OD NZKG Jaarrekening 2025
Tekst van het document
Jaarstukken 2025
2
Inhoud 1
Voorwoord
5
2
Verantwoording programma’s
9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Programma Bouw Programma Bodem Programma Milieu Programma Randvoorwaardelijk Programma Bedrijfsvoering
9 11 13 19 22
3
Paragrafen
28
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Openbaarheidsparagraaf
28 38 38 39 43
4
Financiële jaarrekening
45
4.1 Overzicht baten en lasten 4.2 Dekkingsmiddelen 4.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 4.4 Toelichting baten en lasten 4.5 Incidentele baten en lasten 4.6 Informatie Wet normering bezoldiging topfunctionarissen 4.7 Balans 4.8 Model rechtmatigheidsverantwoording
45 47 48 49 51 52 54 61
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
63 64 65 66 68 69
Overzicht taakvelden per programma Bijdrage per deelnemer Berekening financiële kengetallen Meerjarig overzicht risico’s Sisa (Single Informatie Single Audit) Controleverklaring accountant
Jaarstukken 2025
3
4
1 Voorwoord De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna de Omgevingsdienst) staat voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving in een gebied dat voortdurend in beweging is en waarin uiteenlopende, soms tegenstrijdige belangen samenkomen. In een tijd waarin de klimaatopgave groeit, de beschikbare ruimte steeds schaarser wordt en de druk op milieugerelateerde gezondheid en externe veiligheid toeneemt, neemt ook het belang en de complexiteit van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies verder toe. Onze kerntaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH&A) voeren wij uit binnen de geldende wet- en regelgeving, de regionale Uitvoerings& Handhavingsstrategie 2024-2027 en de afspraken met onze 11 opdrachtgevers. Blijvende impact Omgevingswet 2025 was voor de Omgevingsdienst opnieuw een jaar met grote opgaven en ontwikkelingen in ons werkgebied. De invoering van de Omgevingswet bleef ook dit jaar duidelijk merkbaar. Zo bleek het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) nog problemen te ondervinden en wordt er nog volop gewerkt aan omgevingsplannen. Deze dynamiek bleef in 2025 een belangrijke factor in ons dagelijkse werk. Nieuw zaaksysteem De introductie van een nieuw ICT-zaaksysteem had eveneens veel impact.
Dit systeem legt een stevig fundament voor een toekomstbestendige informatie huishouding, voldoet aan de archiefwetgeving en zorgt ervoor dat ons werk beter vindbaar en navolgbaar is. In een tijd waarin openbaarheid, transparantie en digitale betrouwbaarheid steeds belangrijker worden, is dat van grote waarde. Tegelijkertijd vroeg de overgang begrijpelijkerwijs tijd en aandacht van collega’s om kleine en grote problemen bij de introductie op te lossen en om aan deze nieuwe manier van werken te wennen. Uitbreiding van taken en stabilisatie van capaciteit Door voortdurende veranderingen in landelijke en Europese regelgeving en nieuwe wetgeving, zoals financiële zekerheidstelling, breiden onze wettelijke basistaken zich verder uit, terwijl de financiering vanuit het Rijk richting lokale overheden beperkt blijft. Daarom ligt onze focus op het zorgvuldig uitvoeren van de wettelijke basistaken en overleggen we samen met onze opdrachtgevers over de ruimte voor plustaken. De uitbreiding van onze taken, door voornoemde veranderende wetgeving, zorgde er voor dat extra capaciteit nodig was. Het aantal medewerkers in vaste dienst groeide van 591 naar 623. Naar de toekomst toe verwachten we geen grote groeispurten meer, zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien.
Jaarstukken 2025
5
Financieel resultaat De jaarrekening 2025 laat een positief rekeningresultaat zien van € 412K. Het saldo bestaat ten opzichte van de begroting uit lagere baten ad € 906K en lagere lasten ad € 1.317K. De € 906K lagere baten komen enerzijds voort uit het niet volledig realiseren van de uitvoeringsovereenkomsten ad € 1.389K. De realisatie is 98%. De onderschrijding op de uitvoeringsovereenkomsten komt voort uit enerzijds minder vraag uit de markt en anderzijds doordat de formatie niet volledig op sterkte was. Daarnaast zijn er hogere overige baten ad € 484K. De exacte over- en onderschrijdingen, de oorzaken en daarmee gepaarde meer of minderkosten worden per opdrachtgever uitgewerkt in de opdrachtgevers rapportage De onderschrijding van € 1.317K aan de lastenkant wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de formatie niet volledig op sterkte is geweest. Luchtkwaliteit en emissiemetingen In 2025 was luchtkwaliteit een belangrijk focuspunt. De Omgevingsdienst heeft meer gemeten, meer bevraagd en strenger gehandhaafd, onder meer bij Tata Steel en andere industriële bedrijven. Daarnaast is de beoordeling van Elektronische Milieujaarverslagen verder aangescherpt. Waar rapportages onvoldoende transparant waren, kon een negatieve verklaring worden afgegeven, wat bijdroeg aan beter naleefgedrag. Eigen emissiemetingen bleken daarbij bijzonder waardevol.
Ze gaven regelmatig een realistischer beeld van de daadwerkelijke emissies dan de rapportages van bedrijven zelf, wat in meerdere gevallen leidde tot herzieningen van jaarvrachten. Deze aanpak vergroot het inzicht in emissies en versterkt de grip op naleving. Daarom blijven eigen metingen in de komende jaren een duidelijke prioriteit. Om die prioriteit verder te versterken, heeft de Omgevingsdienst in 2025 in opdracht van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland een eigen meetdienst opgericht. Daarmee beschikken we over onafhankelijke en betrouw bare emissiegegevens. Ook kunnen we sneller reageren op onverwachte emissies, aanvullende validatiemetingen uitvoeren en bij twijfel direct nametingen doen. De meetdienst start op 1 januari 2026 en wordt onderdeel van een landelijk netwerk. Tot de accreditatie eind 2026 voert de Omgevingsdienst al metingen uit, gevalideerd door geaccrediteerde partijen. Tata Steel Bij Tata Steel heeft de Omgevingsdienst in 2025 een aantal belangrijke stappen gezet om het bedrijf de uitstoot van schadelijke stoffen te laten verminderen en naleving van regels af te dwingen. Naast de al lopende handhavingstrajecten bij de kooksgasfabrieken zijn vanwege overschrijdingen van de normen ook bij de sinterfabriek en oxystaalfabriek dwangsommen opgelegd van in totaal € 4,8 miljoen.
Naast handhaving scherpen we ook vergunningen aan om emissies terug te dringen. Zo worden bijvoorbeeld de voorschriften aangepast bij de kooksgasfabriek en de pelletfabriek om stikstofuitstoot te beperken. Voor het verduurzamingsproject heeft Tata Steel een Milieueffectrapport (MER) ingediend bij de Omgevingsdienst en de provincie Noord-Holland. De provincie, Omgevingsdienst en Rijkswaterstaat beoordelen of het MER compleet is en voldoende informatie bevat om het project verder te kunnen toetsen. 6
De Omgevingsdienst kijkt daarbij vooral of alle milieueffecten goed en duidelijk zijn uitgewerkt, zodat later verantwoorde keuzes kunnen worden gemaakt over de benodigde vergunningen. Onlangs bleek dat het vergunningentraject vertraging oploopt, omdat de aanvraag onvoldoende informatie bevat. Sterke punten en aanbevelingen uit visitatie Naar aanleiding van een onafhankelijke visitatie eind 2024 vanuit Omgevingsdienst NL, ontving de Omgevingsdienst in 2025 een rapport met sterke punten en aanbevelingen. De commissie stelde vast dat de Omgevingsdienst veel vertrouwen en waardering krijgt van opdrachtgevers en bestuur, deskundig en onafhankelijk opereert en goed weet te reageren op grote uitdagingen, zoals de casuïstiek rond Tata Steel. Ook werd het succesvolle management van de groei van de organisatie benoemd, met aandacht voor het aantrekken en opleiden van nieuw talent. Tegelijkertijd adviseerde de commissie om missie en visie sterker te verbinden met de dagelijkse praktijk, meer sturing te geven aan besluitvorming en prioriteiten, en een duidelijke visie op organisatieontwikkeling uit te werken om kennis op peil te houden. Vooruitblik: nieuwe financieringssystematiek Op 5 september 2025 heeft het DB ermee ingestemd dat de huidige methodiek van begroten en afrekenen voor 2026 en 2027 wordt gecontinueerd.
Deze periode gebruiken we voor een actualisatie van de Producten- en Diensten Catalogus (PDC), een evaluatie van de kengetallen en van het uniforme uitvoeringsniveau (UUN). Hierbij moet gekeken worden naar een goede toerekening van de leges en zijn er wensen geuit door deelnemers rondom de managementrapportages van de dienst. De verschillende onderwerpen hangen nauw met elkaar samen en moeten in samenhang worden uitgewerkt in de Evaluatie en Herijking Financiering. Daarbij wordt ook gekeken naar de landelijke ontwikkelingen op het gebied van de financieringssystematiek van omgevingsdiensten. Dat kader biedt waardevolle richting, maar is nog niet concreet uitgewerkt of toepasbaar. De Omgevingsdienst zal dit landelijke kader daarom betrekken als referentie. De herijking van de financieringssystematiek is erop gericht de huidige opzet te vereenvoudigen en transparanter te maken en tegelijkertijd meer uniformiteit en standaardisatie te realiseren binnen de organisatie en richting de opdrachtgevers. Daarbij wordt gestreefd naar een betere aansluiting op de actualiteit en de uitvoeringspraktijk onder de Omgevingswet, en naar het blijvend borgen van een uniform uitvoeringsniveau binnen de regio. Eind 2026 neemt het DB een besluit over deze nieuwe opzet, zodat we in 2028 kunnen overstappen op de vernieuwde financieringssystematiek.
Tot slot Terugkijkend op 2025 zie ik een omgevingsdienst die onder toenemende maatschappelijke en bestuurlijke aandacht haar werk doet met deskundige en betrokken medewerkers. Hun inzet bij complexe dossiers, bij meldingen en incidenten en hun vakmanschap bij vergunningen en toezicht maken het verschil voor een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving. Loes de Maat Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Jaarstukken 2025
7
8
2 Verantwoording programma’s In dit bestuurlijke jaarverslag rapporteert de Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied over het algemene beeld per programma en de belangrijkste ontwikkelingen. Voor de jaarrekeningen van de opdrachtgevers zijn de opdrachtgevers half januari 2026 geïnformeerd over de voorlopige financiële afrekening van de Uitvoeringsovereenkomsten (UVO’s). De programma’s komen overeen met de werkvelden in de UVO’s. Conform de BBV-wetgeving (Besluit Begroting en Verantwoording) worden programma’s met betrekking tot het primair proces verantwoord, exclusief de personele lasten en materiële overheadkosten. Deze worden apart verantwoord op het programma Bedrijfsvoering.
2.1
Programma Bouw
Het programma Bouw van de Omgevingsdienst draagt bij aan de grote en complexe bouwopgaven in de regio en helpt onaanvaardbare risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid te voorkomen. Voor vergunningverlening, meldingen, toezicht en handhaving bij bouw- en sloopactiviteiten is per bouwactiviteit een passend toetsingsniveau bepaald. De Omgevingsdienst zorgt er met de uitvoering van wettelijke VTH-taken voor dat bouwwerken veilig, gezond, bruikbaar en energiezuinig worden gerealiseerd. We werken volledig vraaggestuurd: wij behandelen de vergunningaanvragen, en de werkvoorraad voor toezicht volgt uit de verleende vergunningen. Vanaf de start van de bouw voeren we controles uit met digitale checklisten, wat zorgt voor een systematische aanpak en borging van kwaliteit en navolgbaarheid. Het programma Bouw beschikt over ruime ervaring met projectcoördinatie bij rijks-, provinciale en grensoverschrijdende projecten, waaronder woningbouwopgaven, infrastructurele werken en projecten voor de energietransitie. De Omgevingsdienst is betrokken bij transformatiegebieden en innovatieve, duurzame bouwprojecten zoals houtbouw en biobased bouwen, waarbij onze expertise in bouw onmisbaar is. De kracht van de Omgevingsdienst ligt in het bundelen van specialistische kennis op het gebied van constructieve veiligheid, duurzaamheid, energie en milieu.
Door deze expertise dagelijks toe te passen, leveren we belangrijke meerwaarde in de opgaven van onze opdrachtgevers. Het programma Bouw draagt daar graag actief aan bij. Focus en ondersteuning aan opdrachtgevers In 2025 zette de Omgevingsdienst in op kwaliteit, veiligheid en duurzaamheid binnen het domein Bouw. We ondersteunden gemeenten en provincie bij bouw‑ en omgevingsplannen. Vergunningaanvragen zijn getoetst aan duurzaamheidsnormen, waarbij de balans tussen energieprestaties en circulariteit centraal stond. Ook klimaatadaptatie kreeg nadruk, bijvoorbeeld bij het toetsen van kelderaanvragen in Amsterdam, waar specifiek is gekeken naar mogelijke verstoring van grondwater stromen.
Jaarstukken 2025
9
Effecten van de Omgevingswet op procedures De effecten van de in 2024 ingevoerde Omgevingswet waren in 2025 duidelijk merkbaar. De nieuwe systematiek maakt het mogelijk om onderdelen van een project — zoals bouw en milieu — vaker afzonderlijk aan te vragen. Dit biedt initiatiefnemers meer flexibiliteit, maar vraagt ook om extra zorgvuldigheid: elke aanvraag wordt integraal gecontroleerd op alle benodigde onderdelen. Door de combinatie van deze nieuwe werkwijze en het grote aantal vergunningen ontstond in de eerste helft van 2025 vertraging in de doorlooptijden. In de tweede helft van het jaar zijn de achterstanden grotendeels ingelopen. Leges: hersteloperatie en structurele verbetering In 2025 startte de Omgevingsdienst het project Robuuste Leges om zowel de ontstane achterstanden in de legesheffing weg te werken als het legesproces structureel te versterken. Door de invoering van de Omgevingswet en de imple mentatie van nieuwe systemen zijn er in 2024 achterstanden ontstaan en zijn er onregelmatigheden bij legesberekeningen ontdekt. In het herstelproject is daarom gewerkt langs twee lijnen. Ten eerste is een inhaalslag gemaakt, waarbij met ondersteuning van een extern bureau ruim 2.300 dossiers werden beoordeeld en een groot deel van de achterstanden is weggewerkt. Ten tweede is een traject ingezet, dat gericht is op een toekomstbestendige verbetering.
In dit traject zijn oorzaken geanalyseerd en worden maatregelen getroffen om het proces verder te professionaliseren en in de toekomst structureel te borgen. Hiermee ontstaat een robuust legesproces voor zowel opdrachtgevers als aanvragers. Constructieve veiligheid In 2025 werkte de Omgevingsdienst intensief aan het borgen van de constructieve veiligheid bij nieuwbouw‑ en verbouwprojecten en handhavingsdossiers. Een belangrijk onderdeel hiervan is het toetsen van alle constructieve stukken, zoals tekeningen en berekeningen die door constructiebureaus worden aangeleverd. We controleren of de juiste normen, uitgangspunten en belastingen zijn toegepast, zodat gebouwen veilig en volgens de regels worden ontworpen. Tijdens de bouwfase geven we deelgoedkeuringen op aanvullingen, waardoor constructieve risico’s tijdig kunnen worden ondervangen. Inhoudelijk stond 2025 in het teken van complexe bouwopgaven, zoals de 140 meter hoge Dreeftoren in Amsterdam‑Zuidoost. Voor dit soort projecten zijn aanvullende analyses en soms een second opinion nodig om de constructieve veiligheid te borgen. Ook thema’s als houtbouw, hergebruik van materialen en circulair bouwen kregen veel aandacht, omdat normen en rekenregels hiervoor nog in ontwikkeling zijn. De Omgevingsdienst bouwde expertise op en deelt deze actief binnen de landelijke vereniging van bouwconstructeurs.
Daarnaast is een kennisbijeenkomst georganiseerd voor ontwerpende constructeurs in Noord‑Holland, onder meer over het toepassen van normen bij dakopbouwen, wat bijdraagt aan betere samen werking en wederzijds begrip. Brandveiligheid en grote, complexe projecten De Omgevingsdienst ondersteunde bij opgaven rondom brandveiligheid en was betrokken bij diverse grote en complexe projecten, zoals het programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA), vergunningen voor datacenters, Eleven Square (een nieuwe wijk met hoogbouw naast de Johan Cruijff ArenA) en de bouwwerkzaamheden bij FloraHolland in Aalsmeer. 10
Toezicht en naleving op bouw- en constructieve veiligheid Toezichthouders richtten zich in 2025 op het verbeteren van bouw‑, omgevings‑, brand‑ en constructieve veiligheid. Afgegeven vergunningen zijn gecontroleerd op naleving. Daarnaast was de Omgevingsdienst betrokken bij omvangrijke en complexe opgaven zoals Schiphol, Tata Steel, diverse datacenters en infra structuurprojecten zoals de A9 en meerdere verkeerstunnels. De combinatie van bouw, bodem en milieu maakte met name de A9 tot een extra uitdagend dossier. Financiële verantwoording Het saldo op het programma Bouw laat een negatief resultaat zien van € 415k, ten opzichte van de aangepaste begroting. Aan de lastenkant is een kleine overschrijding van € 18k. De baten op het programma Bouw blijven € 397k achter ten opzichte van de begroting, voornamelijk door lagere bezetting bij Toezicht & Handhaving. De arbeidsmarktproblematiek leidt met name bij Constructieve Veiligheid en Toezicht ertoe dat niet alle baten gerealiseerd konden worden. Bij Regulering is extra inzet geweest voor het leges proces en opvang van hoger verzuim.
10.681
lasten
10.699 17.666
baten
17.270 6.986
saldo
6.571 0
2.000
4.000 6.000 8.000 10.000 12.000 14.000 16.000 18.000 x € 1.000
gewijzigde begroting
realisatie
Programma Bouw: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.
Programma Bouw (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
verschil begroting vs realisatie
realisatie
lasten
10.681
10.699
18
baten
-17.666
-17.270
397
saldo
-6.986
-6.571
415
(-/- = voordeel, + = nadeel)
2.2
Programma Bodem
Binnen het domein Bodem richt de Omgevingsdienst zich op twee hoofdtaken: het kwalitatief afhandelen van meldingen en vergunningen, en het actief toezicht houden op grondverzet, milieu-incidenten, risicovolle toepassingen en gebiedsprojecten. Daarnaast levert de Omgevingsdienst inhoudelijke expertise ter ondersteuning van beleidsvoorbereiding binnen gemeenten en provincie.
Jaarstukken 2025
11
Staalslakken De landelijke keuze om staalslakken voorlopig niet langer toe te staan in nieuwe werken vroeg in 2025 om aangepaste toezichtkaders en herstel bij oude, niet‑ gemelde toepassingen. Waar geen contactrisico bestaat en uitloging wordt voorkomen, kunnen bestaande toepassingen blijven liggen. Rond Tata Steel IJmuiden is intensief toezicht gehouden op graafwerkzaamheden en de opslag van staalslakken. In aanloop naar de aangekondigde verduurzaming van het bedrijf wordt rekening gehouden met grootschalig grondverzet in veront reinigde bodem. Toename van meldingen en nieuwe werkwijzen Onder de Omgevingswet komen veel meer bodemmeldingen binnen dan voorheen, omdat één oude melding nu vaak is opgesplitst in meerdere, nieuwe meldingen. De Omgevingsdienst werkt daarom met twee maatregelen: • de activiteitenkaart, waarop meldingen geografisch inzichtelijk zijn; • een risicogerichte beoordeling om grotere aantallen efficiënt te kunnen verwerken. Daarnaast worden steeds meer meldingen volledig digitaal afgehandeld, wat tijdwinst oplevert. Naast de papieren afhandeling wordt ook proactief toezicht uitgevoerd: medewerkers bezoeken werklocaties buiten meldingen om, om te controleren of werkzaamheden correct zijn gemeld en uitgevoerd. Hierbij worden steeds vaker drones ingezet.
Rond Schiphol zijn operationele beperkingen, maar waar inzet mogelijk is, vergroten drones het observatievermogen. BRO‑levering en gebiedsanalyses Water en Bodem Sturend Sinds 1 juli 2025 levert de Omgevingsdienst informatie aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Dat proces is gestart, nadat in eerdere jaren al voorbereidingen waren getroffen en afspraken met gemeenten en provincie waren gemaakt. Verder is gewerkt aan de systematiek Water en Bodem Sturend. Daarbij is een gebiedsanalyse gemaakt van alle relevante bodem- en wateronderwerpen in de regio. Op basis hiervan wordt verkend welke aspecten van belang zijn voor het VTH-werk van de Omgevingsdienst. Advies binnen ruimtelijke en regionale programma’s De Omgevingsdienst adviseerde in 2025 bij de omgevingsvisies van Ouder‑Amstel, Aalsmeer en Uithoorn, en bij projecten binnen NOVEX Groene Hart. Thema’s zoals slappe bodems, bodemdaling en grondtoepassingen spelen hierbij een belangrijke rol. Binnen grote gebiedsprojecten, zoals de A10 en de aanpak van bruggen en kades in Amsterdam, is het thema Bodem een onderdeel bij herstelkeuzes – mede door de historische verontreiniging in de binnenstad.
12
Financiële verantwoording Het programma Bodem heeft per saldo een positief resultaat van € 257K ten opzichte van de aangepaste begroting. De baten voor het programma Bodem zijn € 117K hoger dan begroot, de lasten voor Bodem zijn € 140K lager dan begroot. De hogere baten komen voornamelijk voort door meer uren bij Bodemsanering output producten door gestegen vraag. Voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en verwerking in het Bodem informatiesysteem is meer externe inhuur ingezet dan vooraf begroot. Mede doordat opdrachtgevers aanvullende bodem rapporten hebben aangeleverd voor verwerking. Bij toezicht was het niet mogelijk om alle functies in te vullen waardoor de totale kosten van Bodem lager uitgevallen dan begroot.
5.017
lasten
4.877 7.168
baten
7.285 2.151
saldo
2.408 0
1.000
2.000
3.000
4.000
5.000
6.000
7.000
8.000
x € 1.000 gewijzigde begroting
realisatie
Programma Bodem: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.
Programma Bodem (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
lasten
verschil begroting vs realisatie
realisatie 5.017
4.877
-140
baten
-7.168
-7.285
-117
saldo
-2.151
-2.408
-257
(-/- = voordeel, + = nadeel)
2.3
Programma Milieu
Het programma Milieu vormt de kern van het VTH-werk van de Omgevingsdienst. Binnen dit programma werkt de Omgevingsdienst aan vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar geef het ook specialistisch advies aan opdrachtgevers. Het programma Milieu zet in op scherpe vergunningverlening, risicogericht toezicht en effectieve handhaving om de leefomgeving maximaal te beschermen. Een belangrijk onderdeel van het programma Milieu is het domein SEVESO, waarin de Omgevingsdienst zich richt op bedrijven met verhoogde risico’s. Doel van SEVESO is: borgen van veiligheid, voorkomen van incidenten en minimaliseren van impact op de omgeving.
Jaarstukken 2025
13
Complexer werkveld en veranderende regelgeving Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het werkveld ingrijpend gewijzigd. In 2025 waren de effecten daarvan nog nadrukkelijk voelbaar. Centraal stond het zakelijk en risicogericht vergunnen, met als doel om binnen de mogelijkheden van het nieuwe stelsel zo veel mogelijk milieu‑ en gezondheidswinst te realiseren. De overgang van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten (MBA’s) bracht daarbij veel praktische vragen met zich mee: vergunningverleners liepen geregeld tegen onduidelijkheden aan die eerst moesten worden opgelost voordat een vergunning kon worden afgegeven. Tegelijkertijd moesten nog veel openstaande Wabo‑vergunningen worden afgerond, wat de werkdruk hoog hield. Verbetering van het vergunningproces Met het programma Vergunningssporen is ingezet op betere voorbereiding aan de voorkant van het proces, zodat in latere fases minder herstelwerk nodig is. De werkdruk nam verder toe doordat onder de Omgevingswet meer activiteiten vergunningplichtig werden en voor een groter aantal bedrijven een Milieueffect rapportage‑beoordeling verplicht werd. Dit vraagt structureel meer capaciteit, maar draagt tegelijkertijd bij aan een meer integrale bescherming van de leefomgeving.
Uitvoering van plustaken en complexe dossiers De Omgevingsdienst werkte in 2025 aan een breed pakket aan plustaken, waar onder ontgrondingen, vuurwerk, water, bodem en het beoordelen van evene mentenlocaties. Grote en complexe dossiers speelden onder meer in de data centersector. Hier botsten belangen soms: waar het nationale economische belang groot was, vroegen de mogelijke gevolgen voor de directe leefomgeving om een zorgvuldige beoordeling. Risicogericht vergunnen in de praktijk In 2025 is sterk ingezet op scherp en risicogericht vergunnen. Vergunningen werden zoveel mogelijk onderin de bandbreedte van de Best Beschikbare Techniek‑conclusies vastgesteld. De achterliggende gedachte is dat hiermee zo veel mogelijk milieu‑ en gezondheidswinst kan worden behaald. Omdat niet alles tegelijk kan, blijft risico gericht werken op basis van deskundige afwegingen de kern van de aanpak. Bij ICL is intensief gewerkt aan een aangepaste vergunning die moet leiden tot aanzienlijk minder geurhinder in de omgeving. Binnen de bestaande geurregels is zo scherp mogelijk vergund vooruitlopend op landelijk beleid. Tijdens een bewoners bijeenkomst is de vergunning uitgebreid toegelicht. De transparante uitleg droeg bij aan meer begrip voor de gemaakte keuzes en inzicht in de verwachte verbeteringen voor de leefomgeving.
Nieuwe technologieën en innovatieve dossiers De Omgevingsdienst begeleidde in 2025 meerdere initiatieven rond waterstof productie. Omdat voor deze activiteiten geen BREF‑documenten beschikbaar zijn, vraagt dit om pionieren en om samenwerking in kleine, deskundige kern teams. Daarnaast speelden nieuwe ontwikkelingen zoals CO₂‑afvang en ontgassingsinstallaties voor schepen. Deze ontwikkelingen laten zien dat het werkveld snel verandert. De Omgevingsdienst beweegt hierin mee, maar blijft steeds scherp letten op veiligheid, duurzaamheid en gezondheid.
14
Breed en veelzijdig toezichtpakket In 2025 werkte de Omgevingsdienst aan een breed palet aan toezichtstaken. Dit varieerde van reguliere branchecontroles tot complexe dossiers waarin specifieke risico’s of sectoren centraal stonden. Innovatie in toezicht: digitalisering en automatisering Innovatie speelde een steeds grotere rol in het toezicht. Zo werden AI-tools ingezet om afvalherkenning te uniformeren en werd een ‘robot’ ontwikkeld die administra tieve gegevens automatisch kan opvragen. Dit ontlast toezichthouders en maakt het werkproces efficiënter, terwijl de kwaliteit van dossieropbouw toeneemt. Geluidstoezicht in het havengebied In het Westelijk havengebied kreeg preventief toezicht op geluidoverlast meer aandacht. In samenwerking met gemeenten en het havenbedrijf werden bedrijven aangesproken op het reduceren van geluid, ook wanneer dit binnen de norm bleef. Daarmee verschuift toezicht steeds meer naar het vroeg signaleren en het voorkomen van hinder, in plaats van uitsluitend corrigeren achteraf. Toezicht op risicovolle bedrijven: Seveso en RIE4 Milieu- en externe veiligheid vormden een belangrijke pijler onder het toezicht. In 2025 voerde de Omgevingsdienst zowel administratieve als locatieinspecties uit bij ongeveer veertig Seveso1-bedrijven en veertig complexe chemiebedrijven die onder de RIE4-categorie vallen (Richtlijn Industriële Emissies).
Bij deze bedrijven werd specifiek gekeken naar veiligheidssystemen en naleving van veiligheidsvoorschriften. Gerichte inzet leidde tot aantoonbare risicoreductie. Luchtkwaliteit: meer meten, meer handhaven Luchtkwaliteit was in 2025 een belangrijk aandachtspunt. De Omgevingsdienst heeft meer gemeten, vaker bevraagd en meer gehandhaafd dan in voorgaande jaren. Hierbij lag de nadruk op grote industriële bedrijven, waaronder Tata Steel, maar bijvoorbeeld ook ICL. Naast handhaving bij overschrijdingen werd kritisch gekeken naar de betrouwbaarheid van meetapparatuur en de naleving van kalibratieverplichtingen. Meetdienst De Omgevingsdienst heeft in 2025 besloten om een eigen meetdienst op te richten. Daarmee wil de organisatie beschikken over betrouwbare en onafhankelijk verkregen meetgegevens, die een steeds belangrijkere rol spelen in de bestuurlijke en maatschappelijke context. Dit geldt in het bijzonder voor gegevens van bedrijven die vallen onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies en de Seveso-wetgeving. Hoewel bedrijven zelf verantwoordelijk zijn voor emissiemetingen, acht de Omgevings dienst het noodzakelijk om onafhankelijke controlemetingen uit te voeren.
1 Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden Brzo bedrijven aangeduid als Seveso inrichtingen, wat aansluit bij Europese terminologie.
Jaarstukken 2025
15
Zeer zorgwekkende stoffen In 2025 werkte de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verder aan een stevige aanpak voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). De kern bestaat uit twee stappen: eerst inzicht krijgen in welke ZZS-bedrijven gebruiken, lozen of uitstoten, en vervolgens bepalen welke maatregelen nodig zijn om emissies te verminderen of te vermijden. De Omgevingsdienst dringt aan op scherpere wet‑ en regelgeving. Uiteindelijk draait deze hele aanpak om één doel: het terugdringen van de blootstelling van omwonenden aan schadelijke stoffen en het beschermen van hun gezondheid in een gebied waar industrie en woonwijken dicht op elkaar liggen. Waterkwaliteit en indirecte lozingen In 2025 werkte de Omgevingsdienst intensief aan het terugdringen van veront reiniging in bedrijfswaterlozingen op het riool. Deze opgave wordt steeds urgenter omdat Nederland in 2027 moet voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water. De kwaliteit van het oppervlaktewater staat onder druk, en daarom zoekt de Omgevingsdienst actief de samenwerking op met OD IJmond, OD Noord‑Holland Noord en de waterschappen. Energie en bodemenergie In 2025 werkte de Omgevingsdienst volop aan de opgave om energieverbruik te verminderen, een belangrijke stap richting een energieneutraal Nederland in 2050.
We stimuleren bedrijven om daadwerkelijk energiebesparende maatregelen te nemen en houden toezicht op de naleving van de verplichtingen die daarbij horen. Daarbij beoordelen we rapportages, spreken bedrijven aan en controleren of maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd. Circulaire Economie In 2025 werkte de Omgevingsdienst verder aan het versterken van de transitie naar een circulaire economie. De Omgevingsdienst voert hierbij de afvalstoffen wetgeving uit, maar kijkt nadrukkelijker dan voorheen naar kansen voor recycling, hergebruik en productstromen met minder milieu-impact. Tegelijkertijd ontwikkelt de organisatie binnen het programma Circulaire Economie nieuwe VTH‑instrumenten die deze transitie moeten ondersteunen. Steeds vaker komen bedrijven met initiatieven om materialen die vroeger als afval golden opnieuw te gebruiken. Een goede ontwikkeling, maar ook juridisch complex en het vraagt veel tijd en expertise. Tata Steel In 2025 nam de maatschappelijke en politieke aandacht voor Tata Steel verder toe. Tegelijkertijd groeide ook onze inzet op dit dossier. Nog duidelijker is geworden dat diverse installaties op het terrein niet of onvoldoende voldoen aan de milieuregels en dat de compliance van het bedrijf tekortschiet.
16
Daar staat tegenover dat het nationale programma voor verduurzaming van de industrie juist verder op gang is gekomen. In dit traject zijn afspraken gemaakt over subsidiëring, verwachte gezondheidswinst en de eerste stappen richting nieuwe staalproductieprocessen, waaronder vergunningaanvragen en een Milieueffectrapportage (MER) voor toekomstige installaties. Eind juni 2025 diende Tata Steel de eerste MER in voor het programma HeraCless/ Groen Staal; in september volgde een herziene versie. Het gaat om een omvangrijk document met duizenden pagina’s technische onderbouwing en berekeningen. De Omgevingsdienst coördineert de beoordeling van dit mer namens de betrokken overheden en werkt hierbij nauw samen met de landelijke Commissie mer. Schiphol In de eerste helft van 2025 was er veel beweging rond het dossier Schiphol. De maatschappelijke aandacht richtte zich vooral op de PFAS‑problematiek, waarbij verschillende vergunningen en procedures een belangrijke rol speelden. Het beroep in de zogenoemde “100‑beroepszaak” tegen de beslissing op bezwaar voor de opslag van verontreinigde grond op locatie TTOP4 is ingetrokken. Daarmee is de omgevingsvergunning voor deze locatie definitief en onherroepelijk. Ook de vergunning voor de grondreinigingsinstallatie TTOP5 is inmiddels onherroepelijk.
Schiphol heeft deze installatie gebouwd en naar verwachting zal deze medio 2025 operationeel zijn. Tegelijkertijd werkt de Omgevingsdienst samen met Schiphol aan het verder in beeld brengen van alle PFAS‑bodemverontreinigingen op en rond het luchthaven gebied. Schiphol bereidt hier een notitie met vervolgstappen en een bijbehorende planning voor, die in het derde kwartaal aan de directie wordt voorgelegd. De Omgevingsdienst wordt nauw betrokken bij de uitwerking hiervan, zodat een gezamenlijk beeld ontstaat van de noodzakelijke maatregelen en prioriteiten. Ook was er afgelopen jaar veel aandacht voor de schitteringsproblematiek bij Schiphol. De zonnepanelen bij het zonnepark De Groene Energie Corridor (DGEC) veroorzaakten na plaatsing in 2025 schittering voor piloten die, bij bepaalde zonstanden, de Polderbaan naderen. Vanwege beïnvloeding van de vliegveiligheid, zijn deze risico’s serieus genomen. De schittering ontstond mede door de toepassing van een ander type paneel. Omdat de door de NLR geadviseerde panelen niet meer beschikbaar waren, heeft DGEC voor een alternatief gekozen. Dit type paneel veroorzaakte verblinding. De Omgevingsdienst neemt deel aan het veiligheidsoverleg (ISMS) samen met Schiphol, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), DGEC en de gemeente.
De Omgevingsdienst beoordeelt de situatie vanuit milieu- en omgevingsveiligheid en helpt bepalen welke maatregelen nodig zijn om de risico’s te verminderen, ook voor de toekomst. Er worden nu vervolgafspraken gemaakt om te komen tot een blijvende, veilige oplossing.
Jaarstukken 2025
17
Financiële verantwoording Het resultaat op het Programma Milieu is € 180K voordelig ten opzichte van de bijgestelde begroting. De lasten zijn (€ 0,8M) lager dan begroot, de baten zijn (€ 0,6M) lager dan begroot. De lagere lasten komen voort uit lagere kosten voor capaciteit (-€ 742K/-2,5%) en materieel (-€ 86K/3,8%) dan begroot. De lagere kosten voor capaciteit zijn grotendeels gerelateerd aan lagere loonkosten (-€ 514K) vanwege het niet of niet tijdig genoeg (t.o.v. begroot) vervullen van vacatures. Daarnaast is de inzet voor externen (-€ 228K) lager dan begroot. De onderschrijding op het materieel budget is voornamelijk toe te schrijven aan lagere kosten omtrent externe juridische inzet dan verwacht. De lagere baten komen voornamelijk terug op de uitvoeringsovereenkomsten (UVO) (€ 1,0M) deels gecompenseerd door hogere baten Overig en Subsidies via ODNL (€ 0,2M) en de Specifieke Uitkering THE (€ 0,1M). Betreffende de UVO’s zit de onderschrijding op zowel het Output-gedeelte (€ 0,4M/-1%) als het Regie-gedeelte (€ 0,5M/-2%) als op het materieel budget (€ 0,1M/4%). De onderschrijving op het output-pakket is deels afhankelijk van de realisatie (-€ 0,1M) en deels het gevolg van de toepassing van de 5% regeling (-€ 0,2M).
Binnen de realisatie zien we met name een verschuiving van inzet op A & B1 inrichtingen naar de B2, Rie Overig, Provinciale BRZO en Gemeentelijke Brzo & Rie 4 inrichtingen. De onderschrijding op het regie-pakket is zowel toe te schrijven aan diverse producten met een lagere realisatie (e.g. Landelijke thema’s, Programmatisch actualiseren, Groen Staal, Tata Steel, Ketentoezicht, Digitalisering) als aan diverse producten met een hogere realisatie (bijvoorbeeld Milieu Advies, VTH GBES, Indirecte/tijdelijke lozingen, Evenementen, Kennis & expertise). De Specifieke Uitkeringen (SPUK) betreffen in 2025 een tweetal uitkeringen; Toezicht en Handhaving Energiebesparing en EZK (Groen Staal). Deze baten zijn hoger dan begroot (€ 0,1M). Dit jaar zijn er meer SPUK gelden ingezet ten behoeve van activiteiten dan begroot. Van de meerjarige SPUK THE resteert € 0,8M, te besteden in 2026. De meerjarige SPUK EZK is volledig besteed.
29.836
lasten
29.008 51.111
baten
50.463 21.276
saldo
21.456 0
10.000
20.000
30.000
40.000
50.000
60.000 x € 1.000
gewijzigde begroting
realisatie
Programma Milieu/Seveso: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.
18
Programma Milieu/Seveso (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
verschil begroting vs realisatie
realisatie
lasten
29.836
29.008
-828
baten
-51.111
-50.463
648
saldo
-21.276
-21.456
-180
(-/- = voordeel, + = nadeel)
2.4
Programma Randvoorwaardelijk
In dit programma zitten producten die voor elke opdrachtgever noodzakelijk zijn. Het gaat om werkzaamheden voor accountmanagement, informatieanalyse, procesondersteuning en risicobeheersing zoals de consignatiedienst en nieuwe wet- en regelgeving. De opdrachtgevers betalen voor deze producten jaarlijks een vast bedrag. Daarnaast zijn een aantal producten opgenomen zoals Bibob, Omgevingswet en Verweer in bezwaar en beroep die op regiebasis worden afgerekend per opdrachtgever. Een aantal belangrijke ontwikkelingen is in deze rapportage opgenomen. Doorwerking Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Het afgelopen jaar was met name bij de vergunningverleners de overgang nog goed merkbaar. Bouwen milieuvergunningen kunnen onder de Omgevingswet ‘los’ van elkaar worden aangevraagd. Dit vraagt van de Omgevingsdienst een aanpassing in de behandeling. In 2025 was dit meer dan het jaar ervoor een aandachtspunt. In de Omgevingswet wordt meer aandacht gegeven aan vooroverleg bij vergunningstrajecten. Bij de Omgevingsdienst is gemerkt dat aanvragers, met name van grotere industriebedrijven, deze stap proberen te omzeilen omwille van de snelheid. Het gevolg hiervan is dat in een later stadium de aanvrager voor verrassingen kan komen te staan. Dit zorgt voor spanning tussen de Omgevingsdienst en de aanvrager.
Risicoverklaring In 2025 is de Omgevingsdienst gestart met het ontwikkelen van een instrument om beleidsrisico’s op een structurele en uitvoeringsgerichte manier te signaleren. Deze behoefte volgt uit de evaluatie van de stand van zaken van de beleidstekortenbrief uit 2022. Hieruit werd duidelijk dat een structurele aanpak nodig is om risico’s tijdig te signaleren en te agenderen bij overheden op alle niveaus: lokaal, regionaal en landelijk. Om hier invulling aan te geven is een zogenaamde Risicoverklaring in ontwikkeling. Dit is een instrument om beleidsmakers te informeren over risico’s die voortkomen uit ontbrekend of onvoldoende beleid. In deze risicoverklaring worden risico’s voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving gesignaleerd en geagendeerd bij beleidsmakers. Daarbij wordt ook een handelingsperspectief meegegeven zodat de beleidsmakers die het betreft hiermee aan de slag kunnen.
Jaarstukken 2025
19
Juridische expertise & openbaarmaking (Woo) Woo en actieve openbaarmaking In 2023 is de Omgevingsdienst gestart met het project actieve openbaarmaking op basis van de Wet open overheid (Woo). Sinds 2024 neemt de Omgevingsdienst deel aan diverse landelijke werkgroepen om de voortgang en aanpak af te stemmen met andere overheidsorganen. Vanaf 2025 is de Omgevingsdienst bovendien medevoorzitter van een landelijk projectleidersoverleg onder begeleiding van ODNL. In de afgelopen jaren zijn meerdere Woo‑categorieën verplicht geworden; aan deze verplichtingen wordt voldaan. In 2025 zijn 71 Woo‑verzoeken ontvangen. Dankzij de inrichting en digitalisering van het proces kon een groot deel digitaal worden afgehandeld. Openbaarheidsparagraaf Sinds 2022 bevat de verslaggeving een openbaarheidsparagraaf. Dit vloeit voort uit wettelijke verplichtingen én uit de overtuiging dat openbaarheid essentieel is voor transparantie en verantwoording. De Woo schrijft voor dat bestuursorganen in begroting en verantwoording het beleid en uitvoering rond openbaarheid toelichten. Hieronder wordt de in 2025 uitgevoerde activiteiten toegelicht die de kwaliteit van actieve en passieve openbaarmaking verder verbeteren. Actieve openbaarmaking De nieuwe wet zegt dat bestuursorganen een aantal wettelijke categorieën actief openbaar moet maken.
Daarnaast moeten zij moeite doen om te onderzoeken welke extra informatie zij nog meer kunnen publiceren, naast de informatie die verplicht is. Door deze inspanningsverplichting moet de overheid zich bij elk document actief de vraag stellen waarom het niet openbaar gemaakt zou moeten worden, ‘openbaar, tenzij’. De samenleving heeft immers het recht te weten wat er in de leefomgeving speelt. De Omgevingsdienst staat volledig achter deze wet. Hoewel het betreffende artikel nog niet volledig in werking is getreden, is al begonnen met de implementatie. De Omgevingsdienst heeft eerst in kaart gebracht welke categorieën wettelijk verplicht openbaar moeten worden gemaakt en vervolgens bepaald welke aanvullende categorieën de dienst zelf extra wil publiceren. Hiervoor is een plan van aanpak opgesteld, met aandacht voor de cultuurverandering die de wet vergt en een projectplanning voor de komende jaren. De Omgevingsdienst voldoet aan de eerste verplichte categorieën. Daarnaast wordt actief deelgenomen aan de landelijke werkgroep openbaarmaking van handhavingsbeschikkingen (afronding voorzien in 2026) en is in 2025 binnen ODNL een kennisgroep actieve openbaarmaking geïnitieerd voor afstemming en waar mogelijk uniformering tussen omgevingsdiensten. Ook is gestart met de doorontwikkeling van het e‑Dataloket voor het ontsluiten van documenten.
Doel is de vindbaarheid en compleetheid te vergroten; dit traject loopt in 2026 door. Passieve openbaarmaking Het aantal Woo‑verzoeken - waaronder zeer omvangrijke - is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarom is de begroting fors verhoogd (van 1.755 uur in 2022 naar 10.022 uur in 2025), waardoor de Woo sinds 2023 programma‑overstijgend is belegd. In 2025 was 10.022 uur begroot; 9.393 uur is daadwerkelijk geschreven. Het verschil wordt vooral verklaard door ziekte en het niet tijdig kunnen invullen van vacatures. De behandeling van Woo‑verzoeken is arbeidsintensief. Naast het beoordelen op uitzonderingsgronden en het verwerken van grote documentvolumes vraagt het proces om soft skills: verzoekers verwachten vaker tussentijdse updates en collega’s
20
moeten goed worden meegenomen in de laatste Woo‑ontwikkelingen. Ook zienswijzen worden steeds uitgebreider ingediend en verdienen een zorgvuldige behandeling; daarmee is in meerdere dossiers bezwaar en/of beroep voorkomen. In 2025 zijn de processen verder geoptimaliseerd en deels geautomatiseerd, waardoor het handwerk afneemt. Dit zal zich naar verwachting vertalen in snellere termijnafhandeling. Door de uitbreiding van actieve openbaarmaking verwacht de Omgevingsdienst dat het aantal Woo‑verzoeken op termijn afneemt, al duurt het vermoedelijk enkele jaren voordat dit effect zichtbaar wordt. Financiële verantwoording Het programma Randvoorwaardelijk heeft een nadeel van € 57K ten opzichte van de begroting. Er is een voordeel van € 141K op de lasten. Voor de implementatie van de omgevings wet was rekening gehouden met hogere kosten die in 2025 niet gerealiseerd zijn. Aan de batenkant is een nadeel ontstaan van € 197K. Er is minder capaciteit ingezet voor de Woo verzoeken, onder andere als gevolg van ziekte en zwangerschap. Daarnaast zijn er op diverse (kleine) producten minder uren gerealiseerd waardoor de baten lager zijn.
11.215
lasten
11.074 10.824
baten
10.627
mutaties -235 reserves -174 156
saldo -1.000
274 0
1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000 9.000 10.000
gewijzigde begroting
x € 1.000
realisatie
Programma Randvoorwaardelijk: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000) Lasten zijn exclusief lasten voor bedrijfsvoering. Deze zijn opgenomen in het programma Bedrijfsvoering.
Programma Randvoorwaardelijk (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
verschil begroting vs realisatie
realisatie
lasten
11.215
11.074
-141
baten
-10.824
-10.627
197
mutaties reserves
-235
-174
61
saldo
156
274
118
(-/- = voordeel, + = nadeel)
Jaarstukken 2025
21
2.5
Programma Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering ondersteunt en adviseert de organisatie op het gebied van personeelszaken, informatievoorziening, financiële administratie, communicatie, huisvesting, facility management, sturing, coaching en planning en control. Naast deze personele en materiële bedrijfsvoeringkosten worden de personele overheadkosten van het management van de gehele organisatie op dit programma verantwoord. Facilitaire organisatie & duurzame huisvesting Ontwerp en realisatie van het nieuwe kantoor Met Ebbehuis ontwerpt de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied in 2025 een nieuw en duurzaam kantoor. Hier komt al het goede van thuiswerken samen met diverse vormen van elkaar ontmoeten. Het gebouw is de plek waar medewerkers en andere gebruikers verbinding vinden, waar ze elkaar regelmatig fysiek ontmoeten. In het nieuwe Ebbehuis werken mensen samen, zien ze elkaar tijdens overleggen, teamdagen, trainingen en kunnen ze terecht voor praktische zaken. Op basis van het nieuwe werkplekconcept is er een nieuwe werkomgeving ontworpen. Daarbij is het belangrijk dat, door activiteitgericht te werken, wordt gezorgd voor een goede spreiding van de bezetting over de werkweek. Op die manier is er voldoende ruimte voor iedereen, in een gezond werkklimaat. Het definitief ontwerp en de planning voor de verbouwing is in het 4e kwartaal 2025 afgerond.
De oplevering van het vernieuwde kantoor zal plaatsvinden in 3e kwartaal van 2026. Duurzaamheid van gebouwen en middelen Bij de verduurzaming van het kantoorpand wordt al met behulp van data de CO2-uitstoot gemonitord. Het actief reduceren van de CO2-uitstoot heeft constant de aandacht. Een goede stap in duurzaam ondernemen is de update van het wagenpark van de Omgevingsdienst. Deze is inmiddels grotendeels elektrisch. Eind 2025 is daar een zogeheten meetauto (elektrisch) aan toegevoegd. Deze wagen helpt bij het nemen van bijvoorbeeld afvalwatermonsters of geluidsmetingen. Inkoop en aanbesteding in ontwikkeling Om in ontwikkeling te blijven, heeft de Omgevingsdienst afgelopen jaar meerdere pilots gedraaid met het aanbestedingsprogramma Tenpu. Daarnaast is ook de samenwerking opgezocht wat resulteert in een terugkerende meeting met 7 andere OD’s vanuit Zuid- en Noord-Holland. Hiermee wordt een brede kennisgroep gecreëerd voor mogelijke samenwerking. Buiten de ontwikkelingen om zijn er in het reguliere inkoopproces in 2025 meerdere aanbestedingen succesvol afgerond. De belangrijkste zijn de ICT-dienstverlening en de Bedrijfsarts en zijn we gestart met de niet openbare Europese aanbestedingen voor een Social Mediabureau en een vormgever, welke in 2026 worden afgerond.
Informatiegestuurd en datagedreven werken Versterking van sturingsinformatie Data-analyse is in 2025 in het programma Data Gedreven Werken (DGW) verder ontwikkeld. De Omgevingsdienst investeerde in betere dashboards en analysetools, waardoor directie, management en operationele teams actuele en betrouwbare sturingsinformatie tot hun beschikking hebben. 22
Deze dashboards bieden inzicht in trends, knelpunten, risico’s en voortgang, onder meer op thema’s als het Tata-programma en de uitvoering van toezicht- en VTH‑taken. De inzet van dataproducten maakt besluitvorming beter onderbouwd, consistenter en sneller. Datagovernance en kwaliteitsborging Om ervoor te zorgen dat data structureel, veilig en betrouwbaar gebruikt kunnen worden, is in 2025 stevig ingezet op datagovernance. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over rollen, verantwoordelijkheden en kwaliteitseisen. Het Databoard vormt hierbij het strategisch beslispunt voor datagerelateerde onderwerpen en bewaakt samenhang tussen initiatieven, prioriteitstelling en naleving van ethische en privacyrichtlijnen. Daarnaast zijn datakwaliteitsrapportages geïntroduceerd die periodiek worden gepubliceerd. Hiermee worden datasets kritisch beoordeeld op volledigheid, juistheid en actualiteit. Teams krijgen zo inzicht in waar verbeteringen nood zakelijk zijn, wat de basis vormt voor betrouwbaar datagedreven toezicht en vergunningverlening. e-MJV als vaste informatiebron De Elektronisch Milieujaarverslag‑keten (e-MJV) werd in 2025 sterker geïntegreerd in de analyseprocessen. Dit maakt het mogelijk om sneller afwijkingen te detec teren, milieubelastende activiteiten beter te vergelijken en scherper te prioriteren in toezicht en vergunningverlening.
Innovatie: de Geurenradar Een bijzonder project in 2025 is de Geurenradar, een systeem dat realtime sensordata combineert met slimme analysemethoden. Geurklachten kunnen hierdoor objectiever worden beoordeeld en sneller gekoppeld aan mogelijke bronnen. Het systeem ondersteunt toezichthouders bij het duiden van hinderpatronen, waardoor gerichter kan worden opgetreden en trends tijdig worden gesignaleerd. AI‑ontwikkeling en digitale innovatie Van experiment naar toepassing Waar AI in eerdere jaren vooral in de experimentele fase zat, groeide het in 2025 uit tot praktische ondersteuning van vergunningverleners, handhavers en juristen. Cameratoezicht met automatische beeldherkenning maakt het mogelijk om risicovolle situaties sneller te detecteren en handhavingscapaciteit efficiënter in te zetten. Deze systemen worden zorgvuldig getoetst aan juridische en ethische kaders; de professional blijft altijd eindverantwoordelijk. Digitale interactie en ondersteuning Chatbots werden verder doorontwikkeld en bieden inwoners én medewerkers laag drempelige toegang tot informatie, onder meer over de Omgevingswet en interne processen. Dit ontlast teams en verbetert de service en toegankelijkheid van kennis. AI‑agents voor complexe dossiers AI‑agents ondersteunen de uitvoering bij complexe dossiers, zoals asbest.
Ze analyseren documentatie en risico’s en markeren afwijkingen, waardoor vergunningverleners sneller tot goed onderbouwde besluiten kunnen komen. Ook is gewerkt aan AI‑ondersteunde zoekmachines voor het team Juridische Expertise: met semantische zoektechnologie wordt tijd bespaard en wordt de kwaliteit van adviezen verhoogd.
Jaarstukken 2025
23
Processen, informatie & informatiebeveiliging Informatiesystemen en archivering De overgang naar een nieuw zaaksysteem in 2025 was een belangrijke stap voor een toekomstbestendige informatiehuishouding. Waar het oude systeem vernietiging van informatie niet toeliet, biedt het nieuwe systeem deze functio naliteit wél. Dit is een belangrijke stap voor het efficiënt kunnen voldoen aan de archiefwet. Dit jaar zijn voor het eerst – na toetsing door teammanagers – gegevens auto matisch vernietigd die volgens de Archiefwet niet langer bewaard mogen worden. Dit versterkt compliance en vermindert vervuiling van informatiebestanden. Informatiebeveiliging en ISMS Met de implementatie van het Information Security Management System (ISMS) heeft de Omgevingsdienst de basis gelegd voor een structurele en voorspelbare aanpak van informatiebeveiliging. Het systeem monitort waar gegevens worden opgeslagen en welke maatregelen nodig zijn. In een tijd van toenemende digitale dreiging en geopolitieke instabiliteit is dit een belangrijke stap in de volwassen wording van de organisatie. Digitale weerbaarheid van medewerkers Digitale fitheid kreeg meer aandacht. Door medewerkers beter te trainen in systematisch werken en veilig digitaal gedrag, dalen risico’s en stijgt de kwaliteit van informatiebeheer. Dit past in een bredere beweging waarin informatie als fundament van het werk wordt gezien.
Informatiebeleid In 2025 is gewerkt aan een nieuw informatiebeleid dat zich richt op informatie beveiliging, bedrijfscontinuïteit en verantwoord gebruik van AI. Dit beleid vormt de strategische leidraad voor keuzes in de komende jaren. Samenwerkingsagenda 4OD’s De vier Noord-Hollandse Omgevingsdiensten werken op uitvoeringsniveau nauw samen. In 2025 is de samenwerkingsagenda geëvalueerd en herzien. In de nieuwe samenwerking zijn enkele lopende onderwerpen afgesloten en nieuwe toegevoegd. De Omgevingsdiensten versterken elkaar in de samenwerking op het uitwisselen van kennis en uitvoering bij VTH-taken. Ook wordt samengewerkt op onderwerpen in de bedrijfsvoering waar mogelijk. Denk hierbij aan het afstemmen van inkoop- en aanbestedingsagenda’s. Elke Omgevingsdienst werkt samen binnen de kaders van de eigen uitvoeringsovereenkomsten Communicatie & omgevingsbewust werken Heldere en toegankelijke communicatie In 2025 investeerde de Omgevingsdienst sterk in duidelijke, toegankelijke en tijdige communicatie, zowel richting de buitenwereld als intern binnen de organisatie. Extern lag de nadruk op het goed informeren van bewoners, opdrachtgevers, media en andere stakeholders over besluiten en ontwikkelingen met impact op hun leefomgeving. Daarbij werd ingezet op begrijpelijke uitleg, transparantie over keuzes en het versterken van omgevingsmanagement.
Nieuwe website en programma Duidelijk OD Een belangrijke stap was de lancering van een nieuwe website die beter aansluit op de informatiebehoeften van verschillende doelgroepen. Daarnaast startte het programma Duidelijk OD, gericht op het vereenvoudigen en verduidelijken van complexe informatie, zodat iedereen beter kan begrijpen wat de omgevingsdienst doet en wat besluiten betekenen. 24
Verbinding en samenwerking binnen de organisatie Intern zijn in 2025 diverse activiteiten geïnitieerd die bijdragen aan meer verbinding, samenwerking en betrokkenheid binnen de organisatie. De doorontwikkeling van het intranet Ebbecloud versterkte de interne informatievoorziening en helpt medewerkers elkaar beter te vinden. Daarbij is de communicatiefunctie verder verschoven van uitvoerend naar meer strategisch en adviserend, wat zorgt voor meer samenhang en afstemming in de organisatie. Betere vindbaarheid en meer transparantie Hoewel communicatie niet direct leidt tot minder emissies of een schonere leef omgeving, heeft het wél gezorgd voor betere vindbaarheid, meer transparantie en een toegankelijkere organisatie. Bewoners weten beter waar zij met vragen, meldingen of zorgen terecht kunnen en ervaren meer betrokkenheid bij ontwikke lingen in hun buurt. Van buiten naar binnen denken De Omgevingsdienst denkt steeds sterker van buiten naar binnen: de leefomgeving en het perspectief van bewoners staan in complexe dossiers nadrukkelijker centraal. Tegelijkertijd blijft er werk aan de winkel. Informatie kan nog begrijpelijker en omgevingsmanagement moet verder worden verankerd in de werkwijze van de organisatie. Mens & organisatie Arbeidsmarkt en werving De krapte op de arbeidsmarkt blijft een grote uitdaging.
Via gerichte wervings campagnes, traineeships, deelname aan beurzen, sociale media en de vernieuwde website werkenbij.odnzkg.nl zijn 89 vaste medewerkers aangenomen. Daarnaast zijn 108 externe medewerkers ingestroomd via een nieuw inhuurproces met broker. Dit vergroot flexibiliteit en continuïteit. Leren en ontwikkelen De Omgevingsdienst blijft investeren in een lerende organisatie. In 2025 zijn leerlijnen ontwikkeld voor kernfuncties in het primair proces en zijn circa 150 trainingen aangeboden, waarvan een derde via de landelijke ODNL‑Academie. Samenwerking met andere omgevingsdiensten (zoals de Seveso‑diensten) heeft geleid tot kennisuitwisseling op landelijk niveau. Intervisie en teamontwikkeling worden actief ondersteund. Gezondheidsmanagement, veiligheid en welzijn In 2025 heeft de Omgevingsdienst de regie op gezondheidsmanagement verder versterkt. Het doel is om gezondheidsrisico’s en belastende factoren in het werk eerder te signaleren en gericht aan te pakken. De focus ligt meer dan voorheen op preventie van uitval en het vergroten van het bewustzijn rond duurzame inzetbaarheid. Daarbij is extra aandacht besteed aan het voorkomen van psychisch verzuim, vooral bij risicogroepen. Wanneer verzuim zich toch voordoet, zorgt de organisatie voor passende begeleiding.
De Omgevingsdienst blijft daarnaast alert op een gezonde balans tussen werk en privé, met oog voor verschillende levensfasen en ingrijpende gebeurtenissen zoals mantelzorg, rouw en overgangsklachten. In 2025 is het beleid rond agressie en geweld vernieuwd en is het melden van (bijna-)ongevallen verder laagdrempelig gemaakt. De basis ligt in het vernieuwde beleid rond de Risico‑Inventarisatie & Evaluatie (RI&E). De technische voorbe reidingen voor de functie‑RI&E zijn getroffen en de planning voor de beleidsen organisatie‑RI&E is vastgesteld.
Jaarstukken 2025
25
Ook werd de aanbesteding voor bedrijfsgezondheidszorg en een bedrijfsarts afgerond. Dit intensieve traject vormt de basis voor betere ondersteuning vanuit een netwerk van gespecialiseerde dienstverleners dat helpt bij verzuimpreventie en re‑integratie. Arbeidsrelaties en Wet DBA Om te voldoen aan de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) zijn alle samenwerkingen met zzp’ers herbeoordeeld. Waar nodig zijn contracten aangepast of omgezet naar andere vormen, zoals detachering. In 2025 zijn 47 zzp‑contracten beëindigd; 21 van deze professionals zijn in dienst getreden. Hiermee blijft de Omgevingsdienst voldoen aan wet- en regelgeving en wordt de continuïteit van werkzaamheden gewaarborgd. Financiële verantwoording Het programma Bedrijfsvoering komt uit op een positief resultaat van € 454K (exclusief mutatie reserves). Dit bestaat uit € 316K lagere lasten, € 138K hogere baten. In totaal is het saldo van de reserves € 53K lager geworden. Er is € 89K gedoteerd aan de reserve POB en is er € 142K onttrokken voor vitaliteitsuren.
26
Door het uitstellen van het invullen van vacatureruimte is er € 405K minder aan loonkosten uitgegeven dan begroot. In 2025 is het nieuwe VTH-systeem geïmplementeerd. Er bleek voornamelijk meer externe inzet nodig dan verwacht voor de implementatie. De opleverkosten van het nieuwe VTH-systeem waren fors hoger dan vooraf ingeschat. Als gevolg hiervan heeft de Omgevingsdienst NZKG dubbele licentiekosten, omdat het oude VTHsysteem langer in gebruik was. Ook zijn de kosten voor ICT-licenties hoger als gevolg van de groeiende organisatie. Er is een voordeel ontstaan op facilitaire kosten door uitstel van de verbouwing van Ebbehuis. Het uitstellen van de verbouwing heeft geleid tot een voordeel op de begrote kapitaallasten. Er zijn meer verlofuren aangekocht door medewerkers dan verwacht. Ook de opname van het aantal verlofuren is dit jaar hoger geweest dan begroot. Hierdoor ontstond er een voordeel.
31.308
lasten
30.992 1.052
baten
mutaties reserves
1.190 0 -53 30.256
saldo -5.000
29.749 0
5.000
10.000 15.000 20.000 25.000 30.000 35.000
gewijzigde begroting
x € 1.000
realisatie
Programma Bedrijfsvoering: gewijzigde begroting vs. realisatie (x € 1.000)
Programma Bedrijfsvoering (bedragen x € 1.000)
gewijzigde begroting
verschil begroting vs realisatie
realisatie
lasten
31.308
30.992
-316
baten
-1.052
-1.190
-138
-
-53
-53
30.256
29.274
-508
mutaties reserves saldo (-/- = voordeel, + = nadeel)
Jaarstukken 2025
27
3 Paragrafen 3.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is een door het Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten en provincies (BBV) voorgeschreven paragraaf. De beleidskaders vanuit de Omgevingsdienst zijn vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement. De paragraaf bestaat uit de volgende onderdelen: • Ontwikkelingen in 2025 • Weerstandsvermogen, bestaande uit: – Inventarisatie risico’s – Inventarisatie weerstandscapaciteit – Berekening en beoordeling van het weerstandsvermogen • Financiële kengetallen Ontwikkelingen 2025 Het risicobedrag voor 2026 is fors lager dan de inschatting bij de vorige jaar rekening. Het betreft een daling van € 2,8M bij jaarrekening 2024, naar € 1,3M in jaarrekening 2025. De grootste daling betreft een lager operationeel risico vanwege de getekende UVO’s 2026, waar eerder een gemeentelijk ravijnjaar verwacht was. Aangevuld met prestatiegerichte financiering risico’s die vervallen, in verband met de keuze om naar een nieuwe financiering systematiek te gaan vanaf 2028 en om vanaf 2026 af te rekenen op basis van daadwerkelijk uren. De Omgevingsdienst heeft het aantal zzp contracten verminderd eind 2025. Het risico vanuit onder andere de wet DBA is daarom bijgesteld van gemiddeld naar klein vanaf 2026.
Vanwege de verouderde installaties en druk op de emissie reductie, wordt vanuit Tata een besluit verwacht in de komende 1-3 jaar over het wel/ niet blijven in de Nederland. Het risico van vertrek wordt hoger ingeschat vanwege de landelijke politieke ontwikkelingen, waarbij een maatwerkafspraak is overeengekomen tussen TATA en de Nederlandse overheid. Gedurende 2025 is het nieuwe zakensysteem PowerBrowser geïmplementeerd en in gebruik genomen, dit risico komt te vervallen. Een nieuw risico betreft de samenwerking van OD's in Noord-Holland. Omgevingsdienst zal in 2026 starten met een voorverkenning naar de meerwaarde van een eventuele fusie van OD NZKG en OD IJmond. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio van de noodzakelijke weerstandscapaciteit ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel volgt een overzicht van de risico’s. Van alle risico’s is het financieel effect (gevolg) ingeschat. Afhankelijk van de kans dat een risico zich