CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage GOP 2_2025_10 CHV Buitenveldert.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Buitenveldert (GOP Buitenveldert) (VN2026-000933)20.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

kon bovendien door middel van de centraal in Buitenveldert geplande parkstrook verbonden konden worden met het Amsterdamse Bos. De planvorming van het tentoonstellingsterrein werd mede door de vertragingen van de aanleg van de wijk Buitenveldert pas voortgezet in de jaren 1960. In mei 1963 werd een eerste plan gemaakt en de uitvoering startte aan het einde van datzelfde jaar. Archiefonderzoek (Emmerik en Voerman, 2022) heeft geen uitsluitsel kunnen geven over de ontwerper van het terrein. Wel is duidelijk geworden dat Jacoba Mulder een ontwerp op grote lijnen had gemaakt dat door de afdeling Beplantingen nader werd uitgewerkt. Het ontwerp toont een heel andere vormgeving dan in die jaren gewoon was bij het ontwerpen van parken binnen het AUP. In plaats van een duidelijk stedelijk karakter met een geometrische opzet en een op de moderne bewoner toegespitste programmering, werd het tentoonstellingsterrein ‘natuurlijker’ vormgegeven volgens het idioom van de Engelse landschapsstijl. Het resultaat is een heuvelachtig terrein waarin strategisch geplaatste boomgroepen ruimtes markeren en open grasvelden die doorkijkjes bieden. Slingerende paden hebben echter plaatsgemaakt voor brede, geknikte paden die de verschillende ‘tentoonstellingskamers’ met elkaar verbonden.

Luchtfoto met rechts het Amstelpark en links daarvan de Europaboulevard (1972). Bron: SAA, Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's afdeling B, B00000034125.

De eerste grote manifestatie die op het terrein plaatsvond, was De Floriade 1972. Het toen nog nieuwe Amstelpark bood ruimte aan een deel van het totale tentoonstellingsterrein, waartoe ook het Beatrixpark behoorde en een deel van het dijklichaam waarop later de Ringweg Zuid en het Station Amsterdam RAI werden aangelegd. Egbert Mos, hoofdtuinarchitect van de afdeling

32

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Beplantingen, had de leiding over de aanleg en inrichting voor deze wereldtuinbouwtentoonstelling. In 1970 werd een ‘ontwerpcommissie’ samengesteld, waarin naast Mos ook tuinarchitect Henk Barkhof, organisator Jac. Kleiboer, tentoonstellingsmaker J.P. Van Oostrum en architect Arnold Oyevaar van bureau Oyevaar, Stolle en Van Gool zaten. De laatste werd verantwoordelijk voor de gebouwde objecten van de Floriade. Vanaf 1965 werd aan het ontwerp gewerkt en vanaf 1967 werd gestart met de aanleg. Bestaande beplanting werd uitgedund, gerooid of aangevuld. De loop van paden werd aangepast, er kwam een grote vijver in het park en er werden verschillende tentoonstellingstuinen en -kassen aangelegd. Een kabelbaan en rails voor het Floriadetreintje verbonden de verschillende locaties met elkaar. Van maart tot oktober 1972 bezochten maar liefst 5 miljoen bezoekers de Amsterdamse Floriade. Toen de tentoonstelling eindigde, lieten vele bewoners weten het Floriadeterrein inclusief de inrichting voor de stad te willen behouden. Begin 1973 ging de gemeenteraad akkoord met het behoud van het terrein dat vanaf die tijd het ‘Amstelpark’ zou heten. In eerste instantie was het idee om veel van de Floriade tuinen en gebouwde onderdelen te behouden. De tijd leerde dat dit echter aanzienlijke kosten en arbeidsinzet met zich mee zou brengen.

Sindsdien hebben verschillende renovaties van het park voortgebouwd op het oorspronkelijke concept van het voormalige Floriade terrein. In 2022 is het park aangewezen tot gemeentelijk monument. Architectuur Om toe te zien op de kwaliteit van de architectuur werden binnen het AUP supervisors aangesteld. Voor Buitenveldert-zuid werd Ben Merkelbach in eerste instantie aangesteld als supervisor voor de particuliere woningbouw, vanwege zijn eerder behaalde resultaten in Slotervaart. Daar hadden de bouwers gezamenlijk voor dezelfde architecten gekozen, wat ook voor Buitenveldert wenselijk werd geacht. Dat hij inmiddels tot Stadsbouwmeester was benoemd, werd als een voordeel gezien. Piet Zanstra werd supervisor voor de woningwetbouw in zuidoostelijk Buitenveldert. Henri Zwiers kreeg in 1959 het supervisorschap over Buitenveldert-noord. Zanstra werd in 1960 op eigen verzoek ontheven als supervisor van het oostelijk deel van Buitenveldert-zuid. Bij zijn benoeming was dit deel nog vrijwel geheel bestemd voor woningbouw door woningbouwverenigingen. Echter, de bouw van de onder zijn supervisie staande hoven en torenflats konden door omstandigheden niet meer worden uitgevoerd door de woningbouwverenigingen. N.V. Amsterdamse Bouwmaatschappij “Buitenveldert” nam de bouw over en Zanstra ontwierp enkele gebouwen daarvoor.

Merkelbach nam daarna de supervisie over geheel Buitenveldert-zuid op zich. Om voor de doelgroep van beter gesitueerde bewoners aantrekkelijke woningen met fraaie plattegronden te ontwerpen, werden architecten van naam uitgenodigd. Zij zouden de plattegronden en gevelschetsen maken, die dan in samenwerking met een bouwkundig bureau verder werden uitgewerkt. De architecten moesten rekening houden met hetgeen is voorgeschreven in de Richtlijnen voor de stichten woonbebouwing voor het plan “Buitenveldert”

33

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

(zuidelijke deel). Daarin waren voorwaarden vastgelegd voor de maat- en uitvoering van de woningen, het aantal bouwlagen en de aantallen voor bijzondere doelgroepen, zoals bejaarden en ongehuwden. Ook schreef het de hoeveelheid slaapkamers per woning voor, de situering van autoboxen en de hoogte, plaats en uitvoering van erfafscheidingen. Een extra punt van aandacht vormde de uitvoering van de daken. De Gemeentelijke Woningdienst wilde dat de woningwetbouw van drie etages werd voorzien van een kap, terwijl Publieke Werken en de supervisors graag in de hele wijk platte daken zagen. Uiteindelijk werd een compromis gesloten: voor alle woningbouw van drie lagen ten westen van de Rotterdamse weg was in de richtlijnen een kap voorgeschreven. Ten oosten van de Rotterdamse weg zou de supervisor het bepalen. Naarmate de realisatie van de wijk vorderde, vormde ook de bouw van de villa’s en bungalows een punt van aandacht. Het bleek dat de breedte van de kavels van de bungalows ten noorden van de Kalfjeslaan afhankelijk was van de binnengekomen aanvragen. Het resulteerde in kavels van verschillende grootte, wat onwenselijk werd geacht. Voor de villawijk in Buitenveldert-noord werd dan ook besloten om deze gedeeltelijk voor bungalows te bestemmen, in een verhouding van 1 tot 1 tot het aantal villa’s.

De zorgen bij het hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling betroffen echter ook de architectonische vormgeving van deze buurt. Supervisor Zwiers voorzag geen probleem in de coördinatie daarvan. Wel werd het zeer wenselijk geacht om elk complex in één architectenhand te houden en gegadigden zouden hierop worden gewezen. Het resulteerde in enkele complexen van aaneengeschakelde bungalows, zoals de patiowoningen, die een experiment vormden voor een nieuwe manier van de inrichting van een villapark. Gedeeltelijke decentralisatie Binnen het AUP was het niet de bedoeling dat de uitbreidingswijken geheel op zichzelf zouden functioneren. De bestaande, oude binnenstad bleef de aangewezen plek voor veel voorzieningen, die de bewoners van de nieuwe wijken konden bereiken via de vanuit de bestaande stad naar de uitbreidingswijken doorgetrokken tramlijnen en hoofdwegen. Wel kregen de AUP-wijken allemaal hun eigen kerken, onderwijsgebouwen en een wijkgericht winkelaanbod. Ook in Buitenveldert werd naast een uitgebreid woningbouwprogramma voorzien in een groot aantal gebouwen met een openbare of commerciële functie. In Buitenveldert-zuid verrezen drie kerken aan de Van Boshuizenstraat. Buitenveldert-noord kreeg twee kerken aan de Arent Janszoon Ernststraat. In Buitenveldert was ook een groot aantal lagere- en middelbare scholen voorzien.

Commerciële functies, hoofdzakelijk winkels, werden door Buitenveldert verspreid. In de eerste aangelegde AUP-wijken volgden de wijkgerichte winkelvoorzieningen nog een opzet zoals die in de bestaande stad was te zien: een marktplein en een traditionele winkelstraat. In latere wijken werd dit model al vervangen door de aanleg van een reeks winkelpleinen. Alleen in Buitenveldert kwamen er zelfstandige grote winkelclusters met een hoogwaardig winkelaanbod. Winkellinten aan de Buitenveldertselaan en de Arent Janszoon Ernststraat en het grote winkelcentrum Gelderlandplein konden een dergelijke grote wijk bedienen en tegemoetkomen aan de wensen van de meer-bemiddelde bewoners van Buitenveldert. Een nieuwe winkelsituatie

34

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

werd ontwikkeld voor de buurt rondom de Kastelenstraat. Vanuit het winkellint aan de Buitenveldertselaan werd een winkelverbinding door de wijk in oostelijke richting bedacht. Omsloten beschutte winkelpleintjes, met elkaar verbonden via een brede voetweg en op een unieke manier gemengd met woningbouw, zouden de buurt een geheel eigen karakteristiek geven.

Een van de winkelhoven in de Kastelenstraat, Bij Zuid-Hollandstraat; gezien in westelijke richting (1966). Bron: SAA, Beeldbank, 010122003882.

Het net opgeleverde winkelcentrum Gelderlandplein (1968). Bron: SAA, Beeldbank, 010028000850.

35

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Naast de voor Buitenveldert bedoelde voorzieningen vonden in de wijk ook een drietal wijkoverstijgende voorzieningenterreinen hun plek. Ten eerste werd in het noordwesten van de wijk een groot terrein gereserveerd voor de Vrije Universiteit (VU) en het bijbehorende universitair ziekenhuis. Dit terrein was aan het begin van de jaren vijftig in het bezit van de universiteit gekomen, die er een nieuwe campus wilde ontwikkelen. Het universiteitscomplex kreeg vanaf de tweede helft van de jaren zestig vorm met de bouw van het hoofdgebouw, het academisch ziekenhuis en de bètafaculteit. Ten tweede werd het geplande sportcomplex tussen de ringbaan en de woongebieden van Buitenveldert-noord beschouwd als een terrein dat de stad in grotere omvang zou dienen. Het tentoonstellingsterrein tussen de Amstel en de Europaboulevard was tenslotte strategisch geplaatst in de nabijheid van de ringbaan, het toekomstig op te richten station Zuid en het Europaplein waar het nieuwe congrescentrum RAI verrees. Het zou op die manier een voorziening met nationale, misschien zelf internationale allure kunnen worden.

4.1.4 Latere ontwikkelingen In de oorspronkelijke opzet werd de wijk in noord-zuidrichting doorsneden door het geplande tracé van de Rijksweg 3. Deze ringweg is nooit gerealiseerd en het tijdens de aanleg van Buitenveldert opgeworpen zandlichaam werd eind jaren 1980 afgegraven. In Buitenveldert-noord werd de vrijgekomen ruimte ingevuld met woningbouw een met winkelvoorzieningen die aansluiten op het Gelderlandplein. Het winkelcentrum Gelderlandplein heeft een ingrijpende gedaantewisseling ondergaan. Het is van een open winkelplein met galerijen getransformeerd tot een overdekt winkelcentrum waaraan kantoren, een hotel en woningen zijn toegevoegd. In Buitenveldert-zuid werd op de open plek het Joods zorgcentrum Beth Shalom gebouwd. De latere bebouwing is als zodanig goed herkenbaar in het verder zeer samenhangend vormgegeven Buitenveldert. Een tweede grote ontwikkeling op stedenbouwkundig vlak is de totstandkoming van de Zuid-As, vanaf eind jaren 1990. Hierdoor is de groenstrook met sportvelden aan de noordzijde van Buitenveldert langzaamaan steeds kleiner geworden. Naast deze twee grote stedenbouwkundige ontwikkelingen is er her en der bebouwing vervangen of toegevoegd. Enkele daarvan tasten het aan de wijk ten grondslag liggende stedenbouwkundig concept enigszins aan.

Een voorbeeld hiervan is de strook (middel)hoogbouw die in 2020 is toegevoegd aan het Giessenburg, tussen het tweede Kastelenplein van links en de daar gelegen kerk. Deze verstoort de oorspronkelijk zorgvuldig vormgegeven balans van functiemenging en bouwhoogtes die zo kenmerkend is voor Buitenveldert in zijn geheel en de Kastelenbuurt in het bijzonder. Op het vlak van het straatbeeld en de architectuur hebben zich over het algemeen weinig grote wijzigingen voorgedaan. Woonblokken zijn gerenoveerd en enkele van de stroken woningbouw ten zuiden van de Arent Janszoon Ernstraat zijn opgetopt van vier naar vijf lagen. In de buurten Cannenburg-Herinkhave e.o en in Opveld e.o. zijn villa’s verbouwd of hebben plaatsgemaakt voor

36

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

nieuwbouw. Dit is in de buurt Opveld e.o. meer het geval dan in de buurt Cannenburg-Herinkhave e.o. In enkele gevallen is de tuin geheel of deels van een hoog hek voorzien, wat ervoor zorgt dat de beleving van het geschakelde groensysteem ter plekke is aangetast. Van een groot deel van de drive-in woningen in Buitenveldert is de garage bij de woning getrokken. Andere wijzigingen in het straatbeeld betreffen met name enkele voorzieningengebouwen die zijn vervangen door nieuwbouw, zoals de voormalige Pieter van Foreestkliniek aan Walborg 2, waar nu op nagenoeg dezelfde footprint een kantoorgebouw (2021-2023) staat. Verder springt de nieuwbouw nabij de kruising Van Nijenrodeweg-Buitenveldertselaan in het oog (2019-2022) en de renovatie en uitbreiding van het winkelcentrum Gelderlandplein (2013-2016). Ondanks bovengenoemde ontwikkelingen is Buitenveldert in vergelijking met de andere tuinsteden uit het AUP opvallend goed bewaard gebleven. De openbare ruimte heeft geen grote wijzigingen ondergaan. Het groen is nu volgroeid en zorgt ervoor dat het beeld dat de ontwerpers van Buitenveldert voor ogen hadden nu tot volle wasdom is gekomen. Er hebben geen grootschalige vernieuwingsprocessen plaatsgevonden, waardoor ook de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet en bebouwing nog aanwezig zijn.

De manier waarop Van Eesteren en Mulder in Buitenveldert vorm hebben gegeven aan de maat en schaal van de bebouwing en aan de afwisseling tussen bebouwd en onbebouwd is bekend vanuit de AUP-principes. In Buitenveldert is die echter heel gebiedsspecifiek uitgewerkt, vanwege de ambities die voor de nieuwe zuidelijke uitbreiding werden gesteld. De stedenbouwkundige onderlegger, ruime en groene opzet van de wijk, de nadere invulling daarvan met bebouwing, de functiemenging, de kwaliteit van de voorzieningen en van de woningen, die groter en beter zijn gebouwd dan die in de andere tuinsteden, dragen nog steeds bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van Buitenveldert. Het maakt Buitenveldert tot een zeer gewaardeerde wijk onder haar bewoners en gewilde plek in Amsterdam om te wonen.

37

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

5

Historisch stedenbouwkundige analyse

5.1

Stedenbouwkundige structuur

Hoofdopzet AUP-wijken kennen een kenmerkende stedenbouwkundige structuur die een gelaagde compositie van verkeerswegen, groen- en waterstructuur en bebouwing(svelden) daartussen laat zien. Er bestaat een sterke samenhang tussen openbare ruimte, bebouwing en groen: een stelsel van (hoofd)verkeersaders en het zich door de wijk vertakkende groensysteem bepalen de stedenbouwkundige hoofdopzet. Dit raamwerk kadert de bebouwingsvelden in die op diverse manieren zijn uitgewerkt door verschillende typen verkavelingseenheden, woonvormen en bouwhoogtes toe te passen. Velden die een herhaling van stempels kennen, vormen samen een buurt. Hoogbouw vormt geen – zoals in Plan Zuid – beëindiging van formele zichtlijnen, maar wordt ingezet om hoofdverkeerswegen te begeleiden. Ook de bijzondere gebouwen worden niet in zichtlijnen geplaatst, maar vaak naast kruispunten op de grens tussen verschillende bebouwingsvelden of woongebieden. Ook in Buitenveldert wordt de stedenbouwkundige hoofdopzet bepaald door het stelsel van (hoofd)verkeersaders en het zich door de wijk vertakkende groensysteem met watergangen. Wat Buitenveldert onderscheidt van de Westelijke Tuinsteden is een veel lagere bebouwingsdichtheid, een ruimer gedimensioneerd groensysteem en een rijkere variëteit in patronen van verkavelingstypen, bouwhoogtes en woonvormen.

Deze elementen gaan een genuanceerde wisselwerking met elkaar aan en zijn ingezet om vorm te geven aan de overgangen tussen natuurlandschap en stedelijk gebied en tussen groengebieden en bebouwingsvelden. Het resultaat is dat Buitenveldert bestaat uit vijf verschillende woonbuurten die elk een eigen ruimtelijke opbouw, karakter en kwaliteit hebben. Groen- en infrastructuur Buitenveldert ligt tussen de A10 en Amstelveen en wordt begrensd door drie groengebieden van formaat. De Amstelscheg en het Amsterdamse Bos vormen de oostelijke en westelijke begrenzing van de wijk. Het Kleine Loopveld vormt de zuidrand van Buitenveldert en de afgrenzing naar Amstelveen toe. De Amstelscheg en het Amsterdamse Bos worden met elkaar verbonden door een centraal in de wijk gelegen groene hoofdas: het Gijsbrecht van Aemstelpark. Dit park, dat in de eerste ontwerpen voor de wijk al was opgenomen als groene as, vormt een structuurbepalend onderdeel van Buitenveldert. In het noordelijke deel van de wijk ligt ten noorden van de Arent Janszoon Ernststraat een waterloop met groene oevers die als derde groene oost-west as fungeert. Deze vormt als het ware een kleinschalige pendant van het Gijsbrecht van Aemstelpark.

Haaks op de grote groengebieden in oost-west richting lopen de noord-zuid georiënteerde grote verkeersaders Buitenveldertselaan, het geplande verhoogde tracé van de Rijksweg (thans de Van Leijenberghlaan en de Van

38

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Heenvlietlaan) en Europaboulevard. De De Boelelaan, Arent Janszoon Ernststraat en de Van Nijenrodeweg fungeren als belangrijke oost-westassen in de wijk. Tezamen vormen deze elementen een orthogonaal patroon van lijnen en velden. De stedenbouwkundige Anna Vos sprak van de Schotse ruit om de stedenbouwkundige en ruimtelijke compositie van de AUP-wijken goed te duiden. Een dergelijk patroon wordt gemaakt door met afwisselende stroken gekleurde draden te weven, zowel in de schering als in de inslag, met rechte hoeken ten opzichte van elkaar. Het resultaat is een symmetrische indeling van lijnen en kleurblokken, die zich in verticale en horizontale richting herhalen, zo een harmonieus geheel vormend. Het bijzondere aan Buitenveldert is nu juist dat er geen sprake is van zich in alle richtingen herhalende blokken, maar van bebouwingsvelden met verschillende verkavelingsvormen, woningtypen en bouwhoogtes, die op belangrijke schakelpunten in de stedenbouwkundige structuur in elkaar overgaan en elkaar overlappen. Het zijn juist deze ‘weeffouten’ in de Schotse ruit die Buitenveldert tot een zeer precies doordachte en evenwichtige stedenbouwkundige compositie maken.

Bouwhoogtes Kenmerkend voor met name het deel tussen de De Boelelaan, Europaboulevard, Kalfjeslaan en Buitenveldertselaan is de gestempelde opbouw per oost-west strook waarbij het geplande verhoogde tracé van de Rijksweg min of meer als spiegellijn fungeert. Vanwege de in twee fases uitgevoerde bouw van Buitenveldert zijn er grote verschillen in bebouwingskarakter tussen Buitenveldert-zuid en -noord. In Buitenveldert-zuid is een duidelijke scheiding van woningtypen doorgevoerd, oplopend van laagbouw aan de zuidzijde en hoogbouw aan de Van Nijenrodeweg aan de noordzijde. Deze hoogbouw vormt niet alleen een karakteristieke en grootse begrenzing van de brede parkstrook. Vanwege de noodzakelijke afstand tussen de hoogbouw en de zuidelijk daarvan gelegen laagbouw, ontstaat er ‘als vanzelf’ een groene overgangsruimte, waar plek is voor het plaatsen van functies zoals kleuterschooltjes, speelplaatsjes en dergelijke. In Buitenveldert-noord bevinden zich zowel villa’s als luxe woningbouw en een hoger aantal woningwetbouwwoningen. Verder onderscheidt Buitenveldert zich in morfologisch opzicht van de Westelijke Tuinsteden, omdat er veel drielagige woningbouw in hovenverkaveling is toegepast in plaats van vierlagige woningbouw in strokenverkaveling. De hoogbouw in Buitenveldert is niet alleen als stedenbouwkundig accent ingezet, maar is nadrukkelijk als luxe woonvorm bedoeld.

Dit toont wederom de welvaart die men voor ogen had in Buitenveldert; in de bouwtijd was het immers nog erg kostbaar om hoogbouw met liften te bouwen. De langs de Europaboulevard en Amstelveenseweg geprojecteerde hoogbouw zou de bewoners bovendien een vergezicht bieden over de aangrenzende grote groengebieden, respectievelijk het toekomstige tentoonstellingsterrein met in de verte de Amstel en het weids uitstrekkende groen van het Amsterdamse Bos. Ten slotte kent Buitenveldert bijzondere typen woningen, zoals de patiowoningen en de drive-in woningen.

39

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Verkaveling per buurt De vijf buurten die in Buitenveldert worden onderscheiden, zijn: de Arent Janszoon Ernststraat e.o. en Cannenburg – Herinkhave e.o. in Buitenveldert-noord, Soetendaal e.o., Opveld e.o. en de Kastelenbuurt in Buitenveldert-Zuid.2 Arent Janszoon Ernststraat e.o.

Uitsnede van de Ordekaart AUP, waarop met donkerblauwe contouren de verschillende clusters van verkavelingseenheden staan aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

De buurt wordt begrensd door De Boelelaan aan de noordzijde, de Europaboulevard aan de oostzijde, het Gijsbrecht van Aemstelpark aan de zuidzijde en de Buitenveldertselaan aan de westzijde. De buurt wordt in tweeën gedeeld door het voormalige tracé van de geplande Rijksweg, met aan weerszijden daarvan de Van Heenvlietlaan en de Van Leijenberghlaan, die in het noorden aansluit op de Van Beethovenstraat. Deze buurt is vanaf het begin van de jaren zestig grotendeels bebouwd met middelhoge etagebouwblokken in de sociale sector. Het kent daardoor minder variatie in verkavelingsvormen, bouwhoogte en woningtypen dan de rest van Buitenveldert. Het merendeel van de buurt is ingevuld met woningbouw in hoekverkaveling, waarbij de ene haak de andere omsluit. Hierbij moet wel worden aangemerkt dat de positionering van de haken in deze buurt een doorkijk dwars over het bouwblok verhindert waardoor er minder openheid bestaat. Aan de noordzijde van de

2 Dit onderscheid komt voort uit de publicatie Buitenveldert. Tuinstad in optima forma uit 2008 die hoofdzakelijk bestaat uit een

kaart van het gebied waarop de buurten zijn aangeduid. De kaart wordt ondersteund door beschrijvingen van de voornaamste straten, buurten en architectuur. Om het gebied dat tot een buurt behoort af te bakenen, is gebruik gemaakt van de ordekaart Algemeen Uitbreidingsplan AUP en de nog niet vastgestelde ordekaart Post AUP-gebieden 1960-1970. Naast de vijf benoemde wijken vormt het noordwestelijk gelegen terrein van de VU en het academisch ziekenhuis een op zichzelf staande buurt, evenals de sinds jaren 1990 in ontwikkeling zijnde Zuid-As, waar voorheen de sportvelden van Buitenveldert lagen. Deze twee onderdelen worden buiten de beschouwing van deze CHV gelaten.

40

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Arent Janszoon Ernststraat bevinden zich woningen in noord-zuid gelegen stroken die open zicht op de tussenliggende hoven toelaten. Aan de westzijde van de Europaboulevard bevindt zich eveneens woningbouw in strookverkaveling. Direct ten zuiden van de De Boelelaan bevindt zich een combinatie van haak- en strookverkaveling met een hoge gevelwand parallel aan de laan. Met uitzondering van de in het gebied aanwezige hoogbouw langs enkele hoofdwegen, bestaan alle woongebouwen uit drie woonlagen op een plint. De hoogbouwwand aan de De Boelelaan heeft een tweelaagse plint met zeven woonlagen. Centraal in de wijk is het winkelcentrum Gelderlandplein gesitueerd. De ruimte die in de jaren tachtig is vrijgekomen na het afgraven van het zandlichaam ten behoeve van de Rijksweg is ingevuld met woningen in strokenbouw en winkelvoorzieningen aansluitend op het Gelderlandplein. Cannenburg – Herinkhave e.o.

Uitsnede van de Ordekaart AUP, waarop met donkerblauwe contouren de verschillende clusters van verkavelingseenheden staan aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

Ten zuiden van het terrein van de VU en het academisch ziekenhuis, tussen de Arent Janszoon Ernstraat en het Gijsbrecht van Aemstelpark, ligt de kleinste buurt van Buitenveldert. Aan respectievelijk de oost- en westzijde wordt de buurt begrensd door de Buitenveldertselaan en de Amstelveenseweg. De Van der Boechorststraat met de daar parallel aan lopende centrale singel deelt de buurt in tweeën. Door de grote vraag van particulieren naar villabouw in Buitenveldert-noord werd dit deel van het plan in juli 1962 nog gewijzigd en bestemd voor een besloten buurtje met percelen voor bijzondere woningtypen in een groene omgeving. Ten noorden van Cannenburg bevindt zich noord-zuid georiënteerde strokenbouw van drie lagen hoog en ten zuiden geschakelde woningen van één laag. Aan Oldenaller staat oost-west georiënteerde strokenbouw van twee lagen. Tussen de Van der Boechhorststraat en Weldam bevindt zich een bouwblok met patiowoningen van een laag

41

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

hoog. Rondom de Pekkendam en ten zuiden van Herinkhave zijn de villa’s gecentreerd geplaatst op riante percelen. Soetendaal e.o.

Uitsnede van de Ordekaart AUP, waarop met donkerblauwe contouren de verschillende clusters van verkavelingseenheden staan aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

De bijna vierkantvormige buurt wordt in noord-zuid richting ingeklemd tussen het groen van het Gijsbrecht van Aemstelpark en de Kalfjeslaan. Aan de oostzijde wordt de buurt begrensd door de Buitenveldertselaan en aan de westzijde door de Amstelveenseweg met ten westen daarvan het Amsterdamse Bos. De centrale singel langs de Van der Boechorststraat deelt de buurt in tweeën. De buurt kent meerdere verkavelingsvarianten, zoals kleine en grotere haken, strokenbouw en individuele woningen, en er is van zuid naar noord gezien een opbouw van laag- naar hoogbouw. Aan de zuidzijde van de De Cuserstraat is een aantal villa’s gelegen op percelen die grenzen aan het water. Op de hoek met de Buitenveldertselaan ligt het Christelijk Lyceum Buitenveldert. Aan de westzijde van Bolestein staat een vijftal woonhaken van vier bouwlagen met op de westpunt van de haken telkens een galerijflat van tien bouwlagen in een plantsoen. Centraal in de buurt staat haaks op de singel een reeks van elf gelijke woongebouwen van twee bouwlagen met aparte garages. Ten westen en oosten van deze reeks is een nagenoeg identieke verkaveling waarneembaar die optimale bezonning mogelijk maakt. Het oostelijke deel van de buurt, aan de Buitenveldertselaan, is bestemd als winkelcentrum. Ten noorden van de Van Nijenrodeweg – ter plaatse van de knik in het Gijsbrecht van Aemstelpark – staat eveneens hoogbouw.

Deze vier gebouwen zijn opgebouwd uit een aantal volumes van verschillende hoogtes. De oostvleugel heeft

42

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

veertien bouwlagen en de westvleugel is negen bouwlagen hoog. Zij worden verbonden door een onderbouw van twee bouwlagen. Elk bouwblok beschikt over een aantal externe bergingen. Opveld e.o.

Uitsnede van de Ordekaart AUP, waarop met donkerblauwe contouren de verschillende clusters van verkavelingseenheden staan aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

Tussen de Kalfjeslaan en de Van Boshuizenstraat bevindt zich deze buurt die is opgebouwd uit een strook met een vijftal nagenoeg identieke velden. De verkaveling is per veld opgebouwd uit stroken vrijstaande, tweelaagse woningen – aan de zijde van de Kalfjeslaan en langs de verbindingsstraten tussen Kalfjeslaan en Van Boshuizenstraat – die als het ware twee stempels van tweelaagse rijtjeshuizen inkaderen. De bouwhoogte van deze woningen zorgt voor een geleidelijke overgang van het onbebouwde landschap naar het bewoonde gebied. Aan de Van Boshuizenstraat loopt de bouwhoogte dan geleidelijk op via drielaags ‘drive-in woningen’ die gelijk zijn aan enkele woonhaken in Soetendaal. Op de hoek van het bouwveld staat een stedenbouwkundig accent in de vorm van een vrijstaande, zevenlaags torenflat. Kastelenbuurt

Uitsnede van de Ordekaart AUP, waarop met donkerblauwe contouren de verschillende clusters van verkavelingseenheden staan aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

Tussen de van Nijenrodeweg in het noorden, de Europaboulevard in het oosten, de Van Boshuizenstraat in het zuiden en de Buitenveldertselaan in het westen is de Kastelenbuurt gelegen. Als centrale oost-westas in de buurt dient de Kastelenstraat. De buurt werd oorspronkelijk in noord-zuidrichting doorsneden door het tracé van de afgelaste Rijksweg 3. De buurt bestaat grotendeels uit middelhoge woningbouw in haakverkaveling. Door een lagere dichtheid van bebouwing zijn de binnenhoven opener dan in de buurt rondom de Arent Janszoon Ernststraat en is de haakverkaveling van toegevoegde waarde.

43

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De geleidelijke opbouw van bouwhoogte die in Opveld is ingezet, wordt in de Kastelenbuurt voortgezet. Tussen de Van Boshuizenstraat en de Van Nijenrodeweg loopt de bouwhoogte op. Aan weerszijden van de Kastelenstraat staan vierlaags portieketagewoningen in haakverkaveling. De positionering van de haken in deze buurt biedt een doorkijk dwars door de binnenhof van het bouwblok waardoor er openheid bestaat. De Kastelenstraat wordt op vier punten overdekt door carrévormige woon-winkelgebouwen van eveneens vierlagen hoog. De hoogste bebouwing staat langs de Van Nijenrodeweg en bestaat uit een viertal oost-west georiënteerde galerijflats en vijf woontorens van dertien lagen hoog met kantoren in de plint. In het zuiden, aan de Van Boshuizenstraat, is een drietal kerken gelegen.

5.2

Architectuur en typologie

De architectuur van het AUP weerspiegelt zowel de naoorlogse woningbouwbehoeften als de functionalistische ideeën die destijds in de stedenbouw en architectuur centraal stonden. De architectuur heeft dus een sobere, doelmatige uitstraling met relatief eenvoudige maar heldere hoofdvormen. Er is weinig ornamentiek, het kleurgebruik is doorgaans neutraal en de bouwvolumes kennen een eenvoudige opbouw van één of meer bouwlagen met een plat dak of een niet nadrukkelijk vormgegeven kap. De gevels zijn veelal vlak vormgegeven, waaraan ritme en geleding is gegeven door herhaalde horizontale of verticale elementen, zoals galerijen, balkons en trappenhuizen. Per architectuureenheid zijn vaak identieke materialen en kleuren gebruikt. De herhaling van gelijkvormige bouwvolumes, van gevelelementen en toegepaste materialen en kleuren geeft ritme aan het straatbeeld en een rustige, consistente uitstraling aan de afzonderlijke buurten en de wijk in hun geheel. In de meeste AUP-wijken zijn de verschillende architectuureenheden binnen één verkavelingseenheid ontworpen door een en dezelfde architect. Buitenveldert vormt hierop een uitzondering, omdat de architectuur niet altijd geheel samenvalt met de verkavelingseenheid. Villa’s en voorzieningen zoals kerken, winkelcentra of scholen zijn als individueel volume alzijdig vormgegeven en verschillen in hun architectonische uitwerking.

Zij zijn vaak minder sober van uitstraling en vormen door hun afwijkende massaopbouw, materiaal- en kleurgebruik en detaillering een verbijzondering te midden van de sober vormgegeven woningbouw. Hoogbouw fungeert als een landmark en bepaalt het silhouet van een buurt, ook door de architectonische vormgeving. Zij is alzijdig vormgegeven, als een toren, haak of schijf, die al dan niet in een reeks door dezelfde architect of in onderlinge samenhang zijn ontworpen. Daarbij is er sprake van een duidelijke hoofdvorm en een nadruk op een horizontale gevelcompositie. Buitenveldert laat qua typologie meer verscheidenheid zien dan de Westelijke Tuinsteden. Met de ruimere opzet en meer welgestelde doelgroep biedt de wijk huurwoningen en koopwoningen in het hogere segment, zowel grondgebonden als appartementen, die met name in Buitenveldertzuid zijn te vinden. De verschillende woningtypologieën sluiten hierbij aan. Naast appartementen

44

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

in hoogbouw zijn er in Buitenveldert ook individuele villa’s, geschakelde patiowoningen en drive-in woningen gebouwd, waarvan de laatste is afgeleid van de bekende drive-in woningen uit 1937 van M. Stam, L. Stam-Beese en W. van Tijen aan de Anthonie van Dijckstraat. Arent Janszoon Ernststraat e.o. Deze buurt is voor het grootste deel bebouwd met sociale woningbouw in de vorm van portieketagewoningen en galerijwoningen. Hoogbouw met een combinatie van kantoorruimte en woningen bevindt zich aan de De Boelelaan (acht en negen lagen) en de Europaboulevard (vijftien lagen). De rest van de buurt is vier bouwlagen hoog, met in de plint bergingen en/of garages, al dan niet afgewisseld met woningen voor alleenstaanden of bejaarden. Daarboven bevinden zich dan drie lagen met gezinswoningen. De blokken aan de zuidzijde van de Arent Janszoon Ernststraat hebben winkels, bedrijfsruimten of kantoren in de plint. Enkele van deze blokken zijn al eens opgehoogd met een vijfde woonlaag, in dezelfde contour en vormgeving. Van belang zijn vooral het Woongebouw Zuidwende aan de De Boelelaan van architect C.B. van der Tak, de galerijflats aan de noordzijde van de Arent Janszoon Ernststraat en de Frieslandstraat van Joh. Brouwer en C.W. Schaling en de vier galerijflats aan de Europaboulevard van P. Zanstra.

Binnentuin tussen Loevestein en Doddendaal aan de Arent Janszoon Ernststraat met de galerijflats van Brouwer en Schaling (2011). Bron: SAA / Doriann Kransberg, Collectie Zuidas: foto's, D10134004028.

45

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De vier galerijflats aan de Europaboulevard van P. Zanstra. Bron: SAA, Archief van de Gemeentelijke Dienst Volkshuisvesting: foto's F-serie, 5293FO011430.

Cannenburg - Herinkhave e.o. Opvallend binnen het geheel van Buitenveldert is de goed bewaarde villabuurt in de omgeving van Cannenburg en Herinkhave. In deze buurt zijn villa’s, geschakelde patiowoningen en rijtjeshuizen gerealiseerd in een groene omgeving. De buurt wordt in tweeën gedeeld door de Van der Boechorststraat en de daaraan parallel gelegen waterloop. Ten oosten daarvan bevindt zich Cannenburg e.o. en ten westen daarvan Herinkhave e.o. Ten noorden van Cannenburg staan acht stroken met eengezinswoningen in noord-zuidrichting en vier in oost-westrichting. De noord-zuid gelegen woningen zijn opgebouwd uit twee woonlagen boven een garage en de oost-west gelegen woningen hebben een aparte garage. In enkele gevallen zijn de dubbellaagse woningen door bewoners opgetopt met een dakopbouw. Ten zuiden van de straat Cannenburg staat een reeks geschakelde patiowoningen. Dit project was een experiment om te zoeken naar een nieuwe manier om een villapark in te richten. Zes architecten werkten aan vier blokken woningen. Cannenburg 1-9 is ontworpen door W.F. van Bodegraven, Cannenburg 13-27 door het architectenechtpaar E. en L. Hartsuyker-Curjel, Cannenburg 31-43 zijn om en om ontworpen door C. van der Wilk en A. de Vries en Cannenburg 45-51 zijn van de hand van B.O. van den Berg. De diepe woningen grenzen aan de achterkant aan het Gijsbrecht van Aemstelpark.

De opzet was om ze laag te houden en zo een geleidelijke overgang te vormen tussen het park en de drielaagse bebouwing aan de overkant van Cannenburg.

46

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De patiowoningen aan Cannenburg 13-27 door het architectenechtpaar E. en L. Hartsuyker-Curjel (2013). Bron: Monumenten en Archeologie, Pandenmap, Cannenburg 13-27.

Op de hoek van Herinkhave en Weldam is eveneens een bouwblok met patiowoningen gebouwd, ditmaal ontworpen door Chr. Nielsen en J.H.C. Spruit. Ten zuiden van Herinkhave en rondom Pekkendam zijn villa’s gecentreerd geplaatst op riante percelen. Verschillende architecten ontwierpen de villa’s, waaronder J.B. Ingwersen (Herinkhave 19) en bureau Rietveld, Van Dillen en Van Tricht (Weldam 10).

De voormalige kerk van de Vrije Gemeente, ontworpen door bureau Rietveld, Van Dillen en Van Tricht (1972). Bron: SAA / Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's afdeling B, B00000009891.

Verder zijn de twee kerken van belang. Op de hoek Van der Boechorststraat en Weldam staat de voormalige kerk van de Vrije Gemeente, ontworpen door bureau Rietveld, Van Dillen en Van

47

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Tricht. Op de hoek van de Arent Janszoon Ernststraat en Groot Essenburg bevindt zich het protestants kerkgebouw van H.W.M. Hupkes. Soetendaal e.o. Aan de Van Nijenrodeweg staan vier gebouwen die zijn ontworpen door P. Zanstra. Zij zijn opgebouwd uit een aantal volumes van verschillende hoogte. De oostvleugel is een woontoren van veertien bouwlagen, de westvleugel is een galerijflat van negen bouwlagen. De eerste twee bouwlagen hebben een kantoorfunctie en maken feitelijk deel uit van de onderbouw die de twee torens met elkaar verbindt. Elk bouwblok beschikt over een aantal externe bergingen.

Cronenburg 2 - 152 (midden), uiterst rechts het grootse deel van Egelenburg 1 - 75, naar ontwerp van Zanstra (1988). Bron: SAA / Collectie Bureau Monumentenzorg: negatiefvellen, Han van Gool, BMAB00006000095_002.

De centrale singel langs de Van der Boechorststraat deelt de buurt in tweeën. Haaks op de singel staat een reeks van elf gelijke woongebouwen van twee bouwlagen met aparte garages, ontworpen door Pot en Pot Keegstra. Sommige bewoners hebben hun woning voorzien van een derde bouwlaag. Ten westen en oosten van de straat Soetendaal is een nagenoeg identieke verkaveling waarneembaar, vrijwel gelijk aan die in Opveld e.o., die optimale bezonning mogelijk maakt. Ook hier zijn al enkele huizen voorzien van een dakopbouw. Langs Bolestein staat een vijftal woonhaken van vier bouwlagen. Op de westpunt van de haken staat telkens een galerijflat van tien bouwlagen in een plantsoen. Het oostelijke deel van de buurt is bestemd als winkelcentrum.

48

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Het Christelijk Lyceum Buitenveldert (2012). Bron: Ruben Schipper, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 10870-9922.

Aan de zuidzijde van de De Cuserstraat is een aantal villa’s gelegen op percelen die grenzen aan water. Hier staat ook het Christelijk Lyceum Buitenveldert uit 1965 van architecten M.F. Duintjer en Th. J. N. van der Klei. Het gebouw op de hoek van de De Cuserstraat en de Buitenveldertselaan is in 2014 aangewezen als rijksmonument. Opveld e.o. De woonbuurt Opveld e.o. wordt gekenmerkt door een vijftal nagenoeg identieke velden ten zuiden van de Van Boshuizenstraat. De verkaveling is per veld opgebouwd uit een viertal stroken met rijtjeshuizen in noord-zuidrichting, omringd door vrijstaande huizen. Aan de zuidzijde van de Van Boshuizenstraat staat bij elk woonblok een haakvormig woongebouw van drie bouwlagen met een vrijstaande woontoren van zeven bouwlagen, alle naar ontwerp van P. Zanstra.

49

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Oud-Ehrenstein met op de voorgrond de losse bungalows en op de achtergrond de vrijstaande woontoren van Zanstra (1966). Bron: SAA / Collectie Stadsarchief Amsterdam: foto's eigen fotodienst, J.M. Arsath Ro'is, 010122004333.

De langwerpige woongebouwen staan bekend als ‘drive-in woningen’ en zijn gelijk aan enkele woonhaken in Soetendaal. Binnen de buurt is het vooral de bebouwing aan de Van Boshuizenstraat die goed bewaard is gebleven. In de strook langs het water stonden oorspronkelijk losse bungalows, nu staan er ook grotere villa’s. Net als elders in Buitenveldert zijn enkele rijtjeshuizen al voorzien van een dakopbouw. Kastelenbuurt De Kastelenbuurt werd als eerste opgeleverd en bestaat grotendeels uit middelhoge woningbouw in haakverkaveling naar ontwerp van P. Zanstra. Als centrale oost-westas in de buurt dient de Kastelenstraat. Deze straat wordt op vier punten overdekt door carrévormige woonwinkelgebouwen van architecten Kromhout, Groet en Bijvoet.

50

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Een van de winkelhoven in de Kastelenstraat, bij Teilingen (1968). Bron: SAA / Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's afdeling A, 10009A001048.

De buurt werd oorspronkelijk in noord-zuidrichting doorsneden door het tracé van de afgelaste Rijksweg 3, dat later is bebouwd met verzorgingshuis Beth Shalom. De vier oost-west georiënteerde galerijflats aan de Van Nijenrodeweg zijn ontworpen door W.M. Dudok en bureau Kromhout en Groet. De vijf aan diezelfde weg gelegen woontorens met kantoren in de plint zijn van de hand van Brakel en Buma.

Twee van de vier galerijflats aan de Van Nijenrodeweg, gezien vanaf Enzerinck in het Gijsbrecht van Aemstelpark (ca. 1980). Bron: SAA / Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening en rechtsvoorganger: foto's, Dienst der Publieke Werken; Afdeling Stadsontwikkeling, 010009011166.

51

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Aan de Van Boshuizenstraat liggen drie kerken. De meest westelijke werd ontworpen door M.F. Duintjer, de middelste door bureau Rothuizen en ’t Hooft en de meest oostelijke door A.F. Brenninkmeijer.

5.3

Groen en openbare ruimte

Groen in het AUP Kenmerkend voor het AUP is de ruimtelijke opzet met een nauwe verwevenheid van de bebouwde en onbebouwde ruimte. De groenstructuur als aaneengeschakelde ruimte speelt daarin een belangrijke rol. Deze is opgebouwd als een getrapt systeem waarbij het buiten de stad gelegen landschap en natuurschoon is verbonden met het groen in de woonwijken: van de omringende natuur- en cultuurgebieden via de groene lobben naar openbaar groen voor actieve en passieve recreatie – zoals sportvelden, school- en volkstuinen en stads-, wijk- en buurtparken – en dan via plantsoenen en groen langs (hoofd)verkeerswegen en waterlopen naar buurt- en woonstraten, semiopenbare groene hoven en particuliere tuinen. De groene hiërarchie ondersteunt in de tuinsteden de hiërarchie van het verkeerssysteem, die bestaat uit een opklimmende reeks van voetpad, woonstraat, buurtstraat, wijkweg en stadsstraat. Deze nauwe relatie tussen groen en infrastructuur zou bewoners de mogelijkheid bieden om vanuit de woning tot aan het open landschap in een groene omgeving te verblijven en vice versa. In vergelijking met de groenaanleg en het verkeerssysteem in de vooroorlogse stad is juist de ‘tussenschaal’ onderscheidend voor de tuinsteden. De toepassing van groenstrook, parkstrook, buurtstraat en wijkweg met beplanting zorgt voor een ruimtelijke schakeling die cruciaal is voor het karakter van de AUP-wijken.

Als die schakeling goed is vormgegeven, ervaar je de logische en geleidelijke verbinding van je eigen buurt met het grotere geheel van stad en landschap, en het licht, de lucht en de vrijheid, waar de tuinsteden voor bedoeld waren. Groen in Buitenveldert Ook in Buitenveldert is de karakteristieke hiërarchisch opgezette groenstructuur aanwezig en vormt die een belangrijk onderdeel van de orthogonale ruimtelijke structuur in de wijk. Vrijwel alle straten, pleinen, parken en oevers in Buitenveldert bevatten bomen, wat in hoge mate bijdraagt aan de groene beeld- en belevingskwaliteit waar Buitenveldert bekend om staat. Wat Buitenveldert in vergelijking met de westelijke tuinsteden bijzonder maakt en een geheel eigen karakter geeft, is de lage bebouwingsdichtheid en de ligging tussen verschillende groene buitengebieden. Het resultaat is een open bebouwing in een heel groene wijk. In Buitenveldert is het groene netwerk simpeler en eenduidiger vormgegeven, en meer gekoppeld aan de andere structuurlijnen. In Buitenveldert is niet zoals in Nieuw-West een gelaagd systeem van parkstroken, pleinen en plantsoenen op buurtniveau. Meer ook dan in de Westelijke Tuinsteden zijn in Buitenveldert de hoofdlijnen van het polderlandschap van de Binnendijkse Buitenveldertsche Polder in het ontwerp van de wijk meegenomen. Dit is met name nog herkenbaar in de opbouw

52

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

van oost-west stroken en aan de belangrijkste groene lijnen in Buitenveldert, de Kalfjeslaan en het Gijsbrecht van Aemstelpark, die op de oorspronkelijke lijnen van de polderontginning liggen.

Uitsnede van de Ordekaart AUP met daarop de groenstructuur aangegeven. Bron: maps.amsterdam.nl.

Verbinden van groene schakels Het overvloedig groene karakter van de wijk wordt gevormd door enerzijds de groene hoofdstructuur van de oost-west georiënteerde parkstroken van de Kalfjeslaan en het Gijsbrecht van Aemstelpark en anderzijds door de royale profielen van de buurtstraten, die in tegenstelling tot de buurtstraten in Amsterdam-West vaak als laan zijn uitgevoerd. De grootse parkstroken van het Gijsbrecht van Aemstelpark en de Kalfjeslaan zijn bovendien ook nog eens gecombineerd met de hoofdwaterstructuur, en grotendeels met de verkeerswegen. De parkstroken verbinden het Amstelpark en de Amstel met het Amsterdamse Bos en hebben daardoor een logische recreatieve verbindingsfunctie. Het geschakelde groensysteem staat of valt bij de manier waarop de verschillende hiërarchische onderdelen met elkaar worden verbonden. De manier van doorkoppelen van het groen in Buitenveldert door de toepassing van tussenelementen, zoals groenstroken en plantsoenen, is ruimtelijk gezien cruciaal voor het groene karakter van de wijk. Op meerdere plekken in Buitenveldert is deze schakeling goed vormgegeven en ervaar je de geleidelijke verbinding van buurt met het grotere groene geheel. Groene hoofdstructuur Buitenveldert wordt ten oosten, zuiden en westen begrensd door natuurlijke flanken: de Amstelscheg met het Amstelpark, de Kalfjeslaan of het Kleine Loopveld en het Amsterdamse Bos.

Ten zuiden van Amsterdam is Amstelveen voor een deel tegen de grens van Buitenveldert

53

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

aangegroeid, waardoor het landelijk karakter alleen nog een het oostelijk deel van de Kalfjeslaan echt aanwezig is. 3 Vanuit de grote groengebieden vertakt het groen verder de wijk in. Belangrijke schakels in dat systeem zijn drie oost-west georiënteerde elementen, waarvan het Gijsbrecht van Aemstelpark de grootste en belangrijkste vormt. Dit wijkpark scheidt het noordelijk en zuidelijk deel van Buitenveldert en fungeert als een groene corridor tussen het Amstelpark en het Amsterdamse Bos. Een pad dat alle verschillende delen van het park met elkaar verbindt wordt gevormd door Moersbergen en Enzerinck. Aan de noordzijde van het park wordt parallel aan het pad in het park een pendant gevormd door Hinderstein en De Kamp, een wandelpad en lange zichtlijn evenwijdig aan het park. Ter hoogte van de kruising met de Buitenveldertselaan maakt het Gijsbrecht van Aemstelpark een knik. Daar gaat het pad in het park over in een pad ten zuiden van het westelijk parkdeel, terwijl het parallelle pad in de wijk, De Kamp, overgaat in Cannenburg dat weer in het park komt te liggen. Zo worden de twee delen van het park letterlijk met de rest van de wijk verbonden. De overgang van het park naar het Amsterdamse Bos is een goed voorbeeld van hoe binnen het AUP een wijk vervolgens met het landschap eromheen wordt verbonden.

Brede plantsoenen met doorlopende bomenrijen rond de entree van het Bos en het Bosbaanterras verknopen het Bos met de westelijke kant van het Gijsbrecht van Amstelpark en met de Van Nijenrodeweg.

De singel met groene oevers ten noorden van de Arent Janszoon Ernststraat vormt een lange zichtlijn.

Een tweede element is de singel met groene oevers tussen de Arent Janszoon Ernstraat en de De Boelelaan, die in het westen splitst en het VU-terrein omkadert. Deze vormt als het ware een 3 Het Amstelpark en het middendeel van het Gijsbrecht van Aemstelpark zijn beschermd als respectievelijk gemeentelijk en

rijksmonument. Voor een uitgebreide beschrijving van deze parken en van het Amsterdamse Bos wordt verwezen naar de redengevende omschrijvingen van de monumenten en naar de cultuurhistorische verkenningen Amstelpark (2022), Gijsbrecht van Aemstelpark (2015) en Tussen natuur en ontspanning. Cultuurhistorische verkenning Amsterdamse Bos (2016).

54

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

kleinere pendant van het Gijsbrecht van Aemstelpark en lange zichtlijn in het noorden van de wijk. De derde belangrijke groene oost-westverbinding was de ten noorden van de De Boelelaan gelegen strook met sportvelden. Door de aanleg van de Zuid-As is deze grotendeels verdwenen. Ten slotte is ook de noord-zuid lopende en door ruime groenstroken begeleide waterloop aan de oostkant van de Van der Boechorststraat een belangrijke groene schakel en lange zichtlijn. Het ‘knoopt’ het groen van de Kalfjeslaan, het Gijsbrecht van Aemstelpark en de noordelijkste waterloop aan elkaar en trekt dit visueel verder de wijk in. De groene hoofdstructuur wordt op veel punten begeleid of doorkruist door belangrijke routes voor snel en langzaam verkeer. Dit is kenmerkend voor het AUP en het effect is dat op heel veel plekken in de wijk de groene hoofdstructuur zichtbaar is, mede door de daarop afgestemde positionering en hoogte van de bebouwing. Het is op deze punten dat het groen zich verder de wijk in vertakt. Deze overgangen worden vaak begeleidt door een groen accent in de vorm van een plantsoen of – in het geval van een waterloop – een verbreding van de groene oever. Groen langs (hoofd)verkeerswegen Kenmerkend voor het AUP is de toepassing van asymmetrische straatprofielen, waarbij ook de toegepaste beplanting aan beide zijden verschilt.

Zo is dit ook het geval bij de Van Boshuizenstraat en delen van de Buitenveldertselaan, waarbij vaak één zijde is voorzien van een brede groenstrook. Bij de Europaboulevard, de Van Nijenrodeweg en delen van de Buitenveldertselaan is echter geen sprake van een asymmetrisch beplantingsprofiel. Zij zijn opgezet als symmetrische royale lanen met brede groenstroken en meerdere bomenrijen. Een belangrijk gegeven hierbij is dat als deze primaire ontsluitingswegen parallel aan grote groenstructuren liggen of deze doorkruisen. Daar is de beplanting in het wegprofiel ingezet om de ‘sprong’ van het natuurlandschap naar het stedelijk groen of van wijkpark naar bebouwingsvelden te overbruggen. Hierdoor loopt het groen vanuit deze grote groene gebieden als het ware over de weg heen om zich daarna verder te vertakken in de woonwijk. De Van Nijenrodeweg was oorspronkelijk bedoeld om de hoofdingang tot het Amsterdamse Bos via een brug over de Amstel te verbinden met de staddelen ten oosten van de Amstel. Het idee was dat deze weg daardoor vooral het recreatieve verkeer zou dienen dat zijn weg naar het bos zocht. De royale boombeplanting kan in die zin ook worden beschouwd als een vanuit de auto te ervaren prelude op het Amsterdamse Bos.

55

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Het brede profiel van de als royale laan vormgegeven Van Nijenrodeweg met links het Gijsbrecht van Aemstelpark.

Net zoals de brede, door ruime groenstroken begeleide waterlopen vormen ook de door groen omzoomde doorgaande hoofdontsluitingswegen lange (zicht-)lijnen in Buitenveldert. Een bijkomend effect is dat als deze hoge bomen in blad zijn, zij deels ook als visueel en auditief scherm fungeren en zo geluidhinder van verkeer kunnen dempen. Het groen is ook ingezet om de commerciële functies in de wijk met elkaar te verbinden. Van Eesteren pleitte ervoor om de over de wijk verdeelde winkelgroepen met elkaar te verbinden door doorgaande straten, waarvan het profiel onder andere door zeer brede voetpaden en dubbele rijen bomen de betekenis van deze verbindingen tot uitdrukking zou brengen. Het zou voor een aantrekkelijke winkelloop zorgen. De woonstraatprofielen zijn asymmetrisch vormgegeven en per buurt verschilt de uitwerking. Een vast gegeven is wel dat één zijde van de straat doorgaans breder is en is ingevuld als een breed plantsoen met bomen of als een bredere stoep met een of twee bomenrijen. Afhankelijk van de toegepaste verkaveling in een veld varieert de verhouding van straat- en privé groen, alsook de toegepaste beplanting. Op buurtniveau zijn de verkaveling en het stratenplan door middel van een variatie in beplanting geaccentueerd.

(Semi-)openbaar groen De veelvuldig in Buitenveldert te vinden binnenhoven tussen de strook- en haakverkaveling spelen een nadrukkelijke rol in het groene karakter van de wijk. Zij hebben een meer besloten gebruik, maar fungeren wel degelijk als (semi-)openbare, collectieve tuinen voor met name de bewoners van de omliggende blokken. De mate van openheid van de binnenhoven en de zichtbaarheid vanaf de openbare weg hangt samen met de opstelling van de bouwblokken en draagt in grote mate bij aan het groene straatbeeld. De inrichting van de binnenhoven is over geheel Buitenveldert nagenoeg gelijkvormig: een gazon met struiken of bosschages en enkele bomen, rechtlijnige of slingerende paden en vaak met een

56

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

speeltuin en straatmeubilair. De plaatsing van bomen en hagen is net als in West zo ontworpen dat de compositie van de bebouwing wordt ondersteund, door ruimtes te begrenzen of te verbinden. Bij sommige binnenhoven is een deel ingericht als privétuinen die bij de woningen op de begane grond horen. Een laag hek of lage beplanting scheidt de hoven van de openbare weg. Op andere plekken in de wijk wordt openbaar groen in de vorm van een meer bescheiden plantsoen of groenstrook ingezet als een scheiding tussen verschillende bouweenheden of woonvelden. Zo worden de hoogbouwblokken aan de Europaboulevard bijvoorbeeld gescheiden door een groenstrook die is voorzien van een lichte glooiing. De verschillende verkavelingsvelden van de buurt Opveld zijn onderling van elkaar gescheiden door een groenstrook, die op haar beurt werd wordt is geaccentueerd door de plaatsing van de woontoren van zeven bouwlagen. Privétuinen De grondgebonden gezinswoningen in twee of drie bouwlagen en de villa’s hebben privétuinen. Afhankelijke van het woningtype bevinden die zich alleen aan de achterzijde, dan wel aan de vooren achterzijde of zoals bij de villa’s rondom. Daar waar de tuinen van de villa’s en bungalows grenzen aan het Gijsbrecht van Amstelpark en de Kalfjeslaan zorgen deze voor een geleidelijke en natuurlijke overgang in het groensysteem.

Op verschillende plekken in de wijk maken de privétuinen dus onderdeel uit van het straatbeeld en dragen zij bij aan het groene karakter van Buitenveldert. Op historische foto’s is te zien dat de tuinen veelal door een lage tot middelhoge heg van de straat werden gescheiden. Tegenwoordig zijn de tuinen op verschillende plekken met een hoog hek afgeschermd waardoor ter plekke de bijdrage aan het groene karakter enigszins is aangetast.

De aaneenschakeling van Amstelpark, Europaboulevard, de plantsoenen tussen de ‘transparante’ bebouwingsrand met flats van Zanstra, die doorkoppelen via haaks daarop liggende plantsoenen naar de diagonalen van groene, meer besloten binnenhoven van de verspringende haken.

57

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De groen-blauwe lange lijn ten noorden van de A.J. Ernststraat met daaraan gekoppeld de groene binnenhoven met speeltuinen tussen de strookverkaveling. De binnenhoven openen zich ook naar de A.J. Ernstweg, met symmetrische boombeplanting, en bieden schuine doorzichten op de binnenhoven van tegenoverliggende haakverkaveling.

De groene schakels vanuit het Gijsbrecht van Aemstelpark naar de omliggende buurten. De Van Nijenrodeweg is vormgegeven als parkway. Ter plekke hebben de bouwvelden op de noordoosthoeken een doorkoppeling via plantsoenen rond de schoolgebouwen. Ten noorden van het park wordt de tussenschakel gevormd door de groene overhoeken en plantsoenen die aan elkaar geschakeld samen een doorgaande groene strook vormen en naar de meer besloten binnenhoven begeleiden.

58

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De Buitenveldertselaan als lange groene lijn (linksboven) die via het groen aan de Kastelenstraat de buurt ingaat en vanuit daar doorkoppelt naar de binnenhoven. Bijzondere functies, zoals de kerken, liggen midden in het groen.

De Kalfjeslaan vormt een belangrijke, groene oostwest verbinding. Vanuit deze hoofdgroenstructuur is steeds op de zuidoosthoeken van de bebouwingsvelden een doorkoppeling gemaakt de buurt Opveld in, via een buurtplantsoen dat aantakt op de groenbeplanting in de buurtstraten.

Sport en spel Binnen het AUP werd een prominente rol weggelegd voor ontspanning en recreatie. Parken, ruimten voor sport en spel en andere terreinen en gebouwen voor vrijetijdsbesteding speelden daarin een belangrijke rol. Passend bij de behoeftes van de wijkbewoners en voor elke leeftijdsgroep, van dreumes tot bejaarde, werden verschillende vormen van actieve en passieve recreatie onderscheiden, die elk een eigen sfeer en vormgeving kregen. Jacoba Mulder vestigde de bijzondere aandacht voor speelplekken in het AUP. Aldo van Eyck ontwierp de speelplaatsen en de toestellen. De groenaanleg en beplantingskeuze werd daarbij ingezet om de recreatieve functie binnen de grote stedenbouwkundige structuur te duiden, ruimtelijk in te bedden en de beoogde sfeer vorm te geven. Voor de jongste kinderen (1-6 jaar) werden speelplaatsjes in de binnenhoven van de strook- of haakverkaveling geplaatst, voorzien van zandbakken, speeltafels en klimtoestellen. Zo hoefden de peuters en kleuters uit de omwonende blokken. De oudere jeugd had de beschikking over trapveldjes en grotere speeltuinen, met de Robinson-speelplaats als bijzonder type dat de

59

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

gelegenheid bood tot ongeorganiseerd, avontuurlijk spel in een ruige, natuurlijke setting. Daarnaast waren er voor de adolescenten en volwassenen sportvoorzieningen, zoals voetbalvelden, volleybal- en tennisbanen.

Een van de Van Eyck-speelplaatsen in een serie van speelplaatsen aan de Arent Janszoon Ernststraat.

In Buitenveldert is het onderscheid in sport en spelmogelijkheden voor de verschillende leeftijdsgroepen helder uitgewerkt. In de wijk waren 36 Van Eyck-speelplaatsjes voor de jongste kinderen aanwezig. Met name in Buitenveldert-zuid zijn deze bijna geheel verdwenen. Aan de A.J. Ernststraat is een aantal groene hoven ontworpen door Mien Ruys. Daar is nog een serie van speelplaatsjes aanwezig, die op een unieke manier zijn ingebed in de stedenbouwkundige opzet van Buitenveldert. De speelplaatsjes zijn ontworpen in samenhang met de openbare ruimte en de stedenbouwkundige structuur. Het samenhangend ontwerp van gebouw, groen en openbare ruimte is terug te vinden tot op het niveau van de speelplekken. In het Gijsbrecht van Aemstelpark zijn speelweides voor de oudere jeugd opgenomen. Jakoba Mulder pleitte voor een Robinson-speelplaats in het park, maar die kwam er niet. Voor volwassenen zijn er bloementuinen en andere recreatieve elementen in het park. Met de modernistische vormentaal en gevarieerde opzet illustreert het Gijsbrecht van Aemstelpark duidelijk de wijze waarop ook binnen een wijkpark het getrapte groensysteem en de onderverdeling in actieve en passieve recreatie is vormgegeven. Parkeren Bij de bouw van Buitenveldert was voorzien dat het merendeel van de huishoudens een auto zou hebben.

Er werd dan ook extra aandacht besteed aan de behoefte om met de auto tot aan de voordeur van de woning te kunnen komen en deze bij de woning te kunnen parkeren. De drive-in woningen zijn een bijzondere oplossing om de auto direct bij, in dit geval onder het huis te kunnen parkeren. Bij andere laagbouw is het parkeren op diverse manieren opgelost, zoals een oprit of

60

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

garage naast de woning, een parkeerveld tussen strokenbouw in of een strook garages op de kop. Bij de middelhoogbouw in haak- en strookverkaveling bevindt zich tussen de bouwblokken een versteend openbaar gebied met parkeerplekken. In Buitenveldert-noord is daar op de kop dan nog een strook met garageboxen geplaatst. Parkeervelden en stroken met garageboxen zijn bij de hoogbouw aanwezig. De parkeervelden aan de Europaboulevard, die niet alleen zijn voor de bewoners van de daar gelegen hoogbouw, maar ook voor de bezoekers van de toenmalige Floriade, zijn verdiept aangelegd en liggen zodoende ca. een halve meter onder het maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788634/1