bijlage4 afsprakenlijst MIRT.pdf
Tekst van het document
MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn. Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn.
18. Pilot Bus Rapid Transit (BRT) Haarlem-Schiphol-Amsterdam Rijk en regio starten met een pilot Bus Rapid Transit Haarlem-Schiphol-Amsterdam (BRT HSA). Voor de pilot dragen Rijk en regio ieder maximaal € 1 miljoen bij (prijspeil 2025, incl. btw), op basis van een 50/50 verdeling Rijk-regio. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
35
19. Pilot Bus Rapid Transit (BRT) Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en Regio constateren dat er een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitsverbetering in het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant besluiten om de hoofdlijnen uit het bestuurlijk vastgestelde rapportage ‘Hinkstap-sprong naar Bus Rapid Transit op Breda–Gorinchem-Utrecht’ uit april 2022 als uitgangspunt te nemen voor de te nemen maatregelen op deze corridor. De gewenste kwaliteitssprong in het OV zal via een adaptieve en samenhangende strategie bereikt worden. Concreet betekent dit dat over onderstaande maatregelen in dit BO MIRT besluiten worden genomen, omdat deze prioriteit hebben en dat de overige gewenste maatregelen voor de verbeterstap op korte termijn niet verder worden uitgewerkt. Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest). Rijk en Regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is.
Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten. • Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel.
• Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. 20. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Utrecht ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute IJsselstein – Nieuwegein – Utrecht. De provincie Utrecht ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Houten – Bunnik – Utrecht Science Park. De provincie Noord-Holland ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Schagen – Warmenhuizen-Alkmaar. In het CD MIRT van 5 juli 2023 is toegezegd om zich in te zetten dat eind 2024 besluiten genomen kunnen worden over het al dan niet realiseren van de Dom tot Dam doorfietsroute.
Deze zomer is gestart met een werkgroep van alle vertegenwoordigde wegbeheerders ten behoeve van het opstellen van het voorlopig ontwerp. De benodigde beslisinformatie is daardoor niet eind 2024 gereed, maar naar verwachting bij het MIRT van 2025.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
36
21. Deelmobiliteitshubs (Noord Holland, Amsterdam, Utrecht) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk: • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 375.000 incl. btw bij voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de provincie NoordHolland (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de Gemeente Amsterdam (ontvanger rijksbijdrage); • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs (Provincie Utrecht).
Bovenstaande reserveringen worden omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de betreffende provincie respectievelijk gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten. 22. Brief MRA Onderuitputting Rijksbegroting De MRA heeft aan de bewindspersonen van IenW een brief gestuurd over de onderuitputting van Rijksbegroting in relatie tot het mobiliteitsfonds. Deze brief wordt betrokken in de gesprekken over de Voorjaarsnota 2025. 23. Schaalsprongen mobiliteit in relatie tot woningbouw Rijk en regio hebben oog voor projecten van grote omvang (schaalsprongen), zoals in Groot Merwede en Rijnenburg, en daarmee gemoeide investeringen. Rijk en regio bezien hoe met deze projecten moet worden omgegaan en welke stappen met de huidige beschikbare middelen wel gezet kunnen worden. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij de systematiek in de verdeling van de € 5 miljard voor woningbouw en de € 2,5 miljard voor ontsluiting woningbouw. Het ministerie van VRO neem initiatief om het gesprek hierover te organiseren. 24.
Regio Alternatief Ring Utrecht en NRU Rijk en regio treden ambtelijk en bestuurlijk in gesprek over het Regioalternatief Ring Utrecht naar aanleiding van de brief van de minister van IenW aan de Tweede Kamer over dit onderwerp. Daarbij wordt de voortgang van de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) betrokken.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
37
Regio Oost-Nederland
1. Knooppunt A1-A30 Barneveld, mitigerende maatregelen (verbeteren verkeersveiligheid) Voor de belangrijke maatregel verbindingsboog A1/A30 reserveert IenW € 12 miljoen. Hiermee wordt een deel van het project A1/A30 Barneveld gerealiseerd. De regio (provincie Gelderland) werkt, in overleg met het Rijk, de voorkeursvariant inzake het verbeteren van de verkeersveiligheid in de aansluiting A1-A30 uit tot een uitvoeringsbesluit voor het realiseren van een verkeersveilige verbindingsboog van de A1 vanuit Amersfoort naar A30 richting Ede alsmede de bijbehorende maatregelen zoals een aanpassing van de verbinding van de A30 richting A1 Voorthuizen / Apeldoorn. Het Rijk en de regio spreken af om de realisatie van deze maatregel te koppelen aan de uitvoering van het groot onderhoud van de A30 Ede – Barneveld door Rijkswaterstaat, naar verwachting in de periode 2027 / 2028. Kosten voor de planuitwerking en de realisatie worden betaald uit het restbudget van het Rijk voor de aanpak van het MIRT-project A1-A30 Barneveld. Rijk en regio werken bovenstaande afspraken voor BO MIRT 2025 uit en leggen deze vast in een brief. Het Rijk start het MIRT project A1-A30 Barneveld zo snel als mogelijk weer op in afstemming met het MIRT project A1-A28 knooppunt Hoevelaken. 2.
Aanpak verkeersveiligheid N36 Rijk en regio vinden het belangrijk dat het gehele traject van de N36 van Almelo tot Ommen veilig wordt ingericht. Rijk en regio constateerden in 2023 dat het beschikbare budget onvoldoende is om de gehele N36 te voorzien van fysieke rijbaanscheiding. Met het taakstellende budget van € 125 miljoen wordt ingezet op realiseren van een standaard wegprofiel met fysieke rijbaanscheiding in de middenberm, over een zo groot mogelijk aantal kilometers. Rijk en regio spreken af in gesprek te blijven over de aanpak van het resterende deel van de N36. 3. Verkenning keervoorziening Veluwelijn, inclusief veiligheid Rijk en regio concluderen dat frequentieverhoging op de Veluwelijn sterk verbonden is met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in de (NOVEX-) regio’s Utrecht, Amersfoort, Foodvalley en Noord-Veluwe; Rijk en regio vinden het belangrijk om de voorgestelde oplossingsrichtingen uit de préverkenning op korte termijn nader uit te werken, zodat er voldoende beslisinformatie beschikbaar is op het moment dat de middelen eventueel beschikbaar zijn; De regio geeft, met steun van het Rijk, opdracht aan ProRail om de eerste fase van de alternatievenstudie keervoorziening Harderwijk conform het proces derdenwerken uit te voeren.
Hierin worden ook de overwegveiligheidsmaatregelen onderzocht die nodig zijn voor zowel de frequentieverhoging als de woningbouwontwikkeling; De regio (provincies Gelderland en Utrecht, regio’s Noord-Veluwe en Amersfoort en gemeente Nijkerk) maakt € 650.000 vrij voor de studie. Het Rijk draagt via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maximaal € 300.000 bij aan de studie. 4. A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven Rijk en regio blijven vooruitlopend op de planuitwerking A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven in gesprek over de stikstofproblematiek, de vervolgstappen (of uitwerking van) in de Mobiliteitsaanpak A50, en mogelijke andere maatregelen, die een bijdrage leveren aan het oplossen van de knelpunten op de A50 op het traject Nijmegen-Eindhoven. 5. N50 Kampen-Kampen Zuid Provincie Overijssel en het ministerie van IenW onderstrepen het belang van de aanpak van de N50 tussen Kampen en Kampen Zuid.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
38
Provincie Overijssel en ministerie van IenW constateren dat de verkeers- en stikstofberekeningen voor de N50 Kampen-Kampen Zuid momenteel worden geactualiseerd. Na deze actualisatie wordt de stikstofopgave besproken met de provincie Overijssel. Als hieruit blijkt dat er zicht is op een oplossing voor de stikstofopgave, spreken IenW en de provincie Overijssel af de planstudie zo spoedig mogelijk te hervatten. IenW spant zich dan in om de capaciteit beschikbaar te stellen. De geactualiseerde cijfers komen in het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar, waarna de het ministerie van IenW en de provincie Overijssel in het tweede kwartaal van 2025 de stikstofopgave bespreken en bezien of er zicht is op een oplossing voor de stikstofproblematiek. Ministerie van IenW en Overijssel adresseren beiden de stikstofopgave vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Deze resultaten worden uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 besproken in een Rijk-regio stuurgroep N50 Kampen-Kampen Zuid, waarna (bij positief besluit) uiterlijk voor het BO MIRT 2025 de planuitwerking wordt hervat. 6.
A28/A1 Hoevelaken Rijk en regio herbevestigen de urgentie van een snelle realisatie van het project A1/A28 knooppunt Hoevelaken en het belang van een goed functionerende knooppunt voor de landelijke en regionale bereikbaarheid en de realisatie van 40.000 woningen en 32.000 arbeidsplaatsen tot 2040 in de Regio Amersfoort; Op dit moment is er geen zicht op de volledige herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken. Het Rijk onderzoekt in samenspraak met de regio voor BO MIRT 2025 of het mogelijk is om het MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken in kleinere projecten op te delen en te faseren; Bij gehele of eventueel gedeeltelijke herstart van project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken vormen het Ontwerp-Tracébesluit van 2018 en de gemaakte bestuurlijke afspraken het vertrekpunt; Rijk en regio hebben het afgelopen jaar binnen het programma U Ned de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 opgesteld. De Minister van IenW heeft besloten € 50 miljoen (incl. btw) beschikbaar te stellen. De regio stelt eveneens een budget van € 50 miljoen beschikbaar voor het maatregelenpakket.
Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: a) Doorfietsroute Amersfoort – Soesterberg – Zeist – Utrecht Science Park; b) Doorfietsroute Baarn – Soest – Bilthoven – Utrecht CS; c) Doorfietsroute Amersfoort – Veenendaal; d) Aanpak sluipverkeer rondom knooppunt Hoevelaken (inclusief verkeersmanagement, VRI’s aanpassen) e) Pre-verkenning BRT Amersfoort – Utrecht Science Park; f) A1 kunstwerk 500, fietstunnels en aanpassen kruispunten A1 aansluiting 14 / Amersfoortsestraat g) Aansluiting A1 – N199 – Ontsluitingsweg Bovenduist; h) A30 – aansluiting Barneveld Zuid. Voor de pre-verkenning BRT (e) zal bij het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten bekeken worden hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden. De maatregelen (f,g,h) zijn opgenomen in het pakket onder voorwaarde van het Rijk dat vanwege schaarse RWS-capaciteit, de gemeente / regio Amersfoort de realisatie (incl. planuitwerking) van deze aansluitingen op zich neemt. Rijk en regio werken het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. Rijk en regio verkennen hoe en op welk moment zij hun bijdrage kunnen voldoen. Rijk en regio gaan in 2025 met elkaar in gesprek over de aanvullende financiering van de quick win aansluiting bij Eemnes (A27). 7.
A2 Deil – Vught
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
39
De Minister van IenW heeft besloten € 54 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A2 Deil – Vught. De regio stelt eveneens een budget van € 54 miljoen beschikbaar voor het adaptieve maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader. Het maatregelenpakket bevat onder andere: • Voorkomen sluipverkeer: snelheidsremmers aanbrengen en aanpassingen onderliggend wegennet. • Investeren in (snel)fietsinfrastructuur • Businfrastructuur verbeteren en zorgen voor betere overstapplaatsen (Hubs) • Plaatsen van intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) • Verbeteren aansluitingen hoofd- en onderliggend wegennet • Fysieke veiligheidsmaatregelen op wegen die drukker worden als gevolg van pauzeren (bv middenbaanscheiding/scheiding snel/langzaam verkeer) Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar regionale bijdrage kan voldoen. 8. MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn.
Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn. 9. Sluiscomplex Kornwerderzand (Regiosluis) Rijk en regio maken de afspraak om op korte termijn het eens worden over een financiële oplossing voor het tekort KWZ en te komen tot een oplossing/voorkeursvariant. De regio is uitgenodigd om met een alternatief te komen. 10. Vaarweg IJsselmeer – Meppel In voorjaar 2023 is het project Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) als onderdeel van de herprioritering op het Mobiliteitsfonds gepauzeerd. Rijk en Regio hebben daarna afgesproken om met het waterschap Zuiderzeeland de meekoppelkansen met het project Versterking IJsselmeerdijk te onderzoeken. Dit bleek echter niet haalbaar gelet op de planning en marktbenadering van dat project.
Vervolgens is de blik verlegd naar mogelijkheden voor het meekoppelen van de opgave voor de VIJM met 3e tranche Kaderrichtlijn Water (KRW) en/ of Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) projecten. Dit lijkt meer perspectief te bieden, mits de kwaliteit van de bodem in de VIJM geschikt is. Rijkswaterstaat heeft daarom afgelopen juli opdracht gekregen om de bodemkwaliteit te onderzoeken en zij is gevraagd om een offerte op te stellen voor de meekoppeling met KRW en/ of PAGW projecten. Naar verwachting zal begin 2025 duidelijk worden of en onder welke voorwaarden de projectopgave van de VIJM via deze route kan worden gerealiseerd. 11. Spoorknooppunt Zwolle – Meppel Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de preverkenning “Maatregelen rondom Meppel”. Rijk en regio constateren dat huidige budget niet genoeg is om alle geadviseerde maatregelen uit te kunnen voeren.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
40
Rijk en regio komen overeen het huidige budget in te zetten voor aanpassing van emplacement Meppel waarbij er een 4e perronspoor wordt aangelegd (2030). Daarnaast wordt gekozen voor verscheidene maatregelen die op de korte termijn (2027) de robuustheid verhogen. Rijk en regio constateren dat de aanpak van overwegen zorgt voor een verbetering van de robuustheid en overwegveiligheid die ook nodig is voor frequentieverhogingen. Op dit moment zijn er onvoldoende middelen beschikbaar voor de uitvoering van maatregelen in dit kader. Rijk en regio spreken af dat nader onderzoek wordt gedaan naar de aanpak van overwegen en de maatregelen die nodig zijn voor frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen conform motie Van der Graaf of extra treinen in open toegang conform motie Eppink). Hiervoor wordt een budget van maximaal € 500.000,- gereserveerd uit de huidige gereserveerde middelen. De resultaten van de studie naar de verbetering van Bestaand Spoor, onderdeel van het Deltaplan Noordelijk Nederland, worden hierin meegenomen. 12. Elektrificatie spoor Almelo-Mariënberg en Zutphen-Hengelo-Oldenzaal Het Rijk en de provincies Overijssel en Gelderland hechten veel waarde aan de elektrificatie van de diesel-spoorlijnen Almelo-Mariënberg (ALMA) en Zutphen-Hengelo-Oldenzaal (ZHO) in hun provincies.
Met de Voorjaarsnota is vanuit het Klimaatfonds maximaal € 98 miljoen incl. btw beschikbaar gesteld voor de elektrificatie van de betreffende spoorlijnen, zijnde een bijdrage van 50 procent van de realisatiekosten van elektrificatie (prijspeil 2023). De provincie Overijssel heeft de intentie uitgesproken bij te dragen aan de elektrificatie van ALMA en ZHO. De eerder door de provincie Overijssel gereserveerde middelen voor haar aandeel in de elektrificatie van Almelo-Mariënberg en Zutphen-Oldenzaal zullen na instemming van Provinciale Staten op een later moment definitief beschikbaar worden gesteld. De provincie Gelderland spreekt, onder voorbehoud instemming van haar Provinciale Staten, de intentie uit bij te dragen aan de elektrificatie van ZHO. Gelderland werkt naar een besluit toe voor een nader te bepalen bedrag, naar verwachting zal dit besluit met de Voorjaarsnota 2025 genomen worden. Momenteel stellen Rijk en regio bestuursovereenkomsten op, passend bij het afsprakenkader derdenwerken. Partijen streven daarbij na om zo snel mogelijk tot afspraken te komen over de financiering van de kosten, opdat de planuitwerking gestart kan worden en de bestuursovereenkomsten ondertekend.
In de bestuursovereenkomsten zullen de partijen nadere bestuurlijke afspraken vastleggen voor de planuitwerkings-, realisatie- en gebruiksfase, over onder andere: • Het opdrachtgeverschap richting ProRail en overige governance van beide projecten, • De bijdrage van de verschillende partijen aan de planuitwerkingskosten, realisatiekosten en Beheer-, Onderhoud- en Vervangings-(BOV)kosten, • Moment van verrekening van de verschillende kosten tussen de partijen, • De verdeling van de risico’s gedurende de verschillende fases. 13. Station Nijmegen Als vervolg op de BO MIRT (2020) afspraken over stationsproject Nijmegen Centrumzijde is het verkenningenrapport in het Bestuurlijk Overleg Nijmegen vastgesteld. Het rapport laat een geraamd financieel tekort zien. Vanwege het grote belang van het project voor de mobiliteit en woningbouwopgave in de regio zullen partijen (Gemeente, Provincie, Rijk, NS Stations) benodigde aanpassingen aan scope en/of budget verkennen. Ambitie is medio 2025 een voorkeursbesluit te kunnen nemen zodat de planuitwerking onverwijld kan starten. 14. MIRT-onderzoek spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens Rijk en regio zijn verheugd te melden dat zij inmiddels tot een gezamenlijk plan van aanpak zijn gekomen voor het MIRT-onderzoek naar de spoorcorridor Utrecht-Foodvalley-ArnhemDuitse grens.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
41
Partijen zijn hier nu voortvarend mee aan de slag. 15. Starten Netwerkanalyse Arnhem-Nijmegen-Foodvalley In 2022 is afgesproken dat Rijk en regio een netwerkanalyse 2030-2040 Arnhem-NijmegenFoodvalley starten na ontstaan van capaciteit na afronding van andere onderzoeken in deze regio. Deze onderzoeken zijn inmiddels afgerond. Rijk en regio zijn daarop gestart met de voorbereidingen van dit onderzoek. Resultaten worden verwacht medio 2025. 16. Deelmobiliteitshubs (Steenwijkerland, Apeldoorn, Ede) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk: • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 325.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Steenwijkerland (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl.
btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Apeldoorn (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 150.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Ede (ontvanger rijksbijdrage). Bovenstaande reserveringen worden omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door betreffende gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten. 17. Regionale bereikbaarheidsaanpak Rijk en provincie Gelderland investeren € 5,5 miljoen incl. btw voor 2025 in het integrale maatregelenpakket van de provincie Gelderland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 2,25 miljoen incl. btw (Ontvanger: provincie Gelderland). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Gelderland uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken spits spreiden.
Rijk en provincie Overijssel investeren de op het BO MIRT 2023 afgesproken middelen volgens het uitvoeringsplan dat begin 2024 door het rijk is geaccordeerd. Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren. 18. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Gelderland ontvangt een bijdrage van € 1.308.615 incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Ede-Wageningen (Picobellopad).
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
42
Programma Goederenvervoercorridors 1. Vervolg nachtelijke weekendbediening Maas en Brabantse kanalen De corridorpartners hechten belang aan goede bereikbaarheid over het water van Brabantse en Limburgse verladers, ook in de nacht. Om 7x24 bereikbaar te zijn over het water is nachtelijke weekendbediening van sluizen en bruggen van belang. Hierdoor zijn de inland terminals in staat om optimale binnenvaartdiensten te blijven uitvoeren van en naar de deep sea terminals in de zeehavens. Hiermee kan eventuele congestie in de zeehavens beter in het achterland worden opgevangen waarmee de integrale ketenoptimalisatie in de containerbinnenvaart kan worden versterkt. Voor het bekostigen van de meerkosten voor de nachtelijke weekendbediening van sluizen en bruggen op de Maas en Brabantse kanalen voor de periode tot en met 2030 is een maatwerkoplossing gevonden. Het Ministerie van IenW financiert de totale meerkosten van deze maatwerkoplossing van € 900.000 incl. btw. Met deze maatwerkoplossing accepteren de corridorpartijen dat de kwaliteit van de dienstverlening door het efficiënter inzetten van sluisbedienaars in de nachtelijke uren voor de periode 2025-2030 in bijzondere gevallen kan afnemen.
Corridorpartijen besluiten tot een gezamenlijke monitoring gedurende de periode 2025-2030 zodat er op basis van feitelijk vraag en aanbod gezamenlijk in corridorverband nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt voor na 2030. Ook is besloten om met de aan de corridor gelieerde brancheorganisatie MCA Brabant verdere invulling te geven aan eerder gemaakte modal shift afspraken op het Maximakanaal, de ZuidWillemsvaart en het Wilhelminakanaal waardoor de maatschappelijke meerwaarde van de continuering van de nachtelijke weekendbediening verder kan worden vergroot. Hiervoor financieren IenW en de provincie Noord-Brabant voor de jaren 2025 en 2026 jaarlijks ieder € 7.000 incl. btw, waarbij deze opdracht aan MCA Brabant in een bestaande samenwerkingsovereenkomst tussen RWS ZN en MCA Brabant wordt ingepast. 2. Optimalisatie wegtransport: hubfunctie achterland Een regiohub is kansrijk om congestie op de weg te verminderen en de betrouwbaarheid van het logistieke proces te verhogen zonder negatieve effecten op de bedrijfsvoering. In 2024 is een pilot uitgevoerd met een regiohub in Moerdijk. Aanvullend onderzoek is nodig om een positieve businesscase aan te kunnen tonen. Provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland, IenW/RWS en Havenbedrijf Rotterdam besluiten om in de eerste helft van 2025 de uitgevoerde pilot in een aangepaste vorm door te zetten.
De bedrijven Vepco en DLG-Logistics blijven betrokken. Voor het doorzetten van de pilot is € 50.000 incl. btw bijeengebracht, waarbij de volgende verdeling is gehanteerd: Provincie Noord-Brabant, provincie Zuid-Holland en Havenbedrijf Rotterdam dragen ieder € 10.000 incl. btw bij. IenW draagt € 20.000 incl. btw bij. Aanvullend dragen Vepco en DLG en het Havenbedrijf Rotterdam in kind bij voor additionele analyses. Projectmanagement wordt ingevuld door het Havenbedrijf Rotterdam. 3. Truckparkings Om het tekort aan vrachtwagenparkeerplekken op de Goederenvervoercorridors te verminderen werken partijen samen aan oplossingen in de werkgroep Truckparkings. In de jaaragenda voor 2025 worden de volgende acties opgenomen: • Voortzetten van de realisatie van de beveiligde truckparkings op kansrijke locaties, zoals Moerdijk en Nieuw Reijerwaard. • Provincie Limburg en het Rijk werken gezamenlijk de pilot uit voor een truckparking aan een verzorgingsplaats uit, zodat medio 2025 een gezamenlijk besluit genomen kan worden over het al dan niet starten van de pilot op een daarvoor geschikte locatie (Midden- of Zuid-Limburg). • Ministerie van IenW houdt de werkgroep op de hoogte van de pilots uit het handhavingsplan. Hieronder vallen de pilot dynamische informatievoorziening en de pilot parkeerduurbeperking. Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
43
Quickscan en analyse instrument haalbaarheid voor publiek toegankelijk vrachtwagenparkeren op bestaande bedrijventerreinen. De resultaten van dit onderzoek worden in november van 2024 verwacht. De werkgroep werkt vervolgens een aanpak uit om het aantal parkeerplekken op bedrijventerreinen te vergroten. • Doorontwikkeling van de werkgroep Truckparkings, waarbij zal worden gekeken naar nieuwe initiatieven en andere organisatievormen binnen de werkgroep. De financiering van de samenwerking in de werkgroep Truckparkings wordt ongewijzigd voortgezet met een bijdrage voor 2025 van de provincies Zuid-Holland, Limburg en NoordBrabant van ieder € 25.000 incl. btw en een bijdrage van het ministerie van IenW van € 75.000 incl. btw, totaal € 150.000 incl. btw. IenW stelt in twee fases een totaalbudget van € 2,5 miljoen beschikbaar voor de pilot ‘beveiligde truckparkeerplaatsen aan een verzorgingsplaats’. In de eerste fase worden uit dit budget de kosten betaald voor een gezamenlijke projectorganisatie om de pilot voor de locaties ‘midden’ en ‘zuid’ concreet uit te werken in een aanpak voor de realisatie van de pilot. Bij deze uitwerking zijn onder andere de geschiktheid van de locaties, de kosten, de opschaalbaarheid van de pilot en consistentie met overig beleid relevant.
Op basis van deze uitwerking nemen het Rijk en de Provincie Limburg medio 2025 op bestuurlijk niveau een go/no go beslissing over het starten van de pilot. Dan wordt ook een besluit genomen over de kosten. In geval van een go stelt IenW het resterende deel van het budget beschikbaar voor de tweede fase waarin de pilot gerealiseerd wordt. •
4. Internationale pilot Vers-op-Spoor Om een belangrijke deel van de versstromen uit Zuid-Europa naar Rotterdam en vandaaruit naar Scandinavië (en vice versa) per trein te vervoeren werken enkele grote versverladers samen aan het ontwikkelen van een internationale dedicated verstrein. Bij voldoende succes kan de pilot een aanjager zijn voor verplaatsing van internationale stromen van weg naar spoor (modal shift). Als onderdeel van dit initiatief wordt voor 2025 een deelproject ingericht om (tussentijds) resultaten te meten en te monitoren en waar mogelijk bij te sturen om de kans op succes te vergroten. De kosten voor dit monitoringsproject bedragen in totaal € 130.000 incl. btw. Het Ministerie van IenW draagt hiervoor € 80.000 incl. btw bij, de provincie Zuid-Holland € 50.000 incl. btw. De verladers dragen in-kind bij.
5. Grijze Machinistenpool voor verhogen veerkracht Brabantroute Om tijdens dubbelsporige buitendienststellingen van het traject Emmerich-Oberhausen (ten behoeve van de bouw van het derde spoor in Duitsland) de impact van verstoringen op het grensstation Venlo te minimaliseren en het gebruik van de beschikbare goederenpaden te maximaliseren, gaan de spoorgoederenvervoerders een gezamenlijke pool van machinisten inzetten. Hierbij wordt één machinist (een zogenaamde grijze machinist) per dienst in Venlo en één in Rotterdam gestationeerd. Deze maatregel draagt bij aan het verhogen van de veerkracht tijdens de periode van werkzaamheden aan het derde spoor en het daardoor voorkomen van (extra) economische schade. De inzet van een grijze machinistenpool betreft in totaal 20 weken dubbelsporige onttrekkingen (niet aaneengesloten) ten tijde van de in totaal 80 weekse werkzaamheden Emmerich-Oberhausen in de periode van november 2024 tot en met mei 2026. Het betreft de inzet van zes machinistendiensten per etmaal, in totaal 20 weken lang. De totale kosten hiervoor bedragen € 820.000 (incl. btw). De gezamenlijke spoorgoederenvervoerders nemen de kosten voor veiligheid, technische borging en operationalisering voor hun rekening (€ 255.000 incl. btw). Het ministerie van IenW draagt € 565.000 (incl. btw) bij.
Vervoerders/ machinistenleveranciers krijgen vanuit het beschikbaar gestelde budget een subsidie in de vorm van een vast bedrag per gestelde machinistendienst. 6. Optimalisatie spoor Port of Moerdijk
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
44
Port of Moerdijk vormt als extended gate en short sea haven een toegangspunt voor de gehele corridor. De verbinding via de verschillende modaliteiten met het achterland is daarvoor cruciaal. Om de verdere ontwikkeling en verduurzaming in de haven te stimuleren zijn de volgende investeringen voorzien. Het verbeteren van de spoorzijdige bereikbaarheid om daarmee de extended gate toegangspoort Moerdijk ook via spoor met de corridor te verbinden. De projecten behelzen 1) het beter benutten van bestaand spoor (eindspoor Middenweg), 2) het uitvoeren van een capaciteitsvergrotingsplan emplacement Moerdijk en havenspoorlijn, en 3) onderzoek naar het vergroten van de trimodale overslagcapaciteit. Deze projecten dragen bij aan een duurzame verbinding met het achterland. Partijen besluiten om voor deze spoorprojecten en maatregelen rondom Moerdijk een budget van € 1.161.600 (incl. btw) beschikbaar te stellen. Het ministerie van IenW draagt € 580.800 (incl. btw) bij, de regio draagt eenzelfde bedrag bij waarvan € 474.925 (incl. btw) door havenbedrijf Moerdijk en € 105.875 (incl. btw) door Provincie Noord-Brabant. Om verrekeningen te minimaliseren wordt de Rijksbijdrage zoveel mogelijk aangewend voor de ProRail opdrachten. De verdere uitvoering wordt verzorgd onder coördinatie van Havenbedrijf Moerdijk. 7.
Realisatiepact Rotterdam In het Uitvoeringsplan Realisatiepact Rotterdam en omgeving (ReaReo), startend 1 januari 2025, werken de pactpartners (Ministerie van IenW, Provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam samen met het regionale bedrijfsleven en publieke partijen aan een programma van studies naar de haalbaarheid en het uitwerken van value cases van prioritaire projecten rondom hubvorming, digitalisering en modal shift. Op grond hiervan wordt vervolgens op een later moment op het landsdelige BO MIRT (of ander geëigend besluitvormingsproces) een eventueel besluit over bijbehorende publieke investeringen. Vanuit het Uitvoeringsplan worden ook op kleine schaal al investeringen uitgevoerd. Het Uitvoeringsplan kent een significante inbreng vanuit het bedrijfsleven en lokale publieke partijen en er worden bestaande stimuleringsinstrumenten voor het versterken van de multimodaliteit, het verduurzamen van de transportketen en de digitalisering van het goederenvervoer maximaal benut. Daarnaast brengen de pactpartners een bijdrage in: • Het additionele bedrag dat IenW hierbij beschikbaar stelt, bedraagt maximaal € 2,5 miljoen (incl. btw). • Het Havenbedrijf Rotterdam en de provincie Zuid-Holland dragen ieder maximaal € 2 miljoen (incl. btw) bij. Voor de uitvoering wordt een programmabureau ingericht.
De provincie Zuid-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam en het Rijk brengen hiervoor elk 0,2 fte aan eigen bijdrage in de ondersteuning van het programmabureau in en het budget voor een (externe) programmamanager. 8. Realisatiepact Venlo Partijen hebben bij vaststelling van het Realisatiepact Venlo in 2023 afspraken gemaakt over de uitwerking van vier projecten die vervolgens het afgelopen jaar zijn opgepakt. Betrokken partijen hebben hiervoor destijds € 980.000 (50% Rijk, 50% Regio) beschikbaar gesteld. Tevens is op dat moment besloten om op een later moment afspraken te maken over de resterende € 1.020.000 afhankelijk van de voortgang. De voortgang die inmiddels bij de uitwerking van deze vier projecten is geboekt heeft partijen doen besluiten om de resterende € 1.020.000 (incl. btw) (50% Rijk, 25% gemeente Venlo en 25% provincie Limburg) in te zetten voor de periode 2024-2027. Dit budget is evenals het eerder toegekende budget gericht op onderzoek, voorbereiding en procesondersteuning voor de projecten die in het BO MIRT 2023 zijn vastgesteld. Vervolgens worden projecten en investeringen voortkomend uit het Realisatiepact elders geagendeerd of ingebracht. Hierbij kan worden gedacht aan landsdelige MIRT-programma’s, regiodeals en EU-middelen.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
45
9. Last Mile Spoor Het project Last Mile Spoor is gericht op het beter benutten van bestaande capaciteit op emplacementen Botlek, Moerdijk, Houtrak en Maasvlakte West/ Westwest en het genereren tot 25% extra planbare capaciteit op het spoor. Samen met IenW en de (zee)havens wordt getracht om structurele financiering te organiseren voor een bredere landelijke uitrol. Samen met de havens van Amsterdam, Moerdijk en Rotterdam en de andere knooppunten op de Goederenvervoercorridors wordt gewerkt aan het doorontwikkelen van de tools Last Mile Spoor, het verdiepen van Last Mile Spoor fase 2 op de emplacement Houtrak (Aziëhaven) en de stamlijnen van Botlek, het uitwerken van het bestendigen van de bestaande pilotlocaties en het uitwisselen van data met PortBase. Voor deze aanvullende acties in 2025 is een extra budget benodigd van € 2.634.229 incl. btw. Dit budget wordt opgebracht door Rijk en regio, waarbij het Ministerie van IenW € 2.115.497 incl. btw bijdraagt, aangevuld met een in kind bijdrage van ProRail en de havenbedrijven gezamenlijk van € 518.731 (met een vergelijkbare verdeling cash en in kind als in 2024 zoals vastgesteld in BO MIRT 2023). 10.
Reservering Uitvoeringsmiddelen Realisatiepacten De uitvoering van Realisatiepacten op de multimodale knooppunten is van belang voor een efficiënte, duurzame en toekomstbestendige uitvoering van het goederenvervoer over de (inter)nationale goederencorridors en de koppeling met de regionale logistiek. Voor de ontwikkeling van de Realisatiepacten North Sea Port/ Zeeland, Moerdijk, Amsterdam/ Noord-Holland, Sittard-Geleen/ Stein, Nijmegen en Tiel reserveert het Rijk een bijdrage van € 1 miljoen (incl. btw) per Realisatiepact als bijdrage aan de uitvoering. De bijdrage komt beschikbaar bij het sluiten van het realisatiepact in het BO MIRT GVC 2025 en onder voorwaarde van cofinanciering van gelijke omvang door de regionale partners. De regionale partners geven bij de Programmaraad GVC van juni 2025 inzicht in de cofinanciering.
11. Clean Energy Hubs Voor de verduurzaming van goederentransport over weg en water is een landelijk dekkend netwerk van Clean Energy Hubs noodzakelijk. Door samenwerking tussen Rijk en regio en het beschikbaar stellen van subsidies willen betrokken partijen de aanleg van Clean Energy Hubs versnellen. Het continueren van de samenwerking Clean Energy Hubs voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Waarbij de GVC-provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland en de provincies Utrecht, Overijssel, Flevoland, Drenthe, Friesland en Groningen jaarlijks € 30.250 incl. btw per partner bijdragen in de organisatiekosten van de Clean Energy Hubs. Het Ministerie van IenW draagt voor de jaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks € 150.000 incl. btw bij. De jaarlijkse kosten voor de Locatietool en de inhuur van de voorzitter van de Learning Community Clean Energy Hubs worden door het Ministerie van IenW in mindering gebracht op de Rijksbijdrage aan de provincie Gelderland, omdat de jaarlijkse kosten rechtstreeks door het Ministerie van IenW worden betaald. Het Ministerie van IenW stelt in 2025 0,2 FTE vanuit RWS beschikbaar voor het continueren van de Locatietool Clean Energy Hubs en de deelname aan het Kernteam CEH. 12.
Autonoom rijden en varen (Z) Om de meerwaarde van autonoom transport binnen de logistieke keten te bewerkstelligen is adoptie van autonome voer- en vaartuigen en de integratie met relevante processen in de logistieke omgeving van GVC Zuid benodigd. In het BO MIRT 2023 is het plan van aanpak autonoom rijden en varen vastgesteld. Er is budget beschikbaar gesteld voor werkpakket A t/m C in 2024. Voor werkpakket D was nog geen budget beschikbaar gesteld. Voor 2025 wordt een budget van € 200.000 incl. btw beschikbaar gesteld voor de uitvoering van werkpakket D ‘standaardisatie, afspraken en
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
46
gemeenschappelijke kader’ op GVC Zuid, waarbij de havens en provincies € 100.000 incl. btw bijdragen en het Ministerie van IenW ook € 100.000 incl. btw bijdraagt. Het beschikbaar gestelde budget wordt ingezet om: • Vier pilotprojecten te identificeren die kansrijk zijn voor GVC Zuid. Van de vier worden tenminste twee pilotprojecten opgewerkt die voldoen aan het gemeenschappelijk vastgestelde kader voor autonoom transport. Dit gebeurt via projecten van GVC- partners met behulp van de corridoraanpak, met inzet van kennis, kunde, draagvlak, het netwerk en de positie van GVC-partners. • Een structuur in te richten voor het gezamenlijk aansturen van het programma en delen en borgen van kennis uit de verschillende pilotprojecten (inzet cluster coördinator voor autonoom rijden en voor autonoom varen). Dit in samenhang met SMASH! voor varen en het programma VIAV voor rijden. GVC Zuid richt zich op standaardisatie in de corridor, het programma VIAV van het Ministerie van IenW is geschikt om de uitkomsten in heel Nederland te delen.
13. Zero emissie rangeren - Pilot Port of Moerdijk Voor de verduurzaming van last mile spoorgoederenvervoer is zero emissie rangeren een belangrijk initiatief. Door uitvoering van de pilot van twee maanden wordt kennis opgedaan met zero emissie rangeren en inzichtelijk gemaakt welke uitstootbesparing wordt bereikt. Partijen spreken af dat Havenbedrijf Moerdijk samen met ProRail, het Ministerie van IenW en de andere corridorpartijen zich inzetten om een emissievrije rangeerlocomotief te vinden en het proces te doorlopen dat deze locomotief tijdelijk op het Niet Centraal Beheerd Gebied (NCBG) van Port of Moerdijk toegelaten wordt om testen uit te voeren. Voor uitvoering van de pilot en het (mogelijk) aanpassen van de walstroominstallatie/ tijdelijk hoogvermogen laadstation wordt een budget gereserveerd van € 665.000 (incl. btw). Het Ministerie van IenW draagt hier € 332.500 (incl. btw) aan bij, Havenbedrijf Moerdijk draagt € 207.500 (incl. btw) bij en Provincie Noord-Brabant draagt € 125.000 (incl. btw) bij. ProRail draagt hier in-kind aan bij door de inzet van experts. Eén van de spoorgoederenvervoerders die actief is in Port of Moerdijk voert de pilot uit. De extra kosten die de vervoerder voor de uitvoering van de pilot moet maken, zijn onderdeel van het pilotbudget. Projectmanagement wordt ingevuld door het Havenbedrijf Moerdijk. 14.
Rail Connected Het digitaliseren van de berichtenuitwisseling tussen railoperators, terminals, vervoerders en overheden in het spoorgoederenvervoer maakt het spoorgoederenvervoer als modaliteit meer concurrerend. In dit project werken de belangrijkste railoperators, terminals en spoorgoederenvervoerders, Port of Rotterdam, Ministerie van IenW en Portbase samen om nieuwe digitale berichtensets te ontwikkelen en te implementeren. Voor 2025 staan de volgende activiteiten gepland: • Doorontwikkeling en implementatie ETA Trein: Het verder ontwikkelen van het ETA Treinsysteem, met specifieke aandacht voor de integratie van datapunten via Portbase. Hierbij wordt gestreefd naar een succesvolle implementatie in de markt. • Integraal/ Dynamisch Plannen: De uitvoering van het concrete plan voor de verdere uitrol omvat: (1) De ontwikkeling van een performance dashboard om de voortgang van de bovengenoemde activiteiten te monitoren en te borgen en (2) het ontwikkelen van een planningstool. • Aansluiting datadelen ProRail: met name wordt gekeken naar het uitwisselen van data over treinsamenstelling data en wagon/ container-combinatie data ten behoeve van de wagenmeester check.
• Verkenning toekomstig digitalisering spoor: (1) Samen met DIL en Portbase onderzoeken hoe de federatief data delen gedachte vanuit de BDI toepasbaar is op Rail Connected en (2) onderzoeken samenwerkingsvorm met alle marktpartijen, IenW en Havenbedrijf Rotterdam die toekomstbestendig is. Om de activiteiten uit te voeren wordt een budget ingezet van € 450.000 incl. btw, voor 50% gefinancierd door Ministerie IenW en voor 50% door het Havenbedrijf Rotterdam. Vanuit het
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
47
ministerie van IenW betreft dit besluit een reservering vanuit het Ministerie IenW, definitieve toekenning gaat via de reguliere procedures.
15. Optimalisatie railvervoer INDIGO+ Het vertrek van goederentreinen op de terminal wordt nu vertraagd doordat handmatig controles moeten plaatsvinden. Dit project is erop gericht om automatisch-digitaal controle op remmen, wagons en koppelingen te laten plaatsvinden, waarmee per vertrek een tijdswinst van 30 tot 45 minuten wordt geboekt. Het project bevindt zich nu in de fase van het toewerken naar een operationele pilot met spoorvervoerders. Voor het opstellen van het functioneel ontwerp en de roadmap wordt een budget van € 200.000 beschikbaar gesteld. Met aandacht voor het vaststellen van de technische scenario’s en de inrichting van het Living Lab met betrokken partijen als ProRail, technologieleveranciers, spoor- en terminaloperators en wagonleasemaatschappijen. De financiering vindt als volgt plaats: Ministerie IenW € 100.000 incl. btw, Provincie ZuidHolland € 50.000 incl. btw en vanuit het Realisatiepact Knooppunt Venlo € 50.000 incl. btw. Daarnaast leveren de volgende partijen een in-kind bijdrage: ProRail, Havenbedrijf Rotterdam, RtB Cargo, DB Cargo, RSC, Voith en VTG.
16. Werkgroep digitalisering ketens In deze werkgroep bundelen de opdrachtgevers binnen het MIRT GVC Oost en Zuidoost programma hun krachten om nieuwe digitaliseringprojecten met marktpartijen en overheden op de corridors te formuleren, te starten en uit te voeren. Continueren van de werkgroep voor 2025. De provincies Noord-Brabant, Zuid-Holland, Limburg en Gelderland dragen elk € 40.000 incl. btw bij. Ministerie IenW draagt € 160.000 incl. btw bij. 17. Living Labs Digitalisering Binnenhavens De digitalisering van de berichtenuitwisseling tussen gemeentelijke binnenhavens en binnenvaartoperators stimuleert het gebruik van binnenhavenvoorzieningen en maakt het mogelijk om efficiënter te werken en kosten te besparen. Deze digitalisering omvat onder andere de communicatie over walstroom, ligplaatsmanagement en inning havengelden. De projectpartners spreken af om in 2025 € 250.000 en in 2026 € 250.000 te investeren in het doorontwikkelen en verder adopteren van twee ‘use cases’, walstroom en inning. Daarbij het opstarten van een derde ‘use case’ ligplaatsmanagement. De toepassingen worden ontwikkeld met de binnenhavenorganisaties en havengebruikers, waarbij de eerste wordt gezien als toekomstig beheerder van digitale voorzieningen. De provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland, Limburg en Havenbedrijf Rotterdam stellen elk € 25.000 incl.
btw per jaar beschikbaar en IenW draagt per jaar € 125.000 incl. btw bij. Vanwege regie op het digitale transitie proces van de binnenhavens, worden de diverse binnenhaven ‘use cases’ als één geheel via een stuurgroep bestuurd. In de stuurgroep zijn de binnenhavenorganisaties als toekomstige beheerders van de fysieke en digitale haveninfrastructuren vertegenwoordigd alsook de Werkgroep Digitalisering namens de BO MIRT partners naast havengebruikers en softwareleveranciers. Het gehele pakket van living lab en dienstenontwikkeling wordt zoveel mogelijk als één geheel aanbesteed. 18. Living Labs Digitalisering Verslogistiek De verdere digitalisering van de berichtenuitwisseling tussen marktpartijen en overheden in de verslogistiek op GVC maakt het mogelijk om efficiënter en duurzamer te werken en kosten te besparen. Digitalisering maakt het ook mogelijk om de lastendruk voor het bedrijfsleven in de verslogistiek te verlagen. De projectpartners spreken af om in het Living Lab Digitalisering Verslogistiek voor een budget van € 300.000 incl. btw in 2025 drie activiteiten uit te voeren: (1) Faciliteren van meerdere ‘use cases’ voor digitalisering verslogistiek via federatief datadelen, waaronder a) inzicht in vervoersbewegingen, b) slimmere inspectieprocessen, c) ondersteuning van containerhubs, (2)
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
48
samenbrengen van de digitale versketen communities door aansluiting op de basisprincipes van de Basis Data Infrastructuur (BDI); (3) opstellen van een routekaart digitalisering Verslogistiek. Ministerie IenW stelt voor 2025 € 150.000 incl. btw beschikbaar. De provincies Zuid-Holland, Limburg, Noord-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam stellen elk € 37.500 incl. btw ter beschikking. 19. Supply Network Visibility & D07 Informatie- en dienstencatalogus Met dit project krijgen overheden en bedrijven meer inzicht in de beschikbaarheid en benutting van de multimodale infrastructuur over de hele GVC en knooppunten in het bijzonder, zodat het eenvoudiger wordt om enerzijds multimodale diensten te plannen en uit te voeren, en anderzijds betere knooppunt besturing mogelijk te maken (ruimte, benutting, footprint). Als eerste wordt ingezet op opschaling en adoptie van de Digitale Atlas met kaarten, data en informatievoorziening naar andere knooppunten in de corridors, na tijdelijke inbeheername door de Provincie Noord-Brabant. Als tweede wordt ingezet op het creëren van een basis voor een ontwikkelroadmap voor producten voor corridorgebruikers, een strategisch portfolio en in scenario-planning tools. Resultaat is een ontwikkelplan voor SNV.
Als derde wordt ingezet op het borgen van beheer, verhogen van datakwaliteit en beschikbaar stellen van brondatasets inclusief een vorm van een producten en dienstencatalogus, zoveel als mogelijk via de bestaande (overheids)kanalen. Voor het doorzetten en versterken van SNV wordt een budget beschikbaar gesteld van € 125.000 incl. btw, waarvan Ministerie IenW € 25.000 bijdraagt en de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland, en Havenbedrijf Rotterdam elk € 20.000 bijdragen. 20. Digitaal transitieteam GVC Zuid (Z) In de werkgroep digitaal transitieteam bundelen de opdrachtgevers hun krachten om nieuwe digitaliseringprojecten met marktpartijen en overheden op de corridors te formuleren, te starten en uit te voeren. In het BO MIRT van 2023 hebben de corridorpartners in GVC Zuid de intentie uitgesproken om ook voor 2025 een bedrag van € 100.000 beschikbaar te stellen. De corridorpartners zetten de intentie om in een besluit en stellen voor 2025 een bedrag van € 100.000 incl. btw beschikbaar voor verdere digitalisering van de binnenvaart, met de verdeelsleutel 50% Ministerie IenW en 6,25% per provincie en zeehaven. De corridorpartners zetten zich samen met ProRail in voor de verdere ontwikkeling van Last Mile Spoor. Hiervoor is voor 2025 een additioneel budget gevraagd in project B09.
Dit budget is mede bedoeld om de huidige locaties te kunnen optimaliseren voor doelen in dit project.
21. Verrijken MELVIN-systeem voor brede mobiliteitsafstemming De informatievoorziening over de afsluiting van spooroverwegen voor wegverkeer en beperkingen van spoorbrugopeningen voor vaarwegverkeer verloopt niet optimaal. Dit project is gericht op het verrijken van het systeem Melvin (samenwerkingsverband Nationaal Dataportaal Wegverkeer) met informatie over gestremde overwegen en beperkingen van spoorbrugopeningen en daarmee bijdragen aan de brede mobiliteitsafstemming bij werkzaamheden en het verhogen van de veerkracht van het goederenvervoersysteem. De financiële bijdrage voor de uitbreiding van Melvin, zijnde € 302.500 incl. btw, wordt gedaan door Ministerie van IenW voor € 181.500 en ProRail voor € 121.000.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
49
Generieke, nationale afspraken
1. Inzet restbudgetten IenW reserveert € 200 miljoen voor het opstarten van gepauzeerde projecten. Voornemen is om voorjaar 2025 een besluit te nemen welk project dit betreft. Voorwaardelijk bij de keuze is dat de budgettaire reservering qua omvang past bij de MIRT-spelregels, er geen acuut stikstofprobleem is in de eerste te doorlopen MIRT-fase en geen personele inzet van RWS nodig is voor de eerste te doorlopen MIRT-fase. IenW reserveert de resterende middelen, circa € 290 miljoen, voor kleine maatregelen, gericht op het verbeteren van de weginfrastructuur (op OWN of HWN) of de doorstroming van automobiliteit op het nationale netwerk: • Alle regio’s is gevraagd met voorstellen te komen die op korte termijn te realiseren zijn. • Besluitvorming over de deze maatregelen loopt mee met de integrale besluitvorming rond het MF in het kader van de Voorjaarsbesluitvorming 2025. • De exacte criteria aan de hand waarvan deze maatregelen worden getoetst, zullen dit najaar, na overleg met de regio’s door IenW worden vastgesteld. Te denken valt onder meer aan cofinanciering door de regio en snelheid van realisatie. • Anders dan de besluiten voor de gepauzeerde projecten hoeft er geen directe koppeling te zijn met de opgaven waarvoor de gepauzeerde projecten een oplossing bieden.
Voorwaardelijk is wel dat de maatregelen maakbaar moet zijn (onder andere stikstof) en er geen personele inzet van Rijkswaterstaat voor de realisatie van de maatregelen nodig is. 2. Vernieuwing MIRT Het MIRT houdt Nederland in beweging. Tegelijk is de wereld rondom het MIRT aan verandering onderhevig. IenW is daarom een traject gestart samen met de koepels IPO en VNG en de decentrale overheden om het MIRT-proces toekomstbestendig te houden. Rijk en regio hebben de afgelopen periode aandachtspunten geïdentificeerd voor de doorontwikkeling van het MIRT: • Behoud van de sterke elementen uit het MIRT-proces, zoals het besluitvormende karakter van het BO MIRT, het kernachtig vastleggen van gemaakte afspraken en het direct informeren van de Tweede Kamer. • De positie van het (BO) MIRT in het ruimtelijk domein ten opzichte van andere bestuurlijke tafels, waaronder het BO Leefomgeving en BO Mobiliteit. • De noodzaak tot borging van de congruentie van het MIRT met andere beleidsvelden om de samenhang in de Rijk-regio besluitvorming in het ruimtelijk domein te versterken • De focus van afspraken in het MIRT met aandachtspunten als: korte/middellange/lange termijn, type afspraken (aanleg/breed instrumentarium), landelijke/regionale afspraken. • Hoe de opgave meer centraal stellen in verbinding met de Mobiliteitsvisie 2050 en de verdere uitwerking van verschillende onderdelen daarvan.
• Gemeenten hebben het signaal afgegeven beter betrokken te willen worden bij het MIRT. De VNG neemt het initiatief om hierover in gesprek te gaan met de betrokken partijen. In 2025 gaat het ministerie van IenW in samenwerking met de koepels IPO en VNG, provincies, gemeenten en vervoerregio’s en de bij het MIRT betrokken ministeries (VRO en KGG) verder aan de slag met de uitwerking van een aantal denkrichtingen, zodat in het BO Mobiliteit en/of de BO’s MIRT 2025 hier de eerste richtinggevende besluiten op kunnen worden genomen. 3. Landelijke aanpak benutten mobiliteitsnetwerken Rijk en regio blijven samenwerken aan de thema’s zoals genoemd in het plan van aanpak, onder meer: Hubs, Deelmobiliteit, Publiek Vervoer, Digitalisering en Spits spreiden. Rijk en regio passen de binnen bovenstaande thema’s en programmering ontwikkelde kennis, uitgangspunten en methodieken, waar aan de orde, toe bij de besluitvorming en uitwerking
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
50
van andere gezamenlijke trajecten (bijvoorbeeld in de uitwerking programma hubs in het kader ontsluiting woningbouw en binnen gezamenlijke Gebiedsprogramma’s). Rijk en regio richten uiterlijk in Q2 2025 een landelijke overlegstructuur in ten behoeve van het versterken van de samenhang, samenwerking en effectieve implementatie en uitvoering. Rijk en regio inventariseren per MIRT regio in welke (regionale) verbanden samenhangende mobiliteitsvragen worden besproken/opgepakt. Rijk en regio bezien samen of deze structuur moet worden versterkt, veranderd en/of vereenvoudigd kan worden, gericht op een goede afstemming tussen Rijk en regio in de betreffende regio. Uitgangspunt daarbij is dat zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande structuren en gremia in de betreffende regio (bijvoorbeeld de Rijk-regio Gebiedsprogramma’s). Rijk en regio brengen in beeld welke kennis en best practices beschikbaar zijn en hoe deze effectief kunnen worden gedeeld en toegepast om de landelijke aanpak in de verschillende typen gebieden (verstedelijkt, suburbaan en landelijk) volgens het principe ‘de juiste mobiliteit op de juiste plaats en tijd’ concreet vorm te geven. Rijk en regio onderzoeken mogelijke knelpunten die reizigers ervaren in hun mobiliteitskeuzes en bezien welke mogelijkheden er zijn om hierin stappen te zetten.
Rijk en regio werken in 2025 een gezamenlijke werkwijze uit voor de monitoring en evaluatie van de landelijke aanpak. Op het BO MIRT 2025 zal de voortgang van deze aanpak worden besproken. 4. Landelijke aanpak spits spreiden Het Rijk reserveert in 2025 € 16 miljoen voor de uitwerking van de landelijke aanpak. Deze investering is onder meer voor het landelijke werkprogramma, voor de rol van de Rijksoverheid als werkgever, en om in samenwerking met regio’s de regionale aanpakken voor te bereiden. Wanneer regionale maatregelen worden ingezet, wordt dit in cofinanciering door Rijk en regio gedaan. Rijk en regio spreken af om in 2025 de regiospecifieke aanpak uit te werken in een plan. De inzet van de regionale samenwerkingsorganisaties en bereikbaarheidsaanpakken wordt bij deze uitwerking betrokken. In het plan wordt ook aangeven hoe de aanpak spits spreiden input levert aan de landelijke aanpak multimodale bereikbaarheid en gebruik maakt van de daar gehanteerde landelijke overlegstructuur. Uiterlijk op het BO MIRT van 2025 bespreken Rijk en regio de voortgang en, afhankelijk van de regionale opgaven, een plan van aanpak, met het streven het regionale plan en eventuele financiering vast te stellen. 5. Talking Traffic / iVRI’s IenW reserveert in totaal € 2 miljoen incl.
btw om eenmalig ondersteuning te bieden op basis van de vereisten zoals vastgelegd in de SPUK “Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen intelligente verkeersregelinstallaties” (2de tranche iVRI). Deze IenW bijdrage is een laatste financiële bijdrage om het ontwikkelproces dat gestart is met Talking Traffic af te ronden en het iVRI areaal op het gewenste kwaliteitsniveau te krijgen en te houden. Om versneld ook een groter aandeel Brandweervoertuigen onderdeel te maken van de dataketen en daarmee de veiligheid op het wegennet te vergroten door betere digitale zichtbaarheid, stelt IenW separaat € 1 miljoen incl. btw beschikbaar onder de voorwaarden van gelijke financiële inspanning. 6. Publieke Mobiliteit IenW ontwikkelt met de koploperregio’s (Achterhoek, Drechtsteden, Friesland, Groningen/Drenthe, Limburg, Midden-Nederland en Zeeland) een Plan van Aanpak (PvA) om de transitie naar Publieke Mobiliteit vorm te geven. Ten behoeve van de realisatie van dit PvA, reserveert IenW € 5 miljoen incl. btw om in cofinanciering te investeren in de transitie naar Publieke Mobiliteit. Deze reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage op basis van de in het op te stellen PvA te maken financiële (verdelings) afspraken.