Conceptverslag FKD 16.10.2025
Tekst van het document
Wethouder VAN BUREN legt uit dat dit te maken heeft met de noodzaak om veranderingen op een verantwoorde en zorgvuldige manier door te voeren. Ze benadrukt dat overgangsperiodes nodig zijn om de betrouwbaarheid van de overheid te waarborgen en medewerkers, partners en burgers tijd te geven zich aan te passen. De urgentie van besparingen is duidelijk aanwezig, maar deze kunnen niet ineens worden doorgevoerd zonder gevolgen voor de continuïteit van dienstverlening en bestaande afspraken. Lid HAVELAAR (CDA) wijst erop dat de Voorjaarsnota in mei is besproken en de begroting in september, waarbij er toen al sprake was van een tegenvaller van 15,3 miljoen euro. Hij vraagt waarom er in zo’n situatie niet meteen wordt bijgestuurd. Wethouder VAN BUREN reageert dat er uiteraard aan correcties wordt gewerkt, maar benadrukt dat dit zorgvuldig moet gebeuren. Ze onderstreept dat de urgentie van de bezuinigingen groot is, maar dat het niet mogelijk is om van de ene op de andere maand zulke maatregelen door te voeren zonder risico’s voor de organisatie en de dienstverlening. Lid HAVELAAR (CDA) merkt op dat er plotseling 15 miljoen extra kan worden uitgegeven en vraagt zich af waaruit de urgentie van de bezuinigingen blijkt, als er kennelijk geen directe financiële consequenties zijn en alles op de lange baan wordt geschoven. Wethouder VAN BUREN benadrukt dat dit absoluut niet het geval is.
Ze wijst erop dat er juist een grote organisatiehervorming op komst is en dat de urgentie zeer zeker wordt gevoeld. Het proces is complex, omdat er sprake is van versimpeling van de organisatie, wat tijd kost, maar er wordt actief aan gewerkt. Lid VAN BERKEL (JA21) vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen het plan om een Amsterdams Groeifonds op te zetten met de verkoop van aandelen in Schiphol, en of dit volgens haar de grote infrastructurele projecten in de stad kan stimuleren, de bereikbaarheid kan verbeteren en de stad toekomstbestendig kan maken. Wethouder VAN BUREN reageert dat ze met interesse heeft geluisterd naar de voorstellen van JA21 en het belangrijk vindt om in de stad te blijven investeren. Ze is het eens dat investeren in Amsterdam gewenst is, maar geeft aan dat zij het niet eens zal worden over de verkoop van de aandelen in Schiphol. Ze benadrukt dat het belangrijk is om een vinger in de pap te houden bij Schiphol en dat de stad ook dividendopbrengsten ontvangt uit deze aandelen.
17
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid VAN BERKEL (JA21) merkt op dat de dividenduitkering de afgelopen jaren minimaal was en vraagt wat de gemeente als aandeelhouder concreet heeft bijgedragen aan de economische positie van Schiphol. Wethouder VAN BUREN licht toe dat de gemeente onder andere heeft aangedrongen op een achtpuntenplan door de voormalige cao, leden kan voordragen voor de Raad van Commissarissen en daarmee invloed uitoefent op de koers van Schiphol. Ze benadrukt dat de gemeente ook aandacht heeft gevraagd voor betere arbeidsomstandigheden en verduurzaming. Hoewel Amsterdam minderheidsaandeelhouder is, kan de gemeente op deze manier wel degelijk invloed uitoefenen. Lid VAN BERKEL (JA21) wijst erop dat de geplande krimp bij Schiphol een grote impact kan hebben op zowel de financiële situatie van de luchthaven als de Amsterdamse economie, en vraagt wat de wethouder daarmee wil bereiken voor de economische positie van Schiphol. Wethouder VAN BUREN verwijst naar de position paper van de gemeente, waarin staat dat krimp naar 400.000 vluchten mogelijk is zonder dat de hubfunctie en de economie schade lijden. Lid KHAN (DENK) merkt op dat de begroting weliswaar sluitend is, maar dat er vanaf 2027 uitdagingen en mogelijke bezuinigingen aankomen. Hij vraagt welke opties de wethouder al heeft bekeken om deze toekomstige tekorten op te vangen en of daar voorstellen voor de begroting van 2026 uit voortkomen.
Wethouder VAN BUREN legt uit dat er voor de retraite al verschillende opties zijn besproken over welke knoppen het college kan gebruiken. Ze benadrukt dat beslissingen hierover niet door haar alleen worden genomen, maar in overleg binnen het college worden besproken. Lid KHAN (DENK) vraagt welke aanbevelingen de wethouder aan de raad heeft om te beoordelen welke maatregelen mogelijk zijn voor de begroting. Wethouder VAN BUREN antwoordt dat zij dit ingewikkeld vindt om concreet te adviseren, omdat het echt aan de raad is om keuzes te maken. Ze licht toe dat ze als wethouder financiën geprobeerd heeft de begroting zo inzichtelijk mogelijk te maken, onder andere door een doorklikbare begroting te realiseren. Zo kan de raad zelf nagaan waar eventueel bespaard kan worden of waar minder geld aan uitgegeven kan worden, en welke dekkingsvoorstellen daarbij passend zouden zijn. Ze geeft aan dat haar belangrijkste aanbeveling is om de begroting precies over te nemen zoals zij die heeft voorgelegd. Wethouder SCHOLTES verwijst naar de aandacht voor digitale autonomie, waarbij al geld is vrijgemaakt voor de online leefwereld en de i-agenda die binnenkort wordt besproken. Hij benadrukt dat digitale autonomie een prioriteit is voor zowel het college als de gemeenteraad en dat dit jaar en volgend jaar concrete stappen worden gezet.
Hij bevestigt dat er een nieuwe data- en sourcingstrategie moet komen, evenals een transformatie- en meerjarenplan waarin extra benodigde middelen worden opgenomen. Deze middelen zullen nog binnen een nieuwe coalitie besproken moeten worden, maar er gebeurt al veel binnen de huidige begroting, zoals de studie naar sourcing, data en cloudstrategie, en drie ton voor digitale acties. Het doel is een helder plan en een nieuwe strategie voor de digitale overheid. Over de digitale dienstverlening van de OBA merkt hij op dat het Rijk het budget met 10 procent heeft verlaagd, wat beperkingen kan veroorzaken. De gemeente probeert echter juist digitale inclusie uit te breiden, onder meer via het uitdelen van laptops. Hij benadrukt dat dit een tegenovergestelde beweging is ten opzichte van het Rijk, maar dat het wel een zorgpunt blijft.
18
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid IJMKER (GroenLinks) vraagt of de gemeente met de OBA-locaties ook de gaten die het Rijk laat vallen volledig opvult en waarom dat in deze begroting niet aan de orde is geweest. Wethouder SCHOLTES antwoordt dat de gemeente veel Rijksmiddelen opvangt, maar niet alle gaten kan dichten en dat er voor deze specifieke kwestie geen budget beschikbaar is. Vervolgens gaat hij in op vragen namens wethouder Meliani over de Route naar Herstel. De streefcijfers in de begroting hebben betrekking op activiteiten van de afdeling Diversiteit, waarvoor de dekking al is opgenomen. Het is volgens hem nog te vroeg om verder te discussiëren over de Route naar Herstel, dit zal in november uitgebreider worden besproken. Daarbij benadrukt hij dat het traject meerdere portefeuilles raakt, maar dat het bereik van de activiteiten wel kan worden meegenomen in het vervolgtraject. Tot slot bespreekt hij de financiële regeling voor wijziging van geslachtsregistratie. Deze middelen zijn gebaseerd op circa honderd jaarlijkse aanvragen. Er is daarnaast een andere route via bijzondere bijstand voor mensen met een bijstandsuitkering, waar meer aanvragen via binnenkomen. De regeling is sinds januari onder de aandacht gebracht van de transgemeenschap, aanvankelijk met relatief weinig aanvragen, waarna ook de pers en eigen communicatiekanalen zijn ingezet om de regeling onder de aandacht te houden.
De VOORZITTER stelt vast dat de begroting 2026 voor de commissie FKD in eerste termijn voldoende is besproken. De tweede termijn zal plaatsvinden tijdens de reguliere commissievergadering op 6 november. Ze schorst de vergadering voor enkele minuten. De VOORZITTER heropent de vergadering met de commissies Woningbouw en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Wethouder Pels is afwezig wegens ziekte en wordt vervangen door wethouder van Weyenberg, ook wethouder Scholtes is afwezig voor zijn portefeuilles. Lid VON GERHARDT (VVD) benadrukt het belang van het bouwen van voldoende woningen zodat jongeren de mogelijkheid hebben om het ouderlijk huis te verlaten, samen te wonen met een partner of te groeien als gezin. Hij benadrukt dat het cruciaal is om niet alleen veel woningen te realiseren, maar vooral woningen die aansluiten bij verschillende levensfasen en behoeften. Lid MINDERHOUD (PvdA) benadrukt dat het belangrijk is woningen te bouwen voor alle inkomens. Lid VON GERHARDT (VVD) bevestigt dit en legt uit dat de VVD hier altijd aandacht aan besteedt. Hij licht toe dat de VVD samen met D66 middelen heeft vrijgemaakt voor de bouw van studentenwoningen en in hun tegenbegroting voorstelt om optopfondsen te richten. Volgens hem kan dit als vliegwiel dienen om zo veel mogelijk woningen toe te voegen door middel van optoppen in de bestaande stad, omdat daar nog veel ruimte ligt.
Lid HAVELAAR (CDA) vraagt om meer uitleg over waar die 3 miljoen voor de motie vandaan moet komen. Lid VON GERHARDT (VVD) reageert dat het volgens hem vooral belangrijk is dat er woningen gebouwd worden en dat de raad niet te veel in politieke spelletjes verstrikt raakt. Hij benadrukt dat de VVD staat voor optimistische plannen zodat bijvoorbeeld studenten in de stad kunnen blijven wonen. Lid HAVELAAR (CDA) wijst erop dat vorig jaar CDA en VVD samen kritiek hadden op het gebruik van geld uit de reserves door de coalitie. Nu haalt de VVD zelf geld uit de algemene reserve, terwijl in de begroting blijkt dat dat geld er eigenlijk niet is. Hij vraagt daarom of de VVD haar naam aan de motie intrekt als dat blijkt.
19
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid VON GERHARDT (VVD) antwoordt dat de VVD vooral wil dat studenten in de stad kunnen wonen, omdat dat uiteindelijk goed is voor de stad en een positief effect heeft op de inkomsten. Hij benadrukt dat dit als een vliegwiel werkt, hoe meer mensen er wonen, hoe meer de stad kan profiteren. Lid HAVELAAR (CDA) benadrukt dat zijn vraag puur gaat over de dekking van de motie. Hij vindt het idee achter de motie goed, maar wil weten waar het geld vandaan komt, omdat het niet in de tegenbegroting van de VVD staat. Hierdoor ontstaat volgens hem al een tegenvaller van 3 miljoen euro. Lid VON GERHARDT (VVD) reageert dat het vooral belangrijk is dat mensen die graag in Amsterdam willen wonen, daar ook daadwerkelijk een plek kunnen vinden. Hij benadrukt dat het goed is dat er geld voor dit doel wordt uitgetrokken en verwijst naar de pilot voor optoppen in Zuid, waarvan de geleerde lessen zo snel mogelijk met de raad gedeeld moeten worden. Daarnaast licht hij toe dat de VVD in haar tegenbegroting de afdracht naar de algemene middelen heeft verwijderd, omdat ze gelooft in een sterk vereffeningfonds dat gebruikt kan worden om zoveel mogelijk woningen te bouwen, inclusief grote gezinswoningen en bijbehorende voorzieningen. Lid MINDERHOUD (PvdA) geeft aan dat zijn fractie blij is met de begroting, waarin voldoende geld wordt uitgetrokken voor een complete stad en ook voor 40-40-20.
Hij merkt op dat dit naar behoren lijkt te lukken, wat hij positief vindt. Daarnaast wijst hij op een ingediende motie om beter inzicht te krijgen in de samenstelling van de huidige woningvoorraad, bijvoorbeeld op basis van het aantal kamers. Dit moet helpen om beter te bepalen welke woningen gebouwd moeten worden voor de doelgroepen met de grootste huidige behoefte. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) richt zich op de problematiek rond het Diemerbos en is blij dat D66 dit met een motie bij de begroting aankaart. Ze verwijst naar een alarmerend bericht in het Parool, waarin staat dat het bos jaarlijks ruim 1 miljoen euro kost om te beheren, terwijl nog geen kwart hiervan wordt gedekt door bijdragen van Amsterdam, Diemen en de provincie Noord-Holland. Ze benadrukt dat dit een bekend probleem is bij veel recreatie- en natuurgebieden rondom de stad, waar begrotingen vaak krap zijn en beheer soms wordt gefinancierd via bijvoorbeeld festivals, wat zij onwenselijk vindt. Ze vindt dat er structureel meer geld moet worden vrijgemaakt voor deze gebieden. Ze noemt dat Staatsbosbeheer als een van de opties voor het Diemerbos overweegt het gebied te verkopen, iets wat voorkomen moet worden. Daarom steunt ze de onderzoeksmotie van D66 om te kijken of omliggende overheden het bos kunnen kopen.
Ze benadrukt echter dat er ook andere mogelijkheden zijn, zoals een structurele verhoging van de jaarlijkse bijdrage van gemeente en provincie of het instellen van een gemeenschappelijke regeling, zoals Staatsbosbeheer zelf ook voorstelt. Ze roept D66 op om het voorstel breder te trekken en samen te bekijken welke opties verder mogelijk zijn. Lid ASLAMI (D66) benadrukt het belang van het Diemerbos als longen van Amsterdam. Hij wijst erop dat recreatiegebieden vaak een andere financieringsstructuur hebben dan Staatsbosbeheer, maar dat er nu noodzaak is om Staatsbosbeheer te steunen om te voorkomen dat het gebied in private handen komt. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) reageert dat haar betoog helder is, in plaats van nieuwe constructies te bedenken, is het verstandiger verder te gaan op de huidige manier, waarbij de betrokken overheden hun bijdragen verhogen. Ze benadrukt dat dit de beste optie is. Lid ASLAMI (D66) benadrukt dat het grootste deel van de financiering van Staatsbosbeheer van de Rijksoverheid komt, maar dat dit voor het Diemerbos onvoldoende is. Daarom hebben D66 en een groot deel van de raad het voorstel ingediend om het Diemerbos te behouden.
20
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid VEENHOFF (GroenLinks) geeft aan dat ze het belangrijk vindt het Diemerbos goed te behouden, maar ze begrijpt niet waarom D66 met dit plan komt, terwijl er weinig draagvlak is bij Diemen. Lid TAJ (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks blij is met de begroting, omdat woningen bedoeld zijn om in te wonen en niet als verdienmodel. Hij prijst de succesvolle maatregelen van het college, zoals het bouwen van nieuwe woningen, waarin Amsterdam koploper is in Nederland, en noemt de kans dat de bouwambitie dit jaar wordt gehaald. Daarnaast benadrukt hij het belang van bestaande bouw en verwijst naar initiatieven zoals het Schimmeloffensief, waarvoor 5 miljoen extra is uitgetrokken, en het Isolatieoffensief, dat armoedebestrijding combineert met klimaatambities. Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt naar het standpunt van GroenLinks over het Rekenkamerrapport, waarin wordt gesteld dat de 40-40-20-verhouding financieel uitdagend is, terwijl GroenLinks volgens het verkiezingsprogramma wil vasthouden aan 40-40-20. Lid TAJ (GroenLinks) erkent dat het een uitdaging blijft gezien de ambities. Hij benadrukt dat het college inzichtelijk maakt welke andere instrumenten er naast de 40-40-20-verhouding beschikbaar zijn, zodat men kan bekijken hoe de stad op een evenwichtige manier verder kan bouwen aan een complete stad.
Lid VON GERHARDT (VVD) merkt op dat de 40-40-20-verhouding volgens hem leidt tot kleine woningen en vraagt of GroenLinks bereid is deze verhouding los te laten als dat nodig blijkt. Lid TAJ (GroenLinks) benadrukt dat zijn partij achter de 40-40-20-verhouding blijft staan, zoals ook in het verkiezingsprogramma staat. Hij geeft aan dat ze met de markt hebben gesproken, die juist stabiliteit in 40-20 waardeert. GroenLinks wil hiermee blijven bouwen voor verschillende doelgroepen en benadrukt dat dit past binnen een systeem van volkshuisvesting, in tegenstelling tot een puur op de woningmarkt gerichte aanpak zoals de VVD voorstaat. Lid VON GERHARDT (VVD) concludeert dat GroenLinks vasthoudt aan de 40-40-20verhouding en volgens hem daardoor kleine woningen zonder voorzieningen blijft bouwen. Lid TAJ (GroenLinks) corrigeert dit, GroenLinks blijft juist inzetten op sociale huur en middenhuur, met betaalbare woningen voor alle doelgroepen, inclusief grote gezinswoningen, rolstoelwoningen, jongeren en studenten. Zijn partij streeft naar een complete stad voor iedereen, niet alleen voor de rijkere groepen. Lid VEENHOFF (GroenLinks) stelt twee technische vragen over de begroting. Ze vraagt eerst naar de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving waar het aantal adviesverzoeken aan de integrale commissie stijgt maar door capaciteitsproblemen niet alle verzoeken kunnen worden behandeld.
Ze wil weten om wat voor soort aanvragen het gaat, waarom dit niet in de tabel terugkomt, wat extra capaciteit zou kosten en wat daarvoor nodig is, omdat vertragingen de bouwprojecten kunnen beïnvloeden. Haar tweede punt gaat over een ombuiging op pagina 35, waarbij bepaalde beleidsuitvoeringen, zoals de herziening van de groen- en sportnorm en afwijkingen van de Hoofdgroenstructuur, worden uitgesteld. Ze wil duidelijkheid of dit met terugwerkende of vooruitwerkende kracht gebeurt, omdat dit relevant is voor het recent aangenomen initiatiefvoorstel over de Stem van groen, dat normen vastlegt. LID ASLAMI (D66) benadrukt dat de woningbouw in Amsterdam eindelijk aantrekt, met in de eerste helft van dit jaar ruim 3.500 woningen in aanbouw, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Twee derde van deze woningen is betaalbaar, met ruim 1.000 sociale huurwoningen en ruim 1.000 woningen in het middensegment. Hij benadrukt dat dit vooral woningen zijn voor mensen die het hardst getroffen worden door de wooncrisis, zoals verplegers,
21
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
leraren en jonge gezinnen. Voor 2026 is het van belang deze lijn vast te houden. Daarnaast onderstreept hij het belang van een gezonde woningmarkt, waarin alle Amsterdammers een plek kunnen vinden, en noemt hij de inzet op gedeelde studentenwoningen als onderdeel van deze strategie. Tot slot gaat hij in op het behoud van het Diemerbos en vindt hij opmerkelijk dat sommige collega’s die groen belangrijk vinden, kritiek hebben op het D66voorstel om het bos uit private handen te houden. Lid VEENHOFF (GroenLinks) benadrukt dat het belangrijk is om rekening te houden met het standpunt van Diemen en Staatsbosbeheer, omdat het gebied niet onder Amsterdam valt. Ze vindt het niet netjes dat D66 dit niet heeft meegenomen. Lid ASLAMI (D66) antwoordt dat de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam zijn betrokken bij het behoud van het Diemerbos. Hij benadrukt dat de wethouder contact heeft met de gedeputeerde om zowel het groen als de recreatieve en ecologische waarde van het gebied te behouden. Lid VEENHOFF (GroenLinks) merkt op dat er geen duidelijke voorkeursoptie is om het Diemerbos te kopen en dat Staatsbosbeheer al langer vraagt om financiële ondersteuning. Ze benadrukt dat Diemen al een deel van de financiering heeft geregeld en dat Amsterdam tot nu toe niet voldoende heeft bijgedragen. Ze vraagt zich af wat het nut is van een aankoop door Amsterdam.
Lid ASLAMI (D66) reageert dat de meningsverschillen beperkt zijn en dat de motie primair gaat om onderzoek naar het behoud van het Diemerbos. Lid ALBERTS (SP) benadrukt het bredere probleem van onvoldoende financiering voor groenonderhoud, dat vroeger deels door het Rijk werd gedragen. Ze wijst op de uitdagingen voor Staatsbosbeheer en recreatieschappen en het risico van grootschalige evenementen of bouwprojecten in NNN-gebieden. Ze steunt de motie om te onderzoeken hoe het beheer van het Diemerbos goed geregeld kan worden, inclusief de betrokkenheid van de provincie. Daarnaast geeft ze aan dat de 40-40-20-regeling voor woningbouw gehandhaafd blijft, zoals eerder door de SP in de coalitie ingezet. Lid ASLAMI (D66) vraagt of het bij de 40-40-20-regeling gaat om absolute aantallen of percentages sociale huurwoningen. Lid ALBERTS (SP) antwoordt dat het om absolute aantallen gaat, het draait om het toevoegen van woningen, niet alleen om percentages. Ze benadrukt dat het belangrijk is dat het aantal woningen daadwerkelijk toeneemt, ook zonder dat er woningen worden gesloopt. Daarnaast pleit ze voor het beter benutten van leegstaande gebouwen in Amsterdam als extra bron voor woningen, om zo ruimte en openbare voorzieningen niet onnodig te belasten.
Lid VON GERHARDT (VVD) vraagt naar het doel van de SP, verwijzend naar rapporten over leegstaande kantoren in Amsterdam, waaruit blijkt dat er sprake is van een lage frictieleegstand. Lid ALBERTS (SP) legt uit dat het niet alleen om lege kantoren gaat, maar juist ook om ongebruikte woningen. Ze benadrukt dat deze woningen beter benut moeten worden om daadwerkelijk te wonen. Lid VON GERHARDT (VVD) wijst erop dat er vorig jaar een leegstandverordening is afgesproken, met regels die ervoor zorgen dat slechts weinig woningen langer dan een jaar leegstaan, en vraagt waar de SP naar op zoek is. Lid ALBERTS (SP) antwoordt dat er altijd ruimte is voor strengere maatregelen. Ze vindt dat de huidige leegstandverordening redelijk vriendelijk is voor pandeigenaren en dat er nog veel
22
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
obstakels zijn, zoals vergunningsprocedures, waardoor woningen leeg kunnen blijven. Ze pleit voor meer daadkracht om deze leegstand aan te pakken. Lid VON GERHARDT (VVD) stelt dat het volgens hem onverstandig is om ambtenaren opnieuw in te zetten voor onderzoek naar leegstaande woningen, omdat dat al bekend is. Hij vindt dat die capaciteit beter gebruikt kan worden om daadwerkelijk nieuwe woningen te realiseren, wat direct voordeel oplevert voor Amsterdammers. Lid ALBERTS (SP) legt uit dat bouwondernemingen ook actief willen blijven en dat het belangrijk is om te kijken naar bestaande woningen die benut kunnen worden. Ze benadrukt dat alleen bouwen niet genoeg is, het hergebruiken van bestaande woningen ondersteunt ook de bouwsector en draagt bij aan het oplossen van het woningtekort. Lid ASLAMI (D66) merkt op dat Amsterdam al een van de strengste leegstandsverordeningen van het land heeft en dat hierop gehandhaafd wordt. Hij vindt dat er nog meer gehandhaafd kan worden, maar benadrukt ook dat het belangrijk is om actief nieuwe woningen te bouwen, omdat er leegstand in de stad is die tegelijkertijd benut kan worden. Lid ALBERTS (SP) geeft aan dat er alles aan wordt gedaan om leegstand te voorkomen en dat er gehandhaafd wordt. Ze vindt dat er een extra inspanning nodig is zolang er nog lege woningen zijn.
Daarnaast verwijst ze naar een convenant over studentenwoningen, oorspronkelijk vanuit Volt, dat volgens haar opnieuw moet worden ingediend en besproken om uitvoering te geven aan afspraken over studentenhuisvesting. Lid VAN SCHIJNDEL (Forum voor Democratie) vindt dat de doorontwikkeling van gebieden zoals Haven-Stad, Sloterdijk Noord en Zuid en de Alfadriehoek te traag verloopt. Daarbij wijst hij op de concurrentie tussen Amsterdam en andere gemeenten om planologen en vraagt hij zich af wat de gemiddelde kosten per planoloog zijn. Ook de positie van zelfbouwers komt aan bod, volgens hem worden deze projecten belemmerd door de hoge grondprijzen en hij vraagt of de wethouder manieren ziet om hen te ondersteunen zonder dat daar staatssteun aan te pas komt. Daarnaast benadrukt hij het belang van esthetische kwaliteit en stedenbouwkundige harmonie bij nieuwe bouwprojecten. Hij verwijst naar eerdere bouwperioden, zoals het Plan Berlage, als voorbeelden van harmonie in ontwerp die volgens hem als leidraad zouden moeten dienen. Hoewel hij verheugd is over het hogere aantal bouwaanvragen, vindt hij dat er meer aandacht moet zijn voor de esthetische kwaliteit en het zorgvuldig inrichten van de openbare ruimte in de stad. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) benadrukt het belang van woningen die geschikt zijn voor gezinnen.
Ze merkt op dat sociale huur- en middenhuur woningen nog niet snel genoeg groeien, waardoor veel gezinnen gedwongen worden de stad te verlaten, ondanks het brede aanbod aan voorzieningen. Volgens haar is het essentieel om de verkoop van sociale huurwoningen te stoppen en meer sociaal en betaalbare gezinswoningen te bouwen. Hoewel ze het huidige 40-40-20-beleid waardeert, pleit ze voor een radicalere aanpak, zoals een 50-50-0verdeling, en het bevriezen van middenhuur om te voorkomen dat gezinnen worden gedwongen te verhuizen door stijgende huren. Ze benadrukt dat woningen gebouwd moeten worden met respect voor de waardigheid van de bewoners en niet primair voor winst. Ze wijst ook op de noodzaak om rekening te houden met de gezinssamenstelling, zoals mantelzorgsituaties of huishoudens met drie generaties. Daarnaast noemt ze haar steun voor de motie over het behoud van het Diemerbos en benadrukt ze dat bij dergelijke plannen zowel het groen als de voorzieningen voor de inwoners gerespecteerd moeten worden. Er is een schorsing van enkele minuten. Wethouder VAN WEYENBERG benadrukt het belang van blijven bouwen in Amsterdam.
23
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Hij meldt dat er in de eerste helft van het jaar 3.525 woningen in aanbouw zijn, aangevuld met 660 tijdelijke woningen, wat samen een flinke toename betekent ten opzichte van eerdere jaren. Vooral de middenhuur trekt aan, en bij sociale huurwoningen in aanbouw scoort Amsterdam volgens hem aanzienlijk hoger dan andere steden in Nederland. Het college hanteert het 40-40-20-beleid, met in transformatiegebieden een uitzondering van 30-40-30 indien corporaties de sociale woningen afnemen. Hij benadrukt dat bij sloop de sociale woningen altijd minimaal in dezelfde omvang teruggebouwd moeten worden. Ook gezinnen verdienen aandacht, bij het bouwen van de complete stad wordt rekening gehouden met vervoer, scholen, sportvoorzieningen en de grootte van woningen, waarbij de marktomstandigheden soms een uitdaging vormen. Hij geeft aan dat bij sommige projecten gekeken wordt of programmering kan worden aangepast om meer middensegmentwoningen te realiseren. Verder gaat hij in op het 40-40-20-debat en benadrukt dat het niet alleen om percentages gaat, maar ook om de vraag voor wie en wat er daadwerkelijk wordt gebouwd. Hij noemt dat er aandacht is voor de kloof in koopwoningen en de woningomvang, en dat het college probeert zoveel mogelijk inzicht te geven in de programmering en planning van bouwprojecten, met een doel van 7.500 nieuwe woningen richting het einde van het jaar.
Ook de randvoorwaarden, zoals infrastructuur, netcongestie en bouwkosten door regelgeving, blijven belangrijke aandachtspunten. Hij gaat in op vragen over leegstand en benadrukt de bestaande leegstandsverordening en het handhaven daarvan, en erkent de verschillen in populariteit van locaties zoals Haven-Stad. Hij benadrukt dat daar al fors wordt gebouwd en dat de uitbreiding geleidelijk verloopt. Daarnaast behandelt hij zelfbouwers en wooncoöperaties, waarbij hij aangeeft dat deze projecten qua grondprijs vaak vergelijkbaar zijn met reguliere woningbouw, maar met bijzondere aandacht voor financiering. Wat bouwkwaliteit betreft, wordt gewerkt met een drie-lagenmodel van kwaliteitsborging: stedenbouwkundig bureau, supervisors en de commissie omgevingskwaliteit. De wethouder onderstreept dat de bouwkwaliteit hoog is, ook bij sociale huur en middenhuur, en dat Amsterdam trots mag zijn op de gerealiseerde projecten. Tot slot reageert hij op voorstellen om het 40-40-20-beleid te radicaliseren, zoals het voorstel van lid Kabamba voor 50-50-0, en benadrukt dat Amsterdam in alle categorieën moet blijven bouwen om zowel sociale huur, middensegment als vrije sector te bedienen. Voor ingrijpende wijzigingen zouden aanzienlijke extra middelen nodig zijn, wat momenteel niet in de begroting is voorzien.
Hij belooft de raad binnenkort te informeren met een actualisatie van de meerjarenplanning rond grondontwikkeling. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) benadrukt dat haar voorstel om een radicaal jaar van 50-50-0 in te zetten tijdelijk bedoeld is om het aantal sociale en middenhuur woningen sneller te laten toenemen. Ze wil dat dit gebeurt zonder dat er op dat moment dure vrijesectorwoningen worden gebouwd, omdat er al veel van die woningen in de stad zijn. Ze vraagt de wethouder op welke manier het tempo van de bouw van betaalbare woningen anders versneld kan worden. Wethouder VAN WEYENBERG legt uit dat het tijdelijk stoppen met de bouw van dure woningen niet automatisch leidt tot meer betaalbare woningen, omdat de grondopbrengsten van vrijesectorwoningen vaak cruciaal zijn voor de financiële haalbaarheid van projecten. Zonder die opbrengsten kan het zelfs tegenwerken. Wil men het absolute aantal betaalbare woningen vergroten, dan moet vooral naar de totale bouwambities gekeken worden, waarbij alle categorieën van woningen worden meegenomen. Hij gaat vervolgens in op studenten- en jongerenhuisvesting. Er was een verzoek om de positie van studenten expliciet in beeld te brengen, en hij bevestigt dat ook jongeren hierin worden meegenomen.
Het gaat erom dat geen groepen tegenover elkaar komen te staan, sommige projecten bedienen zowel jongeren als studenten, wat een brede categorisering vereist. Wat betreft het Diemerbos benadrukt de wethouder dat er brede overeenstemming is dat het gebied behouden moet blijven en niet verkocht mag worden. Staatsbosbeheer heeft de noodklok geluid, en ook de gemeente Diemen heeft middelen beschikbaar gesteld. De wethouder kan op korte termijn een klein bedrag beschikbaar stellen om het probleem tijdelijk te verlichten, maar fundamentele besluiten moeten wachten op het nieuwe college en samenwerking met de
24
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
provincie blijft nodig. Het uitgangspunt is dat het bos open en toegankelijk blijft voor bewoners van Amsterdam Zuidoost, IJburg, Watergraafsmeer en Weesp, ongeacht eventuele discussies over festivals of andere activiteiten. Lid BAKKER (Partij voor de Dieren) merkt op dat de wethouder zich wil zich inspannen om op korte termijn 50.000 tot 100.000 euro vrij te maken voor het Diemerbos. Ze vraagt om meer duidelijkheid over de herkomst en het moment van vrijmaking. Wethouder VAN WEYENBERG bevestigt dat de bijdrage wordt vrijgemaakt binnen de bestaande gemeentelijke budgetten, en dat dit kan zodra alle betrokken partijen leveren, Diemen heeft zijn bijdrage al gedaan. Hij benadrukt dat het bedrag tijdelijk is en veel kleiner dan de totale opgave. Structurele financiering zal pas in de nieuwe bestuursperiode aan de orde komen. Het uitgangspunt blijft dat het bos open en toegankelijk blijft voor alle inwoners van Diemen en Amsterdam, terwijl een volledige appreciatie van de situatie later volgt. Lid MINDERHOUD (PvdA) geeft aan dat het doel duidelijk is, behoud van het Diemerbos voor publieke toegang en het voorkomen dat het in private handen valt. Hij merkt op dat het dictum sterk stuurt op het kopen of onderzoeken van het kopen van het bos, waardoor andere mogelijkheden, zoals het delen van kosten tussen provincie en gemeenten, minder ruimte krijgen.
Hij vraagt of de wethouder openstaat voor een bredere benadering om te bekijken hoe dit gefinancierd kan worden. Wethouder VAN WEYENBERG reageert dat dit een complexe positie is omdat hij nog geen volledige appreciatie wil geven. Hij ziet de koopoptie als een van de mogelijkheden die meegenomen moeten worden, maar benadrukt dat beheer ook een belangrijke factor is en dat een exclusieve focus op kopen niet de enige weg is. Over het optoppen meldt hij dat de resultaten van de pilot in Zuid momenteel worden bekeken en dat hij verwacht dat de commissie voor het einde van het jaar hierover bericht zal ontvangen, na overleg met de stadsdelen. De VOORZITTER constateert dat alle vragen voor nu zijn beantwoord en schorst de vergadering. De VOORZITTER heropent de vergadering met het deel waarin de portefeuilles die normaal in de commissies Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding en Sociaal, Economische zaken en Democratisering worden besproken vandaag gezamenlijk aan bod komen. Wethouder Mbarki is afwezig en wordt vervangen door wethouder Groot Wassink. Lid BELKASMI (PvdA) benadrukt het belang van perspectief voor jongeren, vooral uit islamitische gemeenschappen, die zich soms afgehaakt voelen van de politiek. Tegelijkertijd ziet hij veel betrokkenheid en wil hij de kloof verkleinen door in gesprek te gaan en lokaal perspectief te bieden.
Hij vraagt aandacht voor voortijdig schoolverlaten, met name bij jonge moeders, en voor de uitvoering van eerder ingediende moties. Ook maakt hij zich zorgen over besparingen in het onderwijs en hoe die zich verhouden tot extra middelen voor VvE’s. Daarnaast benadrukt hij het belang van vrijwilligerswerk en vraagt hij om meer bekendheid over het vangnet dat organisaties kan ondersteunen bij tekorten in vrijwillige bezetting. Lid RUNDERKAMP (PvdA) bespreekt de begroting vanuit het perspectief van Amsterdam Vitaal & Gezond, dat in december zijn eerste lustrum viert. Hij onderschrijft de missie en kerndoelen van het programma, namelijk het verbeteren van gezondheid en welzijn van alle Amsterdammers en het verkleinen van gezondheidsverschillen, maar merkt enkele aandachtspunten op. Hij wijst erop dat preventieve doelen vaak op individueel niveau worden aangepakt door artsen en verpleegkundigen als coaches, terwijl onderzoek van het Amsterdam UMC laat zien dat
25
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
gezonde leefstijl vooral beïnvloed wordt door omgeving, politieke keuzes en economische structuren. Volgens hem vraagt dit om structurele maatregelen zoals een gezonde voedselomgeving, armoedebestrijding, betere huisvesting, beperking van roken en verankering van kennis over gezondheid en bewegen in het onderwijs. Positief noemt hij de investeringen in gymlessen, sport- en speelplekken, gezonde scholen en armoederegelingen. Tegelijkertijd merkt hij op dat het beoogde percentage rokers in 2026 stijgt van 18 naar 22 procent, wat volgens hem de lange termijn doelstelling van een nicotinevrij Amsterdam in 2040 onder druk zet. Hij benadrukt verder dat kleine gedragsveranderingen grote effecten kunnen hebben, als slechts 1 procent van de Amsterdammers voldoende gaat bewegen, kan dat 14 miljoen euro aan zorgkosten besparen. Hij pleit ervoor om bij het opstellen van de begroting extra middelen te reserveren om de gestelde beweegdoelen voor 2028 van 60 procent van de Amsterdammers te behalen. Lid NAMANE (PvdA) benadrukt het belang van blijvende investeringen zodat alle Amsterdammers kunnen meedoen. Ze ziet dat het college keuzes maakt, bijvoorbeeld door het budget voor re-integratie en bestaanszekerheid te verhogen, wat bijdraagt aan maatschappelijke participatie.
Ze benadrukt dat er nog uitdagingen zijn rondom werken met een arbeidsbeperking, waarbij samenwerking met werkgevers en andere partijen essentieel is. Daarnaast doet ze een suggestie voor de portefeuille Economie om de indicator over nieuwe internationale bedrijven die bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken aan te passen zodat duidelijk wordt welke bedrijven daadwerkelijk een maatschappelijke bijdrage leveren, niet alleen internationaal maar ook lokaal. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat de stad zich moet houden aan de belofte om terug te zakken naar 20 miljoen toeristische overnachtingen. Ze waarschuwt dat zolang Schiphol niet krimpt en budgetvluchten blijven bestaan, dit een dweilen met de kraan open is. Volgens haar zijn rigoureuze maatregelen nodig, zoals het verhogen van de toeristenbelasting en het stoppen met het promoten van de stad voor internationale miljoenenpubliek. Ze kondigt een amendement en een motie aan om deze maatregelen in gang te zetten en Amsterdam als merk anders te positioneren, zonder nieuwe bedrijven te lokken via internationale reclamecampagnes. Daarnaast maakt ze zich zorgen over de veiligheid van dakloze mensen in de nachtopvang. Ze wijst op de risico’s, vooral voor vrouwen en queerpersonen, en stelt een motie voor voor extra pods, mini-huisjes binnen de nachtopvang, om de situatie te verbeteren.
Ze bespreekt mogelijke financieringsbronnen, zoals het herschikken van 3 miljoen voor een onderzoek naar studentenwoningen of het niet overmaken van 500.000 euro aan het Nieuw Amsterdams Verbond, en bekritiseert het gebruik van gemeenschapsgeld voor grote, winstgevende bedrijven. Ze benadrukt dat dit geld beter ingezet kan worden om directe problemen in de stad aan te pakken. Lid VAN DER VEEN (GroenLinks) vraagt de wethouder allereerst naar de voortgang van het aangenomen amendement van vorig jaar over de aanpak van de chemseks-problematiek, naar aanleiding van het recente onderzoek van Trimbos en Mainline. Uit dat onderzoek blijkt dat het aantal mensen met problematisch gebruik toeneemt, dat de samenstelling van deze groep verandert en dat veel mensen met complexe problemen, vaak getekend door trauma of eenzaamheid, buiten beeld van de zorg blijven. Hij benadrukt dat veel mensen middelen gebruiken om trauma of seksueel misbruik te dempen, wat laat zien dat verslaving, seks en mentale gezondheid nauw verbonden zijn. Hij pleit daarom voor blijvende investeringen in een integrale benadering en stelt voor een expertmeeting te organiseren om samen meer inzicht te krijgen in deze doelgroep en problematiek. Daarnaast vraagt hij naar de uitdagingen die de nieuwe wethouder Jeugdzorg in Amsterdam te wachten staan, met het oog op de voortgangsbrief jeugd voor 2026.
Hij wil weten welke nieuwe kwesties de komende periode prioriteit krijgen en hoe het college daarop inspeelt. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) begint met onderwijs en vraagt specifiek naar de lerarencampus, met name hoe gegarandeerd wordt dat leraren die daar wonen ook
26
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
daadwerkelijk gaan werken in de stadsdelen met de grootste tekorten, zoals Zuidoost en NieuwWest. Ze merkt op dat er nu een tweede lerarencampus in Nieuw-West gepland is en stelt dezelfde vraag daarbij. Vervolgens gaat ze in op de zorg, met aandacht voor de vergrijzing en de beweging richting het Sociaal Domein en zorgzame buurten. Ze geeft aan dat het lastig is om uit de begroting een overzicht te halen van de langjarige ontwikkeling van de Wmo en wat er nodig is, ook voor 2026. Ze merkt op dat compensatie van het Rijk voor het niet doorgaan van de eigen bijdrage soms voor andere doelen wordt gebruikt, zoals de Transkliniek, wat positief is, maar vraagt om een meerjarig inzicht. Daarnaast vraagt ze naar het plan voor de aanpak van personeelstekorten in de zorg, waar nog steeds geen duidelijkheid over is, ondanks eerdere toezeggingen en het intrekken van een bezuiniging van vijf ton in de Voorjaarsnota. Ze wil weten wanneer dit plan beschikbaar is, zodat duidelijk wordt hoe het geld wordt ingezet en verdere tekorten structureel worden aangepakt. Lid IJMKER (GroenLinks) begint met vragen over het mbo. Ze sluit zich aan bij eerdere opmerkingen van lid Belkasmi over verlagingen en subsidies en noemt de lopende leesoffensiefpilots, waarbij het doel stijgt van 1 naar 4 procent van mbo’ers met een OBA-lidmaatschap. Ze vraagt zich af waarom er geen hogere ambities zijn gesteld.
Vervolgens gaat ze in op de 500.000 euro voor het Nieuw Amsterdams Verbond, dat opeens in de begroting staat. Ze vindt de besluitvorming hierover opmerkelijk, omdat het een onafhankelijk initiatief betreft en eerder moties hierover niet positief werden ontvangen. Ze mist een duidelijke onderbouwing waarom dit geld nu alsnog wordt vrijgemaakt. Tot slot richt ze zich op economie en indicatoren. Ze merkt op dat de huidige indicatoren nog niet volledig weergeven wat men wil bereiken, bijvoorbeeld op het gebied van gemeenschapseconomie of coöperatieve economie. Ze vraagt hoe de aankomende nulmeting of monitor hierin kan worden meegenomen en hoe dit in de begroting kan worden vastgelegd, zodat er daadwerkelijk op gestuurd kan worden. Lid BROERSEN (Volt) vraagt of GroenLinks van plan is te stemmen voor moties die de toeristenbelasting verhogen. Lid IJMKER (GroenLinks) benadrukt dat het recente verkiezingsprogramma van GroenLinks inderdaad voorstellen bevat over een verhoging van de toeristenbelasting. Tegelijkertijd maakt ze duidelijk dat er ook aandacht is voor de impact van dagjesmensen op de stad en dat ze openstaan voor verdere voorstellen hierover. Lid BROERSEN (Volt) vraagt of GroenLinks zal stemmen voor de stapsgewijze verhoging van de toeristenbelasting, aangezien dit onderdeel uitmaakt van de begroting 2026.
Lid IJMKER (GroenLinks) antwoordt dat het nog te vroeg is om daar nu een standpunt over in te nemen. Ze benadrukt dat bij het vaststellen van de begroting eerst gekeken wordt naar alle ingediende voorstellen en de besteding van de opbrengsten van een eventuele verhoging. Lid BROERSEN (Volt) merkt op dat het verkiezingsprogramma van GroenLinks over 2026 gaat en vraagt waarom GroenLinks dan niet meteen aangeeft of ze in 2026 voor een verhoging van de toeristenbelasting zullen stemmen. Lid IJMKER (GroenLinks) antwoordt dat de huidige begroting onderdeel is van de huidige coalitie en dat de samenstelling van het volgende college anders kan zijn. Ze geeft aan dat het daarom nog niet zeker is wat er mogelijk is en dat besluiten over een eventuele verhoging later worden genomen. Lid BROERSEN (Volt) pleit voor een meerjarige, trapsgewijze verhoging van de toeristenbelasting om de leefbaarheid van de stad te verbeteren en toeristische druk te verminderen. Ze benadrukt dat het geld moet komen van de bezoekers van de stad en hoopt dat
27
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
GroenLinks en PvdA hierbij aansluiten, aangezien GroenLinks in het verkiezingsprogramma ook voor een forse verhoging pleit. Ze is benieuwd naar het stemgedrag van deze partijen bij de begrotingsbehandeling. Lid KROM (Partij voor de Dieren) benadrukt dat haar partij voor een stevige verhoging van de toeristenbelasting pleit om daadwerkelijk effect te bereiken en het aantal toeristische overnachtingen te verminderen. Lid BROERSEN (Volt) geeft aan dat hun voorstellen ook juridisch toetsbaar moeten zijn en dat het belangrijk is duidelijk te maken dat de opbrengsten worden ingezet voor een leefbare stad, met als bijkomend effect het terugdringen van toerisme. Lid KROM (Partij voor de Dieren) merkt op dat Volt vooral uit is op extra inkomsten via de toeristenbelasting, en niet zozeer op het terugbrengen van het aantal overnachtingen onder de 20 miljoen. Lid BROERSEN (Volt) reageert dat de verhoging van de toeristenbelasting juridisch gezien niet gebruikt kan worden om minder bedden te realiseren. Het hoofddoel is het genereren van inkomsten, terwijl het terugdringen van toerisme een positief neveneffect is. Volt wil daarom trapsgewijs de belasting verhogen met 1 procent per jaar. Lid WEHKAMP (D66) spreekt haar zorgen uit over onderwijs en zorg. Ze benadrukt het belang van lerarenwoningen en vraagt of het resterende budget van 4,8 miljoen euro volledig hiervoor ingezet wordt.
Daarnaast stelt ze voor om ook pabostudenten, onderwijsassistenten en zij-instromers te betrekken bij deze woningen. Ze maakt zich zorgen over het schrappen van de lerarenraad en wil weten hoe leraren hierover denken. Verder vraagt ze naar de faciliteiten voor leerlingenraden in Nieuw-West en uit haar zorgen over de kortingen op seksuele gezondheidszorg, met name de gevolgen voor hulpverlening en soa testen. Ze wil geïnformeerd worden zodra de nieuwe verdeelsleutel voor dit budget bekend is. Lid SCHMIT (D66) stelt drie vragen aan het college naar aanleiding van de begroting. Ten eerste vraagt hij waarom de ambitie van Amsterdam in de European Cities & Regions ranking van de Financial Times wordt verlaagd van nummer twee naar vijf, terwijl de stad juist de ambitie heeft om de tech capital van Europa te worden. Ten tweede vraagt hij waarom het aantal publiek-private samenwerkingen in de mbo-agenda wordt verlaagd van 23 naar 21, terwijl er juist meer gerealiseerd zou moeten worden en waarom er niet direct nieuwe samenwerkingen met het mbo starten. Ten slotte gaat zijn derde vraag over het extra incidentele budget van 500.000 euro voor de uitbreiding van de vergunningsplicht in de binnenstad, hij wil weten hoe het college dit gaat invullen, bijvoorbeeld op straat- of brancheniveau, en wat de effectiviteit is van het team met slechts incidenteel geld.
Lid IJMKER (GroenLinks) merkt op dat volgens haar de Amsterdam Economic Board al publiek-private samenwerkingen faciliteert. Lid SCHMIT (D66) verduidelijkt dat hij specifiek doelt op de samenwerking tussen mbo en bedrijfsleven zoals vastgelegd in de mbo-agenda: het aantal afgesproken doelstellingen daalt van 23 naar 21. Lid IJMKER (GroenLinks) merkt op dat ze nog enkele indicatoren mist, zoals publiekcollectieve samenwerking en samenwerking met coöperatieve ondernemingen, en stelt voor om daar indicatoren voor op te nemen. Lid SCHMIT (D66) reageert dat ze elkaar daar waarschijnlijk wel in kunnen vinden: hij kan een doelstelling over sociale ondernemingen inbrengen, zij over coöperatieve ondernemingen.
28
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid HAIJEN (SP) complimenteert het stadsbestuur voor extra investeringen in jeugdzorg en armoedebestrijding en waardeert de regulering van de marktwerking in de jeugdzorg. Hij vraagt echter hoe de wachtlijsten in de huishoudelijke zorg worden aangepakt, en of de wervingscampagne voor extra personeel volledig is uitgevoerd of aanvullend budget nodig heeft. Hij wil ook weten of er momenteel onderbestedingen zijn in de huishoudelijke ouderenzorg. Daarnaast vraagt hij naar de voortgang van de lerarencampus op IJburg, specifiek over het vrijgekomen budget en de bestemming daarvan. Tot slot wil hij informatie over een pilotproject voor individuele begeleiding van werkzoekende Amsterdammers en of dit succesvol kan worden voortgezet. Lid HAVELAAR (CDA) vraagt eerst naar de 38 miljoen euro compensatie voor jeugdzorg uit het Rijk en geeft een compliment dat 350.000 euro voor jeugdhulp mbo in de begroting is opgenomen. Vervolgens wil hij van de vervangende wethouder Sport weten hoe de sportnorm kan worden gehaald, zowel financieel als qua andere keuzes. Hij vraagt ook om opheldering over de 15 miljoen euro voor de lerarencampus, welk deel wordt voor andere doeleinden gebruikt en worden de oorspronkelijke doelstellingen behaald.
Lid WEHKAMP (D66) reageert op de tegenbegroting van het CDA, waarin 20 miljoen euro bezuinigd zou worden op onderwijs voor thuiszittende kinderen en voorschoolse zorg, en vraagt om toelichting. Lid HAVELAAR (CDA) licht toe dat de resterende coalitiemiddelen zijn teruggevloeid naar de algemene middelen en dat daarvan 25 miljoen euro per jaar extra wordt ingezet voor het onderhoud van schoolgebouwen. Lid WEHKAMP (D66) merkt op dat het CDA hiermee liever investeert in gebouwen dan in kinderen die momenteel thuiszitten en geen onderwijs krijgen, terwijl die kinderen wel recht hebben op onderwijs. Lid HAVELAAR (CDA) licht toe dat de resterende coalitiemiddelen momenteel nog niet worden besteed. Ze zijn teruggevloeid naar de algemene middelen, zodat de gemeente de basis op orde kan brengen en jaarlijks 7 van de 380 panden kan onderhouden, waarvoor 25 miljoen euro extra per jaar nodig is. Lid WEHKAMP (D66) merkt op dat volgens de begroting deze coalitiemiddelen ook voor onder andere interne kinderen en leesprogramma’s gebruikt zouden kunnen worden. Lid HAVELAAR (CDA) vindt het te voorbarig om daar tijdens deze vergadering op in te gaan. Hij stelt nog een vraag over de 15,5 miljoen euro structurele begrotingsruimte binnen de Wmo en vraagt de wethouder om uitleg over het gebruik daarvan.
Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) complimenteert het CDA voor eerdere inzet op de sociale basis en het maatschappelijk middenveld. Ze is verbaasd dat de tegenbegroting bezuinigingen op de sociale basis laat zien en vraagt om toelichting. Lid HAVELAAR (CDA) legt uit dat een deel van de bovenwettelijke voorzieningen, zoals voor daklozen, wordt beperkt en dat een deel van de sociale basis afhankelijk wordt van extra opbrengsten uit de toeristenbelasting. Hij benadrukt dat ongeveer 4 miljard euro van de begroting naar Wmo-zorg en armoedebestrijding gaat en plaatst dit in een bredere discussie over de samenleving en het terugdringen van kwetsbaarheid en armoede. Lid VAN PIJPEN (GroenLinks) benadrukt dat bezuinigingen op de sociale basis niet alleen een technische kwestie zijn, maar ingrijpen op preventie, waardoor juist meer curatieve zorg nodig kan zijn. Ze vraagt of het CDA nog achter het principe van investeren in preventie staat.
29
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Lid HAVELAAR (CDA) reageert dat hij wel voor preventie is, maar dat lid Van Pijpen de discussie te beperkt stelt. Hij legt uit dat het CDA ook kijkt naar de financiële afhankelijkheid van de overheid en eerder kiest voor gedeeltelijke kwijtschelding van bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, waardoor andere keuzes gemaakt worden. Lid BELKASMI (PvdA) vraagt aan het CDA wat nodig is om de sportnorm te halen. Lid HAVELAAR (CDA) geeft aan dat hij dat nog wil afwachten op de antwoorden van het college. Lid BELKASMI (PvdA) vult aan dat er volgens hem veel extra geld nodig is, ongeveer 1 miljoen euro aan investeringen, wat hij niet terugziet in de CDA-tegenbegroting. Lid HAVELAAR (CDA) legt uit dat de technische antwoorden pas de avond voor het opstellen van de tegenbegroting binnenkwamen. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) benadrukt dat achter de begroting cijfers echte levens schuilgaan, gezinnen, jongeren, mbo-studenten en ouderen die vereenzamen. Ze wijst erop dat de egalisatiereserve jeugd voelbare impact moet hebben op mentale gezondheid, opvoedondersteuning en trauma-aanpak, vooral bij meisjes en moeders in kwetsbare wijken. Ze vraagt ook aandacht voor de 8 miljoen euro uit de BUIG-reserve die nog niet is toegewezen en of dit kan bijdragen aan bestaanszekerheid, tekorten in zorg en onderwijs, en de korting op seksuele gezondheidszorg.
Ze benadrukt dat toegang tot seksuele voorlichting essentieel is voor gezondheid en autonomie. Daarnaast vraagt ze hoe de stad mbo-jongeren beter kan ondersteunen, zodat zij niet tussen onderwijs, zorg en werk/huishoudelijke zorgen verdwijnen. Ze wijst ook op de hoge huizenprijzen die deze jongeren raken en benadrukt dat de stad moet investeren in een gezond, waardig en vrij bestaan voor iedereen. Er is een schorsing van enkele minuten Wethouder GROOT WASSINK begint met de positieve waardering voor het jongerenwerk, die hij terecht vindt, en benadrukt dat het college gemotiveerd blijft investeren in dit werk, met speciale aandacht voor jonge moeders en voortijdig schoolverlaten. De bijbehorende brief wordt in december besproken en vormt onderdeel van het nieuwe meerjarenplan. Over de mbo-agenda geeft hij aan dat er structureel minder geld beschikbaar is. In 2026 kan een bezuiniging van 200.000 euro nog worden opgevangen door een kasschuif vanuit het huidige boekjaar, maar vanaf 2027 is er minder financiële ruimte. Hij stelt dat toekomstige coalities mogelijk aanvullende investeringen zullen moeten doen om het beleid voort te zetten. Met betrekking tot werken met een arbeidsbeperking verwijst hij naar het recente rapport van de Rekenkamer en benadrukt hij dat bestuurlijke opvolging daarvan gaande is.
Voor de opmerkingen over indicatoren van bedrijven met maatschappelijke bijdrage, zoals door lid IJmker naar voren gebracht, geeft hij aan dat hij pas inhoudelijk kan reageren zodra er concrete voorstellen liggen. Tot slot gaat hij in op de moties van de Partij voor de Dieren en de dekking daarvan. Hij vindt het interessant voor het debat, maar wil eerst de exacte formuleringen en financiële dekking afwachten. Daarbij merkt hij op dat volgens de tegenbegroting van het CDA zowel dakloosheid als armoedevoorzieningen fors zouden worden bezuinigd, wat relevant is voor de discussie over de sociale voorzieningen in de stad. Verder reageert hij op de opmerkingen van lid Havelaar over bovenwettelijke maatregelen en erkent dat de bedragen die het CDA noemt wellicht ruimer zijn, maar merkt op dat het jammer is dat niet duidelijk is gespecificeerd welke bovenwettelijke voorzieningen zouden worden stopgezet. Vervolgens gaat hij in op vragen van GroenLinks over het Nieuw Amsterdams Verbond.
30
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
Hij legt uit dat deze organisatie een samenwerkingsverband is van Amsterdammers, maatschappelijke initiatieven, bedrijven en fondsen om de leefbaarheid in de stad te versterken. De bijdrage van de gemeente is bedoeld om de organisatie in de opstartfase te ondersteunen, met de verwachting dat het Verbond na 2026 jaarlijks ruim 2,5 miljoen euro beschikbaar zal hebben voor stedelijke initiatieven. Tot slot verwijst hij kort naar de discussie over toeristenbelasting, waar Volt een vraag over had, maar houdt vast aan de gemaakte afspraken. Lid BROERSEN (Volt) vraagt vervolgens welke afspraak de wethouder precies bedoelt. Wethouder GROOT WASSINK licht toe dat het college met deze begroting heeft neergelegd hoe het naar 2026 kijkt en dat het college daar volledig achter staat. Lid BROERSEN (Volt) merkt op dat ze dacht dat de wethouder doelde op het coalitieakkoord, waarin een stijging van de toeristenbelasting is opgenomen. Wethouder GROOT WASSINK reageert dat het college de toeristenbelasting de afgelopen jaren al flink heeft verhoogd. Lid BROERSEN (Volt) merkt op dat er in het coalitieakkoord geen concreet cijfer voor de toeristenbelasting staat, wat volgens haar ruimte biedt voor debat. Ze vindt het vreemd om een begrotingsdebat te voeren als er geen beweegruimte zou zijn. Wethouder GROOT WASSINK benadrukt dat het debat vooral tussen de raadsleden zelf plaatsvindt.
Het voorstel van het college ligt er, en het is niet aan hem om in te vullen wat fracties van dit voorstel vinden. Hij gaat in op vragen over publiek-private samenwerkingen in het mbo en benadrukt dat het dalende aantal samenwerkingen geen probleem vormt, de activiteiten zijn geborgd en kunnen zelfs hoger uitvallen dan verwacht, mede dankzij andere vormen van samenwerking en financiering via landelijke subsidies. Wat betreft de ranking van Amsterdam in de European Cities & Regions of the Future van de Financial Times legt hij uit dat dit veel breder gaat dan lokale inspanningen. Het vestigingsklimaat wordt voor een groot deel bepaald door nationale maatregelen, zoals expatsubsidies en belastingvoordelen. Instabiliteit in nationaal beleid kan gemakkelijk leiden tot een lagere positie op zulke ranglijsten. Lid SCHMIT (D66) uit zijn teleurstelling dat het college de ambitie van Amsterdam om de tech capital van Europa te worden verlaagd van plek twee naar vijf. Hij wijst erop dat hij in eerdere debatten meerdere voorstellen heeft gedaan om de positie te verbeteren. Wethouder GROOT WASSINK reageert dat ze soms tegen de realiteit van nationale invloeden aanloopt. De ranking gaat namelijk niet over ambitie, maar over randvoorwaarden zoals buitenlandse investeringen, belastingklimaat en politieke stabiliteit.
Ook al blijft het college streven naar een hoge positie, nationale beleidskeuzes hebben een grote impact, waardoor realisme noodzakelijk is. Daarnaast gaat hij in op de vergunningsplicht in de binnenstad. Hij benadrukt dat naast een extra budget van 500.000 euro ook 1,25 miljoen euro uit bestaande budgetten beschikbaar is gesteld om te starten met de uitvoering. Het uitvoeringsplan Aanpak Binnenstad 2026 zal de raad hierover volledig informeren. Over de pilot werkende minima meldt hij dat deze succesvol is en in 2026 wordt voortgezet, met op dit moment 125 betrokken deelnemers. Voor de sportnorm verwijst hij naar het strategisch huisvestingsplan Sporten en Bewegen 2023–2027, dat per stadsdeel uitlegt hoe de norm kan worden gehaald. De uitvoering staat echter onder druk door beperkte ruimte en middelen. Tot slot licht de wethouder de uitname uit de egalisatiereserve toe. Deze uitname dient om structureel uitkeringen en andere wettelijke taken te bekostigen, zoals opvang van asielzoekers. Tegelijkertijd blijven de uitgaven in lijn met de wettelijke taken en het doel van de
31
Gemeente Amsterdam raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit. Concept-raadscommissieverslag, 16 oktober 2025
FKD
reserve, het opvangen van tegenvallers in de BUIG. Hij benadrukt dat de reserve geen structureel geld is, maar juist bedoeld om economische schommelingen op te vangen. Wethouder GROOT WASSINK legt uit dat er inderdaad twee uitnamen zijn gedaan: een uit de egalisatiereserve Werk en Inkomen en een uit de Wmo. Beide dotaties vloeien naar de algemene middelen en zijn niet specifiek bestemd voor BUIG of Wmo, maar dienen als buffer om tegenvallers op te vangen. Hij benadrukt dat hier tegenover wel concrete uitgaven staan, het gaat dus niet om vrije ruimte, maar om middelen die structureel ingezet worden om verplichtingen zoals uitkeringen en Wmo-taken te kunnen uitvoeren. Lid KABAMBA (Partij voor Morgen) geeft aan dat ze de 4 miljoen euro voor werk en inkomen niet als vrije ruimte ziet, maar als een mogelijkheid om bijvoorbeeld een deel te besteden aan bestaanszekerheid. Ze erkent dat het incidenteel is en dat elk jaar opnieuw moet worden gekeken naar bestaande doelen, maar vraagt of dit binnen het complex van die 4 miljoen kan worden meegenomen. Wethouder GROOT WASSINK bevestigt dat de middelen nadrukkelijk zijn bestemd voor de agenda Bestaanszekerheid. Het gaat zowel om blijvende investeringen om mensen aan het werk te helpen als om het structureel voortzetten van de agenda Bestaanszekerheid.
De 4 miljoen is dus geparkeerd binnen dit doel en blijft gedurende de looptijd van deze begroting beschikbaar voor die inzet. Wethouder MOORMAN licht toe dat er in de voorschool twee belangrijke ontwikkelingen spelen. Ten eerste is er sprake van een korting van 10 procent op de onderwijsachterstandenmiddelen vanuit het Rijk, waardoor het moeilijk wordt om de leeftijd voor voorschooldeelname op twee jaar te houden. Dankzij extra middelen in de begroting kan dit echter een jaar worden uitgesteld, in afwachting van mogelijke keuzes van het nieuwe kabinet. Ten tweede zijn er extra middelen vanuit de jeugdvisie toegevoegd om inclusieve opvangplekken te realiseren. Deze gelden komen vanuit een andere route dan de reguliere middelen voor jeugdzorg, maar maken het mogelijk dat de transitie zoals beschreven in de jeugdvisie, waarbij het belang van het kind centraal staat, voortgezet kan worden. Ze benadrukt dat dit een brede ontwikkeling is die het hele sociale domein raakt, waarbij samenwerking tussen onderwijs, jeugdzorg, volwassen-ggz en wonen essentieel is. Over de lerarencampus geeft ze aan dat de voorrangsregeling gebaseerd is op de tekorten in de stadsdelen, daar waar de tekorten het grootst zijn, hebben aanmeldingen voorrang.
Het budget van 15 miljoen euro wordt deels besteed aan de ontwikkeling van de campus op IJburg, goed voor zo’n 55 tot 65 woningen, terwijl de ambitie minimaal 80 woningen is. Daarom onderzoekt het college nu ook mogelijkheden in Nieuw-West, bijvoorbeeld door een schoolgebouw te transformeren en gemeentelijk vastgoed breder in te zetten. Een deel van het budget wordt bovendien ingezet voor de voorrangsregeling, zodat zowel nieuwe als bestaande leraren in de stad ondersteund worden. Voor pabostudenten zijn aparte regelingen via studentenhuisvesting. Ze benadrukt dat de woningmarkt krap is, waardoor keuzes en afwegingen altijd nodig blijven, maar dat het doel is dat ook leraren, zorgmedewerkers en politie in de stad kunnen wonen, en niet alleen degenen met de hoogste inkomens. Ze gaat verder in op de 4,8 miljoen euro die nog beschikbaar is na de toewijzing van middelen voor de lerarencampus op IJburg en andere woningen. Ze benadrukt dat dit bedrag nog gebruikt kan worden voor extra woningen voor leraren. Tegelijkertijd waarschuwt ze de raad om dit geld niet willekeurig in te zetten, maar het integraal binnen het onderwijsveld te benutten, zodat de middelen gericht blijven op de prioriteiten die gezamenlijk zijn vastgesteld. Ze licht toe dat de vormgeving van de lerarenraad niet wordt geschrapt, maar anders wordt ingevuld.