CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Onderwijspublicatie Online leefwereld jongeren.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren (VN2026-006986)19.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren Voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 1

Inleiding Jongeren groeien op in een wereld waarin online en offline voortdurend in elkaar overlopen. De online omgeving biedt kansen voor contact, leren en creativiteit, maar brengt ook uitdagingen met zich mee voor welzijn, ontwikkeling en veiligheid. Als onderdeel van het Actieplan Online Leefwereld Jongeren1 van de gemeente Amsterdam biedt deze publicatie inspiratie over hoe scholen kunnen omgaan met de invloed van de online leefwereld op leerlingen en hoe het onderwijs kan bijdragen aan een veilige en bewuste (digitale) schoolomgeving. De invloed van de online leefwereld is duidelijk voelbaar in het onderwijs. Zo komen leerlingen soms moe naar school door nachtelijk scrollen, raken ze afgeleid door sociale media of komen online conflicten de school binnen. Digitale leermiddelen, leerlingvolgsystemen en toepassingen van kunstmatige intelligentie (AI) maken steeds nadrukkelijker deel uit van de onderwijspraktijk. De inzet van technologie op scholen heeft bijvoorbeeld impact op het onderwijs, professionele autonomie, kansengelijkheid en de pedagogische opdracht. De inhoud van deze publicatie is gebaseerd op cocreatie met onderwijsprofessionals en inzichten uit onderzoek op het gebied van onderwijs, opvoeden en digitalisering.

Tegelijkertijd hebben volwassenen en professionals vaak slechts beperkt zicht op de online leefwereld van jongeren in de dagelijks veranderende praktijk en zijn jongeren zelf hierin belangrijke ervaringsdeskundigen. De gemeente spreekt daarom graag speciale dank uit aan de leerlingen die de

moeite hebben genomen om een inkijkje te geven in hun digitale leven in relatie tot school. Daarnaast dankt de gemeente alle leraren, schoolveiligheidscoördinatoren, ondersteuningscoördinatoren, schoolleiders, bestuurders, wetenschappers, opvoeders, jongerenwerkers en het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen voor hun waardevolle bijdragen en inzichten. De beschreven aanbevelingen zullen herkenbaar zijn en in veel gevallen al onderdeel van de dagelijkse onderwijspraktijk. Deze publicatie is daarom expliciet niet bedoeld als een set voorschriften. Wel hoopt de gemeente met deze publicatie het Amsterdamse onderwijs te inspireren, kennis en expertise samen te brengen, uitwisseling te stimuleren en scholen te ondersteunen om, passend bij hun eigen context, van en met elkaar te leren.

Samenvatting De effecten van de online leefwereld zijn dagelijks voelbaar in de klas. Hoe kan het Amsterdamse onderwijs hiermee omgaan? En op welke manieren kan het onderwijs bijdragen aan een veilige en bewuste digitale schoolomgeving? Deze publicatie biedt scholen inspiratie en aanknopingspunten om, passend bij de eigen context, keuzes te verkennen en beleid te ontwikkelen. De volgende vier bouwstenen vormen de kern:

Bouwsteen 1 Het ontwikkelen en hanteren van een helder schermbeleid Schermbeleid als basis voor een gezonde leeromgeving Smartphones en schermen zijn niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van jongeren. Toch is de school een belangrijke plek waar bewuste keuzes over schermgebruik het verschil kunnen maken voor onder andere concentratie en sociale interactie. Een helder schermbeleid geeft leerlingen, opvoeders en medewerkers duidelijkheid en houvast. Dat beleid werkt het beste als het (deels) samen met leerlingen wordt ontwikkeld, breed gedragen wordt en past bij de eigen schoolcultuur. Lees hier meer over deze bouwsteen.

Bouwsteen 2 Het versterken van digitale geletterdheid Digitale geletterdheid als onderdeel van de pedagogische opdracht Jongeren groeien op in een wereld vol algoritmen, desinformatie, sociale druk en commerciële beïnvloeding. Digitale geletterdheid gaat over technische vaardigheden, maar het gaat ook over kritisch denken, zelfreflectie en het vermogen om bewuste keuzes te maken. De school speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van die vaardigheden, bij voorkeur niet als apart vak maar verweven in de dagelijkse onderwijspraktijk. Lees hier meer over deze bouwsteen.

Bouwsteen 3 Het vergroten van de (online) veiligheid Online veiligheid vraagt om alertheid, samenwerking en heldere kaders Online risico’s zoals cyberpesten, grensoverschrijdend gedrag, online criminaliteit en radicalisering raken de veiligheid van jongeren direct en kunnen effect hebben op het schoolklimaat, ook als ze buiten schooltijd plaatsvinden. Leraren en mentoren kunnen een belangrijke rol spelen in het herkennen van signalen en het bespreekbaar maken van wat er speelt. Dat vraagt om duidelijke kaders, goede samenwerking binnen en buiten de school en voldoende kennis en handelingsruimte bij professionals. Lees hier meer over deze bouwsteen.

Bouwsteen 4 Het bewust inzetten van technologie Technologie in het onderwijs vraagt om bewuste keuzes over AI, data en pedagogische autonomie Technologie is niet neutraal. De komst van AI, adaptieve leersystemen en steeds geavanceerdere digitale platforms stelt scholen voor fundamentele vragen als: hoe willen we dat leerlingen leren, wie houdt de regie over het leerproces en welke data mag worden verzameld? Tegelijkertijd biedt technologie ook kansen voor inclusie, differentiatie en het verlichten van de werkdruk van leraren. De uitdaging is om die kansen te benutten zonder de pedagogische kern en (digitale) kinderrechten uit het oog te verliezen. Lees hier meer over deze bouwsteen.

Aanbevelingen in dit document Deze publicatie bundelt vooral bestaande inzichten, ervaringen en praktijken uit het onderwijs. Veel van de beschreven aanbevelingen zullen daarom herkenbaar zijn en maken vaak al deel uit van de dagelijkse praktijk. Daarnaast biedt deze publicatie informatie over het betrekken van opvoeders en het aanbod van de gemeente.

Betrekken opvoeders

Aanbod vanuit de gemeente Amsterdam

Veel scholen informeren opvoeders al op veel manieren over wat er online speelt en over de normen en afspraken van de school. Hierdoor wordt het begeleiden van jongeren in hun digitale leven steeds meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het helpt wanneer opvoeders actief worden uitgenodigd om signalen te delen over online dynamieken en wanneer samen wordt besproken wie welke rol heeft. Ouderbijeenkomsten en voorlichting kunnen hierbij ondersteunen. De start van de brugklas of het begin van het schooljaar bieden een goede gelegenheid om gezamenlijke afspraken te maken over bijvoorbeeld schermgebruik, huiswerk en omgang in groepsapps. Daarnaast kunnen scholen opvoeders stimuleren sociale media pas vanaf de aanbevolen leeftijd te introduceren en hen betrekken bij thema’s zoals AI-geletterdheid, zodat ook thuis aandacht is voor kansen, risico’s en verantwoord gebruik van nieuwe technologie. Lees meer over het betrekken van opvoeders in hoofdstuk 7.

De gemeente Amsterdam biedt, samen met verschillende netwerkpartners, een breed scala aan ondersteuning rondom de online leefwereld van jongeren. Dit aanbod is gericht op scholen, onderwijsprofessionals, opvoeders en leerlingen en heeft als doel hen te ondersteunen bij het omgaan met de kansen en risico’s van het digitale domein. Het gaat onder meer om instrumenten en trainingen voor professionals, ondersteuning op het gebied van schoolveiligheid en deskundigheidsbevordering rond thema’s als online straatcultuur, digitale gezondheid en radicalisering. Daarnaast is er aandacht voor gezond schermgebruik, digitale opvoeding en ethische vraagstukken rondom technologie in het onderwijs. Voor leerlingen richt het aanbod zich onder andere op preventie, weerbaarheid, hulp bij online grensoverschrijdend gedrag en het versterken van digitale vaardigheden. Het overzicht in hoofdstuk 8 geeft een selectie van het huidige aanbod en is niet uitputtend.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 6

Inhoudsopgave 1. De online leefwereld van jongeren en het onderwijs

8

2. De (mogelijke) rol van het onderwijs binnen een gedeeld maatschappelijk vraagstuk

10

3. Het ontwikkelen en hanteren van een helder schermbeleid

14

4. Het versterken van de digitale geletterdheid

18

5. Het vergroten van de (online) veiligheid

22

6. Het bewust inzetten van technologie

26

7. Het betrekken van opvoeders

42

8. Een greep uit het aanbod en ondersteuning van de gemeente Amsterdam

44

9. Nawoord

51

10. Bronnen

52

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 7

1

De online leefwereld van jongeren en het onderwijs

Jongeren groeien op in een werkelijkheid waarin online en offline voortdurend in elkaar overlopen en voor hen nauwelijks nog te onderscheiden zijn. Ervaringen, conflicten, beelden, meningen en groepsdynamieken uit apps en sociale media komen direct het klaslokaal in en kunnen offline escaleren. Hierbij kan sociale media vaak als katalysator fungeren. Ook kunnen gebeurtenissen op school online juist worden uitvergroot via berichten, foto’s en groepsapps. Voor eerdere generaties is deze verwevenheid minder vanzelfsprekend, terwijl dit voor jongeren de dagelijkse realiteit is. Scholen vangen vaak als eerste signalen op van wat er in het leven van jongeren speelt, maar het is niet altijd duidelijk waar hun verantwoordelijkheid begint of eindigt. Scherm- en sociale mediagebruik kan op verschillende manieren de ontwikkeling van jongeren beïnvloeden. Leerlingen gebruiken volop uitlegvideo’s, online platforms en AI-toepassingen. Jongeren ervaren online veel steun, verbondenheid en plezier. Het is een belangrijke plek voor hun identiteitsontwikkeling. Maar leerlingen ervaren door de continue stroom aan prikkels ook vaker afleiding en vinden het moeilijker om langere tijd gefocust te werken. Intensief schermgebruik kan ook samenhangen met veranderingen in leesgedrag, informatieverwerking en de ontwikkeling van (sociale) vaardigheden.

Een hoge schermtijd kan daarnaast invloed hebben op de gezondheid en het welzijn van jongeren. Schermen sociale mediagebruik kan bijvoorbeeld effect hebben op hun slaap en ooggezondheid en het kan mentale klachten versterken. Ook kunnen mentale klachten samengaan met problematisch gebruik van games en sociale media en zien we een toename van het aantal minderjarigen dat online gokt door bijvoorbeeld meer blootstelling aan gokreclames op sociale media. Daarnaast signaleren leraren dat leerlingen steeds meer moeite krijgen met handschrift en fijne motoriek. Deze factoren kunnen doorwerken in het gedrag en de leerprestaties van jongeren op school.

Online gedrag kan directe gevolgen hebben voor de sociale veiligheid en het leerklimaat in de klas. Zaken als cyberpesten, desinformatie, online haat, discriminatie, sexting-misbruik en het verspreiden van beelden kunnen het leerklimaat ernstig verstoren. Jongeren kunnen bovendien online in aanraking komen met schadelijke content, de manosphere, groepsdruk, radicalisering en digitale criminaliteit. Digitalisering kan gevolgen hebben voor kansengelijkheid en de organisatie van onderwijs. Niet alle leerlingen beschikken over dezelfde digitale vaardigheden, ondersteuning thuis of toegang tot technologie. Daarnaast roept het gebruik van leerlingvolgsystemen, educatieve platforms en AI vragen op over bijvoorbeeld privacy, autonomie en de rol van commerciële technologie in het onderwijs. Tot slot is het goed te benoemen dat er niet zoiets bestaat als ‘de jongere’. Jongeren vormen een diverse groep met uiteenlopende achtergronden, ervaringen, behoeften en manieren van omgaan met digitalisering. De impact hiervan kan daarom per jongere sterk verschillen.

In het document ‘Fenomenenoverzicht Online Leefwereld Jongeren’2 staan meer ontwikkelingen en bronnen over de mogelijke effecten van de online leefwereld op de dagelijkse realiteit van leerlingen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 8

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 9

2

De (mogelijke) rol van het onderwijs binnen een gedeeld maatschappelijk vraagstuk

Technologiebedrijven, overheden, opvoeders, professionals en het onderwijs kunnen gezamenlijk bijdragen aan het verkleinen van de negatieve effecten en uitdagingen van de digitale omgeving waarin jongeren opgroeien. In dit hoofdstuk worden de handelingsmogelijkheden en (mogelijke) rollen van deze betrokken partijen beschreven. 2.1. Verantwoordelijkheid van technologiebedrijven In de eerste plaats ziet de gemeente Amsterdam een duidelijke verantwoordelijkheid bij de techsector als geheel om kwetsbare groepen, zoals jongeren, te beschermen. Van socialemediaplatformen en gameontwikkelaars vraagt dit bijvoorbeeld om ethisch ontwerp, het terugdringen van functionaliteiten die schermverslaving in de hand werken en het stoppen met algoritmen die schadelijke of polariserende content versterken. Van AI-bedrijven mag transparantie verwacht worden over hoe hun modellen werken,

evenals het voorkomen van manipulatieve of misleidende output en leeftijdsbewuste toepassingen. Ontwikkelaars van onderwijstechnologie zouden kunnen focussen op eerlijke dataverzameling, het vermijden van commerciële prikkels die ten koste gaan van leerprocessen en een ontwerp dat de autonomie en concentratie van jongeren ondersteunt. Tot slot zouden hardwarefabrikanten bijvoorbeeld moeten inzetten op ingebouwde en makkelijk toegankelijke ouderlijke controles en standaardinstellingen die het welzijn van jongeren ondersteunen. De gemeente zet zich op verschillende manieren in om technologiebedrijven deze verantwoordelijkheid te

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 10

laten nemen.

2.2. Rol van de overheid/de gemeente Amsterdam Ook overheden hebben een belangrijke rol, zowel op Europees, nationaal als lokaal niveau. Zij zijn verantwoordelijk voor het stellen en handhaven van regels, het beschermen van (online) kinderrechten en het creëren van randvoorwaarden waarin jongeren veilig kunnen opgroeien in een steeds verder gedigitaliseerde samenleving. De gemeente Amsterdam zet zich actief in voor een veilige en gezonde digitale leefwereld met het Actieplan Online Leefwereld Jongeren.3 Beleidsbeïnvloeding in Europa en het Rijk is daar een belangrijk onderdeel van. De gemeente doet dit onder andere door actief te pleiten voor strengere Europese regelgeving voor sociale mediaplatformen en betere bescherming tegen verslavende algoritmes en schadelijke content. Hierin wordt expliciet de stem van Amsterdamse jongeren meegenomen. Daarnaast investeert de gemeente in het vergroten van de digitale weerbaarheid van jongeren en in het versterken van de kennis en vaardigheden van opvoeders en professionals die met jongeren werken. Het programma is onderdeel van de Agenda Digitale Stad.

2.3. Rol van opvoeders

2.2.1. Agenda Digitale Stad Digitalisering heeft een grote impact op het dagelijks leven van inwoners. Amsterdam gelooft dat technologie mensen moet ondersteunen en niet andersom. De gemeente werkt via de Agenda Digitale Stad aan een digitale stad die menselijk, betrouwbaar en toekomstbestendig is. Daarbij streeft de gemeente ernaar minder afhankelijk te worden van grote technologiebedrijven voor haar digitale diensten en producten. De gemeente heeft oog voor zowel de mogelijkheden als de beperkingen van digitalisering en zet in op transparantie, zorgvuldigheid en maatschappelijke meerwaarde.

“Jongeren moeten veilig en weerbaar kunnen opgroeien in een steeds digitalere samenleving.”

Opvoeders hebben een centrale rol in de begeleiding van jonge Amsterdammers online. Zij kunnen grote invloed hebben op het welzijn, de veiligheid en de digitale weerbaarheid van kinderen en jongeren. Thuis kunnen de eerste gewoonten ontwikkeld worden rondom schermgebruik, sociale media en online gedrag. Opvoeders bepalen in belangrijke mate welke grenzen worden gesteld en hoe gesprekken over online ervaringen worden gevoerd. Niet alle opvoeders zijn zich voldoende bewust van de mogelijke risico’s of weten hoe ze hun kinderen online kunnen begeleiden. Soms ontbreekt het ook aan tijd of interesse. Bovendien verschilt de online omgeving van opvoeders vaak van die van hun kinderen. Het belang van ondersteuning en toegankelijke informatie voor opvoeders is groot. In hoofdstuk 7 wordt uitgebreider op de rol van opvoeders ingegaan.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 11

2.4. Rol van professionals

2.5. Rol van jongeren

Professionals die met kinderen en jongeren werken kunnen een belangrijke rol hebben in het begeleiden van jongeren in hun online leefwereld. Denk bijvoorbeeld aan jongerenwerkers, zorgprofessionals zoals psychologen, jeugdartsen en -verpleegkundigen (JGZ) en maatschappelijk werkers. Zij komen jongeren tegen in uiteenlopende situaties en hebben vaak zicht op signalen die samenhangen met online gedrag, zoals mentale druk, sociale onveiligheid of risicovol gebruik van sociale media en games. Zij kunnen het gesprek aangaan, normaliseren en waar nodig doorverwijzen. Tegelijkertijd kan deze rol complex zijn.

Jongeren maken voortdurend keuzes: over wat zij delen, hoe zij reageren en hoeveel ruimte zij digitale platformen geven in hun dagelijks leven. Deze keuzes hebben invloed op hun welzijn, veiligheid en leervermogen.

Regelmatig geven professionals aan dat de digitale leefwereld grotendeels buiten hun directe taken valt, dat de digitale leefwereld zich buiten hun zicht afspeelt en dat technologische ontwikkelingen elkaar (te) snel opvolgen. Dit maakt het lastig om altijd te weten wat jongeren online tegenkomen en welke impact dit heeft. Bovendien kunnen de mogelijkheden per professional en context verschillen om hier actief op in te grijpen.

Het is belangrijk jongeren serieus te nemen in hun ervaringen, hen te betrekken bij afspraken en hen vaardigheden aan te leren om met online prikkels, sociale druk en digitale verleiding om te gaan. Tegelijkertijd bevinden jongeren zich in een fase waarin zelfregulatie, impulsbeheersing en kritisch reflecteren nog in ontwikkeling zijn. De online omgeving is ingericht om aandacht vast te houden en reacties uit te lokken, wat het maken van bewuste keuzes extra ingewikkeld maakt. Laat jongeren actief meedenken (en ontwerpen) over onderwerpen rond de online leefwereld: niet alleen om draagvlak te vergroten, maar ook omdat zij als ervaringsdeskundigen waardevolle inzichten bieden in wat in de praktijk wel en niet werkt.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 12

2.6. De positie van het onderwijs Het onderwijs kan een belangrijke rol spelen in het creëren van een pedagogisch klimaat waarin jongeren zich veilig en gezond kunnen ontwikkelen. In samenwerking met opvoeders en ketenpartners kunnen scholen bijdragen aan het versterken van weerbaarheid en het tijdig bespreekbaar maken van zorgen. Scholen zijn alleen geen verlengstuk van zorg, handhaving of opvoeding. Wanneer problematiek escaleert of jongeren vastlopen, kan gespecialiseerde zorg noodzakelijk zijn. Wel bevindt het onderwijs zich op het snijvlak van preventie, signalering, ondersteuning en doorverwijzing. Het klaslokaal is vaak de plek waar signalen als eerste zichtbaar worden. Dit maakt het onderwijs een belangrijke schakel in het bredere netwerk rondom jonge Amsterdammers, zonder dat het onderwijs sec verantwoordelijk is voor het oplossen van complexe zorg- of veiligheidsvraagstukken. Scholen kunnen daarnaast bijdragen aan het waarborgen van online kinderrechten door een veilige en ondersteunende digitale leeromgeving te bieden.

“Scholen kunnen een sleutelrol spelen in het signaleren, bespreken en begeleiden van online uitdagingen.”

In zo’n omgeving krijgen zowel de professionele autonomie van onderwijsprofessionals als de ontwikkeling en het welzijn van jongeren ruimte. Als scholen hier een rol in willen innemen, vraagt dit dat schoolleiders er tijd, ruimte en collegiale steun voor organiseren. Individuele leraren kunnen niet alleen verantwoordelijk zijn voor deze schoolbrede opgave. Dit betekent bijvoorbeeld dat er gestructureerde tijd voor professionalisering nodig is, er gezamenlijke normen en kaders worden geformuleerd zodat handhaving een gedeelde verantwoordelijkheid wordt en dat er ruimte wordt gemaakt voor twijfel en onwetendheid. Leraren kunnen geen experts zijn in elke online subcultuur of elk AI-model.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 13

Bouwsteen 1

3

Het ontwikkelen en hanteren van een helder schermbeleid

3.1 Het belang van een helder schermbeleid

3.2 Wat zien we?

Digitale schermen zijn een vast onderdeel van het dagelijks leven van kinderen en jongeren; van smartphones en smartwatches tot laptops en tablets. Om tot leren te komen is er rust, aandacht en fysieke ontmoeting nodig. Sinds 2024 geldt de landelijke richtlijn dat mobiele telefoons niet zijn toegestaan in de klas.4 Scholen hebben ruimte om deze richtlijn zelf nader vorm te geven. In 2025 zijn daarnaast de richtlijnen Gezond Schermgebruik gepubliceerd, waarin voor jongeren ouder dan twaalf jaar een maximale totale schermtijd van ongeveer drie uur per dag wordt aanbevolen.5 Digitaal werken kan kansen bieden voor differentiatie, toegankelijkheid en activerende werkvormen. Tegelijkertijd is er volgens een rapport van UNESCO weinig stevig bewijs voor de toegevoegde waarde van digitale technologie voor het leren.6 Werken met laptops kan bijvoorbeeld ook voor afleiding zorgen.7 Dit betekent dus niet dat digitale middelen geen meerwaarde kunnen hebben, maar wel dat deze meerwaarde niet vanzelfsprekend is. Het effectief inzetten van technologie vraagt om duidelijke randvoorwaarden en doordachte didactiek. Zonder deze voorwaarden kan de keerzijde, zoals toegenomen afleiding door bijvoorbeeld laptops in de klas, de potentiële voordelen overschaduwen.

Langdurig kijken naar schermen kan bijvoorbeeld ook leiden tot oogklachten en een slechte houding.8 Schermgebruik in de avonduren is aantoonbaar geassocieerd met een slechtere slaapkwaliteit en slaapduur,9 wat bewezen negatief geassocieerd is met cognitieve en schoolprestaties.10 Ook dit maakt bewuste keuzes over schermtijd op school de moeite waard.

Scholen geven op uiteenlopende manieren invulling aan schermbeleid. Sommige scholen beperken zich tot het weren van telefoons tijdens de les, terwijl andere kiezen voor een ‘thuis of in de kluis’-beleid dat ook geldt tijdens pauzes, tussenuren en rondom school. Scholen ervaren veelal positieve effecten van steviger beleid: meer rust in de klas, minder afleiding en meer onderling contact tussen leerlingen. Hoewel veel scholen positieve ervaringen rapporteren met streng smartphonebeleid, laat wetenschappelijk onderzoek ook zien dat het effect minder eenduidig is dan vaak wordt gedacht. Een recente studie naar Vlaamse middelbare scholen vindt bijvoorbeeld geen duidelijke verschillen in welbevinden, pesten of problematisch socialmediagebruik tussen scholen met een gedeeltelijk verbod (alleen tijdens de les) en een volledig ‘thuis-of-in-de-kluis’-beleid. Sterker nog: in sommige gevallen hing een strenger verbod samen met minder gevoel van verbondenheid met school of met leraren. Voor sommige jongeren kan de telefoon ook rust, ontspanning of steun bieden.11 Voor welzijn op school dient uiteraard verder gekeken te worden. Dat wordt bepaald door verschillende factoren die niet kunnen worden beheerst door middel van technologiebeleid alleen.

Uitzonderingen Scholen kunnen in specifieke situaties afwijken van algemene afspraken, bijvoorbeeld wanneer leerlingen een smartphone nodig hebben ter ondersteuning van hun leren of welzijn.

Zie de “Handreiking Uitzonderingsregel smartphonebeleid”12 voor meer informatie over deze uitzonderingen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 14

Afleiding op school Tegelijkertijd verdwijnen afleiding, sociale media en online dynamieken door het weren van smartphones niet volledig uit de schoolomgeving. Online vermaak verplaatst zich naar andere schermen: leerlingen gamen op tablets of laptops in de pauzes, snapchatten met hun vrienden via de desktop en blijven voortdurend schakelen tussen schooltaken en ontspanning. Doordat laptops en tablets vaak onderdeel zijn van het onderwijs, is de grens tussen leren en afleiding niet altijd scherp.

AI-camerabrillen: nieuwe privacyrisico’s op school Een opkomend aandachtspunt is het gebruik van AI-camerabrillen.13 Hoewel het nog niet gebruikelijk is dat leerlingen met dit soort brillen rondlopen op school, gebeurt het al wel. Beelden die via zulke brillen worden gemaakt kunnen, afhankelijk van de gebruikersvoorwaarden van de fabrikant, worden ingezien door derden, ook zonder dat de gebruiker zich daarvan bewust is.

vaak makkelijk weten te omzeilen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van VPN-diensten of mobiele hotspots. Dit laat zien dat normstelling op deze manier enigszins kan helpen, maar dat technische maatregelen op zichzelf onvoldoende zijn.

Handhaving en kaders Daarnaast zijn er vaak verschillen in handhaving en verwachtingen op scholen. Wanneer afspraken per docent verschillen of niet consequent worden toegepast, kan onduidelijkheid (én ruimte) ontstaan voor leerlingen. Leraren maken regelmatig individuele afwegingen over schermgebruik en andere gerelateerde zaken.

Leren met en via schermen

Technische maatregelen Sommige scholen maken gebruik van technische maatregelen, zoals het filteren van het wifinetwerk of specifieke websites, om afleiding te beperken. In de praktijk blijkt echter dat leerlingen deze beperkingen

Schermen die doelgericht en begeleid worden ingezet kunnen het leren ondersteunen, terwijl ongericht of langdurig schermgebruik juist afleiding kan versterken. De rol van de docent en het lesontwerp is hierin belangrijk. Daarbij verschilt de impact van schermgebruik per leeftijdsfase en per individuele leerling. Zo hebben jongere leerlingen doorgaans meer behoefte aan structuur en begeleiding, terwijl van oudere leerlingen meer zelfregulatie verwacht kan worden. Voor leerlingen met neurodiversiteit kunnen weer andere afwegingen gelden.

3.3 Wat kunnen scholen doen? Hieronder worden zes aanbevelingen beschreven:

1. Ontwikkel en hanteer een helder schermbeleid, bij voorkeur een thuis of in de kluis-beleid Ondanks het gemengde wetenschappelijke beeld kiest de gemeente voor de aanbeveling ‘thuis of in de kluis’, omdat scholen in de dagelijkse praktijk ervaren dat een helder en consequent kader zorgt voor minder onderhandeling, minder afleiding en meer ruimte voor pedagogisch en sociaal contact op school. Helder beleid betekent dat afspraken concreet, eenduidig en uitvoerbaar zijn voor leerlingen, opvoeders en medewerkers binnen een schoolbrede aanpak.

Scholen kunnen beleid (verder) concretiseren door gezamenlijk stil te staan bij onder meer de volgende vragen: waar en wanneer begrenzen wij welke apparaten? Denk bijvoorbeeld aan laptops, telefoons, smartwatches, oordopjes en AI-camerabrillen. • Hoe gaan wij om met totale schermtijd gedurende de schooldag? • Wat mag wel en niet worden gefilmd op school? • Wanneer draagt werken op een scherm bij aan het leren en wanneer zijn andere werkvormen, zoals schrijven op papier, klassikale interactie of praktische opdrachten, meer passend? • Hoe sluit het schermbeleid aan bij onze didactische en pedagogische visie?

• Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de handhaving en welke consequenties spreken wij af bij overtreding? • Kan een leerling op deze school zich redden zonder smartphone? • Kijkend naar de leerlingpopulatie: wat is wenselijk en haalbaar om te doen? Voor wie zijn er uitzonderingen nodig en hoe gaan we daarmee om?

De VO-raad14 en Kennisnet15 hebben verschillende instrumenten ontwikkeld als gesprekskader. De VO-raad publiceert daarnaast meer informatie en praktijkvoorbeelden over smartphonebeleid.16

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 15

2. Overweeg om gebruik van online gamen, streamingdiensten en sociale media op laptops te beperken Scholen kunnen ervoor kiezen om pauzes expliciet schermvrij te houden en ook laptops en tablets niet toe te staan voor ontspanning tijdens pauzes. Bovendien kan worden afgesproken dat smartphones niet worden gebruikt op het schoolplein of direct rondom de school. Scholen kunnen ook technische maatregelen inzetten, zoals het blokkeren van toegang tot sociale media en games. Een niet-technologische oplossing zou kunnen zijn om een grote spiegel achter in de klas te hangen. Deze kan functioneren als een zogenoemd panopticum: zonder vergaande technologische maatregelen te treffen, zullen leerlingen zich wellicht minder laten afleiden of zichzelf beter reguleren, puur omdat de kans bestaat dat de docent hun scherm ziet. Kennisnet biedt tips om beleid vorm te geven en technologische interventies in te zetten om afleiding door devices in de klas te voorkomen.17 Echter, bij alle beperkende maatregelen dienen scholen goed te overwegen welk signaal zij hiermee afgeven richting hun leerlingen, bijvoorbeeld als het gaat om vertrouwen en privacy. Daarbij dienen zij te kiezen voor een oplossing die past binnen hun pedagogisch-didactische visie.

Verantwoorde wifiblockers DNS-blokkering kan op verschillende manieren ingezet worden om ervoor te zorgen dat leerlingen tijdens schooltijd geen toegang hebben tot ongeschikte websites, zoals sociale media en games. Veel gebruikte open source-methoden hiervoor zijn AdGuard en Pi-Hole. Deze zijn primair gericht op het blokkeren van advertenties, maar kunnen relatief makkelijk ook als DNS-blokkertool worden ingericht. Dit kan vaak gemakkelijk gedaan worden door degene die het wifinetwerk beheert. Er is geen externe partij voor nodig.

“Voor een succesvol smartphonebeleid is het cruciaal dat de leerlingen begrijpen waarom. Maar je kunt de keuze niet aan de leerlingen overlaten en als school de norm stellen. Daarna is het van groot belang dat iedereen het beleid handhaaft (zonder uitzonderingen!) en je het volhoudt. Ook heel belangrijk: leraren tonen voorbeeldgedrag. Bij ons is de school, inclusief het schoolplein en bij activiteiten, nu smartphonevrij. We zien nu de leerlingen weer lezen in de pauze, spelletjes doen of tafeltennissen. Leerlingen zijn echt weer met elkaar in contact. Vooropgesteld: het onderwijs gaat niet over de privé-omgeving van de leerlingen. Maar het ideaal is als de leerlingen ook thuis niet constant op de telefoon zitten. Daarom organiseren wij voorlichtingsavonden voor opvoeders. En op deze avond adviseren we bijvoorbeeld om te proberen hun kind zo lang mogelijk van social media te houden.” Freek Op ‘t Einde Rector – Cygnus Gymnasium

Digitale balansmodel Het Trimbos-instituut en Netwerk Mediawijsheid hebben de handen ineengeslagen om meer grip te krijgen op gezond gedrag in een digitale leefwereld. Vanuit een positief perspectief is in kaart gebracht wat er nodig is voor een mentaal, sociaal en fysiek gezond leven en hoe mensen meer grip kunnen krijgen op schermtijd en balans. Hiervoor is het Digitale balansmodel ontwikkeld. Dit model helpt nadenken over een gezonde balans, met en zonder digitale media. Kijk op digitalebalans.nl voor meer informatie.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 16

3. Denk bewust na over de schermtijd van leerlingen tijdens de lessen Jongeren zitten gemiddeld 6,5 uur per dag op hun telefoon. In 2025 zijn de richtlijnen Gezond Schermgebruik gepubliceerd, waarin voor jongeren ouder dan twaalf jaar een maximale totale schermtijd van ongeveer drie uur per dag wordt geadviseerd.18 Deze richtlijn is bedoeld voor opvoeders, maar scholen kunnen dit advies ook gebruiken bij het gesprek over keuzes en hun eigen bijdrage aan de totale schermtijd van leerlingen.

“In plaats van ‘voor de klas’ zou een leraar nu eigenlijk altijd ‘achter de klas’ moeten staan. Zo ziet hij tenminste wat er op onze laptops gebeurt”. Mikki (leerling), 14 jaar

4. Overweeg om voldoende offline alternatieven te bieden Door ruimte te creëren voor sport, spel en ontmoeting zoals voetbal, tafeltennis, creatieve activiteiten worden pauzes momenten van ontspanning en sociaal contact. Maak bewuste keuzes in de inrichting van het schoolplein en de pauzes en stimuleer en organiseer offline activiteiten. Betrek leerlingen voor ideeën en de uitvoering.

5. Zorg dat leerlingen zonder smartphone ook welkom zijn Niet ieder kind heeft, wil of mag een smartphone. Scholen kunnen hier rekening mee houden in hun communicatie en onderwijspraktijk. Dit kan onder andere betekenen dat belangrijke informatie ook via andere kanalen beschikbaar is en dat deelname aan lessen, pauzes en schoolactiviteiten niet afhankelijk is van het bezit van een smartphone. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het mededelen van roosterwijzigingen. Zorg voor (meer) fysieke informatiekanalen op school met informatie die leerlingen doorgaans online opzoeken.

6. Betrek leerlingen, opvoeders en het schoolteam bij het vormgeven van beleid Het vormgeven van schermbeleid werkt het beste wanneer scholen dit mét leerlingen doen in plaats van vóór hen. Leerlingen zijn ervaringsdeskundigen en door hen actief te betrekken, bijvoorbeeld via klassen­gesprekken of de leerlingenraad, ontstaat beleid dat beter aansluit bij hun leefwereld. Door naast leerlingen het schoolteam en opvoeders te betrekken wordt meer draagvlak voor het beleid gecreëerd. Tot slot is het van belang dat het beleid regelmatig wordt geëvalueerd en waar nodig aangepast.

RoosterPunt: een interventie ontwikkeld door leerlingen Op een telefoonvrije middelbare school in Hilversum ontstond een praktisch probleem: leerlingen konden zonder smartphone hun roosterwijzigingen niet meer controleren. Enkele leerlingen ontwikkelden daarom samen een fysieke scanpaal op school (“RoosterPunt”). Door hun leerlingenpas te scannen, kunnen zij op school hun persoonlijke rooster, lesuitval en lokaalwijzigingen bekijken. De oplossing voorkomt dat leerlingen het schoolterrein moeten verlaten of afhankelijk zijn van een telefoon en laat zien dat scholen ook organisatorische alternatieven kunnen bieden wanneer zij smartphones weren.19

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 17

Bouwsteen 2

4

Het versterken van digitale geletterdheid

4.1 Het belang van digitale geletterdheid “Digitale geletterdheid is het vermogen om digitale informatie en communicatie verstandig te gebruiken en de gevolgen daarvan kritisch te beoordelen. Alleen wanneer je digitaal geletterd bent, kun je functioneren in onze samenleving waarin technologie en digitale media in toenemende mate van belang zijn.” Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Leerlingen groeien op in een samenleving waarin digitale technologie hun leven mede vormgeeft. Digitale geletterdheid gaat daarom verder dan alleen het aanleren van vaardigheden of het veilig gebruiken van apparaten en online toepassingen. Onderwijs kan leerlingen ondersteunen bij het gebruiken van technologie én bij het begrijpen van de invloed ervan op henzelf en op de samenleving. Daarbij is het belangrijk dat leerlingen zich leren te verhouden tot technologie in plaats van deze alleen te gebruiken. Zo kunnen zij leren wanneer technologie behulpzaam is, wanneer afstand nemen wenselijk is en hoe zij hun eigen grenzen kunnen bewaken. Ook leren zij nadenken over vragen rond privacy, data, betrouwbaarheid van informatie en de rol van technologie in een democratische samenleving.

Veel leerlingen missen de essentiële vaardigheden om de betrouwbaarheid van digitale informatie te kunnen verwerken en beoordelen. Ook hebben veel leerlingen slechts basale vaardigheden om met computers om te gaan. Eén op de drie leerlingen kan niet goed een computer bedienen.20

Kerndoelen Met de actualisatie van het landelijk curriculum in 2025 zijn digitale vaardigheden expliciet benoemd als leergebied binnen het onderwijs. Er zijn nieuwe kerndoelen ontwikkeld voor digitale geletterdheid in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Deze kerndoelen beschrijven wat leerlingen moeten kennen, kunnen en ervaren om zich zelfstandig en verantwoord te bewegen in een gedigitaliseerde wereld. Deze kerndoelen gaan wettelijk in vanaf schooljaar 20272028.21

Lage digitale geletterdheid Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse vo-leerlingen gemiddeld onder het basisniveau scoren van computer- en informatiegeletterdheid.

De kerndoelen digitale geletterdheid en de uitleg zijn te vinden op de website van de Rijksoverheid.22

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 18

4.2. Wat zien we? Scholen herkennen het belang van digitale geletterdheid, maar zoeken in de praktijk soms ook nog naar houvast. Digitale vaardigheden komen soms versnipperd aan bod: een losse les mediawijsheid, aandacht voor online veiligheid bij incidenten of ICTvaardigheden geïntegreerd in andere vakken. Een samenhangende en doorlopende leerlijn ontbreekt soms nog. Daarnaast zijn er verschillen in kennis en zelfvertrouwen binnen schoolteams. Niet iedere professional voelt zich voldoende toegerust om thema’s als online beïnvloeding, data, AI of privacy te bespreken. De snelle technologische ontwikkelingen maken het lastig om bij te blijven en zorgen soms voor terughoudendheid: wat moet je leerlingen nu precies leren en hoe diepgaand? Leraren die niet weten hoe te handelen rondom digitalisering, doen dat doorgaans niet uit onwil maar uit onzekerheid. Onderzoek in het mbo laat zien dat leraren die deelnemen aan

professionaliseringsactiviteiten significant hoger scoren op digitale didactische vaardigheden maar ook dat professionalisering in de praktijk concurreert met werkdruk en daardoor als luxe wordt ervaren in plaats van als integraal onderdeel van het beroep.23 Dit vraagt dus om een cultuurverandering van de organisatie. Verschillen tussen leerlingen kunnen ook groot zijn. Leerlingen verbinden digitale geletterdheid nog vaak vooral aan veiligheid en regels, terwijl het onderwijs daarnaast (idealiter) ook aandacht besteedt aan inzicht, keuzes en verantwoordelijkheid in het gebruik van digitale technologie. De persoonlijke context is daarnaast cruciaal. Een 13-jarige met ouderlijke steun en een hoge mate van digitale geletterdheid bevindt zich in een compleet andere positie dan een 13-jarige die zonder toezicht of restricties met de online wereld wordt geconfronteerd. Volwassenheid, toegang tot onderwijs, gender, sociaal-economische positie, persoonlijke omstandigheden, neurodiversiteit, cultuur: al deze factoren bepalen sterk in welke mate jonge Amsterdammers kwetsbaar zijn en de mogelijkheden kunnen benutten die technologie biedt.

Conclusies uit De Monitor Digitalisering Onderwijs 2025 van Kennisnet:24 • Schoolleiders sturen vooral op de ontwikkeling van digitale geletterdheid door tijd en ruimte te geven voor professionalisering. De ontwikkeling van digitale geletterdheid is nog weinig geborgd door deze deze bijvoorbeeld te verankeren in de HR-cyclus. • Digitale geletterdheid wordt in het curriculum vooral geïntegreerd in bestaande vakken. Relatief veel leraren weten niet hoe digitale geletterdheid in het curriculum van hun school ingebed is. Wellicht besteden ze er daarom nog weinig tijd aan in hun lessen.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 19

4.3 Wat kunnen scholen doen? 1. Schep voorwaarden en ontwikkel een doorlopende leerlijn Zorg voor de belangrijkste voorwaarden voor digitale geletterdheid: lezen, ict-motivatie, ict-gebruik op school en ervaren pedagogisch leraargedrag.25 Gebruik de nieuwe kerndoelen als kader om digitale geletterdheid planmatig op te bouwen, passend bij leeftijd en onderwijscontext. Maak binnen je school gezamenlijke afspraken: wie bespreekt welke thema’s, op welke momenten en hoe worden ervaringen van leerlingen opgepakt. Zorg dat digitale geletterdheid niet afhankelijk is van één enthousiaste medewerker of een tijdelijk project.

Het Expertisepunt Digitale Geletterdheid biedt hulp bij het vormgeven van digitale geletterdheid. Zo vind je bijvoorbeeld informatie over hoe je leerlingen mediawijs kunt maken op het gebied van deepfakes, algoritmes, cybercriminaliteit, nepnieuws en de invloed van influencers. Ook vind je hier tips hoe je in de praktijk invulling kunt geven aan de kerndoelen digitale geletterdheid.26 Bijvoorbeeld middels de Wegwijzer Digitale Geletterdheid van Kennisnet, die uit uit drie delen bestaat. In deel A staat alle informatie die is nodig ter voorbereiding op de implementatie. Deel B biedt praktische handvatten voor de implementatie zelf en in deel C staat achtergrond en duiding rondom digitale geletterdheid.27

2. Benader digitale geletterdheid als onderdeel van de pedagogische opdracht en verbind het aan de dagelijkse praktijk Maak ruimte om met leerlingen te spreken en reflecteren op hun online ervaringen, de invloed van technologie op hun gedrag en meningsvorming en de keuzes die zij daarin maken. Binnen de keuzeruimte van het curriculum (30% eigen schoolinvulling) kan de school deze actuele thema’s doelgericht opnemen in het onderwijs. Door digitale vraagstukken te verbinden aan burgerschap, persoonsvorming en dagelijkse situaties wordt het tastbaarder en leren leerlingen kritisch te reflecteren.

Een onderdeel van digitale geletterdheid is mediawijsheid: het opleiden van leerlingen tot mediawijze burgers die veilig en betrokken kunnen meedoen in een digitale wereld. Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs onderscheidt drie domeinen waarin mediawijsheid belangrijk is: meningsvorming en gedragsbeïnvloeding, veiligheid en privacy en welzijn en identiteit.28

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 20

3. Versterk kennis en deskundigheid

4. Focus op het leerproces en begeleid leerlingen naar zelfstandigheid

Geef professionals ruimte om zelf kennis en vaardigheden te ontwikkelen, ervaringen te delen en vragen te stellen om leerlingen te begeleiden bij online gedrag, beïnvloeding en digitale dilemma’s. Professionalisering kan bestaan uit het oefenen van klassengesprekken, het bespreken van praktijksituaties en het ontwikkelen van gezamenlijke normen binnen de school. Maak teamafspraken, neem het onderwerp op in professionaliseringsgesprekken en besteed er structureel aandacht aan bij het inwerken van nieuwe medewerkers. Organiseer een bijeenkomst met andere scholen om ervaringen en kennis uit te wisselen. Maak bijvoorbeeld in de planning van het schooljaar structureel en expliciet ruimte voor digitale professionalisering. Erken daarbij dat het niet nodig is dat leraren alles moeten weten.

Laat leerlingen oefenen met digitale informatievaardigheden (een onderdeel van digitale geletterdheid). Gebruik activerende werkvormen, laat leerlingen zoveel mogelijk samenwerken en op deze manier steeds zelfstandiger oefenen met het effectief en efficiënt verzamelen van digitale informatie en het evalueren, verwerken, synthetiseren en delen ervan. Laat lessen over digitale geletterdheid aansluiten bij situaties die leerlingen zelf ervaren, zoals dynamieken in groepsapps, online conflicten, gebruik van AI-toepassingen bij schoolwerk en sociale media. Door dit te bespreken en leerlingen te laten oefenen met digitale informatievaardigheden leren zij niet alleen hoe technologie werkt, maar ontwikkelen zij ook inzicht, reflectievermogen en verantwoordelijkheidsgevoel. Zorg voor ondersteuning op het proces en bouw dit langzaam af om leerlingen naar zelfstandigheid toe te laten werken.

“Zouden we niet eerst, voor we als onderwijs de inzet van AI uitrollen, uitzoeken of dit bijvoorbeeld verslavende effecten heeft, of het onze denkspier niet lui maakt, en wat het doet met de relatie tussen leerlingen onderling en met de docent?” Prof. dr. ir. Felienne Hermans Hoogleraar didactiek van de informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leraar informatica op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer

De manosphere Jongeren zijn volop bezig met het ontwikkelen van hun identiteit. Online hebben zij toegang tot veel informatie en meningen, waardoor zij sneller een mening vormen. Leraren zien steeds vaker signalen van de invloed van de zogenoemde manosphere (‘manosfeer’) onder leerlingen.29 Dit is content waarin mannelijkheid en de positie van mannen centraal staat. Hieronder kunnen schadelijke overtuigingen en vijandige ideeën over vrouwen, feminisme en maatschappelijke gelijkheid liggen. Het NJi biedt tips voor hoe je kunt omgaan met jongeren die interesse hebben in de manosphere.30 Zo kun je bijdragen door een veilige, respectvolle en kritische omgeving te bieden. Dat doe je bijvoorbeeld door: • Nieuwsgierig te zijn naar hun belevingswereld en online activiteiten. • Goed geïnformeerd te blijven over trends en influencers die zij volgen. • Hun gedrag te spiegelen en bespreekbaar te maken. • Duidelijke grenzen te stellen als uitspraken of gedragingen schadelijk of grensoverschrijdend zijn.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 21

Bouwsteen 3

5

Het vergroten van de (online) veiligheid

5.1 Het belang van (online) veiligheid op school

5.2. Wat zien we?

Om te kunnen leren en je goed te ontwikkelen zijn veiligheid en weerbaarheid voorwaardelijk. Jongeren oefenen met grenzen, identiteit en groepsgedrag, ook online. Dat kan hen kwetsbaar maken voor groepsdruk, beïnvloeding en risicovol gedrag. Online veiligheid gaat zowel om reageren op incidenten, als om het versterken van weerbaarheid, normbesef en moreel kompas. Digitale risico’s ontwikkelen zich vaak geleidelijk. Ze beginnen niet met duidelijke signalen, maar met subtiele beïnvloeding, beloning of uitsluiting. Idealiter durven professionals signalen te benoemen, kunnen zij het gesprek aangaan en weten zij wanneer samenwerking met andere partijen nodig is.

Een recent rapport van de Vertrouwensinspectie heeft aangetoond dat er een algehele toename is van psychisch, fysiek en seksueel geweld op scholen.31 Incidenten rondom online gedrag zijn complexer en minder voorspelbaar geworden. Er zijn verschillende veelvoorkomende voorbeelden van online veiligheidsvraagstukken. Cijfers en linkjes naar onderzoeken en artikelen staan in het eerder genoemde ‘fenomenenoverzicht.32 Cyberpesten vindt plaats via groepsapps en sociale media, vaak buiten schooltijd, maar met directe gevolgen voor de sfeer en veiligheid in de klas. Leerlingen kunnen spanningen de school mee in nemen, wat kan leiden tot conflicten, angst of verminderde concentratie. Er is sprake van incidenten waarbij seksueel grensoverschrijdend gedrag online een rol speelt, zoals het verspreiden van beelden zonder toestemming of het onder druk zetten van leerlingen. De impact hiervan kan groot zijn en langdurig doorwerken op het welzijn en het veiligheidsgevoel van leerlingen. Ook is er een toename van slachtoffers van online criminaliteit.33 Leerlingen kunnen benaderd worden om geld over te maken voor anderen of bankrekeningen beschikbaar te stellen. Ook worden leerlingen online en offline geronseld voor verschillende criminele klussen, zoals het uithalen van drugs of het plaatsen van explosieven.

Wat begint als iets kleins, kan leiden tot financiële problemen of betrokkenheid bij strafbare activiteiten. Ook geven scholen aan dat leerlingen in aanraking komen met polariserende, radicaliserende of extremistische content, soms verpakt als humor of lifestyle-content. Het filmen van ruzies of geweld en deze content delen gebeurt ook regelmatig en kan ook snel escaleren. Bovendien bezitten jongeren steeds vaker wapens.34

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 22

Professionals ervaren hierbij een spanningsveld. Enerzijds voelen zij de verantwoordelijkheid om te handelen wanneer online gedrag het schoolklimaat beïnvloedt. Anderzijds geven zij aan dat zij niet altijd voldoende zicht hebben op wat er online speelt, welke platforms jongeren gebruiken, wat er in groepsapps gebeurt en hoe bepaalde online dynamieken werken. Bovendien zijn er veel verschillende professionals rondom de school die ondersteuning kunnen bieden, maar is het niet altijd duidelijk waar scholen terecht kunnen.

We zien dat sociale media of berichtendiensten de grens tussen school en privé kunnen vervagen. Het kan makkelijk zijn voor leerlingen en leraren om rechtstreeks contact te hebben via sociale media, chatapps of privéberichten buiten schooltijd. Dat contact kan natuurlijk onschuldig zijn, maar het kan ook leiden tot verwarring over rollen en in sommige gevallen grensoverschrijdend gedrag.

“Het maakt eigenlijk niet uit op welke middelbare school ik kom. Of het nou een vmbo is, een havo of een gerenommeerd gymnasium. Er zijn altijd zeker drie, vier of vijf jongens die echt ongelooflijk fan van Andrew Tate zijn en hem willen worden.” Jacqueline Kleijer Mediapedagoog, in Lubach (2023)

5.3 Wat kunnen scholen doen? Onder sociale veiligheid valt niet alleen wat op school plaatsvindt, maar ook wat zich in de digitale omgeving afspeelt. De school is niet verantwoordelijk voor alles wat online gebeurt, maar kan leerlingen wel helpen leren ermee om te gaan en handelen wanneer het hun ontwikkeling of het schoolklimaat raakt. Bij Stichting School & Veiligheid is veel informatie te vinden rond sociale veiligheid op school, zoals praktische tips voor schoolleiders en voor leraren.35

“Behandel online pesten net zo serieus als offline pesten en neem het op in je antipestprotocol.” Kinderraad Amsterdam 2025-2026

1. Herken signalen en bespreek zorgen tijdig Leraren spelen een belangrijke rol, juist omdat zij jongeren regelmatig zien. Vaak voelen zij intuïtief aan wanneer er ‘iets niet pluis is’. Wees alert op gedragsveranderingen. Plotselinge afwezigheid, terugtrekgedrag, vermoeidheid, plotselinge conflicten of juist opvallende stilheid kunnen aanwijzingen zijn dat er meer speelt. Offlimits biedt informatie over hoe je signalen van (mogelijk) online grensoverschrijdend gedrag kunt herkennen.36 Ook het Niet-pluisinstrument van Stichting School & Veiligheid kan hierbij helpen.37 Leraren kunnen hun zorgen bijvoorbeeld delen met de mentor, zorg- of veiligheidscoördinator. Bepaal gezamenlijk wanneer en of wordt opgeschaald.

Criminaliteit De website: keerpunt.chat is een landelijke vertrouwelijke chat voor jongeren die onder druk staan of betrokken zijn geraakt bij criminaliteit. Hier kunnen jongeren veilig hun verhaal delen. De site is er ook voor mensen die zich zorgen maken over iemand anders.

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 23

2. Zorg voor duidelijke normstelling en gezamenlijke kaders Maak expliciet welke normen er gehanteerd worden rondom (online) gedrag, veiligheid en verantwoordelijkheid. Heldere afspraken en gedeelde uitgangspunten binnen het team voorkomen dat handelen afhankelijk wordt van individuele inschattingen. Het is hierbij van belang dat ook leerlingen en opvoeders op de hoogte zijn van de omgangsnormen die de school stelt.

“Juist met de online belevingswereld is het herkennen van signalen extra lastig voor leraren: je hebt er geen zicht op, weet niet altijd wat er speelt. Daarom is het extra belangrijk om aan de voorkant interesse tonen in die online belevingswereld, zodat leerlingen ook naar jou toe komen als er wat misgaat online. We weten namelijk dat jongeren bij online grensoverschrijdend gedrag nóg minder snel aan de bel trekken, omdat ze het idee hebben dat volwassenen hun wereld niet begrijpen en ook niet altijd weten wat ze moeten doen als het mis gaat. Ook moet je het ijzer smeden als het koud is. Investeer in heldere normen over hoe je online met elkaar omgaat, een goed pedagogisch partnerschap tussen school en opvoeders en ga in de klas in gesprek over de online leefwereld vanuit oprechte interesse.” Loïs Gampierakis Adviseur sociale veiligheid, expertise online gedrag en veiligheid op school Stichting School & Veiligheid Tip: lees Grip op Online Gedrag van Stichting School & Veiligheid38

3. Bereid de school voor op online–offline escalaties Gebruik duidelijke stappenplannen en afspraken voor houvast bij incidenten, zoals het verspreiden van beelden, bedreigingen of groepsconflicten. Hanteer duidelijke procedures over wie betrokken wordt, wanneer opvoeders geïnformeerd worden en wanneer externe hulp wordt ingeschakeld. Dit zorgt voor rust en voorkomt ad-hoc handelen. Gebruik en bekijk bijvoorbeeld het stappenplan omgaan met online incidenten van Stichting School & Veiligheid.39

4. Betrek het netwerk rond de leerling en school Samenwerking met opvoeders, jongerenwerk, zorg, veiligheidspartners en gespecialiseerde organisaties helpt scholen om tijdig te schakelen en passende ondersteuning te bieden. Ook kan het raadzaam zijn samen op te trekken of contact te zoeken met andere scholen. Bijvoorbeeld wanneer er conflicten spelen tussen leerlingen van verschillende scholen. Het is onder de AVG toegestaan gegevens van leerlingen te

delen met externe partners wanneer er zorgen zijn. Stichting School & Veiligheid biedt hier informatie over.40 De projectleider Jeugd & Veiligheid vanuit de gemeente kan aanvullend vanuit het netwerk meedenken over welke partners betrokken kunnen worden en welke interventies passend zijn. Ook het betrekken van opvoeders is belangrijk. Hierover lees je meer in hoofdstuk 7.

Samen voor Jongeren Amsterdam (SvJA) is een Amsterdamse samenwerking van verschillende jongerenwerkorganisaties. Zij ontwikkelden verschillende zaken om jeugdprofessionals en opvoeders te informeren over de online leefwereld.

Themakaarten

City Games toolkit

SvJA ontwikkelde themakaarten die jeugdprofessionals en opvoeders helpen in gesprek te gaan over allerlei actuele online thema’s zoals digitaal pesten, algoritmes, filterbubbels en identiteit. De themakaarten vind je op: jongerenwerk-amsterdam.nl/tools-online-weerbaarheid/

De City Games toolkit helpt opvoeders en jeugdprofessionals om zich verder te verdiepen in thema’s uit de online leefwereld (waaronder gaming). Het geeft heldere antwoorden op veelgestelde vragen, praktische tips & tricks, leert hoe je risico’s herkent en begrenst en biedt een wegwijzer naar organisaties die kunnen ondersteunen: toolkit.citygamesleague.com

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 24

5. Versterk kennis en vaardigheden van professionals

6. Zorg voor heldere communicatie-afspraken

Scholing en training in het signaleren van online grensoverschrijdend gedrag, cyberpesten, online criminaliteit, problematisch socialemediagebruik, gameverslaving en radicalisering vergroten het vertrouwen van leraren en mentoren om met dit soort situaties om te gaan. Basiskennis over sociale media, games, online subculturen en beïnvloedingsmechanismen maakt het makkelijker om gedrag te duiden of proportioneel te handelen. Onderzoekers van Hogeschool Saxion41 onderzochten ervaringen van jongeren met verschillende vormen van online en offline pesten. Van alle deelnemers gaf maar liefst 40,9% aan gepest te zijn tijdens de middelbare schooltijd, waarbij de helft van deze groep zowel offline als online gepest was. De gerapporteerde gevolgen van pesten waren vergelijkbaar voor beide contexten, met als top drie: angst, slaapproblemen en depressie. Deelnemers gaven aan dat er in offline omgevingen meer toezicht was door relevante volwassenen, zoals opvoeders en leraren. Ook waren volwassenen en leeftijdsgenoten vaker aanwezig om pesten te voorkomen en op te lossen.

Maak afspraken over communicatie via berichtendiensten of sociale media tussen leerlingen en leraren. Dit kan bijdragen aan professionele afstand en duidelijkheid.

7. Maak hulp en positieve alternatieven zichtbaar Laat leerlingen weten waar zij terecht kunnen met vragen of zorgen en verwijs waar nodig naar ondersteuning, zoals de hulplijn van Offlimits. Daarnaast zijn er initiatieven die jongeren perspectief bieden en weghouden van risicovolle verleidingen. Denk aan HALT of programma’s die gericht zijn op talentontwikkeling en toekomstkansen van jongeren.42

De onderzoekers bevelen aan te investeren in bewustwording en vaardigheden: opvoeders en leraren moeten zich bewust zijn van hun rol bij het voorkomen en aanpakken van pesten, met name online. Train hen en leer ook jongeren zelf hoe zij pesten in alle vormen herkennen en aanpakken.

“Volwassenen moeten veel meer het gesprek voeren met jongeren over hun online leefwereld. We vragen wel: ‘Hoe was je dag?’, maar we moeten veel vaker vragen: ‘Hoe was je online dag?’. De Jonglinetool helpt om dit gesprek met jongeren te voeren. Leraren vinden dit vaak moeilijk en de online leefwereld staat ver van hen af. Voor de Jonglinetool is geen voorkennis over de online wereld nodig: de tool wakkert de nieuwsgierigheid vanzelf aan. Binnen Orion gebruiken wij de tool bijvoorbeeld in mentorlessen of themamiddagen waarop leerlingen samen met hun opvoeders en de docent in gesprek gaan over hun online leefwereld.”

Jongline De tool Jongline helpt om op een open en nieuwsgierige manier in gesprek te gaan over de verschillende (online) leefgebieden van jongeren. Met tastbare tools zoals avatars, telefoons en app-fiches wordt hun verhaal zichtbaar. Vragenkaartjes over thema’s als seksualiteit, gedrag, meningen en geld maken het mogelijk om dieper in te gaan op wat er écht speelt. Deze gesprekken leveren waardevolle inzichten op. Professionals geven aan dat sommige inzichten vaak verborgen blijven. Door gebruik van de tool kunnen kansen en risico’s beter worden ingeschat en de ondersteuning van jongeren worden verbeterd.

Annette van der Poel Bestuurder Stichting Orion en medeinitiatiefnemer ontwikkeling Jonglinetool

Het Amsterdamse onderwijs en de online leefwereld van jongeren | 25

Bouwsteen 4

6

Het bewust inzetten van technologie

6.1 Het belang van het bewust inzetten van technologie Digitalisering is in korte tijd een integraal onderdeel geworden van het onderwijs. Waar digitale middelen eerder vooral ondersteunend waren, zijn leerlingvolgsystemen, adaptieve leermiddelen, monitoringstools en AI-toepassingen inmiddels verweven met de dagelijkse onderwijspraktijk. Ook leerlingen maken steeds vaker gebruik van digitale middelen voor verschillende doeleinden.

beschermd te worden tegen schadelijke content, het recht om mee te kunnen doen en recht op hun privacy en autonomie.

De inzet van technologie in het onderwijs gaat over didactische keuzes, pedagogische en maatschappelijke afwegingen. Het gaat bijvoorbeeld over hoe leerstof wordt aangeboden en hoe en of er wordt getoetst, maar ook over vragen rond privacy, gelijke kansen en de mate van afhankelijkheid van technologiebedrijven.

Technologie en kinderrechten Volgens het VN-Kinderrechtenverdrag (UNCRC) heeft elk kind recht om zich op een veilige, gezonde en vrije manier te ontwikkelen, op te groeien en gehoord te worden.43 Dit geldt ook in de digitale wereld. Zo hebben zij bijvoorbeeld online het recht om

“Mijn ouders zijn gescheiden en ik heb heel weinig contact met mijn vader. Maar hij zit nu wel de hele tijd in Magister en dan gaat hij zich bemoeien met mijn cijfers en hoe laat ik moet beginnen met leren. Soms heb ik een cijfer gekregen, maar dan wil ik het nog met de docent bespreken, want misschien klopt het cijfer wel niet. En die docent spreek ik dan bijvoorbeeld pas de volgende dag. Maar dan hebben mijn ouders het cijfer al gezien.” Soraya (leerling), 13 jaar

Uit onderzoek blijkt dat er in Europa op veel scholen technologie wordt ingezet met gamificationelementen, bijvoorbeeld met functies zoals punten, badges en ranglijsten die soms ook zichtbaar zijn voor de hele klas.44 Dit kan leiden tot competitie en stress bij leerlingen. Of het kan voor sommige leerlingen juist motiverend werken, maar afbreuk doen aan hun intrinsieke motivatie en de leerdoelen. Als we bijvoorbeeld kijken naar leerlingvolgsystemen die opvoeders real time inzicht geven in prestaties en gedrag, kan dit stress veroorzaken bij leerlingen en opvoeders en vragen oproepen over privacy, gegevensbescherming en de ontwikkeling van autonomie en zelfstandigheid bij jongeren. De VO-raad publiceert regelmatig over de druk die leerlingvolgsystemen en digitale feedbacktools kunnen opleveren op het welzijn van de leerling.45

“Het leerlingvolgsysteem dwingt mij als docent om mijn leerlingen te scoren op categorieën die ik als docent helemaal niet belangrijk vind. Dit tast mijn autonomie als docent aan en heeft bovendien geen positieve invloed op mijn band met de leerling. Bovendien doet deze statische manier van beoordelen geen recht aan de veelzijdigheid van de leerling. Liever besteed ik mijn tijd aan een echt gesprek met de leerling.” Prof. dr. ir. Felienne Hermans Hoogleraar didactiek van de informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam en leraar informatica op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041200/1