CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag raadscommissie Algemene Zaken 04-12-2025.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 15 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie AZ d.d. 4 december 202532.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hij noemt dit om aan te geven dat als je de richting opgaat van een lichte vorm van censuur en het controleren van bepaalde perspectieven er een ingewikkelde discussie ontstaat. Hij vindt dat het lid Khan een beter standpunt zou hebben door te zeggen dat dit soort perspectieven er ook mogen zijn. Het lid Khan mag het daarmee oneens zijn, en dat doet hij op een eloquente manier, maar het heeft geen zin om te zeggen dat hij het niet wil horen en om dit allemaal tot in detail door te voeren in de gemeentelijke organisatie. Het verhaal van het lid Khan wordt krachtiger door inhoudelijk te blijven en te zeggen dat hij het er niet mee eens is en door zaken te debunken in plaats van met toon- en samenwerkingspolitie te komen. Hij denkt dat het lid Khan daar nu eigenlijk afbreuk aan doet. Het lid KHAN (DENK) merkt op dat hij verwees naar de moord op vijftien Palestijnse hulpverleners en dat het lid Wijnants het heeft over andere perspectieven. Hij vraagt wat het lid Wijnants bedoelt met een ander perspectief op deze oorlogsmisdaad. Het lid WIJNANTS (VVD) heeft geen behoefte om daar antwoord op te geven. Het lid KHAN (DENK) vindt dat het lid Wijnants zijn hele bijdrage daarmee ondermijnt.

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Van Schijndel. Het lid VAN SCHIJNDEL (Forum voor Democratie) wil aangeven dat in een oorlogssituatie zoals deze oorlogsmisdaden plaatsvinden en dat hij dat absoluut niet wil bagatelliseren. De Vonk heeft het over genocideontkenning maar de burgemeester heeft eerder met verwijzingen naar hoogleraren uit Israël gezegd dat er sprake is van genocidaal geweld en daar blijft het wat hem betreft bij in deze gemeenteraad. De VOORZITTER geeft het woord aan burgemeester Halsema voor de beantwoording. Burgemeester HALSEMA verzet zich tegen het beeld dat wordt geschapen door het lid Ahmadi die suggereert dat het college graag wil samenwerken met organisaties die mensenrechten schenden en dat ze het prettig vinden om daarmee te schuren. Daar is geen enkele sprake van. Ze heeft de vragen van het lid Khan uitgebreid schriftelijk beantwoord en voegt eraan toe dat ze sterk van mening kunnen verschillen met het CIDI maar dat er een groot verschil is tussen niet-gouvernementele organisaties die hun vrijheid van meningsuiting hebben en het inkoopbeleid. De contacten die ze hebben met het CIDI gaan eigenlijk altijd over de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust.

Ze heeft ook contact met het CIDI als het gaat om de beveiliging van activiteiten die ze ontplooien in de openbare ruimte, zoals toen hun congres plaatsvond in het KIT waarbij het CIDI verantwoordelijk is voor de beveiliging binnen en zij voor de beveiliging buiten. Het lid Broersen heeft eerder gevraagd om een lobbyregister aan te leggen en de vraag van het lid Khan zou daarbij kunnen aansluiten. Ze zijn aan het kijken op welke manier ze inzage kunnen geven in met welke organisaties gesproken wordt, hoe vaak er gesproken wordt en waartoe er met organisaties wordt gesproken, maar het is nog best ingewikkeld hoe dat zou moeten zonder de eigen administratie volledig te overbelasten. Ze denkt dat het meest logisch zou zijn om agenda's te openbaren zodat de raad kan zien hoe vaak er contact is met het CIDI. De discussie wordt gesloten. De VOORZITTER schorst de vergadering tot halfzes. De VOORZITTER heropent de vergadering met een woord van welkom voor ombudsman Ramlal. Algemene Zaken 14. Bespreken rapport ombudsman Melden met vertrouwen VN2025-016317 Gevoegd behandeld met 15. Bespreken drie brieven naar aanleiding van rapport ombudsman VN2025-016316 De VOORZITTER geeft het woord aan ombudsman Ramlal voor een toelichting. Ombudsman RAMLAL legt uit dat zijn onderzoeken tot stand komen door de vele stemmen en klachten die eerder niet gehoord of gezien werden.

Dit geldt ook voor het rapport Melden met vertrouwen. Hij is diep geraakt door de verhalen van Amsterdamse ambtenaren over pestgedrag, seksuele intimidatie, racisme en discriminatie op de werkvloer waarbij ze niet werden gehoord of beschermd. Hij illustreert dit met citaten uit het rapport, zoals de ervaring van een ambtenaar die acht jaar lang seksisme, uitsluiting, discriminatie en ongewenste aanrakingen ondervond zonder dat er werd ingegrepen. Een

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

ander citaat beschrijft hoe iemand bij Bureau Integriteit aanklopt voor hulp maar na het gesprek weer naar de onveilige situatie werd teruggestuurd. Weer een ander citaat vertelt hoe een melding van racisme werd genegeerd toen bleek dat het over directieleden ging. Deze ambtenaren voelen zich onbeschermd en vaak alleen. Maatschappelijke opvattingen over grensoverschrijdend gedrag zijn sterk veranderd en het meldsysteem moet worden geëvalueerd. Uit het onderzoek van de ombudsman dat gesprekken met 82 personen omvat blijkt dat er knelpunten zijn in de werkprocessen van Bureau Integriteit. De meeste melders willen anoniem blijven omdat ze nog steeds werkzaam zijn voor de gemeente, slechts 8 ambtenaren hebben de moed gehad om naar voren te stappen om knelpunten verder te onderzoeken. Er is een sterke behoefte aan een plek waar medewerkers veilig misstanden kunnen melden en waar integriteit leidt tot oplossingen, minder stress en minder ziekteverzuim. De ombudsman vraagt zich af hoeveel rapporten en meldingen er nog nodig zijn om duidelijk te maken dat de werkwijze van Bureau Integriteit verbeterd kan en moet worden. Rapporten van Clavis, Muzus, het Verwey-Jonker Instituut, de Arbodienst en de Arbeidsinspectie wijzen allemaal op de noodzaak van verbeteringen in de manier waarop misstanden bij Bureau Integriteit worden behandeld.

Er wordt gepleit voor meer expertise en diverse medewerkers en een betere behandeling van meldingen van ongewenst gedrag. De ombudsman constateert dat de huidige aanpak teleurstellend is en vaak meer onveiligheid veroorzaakt, vooral wanneer meldingen over leidinggevenden gaan. Sociale veiligheid blijft een moeilijk onderwerp, zoals ook blijkt uit de reacties op het rapport en maatschappelijke ontwikkelingen. Hij is blij dat het bestuur een commissie Integriteit heeft ingesteld en doet een beroep op de raad om het verschil te maken voor de ambtenaren die in de knel zitten. Hij adviseert de raad een rapporteur aan te wijzen voor de commissie Integriteit en het stadsbestuur te stimuleren het meldsysteem en onderzoeksprotocol te vernieuwen waarbij Amsterdammers en ervaringsdeskundigen een stem krijgen. Hij benadrukt dat het niet om de confrontatie gaat, maar om samen te werken aan verbeteringen voor Amsterdam. Hij wil zich hiervoor inspannen en roept de raad op hetzelfde te doen met het uiteindelijke doel van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers van de gemeente. Het lid WIJNANTS (VVD) vraagt wat de reden is dat de ombudsman aanbevelingen doet die niet in het rapport staan, zoals een rapporteur aan de raad.

Ombudsman RAMLAL antwoordt dat er na het uitbrengen van de rapportage veel is gebeurd en dat hij heeft gereflecteerd op wat hij nog zou kunnen verfijnen aan de eerder geformuleerde aanbevelingen. Een van de redenen om de raad een rapporteur aan te laten stellen is dat het college eerder heeft toegezegd dat er verbeteringen zouden plaatsvinden. Hij constateert dat bepaalde toezeggingen niet zijn nagekomen en om de voortgang te blijven monitoren adviseert hij om de aanbevelingen verder uit te werken en daar werk van te maken. Het lid BROERSEN (Volt) vraagt of een rapporteur vanuit de gemeenteraad aanvullend is op oud-ambtenaren en burgers die volgens de aanbevelingen in de commissie plaats zouden moeten nemen. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het uiteindelijk gaat om ervaringsdeskundigen die kunnen vertellen hoe het is om vanuit dat perspectief te melden. Het gaat ook om het feit dat bij klachten van burgers integriteitaspecten meespelen. Het blijkt dat er dan veel regelgeving bij elkaar kan komen, enerzijds de Algemene wet bestuursrecht en anderzijds het integriteitskader, de wetgeving rondom arbeidsomstandigheden en de AVG. In de klachtenregeling staat dat de klachtencoördinator dan schakelt met Bureau Integriteit en de vraag is of burgers kunnen meedenken over wat er vanuit hun perspectief nodig is. Zijn aanbeveling is dat zo'n burger dan een stem krijgt.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Het lid HOFLAND (D66) vraagt of de rapporteur aangesteld zou moeten worden in de onafhankelijke commissie die in januari begint. Daarnaast vraagt hij of de ombudsman de nieuwe aanbeveling over het verbeteren van het meldsysteem kan herhalen. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het doel is dat de raad goed op de hoogte blijft van de vorderingen en dat de raad een persoon heeft bij wie ze terecht kan. De spreektekst over de verbeteringen van de meldingen zal hij met de raad delen. Grensoverschrijdend gedrag moet gemeld worden bij Bureau Integriteit. Een melder vindt dat heel ingewikkeld maar verzamelt zijn moed en besluit het toch te doen. Het blijkt dat melders vervolgens niets horen of heel laat iets horen. En als ze iets horen is het vaak dat de melding niet opportuun is en dat is vanuit hun perspectief een dubbele teleurstelling. Bureau Integriteit hanteert een bepaalde aanpak en dat maakt dat het niet goed samenkomt. Teleurstellingen zijn niet te voorkomen omdat het een ingewikkeld onderwerp is maar men kan wel met die knelpunten aan de slag gaan om in ieder geval de verwachtingen te managen en iets te doen aan de ervaren grensoverschrijdende gedragingen. Het lid VAN BERKEL (JA21) heeft de volgende vragen: Een medewerker van de ombudsman heeft het gesprek met de burgemeester als grimmig bestempeld. De burgemeester beschouwt dit gesprek als vertrouwelijk en reageert er niet op.

Vindt de ombudsman dat uitlatingen over de sfeer van het gesprek deze vertrouwelijkheid schenden? Ziet de ombudsman het als een probleem voor het toekomstig functioneren van zijn organisatie als de burgemeester aangeeft dat ze grote twijfels heeft over toekomstige samenwerking met de ombudsman? Het rapport is gebaseerd op 82 meldingen. Heeft de ombudsman sindsdien nog meer meldingen ontvangen en bevestigen die het beeld dat in het rapport wordt geschetst? In het rapport staat op pagina 37 bij een individuele klacht dat er vooralsnog voor hen geen succes is in het stoppen van het gebruik van een zwarte lijst. Erkent de ombudsman hiermee het bestaan van die zwarte lijst? De casuïstiek in hoofdstuk 4 over persoonsgericht onderzoek lijkt te mager om conclusies uit te trekken omdat het hier maar één zaak betreft. Kan de ombudsman uitleggen hoe hier hoor en wederhoor is toegepast en waarom hier volgens hem wel conclusies uit getrokken kunnen worden? Ombudsman RAMLAL antwoordt dat hij het belangrijk vindt om dat soort gesprekken met de burgemeester zelf te voeren en dat hij vanavond wil spreken over de inhoud van de rapportage. Hij doet zijn werk als ombudsman en legt af en toe de vinger op de zere plek. Hij is zich ervan bewust dat dit rapport gevoelig ligt en legt dat ook uit als een bestuurder of ambtenaar zich aangevallen voelt.

Het is belangrijk om met de juiste intenties aan tafel te zitten maar een ombudsfunctie ondervindt vaak weerstand. Hij vindt het belangrijk om te reflecteren op wat hij daarin zelf kan doen en wil heel graag met de gemeente aan tafel na de evaluatie van het onderzoeksproces om te kijken hoe de samenwerking weer vlot getrokken kan worden. Na het uitbrengen van het rapport hebben nog veel meer ambtenaren zich gemeld die met soortgelijke problemen naar hen toe kwamen. Dat laat zien dat de problematiek nog steeds heel actueel is. Door alles wat in de publiciteit is verschenen heeft hij enorm veel steun gekregen van ambtenaren, maar ook van leidinggevenden die het op een goede manier willen oppakken. Op pagina 37 staat beschreven dat mensen uit Amsterdam zeggen dat er een zwarte lijst bestaat, maar op diezelfde pagina staat in de voetnoot dat mensen daarover klagen. Hij wil nadrukkelijk aangeven dat ze daar nog geen oordeel over hebben. In de voetnoot staat ook dat de gemeente Amsterdam dat nog in behandeling heeft als eerstelijns klacht. Zodra die klacht is afgehandeld, kan men erop vertrouwen dat ze daar onderzoek naar gaan doen.

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Hoofdstuk 4 gaat over een werkproces waar vrij weinig casuïstiek over bestaat. Het ging hen niet om de individuele casuïstiek maar om de knelpunten en daarover hebben ze met die mensen gesproken. Het lid VAN BERKEL (JA21) vraagt hoe hoor en wederhoor toegepast kan worden bij een casus als het gaat om persoonsgericht onderzoek. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat ze in het persoonsgericht onderzoek in beeld hebben gebracht welke knelpunten er zijn. Afhankelijk van het type knelpunt hebben ze gesproken met de mensen die bij dat knelpunt horen. Het is belangrijk om te benoemen dat het dus geen individuele klachtbehandeling is. Bij individuele klachtbehandeling wordt met iedereen gesproken maar in dit onderzoek hebben ze alleen gesproken met mensen waarvan ze inschatten dat het nodig was om het knelpunt te bespreken en daar zit de hoor en wederhoor. Het lid NADIF (GroenLinks) hoort dat het gaat om één casus over sociale integriteit en sociale veiligheid en dat het onderzoek uitgaat van het perspectief van het persoonsgerichte onderzoek. Maar het gaat ook om personen die slachtoffer zijn en dan mist ze hoor en wederhoor. Het onderzoek is gebaseerd op mensen die zich bij de ombudsman hebben gemeld. De ombudsman heeft geen representatief beeld gekregen van de melders omdat er geen bredere groepen zijn onderzocht.

Ze vraagt hoe de ombudsman ervoor zorgt dat het alsnog een representatief beeld oplevert, vooral omdat hij vervolg wil geven aan dit onderzoek. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat ze in hoofdstuk 4 hebben gekeken naar de rode draden en de werkwijze. Ze hebben gekeken naar de knelpunten en gesproken met de mensen van Bureau Integriteit. Op indirecte wijze hebben ze ook de informatie van de slachtoffers betrokken in het onderzoek. Ze hebben dus niet alleen maar met mensen gesproken, maar ook alle achterliggende documentatie die in zo'n casus aanwezig is met elkaar bekeken. De onderzoeken van een ombudsman hebben een ander karakter dan de sociaalwetenschappelijke onderzoeken. In hun onderzoeken is er nooit sprake van representativiteit. Ze gaan uit van de klager en de informatie die de klager geeft. Ook in dit onderzoek is het zo dat ze voldoende informatie hebben om te zeggen dat ze op basis hiervan zien dat vanuit het perspectief van een melder dit de knelpunten kunnen zijn. Wat hierin ook meespeelt is dat in deze fase de meldregeling en het onderzoeksprotocol worden gehanteerd. Dat is een strak gedefinieerde manier van werken die allerlei zorgvuldigheden tot stand brengt, maar het heeft ook als nadeel dat deze kadering is geïnspireerd op zakelijke fraude. Dat maakt dat bij sociale integriteitsvraagstukken deze methode van waarheidsvinding niet goed kan worden gehanteerd.

Daar zit een moeilijkheid en tegelijkertijd de aanbeveling om breder te kijken naar de behoefte van de melder en naar de medewerkers van Bureau Integriteit die eigenlijk alleen maar één middel hebben in deze fase. Het lid NADIF (GroenLinks) vraagt hoe de ombudsman reflecteert op de kritiek dat er algemene conclusies worden getrokken uit een onderzoek dat niet representatief is. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat ze op zoek zijn naar een vertrouwenswaardige meldprocedure. Als er nog meer onderzoek zou worden gedaan specifiek naar de derde fase, dan zouden daar mogelijk nog meer knelpunten uit naar voren kunnen komen en dat kan input opleveren voor de aanbeveling om te kijken naar de meldregeling en het onderzoeksprotocol. Het lid HEINHUIS (PvdA) merkt op dat het persoonsgericht integriteitsonderzoek berust op één casus over sociale integriteit waaruit de ombudsman vrij stevige conclusies

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

trekt. Ze vraagt of er is overwogen om niet deze conclusie eraan te verbinden maar om te zeggen dat ze deze casus hebben onderzocht en dat dit de situatie is. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat de conclusies die ze hebben getrokken niet gebaseerd zijn op één casuïstiek. Deze zijn gebaseerd op het volledige onderzoek en dat omvat een analyse van 82 gesprekken, waarvan 5 met bewoners en 77 met ambtenaren en 8 diepte-interviews. Het is dus niet zo dat het laatste hoofdstuk alleen maar gebaseerd is op de casuïstiek die in hoofdstuk 4 is gebruikt. Het lid HEINHUIS (PvdA) merkt op dat haar vraag gaat over hoofdstuk 4 waarbij de ombudsman zelf aangeeft dat er weinig casussen zijn omdat dit type onderzoek heel weinig gedaan wordt. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat ze bij dit hoofdstuk weinig casuïstiek voorhanden hadden. Het afgelopen jaar was er maar één casus sociale integriteit en dat maakt het ingewikkeld. Daarbij komt dat ze niet naar de individuele cases hebben gekeken, maar naar de patronen, de werkwijze en de redelijke verwachtingen die mensen zouden mogen hebben in deze fase. Het lid WIJNANTS (VVD) vraagt hoe de ombudsman algemene conclusies kan trekken als hij zelf aangeeft dat er weinig casuïstiek is en dat het om één persoon gaat waarmee ook nog wat mis is.

Daarnaast zegt de ombudsman dat alle documenten zijn onderzocht terwijl in de kritiek op het onderzoek wordt gesteld dat dit niet het geval is en dat er nog documenten zijn die relevant zijn voor de feiten en omstandigheden van het verhaal. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het niet gaat om de individuele gevallen en dat ze ook geen oordeel hebben over het handelen van de gemeente in de individuele casuïstiek. Het gaat hen om de knelpunten. In hoofdstuk 4 gaat het bijvoorbeeld over proportionaliteit, subsidiariteit en om de contextgevoeligheid. Dat zijn de knelpunten die ze in beeld hebben gebracht. Bij een individueel klachtenonderzoek worden alle stukken die betrekking hebben op de zaak bekeken en alle betrokken personen worden gehoord. In dit geval hebben ze afhankelijk van de knelpunten die werden onderzocht stukken en personen betrokken. Het lid AHMADI (De Vonk) vraagt of het gebruikelijk is dat bestuurders en raadsleden zo diep ingaan op de methodiek bij een onderzoek van een ombudsman. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het een betrokkenheid van de gemeente is om mee te kijken. Wensen en behoeften kunnen altijd aangedragen worden maar ze nemen zelf de regie daarin. Dat is in dit onderzoek ook gebeurd. Er zijn veel behoeften en wensen uitgesproken en daar hebben ze zo goed mogelijk rekening mee gehouden.

Zo was er in dit onderzoek een toehoorder in het kader van zorg voor medewerkers die werden geïnterviewd bij de gemeente. Dit staan ze eigenlijk bijna nooit toe omdat mensen dan niet vrijuit spreken. Ze hebben het toegestaan omdat de gemeente daar erg aan hechtte. Er kunnen echter problemen ontstaan op het moment dat die toehoorder zich gaat mengen in het gesprek. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) vraagt of de ombudsman een herhaling ziet van dezelfde patronen uit eerdere onderzoeken die wezen op sociale onveiligheid, discriminatie en het gebrek aan correctie bij de gemeente. Hoofdstuk 4 is niet gebaseerd op veel casussen maar wanneer van de afgelopen jaren alles samen wordt geveegd is er wel meer casuïstiek met betrekking tot onveiligheid, discriminatie en andere zaken die niet goed zijn aangepakt. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat hij als ombudsman probeert een helikopterperspectief te hebben en te reflecteren. Bij het persoonsgericht onderzoek ziet

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

hij twee typen problemen vanuit het perspectief van melders. Ten eerste is het probleem dat de besluitvorming over het wel of niet doen van een onderzoek plaatsvindt in een directeurenteam en dat wekt de schijn van tegengestelde belangen. Het tweede probleem is dat de meldregeling en het onderzoeksprotocol historisch zijn gegroeid vanuit de aanpak van zakelijke fraude terwijl sociale integriteit vaak gaat over fluïde grenzen en dat vereist een andere deskundigheid bij Bureau Integriteit. Het lid HOFLAND (D66) vraagt of de ombudsman aan de gemeente heeft gevraagd of wordt onderzocht of er een zwarte lijst is en of er geprobeerd wordt om hier iets aan te doen. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat op pagina 37 in voetnoot 42 staat dat dit een individuele klacht betreft die nog in behandeling is bij de gemeente Amsterdam. Dit betekent in de wettelijke systematiek dat die klacht nog bij het bestuursorgaan ligt en de ombudsman deze nog niet in behandeling heeft. Dit houdt in dat de gemeente aan zet is en ze nog niet aan de gemeente hebben gevraagd of zo'n zwarte lijst bestaat. Zulke informatieverzoeken vinden plaats op het moment dat ze een onderzoek starten. In het kader op pagina 37 staat na de schuingedrukte woorden: in een andere zaak werd de ombudsman geïnformeerd over een mogelijke zwarte lijst.

Het gaat om een klacht en de ombudsman heeft nog niet vastgesteld dat die zwarte lijst bestaat, maar ze kunnen het ook niet uitsluiten. Het lid HOFLAND (D66) vraagt of de ombudsman geprobeerd heeft te onderzoeken of die zwarte lijst bestaat aangezien een tekst in het rapport suggereert dat de gemeente dit niet onderzoekt. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat die tekst staat in een klacht van meerdere mensen maar het is nog geen oordeel van de ombudsman. Ze hebben daar ook nog geen formele navraag naar gedaan omdat het aan de gemeente is om dat te behandelen. Het lid KHAN (DENK) vraagt wat volgens de ombudsman de reden is dat het voorstel voor een integriteitscommissie vier jaar lang is blijven liggen. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat die vraag beantwoord moet worden door de burgemeester. Ze hebben er wel naar gevraagd en de beantwoording van de gemeente was dat het geen prioriteit had. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat de ombudsman adviseert om een extern meldpunt in te stellen. In de bestuurlijke reactie van de burgemeester wordt echter gesteld dat dit de doorlooptijden zou verlengen en dus niet in het voordeel van de melders zou zijn. Daarnaast wordt er verwezen naar een rapport van de rekenkamer van Rotterdam waarin wordt gesteld dat meldingen van zakelijke en sociale integriteit samengevoegd zouden moeten worden. Ze vraagt hoe de ombudsman hierover denkt.

Ombudsman RAMLAL antwoordt dat de doorlooptijden nu al veel te lang zijn en dat de bestuurlijke reactie het punt mist. Het gaat erom dat mensen geen vertrouwen hebben in het systeem. Om dat vertrouwen op te bouwen moet de systematiek onder de loep worden genomen. Rotterdam is geen Amsterdam en de Arbeidsinspectie heeft aangegeven dat zakelijke integriteit en ongewenst gedrag van elkaar verschillen en dus ook een verschillende behandeling vergen. Het belangrijkste is dat bij al die keuzes steeds het perspectief van de melder wordt meegenomen en dat de professionals zich kunnen verplaatsen in de Amsterdammer. Het lid KABAMBA (Partij voor Morgen) vraagt of de ombudsman kan aangeven in hoeverre Woo-verzoeken en mediadruk het onderzoek hebben beïnvloed en of hij kan bevestigen dat de kern van het onderzoek hetzelfde is gebleven. Daarnaast vraagt ze of

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

de ombudsman kan uitleggen waarom het belangrijk is dat alle drie aanbevelingen worden meegenomen. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat de aandacht in de media wel wat heeft gedaan met zijn team en het instituut ombudsman. Hij vindt het belangrijk dat ze nu eindelijk het gesprek over de inhoud voeren. In de openingsbrief van 10 april 2024 stond een net iets anders geformuleerde vraag dan in de rapportage van afgelopen november. Het enige verschil is dat ze bij de eerste rapportage de vraag stelden over de redelijke verwachtingen die ambtenaren kunnen hebben van Bureau Integriteit en in het eindproduct staat wat men in redelijkheid kan verwachten van de gemeente Amsterdam. Het onderwerp is nog steeds mensen die klagen over Bureau Integriteit maar het verschil is wie er wordt aangesproken als het gaat over de verantwoordelijkheden en dat is niet een ambtelijke afdeling. Het is het college dat ze aanspreken omdat het college verantwoordelijk is voor de navolging van de Arbeidsomstandighedenwet en de beginselen van behoorlijk bestuur. Het lid AHMADI (De Vonk) vraagt waarom het rapport voor de publicatie is voorgelegd aan het bestuur. Ze is ook benieuwd hoe de ombudsman kijkt naar artikel 81t lid 2 uit de Gemeentewet waarin staat dat een ombudsman ter zake van de uitoefening van zijn werkzaamheden geen instructies, noch in het algemeen noch voor een enkel geval, mag ontvangen.

Tot slot vraagt ze of de ombudsman de inrichting van Bureau Integriteit met directeuren ziet als een geschikte inrichting voor het toetsen op onveiligheid. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het niet ongewoon is om een concept te bespreken met de gemeente. Ze hebben vorig jaar bijvoorbeeld een zeer gevoelig rapport bij de gemeente Almere over het volgen van moskeegangers ook besproken met de burgemeester. Het doel daarvan is om te toetsen of de gemeente uit de voeten kan met de aanbevelingen die de ombudsman produceert omdat ze willen dat de gemeente daarmee aan de slag gaat. Bij dit onderzoek had hij al snel door dat het zwaar en ingewikkeld was en hij heeft ervoor gekozen om er meer tijd voor in te ruimen zodat het gesprek gevoerd kon worden. Een ombudsman mag geen bijzondere of algemene aanwijzingen ontvangen. Amsterdam heeft een ombudsman nodig die onafhankelijk opereert. Ze bepalen zelf wat nodig is bij een onderzoek en kijken hoe ze dat het beste kunnen doen. Ten aanzien van machtsverschillen verwijst hij naar het rapport Kracht zonder tegenkracht van de Universiteit van Utrecht. Dit rapport beschrijft wat er gebeurt in een omgeving van politiek ambtelijke leiding waar geen ventiel is om bepaalde emoties te ventileren. Het is een systeem dat steeds strakker wordt waardoor volgens de Delphimethode de risicofactoren op psychosociale onveiligheid worden vergroot.

In dat rapport staat ook wat je, gelet op de verschillen in macht binnen de organisatie, daaraan kunt doen. Het lid HAVELAAR (CDA) wijst op het mediacircus dat de aandacht heeft afgeleid van de inhoud van het onderzoek en kwaad heeft gedaan aan zowel de positie van de ombudsman als van de gemeente omdat het het vertrouwen van mensen in de overheid heeft weggenomen. In dit soort discussies is het handiger om de formele lijnen te volgen. Het presidium heeft de ombudsman uitgenodigd voor een gesprek waar de ombudsman niet op is ingegaan. Hij vraagt op welke manier de ombudsman heeft gepoogd bij te dragen aan een goede inhoudelijke discussie over het rapport. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het niet ongebruikelijk is dat een ombudsman de media informeert over de bevindingen van een onderzoek. De media hebben een rol in een democratische rechtsstaat en het is goed dat mensen weten wat een ombudsman aan onderzoeksresultaten heeft opgeleverd. In de Gemeenschappelijke Regeling staat dat de ombudsman door het presidium wordt gefaciliteerd in zijn bedrijfsvoering. Dit gaat over huisvesting en financiën, maar

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

nooit over de inhoud. Daar mag het niet over gaan omdat hij geen bijzondere of algemene aanwijzing mag ontvangen. In de context van dit onderzoek merkte hij dat hij een uitnodiging kreeg om te praten over de inhoud nog voordat hij het onderzoek had afgerond. Hij heeft toen gezegd dat hij graag het gesprek wil voeren over hoe ze de boel in verbinding konden houden. Het lid WIJNANTS (VVD) merkt op dat de ombudsman meerdere interviews in verschillende kranten heeft gegeven waarin hij kritiek op het proces uitte en mededelingen deed over vertrouwelijke gesprekken met de burgemeester en andere partijen. Hij vraagt hoe de ombudsman daar nu op terugkijkt. Als raadslid moet hij met het rapport aan de slag en hij moet het college kunnen controleren. Daarvoor is het belangrijk om alle omstandigheden in overweging te nemen en daarom vraagt hij om meer transparantie en reflectie van de ombudsman naar de raad. Ombudsman RAMLAL heeft weinig toe te voegen aan wat hij net heeft aangegeven. Het lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat de ombudsman kan escaleren als de burgemeester een brief stuurt aan het presidium en zorgen uit. Hij is benieuwd hoe de ombudsman kijkt naar het bewandelen van de formele weg. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat hij bij dit onderzoek de geëigende wegen heeft bewandeld.

Ze ronden een rapport af, bieden gelegenheid voor feitelijke onjuistheden, bespreken dat met de gemeente en vervolgens brengen ze het onderzoek uit met een persbericht. Als ze gaandeweg het onderzoek obstructie ervaren of anderszins vastlopen, dan is het de vraag waar ze als ombudsman terecht kunnen om dat aan de kaak te stellen. Hij heeft nog niet eerder meegemaakt dat ze dan naar de gemeenteraad zouden moeten gaan. Dat is vaak ingewikkeld omdat het daarmee meteen gepolitiseerd zou worden terwijl ze als ombudsman andere wegen hebben. Hij wil daar goed over nadenken na alles wat hier is gebeurd en hij wil daar ook met zijn collegaombudsmannen over praten omdat zij ook in dit soort dynamieken terecht kunnen komen bij gevoelige onderzoeken. Het lid HEINHUIS (PvdA) vraagt hoe de ombudsman reflecteert op de stappen die de gemeente nu al zet. Daarnaast is ze benieuwd waarom er is gekozen voor een onderzoek met algemene conclusies in plaats van een meer gangbaar rapport. Ombudsman RAMLAL antwoordt dat het heel goed is dat het bestuur aan de gang is met allerlei verbeteringen. Hij denkt dat het rapport ertoe heeft geleid dat er meer bewustzijn is en dat er al best wel wat stappen worden gezet. De aanbevelingen die ze als ombudsman doen zijn nog steeds actueel omdat die stappen met name gaan over welk vertrouwen er kan worden vergroot en daar zijn ze nog niet.

Als ombudsman kunnen ze uit eigen beweging een onderzoek instellen. De bijzonderheid in dit geval is dat het gaat over ambtenaren van de gemeente zelf. Op basis van de wetgeving is de ombudsman tweedelijns klachtenbehandelaar voor individuele gevallen en als ze zien dat de individuele gevallen steeds voortkomen uit dezelfde grondoorzaak kunnen ze daar een onderzoek uit eigen beweging voor instellen zodat de onderliggende problematiek kan worden opgepakt. De VOORZITTER schorst de vergadering. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Broersen. Het lid BROERSEN (Volt) vindt het debat ingewikkeld vanwege de gevoelige inhoud van het rapport, maar vooral omdat de raad moet balanceren tussen twee waarheden. Enerzijds ligt er een rapport met forse conclusies over de behandeling van melders binnen de organisatie, anderzijds trekt de burgemeester het rapport in twijfel

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

vanwege de onderzoeksopzet. De technische sessies van de afgelopen week hebben dit niet verduidelijkt. Dit alles maakt het voor de raad lastig. Ze kan niet doen alsof het rapport niet bestaat, maar ze kan ook de zorgen van de burgemeester over de methodiek niet negeren. Er zijn twee overkoepelende punten. Ten eerste moet er ruimte zijn voor tegenmacht. Het is niet correct dat de ombudsman en zijn team het gevoel hebben tegengewerkt te zijn en dit is iets waarop de burgemeester zou moeten reflecteren. De ombudsman moet autonoom kunnen handelen. Ten tweede lijkt het rapport van de ombudsman een sluitstuk te zijn van eerdere rapporten over de gemeente Amsterdam, zoals die van Verwey-Jonker en KIS (Kennisplatform Inclusief Samenleven). De conclusies in deze rapporten zijn kritisch en het zou het college niet moeten verbazen dat het rapport van de ombudsman ook niet mild is. De burgemeester zou in haar reactie eerst moeten erkennen wat er in het rapport staat om daarna haar kritische noot over de opzet te delen. Ze begrijpt de eerste forse reactie van de burgemeester niet goed. De onderzoeksopzet van het rapport wordt in twijfel getrokken en daardoor wordt de inhoud ook in twijfel getrokken. Ze moet als raadslid op basis van deze wirwar een oordeel vellen over het rapport. Haar conclusie is dat de signalen uit het rapport duidelijk zijn.

Wat consistent naar voren komt is de ervaring van de melder. Ze is geraakt door de opmerking dat melders niet weten waar ze aan toe zijn. Dit gaat niet over de onderzoeksopzet, maar over fatsoen, duidelijkheid en hoe er wordt omgegaan met mensen die op een kwetsbaar moment iets moeilijks doen, namelijk het melden van een probleem, misstand of gevoel van onveiligheid. Het is belangrijk dat melders weten wie hun verhaal bekijkt, wanneer ze iets terug kunnen verwachten en wat er daarna met hun melding gebeurt. Zelfs als de burgemeester van mening is dat de onderzoeksopzet van het rapport niet deugt, dan nog is het bestuur verantwoordelijk voor de basis. Melders mogen niet verdwijnen in een gat van onduidelijkheid en bureaucratie. Het proces moet begrijpelijk zijn, terugkoppeling moet vanzelfsprekend worden en mensen die zich uitspreken mogen niet het gevoel krijgen dat ze worden afgestraft, genegeerd of weggezet. Ze wil weten welke stappen er gezet gaan worden om de meldingsbereidheid te vergroten, aangezien de burgemeester zelf heeft aangegeven dat ze vreest dat straks niemand meer zal melden. Het is belangrijk om nu te handelen bij dit gevoel van angst. Aanbeveling 2 verwijst naar het melden bij een extern meldpunt en het betrekken van oud-ambtenaren en burgers bij de herinrichting van het meldproces.

Ze vraagt de burgemeester of ze hier wat uitgebreider op in zou willen gaan, aangezien de raadsinformatiebrief op dit punt wat summier is. Tot slot vraagt ze hoe het verder moet met Bureau Integriteit. Er heerst wantrouwen bij het melden en alleen het verhogen van het aantal fte's lijkt haar niet voldoende. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Alberts. Het lid ALBERTS (SP) stelt dat er in de gemeente Amsterdam zaken spelen die te maken hebben met de manier waarop men met elkaar omgaat. Het rapport van de ombudsman moet volgens de SP in dat licht worden bekeken en ze begrijpt niet waarom de burgemeester dit rapport niet heeft omarmd. Een rapport van de ombudsman is een rapport van en voor de gemeenteraad. Het feit dat dit rapport vooraf aan de burgemeester is voorgelegd ziet ze als een beleefde geste. De gebruikelijke volgorde is dat het rapport wordt gepubliceerd, de gemeenteraad om een bestuurlijke reactie vraagt en het rapport en de reactie vervolgens in de raad worden besproken. Het voorleggen van het rapport vooraf heeft te maken met tijdswinst en is een vorm van beleefdheid zodat de reactie goed voorbereid kan worden. Deze gang van zaken is niet gevolgd bij dit rapport. Achter gesloten deuren ontstond een heftige discussie die volledig uit de hand liep.

In plaats van naar de redeneertrant in het rapport van de ombudsman te kijken werd er vooral gekissebist over de onderzoeksmethode. Bij een eerdere bespreking heeft ze al aangegeven dat het de ervaring van de SP is dat wanneer een rapport niet goed valt er kritiek wordt geuit op de onderzoeksmethode of de onderzoeker en niet op de inhoud. Nu ze meer inzicht heeft over hoe het er achter

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

gesloten deuren aan toe is gegaan rijst de vraag waarom het gekissebis niet gestopt is toen het uitmondde in een echte ruzie. Ze vraagt waarom de burgemeester er niet voor heeft gekozen om het gebruikelijke proces te volgen, ook al zou de bestuurlijke reactie er niet om liegen. Het lid HOFLAND (D66) vraagt wat volgens de SP in het gebruikelijke proces de ideale reactie zou zijn geweest. Het lid ALBERTS (SP) antwoordt dat de burgemeester in de bestuurlijke reactie kan aangeven waar ze het niet mee eens is. Het lid HOFLAND (D66) vraagt of de burgemeester en de ombudsman het erbij hadden moeten laten op het moment dat ze er niet uitkwamen. Het lid ALBERTS (SP) herhaalt dat het een rapport is van de raad. Het bestuur kan aangeven waar ze het niet mee eens is maar het is aan de raad om dat te beoordelen. Het lid HEINHUIS (PvdA) vraagt waarom het lid Alberts het bijzonder vindt dat het rapport is voorgelegd aan de burgemeester aangezien dit de reguliere gang van zaken is. Het lid ALBERTS (SP) antwoordt dat ze zojuist heeft geschetst dat het de gebruikelijke volgorde is dat een rapport wordt voorgelegd. Ze vindt het wel bijzonder wat er daarna is gebeurd.

Het lid HEINHUIS (PvdA) vindt het twee verschillende dingen of een rapport uit beleefdheid wordt voorgelegd of dat het goed gebruik is om het altijd ter inzage voor te leggen om feitelijke onjuistheden eruit te halen voordat het rapport definitief is. Het lid ALBERTS (SP) denkt dat ze iets anders heeft gezegd dan het lid Heinhuis heeft gehoord. Ze vindt de rol van de burgemeester in deze kwestie belangrijk. De SP kan meegaan in de emotie en de zorgen die het rapport bij de burgemeester heeft losgemaakt, maar zet grote vraagtekens bij hoe de burgemeester verder is gegaan in haar strijd tegen het rapport. Ze vraagt zich af waarom de burgemeester contact heeft gezocht met het presidium en of het klopt dat de ombudsman door het presidium vanuit de relatie werkgever-werknemer werd aangesproken. Dit komt over als op het matje roepen en dat is ongehoord omdat de ombudsman is aangesteld door de gemeenteraad en niet door het stadsbestuur. Ze vraagt op wiens advies dit is gebeurd. Het is belangrijk om te kijken hoe het nu verder gaat omdat niemand gebaat is bij het verder beschadigen van elkaar. Ze hoopt op een volwassen stap naar voren waarin niet langer wordt verdedigd dat de juiste keuzes zijn gemaakt en niet langer het eigen gelijk wordt benadrukt, maar er ruiterlijk wordt erkend dat er in deze gang van zaken onhandige stappen zijn gezet.

De onafhankelijke commissie Integriteit had er al lang moeten zijn nadat de motie daartoe in de raad was aangenomen. De effecten van die commissie op de organisatie zijn nog onduidelijk omdat er al stappen worden gezet terwijl de resultaten nog niet zichtbaar zijn. Ze vraagt zich af of mensen nu wel merken dat klachten serieus worden genomen, dat er serieus onderzoek wordt gedaan en dat er correcte besluiten worden genomen waarvan mensen ook op de hoogte worden gesteld. Ze weet het niet en vindt het daarom niet vreemd als er vanuit de raad of op een andere manier een rapporteur wordt aangesteld die hierover verslag kan doen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Heinhuis. Het lid HEINHUIS (PvdA) benadrukt dat het belangrijk is om vandaag opnieuw stil te staan bij het serieuze probleem binnen de gemeentelijke organisatie, de duidelijke patronen van ervaren discriminatie en ander ongewenst gedrag onder medewerkers. Dit

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

wordt al beschreven in het rapport van Verwey-Jonker dat in opdracht van de gemeente is uitgevoerd en het blijkt ook uit andere onderzoeken. De raad en het college nemen de conclusies zeer serieus en zullen zich niet neerleggen bij de sociale onveiligheid. Het antwoord op dit brede probleem moet breed zijn en er is een structurele wijziging van de cultuur en omgangsvormen in de organisatie nodig. Er is racisme, discriminatie en ander ongewenst gedrag en het moet normaal zijn om dit soort zaken te kunnen bespreken en melden. Als dat niet bij leidinggevenden kan moeten er andere interne en externe plekken voor zijn zoals Bureau Integriteit. Ze betreurt dat er al weken veel te doen is over dit rapport, omdat dit afleidt van de werkelijke problemen die zowel voor de ombudsman als voor de burgemeester prioriteit hebben. Ze wil vandaag vooral de oplossingsrichtingen bespreken. Uit het rapport blijkt dat de meldketen verbeterd moet worden en gelukkig worden er al stappen gezet. Ze is blij dat het college die aanbeveling overneemt maar vraagt de burgemeester welke verschillen ze ziet tussen de aanbevelingen van de ombudsman over de meldketen en de stappen die al zijn gezet. Een belangrijke aanbeveling betreft de verwachtingen bij een melding bij Bureau Integriteit.

Als mensen niet goed weten waar ze aan toe zijn of niet weten waarmee ze wel of niet geholpen kunnen worden, wordt het ingewikkeld en dat leidt tot teleurstelling. Melders moet duidelijk worden uitgelegd waarom een onderzoek niet mogelijk is, zelfs als ze iets verschrikkelijks hebben meegemaakt. In andere rapporten staat dat er al stappen worden gezet om de bekendheid van de meldketen binnen de organisatie te vergroten en begin 2026 wordt een campagne opgezet. Ze zou graag zien dat in deze campagne expliciet wordt meegenomen dat mensen weten waar ze aan toe zijn, zodat hun verwachtingen beter aansluiten bij wat Bureau Integriteit voor hen kan betekenen. Ze zou het goed vinden als de burgemeester nog een reflectie geeft op dit proces omdat het belangrijk is om na te denken over hoe het zover heeft kunnen komen dat het proces zo rommelig is geworden, terwijl de conclusies en aanbevelingen niet ver uit elkaar liggen en er overeenstemming is dat er verbetering nodig is in de organisatie en dat Bureau Integriteit daar een goede rol in kan spelen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Hofland. Het lid HOFLAND (D66) vraagt zich voor te stellen dat je op je werk stelselmatig wordt genegeerd, dat er grappen worden gemaakt waar je niet om kunt lachen en je leidinggevende opmerkingen maakt die het moeilijk maken om ontspannen aan je dag te beginnen.

En als je uiteindelijk besluit om iets te melden voelt het ondanks alle procedures alsof het systeem dat jou zou moeten ondersteunen je onvoldoende ziet of hoort. Sommige medewerkers herkennen dit gevoel, niet omdat meldroutes ontbreken maar omdat het voor hen niet vanzelfsprekend is dat een melding zorgvuldig wordt opgepakt of een opvolging krijgt die het vertrouwen versterkt. Deze beleving komt terug in het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut uit 2024. Daaruit blijkt dat meer dan 35 procent van de medewerkers die ongewenst gedrag of discriminatie ervoeren dit niet met iemand op het werk hebben gedeeld. Ongeveer 14,5 procent noemde als reden dat ze er geen vertrouwen in hadden dat de gemeente iets zou doen. Deze cijfers laten zien hoe groot de kloof kan zijn tussen beleid en praktijk. Het rapport Melden met vertrouwen bevat aanknopingspunten die relevant zijn voor het verbeteren van de kwaliteit van het meldsysteem. D66 vindt dat er snel en stevig gehandeld moet worden. De onafhankelijke commissie die nu wordt ingesteld om te adviseren over een toekomstbestendig meldsysteem had er al moeten zijn. Het is cruciaal dat deze commissie snel kan starten en een duidelijke opdracht meekrijgt om te kijken naar wat medewerkers nodig hebben om zich echt veilig te voelen bij het melden. D66 vindt dat het bredere kader van leiderschap binnen de organisatie bekeken moet worden.

Er moet een nieuw leiderschapsprofiel komen waarin leidinggevenden in staat zijn om sociale onveiligheid vroegtijdig te herkennen en op te lossen. Dit begint wat D66 betreft aan de top zodat voorbeeldgedrag van leiders door de hele organisatie heen zichtbaar wordt.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

Een concreet onderdeel van het rapport gaat over het herontwerpen van de meldroutes. Oud-ambtenaren die geen afhankelijkheidsrelatie meer hebben kennen de organisatiecultuur en kunnen waardevolle inzichten bieden om het systeem beter te laten aansluiten op de praktijk. Daarom roept D66 het college en de burgemeester op om deze aanbeveling over te nemen en ermee aan de slag te gaan. Bij het melden van problemen is de plek waar medewerkers terecht kunnen van groot belang. Het moet altijd dichtbij en toegankelijk zijn. Het meest dichtbij is de eigen leidinggevende maar daarnaast kunnen HR-medewerkers of vertrouwenspersonen ook een veilige en toegankelijke plek zijn om zorgen te delen. Het is essentieel om een duidelijk onderscheid te maken tussen meldingen over sociale onveiligheid en meldingen over bijvoorbeeld fraude. Vertrouwenspersonen zijn specifiek uitgerust om sociale veiligheidskwesties te behandelen terwijl fraudeonderzoeken een andere expertise en aanpak vereisen. Medewerkers moeten duidelijk weten dat het gesprek met een vertrouwenspersoon niet voelt als een fraudeonderzoek. Dit onderscheid versterkt het vertrouwen in het systeem en maakt dat medewerkers zich veilig voelen om hun zorgen te delen. De rekenkamer van Rotterdam heeft onderzocht hoe meldingen van integriteitsschendingen en sociale onveiligheid het beste kunnen worden opgepakt.

Daaruit blijkt dat leidinggevenden ondersteuning en opleiding nodig hebben om sociale veiligheid te waarborgen, en dat cultuurverandering vraagt om consistent en zichtbaar bestuurlijk leiderschap. D66 stelt voor om de drie lessen uit dat onderzoek toe te passen, een nieuw leiderschapsprofiel, structurele training voor leidinggevenden, een duidelijk en veilig meldsysteem dichtbij de medewerkers en jaarlijks een openbaar beschikbare rapportage over sociale veiligheid waarin indicatoren staan over aantallen meldingen, doorlooptijden, tevredenheid van melders en verbetermaatregelen. Medewerkers moeten zonder aarzeling kunnen melden wat hen is overkomen en ze moeten kunnen vertrouwen op een systeem dat hen ondersteunt, beschermt en serieus neemt. Dit vertrouwen wordt alleen versterkt met een cultuur waarin mensen ervaren dat hun meldingen ertoe doen. D66 roept daarom het college en de burgemeester op om de inzichten uit het rapport Melden met vertrouwen en de eerdere onderzoeken en rapporten samen te brengen en voortvarend aan de slag te gaan. De signalen en de verantwoordelijkheid zijn er en het is nu tijd om te handelen. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Wijnants.

Het lid WIJNANTS (VVD) was een van de raadsleden die een externe validatie van het rapport wilde om te kunnen beoordelen of de kritiek van de burgemeester op de onderzoeksmethode van het rapport terecht is en om de ombudsman te helpen zijn rapport het gewicht en de zwaarte te geven die het verdient zodat de raad het rapport goed kan beoordelen. Na de twee technische sessies kan hij nog steeds niet beoordelen wie er gelijk heeft. Wat wel duidelijk is geworden is dat de ombudsman en de burgemeester beide een heel andere kijk hebben op de feiten, omstandigheden, werkwijze, reikwijdte, taak en taakinvulling van het rapport in het bijzonder en op sommige punten ook van de ombudsman in het algemeen. De raad hoort twee perspectieven die elkaar niet raken maar die allebei waar kunnen zijn. Tegelijkertijd is het doel voor iedereen hetzelfde. Er zijn zeker verbeteringen mogelijk bij Bureau Integriteit en de ombudsman heeft in zijn rapport een aantal verstandige aanbevelingen gedaan. Het college en de burgemeester zijn al met veel zaken aan de slag gegaan en werken hard om de talrijke problemen binnen de gemeente aan te pakken. De VVD wijst hier al langere tijd op en hij ziet de aanbevelingen van de ombudsman daarom in samenhang met de aanpak van Tijs van Lieshout om orde op zaken te stellen.

Het is van groot belang dat prioriteit wordt gegeven aan het afslanken van de gemeente, het verbeteren van de uitvoering, het terugdringen van ziekteverzuim en het verbeteren van de werksfeer. De discussie tussen de burgemeester en de ombudsman komt voort uit verschillende interpretaties van de omstandigheden en een andere kijk op het werk van de ombudsman. De burgemeester heeft de grens opgezocht door het functioneren van de ombudsman met de brief van 9 oktober bij het presidium aan te kaarten waardoor ook het

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

presidium en de raad in een moeilijke positie werden gebracht. Achteraf vindt Hij dat dit het moment voor de burgemeester was om te stoppen met de poging om bij te sturen en zich te beperken tot een bestuurlijke reactie. Ook de ombudsman heeft het de raad niet makkelijk gemaakt door een woordenstrijd in de media aan te gaan. Toch ziet hij bij de ombudsman de oprechte wil om de gemeente te helpen verbeteren. De ombudsman kiest daar zijn eigen weg in en dat is de juiste manier. Vooruitkijkend ziet hij dat de verbeteringen bij Bureau Integriteit niet los staan van de bredere ingreep die nodig is binnen de gemeente en hij kijkt uit naar de bespreking over de inzet van Tijs van Lieshout. Uiteindelijk is het doel een gemeente waarin integriteitsproblemen niet allemaal bij Bureau Integriteit terechtkomen maar op de werkvloer worden opgelost, een gemeente die dichter bij Amsterdam en de Amsterdammer staat en een gemeente die minder doet maar wat ze doet veel beter uitvoert. Het lid HAVELAAR (CDA) vraagt of het lid Wijnants nog achter zijn uitspraak staat dat een externe validatie van het rapport wat hem betreft voorlopig van de baan is. Het lid WIJNANTS (VVD) antwoordt dat die optie afhankelijk is van de gang van zaken van het debat. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Krom.

Het lid KROM (Partij voor de Dieren) vindt dat de hele gang van zaken rondom dit rapport geen schoonheidsprijs verdient. De burgemeester heeft zich inhoudelijk uitgesproken voordat het rapport er was en heeft druk uitgeoefend op de inhoud. De ombudsman zag zich hierdoor genoodzaakt om het rapport aan te passen en de hoofdonderzoeker distantieerde zich van het rapport. Vervolgens ontstond er een lange reeks beschouwingen en zienswijzen die tegenover elkaar stonden. Het gesprek op 18 september, het benaderen van het presidium en het bellen met de landelijke ombudsman was niet in lijn met de rol die de burgemeester had moeten vervullen. De conclusie is dat de ombudsman zijn werk niet onafhankelijk en objectief heeft kunnen doen en dat heeft hem schade toegebracht. De gemeentelijke organisatie heeft een levensgrote opdracht maar in plaats daarvan wordt er gesproken over wie wat zei en de waarde van het rapport. Hierdoor worden de signalen die het rapport aandraagt ondermijnd en dat is niet in het belang van de medewerkers, de mensen die getroffen worden door een onveilige werksfeer, de mensen die te maken hebben met ongewenst gedrag en racisme en uiteindelijk ook niet voor de inwoners die afhankelijk zijn van een goed opererend overheidsapparaat. De schade die dit heeft toegebracht aan de veilige werkomgeving binnen de gemeente is niet te overschatten.

Ze vraagt of melders wiens meldingen niet goed zijn afgehandeld een verontschuldiging hebben ontvangen en zo niet, of de gemeente niet moet overgaan tot het bieden van excuses. Dit zou een manier zijn om te erkennen dat mensen zich niet gehoord voelen. Er wordt momenteel hard gewerkt aan de versterking van Bureau Integriteit naar aanleiding van de rapporten van het Verwey-Jonker Instituut, de Arbeidsinspectie, Muzus en KIS. De strekking van de grieven in het rapport van de ombudsman hadden daarom bij de burgemeester enige herkenning moeten oproepen. Dit is ook waarom er een commissie Integriteit moet komen, waarom Bureau Integriteit versterkt moet worden en waarom de burgemeester een deel van de aanbevelingen wel moet overnemen. Ze vraagt zich af waarom dit proces zo lang heeft moeten duren. Ze wil weten of de extra medewerkers die de burgemeester voor Bureau Integriteit aankondigt zullen zorgen voor een afname van de problemen rondom de doorlooptijden en in hoeverre hier strakke afspraken over gemaakt zullen worden. Hetzelfde geldt voor de terugkoppeling aan de melder. Welke verbeteringen kunnen ze verwachten en op welke termijn? De ombudsman geeft aan dat Bureau Integriteit op dit moment onvoldoende is ingericht en dat er een extern meldpunt nodig is. De burgemeester reageert hierop door te zeggen dat het inschakelen van een extern meldpunt de

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

doorlooptijden zou verlengen en verwijst naar de rekenkamer in Rotterdam. Maar de ondercapaciteit binnen Bureau Integriteit zorgt nu al voor lange doorlooptijden en het opschalen naar extern melden zou kunnen helpen om die doorlooptijden te verkorten. Ze vraagt welke problemen en oplossingen de burgemeester ziet rondom Bureau Integriteit en wil weten of het opschalen van fte's en het opstarten van de commissie Integriteit voldoende is. De situatie rondom het rapport heeft de meldingsbereidheid over sociale onveiligheid niet vergroot. In plaats daarvan is het vertrouwen in de gemeente ondermijnd en dat is het meest schadelijke effect van deze situatie. Het lid HEINHUIS (PvdA) vindt het een forse conclusie dat de ombudsman geen onafhankelijk onderzoek heeft kunnen doen. Ze vraagt waarom het lid Krom die vraag niet aan de ombudsman heeft gesteld. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) antwoordt dat het haar eigen conclusie is en dat ze dat niet aan de ombudsman hoeft te vragen. Het lid HEINHUIS (PvdA) merkt op dat de ombudsman in verschillende media heeft gezegd dat hij zijn rug recht heeft gehouden. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) geeft aan dat de ombudsman in verschillende media heeft aangegeven dat hij het rapport heeft aangepast naar aanleiding van de gesprekken met de burgemeester. Dat is een teken dat hij niet onafhankelijk en objectief zijn werk heeft kunnen doen.

Het lid HEINHUIS (PvdA) vraagt of dat betekent dat er nu een rapport wordt besproken dat de ombudsman niet had willen publiceren. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) antwoordt dat het haar gaat om het proces. Het lid HOFLAND (D66) vraagt of het lid Krom vindt dat de burgemeester en Bureau Integriteit verantwoordelijk zijn of dat de problemen groter en breder zijn. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) antwoordt dat ze de afgelopen jaren constant de nadruk heeft gelegd op wat er mis is in de organisatie, de onveiligheid, het racisme en de leidinggevenden die hun rol niet pakken. Vandaag bespreken ze het rapport en dat is de reden dat ze het bij Bureau Integriteit houdt. Het lid HOFLAND (D66) merkt op dat het rapport signalen beschrijft van mensen die het niet fijn vinden hoe hun melding wordt opgepakt en dat daarom volgens D66 de oplossing veel breder in de organisatie ligt. Dit rapport is daarom ook een aanleiding om het ook daarover te hebben en niet alleen over Bureau Integriteit. Het lid KROM (Partij voor de Dieren) is het daarmee eens. Tot slot merkt ze nog op dat het vertrouwen in de gemeente is ondermijnd en dat vindt ze het meest schadelijk van wat er is gebeurd. De veiligheid van medewerkers is toegenomen en dat vindt ze heel ernstig. De VOORZITTER geeft het woord aan het lid Nadif.

Het lid NADIF (GroenLinks) merkt op dat het rapport en de bestuurlijke reactie veel hebben losgemaakt. Sociale veiligheid wordt binnen de gemeentelijke organisatie als een serieus en urgent probleem beschouwd en in eerdere rapporten en onderzoeken is dit signaal al vaker naar voren gekomen. Er worden al acties ondernomen maar er moet vooral gewerkt worden aan een cultuuromslag binnen de gemeentelijke organisatie. Bureau Integriteit is een eindhalte, maar de problematiek zit in de organisatie zelf. Het is van groot belang dat medewerkers die zich buitengesloten, geïntimideerd of niet serieus

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Algemene Zaken, Openbare Orde en Veiligheid, Juridische Zaken, Communicatie, Raadsaangelegenheden, Preventie Jeugdcriminaliteit, Vluchtelingen en Ongedocumenteerden, Handhaving en Toezicht

AZ

Concept-raadscommissieverslag 4 december 2025

genomen voelen, gehoord worden en goed ondersteund worden. Dit vereist veel zorgvuldigheid. Sociale onveiligheid krijgt steeds meer aandacht en naarmate organisaties diverser worden is het belangrijk dat verschillende groepen worden beschermd tegen discriminatie, racisme of seksisme. Het werk van Bureau Integriteit is belangrijk en pittig. Ze opereren in situaties met spanning, conflict en uiteenlopende belangen. Het rapport van de ombudsman bevat waardevolle signalen maar ze heeft een probleem met hoofdstuk 4. Dit hoofdstuk heeft betrekking op één casus en het is de vraag of er zulke algemene conclusies getrokken kunnen worden als het gaat om een persoonsgericht onderzoek. Dit betekent dat er een vertekend beeld zit in dat proces, vooral omdat hoofdstuk 4 gaat over slachtoffers die niet zijn meegenomen. Voor de slachtoffers die meekijken is het ingewikkeld om dat hoofdstuk te lezen en dit debat te volgen. Het lid KHAN (DENK) merkt op dat het er niet toe doet dat het slechts om één casus gaat. In 2021 heeft de gemeenteraad een initiatiefvoorstel aangenomen over Bureau Integriteit en dat initiatiefvoorstel was gebaseerd op één casus, de zaak-Ait-Taleb. Eén casus kan dus heel veel vertellen over beleid dat niet goed gaat.

Het lid NADIF (GroenLinks) antwoordt dat die casus een rond onderzoek was en dat bij een persoonsgericht onderzoek ook de impact op de slachtoffers meegenomen moet worden en dat is hier niet het geval. Ze zou graag die patronen in een rapport willen zien. Bovendien gaat het hier om iemand die grensoverschrijdend gedrag heeft getoond richting collega's terwijl het voorbeeld van lid Khan over een slachtoffer gaat. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat er een rond verhaal is waarin alle aspecten zijn meegenomen omdat de mensen die betrokken zijn bij de casus zich ook gehoord moeten voelen. Dit neemt niet weg dat er structurele problemen zijn in de gemeentelijke organisatie met discriminatie, grensoverschrijdend gedrag, hoog verzuim en een gebrek aan aanspreekcultuur. In een organisatie met zulke problemen is het extra belangrijk dat er een duidelijk proces is voor de afhandeling van meldingen en dat dit snel en zorgvuldig gebeurt. Ze vindt het goed dat het college naast de stappen na eerdere rapporten nu breder inzet op de veranderopgave onder leiding van Tijs van Lieshout die in januari wordt besproken en waarin veel signalen al zijn verwerkt. Dit zorgt ervoor dat de gehele ambtelijke organisatie wordt betrokken en niet alleen Bureau Integriteit. Ze kan zich voorstellen dat aanbeveling 2 niet wordt overgenomen omdat de doorlooptijd al een probleem is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413660/1