Definitief verslag RO 19 01 2022
Tekst van het document
Hij vindt het dan ook goed als iedereen onder dezelfde voorwaarden over zou kunnen stappen. Het lijkt hem onverstandig om er nu een soort verkiezingsdebat van te maken. Hij heeft dus een fundamenteel eigen kijk op het erfpachtstelsel. Hij vindt wel dat het erfpachtstelsel een goed instrument is om ervoor te zorgen dat er grip is op de stad, dat daarin geïnvesteerd kan worden en dat iedereen in de stad tegen dezelfde voorwaarden kan overstappen naar het eeuwigdurende erfpachtstelsel. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de heer Van Dantzig weet (??). Dat is om speculanten tegen te gaan. De heer VAN DANTZIG weet dat het steeds de bedoeling was om speculatie tegen te gaan en wat hem betreft is dat nog steeds een goede doelstelling. Mevrouw VAN SOEST (onverstaanbaar). De heer VAN DANTZIG meent dat particuliere erfpacht (??) in Amsterdam. Hij
33
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
denkt dat er economisch gezien van alles op te merken valt over de stad als grondbezitter. Mevrouw DE BRUINE hoorde de heer Van Dantzig diens complimenten maken aan de heer Boomsma over diens kennis van het erfpachtdossier. De heer Van Dantzig gaf daarbij aan dat het een heel ingewikkelde materie is. Ook voor de raadsleden is het een ingewikkelde aangelegenheid. Kan de heer Van Dantzig daarom begrijpen dat het voor Amsterdammers nog veel onbegrijpelijker is? De heer VAN DANTZIG denkt inderdaad dat het heel moeilijk is om alles een beetje te doorgronden. Zijn ervaring is echter dat als men de moeite neemt om de stukken goed door te nemen, de materie wel goed navolgbaar blijkt te zijn. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoorde de heer Van Dantzig zeggen dat de vorige wethouder Grondzaken er een potje van gemaakt heeft. Waarom heeft D66 in het vorige college dan ingestemd met de overstapregeling? De heer VAN DANTZIG antwoordt de heer Van der Burg te kennen als iemand die erg voor zijn zaken staat. Hij denkt dat de heer Van der Burg nu meer reparaties van het stelsel zou hebben voorgesteld dan toen. Toen waren de problemen nog niet zo inzichtelijk als nu wel het geval is. Met de kennis van nu zouden er toen veel problemen te voorkomen zijn geweest. Hij denkt dat men nu goed op stoom is.
Sommigen pleiten in hun verkiezingsprogramma voor het opheffen van de erfpacht, maar dat gaat naar zijn mening ook een hoop problemen geven. Hij vindt erfpacht iets waar de stad veel aan heeft. Hij vindt alleen dat als de gelegenheid wordt geschapen om over te stappen, de gemeente dan vervolgens niet meer langs moet komen. Dat is een ideologisch verschil. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat het raadsonderzoek gaat over 20 jaar erfpacht. Het rapport Berenschot gaat ook over het voortdurend stelsel en waarin natuurlijk meer staat dan alleen over de vorige wethouder. Verder hoort zij de heer Van Dantzig zeggen dat er in de afgelopen vier jaar veel meer hersteld is. Hij noemde twee voorbeelden, de spijtoptantenregeling en de gemengde bestemmingen. Die spijtoptantenregeling is er echter gekomen omdat de heer Boomsma dreigde met een onderzoek of met een procedure tegen het college als dat niet hersteld werd. Is de heer Van Dantzig dat met haar eens? De heer VAN DANTZIG oppert dat in het coalitieakkoord stond ‘10% extra korting voor alle erfpachters die overstapten’. Zijn coalitiegenoten waren voor meer extra korting. Dat is geen (??) voor D66. Volgens mevrouw NAOUM NÉHMÉ was het zo dat in het coalitieakkoord de compensatie als een (??).
Als dat zo is dan is dat niet in procenten uitgedrukt voor erfpachters, maar is het meer een sigaar uit eigen doos, want daarin kwam het over als een (?)-belasting en aan de andere kant was het een compensatie. Is de heer Van Dantzig dat met haar eens? De heer VAN DANTZIG is blij dat mevrouw Naoum Néhmé het coalitieakkoordrapport goed kent, maar tegelijkertijd heeft hij niet, zoals de VVD, die enorme fixatie op lasten. Hij vindt dat de lasten evenwichtig moeten zijn. Hij benadrukt daarbij niet tegen belasting te zijn. De heer VAN SCHIJNDEL hoort de heer Van Dantzig zeggen het goed te vinden dat onder dezelfde voorwaarden nu kan worden overgestapt door spijtoptanten. Uit het oogpunt van rechtszekerheid en gelijkheid begrijpt hij dat. Wil de heer Van Dantzig daarbij tegelijkertijd uit blijven gaan van de WOZ-2014 of 2015 naar keuze? Wil hij dat ook voor de komende jaren blijven hanteren?
34
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
De heer VAN DANTZIG antwoordt dat het verkiezingsprogramma van D66 daar glashelder over is. Onder dezelfde voorwaarden. Het zou kunnen zijn dat de spijtoptantenregeling een zodanig succes wordt dat iedereen overstapt, waardoor dit punt niet nodig is, maar anders is het helder. Hij denkt dat als men iedereen eeuwigdurend laat overstappen onder dezelfde voorwaarden, dat er uiteindelijk toe leidt dat (??) De heer VAN SCHIJNDEL geeft aan bij het overstapstelsel naar eeuwigdurend te vrezen voor de herbouwwaarden, die komen ergens uit de lucht vallen. Daarvan is in het rapport van De Ruysch en De Wildt aangetoond dat dat strafbaar is. Is het niet zo dat D66 deze fundamentele kritiek ter harte moet nemen en haar standpunt daar mede door laat bepalen? De heer VAN DANTZIG belooft dat rapport te zullen gaan lezen. De heer ERNSTING komt terug op het punt van eeuwigdurend kunnen overstappen voor de prijs van 2014. Is dat niet alsof je je rekening wil betalen, maar dan wel voor zoals dat 20 jaar geleden was. De heer VAN DANTZIG maakt via een voorbeeld duidelijk dat hij daar niet voor zou zijn. Hij zet zijn betoog voort. Er liggen uiteindelijk twee rapporten die in zijn beleving goed naast elkaar kunnen bestaan, maar hij wil een poging doen om deze rapporten in elkaar te voegen.
Hij wil beginnen met wat het college heeft geschreven in reactie op het rapport van Berenschot en de dingen die zijn overgenomen, zoals de mogelijkheid tot een geschillen setting te komen. Hij zou een oproep willen doen op wethouder Van Doorninck daar een voorzet voor te doen. Misschien dat het moet wachten tot na de verkiezingen. Ook vindt hij een vaste externe adviescommissie een heel goed idee. Een vraag is echter of zo’n geschillencommissie moet worden ingericht alleen maar voor dit stelsel of zou zo’n commissie ook toegankelijk moeten zijn voor andere zaken? Hij denkt dat het goed zou zijn als er een laagdrempelig verschil gemaakt kan worden bij elke nieuwe aanbieding. Tegelijk doet hij een oproep op het college om echt goed door te pakken. Dan het punt van het overstappen onder de waarden van voor 1 januari 2014. Daar verschilt D66 in van mening met het college. Dat probleem gaat men vandaag niet oplossen. Verder steunt hij het college in alle verdere punten van het Berenschotrapport waar het college het ermee eens is. Dan het punt van het bepalen of het om commercieel vastgoed gaat of om sociaalmaatschappelijk vastgoed en het inrichten van een overstapregeling daarvoor. Hij is het met het college eens dat het onverstandig is om daarvoor over te stappen. Hetzelfde geldt voor canonbeperkingen voor niet-woonbestemmingen. Dat moet men wat hem betreft ook niet doen.
Het punt over de waardebepaling 1 januari 2014 gaat met de formatie met elkaar opgelost worden. Dan de vraag hoe zich dit verhoudt tot het collegerapport. Hij vindt het helder hoe het college uiteenzet welke zaken nog lopen. Hij gaat vervolgens in op een aantal punten. Allereerst het punt over ‘goed bestuur’ in plaats van ‘behoorlijk bestuur’. Op dit punt vindt hij de uitleg van het college gewoon beter dan hoe het in het rapport van Berenschot staat. Hij verwijst naar punt 13. Hij hoort de wethouder daar graag nader over hoe dat versterkt of verbeterd kan worden. Zijn beleving is dat het echter geborgd is. Punt 4 is de vraag of dit inderdaad een complex financieel product is. Hij is het daarmee oneens. Het is geen complex financieel product, maar een geïnstitutionaliseerde vorm van het huren van grond van de gemeente. Hij vindt dan ook dat die aanbeveling moet worden aangepast. Hij vindt dat deze punten meer in lijn gebracht moeten worden met de bestuurlijke reactie.
35
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wil weten of zij goed begrepen heeft dat D66 tegen de normen van goed bestuur is. De heer VAN DANTZIG ontkent dit en geeft aan dat dit wel heel secuur gedaan moet worden. Woorden luisteren heel nauw in de politiek. Er bestaat verschil tussen ‘goed’ en ‘behoorlijk’ bestuur. Hij denkt dat het college hierop een heel helder antwoord heeft. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ heeft op een deskundigenavond gehoord dat het verschil tussen een AMBB en goed bestuur tweeledig is, namelijk transparantie en participatie. Dat is het enige verschil tussen behoorlijk en goed bestuur. Als dit zo is, is D66 dan tegen meer transparantie en meer participatie? De heer VAN DANTZIG antwoordt dat D66 het antwoord van het college op dit punt glashelder vindt. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vestigt de aandacht op een van de aanbevelingen die het college wil overnemen, namelijk de verdere verankering van de onafhankelijkheid van deskundigen, die optreden in het geval van canonherziening en tijdvak. Volgens het college is dat niet verstandig en men ontraadt het ook aan het volgende college. Gaat de heer Van Dantzig daarin mee? De heer VAN DANTZIG wees er reeds op dat dit een van de punten is waar het college het mee oneens was. Hij denkt dat de keuze van het college de juiste weg is. Hij vindt het gewoon een heel heldere uitleg.
De heer VAN SCHIJNDEL wil weten of D66 in de reikwijdte zit van die effectieve rechtsbescherming die er moet zijn. Heel veel erfpachters wisten dat als ze niet zouden overstappen het ongelooflijk veel duurder zou worden na die datum van 8 januari. Daarom hebben zij in godsnaam toch maar besloten om over te stappen. Zijn stelling is dat de gemeente dat nooit in het vooruitzicht had mogen stellen. Is D66 het ermee eens dat ook mensen die al zijn overgestapt, naar die onafhankelijke erfpachtgeschillencommissie kunnen gaan om op basis van herbouwwaarden bijvoorbeeld een aanpassing van de afkoopsom te realiseren. De heer VAN DANTZIG meent dat dit ook een actieve vraag was die het college opwierp. Hij ziet daar ook ingewikkeldheden. Het is een privaatrechtelijke overeenkomst. Hij is geen jurist en zal zich daarom hierin door het college moeten laten leiden, wat niet helemaal verstandig is. Maar hij vindt dat als je nog in het voortdurende stelsel zit, je zelf de beslissing moet maken. Hij vindt dat zo’n geschillencommissie binnen de gemeente zo breed mogelijk open gesteld moet worden. Hij denkt dat dat verstandig is, omdat hij voor laagdrempelige geschillenbeslechting is.
De heer VAN SCHIJNDEL is van mening dat het feit dat de notaris al is gepasseerd niet wil zeggen dat die onafhankelijke geschillencommissie niet aan de gemeente zou kunnen opleggen om een lagere afkoopsom in acht te nemen en dat er dus een restitutie moet plaatsvinden. Het is de politieke keuze van de heer Van Dantzig om daar tegen te zijn. Ziet hij dat juist? De heer VAN DANTZIG ontkent dat dit hetgeen was wat hij zei. Hij moet de laatste seconden van zijn spreektijd gebruiken om de penvoerders van de voordracht van het Berenschotrapport … het zou hem zeer verbazen als het gesprek, samen met de wethouder, opgestart wordt of de bestuurlijke reactie meegenomen kan worden. Of dat het wordt aangepast. D66 zou er voor zijn dat het werd aangepast aan de beantwoording van het college. Dat zou hij steunen. Mevrouw VAN SOEST hoorde de heer van Dantzig spreken van een (?) partner. Zij begrijpt daar helemaal niks van. Het heeft te maken met goed bestuur. Een
36
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
raadsbesluit is geen (?) partner. Gaat hij daar nog iets aan veranderen? Als dat zo is, dan is zij daar heel blij mee. Zij hoorde hem vertellen dat de vorige bestuurder een paar documenten achter heeft gehouden, maar toen maakte D66 deel zelf deel uit van het college. Mevrouw DE BRUINE meent dat het gaat om een zeer complexe materie. Zij is dan ook blij dat er in de Tweede Kamer een motie is aangenomen voor meer rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en transparantie voor erfpachters. Dat moet echt bovenaan staan, volgens haar, in deze complexe financiële situatie voor zo veel Amsterdammers in plaats van het boven de markt te laten hangen. Zij vindt het opvallend dat er een aantal maanden geleden een expertmeeting is geweest met mensen uit die wereld. Er is door de griffie een lijst aangevraagd met namen van experts, waarin de onderzoeker van het vierde voorbeeld niet is genoemd. Dat is jammer, want zij zag graag dat ook deze persoon kan worden bevraagd over ins en outs van erfpacht. Een gemiste kans. Daarom haar vraag waarom die persoon niet genoemd is. Mevrouw VAN SOEST suggereert de hele erfpachtkwestie toch nog een keer ter sprake te brengen. Mevrouw DE BRUINE verheldert dat zij het had over de motie in de Tweede Kamer. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ wijst erop dat de gezamenlijke oppositie zo’n 40 technische vragen heeft ingediend.
Zij wil eerst de beantwoording daarvan afwachten voordat zij in detail wil ingaan op de analyse van het college. Haar vraag voor nu is wat de status is van dit document. Wiens mening vertegenwoordigt de in die analyse genoemde punten? Zijn dat de ambtenaren, het college, de gemeente? Hoe moet zij aankijken tegen de aanbevelingen die overgenomen zijn of ontraden worden? Zij zegt niet te begrijpen wat er in die context gesteld wordt. (Het volgende is te slecht verstaanbaar). Dan de aanbevelingen die het college ontraadt. Zij vindt het zelf weinig chique dat als men bijna aftreedt om aan de ene kant te zeggen zaken te ontraden, maar het verder aan het volgende college over te laten. Zij vindt dat dan ook de reden voor het ontraden moet worden gegeven. Met betrekking tot aanbeveling 7 vraagt zij zich af hoe de wethouder het uit haar pen krijgt te schrijven dat de deskundigen op dit moment onvoldoende onafhankelijk zijn en dat hun positie beter geborgd moet worden. Wie kan er tegen een onafhankelijkere positie zijn van deskundigen? Zij heeft tot slot nog een vraag over het rapport Berenschot met betrekking tot aanbeveling 13 en geeft een technische uitleg daarbij. Zodra de gestelde technische vragen beantwoord zijn, komt zij op een en ander terug.
De heer VAN SCHIJNDEL meent richting mevrouw Naoum Néhmé dat men duidelijk moet zijn over wat destijds in elkaar gezet is door voormalig wethouder Van der Burg. Nu blijkt dat een (?) op te leveren, in de woorden van de heer Van Dantzig. Dat is hij hartgrondig eens met de heer Van Dantzig. Maar wanneer gaat hij erkennen dat de grondfout van het ene systeem was het residuele rekenen, waardoor de gemeente een stuk van de waardestijging van de woning toerekent aan de grond. Dat is de issue. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ geeft een (moeilijk verstaanbare) technische uitleg over het door de heer Van Schijndel geformuleerde probleem. De heer VAN SCHIJNDEL erkent het feit dat het residuele rekenen reeds tien jaar eerder door de gemeente werd gepropageerd richting de taxateurs. Het punt is dat als de woning op erfpacht staat, het residuele rekening in de context van de overstap naar eeuwigdurende erfpacht, het een enorme toerekening lijkt van wat dan de grondwaarde zou zijn. Hoe gerechtvaardigd is dat? De gemeente heeft nauwelijks omkijken
37
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
naar die grond, maar de waardestijging van het huis wordt wel in de grondwaarde gestopt. Daar had Van der Burg toentertijd juist stelling tegen moeten innemen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat het enige dat zij constateert is de wetenschappers dit college in 2015 hierover hebben geadviseerd, maar er zijn zo veel rapporten verschenen dat zij ook niet weet wat, wetenschappelijk gezien, de meest zuivere methode is. Maar het college heeft de herziening van het erfpachtstelsel gebaseerd op (??). De heer VAN SCHIJNDEL vraagt zich af of het niet verstandig zou zijn van de VVD om eindelijk eens op te houden met zich te beroepen op wetenschappers. Er bestaat hierover helemaal geen consensus in wetenschapsland! Mevrouw NAOUM NÉHMÉ zegt erover na te denken. Mevrouw VAN SOEST benadrukt dat het college verantwoordelijk is. Het is niet alleen de VVD geweest, waar nu de peilen op gericht worden. GroenLinks was een tegenstander. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ denkt dat het belangrijk is dat het rapport van Berenschot (te moeilijk verstaanbaar om de inhoudelijke betoogtrant te kunnen volgen.) Daarom zou het haar een lief ding waard zijn, namelijk dat dit niet een links of rechts thema is. Het gaat om de consumentenbescherming. Dat zou bij elkaar gebracht moeten worden en dat is niet gebeurd.
De heer ERNSTING meent dat het niet alleen de heer Van der Burg is, maar dat het ook de VVD-fractie is die hier voor gestemd heeft. De AB2016 en de overstapregeling zijn destijds in de raad geweest. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ is van mening dat het nou ook weer niet zo slecht was. De heer ERNSTING vindt erfpacht een mooi instrument om de waardevermeerdering van de grond ten goede te laten komen aan het collectief. (niet goed verstaanbaar)…. Dat probleem bestaat er voor sommigen nog steeds. De eeuwigdurende erfpacht heeft dat niet opgelost voor de huidige erfpachters. Sterker nog, het eeuwigdurende karakter, alles wat een soort economische transactie hebben … Dit was dus allemaal bekend. Daartoe is destijds desondanks toch besloten door de VVD, D66 en de SP. Zo’n raadsbesluit heeft gevolgen. Het gaat om een compleet nieuw stelsel. Dat kan niet zo maar teruggedraaid worden. (omdat er steeds delen onverstaanbaar zijn, is het niet mogelijk om hier een consistent verslag van te maken). Mevrouw VAN SOEST weet nog dat GroenLinks in de vorige periode tegen was. Toen had GroenLinks de macht om het allemaal weer terug te draaien. Als de partij toen voet bij stuk had gehouden, was men nu een stuk verder geweest.
Is de heer Ernsting van plan om dat nu alsnog te gaan doen? De heer ERNSTING vindt dat mevrouw Van Soest niet goed heeft zitten luisteren, want hij zei zojuist dat het onmogelijk is om een stelselwijziging zo maar terug te draaien. Bovendien werd zojuist ook duidelijk gemaakt dat er correcties aangebracht zijn, die de pijn hebben doen verminderen, zoals een extra korting van 10% en de overstapregeling. De stelselwijziging is een politiek maar ook een bestuurlijk en juridisch feit! Dat draai je niet zo maar terug. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ meent dat de GL-fractie constateert dat ze het destijds best goed hebben gezien waarom het allemaal niet deugde. Gefeliciteerd!
38
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
GroenLinks heeft lang in het college gezeten als tweede of derde partij en heeft ook de wethouder Grondzaken geleverd. Waarom heeft GroenLinks jarenlang verzuimd om met oplossingen te komen waaraan erfpachters behoefte aan hebben, zoals de betaalbaarheid. De heer ERNSTING verwijst mevrouw Naoum Néhmé terug naar de discussie uit 2012, 2013 en 2014, toen tijdens de wethouder Grondzaken van GroenLinks voorstellen op tafel lagen om juist dat probleem van de betaalbaarheid op te lossen. Toen werd voorgesteld dat bij de verkoop en de transactie van een woning te doen. Op dat moment is namelijk precies bekend wat de marktwaarde is. Dan kan het punt van de grondwaardeherziening pas afgehandeld worden. Dan had dit soort problemen niet bestaan. Maar de VVD keerde zich daar totaal(!) tegen en dreigde met acties van erfpachters. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ was daarvan op de hoogte, maar volgens haar heeft de GL-wethouder toen ook dat voorstel teruggetrokken. Dus hij had geen betere ideeën, die op draagvlak konden rekenen. Zij snapt overigens niet dat hij dat voorstel heeft teruggetrokken. Daardoor heeft GroenLinks in feite niets gedaan. Als dan nu oppositie wordt gevoerd door die partij, dan vindt zij dat wel een beetje een wat makkelijke politiek. De heer ERNSTING wijst erop dat GroenLinks toen samen met de VVD in het college zat en de VVD trok het vloerkleed onder deze plannen uit.
Daardoor heeft de wethouder het voorstel teruggetrokken, omdat het toch bakzeil zou halen in de raad. De heer VAN SCHIJNDEL wijst er richting de heer Ernsting op dat het natuurlijk gaat om de bepaling van de grondwaarden. Hoe doe je dat? Daar zijn verschillende methodes voor en er is gekozen voor dat residuele rekenen. In het prachtige advies van prof. Van der Veen wordt aangegeven dat het er toch wel zeer op lijkt dat de gemeente gewoon ‘de stenen’ naar zich toe rekent, dus de waardestijging van de stenen naar de grond. Dat is onrechtvaardig. Kan de heer Ernsting zich voorstellen dat mensen, die zijn overgestapt, daar spijt van hebben? Zij zouden een rectificatie moeten kunnen krijgen via een uitspraak van die onafhankelijke commissie. De heer ERNSTING vindt het aardig dat de heer Van Schijndel het rapport van prof. Van der Veen aanhaalt. Dat rapport citeert een vrij recente uitspraak van de rechtbank (pag. 6). Daar zegt de rechter dat het de gemeente in beginsel vrij staat een aanbod tot overstap te doen. De voorwaarden van die overstap kan de gemeente zelf bepalen. Het is aan de erfpachter om dat aanbod wel of niet te accepteren. Hij is het er helemaal mee eens dat de gemeente geen misbruik mag maken van haar machtspositie. Maar de gemeente is wel als bestuursorgaan gehouden om het algemeen belang te behartigen.
Die grond is niet van de gemeente, maar van alle Amsterdammers. Die Amsterdammers hebben ook een belang. Dat is het algemeen belang dat de gemeente ook moet behartigen als ze bepaalt wat de grondwaarde is. De heer VAN SCHIJNDEL stelt vast dat prof. Van der Veen de oude grondwaardebepaling onder het voortdurende stelsel contrasteert met de nieuwe uitspraak van de rechtbank, die zegt dat de gemeente die vrijheid heeft. Prof. Van der Veen is het er mee oneens dat dat kan in de context van een effectieve rechtsbescherming. Dat is zijn punt! Hij heeft een reeks argumenten waarom die uitspraak van de rechtbank in Amsterdam onjuist is. Misschien dat de heer Ernsting daar toch nog even op kan reageren. De heer ERNSTING stelt dat als hij in hoger beroep zou gaan, hij zich toch zou beroepen op de uitspraak van de rechtbank. Hij vervolgt zijn betoog. Hij was gebleven bij ‘de gordiaanse knoop’ en hij constateert dat niemand daarbij gebaat is. Hij hoort dat bij Berenschot de vraag is gesteld
39
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
naar een heel nieuw stelsel en de consumentenbescherming als uitgangspunt te nemen voor het actieve grondbeleid. Dat is breder dan alleen de erfpacht van woningen. Er zijn dus meer belanghebbenden. De hele stad is belanghebbend bij een actief grondbeleid. De raad kan onmogelijk privaatrechtelijke handelingen verrichten. Dat is toch meer een uitvoeringstaak van het college. Dan 4, erfpacht als financieel product. Erfpacht is geen financieel product. Dat zegt Berenschot, dat zegt de minister, dat zegt bijna iedereen, behalve SEBA. Het is wel complex. Hij ziet uit naar een voorstel voor een normenstelsel. Vervolgens ziet hij, ook bij de insprekers, dat de rekenmethodes stelselmatig worden afgewezen. Dat is echter wel iets waarvoor gekozen is. Met name de insprekers vinden die methodes in de kern te duur. Toch zijn het zaken die uitgebreid en in alle openheid zijn besproken. Daarbij is ook de input vanuit de erfpachters betrokken. Hij denkt daarom dat zo’n normenkader (??). De belangenafweging is wel degelijk gemaakt door de gemeenteraad en dat is toch het hoogste orgaan. Mevrouw DE BRUINE wijst op de motie van de Tweede Kamer, die is aangenomen. Wat vindt de heer Ernsting van die motie ten opzichte van het antwoord dat het college heeft gegeven over deze punten van de consumentenbescherming.
Aan welke punten heeft het college niet en wel voldaan in de optiek van de heer Ernsting? De heer ERNSTING wijst erop dat een motie in de Tweede Kamer een verzoek is aan de regering. Een motie in de gemeenteraad is een verzoek aan het college. Hij zet zijn betoog voort met de voorstellen die het college aan de gemeenteraad heeft gedaan. Die waren goed voorbereid. Natuurlijk is hij voor meer transparantie in de rekenmethodes, in de geschillenbeslechting en voor vereenvoudiging. Hij staat daar ook achter. De heer VAN SCHIJNDEL begint zijn betoog met te stellen dat het advies van prof. Van der Veen heel duidelijk is. De beginselen van behoorlijk bestuur zijn ook van belang bij het in elkaar zetten van beleid. Dan gaat het om zorgvuldige voorbereidingen. Verder is de (?)-baarheid van de beslissing, dus het kunnen narekenen. Dan het verbod van ‘detournement de pouvoir’, dat wil zeggen dat de gemeente haar bevoegdheid als overheid ook in privaatrechtelijke verhoudingen niet mag misbruiken. Dus de gemeente mag niet meer grondwaarde toerekenen dan haar toekomt. Hij vond dat een goed en duidelijk individueel stelsel. Dat moet terugkomen en dat kan ook middels een onafhankelijke geschillencommissie. De ACM spreekt van een mogelijk misleidende omissie. ‘Mogelijk’ maar dat is niet echt vastgesteld door de ACM, aldus het college.
Het gaat om een handhavingsverzoek dat ingediend moet worden bij de ACM om dat recht te trekken. Daar wordt op dit moment aan gewerkt. Mevrouw NANNINGA begint met een citaat van de GL-leider Jesse Klaver dat stelt dat fouten maken mag, maar dat die fouten pas worden toegegeven als journalisten daarop wijzen. Daar is zij het roerend mee eens. Dat ziet zij ook in deze kwestie gebeuren. Zij geeft echter toe de technische inhoud van de gevoerde discussie ‘nederig’ te volgen. Er zijn raadsleden die al veel langer meelopen in de politiek en daardoor ook beter ingevoerd zijn. Wat zij wel begrijpt is dat er sprake is van een puinhoop. Iedereen kan zien dat dit niet goed gaat. Er is een rapport met aanbevelingen om dat tegen te gaan. Zij kan zich voorstellen dat de Amsterdamse erfpachters het allemaal niet begrijpen. Zij begrijpt het ook niet allemaal, want het is allemaal heel ingewikkeld. Zij kan zich dus voorstellen dat erfpachters dit gewoon niet begrijpen. Kan het allemaal niet beter gemaakt worden? Waar zit de weerstand tegen de aanbevelingen van Berenschot? Zij vindt dat de raad het college hierop moet aanspreken. Dat beginselen van goed bestuur niet in dezelfde mate voor mensen van toepassing zijn, is geen reden om het niet als uitgangspunt te nemen. Zij hoort de wethouder daar graag nader over.
40
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
Wethouder VAN DOORNINCK dankt voor het debat, met name zoals dat tussen de raadsleden wordt gevoerd. Dit omdat het gaat om voorstellen ter verbetering zoals voorgedragen door Berenschot, maar ook door het onderzoek van het college zelf. Er ligt ook een procesvoorstel voor, waarvan het college vindt dat daarmee tot de gewenste verbeteringen gekomen kan worden. Mevrouw Naoum Néhmé en mevrouw Nanninga wezen erop dat er nu voorstellen voor verbetering voorliggen en vragen zich af waarom die niet gewoon meteen doorgevoerd worden? De heer Ernsting wees er al op dat dit stelsel nu eenmaal op een bepaalde manier in elkaar steekt en dat veranderingen niet zo maar meteen kunnen worden doorgevoerd. Het luistert namelijk soms heel erg nauw. Het rapport Berenschot zit daarbij erg op de lijn van consumentenbescherming. In het collegeonderzoek gaat het ook om verschillende andere punten, die het totale stelsel raken. Zij denkt dat dat als geheel gezien moet worden. Het kan allemaal niet uit elkaar getrokken worden. Het college wil graag met experts op dit gebied en erfpachters bekijken in hoeverre zo’n aanbeveling kan worden doorgevoerd. Hoe kan dat in het systeem een goede plek krijgen? Dan is het aan de volgende raad om zich te buigen over de interpretatie daarvan. Mevrouw NANNINGA vindt dit een beetje gek. Zij en mevrouw Naoum Néhmé vragen om snelle oplossingen.
Er zitten daartoe aanbevelingen in het rapport van Berenschot. Zij hoort de wethouder dan zeggen dat het niet mogelijk is om zaken uit elkaar te trekken, waardoor een snelle wijziging niet mogelijk is. Dat is volgens haar gewoon niet waar! Er staat immers nergens dat het om plotselinge wijzigingen gaat. Wethouder VAN DOORNINCK meent de woorden ‘plotselinge wijzigingen’ niet te hebben gebruikt. Zij heeft gezegd dat men nauwkeurig om moet gaan met wijzigingen en verbeteringen in het stelsel aan te brengen. Door de manier waarop het is opgebouwd is, is er sprake van een precair stelsel. Iedere wijziging moet op een goede manier worden uitgewerkt om ervoor te zorgen dat er geen neveneffecten in zitten. Het college steunt vanaf den beginne bijvoorbeeld het idee van een geschillencommissie, maar op aandrang van de raad is de discussie daarover een aantal keren uitgesteld en nu het zo ver is worden er allerlei kritische vragen gesteld, die duidelijk maken hoe ingewikkeld het allemaal ligt. Als die vragen niet goed beantwoord worden loopt men de kans dat er volgend jaar weer andere problemen zijn, omdat we nu ‘de verkeerde afslag genomen hebben’. Zij denkt dat de beide rapporten op dit moment handvaten biedt om juist in die bescherming van de erfpachter goede stappen te zetten.
Mevrouw NANNINGA citeert het rapport Berendschot betreffende het normenkader en benadrukt dat het mogelijk is dat nú meteen te gaan doen. Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat het normenkader nu juist een aanbeveling is, waarvan het college zich afvraagt of dat nodig is, gezien de (??) die het college zelf in het beleid heeft neergezet. Uiteindelijk zitten daar politieke besluiten achter die eerder genomen zijn. Zij denkt dat er meer slagen gemaakt kunnen worden in zaken als ‘inzichtelijkheid’, ‘participatie’ etc. Mevrouw NANNINGA geeft uitgebreid aan dat zij vindt dat de wethouder voor een vlottere aanpak zou kunnen kiezen. Wethouder VAN DOORNINCK zegt nu te vrezen dat mevrouw Nanninga in haar betoog een aantal aanbevelingen door elkaar haalt. Zij heeft niet gezegd alles van Berenschot over te nemen. Zij heeft gezegd dat er aanbevelingen van Berenschot zijn waar het college achterstaat en er zijn aanbevelingen waarvan het college vindt dat het niet verstandig. Daarbij is het niet duidelijk wat extra wordt gevraagd naast wat er al is gedaan door het college, bijvoorbeeld door onafhankelijke externe commissies daaraan te zetten. Het college is van mening dat het normenkader niet nodig is en dat de verbetering juist op andere punten nodig is. Zij heeft niet van andere raadsleden het idee gekregen dat het opstellen van een normenkader het allerbelangrijkste punt is van
41
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
Berenschot. De heer BOOMSMA vraagt of de wethouder nu zegt dat erfpacht voldoet aan die KNKB-criteria? Wethouder VAN DOORNINCK zegt dat op een aantal punten in de uitwerking – en dan gaat het met name om de transformatie en de inzichtelijkheid en participatie bij nieuw beleid. Daar valt voor de lange termijn verbetering in te realiseren richting de erfpachters. Het instellen van een normenkader is volgens haar geen manier waarop de erfpachters tegemoet gekomen kunnen worden. Zij ziet veel meer in de punten die zij zojuist genoemd heeft. De heer BOOMSMA verduidelijkt dat zijn vraag was of de wethouder zegt dat een normenkader niet nodig is, omdat het stelsel daar al aan voldoet. Als zij dat inderdaad vindt, is zij dan bereid om te onderzoeken of dat inderdaad ook zo is? Wethouder VAN DOORNINCK is van mening dat er sprake is van een normenkader waaraan wordt voldaan, zeker na de aanpassingen die er in de loop van de tijd zijn gedaan aan het stelsel. Zij ziet de aanbeveling niet als dat het normenkader onderzocht moet worden. Er wordt gezegd dat er een nieuw normenkader moet komen. Daarvan vraagt zij zich af wat daar de meerwaarde van is. En onderzoeken of het college gedaan heeft wat is toegezegd, is ook onnodig, want dat is een van de taken van de gemeenteraad.
Zij denkt dat het grote animo voor de overstapregeling, waaraan mevrouw Naoum Néhmé ook refereerde, ook een indicatie is dat het normenkader op zich voldoende is en dat er veel meer gezocht moet worden naar waar de verbeterpunten zitten. Die verbeterpunten ziet zij veel meer op het punt van de consumentenbescherming, waar de heer Boomsma voortdurend op wijst. Het college heeft voorstellen om daar verbetering in aan te brengen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ hoort de wethouder zeggen dat er al een (?) is. De punten die het meeste aandacht verdienen, die krijgen de ruimte. Zou zij dat zelf in een kader willen gieten? Zij geeft een aantal voorbeelden. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat er nu sprake is van een spraakverwarring, want mevrouw Naoum Néhmé noemt nu juist een aantal punten waarvan zij gezegd heeft dáár juist verbeterpunten te zien. Daarvan heeft het college dus aangegeven dat samen met experts en erfpachters te doen, zodat er in die uitwerking niemand achtergelaten wordt. Het is dus het voorstel van het college aan de raad om daar met experts en erfpachters naar te kijken, zodat de verbeterpunten van beide rapporten gerealiseerd worden. Wat zij niet wil is roepen ‘we gaan het allemaal anders doen’ om vervolgens een regeling in elkaar te zetten over bijvoorbeeld een geschillencommissie om er vervolgens na een half jaar achter te komen dat de regeling toch niet voldoet.
Zij zet haar betoog voort met vast te stellen dat zij dus nu duidelijk gemaakt heeft wat het college denkt te gaan doen. Dan komt zij bij de vragen van de commissieleden. Er waren opmerkingen over die misleidende omissie. Dat is niet de conclusie die de ACM trekt! De ACM zegt dat de conclusie op basis van hun verkennend onderzoek is dat zij niet een echt onderzoek gaan doen, maar dat zij op basis van dat verkennend onderzoek vaststellen dat de gemeente veel moeite heeft gedaan om erfpachters tijdig en goed te informeren en dat een overtreding van de Mededingingswet of het Consumentenrecht niet is vastgesteld. Wel dat het op bepaalde onderdelen duidelijker had kunnen zijn. Dat is de vraag of het hefboomeffect voor erfpachters duidelijk genoeg was. De ACM zegt niet dat dat een misleidende omissie was. Maar de ACM zegt dat het duidelijker had gekund, waardoor erfpachters dat nu niet duidelijk genoegd beseft hebben en dat de informatievoorziening van de gemeente op dat punt duidelijker had kunnen zijn. Zij ziet daar geen manipulatie in en ook geen misleiding. En de
42
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
ACM ziet dat ook niet. Dit zegt zij dus op basis van de communicatie van de ACM zelf. Zij snapt dus niet waar de conclusie van de heer Boomsma vandaan komt. Het antwoord op de vraag waarom die brief samen met de ACM is gemaakt, is dat de gemeente natuurlijk wilde dat op het moment dat de ACM naar buiten trad dat dat met elkaar strookte. Op die manier is die informatie uitgewisseld. Zij denkt dat het heel logisch is dat de ervoor gezorgd wordt dat de berichtgeving op elkaar aangesloten is tussen de ACM en de gemeente. En dat die informatie op dezelfde manier naar buiten gebracht wordt. De heer Boomsma zegt van mening te zijn dat de spijtoptantenregeling voor iedereen moet zijn. Zij gaat inderdaad kijken hoe dat er precies uitziet en dat onderwerp zal ook een onderdeel worden van zo’n dwarskijksessie om ervoor te zorgen dat dat op een goede manier wordt ingevuld. Het is aan het volgend college om daar een besluit over te nemen. Mevrouw NANNINGA vindt het heel wat dat zo maar de term ‘misleiding’ wordt gebruikt. Zij wil weten of de wethouder bekend is met een zin van de ACM die zij vervolgens citeert: “Er zijn dan ook mogelijk aanknopingspunten voor het college dat er sprake was van een misleidende omissie …”. Wethouder VAN DOORNINCK benadrukt gezegd te hebben dat zij manipulatie verre van zich wierp.
Dat ging erom dat het college er misschien een verkeerde zin richting de raad in zou kunnen zetten, terwijl het gewoon een algemene stelling was met de ACM. De ACM heeft gezegd dat het eventueel zou kunnen, maar dat zij het niet verder gingen onderzoeken. Dat is ook de conclusie van de ACM, namelijk dat een overtreding van de Mededingingswet of het Consumentenrecht niet is vastgesteld. Het ACM heeft het dus ook niet nodig geacht om een verder onderzoek daarnaar te doen. Mevrouw NANNINGA wil weten of de wethouder het niet nader onderzoeken van een toch zware beschuldiging, niet in de weg staat van het spreken van ‘fatsoenlijk bestuur’? Er wordt door de ACM dus gerept van een misleidende omissie, waarvan de wethouder zegt ‘nou, dat is een mogelijkheid, maar daar doen we verder niets mee’. Dus dan is het wel goed. Is dat normaal binnen dit college? Wethouder VAN DOORNINCK vindt het grappig dat mevrouw Nanninga kennelijk gemist heeft dat als de ACM zegt ‘wellicht hebben de mensen niet de informatie gekregen die zij volledig nodig hadden om een goede keuze te maken’. En dat de gemeente daarin vervolgens aanleiding zag om, samen met de aanbevelingen van het rapport Berenschot en het onderzoek, dat Deloitte voor de gemeente heeft gedaan, de spijtoptantenregeling in het leven te roepen. Dus dát nog voordat de ACM met zijn conclusie kwam.
Erfpachters die niet op de hoogte waren van die hefboom konden dus alsnog gebruik maken van die regeling. Mevrouw NANNINGA zegt dat het haar gaat om de grens. Zij wil duidelijk krijgen of het voor deze wethouder belangrijk is om de raad te informeren, terwijl de ACM constateerde dat de gemeente mogelijk in strijd handelde met de wet. Vindt de wethouder het belangrijk om dáár de raad over te informeren? Ja of nee? Volgens wethouder VAN DOORNINCK is het goed als het college de raad informeert over de conclusies van het verkennend onderzoek van de ACM. De conclusie is dat er geen overtreding is vastgesteld van de Mededingingswet of van het Consumentenrecht en dat is met de raad gecommuniceerd. Dat is ook wat de ACM zelf heeft gecommuniceerd. Zij denkt dat als de ACM een andere conclusie had getrokken, zij ook een andere communicatie hadden gehad. De heer Van Dantzig gaf aan met welke aanbevelingen hij graag verder gaat en hoe hij tegen de twee verschillende rapporten aankijkt. Volgens haar kunnen daar mooie dingen uit voortkomen waar het volgende college zijn voordeel mee kan doen. Hij zei niet te wachten tot na de verkiezingen, maar dat is ook niet het voorstel vanuit het college. Het college heeft voorgesteld in februari die dwarskijksessies te doen,
43
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
zodat alles klaarligt voor een volgend college om in te voeren. Tenzij de heer Van Dantzig wil dat de aanbevelingen nu al uitgewerkt moeten worden. Zij denkt dat het inderdaad belangrijk is dat bij die uitwerking de juiste mensen betrokken worden. Wat de geschillenbeslechtingscommissie betreft zijn de voorstellen vanuit het college hetzelfde zoals de heer Van Dantzig dat ziet. Maar zoals gezegd wil zij de kwestie ook aan externe deskundigen voorleggen. Wat het vasthouden aan de waardebepaling vanaf 2014 betreft, dat is een punt waarop de meningen uiteenlopen. Dat is ook precies het punt voor een politiek debat. En het is mooi om daar in verkiezingstijd over te debatteren. Dan het punt van mevrouw Naoum Néhmé betreffende de vraag of de scheiding tussen beleid en uitvoering genoeg geborgd is. Zij denkt dat dat zo is, omdat het bij de verschillende afdelingen ligt. Prof. De Groot toetste aan de uitkomsten van de BSQ. Voor de uitvoering van het erfpachtstelsel, de WOZ, waar mevrouw Naoum Néhmé ook naar vroeg, die wordt door de Belastingdienst vastgesteld. Dus zij ziet daar genoeg scheiding in. Mochten er uit de raad voorstellen zijn om daar verbeteringen in aan te brengen, dan hoort zij dat graag. Mevrouw VAN SOEST komt terug op de bewering dat prof. De Groot toetst aan de BSQ. Volgens haar toetsten zij alleen aan de rekenregels zoals bepaald door de gemeente.
Dat is wat zij zeggen. Is de wethouder dat met haar eens? Wethouder VAN DOORNINCK antwoordt dat met mevrouw Van Soest eens te zijn. Er bestaat een onafhankelijke toetsingscommissie die bekijkt of de gemeente het juist heeft uitgevoerd volgens de regels die door de raad zijn vastgesteld. Dan de vragen van mevrouw De Bruine. Zij worstelt een beetje met de vraag die zij stelde aan het college, want mevrouw De Bruine wil de expertmeeting voor de raadsvergadering doen plaatsvinden en dat deze bezocht wordt door een bepaalde deskundige. Zij probeert de rollen altijd netjes te scheiden. Als de raad een expertmeeting houdt, dan is het aan de raad om te bepalen wie daarvoor wordt uitgenodigd. Er is dus bewust voor gekozen door het college om zich daar niet mee te bemoeien. Mevrouw DE BRUINE zegt de reactie van de wethouder te begrijpen, maar het is een complexe zaak. Het voorstel is in september gedaan. Deze informatie heeft zij graag willen betrekken bij het hele verhaal. Nu heeft zij het gevoel dat men deze persoon niet heeft kunnen bevragen over zijn kennis op dit onderwerp. Wethouder VAN DOORNINCK begrijpt dat, maar anderzijds ziet zij even niet hoe er een andere expertmeeting georganiseerd kan worden. Zij vindt het lastig. Mevrouw DE BRUINE zegt het wel chique gevonden te hebben als het aan de commissie zelf gelaten was om te bepalen of deze persoon uitgenodigd zou worden.
Nu mist men diens expertise. Wethouder VAN DOORNINCK oppert een manier waarop daar in de toekomst mee omgegaan zou kunnen worden. Mevrouw VAN RENSSEN wil een poging doen dit misverstand uit de wereld te helpen. Als mevrouw De Bruine goed kijkt dan ziet zij dat het advies van de VU o.a. is geschreven door de heer Huisman. Zij heeft stad en land afgezocht naar mensen en zij kwam toen ook bij de VU uit. Zij heeft de heer Huisman vrij uitgebreid kunnen spreken. Hij is ook de opsteller van het advies geweest. Het was meer dat de heer Vonk het niet nodig vond om daarnaast ook nog aan te sluiten. Alles wat in het advies staat is ook gedeeld tijdens de expertmeeting. Zij vindt nu dat een kwestie wordt gemaakt van iets waarover het woord al is gevoerd. Wethouder VAN DOORNINCK gaat verder met haar betoog en de set van vragen waaraan mevrouw Naoum Néhmé memoreerde. Zij heeft die vragen nog niet gezien. Het zijn echter schriftelijke vragen die nu op een ordentelijke manier beant-
44
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
woord worden binnen de termijnen die daar voor staan. Mevrouw Naoum Néhmé vroeg ook van wie dit standpunt was. Dit is het standpunt van het college. Het is een voorstel aan de raad om volgens dit proces, dat wil zeggen de dwarskijksessies waar de experts voor nodig zijn, over de verbeterpunten te praten en die experts daarbij uit te nodigen mee te denken. Vervolgens zullen die suggesties door het college verder worden uitgewerkt. Ze zullen in de nieuwe raadsperiode ingevoerd worden. Volgens haar is de vraag vorig jaar januari uitgebreid aan de orde geweest waarom er geen extern onderzoek nodig wordt gevonden. Toen is ook het idee ontstaan om een eigen onderzoek te doen. Daarvoor zou wel een externe gevraagd worden om diens commentaar daarop te leveren. Dat is uiteindelijk door Deloitte gebeurd en de heer Vonk heeft ook nog een advies uitgebracht. Mevrouw Naoum Néhmé had de vraag waarom aan de ene kant een oordeel gegeven wordt en het aan de andere kant overgelaten wordt aan het volgend college. Volgens haar heeft zij reeds duidelijk uitgelegd dat dit college een aantal verbeterpunten heeft waarmee het stelsel naar verwachting verbeterd zal worden. Dat betreft met name de voorlichting, de transparantie, de participatie en zaken als de geschillencommissie richting de erfpachter. Sommige punten behelzen een volledige wijziging van het stelsel.
Het college heeft daar bij het begin van deze periode niet voor gekozen en kiest daar ook in zijn nadagen niet voor. Dan het punt van de checks and balances. Daar heeft zij reeds aan gerefereerd. Het college denkt dus dat daar een goede scheiding in zit, omdat de mensen die met de grondwaarde werken autonoom werken en dat vervolgens de toetsing van (?) en WOZ-waarden een kwestie van de Belastingdienst is. Dan het punt van de deskundigen einde tijdvak. Die commissie wordt samengesteld door een deskundige van de gemeente, een deskundige van de erfpachter en een onafhankelijke derde. De gemeente kan geen eisen stellen aan hoe de erfpachter een eigen deskundige uitzoekt, want dat is aan de erfpachter. De heer Ernsting gaf aan zich te kunnen vinden in de gemeentevoorstellen. Dat is fijn, want de erfpachters kunnen hierin een eind tegemoet gekomen worden in de vragen waar ze nu vaak mee zitten. De heer Van Schijndel wil graag het advies van de heer Van der Veen volgen. Zij denkt dat de heer Van Schijndel hier een ander punt maakt dan de meeste raadsleden, die de zoektocht doen binnen het stelsel zoals we dat kennen. Volgens haar wil de heer Van Schijndel een heel ander stelsel. Richting mevrouw Nanninga heeft zij reeds aangegeven waarom het niet mogelijk is om de aanbevelingen nu in één keer door te voeren. Daar moeten deskundigen echt een stem in hebben.
Mevrouw Nanninga had ook het idee dat op het moment dat het college zegt zich te houden aan behoorlijk bestuur, het college er de kantjes vanaf gaat lopen. Dat is niet het geval. Het gaat erom dat in geval van behoorlijk bestuur de gemeente zich als overheid aan die algemene beginselen van behoorlijk bestuur gebonden acht. Als het gaat om goed bestuur: daar zit die toetsing van een rechter niet in. Ook de kenbare grensnormen zitten ook niet bij ‘goed bestuur’. Dus ‘behoorlijk bestuur’ is veel scherper, sterker en duidelijker voor de erfpachter om de overheid aan te houden. Het biedt de erfpachter dus meer bescherming. Zij gaat vervolgens nogmaals uitgebreid in op het verschil tussen ‘goed’ en ‘behoorlijk bestuur’. Het college kiest voor het laatste waar het de erfpacht betreft. Mevrouw NANNINGA gaat er niet van uit dat het erom gaat om de erfpachters al dan niet te treiteren met de wijze van besturen. Zij wil de kwestie terugbrengen naar de menselijke maat. Er zijn zo veel gedupeerden, waardoor je kunt stellen dat het onhoudbaar is. Zij snapt niet zo goed waarom het zo belangrijk is om voor behoorlijk bestuur te gaan.
Wethouder VAN DOORNINCK veronderstelt dat zij zich kennelijk niet goed uitgedrukt heeft. Op het moment dat de gemeente gehouden moet worden aan ‘goed bestuur’, dan kan niemand, ook geen rechter, dat toetsen, omdat het een vrij vaag begrip is. Daarom is het college er voor om afgerekend te worden op een heel duidelijk
45
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
begrip, waarbij iedereen weet waar men aan toe is. Juist de zaken die vallen onder ‘goed bestuur’ wil het college in het aangepaste stelsel verbeteren. Dan gaat het om transparantie, participatie, een geschillencommissie. Mevrouw NANNINGA spreekt van ‘zachte criteria’ waar het ‘goed bestuur’ betreft etc. Zij gaat echter uit van een goede intentie, maar een goede intentie is niet het weigeren of het overnemen van aangereikte normen van ‘goed bestuur’. Het zijn zachte ideeën. Bij bestuur is dat een ondergrens van wat de rechter nog ok vindt. Maar dat is nog helemaal niet zeker. Wethouder VAN DOORNINCK denkt dat zij en mevrouw Nanninga langs elkaar heen praten. Zij zegt niet dat het college die harde punten niet wil gaan doen. Zij zegt alleen dat het haar heel erg onhandig lijkt als het college zich zou verschuilen achter het feit dat men het collega mag aanspreken op ‘goed bestuur’, omdat niemand weet wat dat precies betekent. Daarom zegt zij ‘spreek ons aan op behoorlijk bestuur’. Daar gaat het om. Al die andere zaken van goed bestuur gaan in het erfpachtstelsel worden neergezet. Dat is het voorstel van het college. Tweede termijn De heer BOOMSMA zegt verbaasd te zijn hoe het college denkt hiermee weg te komen. Er zijn enorme problemen. Het systeem solt met mensen. Het is een enorme puinzooi. Het is een soort totempaal die de gemeente heeft opgetuigd.
Hij stuit op een muur van onbenul, waarbij de wethouder zich in alle bochten gaat wringen als hij komt met voorstellen voor hoe het allemaal op te lossen. Dat alles om maar niets te hoeven doen. Zij beroept zich op het einde van de collegeperiode om het verder maar aan het volgende college over te laten. Hij vindt het een totale blamage! Hij wil het ordepunt maken dit onderwerp in de raad te bespreken. Hij hoopt dat de vragen die hij naar aanleiding van het stuk heeft gesteld nog kunnen worden beantwoord voor de raadsvergadering. Mevrouw NANNINGA is het helemaal eens met de woorden van de heer Boomsma. Zij had het niet beter kunnen zeggen. Zij ziet uit naar het gesprek in de raad. De heer ERNSTING wil naar aanleiding van de tweede termijn van de vorige twee sprekers opmerken dat het lijkt alsof men urenlang voor niks heeft zitten praten. Goed bestuur begint bij de raad en begint bij een eerlijk gesprek tussen raadsleden. Wethouder VAN DOORNINCK vindt het belangrijk dat raad en college aan de slag gaan met de resultaten van beide rapporten. Daarmee kan een aantal zaken voor erfpachters duidelijker en beter gemaakt worden. Daarmee zal waarschijnlijk ook de geschillencommissie gediend zijn. Het zou te gek zijn dat als er een hele set verbetervoorstellen voorligt, de eindconclusie zou zijn dat het college helemaal niets gaat doen.
Het enige punt waarvan het college zegt ‘dat gaan we niet doen’ is het hele erfpachtstelsel overhoop gooien. Het was een van de conclusies van Berenschot dat men daarvoor heel erg moet oppassen, omdat dat alleen nog maar tot nog meer onduidelijkheid zou leiden. Daarom stelt zij voor aan de slag te gaan met de verbeterpunten die gezamenlijk geconstateerd zijn. De VOORZITTER sluit af met erop te wijzen dat agendapunt 11 een voordracht voor de raad is. Dat punt zal in de raadsvergadering een lange behandeling krijgen. Besloten wordt de overige agendapunten 12, 13 en 20 daarbij gevoegd te behandelen.
46
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
Zuidas en Marineterrein 14 Kennisnemen van de Halfjaarlijkse Rapportage Zuidasdok, 1 januari tot en met 30 juni 2021 en de bijbehorende aanbiedingsbrief (ZD2021-013386) Dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering.
15 Voorgang gebiedsontwikkeling middengebied Kenniskwartier (Zuidas) (ZD2021-014797) Ook dit agendapunt wordt doorgeschoven naar de volgende commissievergadering.
Ruimtelijke Ordening 16 Bespreken raadsadres van Amstel uitvaarten inzake de zoektocht naar een fysieke 24-uurs afscheidslocatie voorafgaand aan de uitvaart (ZD2021-016108) De woordvoerder op dit agendapunt zou de heer Warmerdam zijn, maar die is niet aanwezig. De VOORZITTER stelt vast dat dit punt daarom als behandeld kan worden beschouwd, want er zijn geen andere sprekers.
17 Kennisnemen van het collegebesluit tot vrijgave van het concept Beleidskader Hoofdgroenstructuur (ZD2021-014476) Mevrouw VAN RENSSEN dankt voor de snelle voorbereiding van dit agendapunt. Zij noemt de hoofdgroenstructuur een bijzonder instrument in de bescherming van het openbaar groen in de stad. Voor wat haar fractie betreft is dit beleidskader een vooruitgang. Zij ziet dat op meerdere plekken in de stad de hoofdgroenstructuur wordt uitgebreid. Een verbetering is ook dat de gebiedsplannen door de TAC moeten worden getoetst. Zo ziet zij meerdere verbeteringen, waarbij het groen en de bescherming daarvan voorop staan. Wat haar betreft zou de biodiversiteit voorop gesteld kunnen worden. Zij herinnert daarbij aan het gesprek dat gevoerd werd met betrekking tot de Oeverlanden. Zij verzoekt het college om bij de uitwerking van dit beleidskader nog een keer goed te kijken naar de waarden van groentypen. Dat kan als niet aparte toevoegingen aan de natuur aan biodiversiteit toevoegen juist vanwege het belang op zich. Met betrekking tot sport wordt een plan in drie stappen geintroduceerd voor mogelijkheid van uitbreiding van sportparken. Dat stond al in de Omgevingsvisie, maar nu is dat uitgewerkt. Zij houdt het voor mogelijk dat het percentage (50%) buitensport dat in de buurt moet worden ingericht in sommige gevallen hoger kan zijn.
Zij vraagt de wethouder of dat misschien ook 60% tot 70% kan zijn. In stap 2 moeten eerst de bestaande parken worden geoptimaliseerd qua gebruik. Zij wil weten wanneer bepaalde parken zijn geoptimaliseerd. Hoe gaat dat bepaald worden? Zij heeft daar in 2020 reeds schriftelijk naar gevraagd. Toen vroeg zij om een visie op het meervoudig gebruik van sportparken, maar die visie ligt er nog niet. Navraag leerde dat die visie er pas medio 2022 zal zijn. Dat vindt zij laat, te meer omdat nu niet duidelijk is hoe die optimalisatie wordt uitgewerkt. Kan die optimalisatie van bestaande parken niet beter aan de hand van data en cijfers concreter meetbaar gemaakt worden? Hoe ziet het college dit? Dan de derde stap. Ook dit ziet zij graag zo concreet mogelijk gemaakt. Dan kan ook beter beoordeeld worden of de uitwijking in het groen ook de enige uitweg is. GroenLinks kiest daar in principe niet voor.
47
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
Verder wil zij weten of het mogelijk is om bij de nieuw toe te voegen sportparken juist minder dan 50% verharding toe te staan. Zij zet ook vraagtekens bij het gebruiken van de hoofdgroenstructuur voor parkeren. Zij benadrukt dat de hoogbouw in de hoofdgroenstructuur meegeteld zou moeten worden als verharding. Zij vraagt daar aandacht voor. Zij is van mening dat de belangrijkste groengebieden van Amsterdam via de fiets uitstekend bereikbaar zijn. Kunnen daarom de parkeernormen voor sportvelden daarop aangepast worden? Is het mogelijk om naar 5 plaatsen te gaan in plaats van 9 per hectare? Verder vraagt zij de wethouder te bekijken of er nog meer groen kan worden toegevoegd, bijvoorbeeld langs de De Boelelaan en de Boelegracht. Dit geldt ook voor meerdere stadsplantsoenen. Is daar ruimte voor? Kan daar via moties ook door stadsdelen naar worden gekeken? Zij is blij dat in dit concept het groen wordt uitgebreid, meer beschermd wordt en verbeterd. Er is ruimte voor groen in een compacte stad. Mevrouw DE BRUINE wijst erop dat dit plan nog in de inspraak ligt. Mensen kunnen tot half februari hierop hun visie nog kwijt. Daarom vindt zij het raar dat dit concept nu al ter bespreking voorligt. Zij benadrukt allereerst dat er geen festivals in het groen moeten gaan plaatsvinden.
Het groen is er voor dieren, de rust, daarom moet er als radicaal groen worden omgegaan met deze groene gebieden. De verbindingen zijn er juist voor de dieren en daarna pas voor de mensen. Daarom moeten die verbindingen worden uitgebreid, zodat dieren zich makkelijker van het ene gebied naar het andere kunnen begeven. Zij pleit ervoor de Lutkemeer gewoon toe te voegen. Er wordt gekozen voor duurzaamheid. Ook het stuk boven de A10 bij de Nieuwe Meer kan worden toegevoegd. Zij vraagt of het mogelijk is om ook elders meer groen toe te voegen. Het Centrum komt er qua groen bekaaid af. Mevrouw BAKKER sprak de volgende tekst uit: “Met een hoop vuurwerk werd het voorliggende nieuwe concept beleidskader Hoofdgroenstructuur door het college gelanceerd vlak voor de kerst. Dat was voor mij geen lekker eind van het jaar kan ik u vertellen. Mijn hele fractie heeft vol ongeloof toegekeken hoe het college de publiciteit zocht met een overpositief persbericht en filmpje. Ik zal beginnen met het eerlijke verhaal. Amsterdam heeft parken, plantsoenen, natuurgebieden… allemaal groene ruimte waar verschillende soorten beschermingsregimes op rusten. Dat systeem is complex. Met verschillende lokale en nationale structuren en regels.
En de wens was om de verschillende lokale beschermingen samen te gaan voegen tot 1, die mogelijk uit te breiden over groen dat nog niet die bescherming geniet en ook te laten gelden voor delen van ons water. Dit beleidsstuk gaat dus om een voorstel tot een vrij technische beleidsmatige wijziging over hoe we de bescherming van het groen borgen. Dit is het eerlijke plaatje en dat is een beetje een taai verhaal. Maar het college heeft er een sensationeel groen verhaal van gemaakt dat geen recht doet aan de werkelijkheid. En de Partij voor de Dieren vindt dat dit moet worden rechtgezet. Als eerst het persbericht. Er wordt in de tekst volop ingezet op de boodschap dat Amsterdam rigoureus gaat vergroenen, dat stadsnatuur beter met elkaar verbonden wordt en de biodiversiteit wordt versterkt. Dit is simpelweg niet wat dit beleid doet. Sterker nog, met dit beleid komt er geen millimeter groen bij. Het gaat zoals ik zei om een voorstel voor een technische beleidsmatige wijziging over hoe we de bescherming van het groen in de toekomst gaan borgen. Maar er staat zelfs in het persbericht dat dit nieuwe beleid meer diversiteit aanbrengt in het groen door nieuwe categorieën. Ja voorzitter, maar als we er nog 20 categorieën bij bedenken op papier, dan wordt het groen er in de stad er echt niet nog diverser op. Dat groen is er namelijk al.
Er wordt in het persbericht gedaan alsof we met dit nieuwe beleid parken aan elkaar verbinden met groene bermen, slootkanten en oevers. Grote onzin! Het college lijkt zelfs een AT5 video item gekocht te hebben om hun boodschap te promoten. Kan de wethouder dit bevestigen? Ook daar de insteek dat Amsterdam rigoureus gaat vergroenen. Voorzitter, dit klopt gewoon niet. En ik wil het college
48
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Zuidas en Marineterrein, Energietransitie. Defintief Raadscommissieverslag, woensdag 19 januari 2022
RO
verzoeken in het vervolg op een eerlijkere manier te communiceren over beleidsplannen. Dan nog onze inhoudelijke bezwaren en zorgen. We zien dat er happen bescherming van de plattegrond gehaald worden op locaties waar de gemeente sportvelden met gebouwen wil aanleggen, zoals Diemerpark, in de Bijlmerweide en de Kop Amstelscheg. Door die nu uit de bescherming te halen kan een procedure via de Adviescommissie worden omzeild. De bedoeling is om de Adviescommissie niet meer te laten adviseren over of het in het groen kan maar in die gevallen alleen te vragen hoe het er het beste in kan. De vrees van het college is namelijk dat het niet inpasbaar wordt gevonden door de Adviescommissie. Dan denken wij: dat is precies de reden waarom het gebied dus is beschermd. Tegen de oprukkende stad. Tegen almaar doorbouwen en er dan achter komen dat niet alles past. De afspraak was dat we niet zouden bouwen in de Hoofdgroenstructuur, maar voor sportvelden met bijbehorende faciliteiten wordt een uitzondering gemaakt. De Partij voor de Dieren wil niet dat we happen natuurbescherming weghalen. Wij vinden sportterreinen eigenlijk niet geschikt als groentype; prima om ze te beschermen tegen andere plannen, maar het kan toch niet zo zijn dat ze met natuur gaan concurreren. Als we dit doorzetten, zijn we eigenlijk de Hoofdgroenstructuur aan het afbreken en ligt rigoureuze vergroening nog verder weg.