CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag OZA 31.05.2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 21 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie OZA d.d. 31 mei 202325.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het zou goed zijn als er een bepaalde ceremonie komt bij het verkrijgen van stemrecht, dus dat dat op een bepaalde manier gevierd wordt, en dat de betrokkenen een boekje krijgen over de rechten, plichten, en verantwoordelijkheid die bij het Amsterdamse burgerschap horen. De burgemeester is er al mee bezig. Hij denkt dat het goed is dat te betrekken bij het burgerschapsonderwijs. Wethouder MOORMAN vindt het interessant te kijken naar de vorming van een burger. Hoe verhoudt een burger zich naar de natuur? Naar de geschiedenis, of andersdenkenden? Iedereen heeft daarbij zijn eigen accenten. Precies dit moet ruimte krijgen in het burgerschapsonderwijs. Zij wijst erop dat burgerschapsonderwijs een wettelijke plicht is. De gemeente Amsterdam heeft zelfs geen aansporende taak wat dat betreft; dat is de taak van de inspectie. Wel heeft de gemeente een positief-faciliterende taak. Zij is het eens met de heer Boomsma dat je mag vieren dat dit de stad van de vrijheid is, waar in het verleden veel mensen naartoe zijn gekomen, juist om bescherming te zoeken als ze andersdenkend waren. Daarop mag je trots zijn. Het is iets om te koesteren. Vorige week was zij bij ‘Discussiëren kan je leren in de nieuwe DeLaMar. Daar zag zij hoe kinderen op jonge leeftijd met ongelofelijk veel respect onderling discussies aan kunnen gaan over ingewikkelde onderwerpen. Als kinderen dat op school al

17

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

meekrijgen, maakt dat de samenleving beter. Soms schaamt zij zich als kinderen kijken naar het democratische debat dat ook gevoerd wordt. Zij antwoordt de heer Von Gerhardt dat het inderdaad belangrijk is hier geen spelletje van te maken. Ook heeft de heer Von Gerhardt gelijk dat er een aantal dingen staat dat niet per se allemaal onder het kopje ‘burgerschapsonderwijs’ wordt gebracht. Seksuele diversiteit staat er wel degelijk in, maar er wordt inderdaad nog veel meer gedaan op dat gebied. Zo bestaat in het programma Gezonde Scholen bijvoorbeeld het programma Sexmatters. Dat wordt hierbij inderdaad niet genoemd. Er is net een nieuwe aanbesteding van de aanvullende preventieve aanpak opvoedingsondersteuning via Jeugd, waarbij juist seksuele diversiteit aan bod komt. Er is dus meer dan alleen deze inzet. Dit geeft vooral weer wat men ermee wil bereiken. Zij antwoordt het lid Wehkamp dat niets verplicht kan worden. Scholen gaan over hun eigen curriculum. Wel kan de gemeente zo goed mogelijk dingen aanbieden, waarvan ook veel gebruik van wordt gemaakt. Wat betreft kunst en cultuur: er is ook gewoon cultuureducatie. Er is ‘Méér Muziek in de Klas’. In Amsterdam gebeurt ontzettend veel, zelfs breder dan wat hier wordt gepresenteerd. Zij antwoordt het lid Didderen dat er Natuur- en milieu-educatie is.

Je hebt de schooltuinen, die evenmin direct te vinden zijn in het burgerschapsonderwijs. Amsterdam heeft al honderd jaar die prachtige schooltuinen. Zij is blij dat het lid Didderen het heeft over veiligheid, waarover vaak in termen van repressie gesproken wordt. Maar het voeren van een goed gesprek, het leren luisteren naar elkaar, erover praten als je het niet eens bent, die dingen helpen allemaal de veiligheid bevorderen. Verder is er het schoolveiligheidsprogramma, dat ook niet in deze brief terug te vinden is. Zij antwoordt het lid Yemane dat er ook programma’s lopen via de Gezonde School, bijvoorbeeld gezond menstrueren. Dat kan niet allemaal in een brief over burgerschap. De kinderen van het AZC zitten met name op De Burghtschool, een poschool die ook een aanvraag kan doen voor het burgerschapsonderwijs. Het is niet direct gericht op ouders van kinderen. Het lid YEMANE vraagt of die aanvraag er nu nog niet ligt. Wethouder MOORMAN vermoedt van wel, want de meeste scholen maken er gebruik van. De 21 euro per leerling wordt via FLOA veel aangevraagd. Daarnaast zijn er nog alle verschillende programma’s die langjarig worden gesubsidieerd. Ouderbetrokkenheid wordt via de kansenaanpak gestimuleerd. Bij de finale van Discussiëren kan je Leren in DeLaMar zaten overigens heel veel ouders. De scholen betrekken de ouders vaak.

Het lid YEMANE begrijpt dat de ouders worden meegenomen via de kansenaanpak. Zijzelf dacht eraan ouders mee te nemen bij het voeren van moeilijker gesprekken. Gebeurt dat ook via de kansenaanpak? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de kansenaanpak vaak wordt ingezet als ouders op ochtenden het gesprek voeren over wat ingewikkelder thema’s. Dat kan bijvoorbeeld gaan over Paarse Vrijdag. De kansenaanpak wordt gebruikt om de ouderbetrokkenheid te stimuleren. Hoe dat gebeurt is aan de scholen zelf. Niet voor niets staat in de brief over het steunpunt dat ‘breder’ echt het doel is. Het is wel belangrijk dat het nu eerst goed start. Dit gaat in samenwerking met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding. Te zijner tijd zal zeker ook de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme betrokken worden. Morgen heeft zij een bijeenkomst met de heer Verdoner en leraren om er verder over te spreken. Dan zal dit punt ter sprake gebracht worden. Het lid YEMANE vraagt waarom de andere Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme er niet direct bij wordt betrokken. Wethouder MOORMAN antwoordt dat dit ontstaan is na een aantal uitlatingen van antisemitische aard. Het onderzoek liet zien dat jongeren gaten hebben in hun kennis

18

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

over het holocaustverleden. Daardoor zijn ze vatbaarder voor antisemitische theorieën. Ook waren er de projecties op het Anne Frank Huis. Dat was reden om met de heer Verdoner te overleggen over mogelijke acties. Die vroeg een steunpunt op te zetten. Daartoe werd dus onmiddellijk besloten met de aantekening dat als het goed zou werken, het uitgebreid zou worden. Het lid YEMANE wijst erop dat er ook gaten zijn in de kennis over het koloniale verleden. Daarom is het zonde om het niet meteen erbij te betrekken. Wethouder MOORMAN antwoordt dat een aantal jaren geleden een rapport is uitgekomen over de rol van Amsterdam in het koloniale verleden. Naar aanleiding daarvan zijn toen gesprekken gevoerd met scholen over hun onderwijs over het koloniale verleden. Er zijn lespakketten en -programma’s ontwikkeld over het koloniale verleden, juist om de scholen daarin zo goed mogelijk te ondersteunen. Verder is er de samenwerking met Fawaka, het versturen van de poster met een ander beeld van de wereldkaart. Dat was toen naar aanleiding van het gesprek over het koloniale verleden. Er was toen geen raadslid die vroeg het holocaustverleden erbij te betrekken. Er is dus, ook naar aanleiding van het eerder gedane onderzoek, ook aandacht voor het koloniale verleden. Wat betreft het Tropenmuseum merkt zij op dat de gemeente niet gaat over het curriculum.

Er zal doorgegaan worden met Fawaka, een organisatie die veel aandacht heeft voor het wereldburgerschap. Zij antwoordt het lid Boomsma dat de discussie over burgerschap interessant was. Het is goed dat daarover wordt gesproken. Toch staat het wereldburgerschap niet tegenover het burgerschap van Amsterdam. In de verschillende pijlers van het Amsterdammerschap wordt dat ook genoemd: het je in een ander kunnen verplaatsen, weten wie jezelf bent ten opzichte van de ander. Inmiddels heeft een meerderheid van de kinderen die in Amsterdam opgroeien een migratieachtergrond. Daarmee is Amsterdam een wereldstad. Het Amsterdammerschap is daarmee tegelijkertijd het wereldburgerschap. Zijzelf houdt steeds meer van het woord ‘burger’ in de zin van ‘citoyen’. Het gaat over het zijn van mens en burger, en het zijn van een burger brengt verplichtingen met zich mee naar een ander. Wat betreft antisemitisme is historische kennis zeer belangrijk om haat in de toekomst te voorkomen. Zij is bezorgd over het geschiedenisonderwijs, of kinderen voldoende basiskennis meekrijgen voor hun ontwikkeling als burger in de samenleving. Die discussie gaat over het curriculum, en moet in Den Haag gevoerd worden. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht gereed is voor een korte behandeling in de raad. 6.

Uitslag Centrale Loting en Matching 2023 (VN2023-011765) De VOORZITTER licht toe dat dit onderwerp op de TKN-lijst stond van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van het lid Wijmenga van het CDA. Het lid BOOMSMA merkt op dat dit systeem een jaarlijkse mokerslag is met voorbedachten rade. Ieder jaar constateert de raad dat het echt beter moet. De uitslag is nu iets beter dan vorig jaar, maar nog lang niet goed genoeg. Er is weer een grote groep extreem gedupeerde kinderen. Er moet gezocht worden naar verbeteringen voor de langere termijn, maar ook voor de nu getroffen kinderen. Hij vraagt waar het onderzoek blijft. Al jaren wordt gewacht op een goede, gedegen studie naar welke beperkte wijzigingen in het aanbod de grootste verbeteringen kunnen bewerkstelligen. Er zijn mogelijkheden om die resultaten drastisch te verbeteren. Hij vraagt waar het OSVO nu staat. Hoe moet het verder met het wetenschappelijk onderzoek naar de loting? De onderzoeker van de VU wordt niet meer betrokken. Het zou goed zijn als de geanonimiseerde lotingsgegevens als open data beschikbaar zijn.

19

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Verschillende groepen kunnen daar dan hun eigen analyses op loslaten. Kan dat als voorwaarde opgenomen worden in de afspraken met het OSVO? Alles gaat om de aansluiting van vraag en aanbod. De vraag naar havo/vwoonderwijs is toegenomen, maar het aanbod daarvan op populaire scholen is afgenomen. Een inspreker constateerde het al: de kinderen met een slechte loting, met name voor havo/vwo, zouden in theorie een nieuwe klas kunnen vormen. Dat zou een oplossing zijn voor deze groep. Eerder is gesproken over een roulerende klas bij categorale scholen als mogelijke oplossing. Hoe staat de wethouder daartegenover? Hij denkt dat de groep van 27 nog geholpen kan worden. Er zijn verbeteringsstappen mogelijk met de huidige resultaten. Die moeten dan ook gezet worden. Hoe denken andere fracties daarover? De samenwerking tussen scholen en gemeente is uitgedrukt in een convenant. Hij vraagt de tekst daarvan aan de commissie te sturen, zodat die besproken kan worden. Het lid VON GERHARDT brengt de teleurstelling onder de aandacht van kinderen die niet op hun favoriete scholen terechtkomen. Er moet iets gebeuren om ervoor te zorgen dat kinderen het liefst allemaal in hun top drie terechtkomen, en minimaal in hun top vijf. Er is de afgelopen jaren al veel over gesproken. Er zijn moties over aangenomen en er is veel contact met het OSVO.

Er worden goede dingen gedaan, maar het gaat niet snel genoeg. Hij vraagt een update van de stappen die het OSVO zet om tot verbetering te komen. Het probleem zit voornamelijk bij havo/vwo, waarvoor een tekort is aan plekken terwijl er tegelijkertijd een overschot aan plekken is op het vmbo. Zijn fractie stelt voor om voor aantrekkelijke scholen te gaan werken met dependances, of samenwerking met andere scholen die minder aantrekkelijk zijn. Die andere scholen krijgen daarmee misschien een boost. De uitslag is voor alle categorieën bij elkaar. Hij zou graag of het uitgesplitst kan worden. De inspreker vertelde dat verschillende opgegeven scholen toch als één werden gezien. Dat kan niet de bedoeling zijn, want waarvoor geef je dan een voorkeur op? Hij vraagt of het klopt. Wat kan eraan gedaan worden? Het lid BILGIN hoorde van de inspreker dat sommige scholieren van hun vierde keuze opschuiven naar hun eerste keuze, terwijl andere scholieren blijven steken op hun tiende keuze. Hij vraagt hoe vaak dat voorkomt. Vindt de wethouder dat dit anders moet? Verder vraagt hij hoe het zit met kinderen die autisme hebben. Krijgen die bij de loting prioriteit? Hoe blij moet je zijn met een plaatsing op nummer tien op een lijst van twaalf? Voor veel mensen zullen de twaalf scholen gewoon de scholen zijn in de buurt. Het zegt dan niet veel of je op plek elf, of negen belandt.

Moet het niet naar een wat kleinere lijst, bijvoorbeeld een top acht? Ten slotte vraagt hij hoe het zit met scholen die dezelfde naam hebben. Het lid WEHKAMP herinnert aan het interview in Het Parool, over een kind dat buiten de lijst om nog op een school naar keuze werd geplaatst. De wethouder heeft zich erg ingespannen om dat soort rechtsongelijkheid tegen te gaan. Is dat nog steeds zo? Wethouder MOORMAN antwoordt de heer Boomsma dat zij openbaarmaking van de data met het OSVO zal bespreken. De vraag is wel hoe interpretabel de data zijn. De heer Van der Klaauw is als wetenschapper niet zo blij is met een aantal aanpassingen van de afgelopen jaren. Dat geldt de plaatsingsgarantie, de staartverbetering en de 4% om nog te kijken hoe het beter kan. Daarmee zegt een lotnummer niet veel meer over je kans. Het is in ieder geval noodzakelijk dat er juiste interpretaties worden gemaakt van de openbaar gemaakte data. Sommigen hebben die data gebruikt om er lijsten van te maken die hebben geleid tot minder vrijheid. Ze wekten de indruk dat je ergens een grotere kans maakte, maar daarmee werd de eerlijke kans voor iedereen in de weg gezeten. Zij zal er nog op terugkomen. Ze zal de voor- en nadelen op papier zetten. Het onderzoek is een langjarig traject. Er zijn verschuivingen door de tijd heen en de trend ontwikkelt zich.

Nu worden de brede scholen plotseling weer aantrekkelijker voor leerlingen, terwijl in het verleden de categorale scholen favoriet waren. Dat zijn maatschappelijke veranderingen. Het komt voor dat een school het ene jaar heel populair

20

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

is, en het volgende veel minder, of andersom. Fons Vitae is daarvan een voorbeeld. Er zijn verschuivingen door de tijd heen. Er zijn ook nieuwe scholen ontstaan, zoals het Hyperion. In eerste instantie werd dat sterk afgewezen door ouders; ze werden boos als hun kinderen daar terechtkwamen. Een paar jaar later was het de populairste school van Amsterdam. Het is belangrijk dat er een goed en gevarieerd aanbod is van goede scholen, en dat op verschillende plekken in de stad. Zij is het erg eens dat de school dicht bij de behoefte moet zitten. Dat betekent dat er heel goede afspraken gemaakt moeten worden tussen de scholen onderling. Dat gebeurt in het Regionaal Plan Onderwijshuisvesting. Het lid VON GERHARDT vraagt of de wethouder onderzocht heeft om welke redenen scholen na verloop van tijd aan populariteit winnen. Kunnen daarvan lessen geleerd worden? Dan kan aan scholen die nu minder vaak gekozen worden ook een boost gegeven worden. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er geen duidelijke relatie is tussen kwaliteit en populariteit, en evenmin tussen concept en kwaliteit. Categoraal of breed is ook niet bepalend voor de populariteit. Populariteit is niet altijd te vangen. Populariteit is per definitie altijd een schaars goed; slechts een paar scholen zijn populair. Je kunt dus niet alle scholen populair maken, want dan zouden ze niet langer populair zijn.

Het is wel noodzakelijk te voorkomen dat door concurrentie de samenwerking minder wordt. In het Regionaal Plan Onderwijshuisvesting wordt nu veel beter door de schoolbesturen samengewerkt. Het idee dat er een samenwerking komt tussen drie scholen in Zuid is een goede ontwikkeling. Hetzelfde gebeurt nu in Noord. Door die samenwerking blijft het aanbod kwalitatief goed en worden de scholen aantrekkelijk gemaakt voor leerlingen. Zij denkt dat de diversiteit van het aanbod ook heel belangrijk blijft. Zij is trots dat het aanbod in de stad zo breed is, van orthodox tot heel vrij, van conceptonderwijs tot heel klassikaal. Maar variatie en diversiteit leiden tot veel keuzevrijheid, en die maakt dat je soms niet precies krijgt wat je graag wilt. Het lid MOLEMA wil graag dat aanbod en vraag dicht bij elkaar komen te liggen. Zij er nu betere resultaten door de eenmalige pilot, waarbij de capaciteit van populaire scholen wordt vergroot? Is de wethouder bereid er bij de schoolbesturen op aan te dringen die capaciteitsuitbreidingen structureel te maken? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het niet zozeer komt door de capaciteitsuitbreiding. Het komt omdat er minder leerlingen aan deze ronde hebben meegedaan dan eerst geschat werd. Volgens de prognose gaat het leerlingenaantal in het vo sowieso krimpen.

Je wilt ook geen lege schoolgebouwen neerzetten, want dan gaat onderwijsgeld naar lege klaslokalen. Ook zij zou heel graag willen dat elk kind op zijn eerste plek terechtkomt. Dat zou het makkelijkste gerealiseerd kunnen worden met één schoolbestuur en één concept. Dan komt iedereen op zijn eerste keuze. Zo gaat dat in veel andere gemeenten. Zij antwoordt de heer Bilgin dat er meer dan 70 middelbare scholen zijn. Het zijn dus niet alleen de scholen in je eigen buurt. Met een vwo-advies heb je de keuze uit 45 verschillende scholen. Het aanbod is enorm ruim, waarmee iedereen heel blij mag zijn. Niemand is door dit lotings- en matchingssysteem veroordeeld tot slecht onderwijs, maar toch moet alles gedaan worden om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen op de plek van voorkeur belandt. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp dat het niet zo is dat zij met die positie elf een rechtsongelijkheid probeerde recht te zetten. De uitkomst voor de leerling in kwestie was wel ongelukkig, maar alles klopte. De logs zijn nagelopen, het proces is eerlijk verlopen, er is niets verkeerd gegaan. Het was alleen heel onfortuinlijk. Het kind was de enige die buiten de top tien was gevallen, en dat voelde oneerlijk. Daarom heeft zij aan het OSVO gevraagd of het mogelijk was voor deze ene leerling een oplossing te vinden. Dat ging in alle transparantie.

In het verleden is iets dergelijks weleens buiten het systeem om geregeld, en dat is wat je niet wilt. Het ene kind wordt dan voorgetrokken boven het andere. Je wilt niet dat een leerling die ouders heeft die naar de rechter lopen daarmee

21

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

voorgetrokken wordt boven een leerling wiens ouders niet naar de rechter lopen. Als voor één leerling een uitzondering gemaakt wordt, moet dat in alle openbaarheid gebeuren. Wel loop je dan het risico dat een andere ouder gaat klagen dat die uitzondering niet voor zijn kind gemaakt is. Daarom is het OSVO hier heel huiverig in. Het lid WEHKAMP merkt op dat haar vraag niet over die leerling met een elfde plaats ging. Het ging haar over de situatie van zes jaar geleden, toen er rechtsongelijkheid was omdat er buiten het systeem om alsnog leerlingen geplaatst werden. Mevrouw Moorman heeft als raadslid zich ingezet om dat niet te laten gebeuren. Zij wil graag weten of de wethouder er nog steeds zo over denkt. Gebeurt iets dergelijks niet meer? Wethouder MOORMAN had mevrouw Wehkamp verkeerd begrepen en deed haar daarmee geen recht. Die situatie van zes jaar geleden was inderdaad rechtsongelijkheid. En als deze leerling op plaats elf buiten de systemen om toch een plek krijgt, zou dat eigenlijk ook rechtsongelijkheid zijn. Maar het ging hierbij maar om één leerling. Zij vond het daarom gerechtvaardigd om toch een uitzondering te maken. Het is uiteindelijk aan het OSVO. Zij antwoordt de heer Bilgin dat veel kinderen op het spectrum uiteindelijk naar speciaal onderwijs gaan. Dat is buiten dit systeem. Voor de autismeklas bij het Metis geldt de hardheidsclausule.

Kinderen met een beperking hebben een reden waarom zij niet mee kunnen doen aan het systeem. Er kan dan, als die beperking erkend wordt, via een andere route een plek gemaakt worden. Het St. Nicolaas heeft een aparte sportklas. Je kunt dan aangeven dat je heel graag in die sportklas wilt, maar ook naar het St. Nicolaas. Je zet het er dan twee keer op, maar het geldt maar als één keer. Het is dus niet zoals de inspreker zei, dat Spinoza Lyceum en Spinoza20First bij elkaar opgeteld worden. Die gelden als twee aparte scholen. Dit alles gaat wel goed, want je ziet dat de lijsten wel volledig zijn. Als je er met een specifiek havo/vwo-advies specifieke klassen op aangeeft, moet je lijst langer worden dan die twaalf. Blijkbaar wordt de boodschap dus toch goed begrepen. Het lid BOOMSMA vraagt de tekst van het convenant te ontvangen, en informatie over die groep van 27. Wethouder MOORMAN antwoordt dat die groep van 27 geplaatst is volgens de afspraken die zijn gemaakt. Voor de leerling met die elfde plek heeft zij voor eigen rekening gevraagd of het buiten de regels opgelost kon worden. Dat kan je niet zomaar voor 27 leerlingen doen. Dat is meer dan een klas. Op een gegeven moment zitten scholen vol. Het onderwijs moet wel goed zijn en de klassen niet te groot. Het lid BOOMSMA vraagt waarom je niet voor 27 leerlingen kan doen wat kennelijk voor 1 leerling mogelijk is.

Waarom kan je niet één extra klas creëren? Hij vraagt dat in ieder geval door te rekenen. Kan de wethouder daarop aandringen en de commissie op de hoogte brengen van de resultaten? Wethouder MOORMAN realiseert zich dat zij met die ene leerling een deur heeft geopend. Het OSVO heeft er ook op gewezen dat zij iets vroeg wat eigenlijk buiten de regels om gaat, en dat wil men ook niet doen. Want waarom dan niet de leerlingen op keuze nummer tien, of negen enz.? Waar stop je? Omdat het echt maar om één leerling ging die buiten de top tien viel, vond zij het gerechtvaardigd. Het is om precies om de reden die de heer Boomsma aangeeft dat het OSVO het onverstandig vindt. Misschien was zij dus onverstandig. Zij komt nog terug op het convenant. Zij zal proberen om de door de heer Boomsma gevraagde informatie te geven voordat het in de raad wordt behandeld. De VOORZITTER concludeert dat het punt voldoende is besproken. Er ligt een toezegging dat wethouder terugkomt op het openbaar maken van de cijfers en het convenant. Dat komt nog naar de commissie toe. Het punt wordt geagendeerd voor de tweede raad van nu.

22

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Zij schorst de vergadering van 11.42-11.52 uur. 7. Lerarentekort voortgezet onderwijs (VN2023-011763) De VOORZITTER licht toe dat dit punt afkomstig is van de TKN-lijst van de vorige vergadering. Het is geagendeerd op verzoek van de leden Wehkamp en Wijmenga. Het lid WEHKAMP merkt op dat D66 vandaag met een nieuw plan komt ter bestrijding van het lerarentekort. Het viel op dat het lerarentekort in het vmbo-bk heel hoog is, met 9,8%. Zij vraagt of Amsterdam samenwerkt met programma’s die ervoor zorgen dat mbo’ers lerarenopleiding gaan doen. De stichting Studenten Helpen Scholieren maakt studenten enthousiast voor het volgen van een lerarenopleiding, bijvoorbeeld door een bijbaantje te geven tijdens de studie. Is het misschien ook iets voor het mbo, dus door mbo’ers te betrekken om die lerarenopleiding te gaan volgen? In het onderzoek staat het advies om internationale scholen niet meer uit te nodigen voor de tekortmeting. In de brief wordt niet op dit advies uit het onderzoek ingegaan. Wat is het standpunt van het college? Worden internationale scholen voortaan uitgesloten van de tekortmeting? Het lid BOOMSMA denkt dat er kansen liggen om ‘pensionado’s’ te behouden voor het onderwijs. Die zijn bevoegd en hebben ervaring. Volgens de wethouder bleken daarvoor geen belemmeringen. Er is veel voor te zeggen dit te stimuleren.

Misschien zijn leraren bereid om na hun pensionering nog een jaar les te blijven geven als daar geld tegenover staat. Of misschien zijn ze ertoe bereid als ze op een bepaalde manier ingeroosterd worden, of met een bepaalde ondersteuning. Met name voor vakken als wiskunde is er veel voor te zeggen om een aanvullend pakket te ontwikkelen dat is toegespitst om het te stimuleren en aantrekkelijk te maken. Hoe ziet de wethouder dat? Het lid RUNDERKAMP betrapte zichzelf erop, toen hij enkele maanden geleden las dat het tekort 6,9% bedroeg, dat hij dat wel mee vond vallen. In het basisonderwijs bedroeg het lerarentekort namelijk 16,8%, dus duidelijk hoger. Dat was een totaal verkeerde reactie, want bevoegde leraren zijn het fundament van goed onderwijs. De situatie in het voortgezet onderwijs is behoorlijk zorgelijk, ook omdat die tekorten ongelijk zijn verdeeld. Ze liggen bij het vmbo-bk hoger dan bij andere typen onderwijs. Bij techniek zijn de tekorten groter dan bij andere vakken. Hij hoopt de Lerarenagenda nog voor de zomer te bespreken, waarbij ook de aanpak van het lerarentekort aan de orde kan komen. Uit het rapport blijkt dat in Rotterdam in 15% van de gevallen het lerarentekort ondervangen wordt door het samenvoegen van klassen.

Heeft de wethouder deze mogelijkheid besproken met het OSVO? Wat zijn de redenen voor schoolbesturen om een dergelijke maatregel niet toe te passen in Amsterdam? En waarom wel in Rotterdam? Dit schooljaar ontvangen dertig vo-scholen in Amsterdam een extra toelage vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. Die loopt dit schooljaar af. Het Rijk is voornemens deze extra arbeidsmarkttoelage tot landelijk beleid te maken, maar zover is het nog niet. Hij vraagt of het tot dan meegenomen wordt in de Lerarenagenda. Het lid VON GERHARDT vindt het nodig het lerarentekort vaak voor deze commissie te agenderen, zolang het nog niet opgelost is. Het tekort is zorgwekkend, ook in het voortgezet onderwijs. Hij onderschrijft de vraag van de heer Boomsma over welke stappen genomen kunnen worden om ervoor te zorgen dat gepensioneerde leraren blijven doorwerken. Er staat ook nog een motie open van de leden Martin en Rooderkerk over het verleiden van mensen die nu nog niet fulltime werken om toch meer uren te gaan maken. Hoe gaat het met de afdoening van die motie? Hoe staat ervoor met het aantal parttime leraren in Amsterdam? Is extra inzet mogelijk om zoveel mogelijk leraren fulltime te laten werken?

23

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Het lid HAIJEN vraagt of de heer Von Gerhardt een verklaring heeft voor het feit dat zo weinig leraren fulltime werken. Het lid VON GERHARDT kan daarop geen antwoord geven. Misschien hebben mensen problemen met de hoge werkdruk. Of ze willen tijd overhouden voor andere dingen. Of het is economisch misschien niet aantrekkelijk voor ze om fulltime te gaan werken. Daarom is het ook goed dat landelijk gedacht wordt over een fulltimebonus. Het lid HAIJEN geeft zelf het antwoord op zijn vraag: het is loodzwaar om fulltime te werken. Hij stelt voor om samen te proberen de werkdruk te verminderen. Het lid VON GERHARDT denkt dat nu alles gedaan moet worden om ervoor te zorgen dat het lerarentekort wordt opgelost. Het tekort is niet alleen maar bij technische vakken, maar ook bij vakken als Nederlands en wiskunde. Dat zijn basisvakken. De afgelopen jaren is gebleken dat het schrijven, lezen en rekenen bij mensen achteruit is gegaan. Hij maakt zich daarover zorgen. Als je voor die vakken geen bevoegde leraren hebt, draagt dat niet bij aan het verbeteren van het niveau. Hij vraagt of er in de tussentijd, totdat het tekort opgelost is, iets gedaan kan worden om ervoor te zorgen dat de taal- en rekenvaardigheden van middelbare scholieren op niveau komen. Het lid BILGIN krijgt signalen binnen over een slechte sfeer op bepaalde scholen. Er zouden veel lastige kinderen en lastige ouders zijn.

Schoolleiders zouden niet altijd benaderbaar zijn, waardoor docenten afhaken. Heeft de wethouder daarvan een beeld? Kan er iets aan gedaan worden? Mogelijk zijn bepaalde problemen te herleiden tot een bepaalde buurt met dieper gelegen problemen. De gemeente zou terughoudend moeten zijn met alle verkeersbeperkingen. Met alle knips en verdwijnende parkeerplekken wordt de stad straks onbereikbaar. Voor docenten die in een andere gemeente wonen is het moeilijk om met het ov te komen. De tekorten zijn in Nieuw-West en Noord het grootst. Dus in de stadsdelen die ook extra hulp krijgen, zoals het nationaal programma Samen Nieuw-West en de Aanpak Noord. Misschien kan vanuit die programma’s extra ingezet worden. Maar vooral moet er een gesprek komen met de scholen om te kijken wat zij precies vinden van toekomstig beleid, zoals betaald parkeren. Het lid MOLEMA merkt op dat het niet goed gaat met het lerarentekort in het vo van Amsterdam. Het is nog steeds veel te groot. Het ziet er ook niet naar uit dat het in afzienbare tijd omlaaggaat. 70% van de tekorten wordt op dit moment opgevuld met onbevoegde leerkrachten. JA21 heeft liever een onbevoegde docent voor de klas dan helemaal geen, maar dat mag niet de standaardpraktijk worden. Het college is bezig met de nieuwe Lerarenagenda.

Zij vraagt garanties dat in die Lerarenagenda de inzet van onbevoegde leerkrachten niet genormaliseerd wordt. Het valt op dat er grote verschillen zijn tussen de wijken. Er is volgens de wethouder onderzoek gedaan naar de vraag waarom bepaalde wijken minder aantrekkelijk zijn voor docenten. Zij vraagt of die data beschikbaar zijn, want zijzelf heeft de onderzoeken niet kunnen achterhalen. Kan de wethouder aangeven wat de onderliggende redenen zijn? Of gaat de wethouder er anders onderzoek naar doen? Verder vraagt zij wat de tekorten zijn bij resp. het vmbo-tl, havo en vwo. Die onderwijsniveaus worden nu op een hoop gegooid. Wat gaat de wethouder doen om het lerarentekort nu eindelijk eens terug te dringen? De wethouder gaf eerder aan dat zij geen realistische doelen wil stellen, maar een doel dat recht doet aan de kinderen. Dat betekent dat het lerarentekort wordt opgeheven. Denkt de wethouder dat zij dit met de komende Lerarenagenda waar kan maken? Is het niet belangrijk om de Amsterdammers een realistisch beeld te schetsen van wat de stand van zaken is in de stad? De problemen zijn groot. De kwaliteit van onderwijs gaat achteruit. De ongelijkheid in de stad is groter dan ooit. Het lerarentekort neemt jaarlijks toe. Er moet nieuw beleid komen om de problemen op te lossen. De maatregelen tot nu toe hebben de problemen duidelijk niet verholpen. Steeds hetzelfde blijven doen en

24

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

daarbij steeds een ander resultaat verwachten, getuigt niet van realistisch, doeltreffend beleid. Wat JA21 betreft begint het oplossen van het lerarenprobleem al op de middelbare school. Wat kan de wethouder doen om de middelbare schoolleerlingen ervan te overtuigen dat het kiezen van een lerarenopleiding in de exacte vakken een veel verstandiger keuze is dan het je tijd verdoen met vakken zoals antropologie of genderstudies? Het lid BILGIN vraagt welke maatregelen het lid Molema voor ogen heeft. Voorrang voor woningen en parkeervergunningen zouden toch kunnen helpen? Moet dat afgeschaald worden? Het lid MOLEMA antwoordt dat haar fractie erg hecht aan realistische doelstellingen. Beleid dat niet werkt moet bijgestuurd worden. Zij wil resultaten. Het lid BILGIN is het eens dat het lerarentekort teruggedrongen moet worden. Toch vraagt hij zich af welke maatregelen JA21 wil. Welke zijn slecht? Welke moeten weg, welke erbij? Het lid MOLEMA antwoordt dat haar fractie in het verleden voorstellen heeft gedaan. Zij kan ook naar het partijprogramma verwijzen. Van belang is dat er goed wordt bijgestuurd. Als iets goed gaat, moet je ermee doorgaan, maar als het niet verbetert, moet er iets anders gebeuren. Het lid HAIJEN merkt op dat er ook in het voortgezet onderwijs grote tekorten zijn. Wiskunde en scheikunde zijn wat dat betreft problematisch.

Maar stel je hebt een bevoegdheid geschiedenis en je wilt je laten omscholen naar docent Duits, omdat daar tekorten zijn. Klopt het dat je nog steeds het instellingscollegegeld voor de lerarenopleiding moet betalen? Je hebt dan toch al een lesbevoegdheid? Het instellingscollegegeld is zijn fractie een doorn in het oog, want dat is duizenden euro’s hoger dan het reguliere collegegeld. Wat hem betreft moet die drempel weggenomen worden, zeker als het gaat om die specifieke tekortvakken in het voortgezet onderwijs. Hij vraagt of het klopt dat je nog steeds dat instellingscollegegeld moet betalen. En zo ja, wil de wethouder er dan in Den Haag op aandringen daaraan iets te doen? Dat zou een oplossing zijn die al op korte termijn resultaat zou kunnen opleveren. Het lid YEMANE merkt op dat de Inspectie van het Onderwijs begin van de maand een onderzoek publiceerde met als conclusie dat de toegang tot onderwijs voor nieuwkomerskinderen ver onder de maat is. Ook naar voren kwam dat de ISK kampt met de op twee na hoogste tekorten van alle onderwijstypes. Veel ISK’s in het land hebben een leerlingenstop of overwegen die. Zij vraagt hoe het staat met de ISK, maar ook met de taalklassen in Amsterdam.

Is er sprake van een leerlingenstop? Staan er kinderen op een wachtlijst, en zo ja hoeveel? Zijn er kinderen op het AZC die nog niet naar school gaan vanwege de tekorten? Klopt het dat het speciaal onderwijs niet is meegenomen in dit onderzoek? Hoe krijgt men inzicht in de tekorten binnen dit onderwijstype? Uit het rapport blijkt ook dat Amsterdam het grootste percentage onbevoegden inzet om de tekorten tegen te gaan. Nieuw-West en Noord hebben de hoogste percentage, namelijk ongeveer 12% hoger dan het gemiddelde lerarentekort in Amsterdam. Dat is zorgelijk. Zij vraagt waar de onbevoegde krachten het meest worden ingezet. In welke stadsdelen? Wat verstaat men onder ‘onbevoegden’. Wat voor profielen zijn dat? Wethouder MOORMAN merkt op dat er nog voor de zomer een Lerarenagenda komt. In dat kader zal nog worden gesproken over alle maatregelen die genomen gaan worden, en die voortgezet worden. Zij antwoordt mevrouw Molema dat zij nog geen ‘bak met leraren’ heeft gevonden. Zij wil haar ambitie niet loslaten dat elk kind een bevoegde leraar voor de klas moet hebben. De Lerarenagenda zal dat niet voor elkaar gaan krijgen.

25

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Maar toch mag de genoemde ambitie nooit losgelaten worden, ook al is dat in de ogen van mevrouw Molema realistisch. Zonder die ambitie gaat alles schuiven. De schoolbesturen zeiden enige tijd geleden in een discussie dat dingen misschien anders georganiseerd moesten worden. Je moest realistisch zijn; die leraren waren er gewoon niet. Dat is het loslaten van de bestaande doelen, en daarop moet je scherp zijn. Het lid MOLEMA heeft geen oplossing paraat om het lerarentekort direct op te heffen. Het probleem is hardnekkig. Het is wel belangrijk realistische doelen aan te houden, omdat je daarop kan sturen. Zij vraagt of de wethouder bereid is om het beleid bij te sturen en andere politieke keuzes te maken als het resultaat niet verbetert. Wethouder MOORMAN heeft maar één doel: elk kind een bevoegde leraar voor zijn klas. Het is frustrerend dat er zo’n tekort is aan leraren. De gemeente heeft beperkte mogelijkheden om in te grijpen. Zij gaat niet over de cao’s, de lerarensalarissen, het curriculum. Zij hoopt steun te krijgen bij alles wat de gemeente hierbij wél kan doen. Het is ook prettig als commissieleden met ideeën komen, en niet alleen aangeven wat allemaal niet lukt. Het stuk van D66 zal zij goed bestuderen. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp dat het tekort inderdaad niet gelijk verdeeld is.

Het lid MOLEMA vraagt of de wethouder bereid is onderzoek te doen naar de verschillende wijken. Wethouder MOORMAN antwoordt mevrouw Molema dat zij die vraag later beantwoordt. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp verder dat de ongelijke verdeling extra pijnlijk is. De kwaliteit van het onderwijs gaat naar beneden en de kansenongelijkheid stijgt. De leerlingen die het het hardste nodig hebben, zullen het vaak het minste krijgen. Ze komen daarmee op nog grotere achterstand. Hieraan zal veel aandacht besteed worden, zoals eerder met de bonussen en de solidariteitsafspraken. Zij kent initiatieven zoals Studenten Helpen Scholieren. Daarover wordt gesproken samen met het OSVO. Zelf heeft de gemeente haar leergang. Om scholieren zoveel mogelijk te motiveren om te kiezen voor het onderwijs is er Leraar voor een Dag. Daarnaast is er het programma Ontwikkeldoor, specifiek gericht op klasseassistenten, mbo’ers die zich willen doorontwikkelen naar het leraarschap. De manier waarop internationale scholen omgaan met het werven van leraren verschilt. Ze worden bijvoorbeeld betrokken uit het buitenland. Daarmee zijn ze niet op een goede manier gemeten. Daarover blijft de gemeente in gesprek met OCW. De manier waarop Amsterdam meet, wordt binnen het internationale onderwijs niet meteen begrepen. Het is lastig dat er geen overzicht bestaat van het aantal bevoegde leraren per school.

Het zou schelen als er een vast register was van het aantal bevoegde leraren op scholen. Zij antwoordt de heer Boomsma dat gepensioneerden over het algemeen heel stellig zijn over wat ze wel of niet willen. Ze hebben er een carrière opzitten. Sommigen willen helemaal niet stoppen, want ze vinden het veel te leuk. Dan is er zeker ruimte; daarover worden dan gesprekken gevoerd. Andere gepensioneerde leraren vinden het welletjes. Ze hebben hard gewerkt en zijn toe aan hun pensioen. Mogelijkerwijs zou je deze mensen iets kunnen bieden om ze over de drempel te trekken. Dan heb je het over het bieden van salaris, maar dat is iets voor het Rijk. De gemeente gaat niet over cao’s of salarissen. Zij antwoordt de heer Runderkamp dat, net als in Rotterdam, ook in Amsterdam regelmatig klassen worden samengevoegd. Soms ook worden onbevoegdheden voor de klas gezet. Dat is niet wenselijk, maar het gebeurt wel. Er worden NPO-middelen ingezet op dertig vo-scholen. Ook zij wil graag dat dit structureel kan; dat zal onderdeel zijn van de lobby naar Den Haag. Ook in de Lerarenagenda wordt naar die lobby verwezen. Zij antwoordt de heer Von Gerhardt dat de motie over parttimewerken meegenomen zal worden bij de Lerarenagenda. De deeltijdfactor in Amsterdam is, althans in het basisonderwijs, vele malen groter dan in andere gemeenten.

Dat komt omdat het personeelsbestand in Amsterdam, vooral bij het basisonderwijs, uit jongere en

26

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

oudere mensen bestaat. Op het moment dat zij gezinnen gaan krijgen, gaat de beschikbaarheid van huizen een rol spelen. Ze vertrekken dan vaak uit de stad, met de impact daarvan op het Amsterdamse lerarenbestand. Omdat leraren dus vaak jonger of ouder zijn, hebben ze ook meer uren beschikbaar om te werken. Het lid VON GERHARDT hoort ook geluiden van leraren die wel meer willen werken, maar daarvoor geen contract krijgen. Ze krijgen op scholen maar 0,6 fte, terwijl ze graag 0,8 of 1 fte willen werken. Kent de wethouder die geluiden? Wordt er met de schoolbesturen gesproken om grotere contracten te geven? Wethouder MOORMAN hoort dat af en toe en dat leidt dan tot verwondering, gezien het lerarentekort. Maar niet elke school heeft een tekort; er is een ongelijke verdeling. Daarom is belangrijk om goed samen te werken, wat gebeurt in de taskforce met schoolbesturen, opleidingen en de gemeente. De incidentele NPO-middelen hebben tot de incidentele contracten geleid. Zij begrijpt wat de heer Bilgin zegt. De vo-scholen gaven in de Staat van het Onderwijs aan dat het met het mentale welzijn van de jongeren in Amsterdam niet heel goed gaat, wat kan leiden tot vervelend gedrag op scholen. Veel van het NPO-geld is daarom geïnvesteerd in het mentale welzijn op scholen. Dat is goed voor de sfeer en kan op die manier een negatieve vicieuze cirkel helpen doorbreken.

Er wordt inderdaad met parkeervergunningen het nodige gedaan. Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag of de knips in de stad leiden tot minder leraren. Ook heeft de heer Bilgin een goed punt wat betreft de manier waarop dit wordt meegenomen in het Nationaal programma Nieuw-West, de Aanpak Noord, Zuidoost. Al eerder is er in Masterplan Zuidoost een afspraak gemaakt tussen Zonova, een groot schoolbestuur daar, en Rochdale, om woningen beschikbaar te stellen voor leraren. Zij antwoordt mevrouw Molema dat het belangrijk is om onder ogen te zien dat het vinden van een leraar moeilijker is op de plekken waar kinderen het onderwijs juist zo nodig hebben. Een aantal jaren geleden was nog helemaal niet bekend hoeveel onbevoegden er voor de klas stonden. Dat werd onderzocht, wat de schoolbesturen spannend vonden, want daarmee bleek dat ze iets aan het doen waren wat volgens de regels niet mocht. Het was schokkend te zien hoe groot het lerarentekort was en hoe ongelijk verdeeld het was. Er is toen in de stad een solidariteitsgolf op gang gekomen. Gevolg daarvan was een aanpassing van de salarissen, wat een dempend effect heeft gehad op de ongelijke verdeling. Op sommige plekken is het werk voor leraren zwaarder. Ze doen daar meer dan kinderen leren rekenen of de taal goed spreken. Soms geven ze een compensatie van wat kinderen niet mee krijgen van thuis, wat veel vraagt van de leraren.

Men kwam tot het inzicht dat dit misschien ook meer beloond moest worden. De vakbonden waren het daar niet mee eens. Die hadden het over gelijk werk dat gelijk beloond moest worden. Maar hoe kan dat verschil bestaan als het werk inderdaad gelijk was? Mevrouw Molema heeft dus gelijk dat daar extra op ingezet moet worden. Het lid MOLEMA vraagt of er onderzoeken zijn gedaan waarmee men nu aan de slag gaat. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er inmiddels 112 huizen aangeboden zijn aan leraren. 112 leraren hebben nu dus een huis. Verder zijn er 456 zij-instromers opgeleid. Vroeger waren dat er 5. Het is niet genoeg, maar er gebeurt dus veel. Er wordt ongelijk verdeeld. Bij de voorrangsregeling voor leraren krijgen de leraren op scholen voorrang waar de tekorten het grootst zijn. Zoiets is ook met de bonus gebeurd. Zij kreeg boze wethouders aan de telefoon uit randgemeenten, die klaagden dat zij met de bonussen een waterbed aan het creëren was. De leraren trokken bij die randgemeenten weg. Dat snapte zij, maar het was ook precies wat beoogd werd. Het lid MOLEMA vindt het heel belangrijk dat er effectief beleid wordt gevoerd. Dat begint met relevant onderzoek naar de oorzaken voor de verschillen. Zij vraagt of onderzocht is wat die oorzaken zijn.

27

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Wethouder MOORMAN antwoordt dat wereldwijd blijkt dat op plekken waar een stapeling van problematiek plaatsvindt, het lastiger kan zijn om in de frontlinie van de publieke sector te staan. Het werk is er zwaarder, omdat er meer van de leraren verwacht wordt op plekken waar een achterstand gecompenseerd moet worden. Dat moet je durven te belonen. Zij vindt dat er concrete resultaten geboekt zijn met dit beleid, ook al is het lerarentekort daarmee nog niet opgelost. In het algemeen staat de publieke sector zwaar onder druk. Zij neemt in ieder geval een inspanningsverplichting op zich om het lerarentekort te bestrijden. Het lid MOLEMA vraagt in hoeverre de wethouder een beeld heeft van hoe het resultaat van het beleid volgend jaar zal zijn. Zal het lerarentekort toe- of afnemen? Wethouder MOORMAN antwoordt dat er meer factoren zijn dan de inzet van de gemeente. Zij weet niet of het lerarentekort toe of af gaat nemen. Zij zal het mogelijke doen om de situatie te verbeteren. Iemand wordt vrijgesteld van het instellingscollegegeld bij een eerste lerarenopleiding. Zij is het volstrekt eens dat de individuele bijdrage die nu moet worden geleverd voor het collectieve belang veel te groot is. Dit is dus een onderdeel van de lobby naar Den Haag, die voortgezet zal worden. Zij antwoordt het lid Yemane dat het tekort voor Amsterdamse ISK’s 1,3% is. Er is geen sprake van een leerlingenstop.

Er zijn dus ook geen kinderen van het AZC die niet naar school gaan. Het klopt dat het speciaal onderwijs niet is meegenomen in het onderzoek. Reden daarvan is dat leraren in het speciaal onderwijs onder de po-cao vallen. Ze worden dus meegenomen in het onderzoek naar het tekort in het po. Dat is inderdaad vreemd. Voordat de loonkloof was gedicht, verdiende je dan ook op het vso minder dan in het vo. Onbevoegd voor de klas betekent dat een leraar niet bevoegd is. Onbekwaam is iets anders. Sommige klasseassistenten die voor de klas staan, zijn meer bekwaam dan sommige bevoegde krachten. Omgekeerd heb je ook bevoegde krachten die onbekwaam zijn, maar door het tekort toch voor de klas blijven staan. Er wordt natuurlijk gestreefd naar bevoegd én bekwaam. Het lid YEMANE vraagt of met ‘onbevoegd’ bedoeld kan worden dat iemand nog een opleiding volgt. En in welke stadsdelen worden de meeste onbevoegde krachten ingezet? Wethouder MOORMAN antwoordt dat het niet zo is dat iemand zomaar van straat voor de klas wordt gezet. Iemand die nog in een zij-instroomtraject zit en nog niet zijn bevoegdheid heeft, geldt nog steeds als onbevoegd. Het lid VON GERHARDT vraagt wat gedaan kan worden om de basis op orde te krijgen, waarbij hij denkt aan de vakken Nederlands en wiskunde. Wethouder MOORMAN antwoordt dat om deze reden in de taskforce de opleidingen zijn aangesloten.

De bedoeling is om zoveel mogelijk studenten te trekken voor die vakken met een tekort. Het inderdaad zeer zorgelijk gesteld met de basisvaardigheden. Het lid VON GERHARDT vraagt wat de komende jaren gedaan kan worden om te zorgen dat de basisvaardigheden op orde komen. Het duurt met zo’n opleiding wel even voor die mensen in kunnen stromen. Wethouder MOORMAN erkent dat het enige tijd gaat duren. Dat betekent dat niet alleen ingezet moet worden op het aantrekken van nieuwe leraren, maar ook op het behoud van de huidige leraren. Dat is een pijler uit de Lerarenagenda. De VOORZITTER concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken.

28

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Zij schorst de vergadering van 12.40-19.33 uur. Zorg en Maatschappelijke Ontwikkeling 8. Kennisnemen van het Initiatiefvoorstel Een mentaal gezonde(re) generatie begint in het onderwijs en de bestuurlijke reactie (VN2023-011300) De VOORZITTER licht toe dat het initiatiefvoorstel is ingediend door het lid Von Gerhardt. Het toelichten van het voorstel en beantwoorden van de vragen gaan niet van de spreektijd van de indieners af. Er zijn geen interrupties mogelijk. Het lid VON GERHARDT had vroeger, door een gebrek aan kennis en ervaring, een ongenuanceerd beeld van mentale gezondheid. Hijzelf kreeg echter op zijn 23e een depressie, waarmee hij enkele jaren rondliep. Het waren vooral jaren die veel stilstand betekenden en hij beseft dat hij ze nooit meer terug zal krijgen. Met dit initiatiefvoorstel hoopt hij te bereiken dat zo min mogelijk jongeren hiermee in de toekomst te maken krijgen. Dat is nodig, wat het mentale welzijn van jongeren staat al jaren onder druk, zoals blijkt uit verschillende onderzoeken. In zijn studententijd merkt hij in zijn eigen vriendenkring dat steeds meer jonge mensen te maken krijgen met problemen met hun mentale gezondheid. Dat kan variëren van een burn-out tot een depressie, van angststoornissen tot eetstoornissen. De gevolgen voor deze groep zijn groot.

Je bent op jonge leeftijd bezig met het leren van nieuwe vaardigheden, een proces dat verstoord raakt door mentale ziekten. Je kunt leerstof minder goed opnemen en minder goed meedoen in de maatschappij. De leerresultaten worden slechter, en soms leidt het zelfs tot uitval. Deze ziekten hebben dus grote invloed op de kansen die jongeren krijgen. De gevolgen zijn groot, net zoals de noodzaak om het probleem op te lossen. Met dit initiatiefvoorstel wil hij jongeren leren dat het normaal is om over je gevoel te praten. Ze moeten ook leren begrijpen wat die ziekten inhouden. Mentaal welzijn moet uiteindelijk net zo normaal gevonden worden als je fysieke gezondheid. Dat kan het beste gebeuren op school, dus de plek waar je leert. Leren over het mentaal welzijn moet onderdeel zijn van het leerproces. Op die manier leren jongeren mentaal welzijn begrijpen, herkennen en erkennen. Hij zal de aanbevelingen van de wethouder overnemen en is benieuwd naar de reactie van de commissie. Het lid VAN PIJPEN waardeert de openheid waarmee de heer Von Gerhardt over zijn persoonlijke verhaal spreekt. De heer Von Gerhardt geeft aan dat er onderzoek plaats zou moeten vinden naar de oorzaken voor mentale stress. Op basis van dat onderzoek zouden die stressoren verlaagd moeten worden.

Maar zijn die stressoren niet al deels bekend? Zij bedoelt de druk om te presteren, de slechte positie op de woningmarkt, de slechte inkomenspositie van jongeren. Dat zijn dus de gevolgen van neoliberaal beleid. Wat vindt de heer Von Gerhardt daarvan? Het lid VON GERHARDT vindt het een goede vraag. Een aantal aspecten die het lid Van Pijpen noemt, heeft daar zeker mee te maken. Maar je moet kijken wat eraan kan worden gedaan. Er is een gebrek aan kamers, een gebrek aan huizen. Dat kan veel stress veroorzaken. Je moet proberen ervoor te zorgen dat er voldoende huizen zijn, maar misschien zijn ook andere maatregelen mogelijk. Je kunt kijken hoe mensen met die problemen beter kunnen omgaan en hoe de druk verlaagd kan worden. Jongeren moeten weerbaarder gemaakt worden. Ze moeten begrijpen dat misschien niet alles vandaag kan. Hijzelf heeft van zijn mentale ziekte geleerd dat niet alles vandaag gerealiseerd hoeft te worden. Als je leert dat iets soms meer tijd nodig heeft, kan dat bijdragen om de stress te verminderen. Het lid VAN PIJPEN constateert dat de VVD een onderzoek nodig heeft om achter de stressoren te komen. Maar stel dat uit dat onderzoek komt dat je die oorzaken

29

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

echt aan moet pakken. Wat gaat de heer Von Gerhardt dan doen? Van partij veranderen? Of gaat hij de VVD veranderen? Het lid VON GERHARDT antwoordt dat hij niet van partij zal veranderen, maar wel zal hij een goed gesprek hebben binnen zijn partij. Als uit onderzoek blijkt dat er dingen moeten veranderen om ervoor te zorgen dat de jonge generatie gezond kan opgroeien, dan moet met open blik gekeken worden wat nodig is. Het lid VAN PIJPEN wil ook niet zeggen dat alle mentale problemen per se ontstaan door stressoren zoals zij net noemde. Een depressie is een ziekte die zomaar kan ontstaan. Niet alles kan met preventie opgelost worden. De ggz heeft gigantische problemen, dus zijn er ook problemen met de doorstroom na reguliere behandeling. Dat is geen natuurwet, maar veroorzaakt door beleid. Zij is benieuwd hoe de heer Von Gerhardt naar de problemen binnen de ggz kijkt. Het lid VON GERHARDT is het ermee eens dat de ggz op dit moment vastloopt. Met preventie kan je deels voorkomen dat mensen de ggz nodig zullen hebben. Misschien kan dat de druk iets verlichten. Verder moet ervoor gezorgd worden dat de doorstroom en en de behandeltijd sneller op gang komen. Iemand laten wachten, maakt dat de problemen verergeren. Om dat te voorkomen moeten stappen gezet worden. Het lid RUNDERKAMP complimenteert de heer Von Gerhardt met dit mooie initiatiefvoorstel.

Daarin leest hij dat behalve genetische aanleg, ook de levensfase een rol speelt. In zijn eigen beleving moet de toegenomen mentale kwetsbaarheid van de jonge generatie niet zozeer toegeschreven worden aan een genetische verandering, of aan een veranderde positie, maar meer aan corona, de moeilijke positie op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, en ten slotte de opkomst van de sociale media. Hoe ziet de heer Von Gerhardt de impact van sociale media op mentale kwetsbaarheid? Het lid VON GERHARDT heeft de ambitie om in het onderwijs veel meer ruimte te geven aan de sociaal-emotionele vaardigheden. Leren omgaan met sociale media, met de vraagstukken van deze maatschappij, of het vinden van geluk, zijn ontzettend belangrijke dingen bij het opgroeien. Hij ziet dit als een begin. Graag praat hij nog eens met de commissie over de manier waarop nog meer ingezet kan worden op sociaalemotionele vaardigheden. Ook dit aspect kan dan meegenomen worden. Het is ontzettend belangrijk als preventie, maar ook om jongeren te leren hoe ze in deze maatschappij mee kunnen draaien. Het lid RUNDERKAMP vraagt of hij een specifieke plek voor sociale media ziet in de aanpak Thrive. Het lid VON GERHARDT denkt dat je sociale media veel betekenis hebben. De influencers kunnen het nodige betekenen voor deze doelgroep. Je kunt die inzetten.

Sociale media kan je gebruiken om te laten zien dat het heel normaal is om over je mentale welzijn te praten. En dat het niet altijd goed met je hoeft te gaan. Het lid WEHKAMP vindt het een heel belangrijk voorstel. Zij vraagt of de heer Von Gerhardt kennis heeft genomen van het onderzoek HBSC dat is uitgekomen. Dat is een vierjarig onderzoek waar men jongeren op langere termijn volgt. Daaruit blijkt dat sociale media eigenlijk helemaal geen rol spelen. Als de heer Von Gerhardt denkt dat dit anders is, ziet zij graag onderzoek waaruit dat blijkt. Verder komt uit dat HBSC-onderzoek een groot verschil naar voren tussen jongens en meisjes. De mentale gezondheid van meisjes is veel sneller achteruitgegaan dan die van jongens. Er zijn daarvoor ook verschillende aanpakken nodig, omdat de oorzaken ook verschillen. Je ziet dat in programma´s met meisjes andere dingen helpen. Dit komt niet duidelijk terug in het voorstel van de heer Von Gerhardt. Waarom niet?

30

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Het lid VON GERHARDT kent het genoemde onderzoek, maar heeft de laatste versie daarvan nog niet gelezen. Je moet je beseffen dat de huidige tijd anders is dan dertig jaar geleden. Dat komt ook door de snelheid waarmee het nieuws en ontwikkelingen gaan. Dat kan een bijdrage leveren aan de stress en druk die jongeren ervaren. Het internet met sociale media levert daaraan een bijdrage. Het verschil tussen jongens en meisjes heeft hij niet betrokken in zijn voorstel. Daarin heeft hij algemene lijnen trachten te benoemen die belangrijk zijn om op in te zetten. Bij de uitwerking zal je echter moeten kijken met wie je te maken hebt, dus jongens, meisjes, jongeren, of iemand met een eventuele migratieachtergrond. Andere culturen kijken op andere manieren naar welzijn. Daarvoor moet je sensitief zijn. Als je er geen rekening mee houdt, bereik je de doelgroep niet op de juiste manier. Het lid WEHKAMP vraagt of de heer Von Gerhardt bereid is zijn voorstel daarop aan te passen voordat het in de raad komt. Wil hij dit toevoegen aan zijn voorstel? Het lid VON GERHARDT is daartoe bereid. Graag kijkt hij samen met mevrouw Wehkamp waar dit het beste ingepast kan worden. Het is inderdaad goed de verschillen tussen de doelgroepen te benoemen. Het lid DE JONG vraagt de heer Von Gerhardt te reageren op de bestuurlijke reactie.

Het lid VON GERHARDT kondigt aan dat hij in zijn termijn aan de wethouder een aantal punten zal noemen waarbij hij nog vraagtekens zet. Hij kan goed volgen dat je niet eerst een eigen onderzoek moet doen als er landelijk al onderzoek wordt gedaan. Toch kan gekeken worden of er extra dingen nodig zijn om de specifieke Amsterdamse situatie te begrijpen. Het lid VAN LAAKE dankt de heer Von Gerhardt voor het delen van zijn verhaal. Dat laat zien hoe belangrijk het is om hierover vandaag te spreken. Het voorstel richt zich specifiek op jongeren. Het gaat ook over onderwijs. Het lijkt haar niet verkeerd daarbij dan ook aandacht te geven aan de nog jongere doelgroep. Onlangs werd een rapport gepubliceerd door het Nederlands Jeugd Instituut. Men verzamelde best practices op het gebied van mentale gezondheid. In het rapport staat dat in landen zoals Finland en Schotland al op de basisschool aandacht wordt gegeven aan mentale weerbaarheid. Wat vindt de VVD daarvan? Kan dat misschien nog een plaats krijgen in het voorstel? Het lid VON GERHARDT vindt dat een goed punt; je kunt niet vroeg genoeg beginnen. Hij heeft in zijn voorstel gekozen voor middelbare school en studenten, maar de lessen over mentaal welzijn kunnen ook al op de basisschool grote invloed hebben. Als de rest van de raad akkoord gaat, kan het voorstel in die zin aangepast worden.

Er kan gekeken worden of er klassen op de basisschool zijn waar je kunt beginnen. Dat zou dan wel op een andere manier moeten gebeuren dan op de middelbare school. Eerste termijn Het lid VON GERHARDT vraagt de wethouder naar een onderzoek naar ervaren druk onder studenten en naar de belangrijkste stressoren. Hij begrijpt dat het college wil wachten op het landelijk onderzoek, maar is de wethouder bereid om te kijken hoe dat onderzoek past in de Amsterdamse situatie? Misschien kan er een klein vervolgonderzoek gedaan worden om te kijken hoe het passend gemaakt kan worden voor Amsterdam, en welke maatregelen specifiek in Amsterdam genomen moeten worden om deze stressoren op te lossen. De wethouder heeft gevraagd om punt 5 te veranderen. Het is voorstelbaar om het op deze manier te doen. Het is belangrijk om ouders mee te nemen, omdat die het gedrag van hun kinderen herkennen. Als je de ouders meeneemt, weten ze waarop ze moeten letten.

31

Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding

OZA

Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023

Het is goed dat stappen gezet worden in de samenwerking tussen OKT, buurtteams en Amsterdamse scholen. Ook goed is het dat elke school een IB’er, pozorgcoördinator heeft. Wel zie je dat juist op scholen waar de druk hoger is dit aspect vaak naar de achtergrond verdwijnt. Het lesgeven staat dan op de eerste plaats, en er is dan geen tijd meer voor randzaken. Hij vraagt hoe je ervoor kan zorgen dat je dit niet verwaarloost op scholen waar het het hardst nodig is. Hij denkt daarbij dus aan de samenwerking met OKT en buurtteams, en de aanwezigheid van een zorgcoördinator op school. Het is goed dat er samengewerkt wordt met de opleidingspsychologen. De wethouder noemt daarbij vooral de mbo-studenten. Hijzelf heeft in zijn depressie eerst met de opleidingspsycholoog van de universiteit gepraat. Dat kwam niet verder. Daarna moet je opnieuw naar de dokter, weer een psycholoog gaan zoeken en dat traject in. Dat maakt het frustrerend, omdat je al de eerste stappen had gezet. Hij vraagt hoe je hogescholen en universiteiten hierbij beter kan betrekken, ook om wat druk van de ggz te halen. Je moet zorgen dat het zo gestroomlijnd mogelijk gaat. Ook bij nazorg benoemt de wethouder het vo en het mbo. Het is inderdaad goed dat je als je herstelt weer op gang wordt geholpen om je opleiding weer op te pakken. Maar hbo en wo worden niet genoemd.

In zijn eigen vriendenkring merkte hij dat heel wat mensen moeite hebben om in een dergelijke situatie hun studie weer op te pakken. Ze stoppen dan, hoewel ze door zouden willen gaan maar niet weten hoe te beginnen. In Rotterdam bestaat het programma Koplopers, waar ook hbo’s en de universiteiten betrokken zijn. Er wordt dan gekeken hoe je mensen die dit soort problemen hebben gehad weer naar het onderwijs kan helpen, of naar een baan. Hij vraagt of er samen met de instellingen niet meer gedaan kan worden om ervoor te zorgen dat je na je herstel weer met een goede start aan de slag kan. Het lid WEHKAMP herinnert zich het voorstel om een beurs te geven aan studenten die studenten helpen. De reacties in het veld daarop zijn echter twijfelend. Zoiets kan heftig zijn om te doen. Er zijn al best wat begeleiders hierin die een goede achtergrond hebben en getraind zijn. Hoe reflecteert de heer Von Gerhardt daarop? Het lid VON GERHARDT antwoordt dat er al studenten zijn die dit doen, maar zonder dat ze daarvoor een beurs krijgen. Er is dan weinig tijd voor, want ze moeten ook studeren, of werken om een inkomen te krijgen. Het idee van een beurs kwam van de ASVA en de AKvV. De vertrouwenspersonen zouden op die manier wat meer tijd hebben om het werk goed te kunnen doen. Misschien zouden ze daardoor wat minder ander betaald werk hoeven te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12851883/2