Conceptverslag OZA 31.05.2023
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Vergadering Vergaderdatum Verslag vast te stellen op:
Openbare vergadering van de Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding Woensdag 31 mei 2023 van 09.00 tot 21.06 uur in de Willem Kraanzaal Woensdag 21 juni 2023 Voorzitter: het lid Nanninga Portefeuillehouders: wethouder Moorman, wethouder Scholtes Commissiegriffie: N. Bakkali, K. van Klooster Verslaglegging: M. Kuiper (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: de leden Abdi (PvdA), Bilgin (Forum voor Democratie), Boomsma (CDA), Didderen (Partij voor de Dieren), Von Gerhardt (VVD), Haijen (SP), De Jong (JA21), Van Laake (Volt), Molema (JA21), Olivieira (Lijst Kabamba), Van Pijpen (GroenLinks), Runderkamp (PvdA), Van Tilborg (Forum voor Democratie), Yemane (GroenLinks), Wehkamp (D66), Yacoubi (DENK) Afwezige commissieleden: het lid Wijmenga (CDA) Overige aanwezigen: R. Smeets, R. Aronds
ALGEMEEN GEDEELTE
1. a. Opening De VOORZITTER opent de vergadering om 09.00 uur en heet iedereen welkom. Zij stelt vast dat er een quorum is. b. Mededelingen De VOORZITTER doet de volgende mededelingen. Zij heet het nieuwe commissielid Van Tilborg van Forum voor Democratie welkom. Het lid Van Laake van Volt zal eerder deze vergadering verlaten. De volgende vergadering van deze commissie staat in het teken van de jaarrekening en de voorjaarsnota. Gebruikelijk was het in voorgaande jaren om in die vergadering geen andere raadsvoordrachten of andere agendapunten te bespreken. Dit jaar gebeurt dat wel om te voorkomen dat de laatste vergaderingen voor de zomer te overbelast raken. Dat betekent wel dat de vandaag gepiepte TKN-punten al in de volgende vergadering besproken kunnen worden. Ze hoeven dus niet een cyclus over te slaan. Er moet rekening gehouden worden met een avondzitting voor de volgende commissie OZA. Het lid VAN PIJPEN vraagt of zij bedoelt dat de stukken worden gepiept naar de eerstvolgende raad na die commissievergadering. De VOORZITTER bevestigt dat.
Wethouder SCHOLTES doet de volgende mededeling.
1
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Bij de vorige raadsvergadering was een discussie over de deelname van de GGD aan het Health Festival. De GGD heeft die workshop inderdaad gegeven, zij het voor één deelnemer. De betreffende arts was toch blij dat hij de workshop heeft gegeven, die onder andere ging over de relatie tussen klimaatverandering en gezondheid. De GGD wil echt een breed publiek bereiken en doet grote moeite om daarbij ook moeilijk bereikbare groepen te bereiken, ook als die andere opvattingen hebben over gezondheid. Er zal in de toekomst op gelet worden dat deelname aan dit soort festivals niet wordt gebruikt als acceptatie van de bijeenkomst als totaal. Daar waar nodig zal dat ook naar buiten gebracht worden.
Wethouder MOORMAN doet de volgende mededelingen. Zij heeft de commissie op 28 september 2022 een brief gestuurd over de POK-middelen. De omissie die erin geslopen was over de verdeling van de middelen is inmiddels hersteld. Het gaat om een bedrag van 70.000 euro over de jaren 2021-2027. Met de ombudsman zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop het geld wordt uitgekeerd in de komende jaren. Er is een toezegging gedaan aan het lid Boomsma over de inzet van gepensioneerde leraren. De toezegging was dat hierover informatie zou worden opgehaald bij de schoolbesturen. De schoolbesturen geven aan dat zij inderdaad in gesprek zijn met gepensioneerde leraren over de vraag of ze nog inzetbaar willen zijn. Dat is het geval voor 150 docenten/leraren. Er zijn verder geen belemmeringen, behalve dat sommige leraren aan het eind van hun carrière gewoon toe zijn aan hun pensioen. Eerder zijn de onderwijsambities Amsterdam aangeleverd als TKN-stuk. Vanochtend zijn die ondertekend door de kinderopvang, voorscholen, het po, het vo en het mbo. Dit alles ook in aanwezigheid van wethouder Mbarki. c. Vaststellen agenda De VOORZITTER wijst op de heel drukke agenda. Zij zal scherp toezien op de spreektijden, zowel die van de commissieleden als die van de wethouders. De agenda wordt conform vastgesteld. d. Conceptverslag van de vergadering van de raadscommissie OZA d.d.
19 april 2023 Het verslag wordt conform vastgesteld. e. Termijnagenda, per portefeuille Er worden geen opmerkingen gemaakt. f. TKN-lijst De VOORZITTER maakt melding van de volgende verzoeken voor bespreking op de vergadering van 21 juni 2023. De motivatie voor de verzoeken hebben in de dagmail gestaan. TKN-1 op verzoek van de leden Van Pijpen, Hoogtanders en Bons TKN-2 op verzoek van de leden Van Pijpen en Didderen
2
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
TKN-3 op verzoek van de leden Van Pijpen, Hoogtanders en Wehkamp TKN-4 op verzoek van het lid Runderkamp TKN-6 op verzoek van het lid Hoogtanders TKN-8 op verzoek van het lid Wehkamp TKN-9 op verzoek van de leden Yemane, Runderkamp, Wehkamp en Von Gerhardt TKN-10 op verzoek van het lid Yemane
Het lid RUNDERKAMP vraagt excuses omdat hij zijn toelichting niet had aangeleverd via het format. Hij heeft nog enkele vragen bij de wijze waarop de motie is afgedaan. De VOORZITTER constateert dat de commissie met de verzoeken akkoord gaat. g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies Er zijn geen stukken binnengekomen. INHOUDELIJK DEEL 2. a. Opening inhoudelijk gedeelte De VOORZITTER opent het inhoudelijk gedeelte van de vergadering. b. Inspreekmoment publiek Bij agendapunt 6 R. SMEETS spreekt op persoonlijke titel over de uitslag centrale loting en matching 2023. Zijn dochter was het slachtoffer van pesten van de vierde tot de zesde klas op de basisschool. Daarom is zij van school gewisseld. Ze wordt niet langer gepest, maar krijgt geen aansluiting bij vriendinnengroepen, want die zijn al gevormd. Zij lijdt aan een lichte vorm van autisme en heeft ook andere lichamelijke uitdagingen. Zijn dochter keek uit naar een nieuw begin, een nieuwe school waar ze met plezier naartoe kon gaan. Zij heeft serieus gekeken naar veertien scholen en een welbewuste keuze gemaakt bij het bepalen van haar volgorde. Met lotnummer 7396 was ze echter kansloos. Hij heeft een aantal klachten en vragen en zou het op prijs stellen als de politiek die aanhangig maakt bij het OSVO.
Als de doelstelling van het OSVO is om ieder kind in zijn top drie te plaatsen, moet het onacceptabel zijn als kinderen zo’n lage plek krijgen toegewezen. Er wordt gesproken van een groep van 27 gedupeerde kinderen, maar het zijn er in werkelijkheid ongeveer 120. Dat komt doordat er een worst voorgehouden wordt. Er moet een keuze gemaakt worden tussen verschillende scholen en daarbinnen verschillende profielen, onderwijsmethoden en/of locaties, waarbij later de scholen met dezelfde naam op een hoop gegooid worden. Zo komt zijn kind op een school van haar tiende keuze, maar volgens de redenering van het OSVO op haar zevende keuze. Er wordt nergens gewezen op de consequentie voor de uiteindelijke schoolpositie als je scholen met dezelfde naam, maar verschillend profiel, onderwijsmethode of locatie opgeeft, en wat voor invloed het heeft of je wel of niet in aanmerking komt voor de resterende 4-procentsregeling, de zogenaamde ‘staartverbetering’. Wat is er eerlijk aan als scholen ten gevolge van de 4-procentsregeling stoeltjes hebben moeten bijplaatsen, maar dit eerst mogen afbouwen bij afvallers zonder dat ze het hoeven aan te vullen met kinderen met een slecht lotingsnummer? Hoe kan het dat je met een dergelijk lotingsnummer en geen staartverbetering op zo’n slechte plaats op de reservelijst komt?
3
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Het argument is dat er kinderen zijn met een nog slechter lotingsnummer. Maar er zitten ook kinderen bij die weliswaar niet op hun eerste, maar wel op hun tweede, derde of vierde keuze terecht zijn gekomen. Ze hebben al een plaats uit hun top vier, maar krijgen wel eerder de mogelijkheid om door te schuiven naar hun eerste keus. Het stoort dat er in de publieke berichtgeving met bijna trots melding wordt gemaakt dat plaatsingen dit jaar beter zijn verlopen dan vorig jaar. Dat is niet vreemd, want er hoefden minder kinderen dan vorig jaar geplaatst worden. Je mag niet trots zijn als er nog steeds kinderen buiten vallen en de doelstelling wederom niet gehaald is. Het OSVO spreekt over winnaars en verliezers, alsof het een wedstrijd is waarbij je invloed hebt op de uitslag. Ieder kind verdient het om met plezier aan een nieuwe fase te beginnen, die van belang is voor de persoonlijke ontwikkeling. Het is niet acceptabel als kinderen zover van hun top drie geplaatst worden. Als je keer op keer je doelstelling niet haalt, moet je die wellicht veranderen in een wél 100% realiseerbare doelstelling. Je moet waarmaken wat je doel is. Kinderen zijn geen statistiek, maar individuen met allemaal een eigen identiteit. Ze mogen niet vermangeld worden in een systeem van onvolmaaktheden. Het lid BOOMSMA vraagt hoe het zit met het kind van de inspreker.
Op welke school is zij terechtgekomen? En waarom schiet dat tekort? R. SMEETS antwoordt dat zijn dochter op de tiende keuze terecht is gekomen. Dat is een plaats die zij absoluut niet ambieert. Zij heeft serieus naar de scholen gekeken, maar je kunt niet verwachten dat je veertien scholen op de lijst hebt waar je allemaal met evenveel plezier naartoe gaat. Het lid VON GERHARDT vraagt een toelichting op het verschil tussen de zevende voorkeursplek van OSVO en de tiende volgens de inspreker. Hoe zit dat? R. SMEETS licht toe dat er scholen zijn met verschillende profielen. Metis Montessori is niet het Montessori Lyceum. Spinoza20First is niet het Spinoza Lyceum. Het zijn scholen met dezelfde naam, maar op een andere locatie. Tweetalig onderwijs is anders dan gewoon onderwijs. Als je al die scholen bij elkaar voegt, moet je ook zeggen dat je maar één schoolnaam mag kiezen. Anders is het een worst voorhouden. Het is een fout in het systeem. Bij agendapunt 9 R. ARONDS spreekt namens SLICKS (Stichting Landelijk Info Centrum Kansspel Spelers) over het instemmen met het initiatiefvoorstel ‘Pak Gokverslaving aan - zorg voor betere preventie en behandeling van gokverslaving in Amsterdam’. SLICKS is een informatiecentrum, collectieve belangenbehartiger en Amsterdams steunpunt over, namens en voor de Nederlandse kansspelspelers.
Van de onlinegokker, de casinobezoeker, tot iedereen die wel eens een lot koopt. Na er eerst voor gezorgd te hebben dat gokproblematiek überhaupt erkend werd in het gemeentelijk gezondheidsbeleid, vragen de raadsleden Van Pijpen en Yemane met dit voorstel die erkenning om te zetten in acties op het gebied van preventie, signalering en behandeling van gokproblematiek. En dat is hard nodig. Door de reclamegolf die sinds de legalisering van online gokken in oktober 2021 over de Amsterdammers spoelt, hebben de meesten het adres van een goksite waarschijnlijk sneller paraat dan het telefoonnummer van hun moeder. Onderweg van zijn huis in Amsterdam-West naar de Stopera, een fietstocht van een kwartiertje, telt hij ongeveer vijftien gokreclames, dat is één per minuut. Omdat het bij gokken vaak een tijd duurt voor een verslaving zich ontwikkelt en aan het licht komt, gemiddeld zo’n vijf jaar, zal het nog even duren voor er zicht komt op de gevolgen van de legalisering. Het feit dat de onlinegoksector zijn reclameoffensief begon op een moment dat Amsterdammers door de coronalockdowns en volgens GGD-onderzoek eenzamer, angstiger en depressiever waren dan ooit, vooral de jeugd, kan een versterkend effect hebben. Een kwetsbare bevolking, alom tegenwoordige gokreclames, negentien fysieke
4
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
speelhallen en twee Holland Casino’s, waarvan één 24/7 open is, creëren een gevaarlijke context voor de ontwikkeling van gokproblematiek. De urgentie van deze situatie staat haaks op de reactie van het college, dat dit voorstel beschouwt als een uitnodiging om de huidige koers met wat kleine aanpassingen voort te zetten. Het is belangrijk te onderstrepen dat gokverslaving als problematiek een fundamenteel andere aanpak nodig heeft dan bijvoorbeeld drugsverslaving. Daarom kan men zich niet beperken tot algemene maatregelen. Specifieke voorlichting, preventie en behandeling van gokverslaving vereisen de volledige aandacht. Dat betekent niet slechts een kleine aanpassing van het bestaande beleid, maar het uitbreiden en versterken ervan op het gebied van voorlichting op scholen, en in de bredere samenleving. Ervaringsdeskundigen kunnen een realistisch beeld van gokverslaving schetsen op een manier die algemene voorlichting niet kan bereiken. Gokverslaving is geen abstract concept. Het is een levensvernietigend probleem dat families uiteen drijft, mensen in armoede duwt en in het uiterste geval tot zelfmoord drijft. Als beleid zich geen rekenschap geeft van de huidige situatie, gok je met de volksgezondheid.
Hij roept het college op om dit initiatiefvoorstel te beschouwen als een oproep tot actie en om specifieke doelgerichte maatregelen te nemen om de groeiende problemen rondom gokverslaving aan te pakken. Hij dankt mevrouw Van Pijpen en mevrouw Yemane voor hun inzet op dit onderwerp. Het lid VAN PIJPEN vraagt wat de heer Aronds vanuit SLICKS ervaart van de activiteiten door de GGD op het gebied van preventie van gokverslaving. R. ARONDS antwoordt dat het contact met de GGD begon in 2018, toen in juni het nieuwe Holland Casino geopend werd, en dat in een buurt van lage sociaaleconomische status. Hij vond dat verschrikkelijk en vroeg of er geen extra verslavingspreventiebeleid op was gemaakt. Er kwam niet echt antwoord. Daarna heeft hij niet zoveel gemerkt van preventiemaatregelen die genomen waren. Hij heeft gesproken met Openbare Orde en Veiligheid van de gemeente. Bij verslavingspreventie gaat het vooral om die kant van de zaak, dus Openbare Orde en Veiligheid, terwijl gokverslaving vooral preventie nodig heeft. Het aantal mensen dat behandeling zoekt is van 7000 mensen in 2005 die jaarlijks in behandeling gingen, naar beneden gegaan naar nu ongeveer 2000 mensen per jaar die therapie zoeken. Het aantal mensen dat last heeft van een gokverslaving is gestegen van naar schatting 20.000 naar 80.000 gokverslaafden. Die grafieken lopen dus uiteen.
Het is jammer dat daarvoor geen aandacht is. c. Actualiteiten Er zijn geen actualiteiten ingebracht. d. Rondvraag Het lid WEHKAMP memoreert De Staat van de Stad die door de burgemeester vorige week werd uitgesproken. Daarin deed zij een noodoproep aan bedrijven om te helpen de armoede in de stad tegen te gaan. Zij had het over een Nieuw Amsterdams Verbond dat zij wilde oprichten. Zij vraagt of de raad daarover geïnformeerd kan worden, bijvoorbeeld via een brief. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het college heel veel bezig is in samenwerking met het bedrijfsleven. Het wil alle krachten in de stad bundelen, zeker rondom het thema ‘armoede’ is dat heel belangrijk. Daarnaar heeft de burgemeester in haar speech verwezen. Het is dus niet een heel nieuw plan. Het lid WEHKAMP hoorde de burgemeester over de oprichting van een Nieuw Amsterdams Verbond. Dat klonk toch nieuw.
5
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Wethouder MOORMAN antwoordt dat de burgemeester richting de zaal sprak, waar veel mensen zitten die een dergelijke bijdrage kunnen leveren. De burgemeester is veel actief in de stad om ervoor te zorgen dat dat verbond voortdurend wordt gemaakt, vernieuwd en versterkt. Het is niet zo dat de burgemeester met een nieuw beleidsplan kwam. Het lid WEHKAMP komt terug op het nieuws dat scholen in Amsterdam hun deuren sloten na bedreiging. De gemeente heeft samen met de Driehoek besloten om de scholen toch open te houden. Op basis waarvan is dat besloten? Wat doet dit met de veiligheid en het veiligheidsgevoel van leerlingen, leraren en ouders? Denkt de wethouder dat het openhouden van scholen leraren kan afschrikken om in Amsterdam te werken? Zijn er nog scholen gesloten? En zijn er nieuwe meldingen gedaan? Wethouder MOORMAN antwoordt dat de schrik groot was. Een aantal weken geleden waren er al bedreigingen geweest aan een basisschool in Zuidoost. Je zag dit ook elders in het land gebeuren. Eerder in de week kwamen de bedreigingen aan Spinoza20First, waarvoor snel een veertienjarige verdachte is opgepakt. En toen kwam het in een stroomversnelling; ineens waren er meer dan twintig meldingen. De Driehoek is daarop ’s avonds bij elkaar gekomen. Besloten werd om het gesprek de volgende dag voort te zetten met de schoolbesturen, het samenwerkingsverband, het OSVO en BBO.
Daarbij moest het gaan over wat de scholen nodig hebben. Die bleken veel behoefte te hebben aan een gezamenlijk statement. Het was niet de Driehoek die de scholen openhield, zoals mevrouw Wehkamp stelde in haar vraag. Dat besluiten de scholen uiteindelijk zelf. De scholen worstelden er individueel wel mee. De ene school wilde dicht, de ander besloot juist open te blijven. Dat laatste ook omdat de politie aangaf dat de bedreigingen hoogstwaarschijnlijk berustten op kopieergedrag. De scholen hadden behoefte een gezamenlijke lijn te trekken, ook op basis van de aanwezig informatie van de politie. Dit doet natuurlijk iets met schoolteams, ouders en leerlingen. De scholen zeiden echter het heel prettig te vinden open te gaan, ook omdat ze het schoolproces niet in gevaar wilden brengen. Ze wilden eindexamenleerlingen niet benadelen. Ook wilden ze het gesprek met de leerlingen voeren over de impact. De consequenties hiervan zijn groot, soms ook voor degenen die, soms ondoordacht, tot dit soort acties overgaan. Het is goed als er binnen het schoolverband over gesproken wordt. Het lid WEHKAMP vraagt wat het gedaan heeft met leraren. Wethouder MOORMAN antwoordt dat de leraren graag met hun leerlingen hierover in gesprek wilden gaan. Natuurlijk heeft zoiets effect, en op iedereen weer anders. Er valt niet te generaliseren.
Over het algemeen gaven de schoolteams aan dat zij graag wilden dat de scholen openbleven. Het lid ABDI dankt de schoolbesturen en de wethouder voor hun optreden. Het is goed te benadrukken dat er geen sprake was van een reële bedreiging. Dat wil echter niet zeggen dat je niet waakzaam en alert moet zijn. Zij vraagt hoe je dit soort onlinebedreigingen kunt voorkomen. Wethouder MOORMAN antwoordt mevrouw Wehkamp nog dat er momenteel geen scholen dicht zijn. Er zijn sinds vrijdag ook geen bedreigingen bijgekomen. Dit alles gaat via social media, vanachter een computer, misschien ook wel snel en ondoordacht. De consequenties zijn groot voor de leerlingen en de schoolteams, maar ook voor degenen die dit soort dingen doen. Er is dus een veertienjarige jongen opgepakt voor het bedreigen van Spinoza20First. Zij heeft zich afgevraagd of die jongen zich heeft gerealiseerd wat de consequenties zijn voor de rest van zijn leven. Die zijn er. Hij zal voor de rechter worden gebracht om volgens het jeugdstrafrecht berecht te worden. De rechter gaat over de strafmaat, maar dit is niet iets lichts.
6
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
De aandacht die dit trok, brengt het risico mee van kopieergedrag. Zij was onder de indruk van alle schoolteams en leraren die dit direct hebben opgepakt binnen de scholen en gesprekken hebben gevoerd. Leerlingen die het wel stoer vonden, werd uitgelegd dat dit absoluut niet stoer is. Sommige leerlingen vonden het eng, waarover dan verder gesproken werd. Ook werd gesproken over de wijze waarop leerlingen elkaar hierop aanspreken, dus dat dit echt heel ongewenst gedrag is. Het lid WEHKAMP vraagt of er scholen in weerwil van het advies te sluiten toch open zijn gegaan. Wethouder MOORMAN antwoordt dat alle scholen open zijn. Er is geen advies van sluiten geweest. Het lid YACOUBI is de afgelopen periode herhaaldelijk benaderd door de organisatie Stichting Together We Rise, ook bekend als The safe space club. Dat is een unieke organisatie die zich bezighoudt met preventie van seksuele intimidatie en seksueel geweld. Helaas wordt ze echter wat betreft de financiering aan het lijntje gehouden. Ondertussen wordt men overvraagd door verschillende netwerkpartners en ambtenaren. Hij vraagt wat de status ervan is. Wat gebeurt er met deze organisatie? Wethouder SCHOLTES antwoordt dat hij met de burgemeester zal onderzoeken of en op welke manier deze activiteiten het beste kunnen worden ondersteund. Hij komt er in deze commissie nog op terug.
Het lid YACOUBI vraagt op welke termijn de wethouder erop terugkomt. Wethouder SCHOLTES kan dat nog niet zeggen. Hij probeert het snel te doen. Het lid VAN PIJPEN merkt op dat zij voor de volgende vergadering het jaarverslag van het Centrum Seksueel Geweld en Veilig Thuis geagendeerd. Haar bedoeling was dan ook op dit punt te komen. Zij vraagt de wethouder dat mee te nemen. Wethouder SCHOLTES zal dat meenemen, maar er zijn ook reguliere beoordelingstrajecten. Hij moet het bespreken en weet dus niet of hij dan met een compleet antwoord kan komen. Hij zal zijn best doen. Het lid OLIVIEIRA heeft een vraag over het vertrek van Saundra Williams als directeur van het Masterplan Zuidoost. In een brief van de stadsdeelcommissie Zuidoost staat dat men er veel belang aan hecht dat de vervanger van Saundra Williams uit de community komt en binding heeft met stadsdeel Zuidoost. Hoe ziet de wethouder dat? Hoe zorgt zij ervoor dat de stadsdeelcommissie betrokken wordt in het proces van opvolging? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij heel dankbaar is voor de 2,5 jaar die Saundra Williams heeft gegeven voor dit Masterplan. Op dit moment is op twintig plekken in het land een Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid in ontwikkeling. De manier waarop het betrekken van de community in de afgelopen 2,5 jaar heeft plaatsgevonden is een voorbeeld voor andere plekken.
Zo wordt dat ook elders gezien. Saundra was daarbij absoluut de grote voorganger. Er is veel respect voor de keuze die zij gemaakt heeft. Nu is het zaak om alles wat zij heeft neergezet in het werken met de community te borgen. Samen met de community moet ervoor gezorgd worden dat het blijft. De stadsdeelcommissie heeft een plek in de alliantie. De alliantie van gemeente, stadsdeelcommissie en de partners vanuit onderwijs en bedrijfsleven zijn degenen die sturing geven op het Masterplan. De borging zit dus eigenlijk al in de alliantie. Het lid OLIVIEIRA vraagt of wethouder Moorman als coördinerend wethouder eindverantwoordelijkheid draagt.
7
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij coördinerend is op de gemeentelijke inzet. Maar het unieke van het Masterplan is dat de alliantie, bestaande uit alle verschillende partners, sturing geeft op de Masterplanorganisatie. Zij is dus coördinerend wethouder op de gemeentelijke inzet, maar daarmee ook onderdeel van de alliantie. Het lid RUNDERKAMP vestigt de aandacht op De Werf, een locatie van Cordaan in Amsterdam-Noord waar zorg wordt gegeven aan Amsterdammers met een zware verstandelijke beperking. Dat is een mooie locatie waar goede zorg wordt geboden. De inspectie heeft echter aangegeven dat de huisvesting niet meer van deze tijd is en dient te worden gerenoveerd. Dat gaat de komende tijd gebeuren. Cordaan is op zoek naar een nieuwe locatie binnen en buiten Amsterdam voor de 57 mensen die er gehuisvest zijn. In de tussentijd heeft Cordaan een plan ingediend voor wat men met die locatie zou willen doen. De gemeente kijkt wat er op die locatie gaat gebeuren. Hij vraagt hoe het staat met de gebiedsplannen voor de locatie waar De Werf momenteel is gevestigd, en wanneer er duidelijkheid komt over de toekomst van die locatie. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat Cordaan het gebied in erfpacht heeft tot 2041. De bebouwing en de ruimtelijke opzet zijn sterk verouderd en de inspectie heeft aangegeven dat er echt iets moet gebeuren, ook in verband met de kwaliteit van de zorg.
De inspectie heeft gevraagd om tot een betere huisvesting te komen. Cordaan heeft inderdaad een nieuw plan gemaakt, maar dat is nog niet gedetailleerd met de gemeente en de buurt besproken. Het ligt ter beoordeling bij de relevante diensten van de gemeente, namelijk R&D en Grond en Ontwikkeling. Cordaan wil het flink gaan verdichten om er een woonomgeving te creëren voor volwassenen en kinderen, eventueel met hun ouders, die ondersteuningsbehoefte hebben. Het moet een mix worden met reguliere woningen, maar bijvoorbeeld ook kangoeroewoningen voor gezinnen met kinderen met een hulpbehoefte. Om dat plan te realiseren is er een bestemmingswijziging nodig, net als een wijziging van het erfpachtcontract. Dat ligt nog voor ter beoordeling. In het huidige plan komen geen bewoners voor met een complexe hulpvraag. Dat komt omdat deze omgeving eigenlijk niet meer geschikt is voor mensen met deze hulpvraag. Ze levert ook teveel prikkels op. Ook de kleine behuizing levert nu al problemen op voor deze groep. Zij hebben baat bij meer rust en ruimte, dus zal naar een alternatieve locatie moeten worden gezocht. Het gaat naar verwachting nog wel twee of drie jaar duren, voor eventueel gesloopt en gebouwd gaat worden. De realisatie van de nieuwe plannen wordt niet eerder verwacht dan 2031.
Voor die tijd zullen ook de bewoners met een zeer complexe hulpvraag naar een passende plek moeten verhuizen. Het is nog niet duidelijk waar ze naartoe gaan. Hij zal vinger aan de pols houden. Het lid RUNDERKAMP vraagt of die nieuwe plek voor mensen met een zeer zware verstandelijke beperking binnen Amsterdam zal zijn. Cordaan is een van de laatste locaties waar voor deze doelgroep zorg geboden kan worden binnen de gemeente. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat daarover nog geen duidelijkheid is. Er wordt eerst gekeken naar wat deze groep qua omgeving echt nodig heeft. Die omgeving zal rustig moeten zijn. De nieuwe locatie wordt gezocht in samenspraak met de betrokkenen en de familie. Of het in Amsterdam kan, is nog onbekend. Wat hem betreft kan het, ook in verband met de familie, niet heel ver weg van Amsterdam zijn. Hij zal vinger aan de pols houden. BESPREEKPUNTEN Onderwijs 3. Vaststellen Beleidsbrief voortzetting Brede Brugklas Bonus 2023-2027 en vaststellen de wijziging van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid
8
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Amsterdam 2019: Voorziening Brede Brugklas Bonus 2023-2027 (VN2023013088) De VOORZITTER licht toe dat het hierbij om een raadsvoordracht gaat. Het lid RUNDERKAMP merkt op dat het selectiemoment voor het voortgezet onderwijs plaatsvindt in groep acht. Voor veel leerlingen komt dit te vroeg, want leerlingen van die leeftijd zijn nog volop in ontwikkeling en het ene kind heeft wat meer tijd nodig dan het andere. Daarom is zijn fractie voorstander van een brede brugklas waar leerlingen de tijd hebben om zichzelf en hun talenten te ontwikkelen. Op een later moment kan dan bekeken worden welk type onderwijs het beste bij hen past. De PvdA-fractie is dan ook enthousiast om de Brede Brugklas Bonus te verlengen. In de brief van de wethouder staat dat er een monitoring van de situatie komt in Q4 van dit jaar. Hij vraagt of dit dan het geëigende moment is om die verordening vast te stellen voor de komende vier jaar. Het lid VON GERHARDT heeft de indruk dat niet elk kind gebaat is bij een brede brugklas. Voor sommige kinderen is het beter als de keuze wel eerder wordt gemaakt. Daarom maakt zijn fractie zich zorgen. Op deze manier krijgt de ene school wel extra geld om iets te kunnen realiseren, terwijl andere scholen, die het misschien ook nodig hebben, het niet krijgen.
Waarom maakt de wethouder deze keuzes, voor bijvoorbeeld alleen brede brugklassen met drie niveaus? In de vorige periode stelde de heer Boomsma met mevrouw Martin voor om het misschien met twee niveaus te doen. Dat lijkt een goed idee, omdat op die manier een bredere spreiding wordt gemaakt voor types onderwijs die kinderen nodig kunnen hebben. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Is het een idee om niet alleen brede brugklassen voor drie, maar ook voor twee jaar toe te passen? Je kunt dan kijken wat het beste bij een kind past. En is het verstandig deze verordening nu vast te stellen, in plaats van de evaluatie af te wachten? Het lid HAIJEN steunt het beleid van de brede brugklassen. Dit is een goed instrument om de vroege selectie in het Nederlandse onderwijs wat uit te stellen, zodat kinderen zich in hun eigen tempo goed kunnen ontwikkelen. Ook is het een middel om segregatie in het onderwijs tegen te gaan, want leerlingen van verschillende achtergronden en niveaus komen elkaar dan tegen op school. Hijzelf maakt zich zorgen dat je tegenwoordig ook categorale havo hebt in de stad, en in het algemeen steeds meer categorale scholen waar die ontmoeting tussen verschillende achtergronden niet plaatsvindt. Het vraagt nogal veel van docenten en leerkrachten, qua differentiatievaardigheden en lesgeven, om aan drie verschillende niveaus les te geven.
Het kan wel, zoals blijkt op de OSB in Zuidoost. Hij vraagt of er voor scholen die de brede brugklas willen beginnen onderlinge uitwisseling van leerkrachten mogelijk is, voor het geval die daar behoefte aan hebben. Je mag namelijk niet uit het oog verliezen dat de brede brugklas veel vraagt van leerkrachten. Het lid WEHKAMP is ook blij met de brede brugklas. Zij sluit zich aan bij de vraag van de PvdA over de evaluatie. En welke lessen zijn uit eerdere evaluaties geleerd? Zijn die meegenomen in het nieuwe instrument? Waarom is er voor dit moment gekozen? Zij bezocht de OSB in Zuidoost en kreeg een positieve indruk. Maximaal zeven scholen kunnen in de komende vier jaar in aanmerking komen voor de Brede Brugklas Bonus. Zijn er meer scholen die dat willen? Hoe maakt men de keuze? Is er een commissie die dat beoordeelt, en zitten daarin ook leraren? Het lid YEMANE is blij dat zowel de brede brugklas als de familieschool als aparte hoofdstukken worden benoemd in het programma kansengelijkheid in het primaire onderwijs. Het is ook in lijn met wat de Onderwijsraad adviseert, namelijk later selecteren en beter differentiëren. Onderzoek wijst uit dat een vroege selectie zorgt voor meer ongelijkheid. Kinderen van hoogopgeleide ouders stromen hoger in en krijgen meer
9
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
kansen dan kinderen van ouders die praktisch zijn opgeleid. Ook draagt het soms bij aan onderadvisering. Ook zij sluit zich aan bij de vraag over de evaluatie. Verder wil ze weten in welke stadsdelen de brede brugklassen nu actief zijn. Is er aandacht voor huiswerkbegeleiding tijdens de brede brugklas, zodat een kind de juiste ondersteuning kan krijgen? Worden de ISK’s en speciaal onderwijs meegenomen? Is er een bepaalde vorm voor nieuwkomersonderwijs? Maximaal zeven scholen komen in de komende vier jaar in aanmerking voor een Brede Brugklas Bonus. Hoe hanteert men hierbij het ‘ongelijk investeren’? Scholen die minder kampen met tekorten hebben wellicht meer ruimte om deze subsidie aan te vragen. Hoe stuurt het college hierop? De VOORZITTER schorst de vergadering voor enkele ogenblikken. Het lid BOOMSMA constateert dat er veel enthousiasme bij commissie en wethouder is voor de Brede Brugklas Bonus. Ook hij vindt dat eigenlijk eerst de resultaten moeten worden besproken, maar als die pas eind dit jaar komen, is het te laat voor de volgende jaren. Hij zou het volgende keer dus anders willen doen, ook bij de familiescholen. Hij vraagt hoe het zit met de resultaten voor individuele scholen, qua open afstroom binnen de school. Er zijn veel risico’s en nadelen van een brede brugklas, en de problemen in het onderwijs zijn al gigantisch.
Veel kinderen kunnen niet goed lezen en schrijven, en er is een enorm lerarentekort. Differentiatie in de klas is ongelofelijk moeilijk en gaat ten koste van het klassikale element. Het risico is een lager niveau. Misschien werkt dit voor een paar scholen, dus is het prima om die proef te doen. Het moet wel beperkt blijven. Hij vraagt hoe groot de groep kinderen is die gebaat is bij zo’n brede school. Of denkt de wethouder dat dit overal in het voortgezet onderwijs moet worden ingevoerd? Het probleem van de laatbloeiers zou je op kunnen lossen door het gemakkelijker te maken van school te wisselen. Schoolwisselingen zijn problematisch voor scholen met maar één niveau, maar er is daar ook minder afstroom. Hij vraagt dat te onderzoeken en overweegt zelf met een motie te komen. Het lid HAIJEN vraagt of de heer Boomsma het met hem eens is dat het prettig is voor leerlingen op een brede school dat ze op of af kunnen stromen binnen de eigen school. Dan hoeven ze niet van school te wisselen. Het lid BOOMSMA wijst erop dat categorale scholen ook veel voordelen hebben. Je ziet dat daar minder afstroom is. Het is goed om verschillende typen scholen te hebben. Als laatbloeien komt door een taalachterstand, dan moet je die aanpakken in plaats van vroegbloeiers te benadelen. Meer bereik je door extra te investeren in zomerscholen.
Er zijn heel wat leraren die zich daar graag voor in willen zetten en de schoolgebouwen zijn dan beschikbaar. Daar zou meer werk van gemaakt moeten worden. Het onderwijsniveau daalt, zegt men, maar tegelijkertijd zegt men dat kinderen veel stress hebben. Onderwijs zonder stress kan alleen als je de lat heel laag legt. Juist laatbloeiers die op een hoger niveau moeten komen, moeten aan de bak. Het is belangrijk dat kinderen leren dat hard werken weliswaar stress oplevert, maar ook voldoening als ze vervolgens iets presteren. Je moet de stress productief maken. Het is zorgelijk dat de wethouder de lat minder hoog wil leggen vanwege de grote stress. Hij doet de suggestie in plaats daarvan te kijken naar een pilot met een telefoonverbod. Misschien komt hij daarvoor ook met een motie. Het lid HAIJEN vraagt hoe je ‘vroegbloeiers’ zou benadelen. Die kunnen uiteindelijk ook bij een brede school op het gymnasium terechtkomen. Het lid BOOMSMA antwoordt dat je ze benadeelt doordat er op deze manier minder tijd is voor het niveau dat zij cognitief al hebben behaald.
10
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Het lid WEHKAMP brengt onderzoek onder de aandacht van UNICEF naar schooldruk en schoolstress. Die bleken inderdaad een belangrijke factor te zijn. Mobiele telefoons spelen absoluut geen rol, kwam ook uit het onderzoek naar voren. Het lid BOOMSMA antwoordt dat het een heel complexe vraag is. Er is heel veel te zeggen voor een telefoonverbod op scholen, want veel ander onderzoek laat zien dat dit juist wel goed werkt. Hij beveelt daarom een pilot aan. Het lid DIDDEREN vindt het een goed idee om leerlingen meer tijd te geven voordat ze een keuze moeten maken over het opleidingsniveau. Veel leerlingen zullen hier baat bij hebben. Zij vraagt hoe leraren reflecteren op de brede brugklas. En hoe waarborg je dat er geen extra druk op de docenten komt te liggen? Wethouder MOORMAN snapt de vragen over de timing van de monitoring. Het zou fijn zijn als er nu al een duidelijke uitkomst lag die gebruikt kon worden. Tegelijkertijd wordt er permanent gemonitord. Amsterdam is ook niet de enige. Zij verwijst naar het goede rapport van de Onderwijsraad. Er is ook brede steun in het scholenveld. De VOraad heeft het omarmd. Er is veel onderzoek geweest naar het psychologische en mentale welzijn van leerlingen en naar de invloed van prestatiedruk op leerlingen. Er is veel internationaal onderzoek gedaan naar vroegselectie. Er is dus veel bekend.
De ervaringen met scholen die nu de brede brugklas leren dat continuïteit en stabiliteit heel belangrijk zijn. Er moet langetermijninzicht bestaan op de financiën om het goed in te kunnen richten. De Onderwijsraad zegt niet voor niets: later selecteren en beter differentiëren. Dat betekent niet dat je daarmee middelmatig onderwijs krijgt. Door beter differentiëren krijgen leerlingen die dat nodig hebben meer uitdaging, en anderen juist meer aandacht. Dat is intensief. Leraren moeten er zo goed mogelijk bij ondersteund worden. Je moet extra personeel aan kunnen nemen ter ondersteuning, wat langjarige subsidies vraagt. De Brede Brugklas Bonus is geen eenjarige subsidie, maar een vierjarige. Het lid VON GERHARDT vindt het goed dat de subsidie langjarig is, vooral omdat het drie jaar duurt. Kinderen die over een paar jaar beginnen met een brede brugklas krijgen wel in 2027 te maken met een situatie waarin de subsidie is afgelopen. Hoe ziet de wethouder dat? Wethouder MOORMAN antwoordt dat zij niet wil regeren over het eigen graf. Wel spreekt zij de hoop uit dat dit altijd zal blijven. Hopelijk laat Amsterdam hiermee zien hoe het landelijk moet. Zij antwoordt de heer Boomsma dat er inderdaad een stelselwijziging moet komen. Er zou later geselecteerd moeten worden. Nederland is internationaal een van de vroegste landen met selectie en dat levert niets op.
Het is niet zo dat heel intelligente kinderen profiteren van de vroege selectie. Integendeel, de Nederlandse onderwijsresultaten zijn dramatisch. Het lid VON GERHARDT wijst erop dat leerlingen in de brede brugklas met een havo/vwo-advies vaker afstromen dan kinderen die op een categorale school zitten. Wethouder MOORMAN antwoordt dat je beide ziet. Zij houdt niet van de termen ‘opstroom’ en ‘afstroom’, want dat geeft een hiërarchie aan. Je ziet dat veel kinderen zich anders ontwikkelen dan gedacht op elfjarige leeftijd. Geen enkel onderzoek bewijst dat elf jaar een goede leeftijd is om te bepalen hoe de rest van je leven eruitziet. Toch is dat wat gebeurt in het Nederlandse onderwijsstelsel. Niet alleen selecteert men hier heel vroeg, maar ook over zeven verschillende categorieën. Het lid VON GERHARDT noemde het woord ‘opstromen’ omdat dit in een reflectie stond die de wethouder ooit stuurde. Je ziet wel degelijk dat bij bredebrugklasscholen meer leerlingen afstromen dan bij categorale scholen. Hoe verklaart de wethouder dat verschil? Is dat niet zorgwekkend, of in ieder geval iets om vraagtekens bij te zetten?
11
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Wethouder MOORMAN antwoordt dat die term afkomstig is van OIS, waarover zij ook gesproken heeft met die instantie. Het is een ingeburgerde term, maar hij geeft duidelijk de hiërarchie aan. Er wordt soms op elfjarige leeftijd een advies gegeven voor havo/vwo. Achteraf kan dat die inschatting verkeerd blijken te zijn. Soms ook blijkt een vmbo-advies later te ‘laag’ te zijn. De conclusie kan dus zijn dat je op elfjarige leeftijd niet kan zeggen hoe het zich ontwikkelt. Het is in die zin riskant om te praten over risico’s, want daarmee maak je er een hiërarchie van. Zij is het eens met de heer Haijen, namelijk dat onderwijs meer is dan een wedstrijd. Het gaat erom dat kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen, en vooral met elkaar. Als het huidige Nederlandse onderwijs fantastische resultaten op zou leveren, heb je een argument om dit systeem vast te houden. Maar dat is niet zo. Nog geen week geleden is gebleken dat het leesniveau van de leerlingen nog verder aan het dalen is. Het zit inmiddels onder het Europees gemiddelde. Dat zet tot denken. Je doet kinderen geen recht door ze al zo vroeg in een hokje te stoppen, en tegelijkertijd levert dat bijzonder weinig op, ook voor de kenniseconomie. Zij antwoordt de heer Von Gerhardt dat de vraag of twee niveaus niet beter is dan drie een goede is. Bij invoering is dit besproken met de scholen.
Het verschil tussen een vmbo-t-advies en een vwo-advies is, ook al lijkt het groot, eigenlijk bijzonder klein in de resultaten. Die differentiatie kost wel wat extra energie van de leraren. Inmiddels zijn er tien scholen in Amsterdam met brede brugklassen, dus het neemt sterk toe. Het college wil juist die scholen daarin zo goed mogelijk ondersteunen. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp dat een van de belangrijkste lessen is dat het langjarig moet gebeuren. Ook internationaal en vanuit andere wetenschap kunnen lessen geleerd worden. In de coronaperiode werd een groot deel van het MPO-geld besteed aan de ondersteuning van brede schoolgemeenschappen en brede brugklassen, omdat er ook lessen waren getrokken over het mentale welzijn. Ook dat mentale welzijn van jongeren verdient hierbij aandacht. Dat staat enorm onder druk. Zij antwoordt mevrouw Wehkamp verder dat uitgegaan wordt van maximaal zeven scholen, maar het kunnen er ook meer zijn. Het is dus niet gemaximeerd. De commissie bestaat uit echte deskundigen, wetenschappers, en ook een schooldirecteur. De leden zijn geselecteerd op hun kennis over het inrichten van brede brugklassen. Zij antwoordt mevrouw Yemane dat dit college zeer veel aandacht geeft aan kansengelijkheid. Dat geldt voor alle leerlingen. Leerlingen met een vluchtelingenverleden zijn hierbij op geen enkele manier uitgesloten.
Er is ook een school met brede brugklas met een ISK. Die kunnen het ook aanvragen. Zij acht het mogelijk dat het college een ander beeld van zaken heeft dan de heer Boomsma. Maar ook buiten Amsterdam, en gelukkig ook in de Tweede Kamer, is inmiddels meer begrip ontstaan voor de nadelen van een heel vroege selectie. Dat geldt niet alleen voor de leerlingen die een advies hebben gekregen dat niet past bij hun cognitieve vermogens, maar ook voor leerlingen die misschien cognitief heel vaardig zijn, maar op het sociaal-emotionele vlak wat bij kunnen leren. Cognitieve vaardigheden zijn misschien de belangrijkste vaardigheden voor toekomstig leiderschap, maar je zou toch hopen dat die toekomstige leiders ook geschoold zijn in de omgang met mensen die wat minder cognitief vaardig zijn. Het lid YEMANE vraagt in welke stadsdelen de brede brugklassen op dit moment actief zijn. En is er extra aandacht voor huiswerkbegeleiding, zodat de kinderen op het gewenste niveau komen? Ten slotte vraagt zij hoe gestuurd wordt op het ongelijk investeren, met maximaal zeven scholen. Wethouder MOORMAN antwoordt dat het niet gaat om maximaal zeven scholen. Het is gericht op zeven scholen, maar het kunnen er eventueel ook meer zijn.
Op dit moment zijn er tien scholen met een brede brugklas: de OSB, het IJburg College, Lumion, MLA Sluisbuurt, Spinoza20First, Spring High, Vinse School, Xplore Agora, DENISE en Cheider.
12
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Het lid BOOMSMA kreeg de indruk van de wethouder dat mensen die op een categorale school hebben gezeten geen goede leiders kunnen zijn. Klopt dat? Wethouder MOORMAN ontkent dat; zij heeft dat niet gezegd. Zij zei alleen dat goede leiders niet alleen cognitieve vaardigheden moeten hebben opgedaan, maar juist ook vaardigheden op het sociale vlak. Brede scholengemeenschappen kunnen daaraan bijdragen. Zij heeft verder niet gezegd dat de lat omlaag moet. Zij antwoordt het lid Didderen dat leraren weten waar ze les gaan geven, maar je ziet juist op de brede scholen ook veel heel gemotiveerde leraren, die heel erg geloven in het bieden van kansengelijkheid. Op de basisscholen doen leraren dit al, dus waarom die knip? Maar het is niet per se makkelijk; je mag het niet te licht nemen. Zij begrijpt wat de onderwijsminister zegt, maar het is ook jammer. Je zult ergens een keer moeten beginnen. Er zijn andere landen waar het al veel eerder is veranderd, waarmee de kansenongelijkheid is afgenomen en de onderwijsresultaten, zoals bijvoorbeeld in Denemarken, zijn verbeterd. Op jonge leeftijd lijken Nederlandse leerlingen het veel beter te doen dan Deense leerlingen, maar een paar jaar later is dat volledig omgedraaid. Het lid MOLEMA vraagt in hoeverre de kansrijke kinderen profiteren van die brugklassen. Wethouder MOORMAN vraagt waarom ze er níet van zouden profiteren.
Intelligentie is geen virus; het is niet besmettelijk. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht klaar is voor een middellange behandeling in de raad. De VOORZITTER schorst de vergadering van 10.12-10.28 uur. Zij heeft een punt van orde. Het is de vraag of deze agenda vanochtend afgewerkt kan worden. Het is ook zonde van de twee initiatiefvoorstellen op de agenda om die af te raffelen. Het lijkt toch mogelijk om een avondsessie te houden voor punten met betrekking tot de portefeuille Zorg. Zij stelt daarom voor om 19.30 uur verder te gaan met de agenda. Zij concludeert dat de commissie hiermee akkoord gaat. 4. Vaststellen Beleidsbrief Amsterdamse Familie School 2023-2027 en vaststellen de wijziging van de Verordening op Lokaal Onderwijs Beleid Amsterdam 2019: Voorziening Amsterdamse Familie School 2023-2027 (VN2023-013003) De VOORZITTER licht toe dat dit een raadsvoordracht betreft. Het lid HAIJEN merkt op dat het beleid met betrekking tot de Familie School op de steun van zijn fractie kan rekenen. Het is een goed idee om hulp vanuit het sociaal domein ook op school aan te bieden zodat je vroeg met de ouders in aanraking komt. Die kunnen dan snel gewezen worden op gemeentelijke hulp en regelingen. Er is wel een hoop subsidie mee gemoeid.
Hij vraagt of er op de een of andere manier gaandeweg gerapporteerd kan worden over de stand van zaken, zodat gevolgd kan worden of het beoogde effect bereikt wordt. Het lid WEHKAMP is erg enthousiast over de Familie School. Zij sluit zich aan bij het verzoek van de vorige spreker om de ervaringen ermee op papier te zetten. Ze is benieuwd naar de verhouding tussen de projectleider Familie School, de IB’er als zorgcoördinator en de contactpersoon bij het OKT. Het is belangrijk dat die allemaal goed samenwerken en dat geen werk dubbel wordt gedaan. Zij dankt de ondersteuning voor het organiseren van een kort werkbezoek aan een Familie School. Het lid YEMANE merkt op dat de Familie Scholen als apart hoofdstuk wordt opgenomen in de PIEK-aanpak. Zij is daar heel blij mee. De heer Idrissi van de Stichting Studiezalen en Supermarkt FRIS, waar ouders gratis boodschappen kunnen doen, heeft
13
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
het altijd over de goede nachtrust van het kind. Bij een werkbezoek zag ze wat voor positief effect het heeft als je ook de thuissituatie meeneemt, zodat het kind goed kan presteren op school. Als een kind opgroeit met veel stress, bijvoorbeeld doordat de ouders zich zorgen maken over het betalen van de huur, of omdat er zorgen zijn over het wel of niet kunnen betalen van boodschappen, heeft dat effect op de nachtrust van het kind en daardoor op de schoolprestaties. Verder neemt de Familie School eventuele barrières weg, zodat kinderen hun volledige potentie kunnen benutten op school. Zij is benieuwd waar de 25 Familie Scholen zitten. In welke stadsdelen? Zitten ze ook op de ISK en het speciaal onderwijs? Zo ja, hoeveel zijn dat er? Er staat over de rangschikking van de aanvragen dat het college zich laat adviseren door een adviescommissie. Zij vraagt hoe divers die commissie is en wat voor profielen de leden hebben. Verder staat er dat subsidie uitsluitend kan worden aangevraagd door een schoolbestuur. Zij vraagt of dat ook zou kunnen in samenwerking met een stichting. Kunnen stichtingen ingezet worden als onderaannemer, omdat er al veel organisaties zijn die zich bezighouden met deze thematiek? Over het Kernteam Amsterdamse Familie School staat er dat er een overkoepelend team komt, bestaande uit ervaren projectleiders, ambtenaren en onderzoekers.
Zij vraagt of het maatschappelijk middenveld daaraan toegevoegd kan worden, naast ouders en docenten. Wethouder MOORMAN antwoordt het lid Haijen dat het college hiervan echt wil leren. Er gebeurt iets nieuws en zijn dankbaar dat de scholen hun deuren hiervoor openen. Het college ziet hierbij een verantwoordelijkheid als hoofdstad. Er worden heel veel werkbezoeken afgelegd, zelfs vanuit Heerlen komt men kijken bij de Familie School. Het monitoren is belangrijk en gebeurt samen met de UvA en de HvA. Aan het eind van het jaar worden de eerste resultaten verwacht, die met de commissie gedeeld zullen worden. Zij is het eens met het lid Wehkamp dat inderdaad gewaakt moet worden voor het opstapelen van verschillende functies. De Flevoparkschool wil ook graag Familie School worden. Hun oudercontactmedewerker is er eigenlijk al twintig jaar en kwam in dienst met een voormalige subsidie van het stadsdeel. Hij zal waarschijnlijk in dienst blijven als het een Familie School wordt, juist om de verbinding te maken. Het is belangrijk dat er een dergelijke verbindingspersoon komt. De scholen zelf gaan over de manier waarop het ingericht wordt. Het is noodzakelijk dat er kennis over wordt uitgewisseld en dat je een goede visie ontwikkelt. Zij antwoordt mevrouw Yemane dat dit ook de reden is dat je met een projectleider wilt werken.
Daar waar het werkt, blijkt zo’n stevige leider een cruciale rol te vervullen. De verschillende 25 Familie Scholen zijn verspreid over de hele stad te vinden, maar vooral op die plekken waar leerlingen met armoede en achterstand worden geconfronteerd. Er is voorrang voor de Masterplangebieden Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Het is mogelijk dat speciaal onderwijs cluster 4, en ISK daarbij aansluiten. Het lid YEMANE vraagt of die ISK-scholen en vormen van speciaal onderwijs, cluster 4, inderdaad aangesloten zijn. Wethouder MOORMAN antwoordt dat er momenteel niet een bij de acht basisscholen zit. Het is dus wel mogelijk. Uiteindelijk zijn het de scholen zelf die voor de diversiteit moeten zorgen in de ondersteunende teams. Het is belangrijk dat degene die wordt aangesteld, bekend is met de school en de buurt. Het kan worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan Stichting Studiezalen die erbij betrokken is. Het is mogelijk dat het maatschappelijk middenveld, ouders en docenten aan de overkoepelende teams worden toegevoegd. Dat vindt zij heel belangrijk. Toch is het ook hierbij aan de scholen zelf om dat zo goed mogelijk in te richten. Het lid WEHKAMP is blij dat de verschillende functies goed op elkaar afgestemd worden. Laatst was zij op schoolbezoek in West. Er was daar eerst één OKT-adviseur die echt verbonden was aan de school en vaak kwam. Men zag daar nu steeds meer
14
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
verschillende OKT-adviseurs op kleine contracten. Zij vraagt of dat een algemeen beeld is. En is dit er een aanvulling op? Wethouder MOORMAN ontkent dat het beleid is om kleinere contracten af te sluiten. Juist de continuïteit is heel belangrijk. In de afgelopen jaren deed men veel aan ongelijk investeren voor gelijke kansen bij de OKT’s. Dus meer uren op de scholen, breder dan alleen de Familie Scholen. Er werd vooral gefocust op scholen die ondersteuning het hardst nodig hebben, juist ook in de school. Toch zie je dat de personeelstekorten weleens een probleem zijn. Het lid YEMANE vraagt of de projectleider die ingezet wordt vanuit de gelden ook uitbesteed kan worden aan een stichting die dit soort werk doet. Bij het werkbezoek kwam ter sprake dat het, omdat bijvoorbeeld stichting Studiezalen domeinoverstijgend werkt, erg lastig is om ergens ingekaderd te worden. Zij begrijpt nu dat ze dus wel een samenwerking aan kunnen gaan met de Familie School. Wethouder MOORMAN bevestigt dat. De VOORZITTER concludeert dat de voordracht voldoende behandeld is en gereed is voor een korte behandeling in de raad. 5. Vaststellen van de beleidsbrief Amsterdammerschap in het Onderwijs 2023-2027 (VN2023-013053) Het lid VON GERHARDT vindt dit goede punten om het Amsterdammerschap in het onderwijs te verbeteren. Sommige dingen missen echter in de brief en kunnen misschien nog toegevoegd worden.
Hij denkt daarbij aan de mentale gezondheid en de sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen. Kinderen kunnen daar baat bij hebben, zeker in een grote stad met veel verleidingen. Hij miste ook de vrijheid om jezelf te zijn, over seksuele voorlichting en de LHBTQ+-gemeenschap in Amsterdam. Waarom ontbreekt deze vorm bij de andere vormen van discriminatie? Hij vraagt dit punt alsnog toe te voegen. Het lid YEMANE vraagt of het lid Von Gerhardt weet dat dat er wel degelijk dingen over staan, zoals het vieren van Paarse Vrijdag. Ook in pijler 1 van de verschillende modules wordt uitgebreid gesproken over het op dat gebied jezelf zijn, en dingen als seksuele voorlichting. Het lid VON GERHARDT heeft niet gezegd dat er niets gebeurt. Maar als hij de brief leest, wordt een aantal vormen van discriminatie genoemd. Deze vorm ziet hij echter niet terugkomen en dat is zonde. Het lid YEMANE denkt niet dat dit klopt. Het lid VON GERHARDT vindt het erg belangrijk dat dit soort dingen in het onderwijs terugkomt, ook gezien de verschillende culturen in deze stad. Hij wil dat er een puntje bij gezet worden waarin staat dat dit nog meer onder de aandacht gebracht kan worden. Het lijkt hem goed om zoiets gezamenlijk te omarmen. Het lid YEMANE is het wat betreft het belang eens. Zij wil er alleen maar op wijzen dat er wel degelijk aandacht aan gegeven wordt.
Het lid WEHKAMP leest dat Amsterdam een rechtvaardige stad wil zijn waar iedereen, los van de achtergrond, een gelijke kans heeft. Zij vond dat mooi gezegd en denkt dat dit programma daaraan bijdraagt. Het is goed dat de stad inzet op burgerschapsonderwijs. Dat is voor haar fractie ook belangrijk. Je ziet in de stad vaak dat maatschappelijke onderwerpen voor spanning zorgen. Dat zie je ook gebeuren in de klas.
15
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
Juist in Amsterdam, met meer dan 180 nationaliteiten, is het van belang dat het onderwijs aandacht besteed aan wat er in de maatschappij speelt. Kinderen leren ook over zichzelf, de ander en over de maatschappij. De scholen gaan zelf over de mate waarin ze dit aanbod aannemen. In hoeverre kan de gemeente scholen aansporen om er meer gebruik van te maken? Zijn er bepaalde scholen waar de gemeente extra meerwaarde ziet voor burgerschapsonderwijs? Kunst en cultuur lijkt niet een groot onderdeel te zijn van het Amsterdammerschap. Juist op jonge leeftijd kennismaken met kunst en cultuur draagt bij aan de ontwikkeling van burgerschap. Het bevordert de samenwerking en de creativiteit. Amsterdam heeft een rijke culturele geschiedenis. Is er ruimte bij de pijler ‘Zelfrealisatie’ om hiernaar te kijken? Het lid DIDDEREN is blij dat leerlingen hiermee in aanraking komen en specifiek leren over thema’s als racisme en discriminatie. Verantwoordelijkheidsbesef is een van de hoofdambities. Wat haar fractie betreft hoort bij verantwoordelijk Amsterdammerschap ook het beschermen van natuur en dieren, en verantwoordelijk met de planeet omgaan. Op wat voor manier komt dat terug in het programma? En als dat er niet in staat, ziet de wethouder het als een mogelijkheid om dat terug te laten komen? Er ligt nadruk op een veilige samenleving.
In dat verband kan gedacht worden aan de recente sluitingen van scholen door dreiging en het toenemende steekwapenbezit onder jongeren. Dat toont aan dat een programma over Amsterdammerschap bijzonder nodig is. Zij vraagt hoe dit soort thema’s, die vrij letterlijk de veiligheid van jongeren raken, terug in het programma komen. Het lid YEMANE merkt op dat haar fractie erg enthousiast is over het burgerschapsonderwijs, iets wat juist in een diverse stad als Amsterdam van cruciaal belang is. Zij vraagt of bij de module ‘Gezonde school’ ook iets over gezond menstrueren opgenomen kan worden. Pijler 2 gaat over verschillende ontmoetingen waar zij erg in gelooft. Zij vraagt of er een ontmoeting in het AZC over de noodopvang bijgevoegd kan worden. En kunnen in een van de modules ook ouders van kinderen meegenomen worden, bijvoorbeeld op democratisering? Wordt de burgerschaples Amsterdammerschap ook geboden wordt op de ISK’s en het speciaal onderwijs? Hoe duurzaam zijn de activiteiten op dit moment? Hoe zorg je voor de borging, en dat scholen dit op een gegeven moment zelf gaan organiseren? Is er nagedacht over een exit-strategie? Verder zag zij dat het college samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding met het onderwijsveld gaat over het opzetten van een informatiepunt waar scholen terechtkunnen met vragen over antisemitisme.
In de brief staat dat men bekijkt hoe het kan worden verbreed, of dat niet nu al kan, en of de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme kan worden betrokken. Het lid HAIJEN wijst op de bestaande exameneisen en kerndoelen die landelijk zijn vastgelegd. Daarin zijn eisen opgenomen over burgerschapsonderwijs. Is mevrouw Yemane daarvan op de hoogte? Is het burgerschapsonderwijs niet al genoeg geborgd? Het lid YEMANE antwoordt dat die borging inderdaad een wettelijke verplichting is. Wel worden bepaalde partners gecontracteerd om materiaal te ontwikkelen en met scholen in gesprek te gaan over de invulling. Dat bedoelt zij met ‘exit-strategie’: dat scholen dat zelf borgen en later zelf in het curriculum opnemen. Scholen kunnen zelf beslissen welk aanbod ze inzetten en hoe je ervoor zorgt dat onderwerpen die niet al verankerd zijn in het standaardcurriculum ook worden gekozen. Zij denkt daarbij aan het koloniale verleden en racisme. Zij vraagt verder of de gemeente met het ‘Amsterdammerschap’ nog steeds inzet op ‘wereldburgerschapsonderwijs’. In de brief wordt verwezen naar de inzet op gedeelde geschiedenis, duurzaamheid, meerstemmigheid. Dit raakt wereldburgerschap.
Hoe refereert het ‘Amsterdammerschap’ aan het ‘wereldburgerschap’? De gemeente heeft eerder de posters hierover verspreid onder de scholen, een curriculum dat ontwikkeld is door de Fawaka Wereldburgerschapsschool. Er zijn al scholen die daaraan op deze wijze invulling hebben gegeven. Hoe zet de gemeente dat verder in? Is de wethouder bekend
16
Gemeente Amsterdam Raadscommissie voor Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding
OZA
Concept Raadscommissieverslag, 31 mei 2023
met het materiaal voor scholen voor lessen rondom koloniale erfenissen, dat ook ingezet wordt voor het Tropenmuseum? Zij denkt hierbij aan de motie van DENK. Zou, tot het Slavernijmuseum er is, ingezet kunnen worden op het gebruik van dit materiaal? Het lid BOOMSMA vraagt zich af wat het betekent om een goede burger te zijn. Het is goed dat de gemeente inzet op het burgerschapsonderwijs. In deze brief, en ook in deze discussie in de commissie, wordt er echter wel heel veel onder geschaard. Zelfs ‘gezond menstrueren’ wordt nu onderdeel van goed burgerschap. Het is heel goed dat het Amsterdammerschap centraal staat. Bewoners van Amsterdam zijn geen wereldburgers, maar burgers van Amsterdam. Een gezond patriotisme is belangrijk, want dat kan mensen verbinden. De liefde voor je eigen stad maakt het mensen mogelijk zich in te zetten voor het algemeen belang. Het lid YEMANE denkt dat het allebei kan. Je kunt goed wereldburger zijn, en je tegelijkertijd voor de stad inzetten. Het is juist een rijkdom om bij je inzet voor de eigen stad, ook andere dingen mee te nemen. Het zorgt voor meer verbinding. Het lid BOOMSMA denkt dat er gradaties bestaan in het niveau van burgerschap. Je toch in eerste instantie een burger van je eigen stad, van je eigen leefomgeving. Mensen zijn verbonden aan een bepaalde plek en een lokale gemeenschap, waar bepaalde rechten en plichten gelden.
Die plichten richten zich in de eerste plaats op familie, bekenden, en mensen van je eigen gemeenschap. Daarnaast heb je een verhouding tot de rest van de mensheid, de abstracte ‘wereldgemeenschap’, maar die laat zich niet karakteriseren als ‘burgerschap’. Het lid WEHKAMP krijgt de indruk alsof voor de heer Boomsma de identiteit van Amsterdammer en die van wereldburger onverenigbaar zijn. De twee kunnen elkaar juist versterken. Breder kijken, over de grenzen heen, versterkt toch alleen maar je identiteit als Amsterdammer? Het lid BOOMSMA wilde niet zeggen dat je niets te maken hebt met mensen buiten Amsterdam, of de rest van de wereld. Maar ‘burgerschap’ is naar zijn smaak iets voor mensen van je eigen stad, je eigen gemeenschap, je eigen land. Het is heel goed dat kinderen de geschiedenis van Amsterdam goed leren kennen. Dat draagt bij aan die verbindende identiteit. Daarbij moet je niet alleen de zwarte bladzijden bespreken; die worden wel heel erg benadrukt. Je moet ook de goede, geweldige prestaties van deze stad laten zien. Daarop moet je vooral inzetten. Maar dat is aan de scholen. De gemeente moet terughoudend zijn in haar bemoeienis met het curriculum van scholen, door die allemaal nieuwe taken te geven.