Def rapport Financiele toets door Ortec Finance op bod corporaties (002)
Tekst van het document
Niet-DAEB
Financiering
Figuur 44: IJkpunt – Eigen Haard
Binnen de DAEB-tak van de TI fluctueert de ICR door de tijd. Deze ligt tussen de 2,2 en 2,6. De LTV blijft redelijk constant rond de 45%. Daarnaast stijgt het leningvolume dat meetelt voor het borgingsplafond binnen de DAEB-tak waardoor deze aan het einde van de begrotingshorizon 1.866 miljoen bedraagt. Het totale borgingsplafond van 3,5 mld. is aan Amsterdam toebedeeld op basis het aantal woningen in de DAEB-tak. Dit borgingsplafond bedraagt 2.163 miljoen. Eigen Haard hanteert bij het borgingsplafond een remweg, van 500 mln., voor een totaal schuldvolume van 3 mld. Toegerekend aan Amsterdam is dat 1.854 mln. Dit wordt dus (net) overschreden in de huidige plannen. Loan to Value - DAEB 100%
3,5
80%
3,0
60%
2,5
40%
2,0
20%
1,5
0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
2.500
Interest coverage ratio - DAEB
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod Norm Aw/WSW
2.000
Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 45: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - Eigen Haard
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 55 / 95
23-6-2023
Binnen de niet-DAEB-tak is de lening portefeuille relatief klein. Deze blijft op een constant niveau. De rentelasten op die leningen nemen langzaam toe waardoor de ICR daalt. Loan to Value - Niet-DAEB
Interest coverage ratio - Niet-DAEB 4,0
100%
3,5
80%
3,0
60%
2,5 40%
2,0
20%
1,5
0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Solvabiliteit - Niet-DAEB 100%
Bod Norm Aw/WSW
80%
60%
40%
20% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 46: ICR, LTV en Solvabiliteit niet-DAEB - Eigen Haard
Eigen Haard hanteert een interne norm van 400 miljoen voor ongeborgde leningen in de niet-DAEBtak. Als we alleen de niet-DAEB woningen in Amsterdam beschouwen wordt deze norm 236 miljoen. Hieronder is het verloop van de lening portefeuille in de niet-DAEB-tak uit het bod afgezet tegen deze interne norm. Deze weergave houdt geen rekening met de mate waarin investeringen binnen of buiten de gemeente Amsterdam plaatsvinden. Leningvolume - Niet-DAEB 500 400 300
Bod Remweg
200 100
0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 47: Leningvolume niet-DAEB - Eigen Haard
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 56 / 95
23-6-2023
Welke extra bestedingsruimte is beschikbaar? De extra bestedingsruimte wordt uitgedrukt als het extra bedrag dat besteed kan worden totdat één van de ratio’s de gestelde norm raakt. Naast de externe normen die zijn gedefinieerd in het beoordelingskader kan ook een interne norm worden gehanteerd om een bepaalde veiligheidsmarge in te bouwen. De interne normen is in onderstaande tabel opgenomen. Externe en interne normen
ICR LTV Solvabiliteit Dekkingsratio Max. borgbaar schuldrestant (mln.) Schuldvolume niet-DAEB
TI DAEB Extern 1,40 85% 15% 70% € 2.163 n.v.t.
Intern
€ 1.854
TI Niet-DAEB Extern 1,80 75% 40% 70% n.v.t.
Intern
€ 236
Tabel 9: Externe norm en interne norm - Eigen Haard
De resulterende extra bestedingsruimte wordt op drie momenten berekend: ▪ ▪ ▪
De extra bestedingsruimte die in 2024 beschikbaar is: De extra bestedingsruimte die in 2027 beschikbaar is; De extra bestedingsruimte die in 2032 beschikbaar is.
Eigen Haard investeert binnen de DAEB-tak tot en met 2027 (tot en met 2032) 786 miljoen euro (1.496 mln.), en heeft in 2027 (en 2032) een overgebleven bestedingsruimte van 366 miljoen euro (297 mln.) voor nieuwbouwwoningen (in de gemeente Amsterdam) ten opzichte van de externe norm. Eigen Haard wordt bij het doen van extra bestedingen in de DAEB-tak per 2027 beperkt door het borgingsplafond. In de niet-DAEB-tak investeert Eigen Haard tot en met 2027 (tot en met 2032) 181 miljoen euro (419 mln.) en daarmee resteert in de gemeente Amsterdam een overgebleven bestedingsruimte van 290 miljoen euro (128 mln.) voor nieuwbouw van niet-DAEB woningen of een ruimte van 203 miljoen euro (93 mln.) voor een bijdrage aan de DAEB-tak. In de niet-DAEB-tak wordt Eigen Haard bij het doen van extra bestedingen per 2027 (en 2032) beperkt door de ICR. Wanneer de huidige beleidsplannen worden afgezet tegen de totaal beschikbare bestedingsruimte binnen Eigen Haard wordt in de DAEB-tak 68% (in 2032: 83%) van de beschikbare bestedingsruimte ingezet en bedraagt de inzet in de niet-DAEB-tak bijna 38% (in 2032: 77%) van de totale beschikbare bestedingsruimte ten opzichte van de externe norm. Extra bestedingsruimte Externe normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB) Interne normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB)
Per 1-1-2024 366 Borg. plafond 215 ICR 162 ICR Per 1-1-2024 57 Borg. plafond 0 Schuldvolume 0 Schuldvolume
Per 1-1-2027 366 Borg. plafond 290 ICR 203 ICR Per 1-1-2027 57 Borg. plafond 0 Schuldvolume 0 Schuldvolume
Per 1-1-2032 297 Borg. plafond 128 ICR 93 ICR Per 1-1-2032 0 Borg. plafond 0 Schuldvolume 0 Schuldvolume
Tabel 10: Extra bestedingsruimte en knellende restricties – Eigen Haard
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 57 / 95
23-6-2023
Wat zegt deze extra bestedingsruimte? Wanneer de totale bestedingsruimte wordt afgezet tegen het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) op basis van beleidswaarde per ultimo 2023 (4.004 miljoen euro in de DAEB-tak) wordt in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) binnen de DAEB-tak 19,6% (37,4%) van het balanstotaal geïnvesteerd. Wordt de extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) tot aan de externe norm beschouwd dan kan nog eens 9,1%-punt (7,4%-punt) van het balanstotaal worden geïnvesteerd. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de DAEB-tak op 28,8% (44,8% per 2032). Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde DAEB € 2.000
50% 40%
€ 1.500
30% € 1.000 20% € 500
10%
€-
0% per 1-1-2024 Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2027 Extra bestedingsruimte tot interne norm
per 1-1-2032 Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 48: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal DAEB - Eigen Haard
Voor de niet-DAEB-tak geldt dat binnen de huidige beleidsplannen in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) 15,2% (35,2%) van het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) per ultimo 2023 (1.192 miljoen euro in de niet-DAEB-tak) wordt geïnvesteerd. De extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) die in de niet-DAEB-tak beschikbaar is op basis van de externe norm bedraagt 24,4%-punt (10,7%-punt) van het balanstotaal. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de niet-DAEB-tak op 39,5% (45,9% per 2032).
Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde niet-DAEB € 600
50%
€ 500
40%
€ 400
30%
€ 300 20%
€ 200
10%
€ 100 €-
0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2032
Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 49: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal niet-DAEB - Eigen Haard
Naast de verhouding tussen de omvang van de huidige beleidsplannen ten opzichte van het balanstotaal kan de omvang van de huidige investeringen in nieuwbouw en bestaande bouw ook worden afgezet tegen de volledige bestedingsruimte die beschikbaar is. Binnen de DAEB-tak wordt per 2027 (per 2032) 68% (83%) van de volledige ruimte benut. In de niet-DAEB-tak gaat dit om 38% (77%). In de DAEB en in de niet-DAEB-tak beschikt Eigen Haard nog over aanvullende bestedingsruimte wanneer gekeken wordt naar de externe norm.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 58 / 95
23-6-2023
Reeds voorgenomen investeringen t.o.v. volledige bestedingsruimte 100% 80% 60% 40% 20% 0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
per 1-1-2032
per 1-1-2024
per 1-1-2027
DAEB
per 1-1-2032
Niet-DAEB Benut
Onbenut
Figuur 50: Benutte vs. onbenutte bestedingsruimte - Eigen Haard
Is er sprake van een duurzaam prestatiemodel? Om de financiële gezondheid van een corporatie op lange termijn te borgen kijken corporaties naar een duurzaam prestatiemodel, zie ook paragraaf 4.6. Onderstaande grafiek laat zien dat van 2024 tot en met 2032 de operationele kasstroom van Eigen Haard (639 mln.) onvoldoende is om de investeringen in het bestaande bezit (730 mln.) te bekostigen. Dat betekent dat binnen deze periode een deel van de financiering voor deze investeringen gebeurt door verkoop of bijlenen. Operationele kasstroom Investeringen bestaand bezit 0
100
200
300
400
500
600
700
800
Figuur 51: verhouding operationele kasstroom en investeringen bestaand bezit - Eigen Haard
Een tweede inzicht in het duurzaam prestatiemodel is de ontwikkeling van het eigen vermogen. De grafiek hiernaast laat zien dat het eigen vermogen (in lopende prijzen) van Eigen Haard nauwelijks stijgt tussen 2024 en 2032, met in totaal 9%, terwijl de bouwindex stijgt met 28%. Idealiter wordt de bouwkostenindex gevolgd, want dan zou het investeringsvermogen in principe niet afnemen. Dit is nu wel het geval.
Balans beleidswaarde (€ mln.) 6.000
5.000
4.000
3.000
2.000
1.000
2023
2023 Activa
Eigen Vermogen
2032
2032
Vreemd vermogen
Figuur 52: ontwikkeling balans van 2023 naar 2032 – Eigen Haard
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 59 / 95
23-6-2023
Impactanalyse Een onderdeel van de financiële toets op het bod is een impactanalyse. In deze impactanalyse wordt gekeken wat er gebeurt met de investeringsmogelijkheden van corporaties wanneer beleid wordt veranderd of wanneer zij geraakt worden door economische tegenwind. In de impactanalyse is gekeken naar drie ontwikkelingen: Stoppen met reguliere huurverhoging voor zittende huurders van een gereguleerde huurwoning 2024 – 2027 Stoppen met verkoop Macro-economische tegenwind
▪ ▪ ▪
De manier waarop deze ontwikkelingen zijn doorgerekend is hieronder per analyse verder toegelicht. Per analyse wordt toegelicht wat de impact is op de financiële kengetallen. Daarna wordt voor alle ontwikkelingen in één keer toegelicht wat het effect is op de financiële ruimte en op het duurzaam prestatiemodel. Stoppen met reguliere huurverhoging In deze impactanalyse is gekeken naar het stoppen met reguliere huurverhoging bij gereguleerde huurwoningen gedurende 2024 – 2027. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat er alleen wordt gekeken naar zittende huurders.
Loan to Value
Interest coverage ratio
3,0
100% 80%
2,5
60% 2,0
40% 1,5
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
2.500
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod Geen huurverhoging t/m 2027
2.000
Norm Aw/WSW Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 53: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse geen huurverhoging Eigen Haard Ondertekst
Het beleid heeft een beperkte impact op de loan to value, deze stijgt met een aantal procentpunt. Het effect is sterker zichtbaar in de ICR, die op 1,8 uitkomt in 2027 in plaats van 2,2 in het ingeleverde bod. Het borgingsplafond stijgt boven de interne norm.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 60 / 95
23-6-2023
Verkoopstop Bij een verkoopstop stoppen corporaties met verkopen. In plaats van woningen te verkopen worden deze opnieuw verhuurd. Deze verkoopstop is ingerekend voor de periode van het bod (2024-2027) en de horizon van de analyse (2024-2032). Eventuele extra kosten voor het ‘schoon, heel, veilig’ maken die opgenomen waren als verkoopkosten, zijn door Ortec Finance opgenomen als verbeterkosten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
3,00
100% 80%
2,50
60% 2,00 40% 1,50
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
2.500
1,00 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod Geen verkoop t/m 2027
2.000
Geen verkoop t/m 2032 Norm Aw/WSW
1.500
Remweg 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 54: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse verkoopstop Eigen Haard
Door een verkoopstop mist de corporatie verkoopinkomsten die in de berekening worden gecompenseerd door meer te lenen. Daartegenover staat dat de niet-verkochte woningen op de balans blijven, wat voor beleidswaarde en inkomsten uit verhuur zorgt. Wanneer een verkoopstop voor vier jaar wordt doorgevoerd, neemt de LTV door de gemiste verkoopinkomsten toe en komt in 2027 uit op 49% (bod: 47%). De ICR komt in 2027 uit op 2,2. Een volledige verkoopstop leidt tot een LTV van 58% in 2032, en een ICR van 1,92. Het borgingsplafond wordt met name hard geraakt wanneer de verkoopstop tot het oneindige wordt doorgetrokken. Een macro-economisch slechtweerscenario Een derde impactanalyse is een macro-economisch slechtweerscenario. Hierbij is gekeken naar een combinatie van hoge rentes en hoge bouwkostenstijgingen. Deze zijn bepaald op basis van de Ortec Finance Scenarioset voor Q2. In deze set van 2.000 even-waarschijnlijke mogelijke economische scenario’s is gekeken naar scenario’s waarbij het gemiddelde van de rente van 2024 tot 2027 in de bandbreedte van 60% tot 95% zit. Dit levert 700 scenario’s op (35% van 2.000). Van die 700 scenario's zijn de 350 scenario's met de hoogste cumulatieve bouwindex in 2027 genomen. Het
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 61 / 95
23-6-2023
slechtweerscenario is dan het gemiddelde van die 350 scenario's (14% van het totaal). Dit scenario is slecht voor corporaties die veel bouwen omdat kosten hoog zijn en financieringslasten ook. De overige macro-economische reeksen die voor corporaties van belang zijn (inflatie, looninflatie, huizenprijsstijging, etc.) lopen op deze manier ook mee. In het scenario dat zo ontstaat komt de loonstijging in 2024 uit op 7%. Dat kan leiden tot uitkomsten die niet representatief zijn. Dit komt doordat veel corporaties het huurbeleid in WALS hebben ingericht conform de NPA waarbij de huurstijging gebaseerd is op de loonstijging (minus 0,5%). Vanwege de maatschappelijke druk de huren te matigen is het verstandig om in dit scenario ook te kijken welke rol de huurverhoging speelt. Daarom is het macro-economisch slechtweerscenario ook doorgerekend zonder reguliere huurverhoging van 2024 t/m 2027. Zo is te zien wat er gebeurt wanneer er bij economische tegenwind ook druk ontstaat op de huurinkomsten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
3,0
100% 80%
2,5
60% 2,0 40% 1,5
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
2.500
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod Slecht weer scenario
2.000
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027 1.500
Norm Aw/WSW Remweg
1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 55: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse slecht weer Eigen Haard
Slecht weer zorgt er bij Eigen Haard voor dat de ICR daalt naar 1,69. De LTV neemt maar beperkt toe. Wanneer de huren in dit scenario worden gematigd dan worden de effecten van de macroeconomische tegenwind versterkt en daalt de ICR tot 1,2 in 2032, dat is onder de norm van de toezichthouder van 1,4. Economisch slecht weer, zeker in combinatie met huurverhoging, zorgt ervoor dat het borgingsplafond bij Eigen Haard snel doorbroken wordt. De combinatie zorgt ervoor dat het geborgd schuldrestant op 2,3 mld. uitkomt.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 62 / 95
23-6-2023
Bestedingsruimte Onderstaande tabel laat zien wat het effect is op de bestedingsruimte van Eigen Haard. Bestedingsruimte nieuwbouw DAEB Externe normen
Bod
Geen huurverhoging t/m 2027
Geen verkoop t/m 2027
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027
2024
366.061
326.647
303.337
303.324
287.039
8.670
2027
366.061
326.647
303.337
303.324
287.039
10.541
2032
296.730
174.386
228.425
0
69.878
0
2024
57.062
17.647
0
0
0
0
2027
57.062
17.647
0
0
0
0
2032
0
0
0
0
0
0
Interne normen
Elk scenario heeft een negatieve impact op het investeringsvermogen van Eigen Haard, waarbij met name een verkoopstop en de combinatie van geen huurverhoging en macro-economisch slecht weer ertoe leiden dat de financiële ruimte in 2032 op is. Duurzaam Prestatiemodel. In het bod was er bij Eigen Haard al sprake van een tekort in het duurzaam prestatiemodel. Onderstaande grafiek laat zien dat dit tekort groter wordt in de impactanalyses met economisch slecht weer of waar geen huurverhoging gevraagd wordt. In het geval van een verkoopstop blijft het tekort ongeveer gelijk. Duurzaam Prestatiemodel
Lopende prijzen, 2024 t/m 2032, in mln. 900 800 700 600
91
730
216
113
730 640
639
500
173
753
809
797
435
797
636 550
514
400
247
300
362
200 100 0 Bod
Geen huurverhoging t/m 2027
Geen verkoop t/m 2027
Operationele kasstroom
Tekort
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer scenario, geen huuverhoging t/m 2027
Investeringen bestaand bezit
Managementreactie Eigen Haard Eigen Haard herkent zich in de uitkomsten van dit onderzoek. Bij de interpretatie van de uitkomsten dient echter wel rekening gehouden te worden met de ‘beperkingen’ ten aanzien van de gekozen vraagstelling en methodologie. Te denken valt aan o.a. ▪ ▪
Opsplitsen leningen op basis van het bezit in de gemeente Amsterdam geeft een vertekend beeld van onze financiële positie Onze investeringen in buurgemeenten (bijvoorbeeld Ouder-Amstel) die bijdragen aan het oplossen van de Amsterdamse woningbehoefte blijven in dit onderzoek buiten beeld
Ten aanzien van de interpretatie van de uitkomsten en ons bod merken we op:
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 63 / 95
23-6-2023
▪
▪
Voor de jaren 2024-2027 is een beperkt verkoopprogramma ingerekend t.o.v. het investeringsprogramma. De leningen stijgen dan ook relatief sterk. Om te blijven voldoen aan de normen is het hierdoor wel noodzakelijk om het aantal woningverkopen na 2027 te verhogen. Niet alle noodzakelijke investeringen in de bestaande voorraad voor het wegwerken van de EFGlabels voor 2028 en overige duurzaamheidsopgaven zijn ingerekend.
Het onderzoek bevestigt dat Eigen Haard haar maatschappelijke vermogen conform haar beleid maximaal inzet voor haar volkshuisvestelijke activiteiten.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 64 / 95
23-6-2023
Rochdale Deze paragraaf bevat de resultaten voor Rochdale. In deze paragraaf wordt de toets op de aangeleverde cijfers behandeld, de beschikbare bestedingsruimte, de financiële positie en de relatieve bestedingsruimte, gemeten naar het balanstotaal. Daarnaast zijn de resultaten van een drietal impactanalyses opgenomen. Toets op de aangeleverde cijfers Ortec Finance heeft de cijfers die door Rochdale zijn aangeleverd in het bod gecontroleerd om te zien of deze overeenkwamen met de aangeleverde WALS-dataset waarin de financiële doorrekening is gedaan. Dit is het geval. Begroting binnen Amsterdam In deze analyse wordt alleen gekeken naar het bezit binnen de gemeente Amsterdam. Daarbij wordt de balans verdeeld op basis van het aantal woningen, met uitzondering van markt- en beleidswaarde van het vastgoed. Die worden berekend op basis van het bezit in Amsterdam. Het kan zijn dat de financiële kengetallen in de hiernavolgende analyse afwijken van de financiële kengetallen zoals die in begroting zijn gepresenteerd. Dit kan zo zijn doordat huren, onderhoudskosten, kosten voor erfpacht en de geplande investeringen in Amsterdam afwijken van andere gemeenten.
Een voorbeeld: wanneer Amsterdam een relatief groot aandeel E, F en G-labels heeft, dan kan het zijn dat de kosten voor renovaties in Amsterdam de komende jaren hoger liggen: in 2028 moeten alle E, F en G-labels verbeterd zijn naar ten minste een D-label. De grafieken hieronder laten zien wat de afwijking is. Loan to Value - DAEB
Interest coverage ratio - DAEB
100%
2,5
80% 2,0
60%
40% 1,5 20%
0%
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Bod (geknipt)
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Bod (totaal)
Norm Aw/WSW
Remweg
Figuur 56: LTV en ICR situatie Amsterdam en situatie TI - Rochdale
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 65 / 95
23-6-2023
Wat zijn de huidige beleidsplannen en hoe worden deze gefinancierd? In de periode 2024 t/m 2027 wordt in de TI (DAEB en niet-DAEB tezamen) 1.071 miljoen euro geïnvesteerd. In de periode van 2024 t/m 2032 wordt 1.860 miljoen euro geïnvesteerd. Afgezet tegen het balanstotaal o.b.v. beleidswaarde (in de gemeente Amsterdam) per ultimo 2023 (3.290 miljoen euro) is dit respectievelijk 32,6% en 56,5%. Amsterdams Kasstroommodel TI 60% 50%
€ 1.500
40% € 1.000
30% 20%
€ 500
% van balanstotaal
in miljoenen euro's
€ 2.000
10% €0
0% Bronnen
Bestemming
Bronnen
2024 t/m 2027 Investeringen bestaande bezit
Bestemming 2024 t/m 2032
Investeringen nieuwbouw
Operationele kasstroom
Verkoopopbrengsten
Niet-DAEB
Financiering
Figuur 57: IJkpunt – Rochdale
Binnen de DAEB-tak van de TI fluctueert de ICR door de tijd. Deze begint rond de 1,4 en stijgt naar 1,5 in 2032. De LTV neemt toe tot 69%. Daarnaast stijgt het leningvolume dat meetelt voor het borgingsplafond binnen de DAEB-tak waardoor deze aan het einde van de begrotingshorizon 2.202 miljoen bedraagt. Het totale borgingsplafond van 3,5 mld. is aan Amsterdam toebedeeld op basis het aantal woningen in de DAEB-tak. Dit borgingsplafond bedraagt 2.727 miljoen. Dit wordt niet overschreden in de huidige plannen.
Loan to Value - DAEB
Interest coverage ratio - DAEB 2,5
100% 80%
2,0
60% 40%
1,5
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond 3.000
Bod
2.500
Norm Aw/WSW
2.000
Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 58: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - Rochdale
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 66 / 95
23-6-2023
Binnen de niet-DAEB-tak is de lening portefeuille relatief klein. We zien hier dat alle financiële kengetallen niet in de buurt uitkomen van de gestelde normen. Interest coverage ratio - Niet-DAEB
Loan to Value - Niet-DAEB 4,0
100% 80%
3,0
60% 40%
2,0
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Solvabiliteit - Niet-DAEB 100%
Bod Norm Aw/WSW Remweg
80%
60%
40%
20% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 59: ICR, LTV en Solvabiliteit niet-DAEB - Rochdale
Welke extra bestedingsruimte is beschikbaar? De extra bestedingsruimte wordt uitgedrukt als het extra bedrag dat besteed kan worden totdat één van de ratio’s de gestelde norm raakt. Naast de externe normen die zijn gedefinieerd in het beoordelingskader kan ook een interne norm worden gehanteerd om een bepaalde veiligheidsmarge in te bouwen. De interne normen is in onderstaande tabel opgenomen Externe en interne normen
ICR LTV Solvabiliteit Dekkingsratio Max. borgbaar schuldrestant (mln.)
TI DAEB Extern 1,40 85% 15% 70% € 2.727
Intern 1,70 75% 25%
TI Niet-DAEB Extern 1,80 75% 40% 70% n.v.t.
Intern 2,10 60%
Tabel 11: Externe norm en interne norm - Rochdale
De resulterende extra bestedingsruimte wordt op drie momenten berekend: ▪ ▪ ▪
De extra bestedingsruimte die in 2024 beschikbaar is: De extra bestedingsruimte die in 2027 beschikbaar is; De extra bestedingsruimte die in 2032 beschikbaar is.
Rochdale investeert binnen de DAEB-tak tot en met 2027 (tot en met 2032) 948 miljoen euro (1.611 mln.), en heeft in 2027 (en 2032) een overgebleven bestedingsruimte van 590 miljoen euro (194 mln.) voor nieuwbouwwoningen (in de gemeente Amsterdam) ten opzichte van de externe norm. Rochdale wordt bij het doen van extra bestedingen in de DAEB-tak per 2027 beperkt door de ICR.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 67 / 95
23-6-2023
In de niet-DAEB-tak investeert Rochdale tot en met 2027 (tot en met 2032) 123 miljoen euro (249 mln.) en daarmee resteert in de gemeente Amsterdam een overgebleven bestedingsruimte van 295 miljoen euro (317 mln.) voor nieuwbouw van niet-DAEB woningen of een ruimte van 206 miljoen euro (229 mln.) voor een bijdrage aan de DAEB-tak. In de niet-DAEB-tak wordt Rochdale bij het doen van extra bestedingen per 2027 (en 2032) beperkt door de ICR. Wanneer de huidige beleidsplannen worden afgezet tegen de totaal beschikbare bestedingsruimte binnen Rochdale wordt per 2027 (en 2032) in de DAEB-tak 62% (89%) van de beschikbare bestedingsruimte ingezet en bedraagt de inzet in de niet-DAEB-tak bijna 29% (44%) van de totale beschikbare bestedingsruimte. Extra bestedingsruimte Externe normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB) Interne normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB)
per 1-1-2024 265 ICR 142 ICR 107 ICR per 1-1-2024 30 ICR 85 ICR 67 ICR
per 1-1-2027 590 ICR 295 ICR 206 ICR per 1-1-2027 82 ICR 196 ICR 145 ICR
per 1-1-2032 194 ICR 317 ICR 229 ICR per 1-1-2032 0 ICR 209 ICR 160 ICR
Tabel 12: Extra bestedingsruimte en knellende restricties – Rochdale
Wat zegt deze extra bestedingsruimte? Wanneer de totale bestedingsruimte wordt afgezet tegen het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) op basis van beleidswaarde per ultimo 2023 (3.275 miljoen euro in de DAEB-tak) wordt in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) binnen de DAEB-tak 29,0% (49,2%) van het balanstotaal geïnvesteerd. Wordt de extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) tot aan de externe norm beschouwd dan kan nog eens 18,0%-punt (5,9%-punt) van het balanstotaal worden geïnvesteerd. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de DAEB-tak op 47,0% (55,1% per 2032). Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde DAEB € 2.000
60%
50%
€ 1.500
40% € 1.000
30% 20%
€ 500 10% €-
0% per 1-1-2024 Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2027 Extra bestedingsruimte tot interne norm
per 1-1-2032 Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 60: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal DAEB - Rochdale
Voor de niet-DAEB-tak geldt dat binnen de huidige beleidsplannen in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) 18,5% (37,5%) van het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) per ultimo 2023 (663 miljoen euro in de niet-DAEB-tak) wordt geïnvesteerd. De extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) die in de niet-DAEB-tak beschikbaar is op basis van de externe norm bedraagt 44,5%-punt (47,7%-punt) van het balanstotaal. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de niet-DAEB-tak op 63,0% (85,3% per 2032).
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 68 / 95
23-6-2023
Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde niet-DAEB € 600 80%
€ 500 € 400
60%
€ 300
40%
€ 200 20%
€ 100 €-
0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2032
Extra bestedingsruimte tot interne norm
Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 61: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal niet-DAEB - Rochdale
Naast de verhouding tussen de omvang van de huidige beleidsplannen ten opzichte van het balanstotaal kan de omvang van de huidige investeringen in nieuwbouw en bestaande bouw ook worden afgezet tegen de volledige bestedingsruimte die beschikbaar is. Binnen de DAEB-tak wordt per 2027 (per 2032) 62% (89%) van de volledige ruimte benut. In de niet-DAEB-tak gaat dit om 29% (44%). In de DAEB en in de niet-DAEB-tak beschikt Rochdale nog over aanvullende bestedingsruimte ten opzichte van de externe norm. In de niet-DAEB-tak is er ook nog bestedingsruimte ten opzichte van de interne norm. Reeds voorgenomen investeringen t.o.v. volledige bestedingsruimte 100% 80% 60% 40% 20% 0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
per 1-1-2032
per 1-1-2024
DAEB
per 1-1-2027
per 1-1-2032
Niet-DAEB Benut
Onbenut
Figuur 62: Benutte vs. onbenutte bestedingsruimte - Rochdale
Is er sprake van een duurzaam prestatiemodel? Om de financiële gezondheid van een corporatie op lange termijn te borgen kijken corporaties naar een duurzaam prestatiemodel, zie ook paragraaf 4.6. Onderstaande grafiek laat zien dat van 2023 tot en met 2032 de operationele kasstroom van Rochdale (381 mln.) onvoldoende is om de investeringen in het bestaande bezit (988 mln.) te bekostigen. Dat betekent dat binnen deze periode een deel van de financiering voor deze investeringen gebeurt door verkoop of bijlenen. Operationele kasstroom Investeringen bestaand bezit 0
Financiële Toets Amsterdam
200
400
600
© Ortec Finance B.V. – 69 / 95
800
1.000
1.200
23-6-2023
Figuur 63: verhouding operationele kasstroom en investeringen bestaand bezit - Rochdale Balans beleidswaarde (€ mln.) 4.500
Een tweede inzicht in het duurzaam prestatiemodel is de ontwikkeling van het eigen vermogen. De grafiek hiernaast laat zien dat het eigen vermogen (in lopende prijzen) van Rochdale daalt tussen 2023 en 2032 met 25%. Idealiter wordt de bouwkostenindex gevolgd – die stijgt met 28% – want dan zou het investeringsvermogen in principe niet afnemen. Dit is nu wel het geval.
4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 2023 Activa
2023 Eigen Vermogen
2032 2032 Vreemd vermogen
Figuur 64: ontwikkeling balans van 2023 naar 2032 – Rochdale
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 70 / 95
23-6-2023
Impactanalyse Een onderdeel van de financiële toets op het bod is een impactanalyse. In deze impactanalyse wordt gekeken wat er gebeurt met de investeringsmogelijkheden van corporaties wanneer beleid wordt veranderd of wanneer zij geraakt worden door economische tegenwind. In de impactanalyse is gekeken naar drie ontwikkelingen: Stoppen met reguliere huurverhoging voor zittende huurders van een gereguleerde huurwoning 2024 – 2027 Stoppen met verkoop Macro-economische tegenwind
▪ ▪ ▪
De manier waarop deze ontwikkelingen zijn doorgerekend is hieronder per analyse verder toegelicht. Per analyse wordt toegelicht wat de impact is op de financiële kengetallen. Daarna wordt voor alle ontwikkelingen in één keer toegelicht wat het effect is op de financiële ruimte en op het duurzaam prestatiemodel. Stoppen met reguliere huurverhoging In deze impactanalyse is gekeken naar het stoppen met reguliere huurverhoging bij gereguleerde huurwoningen gedurende 2024 – 2027. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat er alleen wordt gekeken naar zittende huurders.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,5
100% 80%
2,0
60% 40%
1,5 20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
3.000
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
2.500
Geen huurverhoging t/m 2027 Norm Aw/WSW
2.000
Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 65: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse geen huurverhoging Rochdale Ondertekst
De huurbevriezing zorgt ervoor dat de loan to value in 2032 met 78% boven de interne norm uitkomt. De ICR daalt als het gevolg van de huurbevriezing tot 1,2 in 2028 onder de norm van de toezichthouder. In het ingeleverde bod bleef de ICR daar met 1,5 nog boven.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 71 / 95
23-6-2023
Verkoopstop Bij een verkoopstop stoppen corporaties met verkopen. In plaats van woningen te verkopen worden deze opnieuw verhuurd. Deze verkoopstop is ingerekend voor de periode van het bod (2024-2027) en de horizon van de analyse (2024-2032). Eventuele extra kosten voor het ‘schoon, heel, veilig’ maken die opgenomen waren als verkoopkosten, zijn door Ortec Finance opgenomen als verbeterkosten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,5
100% 80%
2,0
60% 40%
1,5 20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
3.000
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
2.500
Geen verkoop t/m 2027 Geen verkoop t/m 2032
2.000
Norm Aw/WSW Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 66: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse verkoopstop Rochdale
Door een verkoopstop mist de corporatie verkoopinkomsten die in de berekening worden gecompenseerd door meer te lenen. Daartegenover staat dat de niet-verkochte woningen op de balans blijven, wat voor beleidswaarde en inkomsten uit verhuur zorgt. Wanneer een verkoopstop voor vier jaar wordt doorgevoerd, neemt de LTV door de gemiste verkoopinkomsten toe en komt in 2027 uit op 64% (bod: 59%). De ICR komt in 2027 uit op 1,7. Een volledige verkoopstop leidt tot een LTV van 78% in 2032, en een ICR die onder de norm van 1,4 ligt. Een macro-economisch slechtweerscenario Een derde impactanalyse is een macro-economisch slechtweerscenario. Hierbij is gekeken naar een combinatie van hoge rentes en hoge bouwkostenstijgingen. Deze zijn bepaald op basis van de Ortec Finance Scenarioset voor Q2. In deze set van 2.000 even-waarschijnlijke mogelijke economische scenario’s is gekeken naar scenario’s waarbij het gemiddelde van de rente van 2024 tot 2027 in de bandbreedte van 60% tot 95% zit. Dit levert 700 scenario’s op (35% van 2.000). Van die 700 scenario's zijn de 350 scenario's met de hoogste cumulatieve bouwindex in 2027 genomen. Het
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 72 / 95
23-6-2023
slechtweerscenario is dan het gemiddelde van die 350 scenario's (14% van het totaal). Dit scenario is slecht voor corporaties die veel bouwen omdat kosten hoog zijn en financieringslasten ook. De overige macro-economische reeksen die voor corporaties van belang zijn (inflatie, looninflatie, huizenprijsstijging, etc.) lopen op deze manier ook mee. In het scenario dat zo ontstaat komt de loonstijging in 2024 uit op 7%. Dat kan leiden tot uitkomsten die niet representatief zijn. Dit komt doordat veel corporaties het huurbeleid in WALS hebben ingericht conform de NPA waarbij de huurstijging gebaseerd is op de loonstijging (minus 0,5%). Vanwege de maatschappelijke druk de huren te matigen is het verstandig om in dit scenario ook te kijken welke rol de huurverhoging speelt. Daarom is het macro-economisch slechtweerscenario ook doorgerekend zonder reguliere huurverhoging van 2024 t/m 2027. Zo is te zien wat er gebeurt wanneer er bij economische tegenwind ook druk ontstaat op de huurinkomsten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,5
100% 80%
2,0
60%
1,5 40% 1,0
20%
0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
3.000
0,5 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
2.500
Slecht weer scenario
2.000
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027 Norm Aw/WSW
1.500
Remweg
1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 67: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse slecht weer Rochdale
Slecht weer zorgt er bij Rochdale voor dat de ICR daalt naar 1,2 in 2032, dat is onder de norm van de toezichthouder. De LTV neemt maar beperkt toe. Wanneer de huren in dit scenario worden gematigd dan worden de effecten van de macro-economische tegenwind versterkt en daalt de ICR tot 0,9 in 2032. Ook de LTV stijgt dan tot 83% in 2032, boven de interne norm van 75%. Als dit gebeurt, dan moet Rochdale koers wijzigen.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 73 / 95
23-6-2023
Bestedingsruimte Onderstaande tabel laat zien wat het effect is op de bestedingsruimte van Rochdale. Bestedingsruimte nieuwbouw DAEB Externe normen
Geen huurverhoging t/m 2027
Bod
Geen verkoop t/m 2027
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027
2024
265.356
0
272.914
272.914
178.768
0
2027
590.340
0
515.186
515.186
374.028
0
2032
193.638
0
0
0
0
0
2024
29.678
0
0
0
0
0
2027
82.459
0
6.968
6.968
0
0
2032
0
0
0
0
0
0
Interne normen
Rochdale wordt hard geraakt wanneer de huurverhoging tegenvalt: dan is er geen bestedingsruimte meer en moet mogelijk bijgestuurd worden. Duurzaam Prestatiemodel. In het bod was er bij Rochdale al sprake van een tekort in het duurzaam prestatiemodel. Onderstaande grafiek laat zien dat dit tekort groter wordt in de verschillende impactanalyses. Duurzaam Prestatiemodel
Lopende prijzen, 2024 t/m 2032, in mln.
1.200 1.000 606
988
719
628
988
638
991
700 1.038
995
875 1.038
800 600 400 382
363
200
357
269
338 163
0 Bod
Geen huurverhoging t/m 2027
Geen verkoop t/m 2027
Operationele kasstroom
Tekort
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer scenario, geen huuverhoging t/m 2027
Investeringen bestaand bezit
Managementreactie Rochdale Met de Nationale Prestatieafspraken ligt er een enorme opgave bij corporaties tot en met 2030. Dit decennium is eigenlijk een periode van transitie, waarin we zo snel mogelijk proberen te verduurzamen en de wooncrisis proberen te bestrijden. Als Rochdale proberen we maximaal onze bijdrage te leveren, vooral om onze huurders een fijn thuis in een sterke buurt te geven. Tot en met 2030 renoveren we duizenden woningen én bouwen we duizenden woningen. De doorrekening van Ortec laat duidelijk zien dat we richting onze financiële grenzen gaan. Er wordt veel meer geld uitgegeven dan er binnenkomt, waardoor de leningportefeuille snel groeit. Een verkoopstop of een langjarige huurbevriezing zou betekenen dat we door de financiële grenzen heen gaan. Beide middelen blijven daarom noodzakelijk om te werken aan onze volkshuisvestelijke doelen. Technische aanvulling op de resultaten: De scenario’s ‘slecht weer’ zullen voor Rochdale nog slechter uitpakken dan hier gepresenteerd doordat de hogere indexatie van de projecten niet meegenomen is. De indexatie van de projecten geschied bij Rochdale buiten het Ortec/Wals model.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 74 / 95
23-6-2023
Stadgenoot Deze paragraaf bevat de resultaten voor Stadgenoot. In deze paragraaf wordt de toets op de aangeleverde cijfers behandeld, de beschikbare bestedingsruimte, de financiële positie en de relatieve bestedingsruimte, gemeten naar het balanstotaal. Daarnaast zijn de resultaten van een drietal impactanalyses opgenomen. Toets op de aangeleverde cijfers Ortec Finance heeft de cijfers die door Stadgenoot zijn aangeleverd in het bod gecontroleerd om te zien of deze overeenkwamen met de aangeleverde WALS-dataset waarin de financiële doorrekening is gedaan. Dit is het geval. Begroting binnen Amsterdam In deze analyse wordt alleen gekeken naar het bezit binnen de gemeente Amsterdam. Daarbij wordt de balans verdeeld op basis van het aantal woningen, met uitzondering van markt- en beleidswaarde van het vastgoed. Die worden berekend op basis van het bezit in Amsterdam. Het kan zijn dat de financiële kengetallen in de hiernavolgende analyse afwijken van de financiële kengetallen zoals die in begroting zijn gepresenteerd. Dit kan zo zijn doordat huren, onderhoudskosten, kosten voor erfpacht en de geplande investeringen in Amsterdam afwijken van andere gemeenten.
Een voorbeeld: wanneer Amsterdam een relatief groot aandeel E, F en G-labels heeft, dan kan het zijn dat de kosten voor renovaties in Amsterdam de komende jaren hoger liggen: in 2028 moeten alle E, F en G-labels verbeterd zijn naar ten minste een D-label. De grafieken hieronder laten zien wat de afwijking is. Loan to Value - DAEB
Interest coverage ratio - DAEB
100%
2,4 2,2
80%
2,0 60%
1,8
1,6
40%
1,4 20%
1,2
0%
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 Bod (geknipt)
Bod (totaal)
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 Norm Aw/WSW
Remweg
Figuur 68: LTV en ICR situatie Amsterdam en situatie TI - Stadgenoot
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 75 / 95
23-6-2023
Wat zijn de huidige beleidsplannen en hoe worden deze gefinancierd? In de periode 2024 t/m 2027 wordt in de TI (DAEB en niet-DAEB tezamen) 1.048 miljoen euro geïnvesteerd. In de periode van 2024 t/m 2032 wordt 2.199 miljoen euro geïnvesteerd. Afgezet tegen het balanstotaal o.b.v. beleidswaarde (in de gemeente Amsterdam) per ultimo 2023 (4.812 miljoen euro) is dit respectievelijk 21,8% en 45,7%. Amsterdams Kasstroommodel TI 50%
€ 2.000
40%
€ 1.500
30%
€ 1.000
20%
€ 500
10%
€0
% van balanstotaal
in miljoenen euro's
€ 2.500
0% Bronnen
Bestemming
Bronnen
2024 t/m 2027 Investeringen bestaande bezit
Bestemming 2024 t/m 2032
Investeringen nieuwbouw
Operationele kasstroom
Verkoopopbrengsten
Niet-DAEB
Financiering
Figuur 69: IJkpunt – Stadgenoot
Binnen de DAEB-tak van de TI daalt de ICR van 2,0 en stijgt naar 1,7 in 2032. De LTV stijgt licht, van 37% naar 47%. Daarnaast stijgt het leningvolume dat meetelt voor het borgingsplafond binnen de DAEB-tak waardoor deze aan het einde van de begrotingshorizon 2.025 miljoen bedraagt. Het totale borgingsplafond van 3,5 mld. is aan Amsterdam toebedeeld op basis het aantal woningen in de DAEB-tak. Dit borgingsplafond bedraagt 3.500 miljoen. Dit wordt niet overschreden.
Loan to Value - DAEB
Interest coverage ratio - DAEB 2,5
100% 80%
2,0
60% 40%
1,5
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond 3.500
Bod
3.000
Norm Aw/WSW
2.500
Remweg
2.000
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 70: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - Stadgenoot
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 76 / 95
23-6-2023
Binnen de niet-DAEB-tak neemt de leningportefeuille toe. De LTV en ICR-grenzen komen in zicht. Loan to Value - Niet-DAEB
Interest coverage ratio - Niet-DAEB 3,0
100% 80%
2,5
60% 2,0 40% 1,5
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Solvabiliteit - Niet-DAEB 100%
Bod Norm Aw/WSW Remweg
80%
60%
40%
20% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 71: ICR, LTV en Solvabiliteit niet-DAEB - Stadgenoot
Welke extra bestedingsruimte is beschikbaar? De extra bestedingsruimte wordt uitgedrukt als het extra bedrag dat besteed kan worden totdat één van de ratio’s de gestelde norm raakt. Naast de externe normen die zijn gedefinieerd in het beoordelingskader kan ook een interne norm worden gehanteerd om een bepaalde veiligheidsmarge in te bouwen. De interne normen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Externe en interne normen
ICR LTV Solvabiliteit Dekkingsratio Max. borgbaar schuldrestant (mln.)
TI DAEB Extern 1,40 85% 15% 70% € 3.500
Intern 1,50 75%
TI Niet-DAEB Extern 1,80 75% 40% 70% n.v.t.
Intern 1,90 65%
Tabel 13: Externe norm en interne norm - Stadgenoot
De resulterende extra bestedingsruimte wordt op drie momenten berekend: ▪ ▪ ▪
De extra bestedingsruimte die in 2024 beschikbaar is: De extra bestedingsruimte die in 2027 beschikbaar is; De extra bestedingsruimte die in 2032 beschikbaar is.
Stadgenoot investeert binnen de DAEB-tak tot en met 2027 (tot en met 2032) 818 miljoen euro (1.676 mln.), en heeft in 2027 (en 2032) een overgebleven bestedingsruimte van 1.350 miljoen euro (737 mln.) voor nieuwbouwwoningen (in de gemeente Amsterdam). Stadgenoot wordt bij het doen van extra bestedingen in de DAEB-tak per 2027 beperkt door de ICR. In de niet-DAEB-tak investeert Stadgenoot tot en met 2027 (tot en met 2032) 229 miljoen euro (523 mln.) en daarmee resteert in de gemeente Amsterdam een overgebleven bestedingsruimte van 197 miljoen euro (25 mln.) voor nieuwbouw van niet-DAEB woningen of een ruimte van 138 miljoen euro
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 77 / 95
23-6-2023
(18 mln.) voor een bijdrage aan de DAEB-tak. In de niet-DAEB-tak wordt Stadgenoot bij het doen van extra bestedingen per 2027 (en 2032) beperkt door de ICR. Wanneer de huidige beleidsplannen worden afgezet tegen de totaal beschikbare bestedingsruimte binnen Stadgenoot wordt per 2027 (en 2032) in de DAEB-tak 38% (69%) van de beschikbare bestedingsruimte ingezet en bedraagt de inzet in de niet-DAEB-tak bijna 54% (95%) van de totale beschikbare bestedingsruimte. Extra bestedingsruimte Externe normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB) Interne normen TI DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Nieuwbouw) TI Niet-DAEB (Bijdrage aan DAEB)
per 1-1-2024 942 ICR 84 ICR 64 ICR per 1-1-2024 757 ICR 60 ICR 46 ICR
per 1-1-2027 1.350 ICR 197 ICR 138 ICR per 1-1-2027 1.059 ICR 142 LTV 86 LTV
per 1-1-2032 737 ICR 25 ICR 18 ICR per 1-1-2032 465 ICR 0 ICR 0 ICR
Tabel 14: Extra bestedingsruimte en knellende restricties – Stadgenoot
Wat zegt deze extra bestedingsruimte? Wanneer de totale bestedingsruimte wordt afgezet tegen het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) op basis van beleidswaarde per ultimo 2023 (4.631 miljoen euro in de DAEB-tak) wordt in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) binnen de DAEB-tak 17,7% (36,2%) van het balanstotaal geïnvesteerd. Wordt de extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) tot aan de externe norm beschouwd dan kan nog eens 29,2%-punt (15,9%-punt) van het balanstotaal worden geïnvesteerd. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de DAEB-tak op 46,8% (52,1% per 2032). Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde DAEB € 3.000
60%
€ 2.500
50%
€ 2.000
40%
€ 1.500
30%
€ 1.000
20%
€ 500
10%
€-
0% per 1-1-2024 Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2027 Extra bestedingsruimte tot interne norm
per 1-1-2032 Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 72: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal DAEB - Stadgenoot
Voor de niet-DAEB-tak geldt dat binnen de huidige beleidsplannen in de periode 2024 t/m 2027 (t/m 2032) 24,7% (56,4%) van het balanstotaal (toegewezen aan Amsterdam) per ultimo 2023 (928 miljoen euro in de niet-DAEB-tak) wordt geïnvesteerd. De extra bestedingsruimte per 2027 (per 2032) die in de niet-DAEB-tak beschikbaar is op basis van de externe norm bedraagt 21,3%-punt (2,7%-punt) van het balanstotaal. De totale bestedingsruimte komt hierbij per 2027 in de niet-DAEB-tak op 46,0% (59,1% per 2032).
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 78 / 95
23-6-2023
Bestedingsruimte in % van balanstotaal o.b.v. beleidswaarde niet-DAEB € 600
60%
€ 500
50%
€ 400
40%
€ 300
30%
€ 200
20%
€ 100
10%
€-
0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
Reeds voorgenomen investeringen
per 1-1-2032
Extra bestedingsruimte tot interne norm
Extra bestedingsruimte tot externe norm
Figuur 73: Bestedingen en bestedingsruimte in % van balanstotaal niet-DAEB - Stadgenoot
Naast de verhouding tussen de omvang van de huidige beleidsplannen ten opzichte van het balanstotaal kan de omvang van de huidige investeringen in nieuwbouw en bestaande bouw ook worden afgezet tegen de volledige bestedingsruimte die beschikbaar is. Binnen de DAEB-tak wordt per 2027 (per 2032) 38% (69%) van de volledige ruimte benut. In de niet-DAEB-tak gaat dit om 54% (95%). In de DAEB beschikt Stadgenoot nog over aanvullende bestedingsruimte. In de niet-DAEB-tak is dat niet zo.
Reeds voorgenomen investeringen t.o.v. volledige bestedingsruimte 100% 80% 60% 40% 20% 0% per 1-1-2024
per 1-1-2027
per 1-1-2032
per 1-1-2024
DAEB
per 1-1-2027
per 1-1-2032
Niet-DAEB Benut
Onbenut
Figuur 74: Benutte vs. onbenutte bestedingsruimte - Stadgenoot
Is er sprake van een duurzaam prestatiemodel? Om de financiële gezondheid van een corporatie op lange termijn te borgen kijken corporaties naar een duurzaam prestatiemodel, zie ook paragraaf 4.6. Onderstaande grafiek laat zien dat van 2023 tot en met 2032 de operationele kasstroom van Stadgenoot (647 mln.) onvoldoende is om de investeringen in het bestaande bezit (942 mln.) te bekostigen. Dat betekent dat binnen deze periode een deel van de financiering voor deze investeringen gebeurt door verkoop of bijlenen.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 79 / 95
23-6-2023
Operationele kasstroom Investeringen bestaand bezit 0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
1.000
Figuur 75: verhouding operationele kasstroom en investeringen bestaand bezit - Stadgenoot Balans beleidswaarde (€ mln.) 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000
Een tweede inzicht in het duurzaam prestatiemodel is de ontwikkeling van het eigen vermogen. De grafiek hiernaast laat zien dat het eigen vermogen (in lopende prijzen) van Stadgenoot ongeveer gelijk blijft tussen 2023 en 2032. Idealiter wordt de bouwkostenindex gevolgd, want dan zou het investeringsvermogen in principe niet afnemen. Dit is nu wel het geval.
2.000 1.000 2023 Activa
2023 Eigen Vermogen
2032 2032 Vreemd vermogen
Figuur 76: ontwikkeling balans van 2023 naar 2032 – Stadgenoot
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 80 / 95
23-6-2023
Impactanalyse Een onderdeel van de financiële toets op het bod is een impactanalyse. In deze impactanalyse wordt gekeken wat er gebeurt met de investeringsmogelijkheden van corporaties wanneer beleid wordt veranderd of wanneer zij geraakt worden door economische tegenwind. In de impactanalyse is gekeken naar drie ontwikkelingen: Stoppen met reguliere huurverhoging voor zittende huurders van een gereguleerde huurwoning 2024 – 2027 Stoppen met verkoop Macro-economische tegenwind
▪ ▪ ▪
De manier waarop deze ontwikkelingen zijn doorgerekend is hieronder per analyse verder toegelicht. Per analyse wordt toegelicht wat de impact is op de financiële kengetallen. Daarna wordt voor alle ontwikkelingen in één keer toegelicht wat het effect is op de financiële ruimte en op het duurzaam prestatiemodel. Stoppen met reguliere huurverhoging In deze impactanalyse is gekeken naar het stoppen met reguliere huurverhoging bij gereguleerde huurwoningen gedurende 2024 – 2027. Als uitgangspunt is hierbij gehanteerd dat er alleen wordt gekeken naar zittende huurders.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,5
100% 80%
2,0
60% 40%
1,5 20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
4.000
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
3.500
Geen huurverhoging t/m 2027
3.000
Norm Aw/WSW
2.500
Remweg
2.000 1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 77: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse geen huurverhoging Stadgenoot Ondertekst
De huurbevriezing heeft beperkte impact op de loan to value, met een stijging van enkele procentpunten. De ICR daalt als het gevolg van de huurbevriezing tot onder de interne norm van 1,5 in 2032. In het ingeleverde bod bleef de ICR daar met 1,7 nog boven.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 81 / 95
23-6-2023
Verkoopstop Bij een verkoopstop stoppen corporaties met verkopen. In plaats van woningen te verkopen worden deze opnieuw verhuurd. Deze verkoopstop is ingerekend voor de periode van het bod (2024-2027) en de horizon van de analyse (2024-2032). Eventuele extra kosten voor het ‘schoon, heel, veilig’ maken die opgenomen waren als verkoopkosten, zijn door Ortec Finance opgenomen als verbeterkosten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,50
100% 80%
2,00
60% 40%
1,50 20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
4.000
1,00 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
3.500
Geen verkoop t/m 2027
3.000
Geen verkoop t/m 2032
2.500
Norm Aw/WSW
2.000
Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 78: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse verkoopstop Stadgenoot
Door een verkoopstop mist de corporatie verkoopinkomsten die in de berekening worden gecompenseerd door meer te lenen. Daartegenover staat dat de niet-verkochte woningen op de balans blijven, wat voor beleidswaarde en inkomsten uit verhuur zorgt. Wanneer een verkoopstop voor vier jaar wordt doorgevoerd, neemt de LTV door de gemiste verkoopinkomsten toe en komt in 2027 uit op 46% (bod: 42%). De ICR komt in 2027 uit op 1,98. Een volledige verkoopstop leidt tot een LTV van 56% in 2032, en een ICR die met 1,53 net boven de norm van 1,5 ligt. Een macro-economisch slechtweerscenario Een derde impactanalyse is een macro-economisch slechtweerscenario. Hierbij is gekeken naar een combinatie van hoge rentes en hoge bouwkostenstijgingen. Deze zijn bepaald op basis van de Ortec Finance Scenarioset voor Q2. In deze set van 2.000 even-waarschijnlijke mogelijke economische scenario’s is gekeken naar scenario’s waarbij het gemiddelde van de rente van 2024 tot 2027 in de bandbreedte van 60% tot 95% zit. Dit levert 700 scenario’s op (35% van 2.000). Van die 700 scenario's zijn de 350 scenario's met de hoogste cumulatieve bouwindex in 2027 genomen. Het
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 82 / 95
23-6-2023
slechtweerscenario is dan het gemiddelde van die 350 scenario's (14% van het totaal). Dit scenario is slecht voor corporaties die veel bouwen omdat kosten hoog zijn en financieringslasten ook. De overige macro-economische reeksen die voor corporaties van belang zijn (inflatie, looninflatie, huizenprijsstijging, etc.) lopen op deze manier ook mee. In het scenario dat zo ontstaat komt de loonstijging in 2024 uit op 7%. Dat kan leiden tot uitkomsten die niet representatief zijn. Dit komt doordat veel corporaties het huurbeleid in WALS hebben ingericht conform de NPA waarbij de huurstijging gebaseerd is op de loonstijging (minus 0,5%). Vanwege de maatschappelijke druk de huren te matigen is het verstandig om in dit scenario ook te kijken welke rol de huurverhoging speelt. Daarom is het macro-economisch slechtweerscenario ook doorgerekend zonder reguliere huurverhoging van 2024 t/m 2027. Zo is te zien wat er gebeurt wanneer er bij economische tegenwind ook druk ontstaat op de huurinkomsten.
Loan to Value
Interest coverage ratio
2,5
100% 80%
2,0
60%
1,5 40% 1,0
20% 0% 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
4.000
0,5 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Leningvolume voor borgingsplafond Bod
3.500
Slecht weer scenario
3.000
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027
2.500
Norm Aw/WSW
2.000
Remweg
1.500 1.000 500 0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Figuur 79: LTV, ICR en geborgd leningvolume DAEB - impactanalyse slecht weer Stadgenoot
Slecht weer zorgt er bij Stadgenoot voor dat de ICR daalt naar 1,4 in 2032, tegen de norm van de toezichthouder aan. Het effect op de LTV is minimaal. Wanneer ook de huren in dit scenario worden gematigd dan worden de effecten van de macro-economische tegenwind versterkt en daalt de ICR tot 1,1 in 2032. De LTV stijgt dan tot 56% in 2032.
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 83 / 95
23-6-2023
Bestedingsruimte Onderstaande tabel laat zien wat het effect is op de bestedingsruimte van Stadgenoot. Bestedingsruimte nieuwbouw DAEB Externe normen
Geen huurverhoging t/m 2027
Bod
Geen verkoop t/m 2027
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer, geen huurverhoging t/m 2027
2024
942.207
583.095
844.476
844.476
759.080
290.262
2027
1.349.760
833.159
1.163.504
1.163.504
957.638
352.912
2032
736.895
152.615
509.861
345.925
64.131
0
2024
756.758
421.143
639.296
639.296
599.576
149.266
2027
1.058.596
587.775
873.498
873.498
736.424
180.843
2032
464.596
0
238.415
74.795
0
0
Interne normen
Stadgenoot wordt hard geraakt door een beperking van de huurverhoging, macro-economisch slecht weer en een combinatie van beiden. Het verkoopscenario heeft een relatief kleinere impact dan de andere impactanalyses. Duurzaam Prestatiemodel. In het bod was er bij Stadgenoot al sprake van een tekort in het duurzaam prestatiemodel. Onderstaande grafiek laat zien dat dit tekort groter wordt in de verschillende impactanalyses. Duurzaam Prestatiemodel
Lopende prijzen, 2024 t/m 2032, in mln. 1.200 1.000
446 1.032
295
800 600
942
405
323
942
647
622
612 1.032
945
614
537
400
331
945
585 420
200 0 Bod
Geen huurverhoging t/m 2027
Geen verkoop t/m 2027
Operationele kasstroom
Tekort
Geen verkoop t/m 2032
Slecht weer scenario
Slecht weer scenario, geen huuverhoging t/m 2027
Investeringen bestaand bezit
Managementreactie Stadgenoot Stadgenoot heeft jarenlang ingezet op toevoegen van woningen door nieuwbouw. Er was, mede door de verhuurderheffing, beperkte aandacht en geld voor onderhoud aan het bestaand bezit. Hierdoor is een structureel tekort aan onderhoud, verbetering en verduurzaming ontstaan. Met een drastische koerswijziging 25 zet Stadgenoot stevig in op verbetering van de bestaande woningvoorraad met een fors 15-jarig investeringsprogramma. Door sloop/nieuwbouw met verdichting breidt Stadgenoot gelijktijdig het aantal woningen uit. De analyse van Ortec bevestigt dat Stadgenoot daardoor in de periode tot en met 2032 een tekort heeft in het duurzame prestatiemodel. Ook na 2032 zal er sprake zijn van een tekort, vanwege de forse resterende verbeter- en verduurzamingsopgaven26.
25 26
Strategische Koers vastgesteld 2022 Co2 neutraliteit 2050
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 84 / 95
23-6-2023
Met onze plannen levert Stadgenoot een aanzienlijke bijdrage aan het volkshuisvestingsbeleid van de gemeente Amsterdam. De realisatie van deze plannen leidt ertoe dat de schuldpositie stevig oploopt en de financiële ratio’s verslechteren. Naast het aantrekken van nieuwe leningen financiert Stadgenoot haar plannen ook met (bewust) een beperkt aantal verkopen 27. Door die beperkte verkopen zorgen wij voor enige marge voor het opvangen van tegenvallers en financiering van de resterende opgave. De impactanalyse van Ortec bevestigt dat deze marge noodzakelijk is. Ook de huidige ontwikkelingen bevestigen hoe snel financiële ruimte kan verdwijnen, een recent uitgevoerde interne analyse laat zien dat 8 maanden na het vaststellen van de laatste meerjarenbegroting de economische situatie drastisch is verslechterd met een forse daling van de ICR (-0,3) als gevolg. De analyse van Ortec laat zien dat een scenario zonder verkopen een forse impact heeft. Door niet te verkopen daalt de ICR tot 1,5 in 2032. Dat zou een onaanvaardbaar risico betekenen voor Stadgenoot omdat er daarmee amper ruimte is voor het opvangen van onzekerheden en ook niet voor de resterende opgave na 2032. Daarnaast gaat de analyse van Ortec eraan voorbij dat WSW geen financiering verstrekt aan Stadgenoot voor investeringen in bestaand bezit.
Nota Bene Stadgenoot heeft een aantal (technische) kanttekeningen bij de uitkomsten: in de aangeleverde dataset is het effect van de eenmalige huurverlaging te laag ingeschat en is de uiteindelijk afgeketste verkoop van een aantal complexen niet meegenomen. Ook verwachten wij eerder een gelijkblijvende of stijgende rente (ook het WSW wijst ons op het reële risico dat de rente verder gaat stijgen en vraagt ons daar rekening mee te houden). Hierdoor zal de toekomstige financiële ruimte naar onze verwachting nog kleiner zijn.
27
Gezien de woningcrisis verkopen wij niet meer dan strikt noodzakelijk
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 85 / 95
23-6-2023
Ymere Deze paragraaf bevat de resultaten voor Ymere. In deze paragraaf wordt de toets op de aangeleverde cijfers behandeld, de beschikbare bestedingsruimte, de financiële positie en de relatieve bestedingsruimte, gemeten naar het balanstotaal. Daarnaast zijn de resultaten van een drietal impactanalyses opgenomen. Toets op de aangeleverde cijfers Ortec Finance heeft de cijfers die door Ymere zijn aangeleverd in het bod gecontroleerd om te zien of deze overeenkwamen met de aangeleverde WALS-dataset waarin de financiële doorrekening is gedaan. Dit is het geval. Begroting binnen Amsterdam In deze analyse wordt alleen gekeken naar het bezit binnen de gemeente Amsterdam. Daarbij wordt de balans verdeeld op basis van het aantal woningen, met uitzondering van markt- en beleidswaarde van het vastgoed. Die worden berekend op basis van het bezit in Amsterdam. Het kan zijn dat de financiële kengetallen in de hiernavolgende analyse afwijken van de financiële kengetallen zoals die in begroting zijn gepresenteerd. Dit kan zo zijn doordat huren, onderhoudskosten, kosten voor erfpacht en de geplande investeringen in Amsterdam afwijken van andere gemeenten.
Een voorbeeld: wanneer Amsterdam een relatief groot aandeel E, F en G-labels heeft, dan kan het zijn dat de kosten voor renovaties in Amsterdam de komende jaren hoger liggen: in 2028 moeten alle E, F en G-labels verbeterd zijn naar ten minste een D-label. De grafieken hieronder laten zien wat de afwijking is. Loan to Value - DAEB
Interest coverage ratio - DAEB
100%
2,6 2,4
80%
2,2 2,0
60%
1,8 40%
1,6 1,4
20%
1,2 0%
1,0 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 Bod (geknipt)
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032
Bod (totaal)
Norm Aw/WSW
Remweg
Figuur 80: LTV en ICR situatie Amsterdam en situatie TI - Ymere
Financiële Toets Amsterdam
© Ortec Finance B.V. – 86 / 95
23-6-2023
Wat zijn de huidige beleidsplannen en hoe worden deze gefinancierd? In de periode 2024 t/m 2027 wordt in de TI (DAEB en niet-DAEB tezamen) 1.129 miljoen euro geïnvesteerd. In de periode van 2024 t/m 2032 wordt 2.216 miljoen euro geïnvesteerd. Afgezet tegen het balanstotaal o.b.v. beleidswaarde (in de gemeente Amsterdam) per ultimo 2023 (6.115 miljoen euro) is dit respectievelijk 18,5% en 36,2%. Amsterdams Kasstroommodel TI 40%
€ 2.000
30%
€ 1.500 20% € 1.000
10%
€ 500 €0
% van balanstotaal
in miljoenen euro's
€ 2.500
0% Bronnen
Bestemming
Bronnen
2024 t/m 2027 Investeringen bestaande bezit
Bestemming 2024 t/m 2032
Investeringen nieuwbouw
Operationele kasstroom
Verkoopopbrengsten
Niet-DAEB
Financiering
Figuur 81: IJkpunt – Ymere
Binnen de DAEB-tak van de TI fluctueert de ICR door de tijd. Deze begint rond de 2, daalt naar 1,7 en stijgt naar 2,0 in 2032. De LTV neemt geleidelijk toe van 36% naar 37%. Daarnaast stijgt het leningvolume dat meetelt voor het borgingsplafond binnen de DAEB-tak waardoor deze aan het einde van de begrotingshorizon 2.424 miljoen bedraagt. Het totale borgingsplafond van 3,5 mld. is aan Amsterdam toebedeeld op basis het aantal woningen in de DAEB-tak. Dit borgingsplafond bedraagt 2.030 miljoen. Dit wordt overschreden in de huidige plannen. Loan to Value - DAEB