CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag WB 09-12-2020

Raadscommissie Wonen en Bouwen 13 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de Raadscommissie WB d.d. 9 december 2020.25.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hij is gaan kijken naar aanleiding van het verzoek om 250 levende

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

bomen toe te voegen naast de ecologische houtopstanden. Het is gelukt in kaart te brengen waar die bomen geplaatst zouden kunnen worden. Er wordt al gewerkt aan ecologisch beheer, maar het wordt niet in een keer overal toegepast. Er zijn wat dat betreft al grote slagen gemaakt. Ecologisch beheer wordt als een belangrijk uitgangspunt benoemd. Hij herkent de roep om stilte, en ook om gebieden te hebben waar de natuur leidend is. Hij vond zelf de discussie over begraafplaatsen lastig. De ecologische waarde die een begraafplaats kan hebben mag niet onderschat worden. Begraafplaatsen mogen zeker geen toeristische attracties worden met busladingen toeristen. Het zijn bij uitstek plekken waar stilte ervaren kan worden. In het algemeen wil hij meerdere karakters geven aan de verschillende groengebieden. Niet elk park moet het karakter van het Vondelpark krijgen, maar evenmin zal ieder park helemaal stil zijn. Hij vindt de vraag om gebieden die alleen voor de natuur zijn interessant. Eigenlijk gaat de Groenvisie om groen, in eerste instantie niet om de mensen. Er zijn in Amsterdam nog stukjes groen waar niemand binnen kan treden en in deze Groenvisie staat niet dat dat anders moet. Hij vraagt mevrouw Rooderkerk om enig geduld te betrachten. Deze Groenvisie gaat niet om concrete projecten, maar om uitgangspunten. Het college is al terughoudend met het kappen van bomen.

Meestal wordt gekapt voor veiligheid, en dat zal ook in de toekomst moeten gebeuren. Daarnaast moeten soms bomen gekapt worden bij herinrichtingen of nieuwbouwgebieden. Die moeten dan elders herplant worden. Behalve de compensatieregelingen, wordt ook de landelijke richtlijn gehanteerd van de boomeffectanalyses zoals opgesteld door de landelijke boomstichting. Het is de bedoeling om in de toekomst de kap werkelijk tot een minimum te beperken. Hij hoopt niet dat het onderhoud door deze Groenvisie wordt vergeten. Hij heeft vorig jaar bij de begroting juist gezegd dat onderhoud centraal gesteld moest worden, om daarna pas te kijken wat er meer kan gedaan worden. In deze Groenvisie blijft onderhoud een essentieel element. Mevrouw ROODERKERK geeft haar steun aan de plannen voor het planten van bomen. Maar met de huidige hoeveelheid kap, gaat men er uiteindelijk toch niet op vooruit qua groen. Bewoners hebben de indruk dat er momenteel meer dan voorheen wordt gekapt. Zij vraagt een overzicht van de hoeveelheid bomen in de stad die gekapt werden in de afgelopen jaren. Ook vraagt zij een overzicht van de bomen die op de nominatie staan om gekapt te worden. Misschien besluit de raad met dat overzicht dat er nog meer geld moet worden vrijgemaakt voor meer bomen.

Wethouder IVENS antwoordt dat op het bomendashboard terug te vinden is hoeveel bomen een kapvergunning krijgen en hoeveel er herplant moeten worden. Het klopt dat in de afgelopen tijd meer bomen zijn vervangen, omdat er een achterstand was bij het onderhoud van het groen. Ook de komende tijd zal dat onderhoud, inclusief het vervangen van bomen, een rol blijven spelen. Monumentale bomen genieten een extra bescherming. Het bomendashboard moet het systeem zijn waar men de gevraagde gegevens terug kan vinden, ook wat betreft kapvergunningen en herplantplicht. De norm van tien minuten tot een park geldt ook voor nieuwbouw. Er zijn inderdaad veel lessen geleerd van de Tuinen van West, onder andere wat betreft de omgang met voedselbossen. Veel concrete projecten zijn al gaande. Met deze Groenvisie wil het college dat in de toekomst liever nog meer dan minder gaan doen. Ook na het vaststellen van deze Groenvisie zal het in de komende anderhalf jaar nog heel vaak over de verschillende groenprojecten gaan. Mevrouw ROODERKERK begrijpt uit het bomendashboard niet goed welke bomen gekapt gaan worden. Het geeft geen overzicht van het aantal per jaar. Zij vraagt of de wethouder bereid is dat cijfers aan de commissie toe te sturen. Of kan het in ieder geval wat meer centraal geregeld worden? Zij mist een overzicht van de centrale stad hoe het er voorstaat met de bomenstand.

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

Wethouder IVENS antwoordt dat hijzelf het bomendashboard ook niet altijd concreet genoeg vond. Hij heeft recent gevraagd er een aantal dingen in te verduidelijken. Als er meer verduidelijkingen nodig zijn, hoort hij dat graag. Daarvoor moet hij misschien een keer samen met mevrouw Rooderkerk naar het bomendashboard kijken. Mevrouw ROODERKERK antwoordt dat zij dit graag met de wethouder zal doen. Kan de wethouder haar een lijst toesturen met het jaarlijkse aantal gekapte bomen over de afgelopen tien jaar? Wethouder IVENS antwoordt dat het aantal kapvergunningen bijgehouden wordt. Minder zicht heeft hij op het aantal bomen dat daadwerkelijk is gekapt. In de bomendashboard staan de gegevens over de periode 2016-2021. Hij heeft gisteren uitgebreid schriftelijke vragen beantwoord die onder andere over dit onderwerp gingen. Een deel van de antwoorden kan mevrouw Rooderkerk daarin vinden. Tweede termijn Mevrouw VAN RENSSEN vraagt de wethouder in te gaan op haar voorstel om delen van de stad autoluw te maken en aansluiting te zoeken bij de uitvoering van de bestaande Agenda Autoluw voor het vergroenen van meer straten en verbindingen in Amsterdam. Mevrouw VAN PIJPEN merkt op dat het fijn zou zijn als ook in het Vondelpark plekken te vinden zijn waar geen versterkte muziek mag worden gespeeld.

Hoe kijkt de wethouder aan tegen stilteplekken in de huidige parken? Wethouder IVENS antwoordt mevrouw Van Renssen dat hij blij is met autoluwe plekken in de stad. Dat biedt kansen voor groen. Misschien kunnen sommige parkeerplaatsen kansen bieden voor het planten van bomen. Wel dient men zich te realiseren dat de Agenda Autoluw een eigen ritme kent. Eerst moet de auto’s verdwijnen voor de bomen geplant kunnen worden. Een verdere vergroening van de straten kan hem niet snel genoeg gaan. Hij antwoordt mevrouw Van Pijpen dat hijzelf weinig behoefte heeft aan versterkte muziek in de parken. Je mag best op bepaalde plekken vragen daarvan af te zien. Toch ligt de omgang met parken bij de betreffende stadsdelen. Met deze Groenvisie zullen die echter nu ook naar de behoeftes van de ecologie moeten luisteren. Stadsdelen kunnen met deze Groenvisie makkelijker stiltegebieden instellen in parken. 12. Instemmen met het SHP Bovenwijks Groen nr. BD2020-004501 Mevrouw VAN SOEST herinnert aan de ontwikkelingen omtrent de volkstuinen met wethouder Van Doorninck. Zij stelt voor verdere ontwikkelingen af te wachten voor agendering van dit agendapunt voor de raad. Mevrouw BAKKER verwijst naar haar bijdrage bij het vorige agendapunt. Mevrouw VAN RENSSEN merkt op dat dit SHP Bovenwijks Groen goed nieuws is voor de stad en voor het groen.

Met dit SHP kunnen verschillende projecten uitgevoerd worden, maar ook de acht punten die genoemd zijn, zoals het versterken van de Amsterdamse ecologische structuur, opnemen in de projectenbegroting. Haar fractie geeft hier alle steun aan. Wethouder IVENS begrijpt de verwijzing van mevrouw Bakker naar het vorige agendapunt, dat inderdaad nauw samenhangt. Zij is het eens met mevrouw Van Renssen dat dit nu zo snel mogelijk in gang gezet moet worden. Hopelijk worden SHP en Groenvisie volgende week vastgesteld, zodat er concreet gewerkt kan worden aan het vergroenen van de stad.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

Mevrouw VAN RENSSEN wil dat behalve het SHP, ook de Groenvisie volgende week vastgesteld wordt. Als men de paragraaf over volkstuinen voorbarig vindt, kan dat eventueel eruit geamendeerd worden. De VOORZITTER stelt voor om agendapunt 11 samen met punt 12 te agenderen voor de komende raadsvergadering. Zij schorst de vergadering voor enkele ogenblikken en concludeert vervolgens dat een meerderheid van de commissie er de voorkeur aan geeft de agendapunten 11 en 12 voor een middellange bespreking naar de raad te sturen. Zij schorst de vergadering van 11.45-11.50 uur. Bouwen en Wonen 15. Ongevraagd advies stadsdeelcommissie Nieuw-West met betrekking tot ontwikkelingen verkamering en ander verbruik woningen nr. BD2020-004608 Mevrouw TIENSTRA is lid van de stadsdeelcommissie van stadsdeel NieuwWest. Zij heeft dit punt geagendeerd omdat verkamering een heikel punt blijft in stadsdeel Nieuw-West. De stadsdeelcommissie blijft signalen ontvangen van bewoners. Daarom is de stadsdeelcommissie in gesprek gegaan met bewoners, waaruit een aantal vragen is voortgekomen dat is beantwoord door het dagelijks bestuur van het stadsdeel. Op basis van die beantwoording is het voorliggende advies geformuleerd, dat kan dienen als aanvulling op het huidige beleid. De heer LEENDERS complimenteert de aanpak van GroenLinks in Nieuw-West.

Hij herkent de zorg die mevrouw Tienstra uit in dit ongevraagd advies. Hij deelt de integrale blik en is benieuwd naar de reactie van de wethouder. Mevrouw DE JONG vraagt mevrouw Tienstra wat het gevolg is van woningdelen in bepaalde gebieden. En kan zij iets zeggen voer het toetsen op de criteria voor een vergunning voor woningdelen? Hoe verloopt de handhaving? De heer WIJNANTS merkt op dat er door het college quota zijn opgesteld voor verkamering. Die worden in Nieuw-West op geen enkele manier gehaald. Er is geen enkele reden om strenger te zien. Hoe ziet de wethouder dat? Mevrouw DE JONG is blij dat de VVD nu erkent dat er in elk gebied van in ieder geval Nieuw-West nog ruimte is. Komt de VVD terug op de angst voor de zwakke quota? De heer WIJNANTS antwoordt dat er in Nieuw-West, waarover dit punt gaat, nog ruim voldoende ruimte is. Voor Nieuw-West is dit debat helemaal niet opportuun. Daar is nog ruim voldoende ruimte voor verkamering, woningdelen etc. De heer FLENTGE constateert dat de VVD nog heel veel ruimte ziet in NieuwWest. Neem je de hele lijst voor de gehele stad, dan blijkt er op heel veel plekken nog heel veel ruimte voor verkameren. Misschien wel teveel. Hij vraagt een moment van reflectie voor de VVD-fractie op de inbreng van de VVD, dat de stad volledig kapot zou gaan en er geen enkele kamer voor studenten meer zou zijn.

De heer WIJNANTS antwoordt dat de heer Flentge niet ingaat op het feit dat het quotasysteem werkt voor Nieuw-West. En dat is het punt waarover het nu gaat. In NieuwWest is nog voldoende ruimte om met woningdelen aan de slag te gaan. Daar hoeven dus geen strenge regels toe te passen, maar dat kan in andere wijken natuurlijk anders liggen. De heer FLENTGE herinnert eraan dat er bijna op elke plek in de stad nog meer dan voldoende ruimte was. Daaruit concludeerde hijzelf dat de quota misschien te ruim

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

geschetst worden. Wat doet de VVD met de reflectie van Sodom en Gomorra ? De hele stad zou op slot komen te zitten! Niemand zou meer een plek krijgen! De hele stad op slot. Misschien is er dus toch nog veel ruimte, misschien wel teveel. De heer WIJNANTS merkt op dat er ruim voldoende ruimte zit in de quota. Er is dus nog ruimte voor allerlei vormen van woningdelen en verkamering voor studenten die een huis zoeken in Amsterdam. Dat is toch iets waar je blij van wordt? Maar nu vindt de heer Flentge het weer te groot. Het lijkt er bijna op dat de SP wil dat er genoeg studenten geen plek vinden in Amsterdam, zodat de quota kunnen worden aangescherpt. De heer FLENTGE herinnert aan de bijdrage van mevrouw Naoum Néhmé: een Sodom en Gomorra, de hele stad zou vastlopen, geen student zou meer in Amsterdam kunnen wonen. Dat was de bijdrage van de VVD op AT5. Hijzelf constateert nu dat er overal nog ruimte is. De heer Wijnants wil op geen enkele manier aan reflectie doen. Dat valt tegen voor een grote partij. De heer WIJNANTS erkent dat het iets om toe te juichen is dat er meer dan genoeg ruimte is op allerlei plekken. In die zin is het nog geen Sodom en Gomorra, waar je blij om mag zijn. Maar waarom maakt de heer Flentge hier zo’n punt van? Gelukkig hebben studenten via verkamering nog een woonruimte kunnen vinden, en gelukkig is er ook in Nieuw-West nog ruimte voor.

Als je zegt dat mensen moeten kunnen wonen in Amsterdam, en je wil tegelijkertijd de quota inperken, dan is dat inconsistent en ongeloofwaardig. De heer FLENTGE merkt op dat er nog veel ruimte is in de stad. Toen de regels gesteld werden, kreeg hij het gevoel dat de ruimte iets te groot was. Dat wordt nu bevestigd. Het is steeds een balans zoeken tussen enerzijds voldoende ruimte voor studenten om in kamers te kunnen wonen, en anderzijds voorkomen dat huizen als verdienmodel voor huisjesmelkers worden gebruikt. Hij dankt mevrouw Tienstra voor het advies. Herkent zij het beeld dat de grote hoeveelheid ruimte een deel van het probleem is? Hoe zit het met de balans? Moet de illegaliteit op dit punt hard aangepakt worden via handhaving, of is de ruimte wellicht wat te groot? De heer LEENDERS wijst erop dat het advies unaniem is aangenomen door Nieuw-West. In dat stadsdeel zit ook de VVD in de stadsdeelcommissie. Hoe ziet de heer Wijnants dat? De heer WIJNANTS antwoordt dat hij geen contact met de VVD-fractie in NieuwWest over dit onderwerp heeft gehad. Hijzelf ziet geen enkele reden om nu strengere regels in de quota op te nemen voor Nieuw-West.

Mevrouw TIENSTRA antwoordt mevrouw De Jong over de druk op de openbare ruimte dat in Nieuw-Sloten rondom bijvoorbeeld de Valutaboulevard de parkeerdruk toeneemt, omdat meer mensen daar gebruikmaken van de openbare ruimte, omdat er steeds meer mensen wonen. Het wordt daar steeds moeilijker om je fiets te stallen. Wat betreft het toepassen van regels en handhaven krijgt zij signalen van bewoners in Nieuw-West dat op het moment dat een onttrekkingsvergunning wordt aangevraagd de situatie meestal op orde is. De uitdaging is om de situatie daarna op orde te houden, omdat er weinig handhaving is in de stad. Om verkamering in goede banen te leiden is handhaving nodig. Zij antwoordt de heer Wijnants dat zij heel blij is met de maatregelen die door het college genomen zijn met betrekking tot woningdelen en verkameren. Aan de ene kant is er voldoende plek voor iedereen, en aan de andere kant zijn er afspraken om de negatieve gevolgen te beperken. Met het advies gaat het haar niet zozeer om de quota te veranderen, maar meer om de quota meer aan te passen aan de lokale situatie. In Slotermeer bijvoorbeeld heb je heel veel sociale huurwoningen, en klagers waar koopwoningen staan. Verkamering vindt grotendeels plaats in koopwoningen, en veel

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

minder in sociale huurwoningen. De verkamering concentreert zich in bepaalde buurten en wijken. Quota gelden voor een groter gebied, en geredeneerd vanuit dat gebied is er inderdaad nog ruimte, maar door de concentratie op koopwoningen en een verdere verspreiding van sociale huurwoningen zie je dat ook de verkamering zich concentreert, met alle negatieve gevolgen van dien. Zij antwoordt de heer Flentge dat de nieuwe maatregelen pas sinds 1 april van kracht zijn. Daarom is het zo belangrijk dat illegale praktijken bij verkameren en woningdelen in de stad worden tegengegaan. Het is belangrijk dat mensen op een goede en veilige manier wantoestanden kunnen melden. Wethouder IVENS merkt op dat de signalen hem bekend waren; ze waren aanleiding vorig jaar voor een hevig debat over verkamering en het stellen van quota. De woningvormingsdiscussie speelt ook. Hij merkt in de stad dat de verkamering en de woningvorming niet altijd goed uit elkaar worden gehaald. In de genoemde gevallen speelt behoorlijk wat woningvorming. Wat betreft de drie voorstellen merkt hij op dat al eerder gezegd is dat het niet zomaar mogelijk is de quota af te stemmen op de lokale situatie. Bij het kleiner maken van de gebieden moet er wel een rechtvaardiging zijn voor welke gebieden dat dan zijn. Je zou kunnen kiezen voor de 481 buurten, maar dat vraagt dan wel veel van de uitvoering.

Het is ingrijpend om van 99 gebieden naar 481 te gaan. Uiteindelijk zal er dan wel op meer plekken verkamering mogelijk zijn, want als een vergunning is afgegeven blijft dat zo. Verklein je de schaal, dan creëer je op die manier weer ruimte om vergunningen af te geven. Voor anoniem melden bestaat Zoeklicht. Vorig jaar is afgesproken dat er meer gehandhaafd zal worden op illegale kamerverhuur en dat zal dan ook gebeuren. Dit jaar verliep de handhaving, waarvoor men persoonlijk langs moet gaan, moeizaam vanwege corona. Aanbeveling 2 moet zeker gedaan worden. Aanbeveling 3, het afwijkend woninggebruik meenemen in de omgevingsvisie is interessant en het waard onderzocht te worden. Wel zal het ingewikkeld worden, want verschillende vormen van wonen en niet wonen hebben allemaal een ander effect, soms zelfs een tijdelijk effect op de woningvoorraad in de directe omgeving. In ieder geval is het wel interessant om verder uit te werken. De heer LEENDERS vraagt wat mevrouw Tienstra bedoelt met het anoniem melden. Zij kent Zoeklicht toch? Mevrouw TIENSTRA antwoordt dat zij van veel bewoners hoorde dat zij het eng vinden een melding te doen van illegale praktijken. Ze voelen zich vaak bedreigd in hun thuissituatie. Vaak krijgen bewoners te horen dat ze de keus hebben. Of ze blijven in contact, waarbij ze hun gegevens moeten geven.

De andere mogelijkheid is het doen van een anonieme melding, maar dan weet men niet precies wat ermee gebeurt. Er moet dus een duidelijker proces komen voor mensen die anonieme meldingen willen doen over wantoestanden. Mensen moeten zich daarbij ook veilig kunnen voelen. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende behandeld is. 13. Wijzigingsverordening Wonen 2021 met onder andere wijzigingen in de Huisvestingsverordening nr. BD2020-004267 Insprekers De heer LYBAART spreekt op persoonlijke titel. Hij maakt zich zorgen over de ontwikkelingen op de Amsterdamse woningmarkt, die in toenemende mate een beleggersmarkt lijkt te worden. Losgezongen van waar het eigenlijk om gaat: een dak boven je hoofd, passend bij je budget en je leefsituatie. Het FD meldt dat bijna 40% van de woningaankopen in de vier grote steden in de eerste helft van 2020 naar particuliere beleggers ging. Het PBL stelde kort geleden dat koopstarters in de grote steden verdrongen worden omdat de beleggingswaarde nu groter

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

is dan de maximale hypotheek. Structurele maatregelen om verdringing tegen te gaan blijven nodig, zegt het PBL. Trouw schreef dat bijna de helft van de particuliere huurders een kortlopend huurcontract heeft. In diverse media trokken dit jaar bewoners uit onder andere Nieuw-West, Noord, IJburg, Buitenveldert en Zuidoost aan de bel over huizenopkopers. Juist deze stadsdelen zijn interessant voor beleggers dankzij nog relatief betaalbare, makkelijk te splitsen en verkameren woningen. Deze ontwikkeling heeft negatieve gevolgen voor de leefbaarheid, het draagvlak voor voorzieningen en sociale cohesie in buurten. Ze verkleint de kansen voor gewone aspirant-kopers. Voor huurders neemt het aanbod op korte termijn weliswaar toe, maar het is de vraag in hoeverre ze daarmee geholpen zijn. Vaak worden woekerhuren gevraagd, huurders hebben niet de mogelijkheid om vermogen op te bouwen, en nauwelijks uitzicht op een wooncarrière in de stad. Hijzelf woont in Slotermeer, in een wijk die al jaren met name voor jonge gezinnen in trek is. En nu dus ook bij beleggers, met een bijbehorend prijsopdrijvend effect. Steeds vaker leggen aspirant-kopers het af tegen de slagkracht van investeerders. Die investeerders lachen in hun vuistje. De bezorgde bewoners hebben nauwelijks instrumenten om iets aan hun praktijken te doen, terwijl de gemeente ze tot nu toe geen strobreed in de weg legt.

Vergunningen zijn stempelwerk. Aanvragen worden niet kritisch getoetst, getuige ook de door de wethouder aangehaalde uitspraak van de Raad van State. Het huidige voorstel om het splitsen deels aan banden te leggen is een stap in de goede richting. Maar er is meer nodig. Waarom geeft men überhaupt zoveel zeggenschap over de stad aan investeerders, die weinig betrokkenheid voelen bij straat, buurt en stad? Waarom worden ze beloond met cadeautjes om de waarde van hun belegging te vergroten, zoals de mogelijkheid tot splitsen, zonder dat ze daarvoor iets noemenswaardigs terug hoeven te doen? Hij, en andere bewoners van Nieuw-West hebben via inspraak gevraagd om scherpere eisen voor kamerverhuur. Het gaat om balans in de buurt, en kwalitatieve eisen aan verhuurders. De quota werken in populaire buurten in Nieuw-West namelijk niet als begrenzing, maar komen neer op het verkwanselen van veel woningen aan huisjesmelkers. Er moeten toch slimmere manieren zijn om het kameraanbod te vergroten op een manier die goed is voor de stad en voor de studenten? Heel veel Amsterdammers zijn het zat dat woningen steeds meer als een verdienmodel worden gezien. Zat dat steeds meer woningen worden verkwanseld aan beleggers met een gemankeerd moreel kompas.

Om meer grip te krijgen op de woningmarkt is er meer regulering nodig, te beginnen met een kritischer vergunningverlening en een betere benutting van instrumenten zoals de huisvestingsverordening en bestemmingsplannen. De heer LEENDERS is benieuwd naar de ideeën van de heer Lybaart zelf voor deze of een volgende wijzigingsverordening. De heer LYBAART antwoordt dat mevrouw Hornman in haar inspraak straks met een aantal voorstellen zal komen om excessen aan te pakken. Het is belangrijk om excessen, namelijk een concentratie op bepaalde punten, tegen te gaan. Verder zijn de kwalitatieve eisen aan de verhuurder te beperkt. Het is lastig voor kamerhuurders, met kortlopende contracten, om naar huurcommissie of stichting !WOON te stappen. De huren liggen erg hoog voor kamers en appartementen. De heer FLENTGE hoort in de inspraakbijdrage van de heer Lybaart kritiek op het kapitalisme doorklinken. Die lijkt hem terecht. Hij vraagt iets specifieker te zijn over wat hij in zijn wijk meemaakt aan misstanden. De heer LYBAART reageert dat zijn verhaal niet bedoeld is als kritiek op het kapitalisme, maar meer op de invulling die daaraan door sommige mensen wordt gegeven. Er wordt vrij baan gegeven aan investeerders, zonder goed te kijken wat die eigenlijk doen met de stad. Het is voor de overheid zaak om meer grip op de woningmarkt te krijgen en meer eisen te stellen aan de verhuurders.

Het is ook vaak een glijdende

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

schaal. Een studentenhuis kan bijdragen aan een goede sfeer in de straat, maar als de helft van de woningen in een straatje studentenhuizen, gesplitste woningen en een B&B worden, neemt de druk op allerlei manieren toe. Dat geldt het parkeren, het afval op straat, verhuizingen door het grote verloop. Zo komt het geleidelijk tot verloedering. Mevrouw HORNMAN spreekt namens de Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam. Haar bijdrage heeft zij per mail verstuurd aan de commissie. Hier wil zij zich beperken tot de situatie in De Aker. Minder dan dertig jaar geleden lag het plan voor De Aker nog op de tekentafel. Men besloot dat Amsterdam uitgebreid moest worden met een nieuwe woonwijk, ruim opgezet, met veel groen en speeltuintjes, scholen en betaalbare woningen. De wijk moest aantrekkelijk worden voor jonge gezinnen, zodat die met plezier in Amsterdam zouden blijven wonen. Dat lukte; de huur- en koopwoningen vonden gretig aftrek en er moesten zelfs extra basisscholen worden bijgebouwd. Nu, 25 jaar later, is het stadsbestuur druk bezig om de wijk weer af te breken. Dat gebeurt door een haast eindeloze hoeveelheid vergunningen te verstrekken, aan doelen anders dan huisvesting van gezinnen, zonder dat daarbij gekeken wordt naar de situatie op straatniveau, bijvoorbeeld het sandwichen van woningen. De overlast neemt toe en de leefbaarheid zienderogen af.

Dit leidt tot het vertrek van de gezinnen waarvoor deze wijk juist was gebouwd. Dat kan toch nooit de bedoeling geweest zijn? Aan de Valutaboulevard zijn van de 55 koopwoningen er inmiddels 20 onttrokken aan gezinsbewoning. Twee woningen zitten in een sandwichconstructie. Dat is heel erg in strijd met de leefbaarheid. Zij vraagt te luisteren naar de noodkreten van de bewoners van De Aker, Nieuw-Sloten, Geuzenveld en andere wijken. Het zijn allemaal Amsterdammers die dolgraag in hun eigen huis in hun eigen straat willen blijven wonen. Dat is haalbaar. De sociale cohesie en de bewoners kunnen behouden blijven voor de stad, maar dan moeten er wel voorwaarden worden gesteld aan de woningvorming. Zonder een extra overgangstermijn, waarbij de leefbaarheid kritisch bekeken en getoetst moet worden. Andersoortig gebruik moet worden teruggeschroefd. Zij vraagt te denken aan de punten van de Woonagenda en positief te beslissen over het raadsvoorstel. Ook nu al kan concrete actie ondernomen worden met betrekking tot de leefbaarheidstoets, door de regeling met een motie aan te passen. Commissiebehandeling Mevrouw VAN SOEST had eigenlijk verwacht dat de wethouder de uitspraak van de Raad van State aan de commissie had gestuurd. Volgens wethouder Ivens heeft de Raad van State plotseling iets nieuws gezegd over de reikwijdte van verbouwing en woonvormen.

Voor de inhoud van die uitspraak verwees de wethouder naar de website van de Raad van State, en dat vindt zij als kleine fractie schandalig. In het kader van de bijstelling van de verordening 2020, ingaande op 1-1-2022, gaat B. en W. kijken hoe in te spelen op de veroordeling door de Raad van State. In de Huisvestingsverordening 2022 wordt geregeld dat nieuwe kamers wel weer vergunbaar zijn. Dus misstanden zoals in Nieuw-West, met tien hokjes van 2x4m2 worden dan weer mogelijk. De SP heeft altijd de mond vol van allerlei dingen, maar de wethouder geeft toch zelf die vergunningen af. Hij moet zich er niet achter verschuilen dat er vergunningen zijn, want hij zit aan de knoppen. Hij kan iets doen aan de misstanden waarover de insprekers het hebben. Waarom doet hij dat niet? De heer FLENTGE meent zich te herinneren dat mevrouw Van Soest tegen de Huisvestingsverordening was. Mevrouw VAN SOEST reageert dat zij vóór de Huisvestingsverordening heeft gestemd, waarin 5% voor de ouderenhuisvesting geregeld werd. Wat nog steeds niet geregeld is. De heer LEENDERS merkt op dat de Raad van State op 2 december oordeelde dat de gemeente Amsterdam onderscheid moet gaan maken bij overtreding van de Huisvestingswet tussen bedrijfsmatige verhuur en particuliere verhuur van een woning

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

voor vakantieverhuur. Er moet differentiatie zijn in het boetebeleid van de gemeente, zegt de Raad van State. Hij vraagt de wethouder welke uitdagingen hij ziet tot aanpassing van het beleid en wanneer die wijzigingen tegemoet kunnen worden gezien. Mevrouw DE JONG wijst op de enorme druk op de Amsterdamse woningmarkt. Wonen is steeds duurder geworden. Zoals de inspreker zei, hebben beleggers de stad ontdekt. Woningen kopen en verhuren is erg lucratief en daarom zijn er regels nodig. Haar fractie kreeg veel mails over coöptatie bij woongroepen. Voor particuliere woongroepen wordt dat gemakkelijker, maar bij woningcorporaties zijn de betreffende regels uitgesteld. Mensen blijken zich daarover zorgen te maken. Kan de wethouder duidelijk zeggen dat daarvoor nog geen nieuwe regels komen? En als die coöptatieregels worden uitgewerkt, worden de huidige woongroepen daarbij dan wel goed betrokken? Zij maakte zich naar aanleiding van de eerste voorstellen voor woongroepen met een zorgvraag zorgen. Daarnaast ontvangt haar fractie veel mails van B&B-houders, die denken dat het om een verdere inperking gaat. Voor zover zij het goed begrijpt, wordt er echter een beleidsneutrale wijziging voorgesteld. Er verandert dus eigenlijk niets aan het B&B-beleid. Kan de wethouder dat bevestigen? Iets goeds is de boete voor illegale vakantieverhuur.

Heeft de uitspraak van de Raad van State invloed op wat er gedaan wordt? Zij is tevreden dat beter gekeken wordt wie de rolstoelwoningen echt nodig heeft. Inzake de woningvorming worden de regels strenger. Het is inderdaad niet goed dat alle grote woningen in de stad worden opgeknipt. Er is wel een goede balans gevonden, waarbij woningen vanaf 100 m2 opgeknipt mogen worden, en bij grondgebonden woningen pas vanaf 200 m2. Zij maakt wel bezwaar tegen het minimum; het moet gaan om gemiddeld minimaal 40 m2 voor nieuwe woningen. Maar het minimum in vier van de zeven stadsdelen is slechts 18 m 2. Maak je daarvan een zelfstandige woning, inclusief badkamer en keuken, dan is dat niet meer van deze tijd. Op Funda verschijnen regelmatig heel kleine woningen voor enorm veel geld, waarover dan altijd ophef ontstaat. Zij stelt daarom voor om het minimum voor de hele stad op te hogen. Voor een starter is een studio van 25 of 30 m2 misschien prima. Hoe ziet de wethouder het minimum? Kan aangesloten worden bij het minimum voor nieuwbouwwoningen? Zij overweegt een amendement op dit punt. Bij de handhaving van regels knelt het soms. Vorig jaar zijn goede maatregelen genomen om de verkamering aan te pakken, maar het schort nogal eens aan de toepassing van de opgestelde criteria en de handhaving. Er is nogal eens sprake van illegale vakantieverhuur.

Hoe gaat men bij woningdelen controleren of het aantal opgegeven vierkante meters klopt en dat de nieuwe woningen echt voldoen aan de eisen? Verder lijkt het goed om te onderzoeken of er een quotum kan komen voor woningdelen. Een integraal quotum wordt nog bekeken. Zij vindt het lastig dat er een concentratie voorkomt van verkamering in bepaalde grote gebieden. Soms zijn in grote gebieden wel 300 vergunningen verleend, waardoor nu concentratie optreedt. Dat betekent dat men ervoor zou kunnen kiezen om de grote gebieden op te knippen. Het alternatief is een groot onderzoek te doen naar de gebiedsindeling, waarmee een volgende coalitie daarna aan de slag kan om tot fundamentele veranderingen te komen. De huidige gebiedsindeling past niet bij het maken van regels zoals hun gebeurt. Zij overweegt een motie. Mevrouw VAN SOEST juicht de bijdrage van mevrouw De Jong toe. Zij vraagt of die de vergunningen die nog steeds worden afgegeven voor verkamering wil stopzetten. Mevrouw DE JONG antwoordt dat zij volledig achter de regels voor verkamering staat. Vorig jaar is besloten dat er strengere eisen gesteld zullen worden aan de vergunningen. Er komen quota per gebied. Er is een enorme toename zichtbaar van het aantal vergunningen aan het begin van dit jaar. Daarbij ging het om legalisering van bestaande situaties.

Sinds 1 april, de datum van invoering van het quotum, is er een grote afname. Dat betekent dat het werkt. Het schort nu nog vooral bij de illegale verkameringssituaties en situaties waarbij niet goed naar de criteria is gekeken.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

Mevrouw VAN SOEST wijst erop dat de Raad van State heeft uitgesproken dat het in Amsterdam niet goed gaat met de verkamering. Misschien kan naar aanleiding van die uitspraak nog eens bekeken worden of de vergunningen beter helemaal ingetrokken kunnen worden. Het is niet niks, teruggeroepen te worden door de Raad van State. Mevrouw DE JONG antwoordt dat haar collega Anneke Veenhoff in stadsdeelcommissie West vragen heeft gesteld, of het allemaal in lijn is met de wetgeving. Zowel de wethouder als de meeste bestuursleden in de stad waren verrast door de uitspraak van de Raad van State. De gevolgen daarvan moeten goed onderzocht worden. Maar er zijn studenten in de stad die kamers met elkaar moeten kunnen delen, als zij met zijn drieën gebruikmaken van een woning. Zij pleit daarom niet voor het volledig afschaffen van de verkameringsvergunningen. De heer LEENDERS onderschrijft de woorden van mevrouw De Jong. Hij is benieuwd naar het onderzoek waarom mevrouw De Jong vroeg. Mevrouw DE JONG antwoordt dat er een quotum per gebied is bedacht. Kijk je echter naar de praktijk, dan blijken er veel gebieden te zijn waar misschien vijftig vergunningen voor verkamering mogelijk zijn. Dat wordt dan redelijk over het gebied verdeeld. Maar in Zuidoost zijn de gebieden enorm groot, historisch zo gegroeid.

Er zijn veel meer woningen bijgekomen, waardoor er wel 300 vergunningen in bepaalde buurten, vooral in galerijflats, mogen worden verleend. Dat geeft een enorme concentratie. De gebiedsindeling lijkt haar niet langer adequaat. Er moet gekeken worden naar gebieden die ongeveer even groot zijn, met name wat betreft het aantal woningen. De heer LEENDERS sluit zich aan bij de wens van mevrouw De Jong om dit te onderzoeken. De heer FLENTGE hoort bij mevrouw De Jong zorgen over de hoeveelheid extra vergunningen voor verkamering en het tempo waar dat in sommige buurten plaatsvindt. Hoe kijkt mevrouw De Jong terug op haar amendement met D66 om de termijn te verlengen voor aanvraag van vergunningen. Daardoor is er nog een flinke hausse van aanvragen geweest. Dat was toch niet verstandig? Mevrouw DE JONG antwoordt dat de rapportage over het aantal vergunningen voor verkamering geagendeerd staat voor de volgende vergadering. Dat is het moment om erover te spreken. Overigens kijkt zij positief terug op dat amendement. Kijk je naar de ontwikkeling van het aantal vergunningen, dan was dat inderdaad heel erg hoog tussen januari en maart. Maar slechts in 12 van die 99 gebieden is het quotum vol geraakt. Door de extra tijd die mensen kregen, hebben verhuurders nog een vergunning aangevraagd voor 1 april, en nu blijkt dat de quota goed zijn gekozen.

De heer FLENTGE reageert dat er inderdaad in die periode een heel grote aanvraag is geweest bij een flink aantal stadsdelen waar de druk er al op zat. Die periode is door het amendement verlengd, waardoor er heel snel door heel veel mensen nog extra vergunningen zijn aangevraagd. Het verbaast dat mevrouw De Jong daar positief op terugkijkt. Hij had iets meer kritische reflectie van mevrouw De Jong verwacht. Mevrouw DE JONG antwoordt dat het in die korte periode niet mogelijk was een woning te verbouwen en te verkameren. Het ging dus grotendeels om woningen die al verkamerd waren, waar studenten en woningdelers in een illegale situatie woonden. Die verhuurders hebben nog voor 1 april de situatie gelegaliseerd. Er zijn ook niet veel buurten waar het quotum is overschreden. De balans is goed gevonden. Er zijn nu veel buurten, vooral rondom de Overtoom, waar een verdere verkamering niet toegelaten wordt.

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

De heer FLENTGE merkt op dat hij het hierover graag nog eens heeft met mevrouw De Jong. Zij heeft nog wat uit te leggen in buurten waar een extra druk op de leefbaarheid voor bestaande bewoners is gekomen. Mevrouw DE JONG reageert dat zij het er graag in januari over heeft met de heer Flentge. Zij wijst erop dat uit buurten waar het quotum bereikt is eigenlijk nooit signalen komen van bewoners. Daar zit de pijn niet. De heer HAMMELBURG merkt op dat het amendement van hem en mevrouw De Jong indertijd heel verstandig was. Het zorgde ervoor dat studenten en starters niet direct in de problemen zouden komen met de nieuwe regels. Zijn fractie maakt zich zorgen over de zoektocht naar nieuwe gebiedsindeling. Vorig jaar is nieuw beleid vastgesteld. Dat heeft nogal wat gevolgen. Is mevrouw De Jong niet bang dat aanpassing van die regels en de gebieden voor nieuwe problemen kan zorgen, juist voor studenten en starters? Het aantal mogelijke woningen voor hen zou dalen, in plaats van toenemen. Mevrouw DE JONG antwoordt dat tornen aan de gebiedsverdeling zou leiden tot meer ruimte voor vergunningen. Dat heeft de wethouder gezegd. Het lijkt dus toch wel een goed idee dat nog eens nader te onderzoeken. In Zuidoost zijn gebieden waar ruimte is voor 250-300 vergunningen. Die 300 vergunningen gaan zich echter concentreren in bepaalde buurten en galerijflats.

Zij pleit niet voor nieuwe regels, maar voor een handiger toepassing van de gebiedsindeling. Het 5-procentsquotum blijft dan intact. De heer HAMMELBURG begrijpt dat je die concentraties wilt tegengaan, en tegelijkertijd meer studenten en starters kans wilt geven op een woning. Daarvoor heb je de regel over het percentage per complex. Mevrouw DE JONG antwoordt dat die regel voor complexen nog niet oplost wat er in de buurtjes gebeurt. En je kunt wel per complex regelen, maar niet per galerij. In Zuidoost heb je galerijen waar alle woningen verkamerd zijn. De heer VELDHUYZEN heeft een punt van orde. Omdat agendapunt 15 naar voren is gehaald, kan agendapunt 13 niet in de ochtendsessie afgemaakt worden. De inspreker bij punt 15 kon vanavond niet, maar er zijn ook tientallen mensen die agendapunt 13 volgen, naar nu blijkt voor niets. Daar moet in het vervolg beter op gelet worden. De VOORZITTER schorst de vergadering van 12.50-19.30 uur. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt artikel 3.9.6 lid 1d onduidelijk. Het lijkt om een nieuwe aanscherping te gaan met betrekking tot B&B. Het gaat om de zin: Voor de ruimte waar toeristen slapen is een deel van de zelfstandige woonruimte, inhoudend dat de verhuurde ruimte bouwkundig is verbonden met de rest van de woonruimte, zonder dat hier een verdieping, buitenplaats of andersoortige ruimte in zit. Zij vraagt dit te verduidelijken.

De tekst lijkt te suggereren dat bij een woning bestaande uit meerdere verdiepingen, de zolderverdieping niet gebruikt mag worden als B&B. Klopt dat? En geldt dat bijvoorbeeld ook voor tuinhuisjes die verbonden zijn met de woning? Er is een vergunningstelsel ingevoerd voor vakantieverhuur naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State. Maar het college handhaaft dat stelsel in de huisvestingsverordening. Dat begrijpt zij niet. De Raad van State heeft drie weken geleden geoordeeld dat er verschil moet worden gemaakt tussen vakantieverhuur door particulieren en vakantieverhuur met een bedrijfsmatig karakter. Van de eerste groep oordeelde de Raad van State dat er geen negatieve effecten zijn op leefbaarheid en geen sprake van woningonttrekking. Waarom handhaaft men het eigen vergunningssysteem in deze huisvestingsverordening? Het college zelf bouwt alsmaar kleiner, zoals blijkt uit de oppervlaktes die worden gerapporteerd in het woningbouwproductieplan. Bij de inperking van de regels voor woningdelen vorig jaar was het idee altijd dat mensen niet in hokjes mochten wonen. Dat

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

lijkt haar sowieso onzin. Maar nu is woningvorming een manier om te zeggen dat het geen hokjes meer zijn; de woningen worden dan opgedeeld in kleinere woningen. Er zijn dan ook keuken en andere voorzieningen. Dat wordt nu ook aan banden gelegd. Dat lijkt haaks te staan op de filosofie van het college vorig jaar. Twee maanden geleden werd in deze commissie uitgebreid gesproken over de medisch urgenten die nu op achterstand worden gezet in deze huisvestingsverordening, omdat de statushouders niet op tijd gehuisvest kunnen worden. Dat is voor haar fractie onbegrijpelijk. Illegalen kunnen op alle steun en middelen van het college rekenen om gehuisvest te worden, terwijl statushouders dat niet krijgen. Hun wachttijd wordt nu verlengd van twee naar vier jaar, terwijl ze niet voor niets medisch urgenten heten. Dat is moeilijk uit te leggen aan de Amsterdammers. De heer VELDHUYZEN wijst erop dat dit college zeker niet alles regelt voor ongedocumenteerden. Vanavond staan er mensen zonder papieren op straat. Wat mevrouw Naoum Néhmé zegt klopt dus niet. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat Amsterdam meer dan andere gemeenten in Nederland jonge statushouders krijgt. Andere gemeenten met achterstanden zijn op zoek gegaan naar tijdelijke oplossingen, zoals de kamers die nu aan illegalen worden gegeven.

De heer VELDHUYZEN merkt op dat opvanglocaties voor ongedocumenteerden nog niet betekenen dat het college er alles aan doet. Het gaat om 500 plekken in totaal, terwijl er veel meer mensen zonder papieren zijn in deze stad die er geen gebruik van kunnen maken omdat het vol zit. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ constateert dat er 500 ruimtes zijn waar jonge statushouders al dan niet tijdelijk gehuisvest hadden kunnen worden, waardoor hun integratieproces op gang had kunnen komen. Je ziet de prioriteiten van het college. Wel geld, ambtelijke inzet voor illegalen, maar niet hetzelfde voor mensen die legaal in de stad verblijven. Sociaal urgenten komen nu op achterstand, van twee naar vier jaar wachten. Dat is onrechtvaardig en niet te verkroppen. De heer LEENDERS constateert dat mevrouw Naoum Néhmé illegalen en statushouders lukraak door elkaar gebruikt in haar betoog. Waarom doet ze dat? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat het bestuur duidelijk gekozen heeft voor de illegalen en sociaal urgenten. Er is niet gekozen voor statushouders. Daarom heeft de provincie Amsterdam zelfs op de vinger moeten tikken, via een advertentie in Het Parool van begin dit jaar. De heer LEENDERS vraagt nogmaals waarom mevrouw Naoum Néhmé statushouders en illegalen op een hoop gooit. Statushouders hebben recht op een plek in deze stad.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vindt het niet juist als zij door de PvdA, die op de vingers is getikt door de provincie, de les wordt gelezen over het verschil tussen statushouders en illegalen. De heer VELDHUYZEN vindt het niet juist, en dehumaniserend, om te praten over ‘illegalen’. Het gaat om vluchtelingen die geen papieren hebben. Als mevrouw Naoum Néhmé huisvesting wil voor statushouders, moet ze haar fractie in Den Haag vragen daarvoor te zorgen. Er moeten meer sociale huurwoningen komen. De heer MANGAL vraagt of hij mag concluderen dat men 40-40-20 moet aanhouden om in ieder geval genoeg te bouwen om mensen op te vangen die hier illegaal verblijven.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ verwijst naar de tegenbegroting van de VVD. Daarin worden andere verhoudingen dan 40-40-20 voorgesteld. De heer MANGAL vraagt hoe mevrouw Naoum Néhmé illegaal verblijvende mensen wil opvangen. Uiteindelijk moet iedereen toch kunnen wonen in de stad? Mensen hoeven toch niet op straat te blijven? Mevrouw NAOUM NÉHMÉ antwoordt dat er in Amsterdam in 10-20% van de sociale huurwoningen scheef wordt gewoond. Zij heeft een voorstel ingediend om sociale huurwoningen te behouden voor degenen die daar recht op hebben. De heer Mangal heeft dat voorstel gesteund, maar andere partijen niet. Een andere oplossing zouden prefab woningen kunnen zijn. Dat zijn tijdelijke woningen die een paar jaar staan op grond die niet bestemd zijn voor wonen. Daarmee zou je de huisvesting van statushouders al dan niet tijdelijk op kunnen lossen. De heer HAVELAAR las in de inspraak dat de AFWC niet heel gelukkig was met het proces en verrast werd. Ook de B&B-houders bleken verrast door de procedure. Hij vraagt hoe de reactie van de wethouder daarop is. Hoe verliep de dialoog om de huisvestingsverordening op te bouwen? Helaas is het wantrouwen onder B&B-houders naar de gemeente nog redelijk groot. Het vertrouwen moet hersteld worden. Hij heeft de afgelopen dagen veel vragen ontvangen over de aangescherpte bepalingen. Men vroeg zich af welk probleem nu eigenlijk opgelost moest worden.

Onduidelijkheid aan het loket zou moeten worden weggenomen. Dat leidt nu tot veel praktijkcases van B&B-houders die het afgelopen jaar een vergunning hebben gekregen, en die zich afvragen of zij die weer zouden krijgen als ze opnieuw een vergunning zouden aanvragen. Zij vragen zich af of hun B&B nog ‘Huisvestingsverordening 2021-proof’ is. Mag een B&B met een trap binnen het eigen huis die onderdeel is van je eigen woning? Of je hebt een onvrije zelfstandige woning, bestaande uit een voor- en achterhuis, met daartussen een gemeenschappelijk trappenhuis, en de kamer in het achterhuis is een vergunde B&B. Valt het trappenhuis dan onder ‘andersoortige ruimte’ en mag het dan niet? Het kan haast niet anders of het mag, als je vorig jaar een vergunning hebt gekregen, krijg je die nu ook weer. Het is namelijk een ‘beleidsarme wijziging’. Als het anders is, betekent dit dat de beleidswijziging niet neutraal is. Hij vraagt een reactie van de wethouder. De heer VELDHUYZEN vraagt toe te zeggen dat er in het komende jaar op geen enkele manier getornd zal worden aan het coöptatierecht voor bestaande en toekomstige woongemeenschappen.

Verder vraagt hij toe te zeggen dat er geen onomkeerbare beslissingen zullen worden genomen omtrent het coöptatierecht voor woongemeenschappen zonder dit vooraf uitvoerig te hebben besloten met woongroepen, beheercoöperaties, wooncoöperaties en andere woongemeenschappen. Als de wethouder deze toezegging doet, kunnen woongemeenschapbewoners opgelucht ademhalen. Het recht op coöptatie afpakken van woongemeenschappen betekent een regelrechte aanval op de essentie van het concept van collectief samenwonen. Hij vraagt de wethouder verder te reageren op de inspreekteksten hierover van de Latei en Vrijcoop. De heer HAMMELBURG complimenteert de wethouder dat het hem nu toch gelukt is om samen met de corporaties iets te gaan betekenen voor economisch daklozen. Hij wordt graag op de hoogte gehouden van het verloop van de proef met tijdelijke verhuur aan economisch daklozen. Wat betreft B&B lijkt artikel 3.9.6.1d voor hem erg verwarrend; het lijkt om nieuw beleid te gaan. Hij vraagt of dat klopt. Later komt hij er misschien op terug. De heer MANGAL vraagt of er regels kunnen worden opgesteld voor de verkoop van woningen door de woningbouwverenigingen, om het prijsopdrijvend effect te kunnen dempen. Kan de verkoop aan banden worden gelegd door kritischer te zijn aan wie wordt verkocht?

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

De heer FLENTGE wijst erop dat woningen steeds meer een verdienmodel worden. De invoering van de registratieplicht wordt besproken. Dat is iets waar al jaren op gewacht is. Alle andere vergunningsplichten zijn wettelijk ook nog steeds nodig. Hij vraagt dat te bevestigen. Hopelijk gaat deze registratieplicht het instrument gaat worden tegen het uitponden en vermarkten van woningen voor toeristenverhuur, met alle ellende en overlast die dat gegeven heeft. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of met de SP te praten valt over afschaffing van het systeem, als met de Wet toeristische verhuur na 1 januari de registratieplicht overbodig wordt. De heer FLENTGE gaat er vooralsnog vanuit dat het systeem niet overbodig zal worden. Woningen zijn te veel handelswaar geworden, wat terug te zien is in de schaarste in de stad als het gaat om woningvorming. Verkamering is niet altijd een probleem, want jongeren willen graag in de stad komen wonen, maar het is wel volledig doorgeschoten. Insprekers vanochtend vertelden over de gevolgen. Het kan de totale ontwrichting van een woonblok of buurt betekenen. Wat nu gebeurt rondom woningvorming is daar ook weer een voorbeeld van, waardoor regulering op zijn plaats is. Hoever die regulering moet gaan is de vraag. Misschien moet bepaald worden dat een huis gemiddeld 40 m 2 moet zijn. Mevrouw De Jong wil het minimum van 18 m2 oprekken naar 25 m2.

Dat is misschien voorstelbaar, maar als je het bouwbesluit verandert kan het zijn dat je straks een zolder hebt waar een redelijke zelfstandige woning van gemaakt kan worden die toch net niet binnen de regels valt. Hij weet dus niet of hij een dergelijk voorstel kan ondersteunen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of de heer Flentge het redelijk vindt om de regels voor woningvorming of woningdeling aan te scherpen als het college 78 woningen heeft gebouwd in 6 maanden. De heer FLENTGE antwoordt dat mevrouw Naoum Néhmé weigert om het grote kapitaal in de stad aan banden te leggen. Ongeacht de gevolgen voor de buren, voor het wooncomplex of voor de buurt. Het kapitaal moet altijd zijn slag kunnen slaan en elke woning mag van mevrouw Naoum Néhmé opgedeeld kunnen worden in kleine hokjes. Hij heeft mevrouw Naoum Néhmé nog nooit een regulerend voorstel zien steunen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ merkt op dat het wel redelijk moet blijven, maar woningen maken wel mensen blij. Studenten en expats zijn ontzettend blij met die kamers. Zij komt ook op voor de outsiders, mensen die nu buiten de woningmarkt staan. De SP komt alleen op voor mensen die al binnen zijn. De heer FLENTGE wijst op de grote overlast die de vergaande opdelingen tot gevolg hebben. De coalitiepartijen hebben altijd gepleit voor een balans, voor de redelijkheid.

Ze willen geen volledig verbod, maar ook niet de vrije hand voor huisjesmelkers en het grootkapitaal. De VVD waarschuwde voor een Sodom en Gomorra; geen student zou meer een huis kunnen krijgen. Maar in bijna alle wijken blijkt nog ruimte te zijn voor woningdelen en voor vergunningen. Amsterdam wordt steeds meer een plek waar woningen handelswaar worden. Sociale woningen worden verkocht. Er worden nu goede stappen gemaakt door het college. Hij vraagt zich wel af of de maatregel met betrekking tot de urgenten echt nodig is. Zit daar nog ruimte om tot enige verlichting te komen? De heer LEENDERS wijst erop dat de SP-wethouder sociale woningen verkoopt via de prestatieafspraken. De heer FLENTGE benadrukt dat de PvdA in de afgelopen jaren tienduizenden woningen in de stad heeft verkocht. De PvdA heeft de prestatieafspraken ook gesteund.

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

Wethouder IVENS heeft gehoord dat hij aan de knoppen zit, dat hij woningen bouwt en dat hij woningen verkoopt. Hij wijst mevrouw Van Soest erop dat de raad aan de knoppen zit. Die kan bepalen wat de spelregels zijn. Zijn rol lag in de voorbereiding. Hij heeft af en toe een brief gestuurd over voornemens tot een aanpassing en heeft gezorgd voor inspraak. Nu is het aan de raad om te bepalen hoe de Huisvestingsverordening eruit komt te zien. Verder zijn het corporaties die woningen verkopen en zijn het woningbouwers die woningen bouwen. Zoals hij in de mededeling al aangaf zal de uitspraak van de Raad van State per direct gevolgd moet worden. Er is geen hoger beroep mogelijk en dus moet er een boetetabel komen. Dat kan zonder aanpassing van de verordening. De boetes moeten natuurlijk wel een afschrikwekkend karakter houden. De regels voor coöptatie komen vanuit het plan voor de coöperaties. Het college wil meer wooncoöperaties, wat alleen kan als je coöptatie toelaat. Nu worden om dat mogelijk te maken uitzonderingen gemaakt via hardheidsclausules, maar als er veel coöperaties ontstaan zal er beleid op moeten komen. De coöptatieregels zijn bedoeld om een groep te laten bepalen wie goed past, maar zonder dat mensen echt uitgesloten kunnen worden. Hij heeft de coöptatieregels echter moeten schrappen omdat ze niet goed uitvoerbaar bleken. Volgend jaar komen ze weer terug.

Er is veel participatie geweest, want dit is voortgekomen uit het plan wooncoöperaties. Afgaande op de inspraakreacties, zal nog meer participaties nodig zijn in het laatste traject. Hij antwoordt mevrouw De Jong dat haar vraag over de omgang met een specifieke zorgvraag interessant is. Hij heeft dat nog niet uitgezocht, want de regels zijn er nu uitgehaald. Volgend jaar komen ze in de een of andere vorm weer terug. Hij gelooft in de coöperaties, en dat betekent dat met coöptatie gewerkt zal moeten worden. De heer VELDHUYZEN maakt zich zorgen dat het verwatert door een standaard coöptatierecht te creëren. Daarmee kan het coöptatierecht in gevaar komen. Het is belangrijk om de woongemeenschappen erbij te betrekken. Hij zal dat scherp in de gaten houden. Wethouder IVENS reageert dat hij ze zal betrekken, maar zonder alles te doen wat de woongroepen vragen. Woongroepen willen het liefste alle vrijheid om te kiezen wie ze willen toelaten. Maar stel dat een corporatie bezit afstaat aan een coöperatie. Dat leidt tot minder woningen voor mensen die op de lange wachtlijst staan. Ook aan die mensen moet recht gedaan worden. De heer VELDHUYZEN stelt dan voor om meer sociale huurwoningen te bouwen, zodat de toevoeging van wooncoöperaties niet maakt dat de wachtlijst langer wordt voor andere woningzoekenden. Wethouder IVENS is voor het toevoegen van meer woningen.

Hij is er ook voor om minder sociale huurwoningen te verkopen. Aantrekkelijk is het om ze te verkopen aan een coöperatie, waarna de coöptatieregels weer een rol gaan spelen. Het was niet de bedoeling om het B&B-beleid te wijzigen. In de Huisvestingsverordening 2016 stond B&B nog omschreven als ‘het gedeeltelijk gebruiken van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de hoofdbewoner van die woonruimte, al dan niet met ontbijt.’ Aan die definitie is vorig jaar toegevoegd dat het binnen een zelfstandige woning moet zijn. Dus niet in een afgescheiden deel van de zelfstandige woning. Dat heeft geleid tot juridische discussies over wat daar wel en niet onder valt. Hopelijk geeft deze verordening meer duidelijkheid op dat punt. Men dient zich te bedenken dat 365 dagen verhuur toegestaan wordt vanwege het toezicht. Je wilt dus niet hebben dat de hoofdbewoner op de begane grond woont en de verhuurde zolder op de derde verdieping zit. Iemand op de tweede verdieping kan dan mogelijk overlast ervaren. Mensen die nu een vergunning hebben, houden die acht jaar. De vergunning wordt dus niet ingetrokken.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

De heer HAMMELBURG herinnert eraan dat zijn fractie er voorstander van was om iets aan de volumegroei van B&B te doen. De discussie gaat nu over de zelfstandige ruimte. Maar juridisch bestaat er geen twijfel over wat een zelfstandige ruimte is, zoals ook vastgelegd in de akte. Als nu ineens wordt gezegd dat de zolder er niet bij hoort, is dat voor hem nieuws. Wethouder IVENS vraagt hoe de heer Hammelburg de passage heeft bedoeld, toen in 2020 werd bepaald dat de B&B binnen een zelfstandige woning moest zijn. De raad moet er overigens over oordelen. Hijzelf vindt het vervelend als juridische onduidelijkheid ontstaat. Waarschijnlijk is iedereen het erover eens dat de B&B-houder naast degene woont die eventueel overlast geeft, zodat er toezicht gehouden kan worden gehouden. De heer HAMMELBURG verwijst naar de website van de gemeente, waarop eerder dit jaar nog stond dat een zolderkamer wél zou mogen. Dat zeggen althans veel B&B-houders. Kan de wethouder dat bevestigen? Wethouder IVENS antwoordt dat dit naar verluidt eind 2019 op de website stond. Het klopt dat daarna de passage gewijzigd is, die inging per januari 2020. Toen kwam er te staan ‘binnen een zelfstandige woning’. Hopelijk is er toen duidelijkheid ontstaan.

Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of je met deze huisvestingsverordening, als je een zelfstandige woning hebt, op 3 januari 2021 wel of niet kan verhuren op een zolderkamer. Wethouder IVENS antwoordt dat iemand die de vergunning al heeft, dan kan verhuren volgens de vergunning. Er wordt niets gedaan aan de bestaande vergunningen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of iemand die op 3 januari 2021 een vergunning aanvraagt wel of niet een zolder mag verhuren. Wethouder IVENS antwoordt dat er dan geen vergunningen worden verleend aan mensen die de B&B-ruimte niet als onderdeel van hun zelfstandige woning verhuren. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ probeert te achterhalen of dit beschouwd moet worden als een aanscherping van de huisvestingsverordening van vorig jaar. Zij constateert dat er nog steeds vergunningen worden uitgegeven. Stel dat iemand een vergunning aanvraagt als B&B op 1 mei 2021. Mag je dan wel of niet verhuren in een zolder? Wethouder IVENS antwoordt dat de vergunning wordt getoetst op de huisvestingsverordening, die volgende week door de raad kan worden aangenomen. Hij heeft nu niet meer willen doen dan een passage te verduidelijken die tot discussie heeft geleid. Dat is niet het aanscherpen van beleid. De heer HAMMELBURG heeft toch het gevoel dat dit een aanscherping is van het beleid. Het lijkt een juridische discussie.

Er zijn in de oude binnenstad onvrije zelfstandige woningen waar je dus twee deuren hebt in dezelfde zelfstandige woning. Waarschijnlijk zijn er veel categorieën woningen waar dit speelt. Heeft de wethouder die twijfels ook? Wethouder IVENS antwoordt dat nu in ieder geval de discussie beslecht wordt over tuinhuisjes en de zolders waar een paar verdiepingen tussen zitten. Er zijn ook andere situaties denkbaar, zoals met een losse trap. Dat wordt allemaal per situatie bekeken. Ook hij is van de week nog op de Valutaboulevard geweest, waar het lid van de bestuurscommissie het over had. Dat is niet alleen sprake van verkamering, maar ook van woningvorming. Het quotum van verkamering is daar nog niet eens vol. Daar moet iets

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020

WB

aan gedaan worden, en daarom is woningvorming nu ook betrokken. Hij antwoordt mevrouw De Jong dat gekozen is voor een minimum van 18 m2. Dat is inderdaad heel klein, maar dat is wel overeenkomstig het bouwbesluit. Er kunnen ook nieuwe woningen worden gebouwd van 18 m2. Dat minimum verhogen is een mogelijkheid die de raad heeft. Het is wel moeilijk om met een rationeel onderbouwd aantal vierkante meters te komen. Het gemiddelde is op 40 m2 gesteld om te voorkomen dat het straks allemaal woningen van 18 m2 worden. Mevrouw DE JONG merkt op dat er drie stadsdelen waar al veel kleine woningen zijn. Daar wordt het nooit 40 m2. Het verschil is enorm. Zij kondigt een amendement aan. Wethouder IVENS reageert dat het college zich sterk maakt voor veel jongerenwoningen. Onder de 23 jaar wordt gerekend met een woning van minimaal 18 m2. Voor jongeren ouder dan 23 jaar wordt de grens op 25 m2 gezet. Dat is geen harde grens. Het is terug te vinden in het programma jongeren/studentenhuisvesting, maar niet in een door de raad vastgestelde verordening. Dat zou dus een getal kunnen zijn, maar hij blijft van mening dat 18 m2 de meest solide onderbouwing heeft. Hij antwoordt verder dat er aan handhaving op de vergunningverlening weinig gaat veranderen. Veel controle vindt op papier plaats. Er wordt bekeken of iemand een vergunning kan krijgen op basis van het papierwerk.

Vanwege de bezuinigingsopgave voor de gemeente zal die manier van handhaven niet snel wijzigen. Quota voor verkamering op kleinere schaal is kwetsbaar. Het zou op de schaal van buurten kunnen, maar dat is wel een heel kleine schaal die veel bureaucratische inspanning vergt. Invoering van dergelijke buurtquota zal wel enige tijd vergen, want het moet gebeuren op basis van rekensommen van aantallen grotere woningen. Zijn voorkeur heeft het echter niet. Hij begrijpt wel de vraag over een herziening van de gebiedsindeling. Soms vraag je je inderdaad af waarom de grenzen ergens liggen. Hij antwoordt mevrouw Naoum Néhmé dat een vergunningstelsel is ingevoerd en het is niet verstandig om elke keer weer je regels te wijzigen. De minister schrijft dat er verschillende stadia zijn waarin de gemeenten regels kunnen stellen. Het meest vergaande stadium is de vergunning. Hij ziet geen reden om het vergunningstelsel weer af te schaffen. Mevrouw NAOUM NÉHMÉ vraagt of andere gemeenten in Nederland ook een vergunningstelsel gaan optuigen, als dat per se nodig is voor de nieuwe landelijke wetgeving. Of is Amsterdam op 1 januari de enige gemeente die zowel te maken heeft met landelijke wetgeving als met een eigen vergunningstelsel. Wethouder IVENS antwoordt dat hij geen gemeente kent die direct een vergunningstelsel heeft opgetuigd nadat de ontheffing plotseling niet meer mocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9573464/4