CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage4 afsprakenlijst MIRT.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 16 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief (d.d. 14 november 2024) met betrekking tot de uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving en het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) d.d. 7 november 2024 (VN202426.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024 6 en 7 november 2024

Inhoudsopgave

Regio Zuidwest-Nederland ............................................................................................... 2 Regio Zuid-Nederland ...................................................................................................... 9 Regio Noord-Nederland .................................................................................................. 21 Regio Noordwest-Nederland ......................................................................................... 26 Regio Oost-Nederland .................................................................................................... 38 Programma Goederenvervoercorridors .......................................................................... 43 Generieke, nationale afspraken ..................................................................................... 50

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

1

Regio Zuidwest-Nederland 

1. Midden-Zeelandroute In het kader van het Toekomstbeeld Midden-Zeelandroute (MZR) wordt momenteel de laatste hand gelegd aan het kaderdocument, waarin ontwikkelingen (zoals ruimtelijke keuzes, wonen, landbouw, natuur, bedrijvigheid) die van invloed zijn op de toekomst van de MZR in beeld worden gebracht. In het komende half jaar zal specifiek worden ingegaan op welke gevolgen bepaalde keuzes hebben voor de MZR en welke keuzes voor de wegen dan aan de orde zijn. Na deze fase zullen Provincie Zeeland en het Rijk met gelijkwaardige inspanning de (ruimtelijke) keuzes maken, rekening houdend met de gevolgen voor de MZR en de (on)mogelijkheden van infrastructurele aanpassingen aan de MZR. Deze keuzes zullen worden opgenomen in een gezamenlijke propositie die ter besluitvorming zal worden voorgelegd aan het Kabinet, Gedeputeerde Staten van Zeeland en de betreffende colleges van burgemeester en wethouders. 2. Gesprek Binnenvaart De minister van IenW gaat in gesprek met Zeeland en de binnenvaartsector over de uitdagingen en positie van de binnenvaart mede in relatie tot modal shift van goederenvervoer over de weg naar binnenvaart. 3.

Rijk-Regio Gebiedsprogramma Zeeland Rijk en regio gaan op korte termijn in gesprek over het komen tot een gezamenlijk gebiedsprogramma Zeeland over brede bereikbaarheidsopgaven in relatie tot ruimtelijkeconomische en maatschappelijke ontwikkelingen in en om Zeeland en gaan aan de slag om deze gezamenlijk uit te werken. 4. Gesprek met België: Rail Gent – Terneuzen Rijk en regio streven ernaar om spoedig tot een de startbeslissing voor de volledige scope van de MIRT-verkenning Rail Gent – Terneuzen te komen. Het ministerie van IenW en provincie Zeeland blijven hierin samen optrekken richting de Belgische overheid om tot goede bilaterale projectafspraken te komen, waarna een startbeslissing kan worden genomen. 5. Capaciteitsuitbreiding aansluiting A4/N211 De minister van IenW reserveert € 35 miljoen vanuit het restbudget van het gepauzeerde wegenproject A4 Haaglanden-N14 voor de capaciteitsuitbreiding van de aansluiting van de N211 op de A4 (Harnaschknoop), conform het ontwerp van deze aansluiting dat is opgenomen in het Ontwerp-Tracébesluit A4 Haaglanden-N14. Het werk betreft met name een extra viaduct in de provinciale N211 over de A4. Met dit extra viaduct is het mogelijk conflicterende verkeersbewegingen op te heffen, waardoor zowel de afstroom van de A4 naar de N211 als de afstroom van de N211 vanuit het Westland/Den Haag/Harnaschpolder naar de A4 zal verbeteren.

De minister van IenW besluit tot realisatie van de capaciteitsuitbreiding. De provincie ZuidHolland zal het werk uitvoeren in opdracht van en voor rekening en risico van de minister van IenW. De gemeente Midden-Delfland zal in samenwerking met de provincie Zuid-Holland de ruimtelijke ordeningsprocedure verzorgen, waarna de provincie Zuid-Holland de realisatiefase start. De minister draagt de kosten van de planuitwerking (inclusief de personele inzet van de provincie Zuid-Holland) en de realisatie. Het voorgaande zal worden vastgelegd in een opdrachtbrief van de minister van IenW aan de Gedeputeerde Verkeer en Vervoer van ZuidHolland. 6. Mitigerende maatregelen A4 Haaglanden – N14 De regio heeft in 2024 een maatregelenpakket opgesteld van totaal € 117 miljoen op basis van het vastgestelde afwegingskader en op basis van het eerder door het Rijk aangegeven restbudget voor de A4 Haaglanden-N14.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

2

Voor de A4 Haaglanden-N14 reserveert de minister van IenW € 8,5 miljoen voor de start van een korte termijn aanpak voor 10 jaar tot 2035 en € 7,5 miljoen voor nader te bepalen ondersteunende maatregelen. De regio is teleurgesteld over het niet besteden van € 66 miljoen aan het voorgestelde pakket. Het ministerie van IenW overlegt met de regio over de gevolgen van het besluit. 7. Mitigerende maatregelen A15 Papendrecht – Gorinchem De regio heeft in 2024 een maatregelenpakket opgesteld van totaal € 16 mln. op basis van het vastgestelde afwegingskader. De regio heeft daarop aanbod gedaan voor een aanvullend pakket, wetende dat € 16 miljoen niet afdoende is om de knelpunten op te lossen. Voor de A15 Papendrecht-Gorinchem reserveert de minister van IenW € 8,5 miljoen voor het verlengen van de lopende korte termijn aanpak met 10 jaar tot 2035 en € 7,5 miljoen voor ondersteunende maatregelen (fietsinfrastructuur, hubs, Park & Ride en logistiek). De regio is teleurgesteld over het grotendeels afwijzen van het regionaal aanbod. Het ministerie van IenW overlegt met de regio over de gevolgen van het besluit. 8.

A20 Nieuwerkerk aan de IJssel – Gouda In augustus 2024 heeft de minister van IenW aangegeven dat hij, vanwege de financiële situatie, geen bijdrage kan verlenen voor het verbreden van de viaducten in de provinciale wegen N457 en N219 over de A20 ongeacht de oorzaken van de bedoelde aanpassingen. Rijk en regio spreken af, in het kader van het project A20 Nieuwerkerk a/d IJssel-Knooppunt Gouwe, de stappen te zetten naar een wegontwerp van de aansluitingen met de N457 en de N219, dat de verkeerstromen zo goed mogelijk afwikkelt en een toekomstige verbreding van de viaducten in de N457 en de N219 niet onmogelijk of duurder maakt. Rijk en regio spreken af deze besluitvormingsmomenten expliciet vast te leggen. Rijk en regio spreken ten aanzien van de aansluitingen en deze viaducten tevens af, dat Rijk en regio in gesprek treden en besluiten over de verbreding van de viaducten zodra er sprake is van extra benodigde financiële dekking van de meerkosten die gepaard gaan met verbreding van deze viaducten. 9. Zuid-Holland Bereikbaar Zuid-Holland Bereikbaar heeft voor jaar 2025 een totaal tekort van € 1,4 miljoen. Ter oplossing van deze problematiek draagt het rijk éénmalig maximaal € 0,7 miljoen incl. btw bij onder de voorwaarde dat de bij Zuid-Holland Bereikbaar betrokken regionale partijen gezamenlijk eenzelfde bedrag bijdragen.

De partijen verdelen hun bijdrage conform de eerder onderling overeengekomen regionale verdelingsafspraken. Rijk en regio streven er naar om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025, voorafgaand aan de voorjaarsnota, in de Stuurgroep ZHB tot een voorstel te komen voor (de verdeling van) de financiering van Zuid-Holland Bereikbaar voor de periode 2026-2030. Daarbij worden tevens de noodzaak en mogelijkheden voor het maken van indexeringsafspraken bezien en worden afspraken gemaakt over de mate waarin partijen invulling geven aan de detachering van personeel aan Zuid-Holland Bereikbaar vanuit de samenwerkende moederorganisaties. IenW zal het voorstel van de stuurgroep ZHB om meerjarig bij te dragen onderdeel uit laten maken van de voorjaarsbesluitvorming 2025. 10. Zeeland Bereikbaar Rijk en regio spreken af om de grote vervangings- en renovatie opgave tijdig en volledig te kunnen uitvoeren en tegelijkertijd Zeeland bereikbaar te houden de samenwerking, te versterken met de gezamenlijke oprichting van “Zeeland Bereikbaar” vanaf 2025. Dit met als doel multimodale coördinatie van de planning en uitvoering van alle werkzaamheden en gezamenlijke inzet op het zo veel mogelijk beperken van hinder en het aanbieden van slimme alternatieve reismogelijkheden voor reiziger en vervoerder; Het Rijk stelt hiervoor in de periode 2025-2028 in totaal maximaal € 875.000,- incl.

btw beschikbaar, onder de voorwaarde dat de regionaal betrokken partijen gezamenlijk minimaal eenzelfde bedrag bijdragen. De ontvanger van de Rijksbijdrage is de provincie Zeeland;

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

3

 

Rijk en regio leggen in 2025 de afspraken in het kader van de samenwerking vast in een bestuurlijke opdracht/samenwerkingsovereenkomst. De voortgang van samenwerking wordt jaarlijks gemonitord en begin 2028 geëvalueerd. 11. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De Metropoolregio Rotterdam-Den Haag ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Zoetermeer-Rotterdam. De door de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag ingediende doorfietsroute Delft-Rotterdam Alexander is geselecteerd voor een mogelijke financiële bijdrage van het Rijk. Er is nog onduidelijkheid over de realiseerbaarheid en zelfstandige uitvoerbaarheid van het geplande fietsecoduct over de A13. Rijk en regio spreken af dat de regio in gesprek gaat met Rijkswaterstaat over de realiseerbaarheid van het fietsecoduct. Bij een positieve uitkomst kan in 2025 een subsidieverzoek ingediend worden onder de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur. 12. Deelmobiliteitshubs (Rotterdam) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche.

Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 150.000 incl.btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Rotterdam (ontvanger Rijksbijdrage). De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten voor de derde tranche. 13. Draaiend houden Ringen (Rotterdam/Den Haag) Rijk en regio hebben in 2023 overeenstemming bereikt over 5 werksporen en een invulling van deze werksporen op hoofdlijnen. Rijk en regio hebben in de afgelopen periode inhoudelijk overeenstemming bereikt over de volgende nadere concrete invulling van de 5 werksporen: 1.

Smart Mobility I/Incidentmanagement: verminderen van de effecten van ongeplande verstoringen door een snellere start en afhandeling van incidentmanagement in combinatie met in-car veiligheidswaarschuwingen (preventie, detectie, diagnose, aanrijden, afhandeling), door te investeren in de volgende systemen en projecten: in-car waarschuwingen voor gevaarlijke situaties, inzet van AI voor snelle analyse van detectiesystemen, ontwikkeling ‘common operational picture’ voor verbeteren samenwerking met professionele ketenpartners, verminderen ‘blind spots’ in cameradekking, verbetering van voorspelling restduur incidenten; 2. Smart Mobility II/Informatie: effectiever informeren van de reiziger pré-trip en on-trip via in-car informatie over met name verkeershinder en routering, door te investeren in de volgende systemen en projecten: smart routing en smart destination (incl. verwijzing naar hubs) voor spreiding van verkeer op de ringen, doorontwikkeling coördinatiestructuur voor publiek-private samenwerking, digitaliseren beleidsinformatie (bijvoorbeeld regionale verkeerscirculatieplannen), en de ontwikkeling van het bijbehorende instrumentarium, vooraankondiging bij wegwerkzaamheden en evenementen; 3.

Verkeersmanagement: betere benutting van het bestaande netwerk met behulp van investeringen in verkeersmanagementsystemen, door te investeren in de volgende systemen en projecten: matrixborden, lussen, camera’s, toeritdosering (TDI’s), verkeersregelinstallaties (iVRI’s), maar ook meer inzetten op digitaal Verkeersmanagement zoals digitaliseren van regelscenario’s (Diego) en

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

4

 

Verkeersmanagement Informatie voor Routeadvies (VM-IVRA) en de bovenliggende afspraken en systemen om vanuit (regionale) verkeerscentrales zorg te dragen voor een optimale inzet van de verkeersmanagementsystemen, inclusief de opzet van een landelijk aanpak; 4. Kleine infrastructurele maatregelen (zoals buffercapaciteit op-/afritten, betere inrichting van knooppunten, verbetering van belijning, verbindingen en aansluitingen en ontwikkelen van mobiliteitshubs): enerzijds ter vergroting van de effecten van Smart Mobility en Verkeersmanagement en anderzijds ter verbetering van kleine onvolkomenheden in het netwerk; 5. Netwerkoptimalisaties Ring Eindhoven: het pakket waarover met de regio is besloten in het BO MIRT najaar 2022 wordt momenteel stapsgewijs gerealiseerd. Het beschikbare budget van IenW van € 300 miljoen wordt op basis van de hierboven genoemde concrete invulling als volgt over de werksporen verdeeld: werkspoor 1 maximaal € 65,6 miljoen, werkspoor 2 maximaal € 58,6 miljoen, werkspoor 3 maximaal € 49 miljoen en werkspoor 4 maximaal € 76,8 miljoen. Voor werkspoor 5 is reeds eerder € 50 miljoen overeengekomen. Rijk en regio spreken af dat IenW deze invulling zal verwerken in een opdracht aan Rijkswaterstaat voor de uitvoering, uiterlijk vanaf medio 2025, voor zover in het komende half jaar blijkt dat de maatregelen inpasbaar zijn.

Hiermee wordt bedoeld dat de opdracht aan Rijkswaterstaat medio 2025 uitsluitend maatregelen kan en zal bevatten die 1.) kunnen worden ingepast in de werkplanning van Rijkswaterstaat (het geheel van projecten op het gebied van exploitatie, onderhoud, vernieuwing en aanleg), 2.) kunnen worden ingepast in het Basiskwaliteitsniveau voor het Hoofdwegennet (langjarige instandhouding binnen de budgettaire kaders) en 3.) kunnen worden ingepast in de RWS-organisatie (structurele inpassing van fte’s binnen de kaders daarvoor). Uiterlijk medio 2025 zal IenW de regio informeren over de opdracht aan Rijkswaterstaat. Rijk en regio concluderen dat inzet van de regio (onder meer de regionale wegbeheerders) noodzakelijk is en de regio bereid is deze inzet daar waar mogelijk en relevant te leveren.

Het betreft op hooflijnen de volgende inzet: • werkspoor 1: structurele inzet van weginspecteurs op elkaars wegennet, informatie delen en capaciteit en expertise leveren in de aanpak van de hoogtemeldingen-problematiek; • werkspoor 2: stimuleren van digitalisering in de organisatie (onder andere beleidsdata), bijdrage leveren aan pilots en werkgroepen, stimuleren gebruik beschikbare diensten bij projecten, vergroten regionale betrokkenheid, bijdrage leveren aan landelijk diensten (inkoop en kwaliteitszorg); • werkspoor 3: langjarige inzet van organisaties zoals het Regieteam Verkeersmanagement Noord-Holland en Zuid-Holland Bereikbaar om maatregelen nader uit te werken in benodigde personele capaciteit en budget als onderdeel van de regionale samenwerking (onder andere regelaanpak), het beschikbaar stellen/delen van relevante informatie, het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie tot en met het opdrachtgeven voor het doorvoeren van aanpassingen aan het eigen instrumentarium; • werkspoor 4: inzet voor dan wel uitvoering van maatregelen aan het Onderliggend Wegennet en inzet voor maatregelen aan de Hoofdwegennet voor zover er effecten zijn op het Onderliggend Wegennet. Rijk en regio spreken af dat de medewerking van externe partijen voor de werksporen 1, 2 en 3 gezamenlijk zal worden georganiseerd, onder leiding van Rijkswaterstaat.

Rijk en regio stellen vast dat de volgende kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4) in aanmerking (kunnen) komen voor een bijdrage uit het beschikbare Rijksbudget voor het draaiend houden van de Ringen: Ring Rotterdam/Den Haag:  doorvoeren van kleine infrastructurele aanpassingen, met name op het gebied van wegmarkering, bewegwijzering en toe- en afritten, ten behoeve van verbetering van verkeersgedrag en verkeersdoorstroming op diverse punten op de Ringwegen van Rotterdam en Den Haag en toeleidende wegen naar deze Ringwegen (A4, A12, A13, A15, A16, A20 en A29).

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

5

 

Rijk en regio spreken ten aanzien van de hub Muiden, de hub Vianen, de DDI A2-N230 en de aansluiting A2 op de hub Papendorp af dat de budgetreservering wordt gemaakt onder voorbehoud van 1.) overeenstemming over de concrete uitwerking en effectbeoordeling van de voorgestelde maatregelen, 2.) de regio de maatregelen zal realiseren in afstemming met Rijkswaterstaat en waar nodig met medewerking van Rijkswaterstaat vóór 2030 en 3.) de maatregelen worden gerealiseerd met de hierboven beschreven taakstellende bijdrage van IenW. Rijk en regio realiseren zich dat het draaiend houden van de Ringen een forse opgave blijft, ondanks de hierboven beschreven inzet. Rijk en regio zullen in het kader van de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s (SBAB, U NED en MoVe) in gesprek blijven over deze opgave. 14. Bodegravenboog In de Tweede Kamer is de Motie routekaart Bodegravenboog (regio en Rijkswaterstaat aan zet) van 28 november 2022 met nummer 36200-A-31 aangenomen. De motie roept op om een bod van de regio voor de Bodegravenboog (het volledig maken van de aansluiting A12/N11) serieus te bezien. En in overleg met de provincie en gemeente een routekaart op te stellen om binnen drie jaar een veilige ongelijkvloerse fietsoversteek over of onder de op- en afritten van de N11 bij Bodegraven te realiseren.

Rijk en regio erkennen dat de financiële middelen voor het realiseren van de Bodegravenboog bij beiden ontbreken. De regio ontwikkelt momenteel, met betrokkenheid van IenW, het gewenste wegontwerp (eindbeeld) van de aansluiting. Daarbij toetst IenW het wegontwerp en de kostenraming. De regio streeft ernaar dit eindbeeld medio november op te leveren. Op basis van het eindbeeld kan de provincie een veilige fietsverbinding/-oversteek ter plaatse laten ontwerpen, passend binnen dit eindbeeld. 15. N57 Voorne-Putten De regio continueert uitvoering van de maatregelen uit de gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne Putten en Haven Rotterdam waarvoor de regio verantwoordelijk is zoals afgesproken in de BO-MIRT 2022. De regio heeft haar deel van het benodigd budget voor maatregel 3 ‘Ongelijkvloerse kruising N57 – Nieuweweg’ gereserveerd, onderzoekt mogelijkheden deze maatregel efficiënter uit te voeren, brengt kosten prijspeil 2024 in kaart en verkent mogelijkheden een start te maken met uitvoering en realisatie van de ongelijkvloerse kruising vooruitlopend op een MIRTverkenning N57. Dit alles uiterlijk per 31-01-2025.

Daarna treedt de regio in gesprek met het Rijk om te kijken of er binnen het Rijk prioriteit gegeven kan worden aan de MIRT-verkenning N57 of – vooruitlopend daarop – de realisatie van de ongelijkvloerse kruising N57-Nieuweweg, en hiervoor middelen vrijgemaakt kunnen worden. De regio onderstreept het belang en urgentie (gezien ook de aanstaande opening van de Blankenburgverbinding) om op korte termijn een MIRT-verkenning voor de N57-maatregelen op te starten. 16. Bereikbaarheid Zuidwest Walcheren Vlissingen (A58-N288 Sloeweg) In het BO MIRT van 2023 is afgesproken om op het DO MIRT en BO MIRT van 2024 de problematiek van de bereikbaarheid van Zuidwest Walcheren te bespreken. Dit betreft het vraagstuk bij Vlissingen van de locatie waar de A58 eindigt, aansluit op de Sloeweg en direct de spoorwegovergang en het Kanaal door Walcheren kruist. Eerste gesprekken hebben plaatsgevonden om het vraagstuk te verkennen. Rijk en regio doorlopen in 2025 gezamenlijk een verdiepende probleemanalyse rond de bereikbaarheid van Zuidwest Walcheren en gaan in gesprek om te komen tot een gedragen probleemstelling en gedragen oplossingsrichtingen gegeven de probleemstelling.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

6

 

17. Rotonde Serooskerke N57 De rotonde in de N57 ten zuiden van Serooskerke levert in toenemende mate filevorming op de N57 ter plaatse op. Daarbij neemt de regionale bereikbaarheidsproblematiek op Walcheren, met name rond de N57, toe. Ombouwen van de huidige rotonde, die als gevolg van eerdere keuzes ondergedimensioneerd is, naar een turborotonde verhelpt de filevorming. De N57 is een Rijksweg. Rijkswaterstaat heeft echter geen capaciteit beschikbaar voor de ombouw. De Provincie Zeeland zal daarom de ombouw van deze rotonde op zich gaan nemen, nadat hiervoor aanvullende uitvoeringsafspraken zijn gemaakt (onder andere risicoverdeling, uitvoeringskosten, uitvoeringskwaliteit). De minister van IenW zal het verzoek van de Provincie Zeeland, om € 3,7 miljoen incl. btw taakstellend te reserveren voor de ombouw van de rotonde in de N57, betrekken bij de te maken financiële keuzes voor Voorjaarsnota 2025. Dan wel bij de begroting voor 2026. Dit onder de voorwaarden dat de Provincie Zeeland de ombouw zal realiseren en dat hiervoor voldoende stikstofruimte beschikbaar is De minister van IenW zal de Provincie Zeeland daarna informeren over zijn besluit op dit verzoek van de Provincie Zeeland. 18.

A4 Burgerveen – N14 Fietsroute Rijk en regio herbevestigen de afspraak uit het BO MIRT 2022 om in het kader van Minder Hinder gezamenlijk te investeren in de fietsverbinding tussen Leidschendam-Voorburg en Leiden. Partijen komen overeen dat de regio gezamenlijk het Rijksdeel begin 2025 zal aanvragen en daarmee verantwoordelijk wordt voor de verdeling van de bijdragen aan de diverse deelprojecten. Eventuele wijzigingen binnen het project worden alleen goedgekeurd wanneer alle partijen akkoord zijn. 19. BRT Breda-Gorinchem-Utrecht Rijk en regio constateren dat er een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitsverbetering in het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant besluiten om de hoofdlijnen uit het bestuurlijk vastgestelde rapportage ‘Hinkstap-sprong naar Bus Rapid Transit op Breda–Gorinchem-Utrecht’ uit april 2022 als uitgangspunt te nemen voor de te nemen maatregelen op deze corridor. De gewenste kwaliteitssprong in het OV zal via een adaptieve en samenhangende strategie bereikt worden. Concreet betekent dit dat over onderstaande maatregelen in dit BO MIRT besluiten worden genomen, omdat deze prioriteit hebben en dat de overige gewenste maatregelen voor de verbeterstap op korte termijn niet verder worden uitgewerkt.

Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest). Rijk en regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is. Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

7

Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel. • Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. •

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

8

Regio Zuid-Nederland 1. SmartwayZ.NL Meerjarige Multimodale Agenda Zuid-Nederland:  In het BO MIRT van 2023 hebben Rijk en regio afgesproken om gezamenlijk een gebiedsgerichte multimodale agenda (MMA) te ontwikkelen voor Zuid-Nederland. Deze agenda moet leiden tot een gedeeld beeld tussen Rijk en regio over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en (gefaseerde) aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid gericht op het bevorderen van de brede welvaart.  De MMA is het gezamenlijk uitgangspunt van Rijk en regio voor het vinden van bereikbaarheidsoplossingen in samenhang met de ruimtelijke strategie in Zuid-Nederland.  Het streven was om tijdens het BO MIRT van 2024 besluiten te nemen over een adaptief Ontwikkelpad inclusief eerste maatregelen. Rijk en regio constateren dat het toewerken naar een gezamenlijke MMA een stapsgewijze aanpak vraagt. Als eerste stap is nu een gedeeld beeld opgesteld van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid voor personen- en goederenvervoer (2025-2040) gericht op het bevorderen van de brede welvaart in Zuid-Nederland.

Vanuit het kompas brede welvaart, de dominante ontwikkelingen (verstedelijking en economische ontwikkelingen) die impact hebben op het mobiliteitssysteem én de context van de bestaande (en nog te maken) afspraken, zijn er zes hoofdopgaven gedefinieerd, te weten: • bereikbaarheid voor stad en dorp; • stevig verbeteren brede welvaartsaspecten veiligheid, leefomgeving en gezondheid; • benutten kansen grensoverschrijdend; • multimodale goederenaanpak; • kwaliteitsopgave Spoor en BRT/HOV; • weg: brede aanpak bereikbaarheid hoofdnetwerk.  Rijk en regio spreken af deze hoofdopgaven als vertrekpunt te nemen bij de verdere gezamenlijke uitwerking van de MMA om te komen tot een passend maatregelpakket voor de genoemde opgaven uitgezet in een agenda voor de korte, middellange en lange termijn (geprioriteerde/gefaseerde aanpak 2025-2040).

Op basis hiervan maken Rijk en regio in het BO MIRT van 2025 nadere (uitvoerings)afspraken, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid;  In de uitwerking wordt aandacht besteed aan onderstaande samenhangende thema’s, waarbij Rijk en regio binnen SmartWayZ.NL nog nadere afspraken maken over de wijze van uitwerking van deze thema’s inclusief rol- en verantwoordelijkheden: • het prioriteren en faseren van een mobiliteitsaanpak voor de Daily Urban Systems; • het opstellen van een robuuste aanpak voor leefomgeving, klimaatadaptiviteit van infrastructuur, duurzame mobiliteit, veiligheid en leefbaarheid; • het uitwerken van een strategie voor grensoverschrijdende mobiliteit op het schaalniveaus van de Daily Urban Systems en de internationale connectiviteit; • het in beeld brengen, en vanuit samenhang agenderen en prioriteren van een multimodale goederenaanpak; • het herijken, prioriteren faseren van het toekomstbeeld-OV voor Zuid-Nederland gekoppeld aan het landelijk OV Toekomstbeeld; • het concretiseren van een brede aanpak voor de bereikbaarheid via de hoofdwegenstructuur.  Nadere afspraken in het kader van Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP) in Brabant, afspraken voor de MRE met betrekking tot het korte termijn pakket (Beethoven), die in het BO MIRT van 2024 tussen Rijk en regio worden gemaakt, worden meegenomen in de verdere uitwerking van de MMA.

 In de Programmaraad SmartwayZ.NL d.d. 14 december 2023 is besloten dat Rijk en regio de onderzoekskosten voor het opstellen van de MMA gezamenlijk financieren. Deze onderzoekskosten bedragen € 200.000 (excl. btw). Rijk (IenW) en regio dragen beiden 50% van de kosten, te weten € 100.000 (excl. btw). SmartwayZ.NL is opdrachtgever voor de MMA.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

9

De Rijksmiddelen worden door IenW excl. btw middels een SPUK-regeling overgemaakt naar de provincie Noord-Brabant als penvoerder van het programma SmartwayZ.NL en opdrachtgever voor de MMA. De btw wordt door IenW in het btw-compensatiefonds gestort.

Werkprogramma SmartwayZ.NL 2025-2027:  Rijk en regio bevestigen dat SmartwayZ.NL de integrale tafel is voor het strategisch gesprek over bereikbaarheid in Zuid-Nederland.  Rijk en regio hebben in de programmaraad van 17 oktober 2024 goedkeuring gegeven voor de concretisering werkprogramma SmartwayZ.NL voor de periode van 2025-2027 en daarbij gekozen voor scenario 2 binnen bestaand programmabudget.  In de tweede helft van 2027 zal het werkprogramma SmartwayZ.NL worden geëvalueerd en zullen rijk en regio op basis van de uitkomsten van de evaluatie nieuwe afspraken maken over de voortzetting (inclusief de financiële verdeelsleutel). Financiële afspraken:  IenW draagt € 45.000 (excl. btw) bij aan de onderzoekskosten voor de verbreding van de tunnel Erica.  In de programmaraad zal halfjaarlijks terugkoppeling gegeven worden over de financiële situatie van SmartwayZ.NL en voortgang van het werkprogramma. A58 Breda – Tilburg en InnovA58 Sint Annabosch – Galder:  De minister van IenW heeft besloten € 23 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A58 Tilburg – Breda en InnovA58 St. Annabosch – Galder. De regio stelt eveneens een budget van € 23 miljoen beschikbaar voor het alternatieve maatregelenpakket.

• Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: • Werkgeversaanpak • P+R/OV-hub Lage Zwaluwe • Door Smart Logistics het aandeel transporteurs op de A58 verminderen (door efficiency) en daarmee de doorstroming verbeteren • Anti-sluipverkeer maatregelen dorpskernen: samen de dorpen die sluipverkeer ervaren locatie specifieke maatregelen bedenken. Denk aan: herinrichting van wegen, snelheid remmende maatregelen, geslotenverklaring tijdens spits (borden+camera’s), educatie en campagnes.  Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar bijdrage kan voldoen. A67 Leenderheide – Geldrop:  Gezien de afspraken in het Beethovenconvenant krijgt de regio de mogelijkheid om een voorstel voor alternatieve en mitigerende maatregelen in te dienen, met een maximale rijksbijdrage ter hoogte van het restbudget.  Bij de beoordeling van dit voorstel zal het Rijk het in het BO MIRT 2023 overeengekomen afweegkader en de daarbij behorende spelregels hanteren.  Definitieve besluitvorming zal uiterlijk in het BO MIRT 2025 plaatsvinden. 2. Brainport Convenant Beethoven:  In het interbestuurlijk coördinatie-overleg wordt de regie gevoerd op de uitvoering van de gemaakte afspraken.

Onder regie van dit coördinatie-overleg stellen Rijk en regio met ingang van 2025 een jaarprogramma op voor de totale opgaven uit de Brainport- en Beethovendeal. Zodat gestuurd kan worden op de uitvoering en/of realisatie van de afgesproken maatregelen. Per jaar wordt concreet omschreven wat partners aan Rijk en Regiozijde (inclusief uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen) willen realiseren. Dit jaarprogramma wordt vastgesteld door het BO Brainport.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

10

 

  

Als onderlegger voor dit overkoepelende jaarprogramma wordt binnen de pijler Verstedelijking & Mobiliteit (V&M) een (meer)jaarprogramma V&M opgesteld onder regie van het BO V&M. Aanvullend op de in 2022 gemaakte afspraken, spreken Rijk en regio voor de mobiliteitsonderdelen uit Beethoven onderstaande financiële verdeling af: Project Totaal Bijdrage Rijk Bijdrage regio MMK Eindhoven 198 145 53 HOV4 157 87 70 HWN/OWN A2/N2 inclusief 503 415 88 Brianportlijn en NW ontsluiting Multimodaal pakket MRE 2024 200 71 129 Totaal mobiliteit (mln. €) 1.058 718 340 Rijk en regio hebben de verdeling van financiën en risico’s van de Beethovenafspraken nader uitgewerkt. Voor de verdeling en de risico’s wordt aangesloten bij de gemaakte afspraken op het BO MIRT van 2022: Rijksinfrastructuur risico Rijk, regionale infrastructuur risico regio. Voor de maakcapaciteit bij Rijkswaterstaat spreken Rijk en regio af: Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Brabant trekken samen op om aanvullende capaciteit aan te trekken. De uitvoering van de bus op vluchtstrook en kleine infrastructurele maatregelen zal elkaar opvolgen. In de eerste helft van 2025 kunnen de bussen over de vluchtstrook van de A67 rijden. De andere Bus op Vluchtstrook-trajecten – eerst de A2, dan de A50 – worden met prioriteit daarna gerealiseerd.

Waarbij het team dat werkt aan de Bus op Vluchtstrook A67 na afronding van dat project ingezet zal worden om de overige Bus op Vluchtstrook maatregelen uit te voeren. Hetzelfde geldt voor het team dat zich bezighoudt met de voorbereiding voor de Erica tunnel. Dit team zal na deze voorbereiding bijdragen aan de voorbereiding en vervolgens planuitwerking voor de A58 Eindhoven – Tilburg.

MIRT-Verkenning OV knoop Brainport Eindhoven:  Rijk en regio hebben het plan van aanpak voor de MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven gezamenlijk vastgesteld. De uitvoering van de MIRT-verkenning loopt op schema met het oog op keuze van een voorkeursalternatief voor de Multimodale Knoop (MMK) en Spoorknoop Eindhoven (SKE) in 2025 om planstudie en realisatie voorspoedig op te kunnen pakken.  Rijk en regio blijven de samenhang tussen de verschillende stappen in de MIRT-verkenning nader bespreken. Uitgaande van de stapsgewijze uitbreidbaarheid en het behoud van inhoudelijke samenhang. Daarmee zal worden bepaald op welke manier de inzichten uit de verkenning voor uitbreidingsstappen 2 en 3 van de Spoorknoop Eindhoven in relatie tot stap 1 zo goed mogelijk benut kunnen worden.  Ook is, om te komen tot een voorkeursalternatief, het nodig dat de ontwikkeling van de SKE blijvend wordt afgestemd op de ontwikkelingen van de MMK. Conform de in 2022 genomen startbeslissing dient daarbij stap 1 toekomst vast gerealiseerd te worden. Daarvoor wordt onder andere inzichtelijk gemaakt wat de meerwaarde is en in hoeverre het financieel haalbaar is om – eventueel delen van – stap 3 in samenhang met stap 1 te realiseren.  In het convenant Beethoven is afgesproken aanvullend € 198 miljoen in de MMK te investeren.

Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor het verdiepte voorkeursalternatief dat mogelijk uit de lopende MIRT-verkenning komt.  Voor de MIRT-Verkenning wordt integraal naar de verschillende componenten gekeken in relatie tot HOV4 om deze waar mogelijk in onderlinge samenhang uit te voeren.  Om de HOV4 op de MMK te laten aansluiten wordt een vijfde tunnelmond toegevoegd aan de scope van de MMK. Deze scopewijziging wordt opgenomen in een aangepaste bestuurlijke opdracht en vastgesteld in de bestuurlijke kerngroep Eindhoven KnoopXL. De meerkosten van deze wijziging, € 66 miljoen, worden gefinancierd uit de Beethoven-gelden.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

11

HOV4 (uitgewerkt in samenhang met Ontwikkelas Zuidwest):  Op basis van het vastgestelde tracé vindt uitwerking plaats tot een Voorlopig Ontwerp inclusief de bijbehorende inspraak en participatie. Verwachting is dat het voorlopig ontwerp begin 2025 aan gemeenteraden van Eindhoven en Veldhoven kan worden aangeboden.  In het convenant Beethoven is afgesproken extra middelen toe te kennen aan HOV4. Dit betreft € 91 miljoen voor de stedelijke inpassing van HOV4 in Eindhoven en Veldhoven. Partijen optimaliseren het ontwerp zodat dit binnen budget kan worden gerealiseerd en maken zo nodig en zo mogelijk aanvullend afspraken op grond van het financiële afsprakenkader dat is opgesteld op basis van de Brainportdeal 2022.  De scopewijzing HOV4/ontwikkelas Zuidwest is opgenomen in een aangepaste bestuurlijke opdracht en vastgesteld in de bestuurlijke kerngroep HOV4/ontwikkelas Zuidwest.  De regio heeft aangegeven in 2025 tot aanbesteding over te willen en kunnen gaan. Rijk en regio zijn in gesprek om de financiële afspraken tijdig af te ronden. Hiervoor wordt uiterlijk het 1e kwartaal van 2025 een Bestuursovereenkomst gesloten.

MIRT verkenning HWN/OWN A2/N2, Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting:  In het convenant Beethoven is vastgelegd dat Rijk en regio een integrale MIRT-verkenning starten naar het Hoofdwegennet/Onderliggend Wegennet A2/N2, de tangent Brainportlijn (tracé A2/N2) en noordwestelijke ontsluiting. Voor deze verkenning hebben Rijk en regio hebben een startdocument opgesteld, waar de bestuurlijke kerngroep A2N2 Brainportlijn op hoofdlijnen mee ingestemd heeft. In het voorjaar 2025 vindt de formele start van de verkenning plaats via een officiële kennisgeving  Het budget voor de verkenning is opgebouwd uit de volgende posten: • € 309 miljoen voor oplossingen A2/N2 gebaseerd op het MIRT-onderzoek A2/N2; • € 129 miljoen voor de Brainportlijn op basis van de ramingen van de regio voor de Brainportlijn; • € 55 miljoen voor de verbreding van de tunnel bij de Erica; • € 4 miljoen voor de ontsluiting van de hub A58; • € 6 miljoen voor de Noordwestelijke ontsluiting.  In de Verkenning worden meerdere oplossingsrichtingen uitgewerkt om te komen tot een integrale oplossing voor het verbeteren van de doorstroming op de A2/N2 (oplossen van het NMCA Knelpunt) en de inpassing van de Brainportlijn tangent.  De regio is trekker van de tracé- en inpassingsstudie voor de Brainportlijn, het Rijk trekt de overall MIRT-verkenning.

 Leidend bij de uitwerking van de scope zijn de netwerkstudie HWN-OWN en de ontwerpstudie naar de tangent Brainportlijn.  Voor de MIRT-verkenning A2/N2 wordt integraal naar de verschillende componenten gekeken om deze in onderlinge samenhang (ook financieel) uit te voeren.  De onderzoekskosten voor de integrale verkenning worden gedekt uit het totale budget voor de verkenning, zoals dit ook is afgesproken bij de OV Knoop XL. Multimodaal pakket MRE:  Conform de afspraken uit het Beethovenconvenant stellen Rijk en Regio het Korte Termijn Maatregelpakket 2 (KTM2) vast.  Het KTM2 heeft als doel om de mobiliteitstransitie in de regio te versnellen, het nationale en regionale wegennet te ontlasten en de verstedelijkingsopgave te faciliteren. Het KTM2 bestaat uit een tweede tranche aan maatregelen op het gebied van hubs (Brainporthubs en overige regionale hubs), fiets, openbaar vervoer (bus op vluchtstrook en doorstromingsmaatregelen), gedrag (werkgevers- onderwijsaanpak) en programmavoering.  In de verdere uitwerking van het pakket wordt gebruik gemaakt van de gezamenlijk ontwikkelde kennis, uitgangspunten en methodieken. Bijvoorbeeld uit de gezamenlijke trajecten rond de uitwerking programma hubs in het kader ontsluiting woningbouw, landelijke aanpak benutten mobiliteitsnetwerken, landelijke aanpak spits spreiden, actieagenda BRT, etc.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

12

Het Rijk draagt € 71 miljoen bij, waarbij uitgangspunt is dat middelen zonder overboeking tussen overheden plaatsvinden. Indien uit de verdere concretisering van het pakket blijkt dat dit deels anders is, treden Rijk en regio via het BO V&M in overleg over de wijze van uitkering.

Actualisatie MIRT-onderzoek verstedelijking en bereikbaarheid:  De in het convenant Beethoven afgesproken actualisatie van het MIRT-onderzoek uit 2020 moet leiden tot een gezamenlijk beeld van de aanvullende en urgente ruimtelijke opgaven en aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van verstedelijking en bereikbaarheid. Op basis van dit beeld worden strategische hoofdkeuzes gemaakt. De keuzes die gemaakt worden moeten aansluiten bij de keuzes die gemaakt worden in de multimodale agenda voor Zuid-Nederland die binnen SmartwayZ.NL in ontwikkeling is.  Het streven is om tijdens het BO Leefomgeving van 2025 een eerste beeld te hebben van de te maken keuzes. Het geactualiseerde MIRT-onderzoek zal op het BO MIRT van 2025 worden geagendeerd.  Rijk en regio hanteren het geactualiseerde MIRT-onderzoek voor de Brainport als leidraad voor het gesprek in het BO verstedelijking en mobiliteit. Het is daarmee een hulpmiddel bij het afwegen en prioriteren/faseren van toekomstige (ruimtelijke) en bereikbaarheidskeuzes in relatie tot de benodigde schaalsprong.  Scope is het geografisch gebied MRE met aandacht voor aangrenzende regio’s met potentie om een deel van de groei te faciliteren. De tijdshorizon betreft 2030-2050.  De onderzoekskosten worden gedekt uit aanvullende middelen. Rijk en regio nemen beide de helft van de kosten voor hun rekening.

Voorbereidingskosten:  Rijk en regio verwachten dat een vaste verdeling van toekomstige voorbereidingskosten kan leiden tot efficiëntie.  Rijk en regio gaan hierover in gesprek en agenderen een voorstel in het bestuurlijk overleg Verstedelijking en Mobiliteit Brainport. 3. Veilig, Slim en Duurzaam Regionale bereikbaarheidsaanpak Limburg:  Rijk en regio investeren voor het uitvoeringsplan 2025 in totaal € 2,8 miljoen incl. btw. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1,4 miljoen incl. btw (Ontvanger: Provincie Limburg).  De BO MIRT-afspraken 2020 en 2023 bevatten nog onbestede middelen. De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Limburg uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het Rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden. Op het eerstvolgende DO MIRT Zuid wordt het plan van aanpak ter accordering voorgelegd.  Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren.

 Rijk en regio investeren specifiek voor de verbreding van de A2 Het Vonderen – Kerensheide van 2026 tot en met 2028 in totaal € 1.920.000 incl. btw in de Limburgse bereikbaarheidsorganisaties. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 960.000 incl. btw. Deze bijdragen zijn bedoeld voor effectieve hindermaatregelen en stellen Rijkswaterstaat in staat dat via de huidige, goed functionerende Limburgse bereikbaarheidsorganisaties te doen. Regionale bereikbaarheidsaanpak Brabant:  Rijk en regio investeren voor het uitvoeringsplan 2025 in totaal € 1.200.000 incl. btw. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 600.000,- incl. btw (Ontvanger: Provincie Noord-Brabant).

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

13

De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Brabant uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden. Op het eerstvolgende DO MIRT Zuid wordt het plan van aanpak ter accordering voorgelegd.

Deelmobiliteitshubs (Eindhoven):  Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteitshubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche.  Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteitshubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving.  In dit kader reserveert het Rijk 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 250.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteitshubs in de gemeente Eindhoven (ontvanger rijksbijdrage).  De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten voor de derde tranche.

4. A2 Deil – Vught De Minister van IenW heeft besloten € 54 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A2 Deil – Vught. De regio stelt eveneens een budget van € 54 miljoen beschikbaar voor het adaptieve maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader. Het maatregelenpakket bevat onder andere: • Voorkomen sluipverkeer: snelheidsremmers aanbrengen en aanpassingen onderliggend wegennet. • Investeren in (snel)fietsinfrastructuur • Businfrastructuur verbeteren en zorgen voor betere overstapplaatsen (Hubs) • Plaatsen van intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) • Verbeteren aansluitingen hoofd- en onderliggend wegennet • Fysieke veiligheidsmaatregelen op wegen die drukker worden als gevolg van pauzeren (bv middenbaanscheiding/scheiding snel/langzaam verkeer) Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar regionale bijdrage kan voldoen. 5. BRT Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en Regio constateren dat er een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitsverbetering in het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht.

Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant besluiten om de hoofdlijnen uit het bestuurlijk vastgestelde rapportage ‘Hinkstap-sprong naar Bus Rapid Transit op Breda–Gorinchem-Utrecht’ uit april 2022 als uitgangspunt te nemen voor de te nemen maatregelen op deze corridor. De gewenste kwaliteitssprong in het OV zal via een adaptieve en samenhangende strategie bereikt worden. Concreet betekent dit dat over onderstaande maatregelen in dit BO MIRT besluiten worden genomen, omdat deze prioriteit hebben en dat de overige gewenste maatregelen voor de verbeterstap op korte termijn niet verder worden uitgewerkt. Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest).

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

14

1

Rijk en Regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is. Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten. • Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel.

• Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. 6. AROV/Spoorbrug Maastricht Rijk en provincie Limburg hebben in lijn met – en binnen de gestelde kaders van de Kamerbrief van 20 juni 2024 1 – alsmede binnen het beschikbare budget van € 36,7 miljoen (prijspeil 2024) afspraken gemaakt over de herbestemming van de Rijksbijdrage voor de tram Hasselt – Maastricht, in het kader van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) voor het verbeteren van de regionale en internationale bereikbaarheid. De provincie Limburg zal met deze middelen: 1. Zorgdragen voor het realiseren van het aanpassen van de overwegveiligheid tussen Maastricht en Eijsden zodat de tweede Drielandentrein naar Luik kan gaan rijden.

De provincie Limburg zal daartoe aan ProRail de opdracht geven om dat te realiseren en zal daarvoor een bedrag van € 6,5 miljoen reserveren; 2. Een opdracht verstrekken aan Rijkswaterstaat (RWS) om de spoorburg te slopen. RWS ontvangt van de provincie de benodigde middelen à € 10 miljoen voor de sloop van de spoorbrug, inclusief de pijlers, waardoor een waterstanddaling van ca. 5 cm kan worden bereikt en een scheepvaart-onveiligheidsprobleem wordt opgelost. 3. De gronden en assets van het spoor tussen Maastricht en grens overnemen van ProRail voor een bedrag van € 4,5 miljoen. De provincie is voornemens deze gronden door te leveren en met de gemeente Maastricht afspraken te maken over de sanering en gebiedsontwikkeling van deze gronden. 4. Een afspraak maken met de gemeente Maastricht over de realisatie van langzaamverkeersbrug met een bijdrage van € 15,7 miljoen, onder de voorwaarde dat de gemeente Maastricht uiterlijk in 2026 de benodigde vergunning voor sloop van de spoorbrug afgeeft. Rijk en regio spreken af dit verder uit te werken in een bestuursovereenkomst, waarmee de AROV-overeenkomst wordt beëindigd.

Kamerstuk 36 410-A, nr. 61

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

15

 

 

 

7. Multimodale Mobiliteitspakketten Brabant Rijk en regio stellen vast dat de Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s) voor de vier stedelijke regio’s binnen NOVEX Stedelijk Brabant een goede basis vormen voor verdere afspraken tussen Rijk en regio. De MMMP’s gaan onder andere in op het belang van mobiliteitshubs en stations, frequentie en kwaliteit van HOV (zoals BRT) en trein, de samenhang tussen hoofd- en onderliggend wegennet en fietsbeleid. Daarbij wordt, net als in de MMA, ook aandacht besteed aan de effecten van mobiliteit op brede welvaart, waaronder barrièrewerking en impact van het spoor. De MMMP’s lopen mee in de verdere uitwerking van de Multimodale Mobiliteits Agenda (MMA) voor Zuid Nederland waarover in het BO MIRT 2025 verdere (uitvoerings)afspraken voorgelegd zullen worden, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. 8. OV knoop ’s-Hertogenbosch Centraal Rijk en regio (her)bevestigen de ambities met betrekking tot de OV Knoop Bosch Centraal (zoals opgenomen in de document ‘Bosch Centraal, middelpunt van jouw ontmoeting’). Rijk en regio spreken af om parallel aan de afronding van het verkenningenrapport een sluitende financieringsstrategie op te stellen, vanwege de constatering dat de huidige varianten niet binnen budget kunnen worden gerealiseerd. De regio is bereid te onderzoeken om hiertoe een extra financiële stap te zetten.

Rijk en regio spreken af om hiervoor het restbudget MIRT A2 Deil – Vught als een van de dekkingsbronnen te beschouwen. Rijk en regio onderzoeken of met een aanvullende Rijksbijdrage extra woningen kunnen worden ontsloten en in hoeverre dit kan bijdragen aan de financieringsstrategie. Daarbij wordt ook gekeken naar aanleg van een nieuw busstation (inclusief ontsluiting), verbreding van perron 6/7 en faseringsmogelijkheden voor de bestaande scope. Rijk en regio concluderen dat op basis van de MIRT-verkenning Bosch Centraal een definitief besluit over het voorkeursalternatief mogelijk is, zodra hierover een gezamenlijke financieringsafspraak gemaakt kan worden. Partijen verkennen benodigde aanpassingen aan scope en/of budget vanwege het grote belang van het project voor de mobiliteit en de woningbouwopgave in de regio. Rijk en regio spreken af om begin 2025 tot een voorkeursalternatief inclusief een sluitende financieringsstrategie te komen op basis waarvan alle partijen, in de aanloop naar het BOL van juni 2025, hun interne besluitvorming kunnen regelen, zodat een voorkeursbesluit genomen kan worden en de planuitwerking kan starten. 9. Roosendaal – Antwerpen Rijk en regio nemen kennis van het rapport ‘verkennende studie Roosendaal-Antwerpen’, die in nauwe samenwerking door Rijk en de Belgische federale overheid tot stand is gekomen.

Rijk en regio gaan hierover nader in gesprek, evenals over de mogelijkheden voor vervolgonderzoek. De mogelijkheden voor verbetering in de dienstregeling via station Roosendaal zijn onderzocht. Dit heeft geresulteerd in een verbeterde verbinding tussen Brabant en Zeeland: de sprinter Vlissingen – Roosendaal wordt vanaf dienstregeling 2026 – voor ten minste 3 jaar – gekoppeld aan de IC over de IJssellijn en wordt daarmee een directe trein tussen Vlissingen, Breda en verder naar Zwolle. Daarmee is invulling gegeven aan de afspraak uit het BO MIRT van 2023. Het Handelingsperspectief voor spoorknoop Roosendaal is de afgelopen periode nader uitgewerkt door de regio en spoorpartners, mede in relatie tot de provinciale verstedelijkingsopgave. In de komende periode wordt dit opgevolgd binnen de afspraken voor de verstedelijkingsopgave van Roosendaal. 10. A50 Bankhoef – Ewijk – Paalgraven Rijk en regio blijven vooruitlopend op de planuitwerking A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven in gesprek over de stikstofproblematiek, de vervolgstappen (of uitwerking van) in de

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

16

Mobiliteitsaanpak A50, en mogelijke andere maatregelen, die een bijdrage leveren aan het oplossen van de knelpunten op de A50 op het traject Nijmegen-Eindhoven.

 

 

11. Oss Centraal De Regio zal in afstemming met het Rijk in de eerste helft van 2025 een quickscan-onderzoek uitvoeren naar maatregelen om de barrièrewerking van het spoor in Oss te verminderen en de kwaliteit van het stationsgebied te verbeteren. Dit als onderdeel van de integrale opgave voor verstedelijking, economische ontwikkeling, woningbouw en mobiliteitstransitie in het stedelijke gebied “Oss Centraal” gelegen tussen de stations Oss en Oss West. De uitkomsten van de quickscan worden geagendeerd in het BO MIRT van najaar 2025. 12. Bus Rapid Transit A50 – Meijerij Rijk en regio starten met een pilot Bus Rapid Transit A50 – Meierij. Voor de pilot dragen Rijk en regio ieder maximaal € 1 miljoen (prijspeil 2025), incl. btw, bij op basis van een 50/50 verdeling tussen Rijk en regio. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd. 13. N65 De vernietiging van de bestemmingsplannen voor de reconstructie van de N65 heeft ertoe geleid dat IenW, provincie Noord-Brabant en de gemeenten Vught en Oisterwijk de reconstructie van de N65 op een later moment oppakken waarbij realisatie van het VKA+ nog steeds het einddoel is.

Om de bestaande problematiek op het gebied van verkeersveiligheid en leefbaarheid op en rondom de N65 tussentijds te verlichten heeft de Stuurgroep N65 besloten haalbare en gedragen kortetermijnmaatregelen te realiseren waarbij het VKA+ uitgangspunt is. Rijk en regio maken in de Stuurgroep N65 afspraken over een pakket kortetermijnmaatregelen inclusief financiering daarvoor in het voorjaar van 2025. 14. PHS Boxtel Rijk en Regio onderkennen dat de afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen in Boxtel vertraging oploopt; Rijk en regio spreken af dat de provincie Noord-Brabant hierover als inspanningsverplichting op zich neemt zo spoedig mogelijk te starten met het proces om tot Wnb vergunningverlening te komen. Rijk en regio bevestigen dat na afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen de daaraan gekoppelde productstappen, zoals de 3e en 4e IC Eindhoven – Breda, ingevoerd kunnen worden; Rijk en regio spreken af dat het Rijk hierover als inspanningsverplichting op zich neemt zo spoedig mogelijk met NS het proces te starten om, gegeven de concessieafspraken, te bezien wat nodig is om - direct na afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen in Boxtel – tot de productstap 3e en 4e IC Eindhoven – Breda te komen. 15.

Omleiding Betuweroute Rijk en regio stellen vast dat alle in dit verband afgesproken maatregelen reeds zijn gerealiseerd of op afzienbare termijn nog worden gerealiseerd. De regio blijft geïnformeerd en betrokken voor, tijdens en na de omleidingen, zoals toegezegd in de stuurgroep. De regio vraagt om proactieve communicatie vanuit de betrokken partijen (zoals ProRail) richting overheden, bedrijven en burgers, zodat er te allen tijde een actueel beeld is van de situatie op en om het spoor. Rijk en regio spreken af dat specifiek wordt gemonitord of er een toename is in het aantal en soort meldingen van omwonenden, zoals dat sinds de start van de omleidingen ook is gedaan. Met deze monitoring wordt specifiek data verzameld ten aanzien van de hinder ten aanzien van onder meer geluid en trillingen, ten gevolge van de toename van het spoorgoederenvervoer op de omleidingsroutes.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

17

  

   

 

 

  

Rijk en regio herbevestigen dat lopende die omleidingsperiode het incident-management op het spoor stand-by staat, zodat verstoringen snel worden verholpen en de bereikbaarheid van Zuid-Nederland op niveau blijft. 16. Eindhoven – Düsseldorf In Venlo is de voor de IC Eindhoven – Düsseldorf benodigde perronverlenging voorzien in 2028. Rijk en regio achten het halen van de overeengekomen indiensttreding van die IC per eind 2026, al dan niet in combinatie met tijdelijke maatregelen, van groot belang. ProRail voert momenteel een analyse uit naar mogelijkheden voor een tijdelijke oplossing (tot eind 2028) om de overeengekomen dienstregeling te halen. 17. Venlo Integraal Rijk en regio hebben kennis genomen van de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen van de integrale uitwerking van het spooremplacement te Venlo. De integrale oplossingsrichtingen bieden weliswaar maatregelen voor alle opgaven op het emplacement, maar de kosten ervan bedragen een veelvoud van het beschikbare budget. Daarom worden nu alleen de urgentste opgaven verder uitgewerkt. Dat zijn de opstelsporen voor goederentreinen van 740 meter lengte en de vervanging van de spanningssluis. ProRail is gevraagd om voor de uitwerking van deze opgaven een Plan van Aanpak te maken. Opdrachtverlening wordt in het 4e kwartaal van 2024 verwacht. 18.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14946178/1