CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderwijspublicatie Online leefwereld jongeren.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren (VN2026-006986)19.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 26

Technologie en kansenongelijkheid

om deze leerlingen automatisch als ‘zwakker’ te classificeren. In adaptieve systemen kan dit ertoe leiden dat zij minder uitdagende opdrachten krijgen of dat er lagere verwachtingen van hen worden gehanteerd. Het gevolg kan zijn dat hun kansen op groei juist kleiner worden.

Naast vragen over autonomie en privacy heeft digitalisering ook invloed op rechtvaardigheid in het onderwijs. De manier waarop digitale middelen worden gekozen en gebruikt, bepaalt mede welke leerlingen profiteren en welke juist op achterstand komen. Niet alle leerlingen beschikken over geschikte apparaten, voldoende digitale vaardigheden of ondersteuning thuis. Dit kan leiden tot verschillen in leer- en oefenkansen. Naast toegang tot technologie zijn ook de vaardigheden van leerlingen belangrijk om digitale middelen effectief te gebruiken. Leerlingen met een lage leesvaardigheid, beperkte digitale vaardigheden of weinig ondersteuning thuis, lopen daardoor een groter risico om achter te blijven. Hierdoor kan technologie die zich aanpast aan de behoeften, vaardigheden of leerstijl van individuele leerlingen onbedoeld bijdragen aan ongelijkheid.46 Daarnaast kunnen algoritmes zelf ook vooroordelen bevatten. Adaptieve systemen leren namelijk op basis van gegevens uit het verleden, en deze data kunnen bestaande menselijke vooroordelen weerspiegelen. Wanneer in de data bijvoorbeeld leerlingen uit bepaalde wijken of met een specifieke achtergrond vaker lagere scores hebben, kan het systeem leren

Het kan ook zo zijn dat bijvoorbeeld AI-detectietools die scholen steeds vaker gebruiken om AIgegenereerd werk op te sporen zelf aanzienlijke risico’s met zich meebrengen. Onderzoek laat zien dat deze systemen structureel vaker leerlingen met dyslexie, neurodivergentie of een meertalige achtergrond vals beschuldigen van AI-gebruik. Dit kan leiden tot onterechte sancties, stress en schade aan de vertrouwensrelatie tussen leerling en school.47 48 Technologie kan ook bijdragen aan inclusiever onderwijs en leerlingen helpen om effectiever en zelfstandiger te leren. Zo kan AI helpen om lesmateriaal beter aan te passen aan de behoeften van verschillende leerlingen. Bijvoorbeeld voor leerlingen met dyslexie kan AI tekst omzetten naar spraak (textto-speech), waardoor zij teksten makkelijker kunnen begrijpen en verwerken. Ook voor neurodiverse leerlingen kan AI ondersteuning bieden, bijvoorbeeld door informatie op verschillende manieren uit te leggen of het tempo van leren aan te passen.

AI (artificiële intelligentie) is een verzamelnaam voor computersystemen die taken uitvoeren waarvoor normaal menselijke intelligentie nodig is, zoals herkennen, begrijpen, leren en beslissingen nemen op basis van data. Generatieve AI is een vorm van AI die nieuwe inhoud kan creëren, zoals tekst, afbeeldingen, audio of code. Deze systemen zijn getraind op grote hoeveelheden data en genereren output door patronen te herkennen en te voorspellen wat een logisch vervolg is.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 27

6.2 Wat zien we? Waar digitalisering lange tijd vooral werd gezien als een logische stap richting modernisering en efficiëntie, groeit het publieke debat over het onderwerp in relatie tot onderwijs. Dat gaat onder andere over: • de impact en dilemma’s rond de inzet van AI • verlies aan professionele en pedagogische autonomie • de druk op het welzijn van leerlingen en (digitale) kinderrechten • een toenemende afhankelijkheid van digitale systemen • kwetsbaarheid door storingen, cyberaanvallen en datalekken • druk op leraren om met complexe technologie om te gaan • zorgen over datagebruik en commerciële belangen

AI

AI en het leerproces

AI (artificiële oftewel kunstmatige intelligentie) verandert het leren van leerlingen en het lesgeven van leraren ingrijpend. Jongeren maken inmiddels op grote schaal gebruik van AI en scholen experimenteren volop met AI als hulpmiddel bij onder andere lesvoorbereiding, differentiatie en feedback.

Internationale organisaties, waaronder UNESCO, pleiten voor voorzichtigheid bij het gebruik van AI in het onderwijs van jonge kinderen en benadrukken het belang van ethische kaders en de bescherming van kinderrechten.50 AI kan het leren ondersteunen, maar wanneer leerlingen AI gebruiken om opdrachten voor hen uit te voeren, oefenen zij (mogelijk) ook minder met analyseren, redeneren en kritisch denken. UNESCO (2023) en de OECD (2023) waarschuwen dat hierdoor cruciale vaardigheden zich mogelijk niet volledig ontwikkelen.

“Mevrouw, we hebben de afgelopen twee, drie jaar alles met ChatGPT gedaan. We realiseren ons nu pas dat we niks meer zelf kunnen.” “Die gemakzucht is een groot probleem in het onderwijs, zegt docent Laura Borghols tegen de krant. Ze heeft het idee dat leerlingen minder moeite doen om zelf na te denken. Volgens Renske Bouwer, hoofddocent taal en educatie aan de Universiteit Utrecht, legt het bestaan van generatieve AI een al langer onderliggend probleem in het onderwijs bloot. Het onderwijs focust te veel op de uitkomst en te weinig op het leerproces.”49

Tegelijkertijd klinkt er ook een ander geluid. Onderwijskundige en leraar Barend Last pleit voor verwondering en daarna reflectie. Volgens hem legt AI vooral een vergrootglas op problemen die al langer bestaan in het onderwijs, zoals een te grote focus op toetsing en leren voor cijfers. AI heeft die problemen niet veroorzaakt, maar maakt ze wel zichtbaar. Last waarschuwt bovendien dat een te eenzijdige focus op risico’s en verboden leidt tot wat digitaal antropologe Payal Arora een ‘pessimistische verlamming’ noemt, waarbij experiment en verwondering verdwijnen. Zijn angst is dat het digitale soms erg eenzijdig en normatief ingevuld wordt, waardoor het ‘digiplezier’ mogelijk verdwijnt. Hij stelt het onomwonden: hij vindt het onethisch om kinderen níét voor te bereiden op een wereld waarin AI al overal is. De vraag is volgens hem niet óf AI een plek krijgt in het onderwijs, maar hoe scholen het kunnen inzetten zonder hun pedagogische kern te verliezen.51

“Het onderwijs komt met de komst van AI voor een pedagogische uitdaging te staan: biedt de school voldoende tijd en ruimte om een oefenplaats te zijn waar leerlingen in de luwte kunnen werken aan hun volwassen-zijn? Weten zij nog hoe zij daaraan kunnen werken?” Gert Biesta Hoogleraar ‘Public Education’, tijdens het Pedagogisch Gesprek over AI en Opgroeien op 12 juni 2025 (georganiseerd door gemeente Amsterdam, Kennisnet en het Pedagogisch Collectief).

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 28

AI-gebruik: gemak en risico’s In de praktijk gebruiken leerlingen AI steeds vaker bij huiswerk en opdrachten. Daardoor wordt werk sneller gemaakt en lijkt het gemakkelijker. Tegelijk zien leraren dat leerlingen eerder hulp inschakelen zonder eerst zelf te proberen en minder doorzetten wanneer werk moeilijk wordt. Het ingeleverde werk laat daardoor minder betrouwbaar zien wat een leerling zelf begrijpt en beheerst en het onderscheid tussen eigen werk en gegenereerde tekst vervaagt.

van hun eigen denken. Leerlingen die die basis nog moeten opbouwen, lopen het risico AI te gebruiken als vervanging. Ongestructureerd AI-gebruik vergroot daarmee de kansongelijkheid.56 Tegelijkertijd laat hetzelfde onderzoek zien dat dit tegengegaan kan worden. Wanneer leraren AI-gebruik didactisch inkaderen en leerlingen leren welke stappen zij wel en niet kunnen uitbesteden versterkt AI het leerproces. Het verschil zit hem niet in de tool, maar in hoe die wordt ingezet.

Onderzoek laat zien dat generatieve AI vaak een meegaande stijl heeft: modellen geven de gebruiker vaak gelijk, vermijden kritiek en bevestigen keuzes. Dit kan het vermogen van leerlingen om met realistische, menselijke feedback om te gaan verminderen.52 53 Daarnaast kunnen leerlingen (en studenten) sociale en academische druk voelen om AI te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat studenten aangeven dat zij AI inzetten omdat zij het gevoel hebben dat hun medestudenten dit ook doen en hiermee een voordeel behalen. Hierdoor ontstaat een soort ‘AI‑wedloop’, waarin het gebruik van AI niet langer een vrijwillige keuze is, maar soms ook als noodzakelijk wordt ervaren om niet achter te raken.54 Een specifieke onderwijstoepassing op basis van generatieve AI is een AI-tutor:55 een digitale leercoach die altijd beschikbaar is en persoonlijke uitleg, oefening en begeleiding biedt afgestemd op het niveau en tempo van de leerling. Voor het gebruik van een AI-tutor kunnen leer- en gedragsdata verzameld worden zoals klikgedrag, tijdsbesteding en oefenscores, maar ook chatlogs en gegevens over samenwerkingspatronen. In de toekomst is het denkbaar dat hiervoor ook steeds meer hoogpersoonlijke data worden ingezet, zoals denken beslispatronen, neurodata of gezichtsherkenning bij het inloggen.

Wanneer al deze gegevens worden gekoppeld aan traditionele onderwijsdata en persoonsgegevens, ontstaat een gedetailleerd profiel van elke leerling dat diep kan ingrijpen op diens privacy en persoonlijke levenssfeer.

Het leerproces onder druk Onderzoek laat verder een opvallend patroon zien: leerlingen die AI inzetten bij opdrachten presteren op de korte termijn beter, maar onthouden minder. Werk komt sneller af, maar het denkproces dat normaal aan die taak voorafgaat zoals redeneren, verbanden leggen en fouten maken wordt overgeslagen. Dit heeft gevolgen voor wie het meest kwetsbaar is. Leerlingen die al beschikken over een stevige kennisbasis kunnen AI gericht inzetten als versterker

AI en de relatie tussen docent en leerling Uit internationaal onderzoek blijkt dat leraren steeds vaker twijfelen of ingeleverd werk daadwerkelijk door leerlingen zelf is gemaakt, terwijl leerlingen op hun beurt minder vertrouwen hebben dat hun leraren eerlijk en deskundig omgaan met AI. Dit wederzijds wantrouwen kan druk leggen op een veilige, vertrouwde relatie, waarin effectiever geleerd kan worden.57 Ook leraren maken steeds vaker gebruik van AI in hun onderwijspraktijk. AI-tools kunnen bijvoorbeeld helpen bij het ontwikkelen van toetsen, het variëren van opdrachten op verschillende moeilijkheidsniveaus voor differentiatie en het voorbereiden van lesmateriaal. Daarnaast kan AI ondersteuning bieden bij organisatorische en administratieve taken, zoals het maken van lesroosters, het analyseren en nakijken van werk en het geven van feedback.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 29

AI als kans AI biedt ook concrete mogelijkheden om het onderwijs inclusiever en effectiever te maken. Zo kan AI helpen om lesmateriaal beter aan te passen aan de behoeften van verschillende leerlingen. Voor leerlingen met dyslexie kan AI tekst omzetten naar spraak (text-to-speech), waardoor zij teksten makkelijker kunnen begrijpen en verwerken. Ook voor neurodiverse leerlingen kan AI ondersteuning bieden, bijvoorbeeld door informatie op verschillende manieren uit te leggen of het tempo van leren aan te passen.

Wat vraagt dit van scholen? Op veel scholen vindt momenteel nog weinig gezamenlijke ethische reflectie plaats op het gebruik van ICT en AI, terwijl zorgen over privacy, datagebruik en afhankelijkheid van grote technologiebedrijven breed worden gedeeld.58 Ook is AI op veel scholen nog nauwelijks opgenomen in beleid en voelen veel leraren zich nog zoekend in hoe zij deze technologie verantwoord kunnen inzetten. Concluderend is de vraag voor scholen niet óf AI een plek krijgt, maar onder welke voorwaarden zij het leren ondersteunt in plaats van overneemt. En hoe we er gezamenlijk voor zorgen dat klaslokalen zo menselijk mogelijk blijven.

Digitale afhankelijkheid en de invloed van big tech Veel scholen werken dagelijks met digitale systemen voor bijvoorbeeld e-mail, opslag, leerlingadministratie en toetsen die worden geleverd door grote (technologie)bedrijven. Deze systemen zijn vaak gebruiksvriendelijk en betrouwbaar, maar ze bepalen ook mede hoe leraren lesgeven en hoe leerlingen werken.59

“Technologie is een spiegel, waarin we zien hoe we voor kinderen en leerlingen zorgen en hoe we onze verantwoordelijkheid daarin zien. Verantwoordelijkheid wordt tegenwoordig ingevuld als controleerbaarheid. Dus je moet het kunnen aflezen. Kunnen meten. Uit grafieken kunnen uitlezen. Het pedagogische, waar ik meer van ben, lijkt tegenwoordig soms bijzaak. Terwijl we juist vaker op die pedagogische manier naar onderwijs zouden moeten kijken: is de overtuiging die schuilgaat achter deze technologie ook onze overtuiging? Technologie is geen neutraal verlengstuk. Het heeft impact in het klaslokaal, op leerlingen, op leraren.” Remco Pijpers Strategisch adviseur ethiek en digitale geletterdheid bij Kennisnet

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 30

“Het onderwijs heeft lange tijd technologie in huis gehaald waar de focus vooral op gebruiksgemak lag. Het is een belangrijke en noodzakelijke ontwikkeling dat de focus meer verschuift naar het ethische ontwerp van deze technologie en dat wij vanuit het onderwijs hier in ook de toekomstige generaties bij betrekken. Het loskoppelen van Big Tech is voor mij hier een logische vervolgstap.” Daan van Hooff Directeur Iedersland College

Zo zien we dat scholen in toenemende mate afhankelijk van digitale systemen voor communicatie, administratie, leerlingbespreking, toetsing en lesmateriaal. Wanneer systemen uitvallen door storingen, ransomware of DDoSaanvallen, kan het onderwijs tijdelijk stil komen te liggen.60 Daarnaast groeit de zorg over de invloed van commerciële technologiebedrijven. Digitale platforms bepalen in toenemende mate hoe leerlingen werken, waar hun gegevens worden opgeslagen, met welke data eventuele modellen getraind worden en welke informatie zichtbaar is voor opvoeders, leraren en schoolleiding. Dit kan de professionele ruimte van leraren beperken. De generatieve AI-tools die nu op veel scholen worden ingezet, zoals Gemini (Google) en Copilot (Microsoft), zijn bovendien Amerikaans, wat vragen oproept over gegevensbescherming en leidt tot vendor lock-in: scholen worden afhankelijk van één aanbieder en kunnen moeilijk overstappen.

AI-verordening Sinds kort is de Europese AI-verordening van kracht. Deze wet ziet toe op de ontwikkeling en het gebruik van AIsystemen. Voor scholen is de impact aanzienlijk: het onderwijs wordt in de verordening aangemerkt als een sector met potentieel hoog risico. Onder de strenge eisen van de AI-verordening vallen AI-systemen die: • worden ingezet voor het bepalen van toegang tot onderwijs, • leerresultaten evalueren (denk aan het geven van cijfers of toetsen), • het leerproces sturen (denk aan adaptieve leermiddelen), • leerlingen rangschikken of indelen op basis van prestaties of gedrag. Concrete verplichtingen voor scholen zijn: • Het inventariseren welke AI-systemen op school worden gebruikt. • Het beoordelen van het risiconiveau daarvan. • Zorgen dat medewerkers en leerlingen AI-geletterd zijn. De meeste verplichtingen voor hoog-risico-AI-systemen gaan in per augustus 2026. Het is verstandig zo snel mogelijk te starten met het in kaart brengen van AI-gebruik op school als dat nog niet gedaan is. Kennisnet biedt hiervoor een helder stappenplan: kennisnet.nl/artificial-intelligence/voldoen-aan-de-ai-verordening. Om scholen te ondersteunen op een veilige en verantwoorde wijze gebruik te maken van AI-systemen ontwikkelt SIVON in opdracht van het ministerie van OCW en in samenwerking met Kennisnet en Edu-V een toetsingskader AI.

Dit toetsingskader AI is vanaf eind maart beschikbaar.61

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 31

Opkomende technologieën Naast AI en leerlingvolgsystemen maken ook augmented en virtual reality (XR) en neurotechnologie hun opmars in educatieve contexten. Berenschot deed in januari 2026 onderzoek naar welke data deze technologieën verzamelen en wat de implicaties daarvan zijn voor het onderwijs. Hun conclusie is helder: deze technologieën maken het mogelijk steeds intiemere data van leerlingen vast te leggen,

van aandacht en emotie tot fysiologische reacties en hersenactiviteit. Daarbij geldt een zogenaamd ‘opteleffect’: hoe meer technologieën worden gecombineerd, hoe gedetailleerder het profiel dat van een leerling ontstaat. Wat dit betekent voor privacy, autonomie en welzijn is nog grotendeels ongereguleerd. De bestaande wet- en regelgeving loopt achter op de technologische werkelijkheid.

Autonome AI: nog een reden om schooldevices als leermiddel te behandelen.

Chromebooks train schoolkids to be loyal customers, internal Google document suggests.

Iedere leerling kan via zijn of haar eigen device toegang krijgen tot AI-tools, die toegang vragen tot gevoelige informatie, zoals e-mails, agenda’s en zelfs bankgegevens, met alle bijbehorende risico’s.63

An internal presentation says nabbing users early ‘leads to brand trust and loyalty over their lifetime.62

6.3 Wat kunnen scholen doen? De toenemende digitalisering in de maatschappij vragen om bewuste keuzes van scholen, waarin pedagogische waarden leidend zijn en technologie ondersteunend blijft. Dat betekent niet dat scholen digitalisering moeten vermijden, maar dat zij actief keuzes maken die passen bij hun pedagogische opdracht. Onderstaande aanbevelingen kunnen helpen bij deze keuzes.

1. Ontwikkel een expliciete visie op technologie Maak vooraf duidelijk welke pedagogische waarden leidend zijn en hoe technologie daaraan bijdraagt. Voorbeelden van waarden zijn gelijke kansen, autonomie en de bescherming van kinderrechten. Gebruik hierbij kaders en hulpmiddelen.64

Visie op technologie en bescherming van kinderrechten Kennisnet geeft advies en ontwikkelde een Ethiekkompas, om gewogen antwoord te geven op ethische vragen rondom digitalisering.65 In september 2026 worden er workshops georganiseerd door de gemeente Amsterdam om zelf een visie te ontwikkelen. Zie hoofdstuk 8 voor meer informatie.

2. Investeer in AI-geletterdheid en professionalisering van onderwijsprofessionals Ondersteun leraren, schoolleiders en onderwijsbestuurders bij het ontwikkelen van AI-geletterdheid, zodat zij begrijpen hoe AI-technologie werkt, welke mogelijkheden en beperkingen er zijn en welke risico’s ermee gepaard gaan. Het is belangrijk dat leraren leren wanneer en hoe AI het leerproces kan ondersteunen en wanneer inzet niet wenselijk is. Geef onderwijsteams daarom ruimte om te oefenen, ervaringen uit te wisselen en gezamenlijk lessen te ontwerpen, zodat AI op een bewuste, pedagogische en didactisch verantwoorde manier wordt toegepast.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 32

Het goede gesprek over AI in het onderwijs Auteur, spreker en leraar Barend Last ontwikkelde een gratis gesprekskaartenset over ‘Het goede gesprek over AI in het onderwijs’. Er is ook een leerling-versie: barendlast.com/gesprekskaarten

Checklist - AI gebruiken ter ondersteuning van administratieve taken Zie ter inspiratie de nieuwe AI-richtlijnen van de Schotse overheid.66 Dit zijn bijvoorbeeld de tips bij het gebruiken van AI voor een administratieve taak als het opstellen van een voortgangsrapport van een leerling: • Zal het gebruik van dit AI-hulpmiddel de privacy en veiligheid van leerlingen en personeel volledig beschermen, inclusief naleving van de wetgeving inzake gegevensbescherming, en waarborgen dat persoonsgegevens niet worden gedeeld met nietgeverifieerde of onveilige bronnen?

• Is het geselecteerde AI-hulpmiddel zowel geschikt als veilig voor het beoogde administratieve doel?

• Zijn leerlingen en opvoeders ervan op de hoogte gebracht dat voor dit doel een AI-hulpmiddel wordt gebruikt en is deze informatie beschikbaar in kindvriendelijke taal?

• Is voor alle betrokkenen duidelijk hoe AIgegenereerde inhoud wordt gebruikt en beoordeeld binnen onze administratieve processen, en is er een duidelijke mogelijkheid voor leerlingen en opvoeders om hun mening te geven over het gebruik van AI op deze manier?

• Zal de inzet van dit hulpmiddel helpen om fouten en vooroordelen te minimaliseren en zo bijdragen aan zorgvuldige besluitvorming en betrouwbare rapportage?

• Kan ik, of kunnen mijn collega’s, voldoende toezicht houden en controle uitoefenen op de door AI gegenereerde output, zodat nauwkeurigheid en eerlijkheid worden gewaarborgd?

3. Reflecteer op het gebruik van AI Besteed aandacht aan hoe leerlingen op een verstandige en eerlijke manier met AI omgaan. Bespreek bijvoorbeeld wat eigen werk is, welke stappen zij zelf hebben gezet en wat ze al wisten voordat ze AI gebruikten. Maar ook hoe betrouwbaar informatie is en welke verantwoordelijkheid een leerling heeft bij het gebruik van AI.

“Zelf denk ik dat het voor het onderwijs beter is als er geen AI is. Maar voor mijzelf vind ik het wel echt handig. Als ik een docent heb die niet goed is in uitleggen kan ik het zo wel beter begrijpen. Platformen zoals Studygo vind ik echt heel fijn. Ik zou scholen wel willen adviseren geen werkstukken meer als opdracht te geven, want daar gebruikt iedereen AI voor.” Freya (leerling), 14 jaar

4. Stel het leerproces centraal Digitale technologie stelt bestaande opvattingen over leren en onderwijzen ter discussie, omdat zij zichtbaar maakt dat traditionele onderwijspraktijken niet vanzelfsprekend zijn. Technologie verschuift de nadruk van het reproduceren van kennis naar het begrijpen, interpreteren en toepassen ervan. Denk daarom na over vragen als wat leerlingen zouden

moeten leren, hoe onderwijs wordt georganiseerd en hoe leren wordt beoordeeld. Werk bijvoorbeeld vaker met opdrachten die aanwezigheid, samenwerking en interactie vereisen. Geef leerlingen gedurende het leerproces formatieve feedback en richt je daarbij niet alleen op het eindresultaat, maar vooral op de denkstappen, keuzes en aanpak van de leerling.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 33

De vier leermodi In het boek The Disengaged Teen van Rebecca Winthrop en Jenny Anderson lees je hun ideeën over leerhouding en betrokkenheid van leerlingen naar aanleiding van onderzoek. Zij omschrijven in vier modi waarop leerlingen zich tot leren kunnen verhouden. Leerlingen kunnen gedurende de dag variëren tussen deze modi. Wanneer leerlingen de passenger mode aannemen, volgen zij het onderwijs, maar zijn ze slechts oppervlakkig betrokken bij het leerproces. In de achiever mode zijn leerlingen sterk gericht op het behalen van goede resultaten. Hoewel dit vaak als een ideale leerhouding wordt gezien, blijkt uit onderzoek dat leerlingen die deze houding veelvuldig aannemen juist risicomijdend kunnen zijn en vooral gericht zijn op het produceren van het juiste antwoord in plaats van op het begrijpen van de leerstof. In een context waarin generatieve AI gemakkelijk antwoorden genereert, kan deze focus op het eindproduct het leerproces verder naar de achtergrond drukken. Leerlingen in de resistor mode lijken het leren te vermijden of te verstoren, bijvoorbeeld door opdrachten niet te maken of zich af te zetten tegen het onderwijs. Volgens Winthrop is dit echter niet alleen gebrek aan motivatie: het kan ook een signaal zijn dat de leeromgeving voor hen niet werkt.

Slechts een klein deel van de leerlingen bevindt zich regelmatig in de zogenoemde explorer mode, waarin nieuwsgierigheid, zelfonderzoek en intrinsieke motivatie centraal staan. Juist deze vorm van betrokkenheid is belangrijk voor het ontwikkelen van vaardigheden zoals kritisch denken, creativiteit en aanpassingsvermogen. Vaardigheden waarmee leerlingen online veilig en bewust kunnen navigeren. De auteurs onderstrepen het belang van onderwijspraktijken die het leerproces centraal stellen en de explorer mode optimaal faciliteren. Rebecca Winthrop is een Amerikaanse senior fellow en directeur van het Center for Universal Education bij de Brookings Institution. Haar onderzoek richt zich op onderwijs wereldwijd. Jenny Anderson is een journalist en schrijver die zich specialiseert in onderwijs, opvoeding en leren. Ze werkte jarenlang als onderwijsjournalist voor The New York Times en schrijft over hoe kinderen leren, motivatie en onderwijssystemen.

5. Maak heldere afspraken over het gebruik van AI Leg vast wanneer AI wel en niet gebruikt mag worden (bijvoorbeeld: wel voor inspiratie, oefenvragen en vertaalhulp, maar niet voor op AI gebaseerde

diagnoses,67 niveau-inschattingen of analyses van gedrag), hoe AI-gegenereerde uitkomsten gebruikt mogen worden en wanneer het gebruik van dergelijke systemen verboden is.

6. Pas instellingen aan en kies bewust Gebruik voor zover mogelijk privacyvriendelijke instellingen. Controleer bij generatieve AI-tools en digitale platforms kritisch de standaardinstellingen en scherp deze waar mogelijk aan. Via de instellingen kun je er bijvoorbeeld voor zorgen dat invoer en chats van leerlingen en leraren niet wordt gebruikt voor het trainen van AI-modellen. Wat overigens niet wil zeggen dat deze data niet wordt opgeslagen of wordt gebruikt voor andere (commerciële) doeleinden. Ook kun je instellen dat (zoek)opdrachten en documenten niet automatisch worden opgeslagen en dat data na gebruik automatisch wordt verwijderd.

Zorg er ook voor dat tracking, cookies en advertentiefunctionaliteiten zoveel mogelijk zijn uitgeschakeld. Kies daarnaast bij voorkeur voor (Europese) technologie die bescherming van privacy en andere (kinder)rechten als uitgangspunt heeft, bijvoorbeeld Mistral AI. Gebruik de toolkit “Afspraken rond generatieve AI” van Kennisnet: kennisnet.nl/artificialintelligence/schoolafspraken-over-het-gebruikvan-generatieve-ai/.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 34

7. Bewaar professionele autonomie (human-in-control) Zorg dat mensen altijd de uiteindelijke beslisser blijven en dat systemen ondersteunen, maar niet dicteren. Autonomie binnen een schoolcontext kan bijvoorbeeld gaan over:

Individuele autonomie (leerling) De leerling behoudt regie over zijn eigen leerproces. Hierbij kan de leerling bijvoorbeeld zelf kiezen of en hoe hij een AI-tool inzet, wordt persoonlijke data niet gebruikt om leergedrag te sturen en is feedback van AI altijd inzichtelijk en bespreekbaar.

Professionele autonomie (docent) De docent behoudt de pedagogische en didactische beslissingsruimte. De docent kiest daarbij zelf welke tools er worden ingezet, wordt niet gedwongen aanbevelingen van een algoritme op te volgen en heeft inzicht in hoe gebruikte systemen tot adviezen komen.

Institutionele autonomie (school) De school bepaalt haar eigen digitale koers, onafhankelijk van de commerciële belangen van grote aanbieders. Dit vraagt om bewust leermiddelenbeleid en regie op contracten en data.

Infrastructurele autonomie Op een hoger niveau gaat het om de vraag in hoeverre het onderwijsstelsel als geheel afhankelijk is van een handvol commerciële platforms. Open standaarden, open leermateriaal en gedeelde publieke infrastructuur dragen bij aan structurele onafhankelijkheid. Zorg voor variatie in aanbieders en systemen.

Pedagogische autonomie en digitale onafhankelijkheid Steeds meer scholen willen minder afhankelijk zijn van grote (Amerikaanse) Big Techbedrijven en meer regie houden over hun digitale toekomst. SIVON is op verschillende manieren, samen met schoolbesturen, aan de slag om met elkaar minder afhankelijk te zijn van Big Tech en samen te kijken naar open source alternatieven. Hier lees je meer: sivon.nl/digitale-onafhankelijkheid. Kennisnet geeft tips voor alternatieven voor Big Tech in het onderwijs.68 Ook biedt Kennisnet een stappenplan voor het ontwikkelen van een goed en doordacht leermiddelenbeleid69 en meer informatie over open leermateriaal.70 Via het programma Impuls Open Leermateriaal stelt de Rijksoverheid geld beschikbaar om te investeren in open digitaal lesmateriaal. Lees meer informatie op de website van Impuls Open Leermateriaal: openleermateriaal.nl.

8. Beperk dataverzameling en maak heldere afspraken met leveranciers Beperk dataverzameling tot wat noodzakelijk is, stel duidelijke afspraken met leveranciers en vermijd surveillancetechnologie die autonomie of privacy ondermijnt. Leg contractueel vast dat leveranciers geen leerlingdata mogen hergebruiken voor eigen doelen. Automatische updates kunnen nieuwe functies activeren zonder voorafgaande toestemming, maak ook daarover duidelijke afspraken. Onderwijsorganisaties kunnen gezamenlijk eisen stellen aan de veiligheid, privacy en transparantie van AI-producten. Door samen in te kopen en alleen systemen te gebruiken die aan strenge ontwerpeisen voldoen, stimuleer je de ontwikkeling van veiligere toepassingen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 35

9. Test nieuwe technologie voordat je haar breed inzet Test nieuwe technologie eerst in pilots en beoordeel niet alleen leeropbrengsten, maar ook effecten op welzijn, motivatie en autonomie.

10. Volg opkomende technologieën Volg de ontwikkelingen rond bijvoorbeeld XR en neurotechnologie en bespreek als school tijdig welke grenzen je wil stellen. Deze technologieën maken een snelle opmars. Wacht niet tot ze de school binnenkomen voordat je er een standpunt over inneemt.

Informatiebeveiliging en privacy Een DPIA (Data Protection Impact Assessment) is een privacycheck die scholen verplicht moeten uitvoeren wanneer ze technologie gebruiken die een hoog risico vormt voor de privacy van leerlingen en medewerkers. Denk aan het verwerken van gezondheidsgegevens, delen van gegevens binnen samenwerkingsverbanden met derden of het gebruik van cameratoezicht. De DPIA helpt om privacyrisico’s op tijd te herkennen en op te lossen voordat een systeem wordt ingezet.71 Om te zorgen dat leerlingen en medewerkers veilig kunnen blijven werken op school is door o.a. SIVON en Kennisnet het Normenkader Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) ontwikkeld.72 Met het Groeipad zorg je er stapsgewijs voor dat jouw school voldoet aan normen rondom digitale veiligheid. Ook biedt SIVON meer informatie rondom informatiebeveiliging en privacy.73 Over de regels rondom het gebruik van persoonsgegevens in het onderwijs biedt de Autoriteit Persoonsgegevens meer informatie, bijvoorbeeld over leerlingdossiers74 en de risico’s van het gebruik van AI in het onderwijs.75 Bij de inkoop van digitale leermiddelen kun je letten op het Edu-V-keurmerk. Heeft een product dit keurmerk? Dan kun je er als school vanuit gaan dat de privacy en informatiebeveiliging voldoet aan belangrijke eisen. Op edu-v.org/voor-scholen/ lees je meer.

Programma Digitaal Veilig Onderwijs Voor veel scholen voelt het realiseren van een digitaal veilige schoolomgeving als een grote opgave. Daarom is er vanuit het programma Digitaal Veilig Onderwijs ondersteuning beschikbaar. Met het programma Digitaal Veilig Onderwijs bundelen het ministerie van OCW, Kennisnet, SIVON, de PO-Raad en de VO-raad hun krachten voor een onderwijssector waarin iedere leerling digitaal veilig kan leren en medewerkers digitaal veilig kunnen werken. Het programma biedt schoolbesturen heldere leidraden en een concreet ondersteuningsaanbod. Het programma stimuleert ook dat leveranciers hun productportfolio in lijn brengen met het Normenkader IBP. Zo kunnen scholen voldoen aan hun verantwoordelijkheid om een digitaal veilige organisatie te realiseren. Kijk op kennisnet.nl/nieuws/digitale-veiligheiddit-vraagt-2026-van-schoolbesturen/ voor meer informatie.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 36

11. Neem kansengelijkheid mee in de keuze en inzet van digitale leermiddelen Evalueer of digitale middelen alle leerlingen daadwerkelijk helpen en voorkom dat systemen onbedoeld verschillen vergroten. Bekijk bijvoorbeeld welke leerlingen vaker vastlopen in adaptieve programma’s, of er verschillen ontstaan tussen leerlingen met en zonder ouderlijke ondersteuning of bepaalde groepen (bijv. taalzwakke leerlingen of leerlingen met concentratieproblemen) meer afgeleid raken door digitale middelen. Gebruik deze bevindingen bij de keuze, inrichting en het gebruik van technologie in de klas of op school.

12. Betrek leerlingen en opvoeders Naar een idee van de Amerikaanse onderzoekster Rebecca Winthrop; laat leerlingen opdrachten vooraf ‘red‑team‑testen’: kunnen zij de opdracht eenvoudig door een AI‑tool laten uitvoeren zonder zelf te hoeven nadenken? In dat geval moet de opdracht herontworpen worden. Door leerlingen hierbij te betrekken, worden zij bewust van AI‑risico’s en kunnen scholen opdrachten ontwikkelen die het leerproces centraal stellen.

Geef inzicht in hoe systemen werken, welke data worden gebruikt en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan leerlingvolgsystemen. Neem opvoeders mee in de pedagogische overwegingen die ten grondslag liggen aan het beleid. Denk bijvoorbeeld aan het gedeeltelijk beperken van toegang van opvoeders in Magister of het betrekken van leerlingen bij vraagstukken rond AI.

Red‑teamen Red-teamen is een methode waarbij je actief probeert om een systeem, opdracht of beleid te omzeilen om zwakke plekken te vinden. In de techwereld wordt een red team ingezet om kwetsbaarheden te ontdekken voordat kwaadwillenden dat doen. Een leerling red‑teamt een opdracht door te onderzoeken: Kan AI deze opdracht gemakkelijk maken? • Kan Claude/Mistral/ChatGPT het antwoord geven? • Kan de AI de opdracht zo goed uitvoeren dat het niet meer te controleren is? • Hoeft de leerling zelf nauwelijks te denken of iets te begrijpen? Waarom dit nuttig kan zijn • Je ontdekt welke opdrachten AI‑hackbaar zijn. • Je voorkomt dat leerlingen AI gebruiken om de opdracht volledig over te nemen. • Leerlingen leren zelf hoe AI werkt en waar de grenzen liggen. • Het betrekt leerlingen actief bij verantwoord AI‑gebruik. • Het helpt scholen om opdrachten te ontwerpen die denken en begrip vereisen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 37

Meer tips Leerlingvolgsystemen Bij het verantwoord inzetten van leerlingvolgsystemen zoals Magister en Somtoday zijn er, op basis van wetenschappelijk onderzoek knoppen waar je aan kunt draaien. Maak een helder en goed doordacht beleid rondom dergelijke systemen waarin is nagedacht over o.a.: • Welke gegevens worden in dit soort systemen vastgelegd en waarom? Hoe worden die gegevens vervolgens gebruikt? Neem hierbij de beginselen zoals dataminimalisatie, doelbinding en transparantie als uitgangspunt. Op welke manier wordt informatie vastgelegd in deze systemen en is dit wel nodig? Hoe gedetailleerd moet deze informatie zijn?76 • Het publiceren van cijfers op vaste momenten (onder schooltijd) en in elk geval niet in de weekenden, avonduren of vakantieperiodes. • Worden cijfers eerst online gepubliceerd of eerst besproken in de klas? Voor sommige leerlingen kan het fijn zijn eerst gezamenlijk een resultaat te bespreken voordat ze deze in een app zien verschijnen. • Inzicht van opvoeders in leerlingvolgsystemen beperken in:77 • Wanneer ze informatie kunnen inzien, bijvoorbeeld maximaal 4x per jaar, voorafgaand aan oudergesprekken. • Welke informatie ze kunnen inzien.

Is het noodzakelijk dat opvoeders weten wanneer hun kind te laat was? En met oog op de ontwikkeling van planningsvaardigheden: is het nodig dat opvoeders van leerlingen in de bovenbouw inzicht hebben in het huiswerk? • Leerlingen en opvoeders betrekken bij het maken van beleid.

Surveillancetechnologie en camera’s binnen school Bij surveillancetechnologie (bijvoorbeeld proctoring en social media monitoring): • Gebruik nooit systemen die emotieherkenning, eye-tracking of aandachtsscore gebruiken. Deze vallen namelijk zeer waarschijnlijk onder verboden of risicovolle praktijken onder de Europese AIverordening. Daarnaast zijn dergelijke systemen zeer onwenselijk in verband met de privacy en autonomie van leerlingen. • Toets altijd vooraf wat de risico’s van het gebruik van dergelijke systemen zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot gelijkheid, autonomie en welzijn en maak een bewuste afweging. • Neem slimme brillen expliciet op in schermbeleid en gedragsregels. • Volg de regels omtrent cameratoezicht. Scholen kunnen gebruik maken van cameratoezicht wanneer er een gerechtvaardigd belang is en cameratoezicht daarbij noodzakelijk is.78 79

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 38

Sociale media of berichtendiensten Bij gebruik van sociale media of berichtendiensten: • Vermijd communicatie met leerlingen via platforms die leerlingen blootstellen aan advertenties of profilering. Leerlingen kunnen in dat geval namelijk automatisch blootgesteld worden aan advertentietracking. • Minimaliseer het tonen van reclame in de klas (bijvoorbeeld rond YouTube-filmpjes). • Stimuleer opvoeders via Signal te communiceren als er sprake is van oudergroepen. • Plaats geen foto’s op sociale media kanalen van school zonder toestemming van leerlingen (of toestemming van opvoeders bij leerlingen onder de 16 jaar).

Digitale leermiddelen en adaptieve systemen Bij digitale leermiddelen en adaptieve systemen zoals Numo en de digitale/adaptieve onderdelen van de lesmethoden van bijvoorbeeld Malmberg: • Toets het systeem vooraf op bias en kansengelijkheid. De gemeente werkt aan een hulpmiddel, zie hoofdstuk 8. • Vraag leveranciers van dergelijke systemen om goed en begrijpelijk uit te leggen hoe deze werken, hoe aanpassingen precies plaatsvinden en wat zij eraan hebben gedaan om de wering van het systeem zo betrouwbaar en eerlijk mogelijk te maken. • Zorg ervoor dat leraren altijd de uiteindelijke beslisser blijven (human-in-control) over de lesmethode en dat technologie de leraar niet vervangt. • Leg contractueel vast dat leveranciers geen leerlingdata mogen hergebruiken voor hun eigen doelen. Met andere woorden: verbied gebruik van leerlingdata voor modeltraining buiten de opdracht. • Evalueer het effect van het systeem op en met leerlingen. Beoordeel of het gebruik van het systeem stress of competitie veroorzaakt bij leerlingen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 39

Digitale communicatieplatforms Bij digitale communicatieplatforms (zoals Microsoft Teams of Microsoft 365): • Gebruik bij voorkeur software van partijen die transparant zijn over het gebruik van data en die aansluiten bij de pedagogische waarden. Kies voor technologie die het onderwijs ondersteunt zonder de autonomie ervan in te perken en voorkom afhankelijkheid van platforms die onverwachte prijsverhogingen kunnen doorvoeren of onduidelijk zijn over dataverwerking. • Gebruik standaard privacyvriendelijke instellingen, zoals het uitzetten van de laptopcamera’s, beperken van de chatloggeschiedenis en geen automatische opslag van bestanden. • Schakel gepersonaliseerde advertenties voor zover mogelijk uit. • Gebruik onderwijsaccounts zonder tracking door derden.

Digitale infrastructuur en apparaten Bij digitale infrastructuur en device-beheer (zoals Bring Your Own Devices, Chromebooks of iPads): • Gebruik ECK iD (keten-ID) wanneer leerlingen digitaal lesmateriaal gebruiken. Hierdoor worden zo min mogelijk persoonsgegevens uitgewisseld tussen de school en leveranciers. • Stel een duidelijk beleid op dat leerlingen, opvoeders en leraren begrijpen: wat mag wel en niet op schooldevices, en wat zijn de gevolgen bij overtreding? • Houd rekening met digitale ongelijkheid: niet alle leerlingen kunnen zich bijvoorbeeld hetzelfde niveau apparaten veroorloven. Bied alternatieven (zoals schoolapparaten) om kansengelijkheid te waarborgen. • Overweeg of Bring Your Own Device geschikt is voor jouw school: privédevices bieden minder garanties op het gebied van beveiliging, privacy en gelijke toegang, en verouderde apparaten kunnen veiligheidsrisico’s opleveren. • Maak een plan voor cyberincidenten: het aantal cyberincidenten op scholen neemt toe. Bereid je voor op wanneer, niet of, het gebeurt. • Schakel standaardtracking uit op apparaten die leerlingen gebruiken. • Zorg voor een procedure bij schade, verlies of diefstal van devices, inclusief de mogelijkheid om data op afstand te wissen of toegang te blokkeren. • Stel eisen aan softwareleveranciers op het gebied van privacy, non-discriminatie, autonomie en transparantie.

Zorg dat middelen zijn getest op verschillende groepen leerlingen voordat je ze gebruikt.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 40

Algemene tips • Controleer waar het bedrijf dat de technologie levert gevestigd is (EU, VS of elders). Bekijk of de leverancier eerder is beboet voor datamisbruik of privacyovertredingen. • Controleer de subverwerkingsoverzicht van de leverancier, dus met welke derden de leverancier de gegevens deelt. • Controleer waar de gegevens worden opgeslagen (EU, VS of elders). • Controleer of er heldere contractuele afspraken zijn gemaakt met de leverancier. Toets systemen regelmatig opnieuw, want de functionaliteiten kunnen met elke update veranderen. AI duikt zichtbaar en onzichtbaar op in steeds meer applicaties die al in gebruik waren genomen. • Leg pedagogische waarden vast vóór de keuze voor een leverancier, bijvoorbeeld op basis van de richtlijnen van Kennisnet.80 • Zorg ervoor dat er altijd mogelijkheden zijn om te stoppen met gekozen technologie zonder verlies van data of extra kosten bij overstap naar een andere aanbieder. • Voorkom ‘schaduw-ict’: tools en apps die door leraren worden ingezet zonder dat de degene die over de inkoop en het gebruik van ict gaat hiervan op de hoogte is. • Stel een plan op om afhankelijkheid van Big Tech stap voor stap af te bouwen. En doe dit niet alleen, maar bij voorkeur in gezamenlijkheid met andere organisaties.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 41

7 •

Het betrekken van opvoeders

Opvoeders hebben een belangrijke rol bij het begeleiden van jongeren en hun digitale leven. Enerzijds zijn niet alle opvoeders zich bewust van de impact van de online leefwereld op hun kind. Niet alle leerlingen hebben thuis een opvoeder die betrokken, digitaal vaardig of bereikbaar is. Voor die leerlingen is de school soms de enige plek waar digitale begeleiding plaatsvindt en waar iemand merkt dat er iets speelt. Veel scholen informeren opvoeders al op veel manieren over wat er online speelt en over de normen en afspraken van de school. Hierdoor wordt het begeleiden van jongeren in hun digitale leven steeds meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Duidelijke normen, kaders en wensen vanuit school kunnen een helder signaal afgeven, bijdragen aan een gedeelde verantwoordelijkheid en kansenongelijkheid in het onderwijs verkleinen. Anderzijds organiseren ouderbewegingen zich ook rond initiatieven die oproepen tot terughoudendheid, bijvoorbeeld rondom smartphonegebruik en het stimuleren van scholen om actiever grenzen te stellen. In de hoofdstukken hiervoor is het betrekken van opvoeders ook al een aantal keer naar voren gekomen. Hieronder nog een aantal aanvullende aanbevelingen die voortkomen uit tips van onderwijsprofessionals, experts en leerlingen: • Investeer in een goed pedagogisch partnerschap tussen opvoeders en school.

Door opvoeders mee te nemen in wat er speelt in de online leefwereld en in de normen van de school, wordt ook sociale veiligheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Nodig opvoeders actief uit om bij de school signalen te delen van bijvoorbeeld opvallendheden en vervelende dynamieken online. Bespreek samen wie wat doet. • Ouderbijeenkomsten en voorlichting dragen bij aan de betrokkenheid van opvoeders bij de online leefwereld van leerlingen. Ze vergroten het bewustzijn en ondersteunen opvoeders bij het bieden van begeleiding en het stellen van duidelijke normen en kaders voor de leerling. Scholen kunnen hierbij ook verwijzen naar materialen over digitaal opvoeden die in 2026 voor opvoeders worden ontwikkeld (zie hoofdstuk 8). • De start van de brugklas of het begin van het schooljaar zijn vaak de enige momenten waarop opvoeders op school komen. Benut deze om afspraken te maken, bijvoorbeeld over schermgebruik, zodat school en thuissituatie beter op elkaar aansluiten. Vraag bijvoorbeeld aan opvoeders om hun kinderen niet te appen/bellen tijdens schooluren en wijs hen op een alternatief nummer van school in het geval van spoedgevallen. • Denk aan afspraken over huiswerk, het begeleiden van kinderen in groepsapps en eventueel het opzetten van een oudergroepsapp om dit soort onderwerpen te bespreken. Stimuleer opvoeders

en kinderen om dit bijvoorkeur via Signal te doen. Voor kinderen die pas vanaf de middelbare school een smartphone krijgen is dit extra belangrijk. Zij zijn nog niet eerder begeleid in het gebruik van een smartphone. • Ouderavonden bereiken doorgaans alleen de opvoeders die al betrokken zijn. Informatiebrieven veronderstellen leesvaardigheid en tijd. Compenseer dit door expliciet oog te hebben voor leerlingen die thuis weinig steun ervaren, informatie ook mondeling te delen en laagdrempelige contactmomenten te creëren die niet afhangen van de mogelijkheden van opvoeders. • Middelbare scholen kunnen bijdragen aan normverschuiving door opvoeders ook aan te moedigen hun kinderen geen toegang tot sociale media te geven voor de leeftijdsgrens van 13 jaar en rustig op te bouwen naar de leeftijd van 15, zoals het landelijk advies voorschrijft. Scholen kunnen dit ook uitdragen op hun sites op pagina’s met informatie voor opvoeders uit groep 7 en groep 8. • Betrek opvoeders ook bij AI-geletterdheid. Een groot deel van het AI-gebruik van kinderen vindt buiten school plaats. Door ook families te informeren over kansen, risico’s en verantwoord gebruik van AI kan worden voorkomen dat technologie negatieve effecten heeft op de sociale, cognitieve en emotionele ontwikkeling van leerlingen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 42

“Ik zou het eigenlijk wel fijn vinden als mijn ouders mijn telefoon zouden afpakken als ik huiswerk moet maken. Ik word gewoon te erg afgeleid maar het lukt me niet mijn telefoon weg te leggen.” Adam (leerling), 15 jaar

“Jongeren groeien online op en het opvoeden in de online leefwereld is zodoende essentieel. Dit is meer dan enkel een lesje Mediawijsheid. Afstemmen en samen optrekken met ouders en verzorgers is hierin enorm belangrijk. Jaarlijks organiseren wij thema-avonden waar de online leefwereld van jongeren ook op de agenda staat. Opvoeders met individuele vragen zijn altijd welkom voor extra ondersteuning en overleg. Prettig online opgroeien is namelijk een verantwoordelijkheid die we samen moeten dragen.” Daan van Hooff Directeur Iedersland College

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 43

8

Een greep uit het aanbod en ondersteuning van de gemeente Amsterdam

In dit hoofdstuk staat een greep uit het huidige aanbod en ondersteuning van de gemeente Amsterdam en van een aantal netwerkpartners over de online leefwereld beschreven. Het doel van dit aanbod is om scholen, leerlingen en opvoeders te ondersteunen bij het omgaan met de uitdagingen en kansen rond dit onderwerp. De informatie is gecategoriseerd per doelgroep: professionals, opvoeders en leerlingen zelf. Het biedt geen compleet overzicht.

Professionals en opvoeders Inzicht in de praktijk De tool Jongline

Trendmonitor Jong Inzicht

In samenwerking met Levvel, Stichting Orion en iHub ontwikkelde Garage2020 de tool Jongline. Jongline helpt professionals op een cultuursensitieve, open en nieuwsgierige manier met jongeren in gesprek te gaan over de verschillende (online) leefgebieden, waarbij de jongere als deskundige wordt gezien.

Samen voor Jongeren Amsterdam (SvJA) is een Amsterdamse samenwerking van verschillende jongerenwerkorganisaties. In opdracht van de gemeente Amsterdam maakt SvJA samen met Amsterdamse jongeren tussen de 12-22 jaar hun online leefwereld inzichtelijk in de JongInzicht Trendmonitor. Jongeren delen wekelijks hun ervaringen, zodat professionals beter begrijpen wat er speelt op thema’s als nieuws, straattaal, gaming, geld en challenges. Je kunt je aanmelden voor de LinkedIngroep via deze link: linkedin.com/groups/13061263 en/of de eerdere edities van Jong Inzicht lezen op Openresearch: openresearch.amsterdam/nl/page/122467/jonginzicht---de-online-jongeren-trendmonitor.

Bij de verspreiding van deze publicatie ontvangen alle Amsterdamse vo- en vso-scholen een exemplaar van Jongline voor hun school van de gemeente Amsterdam. Ook worden trainingen rond Jongline aangeboden aan verschillende onderwijsprofessionals.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 44

Schoolveiligheid Projectleiders Jeugd en Veiligheid zijn het eerste aanspreekpunt bij veiligheidsvraagstukken voor de v(s)o scholen. Zij ondersteunen op schoolveiligheidsthema’s en helpen bij advies en ondersteuning op maat. Hierbij wordt ook advies gegeven over het omgaan met de online leefwereld en risico’s en wordt het aanbod en trainingen van de gemeente gekoppeld aan partners of interventies uit de database schoolveiligheid. Hier vind je het Trainingsaanbod schoolveiligheid, waaronder aanbod over de leefwereld van jongeren: amsterdam. nl/sociaaldomein/onderwijs/trainingsaanbodschoolveiligheid/. De projectleider Jeugd en Veiligheid is de spin in het web tussen het jongeren- en straathoekwerk, de politie, scholen, (jeugd)zorgaanbieders en straatcoaches. De projectleider J&V ondersteunt school door de regie te pakken op een integrale inzet van de veiligheidspartners in en rondom de school. De projectleiders J&V organiseren daarnaast in ieder stadsdeel ook structureel schoolveiligheidoverleggen en -bijeenkomsten waarbij onder andere thema’s als online weerbaarheid/ criminaliteit behandeld worden en de hulpvraag van scholen kan worden neergelegd. De veiligheidscoördinatoren van scholen worden hiervoor altijd uitgenodigd.

Elke v(s)o-school in Amsterdam kan contact opnemen met de projectleider Jeugd en Veiligheid die voor dat gebied beschikbaar is voor hulpvragen of voor het aanmelden voor bijeenkomsten. Is de projectleider nog niet bekend? Neem dan contact op via: Schoolveiligheid.Stadsdelen@amsterdam.nl.

Schoolveiligheidsbeleid Scholen die meer ondersteuning willen bij het versterken van hun schoolveiligheidsbeleid en het ontwikkelen van het veiligheidsplan, kunnen terecht bij het Operationeel Team Schoolveiligheid (OTSV). Het OTSV brengt samen met de school en de projectleider Jeugd & Veiligheid de hulpvragen, behoeften en ontwikkelpunten in beeld en biedt advies en ondersteuning op maat. Het OTSV kan bereikt worden via projectleiders Jeugd & Veiligheid of via: operationeelteamschoolveiligheid@amsterdam.nl.

Deskundigheidsbevordering voor onderwijsprofessionals over online straatcultuur en jeugdcriminaliteit Via het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (het zorg- en veiligheidshuis van de regio AmsterdamAmstelland) kunnen er presentaties gegeven worden aan onderwijsprofessionals over online straatcultuur en jeugdcriminaliteit. Dit kan worden georganiseerd via projectleiders Jeugd & Veiligheid. Ook worden er werksessies “Lokale Samenwerking bij Online Jeugdcriminaliteit” georganiseerd, waarbij professionals van bijvoorbeeld de gemeente, politie, jongerenwerk, handhaving en straatcoaches in ‘vredestijd’ afspraken maken over de integrale online werkwijze en samenwerking bij online jeugdcriminaliteit. Ook is er een handreiking “Jongline”81 ontwikkeld voor veiligheids- en zorgprofessionals over de fenomenen, gevaren en kansen in de online leefwereld van jongeren. Deze handreiking is ontwikkeld vanuit het Actiecentrum Veiligheid en Zorg.

Spanningen of radicalisering Onderwijsprofessionals kunnen (anoniem) terecht bij het Steunpunt Spanningen en Radicalisering voor vragen, zorgen of signalen. Een expert kan helpen om de situatie te beoordelen. Bovendien kunnen er kosteloos workshops, voorlichtingen en trainingen worden georganiseerd die passen bij de behoefte of hulpvraag van de school. Het informatieblad Online radicalisering helpt professionals online radicalisering te herkennen en geeft handvatten om hiermee om te gaan. Het informatieblad is hier te vinden: openresearch. amsterdam/nl/page/135359/informatieblad---onlineradicalisering. Meer informatie over het Steunpunt en contactgegevens: amsterdam.nl/steunpuntradicalisering.

Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen Op de website van het Samenwerkingsverband vind je handige tools, stappenplannen en handreikingen op het gebied van schoolveiligheid: swvadam.nl/ schoolveiligheid/aan-de-slag-schoolveiligheid.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 45

Gezond en veilig schermgebruik

Ethische afwegingen technologie

GGD Gezonde School Amsterdam

Project Kinderrechten en onderwijstechnologie

De Gezonde School-aanpak is een integrale benadering gericht op de gehele leeromgeving. Scholen werken aan gezondheid via vier pijlers: beleid, schoolomgeving, gezondheidseducatie en signaleren. Het thema online leefwereld sluit aan bij bestaande gezondheidsthema’s zoals mentale gezondheid, relationele en seksuele vorming en gezonde leefstijl.

De gemeente Amsterdam biedt ondersteuning bij het afwegen van digitale kinderrechten (zoals privacy, autonomie en veiligheid) bij inkoop en gebruik van onderwijstechnologie. Er wordt een hulpmiddel ontwikkeld dat scholen helpt ethische afwegingen te maken met betrekking tot de inzet van technologie. In het najaar organiseert de gemeente twee workshops over dit onderwerp. De inhoud wordt in co-creatie met het onderwijsveld ontwikkeld, waaronder Stichting ZAAM. Interesse om mee te werken? Mail naar connectlab@amsterdam.nl voor meer informatie. Voor aanmelden van de workshops kijk op amsterdam.nl/ innovatie/onderwijs.

De Gezonde School-adviseurs helpen scholen met advies, passend lesmateriaal, interventies en bijeenkomsten voor opvoeders en professionals, zodat zij leerlingen online effectief kunnen beschermen en begeleiden. Voor ondersteuning en advies: gezondeschool@ggd.amsterdam.nl.

Socratic design gesprekken Ouderbijeenkomsten gezond schermgebruik De jeugdverpleegkundige op school kan voorlichting op maat bieden voor opvoeders rondom gezond schermgebruik en digitaal opvoeden, bijvoorbeeld over schermgebruik, sociale media, online risico’s en kansen en de rol van opvoeders. Deze bijeenkomsten doen ze in samenwerking met de Ouder- en kindadviseurs op school en Gezonde School-adviseurs. Ook kunnen er voorlichtingen aangevraagd worden bij organisaties als Bureau Jeugd en Media en de ouderbeweging Smartphone Vrij Opgroeien.

Gemeente Amsterdam organiseert regelmatig socratische dialogen met Amsterdammers over de inzet van technologie in de stad. Een socratische dialoog is een open gesprek waarin deelnemers gezamenlijk hun gedachten en aannames onderzoeken door vragen te stellen en op elkaars ideeën te reflecteren. De gemeente organiseert in juni 2026 twee dialogen over ethische afwegingen bij de inzet van technologie in het onderwijs. Meedoen? Meld je aan op amsterdam.nl/innovatie/onderwijs.

Deskundigheidsbevordering rondom gezondheidszaken De jeugdverpleegkundigen, jeugdarts en Ouderen kindadviseurs kunnen ook bijdragen aan deskundigheidsbevordering bij medewerkers op scholen. Zij ondersteunen bij het beleid en de aanpak rondom online thema’s. Bovendien kunnen zij samen met scholen duidelijke routes opstellen: wat is de verantwoordelijkheid van de school en wanneer betrekken we zorgmedewerkers? Zoek de contactpersoon van jouw school via: oktamsterdam.nl/voor-professionals/.

Materiaal: digitaal opvoeden Dit jaar wordt er vanuit de gemeente gewerkt aan informatiemateriaal over veilig en gezond digitaal opvoeden. Deze informatie kan opvoeders helpen om hun kinderen beter online te begeleiden. Scholen kunnen deze informatie voor opvoeders bij hen onder de aandacht brengen. Op het moment van schrijven is de website met materialen nog niet gereed. Wanneer dit het wel het geval is, zal dit onder andere gedeeld worden via amsterdam.nl/innovatie/jongeren/ onderwijs.

Digitale autonomie in het onderwijs Kennissessies De gemeente organiseert in het najaar van 2026 een aantal praktische kennissessies voor onderwijsprofessionals op het Marineterrein in Amsterdam over digitale autonomie. Aanmelden gaat via: amsterdam.nl/innovatie/onderwijs.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 46

Leerlingen Incidenten en online grensoverschrijdend gedrag Online grensoverschrijdend gedrag

Calamiteiten en incidenten Voor ondersteuning bij calamiteiten en incidenten op school die de gezondheid van leerlingen raken, kunnen scholen terecht bij de jeugdarts. Je kunt hier vinden wie de contactpersoon voor jouw school is: oktamsterdam.nl/voor-professionals/.

Zorgen over gezondheidszaken Scholen, opvoeders of leerlingen kunnen contact opnemen bij de jeugdverpleegkundige als ze zorgen hebben over zaken als slaapproblemen, gameverslaving, sociale media en de mentale gezondheid. Ongeacht de verwijsredenen komen allerlei onderwerpen aanbod; de JGZ werkt domeinoverstijgend. Daarnaast wordt er actief bijgedragen aan het signaleren van risico’s en problemen, zoals ongezond mediagebruik, mentale klachten of online pesten. Bijvoorbeeld met het preventief gezondheidsonderzoek “Jij en Je Gezondheid” en de MAZL-aanpak (Meer Aandacht voor de Ziekgemelde Leerling), waarbij vroegtijdig zorgwekkend ziekteverzuim wordt gesignaleerd en geprobeerd op te lossen.

De hulplijn van Offlimits biedt individuele hulp aan iedereen die te maken heeft met online grensoverschrijdend gedrag (slachtoffers, opvoeders, onderwijsprofessionals). De gemeente Amsterdam werkt samen met de hulplijn van Offlimits. Zo wordt er extra ingezet op bereiken van verschillende doelgroepen in de stad, zodat jongeren met uiteenlopende achtergronden de weg naar hulp sneller weten te vinden. Ook werkt Offlimits nauw samen met verschillende organisaties die jongeren voorlichting geven. Scholen kunnen gratis voorlichtingsmaterialen bestellen over online misbruik via: offlimits.nl/shop. Meer informatie over de hulplijn: hulplijn.offlimits.nl/.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 47

Preventie/weerbaarheid

Samen ontwerpen voor een veilige en gezonde digitale wereld

Under Pressure Voor schooljaar 2026 –2027 wordt het programma Under Pressure op scholen aangeboden. Na het volgen van dit programma hebben jongeren beter zicht op de manier waarop de media werkt, welke negatieve invloed desinformatie en complottheorieën kunnen hebben op de vrije samenleving, hoe zij desinformatie beter kunnen herkennen en hoe (sociale) mediagebruik verbonden is aan (al dan niet eenzijdige) meningsvorming en polarisatie. Meer informatie of je interesse doorgeven kan via een mail naar underpressure@amsterdam.nl.

TUMO Center for Creative Technologies TUMO Center for Creative Technologies is een gratis innovatief en toegankelijk naschools onderwijsprogramma in Amsterdam voor design, creativiteit en technologie. Jongeren tussen de 12 en 18 jaar kunnen hier na schooltijd of in vakanties aan de slag met de nieuwste technologieën door een combinatie van zelfstudie, workshops en projectlabs. Jonge Amsterdammers leren hier bijvoorbeeld de nieuwste technologieën te gebruiken en zich te verhouden tot technologie. TUMO is onderdeel van de programmering van OBA Next. Scholen kunnen leerlingen of opvoeders verwijzen naar tumoamsterdam.nl voor meer informatie over aanmelden etc.

Programma Online Leefwereld Jongeren ontwerplab Connect Binnen dit programma werkt de gemeente Amsterdam aan een gezonde en veilig(ere) digitale wereld. Op amsterdam.nl/innovatie/jongeren/ staat meer informatie over het programma. Samenwerking met jongeren, opvoeders en professionals is een belangrijk onderdeel van dit programma. Leraren, leerlingen of andere geïnteresseerden kunnen bijdragen door hun ervaring, mening en of ideeën te delen. De gemeente organiseert bijvoorbeeld regelmatig ontwerpsessies of interviews over verschillende thema’s. Daarin wordt bijvoorbeeld smartphonegebruik of het ontwerp van online platforms besproken. Ook worden er regelmatig interventies ontworpen in co-creatie. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld:

Voorbeeld Connectlab 1: Lesbrief ATTACHED Gemeente Amsterdam heeft binnen het programma online leefwereld samen met professionals en jongeren de lesbrief ATTACHED ontwikkeld. De les helpt leerlingen kritisch na te denken over hun eigen smartphonegebruik en over vragen als: hoe werken verslavende app-ontwerpen eigenlijk? Wat gebeurt er in je brein? Wie profiteert daarvan? De les duurt een uur, is bedoeld voor bovenbouw vmbo/havo/vwo.82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041200/1