpak nu ook geborgd (bandbreedte met minimum en maximum norm). De bezoekersnorm van 0,1 parkeerplek/woning is bedoeld voor bezoekers, maar ook voor deelauto’s, gehandicapten (op kenteken of zonder kenteken), oplaadplekken, laad/losplekken, 49
taxistandplaatsen. Hiermee is het wenselijk een klein deel van het bezoekersparkeren in de openbare ruimte realiseren. Ter toelichting: voor Hamerkwartier geldt eenzelfde aanpak als op NDSM. Op NDSM heeft de gemeente net zoals in het Hamerkwartier geen/nauwelijks grondposities. Ontwikkelaars op het NDSM houden zich daarbij aan het beleid van de gemeente Amsterdam en zorgen zelf voor een goede mobiliteit van hun bewoners. Dat kan inderdaad met lage parkeernormen (voor sociaal en middel dure woningen is de minimale norm nul) en mogen ontwikkelaars dat zelf oplossen met deelmobiliteit zoals Hely. De verwachting is dat dit voor enkele kavels ook in Hamerkwartier zal plaatsvinden. In Elzenhagen Zuid wordt bijvoorbeeld ook samengewerkt met We Drive Solar. De gemeente zal dit waar nodig en mogelijk ondersteunen. Deelmobiliteit Deelmobiliteit staat nog in de kinderschoenen en vereist een gedegen onderzoek naar relevante alternatieven. Dat alternatievenonderzoek ontbreekt in de (stukken die ten grondslag liggen aan de ) Investeringsnota en dient alsnog plaats te vinden. Bovendien is het onderzoek naar de omvang van de benodigde deelmobiliteit en de noodzaak van de mobiliteitshub gebrekkig. Toepassing op Exclusiva: In de planregels is niet geborgd dat op eigen perceel een minimale hoeveelheid aan deelauto’s wordt gerealiseerd en dat deze voor een ieder toegankelijk zijn.
Bovendien zal de betreffende regeling moeten worden afgestemd op de uitkomsten van het nog uit te voeren (aanvullende) onderzoek. Zoals ook hiervoor gesteld zal er ten behoeve van de realisatie van de mobilteitshub nader onderzoek nodig zijn, waarbij geleerd zal worden van ontwikkelingen die elders plaatsvinden. Binnen de gemeente vindt dan ook afstemming plaats tussen de verschillende projecten waarin mobiliteitshubs zijn voorzien als ook met ander gemeenten in Nederland. Door een bureau als Goudappel Coffeng te betrekken met haar ruime expertise elders in Nederland wordt deze ervaring onderdeel van de ontwikkeling van de mobiliteitshub Hamerkwartier. Een variant met meerdere mobiliteitshubs is onderdeel van de studie die voor de investeringsnota is verricht en in het MER is onderzocht. De variant die u suggereert per ontwikkelkavel gaat alleen in op deelmobiliteit, terwijl de mobiliteitshub juist veel meer dan in alleen deelmobiliteit moet voorzien. Daarnaast heeft het ‘versnipperen’ van de hub over veel kleine locatie voorbij aan de doelstelling ten aanzien van het snel kunnen afvangen van het verkeer en de schaalvoordelen van één of enkele grote hub(s). In de concept-investeringsnota is het mobiliteitsconcept van de autoluwe wijk Hamerkwartier toegelicht.
Daarvoor geldt een aantal uitgangspunten zoals een directe ontsluiting van het parkeren op één van de ontsluitingswegen en parkeren op eigen terrein in gebouwde ondergrondse voorzieningen. Een aantal ontwikkelvelden is dusdanig gelegen of dusdanig klein van omvang dat hieraan niet kan worden voldaan. Voor deze ontwikkelvelden biedt de mobiliteitshub uitkomst. Mede naar aanleiding van deze zienswijze heeft de gemeente door Goudappel Coffeng aanvullend onderzoek laten verrichten. Hieruit voort komt onder meer een gewijzigde omvang. De mobiliteitshub moet voorzien in 280 plekken en 495 als ook de parkeervraag van de ontwikkelvelden I3 en I4 in de hub wordt gerealiseerd. Een oplossing in twee hubs van ongeveer gelijke omvang wordt daarbij mogelijk geacht. Deze berekeningen zijn gebaseerd op de parkeernorm, de ontwikkelmogelijkheden van de ontwikkelvelden en de fasering van de 50
ontwikkeling en beschikbaarheid van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. De berekeningen, alsmede de parkeerdrukmetingen zullen wij met uw cliënten delen. De gemeente is wel van mening dat deze op betreffende locatie(s) kunnen worden ingepast en zullen dit inzicht, voor zover nog niet gedaan met uw cliënten, delen. Naar aanleiding van uw zienswijze is in de bestemmingplanregels een aanvullende regeling opgenomen waarmee de deelmobiliteit wordt geborgd. Grondwater In de stukken ontbreekt een onderzoek naar de effecten voor het grondwater en afwateren als gevolg van het plaatselijk ophogen van het maaiveld en het realiseren van ondergrondse garages in Hamerkwartier. Hierdoor is onbekend of het realiseren van ondergrondse garages op alle percelen haalbaar is en is het risico niet uitgesloten dat bijv. tegen de tijd dat de percelen van clienten worden ontwikkeld, blijkt dat toevoeging van nog meer ondergrondse garages tot onaanvaardbare effecten leidt. Evenmin is het ontstaan van wateroverlast op de verschillende percelen uitgesloten. Toepassing op Exclusiva: onderzoek ontbreekt naar de effecten van de beoogde parkeergarage en de beoogde maaiveldverhoging.
Ten behoeve van het MER Hamerkwartier is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat, met een aantal maatregelen, de ondergrondse parkeergarages realiseerbaar zijn zonder ongewenste effecten op de waterhuishouding. Het is niet toegestaan om bovengrondse parkeergarages te realiseren omdat dit dan ten koste gaat van ander meer gewenst bouwprogramma (zoals woningen) en niet past bij de kwaliteitsambities van het gebied. Alleen daar waar tijdelijk parkeren moet worden opgelost zijn demontabele bovengrondse garages mogelijk. In de planregels van het bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier zijn, ter voldoening aan het gemeentelijke vastgestelde beleidskader Grondwaterneutrale kelders, planregels opgenomen ter voorkoming van ongewenste effecten op het grondwater. WKO Hoe wordt geborgd dat een eventuele WKO op dit perceel geen belemmeringen oplevert voor het realiseren van een wko op de omliggende velden? Onderzoek op zowel niveau van het Investeringsbesluit, als op het niveau van het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt. Sommige ontwikkelvelden zijn te klein om een eigenstandige WKO te realiseren en zullen met aanpalende ontwikkelvelden moeten zoeken naar een gezamenlijk systeem. Eigenaren dienen hiertoe zelf onderzoek te verrichten. Als kader en basis geldt het bodemenergieplan dat onderdeel in van de Investeringsnota.
Een collectieve regeneratieleiding draagt zorg voor een optimalere rendement van individuele WKO-systemen en is een alternatief voor het gebruik van drycoolers. Voor dit collectieve systeem (TEO-systeem) heeft de gemeente reeds de nodige onderzoek verricht wat zij op korte termijn met uw cliënten kan delen. In de regels van het bestemmingsplan Exclusiva is in artikel 3.4, sub c onder 1 als voorwaardelijke verplichting voor het bouwen van gebouwen opgenomen dat deze dienen te worden aangesloten op een warmtenet of een andere, voor wat betreft de milieubelasting, ten minste gelijkwaardige energie-infrastructuur, anders dan gas. Belemmeringen gebruiks- en bouwregels
51
Het plan omvat een aantal onverklaarbare inperkingen van het gebruik/bouwen. Het is onwenselijk als dergelijke beperkingen vanaf heden als een standaard set regels voor alle percelen zullen worden toegepast. Het gaat hierbij in ieder geval om het volgende: a. Parkeren alleen ondergronds toegestaan; dit is een niet-duurzame oplossing er van uit gaande dat de behoefte aan parkeren in de toekomst verder afneemt, terwijl de ondergrondse gebouwde voorzieningen nauwelijks alternatief aanwendbaar zijn; aan de hand van de nog uit te voeren onderzoeken mbt deelmobiliteit en aan de hand van de toe te passen lage parkeernorm dient de oplossing voor parkeren opnieuw te worden bezien, waarbij ook de optie voor bovengronds parkeren tot de mogelijkheid moet blijven behoren. Er zijn voldoende voorbeelden beschikbaar waaruit blijkt dat parkeren ook op die wijze goed kan worden ingepast. In de Investeringsnota en het achterliggende Mobiliteitsplan zijn de randvoorwaarden voor het parkeren beschreven. Hierin is onder meer opgenomen dat parkeren voor wonen, bedrijven en voorzieningen voornamelijk ondergronds gebeurt omdat de ruimte bovengronds hard nodig is om de overige ambities te realiseren. Het is denkbaar om bij hoge uitzondering tijdelijk bovengrondse plekken te realiseren. Deze zijn dan demontabel of transformeerbaar en deze m2 gaan af van de ontwikkelmogelijkheden op de betreffende kavel.
Op maaiveldniveau worden overigens wel laad/losstroken gerealiseerd voor korte levermomenten. b. Beperking gebruik ondergrondse bebouwing voor uitsluitend parkeren; waarom zouden hier geen andere gebruiksfuncties aanwezig mogen zijn, zoals bergingen, opslag, toekomstige duurzame invullingen; De formulering in de planregels is aangepast, zodat ook bergingen, fietsparkeren en technische ruimtes ondergronds mogelijk zijn. c. Beperking begrip huishouden: deze regeling getuigt niet van een flexibele kijk op de samenleving en de mogelijkheid om andere vormen van huishoudens te voeren dan de ‘ouderwetse’ vorm van een 1 of 2 persoonshuishouden; Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Onderscheid bestaat tussen zelfstandige woonruimte, onzelfstandige woonruimte en bedrijfsmatig gebruik van een deel van de woonruimte, bijvoorbeeld ten behoeve van bed & breakfast. Tussen de wijze van bewoning en/of het gebruik van te onderscheiden typen woonruimte bestaan verschillen. Bewoning door een gezinshuishouden is bijvoorbeeld anders dan het gebruik van een woonruimte met een gemeenschappelijke ruimte, die voor het overige verkamerd wordt verhuurd aan een aantal eenpersoonshuishoudens. De verschillende typen bewoning hebben naar hun aard een meer of minder intense ruimtelijke uitstraling.
Voor het gedeeltelijk gebruik van woonruimte ten behoeve van bed & breakfast geldt dat dit meer effect op de omgeving heeft dan bewoning zonder dit nevengebruik. De bepalingen met betrekking tot de woonfunctie die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, zijn in overeenstemming met de gemeentelijke Huisvestingsverordening: zowel het gebruik van een woonruimte in de vorm van onzelfstandige woonruimte, als ten behoeve van bed & breakfast is niet met recht toegestaan (met een omgevingsvergunning is afwijking onder voorwaarden mogelijk van de gebruiksregels). d. Beperking van voorzieningen en bedrijfsmatige activiteiten, waaronder kantoor, in hoofdzaak tot de eerste bouwlaag, waarom zou het niet aan de ontwikkelaar over worden gelaten om hier een voorstel in te doen?
52
Ten aanzien van de vraag naar bedrijfsruimte verwijst de gemeente naar de rapportage Hamerkwartier Werkt en de door de gemeenteraad vastgesteld bedrijvenstrategie Amsterdam. Schaarse bedrijfsruimtes op de begane grond worden specifiek bestemd. De ervaring leert dat alleen zo kan worden voorkomen dat deze ruimtes op termijn in de markt worden gezet als kantoorruimte met dito huurniveau’s. Vestiging van kantoren is overigens niet beperkt bestemd tot de eerste bouwlaag; wel zijn in overeenstemming met het kantorenbeleid beperkingen opgenomen met betrekking tot maximale vierkante meters bvo (totaal en per vestiging). e. Beperking locatie horeca; Er is verspreid door Hamerkwartier ruimte: De Meeuwenlaan, Johan van Hasseltweg, Gedempt Hamerkanaal en Motorplein zijn geschikt voor (dag) horeca ter ondersteuning van productieve en creatieve bedrijven en andere commerciele functies en ter verlevendiging van de plint. Daarnaast zijn de IJoevers geschikt voor meer onderscheidende horeca die als ontmoetingsplek dienen. f. Beperkingen (en/of onduidelijke regels) in voorwaardelijke verplichtingen, onder andere mbt gebruik dakvlakken (zo zouden kleine privétuinen ook mogelijk moeten zijn); Deze regels vloeien allen voort uit het ruimtelijk en programmatisch kader dat is opgesteld voor het Hamerkwartier. g.
Beperking tot bedrijfsactiviteiten tot de in de staat van inrichtingen voorkomende bedrijfsactiviteiten: ervaring leert dat zich altijd bedrijven voordoen die hier niet in voorkomen. Wenselijk is hiervoor een flexibelere bepaling op te nemen door ook bedrijven toe te staan die niet op deze lijst voorkomen. In de betreffende planregel is de bedoelde flexibliteit opgenomen. Verder worden vraagtekens gezet bij de voorwaardelijke verplichtingen, mn voor zover deze inhouden dat nog nader onderzoek naar de aanvaardbaarheid van een bepaalde invulling van het plan dient plaats te vinden. De voorwaardelijke verplichtingen zijn in lijn met de hiertoe geldende jurisprudentie opgesteld (geen directe, maar een voorwaardelijke verplichting, gekoppeld aan de in het plan voorziene bouwmogelijkheden, de voorwaarden zijn noodzakelijk voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan, de formulering is voldoende duidelijk en handhaafbaar en bevat concrete normen). Wegbestemde functies langs Beitelkade In het plan worden bestaande bedrijfsfuncties en gebruiksmogelijkheden van de onbebouwde gronden bij de bedrijven aan de Beitelkade wegbestemd, terwijl het (voorlopig) niet de bedoeling is dat deze activiteiten ter plaatse verdwijnen. Zo vindt hier de expeditie van verschillende bedrijven plaats en is hier de buitenruimte van een kinderdagverblijf aanwezig.
Van wegbestemmen mag zodoende geen sprake zijn, zodat aanpassing van het plan op dit punt noodzakelijk is. Clienten verbazen zich erover dat het ontwerpbestemmingsplan zonder enige moeite of afstemming tot wegbestemmen is over gegaan. Uitgangspunten van de herontwikkeling van Hamerkwartier zijn immers dat ten eerste bestaande en nieuwe situaties (in harmonie) naast elkaar kunnen bestaan, dat ten tweede de bestaande bedrijven ook na herontwikkeling in het gebied aanwezig kunnen blijven en dat ten derde de ontwikkeling in goed gezamenlijk overleg plaatsvindt. Het wegbestemmen getuigt zodoende niet van een zorgvuldige voorbereiding en afweging.
53
Uitgangspunt is dat de bestaande gebruikers bereikbaar blijven, incidentele situaties uitgezonderd, zowel tijdens de bouw als na gereedkomen van het plan. De genoemde wegbestemming staat dit ook niet in de weg. Ter plaatse van de Beitelkade waar de gemeente toekomstige openbare ruimte heeft voorzien, hebben deze gronden de bestemming “Verkeer” gekregen. Het is echter niet zo dat de huidige activiteiten en bedrijven moeten verdwijnen en volledig worden wegbestemd aan de Beitelkade, integendeel. Door het herinrichten en het ‘inschikken’ van activiteiten binnen de huidige erfpachtrechten die gesitueerd zijn naast de weg te bestemmen percelen (toekomstige openbare ruimte), kunnen de gebruiksfuncties en activiteiten worden voortgezet. Mogelijk wel in aangepaste vorm voor wat betreft ruimtegebruik en bedrijfsvoering. Hierover heeft de gemeente reeds eerste verkennende gesprekken gevoerd. De gesprekken zullen komende periode verder gevoerd worden.
Tot slot In het plan is niet bezien welke effecten de toevoeging van gevoelige functies (wonen, school etc.) heeft op de omliggende bedrijven en of zij ongehinderd hun activiteiten kunnen voortzetten. Dit dient alsnog inzichtelijk te worden gemaakt. Verwezen wordt naar paragraaf 4.2 van het bestemmingsplan; en naar het onderzoek in bijlage 12 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Hieruit kan worden opgemaakt dat er geen belemmeringen zijn voor woningbouw op deze locatie en geen sprake is van beperking van omliggende bedrijfsactiviteiten. Cliënten constateren samenvattend dat het ontwerpbestemmingsplan is gebaseerd op een Investeringsnota en MER die nog niet voldoen aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldige voorbereiding. Onderzoeken zijn incompleet, aannames en of uitgangspunten zijn incorrect en alternatieven zijn niet of onvoldoende onderzocht. Voorts blijkt dat het ontwerpbestemmingsplan zonder nadere motivering op onderdelen afwijkt van de Investeringsnota, dat onderzoek naar effecten op buurpercelen op een aantal relevante aspecten ontbreekt en dat ten onrechte verschillende gebruiksfuncties (huidige en toekomstige) zijn wegbestemd.
Cliënten verzoeken om voornoemde zaken de repareren, nader (alternatieven)onderzoek naar de aanvaardbaarheid van de gemaakte keuzes te doen, uitgangspunten op verschillende onderdelen aan te passen om tot een level playing field voor alle eigenaren in Hamerkwartier te komen, alvorens tot vaststelling van dit ontwerpbestemmingsplan over te gaan.
Deze zienswijze heeft geleid tot enkele aanpassingen in de regels van het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier.
54
Adressant 6 VEBAN
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier (PM doorhalen wat niet van toepassing is) Samenvatting zienswijze: De zienswijze van VEBAN is gericht op de Concept Investeringsnota Hamerkwartier en het MER Hamerkwartier: Inleiding Het Hamerkwartier is een uniek gebied in Amsterdam. Het van oorsprong industriële bedrijventerrein aan het IJ heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een aantrekkelijk stadsgebied waar veel creatieve ondernemingen en maakbedrijven, naast de ‘oude’ industriële ondernemingen, een plek hebben gevonden en hun klanten ontvangen. Waar de bedrijvengebieden aan de Noordelijke IJ-oever oorspronkelijk expliciet waren bestemd voor industriële activiteit - dicht bij de buurten waar een groot deel van de werknemers woonden en wonen en uit het zicht van het centrum - zijn ze nu inspirerende ‘stadslaboratoria’ waar Amsterdammers werken, uitgaan, sporten. Het is hier leuk omdat het niet gewoontjes is, maar anders. Creatief en bedrijvig. Die bedrijvigheid dreigt door de enorme woningbouwplannen voor dit gebied in de knel te komen. Dat baart de bedrijvenvereniging grote zorgen. Die zorgen heeft VEBAN regelmatig geuit, zo ook in haar advies naar aanleiding van de Projectnota Hamerkwartier in december 2017. Tot nu is daar niets mee gedaan.
Terwijl uw college erkent dat er op korte termijn een tekort aan ruimte voor bedrijven ontstaat. VEBAN vindt de onbeweeglijke houding van het college stuitend. We onderschrijven de zorg maar niet de opmerking dat er met deze input op de projectnota in 2017 niets gedaan is. De hoeveelheid bedrijfsruimte en kantoren die terugkomen in de nieuwe situatie zijn vergelijkbaar met de huidige hoeveelheid. Naast de ruimtereserveringen is veel concreter geworden wat de stedenbouwkundige en ruimtelijke randvoorwaarden zijn om bestaande en nieuwe bedrijvigheid goed te laten functioneren in het gebied, bijvoorbeeld op het gebied van laden en lossen. Dit alles staat beschreven in het document Hamerkwartier Werkt! dat als aanvulling op de investeringsnota Hamerkwartier is opgesteld. 1. Bereikbaarheid is onvoldoende onderzocht VEBAN maakt zich ernstige zorgen over de bereikbaarheid van het plangebied. In totaal komen er 6.000 tot 6.500 woningen bij. Gemiddeld telt een huishouden in Amsterdam 1,8 gezinsleden. Dat betekent dat er een kleine 12.000 bewoners extra in dit gebied komen. Een groot deel van deze 12.000 mensen zal dagelijks de wijk in- en uitgaan. Er komt daarnaast 281.000 m2 bvo bedrijvigheid in de vorm van bedrijfsvloeren, kantoren en hybride bedrijven. Uitgaande van de gemiddelde gebruikte vloeroppervlakte per werknemer komen er circa 5000 mensen bij die in deze wijk komen werken.
Daarnaast komen er 4 scholen en een sporthal in de wijk, 11000 m2 horeca en 7300 m2 retail. Bij elkaar gaan er straks dagelijks circa 25.000 mensen de wijk in en uit. De rotonde op de kruising van de Johan van Hasseltweg met de Meeuwenlaan loopt nu al elke dag vast. Het is goed dat dit verkeerspunt nieuw wordt ingericht. Maar voor de bereikbaarheid is er meer nodig als deze wijk straks zoveel intensiever gebruikt zal worden. Wij denken dat het inrichten van de Johan van Hasseltweg als 30 km/h zone niet bijdraagt aan de bereikbaarheid en juist tot veel verkeersopstoppingen zal leiden. Aan de bereikbaarheid ligt in 55
de MER een verkeersstudie ten grondslag. Opmerkelijk is dat de verkeersstromen via de geadviseerde Oostbrug van de Commissie d’Hooghe – een advies dat het college recentelijk heeft omarmd – niet is meegenomen in deze verkeersstudie. Welke gevolgen heeft deze extra ontsluiting van en naar het oostelijke deel van de stad voor de verkeersdruk en bereikbaarheid van woningen en bedrijven in het Hamerkwartier? De nieuwe verbinding (Oostbrug) is in het MER met een gevoeligheidsanalyse beschouwd. In het addendum op het Mobiliteitsplan is de verbinding onderdeel van het VMA na 2030. Daaruit wordt de conclusie van het MER bevestigd; de verbinding leidt tot een positieve verschuiving van de modal split (ten gunste van fiets, lopen en OV). Verkeersdeskundigen stellen vast dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de beschikbare informatie over de toekomstige groei van het verkeer in metropoolregio’s zoals Amsterdam. De autoluwe wijk lijkt hiermee meer een wens dan een te verwachten realiteit. VEBAN roept u op uw beleid niet te baseren op wensdenken, maar op reële cijfers en meetbare gedragspatronen. Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Hamerkwartier.
Het Mobiliteitsplan heeft een update gekregen zodat is uitgegaan van de meest recente inzichten. Dit Mobiliteitsplan vormt ook de basis voor het MER. De transformatie van het Hamerkwartier naar gemengd woon- werkgebied, zorgt voor een groei in mobiliteit. Om deze mobiliteitsgroei goed op te vangen, zet de gemeente in op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit als belangrijkste vervoerwijzen. Het Hamerkwartier wordt dan ook een echte loop- en fietswijk waarin de auto te gast is. Het autoverkeer wordt zo veel mogelijk aan de randen opgevangen en de parkeernorm voor woningen, kantoren en andere functies is relatief laag. Hierdoor ontstaat een autoluw gebied en rijdt er geen onnodig verkeer door het Hamerkwartier. De straten binnen het Hamerkwartier worden ingericht voor lopen en fietsen als hoofdgebruikers. Straten zijn wel toegankelijk voor autoverkeer waar dit nodig is (mensen met een beperking, bevoorrading, mensen halen en brengen, etc). Het Gedempt Hamerkanaal zal fungeren als de ontsluitende weg in het Hamerkwartier, met een gemengd profiel voor auto en fietsverkeer. Om het langzaam verkeer te stimuleren komen er hoogwaardige loop- en fietsverbindingen van naar en in het Hamerkwartier. De Noord/Zuidlijn blijft de belangrijkste OV-voorziening voor het Hamerkwartier, met metrohalte Noorderpark.
Daarnaast blijven er ook ontsluitende buslijnen rijden direct langs het Hamerkwartier. Tevens zorgt de menging van wonen, werken en voorzieningen ervoor dat een deel van de mobiliteit binnen het gebied kan blijven of op kortere afstand van het Hamerkwartier kan plaatsvinden (bijvoorbeeld boodschappen, kinderopvang enzovoort). Deze mobiliteitsstrategie is doorgerekend met het Verkeersmodel Amsterdam. Hieruit verwachten we dat de meeste mensen gaan reizen met schone en ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit: circa 28% van alle verplaatsingen gaat te voet, zo’n 33% met de fiets, 22% met het OV. Slechts 17% van alle verplaatsingen gaat met de auto. Dit is aanzienlijk lager dan het Amsterdamse gemiddelde. Uit de berekeningen is ook gebleken dat het niet nodig is om nieuwe wegen voor het autoverkeer aan te leggen. De toekomstige verkeersstromen kunnen worden verwerkt met de bestaande infrastructuur. Wel is het nodig de rotonde Meeuwenlaan-Johan van Hasseltweg aan te passen naar een kruispunt met verkeerslichten. Voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van het Hamerkwartier. De transformatie van het Hamerkwartier naar gemengd woon- werkgebied, zorgt voor een groei in mobiliteit.
Om deze mobiliteitsgroei goed op te vangen, zet de gemeente in op lopen, fietsen, 56
openbaar vervoer en deelmobiliteit als belangrijkste vervoerwijzen. Het Hamerkwartier wordt dan ook een echte loop- en fietswijk waarin de auto te gast is. Het autoverkeer wordt zo veel mogelijk aan de randen opgevangen en de parkeernorm voor woningen, kantoren en andere functies is relatief laag. Hierdoor ontstaat een autoluw gebied en rijdt er geen onnodig verkeer door het Hamerkwartier. De mobiliteitsstrategie is doorgerekend met het Verkeersmodel Amsterdam. Hieruit blijkt dat ongeveer 17% van alle verplaatsingen met de auto wordt afgelegd. Dit is aanzienlijk lager dan het Amsterdamse gemiddelde. Uit de doorrekening blijkt ook dat de straten rondom het Hamerkwartier het verkeer over het algemeen aankunnen, maar ook dat het nodig is de rotonde bij de Meeuwenlaan om te bouwen tot een kruispunt met verkeerslichten. Hierdoor kan dit kruispunt grotere verkeersstromen aan. Extra ontsluiting naar A10 niet onderzocht VEBAN pleitte er eerder voor een tweede ontsluiting van het Hamerkwartier met de A10 te onderzoeken. Jammer genoeg zien we niet terug dat een dergelijk onderzoek is uitgevoerd en is meegewogen in de besluitvorming. Op pagina 85 van de investeringsnota onderkent u dat de mobiliteit zal toenemen: ”De transformatie van Hamerkwartier naar gemengd woonwerkgebied zorgt voor een groei in mobiliteit.” Maar dat leidt niet tot het substantieel aanpassen van de infrastructuur.
“Om deze mobiliteitsgroei goed op te kunnen vangen, verbeteren we bestaande verbindingen.” VEBAN voorspelt dat dit onvoldoende zal zijn. Alle goede inspanningen om fietsen en gebruik van ov te stimuleren ten spijt. Het Hamerkwartier zal naarmate de transformatie vordert meer en meer dichtslibben. Voor de ontwikkeling van Hamerkwartier is door adviesbureau Goudappel een Mobiliteitsplan opgesteld om te onderzoeken wat de verkeerseffecten zijn en welke maatregelen nodig zijn voor de bereikbaarheid van Hamerkwartier. De transformatie van Hamerkwartier naar gemengd woon- werkgebied, zorgt inderdaad voor een groei in mobiliteit. Om deze mobiliteitsgroei goed op te vangen, zet de gemeente in op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit als belangrijkste vervoerwijzen. Hamerkwartier wordt dan ook een echte loop- en fietswijk waarin de auto te gast is. Het autoverkeer wordt zo veel mogelijk aan de randen opgevangen en de parkeernorm voor woningen, kantoren en andere functies is relatief laag. Hierdoor ontstaat een autoluwgebied en rijdt er geen onnodig verkeer door Hamerkwartier. De mobiliteitsstrategie is doorgerekend met het Verkeersmodel Amsterdam. Hieruit blijkt dat ongeveer 20% van alle verplaatsingen met de auto wordt afgelegd. Dit is aanzienlijk lager dan het Amsterdamse gemiddelde.
Uit de doorrekening blijkt ook dat de straten rondom Hamerkwartier het verkeer over het algemeen aankunnen, maar ook dat het nodig is de rotonde bij de Meeuwenlaan om te bouwen tot een kruispunt met verkeerslichten. Hierdoor kan dit kruispunt grotere verkeersstromen aan. In het Mobiliteitsplan voor Hamerkwartier is eveneens gekeken naar een extra ontsluiting voor de auto tussen de Johan van Hasseltweg en de A10. Hieruit blijkt dat deze Schellingwouderlaan niet voorwaardelijk is voor de ontwikkeling van Hamerkwartier. Deze route kan bijdragen aan de robuustheid van het autonetwerk. De verbinding draagt bij aan het temperen van de overbelasting van de knoop Johan van Hasseltweg-Leeuwarderweg, maar lost het probleem niet op. Tegelijk veroorzaakt deze route nieuw autoverkeer. De route zuigt nieuw autoverkeer aan dat via de Meeuwenlaan en Hamerkwartier gaat rijden.
57
Ook in het overkoepelende Mobiliteitsplan voor heel Noord is onderzoek gedaan naar de Schellingwouderlaan, samen met de Bongerdverbinding. Hiervoor is besloten de Schellingwouderlaan voor de auto en ook de bongerdverbinding niet aan te leggen. Een reconstructie van de Johan van Hasseltknoop kan samen met het verbeteren van de kruispunten in Noord lost meer op voor de automobiliteit in Noord dan de aanleg van deze nieuwe verbindingen. Ook is de ruimtelijke impact kleiner en wordt met een reconstructie van de Johan van Hasseltknoop ook de doorstroming op het OV- en fietsnetwerk verbeterd. Zaanlijn van Hamerkwartier via halte Noorderpark naar Zaanstad VEBAN pleit al langer voor een hoogwaardige ov-lijn die de oost-westverbinding versterkt en de verbinding legt tussen de Zaan-IJoever. Die zou moeten lopen van de Johan van Hasseltweg langs metrohalte Noorderpark en over de Klaprozenweg naar Zaanstad. Deze verbinding noemt u wel in uw Omgevingsvisie 2050. Maar in de MER en het ontwerpbestemmingsplan voor het Exclusivaterrein zien we deze HOV-verbinding niet terugkomen. Wel noemt u, vooruitlopend op een mogelijke Oostbrug tussen de Van Hasseltweg en het Azartplein, een ov-verbinding tussen Hamerkwartier en Oost.
In dat licht bent u wellicht vergeten de voorgenomen oostwestverbinding tussen Noord en Zaanstad in dit plan op te nemen? In het Mobiliteitsplan voor Hamerkwartier is gekeken naar een OV-verbinding van station Noorderpark via het Hamerkwartier naar station Muiderpoort en ook naar een OV-verbinding naar Zaanstad. Beide verbindingen zijn niet randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van Hamerkwartier, maar vergroten wel de bereikbaarheids(opties) van inwoners en werknemers hier. Door de Vervoerregio wordt dan ook onderzoek gedaan naar de HOV Zaan IJ-verbinding. De gemeente Zaanstad en gemeente Amsterdam participeren hier actief in. Uit de probleemanalyse (Arcadis, 2020) bleek dat een capaciteitsknelpunt dreigt vanaf 2026, afhankelijk van het bouwtempo van NDSM en Buiksloterham. Het vervolgonderzoek gaat over de opgaven, vervoerwaarde, het optimale tracé, start-/eindlocatie en het daarbij passende OV-systeem (bus, tram, bandentram of metro). Ook de kansen die Sprong over het IJ biedt voor het oplossen van het capaciteitsprobleem worden meegewogen in het vervolgproces.
2. Laat bedrijven en werkgelegenheid aan Johan van Hasseltweg niet onnodig wijken voor
groen – er is een betere oplossing. Er dreigt op korte termijn een te kort aan ruimte voor bedrijvigheid. Uw college onderkent dat zelf. Desondanks kiest u ervoor om waardevolle werkgelegenheid verloren te laten gaan. Zonder uitleg en onderbouwing stelt u op pagina 86 van de investeringsnota: “De keuze voor de variant met de meest ingrijpende wijziging blijkt onontkoombaar. In deze variant wordt de bebouwing van bedrijfspanden aan de noordoostzijde van de weg [Van Hasseltweg] verworven en gesloopt. Zo ontstaat ruimte voor een breed en grootstedelijk groen singelprofiel.” Consequentie van deze keuze is ook een verslechtering van het woon- en leefklimaat voor de bewoners van het Vogeldorp door extra geluidsbelasting op de gevels van de woningen in deze woonwijk. Deze oplossing is bovendien pas noodzakelijk als de Oostbrug of de HOV-lijn naar Oost er komt, schrijft u. Daarom zet u eerst in op het toevoegen van groen. Dat betekent in feite dat u deze bedrijfspanden nu onnodig sloopt. Dat vindt VEBAN onacceptabel. VEBAN stelt voor de bedrijven aan de Johan van Hasseltweg te behouden en het beoogde groen op te nemen in een natuurlijke groene buffer tussen wonen op de ‘Hamerkop’ en chemiefabriek Albemarle. Daarmee vangt u meerdere vliegen in één klap: u behaalt uw groennorm met biodiversiteit en draagt daarmee bij aan een
58
aantrekkelijker woon- en leefgebied, u behoudt bedrijven en werkgelegenheid en u zorgt voor een meer verantwoorde inpassing van wonen in de nabijheid van chemiebedrijf Albemarle. Het is niet de bedoeling om de Johan van Hasseltweg al te vergroenen voordat er duidelijkheid is over Oostbrug en Hoogwaardige Openbaar Vervoer verbinding (HOV). De gemeente zet eerst in op het vergroenen van andere delen van Hamerkwartier, zoals vergroening van de Meeuwenlaan, het Oeverpark en diverse pocket parks. Daarmee kan ruimschoots worden voldaan aan de groennorm voor de eerste fase ontwikkeling van Hamerkwartier. Zodra over Oostbrug en HOV ook een (meer) definitief besluit is genomen – en er dan ook meer duidelijk is over het ontwikkeltempo van Hamerkwartier –, kan ook een definitief besluit en plan komen voor vergroening van de Johan van Hasseltweg en is helderheid over de termijn waarop dat dient te worden gerealiseerd. Het groen van het Hamerkwartier wordt gebruikt als verbindend element. De randen van het gebied worden vergroend, waardoor groene hoofdontsluitingen en prettige overgangen naar omliggende wijken en de bredere groenstructuur van Noord ontstaan. Dit schept allerlei kansen op het gebied van ecologie en biodiversiteit voor het creëren van unieke leefgebieden of broedplaatsen. Het vergoenen van de Johan van Hasseltzone past in deze visie.
Daarbij zal onderzocht worden welke maatregelen er nodig zijn om hogere milieubelasting op het Vogeldorp, als gevolg van het verdwijnen van de bebouwing, nodig zijn. De vergroening van de Johan van Hasseltzone levert een bijdrage aan de groenopgave voor de tweede fase Hamerkwartier. Op de Hamerkop ligt langs het IJ het oeverpark van 50m breed en daarmee al onderdeel van de gewenste groenstructuur. Het creëren van een bredere groenbuffer zoals voorgesteld door inspreker, in plaats van vergroening van de Johan van Hasseltzone, levert een minder grote bijdrage aan de versterking van de gewenste groenstructuur. Daarbij is de verwachting dat ten behoeve van inpassing van de oostbrug en de HOV het bestaande vastgoed aan de Johan van Hasseltweg sowieso zal moeten verdwijnen. Verder geldt dat ook op de Hamerkop, voor het realiseren van een bredere groenzone, vastgoed zal moeten worden verworven en zittende bedrijven verdwijnen. Daarbij beperkt een bredere groenbuffer de mogelijkheden van gebiedsontwikkeling op Hamerkop en daarmee ook het creëren van een afscheidende vastgoedwand, als geluidsbuffer, tussen Albemarle en de rest van Hamerkwartier.
3. Creëer een groene buffer tussen wonen en zware industrie Het terrein van chemiefabriek Albemarle valt onder het bestemmingsplan van NieuwendamZuid. Daarin is vastgelegd dat er een bufferzone moet zijn tussen industrie en wonen en reserveert u milieuruimte. In het geldende bestemmingsplan is voor Albemarle een bedrijfsbestemming opgenomen. Deels voor categorie 3 en deels voor een categorie 4 bedrijf. In het aangrenzende bestemmingsplan Hamerkwartier zijn reeds bouwblokken bestemd, die voor verschillende functies kunnen worden gebruikt. De beschikbare geluidruimte voor het bedrijf wordt nu reeds begrensd door de ligging van MPG punten en verleende hogere waarden. Voor het gebied Nieuwendam-Zuid– aan de noord- en oostkant van het Hamerkwartier – wordt daarin voorzien door het Vliegenbos en het IJ. In de plannen voor het Hamerkwartier is dit beleid volledig losgelaten. Het Investeringsbesluit Hamerkwartier ziet niet op het Vliegenbos/ het IJ. Voor bebouwing tot chemiebedrijven gelden richtafstanden van honderden meters. Op de Hamerkop wordt hoogbouw voorzien op ca. 150 meter vanaf het terrein van chemiebedrijf 59
Albemarle. Deze woningen met prachtig uitzicht over het IJ staan dus met hun balkons boven op een chemiefabriek. In de MER geeft u nota bene aan dat de eerstelijns bebouwing een geluidsafschermende werking heeft voor industrielawaai. Dat zou betekenen dat deze woningen de geluidsoverlast voor achterliggende woningen ‘opvangen’. Dit is volgens VEBAN een gemiste kans om wonen en industrie op een goede en duurzame manier samen te laten gaan. Wij voorzien dat het ruimhartig bouwen binnen de richtafstanden voor een chemiebedrijf vroeg of laat onrust geeft bij bewoners als zij milieuhinder van Albemarle denken te ondervinden, hetgeen niet te vermijden is bij hoogbouw zo dicht op het bedrijf. U stelt dat er kortere afstanden mogelijk zijn met maatwerk. De resultaten van maatwerkonderzoek zijn opgenomen in de MER. In gesprekken hebben betrokkenen en experts echter vraagtekens gezet bij deze berekeningen. Er is naar aanleiding van de zienswijzen nader onderzoek uitgevoerd; de uitkomsten zijn verwerkt in het MER. VEBAN vraagt daarom een nadere onderbouwing en een actieve inzet om de combinatie van werken, industrie en wonen daadwerkelijk en duurzaam te combineren. VEBAN is er niet gerust op dat dit bedachtzaam is vormgegeven met de huidige plannen. Een goede samenwerking met bedrijven en bewoners is hiervoor de sleutel. a.
Te veel geluidsoverlast voor het Zamenhofterrein, maar niet voor de Hamerkop? U erkent de impact van de industrie op het Zamenhofterrein, dat aan de noordkant grenst aan chemiebedrijf Albemarle. Dat stuk is doelbewust buiten het plangebied gehouden omdat de geluidsoverlast vanuit het industriegebied te groot is om verdere ontwikkeling mogelijk te maken, zo schrijft u op pagina 14 van de samenvatting van de MER. Reden voor het nog niet ontwikkelen van het Zamenhofterren is naast dat sprake is van een hogere geluidbelasting vanwege industrielawaai, dat het terrein economisch goed functioneert en functioneel goed aansluit op de doelstellingen van het nieuwe Hamerkwartier. Ook is de locatie van de Hamerkop met de unieke ligging aan het IJ van een andere orde. Dat maakt ook de gemeentelijke structuurvisie duidelijk. Het is juist dat voor de Hamerkop geldt dat de geluidbelasting ook hier hoog is. Dit zal het realiseren van dove gevels noodzakelijk maken in geval van woningbouw. Het bevreemdt ons dan dat de toekomstige ontwikkeling van dit gebied nog opengehouden wordt. Net als voor andere delen van het Hamerkwartier geldt ook voor de Hamerkop dat het Investeringsbesluit kaders geeft voor een herontwikkeling. Voor het Zamenhofterrein geldt inderdaad dat in het investeringsbesluit de keuze wordt gemaakt om hier vooralsnog niet te transformeren.
Alle bedrijven in de omgeving, waaronder in het bijzonder de chemiefabriek van Albemarle, staan voor een grote verduurzamingsopgave die vraagt om veel nieuwbouw van installaties. De verwachting is dat op grond hiervan de geluidsbelasting in het gebied alleen maar verder zal toenemen. Waarom is dat niet onderzocht? In het MER is voor wat betreft industrielawaai gebruik gemaakt van een zogenaamd opgevuld zonemodel. Hierbij is gebruik gemaakt van fictieve geluidbronnen op het terrein van Albemarle. Hieruit blijkt dat het bedrijf al wordt begrensd door de genoemde MPG punten en hogere grenswaarden. Er is nog beperkt geluidruimte beschikbaar voor Albemarle. Vanuit deze duurzaamheidsopgave ligt de bouw van woontorens nabij de Albemarle fabriek op de Hamerkop niet voor de hand. Verwezen wordt naar de beantwoording van de zienswijze van Albemarle, onder nummer 1. b. Koester de bedrijven en werkgelegenheid – ze zijn een eerste levensbehoefte voor de stad. Het Hamerkwartier is van oorsprong een industrieel gebied. Wij begrijpen dat de stad woningen nodig heeft en die kunnen ook een plek vinden in dit gebied. Uitgangspunt dient evenwel te zijn dat de industriële bedrijven (veelal langdurig in het gebied aanwezig) bestaanszekerheid wordt 60
geboden en bewoners welkom zijn erbij te komen. Veelal horen we dat bedrijven blij mogen zijn als ze hier kunnen en mogen blijven. Dat is de omgekeerde wereld. Wij verwachten van de gemeente een actievere inzet om er alles aan te doen de bedrijven en werkgelegenheid in Amsterdam te behouden. Te makkelijk wordt er gezegd, dat de gemeente anders wel helpt met het vinden van een nieuwe bedrijfslocatie. Bedrijvigheid en werkgelegenheid zijn een eerste levensbehoefte voor de stad. Koester dat. Het koesteren van bestaande bedrijvigheid en welkom heten van nieuw ondernemerschap is een van de onderleggers van dit plan. De gemeente treedt hier in verschillende vormen actief in op: door een ambitie te bepalen, dit vast te leggen in bestemmingsplannen en afsprakenbrieven, te handhaven op deze afspraken en een exploitatiemaatschappij te onderzoeken. Een en ander is ook uitgewerkt in de aanpak Hamerkwartier Werkt! dat aan de Investeringsnota Hamerkwartier ten grondslag ligt. Bovenal blijven we graag met de betrokken ondernemers in gesprek en bemiddelen we bij het vinden van nieuwe ruimte. We brengen dit verzoek dus al in de praktijk. c. Zoek niet de juridische grenzen op, maar zorg voor goede inpassing van wonen nabij industrie. Plan de woningbouw niet louter op rekenmodellen en juridische normen.
Kijk naar de afstand van de geconcentreerde hoogbouw op de ‘Hamerkop’ tot de locatie van Albemarle en neem nadrukkelijk een goed woon- en leefklimaat in overweging. Dat is volgens VEBAN nodig om op een duurzame en harmonieuze manier wonen en industrie in de deze wijk te combineren. Dat lukt niet als de gemeente de juridische grenzen opzoekt om de ruimte voor woningbouw te maximaliseren. Daar is nuchter verstand, de menselijke maat en oog voor toekomstige verhoudingen voor nodig. De Gemeente hecht ook waarde aan het combineren van werken en wonen op een duurzame en harmonieuze manier en heeft de mengbaarheid van wonen en werken nader laten onderzoeken waarbij niet alleen is gekeken naar rekenmodellen en juridische normen. Uit onderzoek is gebleken dat op basis van milieucategorie, verkeersbewegingen en geluid het mengen van de huidige bedrijven binnen het Hamerkwartier goed mogelijk is. Echter zal dit in de praktijk per herontwikkeling nader onderzocht en beoordeeld moeten worden. Maatwerkmaatregelen zullen mogelijkerwijs worden doorgevoerd waar nodig met de eventueel daarbij noodzakelijke compenserende en mitigerende maatregelen. Het MER geeft aan dat woningbouw op de Hamerkop aan de zijde van Albemarle mogelijk is mits de nodige maatregelen waaronder geluidswerende/dove gevels.
Ook wordt vanuit het MER geadviseerd om in de nadere uitwerking onderzoek te doen naar de perceptie van het wonen en werken in relatie tot de veiligheidsbeleving en het positioneren van niet woonfuncties op hoog belaste locaties. Op pagina 42 van Deel B van het Investeringsbesluit Hamerkwartier en Hoofdstuk 4 van Hamerkwartier Werkt! zijn de uitgangspunten voor een gemengd Hamerkwartier opgenomen. Tot slot Geacht college, tot slot, VEBAN begrijpt de urgentie van woningbouw voor Amsterdam. VEBAN ziet echter met lede ogen dat deze grote opgave zorgt voor een eenzijdige blik en tunnelvisie: het werken heeft het nakijken. Als we naar de Concept Investeringsnota Hamerkwartier kijken, zien we eerder een wervende reclamebrochure van een ontwikkelaar voor luxe appartementen in een hippe woonwijk dan een grootstedelijk plan waarin zorgvuldig de belangen van wonen, werken en recreëren worden afgewogen, onderbouwd, gepland en geborgd. De communicatie is aantrekkelijk en aanstekelijk. Voor één bepaalde doelgroep: toekomstige bewoners. De communicatie is niet geruststellend voor de zittende bedrijven. Die verdienen meer aandacht. Meer waardering. En een stadsbestuur dat ook voor hun belangen opkomt. Die belangen zien we niet terug in deze concept investeringsnota. Wat gaat u doen om die belangen in de definitieve investeringsnota wél te borgen?
61
Het vraagstuk van de zittende bedrijven heeft zeker onze aandacht. Zoals eerder aangegeven, is het nadrukkelijk niet de bedoeling dat deze bedrijvigheid uit het Hamerkwartier verdwijnt. Het plan biedt deze bedrijven juist de mogelijkheid om in het gebied te blijven. Daarvoor ondernemen we pogingen functies te behouden voor het gebied, bijvoorbeeld door ontwikkelaars te verleiden om deze partijen binnen hun plan een plek te geven. Daarnaast zou de exploitatiemaatschappij voor bedrijfsruimten in het gebied hier een rol in kunnen gaan spelen. We zijn met de beheergroep Hamerstraat, de Makers aan het IJ en andere ondernemers in gesprek geweest over de vormgeving van een plan voor bestaande bedrijven. We blijven hierover in gesprek, ook met VEBAN, en nemen suggesties daarbij graag over.
Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier/ MER Hamerkwartier
62
Adressant 7:
VVE Vogeldorp
Deze zienswijze richt zich zowel op ontwerpbestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier als het MER Hamerkwartier
Samenvatting zienswijze: Inleiding 1.
2.
3.
4.
5.
Vogeldorp is een tuindorp van 270 woningen dat direct aan het plangebied van het Hamerkwartier grenst op circa 200-300 meter van de Exclusiva kavel (hemelsbreed). Het ligt daarmee in het invloedsgebied van de Exclusiva kavel. De Vereniging van Eigenaren (VvE Vogeldorp) hanteert het standpunt dat bewoners zelf hun subjectieve mening bij inspraakrondes kunnen inbrengen op de plannen van het Hamerkwartier. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de (on)wenselijkheid van hoogbouw, de verdeling van het woningbouwprogramma, de combinatie wonen en werken, hoge bebouwingsdichtheden, verkeersoplossingen, beeldkwaliteit en architectuur, de invulling van de openbare ruimte, et cetera. Eigenaren reageren gezamenlijk ten aanzien van de meer objectieve impact van het Hamerkwartier op Vogeldorp. Centraal daarin staat de constructieve veiligheid van Vogeldorp en het voorkomen van schade veroorzaakt door werkzaamheden in het Hamerkwartier aan Vogeldorp. De Vereniging van Eigenaren bestaat uit woningbouwvereniging De Key (51% aandeel) en de particuliere eigenaren van koopwoningen (49% aandeel). Middels deze brief dient de VVE haar zienswijze in op het ontwerp bestemmingsplan Exclusiva Hamerkwartier. Vogeldorp is het oudste tuindorp in Amsterdam-Noord, gelegen in de Vogelbuurt, ten zuiden van het Vliegenbos en het Volkstuinpark Buitenzorg en ten noorden van de Johan van Hasseltweg.
Aan de oostelijke zijde vormt de Zesde Vogelstraat de directe scheiding met het plangebied. Vogeldorp is in 1918 gebouwd door de Gemeentelijke woningdienst met Berend Boeyinga van de Amsterdamse School als projectarchitect en bestond oorspronkelijk uit 313 woningen. Aan het ontwerp ligt de tuinstadgedachte van Ebenezer Howard ten grondslag. Vanwege de architectonische waarde en de plaats die het inneemt in de geschiedenis van de sociale woningbouw en de emancipatie van de arbeidersklasse, is Vogeldorp bestempeld als onderdeel van een monument van nationaal belang dat op het hoogste niveau bescherming verdient. Sinds 2000 is Vogeldorp een gemeentelijk monument en vanaf 2014 maakt het onderdeel uit van het rijksbeschermde stadsgezicht Amsterdam-Noord2. De woningen in Vogeldorp zijn als noodwoningen gebouwd om de woningnood in het begin van de twintigste eeuw aan te pakken. De woningen zijn niet onderheid, maar gebouwd op een ongewapende betonplaat op staal. Dat maakt de woningen uiterst kwetsbaar voor verzakkingen, veranderingen in grondwaterstanden en trillingen van bouwwerkzaamheden en (bouw)verkeer.