Conceptverslag WB 09-12-2020
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging.
WB
Raadscommissieverslag 09-12-2020
CONCEPT Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie voor Wonen en Bouwen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging Woensdag 9 december 2020 van 09.05 uur tot 12.50 uur, digitaal Woensdag 13 januari 2020
Voorzitter: mevrouw La Rose Portefeuillehouder: wethouder de heer Ivens Commissiegriffier: mevrouw Van Klooster Verslaglegging: de heer Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: mevrouw Bakker (PvdD), de heer Flentge (SP), de heer Hammelburg (D66), de heer Havelaar (CDA), de heer Van den Heuvel (ChristenUnie), mevrouw De Jong (GroenLinks), de heer Leenders (PvdA), de heer Mangal (DENK), alleen avondsessie: mevrouw Naoum Néhmé (VVD), mevrouw Van Pijpen (GroenLinks), mevrouw Van Renssen (GroenLinks), mevrouw Rooderkerk (D66), de heer Roustayar (BIJ1), mevrouw Van Soest (PvdO), de heer Veldhuyzen (BIJ1), de heer Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden (met bericht): ochtendsessie: mevrouw Naoum Néhmé (VVD) Overige aanwezigen: mevrouw Kohinoor, mevrouw Oomen, mevrouw Hoogland, mevrouw Tienstra (stadsdeelcommissie Nieuw-West)
Algemeen 1. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER opent de vergadering om 09.05 uur en heet iedereen hartelijk welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. 2. Mededelingen De VOORZITTER merkt op dat vandaag de tweede termijn behandeld wordt van de Begroting 2021. Er kunnen nog moties en amendementen ingediend worden die dan mondeling van een preadvies worden voorzien in de gemeenteraadsvergadering. Mevrouw BAKKER merkt op dat zij alle woordvoerders dierenwelzijn een e-mail heeft gestuurd met daarin een discussienota over proefdieren in Amsterdam. Het verzoek was met feedback te komen en een geschikte commissievergaderdatum te vinden. De keuze is gevallen op de commissie van 3 februari a.s. Zij zal de stukken half januari bij de griffie aanleveren. Als er nog aanmerkingen zijn, kunnen die nog aan haar gegeven worden. Wethouder IVENS doet de volgende mededelingen.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
Recent heeft de Raad van State geoordeeld dat het creëren van een extra slaapkamer onder de definitie van ‘woning vormen’ valt. Als je een woning verkamert en je creëert er een extra kamer bij, dan is dat dus woning vormen. Verkameren en woning vormen sluiten elkaar echter volgens de regels uit. Daarom is het vormen van extra kamers voor woningdelen op dit moment verboden. Hierover zal gecommuniceerd worden op de gemeentewebsite. Verder heeft de Raad van State uitgesproken dat toeristische verhuur illegale verhuur blijft. Daarbij werd aangetekend dat overtreding een ernstig vergrijp is. Ook werd bepaald dat particulieren die slechts één voorwaarde overtreden, bijvoorbeeld adverteren voor vier personen en dan vijf personen toelaten, minder zwaar moeten worden beboet dan het volledig onttrekken van een woning die constant als een illegaal hotel wordt gebruikt. Deze nieuwe bepaling moet de gemeente per direct uitvoeren. De hoogste boete blijft overigens 20.500 euro, maar het boete beleid wordt iets gemengder. Aan het eind van het jaar zullen alle aan Amsterdam gekoppelde statushouders gekoppeld zijn aan een woning. Het coa telt tot ongeveer medio december. Niet alle statushouders zullen al daadwerkelijk verhuisd zijn, maar ze hebben wel een woning in het vooruitzicht.
Naar verwachting is dat er volgens de coa-cijfers nog een achterstand van 90100 zal ontstaan, maar al die mensen zijn toch aan het eind van het jaar gekoppeld aan een woning. Er moet dan alleen nog verhuisd worden. De reinigingsopgave in de stad is enorm, ook omdat er medewerkers vanwege een kuchje thuis moeten blijven. Er worden in deze periode van Black Friday, sinterklaas en kerst drie extra wagens en zes units van de werkbrigade ingezet met speciale aandacht voor papier en karton. Er komen verder van begin tot eind januari en verspreid over de hele stad duizend inzamelpunten voor afgedankte kerstbomen. Vanaf nu begint daarover een brede communicatie, om de Amsterdammers op deze gratis mogelijkheid te wijzen.
3. Vaststellen agenda De heer LEENDERS stelt voor om agendapunt 21 af te voeren van de agenda, omdat de vragen inmiddels behandeld zijn. Verder stelt hij voor om agendapunt 24 door te schuiven naar de volgende vergadering.
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De VOORZITTER merkt op dat er een inspreker is voor agendapunt 24. Zij constateert dat de heer Leenders ermee akkoord gaat het punt toch te behandelen. Vanwege de overvolle agenda is het voorstel deze vergadering in de avond te continueren. De spreektijden worden derhalve op 6 uur 30 minuten vergadertijd gezet. Zij vraagt of de vergadering akkoord gaat met een avondsessie en concludeert vervolgens dat de helft van de aanwezige leden akkoord gaat met de avondsessie. Daarmee wordt besloten een avondsessie te houden. De agendapunten 16 en 17 worden gevoegd behandeld. Datzelfde geldt de agendapunten 18 en 19. Namens de stadsdeelcommissie Nieuw-West is mevrouw Tienstra aanwezig om agendapunt 15 toe te lichten en vragen te beantwoorden. Omdat mevrouw Tienstra ’s avonds verhinderd is, stelt zij voor om agendapunt 15 direct voor agendapunt 13 te behandelen. Zij concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. De heer FLENTGE vraagt de heer Leenders waarom hij agendapunt 21 af wil voeren van de agenda. De heer LEENDERS antwoordt dat hij de antwoorden op zijn vragen inmiddels heeft gekregen. Behandeling lijkt hem daarom niet nodig. De heer FLENTGE merkt op dat hij verder uitstel van dit punt niet wenselijk acht. Hij stelt voor om het toch te bespreken. De VOORZITTER concludeert dat een meerderheid van de commissie er de voorkeur aan geeft het punt te laten staan op de agenda.
Staande de vergadering wordt op verzoek van mevrouw Naoum Néhmé besloten dat agendapunt 25 doorgeschoven wordt. Met inachtneming van het voornoemde wordt de agenda conform vastgesteld. 4. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie WB d.d. 18 november 2020 en de expertmeeting d.d. 24 november 2020 De heer HAVELAAR leest in het verslag van 18 november in het antwoord van de wethouder op zijn vraag of de gemeente ook benchmarks doet voor Schoon en Heel, dat dit niet gedaan wordt. Later is bij de commissie een bericht binnengekomen waaruit blijkt dat dit wél gebeurt. Hij vraagt daar in het verslag van de huidige vergadering naar te verwijzen. Deze benchmark is sinds gisteren beschikbaar bij de griffie. Hij zag overigens dat de benchmark ging over 2016. Hij vraagt of er een herhaling gepland staat. Wethouder IVENS antwoordt dat hij niet weet of dat zo is. Hij zal het uitzoeken. De verslagen worden conform vastgesteld. 5. Termijnagenda, per portefeuille De heer HAVELAAR vraagt wat de status is van het onderzoek naar afschaffing van de jacht. In 2020 stond hiervoor 70.000-80.000 euro begroot. Wethouder IVENS bevestigt dat er onderzoek wordt gedaan naar het afschaffen van de jacht. Het was juridisch redelijk ingewikkeld, maar nu is duidelijk wat wel en niet mogelijk is voor de gemeente.
Ondertussen is men doorgegaan met het nemen van maatregelen, zoals het aanleggen van vossenrasters e.d. Naar dat soort maatregelen die de jacht onnodig maken gaat het grootste deel van het begrote bedrag. Het onderzoek is zo goed als klaar en zal in het eerste kwartaal van 2021 aan de commissie gestuurd worden.
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer HAVELAAR verzoekt dit punt dan in zwarte in plaats van rode lettertjes op de termijnagenda te zetten. Mevrouw VAN SOEST herinnert aan de vraag die zij vorige maand aan wethouder Ivens heeft gesteld naar de stand van zaken bij het Groencompensatiefonds. Er zou spoedig op geantwoord worden. Staat het nu op de agenda? Wethouder IVENS antwoordt dat het niet op de agenda staat. Mevrouw Van Soest heeft hierover ook schriftelijke vragen gesteld. Die zijn gisteren schriftelijk beantwoord. 6. TKN-lijst De heer HAVELAAR verzoekt TKN 8, 11 en 12 te agenderen. TKN 8 gaat over de monitor B&B en het is de eerste keer dat die kan worden besproken na de commotie rond de Huisvestingsverordening van 2020. TKN 11 wil hij agenderen omdat hij even samen wil spreken over het verkopen van woningen aan zittende bewoners. Dat is in 2019 teruggelopen naar 3%. TKN 12 wil hij agenderen in verband met de afhandeling van de motie Van Hoog naar Laag en Van Groot naar Beter voor ouderen die van een particulier huren. De heer LEENDERS vraagt TKN 5 te agenderen vanwege het onderzoek en de herziening van de afspraken over de huren. De heer VAN DEN HEUVEL verzoekt TKN 7 te agenderen. Het lijkt goed om dit te bespreken. Het is de tweede halfjaarmonitor na de uitgebreide debatten destijds over de verkamering. 7. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk deel van de vergadering. 8.
Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten aangemeld. 9. Rondvraag Mevrouw VAN SOEST merkt op dat men op Uilenstede ouderenwoningen realiseert. Zij vraagt hoe ouderen zich daarvoor kunnen aanmelden. Verder vraagt zij de uitspraken van de Raad van State te ontvangen waarover de wethouder het in zijn mededelingen had. Wethouder IVENS antwoordt dat Uilenstede buiten de gemeentegrenzen van Amsterdam ligt. Het is de gemeente Amstelveen. Op de tweede vraag antwoord hij dat uitspraken van de Raad van State worden gepubliceerd op de website van de Raad van State. Mevrouw ROODERKERK merkt op dat zij schriftelijke vragen heeft ingediend over het voorgestelde lichtjesloket van stadsdeel Centrum. In het voorstel komt er een meldplicht voor bewoners en ondernemers die meer dan 1 m2 feestverlichting ophangen. Daarnaast moet de verlichting voldoen aan allerlei eisen. Veel Amsterdammers hebben zich hiertegen uitgesproken. Een eenvoudige meldplicht voor ondernemers is misschien
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
acceptabel, maar die zou niet voor bewoners moeten gelden, en zeker niet met allerlei strenge regels. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder IVENS antwoordt dat het gaat om de huidige vergunningsplicht om te zetten in een meldplicht met iets minder zware regels. De commotie ontstond hierover omdat mensen kennelijk niet wisten dat er regels voor verlichting bestonden. De bedoeling van het college was om een geste te doen aan ondernemers die ieder jaar weer een vergunning moesten aanvragen. Ook bewoners met heel verlichting vallen onder de huidige vergunningsplicht. Ook voor hen wordt het nu een meldplicht. Hij herkent zich niet in de term ‘lichtjesloket’. Er wordt niet extra gehandhaafd en er worden niet extra regels opgelegd. Het wordt juist minder bureaucratisch. Het college wil de categorie objecten waarvoor geen objectvergunning nodig is uitbreiden. Daarvoor geldt dan alleen nog een meldplicht. Daarnaast is door de zeven dagelijkse bestuurders besloten om nadere regels te stellen: feestverlichting mag alleen in de periode oktober-februari, ’s nachts moet de verlichting uitgeschakeld zijn, ze mag niet brandgevaarlijk zijn en ze moet uit ledlichten bestaan. Alleen stadsdeel Centrum stelt nog wat extra eisen. In het algemeen wordt de regulering dus minder zwaar. Mevrouw ROODERKERK benadrukt dat stadsdeel Centrum veel scherpere regels wil gaan stellen.
Die zijn bovendien ook nog onduidelijk. Feestverlichting mag niet rood van kleur zijn, maar warm wit. Meer dan 1 m2 aan feestverlichting moet al gemeld worden door bewoners. Als je een fiets verlicht met lampjes moet je dat melden. Dat zijn allemaal toegevoegde regels. Wat vindt de wethouder daarvan? Wethouder IVENS antwoordt dat de raad deze taak bij het stadsdeel heeft gelegd. Als mevrouw Rooderkerk iets vindt van de nieuwe regels kan zij inspreken bij het stadsdeel. Stadsdeel Centrum zegt dat het overleg heeft gehad over de eisen met ondernemersverenigingen en bewonersorganisaties. Zij zal de schriftelijke vragen van mevrouw Rooderkerk doorsturen naar stadsdeel Centrum ter beantwoording. De heer FLENTGE had dezelfde vraag als mevrouw Rooderkerk. Nu hij van de wethouder begrijpt dat het juist minder bureaucratisch wordt, trekt hij zijn vraag over de verlichting voorlopig terug. De heer VAN DEN HEUVEL begrijpt uit de mededeling van de wethouder dat volgens de Raad van State woningvorming niet mogelijk is als er een extra slaapkamer in een woning bijkomt. Dat zou op dit moment dus verboden zijn. Het zou pas opgelost kunnen worden in een volgende huisvestingsverordening.
Betekent dit dat het in het aankomend jaar niet mogelijk is om aan verkamering te doen als er een extra slaapkamer in een woning bijkomt? Het is toch niet wenselijk als dit soort zaken in de huisvestingsverordening bij voorbaat verboden worden voor een jaar? Wethouder IVENS is het daarmee eens. De uitspraak van de Raad van State komt plotseling en is verrassend. Het moet nu rechtgezet worden door de gemeente, maar dat zal wel op een goede en zorgvuldige manier gedaan worden in de volgende huisvestingsverordening. Verkameren kan dus gewoon als er geen verbouwing plaatsvindt, maar de Raad van State heeft nu gezegd dat het met verbouwing ook woningvorming is. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of dit dan pas volgend jaar hersteld wordt in de huisvestingsverordening. Duurt het dus minimaal een jaar? Gaat het college dit ook expliciet communiceren naar Amsterdammers? De impact hiervan is behoorlijk. Wethouder IVENS antwoordt dat de consequenties van de uitspraak bekeken worden. Daarop zal de nieuwe verordening aangepast worden. Al in januari bespreekt hij de wijzigingen in de volgende huisvestingsverordening, dus dat duur niet een jaar. Er zal over de nieuwe regels gecommuniceerd worden op de website van de gemeente.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer HAVELAAR complimenteert de wethouder met de nieuwe regeling voor de inzameling van kerstbomen. Maar hoe gaat de reinigingsdienst die kerstbomen op de inzamelingspunten weghalen? Wethouder IVENS antwoordt dat op de meeste plekken de kerstbomen drie of vier keer per week worden opgehaald. Mogelijk kunnen ze dan nog hergebruikt worden. Er zullen voor de ophaaldag kerstbomen opstapelen, waarover contact is geweest met de brandweer. Financiën 10. Begroting 2021 Tweede termijn Mevrouw BAKKER wil graag verder praten over de toekomstplannen van Artis. Hoe de soortenreductie ter hand genomen wordt, zou wat transparanter kunnen. Er zou dit voorjaar zou de verantwoording over de gemaakte resultaatafspraken komen, maar dat is begrijpelijkerwijs niet gelukt vanwege de pandemie. Zij vraagt wanneer de wethouder die verantwoording alsnog verwacht. Kan hij bij het informeren hierover tevens het diercollectieplan dat Artis sinds de afspraken gebruikt mee kunnen sturen? De heer HAMMELBURG kondigt twee moties aan. De eerste gaat over een bedrag van het Rijk van 20 miljoen voor een bouwimpuls voor geclusterde ouderenwoningen, die daarmee naar voren kunnen worden gehaald. D66 en GroenLinks zien dit bedrag als een kans om de bouw naar voren te halen. Verder is er een wetswijziging aanstaande die meer mogelijkheden biedt voor tijdelijke huurverlaging in tijden van corona.
Veel Amsterdammers, huurders en (horeca)ondernemers, zijn nog niet bekend met de specifieke regels, die verschillen per doelgroep. Met de motie wordt het college gevraagd te onderzoeken hoe deze groepen beter voorgelicht kunnen worden over de mogelijkheden tot tijdelijke huurverlaging. Mevrouw VAN SOEST vraagt of de heer Hammelburg weet dat er op dit moment veel woningen worden verkocht die heel goed te bestemmen zouden zijn voor ouderen. Zij adviseert hem eens te gaan kijken in Zuid. De heer HAMMELBURG dankt mevrouw Van Soest voor haar advies. De heer HAVELAAR herinnert aan de actualiteit bij de vorige vergadering over middeldure huurwoningen. Er liggen zes moties van VVD, CDA en ChristenUnie over middeldure huur. Hij vraagt de heer Hammelburg of die inderdaad tevreden is met wat er in de Begroting over dat onderwerp staat. Bij de twee moties die de heer Hammelburg indient zit immers niets over middeldure huur. Verder zou hij graag de mening van de heer Hammelburg horen over de moties van ChristenUnie, CDA en VVD over middeldure huur. De heer HAMMELBURG reageert dat zijn motie gaat over een impuls voor ouderenwoningen. Hij is heel blij dat het Rijk veel meer geld beschikbaar heeft gesteld om sneller aan de slag te kunnen gaan met de bouw van middeldure huurwoningen. Over middeldure huur is wat hem betreft genoeg gesproken.
Ook ouderenwoningen zijn belangrijk; door de bouw daarvan komen er weer middeldure huurwoningen vrij. De heer HAVELAAR herinnert aan de discussie bij de vorige commissievergadering over 1670 middeldure huurwoningen per jaar, of 1670 gemiddeld per jaar over de periode 2018-2025. Graag zou hijzelf concreter worden over wat je in 2021 zou mogen verwachten. Vindt de heer Hammelburg het ook belangrijk dat er voor volgend jaar een concreet aantal vastgelegd wordt, in plaats van een langjarig gemiddelde als uitgangspunt nemen.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer HAMMELBURG antwoordt dat dit een herhaling van de discussie wordt met wethouder Van Doorninck en wethouder Ivens. Zoals wethouder Ivens zei, zijn de cijfers in Q3 en Q4 van dit jaar al beter. In 2021 zal de inhaalslag worden gemaakt. Hijzelf heeft bij die discussie gezegd dat wat hem betreft het aantal volgend jaar ver boven de 1670 moet liggen. Dat was ook de wens van de wethouder, die er alles voor zal doen om dat voor elkaar te krijgen. Ook heeft de wethouder toegezegd dat de commissie eerder al een monitor krijgt waaruit blijkt van hoeveel woningen de bouw gestart is. Die cijfers komen deze winter en dan wordt duidelijk wat de situatie is. De heer HAVELAAR begrijpt uit de woorden van de heer Hammelburg dat de D66-fractie de motie zal steunen waarin staat dat het aantal volgend jaar ver boven de 1670 moet uitkomen, in plaats van uit te gaan van het langjarig gemiddelde van 1670. De heer HAMMELBURG antwoordt dat de wethouder de hoop heeft uitgesproken ver boven dat aantal uit te komen. Daarmee zou die motie overbodig zijn. De inhaalslag kwam er dit jaar niet, dus zal die volgend jaar moeten komen. De heer HAVELAAR concludeert dat alles over middeldure huur voor meer dan een uitleg vatbaar is. Er zijn zes moties ingediend die allemaal ontraden worden. Motie 1294 gaat over bouwen in het middensegment.
De heer Ceder stelt daarmee voor om 3050-20 te doen in plaats van 40-40-20 en die motie wordt ontraden. De VVD vraagt met motie 1335 om te kijken of het bouwproces verbeterd kan worden. Die motie wordt ontraden, want men zou maar in 0,9% van de gevallen te laat zijn. Kennelijk is 'niet te laat zijn' door de gemeente het criterium voor het ambitieniveau van dit college. Zou het niet beter zijn om te kijken waar het nog beter kan? De VVD kwam met motie 1336 over minder strenge eisen die de bouw afremmen. Ook die werd ontraden. In motie 1337 wordt uitgesproken dat het college wat concreter moet begroten. Als zijn motie, zoals de heer Hammelburg zei, haast overbodig zou zijn, moet hij er dan een amendement van maken voor komend jaar? Deelt de wethouder de mening van D66 dat de motie waarin staat dat het aantal fors meer dan 1670 moet zijn overbodig is? Het college verzoekt de indiener van motie 1338, over het opleveren van middeldure huur, te wijzigen. Dat is mooi, want het is heel goed om met elkaar de resultaten op middeldure huur te evalueren. Het wijzigingsvoorstel van het college is om te kijken of over drie of vier jaar gestart kan worden met monitoren. Hij vraagt of ook deze collegeperiode nog kan worden geëvalueerd.
De heer HAMMELBURG herinnert aan de woorden van de heer Boomsma aan het einde van het interpellatiedebat, dat het CDA nog wel vertrouwen had, ook in de antwoorden van de wethouder over waar de problemen precies lagen. De wethouder heeft in dat interpellatiedebat duidelijk aangegeven met een monitor te zullen komen waarbij ook de obstakels in kaart worden gebracht, en oplossingen bekend worden gemaakt. De wethouder voegde toe dat er geen enkel taboe bestaat bij het realiseren van middeldure huurwoningen in de komende jaren. Dan moet je dat vertrouwen ook hebben in deze wethouder. Bij de monitor ziet men dan verder. Is het CDA het daarmee eens? En is de heer Havelaar het eens met zijn eigen fractievoorzitter? De heer HAVELAAR antwoordt dat in de motie over realistisch begroten gevraagd wordt om een concretiseringsslag. Wat gaat men precies in die zeven jaar doen? Al een aantal jaren hoor je dat 1670 gemiddeld per jaar over de periode 2018-2025 de afspraak is. Als dat zo is, wil hij graag weten hoe de opbouw eruitziet. Nu lijkt het erop dat pas ver na 2022 er grotere aantallen woningen gerealiseerd gaan worden. Hij wil graag zien hoe de coalitie denkt op gemiddeld 1670 per jaar uit te komen. De voorstellen van CDA, VVD en ChristenUnie zouden als bewijs kunnen dienen dat er inderdaad geen taboes bestaan voor de wethouder. De eerste voortekenen zijn echter niet positief.
Als middeldure huurwoningen realiseren ook maar ten koste van één sociale huurwoning gaat, komt de wethouder met een negatief preadvies. Met motie 1340
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
wordt gevraagd zich maximaal in te zetten op middeldure huur. Hij snapt dat die ontraden wordt, want het is een 0-100-0-voorstel. maar het interessante is dat er geen enkele suggestie voor wijziging gedaan wordt. De heer HAMMELBURG herinnert aan de inhoud van de interpellatie van twee weken geleden. De wethouder gaf toen duidelijk aan taboeloos te werk te willen gaan. Hij wilde bijvoorbeeld in het Hamerkwartier, maar ook bij andere projecten, streven naar 0100-0 om een inhaalslag te maken. Er is dankzij de intentieverklaring nu bij allerlei transformatielocaties een versoepeling van de regels. Het is nu ook aan beleggers, investeerders en ontwikkelaars om ervoor te zorgen dat die woningen ook echt worden gebouwd. Die hebben met de intentieverklaring ook een belofte gedaan. Is de heer Havelaar dat met hem eens? De heer HAVELAAR is dat met de heer Hammelburg eens. Ook eens is hij het met de opmerking van de wethouder dat je bij bestaande projecten niet ineens de spelregels moet gaan wijzigen, omdat dit leidt tot vertraging. Daarom richt motie 1340 zich ook op nieuwe gronduitgiftes en transformatiegebieden, om die vertraging en een afwachtende houding bij beleggers te voorkomen. Dat ziet de schrijver van het preadvies ook, want die zegt dat het niet om de spelregels gaat, maar dat het mogelijk kan leiden tot minder sociale woningen. En dat wil men niet.
Dat is de prioritering: sociaal is belangrijker dan middenhuur. De heer HAMMELBURG reageert dat de VVD met een motie is gekomen waarin 20% sociale huur wordt bepleit. Vervolgens kwam de tegenbegroting van die partij, waarin stond dat er geen sociale huur meer zou worden gebouwd, alleen studenten- en jongerenwoningen. Is de heer Havelaar het met dat laatste eens? De heer HAVELAAR antwoordt dat dat niet de strekking is van de moties die door zijn partij zijn ingediend. Verder merkt hij op dat de gegevens van de benchmark Schoon en Heel vijf jaar oud zijn. Het zou goed zijn opnieuw een benchmark te doen. Wat zijn de plannen van de wethouder? Daarvan hangt af wat zijn fractie doet met de motie daarover. Hij zag dat het project ‘innovatieve reinigingsconcepten’ niet onder de begroting WB valt, maar onder Participatie, waar het project vervolgens wordt wegbezuinigd. Klopt dat? Hoe ziet de wethouder dat? Mevrouw VAN SOEST is blij dat D66 eindelijk het licht ziet en toegeeft dat er meer ouderenwoningen moeten komen. Haar fractie heeft twee jaar geleden daarover een initiatiefvoorstel ingediend om zo veel mogelijk geclusterde kleinschalige woningen voor ouderen te bouwen, waar D66 twee jaar lang niets mee deed. En nu komen de verkiezingen eraan. Zij vraagt de heer Hammelburg of hij zich voor het initiatiefvoorstel van haar fractie wil inzetten.
Tot nu toe worden alle moties van oppositiepartijen aan de kant geschoven. De heer HAMMELBURG vraagt of mevrouw Van Soest weet dat D66 samen met de PvdA in 2015 de eerste motie over geclusterde ouderenwoningen heeft ingediend. En dat zijn partij vanaf dat moment heeft gestreden voor die intentieverklaring? Nu dat is gelukt, mag mevrouw Van Soest toch blij zijn? Mevrouw VAN SOEST antwoordt dat dit gaat over de hofjes. Zij wijst erop dat D66 achter de knoppen zit en de wethouder kan aansporen tot haast met het initiatiefvoorstel van de PvdO. De heer VAN DEN HEUVEL sluit zich grotendeels aan bij de vragen van de heer Havelaar. De heer VELDHUYZEN merkt op dat hij in het kader van de Begroting 2021 twee moties heeft ingediend die onder deze commissie vallen. Het gaat om motie 1377, over
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
het opkopen van sociale huurwoningen. Die worden verkocht door woningcorporaties met als doel ze beschikbaar te stellen voor kwetsbare groepen in het kader van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. In het preadvies op de motie stelt het college voor om dit idee te betrekken bij de behandeling van het onderzoek naar de alternatieve financieringsfaciliteit corporaties. Dat lijkt hem prima en hij trekt de motie daarom in. Later zal hij erop terugkomen. In motie 1378 gaat het over het huisvesten van verweesde kinderen en jongeren. De motie kreeg een negatief preadvies. Het college stelt onder andere dat woningcorporaties al maatwerk toepassen, waar nodig. Uit de praktijk hoort hij echter heel andere verhalen. Niet voor niets heeft de Tweede Kamer unaniem een motie aangenomen waarin wordt gevraagd een onderzoekscommissie in te stellen. Hij zal zijn motie dus gewijzigd indienen. Graag treedt hij in overleg met andere partijen over het onderwerp. Hij is bereid hierin met name samen op te trekken met mevrouw Naoum Néhmé, die helaas niet aanwezig is. Hopelijk komt het dan tot een raadsbrede nieuwe motie. De inspreektekst van mevrouw Jojanneke van den Bosch van WeesWijzer zou daarvoor een goed uitgangspunt kunnen zijn. Hij las in bijlage 5 van TKN 9 dat er maar voor 275 woningen naar locaties wordt gezocht voor eeuwigdurende middenhuur.
Hij vindt dat karig, want het gros van de middenhuur is op termijn helemaal niet meer toegankelijk voor de oorspronkelijke doelgroep. Dat is een groot probleem, want de stad wordt op die manier onbetaalbaar. Ziet de wethouder mogelijkheden om het aantal eeuwigdurende middenhuurwoningen te laten stijgen? Wethouder IVENS verwijst voor de mondelinge preadvisering op de nu aangekondigde moties naar de raadsbehandeling. Hij antwoordt mevrouw Bakker dat hij blij is met haar begrip voor de situatie. Artis was even met andere dingen bezig dit jaar. Hij vat dit op als een aansporing om de discussie in kwestie weer in gang te zetten. Bij het volgend bezoek aan Artis zal hij de resultaatafspraken weer bespreken, waarna hij terug zal koppelen aan de commissie. Hij antwoordt de heer Havelaar dat het rapport dat ter inzage heeft gelegen uit 2019 is, waarvoor echter de data van 2016 voor zijn gebruikt. Op dit moment is er een nieuwe benchmark gaande en hij neemt aan dat die eind eerste kwartaal 2021 met de commissie kan worden gedeeld. De innovatieve reinigingsconcepten staan in de begroting, in het staatje 2.2.4, de vermindering taken per programma. Daarin staat dat het budget voor de innovatieve reinigingsconcepten voor 2021, 2022 en 2023 ongewijzigd worden gelaten. Er wordt dus niet op bezuinigd. In 2024 zal er twee ton op bespaard worden.
Het idee is dat na de innovatie van de eerste jaren, het bestanddeel zal worden van het reguliere werk. In het debat van twee weken geleden in de gemeenteraad over middeldure huur zijn de meeste vragen van de heer Havelaar beantwoord. Hij vindt sociale huurwoningen niet belangrijker dan middeldure huurwoningen, of omgekeerd. Er moeten sociale huurwoningen gebouwd worden voor corporaties en daarnaast middeldure huur. Hij ziet veel kansen om uiteindelijk ook de 11.690 middeldure huurwoningen voor de periode van zeven jaar te realiseren. Meerjarige doorkijken zijn heel kwetsbaar. Zo was niet te voorzien dat de planvoorraad voor volgend jaar zo groot zou zijn, omdat dit jaar veel is doorgeschoven. Het is zaak de slaagkans te vergroten; dan wordt duidelijk hoeveel volgend jaar gebouwd kan worden. Verder doorkijken naar het jaar daarna is heel riskant. Beter is het in de gaten te houden of het totaal van 11.690 in beeld blijft. En die is in de plancapaciteit in beeld; nu is het een kwestie van het ook te realiseren. Hij is blij dat de heer Veldhuyzen de motie over alternatieve financieringsfaciliteit intrekt. Het moment om daarover te spreken komt binnenkort. Waarschijnlijk komt het rapport in het eerste kwartaal van 2021 naar de commissie. Verder antwoordt hij dat men pas begonnen is met het eerste project voor eeuwigdurende middenhuur.
Het is de bedoeling dat er nog meer gaan volgen. Het zal echter niet overal zo gedaan worden, want veel marktpartijen hebben totaal geen interesse in eeuwigdurende middenhuur. En het is niet mogelijk de totale doelstelling van die 11.690 middenhuur bij de corporaties neer te leggen. Er zal zo veel mogelijk eeuwigdurende middenhuur gerealiseerd worden.
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer HAVELAAR vraagt nog een reactie op de twee andere moties, over het proces rond bouwvergunningen en over het kwalitatief monitoren van middenhuur. Wethouder IVENS merkt op dat hij geen antwoord kan geven op de vraag over het preadvies op de motie over bouwvergunningen. Dat is een onderwerp voor wethouder Van Doorninck. De motie over het monitoren van middeldure projecten die nu al komen is interessant. Men is veel bezig met ‘start bouw’ van middeldure woningen, maar uiteindelijk gaat het inderdaad om de vraag of de groep mensen die je wilt bedienen, ook werkelijk bediend wordt. Hij begrijpt ook het ongeduld van de heer Havelaar. In deze collegeperiode kan hij in ieder geval niet met een heel uitgebreide evaluatie komen. Pas in 2017 is men begonnen met het stellen van de voorwaarden. Daarbij gevoegd de doorlooptijd van een project, vinden de eerste opleveringen nu pas plaats. Je kunt het dus maar hebben over twee of drie projecten. Een grote evaluatie wordt het dus niet, maar hij wil graag samen met de heer Havelaar bekijken wat mogelijk is voor een kleine evaluatie eind volgend jaar over de eerste paar projecten. De heer VAN DEN HEUVEL vindt de antwoorden van de wethouder nog niet geruststellen. De plancapaciteit zou heel hoog zijn voor het komende jaar.
Maar waarom is de wethouder dan zo huiverig om een getal te noemen? Waarom zeg je bijvoorbeeld niet dat volgend jaar minimaal 2000 middenhuurwoningen gebouwd worden? Wethouder IVENS antwoordt dat hij wel degelijk een getal noemt, namelijk 11.690. De slaagkans is dit jaar ongeveer 25%, en die hoopt hij te verdubbelen. Zijn inschatting is dat de plancapaciteit ongeveer 4000 wordt voor volgend jaar. Met een hopelijk verdubbelde slaagkans kan iedereen de rekensom maken. Toch blijft het moeilijk om voor de langere termijn met voorspellingen te komen. Hij is vooral bezig met het verhogen van de slaagkans. De heer VAN DEN HEUVEL maakt de rekensom en komt dan ongeveer op 2000 woningen uit. Misschien kan hij daar honderd onder gaan zitten. Als zijn fractie volgende week een motie indient waarin als doelstelling minimaal 1900 middeldure huurwoningen genoemd wordt, mag hij dan een positief preadvies verwachten? Hij is bang van niet. Wethouder IVENS antwoordt dat hij niet wil sturen op het aantal voor één jaar. Als hij nu alleen maar op het getal van volgend jaar moet sturen, komt dat neer op het minder prioriteit geven aan de jaren daarna. Terwijl de bouwbedrijven juist vragen om meerjarig aan de gang te kunnen zijn. Die vinden het geruststellend dat hij niet bezig is met een jaar, maar voor meer jaren. Hij heeft geen motie nodig om hem aan te sporen, want iedereen wil hetzelfde.
Daarbij komt dat hijzelf de woningen niet bouwt. Misschien kan hij geholpen worden door de bouwers aan te sporen aan de slag te gaan. De heer VAN DEN HEUVEL blijft erbij dat de doelstelling over zeven jaar te vaag is. De wethouder doet wel beloftes voor volgend jaar, maar hij weigert zich vast te laten pinnen op een concreet getal. Dat is jammer. Wethouder IVENS reageert dat 11.690 geen vaag getal is. De heer HAVELAAR merkt op iedereen inderdaad hetzelfde wil als het gaat om woningbouwcijfers. Daarin heeft de wethouder gelijk. Het verschil is wel dat een aantal oppositiepartijen kort cyclischer wil kunnen sturen. Hij wil graag samen bekijken welke afspraken gemaakt kunnen worden voor het geval het volgend jaar mee- of tegenvalt. Wethouder IVENS reageert dat dit een herhaling wordt van het debat van twee weken geleden. Toen is hij heel concreet geworden. Hij heeft een projectenlijst genoemd, met de redenen van vertraging. Hij heeft aangegeven welke kanten men op kan gaan om daar de slaagkansen te verhogen.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer WIJNANTS wijst erop dat de 11.690 betrekking heeft op een gemiddelde over zeven jaar. Het is de totale ambitie. Over een jaar zal de wethouder echter met een concreet jaarcijfer komen van daadwerkelijk gerealiseerde woningen. Dat wordt misschien een juichend persbericht. Als de wethouder consequent is, geeft hij ook niet jaarlijks aan hoeveel woningen er daadwerkelijk gebouwd worden. Wethouder IVENS reageert dat hij twee keer per jaar rapporteert. Als dat gewenst wordt door de heer Wijnants, kan hij ook een keer in de zeven jaar rapporteren. Hemzelf lijkt het verstandig vinger aan de pols te houden en te kijken wat er per jaar gebouwd wordt. De heer VELDHUYZEN roept de wethouder op om zo veel mogelijk te kiezen voor eeuwigdurende middenhuur. Middenhuur die niet eeuwigdurend is, zal uiteindelijk dure huur worden. Wethouder IVENS neemt nota van deze aansporing. De heer FLENTGE vraagt of de wethouder het met hem eens is dat je een schop in de grond moet zetten als je echt wilt bouwen. Misschien moet er niet te veel gemonitord worden of geëvalueerd. De schep pakken, stenen pakken, bouwen. Wethouder IVENS antwoordt dat dit een open deur is. Natuurlijk gaat het erom dat er echt woningen worden gebouwd, maar je wilt wel zicht houden op wat gebeurt. Je moet naar aanleiding van rapportages bespreken wat beter moet om meer schoppen de grond in te laten gaan.
De VOORZITTER concludeert dat de Begroting 2021 voldoende door de commissie is besproken. De voordracht is wat betreft ZJS gereed voor behandeling in de raad. Zij schorst de vergadering van 10.25-10.35 uur. Openbare Ruimte en Groen 11. Vaststellen van de Groenvisie 2020-2050 Een leefbare stad voor mens en dier nr. BD2020-004610 Insprekers Mevrouw KOHINOOR merkt op dat de Groenvisie een prachtige beschrijving is van het belang van bomen en groen om de gevolgen van klimaatverandering binnen de perken te houden en de gezondheid van mens en dier te bevorderen. De voornemens en de doelen om te bereiken zijn echter te mooi om waar te zijn. De werkelijkheid is anders. Zij vraagt de raad om niet akkoord te gaan met het huidige voorstel. Er is nog een aantal knelpunten. Er ontbreekt fundament onder de plannen. De organisatie en het beheer deugen niet. Bestaande bomen en groen krijgen onvoldoende aandacht, terwijl die toch het meeste rendement opleveren. Verder ontbreekt het aan een norm. Bij de beantwoording van vragen over de juridische status van het document staan termen als ‘streven naar’, ‘richting geven aan’. Ook vermeldt men voor de zekerheid dat men niet gaat handhaven. Men weigert prioriteit te geven aan maatregelen die de meeste zoden aan de dijk zetten om de doelen te behalen. Bovendien laat men de uitvoering in hoofdzaak afhangen van nieuwe projecten.
Mede door de onzekere economische situatie zijn die voornemens op drijfzand gebouwd. Bij de beantwoording van de reacties zegt het college dat een goede organisatie en werkwijze op het gebied van uitvoering en beheer is opgenomen in de Groenvisie. De huidige structuur van de organisatie is echter zo ingewikkeld, dat zelfs ambtenaren er niet altijd uitkomen. Laat staan samenwerkende partijen of bewoners. Veel grote fouten
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
worden niet eens ontdekt. De organisatie moet dus duidelijk veranderen. Ze moet inzichtelijker gemaakt worden. Bij Stadswerken gaat het juist bij het uitbesteden van klussen vaak mis. Er wordt niet toegezien op een goede uitvoering. Zij heeft een aantal voorbeelden van gevallen waarbij het ernstig misging in de afgelopen vier jaar. Het is belangrijk om een norm vast te stellen, zodat zichtbaar wordt wat bereikt is, bijvoorbeeld qua stikstofreductie of klimaatverbetering. Mevrouw BAKKER vraagt uit te leggen in welke gevallen het misging bij projecten in de stad. Mevrouw KOHINOOR antwoordt dat zij nu vier jaar bezig is met kijken naar het groen om haar heen. Zij maakte mee dat een monumentale boom per ongeluk omgehakt werd. Bij renovatie van het park waar wateroverlast is en meer verharding komt, stelde Waternet aansluiting op de riolering twee jaar uit. Er zijn kapvergunningen verleend, waarop dan herplant geboden is binnen twee jaar. Dat was vier jaar geleden; zelfs het stadsdeel vroeg bij de groenvisie om het goed te regelen. De herplant is er nog steeds niet van gekomen. Een ander voorbeeld is dat woningbouwverenigingen alle tuintjes van de bewoners hebben verhard, met een mooi hekje eromheen. Maar in plaats van ruimte te geven aan de planten, gaan ze de boel verharden in een omgeving waar al heel veel wateroverlast is.
De problemen met de waterstand kunnen niet opgelost worden. In de keten van verantwoording in de stedelijke organisatie is er nooit iemand écht verantwoordelijk. Mevrouw VAN SOEST vraagt of het erger geworden is met de bomenkap. Er zijn nu biomassacentrales, en daar heeft men bomen voor nodig. Zou dat de oorzaak kunnen zijn van de kap? Mevrouw KOHINOOR denkt niet dat dat de oorzaak is. Zij gaat ervan uit dat het benodigde hout ingevoerd wordt, maar helemaal zeker is zij er niet van. Mevrouw HOOGLAND spreekt op persoonlijke titel. Zij en enkele andere activisten hebben sinds Udo Kock een regelmatig en goed contact met Henk van Zijst van de Zuidas. In een bijeenkomst is gebleken dat het met de verdichting uitstekend gaat, maar helemaal niet goed met de vergroening. Deze wethouder gelooft in de combinatie van verdichting en vergroening. Maar de bomen zijn in de praktijk de verliezers. Zij vroeg ambtenaren die zich daarmee bezighouden waarom ze niet inspreken, maar dat blijkt niet te mogen. Het lijkt haar handig als ambtenaren die met een onmogelijke opdracht zitten met de commissie kunnen overleggen. Zou dat mogelijk zijn? De wethouder wil graag in de toekomst kijken. Het zou handig zijn als deze opening voor ambtenaren gemaakt wordt, in plaats van dat die zich alleen tot hun opdrachtgever kunnen wenden.
Ze zouden met de controlerende gemeenteraadsleden volop kunnen brainstormen over oplossingen. In de tijd van Udo Kock is toegezegd de i-Tree Canopy te hanteren, maar dat is nooit gebeurd. Dat zijn luchtfoto’s van waar bomen staan, of waar bomen bij kunnen. Mevrouw VAN SOEST vraagt mevrouw Hoogland of zij merkt dat er veel meer dan voorheen bomen gekapt worden. Mevrouw HOOGLAND antwoordt dat zijzelf weinig buiten komt, maar wel dergelijke berichten ontvang. Mevrouw OOMEN spreekt namens platform Voortuin van Noord merkt op dat zij in juni namens het platform een inspraakreactie heeft ingediend waarin gevraagd werd om de Noordhollandsch-Kanaalzone en de Schellingwouderscheg als groene scheg in de hoofdgroenstructuur op te nemen. Het antwoord was dat dit in de uitvoering meegenomen zou worden. Dat is voor haar te mager. Het geeft niet het robuuste groene beleidskader waarbinnen niet gebouwd mag worden of infrastructurele projecten gerealiseerd mogen
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
worden. Om te waarborgen dat naast de grote bouwprojecten in Noord ook groene ruimte vrijgehouden wordt, moet dit vastgesteld worden in beleid, dus de Groenvisie 2020-2050. Kiest men voor grootschalige bouwprojecten in Noord, dan moet ook gekozen worden voor groene ruimte. Maar de wethouder kiest keer op keer voor bouwen, en niet voor groen. In Het Parool van afgelopen maandag stelde zij dat voor een leefbare stad groene ruimte een voorwaarde is. Daarmee doelde zij niet op geveltuintjes of bomen in de tuin. Zij doelde op groen, openbare en duurzame verbindingen. Groene verbindingen, zones met ruimte voor recreatie, rust, duisternis, volkstuinen, voedselbossen, waar ecologische diversiteit tot bloei kan komen. Dat is van levensbelang voor een vitale, leefbare en toekomstbestendige stad. De Groenvisie 2020-2050 is de enige mogelijkheid om deze groene structuren te verankeren in beleid, in integrale gebiedszones, zodat ze niet volgebouwd kunnen worden. Daarom vraagt zij in de Groenvisie 2020-2050 ondubbelzinnig groene zones te verankeren in beleidskaders waaraan niet te tornen valt, door het opnemen van onder andere de Schellingwouderscheg en de Noordhollandsch-Kanaalzone als groene scheggen in de ecologische hoofdstructuur. Zij moeten officieel opgenomen worden in de koppen van de Waterlandse scheg.
De scheg als integrale gebiedszones, als gehele entiteiten, waardoor deze niet versnipperd, ontwikkeld en bebouwd kunnen worden, maar beschermd zijn. Op dit moment worden het Sixhavengebied en Elzenhagen-Zuid bedreigd, waar alle 2150 bomen gekapt worden, tegenover slechts een herplant van 950 bomen. Beide gebieden zijn gelegen naast de Noordhollandsch-Kanaalzone, een natuurlijke verbinding van het IJ naar Waterland. Voor de Noordhollandsch-Kanaalzone komt het overeen met eerder gemaakte afspraken en beleidskaders, namelijk door het aannemen van de beleidsvisie Noordhollandsche-Kanaalzone in november 2015 en het ongevraagd unaniem advies van stadsdeelcommissie Noord om de NoordhollandschKanaalzone op te nemen in de hoofdgroenstructuur in november 2019. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of mevrouw Oomen het een goed idee zou vinden als meerdere groene verbindingen een status zouden krijgen, bijvoorbeeld in de omgevingsvisie. Daaronder zouden dan ook de Noordhollandsch-Kanaalzone en de Schellingwouderscheg vallen. Mevrouw OOMEN antwoordt dat zij dat een heel goed idee zou vinden. Commissiebehandeling Mevrouw BAKKER merkt op dat de groenvisie onlosmakelijk verbonden is met de woningbouwplannen voor de stad. De grote geplande verdichting oefent op verschillende manieren druk uit. Er is nu al een strijd om de ruimte.
Al toen het vergezicht van 100.000 nieuwe woningen werd geconcretiseerd tot 50.000 nieuwe woningen erbij tot 2025, vroeg de PvdD al om een parallelle groenvisie. Die ligt er nu, vier jaar later. Die moet nog gevolgd worden door een uitvoeringsprogramma en een investeringsprogramma, terwijl het bouwen doorgaat. Zij kon zich in de eerste delen van de Groenvisie goed vinden. Daar stonden de hoofdredenen voor vergroening en de principes voor een groene stad, en die onderschrijft zij. Goed nieuws is dat er een stedelijke groennorm komt voor bestaande buurten. Recreatieve gazons zullen meer gaan bloeien. Zo staat er een aantal positieve dingen in de visie. Maar haar fractie heeft ook grote bezwaren. Als het huidige groen niet aangepast wordt, is er volgens de stukken in de toekomst onvoldoende groene ruimte voor alle Amsterdammers. De Groenvisie geeft aan hoe het bestaande groen voorbereid moet worden voor meer drukte en intensiever gebruik. Die druk op het groen en de aanpassingen zullen uiteindelijk ten koste gaan van de leefkwaliteit in de stad. Zij begrijpt dat met een drukkere stad het groen meer opengesteld moet worden, maar haar fractie is het dan ook niet eens met het idee zoveel meer nieuwe bewoners te huisvesten in Amsterdam. De Nederlandse bevolking groeit; naar verwachting zijn er miljoen woningen extra nodig.
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De PvdD landelijk heeft berekend dat met een krimp van de veehouderij van 75% en het vrijspelen van landbouwgrond die nu wordt gebruikt voor exportgewassen voor veevoer, 215.000 ha kan worden gewonnen. Dat oppervlak kan deels worden ingezet voor natuurherstel, en voor het andere deel om een half miljoen woningen te realiseren. De andere halve miljoen woningen kunnen dan binnenstedelijk gebouwd worden, afhankelijk van de ruimte. In Amsterdam zijn de grenzen van de groei binnen handbereik. Daarom moeten de bouwplannen worden herzien. In een bijlage van de Groenvisie wordt een historisch perspectief geschetst. Er staat dat parken waarvan het gebruik steeds gevarieerder en intensiever wordt, zich ontwikkelen tot een soort groene pleinen in de stad. De druk van evenementen neemt volgens dat perspectief toe, zoals blijkt in het hernieuwde Westerpark. Zijzelf vindt dat wel een goed voorbeeld van de praktijk, maar geen goede ontwikkeling. Het klinkt niet veelbelovend voor de andere parken. Mevrouw VAN RENSSEN vraagt of mevrouw Bakker ervoor pleit om een miljoen woningen te bouwen op voormalige bio-industriegebieden. Wil ze ook nog woningen bouwen in Amsterdam? Mevrouw BAKKER antwoordt dat de helft van het gebied dat vrijkomt door 75% krimp van de veehouderij en landbouwgrond voor veevoer, kan worden ingezet voor natuurherstel en de bouw van een half miljoen woningen.
Dat moet nog concreet vorm krijgen, waarvoor het goed zou zijn om landelijk samen te overleggen. In heel Nederland zou dan nog een half miljoen woningen binnenstedelijk ingepast kunnen worden. Mevrouw VAN RENSSEN wil dat Amsterdam voor iedereen bereikbaar is. Je moet er niet voor kiezen om alleen te bouwen in krimpgebieden. Daarmee zou Amsterdam inclusief voorzieningen een enclave voor rijke mensen worden. En hoe ziet mevrouw Bakker de vervoersbewegingen en de verspreiding van al die woningen? Is dat duurzaam? Mevrouw BAKKER antwoordt dat het een illusie is te denken dat iedereen in Amsterdam kan wonen. Er bestaan grenzen voor de groei. Met deze Groenvisie wordt het er voor alle bewoners op de lange termijn niet leuker op. Hoe wil je dat de stad eruitziet? Je moet het doen met wat je hebt. Mevrouw VAN RENSSEN denkt dat mevrouw Bakker Amsterdam wil behouden voor de huidige Amsterdammers. Mevrouw BAKKER reageert dat je elders in Nederland gebieden mooi kunt ontwikkelen. Daarmee is Amsterdam niet langer het centrum van het universum. Werkgelegenheid kan ook op andere plekken worden gerealiseerd. Het is juist asociaal om alles alleen in Amsterdam te willen realiseren. Uit de Groenvisie blijkt dat de parken groene pleinen moeten worden. De koppen van de scheggen moeten heringericht worden tot stadsparken.
Er moeten sportvelden, kleedkamers en parkeerplekken worden gebouwd in het Bovenwijks Groen. Het verbaast dat daar kleedkamers en parkeerplekken moeten worden gebouwd, want men zou toch van die scheggen afblijven? Ook de volkstuinen moeten heringedeeld worden en zich opmaken voor meer drukte. Zelfs de begraafplaatsen worden niet met rust gelaten, want men wil de drempel verlagen om begraafplaatsen te bezoeken. Te denken valt aan rondleidingen, of fiets- en wandelroutes. Er staat dat buurtbewoners er een wandeling kunnen maken als de begraafplaatsen iets toegankelijker worden. Maar bijna alle begraafplaatsen zijn toch al dagelijks geopend? Welk probleem wordt hiermee opgelost? Of wil men boekhoudkundig daarmee het oppervlak aan ‘recreatief groen’ toevoegen? Maar kerkhoven zijn toch geen alternatief voor stadsparken? Zij roept om op te houden met het faciliteren van grotere drukte in parken, volkstuinen, scheggen en op begraafplaatsen. Amsterdammers zouden daarmee hun rust verliezen, en insecten en vogels hun habitat. De bouwambitie moet worden herzien en men moet de toekomstscenario’s nog eens kritisch tegen het licht houden. De leefbaarheid van de bewoners mag niet op het spel gezet worden.
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
Zij begreep uit de brief van wethouder Van Doorninck dat de volkstuinenstrategie nog niet rijp is voor behandeling in de raad. Zij gaat nog gesprekken voeren, naar insprekers luisteren en op basis daarvan het plan aanpassen. Het lijkt logisch om deze Groenvisie aan te laten sluiten op de nieuwe versie van de volkstuinenstrategie en ze alsnog gezamenlijk te behandelen in de raad. Mevrouw VAN RENSSEN is dagelijks blij met de geveltuinen in de versteende stad. Maar ook met de scheggen en de parken van Amsterdam. Haar fractie is blij met deze Groenvisie. Zij onderschrijft uiteraard de principes die opgenomen zijn, zoals natuurinclusief bouwen en het samen werken aan groen. Blij is zij ook met de inzet op klimaatadaptatie, groen in de buurt voor alle Amsterdammers en ook de inzet op groene verbindingen. De Groenbrief, dat is TKN 15 voor deze vergadering, is een belangrijk onderdeel van het begin van de uitvoering. 6 miljoen euro, waarvan een half miljoen voor voedselbossen, een miljoen voor klimaatadaptatie en ook een miljoen voor meer bomen. En dan is er nog 2,5 miljoen euro voor het beginnen van de uitvoering van deze Groenvisie. Mevrouw VAN SOEST merkt op dat mevrouw Van Renssen al het groen wil opofferen voor duurzaam bouwen.
Is zij niet bang dat er straks een tekort aan lucht ontstaat, om te kunnen wonen? Waar blijf je dan met je duurzaamheid? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij het over klimaatadaptatie had. Mevrouw VAN SOEST constateert dat mevrouw Van Renssen blijft ontwijken. Het gaat haar om bouwen en niets anders. Verder kijkt ze niet naar de infrastructuur of het groen. Er is nu te weinig groen, wat dan gecompenseerd wordt door de volkstuinen open te stellen. Geveltuintjes moeten bij het groen betrokken worden. Mevrouw VAN RENSSEN is het niet eens met de lezing van mevrouw Van Soest. Haar fractie wil volop ruimte voor groene verbindingen, die er nu nog niet zijn. Zij bedoelt letterlijk ruimte maken voor groen in de openbare ruimte, dus niet alleen het vergroenen van trambanen. Er moet minder ruimte komen voor stilstaand blik en minder ruimte voor de auto op straat. De hele stad moet zo veel mogelijk autoluw gemaakt worden. Mevrouw BAKKER vraagt hoe mevrouw Van Renssen het vindt dat de begraafplaatsen de drukte door toename van het aantal Amsterdammers moeten gaan opvangen. Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat begraafplaatsen altijd een oase van groen en rust zijn geweest. Zij kunnen natuurlijk ook op een geschikte manier door andere worden bezocht, bijvoorbeeld door wandelaars. Mevrouw BAKKER wijst erop dat mensen nu al mogen wandelen op begraafplaatsen.
Waarom zou je er extra mensen naartoe willen trekken? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zoiets zou kunnen bijdragen aan een leefbare stad. Begraafplaatsen zijn onderdeel van de stad en van het leven. Je kunt ervoor zorgen dat mensen er gaan wandelen. Mevrouw BAKKER benadrukt dat volgens deze Groenvisie begraafplaatsen moeten gaan helpen om de druk op te gaan vangen, als waren het recreatiegebieden. Hoe vindt mevrouw Van Renssen het dat begraafplaatsen een soort stadsparken moeten worden? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat zij niet bang is dat mensen op een begraafplaats gaan picknicken. Zij denkt aan een rustige ontsluiting van de begraafplaatsen.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
De heer VAN DEN HEUVEL is het eens met mevrouw Bakker. Heel veel begraafplaatsen zijn al ontsloten. Vindt GroenLinks een begraafplaats een geschikte plek om meer Amsterdammers te gaan verleiden eens gezellig te gaan wandelen? Mevrouw VAN RENSSEN antwoordt dat haar fractie dat niet vindt. De heer VAN DEN HEUVEL vraagt waarom GroenLinks zegt dat begraafplaatsen meer moeten worden ontsloten om toegankelijk groen te maken. Mevrouw VAN RENSSEN ontkent dat zij iets dergelijks heeft gezegd. Zij heeft alleen gezegd dat begraafplaatsen een onderdeel zijn van de stad en op een passende manier kunnen worden gebruikt. Zij vervolgt dat de stad autoluwer en groener moet worden. Daarnaast moeten de verbindingen een buurtgroene status krijgen, zo mogelijk als onderdeel van de Groenvisie, met kaarten. Mogelijk kunnen ze ook opgenomen worden in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Zij vraagt of dat zou kunnen. Verder wil haar fractie inzetten op het ontharden van private ruimte. Daarvoor moet men in gesprek gaan met grondeigenaren, particulier en van bedrijven, om overal in de stad vergroening te stimuleren. Op gevels, daken, maar ook in tuinen en kavels. Mevrouw VAN PIJPEN ziet dat er veel aandacht wordt gegeven aan bomen. Haar fractie ondersteunt het uitgangspunt dat bomen geplant worden waar dat mogelijk en gewenst is. Dat betekent voor haar vooral meer bomen.
Er komen in deze collegeperiode 2000 bomen bij, waarbij dan nog de 250 levende bomen naast de ecologische houtopstanden uit de Groenbrief. Zij vraagt of er een inventarisatie wordt gemaakt waar het planten van bomen mogelijk en gewenst is. Wordt dat principe in concrete aantallen vertaald? Hoe wil de wethouder dat principe invulling geven? Mevrouw BAKKER wijst erop dat het groen en de bomen in de praktijk behoorlijk onder druk staan. In elke raadsvergadering wordt er weer een aardig aantal bomen naar de grond gestemd. Zij vraagt mevrouw Van Pijpen hoeveel groei de stad nog kan hebben. Staat zij nog steeds achter de opgave van de structuurvisie, dat er 100.000 woningen bijgebouwd kunnen worden in de stad? Mevrouw VAN PIJPEN verwijst naar de bijdrage van mevrouw Van Renssen. Bovendien geeft het autoluw maken van de stad heel veel ruimte voor meer bomen. Mevrouw BAKKER concludeert dat de GroenLinks-fractie nog steeds achter het idee van 100.000 nieuwe woningen in de stad staat, terwijl nu, met 50.000 woningen, de parken het al zwaar te verduren hebben, de scheggen worden heringericht, de volkstuinen eraan gaan en de begraafplaatsen een parkfunctie krijgen. Hoe ziet de stad er dan uit met 100.000 nieuwe woningen? Mevrouw VAN PIJPEN antwoordt dat Amsterdam niet op slot mag gaan. Er moet ruimte gemaakt worden voor nieuwe bewoners, die dan terechtkomen in een mooie en groene stad.
Daaraan wordt met deze Groenvisie invulling gegeven. Volgens deze Groenvisie wordt pas in 2030 voorzien in een ecologisch beheer van de groene ruimte. Haar fractie heeft daarover een motie ingediend bij de Voorjaarsnota 2019. Waarom is pas in 2030 ecologisch beheer mogelijk? ‘Stilte’ is een onderwerp dat te weinig aandacht krijgt in de Groenvisie. Met toenemend recreatief gebruik en snufjes als de bluetoothspeaker wordt het steeds rumoeriger. Stilte is goed voor de natuur en voor mensen. In het onlangs aangenomen actieplan Geluid wordt verwezen naar deze Groenvisie, maar eigenlijk staat er maar weinig over in. Haar fractie bepleit stiltegebieden in parken, waar muziek van bezoekers of versterkt geluid niet is toegestaan. Wat vindt de wethouder daarvan? In parken en groengebieden is zonering een belangrijke maatregel om biodiversiteit en ecologische structuren te stimuleren. Die zones hebben dan diverse
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Bouwen en Wonen, Ontwikkelbuurten, Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Groen, Reiniging. Concept Raadscommissieverslag, 9 december 2020
WB
doeleinden, waar ruimte is voor mensen, dieren en groen. Die zones hoeven niet altijd voor recreatieve doeleinden opengesteld worden. Er kunnen zones worden vastgesteld zonder recreatieve functie, waar de natuur de ruimte krijgt. Ziet de wethouder daarvoor mogelijkheden? Mevrouw ROODERKERK ziet veel onderdelen in deze Groenvisie waar haar fractie erg voor is, zoals meer biodiversiteit, meer groen, het ‘groen, tenzij-principe’. Bouwen en groen moeten hand in hand gaan, want een leefbare stad is een groene stad. Dat betekent een park binnen tien minuten van huis, meer stadsbossen of Tiny Forests, groene stegen en verticaal groen waar mogelijk. Zij vraagt hoe het ‘groen, tenzij-principe’ in de praktijk moet gaan werken. In hoeverre worden nieuwe groene projecten opgenomen in de Groenvisie? Zij denkt aan de kleine stadsbossen, groene stegen, of de veertig pleinen die geschikt zijn voor groen volgens de Universiteit Wageningen. De inspreker gaf al aan dat in Noord veel mogelijkheden zijn voor nieuw groen. Er is door Noord een integrale landschapskaart opgesteld, maar die is niet helemaal terug te vinden in de Groenvisie. Hoe maakt men deze plekken concreet in zowel de Groenvisie, Omgevingsvisie en de hoofdgroenstructuur? In de afgelopen jaren zijn veel bomen gekapt, ondanks protesten van de buurten.
Is dat soort kap met deze Groenvisie in de toekomst vaker te vermijden? Is het nodig de boomverordening aan te passen op het voorgestelde principe van kwaliteit, ofwel oudere, grote bomen boven kwantiteit? De Groenvisie geeft prioriteit aan nieuwe groengebieden, maar vergeet men op die manier niet het onderhoud van bestaande parken zoals het Vondelpark of het Sarphatipark? Wordt er ook geïnvesteerd in het Boelebos bij de Boelelaan? Hoe staat het met de regel dat vanaf ieder huis binnen tien minuten een parkgebied bereikbaar is? Geldt dit ook voor nieuwe woningen in aangelegde wijken? De Tuinen van West worden genoemd als succesvol project. Kunnen delen of elementen van dat gebied worden overgenomen in andere groengebieden van Amsterdam? Wethouder IVENS hoort van veel leden de vraag: en hoe nu verder? Het gaat hier om een visie voor de komende dertig jaar, niet over concrete projecten. Wel wordt al het toekomstige beleid gebaseerd op de uitgangspunten van deze Groenvisie, waarop hij trots is. De uitwerking ervan zal een radicale vergroening zijn. Toekomstige bestuurders en gemeenteraden zullen het allemaal moeten gaan realiseren. Hij begrijpt de discussie die door de PvdD gestart wordt. De uitdaging is hoe je in deze verdichtende stad toch ruimte geeft voor groen.
Daarbij zal gekeken worden naar groene gebieden, maar ook naar groene gevels, het vergroenen van woningen, een groene functie voor sportparken etc. Hij antwoordt mevrouw Bakker verder dat hij de opdracht heeft gekregen om in zeven jaar tijd 52.500 woningen te gaan bouwen. De essentie van dit stuk is het leggen van puzzelstukjes. Er zullen al snel veel maatregelen worden genomen. Als de Begroting 2021 wordt goedgekeurd door de raad, heeft de stad de groenste begroting in jaren. De stad wordt gigantisch vergroend. Er zullen heel concrete maatregelen genomen worden om dat te bewerkstelligen. Eigenlijk hangt het SHP Groen samen met deze Groenvisie. Hij hoopt dat deze Groenvisie volgende week vastgesteld wordt, omdat op die manier het SHP meer karakter krijgt. Met het geld van het SHP kan geïnvesteerd worden. Hij ziet de spanning met de volkstuinendiscussie niet, omdat het daarbij vooral gaat over de uitvoering. In principe zitten er geen ruimtelijke claims in de Groenvisie; hierin staan alleen de uitgangspunten en principes waarmee gewerkt gaat worden. Er wordt wel gewerkt aan de hoofdgroenstructuur, de omgevingsvisie met daarin de groene scheggen. Vermoedelijk wordt dat allemaal vastgesteld in 2021. Geschikte locaties voor bomen zijn van veel dingen afhankelijk, zoals de ondergrond, de groeiruimte, de bodemgesteldheid, de wenselijkheid in verband met de openbare ruimte.