CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage4 afsprakenlijst MIRT.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief (d.d. 14 november 2024) met betrekking tot de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving en het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) d.d. 7 november 2024 (VN202426.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

A67/A73 Zaarderheiken Regio is inmiddels goed geïnformeerd over de actualisatie van de verkeers- en stikstofberekeningen voor de A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken. De geactualiseerde cijfers komen in het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar. Rijk en regio gaan na actualisatie in gesprek over de mogelijke stikstofopgave. Als een stikstofprobleem bestaat en zicht is op een oplossing daarvoor, spreken Rijk en regio af het tracébesluit zo spoedig mogelijk te actualiseren, om ook eventuele geluidshinder rondom het traject te verminderen. Het Rijk spant zich dan in spoedig de maakbaarheidscapaciteit beschikbaar te stellen, teneinde de stappen naar realisatie te zetten. Mocht het project binnen afzienbare termijn geen doorgang vinden, gaan IenW en Limburg in gesprek om geluidshinder voor de omgeving tot realisatie van het project tot aan de wettelijke normen te verminderen. 19. Wilhelminakanaal De minister van IenW heeft de MIRT-3 projectbeslissing genomen voor het project “Wilhelminakanaal Sluis II” waardoor de realisatiefase kan worden gestart. Nadere afspraken over onder andere de cofinanciering van het project door Noord-Brabant en Tilburg zullen uiterlijk begin 2025 in een bestuursovereenkomst worden vastgelegd. Met zicht op de realisatie van Sluis II kan het aansluitende regionaal geïnitieerde project “Optimalisatie WHK Kraaiven-Loven” eveneens een vervolg krijgen.

Voor dit laatste project is geconstateerd dat de eerder door de provincie en gemeente vrijgemaakte middelen inclusief de toegekende Rijksbijdrage van € 4,75 miljoen ontoereikend zijn om de bijgestelde projectkosten als gevolg van onder andere vertraging rondom het project Sluis II te dekken. Gegeven het logistieke belang van knooppunt Tilburg voor de Goederenvervoer Corridors spannen partijen zich gezamenlijk in om na te gaan of, en in welke mate er dekking voor dit tekort kan worden gevonden en streven dit in 2025 in een bestuursovereenkomst vast te leggen. Tot slot zal de gemeente Tilburg met het perspectief op betere bereikbaarheid van Tilburg, vanuit de samenwerking met Rijk en provincie in het Realisatiepact, zich inspannen om met het bedrijfsleven afspraken te maken om meer gebruik te gaan maken van het kanaal en aanvullende investeringen te doen in kadevoorzieningen, een trimodale containerterminal en zero-emissie varen.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

18

  

20. Weert – Hamont – Antwerpen Rijk en regio werken aan het onderzoeken van de mogelijkheden voor een directe reizigerstrein Weert-Hamont-Antwerpen. Daartoe zijn vooral op het Nederlandse trajectdeel tussen Weert-Hamont infrastructurele aanpassingen nodig. Deze aanpassingen zijn in 2023 in een studie uitgewerkt. De kosten hiervoor zijn geraamd tussen de € 47 en € 88 miljoen (incl. btw). In de studie zijn de benodigde inpassingsmaatregelen nog niet meegenomen. Deze worden in opdracht van IenW nader onderzocht. Op verzoek van de Nederlandse partners en in opdracht van de Belgische overheid voert Infrabel een expert opinion uit bovengenoemde studie uit 2023. Aan de hand van beide onderzoeken worden volgende stappen besproken in overleg tussen betrokken overheden. 21. VDL Nedcar In het BO MIRT van 2020 is door IenW een financiële bijdrage toegezegd aan de aanpassing van de infrastructuur bij VDL Nedcar. De bijdrage is in het BO MIRT van 2023 verlengd tot eind 2025. De gewijzigde situatie van VDL Nedcar heeft impact op de beoogde gebiedsontwikkeling en bijbehorende bereikbaarheidsvraagstukken. De regio bespreekt in 2025 de plannen voor een alternatieve invulling in afstemming met VDL Nedcar en daarna met EZ en IenW. Over de IenW bijdrage van € 5 miljoen (incl. btw) kan vervolgens in het BO MIRT 2025 een geactualiseerd en passend besluit worden genomen. 22.

IC naar Aken Rijk en regio concluderen dat spoorprojecten als de Maaslijn, IC Eindhoven – Düsseldorf, IC Eindhoven – Aken en de Drielandentrein onlosmakelijk verbonden zijn met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in Zuidoost-Nederland (onder andere Limburg Centraal). Voor de spoorse bereikbaarheid van heel Zuidoost-Nederland zijn aanpassingen nodig aan de OV-knoop Eindhoven, zoals onderzocht wordt in de MIRT-verkenning OV-knoop Brainport Eindhoven. In het komen tot een voorkeursalternatief voor de OV-knoop Eindhoven in 2025 wordt meegenomen wat de stand van zaken is, wat de noodzaak is van investeringen en hoeveel financiële ruimte partijen hebben. Tijdens het BO-MIRT 2025 wordt geagendeerd wat de stand van zaken is en wat de mogelijkheden en termijnen zijn om maatregelen te nemen die een volwaardige IC naar Aken mogelijk maken. Vooruitlopend op de volwaardige IC naar Aken werd er onder leiding van de provincie Limburg onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om in de dagranden alvast een IC-verbinding tussen Eindhoven en Aken op te starten. Dat blijkt juridisch en financieel ingewikkelder dan gedacht, daarom is op voorspraak van de provincie Limburg in de stuurgroep IC Aken besloten om de aandacht primair te richten op een volwaardige IC-verbinding, in lijn met het eerdere besluit in 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 29 984, nr. 897).

Sinds begin 2023 hebben OV-reizigers de mogelijkheid om in Heerlen twee keer per uur crossplatform over te stappen van de IC uit Eindhoven naar de Drielandentrein naar Aken (en omgekeerd). Diverse acties van de betrokken stakeholders zijn ingezet op verbeteren van het functioneren van de Drielandentrein. 23. Transferknelpunt Maastricht Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de verkenning naar het transferknelpunt bij station Maastricht, in combinatie met de mogelijkheden voor een interwijkverbinding voor fietsers en voetgangers ter hoogte van het stationsgebouw, als onderdeel van de ambitie 'Stad en Spoor'. Rijk en regio concluderen dat het knelpunt aanpakken relatief grote technische ingrepen en investeringen vereist, die niet opwegen tegen de ernst van het knelpunt. ProRail stelt namelijk vast dat het een comfortknelpunt betreft, en geen veiligheidsissue.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

19

 

 

   

Rijk en regio concluderen daarnaast dat er geen goede, kostenefficiënte oplossingen zijn gevonden voor de interwijkverbinding. Daarom besluiten Rijk en regio om de oplossingsrichtingen voor het transferknelpunt nu niet nader te onderzoeken. Wel zal het knelpunt zal de komende jaren blijven worden gemonitord. 24. Decentralisatie Sprinterdiensten Limburg Provincie Limburg en IenW hebben in 2014 in het convenant decentralisatie stoptreindiensten afspraken gemaakt over onder meer de exploitatiebijdragen voor de regionale treinverbindingen Roermond-Maastricht Randwyck en Sittard-Heerlen. Deze financiële afspraak loopt eind 2024 af. In het convenant is vastgelegd dat voor de periode 2025 tot het einde van de regionale concessie in 2031 het rijk de intentie heeft tot passende afspraken over de exploitatiebijdrage te komen. De komende periode zullen de Provincie Limburg en het ministerie van IenW gezamenlijk werken aan de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan deze afspraak uit 2014. De inzet van partijen is erop gericht om dit traject voor de zomer van 2025 af te ronden. 25. Brug bij Itteren Afgelopen periode is de renovatievariant nader uitgewerkt en vergeleken met de kosten van een nieuwe brug. Hieruit is gebleken dat de kosten dusdanig dicht bij elkaar liggen dat door IenW alsnog besloten wordt tot een nieuwe brug.

De scope betreft het in 2020 overeengekomen en in een uitvoeringsovereenkomst vastgelegde plan. Rijkswaterstaat stemt de vervolgaanpak en planning af met de gemeente Maastricht. 26. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Limburg ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Weert-Nederweert. De provincie Limburg ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Sittard-Avantis. De provincie Noord-Brabant ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Helmond-Deurne. De doorfietsroute Eindhoven-Gemert, ingediend door de provincie Noord-Brabant, is geselecteerd voor een mogelijke financiële bijdrage van het Rijk. Er is nog onduidelijkheid over de realiseerbaarheid en zelfstandige uitvoerbaarheid van de routedelen die raken aan het areaal van Rijkswaterstaat. Rijk en regio spreken af dat de regio in gesprek gaat met Rijkswaterstaat over de realiseerbaarheid van de route. Bij een positieve uitkomst kan in 2025 een subsidieverzoek ingediend worden onder de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

20

Regio Noord-Nederland  

 

1. Deltaplan voor het Noorden Rijk en Regio stellen het rapport ‘Perspectief 2050, het integrale toekomstbeeld voor Noordelijk Nederland’ vast. Rijk en Regio zetten hun samenwerking op het niveau van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland voort, maken gezamenlijk afspraken over de scope hiervan en stellen deze vast in het Bestuurlijk Overleg Deltaplan. 2. MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn. Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn. 3. Sluiscomplex Kornwerderzand (Regiosluis) Rijk en regio maken de afspraak om op korte termijn het eens worden over een financiële oplossing voor het tekort KWZ en te komen tot een oplossing/voorkeursvariant.

De regio is uitgenodigd om met een alternatief te komen.

4. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Friese bruggen Provincie en Rijk spreken af om uiterlijk december 2024 tot bestuurlijke afspraken te komen over de bruggen Spannenburg en Kootstertille.

5. Bereikbaarheid Ameland Provincie en Rijk spreken af om op korte termijn in een apart bestuurlijk overleg over de bereikbaarheid van Ameland te praten.

  

2

6. Ontsluiting Groningen Airport Eelde Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben het Rijk en de provincie Drenthe afspraken gemaakt over het taakstellend budget van € 6,5 miljoen (incl. btw) voor de realisatie van weginfrastructuur rondom Groningen Airport Eelde (GAE). De middelen zijn beschikbaar gesteld op basis van het amendement van de leden Koerhuis en Van der Molen. 2 Rijk en regio hebben kennisgenomen van de gefaseerde realisatie van (infrastructuur)plannen door GAE. De Rijksbijdrage wordt ingezet voor de realisatie van een verkeersveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo die naar verwachting eind 2026 start. De provincie Drenthe ziet toe op een doelmatige besteding van de taakstellende Rijksbijdrage. De bijdrage wordt in 2025 uitgekeerd aan de provincie Drenthe. 7. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: A7 afrit 34 Leek Rijk en de provincie Groningen hebben tijdens het BO MIRT van 2023 afgesproken in overleg te treden over de aanpak zowel de noordelijke als de zuidelijke afrit op de A7 afrit 34 Leek in de plaats van het knelpunt A28 afrit 38 Haren.

Kamerstuk 36 200 A nr. 54

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

21

  

3

De provincie Groningen, Gemeente Westerkwartier en het Rijk zijn tot overeenstemming gekomen gezamenlijk te investeren in de veiligheid en doorstroming van het knelpunt A7 afrit 34 Leek. Hiertoe stelt het Rijk taakstellend € 1 miljoen (incl. btw) beschikbaar, ook de regio stelt € 1 miljoen beschikbaar. Het totaalbudget van € 2 miljoen zal gebruikt worden voor het realiseren van infrastructurele maatregelen gericht op voorkomen van terugslag op de A7 en bevorderen van de veiligheid en afwikkeling van het lokale verkeer. Maatregelen worden uitgevoerd onder regie van de provincie Groningen. Het streven is om de maatregelen uiterlijk medio 2027 gereed te hebben. 8. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: Drenthe Het Rijk neemt kennis het verzoek van de provincie Drenthe om de beschikbaar gestelde taakstellende rijksbijdrage van € 3 miljoen (incl. btw) voor knelpunten HWN/OWN, zoals afgesproken tijdens het BO MIRT van 2023, anders te besteden. Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben partijen afgesproken de rijksbijdrage te besteden aan het oplossen van de HWN/OWN knelpunten: • Rotonde westelijke kruising A28 aansluiting 37 en de Groningerstraat; • Rotondes bij de kruisingen A28 aansluiting 29 en de N855; • Rotonde zuidelijke kruising A37 aansluiting 4 en de N376.

Vanwege herprioritering bij de Provincie Drenthe is de realisatie van de voorgenomen maatregelen bij de knelpunten A28/N855 en A37/N376 op korte termijn niet realiseerbaar. Rijk en regio hechten belang aan de aanpak van HWN/OWN knelpunten en zijn in overleg getreden over een alternatieve bestemming. Partijen herbevestigen dat deze middelen besteed zullen worden aan de uitvoering van maatregelen die bijdragen aan doorstroming of verbetering van verkeersveiligheid op het raakvlak van het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet. Dat de regio hetzelfde bedrag beschikbaar stelt als cofinanciering en de maatregelen snel uitvoerbaar zijn. Op basis hiervan spreken partijen af in totaal € 6 miljoen (incl. btw), waarvan € 3 miljoen (incl. btw) rijksbijdrage, aan te wenden aan de volgende drie maatregelen: • Rotonde westelijke kruising A28 aansluiting 37 en de Groningerstraat; • Korte termijn maatregelen N33/N34 knooppunt Gieten; • Rotonde kruising A32 aansluiting 4. De provincie Drenthe draagt zorg voor de uitvoering van de maatregelen. De maatregelen zijn uiterlijk eind 2026 gereed. 9. Programmatische benadering N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) en N33 Noord (Appingedam – Eemshaven) en gefaseerde herstart N33 Midden Met de kabinetsreactie ‘Nij Begun’ heeft het Rijk in totaal € 395 miljoen (incl.

btw) taakstellend beschikbaar gesteld voor de verbreding de N33 tussen Zuidbroek- Eemshaven. 3 Hiervan is € 145 miljoen beschikbaar voor de N33 Midden van Zuidbroek – Appingedam en € 250 miljoen voor de verbreding van de N33 Noord van Appingedam – Eemshaven inclusief realisatie van een oeververbinding. Rijk en de provincie Groningen spreken af tot één programmatische benadering voor de N33 Midden en Noord te komen. Met als uitgangspunt samenhang in verkeerskundige en technische keuzes, financiën, organisatie en communicatie. Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben partijen besloten tot het starten van een MIRT onderzoek voor de N33 Noord inclusief oeververbinding. De uitkomsten hiervan worden tijdens het BO MIRT van 2025 geagendeerd. Voor de gefaseerde herstart van de N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) stellen partijen een kwartiermakersfase in. Het uitgangspunt is dat dit zo snel als mogelijk in 2025 plaatsvindt, zodra er voldoende zicht is op de benodigde stikstofruimte, (personele)capaciteit en financiën.

Kamerstuk 35 561, nr. 17

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

22

  

 

  

 

Partijen spreken af om gezamenlijk met prioriteit de benodigde capaciteit op orde te brengen voor de herstart van de N33 Midden en hierbij te kijken naar diverse mogelijkheden. Voorts treden Rijk en regio met elkaar in overleg over de financiële bijdrage vanuit de regio voor de N33 Midden. Realisatie van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) van de N33 Midden blijft het uitgangspunt. De inzet van partijen is om voor de N33 Midden toe te werken naar een Ontwerp Projectbesluit (onder de Omgevingswet). Partijen spreken af om in 2025 toe te werken naar de actualisatie van benodigde onderzoeken en hernieuwde afspraken die zullen resulteren in een nieuwe Bestuursovereenkomst voor de N33 Midden. 10. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Paddepoelsterbrug (Gr) Voor de aanleg van de Paddepoelsterbrug heeft het Rijk een extra taakstellende bijdrage van € 9,54 miljoen aan de gemeente Groningen toegezegd, zodat de bouw van een nieuwe brug door kan gaan. De gemeente is verantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van de nieuwe oeverbinding Paddepoelsterbrug en treedt op als opdrachtgever van de werkzaamheden. Streven van de Gemeente is om in 2026 te starten met de realisatie en openstelling in 2027. Rijk en Gemeente zullen deze afspraak nader uitwerken in een Bestuursovereenkomst. 11.

Vaarweg IJsselmeer - Meppel In voorjaar 2023 is het project Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) als onderdeel van de herprioritering op het Mobiliteitsfonds gepauzeerd. Rijk en Regio hebben daarna afgesproken om met het waterschap Zuiderzeeland de meekoppelkansen met het project Versterking IJsselmeerdijk te onderzoeken. Dit bleek echter niet haalbaar gelet op de planning en marktbenadering van dat project. Vervolgens is de blik verlegd naar mogelijkheden voor het meekoppelen van de opgave voor de VIJM met 3e tranche Kaderrichtlijn Water (KRW) en/ of Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) projecten. Dit lijkt meer perspectief te bieden, mits de kwaliteit van de bodem in de VIJM geschikt is. Rijkswaterstaat heeft daarom afgelopen juli opdracht gekregen om de bodemkwaliteit te onderzoeken en zij is gevraagd om een offerte op te stellen voor de meekoppeling met KRW en/ of PAGW projecten. Naar verwachting zal begin 2025 duidelijk worden of en onder welke voorwaarden de projectopgave van de VIJM via deze route kan worden gerealiseerd. 12. Deltaplan voor het Noorden: Verbeteringen Bestaand Spoor Rijk en regio nemen kennis van de eindrapportage en de inzichten en aanbevelingen uit het onderzoek Verbetering Bestaand Spoor. Rijk en regio spreken af de nuttige inzichten uit dit onderzoek te betrekken bij lopende spoorprojecten in Noord-Nederland.

Rijk en regio gaan nader in overleg over de potentie van autonoom rijden op het spoor en de ambities van Noord-Nederland op dit vlak, met als doel een duidelijk uitgangspunt voor de volgende regionale concessies vast te kunnen stellen. Rijk en regio blijven in gesprek over de marktordening in relatie tot het treinaanbod in NoordNederland. Rijk en regio werken ernaar toe om tijdig, dus ruim voor de eerstvolgende aanbestedingen in de regio, afspraken te maken over onder andere de financiering van zero emissie treinvervoer. 13. Spoorknooppunt Zwolle – Meppel Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de preverkenning “Maatregelen rondom Meppel” en constateren dat het huidige budget niet genoeg is om alle geadviseerde maatregelen uit te kunnen voeren. Rijk en regio komen overeen het huidige budget hoofdzakelijk (€ 60,5 miljoen) in te zetten voor een toekomstvaste aanpassing van emplacement Meppel waarbij er een 4e perronspoor

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

23

 

 

 

wordt aangelegd (oplevering 2030). Daarnaast wordt gekozen voor verscheidene maatregelen die op de korte termijn (oplevering 2027) de robuustheid verhogen en reistijdwinst opleveren. Rijk en regio constateren dat de aanpak van overwegen zorgt voor een verbetering van de robuustheid en overwegveiligheid die ook nodig is voor frequentieverhogingen. Op dit moment zijn er onvoldoende middelen beschikbaar voor de aanpak van overwegen. Rijk en regio spreken af nader onderzoek te doen naar de aanpak van overwegen en de maatregelen die nodig zijn voor frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen, meer sneltreinen c.q. stoptreinen conform moties Van der Graaf c.s. 4 en motie Eppink c.s. 5). Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 zijn de resultaten beschikbaar, zodat in het BO MIRT van 2025 nadere afspraken gemaakt kunnen worden. Voor dit onderzoek wordt een budget van maximaal € 500.000,- gereserveerd uit de huidige gereserveerde middelen. De resultaten van de recente studie naar de verbetering van bestaand spoor, onderdeel van het Deltaplan Noordelijk Nederland, worden hierin meegenomen. 14. Vervanging HRMK-Spoorbrug Rijk en regio nemen kennis van de conclusies van het onderzoek naar de technische en functionele uitgangspunten, het ontwerp en de kosten van een spooraquaduct. Rijk en regio stellen vast dat er nu geen zicht is op 75% financiering.

Om deze reden stelt het Rijk vast dat het nu niet mogelijk is om een startbeslissing te nemen voor het uitvoeren van een MIRT-verkenning. Rijk en regio brengen de mogelijkheden voor aanvullende financiering in beeld om voor eind 2025 een startbeslissing te kunnen nemen en kijken daarbij naar Europese, nationale, regionale en private middelen. Hierbij wordt door de regio nadere uitwerking gegeven aan de meerwaarde van een spooraquaduct voor de omgeving en de woningbouwopgave. Rijk en regio bezien welke stappen al nader in beeld gebracht zouden kunnen worden vooruitlopend op een startbeslissing. 15. Meerjarig Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Groningen ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Assen-Groningen. De provincie Drenthe ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Emmen-Klazienaveen. 16. MIRT-onderzoek Westflank Groningen Rijk en Regio melden dat het MIRT onderzoek gebiedsgerichte ontsluiting Westflank Groningen nagenoeg is afgerond. Het onderzoek geeft aan dat, als gevolg van de grootschalige woningbouwopgave, er een integrale bereikbaarheidsopgave in de Westflank van Groningen ligt. Rijk en Regio bevestigen afspraken van het BO MIRT van november 2022 met betrekking tot de opgave en financiële reserveringen.

Als vervolgstap zetten Rijk en Regio de constructieve gesprekken over de deelopgaven en mogelijke oplossingsrichtingen de komende tijd voort om te komen tot een evenwichtige en gedragen ontwikkelagenda voor de Westflank. Passend bij de woningbouwopgave zal de ontwikkelagenda ter besluitvorming worden voorgelegd in het BO Leefomgeving van 2025. 17. Deelmobiliteitshubs (Groningen – Assen) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring

4 Kamerstuk 29 984, nr. 1162 5

Kamerstuk 29 984, nr. 1155

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

24

op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 200.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de Regio Groningen-Assen (ontvanger rijksbijdrage: Provincie Groningen). De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten voor de derde tranche. 18. Regionale bereikbaarheidsaanpak Rijk en regio investeren € 5 miljoen incl. btw voor 2025 in het integrale maatregelenpakket. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 2,5 miljoen incl. btw (Ontvanger: Provincie Groningen). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een samenhangend uitvoeringsplan dat de regio uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden.

Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

25

Regio Noordwest-Nederland 

 

  

 

 

1. Regionaal trendonderzoek stedelijke gebieden Rijk en regio onderschrijven dat de conclusies van het door de Metropoolregio Amsterdam en de G4 uitgevoerde verdiepend trendonderzoek naar (stedelijke) mobiliteit van toegevoegde waarde zijn als bouwsteen voor de uitwerking van de bereikbaarheidsdoelen en voor de Welvaart- en leefomgevingscenario’s (PBL) en Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA). Rijk en regio spreken af om samen de kansen van deze nieuwe perspectieven te onderzoeken voor de regionale opgave in het gebiedsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en een voorstel voor vervolg af te spreken in het BO MIRT 2025. 2. A28/A1 Hoevelaken Rijk en regio herbevestigen de urgentie van een snelle realisatie van het project A1/A28 knooppunt Hoevelaken en het belang van een goed functionerende knooppunt voor de landelijke en regionale bereikbaarheid en de realisatie van 40.000 woningen en 32.000 arbeidsplaatsen tot 2040 in de Regio Amersfoort; Op dit moment is er geen zicht op de volledige herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken.

Het Rijk onderzoekt in samenspraak met de regio voor BO MIRT 2025 of het mogelijk is om het MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken in kleinere projecten op te delen en te faseren; Bij gehele of eventueel gedeeltelijke herstart van project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken vormen het Ontwerp-Tracébesluit van 2018 en de gemaakte bestuurlijke afspraken het vertrekpunt; Rijk en regio hebben het afgelopen jaar binnen het programma U Ned de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 opgesteld. De Minister van IenW heeft besloten € 50 miljoen (incl. btw) beschikbaar te stellen. De regio stelt eveneens een budget van € 50 miljoen beschikbaar voor het maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: a) Doorfietsroute Amersfoort – Soesterberg – Zeist – Utrecht Science Park; b) Doorfietsroute Baarn – Soest – Bilthoven – Utrecht CS; c) Doorfietsroute Amersfoort – Veenendaal; d) Aanpak sluipverkeer rondom knooppunt Hoevelaken (inclusief verkeersmanagement, VRI’s aanpassen) e) Pre-verkenning BRT Amersfoort – Utrecht Science Park; f) A1 kunstwerk 500, fietstunnels en aanpassen kruispunten A1 aansluiting 14 / Amersfoortsestraat g) Aansluiting A1 – N199 – Ontsluitingsweg Bovenduist; h) A30 – aansluiting Barneveld Zuid.

Voor de pre-verkenning BRT (e) zal bij het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten bekeken worden hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden. De maatregelen (f,g,h) zijn opgenomen in het pakket onder voorwaarde van het Rijk dat vanwege schaarse RWS-capaciteit, de gemeente / regio Amersfoort de realisatie (incl. planuitwerking) van deze aansluitingen op zich neemt. Rijk en regio werken het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. Rijk en regio verkennen hoe en op welk moment zij hun bijdrage kunnen voldoen. Rijk en regio gaan in 2025 met elkaar in gesprek over de aanvullende financiering van de quick win aansluiting bij Eemnes (A27).

3. Programma U Ned Groot Merwede: MIRT Verkenning OV en Wonen, MIRT Onderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg Rijk en regio stellen op basis van de tot nu toe bekende resultaten het volgende vast:

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

26

 

Om de ruimtelijke ontwikkelingen Groot Merwede (inclusief A12-zone) en Rijnenburg mogelijk te maken én de verkeersdoorstroming op de Ring Utrecht als (inter)nationale draaischijf te waarborgen er inzet nodig is op nabijheid, vraagbeïnvloeding, en fiets en OV als dragende modaliteiten, om de groei van automobiliteit als gevolg van de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg te beperken. Daarnaast zijn er (uitgaande van realisatie van het Tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht) ingrepen voor het Hoofdwegennet (Ring Utrecht, A2 én A12) en in het Onderliggend Wegennet nodig om te voorkomen dat de knelpunten op de Ring Utrecht groter worden als gevolg van de autonome groei van het autoverkeer, waardoor de bereikbaarheid van de regio verminderd wordt. In fase 2 van het MIRT-onderzoek onderzoeken Rijk en regio de effecten van een pakket van diverse maatregelen op het gebied van bereikbaarheid (A2, A12, OWN, Merwedelijn en fiets), waarbij onder andere kosten en de ruimtelijke impact worden uitgewerkt. Om verstedelijking in Groot Merwede (incl. A12 zone) en Rijnenburg mogelijk te maken is voor de ov-component duidelijk dat hoogwaardig OV nodig is voor verstedelijking; een snelle en hoogfrequente Merwedelijn (Hoogwaardig OV, HOV) is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg.

De onderzochte maatregelen in de MIRT-verkenning OV en Wonen moeten een schaalsprong in het OV voor Groot Merwede en Rijnenburg mogelijk maken. Rijk en regio stellen voor de MIRT-verkenning OV en Wonen vast dat: • De MIRT-verkenning OV en Wonen op basis van de huidige inzichten nog geen voorkeursalternatief kan worden vastgesteld waarbij maakbaarheid, voldoende doelbereik en (financiële) randvoorwaarden bij elkaar komen. • Er voor de MIRT-verkenning OV en Wonen een verdiepingsfase wordt gedaan om besluitvorming over een (voorlopig) voorkeursalternatief tijdens het BO MIRT 2025 mogelijk te maken. • De onderzochte Papendorplijn geen onderdeel gaat uitmaken van het Voorkeursalternatief van de MIRT-verkenning OV en Wonen. Rijk en Regio zetten zich in om in het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten toe te werken naar een (voorlopig) voorkeursbesluit voor de Merwedelijn (MIRT-verkenning OV en Wonen) in combinatie met vervolgstap(pen) voor het HWN, OWN en fietsnetwerk (MIRT-onderzoek). Rijk en regio stellen vast dat onderdelen van besluitvorming daarbij zijn: • Een (voorlopig) voorkeursalternatief voor de MIRT-verkenning OV en Wonen, met een richtinggevend besluit over de wijze van OV-ontsluiting van de A12-zone in samenhang met de OV-ontsluiting van Rijnenburg.

• Een richtinggevend besluit ten aanzien van woningbouw in Groot Merwede en Rijnenburg, in combinatie met werkgelegenheid en samenhangende en randvoorwaardelijke aspecten en thema’s als energie, groen en grondverwerving. • Vervolgstappen ten aanzien van het benodigde pakket van multimodale maatregelen voor zowel de doorstroming op de Ring Utrecht als voor de verstedelijking in de A12-zone en Rijnenburg mogelijk te maken. Het gaat hierbij onder andere om; o het daarvoor benodigde fietsnetwerk; o de daarvoor benodigde ingrepen in het Hoofdwegennet; o de daarvoor benodigde ingrepen in het Onderliggende Wegennet. • Afspraken over toekomstige organisatie voor gebiedssamenwerking en bijbehorende ontwikkelstrategie inclusief fasering. Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen.

4. Oostflank Metropoolregio Amsterdam Algemeen  In lijn met de afspraken in de Rijkstructuurvisie RRAAM (2013) en herbevestigd in het Perspectief Oostflank MRA (2020) hebben Rijk en Flevoland een opgave om grootschalig woningen te bouwen. In Flevoland is nog voldoende ruimte om op rijksgronden een substantieel aantal woningen toe te voegen. Flevoland levert daarmee een essentiële bijdrage Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

27

aan de woningnood van de huidige inwoners en aan nationale woningproductie. In dat licht zal Almere zich inspannen om de woningbouwproductie te verhogen om meer woningen te realiseren met als streefgetal tenminste 2.000 – 3.000 woningen per jaar. De groei van het aantal woningen moet in evenwicht zijn met werklocaties, de ontwikkeling van mobiliteitsinfrastructuur en stedelijke voorzieningen. In de Rijkstructuurvisie van 2013 is afgesproken dat een vervolgonderzoek (MIRT-verkenning) naar verdere infrastructuurmaatregelen voor de ontsluiting van Almere Pampus wordt gestart wanneer ten opzichte van 2010 circa 25.000 woningen zijn gebouwd en er zicht is op afronding van de tweede fase van Amsterdam IJburg. Daarvan hoeven nog minder dan 7.000 woningen worden gebouwd en het finaliseren van IJburg is nabij. De verdere concretisering van de toekomstige bereikbaarheid van Pampus/Flevoland (IJmeerverbinding) wordt met het voortvarend doorbouwen van woningen urgent. Onderstaande afspraken moeten aan deze urgentie invulling geven.

Almere Pampus  De ruimtelijk strategische verkenning voor de grootschalige woningbouw Almere Pampus wordt vastgesteld. Het Masterplan Almere Pampus vormt het uitgangspunt voor de ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel. Waarbij Rijk en regio zich realiseren dat een langjarige samenwerking van alle betrokken partijen nodig is om tot grootschalige woningbouwontwikkeling in Almere Pampus te komen. Status IJmeerverbinding bij ontwikkeling Pampus  Bij een volledige ontwikkeling van Almere Pampus naar een hoog stedelijk woonmilieu is een goede ontsluiting door middel van een IJmeerverbinding noodzakelijk waarbij de bereikbaarheid van heel Almere blijvend aandacht verdient.  Gezien het grote belang van een goede ontsluiting van de grootschalige woningbouwlocatie Pampus binnen de MRA en de regio Flevoland is het daarom noodzakelijk een concreter beeld te krijgen van de kansen op private en publieke financiering van een IJmeerverbinding tussen Almere en Amsterdam. De bereikbaarheid van Almere en Flevoland is randvoorwaardelijk voor de groei van wonen en werken. Hiermee wordt de grootste - nog beschikbare Rijks ontwikkellocatie in de Randstad ontsloten en het vestigingsklimaat verbeterd. Vervolgonderzoek  Parallel aan de voorbereiding van de bouw van de 1e fase Pampus met 7.500 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen wordt op initiatief van de regio een gezamenlijke ‘P-verkenning’ gestart.

Deze P-verkenning onderzoekt de mogelijkheden en kansrijkheid van alternatieve bekostiging van een IJmeerverbinding. Dit onderzoek is een alternatieve route naar de start van een MIRT verkenning.  Hiervoor wordt een integrale businesscase opgesteld voor de bereikbaarheidsopgave van Almere, waarvan de bekostiging van de IJmeerlijn onderdeel is, inclusief een investeringsfonds voor sociale en leefbare ontwikkeling van Pampus en de stad. De resultaten van het onderzoek worden geagendeerd voor het BO MIRT Noordwest 2026. De kosten van dit onderzoek worden 50/50 door Rijk en regio gedragen waarbij de ministeries van VRO en IenW gezamenlijk de opdrachtgevers zijn en dit onderzoek in overleg met de gemeente Almere en de provincie Flevoland wordt opgezet en (tussen)resultaten worden gepresenteerd.  Te starten met de uitwerking van de gebiedsontwikkeling van de eerste fase van de grootschalige woningbouw in Almere Pampus, bestaande uit circa 7.500 woningen, 4.000 arbeidsplaatsen en bijbehorende voorzieningen. Uit de beschikbare middelen van € 54 miljoen uit het BO MIRT 2022 voor een HOV-verbinding Pampus en/of Oosterwold wordt € 54 miljoen gereserveerd voor een HOV-verbinding Almere Pampus. De hoogte van de rijksbijdrage wordt na nader onderzoek (investering, beheer, onderhoud en exploitatie) bepaald.

 Door middel van parallel plannen streven partijen ernaar om ruim eerder dan 2030 te starten met de woningbouw van de eerste fase Almere Pampus waarbij een actueel woningbouwprogramma dat aansluit bij de woningbehoefte leidend is.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

28

De afspraken voor de vervolgfase worden vastgelegd in een nader op te stellen bestuursovereenkomst Pampus waarvan het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het coördinerende departement zal zijn. Bij de uitwerking is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van Almere Pampus minimaal financieel neutraal verloopt voor partijen en er 2/3 betaalbare woningen worden gerealiseerd. Het Rijk beoogt geen winst te maken op deze ontwikkeling. Voor de stedelijke ontwikkeling van Almere wordt de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0 geactualiseerd naar een Uitvoeringsovereenkomst 3.0. Daarin worden nieuwe (financiële) afspraken gemaakt voor de integrale stedelijke ontwikkeling van de gebieden Oosterwold, Almere Centrum, Weerwater, Almere Pampus alsmede in relatie met sociale en leefbare ontwikkeling van de stad.

Autobereikbaarheid  De uitspraak over de (on)mogelijkheid van een wegverbinding (IJmeerweg) gekoppeld aan de IJmeerverbinding vloeit voort uit de uitkomsten van de integrale business case. Almere/Zeewolde Oosterwold/A27  Partijen spreken af dat in fase 2 Almere/Zeewolde Oosterwold op basis van bestaande afspraken meer woningen in hogere dichtheden worden toegevoegd. Daarmee wordt invulling gegeven aan de gewenste versnelling van de woningbouw. Partijen verkennen verder op welke wijze een effectieve samenwerking van publieke en private partijen hier een bijdrage kan leveren in het realiseren van deze opgave. Na besluit over de mogelijke komst van een defensiekazerne in Flevoland worden in 2025 nadere afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van Oosterwold.  De monitor naar de doorstroming op de A27 laat in toenemende mate zien dat er filevorming plaatsvindt en dat het perspectief van een ingrijpend mobiliteitsknelpunt toeneemt. De A27 is van vitaal belang voor de bereikbaarheid van grote woningbouwlocaties in Flevoland (Oosterwold, Lelystad Zuider-C). Rijk en Regio onderschrijven dit.  In combinatie met de ambitie om de woningbouw in Flevoland te versnellen en de mogelijke komst van een kazerne worden de knelpunten op de A27 nog urgenter. Rijk en regio onderschrijven dat.

Lelystad Zuiderhage  De Mastervisie ZuiderC vormt het kader voor grootschalige woningbouw in Lelystad Zuiderhage met 15.000 woningen.  In het BO MIRT Noordwest 2025 worden de resultaten geagendeerd van het lopende onderzoek naar de bereikbaarheid van Lelystad Zuiderhage. A6 Almere Oostvaarders – Lelystad  Toenemende congestie op de A6 is een probleem voor de woningbouw, de economische ontwikkeling en de onderliggende infrastructuur in Flevoland. Maximale capaciteit voor betreffende deel A6 is voor de spitsperioden reeds bereikt. Er zijn meermalen extra middelen toegevoegd voor de realisatie. Vanaf 2019 worden belemmeringen gesignaleerd door beperkte stikstofruimte. Rijk en regio werken samen om deze belemmeringen in kaart te brengen en op te lossen.  Inmiddels is met een quickscan stikstof duidelijk geworden dat de beperkingen rondom stikstof niet van dermate omvang zijn, dat dit een doorstart van het project in de weg staat.  Rijk en regio hebben overeenstemming over de verbreding van de A6 in Flevoland en het rijk zal zich inspannen om de uitvoering van dit project op een gepast moment en binnen afzienbare tijd te laten plaats vinden. Hightech Ecosysteem Almere  Almere wordt binnen het programma “Ruimtelijk Programmeren voor de Nederlandse kennisindustrie” van het ministerie van Economische Zaken beschouwd als een toekomstig

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

29

hightech brandpunt en zal meedraaien binnen dit programma. Horizon Flevoland zal hierin een belangrijke rol spelen.

 

5. Multimodale Ring Alkmaar (spoorzone – N9 – N242) Rijk en regio spreken af dat onder verantwoordelijkheid van de regio en met medewerking van het Rijk een onderzoek wordt gedaan naar de bereikbaarheids- en verkeersveiligheidsopgaven van de multimodale Ring Alkmaar (waaronder Spoorzone Heerhugowaard – N9 – N242). Dit in relatie tot de afspraak van een continue, hoge bouwstroom van 42.500 woningen tot en met 2030 en de ambitie van 62.500 woningen tot 2040, ontwikkeling van het Maritiem Cluster met Defensie in Den Helder en bereikbaarheid Greenport NHN. Bij het onderzoek worden alle modaliteiten betrokken en rollen en verantwoordelijkheden van partijen in de uitvoering van projecten in kaart gebracht. Voor de uitvoering van dit onderzoek (maximaal € 120.000) dragen Rijk en regio gezamenlijk 50% van de kosten. De Rijksbijdrage zal aan de regio worden uitgekeerd. De resultaten en aanbevelingen van het onderzoek worden geagendeerd in het BO Leefomgeving 2025 en vormen de basis voor vervolgafspraken in opmaat richting BO MIRT Noordwest 2025, als uit het onderzoek een heldere bereikbaarheidsopgave voor het Rijk blijkt. De resultaten zijn mede input voor voorstellen vanuit de regio bij de afweging en besluitvorming in 2025 voor de verdeling van de extra middelen die door het kabinet zijn gereserveerd voor mobiliteit in het kader van woningbouw. 6.

Pakket projecten Zuidasdok, OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer, knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, derde perron Amsterdam Zuid, OVverbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum Rijk en regio werken hard aan de projecten Zuidasdok, OV-verbinding AmsterdamHaarlemmermeer, knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, derde perron Amsterdam Zuid en OV-verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet. De projecten hebben niet alleen importantie voor de bereikbaarheid van de regio, maar ook voor het verdere OV-netwerk. Projecten kennen ook de nodige uitdagingen, zowel inhoudelijk als financieel. Rijk en regio zijn hierover in gesprek en blijven deze gesprekken doorzetten, waarbij de samenhang tussen de gemaakte afspraken steeds in ogenschouw wordt genomen. IenW en regio spreken af voor de zomer van 2025 een goed voorbereid bestuurlijk overleg te organiseren over de zorgen over de samenhangende projecten uit het pakket. Daarbij wordt de minister van VRO uitgenodigd. 7. OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer Beoogde planning was om eind 2025 te komen tot een voorkeursbeslissing. Dit blijkt te ingewikkeld te zijn. Op basis van actuele inzichten is het wel haalbaar dat eind 2025 het belangrijkste deel van de beslisinformatie beschikbaar is, waarbij gezamenlijk een richtinggevend concept besluit genomen kan worden voor een voorkeursalternatief.

Daarna is er nog circa een jaar nodig om dit voorkeursalternatief verder uit te werken. De hernieuwde planning is dat eind 2026 de beslisinformatie gereed is voor het kunnen nemen van de voorkeursbeslissing. Rijk en spreken af om gezamenlijk te streven naar het kunnen nemen van een voorkeursbeslissing eind 2026. 8. OV Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad Rijk en regio constateren dat de OV-bereikbaarheid van (nieuwe) woon- en werklocaties in de MRA van belang is. Om die bereikbaarheid te faciliteren, is beoogd om meer treinen op de Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) corridor te gaan rijden vanaf dienstregeling 2033.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

30

 

Rijk en regio spreken af om een bestuurlijk overleg te organiseren voor de zomer van 2025, er van uitgaande dat de beslisinformatie over de herijking ERTMS en Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)/SAAL dan beschikbaar is. 9. Poort van Hoorn Rijk en regio spreken de intentie uit gezamenlijk tot een oplossing te komen voor het tekort op de spoor gerelateerde onderdelen binnen de gebiedsontwikkeling Poort van Hoorn van € 25,4 miljoen (incl. btw, prijspeil 2024). Daarbij wordt afgesproken deze casus te betrekken bij de landelijke afweging voor de verdeling van de € 2,5 miljard die door het kabinet is gereserveerd voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw en van de € 5 miljard voor woningbouw. De provincie Noord-Holland spant zich in om (onder voorbehoud goedkeuring van Gedeputeerde Staten), en onder voorwaarde dat het rijk het resterende financiële tekort dekt, een extra bijdrage te doen van € 3 miljoen (excl. btw). Rijk en regio beogen om in het BO Leefomgeving van voorjaar 2025 hierover een besluit te nemen of zoveel eerder als mogelijk, omdat de realisatie van het project anders vertraging oploopt. De regio is teleurgesteld dat een besluit hierover niet snel kan worden genomen. Het ministerie overlegt met de regio over de gevolgen. 10.

OV-knoop Haarlem Nieuw-Zuid Het ministerie van IenW heeft besloten het restbudget van de A9 Rotterpolderplein niet in te zetten voor de OV-knoop Haarlem Nieuw-Zuid. Rijk en regio spreken de intentie uit gezamenlijk tot een oplossing te komen voor het resterende tekort op het project mobiliteitshub Haarlem Nieuw Zuid van € 11,7 miljoen. Daarbij wordt afgesproken deze casus te betrekken bij de landelijke afweging voor de verdeling van de € 2,5 miljard die door het kabinet is gereserveerd voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw en van de € 5 miljard voor woningbouw. Rijk en regio beogen om in het BO Leefomgeving van voorjaar 2025 hierover een besluit te nemen of zoveel eerder als mogelijk, omdat de realisatie van het project anders vertraging oploopt. De regio is teleurgesteld dat een besluit hierover niet snel kan worden genomen. Het ministerie overlegt met de regio over de gevolgen.

11. Programma U Ned: Mobiliteitsbouwstenen in NOVEX-gebied Utrecht Amersfoort Aanpak 2030:  Rijk en regio hebben een overzicht vastgesteld van potentiële mobiliteitsmaatregelen welke het NOVEX gebied Utrecht-Amersfoort beter bereikbaar maken én verdere verstedelijking mogelijk maakt.  Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen. Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040:  Rijk en regio onderschrijven de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 en spannen zich gezamenlijk in om de hierin genoemde maatregelen nader uit te werken.

 Rijk en regio spreken af de volgende maatregelen uit de Mobiliteitsagenda met voorrang uit te werken: • Aansluiting A1 – Bunschoten/ Bovenduist (grootschalige woningbouw Bovenduist) • Aansluiting A1 – Hoevelaken (grootschalige woningbouw Hoevelaken) • Regionaal Verkeersmanagement met het doel slim, duurzaam en veilig te sturen op toenemende druk op het hoofd en onderliggend wegennet • BRT tussen Amersfoort en het Utrecht Science Park • Verkeersveiligheidsmaatregel A1/A30 • Veluwelijn (verhoging treinfrequentie Amersfoort – Harderwijk  Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen. Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

31

Korte termijnaanpak 2025-2030/Goedopweg:  In aanvulling op de vorig jaar op het BO MIRT in het kader van de “korte termijn aanpak (Goedopweg) Uned 2025-2030” gemaakte financieringsafspraak draagt het Rijk voor het jaar 2026 maximaal € 2,4 miljoen incl. btw bij, op basis van een gelijke financiële bijdrage vanuit de regio (verdeelsleutel van 50/50). Ontvanger van de Rijksbijdrage is de provincie Utrecht.  Rijk en regio streven ernaar om uiterlijk op het BO MIRT 2025 vervolgafspraken over Goedopweg te maken voor de resterende periode tot en met 2030. Daarbij wordt ook de samenhang met, en de regionale vertaling van, de landelijke aanpak spits spreiden meegenomen. 12. Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid Jaarplan Mobiliteitsgedrag SBaB 2025 Rijk en regio spreken af om:  In het kader van de Meerjarenaanpak Mobiliteitsgedrag SBaB 2024-2030 samen met andere partners zoals werkgevers en vervoerbedrijven invulling te geven aan gedragsprincipes van het MTB.  Daarbij € 3.930.000 ter beschikking te stellen voor de uitvoering van activiteiten in 2025. Dit bedrag bestaat uit een maximale Rijksbijdrage van € 1.050.000 (ontvanger: provincie NoordHolland) ten behoeve van de werkgeversaanpak (Breikers en IJmond Bereikbaar) en een maximale regiobijdrage van € 1.840.000. Alle bedragen zijn inclusief btw, zowel van het Rijk als de regio.

Het resterende budget van € 1.040.000 wordt gedekt vanuit de programmabegroting van SBaB.  De Programmaraad SBaB te mandateren voor de daadwerkelijke toekenning van middelen naar projecten en start uitvoering. Dit op basis van overeenstemming tussen rijk en regio over het Jaarplan Mobiliteitsgedrag SBaB 2025 en de definitieve opdracht aan de uitvoerende partijen voor gedragsmaatregelen in 2025. Bereikbaarheidsmaatregelen SBaB voor Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied MRA Rijk en regio spreken af om:  De rapportage ‘Overzicht benodigde bereikbaarheidsmaatregelen SBaB voor NOVEX MRA’ vast te stellen.  Het overzicht te beschouwen als een momentopname en daarom jaarlijks te actualiseren.  Te starten met het vanuit mobiliteitsperspectief (SBaB) toe te werken naar een advies over fasering aan NOVEX MRA. Dit gebeurt aan de hand van nog te definiëren criteria. Uitgangspunt daarbij is het nakomen en uitvoeren van bestaande MIRT 2022 afspraken.

13. Draaiend houden Ringen (Amsterdam en Utrecht) Rijk en regio hebben in 2023 overeenstemming bereikt over 5 werksporen en een invulling van deze werksporen op hoofdlijnen. Rijk en regio hebben in de afgelopen periode inhoudelijk overeenstemming bereikt over de volgende nadere concrete invulling van de 5 werksporen: 1. Smart Mobility I/Incidentmanagement: verminderen van de effecten van ongeplande verstoringen door een snellere start en afhandeling van incidentmanagement in combinatie met in-car veiligheidswaarschuwingen (preventie, detectie, diagnose, aanrijden, afhandeling), door te investeren in de volgende systemen en projecten: in-car waarschuwingen voor gevaarlijke situaties, inzet van AI voor snelle analyse van detectiesystemen, ontwikkeling ‘common operational picture’ voor verbeteren samenwerking met professionele ketenpartners, verminderen ‘blind spots’ in cameradekking, verbetering van voorspelling restduur incidenten; 2. Smart Mobility II/informatie: effectiever informeren van de reiziger pré-trip en on-trip via in-car informatie over met name verkeershinder en routering, door te investeren in de volgende systemen en projecten: smart routing en smart destination (incl. verwijzing naar hubs) voor spreiding van verkeer op de ringen, doorontwikkeling coördinatiestructuur voor publiek-private samenwerking, digitaliseren beleidsinformatie (bijvoorbeeld regionale

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

32

verkeerscirculatieplannen), en de ontwikkeling van het bijbehorende instrumentarium, vooraankondiging bij wegwerkzaamheden en evenementen; 3. Verkeersmanagement: betere benutting van het bestaande netwerk met behulp van investeringen in verkeersmanagementsystemen, door te investeren in de volgende systemen en projecten: matrixborden, lussen, camera’s, toeritdosering (TDI’s), verkeersregelinstallaties (iVRI’s), maar ook meer inzetten op digitaal Verkeersmanagement zoals digitaliseren van regelscenario’s (Diego) en Verkeersmanagement Informatie voor Routeadvies (VM-IVRA) en de bovenliggende afspraken en systemen om vanuit (regionale) verkeerscentrales zorg te dragen voor een optimale inzet van de verkeersmanagementsystemen, inclusief de opzet van een landelijk aanpak; 4. Kleine infrastructurele maatregelen (zoals buffercapaciteit op-/afritten, betere inrichting van knooppunten, verbetering van belijning, verbindingen en aansluitingen en ontwikkelen van mobiliteitshubs): enerzijds ter vergroting van de effecten van Smart Mobility en Verkeersmanagement en anderzijds ter verbetering van kleine onvolkomenheden in het netwerk; 5. Netwerkoptimalisaties Ring Eindhoven: het pakket waarover met de regio is besloten in het BO MIRT najaar 2022 wordt momenteel stapsgewijs gerealiseerd.

Het beschikbare budget van IenW van € 300 miljoen wordt op basis van de hierboven genoemde concrete invulling als volgt over de werksporen verdeeld: werkspoor 1 maximaal € 65,6 miljoen, werkspoor 2 maximaal € 58,6 miljoen, werkspoor 3 maximaal € 49 miljoen en werkspoor 4 maximaal € 76,8 miljoen. Voor werkspoor 5 is reeds eerder € 50 miljoen overeengekomen. Rijk en regio spreken af dat IenW deze invulling zal verwerken in een opdracht aan Rijkswaterstaat voor de uitvoering, uiterlijk vanaf medio 2025, voor zover in het komende half jaar blijkt dat de maatregelen inpasbaar zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de opdracht aan Rijkswaterstaat medio 2025 uitsluitend maatregelen kan en zal bevatten die 1.) kunnen worden ingepast in de werkplanning van Rijkswaterstaat (het geheel van projecten op het gebied van exploitatie, onderhoud, vernieuwing en aanleg), 2.) kunnen worden ingepast in het Basiskwaliteitsniveau voor het Hoofdwegennet (langjarige instandhouding binnen de budgettaire kaders) en 3.) kunnen worden ingepast in de RWS-organisatie (structurele inpassing van fte’s binnen de kaders daarvoor). Uiterlijk medio 2025 zal IenW de regio informeren over de opdracht aan Rijkswaterstaat. Rijk en regio concluderen dat inzet van de regio (onder meer de regionale wegbeheerders) noodzakelijk is en de regio bereid is deze inzet daar waar mogelijk en relevant te leveren.

Het betreft op hooflijnen de volgende inzet: • werkspoor 1: structurele inzet van weginspecteurs op elkaars wegennet, informatie delen en capaciteit en expertise leveren in de aanpak van de hoogtemeldingen-problematiek; • werkspoor 2: stimuleren van digitalisering in de organisatie (onder andere beleidsdata), bijdrage leveren aan pilots en werkgroepen, stimuleren gebruik beschikbare diensten bij projecten, vergroten regionale betrokkenheid, bijdrage leveren aan landelijk diensten (inkoop en kwaliteitszorg); • werkspoor 3: langjarige inzet van organisaties zoals het Regieteam Verkeersmanagement Noord-Holland en Zuid-Holland Bereikbaar om maatregelen nader uit te werken in benodigde personele capaciteit en budget als onderdeel van de regionale samenwerking (onder andere regelaanpak), het beschikbaar stellen/delen van relevante informatie, het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie tot en met het opdrachtgeven voor het doorvoeren van aanpassingen aan het eigen instrumentarium; • werkspoor 4: inzet voor dan wel uitvoering van maatregelen aan het Onderliggend Wegennet en inzet voor maatregelen aan de Hoofdwegennet voor zover er effecten zijn op het Onderliggend Wegennet. Rijk en regio spreken af dat de medewerking van externe partijen voor de werksporen 1, 2 en 3 gezamenlijk zal worden georganiseerd, onder leiding van Rijkswaterstaat.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

33

Rijk en regio stellen vast dat de volgende kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4) in aanmerking (kunnen) komen voor een bijdrage uit het beschikbare Rijksbudget voor het draaiend houden van de Ringen: Ring Amsterdam:  doorvoeren van kleine infrastructurele maatregelen in de vorm van aanpassingen in wegmarkering, herinrichting van een dienstweg, vergroting van de capaciteit van een tunnelgemaal en optimalisatie van toe- en afritten ten behoeve van verbetering van verkeersgedrag en verkeersdoorstroming op diverse punten op de Ringwegen van Amsterdam (A2, A5, A10);  een budgetreservering van maximaal € 7 miljoen incl. btw ter dekking van kosten van auto-gerelateerde investeringen voor uitbreiding van de P+R-locatie/hub Muiden van 170 naar ten minste 700 parkeerplekken; Ring Utrecht:  capaciteitstoevoegingen aan twee verbindingsbogen in Knooppunt Lunetten;  een budgetreservering van maximaal € 9 miljoen incl. btw voor de realisatie van een zogenoemde divergerende diamant aansluiting (DDI) A2-N230;  een budgetreservering van maximaal € 12,5 miljoen incl.

btw ter (stapsgewijze) dekking van kosten van auto-gerelateerde investeringen voor de realisatie van de P+R-locatie/hub Vianen, uitgaande van het bereiken van overeenstemming binnen de regio dat bij goede benutting van deze hub, de hub (stapsgewijs) wordt uitgebreid naar minimaal 1.000 parkeerplaatsen;  een budgetreservering van maximaal € 7,5 miljoen incl. btw voor de aanpassing van de aansluiting A2 op de hub Papendorp, indien overeenstemming wordt bereikt over de hub Vianen (met minimaal 1.000 parkeerplekken) zoals hierboven beschreven , ter verdere verbetering van de BRT-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht; Rijk en regio spreken ten aanzien van de hub Muiden, de hub Vianen, de DDI A2-N230 en de aansluiting A2 op de hub Papendorp af dat de budgetreservering wordt gemaakt onder voorbehoud van 1.) overeenstemming over de concrete uitwerking en effectbeoordeling van de voorgestelde maatregelen, 2.) de regio de maatregelen zal realiseren in afstemming met Rijkswaterstaat en waar nodig met medewerking van Rijkswaterstaat vóór 2030 en 3.) de maatregelen worden gerealiseerd met de hierboven beschreven taakstellende bijdrage van IenW. Rijk en regio realiseren zich dat het draaiend houden van de Ringen een forse opgave blijft, ondanks de hierboven beschreven inzet.

Rijk en regio zullen in het kader van de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s (SBAB, U NED en MoVe) in gesprek blijven over deze opgave. 14. Overdracht Merwedekanaal Utrecht – Vaartsche Rijn – Catharijnesingel Zuid Rijk en regio streven naar een overdracht in het voorjaar van 2027. Het Rijk stelt een budget van ten hoogste € 125 miljoen beschikbaar voor de overdracht en zal deze afspraak opnemen in de financiële programmering van Rijkswaterstaat. De komende twee jaar worden gebruikt om een conceptovereenkomst uit te werken met daarin afspraken over onder andere de assets, beheer en onderhoudstaken, overdrachtsdatum, overdrachtsvergoeding en resterende risicoverdeling. Mocht het budget van € 125 miljoen voor de overdracht ontoereikend blijken, dan gaan partijen opnieuw in gesprek. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring aangeboden aan het bestuur van gemeente Utrecht, het algemeen bestuur van HDSR en het Rijk. 15. Veluwelijn Rijk en regio concluderen dat frequentieverhoging op de Veluwelijn sterk verbonden is met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in de (NOVEX-) regio’s Utrecht, Amersfoort, Foodvalley en Noord-Veluwe.

Rijk en regio vinden het belangrijk om de voorgestelde oplossingsrichtingen uit de préverkenning op korte termijn nader uit te werken, zodat er voldoende beslisinformatie beschikbaar is op het moment dat de middelen eventueel beschikbaar zijn.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

34

 

 

De regio geeft, met steun van het Rijk, opdracht aan ProRail om de eerste fase van de alternatievenstudie keervoorziening Harderwijk conform het proces derdenwerken uit te voeren. Hierin worden ook de overwegveiligheidsmaatregelen onderzocht die nodig zijn voor zowel de frequentieverhoging als de woningbouwontwikkeling. De regio (provincies Gelderland en Utrecht, regio’s Noord-Veluwe en Amersfoort en gemeente Nijkerk) maakt € 650.000 vrij voor de studie. Het Rijk draagt via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maximaal € 300.000 bij aan de studie. 16. Samenhang spoorprojecten ruit Amsterdam Rijk en regio nemen kennis van de conclusies uit de rapportage liaisons Samenhang spoorwerkzaamheden en productstappen Ruit Amsterdam: Voor het tijdig kunnen uitbreiden van de dienstregeling volgens de PHS-afspraken en de hoofdrailnetconcessie van IenW en NS (meer IC’s en meer sprinters) zijn er drie risico’s die uw aandacht vragen: • Risico 1: Risico dat projecten langer duren of te maken krijgen met lastige keuzes voor de scope vanwege beperkte beschikbaarheid van personeel, materiaal en materieel (in de gehele keten), alsmede marktwerking en beperkte financiële middelen bij opdrachtgevers, zoals Rijk en regio. Als dit risico optreedt, dan kunnen productstappen vertragen en/of stationsprojecten niet (volledig) gerealiseerd worden.

• Risico 2: Risico op significante extra reizigershinder de komende jaren door de grote hoeveelheid complexe werkzaamheden en buitendienststellingen in de Ruit van Amsterdam. Dit risico is actueel op Amsterdam Centraal; een expertteam onderzoekt de mogelijkheden voor de dienstregeling vanaf medio 2025. Het vraagt veel van reizigers om te kunnen bouwen met de ‘winkel open’ en dit heeft mogelijk impact op de reizigersontwikkeling. Hierbij is het van groot belang om zowel op landelijk als regionaal niveau de gedragsaanpak ‘spreiden en mijden’ uit te dragen, bijvoorbeeld in SBAB en hierbij te starten met het initiatief ‘Overheden geven het goede voorbeeld’. • Risico 3: Risico dat de bereikbaarheid op de SAAL-corridor onder druk komt, doordat de beoogde productstap later gerealiseerd wordt vanwege het niet tijdig gereed zijn van de randvoorwaarden van PHS en ERTMS. Nu reizigersprognoses lager zijn, is vooralsnog het risico minder groot dat hierdoor een vervoersknelpunt ontstaat. Desondanks blijft het vanwege geplande woningbouw langs de SAAL-corridor belangrijk om in 2025 meer duidelijkheid te krijgen over bovengenoemde randvoorwaarden. De samenhang in de ruit Amsterdam vraagt om urgentie, afstemming en flexibiliteit vanuit ieders betrokkenheid bij de spoorprojecten. 17.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14946178/1