CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag raadscommissie Algemene Zaken 04-12-2025.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 15 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie AZ d.d. 4 december 202532.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ze ziet wel ruimte om dit op een andere manier in te vullen. Op dit moment wordt de representativiteit van mensen die sociale veiligheid melden gemeten aan de hand van tevredenheidsonderzoeken terwijl een geloot systeem een beter beeld zal geven. Er zijn signalen dat de ondernemingsraad bij het onderzoek betrokken is geweest en ze is benieuwd of er contact is geweest met de burgemeester. Ze vraagt of de burgemeester iets kan verduidelijken over de Woo-stukken die zijn getoond en wil weten of er al meer bekend is over de hoor en wederhoor in het proces dat tot hoofdstuk 4 heeft geleid. Voor GroenLinks is de inzet helder, het gaat erom dat de gemeente een plek is waar medewerkers zich gehoord, beschermd en gerespecteerd voelen. Het is belangrijk dat iedereen zich daarvoor inzet en ze is dankbaar dat ze samenwerken aan hetzelfde doel zodat alle ambtenaren hun werk op een goede en fijne manier kunnen uitvoeren. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Kabamba. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) benadrukt dat dit debat gaat over tegenmacht en de veiligheid van degenen die het lef hebben gehad om iets te melden. Melders zijn voor hun bestaanszekerheid afhankelijk van werken voor een machtige gemeente, toch zijn deze mensen over hun angst heen gestapt en hebben meegewerkt aan vier onderzoeken. Het onderzoek van Verwey-Jonker toont aan dat melders vaak

32

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

worden buitengesloten, Muzus wees op verwarring rondom het meldsysteem en het verdwijnen van meldingen over sociale integriteit, KIS bracht diepgewortelde ongelijkheid en discriminatie aan het licht en Clavis concludeerde dat leidinggevenden zelden worden aangesproken. De rode lijn in al deze onderzoeken is dat de organisatie zichzelf niet voldoende corrigeert en dat komt overeen met de bevindingen in het rapport van de ombudsman. Het gaat om de herhalende patronen. Ambtenaren geven nog steeds aan dat er niet genoeg gebeurt en directeuren bepalen nog steeds of een melding wordt onderzocht. Ze noemt de druk van vertrouwelijkheid rond het onderzoek en de effecten van de media waarbij medewerkers zorgen hebben geuit. Ondanks deze zorgen blijft de onderzoeksvraag relevant, functioneert het systeem goed genoeg zodat ambtenaren zich veilig voelen om te melden. Ze vraagt zich af wat de invloed van de Woo-verzoeken is op het vertrouwen in het onafhankelijke instituut van de ombudsman en wat dit doet met melders die bang zijn dat hun verhaal openbaar zal worden. Dit is geen tegenmacht terwijl de raad de tegenmacht wel moet ondersteunen en beschermen, ook als dit betekent dat ze soms kritisch moeten zijn. De ombudsman eindigt met drie aanbevelingen waarvan er één niet wordt meegenomen, maar tegenmacht is een moreel kompas en geen bedreiging van het bestuur.

Ze vraagt de burgemeester of het klopt dat er contact is geweest tussen haar en de nationale ombudsman en waarom ze het passend vond om een nationale toezichthouder bij een lokale kwestie te betrekken. De hoofdonderzoeker heeft afstand genomen van het onderzoek en geeft aan dat de communicatie op 18 september kwaadaardig en negatief was. Ze vraagt de burgemeester of ze deze woorden en de indruk van beïnvloeding en intimidatie bij de medewerkers erkent. Ze vraagt verder naar andere uitspraken in de media over het gevoel dat er helemaal niet gemeld zou worden en verwijst naar de woorden van de burgemeester dat mensen niet meer willen melden. Ze herinnert eraan dat er al jarenlang over onveiligheid wordt gesproken en dat ambtenaren hebben meegewerkt aan onderzoeken. Ze vraagt zich af of het niet tijd is om meer fundamentele verandering te zien bij Bureau Integriteit aangezien de angst om te melden ook te maken heeft met wat ambtenaren hebben ervaren. De raad nadert het einde van haar termijn en zelfs als de juiste dingen worden ingezet zullen de raadsleden het waarschijnlijk niet meer zien. Daarom is het belangrijk dat de burgemeester in de terugkoppeling aangeeft dat er ondersteuning is voor de fundamentele correctie die nodig is bij de hele organisatie en niet dat er een nieuw onderzoek nodig is.

De situatie is duidelijk, de ambtenaren hebben gesproken en nu is de gemeente aan zet. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Khan. Het lid KHAN (DENK) legt uit dat zijn fractie sinds de verschrikkelijke casus van de voormalige radicaliseringsambtenaar mevrouw Ait-Taleb vaak heeft gesproken met ambtenaren die gediscrimineerd zijn, ongewenst gedrag hebben meegemaakt of uit de organisatie zijn weggewerkt. Het meldsysteem schiet al lange tijd te kort en dat is de kern van wat vandaag besproken moet worden. De burgemeester erkent terecht problemen in de uitvoering, zoals lange doorlooptijden en het feit dat de commissie Integriteit op de plank bleef liggen. Tegelijkertijd zegt de burgemeester dat ze het rapport methodologisch zwak vindt. Op die manier worden alleen de uitvoeringsproblemen erkend en niet de diepere oorzaken. Er zijn veel andere rapporten die hetzelfde probleem aankaarten, namelijk dat veel ambtenaren het meldsysteem wantrouwen. Het gaat dus niet om een uitvoeringsprobleem maar om een structureel probleem. Hij begrijpt de kritiek niet dat er maar één casus wordt gebruikt en wijst op het initiatiefvoorstel waaruit de commissie Integriteit voortkwam en dat hoofdzakelijk was gebaseerd op één casus, namelijk die van mevrouw Ait-Taleb die slachtoffer was van Bureau Integriteit.

In de bestuurlijke reactie wordt gesteld dat sommige melders ook daders kunnen zijn of worden casussen gereduceerd tot arbeidsconflicten. Dat kan in sommige gevallen

33

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

waar zijn maar dat mist wel de kern, namelijk wie melding maakt loopt het risico zelf doelwit te worden. Dat is het echte probleem. Hij kan niet beoordelen of de burgemeester wel of niet druk heeft uitgeoefend, maar er is wel sprake van machtsongelijkheid tussen de gemeente en de ombudsman. Daar had rekening mee gehouden moeten worden, want als er stevige gesprekken zijn kan er een schijn van druk ontstaan. Hij vindt dat de raad het initiatief moet nemen om tot een oplossing te komen. De positie van de burgemeester en van de ombudsman staan niet ter discussie en beide zijn nodig om deze problemen te verhelpen. De DENK-fractie is van mening dat bemiddeling nodig is, want als dat niet gebeurt zal de polarisatie binnen de organisatie alleen maar verdiepen en dan zijn de ambtenaren de dupe. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt waarom het lid Khan denkt dat de burgemeester en de ombudsman dat niet zelf kunnen. Het lid KHAN (DENK) denkt dat ze het zelf prima kunnen, maar dat de raad dat wel moet aanjagen. Het lid HAVELAAR (CDA) is het daar niet mee eens. Hij vindt dat de burgemeester en de ombudsman de raad hebben opgezadeld met vragen waar ze zelf uit hadden moeten komen. De raad moet het niet voor hen oplossen en een bemiddelaar sturen, ze moeten er samen uitkomen.

Het lid KHAN (DENK) antwoordt dat het lid Havelaar ook heeft gezien wat er de afgelopen tijd in de media is verschenen en wat er allemaal is gebeurd. Er zijn al twee kampen binnen de gemeentelijke organisatie en dat zal zich verder verdiepen. Wie de sociale veiligheid van de ambtenaren serieus neemt en dat wil verbeteren moet ook erkennen dat de raad zowel de burgemeester als de ombudsman nodig heeft om vooruit te komen. Het lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat hij de raad niet de rol van scheidsrechter of spelbegeleider toedicht. Als het lid Khan het op deze manier zegt klinkt het alsof hij er geen vertrouwen in heeft dat de burgemeester en de ombudsman er nog samen uit gaan komen. Het lid KHAN (DENK) wil vooruitkijken. De raad controleert en stelt kaders richting de burgemeester en het college. Aan de andere kant is de raad ook medewerkgever van de ombudsman en hij neemt zijn taken als raadslid heel serieus. Het lid NADIF (GroenLinks) erkent dat de raad een relatie heeft met zowel de ombudsman als de burgemeester maar dat ze zelf mogen invullen hoe ze zich tot elkaar verhouden. De ombudsman heeft zelf aangegeven dat hij het niet op prijs stelt als de raad hem sommeert of opdrachten geeft. Praten met een bemiddelaar is het tegenovergestelde van wat de ombudsman zojuist heeft gezegd over wat de raad hem kan vertellen over wat hij mag doen.

Het lid KHAN (DENK) denkt dat dit voorstel nodig is om de sociale veiligheid te verbeteren. Het is niet goed als de twee tegenover elkaar blijven staan. Er is binnen de organisatie één kant die de ombudsman steunt en de andere kant steunt de burgemeester. Hij vraagt of GroenLinks wil dat dit beeld blijft bestaan. Het lid NADIF (GroenLinks) vindt het ongepast als de raad de ombudsman en de burgemeester vertelt dat ze met een bemiddelaar moeten praten. Het zijn twee volwassen personen die dat gesprek met elkaar moeten voeren. Het lid KHAN (DENK) is verbaasd dat dit voorstel zo heftig wordt ervaren door GroenLinks. In de vorige commissie zei de burgemeester dat ze moet kijken naar de

34

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

toekomstige samenwerking en ze plaatste vraagtekens bij de ombudsman. Hij probeert te komen tot een oplossing met beiden. Het lid NADIF (GroenLinks) vindt het bizar om het op die manier in te vullen. Het lid KHAN (DENK) vindt het gewoon een goed voorstel. Hij denkt dat het nodig is voor de sociale veiligheid. Het lid HOFLAND (D66) vindt het bijzonder dat lid Khan zich verzet tegen het beeld dat de burgemeester tegenover de ombudsman staat maar wel en plein public voorstelt dat de burgemeester en de ombudsman een verplicht mediationtraject ingaan omdat dit nodig zou zijn om de sociale veiligheid terug te krijgen. Het lid KHAN (DENK) stelt dat iedereen die contact heeft met ambtenaren die serieuze zorgen hebben over de sociale veiligheid zou moeten nadenken over hoe het verder gaat wanneer de twee hoofdrolspelers die een rol kunnen spelen in het verbeteren van die sociale veiligheid tegenover elkaar staan. Een voorstel van D66 daarvoor heeft hij nog niet gehoord. Het lid HOFLAND (D66) antwoordt dat de beste route vooruit is dat ze allemaal inhoudelijke voorstellen gaan doen, kijken wat ze uit de rapporten kunnen halen en de burgemeester en het college vragen om dingen te doen. Daarom heeft hij net ook een hele reeks voorstellen gedaan die concreet gaan over het verbeteren van de sociale veiligheid. Hij vraagt welke voorstellen het lid Khan daar concreet over heeft gedaan.

Het lid KHAN (DENK) antwoordt dat zijn eerste zorg uitgaat naar de gemeentelijke organisatie, juist omdat hij in contact staat met ambtenaren en weet wat er allemaal leeft binnen de organisatie. Als het beeld van twee kampen overheerst, dan moet daarvoor een oplossing komen. Hij denkt dat ze onvermijdelijk op dat punt uitkomen omdat ze niet willen dat een van de beide posities ter discussie komt te staan. Ze hebben beide nodig om de sociale veiligheid te verbeteren. Het lid HOFLAND (D66) geeft aan dat zijn grootste zorg niet het beeld van de burgemeester en de ombudsman is, maar medewerkers die onveiligheid ervaren. Als zijn grootste zorg het beeld van de burgemeester en de ombudsman was geweest, dan zou hij niet in het openbaar een gedwongen mediation hebben voorgesteld. Het lid KHAN (DENK) antwoordt dat als de zorgen van D66 daadwerkelijk gericht waren op het bevorderen van de sociale veiligheid bij ambtenaren, ze serieus moeten nadenken over hoe ze hier vooruit kunnen met twee partijen die tegenover elkaar zijn komen te staan. Het kan zijn dat D66 niet dezelfde ambtenaren spreekt die hij wel spreekt maar het voorstel is wel degelijk gebaseerd op wat er leeft binnen de organisatie. Hij wil een meldsysteem dat echt werkt voor alle ambtenaren. Het lid WIJNANTS (VVD) merkt op dat DENK altijd zegt voor verbinding te zijn, maar ondertussen zelf meer verdeling creëert.

Het lid Khan doet dit opnieuw door te spreken over kampen maar hij is de enige die dat zo neerzet. Dat is problematisch omdat er een verdeeldheid wordt gecreëerd die niemand anders heeft benoemd of gezien. Het lid Khan zou die woorden moeten terugnemen. Hij is al aan het terugkrabbelen op zijn voorstel voor mediation vanwege de terechte kritiek op het voorstel. Het lid KHAN (DENK) antwoordt dat hij niet aan het terugkrabbelen is. Het is een voorstel voor bemiddeling en geen verplichting. En als het gaat over het veroorzaken van verdeeldheid vraagt hij welk raadslid een voorstel heeft gedaan voor externe toetsing dat heel het land heeft geraakt en alle negatieve schijnwerpers op deze situatie heeft geworpen. Dat was niet DENK.

35

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Het lid HEINHUIS (PvdA) vindt dat het lid Khan te grote woorden in de mond neemt en geen recht doet aan waar hij zelf mee begint, namelijk dat er al veel langer een veel groter probleem is in de organisatie dat voorbijgaat aan alleen Bureau Integriteit en zeker voorbijgaat aan de discussie die de afgelopen weken is ontstaan. Het gaat om het gebrek aan sociale veiligheid. Ze begrijpt niet waarom het lid Khan zegt dat er twee hoofdrolspelers zijn als het gaat om sociale veiligheid, omdat dat geen recht doet aan de grote problemen in deze grote organisatie. Het lid KHAN (DENK) antwoordt dat hij het had over hoofdrolspelers in die zin dat deze twee ambten nodig zijn om de sociale veiligheid te verbeteren. Het lid HEINHUIS (PvdA) stelt dat als het lid Khan vooruit wil kijken en de onderliggende problemen wil adresseren, hij niet moet doen alsof de problemen pas zijn ontstaan toen het over dit rapport ging. Die problemen zijn veel ouder en zitten veel dieper in de organisatie. Het lid KHAN (DENK) vraagt of de PvdA vindt dat ze op deze manier gewoon verder kunnen gaan met wat er allemaal heen en weer is gezegd door de twee partijen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL (JA21) merkt op dat de Amsterdamse gemeentelijke organisatie de belastingbetaler elk jaar bijna 250 miljoen euro extra kost door ziekteverzuim en uitval.

Dit geld kan niet worden gebruikt voor woningen, wegen of veiligheid. Bureau Integriteit zou het medicijn moeten zijn, maar voor veel medewerkers is het juist onderdeel van het ziektebeeld. Het probleem kon niet langer blijven liggen en daarom heeft de ombudsman een signaal gegeven. Dit gebeurde niet met een keurig ambtelijk rapport maar met een signaal dat niet genegeerd kan worden. Veel van de meldingen waren anoniem omdat medewerkers het niet durfden om met naam en toenaam te melden. Nu dit signaal eindelijk naar buiten komt verklaart de burgemeester het onderzoek amateuristisch, niet zorgvuldig en niet integer. Ze zet het presidium in stelling, voert een vertrouwelijk gesprek dat volgens de aanwezigen grimmig verloopt wanneer ze haar zin niet krijgt en daarna blijft het stil. Er wordt geen inhoudelijke weerlegging van de bevindingen gegeven, alleen een aanval op de methode en de boodschapper. Dit volgt precies het patroon dat in het rapport wordt beschreven, hooggeplaatsten die elkaar de hand boven het hoofd houden en kritiek afdoen als flutonderzoek. Dit gebeurt nu niet door een willekeurige directeur maar door de burgemeester zelf. Het is veelzeggend dat ombudsmannen uit het hele land in de pen klimmen om de Amsterdamse ombudsman te steunen en dat medewerkers van de ombudsman zelf naar de pers stappen met naam en toenaam.

Wat hem het meeste verontrust is dat de burgemeester bezig is om een onafhankelijke waakhond monddood te maken omdat deze iets zegt wat haar niet bevalt. Het lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat ombudsmannen uit het hele land het opnamen voor de Amsterdamse ombudsman vanwege het voorstel voor een extern onderzoek. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat het erom ging dat het externe onderzoek niet goed is voor het onafhankelijk instituut van de ombudsman. Het lid HAVELAAR (CDA) vindt dat het lid Van Berkel dit punt ten onrechte noemt in zijn kritiek op de burgemeester. Het lid VAN BERKEL (JA21) zegt dat het een extern onderzoek is dat moet gebeuren bij Bureau Integriteit en dat is ook een van de aanbevelingen van de ombudsman.

36

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Het lid HOFLAND (D66) merkt op dat het extern onderzoek een voorstel was van de raad en niet van de burgemeester. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat een van de aanbevelingen van de ombudsman is dat Bureau Integriteit ook extern moet gaan opereren. Het lid HOFLAND (D66) merkt op dat het lid Van Berkel de ombudsmannen van andere steden hebben verzocht om geen extern onderzoek te doen. Dit externe onderzoek kwam van de raad en niet van de burgemeester. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat nu twee dingen door elkaar worden gehaald. Het externe onderzoek dat in eerste instantie is voorgesteld door het lid Wijnants was het onderzoek naar het onderzoek van de ombudsman. Maar er is ook een extern onderzoek voorgesteld bij Bureau Integriteit en dat is een aanbeveling van de ombudsman. Het lid HOFLAND (D66) vraagt waarom het lid Van Berkel de ombudsmannen van de andere steden noemt. Ze hadden geen kritiek op de burgemeester. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat de ombudsmannen van zich hebben laten horen omdat het schadelijk is om het onderzoek van de ombudsman te onderzoeken. Het lid HOFLAND (D66) herhaalt dat het een verzoek was van de raad en niet van de burgemeester. Het lid VAN BERKEL (JA21) vindt dat het indirect wel met de burgemeester van doen heeft omdat het in haar belang was dat onderzoek te doen na haar kritiek op het onderzoek van de ombudsman.

Het lid HEINHUIS (PvdA) vindt dat er nu een karikatuur van gemaakt wordt. De ombudsman presenteert zijn onderzoek, iedereen heeft het onderzoek voor zich en dan noemt het lid Van Berkel het monddood maken. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij als raadslid hier is om de burgemeester te controleren op haar handelen in deze situatie en daar is heel veel op aan te merken. Het lid HEINHUIS (PvdA) vraagt wat monddood betekent voor het lid Van Berkel. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat als er in een gesprek met de ombudsman door de burgemeester intimidatie en dreiging wordt toegepast om haar zin te krijgen ze dan probeert een waakhond monddood te maken. Het lid HEINHUIS (PvdA) vindt het een bizarre aantijging die geen enkele onderbouwing kent. Ze vindt dat het lid Van Berkel die woorden moet terugnemen. Het lid VAN BERKEL (JA21) gaat zijn woorden niet terugnemen aangezien het gewoon in de kranten staat en de hoofdonderzoeker het zo heeft ervaren. De hoofdonderzoeker heeft zich inmiddels teruggetrokken omdat ze zich niet meer wil verbinden aan het onderzoek en dat is al erg genoeg. De wetgever heeft bewust geen methodologische eisen gesteld aan de onderzoeken van een ombudsman om de signaalfunctie te beschermen. De burgemeester vindt dit blijkbaar een gotspe. Hij vraagt op basis waarvan de burgemeester zichzelf boven de wetgever plaatst.

Ze eist dat een onafhankelijke waakhond zich aan haar eigen strengere normen houdt omdat de conclusies haar niet bevallen. Dit is een optreden dat je zou verwachten van Victor Orbán maar niet van de burgemeester van

37

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Amsterdam. Als zelfs de ombudsman, de laatste onafhankelijke instantie waar je kunt aankloppen wanneer alles in de organisatie faalt, onder druk wordt gezet omdat zijn conclusies onwelgevallig zijn blijft er voor de Amsterdammer nog maar één vraag over, bij wie moet je dan nog zijn? Het lid NADIF (GroenLinks) vindt het bijzonder dat JA21 zich nu opeens opwerpt als een partij die zich inzet tegen discriminatie en seksisme terwijl ze de afgelopen acht jaar bij elke poging om de sociale veiligheid te vergroten inclusiviteit afdeden als onzin. Nu het om de burgemeester gaat hebben ze opeens een hele grote mond. Iedereen kent de geschiedenis van JA21 als het gaat om sociale veiligheid en weet wat de rol van JA21 in dit dossier is geweest. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij een burgemeester ziet die zich bedient van grensoverschrijdend gedrag. Hij zou bijna zeggen dat de ombudsman naar Bureau Integriteit moet voor een melding. Het lid NADIF (GroenLinks) wijst erop dat JA21 altijd met tegenvoorstellen kwam op het moment dat er werd ingezet om de signalen die in dit rapport staan tegen te gaan en er geld voor werd vrijgemaakt. Het lid VAN BERKEL (JA21) antwoordt dat hij zijn partij daar helemaal niet in herkent. Ze zullen er altijd alles aan doen op allerlei dossiers om ervoor te zorgen dat ze een vuist maken tegen grensoverschrijdend gedrag.

En dat doen ze dus in dit geval ook richting de burgemeester. Het lid NADIF (GroenLinks) heeft gehoord hoe JA21 in debatten met wethouders Meliani en Van Buren over dit thema sociale onveiligheid en inclusiviteit afdeden als gedoe. Ze vindt het bijzonder hypocriet van JA21 om dit nu op deze manier te doen. Het lid VAN BERKEL (JA21) stelt dat het inderdaad om beeldvorming gaat. Het gaat om de vraag of de burgemeester een onafhankelijk onderzoek naar haar hand mag zetten en of de Stopera een open huis is of een vesting waar kritiek wordt gesmoord voordat het het daglicht bereikt. JA21 vindt dat de ombudsman zijn werk uitstekend heeft gedaan en dat hij steun verdient in plaats van een publieke afstraffing. Hij vindt ook dat de burgemeester moet uitleggen waarom ze meent dat ze dit onderzoek vanuit een achterkamertje mag diskwalificeren en er eisen aan stelt die de wetgever nadrukkelijk niet heeft gesteld. Zolang dat niet gebeurt blijft het beeld hangen van een burgemeester die haar invloed gebruikt om een onafhankelijke waakhond de mond te snoeren en dat is zeker in Amsterdam onaanvaardbaar.

Daarom stelt hij de volgende vragen: Vindt de burgemeester dat Bureau Integriteit goed functioneert? Wat is er tegen een extern Bureau Integriteit? Is de slager de juiste persoon om zijn eigen vlees te keuren? Waarom had de burgemeester het gevoel haar kritiek niet gewoon in de bestuurlijke reactie kwijt te kunnen? Waarop baseert de burgemeester het recht om dergelijke eisen te stellen? Krijgen we een antwoord waarin ze de organisatorische verhoudingen tussen het ambt van de burgemeester en dat van de ombudsman meeneemt? Vindt de burgemeester de onderzoeksopzet die de ombudsman heeft toegepast kwaadaardig, en zo ja, waarom? De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Ahmadi. Het lid AHMADI (De Vonk) benadrukt dat de kern van de discussie niet gaat over personen of een conflict tussen bestuurders maar over een belangrijk fundament van de lokale rechtsstaat, macht en tegenmacht. Tegenmacht zonder politieke of bestuurlijke beïnvloeding is cruciaal voor een goed functionerende democratie. De ombudsman moet

38

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

kunnen werken zonder externe druk omdat zijn rol essentieel is voor betrouwbare rechtsbescherming. Het presidium is betrokken geraakt en de samenwerking met de ombudsman wordt in twijfel getrokken. Dit stuurt ernstige signalen naar de buitenwereld. Een bestuur mag zich niet mengen in de wijze waarop de ombudsman zijn werk doet, niet in de inhoud, de timing of de toon van rapporten. Het feit dat onderzoekers druk ervaren of zelfs de indruk kregen dat er beïnvloeding plaatsvond betekent dat een staatsrechtelijke grens werd overschreden. Voor zowel burgers als ambtenaren is het bestaan van een onafhankelijk instituut zoals de ombudsman van groot belang. Dit instituut biedt bescherming tegen macht en willekeur en is essentieel voor mensen die het moeilijk hebben binnen de organisatie. Ze vindt het daarom van groot belang om antwoorden te krijgen op de vraag hoe deze overschrijding van grenzen heeft kunnen plaatsvinden, hoe dit past in de rol van de burgemeester ten opzichte van de ombudsman en wat dit betekent voor de toekomst van het instituut en zijn capaciteit om kritisch onderzoek te blijven uitvoeren. De klachten over Bureau Integriteit spelen al jaren en de positie van ambtenaren staat al lange tijd onder druk omdat deze klachten niet goed worden opgepakt. De ombudsman heeft deze klachten eerder bij het bestuur aangekaart maar er is toen niet op gehandeld.

Ze vindt het moeilijk te begrijpen dat de ingrepen van de afgelopen weken worden gepresenteerd als bescherming van ambtenaren omdat dat ook zou moeten leiden tot het omarmen van de onderzoeken van de ombudsman. Ze vraagt hoe de burgemeester haar kritiek op het rapport kon presenteren als een bescherming van ambtenaren en hoe ze gereageerd heeft op het eerste concept van het rapport. Ze wijst ook op een kritische brief van de ondernemingsraad die de indruk versterkt dat de gang van zaken complex en problematisch is geweest. Het lijkt erop dat informatie waar instituten recht op hadden niet werd gedeeld of zelfs ontkend werd. Ze vraagt wat hier gebeurd is en hoe de burgemeester dit verklaart. Voor de toekomst is het belangrijk dat instituten die de macht bevragen hun werk kunnen blijven doen. Een kritische reflectie op dit proces is daarom van groot belang om te voorkomen dat iets dergelijks opnieuw gebeurt. De ongezonde cultuur in de gemeente is niet alleen het gevolg van de plegers, maar ook van het meldingsinstituut dat hier verantwoording voor moet nemen. Ze pleit voor een herinrichting van Bureau Integriteit met niet alleen een opschaling van fte's, maar met een extra focus op sociale onveiligheid. In artikel 81t lid 2 van de Gemeentewet staat dat de ombudsman geen instructies mag ontvangen over de uitoefening van zijn werkzaamheden.

Ze vraagt hoe de burgemeester haar fundamentele kritiek op het rapport in de achterkamertjes kan verantwoorden aangezien dit in strijd is met de onafhankelijkheid van de ombudsman. Ze vraagt of de burgemeester het eens is met het idee dat elke indruk van beïnvloeding vermeden had moeten worden in het werk van de ombudsman en of ze kritisch kan reflecteren op het feit dat opschaling naar het presidium ongepast was. Tot slot vraagt ze waarom de burgemeester niet eerder heeft ingegrepen als het gaat om de klachten over Bureau Integriteit aangezien die al jaren lopen en de ombudsman dit eerder heeft aangekaart. Ze sluit af door te benadrukken hoe belangrijk het instituut ombudsman is voor de stad en vraagt hoe de burgemeester zich gaat inzetten voor het behoud van de onafhankelijke en daadkrachtige rol van de ombudsman in de toekomst. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel. Het lid VAN SCHIJNDEL (Forum voor Democratie) stelt dat het conflict tussen de twee instituten in de eerste plaats de burgemeester aan te rekenen valt omdat zij procedureel de verkeerde afslag heeft genomen door zich tot het presidium te wenden. Het presidium houdt zich enkel bezig met het dagelijkse reilen en zeilen van de gemeenteraad en heeft niets te maken met inhoudelijke kritiek op het werk van de ombudsman.

Door vervolgens de nationale ombudsman te hulp te roepen heeft de burgemeester de situatie alleen maar erger gemaakt.

39

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Hij vermoedt dat het onderzoek methodologisch ondeugdelijk is omdat het zich baseert op te weinig en ongetoetste casussen. In essentie is het rapport een organisatiekundig onderzoek naar knelpunten in de werkprocessen van Bureau Integriteit maar dat valt buiten de bevoegdheid van de ombudsman die enkel individuele klachten afhandelt. De raad heeft zich nu vertild aan de methodologie door geen extern advies in te winnen. Dit kan alsnog omdat hij het punt zal agenderen voor de raad en er dan verder over gesproken zal worden. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Havelaar. Het lid HAVELAAR (CDA) stelt dat mensen graag een overheid willen zien die kan omgaan met tegenmacht en omgekeerd waarbij fatsoen en respect centraal staan. Op dit moment is de situatie lelijk geworden en dat komt het vertrouwen in de overheid niet ten goede. Het CDA vindt dat zowel de ombudsman als de burgemeester onvoldoende hebben bijgedragen aan de-escalatie nadat journalisten de conflictueuze gang van zaken aan het licht brachten. Hij vindt het ook potsierlijk dat de ombudsman en de burgemeester het niet eens kunnen worden over basale feiten, zoals hoor en wederhoor, de onderzoeksvraag en de opzet van het onderzoek. Dit heeft ervoor gezorgd dat de raad nu in de positie wordt gebracht om als scheidsrechter op te treden.

Wanneer macht en tegenmacht met elkaar in conflict raken moet er principieel gekozen worden voor het beschermen van de tegenmacht. Hij wil niet dat de optie van een extern onderzoek boven de markt blijft hangen omdat dit de ombudsman feitelijk onder curatele zou plaatsen. Ook wil hij geen bemiddelaar sturen omdat dit de suggestie wekt dat de burgemeester en de ombudsman het gekibbel niet zelfstandig kunnen stoppen. Dat betekent niet dat hij geen kritiek heeft. De burgemeester gaf aan dat ze met de kennis van nu anders had gehandeld en de ombudsman heeft minder reflectief gereageerd op die vraag. Zowel de ombudsman als de burgemeester hebben te lang geprobeerd om via informele weg escalatie te voorkomen maar de burgemeester heeft geen staatsrechtelijke lijn overschreden. Wel had de onafhankelijke rol van de ombudsman meer gerespecteerd moeten worden en had het stadsbestuur meer bescheidenheid moeten tonen in het beoordelen van het handelen van de ombudsman. Hoewel de burgemeester met goede intenties handelde heeft dit niet bijgedragen aan het versterken van de positie van de ombudsman. Hij hoopt dat dit een eenmalige gebeurtenis is zodat de medewerkers van de stad kunnen vertrouwen op een goed functionerende overheid. De ombudsman komt tot conclusies die in lijn liggen met veel eerdere rapporten en interne documenten.

De eerste aanbeveling is om prioriteit te geven aan de commissie Integriteit, iets wat al in 2021 had moeten gebeuren. Hij vraagt waarom dit zo lang heeft geduurd en waarom het nu ineens snel moet. Hij wil ook weten welke criteria het college hanteert voor de samenstelling van de commissie en hoe wordt geborgd dat de juiste expertise en ervaring aanwezig zijn. De tweede aanbeveling om meldingen extern te beleggen wordt niet overgenomen omdat dat tijd kost. Hij begrijpt dit niet aangezien het stadsbestuur vier jaar de tijd heeft genomen om de commissie Integriteit in te stellen en nu beweert haast te hebben. Hij vindt het ook onbewezen dat het hierdoor langer duurt. Het ene kan immers ook zonder het andere. Bovendien is er bij Bureau Integriteit te weinig capaciteit, zoals blijkt uit het jaarverslag van 2024. Hij vraagt welke garanties de burgemeester kan geven dat het niet overnemen van de aanbeveling om het extern neer te leggen de snelheid ten goede komt, en wil weten of het niet verstandiger is om externe capaciteit in te zetten ter ondersteuning. De derde aanbeveling is om te verkennen of meldingen over sociale veiligheid beter extern belegd kunnen worden. Het college geeft aan dat de meldketen versterkt moet worden, dat extern melden al mogelijk is en dat gradaties van sociaal onwenselijk gedrag beter omschreven zullen worden.

De burgemeester wil de oplossing van extern beleggen niet overnemen waarbij ze verwijst naar een rapport van de rekenkamer in Rotterdam maar hij ziet daarvoor geen inhoudelijke argumenten. Hij vraagt wanneer ze kunnen verwachten dat er resultaten zijn en welke acties er bij Bureau Integriteit en elders

40

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

in de organisatie liggen. Extern beleggen zou niet nodig moeten zijn, maar gezien de rommel in de gemeentelijke organisatie begrijpt hij waarom het overnemen van deze aanbeveling op dit moment verstandig zou kunnen zijn. Het lid WIJNANTS (VVD) vraagt waarom het lid Havelaar zo principieel tegen een externe validatie van het onderzoek is. De raad moet altijd met een open houding op zoek gaan naar meer feiten en beter inzicht. Het CDA vraagt immers ook constant om meer externe validatie als het om erfpacht gaat. Het lid HAVELAAR (CDA) antwoordt dat het principieel onjuist is om te onderzoeken of een onderzoek van een ombudsman onjuist is omdat een ombudsman altijd gaat over zijn eigen onderzoeken. Het lid WIJNANTS (VVD) vindt dat het lid Havelaar zichzelf en de raad tekortdoet met die opstelling. Er zijn altijd situaties waarin het wel mogelijk zou moeten zijn om bepaalde stappen te zetten. Die situatie zou zich in dit geval volgens hem nog steeds kunnen voordoen, hoewel hij niet zegt dat dat nu het geval is. Het hangt wat hem betreft ook helemaal niet boven de markt maar de raad moet zichzelf serieus nemen en zoiets zou altijd een mogelijkheid moeten zijn. Het lid HAVELAAR (CDA) antwoordt dat hij zich kan voorstellen dat er ongemak is bij het ontvangen van een rapport dat zo hevig bekritiseerd wordt in de bestuurlijke reactie en daar omheen.

Dit is ook de reden waarom hij zegt dat er principieel gesteld moet worden dat de raad staat voor de onafhankelijkheid van de ombudsman en dat er geen suggestie gewekt mag worden dat een externe onderzoeker kan beoordelen of de ombudsman wel of niet deugdelijk onderzoek heeft gedaan. Want hiermee zet je per definitie al het onderzoek van de ombudsman zowel nu als in de toekomst onder een soort twijfel. Dit zou hij niet willen. De raad moet het doen met wat de ombudsman levert. De VOORZITTER schorst de vergadering tot halfnegen. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording in eerste termijn. Burgemeester HALSEMA stelt dat er geen verschil van mening is over het feit dat er een probleem is met de sociale veiligheid in de gemeente. De ombudsman heeft zelf in zijn rapport verwezen naar verschillende onderzoeken die door de gemeente zijn geïnitieerd vanwege de grote urgentie om het probleem aan te pakken. Recent heeft ze een beroep gedaan op Tijs van Lieshout om samen met hem een plan te ontwikkelen om diepgaand in te grijpen in de gemeente, zodat de sociale veiligheid op de werkvloer verbeterd wordt. Discriminatie mag niet plaatsvinden en mag ook niet leiden tot intimidatie van medewerkers.

In zijn procedurebrief schrijft de ombudsman dat hij zich sinds de start van zijn onderzoek heeft verdiept in de werkprocessen van de gemeente Amsterdam, hoe meldingen worden opgepakt en hoe melders geïnformeerd worden over de voortgang van een melding. De ombudsman is van mening dat de inspanningen van het stadsbestuur om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan opvallend zijn en heeft positieve ontwikkelingen gezien, zoals verbeteringen in de werkwijze van het Bureau Integriteit in de registratiesystemen. Dit heeft volgens de ombudsman geleid tot meer bewustzijn en een verbeterd proces. Er is ook geen verschil van mening over de onafhankelijkheid van het instituut ombudsman. Ze heeft altijd nauw samengewerkt met de ombudsman en heeft het instituut en de onafhankelijkheid ervan altijd verdedigd. Ze heeft zich ook niet eerder bemoeid met conceptonderzoeken. De discussie rondom het rapport gaat niet alleen over methodologie of onderzoeksmethoden, maar gaat veel dieper. De kern van de discussie is het functioneren van het Bureau Integriteit zelf dat in het onderzoek wordt bekritiseerd. De

41

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

ombudsman heeft vastgesteld dat er sprake is van een schijn van partijdigheid en discriminatie bij Bureau Integriteit. Dit oordeel is onterecht. Bij Bureau Integriteit werkt een grote groep mensen, vaak in eenzaamheid en onafhankelijkheid. Ze houden zich bezig met klachten van medewerkers die zich slecht behandeld voelen of klachten van mensen die beschuldigd worden van grensoverschrijdend gedrag. Het werk dat deze medewerkers verrichten wordt vaak gedaan onder moeilijke omstandigheden omdat melders ontevreden zijn. In zo'n werkomgeving moet zorgvuldig worden omgegaan met medewerkers en er moet hoor en wederhoor plaats te vinden wanneer er zulke zware oordelen over hen worden geveld. De suggestie dat Bureau Integriteit een instrument is van de macht wil ze ten stelligste verwerpen. Bureau Integriteit hoort tot de tegenmacht. In de periode dat ze burgemeester is was Bureau Integriteit betrokken bij twee geruchtmakende zaken, beide gerelateerd aan sociale integriteit. Eén zaak ging over een wethouder die moest vertrekken en de andere over een topfunctionaris die ook moest vertrekken en die nu de enige casus is waarop hoofdstuk 4 is gebaseerd. Er is altijd ruimte voor verbetering binnen Bureau Integriteit en er zijn al veel veranderingen doorgevoerd in de afgelopen jaren, zoals de versterking van de meldketen en de uitbreiding van het meldpunt.

Bureau Integriteit is bovendien aangepast door de toevoeging van experts, zoals psychologen, cultureel-antropologen en criminologen om meer expertise in sociale integriteit te hebben en niet alleen in zakelijke integriteit. De gemeenteraad heeft gelijk dat ze de commissie Integriteit eerder had moeten doorzetten maar het bestuur heeft ervoor gekozen om prioriteit te geven aan andere zaken, zoals het verbeteren van de meldketen en het versterken van de registratie. Het feit dat het rapport van de ombudsman zo vernietigend is over het functioneren van het Bureau Integriteit heeft grote gevolgen voor de medewerkers van het bureau. Ze kent medewerkers die wekenlang wakker liggen van de oordelen die zijn geveld, terwijl ze zelf niet gehoord zijn. Ook hebben sommige medewerkers te horen gekregen dat ze zouden hebben gediscrimineerd zonder dat er bewijs voor was. Een rapport moet steunen op feiten en ze vindt dat ze als bestuurder en werkgever daar een verantwoordelijkheid in heeft. Ze legt uit dat de ombudsman normaal gesproken klachten van burgers onderzoekt, maar dat hij in dit geval een onderzoek heeft uitgevoerd naar ambtenaren en dus treedt in de werknemer-werkgeverrelaties binnen de gemeente. Aangezien dit direct raakt aan het welzijn, de veiligheid en de positie van de werknemers was er vanaf het begin een andere rol voor de gemeente in de besprekingen met de ombudsman.

De gemeente heeft alle relevante documenten naar de ombudsman gestuurd, behalve één vertrouwelijk gespreksverslag van een externe vertrouwenspersoon. Dit document mag de gemeente ook niet inzien. De gemeente heeft volledig meegewerkt aan het onderzoek, ook al ging het hierbij ook om arbeidsrelaties binnen de eigen organisatie. Ze vond het bijzonder vervelend om het onderzoek van de ombudsman ter discussie te stellen. Ze had liever gehad dat de situatie was gede-escaleerd en ze betreurt hoe het naar buiten is gekomen met een offensieve mediastrategie waarin ook veel oordelen over haar persoonlijk werden geveld. Ze herkent zich niet in deze beschuldigingen en had liever gehad dat het probleem op een goede manier was opgelost. Er zijn 82 gesprekken gevoerd en de ombudsman heeft gezegd dat het om evenzovele casussen gaat. Ze hebben wel kunnen reconstrueren dat het gaat om 5 burgers die elkaar kennen en een klacht hebben ingediend over het functioneren van een ambtenaar. Deze 5 burgers zijn er boos over dat ze geen uitgebreide inhoudelijke rapportage hebben gekregen over wat er met die melding is gebeurd maar de gemeente kan als werkgever geen uitgebreide inhoudelijke rapportages geven over het functioneren van ambtenaren omdat ambtenaren bescherming genieten. De klachten die zijn ingediend, worden serieus genomen maar het is de vraag of de mensen die klagen representatief zijn.

Een aantal van de mensen die geklaagd hebben zijn mensen die zelf met ontslag te maken hebben gekregen omdat ze grensoverschrijdend gedrag hebben vertoond of omdat er zakelijke corruptie of zakelijk overschrijdend gedrag was. Mensen zijn dan boos en klagen bij de ombudsman. Het kan heel goed zijn dat er op die klachten

42

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

anders gereageerd had moeten worden maar het betekent niet dat het hele bureau niet functioneert. Ze heeft ook een probleem met het vernietigende oordeel over het Bureau Integriteit dat is gebaseerd op één casus waarin een topambtenaar moest vertrekken wegens grensoverschrijdend gedrag. Deze zaak is, in tegenstelling tot de zaak Ait-Taleb, niet volledig onderzocht. Dit is iemand die komt klagen en de ombudsman heeft die klacht veralgemeniseerd tot een persoonsgericht onderzoek. De slachtoffers van deze topambtenaar zijn niet gehoord. Het is haar verantwoordelijkheid om op te komen voor de medewerkers van Bureau Integriteit die niet zijn gehoord, maar wel te horen hebben gekregen dat ze zouden hebben gediscrimineerd, een strafbaar feit dat niet is aangetoond. Andere medewerkers herkenden zich in het rapport terwijl er geen individuele casussen zouden worden besproken. Als werkgever en bestuurder voelt ze zich verantwoordelijk voor deze medewerkers die in een isolement werken en ze moet ervoor zorgen dat hun werk in alle eerlijkheid wordt beoordeeld. Het lid KHAN (DENK) legt uit dat hij de zaak Ait-Taleb heeft genoemd, omdat dergelijke casussen de grieven van andere ambtenaren over de meldketen kunnen bevestigen.

Burgemeester HALSEMA begrijpt dat er signalen zijn die wijzen op de noodzaak om aandacht te besteden aan de meldketen maar de uitspraken over het Bureau Integriteit zijn gedaan op basis van klachten van vijf mensen die elkaar kennen en zich bij de ombudsman hebben verzameld. Daarnaast is het niet eerlijk om uitspraken te doen over de meldketen zonder ook de mensen te horen die tevreden waren over hun meldingen en die van mening zijn dat ze goed behandeld zijn. De slachtoffers van deze topfunctionaris zijn niet gehoord en het is onduidelijk of ze tevreden zijn over de meldketen. Een ombudsman doet onderzoek naar een specifieke zaak en velt vervolgens een oordeel over die zaak. In dit geval wordt er een oordeel geveld over een hele gemeentelijke afdeling op basis van één zaak. Bovendien betreft het een bureau dat niet naar buiten kan treden en zichzelf niet kan verdedigen omdat het zaken behandelt die veel discretie vereisen en zeer gevoelig zijn. Ze vraagt daarom ook om meer empathie voor Bureau Integriteit dat al jarenlang de gebeten hond is en zich niet kan verweren. Het bureau heeft veel goede onderzoeken uitgevoerd en past zich aan de eisen van deze tijd aan. Er is feitelijk commentaar geleverd op het conceptrapport van de ombudsman, maar dat commentaar is door de ombudsman naast zich neergelegd.

Er is daarna nog een gesprek geweest over dat commentaar omdat het bestuur vond dat sommige feiten niet klopten. Het bestuur heeft daarbij gehandeld binnen de gebruikelijke bandbreedte voor wat van een bestuur wordt verwacht bij het geven van commentaar op een conceptrapport. Het lid KHAN (DENK) geeft aan dat zijn kritiek voornamelijk gericht is op het beleid. In de afgelopen jaren heeft hij veel ambtenaren gesproken die verschillende klachten hadden over de meldketen in het algemeen maar vervolgens daarop werden aangesproken of zelfs uit de organisatie werden gewerkt. Het is moeilijk om deze zaken objectief vast te stellen maar dit probleem leeft wel binnen de organisatie. Hij ziet het rapport als een gelegenheid om dit onderwerp eindelijk bespreekbaar te maken. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat een onderzoek naar sociale integriteit altijd gaat over emoties en ervaringen die moeilijk aan te tonen zijn. Dit is een verschrikkelijke situatie voor kwetsbare mensen op de werkvloer en ze kent te veel van dit soort signalen. Er is geen verschil van mening over dit punt. Het lid Nadif heeft terecht gezegd dat het Bureau Integriteit het eindstation is en dat er daarvoor van alles moet plaatsvinden wat onvoldoende gebeurt.

43

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

De Amsterdamse organisatie wijkt niet af van andere organisaties maar is wel de organisatie die discriminatie en seksisme op de werkvloer het meest grondig heeft onderzocht. Dat resulteert in een relatief groot aantal meldingen. Daarnaast is de organisatie ook erg divers waardoor spanningen heel manifest kunnen zijn. Binnen de organisatie wordt vaak te weinig verantwoordelijkheid genomen voor klachten waardoor het aantal meldingen over sociale integriteit en sociaal grensoverschrijdend gedrag bij Bureau Integriteit is toegenomen en de doorlooptijden langer zijn geworden. De onvrede neemt ook toe omdat er veel klachten binnenkomen bij Bureau Integriteit die daar niet thuishoren omdat er geen sprake is van discriminatie, racisme of misogynie maar van verstoorde werkverhoudingen die door leidinggevenden opgelost hadden moeten worden. Bureau Integriteit moet die klachten terugsturen omdat ze op de werkvloer gerepareerd moeten worden. Ze begrijpt de ontevredenheid van die mensen, omdat ze het gevoel hebben dat hun klacht onvoldoende serieus wordt genomen. Dit betekent echter niet dat Bureau Integriteit niet goed functioneert. Ze verzet zich tegen de opmerking van het lid Broersen dat de ombudsman is tegengewerkt.

Ze vindt het ook ernstig dat in de raad quotes uit een krant worden overgenomen en voor waar worden aangenomen terwijl er een schriftelijk, feitelijk commentaar is geleverd op het conceptrapport dat niet is overgenomen. Er is in wederzijdse overeenstemming een gesprek geweest waarin ze heeft aangegeven dat ze het rapport geen goed rapport vond. Daarna heeft de ombudsman zelf opnieuw contact opgenomen om te kijken of ze tot een oplossing konden komen. Dit staat ook in de procedurebrief waarin de ombudsman zelf zegt dat hij naar een soort memo wil waarin hij samen wil werken met de gemeente. Tot haar verbazing heeft ze daarna, in plaats van een memo een rapport gezien waar ze geen contact meer over heeft gehad met de ombudsman. Het lid BROERSEN (Volt) geeft aan dat ze heeft gezegd dat de ombudsman en zijn team het gevoel meedragen tegengewerkt te zijn en ze wil meegeven dat ze dit zorgelijk vindt. Burgemeester HALSEMA vindt het problematisch dat wanneer ze een gesprek voert dat gericht is op de-escalatie ze vervolgens in de krant een samenvatting leest waar ze zich totaal niet in herkent en die ze ook kwetsend vindt. Ze heeft ook gevoelens overgehouden aan dat gesprek maar die heeft ze niet in de krant gezet. Ze erkent dat het soms niet helemaal gaat zoals het behoort te gaan maar melders ontvangen altijd een formele brief waarin staat wat er met de melding gebeurt.

Wellicht kunnen die brieven inhoudelijker geformuleerd worden maar als het gaat om klachten over ambtenaren wordt dat formeel beschreven omdat Bureau Integriteit niet in de privacy van ambtenaren kan treden en terughoudend moet zijn. Ze begrijpt dat mensen dat soms onvoldoende of te formeel vinden maar tegelijkertijd zijn daar bij Bureau Integriteit protocollen voor. Het is een zorgvuldig proces dat beschreven moet worden om systematisch na te gaan of er volgens die protocollen wordt gewerkt. Het lid BROERSEN (Volt) merkt op dat er veel insprekers en e-mails zijn van mensen die geen terugkoppeling hebben ontvangen. Het gaat te ver om te zeggen dat alles bij Bureau Integriteit fout gaat maar als er zo vaak signalen komen van dingen die niet goed gaan dan moeten ze daarnaar luisteren en dat bespreekbaar maken in de commissie. Burgemeester HALSEMA begrijpt dat en beaamt dat de meldketen versneld en verkort moet worden en dat de omlooptijd ingekort moet worden. Er zijn praktische verbeteringen waar in alle openheid over gesproken moet worden. De raad moet zich ook realiseren dat de mensen die klagen over Bureau Integriteit soms gelijk hebben, maar soms ook niet omdat ze ontevreden zijn over het oordeel dat is geveld.

Dit maakt Bureau Integriteit veel kwetsbaarder dan alle andere organisatieonderdelen bij de gemeente en daarom is het belangrijk dat als er onderzoek wordt gedaan naar de klachten over Bureau

44

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Integriteit er wordt getoetst en gecontroleerd of de klachten terecht zijn. En dat is niet gebeurd. Het lid BROERSEN (Volt) geeft aan dat ze heeft meegekregen dat bij veel van die meldingen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden en dat er ook met de tegenpartij is gesproken. De raad moet met fragmentarische informatie hier chocola van proberen te maken en dat vindt ze knap lastig. Ze is blij dat ze het er nu met elkaar over hebben omdat het uiteindelijk van belang is om de inhoud te bespreken en te kijken hoe ze nu verder gaan. Burgemeester HALSEMA is van mening dat de raad uitstekend in staat is om zelf een rapport te beoordelen. Er is met klagers gesproken maar de klachten zijn niet onderzocht. Dat zegt de ombudsman zelf ook. De raad kan nalezen dat er wel met klagers is gesproken maar dat de klachten over Bureau Integriteit niet op juistheid zijn onderzocht. Het lid BROERSEN (Volt) wijst erop dat er meer meldingen zijn gedaan dan de 82 die in het rapport worden genoemd. Burgemeester HALSEMA legt uit dat bij de 82 meldingen gesprekken zijn gevoerd, maar dat niet is onderzocht waarover die mensen klaagden. Vervolgens waren er 8 exemplarische dossiers waarvan 4 over zakelijke integriteit die buiten het onderzoek vallen en 4 over sociale integriteit.

Met de melders van de exemplarische dossiers is langer gesproken en daar is meer over geschreven, maar ook die zijn niet onderzocht. Er is niet onderzocht wat er klopt en wat niet klopt in die dossiers. Het lid Alberts vindt dat ze zich überhaupt niet met zo'n onderzoek moet bemoeien. Ze zou het daarmee eens zijn als hier niet ook de werkgeversrelatie in het geding was. Dit betrof een onderzoek naar ambtenaren waarbij de positie van de gemeente per definitie anders is dan bij het normale onderzoek van een ombudsman. Het was een geheel andere situatie waarin ambtenaren beschadigd konden worden en waarbij zij de mogelijkheid wilden hebben om feitelijke correcties toe te passen. Het betreft geen strijd tegen het rapport maar wel een poging om te bezien of het rapport feitelijk juister kon worden dan het uiteindelijk werd. Ze is naar het presidium gegaan om hulp te vragen om eruit te komen en omdat ze grote zorgen had over dit rapport en over de beschadiging die het kon betekenen voor de medewerkers die in moeilijke omstandigheden kwetsbare onderzoeken uitvoeren. Ze is naar de nationale ombudsman gegaan om met hem te bespreken hoe ze hierin moest opereren, waar haar bevoegdheden liggen en waar de grenzen liggen.

Het lid ALBERTS (SP) vraagt waarom de burgemeester haar zorgen niet in de bestuurlijke reactie heeft verwoord in plaats van alles achter de schermen te bespreken, waardoor de situatie nu is geëscaleerd. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat dit inderdaad ook in een bestuurlijke reactie had gekund en dat ze dit risico nooit meer zal nemen. Ze heeft verslagen van vertrouwelijke gesprekken gezien waar de honden geen brood van lusten en er zijn dingen over haar gezegd die niet kunnen. Dat risico wil ze niet meer lopen. Ze legt uit dat het tweede gesprek op initiatief van de ombudsman heeft plaatsgevonden. De ombudsman wilde in gesprek omdat hij eigenlijk hoopte dat er iets gezamenlijks uit zou komen. Dat was zijn wens en dat staat ook in die procedurele brief. Vervolgens ging de brief naar de raad en tot haar verbazing lag er anderhalve week later een rapport waar ze geen bemoeienis mee had gehad en waarin ook voor haar verrassingen stonden. Het lid WIJNANTS (VVD) vindt de kritiek op het rapport helder maar de brief aan het presidium was breder dan dat. Die ging ook over het functioneren van de ombudsman en er werden ook andere rapporten genoemd. Er werd ook een suggestie gedaan alsof er

45

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

met deze ombudsman problemen waren voor toekomstige samenwerking en dat gaat volgens hem richting een grens. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat die zorgen in de bijlage van de brief staan. Het gaat om de vermenging van rollen, bijvoorbeeld het zijn van belangenbehartiger in de zaak die wordt beschreven in hoofdstuk 4 en tegelijkertijd diegene opvoeren als onderzoeksobject of het oordelen over zaken die onder de rechter zijn. Er waren meer signalen waar ze moeite mee had en ze heeft het presidium om hulp gevraagd omdat ze zich er zeer van bewust is dat zij niet gaat over de ombudsman. Het lid WIJNANTS (VVD) vraagt of die zorgen er nog steeds zijn. Daarnaast wil hij weten wat de burgemeester had verwacht dat het presidium zou doen. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat het niet aan haar was. Ze vindt wel dat het lid Wijnants het zeer uitvergroot door te stellen dat dit vreemd zou zijn. Er zijn meer instituties die onder de verantwoordelijkheid van de raad vallen en als zij problemen heeft met bijvoorbeeld de rekenkamer verwacht het lid Wijnants toch ook dat zij het presidium daarvan op de hoogte brengt. Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt hoe de burgemeester de schade bij de ambtenaren beoordeelt nadat de situatie is geëscaleerd in achterkamertjes en het presidium in stelling is gebracht.

Burgemeester HALSEMA antwoordt dat er ook ambtenaren zijn die het zeer noodzakelijk vinden dat ze hen verdedigt. Het lid VAN BERKEL (JA21) vindt dat de burgemeester de ambtenaren heeft beschadigd door wat er nu is gebeurd. Burgemeester HALSEMA legt nogmaals uit dat het rapport in concept is opgeleverd in de zomer, dat daarop feitelijk commentaar door de ombudsman is gevraagd maar dat er met dat feitelijk commentaar vrijwel niets is gedaan. Daarna heeft er een gesprek op gedeeld initiatief plaatsgevonden. Vervolgens is er nog een gesprek geweest waarna zij heeft gezegd dat het verder aan de ombudsman was, dat ze het rapport zouden afwachten en dan een bestuurlijke reactie zouden geven die niet mild zou zijn. Dat was haar uitgangspositie. Op initiatief van de ombudsman heeft er een tweede gesprek plaatsgevonden. Dat zijn geen achterkamertjes, er was een gezamenlijke behoefte om te de-escaleren. De omslag tussen de procedurele brief waarin de ombudsman zelf aangeeft dat hij een andere oplossing zoekt en het rapport dat plotseling anderhalve week later verschijnt heeft ze niet begrepen maar dat is volledig aan de ombudsman en daar zit geen bemoeienis van haar bij.

Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt waarom het zo ver is geëscaleerd dat een ombudsman onder druk moet komen te staan om uiteindelijk een bepaalde richting te geven zodat de ambtenarij niet beschadigd wordt onder het gezag van de burgemeester. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de ombudsman niet onder druk is komen te staan en dat zo'n opmerking hem ook tekortdoet. De ombudsman is niet onder druk gezet, wat hem is verteld is dat zij grote problemen hadden met het rapport en dat ze een bestuurlijke reactie zouden geven. Zo zijn ze uit elkaar gegaan. Na dat gesprek heeft ze het erbij gelaten en het was de ombudsman zelf die graag opnieuw een gesprek wilde. Zij wilde gewoon een bestuurlijke reactie geven. Het lid AHMADI (De Vonk) vindt dat zorgen over het instituut ombudsman uit de raad moeten komen en niet vanuit een vertrouwelijke brief van de burgemeester naar het presidium. De burgemeester is een machtig instituut en de verhoudingen worden op scherp gezet als er zo'n brief uitgaat naar het presidium.

46

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Burgemeester HALSEMA is van mening dat het lid Ahmadi de ombudsman daarmee tekortdoet. Hij is zelfstandig, onafhankelijk en hij weet zich goed te roeren. Dat was de afgelopen week goed te zien. De brief was een uiting van respect jegens het presidium. Het presidium is het bestuur van de raad en verhoudt zich daarmee tot de ombudsman. Als zij zorgen heeft dan is het niet meer dan netjes dat ze het bestuur van de raad daarover informeert en vervolgens zegt ik laat het bij u. Het lid AHMADI (De Vonk) vindt dat er iets onzuivers zit in het feit dat het orgaan dat wordt gecontroleerd door de ombudsman met deze zeer scherpe kritiek naar de werkgever van de ombudsman stapt. Deze kritiek had vanuit de raad moeten komen na de bestuurlijke reactie. Ze zou graag van de burgemeester willen horen dat dit in de toekomst via die route loopt en niet meer via brieven naar het presidium. Burgemeester HALSEMA is het daar niet mee eens. Ze is als werkgever bestuurlijk verantwoordelijk voor het ambtelijk apparaat. Dit onderzoek trad diep in de arbeidsrelaties van de gemeentelijk organisatie en dat is zeer ongewoon. Het is de vraag of dat überhaupt bij ombudsmanonderzoek hoort maar dat laat ze verder bij de ombudsman. Als werkgever die ziet welke effecten dit heeft op haar eigen ambtenaren rapporteert ze netjes aan het bestuur van de raad die verantwoordelijk is voor die relaties.

Het lid AHMADI (De Vonk) merkt op dat het in de bijlage ook gaat over het handelen van de ombudsman en dat vindt ze onzuiver in de verhouding. Burgemeester HALSEMA antwoordt dat de raad haar ook controleert. Het idee dat zij het machtigste instituut is, is niet correct. De raad is het machtigste instituut. De burgemeester is dienstbaar aan de raad, en als ze zorgen heeft kan ze alleen terecht bij de raad. Bovendien zou het ook vreemd zijn als ze de raad daarin zou passeren. Het lid WIJNANTS (VVD) vindt het niet vreemd dat de burgemeester naar het presidium stapt. Waar hij wel moeite mee heeft is de reikwijdte van de kritiek en het ontbreken van het handelingsperspectief. Daardoor komt het op hem enigszins over als over de schutting gooien. Burgemeester HALSEMA begrijpt wat het lid Wijnants zegt maar vanuit haar positie zou het toevoegen van een handelingsperspectief vergaand zijn. De raad had dat waarschijnlijk geïnterpreteerd alsof zij een opdracht aan het presidium had gegeven. Ze heeft het presidium gevraagd om erover na te denken. Het lid ALBERTS (SP) heeft begrepen dat de griffie heeft aangegeven dat het gaat om een werkgever-werknemersrelatie. Ze vraagt of dat zo is geformuleerd vanuit de burgemeester of de griffie, aangezien het klinkt als roep hem op het matje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413660/1