CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Evenementenbeleid 2026 - versie2 inspraak

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 5 juni 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het concept Evenementenbeleid 2026 (VN2025-007383)34.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

• •

evenementenorganisatoren te informeren over de consequenties van overtreding van de voorschriften, over welke sanctie volgt bij welke overtreding en aan te geven waar hun verantwoordelijkheid ligt; de huidige handhavingspraktijk in de stadsdelen meer uniform te maken; invulling te geven aan het voornemen de naleving van vergunningsvoorwaarden mee te laten spelen bij de beoordeling van nieuwe aanvragen.

Handhaving is er voor het waarborgen van normconform gedrag en is op zijn plaats als duidelijk is dat de normen evident niet worden nageleefd. Handhaving is dan ook vaak repressief. In de praktijk zijn door de gemeente Amsterdam en de organisatoren ook manieren ontwikkeld om preventief op te treden om overtredingen te voorkomen. Zo wordt tijdens grote evenementen de muziekproductie continue gemonitord en kunnen overschrijdingen direct worden gecorrigeerd. Deze praktijk wordt als positief beoordeeld en dient behouden te blijven. Of er handhavend wordt opgetreden is steeds afhankelijk van ernst en aard van de geconstateerde overtreding.

15 Vervolgproces 15.1 Inwerkingtreding beleid Dit Evenementenbeleid 2026 treedt op 1 januari 2026 in werking. De Locatieprofielen zijn effectief van toepassing vanaf 1 januari 2027.

15.1.1 Evenementenjaar 2026 De Evenementenkalender 2026 is een kopie van de Evenementenkalender 2025. Organisatoren die in 2026 een evenement in Amsterdam of Weesp willen organiseren kunnen zich hiervoor aanmelden. Organisatoren die het evenement dat zij in 2025 hebben georganiseerd kunnen aangeven of zij dit

69

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

evenement in 2026 weer willen organiseren. Nieuwe organisatoren of nieuwe concepten van bestaande organisatoren kunnen hun evenement aanmelden voor plekken die eventueel openvallen. Het gebruik van de knelpuntenanalyse, de risicoanalyse, de nieuwe vergunningsvoorwaarden en de regelgeving rond geluid zullen vanaf 1 januari 2026 worden toegepast.

15.1.2 Evenementenjaar 2027 en verder De Evenementenkalender 2027 en verder zullen worden samengesteld op basis van de nieuwe locatieprofielen en op basis van de nieuwe regels voor het verdelen van schaarste.

15.2 Geldigheidsduur en evaluatie De looptijd van het Evenementenbeleid 2026 en de Locatieprofielen 2027 is 10 jaar. Reden hiervoor is dat bewoners en de evenementensector gebaat zijn bij duidelijkheid voor de langere termijn. Het beleid en de locatieprofielen zijn opgesteld met het doel duurzaam en toekomstbestendig te zijn. Na vijf jaar vindt een tussentijdse evaluatie plaats. Bij deze evaluatie wordt op basis van praktijkervaringen bepaald of en hoe het beleid en/of de locatieprofielen aangepast moeten worden. Doel is het optimaliseren van het beleid en de locatieprofielen. Daarnaast zal ook de impact van evenementen op de stad worden gemonitord. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het beroep dat evenementen doen op voorzieningen of de nood- en hulpdiensten. Dat beroep wordt vooral gedaan door de allergrootste, vrij toegankelijke evenementen, zoals Pride of Koningsdag en is zeer beperkt bij de grotere muziekevenementen in de stad. Die zijn namelijk zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van hun bezoekers en daarvoor particuliere beveiligers en EHBO-teams inhuren, en omdat er maatregelen worden gevraagd die maken dat ingrijpen door brandweer of politie zelden nodig is. Ook de impact van evenementen op de omgeving wordt gemonitord, maar dan vooral via de vergunningverlening en evaluaties. Die processen zijn, als onderdeel van het nieuwe beleid aangescherpt.

Indien de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, zal bij de evaluatie van het beleid worden voorgesteld om waar nodig zaken aan te passen.

15.3 Uitvoeringsprogramma Bij dit nieuwe Evenementenbeleid 2026 wordt ook een Uitvoeringsprogramma opgenomen. Hierin staan maatregelen opgenomen die na vaststelling van dit beleid nader uitgewerkt of onderzocht worden. In de meeste gevallen gaat het om maatregelen die de implementatie van dit nieuwe beleid moeten verbeteren, zoals het stroomlijnen van werkprocessen op het gebied van

70

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

vergunningverlening en communicatie. De mogelijkheid bestaat dat dit leidt tot aanpassing van dit beleid. In die gevallen zal daarvoor een apart bestuurlijk besluitvormingsproces worden doorlopen.

Bijlagen Evenementenbeleid Bijlage 1

Visie op evenementen (Inclusief draagvlakonderzoek 2024)

71

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

amsterdam_bruisende_stad_visie_festivals_en_evenementen_2025-2035.pdf

72

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Bijlage 2

Verdeling bevoegdheden evenementenbeleid

Onderwerp

Bevoegdheid

Evenementenbeleid College van B&W Heet college is bevoegd beleid vast te stellen. Het beleid heeft echter grote impact op de stad en haar inwoners dat het college de raad in de gelegenheid stelt om adviezen en bedenkingen mee te geven. Locatieprofielen Van Burgemeester naar Gemeenteraad De nadruk in de locatieprofielen is komen te liggen op het woon- en leefklimaat. De ruimtelijke aspecten uit de locatieprofielen worden in het Omgevingsplan opgenomen. De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van het Omgevingsplan. Daarom is de bevoegdheid van de locatieprofielen verplaatst van de burgemeester naar de gemeenteraad. Evenementenvergunning

Burgemeester (gemandateerd aan de stadsdeelvoorzitters) Voor het houden van een evenement is een vergunning van de burgemeester vereist. Evenementenkalender Van Burgemeester naar College van B&W De Evenementenkalender wordt met het nieuwe beleid niet meer alleen opgesteld in het kader van openbare orde en veiligheid, maar ook in het kader van de verdeling van schaarse plekken. Daarmee is de bevoegdheid het hele college.

Locatiebeleid Bijlage 3

Concept Locatieprofielen 2027

Zie aparte bijlage

73

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Bijlage 4

Kaart met locaties + korte beschrijving

Link invoegen (volgt later)

74

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Geluid Bijlage 5

Aanpassingen Geluidbeleid – link naar bestaand geluidbeleid

NB. De voorgestelde wijzigingen in het Geluidbeleid zijn geel gearceerd. Alle niet gearceerde tekst

Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam - Beleidsregel (gewijzigd 2025) Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Bevoegdheden 1.3 Doel en reikwijdte 1.4Verantwoording 2. Normenstelsel 2.1 Best Beschikbare Technieken 2.2 Grenswaarden 2.3 Preventie gehoorschade 2.4 Planvorming geluid 2.5 Aantal evenementdagen met muziekgeluid 2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid 2.7 Soundcheck 2.8 Op- en afbouw 2.9 Geluidmonitoring 2.10 Informeren bewoners en afhandeling meldingen van overlast 3. Stappenplan toezicht en handhaving

75

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Bijlagen I. Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam II. BBT-Lijst 18 Evenementengeluid in Amsterdam III. Bijlage 3: Bijgesteld meetprotocol straatfeesten met Muziek

1 Inleiding Evenementen horen bij de stad. Ze dragen bij in het aanbod van activiteiten voor zowel bezoekers als bewoners van Amsterdam. Tegelijkertijd veroorzaken ze overlast voor omwonenden. Dit is tot op zekere hoogte onvermijdelijk. In de nota Uitgangspunten voor een nieuw evenementenbeleid (mei 2016) wordt deze spanning door het college van B&W onderkend. Bij de hernieuwde invulling van het geluidbeleid voor muziekevenementen wil het college een betere balans vinden tussen het beperken van de geluidoverlast voor omwonenden en goed georganiseerde en voor bezoekers aantrekkelijke evenementen. In de beleidsregel ‘Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam’ (de beleidsregel) zijn de nieuwe kaders en regels vastgelegd voor evenementen met versterkte muziek in Amsterdam. Daarmee treedt het in plaats van het beleid (handboek milieu (2015) en beleid van stadsdelen) dat gold voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel.

1.1 Aanleiding De vernieuwing van het geluidbeleid voor evenementen vindt haar aanleiding in het volgende: •

Een toename van het aantal (grote) muziekevenementen in de stad en daarmee een toename van de belasting van het aantal inwoners van Amsterdam;

•

De veranderingen in de muzieksoort en de daarbij gebruikte geluidinstallaties waarbij steeds meer bastonen worden geproduceerd; het zijn met name deze lage tonen die een nieuw soort overlast veroorzaken; De complexiteit van het fenomeen geluidoverlast als zodanig; niet alleen objectief vast te stellen zaken spelen een rol, zoals geluidniveaus en bijvoorbeeld effectiviteit van de afscherming, maar ook factoren die door mensen verschillend worden beleefd, zoals de duur van de blootstelling, het soort muziek, het aantal keer per jaar, de eindtijd et cetera. De constatering dat het oude beleid, vastgelegd in het handboek milieu (2015) en in veel gevallen nog lokaal vertaald, voldoende aanknopingspunten biedt voor verbetering: meer

•

•

76

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

eenduidige regels, onderbouwing op basis van nieuwe inzichten, meer stimulansen voor het terugdringen van overlast en het gebruik van nieuwe technologieën.

1.2 Bevoegdheden Voor het houden van een evenement is een vergunning van de burgemeester vereist (artikel 2.40 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, hierna: de APV). De wettelijk grondslag voor dit artikel is te vinden in artikel 174 van de Gemeentewet, dat bepaalt dat de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht. De burgemeester kan de evenementenvergunning weigeren als naar zijn oordeel een van de weigeringsgronden van artikel 2.43 APV zich voordoet. Voor dit geluidbeleid zijn de volgende gronden het meeste van belang: a. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; c. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden; f. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is; h.

de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde belangen; Evenementen met geluid kunnen bijvoorbeeld een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat opleveren of zich niet verdragen met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden. Indien een van de weigeringsgronden zich voordoet, kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning (artikel 2.44 APV) en de vergunning alsnog verlenen. Omdat de burgemeester bevoegd is een aanvraag voor een evenementenvergunning te verlenen of te weigeren, heeft de burgemeester ook de bevoegdheid om over deze afweging beleidsregels op te stellen (op basis van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Binnen de door de APV gestelde regels over de evenementen, heeft de burgemeester een grote mate van beleidsvrijheid. Door beleidsregels op te stellen, is het voor iedereen duidelijk waarom voor het ene evenement wel en voor het andere evenement geen vergunning wordt verleend of waarom bepaalde voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Met het onderhavige beleid wordt op deze wijze specifiek duidelijkheid gegeven over de regulering van geluidbelasting bij evenementen.

1.3 Doel en reikwijdte Het doel van het geluidbeleid voor evenementen is: • De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden te beperken, onnodige en overmatige hinder voorkomen;

77

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

• •

Eenduidige normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen; Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties;

In de beleidsregel wordt een onderscheid gemaakt tussen evenementen waar het spelen en/of ten gehore brengen van muziek een primaire activiteit is (lees: muziekevenementen, bijvoorbeeld concerten of dancefestivals) en evenementen waarbij muziek een secundaire en ondersteunende functie heeft (bijvoorbeeld sportevenementen).

1.4 Verantwoording Dit geluidbeleid voor evenementen is tot stand gekomen op basis van onderzoek naar de werking van het oude beleid in Amsterdam en elders (Het GeluidBur0, 2016, Geluid bij evenementen). Daarnaast is de vernieuwing van het beleid uitgebreid besproken met zowel vertegenwoordigers van omwonenden als met vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche. Ten behoeve van de uitwerking van een aantal technisch inhoudelijke onderdelen (bijlage I: Meet- en rekenprotocol en bijlage II: BBT lijst 2018) is een Expertgroep Geluid ingesteld met daarin deskundigen van verschillende geluidadviesbureaus en met inbreng vanuit de TU Eindhoven. Voor evenementenlocaties waarin de afgelopen jaren meer dan drie muziekevenementen hebben plaatsgevonden, zijn, rekening houdend met specifieke locatiekenmerken en met gebruikmaking van een rekenmodel, geluidlocatieprofielen opgesteld (Het GeluidBuro 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam). Deze profielen zijn input geweest voor het bepalen van het maximaal aantal dagen met een bepaalde geluidbelasting. Voorts is 2017 is benut als overgangsjaar. Dat wil zeggen dat een aantal nieuwe elementen in het beleid zijn uitgeprobeerd bij evenementen die in 2017 plaatsvonden. De resultaten daarvan zijn onderzocht (ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 20-17, Meetwaardenonderzoek) ).

In dit onderzoek is gekeken naar welke meetwaarden feitelijk zijn opgetreden bij een 15-tal. Daarnaast is onderzoek gedaan naar belevingswaarden onder omwonenden (Soundappraisal, rust en reuring, onderzoek naar geluidbeleving 2017). Beide evaluaties van het evenementseizoen 2017 zijn input geweest bij de definitieve invulling van het beleid. Tenslotte zijn de Beleidsregel Geluid bij evenementen in Amsterdam en de nieuwe locatieprofielen voor evenementen ter inspraak gelegd. Ook de inspraakreacties zijn betrokken bij de definitieve invulling van het beleid.

2 Normenstelsel Het geluidbeleid voor evenementen in de stad is een bouwwerk van akoestisch en niet akoestisch gerelateerde normen en afspraken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen generieke regels die gelden voor de hele stad en locatiegebonden maatwerk voor een aantal als zodanig aangewezen evenementenlocaties.

2.1 Best Beschikbare Technieken

78

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement: • Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement; • Geluidreducerende / -sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT). Het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. Door het treffen van BBT-maatregelen wordt onnodige geluidsemissie zoveel mogelijk voorkomen. Voor evenementen zijn geen specifieke BBT-referentiedocumenten (BREFs) van toepassing waarin specifieke eisen zijn opgenomen. Om vast te stellen welke maatregelen en voorzieningen als BBT gezien mogen worden, is een Expertgroep Geluid opgericht.

In de Expertgroep nemen deel: onafhankelijke akoestische adviseurs, een akoestisch adviseur namens de brancheorganisaties, technische producenten/leveranciers, de Omgevingsdienst en het Stedelijk Evenementenbureau. De Expertgroep Geluid zal de ‘BBT-lijst’ jaarlijks updaten die de gemeente vervolgens zal verspreiden. In bijlage II is de BBT-lijst 2018 opgenomen.

2.2 Grenswaarden Voor de geluidniveaus die tijdens evenementen maximaal worden toegestaan op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen, zijn drie categorieën geformuleerd. Tijdens muziekevenementen mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 85 dB(C) bedragen. Toelichting: Onder muziekevenementen verstaan wij evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek de primaire doelstelling is. Voor al deze evenementen geldt de doelstelling om de geluidoverlast voor de omgeving te beperken. De 85 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen of andere geluidgevoelige objecten is daarbij het gestelde maximum. De keuze voor een grenswaarde van 85 dB(C) op de gevel is gebaseerd op akoestisch onderzoek naar geluidniveaus op de gevel en naar waarden in huis. Vanuit het oogpunt van het voorkomen van spraak- en slaapverstoring is het uitgangspunt een binnenwaarde van maximaal 50 dB(A), bij een gemiddelde geluidwering van 20 dB(A). Uit akoestisch onderzoek (Het GeluidBuro (2016), Geluid bij evenementen en ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 2017, Meetwaardenonderzoek) blijkt dat met een gevelwaarde maximaal 85 dB(C) beneden het 50 dB(A) niveau wordt gebleven in woningen. In vergelijking met het oude

79

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

beleid, waarin een maximale waarde van 70 dB(A) aan de gevel dikwijls als maximale waarde werd vergund, is de norm van maximaal 85 dB(C) strenger en beter gericht op het beperken van overlast door lage tonen. Onder het oude beleid kon de geluidbelasting in dB(C) oplopen tot 90 à 95 db(C). 1. Tijdens evenementen waarbij muziekgeluid een secundaire rol speelt mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 75 dB(C) bedragen. Toelichting: Om de geluidoverlast van evenementen voor de omgeving terug te dringen wordt de norm voor evenementen waarbij muziek niet de primaire activiteit is, gesteld op maximaal 75 dB(C). Voorbeelden zijn evenementen waarbij een sportactiviteit centraal staat. 2. Tijdens evenementen met een hoog maatschappelijk belang mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 95 dB(C) bedragen. Toelichting: Voor evenementen “met een hoog maatschappelijk belang” geldt net als bij andere evenementen de doelstelling om de overlast voor de omgeving te beperken.

Voorbeelden van evenementen met een hoog maatschappelijk belang (vanwege het nationale karakter, het belang van de boodschap die wordt uitgedragen en/of de samenhang met de rol van Amsterdam als hoofdstad) zijn de viering van Koningsdag en de Pride Amsterdam. De situering van deze evenementen in de binnenstad van Amsterdam - met veel relatief smalle locaties waar muziek ten gehore wordt gebracht - maakt dat een geluidniveau van maximaal 85 dB(C) te veel ten koste zou gaan van de belevingswaarde voor bezoekers van het evenement. Om die reden wordt voor deze categorie een uitzondering mogelijk gemaakt en de gevelwaarde op maximaal 95 dB(C) gesteld. Het jaarlijkse eenmalige karakter van deze evenementen maakt dat een uitzondering op de basisnorm tot maximaal 95 dB(C) aanvaardbaar wordt geacht. Voor Koningsnacht gelden bijzondere regels als het gaat om de vergunning voor buitenpodia. Die worden toegestaan van 19 uur op Koningsnacht tot 01 uur op Koningsdag. Voor Koningsdag geldt de geluidsnorm voor Evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang van maximaal 95 dB(C) op de gevel. Deze verhoogde geluidsnorm geldt niet voor de nachtelijke uren van Koningsdag. 3. Tijdens Straatfeesten met Muziek mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 5 minuten op 15 meter van het podium maximaal 105 dB(C) bedragen.

Toelichting: Specifiek voor straatfeesten met muziek wordt een aparte categorie toegevoegd aan het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam. Het gaat om evenementen die voldoen aan de volgende criteria: I. Het betreft een evenement met als primair doel het ten gehore brengen van muziek; II. Dat plaatsvindt in een publieksgebied met, vanaf het podium vanaf iedere zijde, een maximale afstand van 25 meter tot de dichtstbijzijnde woning.

80

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

III. Dat plaatsvindt tijdens een evenement van maatschappelijk belang, zoals aangewezen door de burgemeester van Amsterdam.

Voor deze categorie evenementen geldt een specifieke geluidsnorm per podium of area van maximaal 105 dB(C) in het publieksgebied op 15 meter van het podium. Is de afstand tussen een zijde van een podium en dichtstbijzijnde gevel kleiner dan 25 meter[1], dan geldt deze normering op 15 meter. Ligt de gevel op een afstand van 15 meter of minder dan blijft de maximale waarde van 105 dB(C) - ongeacht waar de gevel begint - op 15 meter/ einde publieksgebied gelden. Deze geluidsnorm sluit aan bij de normering in het vigerende geluidbeleid voor (kleinschalige) muziekevenementen (van categorie II en III). Daarin is vastgelegd dat het geluidniveau in het publieksgebied is genormeerd op maximaal 95 dB(A) en 105 dB(C) op 25 meter van het podium. Dit correspondeert met de richtlijn samengestelde bronvermogens voor Klein FoH-systeem in tabel 4.1 van het Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam en is opgenomen in het aanvullende BBT-maatregel voor deze twee categorieën. Aanvullende voorwaarden I. Akoestisch onderzoek bij jaarlijks terugkerende evenementen. Voor de locaties waar deze straatfeesten jaarlijks terugkerend plaatsvinden, dient een locatieprofiel te worden opgesteld. Daarbij hoort dat er goed wordt gekeken naar de optimale geluidproductie vanuit het oogpunt van overlast voor de omgeving en de mogelijkheden om effectief BBT in te zetten.

De uitkomsten van dit akoestisch onderzoek worden vastgelegd in het locatieprofiel en zijn daarbij ook richtinggevend voor de vergunningverlening en de vertaling daarvan in geluidvoorschriften. Op deze wijze blijft geborgd dat, waar zinvol mogelijk, onnodige geluidsoverlast wordt tegengegaan.

81

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Voor het overige (dus voor locaties waar deze evenementen niet jaarlijks terugkeren) geldt dat bij de vergunningaanvraag een zogenoemd “eenvoudig geluidplan volstaat (dus zonder akoestisch onderzoek). II. Beperkingen in duur en frequentie Voor deze categorie evenementen (straatfeesten met muziek) geldt, gelet op de forse geluidbelasting voor de omgeving, een “restrictieve” lijn waar het gaat om duur en frequentie. Concreet wordt de ruimte voor deze evenementen begrensd door de volgende voorwaarden: • Niet langer dan 6 uur dit muziekvolume in publieksgebied; • Niet vaker dan 2 keer per jaar op dezelfde locatie; Eendaags (dus niet meer dan twee dagen achter elkaar) Eindtijd van 23 uur. • Buiten de zes uur waarin het hogere geluidsspectrum geldt, mag niet meer dan 75 dB(C) aan geluid worden geproduceerd gemeten op 15 meter vanaf het podium. III. Verplichting tot continue geluidsmonitoring Bij straatfeesten met muziek is continue geluidsmonitoring op de norm in het publieksgebied verplicht. Dit draagt in belangrijke mate bij aan de geluidbeheersing voor diegene die het maakt, en ook voor toezicht en handhaving door de gemeente, niet alleen tijdens, maar ook achteraf. Ten aanzien van de meettijd adviseert de expertgroep een voortschrijdend gemiddelde over 5 minuten te hanteren.

Dit is anders dan de 3 minuten die wordt gehanteerd bij de grootschalige muziekevenementen voor de naleving van omgevingsnorm, en óók anders dan 15 minuten die wordt gehanteerd als meettijd voor de naleving van de norm van 100 dB(A ) in het publieksgebied - deze laatste blijft overigens vanuit het oogpunt van gehoorbescherming gelden. Doorslaggevend in de keuze voor 5 minuten is dat deze meettijd duidelijk hanteerbaarder wordt gelet op het muzikale karakter van de straatfeesten. Analyse leert dat als gevolg daarvan het geluid maximaal 1-1,5 dB hoger is dan met een meettijd van 3 minuten. In opinie van de expertgroep gaat dit verschil voor gehinderden niet leiden tot een andere beleving van de geluidoverlast en weegt het ook niet op tegen het argument van hanteerbaarheid in de uitvoering. Om de “trajectcontrole” (permanente monitoring) optimaal te kunnen inzetten voor gemeente T&H zou het gebruik daarvan beter moeten worden geborgd in het meetprotocol. In de bijlage is de aanpassing in het meetprotocol bijgevoegd. IV. Beperkte inzetbaarheid geluidsnorm Straatfeesten met muziek De geluidsregels voor Straatfeesten met Muziek zijn alleen toepasbaar op evenementen met een groot maatschappelijk belang. Dit is een categorie evenementen die als dusdanig is aangewezen door de burgemeester. Voor andere evenementen gelden de standaard geluidsnormen.

Verwijzing: [1] Bij afstanden tussen podia en huizen van groter dan 25 meter blijft het reguliere evenementenbeleid van toepassing.

82

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

4. Voor (indoor) evenementen die plaatsvinden in de nachtelijke uren (na 23.00 óf 24.00 uur) zal in deze beleidsregel eveneens een grenswaarde worden gesteld. Uit zowel de literatuur als de huidige praktijk in Amsterdam blijkt dat het moeilijk is voor deze categorie op dit moment tot eenduidige grenswaarden te komen. Om die reden wordt voor het evenementenseizoen (2018) nog uitgegaan van het oude beleid (Handboek evenementen, bijlage milieuzorg). In 2018 zal op basis van meer onderzoek en een gedegen belangenafweging een normenstelsel geformuleerd worden waarbij naast een generieke grenswaarde ook ruimte is voor maatwerk per locatie, afhankelijk van de isolatiewaarde van de inrichting en de omliggende bebouwing. In het oude beleid waren geen generieke grenswaarden gesteld voor evenementen die in de nachtperiode (na 23.00 of 24.00 uur) plaatsvinden. De grenswaarden voor evenementen die in gebouwen plaatsvinden werden per locatie bepaald, afhankelijk van de ‘akoestische staat van het pand, de ligging van het pand t.o.v. geluidsgevoelige bestemmingen, de periode waarin het evenement plaatsvindt’. Voor een aantal locaties worden reeds meerdere jaren vergunningen worden afgegeven met maatwerk grenswaarden.

Voor deze en nieuwe locaties geldt in 2018 dat zoveel mogelijk normneutraal zal worden vergund, waarbij te allen tijde geldt dat organisatoren zich inspannen voor een zo laag mogelijke belasting van de omgeving. Het Meet- en rekenprotocol en de BBT-Lijst is ook voor deze categorie vanaf inwerking treden van dit beleid van kracht. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement trachten een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners van deze objecten door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van geluidoverlast. Het bestuur wil deze mogelijkheid niet op voorhand uitsluiten en zal overeenkomsten met die strekking toetsen op dat: • deze altijd per individuele bewoner met de aanvrager moet zijn overeengekomen; • alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde meedoen (doet er eentje niet mee dan is dat een reden om op de aanvraag negatief te beschikken); • het duidelijk is om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen; • de compensatie proportioneel is.

Voor een compensatie van 24 uur beschouwt de gemeente een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk.

2.3 Preventie gehoorschade Een organisator van een muziekevenement wordt geacht zich te conformeren aan het Convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector (ministerie van VWS, V.V.E.M, vereniging van Nederlandse poppodia en festivals, 2014). Aanvullend op dit convenant en ongeacht de hierboven beschreven geluidnormen op de gevels van omliggende woningen, mag het equivalente A-gewogen geluidniveau

83

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

(LAeq) gemeten over 15 minuten, ter plaatse van de mengtafel niet meer bedragen dan 100 dB(A). In het Meet- en rekenprotocol wordt het exacte meetpunt nader omschrijven. Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het Convenant is het beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor kortdurende evenementen (maximaal 3 uur), waarbij live-band(s) optreden, kan een uitzondering worden gemaakt tot 103 dB(A). Bij de aanvraag dient dit gemotiveerd te worden. Toelichting: Deze norm van 100 dB(A) is strenger dan hetgeen landelijk afgesproken (maximaal 103 dB(A) FoH) in het Convenant. Maar in de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving. Voor optredens van live-band(s), waarbij meer midden en hoge tonen worden geproduceerd en de dB(A)-waarde daarom hoger is, kan deze norm echter te beperkend werken. De FoH-norm geldt ook voor (APV) vergunningsplichtige evenementen in binnenlocaties. Voor situaties waar een inrichting een ontheffing nodig heeft (wat binnen Amsterdam 2 keer jaar mogelijk is) bestaat de wens dit op termijn in lijn te brengen met het evenementenbeleid door aanpassing van de APV.

De haalbaarheid daarvan wordt in 2018 onderzocht.

2.4 Planvorming geluid De organisator van een groot muziekevenement (meer dan 1500 bezoekers op het hoogtepunt) of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient bij de vergunningsaanvraag een akoestisch onderzoek te overleggen. Dit onderzoek moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam; Uit het onderzoek moet blijken dat alle organisatorische en technische maatregelen zijn getroffen om de geluidbelasting op de omliggende woningen (en andere geluidgevoelige gebouwen) te beperken. Het onderzoek wordt inhoudelijk getoetst aan de vereisten en aan de meest recente BBT-Lijst. De organisator van een evenement kleiner dan 1500 bezoekers of waarbij het muziekgeluid een additionele rol speelt, dient bij de vergunningsaanvraag in een geluidplan te specificeren op welke wijze en met welke middelen het geluid wordt geproduceerd en beheerst. Deze specificatie moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam.

2.5 Aantal evenementendagen met muziekgeluid Naast het geluidniveau is het aantal evenementdagen een belangrijke factor in overlast die door omwonenden kan worden ervaren. In beginsel kan op elke plek in Amsterdam een evenementvergunning worden aangevraagd. In hoeverre en onder welke voorwaarden deze wordt vergund zal van geval tot geval worden getoetst op grond van artikel 2.43 APV (zie eerder onder

84

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

1.3). In de praktijk zijn er grote verschillen in hoe vaak er op verschillende locaties evenementen plaatsvinden. 1. Er zijn evenementenlocaties in de stad waar het maximum aantal dagen met een gevelbelasting tot maximaal 85 dB(C) mede is gebaseerd op onderzoek naar de relatieve geschiktheid van de locatie. Deze dagennorm is vastgelegd in de locatieprofielen van de betreffende locaties. 2. Voor de evenementaanvragen op andere locaties geldt: •

•

Binnen de S100 is maximaal 1 evenementendag toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) toegestaan per locatie. Hiervan zijn de evenementen met een ‘hoog maatschappelijk belang’ (zie onder 2.2) uitgesloten; In de rest van de stad zijn maximaal 3 evenementendagen toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) per locatie.

Toelichting: Voor 20 locaties gold dat er in de afgelopen jaren meer dan 3 dagen muziekevenementen hebben plaatsgevonden. Voor deze evenementenlocaties is locatieonderzoek gedaan naar de relatieve geschiktheid van de betreffende locatie voor muziekevenementen (GeluidBuro, 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam). Mede op basis van het inzicht in de relatieve geschiktheid per locatie is het maximaal aantal dagen bepaald dat vergund kan worden. Deze zijn vastgelegd in de betreffende locatieprofielen. Naast deze locaties zijn er in 2017 nog 47 locatieprofielen (opnieuw) gemaakt en vastgesteld (zie Locatieprofielen voor evenementen, 2017). In deze locatieprofielen is het maximaal aantal toegestane evenementendagen en dagen met een muziekbelasting tot aan 85 dB(C) vastgelegd (maximaal 3 dagen). De locatieprofielen moeten beschouwd worden als een nadere invulling van regels die gelden voor evenementen op die betreffende locatie en zullen onderdeel gaan uitmaken van de omgevingsplannen (in het kader van de nieuwe Omgevingswet). In de locatieprofielen is rekening gehouden met nieuwbouwplannen rondom betreffende locaties op midden lange termijn (koers 2025). De profielen worden één keer per 5 jaar geactualiseerd, tenzij daar als gevolg van evaluaties van evenementen of andere ontwikkelingen eerder aanleiding toe is.

Voor evenementen op andere locaties is het begrip ‘per locatie’ opgenomen om te voorkomen dat bewoners belast worden met meer dan het toegestane aantal evenementen(dagen) doordat de geluidcontouren van verschillende evenementen elkaar ‘overlappen’, maar slechts voor één dag tellen. In hoeverre sprake is van eventuele overlap wordt bepaald door een 75 dB(C) contour te trekken rondom evenementenlocaties die in elkaars buurt liggen. Als in de overlap van de contouren geluidgevoelige objecten zijn gesitueerd, dan zullen de evenementen op beide locaties meetellen. In hoeverre hier sprake van is zal van geval tot geval door de vergunningverlener worden beoordeeld, mede op basis van advies vanuit de omgevingsdienst.

2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid

85

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Muziekgeluid tijdens evenementen is toegestaan vanaf 11.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. Op dagen dat een weekenddag of een nationaal vastgestelde vrije dag volgt, kan de eindtijd tot maximaal 24.00 uur verlengd worden. Bij meerdaagse evenementen op dezelfde locatie moet er tussen de eindtijd van de ene dag en de begintijd een volgende minimaal 12 uren zitten. Voor muziekevenementen met een hogere geluidsbelasting (85 dB(C) op de gevel) geldt dat als er een gewone werkdag volgt op het evenement, het geluidsniveau na 22:00 uur moet worden teruggebracht naar maximaal 75 dB(C) op de gevel. Voor evenementen die onderdeel zijn van een evenement van Hoog Maatschappelijk Belang geldt een uitzondering op deze regel. Daarnaast kan ook in individuele locatieprofielen een uitzondering op deze regel worden vastgelegd. Een verzoek voor een eindtijd tot 24.00 uur wordt van geval tot geval beoordeeld, waarbij het belang van het woon- en leefmilieu zwaar wordt meegewogen. Daarin spelen de duur en de aard van de belasting een grote rol. Evenementen met een dance-achtig muziekprofiel worden op voorhand uitgesloten van\ de ruimere eindtijd vanwege de continue aard en de mate van de belasting.

In de locatieprofielen kan worden vastgelegd dat een “geluidsdag” van maximaal 12 uur, kan worden opgeknipt in 3 of 4 dagen met kortdurend, aaneengesloten geluid (zijnde maximaal 3 tot 4 uur per dag, in totaal niet meer dan 12 uur). Organisatoren kunnen deze mogelijkheid gebruiken om korte concertreeksen te organiseren van maximaal 4 dagen aaneengesloten. Buiten de uren met geluidsruimte, mogen deze evenementen geen geluid produceren harder dan 75 dB(C). De duur van een evenement in deze vorm is maximaal 6 uur per dag. Evenementen met geluid worden in de nachtelijke uren in beginsel niet toegestaan, met uitzondering van de evenementen op Koningsdag, Oud en Nieuw en de evenementen op Ruigoord. Voor deze evenementen geldt dat een (muziek)evenementendag die eindigt op een andere datum dan hij begonnen is, dat dit telt als één (muziek)evenementendag, en niet als twee dagen.

2.7 Soundcheck Soundchecks moeten bij voorkeur plaatsvinden op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Indien het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10.00 uur en niet na 22.00 uur gehouden. Voor soundchecks geldt hetzelfde maximale geluidniveau als in de vergunning is opgenomen.

2.8 Op- en afbouw Om overlast voor bewoners voor en na een evenement te beperken dient de op- en afbouwperiode zo kort mogelijk te zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergt, gelden onderstaande richtlijnen: a. De op- en afbouw van een evenement dient altijd zo kort mogelijk te zijn; b. De op- en afbouw dient veilig plaats te vinden en schade aan het terrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen;

86

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

c.

De op- en afbouw vindt niet plaats na 23 uur óf voor 7 uur (geluidsarme activiteiten uitgezonderd); d. Tijdens de op- en afbouwperiode dient het gebruik van de openbare ruimte in de directe omgeving zo lang mogelijk toegankelijk te blijven voor publiek; om dit te realiseren en toch ook veilig te kunnen werken, worden voorzieningen getroffen; e. De op- en afbouw van evenementen tot 2000 bezoekers mag niet langer dan 3 dagen duren; f. De op- en afbouw van evenementen met meer dan 2000 bezoekers mag niet langer duren dan 10 dagen; g. De organisator dient bij zijn aanvraag een op- en afbouwschema aan te leveren en daarmee aan te tonen dat sprake is van een efficiënte en veilige op- en afbouw; h. Afwijkende aanvragen voor wat betreft het aantal dagen worden van geval tot geval beoordeeld door de vergunningverlener in afstemming met de terreinbeheerder.

2.9 Geluidmonitoring De organisator van een muziekevenement of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen tijdens het evenement continue te monitoren, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Op de evenementenlocaties waar reeds een meetsysteem aanwezig is, kan de organisator gebruik maken van dit systeem. De organisator dient een meetverslag te (laten) maken, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Dit verslag moet binnen vier weken na het evenement worden ingediend bij de vergunningverlener. De organisator van een evenement waarbij muziekgeluid een additionele rol speelt, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen te meten, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam.

2.10 Informeren bewoners en afhandeling meldingen van overlast Ten aanzien van het informeren van omwonenden en de meldingen van overlast geldt het volgende: • Organisatoren informeren vooraf omwonden over de aard en duur van het evenement, over de tijden voor op- en afbouw en eventuele ‘soundchecks’ (bij evenementen > 1500 bezoekers op het piekmoment); • Omwonenden worden door de organisator én door de gemeente (algemeen) geïnformeerd dat zij meldingen van overlast rondom evenementen kunnen doen via 14020 of via de gemeentesite. • Organisatoren zijn primair verantwoordelijk voor een spoedige afhandeling van de meldingen van overlast; om deze rol waar te maken zullen zij zo snel mogelijk in kennis worden gesteld van de overlastmeldingen; 87

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

•

Toezichthouders van de gemeente controleren de afhandeling van de meldingen van overlast; in het geval de afhandeling te lang op zich laat wachten treden zij in contact met de organisator om een en ander te bespoedigen en/of nemen zij de afhandeling (deels) over.

3 Stappenplan toezicht en handhaving Bij een constatering van een overschrijding van de geluidnorm is de handhaving gericht op onverwijld terugbrengen van het geluidsniveau tot de toegestane waarde(n). Stap 1: Constatering: Bij constatering van een overschrijding van de geluidsnormen wordt organisator geïnformeerd. De organisator wordt verzocht er direct voor te zorgen dat het geluidniveau tot het toegestane niveau wordt teruggebracht. Stap 2: Hercontrole en voortbestaan overtreding en last onder dwangsom: Indien een tweede overschrijding van de geluidsnormen wordt geconstateerd wordt een maatregel opgelegd. Dit zal doorgaans een last onder dwangsom zijn. Dit besluit is gericht aan de vergunninghouder. De verbeuring geldt per overtreding (dit wordt telkens vastgesteld doormiddel van een controle). Voorafgaand aan het besluit wordt het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan de vergunninghouder uitgereikt. De mogelijkheid tot horen bestaat direct ter plaatse of telefonisch. Stap 3: Invorderingsbeschikking: Bij een derde constatering, na de begunstigingstermijn, wordt een invorderingsbeschikking uitgereikt. Stap 4: Tijdelijk dan wel definitief intrekken evenementenvergunning: Indien de opgelegde last niet het gewenste sorteert, kan besloten worden tot tijdelijke dan wel definitief intrekken van de evenementvergunning.

Verdere gevolgen overtredingen Naast de bovenstaande stappen die tijdens het evenement worden ondernomen, kunnen ernstige overtredingen consequenties hebben voor volgende edities van het evenement of andere evenementen van dezelfde organisator. Dit zal per geval worden beoordeeld. Voor evenementen met minder dan 1500 bezoekers waarbij stap 3 en/of 4 genomen moest worden, zullen voor volgende evenementen de onderzoeks- en meetverplichtingen worden opgelegd die gelden voor evenementen met meer dan 1500 bezoekers. Nadere uitwerking: De exacte handelingen en tijdspaden die gevolgd worden bij het hierboven omschreven stappenplan, zullen nader uitgewerkt worden in werkprotocollen voor Toezicht en Handhaving.

88

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Bijlage 6

Advies Expertgroep geluid bij evenementen

Advies Expertgroep Geluid Straatfeesten met muziek Evenementengeluid in Amsterdam Mei 2025 Versie 1.4

13Samengesteld door: Stedelijke Expertgroep Geluid Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Het GeluidBuro BV Haarlem In opdracht van: Stedelijk Evenementenbureau Amsterdam © 2025 Gemeente Amsterdam

Geluidbeleid voor Straatfeesten met muziek advies van de expertgroep Geluid bij evenementen

89

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Mede naar aanleiding van de casus Sluis en Bruggenfeest in Weesp heeft de expertgroep Geluid bij evenementen zich gebogen over de vraag in hoeverre het huidige geluidbeleid voor evenementen werkbaar is voor muziekevenementen in straten of op pleinen met woonbebouwing in de directe nabijheid. Deze evenementen hebben veelal het karakter van een straatfeest. De geluidbelasting daarvan kan voor direct omwonenden hoog zijn of in ieder geval als zodanig worden ervaren. Probleemstelling Verreweg de meeste van vergunningen voor muziekevenementen in deze categorie, vinden plaats als onderdeel van een groter geheel en/of zijn jaarlijks terugkerend en zijn deel geworden van een traditie (Koningsdag, straatfeesten Pride, Sluis en bruggenfeest). Er zijn ook gevallen waarin het gaat om een eenmalig evenement, inschatting is dat het jaarlijks een tiental incidentele aanvragen betreft. Het gaat hier nadrukkelijk niet om straatbuurtfeesten georganiseerd door de bewoners zelf, maar om feesten georganiseerd door een professionele partij in een straat en/of op een plein met woningen in de directe omgeving waarbij het ten gehore brengen van muziek het primaire doel is. De expertgroep ziet drie knelpunten. Ten eerste is de omgevingsnorm van maximaal 85 dB(C) uit het vigerende geluidbeleid verre van realistisch bij deze straatfeesten.

Hanteer je deze maximale waarde op de gevel van geluidsgevoelige woningen, dan zal in het publieksgebied de muziek enkel als achtergrondmuziek een rol kunnen spelen. In het huidige geluidbeleid is om die reden ook de mogelijkheid opgenomen bij de feesten “met een hoog maatschappelijk belang”, waar nodig, de omgevingsnorm te verhogen tot maximaal 95 dB(C). Het Sluis en Bruggenfeest heeft de deze status “hoog maatschappelijk belang”, echter, wat we zien is dat zelfs de gevelwaarde van 95 dB(C) voor een beperkt aantal woningen niet haalbaar is (vergelijk de onderzoeken van Event Acoustics 2023-2024). Het Sluis en Bruggenfeest is naar verwachting van de expertgroep hierin niet uniek. Er zijn bij de jaarlijkse vieringen van Koningsdag of bij de straatfeesten van de Pride ook plekken waar de geluidbelasting op dichtstbijzijnde woningen in de praktijk waarschijnlijk hoger uitpakt dan de voorgeschreven maximale 95 dB(C), simpelweg omdat de woningen direct grenzen aan het publieksgebied en/of podium (vergelijk bijvoorbeeld plekken op de Zeedijk). Een tweede knelpunt is de werking van de zogenoemde Best Beschikbare Technieken (BBT maatregelen). De inzet van BBT heeft tot doel de geluidsoverdracht naar de omgeving waar mogelijk te beperken. Bij de straatfeesten met muziek is de potentiële werking van BBT beperkt vanwege de korte afstanden tot de gevels.

In sommige gevallen is deze zelfs nihil. Gevolg is dat in de andere pijler van het geluidbeleid, namelijk alles doen om waar mogelijk de overlast te beperken, met deze maatregelen bij deze straatfeesten niet zo heel veel te bereiken valt. Niet niks, maar de effectiviteit zal beperkt zijn, zo is de inschatting van de expertgroep. Tenslotte ziet de expertgroep dat in de praktijk het geluidtoezicht bij deze evenementen en het handhaven op de omgevingsnorm moeilijk uitvoerbaar is. Bij de bron van het geluid is dat complex omdat vaak midden tussen het publiek gemeten moet worden; bij de geluidgevoelige bestemmingen omdat die bij dit soort locaties die vaak moeilijk bereikbaar zijn om er te kunnen meten. Bovendien gaat het om momentopnames, hetgeen, anders dan bij continu monitoring, weinig zicht geeft op wat 90

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

er over tijd gebeurt. Anders dan bij de grootschalige muziekevenementen, is continue monitoring niet verplicht voorgeschreven. Al met al ontbreekt het in veel gevallen daarom aan systematisch inzicht in wat de daadwerkelijke geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving en bij het publiek is. Gegeven is dat bij de straatfeesten met muziek op de woningen die direct grenzen aan het publieksgebied, of in de nabijheid daarvan, de geluidbelasting fors kan zijn. In de woningen zal de muziek hoorbaar zijn of is de dreun nadrukkelijk aanwezig. Bewoners ervaren een hoge mate van hinder. Hinder heeft een directe relatie met het hoorbare volume, met de hoorbare basdreun, met het effect die het heeft op de spraakverstaanbaarheid en/of met eventuele slaapverstoring. Hinder heeft ook een relatie met persoonlijke drijfveren. Geluiden die als onprettig, onnodig of onveilig worden ervaren door de ontvanger hebben sneller een hinderlijk karakter. Mensen willen graag controle over geluid in hun omgeving. Als dat niet het geval is, heeft dat invloed op hun gedrag. Gerichte informatie, preventie en interventie kunnen bijvoorbeeld helpen de hinder van ongewenste geluiden te beperken. Bij deze categorie evenementen is de eerstelijnsbebouwing vaak direct grenzend aan het publieksgebied. Dit betreft een beperkt aantal woningen.

Door deze ligging worden de gevels van deze eerstelijnsbebouwing zwaarder belast dan gebruikelijk wordt vergund binnen het huidige evenementenbeleid. Daar staat echter tegenover dat als gevolg van deze krappere locaties tussen bebouwing er ook een natuurlijke afscherming van het geluid is door die eerste bebouwingslijn. De reikwijdte van het geluid naar de wijdere omgeving wordt daarmee sterk verminderd. Bij deze categorie minder grootschalige muziekevenementen zal daardoor de grote impact van het veroorzaakte geluid zich tot een kleinere groep omwonenden beperken dan de grote muziekevenementen/festivals. Dit is een belangrijk onderdeel binnen de beleidsmatige afwegingen die gemaakt kunnen worden. Advies Voor de expertgroep is en blijft het doel van het geluidbeleid voor evenementen: - De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden waar mogelijk te beperken, onnodige en overmatige hinder te voorkomen; - Eenduidige en handhaafbare normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen in de uitvoering; - Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties naar gelang daar maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor bestaat. De expertgroep adviseert aan het vigerende geluidbeleid voor evenementen (vastgelegd in de beleidsregel Geluid bij evenementen) een addendum toe te voegen, specifiek voor de categorie Straatfeesten met muziek.

De scope kan worden afgebakend door drie elementen: a) Het gaat om een muziekevenementen, met als primair doel het ten gehore brengen van muziek;

91

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

b) Die plaatsvinden in een publieksgebied met, vanaf het podium vanaf iedere zijde, een maximale afstand van 25 meter tot de dichtstbijzijnde woning. c) Die plaatsvinden tijdens een evenement van maatschappelijk belang, zoals aangewezen door de burgemeester van Amsterdam.

Norm in publieksgebied in plaats van omgevingsnorm De expertgroep adviseert bij straatfeesten met muziek passend binnen de genoemde scope de gevelnorm in te wisselen voor een norm per podium of area van maximaal 105 dB(C) in het publieksgebied op 15 meter van het podium. Is de afstand tussen een zijde van een podium en dichtstbijzijnde gevel kleiner dan 25 meter10, dan geldt deze normering op 15 meter. Ligt de gevel op een afstand van 15 meter of minder dan blijft de maximale waarde van 105 dB(C) - ongeacht waar de gevel begint - op 15 meter/ einde publieksgebied gelden. Dit volume in het publieksgebied beschouwt de expertgroep als een ondergrens. Een lager geluidsniveau gaat ten koste van de muziekbeleving die nodig is voor een muziekevenement. Met 95 dB(A) – 105 dB(C), wat heden ten dage naar het oordeel van de expertgroep moet worden

beschouwd als minimale hoeveelheid bassen voor muziekevenementen, zouden de straatfeesten met muziek uit de voeten moeten kunnen. De “strengheid” in het advies zit wat de expertgroep betreft op de productie van bastonen. Met name bij dance evenementen heersen in het publieksvlak vaak bastonen van 110-115 dB(C). De expertgroep acht dergelijke bastonen in deze situaties – op kortere afstand tot woningen - niet

10

Bij afstanden tussen podia en huizen van groter dan 25 meter blijft het reguliere evenementenbeleid van toepassing.

92

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

aanvaardbaar en deze basniveaus passen bovendien ook niet bij het karakter van dergelijke straatfeesten, vandaar het maximum van 105 dB(C). Met deze keuze blijft er bovendien sprake van consistentie in het beleid, temeer omdat deze norm in het publieksgebied al onderdeel is van het bestaande rekenvoorschrift. In het vigerende geluidbeleid voor (kleinschalige) muziekevenementen (van categorie II en III) is het geluidniveau in het publieksgebied genormeerd op maximaal 95 dB(A) en 105 dB(C) op 25 meter van het podium. Dit correspondeert met de richtlijn samengestelde bronvermogens voor Klein FoH-systeem in tabel 4.1 van het Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam en is opgenomen in het aanvullende BBT-maatregel voor deze twee categorieën. Akoestisch onderzoek en locatieprofiel voor jaarlijks terugkerende straatfeesten De expertgroep adviseert verder om voor de locaties waar deze straatfeesten jaarlijks terugkerend plaatsvinden, een locatieprofiel op te stellen. Daarbij hoort dat er goed wordt gekeken naar de optimale geluidproductie vanuit het oogpunt van overlast voor de omgeving en de mogelijkheden om effectief BBT in te zetten. De uitkomsten van dit akoestisch onderzoek worden vastgelegd in het locatieprofiel en zijn daarbij ook richtinggevend voor de vergunningverlening en de vertaling daarvan in geluidvoorschriften.

Op deze wijze blijft geborgd dat, waar zinvol mogelijk, onnodige geluidsoverlast wordt tegengegaan. Voor het overige geldt dat bij de vergunningaanvraag een zogenoemd “eenvoudig geluidplan volstaat (dus zonder akoestisch onderzoek). Restrictieve lijn voor incidentele “straatfeesten” Bij incidentele aanvragen voor straatfeesten met muziek, past, gelet op de forse geluidbelasting voor de omgeving, wat de expertgroep betreft in het algemeen een “restrictieve” lijn. Die lijn zou kunnen zijn: • Niet langer dan 6 uur dit muziekvolume in publieksgebied; •

Niet vaker dan 2 keer per jaar op dezelfde locatie; met een eindtijd van 23 uur.

Eendaags en

Verplichting tot continue geluidsmonitoring Voorts is het advies, anders dan nu is voorgeschreven voor kleinschalige muziekevenementen (tot 15oo bezoekers) bij straatfeesten met muziek continue geluidsmonitoring op de norm in het publieksgebied verplicht te stellen. Dit draagt naar de mening van de expertgroep in belangrijke mate bij aan de geluidbeheersing voor diegene die het maakt, en ook voor toezicht en handhaving door de gemeente, niet alleen tijdens, maar ook achteraf. Vergelijk dit met de invoering van (geluid) “trajectcontrole” in plaats van mobiele flitspalen. Bovendien biedt het de mogelijkheid omwonenden mee te laten kijken op hoe hard het volume staat hetgeen naar verwachting positief zou kunnen bijdragen aan de overlastbeleving. De expertgroep adviseert met dit laatste te gaan experimenteren om deze verwachting te staven met praktijkvoorbeelden. Meettijd op 5 minuten

93

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

Ten aanzien van de meettijd adviseert de expertgroep een voortschrijdend gemiddelde over 5 minuten te hanteren. Dit is anders dan de 3 minuten die wordt gehanteerd bij de grootschalige muziekevenementen voor de naleving van omgevingsnorm, en óók anders dan 15 minuten die wordt gehanteerd als meettijd voor de naleving van de norm van 100 dB(A ) in het publieksgebied - deze laatste blijft overigens vanuit het oogpunt van gehoorbescherming gelden. Doorslaggevend in de keuze voor 5 minuten is dat deze meettijd duidelijk hanteerbaarder wordt gelet op het muzikale karakter van de straatfeesten. Analyse leert dat als gevolg daarvan het geluid maximaal 1-1,5 dB hoger is dan met een meettijd van 3 minuten. In opinie van de expertgroep gaat dit verschil voor gehinderden niet leiden tot een andere beleving van de geluidoverlast en weegt het ook niet op tegen het argument van hanteerbaarheid in de uitvoering. Om de “trajectcontrole” (permanente monitoring) optimaal te kunnen inzetten voor gemeente T&H zou het gebruik daarvan beter moeten worden geborgd in het meetprotocol. In de bijlage is de aanpassing in het meetprotocol bijgevoegd.

Vervolg en invoering De expertgroep is zich terdege bewust van dat de geluidhinder van straatfeesten met muziek voor omwonenden hoog kan zijn. Nader onderzoek naar wat daarin de bepalende factoren voor de hinderbeleving van omwonenden zijn zou kunnen helpen om andere beleid opties te overwegen die kunnen bijdragen tot de reductie van de ervaren hinder. De expertgroep schat in dat implementatie van dit beleid voor de categorie straatfeesten met muziek in 2026 haalbaar zou moeten vanwege de relatieve eenvoud in de uitvoering. Mogelijk zou voorrang kunnen worden gegeven aan de jaarlijks terugkerende straatfeesten met de status “hoog maatschappelijk belang”, temeer het aantal overige aanvragen relatief klein is. Het verdient ook aanbeveling na een jaar te bezien hoe het in de praktijk heeft gewerkt en te kijken naar eventuele verbeterpunten voor de toekomst.

Expertgroep Geluid bij evenementen, februari2025. Samenstelling Expertgroep Geluid De expertgroep Geluid is ingesteld met als opdracht jaarlijks te bezien of de BBT lijst bijstelling behoeft. Dit heeft in de afgelopen jaren tweemaal tot bijstelling aanleiding gegeven. De laatste bijstelling vond plaats in 2022. De samenstelling: - Peter de Groot (Omgevingsdienst Noordzeekanaal gebied) - Iwan Heiligers (Toezicht en handhaving (VTH), gemeente Amsterdam) - Ron Westerveld (Westerveld advies) - Peter van der Geer (Event Acoustics) - Jan Bril (Het GeluidBuro)

94

Gemeente Amsterdam Eventueel organisatieonderdeel

Versie Staf/PHO 1 mei 2025

Concept Evenementenbeleid 2026

-

Sander Pahlplatz (dBvision) Jasper van Boven (J-Tech’s) Paul Ekkerman, Ruimte & Duurzaamheid, gemeente Amsterdam Berend Temme (voorzitter), tedelijk evenementenbureau, gemeente Amsterdam

Bijgesteld meetprotocol: Tijdens straatfeesten met muziek wordt het geluidniveau in het publieksgebied continu gemeten, waarbij de volgende aanwijzingen dienen te worden opgevolgd: 1. Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van de apparatuur die minimaal voldoet aan de eisen zoals omschreven in paragraaf 2.4 van het meet- en rekenprotocol evenementengeluid in Amsterdam). 2. De metingen moeten plaatsvinden in het publieksgebied op 15 meter vanaf het midden/ voorzijde van het podium of einde publieksgebied als die afstand kleiner is dan 15 meter. 3. Alle meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden. 4. De meetdata moet lokaal en/of op een server worden opgeslagen zodat deze achteraf benaderd kan worden. 5. In de software van de meetapparatuur moeten voorafgaand aan het evenement (a) opstellingsgegevens van meetapparatuur worden ingevoerd en (b) drempelwaarden inclusief de vooraf vastgestelde correcties. Bij overschrijding van de drempelwaarden dient het meetsysteem een waarschuwing te geven aan de technicus, de organisatie en de gemeente. 6. Bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde dient het geluidniveau op het evenemententerrein direct afdoende teruggebracht te worden. 7.

Op locaties waar een meetsysteem van de gemeente staat opgesteld mag de organisator gebruik maken van dit systeem. Ook deze meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden. 8. De meetdata van de meetstations kunnen zo nodig worden ontsloten voor een realtime publieksweergave op een kaart op de website van de gemeente. 9. Voor het begeleiden van de metingen en het beheren van de apparatuur wordt een ter zake kundig iemand van of namens de organisatie aangewezen. De gegevens van deze persoon worden voorafgaand aan het evenement doorgegeven aan de behandelend ambtenaar van de gemeente. 10. Zowel de gemeente als de organisator dienen elkaar vrije toegang te verschaffen tot de originele meetdata .De originele meetdata worden ten minste tot 1 jaar na het evenement bewaard. 11. Voorafgaand aan het evenement kan behandelend ambtenaar vaststellen dat het meetsysteem is gekalibreerd en dat de drempelwaarden, middelingstijden en correcties juist zijn ingesteld. Dit wordt vastgelegd in een meetsysteemrapport en ondertekend door de beheerder/begeleider namens de organisator en de behandelend ambtenaar. Daarmee is het meetsysteem leidend in de beoordeling van de geproduceerde geluidswaarden tijdens het evenement.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15611953/1