OD NZKG Jaarrekening 2025
Tekst van het document
28
voordoet, wordt een percentage van het financieel effect meegenomen in de berekening van de noodzakelijke weerstandscapaciteit. Overzicht risico’s totaal geschat financieel effect
risicobedrag 2025
risicobedrag 2026
risicobedrag 2027
risicobedrag 2028
risicobedrag 2029
risicobedrag 2030
verandering in Wet- en regelgeving
4.089
513
399
542
542
542
542
omzet fluctuaties, conjunctuur en arbeidsmarkt
5.964
455
133
672
838
838
838
bedrijfsvoering
1.241
1.096
798
975
975
975
975
prestatiegericht financieren
5.037
0
0
0
440
484
532
16.331
2.064
1.330
2.189
2.795
2.839
2.888
risico’s (bedragen x € 1.000)
In bijlage 4 is een tabel opgenomen met een toelichting op de kans dat deze risico’s zich voordoen en de meerjarige effecten hiervan.
Toelichting risico’s Wet- en regelgeving (totaal geschat financieel effect € 5,7M) Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) hebben per 1 januari 2024 de juridische kaders van de taken en werkprocessen van de Omgevingsdienst ingrijpend gewijzigd. Op basis van de besluiten van het Algemeen bestuur van 16 sept 2022 over de afrekensystematiek gedurende de invoering van de Omgevingswet is de volgende werkwijze gekozen. Afwijkingen in het outputpakket tussen de -5 en +5 % worden niet verrekend met opdrachtgevers, maar lopen via algemene reserve van de OD. We rekenen met een risico van 5% over € 31M output-gerelateerde omzet. Voor 2026 en 2027 is bestuurlijk besloten om de 5% regeling af te schaffen en af te rekenen op basis van daadwerkelijk uren. Vanaf 2028 gaat de Omgevingsdienst werken met een nieuwe financieringssystematiek, waarbij werken onder de omgevingswet wordt meegenomen in de systematiek (zie ook risico Prestatiegericht financieren). De OD loopt derhalve geen risico meer op de 5% afwijking op het output pakket, daarom nihil vanaf 2026 en verder. Beheersmaatregelen: Het programma Omgevingswet heeft de taken overgebracht naar de lijnorganisatie en is onderdeel geworden van de reguliere VTH activiteiten. • De kans op dit risico is gedaald van gemiddeld naar klein. Het risicobedrag is € 306K voor 2025 en nihil voor 2026 en latere jaren.
Algemene Verordening Gegevensbescherming Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Door het toenemende gebruik van data, waarbij ook sprake is van privacybescherming, blijft er een continu risico voor het optreden van datalekken. Niet naleven van de AVG kan leiden tot boetes en persoonlijke aansprakelijkheid. De boete kan maximaal € 20M. of indien hoger 4% van de jaaromzet bedragen.
Jaarstukken 2025
29
Beheersmaatregelen: In de organisatie zijn functionarissen aangesteld, waaronder een functionaris gegevensverwerking en privacyfunctionaris. Zij zorgen voor de borging, het beleid en het ontwikkelen van bewustzijn binnen de organisatie. • De kans op dit risico is zeer klein. Het risicobedrag is € 41K voor 2025 en € 44K voor 2026 en later. Klimaatadaptatie en Circulair Programma Rondom klimaat- en circulaire programma’s ontstaan strategisch gezien in toenemende mate wetten die impact hebben op ons werk en op de bedrijven en burgers in onze leefomgeving. Voor de bedrijven kunnen de wetgevings instrumenten zoals bijvoorbeeld een CO2-heffing grote gevolgen hebben voor hun bedrijfsvoering. Meer kosten, investeringen, nieuwe vergunning aanvragen. Voor de Omgevingsdienst ontstaat een grotere inspanningsverplichting. De veranderende wetgeving heeft impact op het bedrijvenbestand. Er ontstaan zowel nieuwe bedrijven als faillissementen in kapitaalintensieve industrie die de veranderende omstandigheden niet kunnen bolwerken. Daarnaast kan het toetsingskader voor de VTH-processen niet meer toereikend of passend zijn. Het financiële risico is dat de toenemende inzet en expertise die gevraagd wordt, moeilijker leverbaar en financierbaar blijkt. Dit verklaart ook het stijgende karakter van het risicobedrag van € 41K in 2024, naar € 83K in 2025 en € 177K voor 2026 en verder.
Beheersmaatregelen: De Omgevingsdienst biedt aan opdrachtgevers en bedrijven haar expertise aan om te voorkomen dat wet- en regelgeving een belemmering wordt voor de uitvoeringspraktijk. De kansen worden zo ook gesignaleerd. De Omgevingsdienst blijft inzetten op passende contracten voor haar taken bij de huidige opdrachtgevers in de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast is de verwachting dat de inzet in de komende jaren ook via het Rijk ontvangen kan worden. Anticiperen gaat zowel organisatorisch als door actieve deelname in de Rijksprogramma’s. • De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag neemt toe van € 83K in 2025 tot € 177K in 2026 en verder. Terugdringen Milieubelasting Het terugdringen van de milieubelasting om de milieu gerelateerde gezondheid te verbeteren zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Er lopen vanuit het Rijk vele programma’s die uiteindelijk gaan leiden tot strengere wetgeving. Enkele voorbeelden zijn de stikstof situatie (PAS), het schoon lucht programma, het oppervlaktewater en de Zeer Zorgwekkende Stoffen. De verwachting is dat de inventariserende programma’s zullen leiden tot daadwerkelijke wetgeving in 2027. Er ontstaan dan in hoofdlijn twee grote effecten. De Omgevingsdienst zal meer en andere werk ontvangen en kan zich voor een groter vergunning potentieel en meer toezicht zien staan.
Aan de andere kant ontstaat er voor bedrijven economisch gezien een sterke verhoging van kosten voor een productieproces en hun beheersing van de milieueffecten. Faillissementen en bedrijfsverplaatsingen kunnen ontstaan. Het financiële risico is dat de veranderingen sneller gaan dan de financiering via contracten met de opdrachtgevers. Ofwel, dat de kosten voor de baten uitgaan. Dit verklaart ook het stijgende karakter van het risicobedrag van € 41K in 2024, naar € 83K in 2025 en € 177K voor 2026 en verder. Beheersmaatregelen: diverse opdrachtgevers, zoals Provincie Noord-Holland, Zaanstad en Amsterdam, hebben de Omgevingsdienst gevraagd mee te denken bij het duiden van de opgave en het meedenken bij een regionale en lokale aanpak op basis van de wetgeving. • De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag neemt toe van € 83K in 2025 tot € 161K in 2026 en verder. 30
Wijziging beleid rijk of provincie voor Tata Steel Het risico dat het beleid ten aanzien van Tata Steel impactvol verandert, als gevolg van gewijzigde politieke omstandigheden. Met de toezegging van de Provincie Noord-Holland voor een meerjarig budgettair groeipad startend in 2024 is er een zekerheid van budgettering voor het VTH-werk dat de Omgevingsdienst uitvoert bij Tata voor de aankomende jaren. Ook het Rijk heeft aangekondigd de Provincie Noord-Holland de komende jaren te ondersteunen met een decentralisatie uitkering via het Provinciefonds. Hoe de financiering vorm gaat krijgen is nog niet formeel bekend. Het risico wordt nu gezien over de langere termijn. De gevolgen zijn afnemende werkzaamheden door andere beleidsprioriteiten. Minder taken op het vlak van toezicht en handhaving. Aangezien de UVO van 2026 al gereed is inclusief TATA uren, wordt pas vanaf 2027 een risico verwacht van gewijzigd beleid. Beheersmaatregelen: Bij afnemende taken en werkzaamheden moeten mede werkers op andere plekken in de organisatie worden ingezet. De kans op dit risico is klein.
Het risicobedrag is € 143K vanaf 2027 Conjuncturele ontwikkelingen, arbeidsmarkt, Groen Staal en Tata Steel (totaal geschat financieel effect € 6,0M) Omzetfluctuatie, Economische en conjuncturele ontwikkelingen Na jaren van stabiele financiering zien we bij alle gemeentelijke opdrachtgevers een daling op het gemeentefonds en toenemende lasten gezien de enorme prijsstijgingen van de afgelopen jaren. Diverse opdrachtgevers hebben aangegeven dat de bedragen naar beneden worden bijgesteld dan wel zij overwegen om bepaalde (plus) taken niet meer door de Omgevingsdienst te laten uitvoeren. We lopen hiermee een risico op frictiekosten. Het risico is dat de organisatie niet tijdig kan anticiperen op de omzetfluctuaties. Er kunnen tekorten ontstaan bij omzetdalingen als de lasten van lopende contracten niet tijdig kunnen worden bijgesteld. Andersom kan het zijn dat de economie snel weer aantrekt en dat er een sterke stijging is van initiatieven. Dit betekent ongepland werk voor de gehele VTH-keten. Met betrekking tot het bedrijvenbestand lopen dan de kosten voor de baat uit. Beheersmaatregelen: De gevolgen voor de uitvoering worden afgestemd met de opdrachtgevers en als het nodig is samen met hen geprioriteerd. Het risico van omzetverlies wordt in eerste instantie zoveel als mogelijk opgevangen door de afbouw van de flexibele schil.
De arbeidsmarkt is echter zo weerbarstig dat een volledige flexibiliteit in contractering ook niet altijd mogelijk is. Voor 2026 zijn de UVO bedragen gestegen ten opzichte van 2025. Hierdoor is voor 2026 dit risico niet van toepassing. Vanaf 2027 zijn er aanvullende bezuinigingen bij opdrachtgevers. Het is onduidelijk of alle budgetten worden toegekend. Daarom houden we rekening met een dubbele omvang voor 2027. • De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is € 443K voor 2027, daarna naar € 221K voor latere jaren. Arbeidsmarkt en inhuur De krapte op de arbeidsmarkt en voor sommige functies beperkte beschikbaarheid van inhuurkrachten, kunnen gevolgen hebben voor het realiseren van de productieen kwaliteitsafspraken. Dit wordt nog eens versterkt door de extra capaciteit en de specifieke expertise die nodig zijn voor opvolging van nieuwe wetgeving
Jaarstukken 2025
31
en de uitvoering van het Klimaatakkoord. Op dit moment bestaat er nog veel onduidelijkheid over de continuering van de wet DBA en mogelijke inwerkingtreding van de wet VBAR. Dit leidt regelmatig tot nieuwe inzichten, publicaties en handreikingen over de toepassing van de wetgeving. De Omgevingsdienst blijft urgentie voelen om contracten met externe medewerkers die niet voldoen aan de wet DBA, te beëindigen. Het niet realiseren van productieafspraken leidt tot lagere inkomsten. Dit kan gevolgen hebben voor de dekkingsbijdrage van de overheadkosten. Het beëindigen van contracten met zzp’ers leidt tot een risico op productieverlies, zeker wanneer posities niet of niet volledig ingevuld worden door medewerkers met een vast contract. Beheersmaatregelen: De Omgevingsdienst werkt met een flexibele schil van personeel. We zetten in op arbeidsmarkt- communicatie en werken samen met wervingsbureaus. Innovatie op het vlak van digitalisering en data-analyse wordt ingezet om zo efficiënt mogelijk te werven. Daarnaast worden medewerkers opgeleid waaronder trainees, opleidingstrajecten voor zij-instromers en training on-the-job constructies. We bewegen voor wat betreft de wet DBA en de voorgenomen wet VBAR mee met steeds veranderende inzichten. Voor de zzp-ers die, met de kennis van nu, niet voldoen aan de criteria van de wet DBA, maken we een ‘plan per contract’.
In dit plan omschrijven we de risico’s in het geval een contract beëindigd zou worden en welke oplossingen denkbaar zijn. • De kans op dit risico is gedaald van gemiddeld naar klein, door de afname van het aantal zzp-ers. Het risicobedrag bedraagt € 133K vanaf 2026. Afbreukrisico Groen Staal Tata Steel heeft op 27 juni 2025 het MER (>4000 A4) voor het project Heracless Groen Staal ingediend, nadat eerder het concept MER (dd. 20 december 2024) door de OD was beoordeeld op volledigheid. Inmiddels is gebleken dat de aanvraag en bijbehorend MER onvolledig is en dat er aanvullingen nodig zijn. In februari 2026 zal een brief met het verzoek om aanvullende gegevens verstuurd worden. Tata Steel verwacht negen maanden nodig te hebben om de aanvullende gegevens aan te leveren. Hiernaast worden door Tata Steel andere vergunningaanvragen voorbereid waar de Omgevingsdienst over geïnformeerd zal worden. Het risico dat deze plannen geen doorgang vinden is nog aanwezig. De VTH-A werkzaamheden komen dan te vervallen. De medewerkers die op Groen Staal zijn ingezet, komen daarmee zonder werk te zitten. De medewerkers die op het project Groen Staal werkzaam zijn, moeten op andere werkzaamheden worden ingezet. Beheersmaatregelen: Een groot deel van de medewerkers werken deeltijd op het project en houden binding met hun eigen team.
Hiermee kan het wegvallen van het werk voor Groen Staal makkelijk worden opgevangen. • De kans op dit risico is gemiddeld. Het risicobedrag is € 95K vanaf 2027.
32
Tata Steel vertrekt uit Nederland – risico vanaf 2028 Tata Steel zou kunnen besluiten uit Nederland te vertrekken. Dit zou kunnen vanwege tegenvallende financiële resultaten en/of vanwege geen of onvoldoende subsidie vanuit Nederland of Europa voor de transitie en het investeringsprogramma Groen Staal. De Europese Staalmarkt is onderhevig aan grote concurrentie vanuit China en VS. De geopolitieke situatie met o.a. ook de oorlogen in Oekraïne en Midden-Oosten maken de marktsituatie erg onvoorspelbaar. Tata Steel levert mondiaal het meest hoogwaardige staal. Vanwege de verouderde installaties en druk op de emissie reductie, wordt vanuit Tata een besluit verwacht in de komende 1-3 jaar. Dit besluit kan meerdere uitkomsten hebben. De kans op optreden is verhoogd ten opzichte van vorig jaar. Voor de OD zal een vertrek betekenen dat er, wanneer het staalproces wordt stopgezet, er – afhankelijk van hoe snel het bedrijf vertrekt – een groot aantal medewerkers beschikbaar komt op termijn. Op korte termijn wordt er eerst meer werk verwacht voor het gecontroleerd stopzetten van het productieproces (1-2 jaar) in de milieuteams. Voor collega’s van Bouw (sloop) en Bodem (sanering) zal een toename aan werkzaamheden kunnen ontstaan, afhankelijk van de toekomstige inrichting van de locatie. De werkveld gebieden zijn voor de medewerkers op expertise niet uitwisselbaar.
Beheersmaatregelen: Wanneer er door Tata Steel wordt ingezet op een snel vertrek, dan kan de situatie ontstaan dat op korte termijn een piek aan werkzaamheden zal zijn. Verwachting is dat de opdrachtgever deze piekbelasting zal opvangen in de financiering. Voor collega’s van Milieu zal vertrek op lange termijn een daling van werkzaamheden betekenen. Voor collega’s van Bouw (sloop) en Bodem (sanering) zal dan een toename aan werkzaamheden ontstaan, afhankelijk van de snelheid van herontwikkeling. De werkveldgebieden zijn voor de medewerkers op expertise niet uitwisselbaar. • De kans op dit risico gestegen van klein naar gemiddeld. Het risicobedrag is vanaf 2028 € 388K. Bedrijfsvoering (totaal geschat financieel effect € 1,2M) Nieuw zaaksysteem In 2025 heeft Omgevingsdienst een nieuwe VTH-systeem, PowerBrowser, geïmple menteerd en in gebruik genomen. Voor 2026 gaan we uit van situatie in normale support en doorontwikkeling die geen extra risico’s met zich meebrengt. • De kans op dit risico is verlaagd van zeer groot naar zeer klein. Het risicobedrag was in 2025 € 517K, daarna nihil. Informatiebeveiliging De dreiging tot informatiebeveiligingsincidenten blijft toenemen. Het risico van een informatiebeveiligingsincident is dat de dienstverlening en bedrijfsvoering volledig kan stil komen te liggen.
Daarnaast kunnen informatiebeveiligingsincidenten leiden tot fouten in de dienstverlening en kan vertrouwelijke informatie in verkeerde handen komen te vallen. De informatiebeveiligingsdienst (IBD) ziet op dit moment twee soorten dreigingen: meer ransomware en steeds meer en ernstige kwetsbaar heden en gevaren in software. Vanaf 17 oktober 2024 is de NIS2 richtlijn (Network and Information Security Directive) in werking. Dit is een Europese richtlijn waarbij essentiële organisaties in Europa wettelijk verplicht worden om zichzelf te beschermen tegen cybercriminaliteit.
Jaarstukken 2025
33
De kosten zijn terug te voeren op het herstel van de systemen, onderzoek naar de aanval, alsmede het betalen van losgeld bij een ransomeware-aanval. Het verschilt per aanval welke kosten hiermee gemoeid zijn. De NIS2 is 2025 omgezet in de nationale Cyberbeveiligingswet (Cbw). Als gevolg hiervan kunnen ook boetes opgelegd gaan worden aan organisaties die zich niet houden aan deze wet. De boetes kunnen oplopen van 1,4% tot 2% van de omzet. Ook kunnen directieleden persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij nalatigheid. Beheersmaatregelen: Algemeen: Om de toename aan cybercriminaliteit het hoofd te bieden is een CISO aangesteld en een security team. Dit team komt wekelijks bij elkaar om security issues te bespreken. Het Computer Emergency Response Team (CERT) team komt bij elkaar als crisisbestrijding bij een acute dreiging. Daarnaast is er een ICT-consignatiedienst bij dreigingen. Tevens is de Omgevingsdienst aangesloten bij een SIEM SOC die alle dataverkeer monitort op afwijkend gedrag. De implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)2 loopt. Voor het bewustzijn van de medewerkers worden er awareness trainingen gevolgd. Er is extra technische software aangeschaft als bescherming tegen hacken. Voor de NIS2 richtlijn is een ISMS-systeem aangeschaft om de interne en externe audits en rapportageverplichtingen te kunnen registreren.
Inmiddels is het ISMS-systeem ingericht en initieel gevuld, waarbij begin 2026 de invoer gecontroleerd, uitgebreid en beschikbaar gesteld wordt aan de organisatie. Waarmee de plan/do/check/act cyclus met monitoring effectief wordt. Interne pre-audit: Dit is een interne beoordeling die organisaties helpt om hun huidige nalevingsstatus te begrijpen en eventuele tekortkomingen te identificeren voordat een externe audit plaatsvindt. Externe audit: Deze audits worden uitgevoerd door erkende auditorganisaties en gespecialiseerde cyberbeveiligingsauditors. Ze beoordelen of de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen aanwezig zijn en effectief functioneren. Doorlopende supervisie: Voor essentiële entiteiten omvat dit regelmatige inspecties ter plaatse, off-site toezicht en beveiligingsscans. Belangrijke entiteiten kunnen ook audits ondergaan als er aanwijzingen zijn dat ze mogelijk niet voldoen aan de richtlijn. Rapportage en aanbevelingen: Na de audit levert de auditor een gedetailleerd rapport met bevindingen, tekortkomingen in de naleving en verbeterpunten. Dit rapport bevat praktische aanbevelingen om geïdentificeerde problemen aan te pakken en de cyberbeveiligingshouding van de organisatie te verbeteren. • De kans op dit risico is groot. Het risicobedrag is € 621K vanaf 2026.
Groen Staal niet volledig kunnen leveren Om het Groen Staal traject goed uit te lopen, is € 5 miljoen subsidie per jaar bij het Rijk gevraagd (2023-2030). De Omgevingsdienst heeft een inspanningsverplichting wanneer alle aanvragen worden ingediend. Er kan schade ontstaan op het vlak van imago (herstel) en schadeclaims van Tata Steel bij onvoldoende tijdige vergunning levering. De Omgevingsdienst kan aansprakelijk gesteld worden voor vertraging schade in de voortgang van het project. Het is in deze fase van het project moeilijk om het gevolg van het risico realistisch te kwantificeren. Beheersmaatregelen: Vooruitlopend op het vrijkomen van het geld, zijn de werving, inhuur en opleidingen van medewerkers in voorbereiding. De aansprakelijkheid is beoordeeld in relatie met de bedrijfsaansprakelijkheid verzekering. Daarnaast is de communicatie met Tata Steel over de project voortgang en afstemming is essentieel voor zowel Omgevingsdienst als Tata Steel. • De kans op dit risico is gemiddeld. Het risico vanaf 2023 als PM opgenomen. 34
Samenwerking OD’s Noord-Holland Een recent advies van bestuurlijk verkenner Onno Hoes (opgesteld in opdracht van bestuurders van Provincie Noord-Holland en bestuurders van omgevingsdiensten) laat zien dat een verkenning van niet alleen verregaande samenwerking, maar ook een fusie tussen beide omgevingsdiensten gewenst is. De Omgevingsdienst zal in 2026 starten met een voorverkenning van een meerwaarde van een eventuele fusie van OD NZKG en ODIJmond op VTH-A gebied, en de meerwaarde voor bedrijven en omwonenden. Een go/no go besluit voor een daadwerkelijke fusie wordt niet eerder dan in de tweede helft van 2026 voorzien. Bij een eventuele fusie van de OD’s zullen integratiekosten gemaakt worden voor onderzoek naar samengaan van processen en systemen. Het financiële risico betreft uitgaven aan integratiekosten die niet gedekt zijn uit de lopende activiteiten. Gezien de aanleiding tot het onderzoek de tekortkoming in de robuustheid van ODIJmond betreft, liggen reducties in de personele bezettingen voor de VTH uitvoering minder voor de hand. Beheersmaatregel: De verwachting is dat de OD’s ieder zullen participeren in de integratieactiviteiten naar omvang, mogelijk met financiering vanuit de Provincie Noord Holland. • De kans op dit risico is groot. Het risico is € 177K voor 2026, daarna € 355K.
Prestatiegericht financieren (totaal geschat financieel effect € 5,0M) Afwijking ten opzichte van vastgesteld kengetal – risico vanaf 2028 Bestuurlijk is besloten om de huidige vastgelegde methodiek van begroten en afrekenen te continueren tot eind 2027. Er ligt een landelijk voorstel om te komen tot een financiering voor alle omgevings diensten. Nader onderzoek en analyse hebben uitgewezen om voorlopig niet over te gaan naar het model landelijke financiering, maar de PGF systematiek te herijken. Hiervoor wordt een programmaplan uitgewerkt. Het plan betreft o.a. reële kengetallen, evaluatie UUN en een aangepaste PDC rondom de Omgevingswet. Een herijking van de systematiek kan resulteren in een herverdeeleffect van de deelnemersbijdragen. Het risico is aanwezig dat de kengetallen die worden opgesteld niet robuust blijken te zijn om alle taken uit te voeren. Bij grote herverdeeleffecten tussen de opdrachtgevers kan er discussie ontstaan over de hoogte van de kengetallen en de hoogte van de bijdrage. Op dit moment is het nog niet bekend hoeveel procent van de omzet zal worden gebaseerd op een kengetal. Grove inschatting is dat dit minimaal de helft van onze begroting zal zijn. Ofwel een bedrag van circa € 44M. Afwijking op totaal niveau wordt ingeschat op 10%.
Het risico wordt in het eerste jaar na invoering op laag ingeschat omdat gebruikt wordt gemaakt van gevalideerde kengetallen. Afwijkingen kunnen later toenemen (+10%) als gevolg van aanpassingen in wetgeving, andere werkwijzen etc. Invoering zal op zijn vroegst plaatsvinden in 2028. Beheersmaatregelen: De afwijking op de kengetallen wordt jaarlijks gemonitord. Praktijkervaringen zullen worden gebruikt om te komen tot nieuwe kengetallen. Voordat wordt overgegaan op een (nog nader te bepalen) systematiek zal een validatietraject worden ingeregeld. Op basis hiervan kunnen kengetallen worden herijkt. • De kans op dit risico is klein. Het risicobedrag is € 440K vanaf 2028.
Jaarstukken 2025
35
Risico onderhandwerk Bouw en Bodem Op basis van de PGF-systematiek wordt een deel van het toezicht en de handhaving voor Bouw en Bodem als output product gefinancierd (op basis van vergunning aanvragen). Omdat toezicht en handhaving niet altijd in het lopende jaar plaatsvindt, is er een risico dat er geen dekking is voor onderhandenwerk, als het aantal vergunningen in een jaar drastisch afneemt. In 2026 en 2027 rekenen we Bouw en Bodem toezicht af op werkelijke uren. Daarom wordt geen financieel risico verwacht voor deze jaren. Voor 2028 en verder wordt een nieuwe financieringssystematiek ontwikkeld, bestuurlijk dient nog te worden vastgesteld hoe de afrekening zou zijn. Daarom wordt het risico op PM gezet. Beheersmaatregelen: We maken jaarlijks een inschatting van de verwachte aanvragen en maken op basis daarvan UVO/VTHUP-afspraken met de opdracht gevers. Als een drastische daling wordt verwacht en er een dekkingstekort is voor het onderhandenwerk wordt dit bij de halfjaarrapportage en meerjarenbegroting gemeld. • De kans op dit risico is groot bij gebruik van kengetallen. Het risicobedrag wordt op PM gezet vanaf 2028. Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden van een organisatie om niet-begrote kosten die onverwacht en substantieel zijn te dekken.
Het gaat dus om buffers in het eigen vermogen of middelen die in de exploitatie kunnen worden vrijgemaakt zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande beleid en de uitvoering van taken. Meerjarig beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
reserve weerstandsvermogen
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
dotatie beschikbare weerstandscapaciteit
Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen De beschikbare weerstandscapaciteit en de noodzakelijke weerstandscapaciteit worden tegen elkaar afgezet met de ratio weerstandsvermogen.1 Het Algemeen Bestuur heeft in 2017 een ratio van 1 tot 1,5 vastgesteld. Deze ratio is voor het jaar 2025 en verder toereikend op basis van de beschikbare weerstandcapaciteit per 31-12-2025.
1 De normeringsystematiek is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de universiteit Twente.
36
Uit onderstaand overzicht blijkt dat meerjarig de verhouding tussen noodzakelijke en beschikbare weerstandscapaciteit voldoet aan de ratio weerstandsvermogen (1 tot 1,5). Meerjarige ratio voor het weerstandsvermogen 2025
(bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
2030
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
3.082
Noodzakelijke weerstandscapaciteit
2.064
1.330
2.189
2.795
2.839
2.888
1,5
2,3
1,4
1,1
1,1
1,1
Ratio weerstandsvermogen
Legenda ratio
waardering
> 2,0
uitstekend
1,5– 2,0
ruim voldoende
1,0– 1,5
voldoende
0,8– 1,0
matig
0,6– 0,8
onvoldoende
< 0,6
ruim onvoldoende
Financiële kengetallen In de volgende tabel staan de drie financiële kengetallen die van toepassing zijn op de Omgevingsdienst. Voor de ratio’s zijn normen opgesteld op basis van input van de VNG en op eigen inzichten. De onderstaande beschrijving van de ratio’s bevat een verdere toelichting en beoordeling. Financiële kengetallen norm
rekening 2023
rekening 2024
begroting 2025
rekening 2025
netto schuldquote
≤0%
-11%
-14%
-5%
-8%
solvabiliteitsratio
≥20%
36%
34%
3%
26%
structurele exploitatieruimte
≥0%
6%
7%
0%
1%
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. De schuldpositie van de Omgevingsdienst bestaat voornamelijk uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren we een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waarvoor geld wordt aangetrokken, zal het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2025 is het kengetal -/- 8%. Het voldoet daarmee ruim aan de gestelde norm.
Jaarstukken 2025
37
Solvabiliteit Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt. De norm voor de Omgevingsdienst is daarom minimaal 20%. Het kengetal valt vrij laag uit omdat we met voorschotten van de opdrachtgevers werken. De voor schotten hebben een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Het kengetal is gecorrigeerd met de voorschotten 1e kwartaal 2026 en komt daarmee uit op 26%. De ratio is in 2025 gedaald doordat het eigen vermogen is lager is. Dit komt doordat het resultaat van € 412k lager is dan vorig jaar (€ 4.5M). De ratio is in 2025 voldoende. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt om te beoordelen welke structurele ruimte de Omgevingsdienst heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Is dit cijfer negatief dan biedt het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte om de lasten te blijven dragen. De norm voor de Omgevingsdienst is 0% of hoger.
Als gevolg van het positieve jaarrekening resultaat is dit percentage in 2025 1%. Algeheel oordeel Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De 3 kengetallen geven een goed beeld en voldoen aan de norm. Er is sprake van een financieel gezonde positie. In bijlage 3 is de berekening van de kengetallen toegelicht.
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
De kapitaalgoederen die de Omgevingsdienst in bezit heeft, bestaan uit apparatuur, automatisering, meubilair, laadpalen en de verbouwing van het gehuurde pand Ebbehout in Zaandam. Als afschrijvingstermijn wordt de economische levensduur als uitgangspunt genomen (conform de financiële verordening). In 2025 zijn nieuwe investeringen gedaan in de materiële vaste activa. Dit betreft vervangen en upgraden van laadpalen, nieuwe laptops en telefoons en investeringen voor de meetdienst locatie Abcoude.
3.3
Financiering
In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geld stromenbeleid van de Omgevingsdienst. Dit zijn onder andere het risicobeheer (vooral rente- en kredietrisico) en de financieringspositie. Voor uitvoering van de financieringsfunctie gelden de kaders uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de bijhorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. Er zijn voorschriften voor een verplicht financieringsstatuut (treasury-statuut) en een financieringsparagraaf in begroting en jaarrekening.
38
De Omgevingsdienst werkt volgens het treasury statuut dat is vastgesteld op 9 december 2015. Een van de doelstellingen van dit statuut is het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals genoemd binnen de Wet Fido: renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. Financierings- en schuldpositie De Omgevingsdienst gaat uitsluitend leningen aan in de Europese geldeenheid (de euro). In 2013 is bij BNG Bank een lening afgesloten van € 1,1M met een looptijd van vijf jaar en een rente van 1,45%. De lening is per 31-12-2018 volledig afgelost. Kasbeheer De Omgevingsdienst beperkt interne liquiditeitsrisico’s door treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Doordat we overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist (op een rekeningcourant bij het agentschap van het ministerie van Financiën) zijn er geen kredietrisico’s. Om het renterisico te beperken, is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de rente risiconorm niet worden overschreden. We stemmen nieuwe leningen en uitzettingen af op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de lening of uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen deze kaders streven we naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen.
3.4
Bedrijfsvoering
Verplichte beleidsindicatoren Vanuit het BBV is het verplicht te verantwoorden op ongeveer veertig beleids indicatoren. De indicatoren zijn vooral voor gemeenten opgesteld en daarom grotendeels niet van toepassing op de Omgevingsdienst. De indicatoren die wel van toepassing zijn, passen allemaal binnen het programma Bedrijfsvoering. Formatie en bezetting De vaste formatie voor 2025 is vastgesteld op 617,8 fte op basis van een omzet van € 89,3M. De bezetting op 31-12-2025 was in totaal 582,6 fte. Een tekort van 35,2 fte. Aan het begin van het jaar was de bezetting 556,0 fte en begin juli is de bezetting gedaald tot 553,7. Vanaf september is er een groei van het aantal medewerkers tot 582,6 fte in december. De inhuur kende een piek in mei en juni als gevolg van de invoering van Powerbrowser en bleef daarna redelijk constant rond de 104 fte.
Jaarstukken 2025
39
naam indicator
berekening
Realisatie 2025
formatie
Fte per 1.000 inwoners
Nvt
Niet te berekenen per inwoner. De formatie bedraagt 617,8 FTE (excl. inhuur) per 31 december 2025
bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Nvt
Niet te berekenen per inwoner. De bezetting bedraagt 582,6 FTE (excl. inhuur) per 31 december 2025
apparaatskosten
Kosten per inwoner
Nvt
Niet te berekenen per inwoner. De apparaatskosten bedragen € 82.194K
apparaatskosten
Niet te berekenen per inwoner
82.194
externe inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern
20,3%
personele overhead
% van de totale lasten
21,0%
materiële overhead
% van de totale lasten
14,7%
toelichting
Nieuwe cao provinciale sector In 2025 is een nieuwe cao afgesloten. Deze cao heeft een looptijd van 1 juli 2025 tot 1 juli 2026. Enkele belangrijke wijzigingen uit de cao in 2025: • Salarisverhoging: per 1 juli 2025 met 2,5% • Verhogingen per 1 juli 2025 werden met terugwerkende kracht doorberekend • In november 2025 ontvingen medewerkers een eenmalige bruto-uitkering van € 1.000,• (bij een fulltime dienstverband; parttime naar rato) onder de voorwaarde dat een medewerker op 1 november 2025 in dienst was. • Studieschuld aflossen via het IKB • Medewerkers konden tot € 1.250 per jaar inzetten via het IKB om hun studieschuld bij DUO af te lossen. • Dit mag maximaal 6 jaar, tot een totaal van € 7.500. • Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) • De huidige RVU-regeling is op 31 december 2025 afgelopen. De onderhandelingen voor de cao vanaf 1 juli 2026 zullen gaan starten op 5 maart 2026. Boter bij de vis 86 medewerkers ontvingen in 2025 de flexibele beloning ‘Boter bij de vis’, voor namelijk voor hun extra inzet voor de inzet bij de implementatie van het nieuwe VTH-systeem. Daarnaast hebben diverse medewerkers op basis van bijzondere geleverde prestaties een gratificatie ontvangen zoals cadeaus, cadeaubonnen, of geheel of gedeeltelijke vergoeding van opleidingskosten etc. Zowel op individueelals op teamniveau.
40
Verzuim Het organisatiebreed verzuim is in 2025 gestegen met 1,71% van 5,39% in 2024 naar 7,1% in 2025. De meldingsfrequentie is van 1,05 in 2024 toegenomen tot 1,26 in 2025. De gemid delde verzuimduur is wel iets afgenomen van 28,98 naar 28,46. Het aantal personen dat zich 3 of meer keer heeft ziekgemeld is gestegen in 2025 van 75 personen in 2024 naar 102 personen in 2025. In 2025 is besloten om van verzuimmanagement naar gezondheidsmanagement door te groeien. Gezondheidsmanagement omvat meer dan de arbomaatregelen en een proactief verzuimbeleid dat langdurige arbeidsongeschiktheid voorkomt en re-integratie bevordert. In aanloop naar de implementatie van Gezondheidsmanagement zijn we het moni toren van verzuim in 2025 meer integraal gaan doen dan voorheen. We werken meer gestructureerd samen met de in- en externe kerndeskundigen (vertrouwens personen, bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsarts) aan gezamenlijke prioriteiten, rapportages en adviezen aan de directie. Rechtmatigheid De Omgevingsdienst heeft de verbijzonderde interne controle (VIC) uitbesteed. Vanaf 2025 maakt Omgevingsdienst gebruik van een nieuwe externe partner. Dit heeft voor 2025 geresulteerd in een aanscherping van het VIC plan. De Omgevingsdienst kan door de uitbesteding van de VIC de onafhankelijke rol beter borgen, de eigen organisatie is hiervoor te klein.
In 2025 zijn de volgende processen ge-audit: • UVO-beheerproces • Debiteurenproces • Personeelsproces – instroom/doorstroom/uitstroom • Inkoop- en crediteurenproces • Leges De keuze voor deze processen is bepaald o.b.v. de financiële materialiteit. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het VIC legesproces betrekking heeft op de rechtmatigheid van de opdrachtgevers en niet op de rechtmatigheid van Omgevingsdienst. Dit is daarom in deze rechtmatigheidsparagraaf niet verder uitgewerkt. Bij de uitvoering van de (verbijzonderde) interne controle zijn geen financiële bevindingen geconstateerd. Dit bevestigt dat de financiële beheersing op orde is. Uit de controle zijn wel een aantal procesaanbevelingen gesignaleerd. Dit zijn aanbevelingen ter versterking van de interne beheersing. Deze bevindingen zijn hieronder samengevat weergegeven: • UVO beheerproces: In de VIC zijn geen bevindingen geconstateerd. • Debiteuren en overige baten: In Q1 2025 is het volgende geconstateerd: In opzet van het proces is opgenomen dat: Afrekenen opdrachten en projecten (meerwerk) achteraf worden gecontroleerd door coördinator FA in het kader van het 4-ogen principe. De controle ziet toe op het uurtarief, aantal uren, netto bedrag, BTW en totaal bedrag. Deze controle wordt niet zichtbaar vastgelegd. Update Q4 2025: Er is vastgesteld dat met een email akkoord is gegeven op de facturen.
Hiermee is de bovenstaande bevinding opgevolgd. • Crediteuren en Inkoop: Met betrekking tot de uitvoering van de VIC op inkopen zijn er geen bevindingen geconstateerd die hoger zijn dan de rapportagegrens.
Jaarstukken 2025
41
• Personeel in dienst: In de VIC is vastgesteld dat bij 1 instroom het formulier ‘opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ niet ondertekend was vóór de eerste werkdag. Tijdens drukke perioden komt het incidenteel voor dat het formulier niet tijdig getekend retour is ontvangen. De Omgevingsdienst blijft aandacht houden voor het verbeteren van dit proces en het naleven van de richtlijnen. 1 arbeidsovereenkomst is ondertekend op 13 januari 2025 terwijl de medewerker op 1 januari 2025 was begonnen. In Q3 en Q4 is deze bevinding niet meer naar voren gekomen. • Personeel doorstroom: Drie addenda bij doorstroom zijn niet ondertekend door de medewerkers, als gevolg van een fout in de workflow. Medewerkers zijn geïnstrueerd om hier alert op te zijn bij het verwerken van mutaties. Daarnaast zijn HR Helpdesk medewerkers extra waakzaam bij het kiezen van de juiste brief, zodat deze door de juiste personen wordt ondertekend. Voor één deelwaarneming geldt dat de salarisverhoging in januari 2025 is gebaseerd op een verkeerde salarisschaal. De impact hiervan is financieel gering (€ 15 per maand). De oorzaak blijkt te liggen in een foutieve invoer van de salarisschaal bij indiensttreding van de betreffende medewerker (trainee). De periodieke verhoging is daardoor automatisch berekend op basis van deze verkeerde schaal.
De Omgevingsdienst heeft alle andere trainees uit de instroom van 2024 en 2025 gecontroleerd. Bij hen is de juiste salarisschaal vanaf indiensttreding gebruikt. Er zijn geen aanwijzingen dat deze fout zich breder heeft voorgedaan Voor één deelwaarneming is geconstateerd dat de nieuwe functie per 2 juni 2025 is ingegaan. Dit is in oktober geformaliseerd met terugwerkende kracht. In de VIC is vastgesteld dat de herstelbetalingen adequaat verwerkt zijn. • Personeel uit dienst: Geen bevindingen vanuit de VIC Rechtmatigheidsverklaring Verantwoordingsgrens In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de Omgevingsdienst, exclusief de dotaties aan de reserves. Deze grens is voor 2025 een bedrag van € 1.789K Rapportagegrens In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 0,3% van de totale lasten van de Omgevingsdienst, exclusief de toevoegingen aan de reserves nader toegelicht en wordt ingegaan op maatregelen om deze onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen. Deze grens is voor 2025 een bedrag van € 268K. Begrotingsrechtmatigheid Er zijn geen fouten geconstateerd die hoger zijn dan onze rapporteringsgrens.
Afwijkingen; Geen Voorwaardencriterium In 2025 is het inkoop- en aanbestedingsbeleid wederom getoetst met het opstellen van een spend analyse. Deze analyse heeft tot doel om vast te stellen of per leve rancier de aankopen conform ons inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn verlopen. De spend analyse is zo een hoeksteen in het drieluik van het aankoopbeleid. Het draagt bij aan de juiste aanbestedingskalender van het volgend jaar. Het geeft niet alleen welke aanbestedingen nog extra nodig zijn, maar ook welke aanbestedingen
42
veranderen in aard (bijvoorbeeld van meervoudig onderhands naar Europees). Zo wordt de aanbesteding niet alleen gevoed vanuit het contractmanagement waar de einddatum van het contract de volgende aanbesteding bepaalt. In de spendanalyse is één onrechtmatigheid geconstateerd, waarbij de uitgaven boven het drempelbedrag uitkomt van de rapportagegrens. Het betreft de uitgaven aan een socialmediabureau voor een bedrag van € 297K. De overschrijding is het gevolg van een langdurig aanbestedingstraject dat al geruime tijd loopt. Dit traject is complex gebleken, mede doordat de aanbesteding is uitgebreid met een extra perceel voor arbeidsmarktcommunicatie . Naar verwachting wordt de aanbesteding op 24 april 2026 gegund waarmee deze uitgaven weer rechtmatig zijn. Afwijkingen; Geen Misbruik- en oneigenlijk gebruik De OD heeft niet te maken gehad met misbruik- en oneigenlijk gebruik van onze organisatie door externen. Conclusie Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grenzen.
3.5
Openbaarheidsparagraaf
Openbaarheidsparagraaf Sinds 2022 bevat onze verslaggeving een openbaarheidsparagraaf. Dit vloeit voort uit wettelijke verplichtingen én uit de overtuiging dat openbaarheid essentieel is voor transparantie en verantwoording. De Woo schrijft voor dat bestuursorganen in begroting en verantwoording beleid en uitvoering rond openbaarheid toelichten. Hieronder lichten we de in 2025 uitgevoerde activiteiten toe die de kwaliteit van actieve en passieve openbaarmaking verder verbeteren. Actieve openbaarmaking De nieuwe wet zegt dat bestuursorganen een aantal wettelijke categorieën actief openbaar moet maken. Daarnaast moeten zij moeite doen om te onderzoeken welke extra informatie zij nog meer kunnen publiceren, naast de informatie die verplicht is. Door deze inspanningsverplichting moet de overheid zich bij elk document actief de vraag stellen waarom het niet openbaar gemaakt zou moeten worden, ‘openbaar, tenzij’. De samenleving heeft immers het recht te weten wat er in de leefomgeving speelt. De Omgevingsdienst staat volledig achter deze wet. Hoewel het betreffende artikel nog niet volledig in werking is getreden, is de Omgevingsdienst al begonnen met de implementatie. We hebben eerst in kaart gebracht welke categorieën wettelijk verplicht openbaar moeten worden gemaakt en vervolgens bepaald welke aanvullende categorieën we zelf willen publiceren.
Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld, met aandacht voor de cultuurverandering die de wet vergt en een projectplanning voor de komende jaren.
Jaarstukken 2025
43
De Omgevingsdienst voldoet aan de eerste verplichte categorieën. Daarnaast nemen we actief deel aan de landelijke werkgroep openbaarmaking van hand havingsbeschikkingen (afronding voorzien in 2026) en hebben we in 2025 binnen ODNL een kennisgroep actieve openbaarmaking geïnitieerd voor afstemming en waar mogelijk uniformering tussen omgevingsdiensten. Ook zijn we gestart met de doorontwikkeling van het e‑Data‑loket voor het ontsluiten van documenten. Doel is de vindbaarheid en compleetheid te vergroten; dit traject loopt in 2026 door. Passieve openbaarmaking Het aantal Woo‑verzoeken – waaronder zeer omvangrijke – is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarom is de begroting fors verhoogd (van 1.755 uur in 2022 naar 10.022 uur in 2025), waardoor de Woo sinds 2023 programma‑overstijgend is belegd. In 2025 was 10.022 uur begroot; 9.393 uur is daadwerkelijk geschreven. Het verschil wordt vooral verklaard door ziekte en het niet tijdig kunnen invullen van vacatures. De behandeling van Woo‑verzoeken is arbeidsintensief. Naast het beoordelen op uitzonderingsgronden en het verwerken van grote documentvolumes vraagt het proces om soft skills: verzoekers verwachten vaker tussentijdse updates en collega’s moeten goed worden meegenomen in de laatste Woo‑ontwikkelingen.
Ook zienswijzen worden steeds uitgebreider ingediend en verdienen een zorgvuldige behandeling; daarmee is in meerdere dossiers bezwaar en/of beroep voorkomen. In 2025 zijn de processen verder geoptimaliseerd en deels geautomatiseerd, waardoor het handwerk afneemt. Dit zal zich naar verwachting vertalen in snellere termijnafhandeling. Door de uitbreiding van actieve openbaarmaking verwacht de Omgevingsdienst dat het aantal Woo‑verzoeken op termijn afneemt, al duurt het vermoedelijk enkele jaren voordat dit effect zichtbaar wordt.
44
4 Financiële jaarrekening 4.1
Overzicht baten en lasten
Het jaar 2025 is afgesloten met een positief saldo van € 412K. Bij de halfjaar rapportage is een budgettair neutrale begroting (resultaat € 0) aan het bestuur voorgelegd. Het saldo bestaat ten opzichte van de begroting uit lagere baten ad € 906K en lagere lasten ad € 1.317K. Overzicht baten en lasten per programma totaal (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
verschil begroting vs realisatie
realisatie
lasten
88.057
86.740
-1.317
baten
-88.057
-87.151
906
saldo
-0
-412
-412
Op hoofdlijnen betreft het onderstaande afwijkingen ten opzichte van de begroting. Het totaal van de baten is € 0,9M lager dan begroot door: • € -1.389K lagere UVO-baten, de baten van programma’s Bouw, Milieu en Randvoorwaardelijk zijn lager dan begroot, de baten van programma Bodem zijn hoger dan begroot. • € 420K hogere overige baten incl. SPUK • € 61K hogere project/offerte/subsidie en detachering inkomsten • € -78K lagere rente baten Het totaal van de lasten is € 1,3M lager dan begroot door: • € 844K lagere salariskosten primair proces bij de programma’s Bodem, Milieu en Randvoorwaardelijk. • € 120K hogere salariskosten primair proces bij het programma Bouw • € 313K lagere lasten materieel budget • € 316K lagere lasten bij het programma bedrijfsvoering • € 89K hogere lasten Mutatie op reserve Begroten, afrekenen en valideren onder de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging Sinds 1 januari 2017 werkt de Omgevingsdienst met prestatiegerichte financiering (PGF). Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Hierbij maken we onderscheid in outputproducten, regieproducten en een randvoorwaardelijk pakket. Outputproducten worden begroot en afgerekend tegen een vaste prijs per product. Regieproducten worden begroot op een aantal uren per product en afgerekend tegen het werkelijk aantal ingezette uren.
Aan outputproducten liggen kengetallen en ervaringscijfers ten grondslag. Als gevolg van werken onder de omgevingswet bevat de PDC-outputproducten zonder in de praktijk getoetste kengetallen. Bestuurlijk is daarom in 2023 besloten om voor een periode van minimaal 2 jaren een aangepaste begrotings- en afrekening systematiek te hanteren. Dit betreft:
Jaarstukken 2025
45
Voor de afrekening komen we tot een werkwijze die invulling geeft aan het bestuurlijke uitgangspunt van financiële rust. A. Regieproducten: werkelijke uren afrekenen conform huidige systematiek. B. Randvoorwaardelijk pakket: naar rato conform huidige systematiek. C. Outputproducten: 1. Bodem: fixed price conform begroting voor het hele programma Bodem vanwege de verschuiving in taken en de verandering in pakket en dubbele registratie. Afwijkingen van maximaal +5% en -5% van de begroting worden niet afgerekend, maar toegevoegd of onttrokken aan het weerstandsvermogen van de OD NZKG. 2. Bouw: fixed price conform begroting voor het hele programma Bouw vanwege invoering Wkb en daarmee verandering in pakket en dubbele registratie. Afwijkingen van maximaal +5% en -5% van de begroting worden niet afgerekend, maar toegevoegd of onttrokken aan het weerstands vermogen van de OD NZKG. 3. Milieu: fixed price conform begroting voor het hele programma Milieu vanwege het nog onvolledige inzicht in de mba’s. Afwijkingen van maximaal +5% en -5% van de begroting worden niet afgerekend, maar toegevoegd of onttrokken aan het weerstandsvermogen van de OD NZKG. Het financieel risico voor de outputproducten ligt in eerste instantie bij OD NZKG, maar er vindt een verrekening plaats als de daadwerkelijke inzet meer of minder is dan 5% afwijking van de begroting.
Zo wordt dit risico gezamenlijk gedragen. De OD NZKG draagt de 5% afwijking en de opdrachtgever het meerdere boven de 5% afwijking. Indien blijkt dat (eventuele) extra uitgaven kunnen worden opgevangen binnen de eigen begroting van de OD NZKG, zal worden afgezien van de 5% regeling.
Het effect van deze bestuurlijk afspraak zien we terug in de jaarrekening 2025. Voor elke individuele opdrachtgever is voor de outputproducten op werkveld niveau berekend of de inzet in uren meer/ minder is geweest dan 5% afwijking t.o.v. de vastgestelde begroting (6-maands rapportage) c.q. de fixed price afspraak. Als gevolg van deze bestuurlijke afspraak zijn de totale baten Omgevingsdienst in 2025 voor de outputproducten € 462K lager. Voornamelijk veroorzaakt doordat de extra uren die zijn gerealiseerd niet in rekening zijn gebracht bij de opdrachtgevers omdat dit kon worden opgevangen binnen de eigen begroting.
46
Overzicht baten en lasten per programma resultaten per programma (bedragen x € 1.000)
Primaire begroting 2025 lasten
Primaire begroting 2025 baten
Primaire begroting 2025 saldo
Gewijz. begroting 2025 lasten
Gewijz. begroting 2025 baten
Gewijz. begroting 2025 saldo
Bouw
11.584
-17.900
-6.317
10.681
-17.666
-6.986
10.699
-17.270
-6.571
Bodem
5.280
-7.315
-2.035
5.017
-7.168
-2.151
4.877
-7.285
-2.408
Milieu/BRZO
28.805
-52.044
-23.240
29.836
-51.111
-21.276
29.008
-50.463
-21.456
Rand voorwaardelijk
11.391
-10.865
526
11.215
-10.824
391
11.074
-10.627
448
Bedrijfsvoering
32.191
-950
31.241
31.308
-1.052
30.256
30.992
-1.190
29.802
– kosten overhead
-
-
-
31.308
-
31.308
30.992
-
30.992
– onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
-
-
– vennootschaps belasting
-
-
-
-
-
-
-
-
-
saldo voor mutaties reserves
89.250
-89.075
175
88.057
-87.822
235
86.650
-86.835
-185
mutaties reserves
-
-175
-175
-
-235
-235
89
-316
-227
toevoegingen
-
-
-
-
89
onttrekkingen
-
-175
-175
-
-235
-235
-
-316
-316
89.250
-89.250
-0
88.057
-88.057
-0
86.740
-87.152
-412
saldo na mutaties reserves
Realisatie Realisatie Realisatie 2025 2025 2025 lasten baten saldo
89
(-/- = voordeel, + = nadeel)
4.2
Dekkingsmiddelen
De Omgevingsdienst realiseert het grootste deel van de dekkingsmiddelen via uitvoeringsovereenkomsten (UVO’S) met de opdrachtgevers. Er zijn UVO’s afgesloten met elf opdrachtgevers waaronder de founding fathers (gemeente Amsterdam, gemeente Zaanstad, gemeente Haarlemmermeer en de provincie Noord-Holland), de AM-gemeenten (Amstelland-Meerlanden) en de contract partners provincie Flevoland en Utrecht. De overige dekkingsmiddelen bestaan uit opbrengsten voor offertes, subsidies, rente opbrengsten, extern detacheren van personeel en onttrekkingen uit reserves. In bijlage 2 zijn de dekkingsmiddelen verder gespecificeerd.
(bedragen x € 1.000)
UVO 2025
gewijz. begroting OD NZKG 2025
realisatie 2025
afwijking 2025
uitvoeringsovereenkomst
82.935
83.616
82.227
-1.389
totaal dekkingsmiddelen via UVO’s
82.935
83.616
82.227
-1.389
4.206
4.609
403
onttrekking reserves
235
316
81
vrijval voorziening
-
-
-
88.057
87.152
-905
overige baten
totaal dekkingsmiddelen
Jaarstukken 2025
82.935
47
4.3
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Deze voorschriften zijn verder uitgewerkt in de financiële verordening van de Omgevingsdienst. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. In het controleprotocol dat door het Algemeen Bestuur op 17-12-2025 is vastgesteld wordt het normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht Activa Vaste activa Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs en worden lineair afgeschreven in vijf jaar. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en worden lineair afgeschreven.
• 15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen • 10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen en kantoormeubilair • 3 tot 5 jaar: software, automatiseringsapparatuur, telefooninstallaties • 1 tot 10 jaar: verbouwingen, termijn afhankelijk van looptijd huurcontract, inclusief optietermijn verlenging Afschrijving start op jaarbasis in het jaar nadat de investering gereed is gekomen of is verworven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25K per stuk hoeven niet te worden geactiveerd. Deze activa worden in het jaar van aanschaf ten laste van de exploitatie gebracht. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Aangezien de debiteuren alleen publieke en geen private partijen zijn, is de kans op oninbaarheid klein. Er is dan ook geen voorziening dubieuze debiteuren gevormd. De uitzettingen omvat ook het rekeningcourantsaldo in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Liquide middelen De liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen. Overlopende activa Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord.
48
Passiva Vaste passiva Algemene reserve De algemene reserve wordt gebruikt voor de vorming van een weerstandsvermogen om risico’s op te kunnen vangen. Bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het Algemeen Bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven. Gerealiseerd resultaat Het gerealiseerde rekeningresultaat is het resultaat in het boekjaar. Dit wordt ter bestemming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting of het voorzienbare verlies. Vaste schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden De netto-vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde en hebben een looptijd van minder dan 1 jaar. Overlopende passiva Dit zijn de transitoria tegen nominale waarde waarmee lasten en baten in het juiste jaar worden verantwoord.
4.4
Toelichting baten en lasten
In deze paragraaf staat een toelichting op de afwijkingen tussen de begroting en realisatie in 2025 voor zowel de baten als de lasten. Afwijkingen zijn in ieder geval per programma toegelicht. De richtlijn voor toelichtingen op afwijkingen is gesteld op € 100K. Baten
€ 0,9M nadeel
De baten zijn ten opzichte van de begroting op verschillende onderdelen € 0,9M lager uitgevallen. Bouw (€ 397K nadeel) De baten op het programma Bouw blijven € 397k achter ten opzichte van de begroting, voornamelijk door lagere bezetting bij Toezicht & Handhaving. Bodem (€ 117K voordeel) De baten voor het programma Bodem zijn € 117k hoger dan begroot. De hogere baten komen voornamelijk voort door meer uren bij Bodemsanering output producten door gestegen vraag.
Jaarstukken 2025
49
Milieu en Brzo (€ 200K voordeel) De lagere baten komen voort uit een optelsom van verscheidene categorieën, zoals de uitvoeringsovereenkomsten, maar ook subsidies. Kijkende naar de uitvoeringsovereenkomsten (UVO) is het resultaat € 1,0M negatief en deze lagere baten zijn met name toe te schrijven aan lagere inzet dan begroot op een aantal onderwerpen, deels vanwege het niet of niet tijdig genoeg vervullen van vacatures en deels vanwege externe factoren. Dit vertaalt zich ook door naar een onderbesteding op het materieel budget. Bij de categorie Subsidies (en overige baten) is er een overschrijding van € 0,3M t.o.v. de aangepaste begroting, welke toe te schrijven is aan een hogere realisatie op de overige baten, zoals de SPUK en/of baten die niet voorzien waren. Randvoorwaardelijk (€ 197K nadeel) Aan de batenkant is een nadeel ontstaan van € 197K. Er is minder capaciteit ingezet voor de WOO verzoeken als gevolg van ziekte en zwangerschap. Daarnaast is eigen personeel ingezet om de effecten van de omgevingswet (actualisatie vergunningen en inrichtingen naar mba’s) tot uitvoering te brengen. Deze ureninzet is gedekt uit de reserve.
Bedrijfsvoering (€ 138K voordeel) Er ontstaat een voordeel van €138K als gevolg van extra opbrengsten voor subsidie Robuustheid en detacheringen ad €74K, de vergoeding voor de contractbreuk met de ICT-leverancier ad 140K en lagere renteopbrengsten ad €76K. Dit jaar was het laatste jaar dat de compensatie voor de ICT-leverancier heeft plaatsgevonden. Lasten
€ 1,3M voordeel
Ten opzichte van de begroting zijn de lasten € 1,3M lager uitgevallen. Bouw (€ 18K nadeel) Aan de lastenkant is een kleine overschrijding van € 18K, veroorzaakt door diverse kleine afwijkingen. Bodem (€ 140K voordeel) De lasten voor Bodem zijn € 140K lager dan begroot. Voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en verwerking in het Bodeminformatiesysteem is meer externe inhuur ingezet dan vooraf begroot. Doordat aan de toezicht kant de arbeidsproblematiek tot lagere bezetting leidde, zijn de totale kosten van Bodem lager uitgevallen dan begroot. Milieu en BRZO (€ 800K voordeel) Capaciteit-lasten (loon en inhuur) zorgen voor € 0,7M minder lasten dan begroot. Dit is voornamelijk gerelateerd aan niet ingevulde-vacatures zoals begroot ten tijde van het opstellen van de halfjaar begroting. Bij de materiële lasten is er € 0,1M minder aan lasten dan begroot. Dit is voornamelijk gerelateerd aan externe factoren (e.g. externe juridische inzet). Randvoorwaardelijk (€ 141K voordeel) Het programma randvoorwaardelijk kent een voordeel van € 141K op de lasten. Als gevolg van het actualiseren van vergunningen voor de omgevingswet en inrichtingen naar mba’s is eigen personeel ingezet. Er is geen extra capaciteit aangetrokken om deze inzet van eigen personeel op te vangen voor reguliere werkzaamheden.
50
Bedrijfsvoering (€ 316K voordeel) Het programma Bedrijfsvoering komt uit op een positief resultaat van € 316K. In 2025 is het nieuwe VTH-systeem geïmplementeerd. Er is een vertraging ontstaan bij de invoering hiervan, waardoor er meer externe inzet nodig was dan verwacht voor de implementatie. Als gevolg hiervan heeft de Omgevingsdienst NZKG dubbele licentiekosten, omdat het oude VTH-systeem langer in gebruik was. Ook zijn de kosten voor ICT-licenties hoger als gevolg van de groeiende organisatie (autonome prijsstijgingen en gebruikersaantallen). Er zijn incidentele voordelen ontstaan van € 405K door onderbestedingen op loonkosten. Prioritering voor de implementatie van het nieuwe VTH-systeem heeft geleid tot uitstel van een aantal werkzaamheden. Als gevolg hiervan zijn vacatures ‘on hold’ gezet en (nog) niet ingevuld. Er is een voordeel ontstaan op facilitaire kosten door uitstel van de verbouwing van Ebbehuis. Het uitstellen van de verbouwing heeft geleid tot een voordeel op de begrote kapitaallasten. Het aankopen van verlofuren was hoger dan begroot, maar ook de opname van het aantal verlofuren is dit jaar hoger geweest dan begroot. Hierdoor ontstond er een voordeel, maar bleek het niet nodig om heel veel extra te reserveren aan gekocht verlof. Door het hogere ziekteverzuim bleek het ook nodig om de personele voorzieningen op te hogen. Er is in totaal 233K toegevoegd.
4.5
Incidentele baten en lasten
incidentele baten en lasten (bedragen x € 1.000) baten onttrekking Algemene reserve
0
onttrekking WW & Reïntegratie
0
onttrekking Wetgevingskalender
0
onttrekking reserve Omgevingswet
174
onttrekking Persoonlijk ontwikkelbudget (PBDI)
142
vrijval voorziening Personeel
0
saldo van de rekening
0
totaal baten
316
lasten kosten Reïntegratie