CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage GOP 2_2025_10 CHV Buitenveldert.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 15 april 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Gebiedsgericht Omgevingsprogramma Buitenveldert (GOP Buitenveldert) (VN2026-000933)20.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buitenveldert Cultuurhistorische verkenning September 2025 Amsterdam

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Inhoud Inhoud ............................................................................................................................................ 3 1

Inleiding.................................................................................................................................. 4

2

Samenvatting, waardering en aanbevelingen ......................................................................... 5 2.1

Samenvatting en conclusie................................................................................................ 5

2.2

Waardering ................................................................................................................... 8

2.3

Aanbevelingen ................................................................................................................. 11

3

Beleidskader .......................................................................................................................... 14

4

Historisch stedenbouwkundige context ................................................................................. 15 4.1

5

Ontwikkelingsgeschiedenis .............................................................................................. 15

4.1.1

Voorgeschiedenis .................................................................................................... 15

4.1.2

Planontwikkeling Buitenveldert............................................................................... 18

4.1.3

Uitvoering Buitenveldert ......................................................................................... 21

4.1.4

Latere ontwikkelingen ............................................................................................ 36

Historisch stedenbouwkundige analyse .................................................................................38 5.1

Stedenbouwkundige structuur .........................................................................................38

5.2

Architectuur en typologie................................................................................................ 44

5.3

Groen en openbare ruimte .............................................................................................. 52

6

Cultuurhistorische aspecten ................................................................................................. 62

7

Ordewaardering ................................................................................................................... 65 7.1

Bebouwing ...................................................................................................................... 66

7.2

Monumenten .................................................................................................................. 69

7.3

Overige elementen ......................................................................................................... 69

Bronnen ........................................................................................................................................ 73

3

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

1

18 september 2025 Definitief

Inleiding

Buitenveldert is een wijk in het Amsterdamse stadsdeel Zuid. Dit stadsdeel kent drie gebieden: Oud-Zuid in het noordwesten, De Pijp en Rivierenbuurt in het noordoosten en in het zuiden de Zuidas en Buitenveldert. De wijk Buitenveldert ligt ten zuiden van de A10 en wordt in het noorden begrensd door het VU-kwartier en de Zuidas-Zuid, ten oosten door de Amstel, ten zuiden door de Kalfjeslaan en ten westen door de Amstelveenseweg. De wijk is als laatste onderdeel van het Amsterdamse Uitbreidingsplan (AUP) in twee fase gerealiseerd tussen 1955 en 1966. Het bestuur van Stadsdeel Zuid heeft Monumenten en Archeologie (M&A) verzocht om de ruimtelijke en erfgoedkwaliteiten van Buitenveldert in beeld te brengen. Het heeft geresulteerd in dit rapport met een uiteenzetting van de ontstaansgeschiedenis en een typering van de in het gebied aanwezige en te beschermen bovengrondse cultuurhistorische waarden. Het Amstelpark, Gijsbrecht van Aemstelpark en het VU-terrein worden beknopt behandeld, omdat deze al uitgebreid zijn beschreven en gewaardeerd in de CHV’s Amstelpark (2022), Gijsbrecht van Aemstelpark (2015) en Kenniskwartier / VU-terrein (2012).

De begrenzing van het te onderzoeken gebied Buitenveldert. Bron: City Data Amsterdam, luchtfoto 2023.

4

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

2

Samenvatting, waardering en aanbevelingen

2.1

Samenvatting en conclusie

18 september 2025 Definitief

De wijk Buitenveldert bevindt zich in stadsdeel Amsterdam-Zuid. De wijk werd als laatste onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan aangelegd tussen 1955 en 1966. De opzet van de wijk volgt de principes van het AUP. Hierbij werden gedetailleerd sociaal en wetenschappelijk onderzoek en bevolkingsgroeiprognoses gebruikt om de vier hoofdfuncties - wonen, werken, recreatie en verkeer - ruimtelijk in relatie tot elkaar te ordenen. Bovendien was er maximale aandacht voor toetreding van lucht, licht en ruimte bij het ontwerpen van de wijk en woningen. Wat Buitenveldert onderscheidt van andere AUP-wijken is de ambitie om een nog ruimer opgezette wijk te realiseren voor de welgestelde Amsterdammer die steeds vaker uitweek naar ’t Gooi. Het resultaat is een wijk met woonvormen die luxe bouw benaderen (villa’s, eengezinswoningen en lage etagebouw, reeksen (galerij) flats op een tweelaagse plint met kantoor- en bedrijfsruimten en kostbare torenhoogbouw als luxe woningbouwvariant), een lagere bebouwingsdichtheid en dus meer groen, nieuwe woningtypes die rekening houden met hoog autobezit (drive-in woningen), particulier opdrachtgeverschap en particuliere bouwondernemingen, en de opbouw van laag naar hoog als geleidelijke overgang tussen natuurlandschap en stad.

Buitenveldert kent de voor het AUP kenmerkende stedenbouwkundige structuur die bestaat uit een samenhangend systeem van hoofdverkeerswegen, groenstructuren met waterlopen en bebouwingsvelden. In Buitenveldert is die echter heel gebiedsspecifiek uitgewerkt, vanwege de ambities die voor de nieuwe zuidelijke uitbreiding werden gesteld. Anders dan de Westelijke Tuinsteden, onderscheidt Buitenveldert zich door een lagere bebouwingsdichtheid, grotere variatie in verkaveling, bouwhoogtes en woonvormen. Samen met de ruime en zorgvuldig uitgewerkte groene opzet van de wijk, de nadere invulling daarvan met bebouwing, de functiemenging, de kwaliteit van de voorzieningen en van de woningen, die groter en beter zijn gebouwd dan die in de andere tuinsteden, draagt dit alles nog steeds bij aan de stedenbouwkundige kwaliteit van Buitenveldert. De wijk heeft een duidelijke hiërarchie van wegen en is opgebouwd in een orthogonaal patroon van oost-west en noord-zuid gerichte lijnen, met het Gijsbrecht van Aemstelpark als centrale groene corridor tussen de Amsteloever en het Amsterdamse Bos. De meest toegepaste verkavelingsvormen zijn strook- en haakverkaveling. Daarnaast toont de wijk variatie in (luxe) woningtypes, met villa’s, patiowoningen, drive-in woningen en hoogbouw als stedenbouwkundige accenten. De hoogbouw heeft een alzijdige oriëntatie en markeert het silhouet van een buurt.

5

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De architectuur van de AUP-wijken weerspiegelt de naoorlogse woningbouwbehoeften en het functionalisme, met sobere, doelmatige ontwerpen, weinig ornamentiek, neutrale kleuren en repetitieve bouwvolumes. In Buitenveldert zijn de architectuureenheden niet altijd gelijk aan de verkavelingseenheden. Buitenveldert bestaat uit vijf woonbuurten, elk met een eigen ruimtelijke opbouw, stedenbouwkundig karakter en architectonische uitwerking: De buurt Arent Janszoon Ernststraat e.o. bevat vooral sociale woningbouw, portiek- en galerijwoningen van vier bouwlagen in een strook- of haakverkaveling. Met name aan de A.J. Ernstraat bevinden zich voorzieningen in de plint. Hoogbouw langs de hoofdwegen De Boelelaan en Europaboulevard vormen accenten, die zijn ontworpen door onder andere C.B. van der Tak en P. Zanstra. Het winkelcentrum Gelderlandplein is hier centraal gelegen. Cannenburg – Herinkhave e.o. valt op door zijn kleinschalige laagbouwkarakter met in particulier opdrachtgevershap gebouwde villa’s, bungalows, patiowoningen en geschakelde woningen, van diverse architecten, zoals Van Bodegraven en het echtpaar Hartsuyker. De buurt bevat ook twee kerken van Rietveld, Van Dillen en Van Trigt, en Hupkes. De wijk vormt een overgang tussen de bebouwing van de VU en het westelijk deel van het Gijsbrecht van Aemstelpark. Soetendaal e.o.

toont een combinatie van laag- en hoogbouw, in verschillende verkavelingstypes. Het gebied omvat villa’s aan de zuidzijde, galerijflats aan de westzijde en hoogbouw aan de Van Nijenrodeweg, die is ontworpen door P. Zanstra. Ook het Christelijk Lyceum Buitenveldert bevindt zich hier. Opveld e.o. bestaat uit vijf velden met rijtjeshuizen, drive-in woningen en enkele torenflats naar ontwerp van Zanstra. Langs de Van Boshuizenstraat staan haakvormige woongebouwen met drive-in woningen. De Kastelenbuurt, als eerste opgeleverd, is opgebouwd uit haakverkaveling. De Kastelenstraat vormt de centrale as met gemengde woon-winkelgebouwen. Aan de Van Nijenrodeweg bevinden zich galerijflats van Dudok en woontorens met kantoren van Brakel en Buma. De buurt bevat ook drie kerken van Duintjer, Rothuizen en ’t Hoof, en Brenninkmeijer. In Opveld en Kastelenbuurt neemt de bouwhoogte toe van zuid naar noord, wat een geleidelijke overgang vormt tussen het landschap en het stedelijk gebied. De belangrijkste groene structuren omvatten het Gijsbrecht van Aemstelpark, een groene corridor tussen het Amstelpark en het Amsterdamse Bos, evenals andere oost-west-georiënteerde groenverbindingen zoals de Kalfjeslaan. De als parkways vormgegeven hoofdverkeersroutes trekken het groen visueel verder de wijk in.

De symmetrische straatprofielen van deze verbindingen, met vaak bomenrijen in het midden en/ of aan beide zijden van de rijbanen, zorgen voor een naadloze overgang van natuur naar stedelijk groen.

6

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Daarnaast speelt groen een rol in de asymmetrische woonstraatprofielen, waarbij brede plantsoenen en bomenrijen aan één zijde van de rijbanen het straatbeeld bepalen. Privétuinen en de veelvuldig toegepaste semiopenbare binnenhoven spelen eveneens een nadrukkelijke rol in het groene karakter van de wijk. Sport, ontspanning en recreatie hebben veel aandacht gekregen, met door de wijk verspreide speelplaatsen en sportvoorzieningen voor verschillende leeftijdsgroepen. Cultuurhistorische aspecten Buitenveldert heeft een rijke cultuurhistorie met bekende bewoners, zoals Joop den Uyl en Cornelis van Eesteren. De wijk trok in de jaren 1960 veel Joodse gezinnen aan, die na de oorlog een nieuwe, moderne woonomgeving zochten. Zij vestigden zich in de buurt van Joodse voorzieningen in Amsterdam-Zuid, zoals synagogen en scholen, die later naar Buitenveldert verhuisden. Daarnaast woont sinds de jaren 1970 een grote Japanse gemeenschap in Buitenveldert, aangetrokken door de vestiging van Japanse bedrijven in Amsterdam, waaronder de Bank of Tokyo en hotelketen Okura. De groeiende Japanse gemeenschap heeft geleid tot een aanbod van Japanse winkels en restaurants. De zichtbare culturele diversiteit draagt bij aan de unieke identiteit van Buitenveldert.

Conclusie Buitenveldert heeft een aantal kenmerkende aspecten die haar zowel in de AUP-traditie plaatsen als haar daarbinnen een bijzondere plek geeft. Zoals in andere AUP-wijken, wordt ook in Buitenveldert de stedenbouwkundige hoofdopzet bepaald door het stelsel van (hoofd)verkeersaders en het zich door de wijk vertakkende groensysteem met watergangen. Wat Buitenveldert onderscheidt van de Westelijke Tuinsteden is een veel lagere bebouwingsdichtheid, een ruimer gedimensioneerd groensysteem en een rijkere variëteit in patronen van verkavelingstypen, bouwhoogtes en woonvormen. Deze elementen gaan een genuanceerde wisselwerking met elkaar aan en zijn ingezet om vorm te geven aan de overgangen tussen natuurlandschap en stedelijk gebied en tussen groengebieden en bebouwingsvelden. Om de opzet van AUP-wijken te duiden, wordt deze vaak vergeleken met een Schotse ruit. Er is echter geen sprake van zich in alle richtingen herhalende blokken, maar van gebiedsspecifieke uitwerkingen. De wijk is niet uniform, maar opgebouwd uit vijf verschillende buurten die elk een eigen karakter en kwaliteit hebben. Dat komt omdat de bebouwingsvelden zijn ingevuld met verschillende verkavelingsvormen, woningtypen en bouwhoogtes. Doordat de wijk als geheel is ontworpen, heeft zij toch een sterke ruimtelijke samenhang tussen groen, bebouwing, water en infrastructuur.

Dat komt omdat de verschillende bouwvelden op belangrijke schakelpunten in de stedenbouwkundige structuur in elkaar overgaan en elkaar overlappen. Het zijn juist deze ‘weeffouten’ in de Schotse ruit die Buitenveldert tot een zeer precies doordachte en evenwichtige stedenbouwkundige compositie maken. Het is binnen het AUP een wijk waarin in optima forma een heldere, ruime stedenbouwkundige structuur, met zorgvuldig gepland en royaal opgezet groen en een variatie aan buurtsferen en woonvormen samenkomen.

7

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De stedenbouwkundige opzet is, ondanks latere ontwikkelingen zoals nieuwbouw op het vrijgekomen terrein van de voormalige Rijksweg A3 en de komst van de Zuidas, nog steeds zeer helder en herkenbaar.

2.2

Waardering

Het plan op hoofdlijnen voor Buitenveldert van Van Eesteren is onder leiding van Jakoba Mulder in twee delen nader uitgewerkt: het zuidelijk en noordelijk deel. De wijk is ook in twee fases uitgevoerd. Echter, de wijk is als een stedenbouwkundige eenheid ontworpen. De stedelijke hoofdopzet van groen, water, infrastructuur en bebouwingsvelden is integraal ontworpen, waarbij deze stedelijke hoofdstructuur, de inrichting van de openbare ruimte, groenaanleg en bebouwingsbeeld zeer nauw met elkaar zijn verweven. De volgende karakteristieken en elementen kunnen gezien worden als ruimtelijke dragers die de wijk haar identiteit verlenen. Als het niet verder is gespecificeerd, geldt de waardering voor alle buurten van Buitenveldert. Stedenbouwkundige opzet/verkaveling •

Buitenveldert is een essentieel en zeer geslaagd onderdeel van het AUP, waarbij is gestreefd de vier hoofdfuncties – wonen, werken, recreëren en verkeer – ruimtelijk in relatie tot elkaar te ordenen, en waarbij de uitgangspunten bij het ontwerpen van de wijk en woningen de toetreding van lucht, licht en (groene) ruimte waren. Hieraan gerelateerde waarden zijn:

•

De stedenbouwkundige hoofdstructuur van Buitenveldert is helder opgezet en vergelijkbaar met andere AUP-wijken. Kenmerkend en van hoge waarde zijn de: -

inzet van groen, water en infrastructuur als principieel bepalende elementen voor de hoofdopzet;

-

bouwvelden daartussen die verschillend zijn uitgewerkt;

-

manier waarop verkavelingen binnen een bouwveld zijn gecombineerd

-

wijze waarop de verschillende elementen van de ruim opgezette en alom aanwezige groeninrichting aan elkaar zijn gerelateerd.

•

Vijf buurten met elk een eigen karakter en bijzondere kwaliteit van de ruimtelijke relaties en evenwichtige verhoudingen tussen bebouwd en onbebouwd (de groenvoorzieningen, waterlopen en infrastructuur).

•

De wijk kent zorgvuldig gecomponeerde overgangen tussen landschap-stad, groenbebouwing en verschillende bebouwingsvelden/buurten. Dit is zichtbaar aan: -

de ritmische compositie van laag- via middel- naar hoogbouw van zuid naar noord, die zorgt voor een rustig beeld;

-

het doorzetten van groen over doorgaande wegen heen om zo de ruimtelijke relatie met de aan de randen en in het centrum van de wijk gelegen groene hoofdstructuur te verankeren

8

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

-

18 september 2025 Definitief

het doorzetten van verkaveling tussen verschillende bebouwingsvelden over doorgaande wegen heen om zo de ruimtelijke relatie tussen de verschillende buurten te verankeren;

-

maatschappelijke voorzieningen, zoals (kleuter)scholen, kerken en speelterreinen liggen vrij in het groen en markeren overgangen tussen bebouwingsvelden/buurten.

•

Functiemenging van werken (kantoor) en wonen (appartementen) in luxe hoogbouwtorens en -schijven, die op strategische punten en als stedenbouwkundig accent een begeleiding van hoofdverkeerswegen vormen.

•

Winkelgebieden met elk een eigen sfeer en bijzondere verkavelingsvorm/typologie (Kastelenstraat).

Luchtopname in noordwestelijke richting vanuit de zuidoostelijke hoek van de wijk. Op de voorgrond in het midden een deel van de buurt Opveld e.o. met noordelijk daarvan (op deze foto rechts) de Kastelenbuurt. Midden de Buitenveldertselaan met westelijk daarvan (op deze foto boven) de buurt Soetendaal e.o. (1970). Bron: Stadsarchief Amsterdam (SAA), Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening en rechtsvoorganger: foto's, 010009015681.

Openbare ruimte, groen en water Buitenveldert kent een ruim opgezet en zorgvuldig uitgewerkt groensysteem, met een consequent doorgevoerde keuze en hoeveelheid beplanting, mate van openheid en continuïteit, afstemming van het groen met architectuur, de bebouwingstypen en de openbare ruimte, en overgangen van privé- naar openbaar groen.

9

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Het groensysteem in Buitenveldert is goed onderhouden en sinds de aanleg niet op grote lijnen veranderd. De voor het AUP kenmerkende, modernistische ontwerpprincipes (asymmetrie, geometrische vormen, regelmaat, gebruikmaken van groencompartimenten, differentiatie en soberheid) en de functionalistische ontwerptaal (herhaling van gekoppelde geometrische, rechthoekige vormen) is duidelijk afleesbaar. Hieraan gerelateerde waarden zijn: •

Buitenveldert heeft een ruime, open opzet waardoor de openbare ruimte met de groenstructuur en waterlopen ook royaler is vormgegeven en het aanzien van de wijk in grote mate bepaalt.

•

Buitenveldert wordt omringd door drie waardevolle groengebieden – Amstelscheg met het Amstelpark, het Kleine Loopveld met de Kalfjeslaan en het Amsterdamse Bos – met elk een eigen sfeer, waar de aangrenzende bebouwing in maat en verkavelingsopzet op aansluit.

•

In het AUP vormt het doorlopend groen samen met het grid van verkeerswegen en waterlopen de grondslag voor ruimtelijke continuïteit. In Buitenveldert vallen deze aspecten op enkele belangrijke punten op bijzondere wijze samen: -

De bomenrijen aan de Europaboulevard die het Amstelpark visueel met de wijk verbinden, die vervolgens via de loodrecht op de Europaboulevard gelegen plantsoenen tussen de torenflats verder de wijk in vloeit.

-

De bomenrijen aan de Van Nijenrodeweg die het Gijsbrecht van Aemstelpark visueel met Buitenveldert-zuid verbindt, maar ook als ‘prelude’ op het Amsterdamse Bos dient.

-

De kruising van de Buitenveldertselaan met het Gijsbrecht van Aemstelpark en de wijze waarop het parkgroen door middel van de dubbele bomenrijen over de weg ‘heen wordt getrokken’.

-

De zichtlijnen vanuit de wijk op en parallel aan de parken, die bijdragen aan de visuele continuïteit van het groensysteem en het zo mogelijk maken om het AUPprincipe van bebouwing in een groene doorlopende ruimte ook daadwerkelijk als één samenhangend geheel waar te kunnen nemen.

•

Er is sprake van een ruimtelijk en functioneel onderscheid in verkeerswegen dat ook zichtbaar is in het beplantingsprofiel: de belangrijkste doorgaande wegen hebben een breed profiel met een symmetrisch boombeplantingsprofiel, buurtontsluitingswegen en winkelstraten hebben een minder breed profiel en woonstraten hebben een smal profiel, beide met een asymmetrisch boombeplantingsprofiel. De consequent doorgevoerde verschillen in vormgeving van de wegen draagt bij aan de identiteit van de verschillende buurten, fungeert als oriëntatiepunten in de wijk en creëert logische routes voor voetgangers, fietsers en voertuigen.

•

Grote hoeveelheid kunstwerken die bijdraagt aan de sfeer in de wijk.

•

Een grote hoeveelheid speelplaatsen, doorgaans in (opeenvolgende) binnenhoven gelegen en in hun inpassing een nadrukkelijk onderdeel van de gehele groenstructuur.

10

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De aaneenschakeling van Amstelpark, Europaboulevard, de plantsoenen tussen de ‘transparante’ bebouwingsrand met flats van Zanstra.

Bebouwingsbeeld/architectuur Vanwege het werken met supervisoren kon de architectonische continuïteit door de gehele wijk worden bewerkstelligd, ondanks dat de vijf buurten verschillen qua toegepaste verkavelingen en woningtypologieën. Hieraan gerelateerde waarden zijn: •

Buitenveldert toont een samenhang in bebouwingsbeeld en architectuur zonder monotoon te worden. De verschillende buurten vormen als het ware een eenheid in hun verscheidenheid.

•

De architectuur van Buitenveldert is sober en terughoudend, met een heldere hoofdvorm en vrij vlakke gevels die geleding en ritme krijgen door elementen als galerijen, balkons en trappenhuizen. Bijzonder in Buitenveldert is dat de architectuureenheden niet altijd naar ontwerp van één architect zijn.

•

Met name Buitenveldert-zuid en de villawijk ten zuiden van de VU wordt gekenmerkt door een bovengemiddeld hoge architectonische kwaliteit, die ook inhoudt dat er daar meer bijzondere woontypologieën en voor de bouwtijd luxe woonvormen zijn gebouwd.

2.3

Aanbevelingen

In het kader van de Omgevingsvisie 2050 en de uitvoering van de Ontwikkelstrategie 2035 is er voor Buitenveldert een Gebiedsomgevingsgericht Ontwikkelprogramma (GOP) in de maak. Daarin wordt verkend of en waar mogelijkheden zijn voor verdichting, het transformeren van bestaande gebouwen en groen, het versmallen van wegen en het vernieuwen en/of toevoegen van voorzieningen. Op basis van de in Buitenveldert aanwezige cultuurhistorische waarden adviseert MenA het volgende wat betreft de nadere uitwerking van het GOP:

11

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

•

18 september 2025 Definitief

In Buitenveldert zijn groen, water, infrastructuur en gebouwen op een logische en harmonieuze manier aan elkaar gerelateerd. Dit zorgt voor een gevoel van eenheid en samenhang in de wijk en een natuurlijke overgang naar de om de wijk gelegen gebieden. Het is van belang om deze ruimtelijke continuïteit te bewaren en geen ingrepen te doen die voor een abrupte breuk in de stedelijke hoofdopzet, het bebouwingsbeeld, de inrichting van de openbare ruimte of het groensysteem zorgen.

•

De kenmerkende stedenbouwkundige hoofdopzet is het beste beleefbaar in de kern van de wijk. Ontwikkelingen op de hoeken of aan de randen van de wijk hebben de voorkeur, omdat deze ingrepen minder impact hebben op de stedenbouwkundige hoofdopzet van de wijk. Verdichting is denkbaar in Bolestein (aan de Amstelveenseweg), in de noordelijke strook die tegen de Zuidas aanligt, in de noordoostelijke hoek van Buitenveldert en in het voormalige tracé Rijksweg A3, hoewel er bij het laatste voor moet worden gewaakt dat er geen scheiding tussen oost en west van Buitenveldert ontstaat.

•

Bij verdichting in welke vorm dan ook is het volgende van belang: -

Houdt rekening met het groensysteem dat de wijk dooradert en zet dit niet zomaar dicht, omdat hierdoor een breuk in de groene schakels kan ontstaan, waardoor de ruimtelijke en visuele continuïteit van het groensysteem niet meer overeind blijft.

-

Houdt het hoogteverloop van de bebouwing in het oog, zodat dit niet uit balans raakt door erg hoge optoppingen, nieuwbouw in afwijkende hoogte of verkaveling.

•

De architectuur- en verkavelingseenheden zijn kenmerkend voor AUP-wijken en bezitten daarmee cultuurhistorische waarde. Respecteer de verkavelingseenheden als geheel, met name de verkavelingseenheden die een hoge waardering hebben gekregen (C+D; een tussenwaardering voor Verkaveling en Tuinstadkarakter van 4 of 5 punten, de hoogste waardering)1. Om deze karakteristieke opzet te behouden, is het van belang dat bij wijzigingen aan de bebouwing – zoals volumevergroting of sloopnieuwbouw – de samenhang binnen een verkavelingseenheid en/of architectuureenheid behouden blijft. Voor de hooggewaardeerde verkavelingseenheden is het bovendien van belang om de bestaande volumecompositie te behouden. Zo blijft het grotere stedenbouwkundige beeld overeind. Het verdient aanbeveling om in het GOP in te gaan op deze systematiek, zodat er in de toekomst rekening mee gehouden kan worden.

•

Bij het transformeren van de infrastructuur en de voorzieningen, is het van belang rekening te houden met de specifieke hiërarchische opzet die Van Eesteren hiervoor in Buitenveldert heeft bedacht en hoe deze in straatprofiel is uitgevoerd. Een concept als de ‘stadsstraat’ met zijn eigen karakteristieken is lastig verenigbaar met de waarden en

1 In hoofdstuk 5 zijn de verkavelingseenheden aangegeven en in hoofdstuk 7 de waarderingen op de ordekaarten.

12

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

kwaliteiten van Buitenveldert. Open verkaveling, doorlopend groen en asymmetrische straatprofielen zijn karakteristiek voor het AUP en moeten door wijzigingen in de infrastructuur en de winkelvoorzieningen niet worden dichtgezet.

13

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

3

18 september 2025 Definitief

Beleidskader

Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Dit gebeurt door inventariseren en analyseren van het erfgoed dat binnen de gemeente aanwezig is. Op basis daarvan neemt de gemeente een toereikend beschermingsregime in het omgevingsplan op. Dit gebeurt met name op basis van de instructieregels in artikel 5.130 (behoud cultureel erfgoed) en artikel 5.131 (behoud werelderfgoed) van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Verder kan de wijze waarop de toedeling van functies aan locaties plaatsvindt in het omgevingsplan, of waarop daarin activiteiten worden benoemd of regels gesteld, ook niet los worden gezien van algemene (rijks)regels en de internationale verdragen over cultureel erfgoed. Op provinciaal niveau zijn instructieregels omtrent cultuurhistorie vastgelegd in de Omgevingsverordening NH2022 in Subparagraaf 6.2.5.2 (Bijzonder provinciaal landschap) en Subparagraaf 6.2.5.3 (Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde). Daarnaast bestaat er de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie. Dat is een geografische uitwerking van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (Omgevingsverordening NH2022 Artikel 6.69).

Voor Amsterdam komt het verankeren van de cultuurhistorie in het proces van ruimtelijke ordening en transformatieopgaven ook aan bod in de Beleidsnota ‘Ruimte voor Geschiedenis’ (vastgesteld 13 april 2005), ‘Spiegel van de Stad, visie op het erfgoed van Amsterdam’ (vastgesteld 14 november 2011) en in ‘Erfgoed voor de stad, agenda voor het erfgoed in een groeiend Amsterdam’ (vastgesteld 5 juli 2016). Bovendien is recent de bestuursopdracht ‘Erfgoed in een dynamische stad’ vastgesteld (8 juni 2021).

14

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

4

Historisch stedenbouwkundige context

4.1

Ontwikkelingsgeschiedenis

4.1.1 Voorgeschiedenis Het Algemeen Uitbreidingsplan Aan het begin van de twintigste eeuw maakte Amsterdam een periode van groei door, die stadsuitbreiding op korte termijn noodzakelijk maakte. In 1921 wist Amsterdam een grote hoeveelheid grond te annexeren waardoor grootschalige uitbreiding kon plaatsvinden. Dit zogeheten Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam werd ontworpen door de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken die in 1928 was opgericht om de stadsuitbreiding vorm te geven. Aan het hoofd van deze afdeling stond L.S.P. Scheffer, als onderzoeker was Th.K. van Lohuizen aangesteld en als hoofdontwerper C. van Eesteren. Aan het einde van de jaren dertig voegde architecte J.H. Mulder zich als hoofdontwerper bij het team. Het AUP werd in 1934 met een Nota van Toelichting gepresenteerd en in 1935 officieel vastgesteld. Het was een ‘plan in hoofdzaak’, verder uit te werken in ‘plannen in onderdelen’, waarbij tot aan het jaar 2000 was vooruitgedacht om aan toekomstige eisen te voorzien. Het plan bepaalde de ligging van een reeks uitbreidingsgebieden in de periferie van de stad. Naast de Westelijke Tuinsteden (Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart en Osdorp) werd ook een uitbreiding aan de zuidkant geprojecteerd, dat het latere Buitenveldert werd.

Een belangrijk speerpunt van de planmakers was dat niet esthetische ambities, maar gedegen onderzoek aan de basis van het ontwerp zou liggen. Voordat werd begonnen met het ontwerp van het AUP, werden functies zoals wonen, werken, ontspanning en verkeer grondig geanalyseerd en voorzien van uitgebreide berekeningen van het benodigd aantal vierkante meters. Naast deze functionele benadering van stedenbouwkundige planning was het uit Engeland afkomstige model van de garden city van invloed op het ontwerp. Dit concept behelsde oorspronkelijk het oprichten van zelfvoorzienende en autonome steden in een groen buitengebied. In realiteit werd het concept meer toegepast als een ‘tuinstad’ aan de rand van een bestaande stad, zoals ook in het geval van het AUP gebeurde. Tot slot vormden twee excursies – in 1939 naar Kopenhagen en in 1951 naar Stockholm – belangrijke inspiratiebronnen voor de uitwerking van de verkavelingen en de opzet van de groenstructuur. Het eindresultaat van dit alles was een uitbreidingsplan met een stedenbouwkundige hoofdopzet die wordt bepaald door een rechtlijnig en hiërarchisch opgebouwde verkeers-, groen- en waterstructuur met daartussen bebouwingsvelden. De bebouwingsvelden hebben een fijnmaziger verkeerspatroon en een open verkaveling die is ingebed in het vele openbaar groen.

15

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Uitsnede van de officiële presentatiekaart van het AUP uit 1935, die werd gebruikt bij presentaties van het plan voor politici, burgers en op congressen. Bron: SAA, toegang 10035 Collectie Stadsarchief Amsterdam: kaarten van geheel Amsterdam, inv.nr. 486 Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam.

Vogelvluchtperspectief van het zuidelijke AUP-gebied uit 1936. Bron: Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam, Nota van Toelichting.

16

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De zuidelijke uitbreiding van het AUP Ten zuiden van Amsterdam behoorde de zogeheten Binnendijksche Buitenveldertsche Polder tot de gebieden waar stadsuitbreiding was voorzien. Deze omvangrijke zeventiende-eeuwse polder, oorspronkelijk begrensd door Amstel, Singelgracht, Overtoomse Vaart, Amstelveenseweg en Kalfjeslaan, was met de bouw van De Pijp en de Concertgebouw- en Vondelparkbuurt al een stuk naar het zuiden teruggedrongen. Vervolgens werd in het Uitbreidingsplan Zuid van H.P. Berlage voorgesteld om opnieuw een groot deel van de polder, tot aan de Ringspoorbaan, op te hogen en te bebouwen. Dit plan werd echter maar tot aan het Zuider-Amstelkanaal uitgevoerd. Het resterende gebied tussen het Zuider-Amstelkanaal en de Ringspoorbaan ging onder de noemer Plan Zuider-Amstelkanaal deel uitmaken van de zuidelijke uitbreiding van het AUP. Hiertoe behoorde het gehucht Buitenveldert en de bijbehorende begraafplaats. De nieuw te bouwen wijk ‘Zuid buiten de ringbaan’, later Buitenveldert genoemd, werd ten zuiden van de Ringspoorbaan gepland, tussen Amsterdam en Amstelveen.

Plankaart deelplan Zuider-Amstelkanaal uit 1940. Bron: SAA, toegang 100095, inv.nr. 653.

In december 1940 werd het Plan Zuider-Amstelkanaal vastgesteld. Om de stedenbouwkundige structuur van dit plan goed aan te laten sluiten op het Uitbreidingsplan Zuid en het nog te ontwikkelen Buitenveldert werden de centrale verkeersaders uit het plan Berlage – de Amstelveenseweg, Parnassusweg en de Beethovenstraat – rechtgetrokken om aansluiting te verkrijgen op het rechte stratenplan van Buitenveldert. De door de Amsterdammers zo geliefde Zuidelijke Wandelweg en de aldaar gelegen sportcomplexen moesten in het plan plaats maken voor woningbouw. Dit gemis werd goedgemaakt door de sportvelden te verhuizen naar het noordelijk deel van Buitenveldert.

17

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

4.1.2 Planontwikkeling Buitenveldert Eerste plannen voor Buitenveldert Al bij de presentatie van de plannen van het AUP in 1934 was duidelijk dat het plan ‘Zuid Kalfjeslaan’, het latere Buitenveldert, een ander karakter zou krijgen dan de wijken in West. Het vogelperspectief van de zuidelijke uitbreiding van het AUP laat een wijk zien omringd door natuurschoon, opgebouwd volgens een orthogonaal patroon van oost-west repeterende bouwvelden met een strakke strokenverkaveling van afwisselend woningbouw en groen. Tussen het noordelijk en zuidelijk deel van de wijk is dan al een centrale groenstrook ingetekend, waaraan hoogbouw en het centrum van de wijk zijn gesitueerd. De ontsluiting van de wijk verloopt via noord-zuid en oost-west georiënteerde wegen, waarbij de Rijksweg dient als overgangsmotief tussen het Plan Zuid en het Plan Zuider-Amstelkanaal in het noorden en de nieuwe wijk Buitenveldert in het zuiden. Evenals Plan Berlage en het Plan Zuider-Amstelkanaal moest de nieuwe wijk huisvesting bieden aan de welgestelde Amsterdammers, die steeds vaker uit de stad vertrokken om in het Gooi, Kennemerland of Amstelveen te gaan wonen. Als Amsterdam een moderne wijk met eengezinswoningen en villa’s in het groen zou krijgen, kon het die categorie inwoners verleiden om in Amsterdam te blijven wonen.

Bovendien was Stadsontwikkeling van mening dat in een zo ver weg van de haven- en industriegebieden gelegen wijk geen behoefte zou zijn aan arbeiderswoningen. Buitenveldert zou daarom voorzien in koop- en huurwoningen in de hogere prijsklassen. De ambitie om te bouwen voor de welgestelde Amsterdammer resulteerde in een woningdichtheid van 55 tot 85 woningen per hectare, wat veel lager was dan de dichtheid in de westelijke tuinsteden. Deze weidse opzet zou het mogelijk maken om eengezinswoningen en villa’s in het groen te realiseren. Daarnaast zochten de ontwerpers in een vroeg stadium van de planvorming al naar manieren om de monotonie van strokenbouw te doorbreken. De eerste ontwerpen tonen vroege studies naar haakverkaveling. Naast stedenbouwkundige denkbeelden, speelden ook financiële motieven mee in de keuze voor hoogbouw. Het terrein van Buitenveldert was duur om te onteigenen en om op te hogen, wat in het geval van alleen maar eengezinswoningen zou leiden tot een te hoge m2-prijs. Door langs doorgaande wegen hoogbouw te projecteren, kon dit worden gecompenseerd. Zo zou meteen ook een levendiger en meer boeiender stadsbeeld ontstaan, dan bij een stad overwegend in laagbouw kon worden verkregen. De nadere invulling van het plan in hoofdzaak moest voor Buitenveldert op zich laten wachten.

In november 1937 presenteerde de directeur van PW een werkprogramma voor de uitvoering van het AUP ten zuiden van de stad. Hij maakte duidelijk dat zijn afdeling al haar tijd moest besteden aan het uitwerken van de deelplannen voor de Westelijke Tuinsteden. Bovendien was het niet wenselijk om, gezien de ontwikkelingen op het gebied van stedenbouw en woninginrichting zo ver

18

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

vooruit te lopen op de uitvoering, met het risico op het herhaald wijzigen van de plannen in de toekomst. Hij stelde voor om eerst Watergraafsmeer, dan ten zuiden van de Rivierenlaan en vervolgens de Prinses Irenebuurt in te vullen. Pas daarna zou PW overgaan tot het opmaken van het uitbreidingsplan in onderdelen voor het gedeelte van zuid buiten de ringbaan. Vanaf 1939 werd voor Buitenveldert het plan in hoofdzaak nader uitgewerkt. Van Eesteren en Van Lohuizen maakten een studiereis naar Kopenhagen waar inspiratie werd opgedaan voor de nadere invulling van de Amsterdamse uitbreidingswijken. Tijdens de reis werd een studie gemaakt van de schaal, vorm en ruimtewerking van open verkavelingstypen, de bezonning van de woningen, de sfeer van de wijken en hoe monotonie was voorkomen, hoe tot wenselijke dichtheden – in laag-, middelhoog- en hoogbouw – was gekomen en op welke manier een gedifferentieerd wegenpatroon een optimale bereikbaarheid kon garanderen zonder ten koste te gaan van de rust in de woonomgeving. In deze periode was de grondvorm van Buitenveldert nog nagenoeg die van het hoofdplan, maar het verkeersplein van de rijksweg was verschoven naar het noordelijk deel van de wijk, boven de centrale groenstrook.

Schetsontwerp voor de stadsuitbreiding tussen de Ringbaan en de Kalfjeslaan, Buitenveldert, uit 1939. Bron: Van den Dungen, 2000.

In de tweede helft van 1940 werd, ondanks de net uitgebroken oorlog, doorgegaan met de conceptplanning van de praktische uitvoering van de wijk. Het idee was dat in juli 1945 met de ophoging van het terrein kon worden gestart, zodat twee jaar later de bouw van de woningen zou kunnen beginnen. In juni 1941 werd de invulling van het AUP echter voorlopig gestaakt. Pas in november 1950 werd de uitwerking van Buitenveldert weer opgepakt.

19

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Schetsontwerp voor het toekomstige Buitenveldert uit 1940. Bron: Van den Dungen, 2000.

De planontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog Tussen 1950 en 1957 waren er drie ontwikkelingen die een substantiële wijziging van de vooroorlogse opzet van Buitenveldert tot gevolg hadden. Ten eerste werd besloten om de wijk slechts tot op polderpeil op te hogen om zo zand, tijd en dus kosten te besparen. Ten tweede zou het plangebied in twee fasen worden opgehoogd. Het deel ten zuiden van de centrale grondstrook was in 1950 al geheel in bezit van gemeente en verwacht werd dat bestaande bebouwing aan de Kalfjeslaan tijdens de uitvoering van de ophogingswerkzaamheden kon worden onteigend en de volkstuinen langs de Amstelveenseweg vooruitlopend op de bouw van het zuidwestelijke deel van de wijk. Daardoor konden de werkzaamheden daar al direct beginnen, ondanks het nadeel dat de stad dan niet van binnen naar buiten werd uitgebreid, zoals het voornemen was bij de uitvoering van het AUP. In het noordelijk deel en op de locatie van de geplande centrale groenstrook lagen nog particuliere gronden en de daar aanwezige volkstuinen konden niet tijdig worden verplaatst. De uitvoering van het noordelijk deel van de wijk moest dus wachten tot het moment waarop de gemeente ook dit deel in haar bezit zou hebben. Ten derde kwam de Vrije Universiteit (VU) naar de nieuwe wijk.

Deze universiteit werd vanwege de groei van studentenaantallen verplaatst van de binnenstad naar de noordelijke bebouwingsstrook van Buitenveldert, omdat hier door de voorziene sportvelden makkelijk hoogbouw was te realiseren. In 1951 gingen Van Eesteren en Mulder op excursie naar Stockholm en Kopenhagen om opnieuw inspiratie op te doen voor grote tuinsteden. Er werd gekeken naar verkavelingsvormen, bebouwingswijzen van grote buurten die waren opgedeeld in kleinere, gevarieerd vormgegeven wijken en bouwblokken om monotonie te voorkomen. Ook de organisatie van de wijk, inclusief een omzoming door natuurlijk groen met recreatiegebieden kreeg bijzondere aandacht.

20

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Sociale woningbouw In 1953 besloot de gemeenteraad dat de wijk tot op polderpeil zou worden opgehoogd. Na dit proces kon de bouw van woningen beginnen. In diezelfde periode werd de planvorming van Buitenveldert hervat. De wederopbouw van de stad had echter ook invloed op de plannen voor Buitenveldert. In de Westelijke Tuinsteden was vanwege de naoorlogse woningnood al in vooral goedkopere woningen in een hoge dichtheid voorzien. Dit type woningbouw was grotendeels door de overheid gestimuleerd. Particuliere bouwbedrijven kregen in de westelijke uitbreidingsgebieden slechts beperkt de kans om te bouwen, Buitenveldert bood vanwege het karakter als wijk voor de ‘beter gesitueerden’ vooralsnog meer gelegenheid daartoe. Door de toenemende vraag naar woningwetbouw na de oorlog, kwam het idee van een wijk met woningen in de hogere prijsklasse echter flink onder de druk te staan. Dit leidde in 1957 uiteindelijk tot het besluit dat ook in Buitenveldert sociale woningbouw moest worden gerealiseerd, waardoor dat deel van de wijk minder verschillende woningtypen, minder verkavelingsvarianten en minder variatie in de bouwhoogte kreeg dan het zuidelijk deel van de wijk. Zo werd Buitenveldert-zuid grotendeels door particuliere bouwondernemingen bebouwd. Het noordelijke deel kende alsnog vooral sociale bebouwing.

4.1.3 Uitvoering Buitenveldert Deelplan Buitenveldert-zuid In 1955 startte het stedenbouwkundig ontwerp van het zuidelijk deel en de schematische invulling van het noordelijk deel. Jacoba Mulder was verantwoordelijk voor het totaalontwerp van Buitenveldert. In 1955 werd gestart met de ophoging van het zuidelijk deel van de nieuwe wijk. In februari 1957 werd het ontwerp voor Buitenveldert-zuid goedgekeurd, waarna in december van dat jaar de bouw startte met het slaan van de eerste paal in de grond op de hoek van Bouvigne en Kastelenstraat. Op 2 juni 1958 werd de eerste steen gelegd voor het eerste blok huizen in Buitenveldert, op de kruising van Wamberg met Bouvigne. Op 1 mei 1959 werden de eerste woningen opgeleverd. De Binnendijksche Buitenveldertsche Polder was door de zandophoging ten behoeve van Buitenveldert inmiddels geheel door de stad verzwolgen en werd daarom in 1959 opgeheven.

21

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Het gebied ten zuiden van Amsterdam in 1961 met in de zuidoostelijke hoek van Buitenveldert de eerste blokken huizen. Bron: Kadaster Topotijdreis ‘CC-BY Kadaster 1961’.

Het officiële deelplan voor Buitenveldert werd pas in 1961 door de Gemeenteraad vastgesteld. Hierin was een totaal van 9100 woningen opgenomen, opgebouwd uit 1300 eengezinswoningen, 5300 etagewoningen van drie tot zes bouwlagen en 2500 hoogbouwwoningen van acht tot twaalf bouwlagen. Net als in de Westelijke Tuinsteden werd er nadrukkelijk rekening gehouden met bezonning en voldoende ruimte rond de woningen. Dit uitte zich in de keuze voor strook- en haakverkavelingen in een groene omgeving. Van belang hierbij is dat er binnen één woonveld geen groot contrast mocht bestaan tussen laag- midden- en hoogbouw. Door variatie in bebouwing volgens een vastgesteld systeem te laten verlopen ontstond een duidelijk onderscheid tussen de verschillende woonblokken en konden voldoende privacy en bezonning worden gewaarborgd. Ook de buurt waartoe de woonblokken behoren kreeg zo een min of meer gemeenschappelijk karakter.

22

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Plankaart deelplan Buitenveldert uit 1961. Bron: J.J. van der Velde – Stadsontwikkeling van Amsterdam 1939-1967.

Deelplan Buitenveldert-noord Het ontwerp voor Buitenveldert-noord werd in de periode 1957-1960 gemaakt. Het ontwerp toont een herhaling van de opzet van het zuidelijk deel. Het moest echter weer worden aangepast toen duidelijk werd dat ook in Buitenveldert sociale woningbouw moest verrijzen. De vorderingen in het zuidelijk deel waren toen al te ver om daar nog wijzigingen door te voeren. Het was daarom dat in Buitenveld-noord arbeiderswoningen in een hogere dichtheid dan aanvankelijk bedacht voor Buitenveldert zouden komen en wel geconcentreerd in het deel ten oosten van de Buitenveldertselaan. Om niet te veel af te wijken van de stedenbouwkundige opzet, werd het probleem van meer woningen realiseren opgelost door een smallere gevelbreedte toe te passen en de aanvankelijk voor bergingen bedoelde onderhuizen ook tot woningen te bestemmen. Aan de andere kant van Buitenveldert-noord werd ondertussen voorzien in woningbouw voor een geheel andere doelgroep: in particulier opdrachtgeverschap gebouwde villa’s. De strook tussen de Amstelveenseweg en de Van der Boechorststraat werd hiervoor aangewezen.

23

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Foto van maquette in noord-zuidrichting. Bron: Ons Amsterdam 13, 1961.

De ambitie om met Buitenveldert een wijk te bouwen voor de hogere en hoogste huurklassen bleef ook na de oorlog een belangrijk gegeven in het ontwerp. Dit resulteerde niet alleen in een lagere bouwdichtheid, maar ook in een zorgvuldig uitgedachte compositie van de wijk en de daarin toe te passen woontypologieën. Van zuid naar noord zou de bebouwing oplopen van laagnaar hoogbouw, wat een geleidelijke overgang van het landelijk gebied naar de stad zou garanderen. Van eerder in de plannen geprojecteerde schuine verkavelingen werd afgestapt en er werd gekozen voor het volgen van de rechtlijnige polderstructuur. In Buitenveldert werd dat vertaald naar een indeling in velden met rechte verkavelingsvormen, verschillende woningtypen en variërende bouwhoogtes.

24

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Jonge woningzoekende gezinnen demonstreren tegen de zeer dure woningen die de gemeente Amsterdam per advertentie in Buitenveldert heeft aangeboden, bij de woningen van het pensioenfonds van Philips aan de Slangenburg, 27-02-1965. Bron: Joost Evers, Nationaal Archief / Elsevier Binnenland, 2.24.05.02, 044-0964.

Infrastructuur De nieuwe wijken buiten de ringspoorbaan kregen, overeenkomstig met de tuinstadgedachte, een hoge mate van zelfstandigheid. Wel bleef de centrale stad het oriëntatiepunt. Niet alleen de ringspoorbaan maar ook een raster van wegen moest de nieuwe wijken ontsluiten. In het deelplan voor Buitenveldert, dat in 1961 werd vastgesteld, zijn drie typen wegen te onderscheiden: hoofdwegen, wijk- en woonstraten. De voornaamste verkeersaders in noord-zuid richting zijn van west naar oost bezien de Amstelveenseweg, de Buitenveldertselaan en de Europaboulevard. De Buitenveldertselaan sluit aan op de Parnassusweg, één van de wegen uit het Uitbreidingsplan Zuid die is rechtgetrokken. De Europaboulevard sluit aan op het in het Uitbreidingsplan Zuid gelegen Europaplein. De weg werd als een brede, monumentale parkway vormgegeven en moest de wijk gaan verbinden met Amstelveen. Onder druk van hiertegen protesterende buurtbewoners kwam de verbinding met Amstelveen nooit tot stand en eindigde de weg in een rotonde in de zuidoosthoek van Buitenveldert. In het AUP was oorspronkelijk ook Rijksweg 3 opgenomen, een verbinding tussen Amsterdam en Rotterdam, die Buitenveldert in noord-zuid richting doorsneed. Het tracé van deze weg lag tussen de huidige Van Leijenberghlaan en de Van Heenvlietlaan.

In het noorden had de weg een vertakking in V-vorm waarbij de armen moesten aansluiten op de Beethovenstraat en de Diepenbrockstraat. De voorbereidingen, de aanleg van een verhoogd dijklichaam met een breedte van 120 meter, begonnen halverwege de jaren zestig.

25

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Luchtfoto vanaf de zuidoostelijk hoek van de wijk gezien in noordwestelijke richting (1970). Linksonder diagonaal de Kalfjeslaan. In het midden is het zandlichaam zichtbaar voor de geplande Rijksweg A3. De geleidelijke opbouw van laag- naar middel- en hoogbouw is goed zichtbaar. Bron: SAA, Dienst der Publieke Werken; Afdeling Stadsontwikkeling, 010009015669.

In 1980 werd de weg echter geschrapt omdat Rotterdam al via andere wegen bereikbaar was, waarna in 1984 een groot deel van het verhoogde tracé werd afgegraven ten behoeve van woningbouw. De westelijke arm van de V-vorm, de Beethovenstraat/Van Leijenberghlaan, is nog steeds herkenbaar. De belangrijkste verbinding in oost-westrichting werd de Van Nijenrodeweg die oorspronkelijk het Amsterdamse Bos zou verbinden met de stadsdelen ten oosten van de Amstel. De weg zou het tentoonstellingsterrein langs de Amstel, het huidige Amstelpark, doorkruisen en middels een hoge brug over de rivier een aansluiting met Amsterdam Zuid-Oost te creëren. Die verbinding met Amsterdam Zuid-Oost is nooit gerealiseerd, zodat de Europaboulevard de oostelijke begrenzing van de wijk vormt.

26

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Luchtfoto vanaf 't Kleine Loopveld gezien in noordwestelijke richting (1970). Het geeft een goed beeld van het hiërarchisch verkeerssysteem van hoofdwegen, wijk- en woonstraten. Diagonaal van linksonder naar rechtsmiddden de Buitenveldertselaan en van linksmidden naar rechtsboven de Van der Boechorststraat. Boven het midden rechts diagonaal de Van Nijenrodeweg uitkomend op linksboven de Amstelveenseweg, met daarachter het Amsterdamse Bos. Bron: SAA, Dienst der Publieke Werken; Afdeling Stadsontwikkeling, 010009015671.

Ontwerp van de primaire groen- en waterstructuur Een ‘volwaardige’ woonomgeving – zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin – voor de moderne stadsbewoner moest volgens het AUP-gedachtengoed zorgen voor een actieve relatie tussen bewoner en groen. Op basis van statistisch onderzoek en de rekenmethode die in 1915 door de Duitse stedenbouwkundige Martin Wagner was ontwikkeld, werd binnen het AUP nauwgezet berekend hoeveel en op welke afstand welk type groen en recreatieve terreinen nodig waren. Het streven naar een kwalitatief hoogwaardig groensysteem kwam voort uit het al in 19de eeuw geformuleerde ideaal dat in alle steden goede leefomstandigheden voor de arbeidersklasse georganiseerd moesten worden, en dat tenminste volksparken aanwezig moesten zijn. De groene ruimte moest vrijheid en het onmisbaar geachte contact met de natuur bieden aan de stadsbewoners, een plek om fysiek en mentaal te ontspannen. Op stedenbouwkundig niveau landde dit streven voor het eerst stadsbreed in het AUP, waarin een uitgekiend groensysteem alle nieuwe wijken dooraderde en fungeerde als structurerend element van de tuinstad. Het onderliggende leidende principe was dat er in elke buurt, wijk en stadsdeel voor elke bevolkingsgroep op korte afstand vanuit de woning voldoende recreatief groen zou zijn. Ontspanning en recreatie waren in het AUP nauw verbonden met het groensysteem.

Dit sloot aan op het in die tijd opkomende idee van vrije tijd en stedelijke recreatie. Dat de natuur met groene

27

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

recreatieve voorzieningen van zulke grote waarde werden geacht binnen het AUP blijkt duidelijk uit de Nota van Toelichting, waarin het langste hoofdstuk dat over ontspanning is. In het AUP werd voorzien in verschillende soorten recreatieve voorzieningen: sport- en speelplekken, schoolen volkstuinen en parken die binnen enkele minuten lopen van de woning liggen. Deze voor meer dagelijks gebruik bedoelde recreatie- en groenvoorzieningen werden in het AUP aangevuld met algemene recreatiegebieden die voor de zon- en feestdagen waren bedoeld, zoals het Amsterdamse Bos en de Sloterplas en omgeving. Vanwege de nieuwe, structurerende rol van groen, werden er groensupervisors aangesteld bij de uitwerking van de tuinsteden. Het was hun taak om de belangrijke rol die binnen het AUP werd weggelegd voor de groenstructuur vorm te geven en zo de relaties tussen de stedelijke bebouwing en het omringende landschap, tussen de bebouwde en onbebouwde ruimte binnen de wijken en tussen de bewoners en de natuur te waarborgen. Het bestaande landschap werd daarbij niet als leidraad genomen, maar bleef alleen daar behouden waar dat volgens de ontwerpers in het plan paste. Het resulteerde in een zorgvuldig uitgedacht groensysteem met een gelaagde opzet en in nauwe samenhang met de bebouwing en infrastructuur ontworpen. Bestaand natuurschoon bevond zich doorgaans aan de randen van de wijk.

De overgang tussen het onbebouwde, buitenstedelijk gebied en de bebouwing van de stad werd geleidelijk doorgevoerd, doordat aan de stadsranden groene functies zoals tuinbouw, volkstuinen en sportterreinen werden gesitueerd. Deze grootschalige groen- en recreatievoorzieningen waren bedoeld voor dagrecreatie en gebruik op zon- en feestdagen. Op het tweede niveau in het groensysteem, het wijkniveau, moesten parken en plantsoenen langs belangrijke wegen en waterlopen voorzien in het dagelijks contact met de natuur. In de vormgeving daarvan stond een stedelijk karakter voorop. Semi-openbare, groene hoven vormden op buurtniveau de derde trap in het groensysteem. Op woonniveau werd de groenaanleg van de straten samen met de particuliere tuinen als laatste schakel in het groensysteem bedacht. Samen vormden de verschillende, aan elkaar geschakelde niveaus een groen netwerk dat de mogelijkheid zou bieden om vanuit de woning tot aan het open landschap in een groene omgeving te verblijven. Evenals in de overige AUP-wijken werd ook in Buitenveldert de groen- en waterstructuur een belangrijk onderdeel van de orthogonale ruimtelijke opzet van de wijk, met dezelfde gelaagde opbouw van groen op verschillende niveaus.

Vanaf het begin van de plannen voor Buitenveldert was duidelijk dat deze wijk optimaal gebruik kon maken van het al aanwezige natuurschoon: ten oosten grensde het plangebied aan de Amsteloever en ten zuiden aan ‘t Kleine Loopveld, de oude verbindingsweg tussen de Amstel en de Amstelveenseweg die met annexatie in 1921 in Amsterdam kwam te liggen. De geplande aanleg van het Amsterdamse Bos ten westen van de wijk en van een groenstrook met sportterreinen in het noorden maakten dat Buitenveldert zou worden omringd door groen dat zich vervolgens in de wijk zou voortzetten. Daarbij was een belangrijke rol weggelegd voor een groot, centraal gelegen wijkpark dat de twee groene scheggen

28

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

ten oosten en westen van Buitenveldert – de Amstelscheg en het Amsterdamse Bos – met elkaar zou verbinden. De hoofdontsluitingswegen – die aantakten op de belangrijkste wegen in het Plan Zuider Amstelkanaal en Plan Zuid – waren als royale lanen gedacht met brede groenstroken met meerdere rijen bomen. De lanen deelden tezamen met de singels, die ter afwatering van het gebied dienden, de wijk op in velden waar bebouwing en (semi-)openbaar groen elkaar afwisselden.

Luchtopname in westelijke richting (1981). Op de voorgrond het Amstelpark en de Europaboulevard. In het midden sluit het Gijsbrecht van Aemstelpark daarop aan. Bron: SAA, Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's afdeling B, B00000035819.

In 1959 nam landschapsarchitect Catharina Polak Daniels de rol van groensupervisor op zich voor Buitenveldert-noord. Voor Buitenveldert-zuid werd geen groensupervisor aangesteld aangezien in dit plan geen gemeenschappelijke tuinen waren opgenomen, zodat hier geen taak voor een supervisor werd voorzien om een goede coördinatie te krijgen tussen openbaar groen en gemeenschappelijke tuinen te realiseren. In het deelplan voor Buitenveldert uit 1961 is het groensysteem zoals dat in het plan op hoofdlijnen al was vastgelegd meer gedetailleerd uitgewerkt. Een belangrijk aspect van het groen is de recreatieve functie die het vervult en daarbinnen nemen speelplekken weer een bijzondere positie in. De speelplaatsen werden ontworpen in samenhang met de openbare ruimte, het groen en de stedenbouwkundige structuur. Op drie plekken in de wijk werden speelplaatsen voor oudere jeugd gerealiseerd, terwijl de speelplaatsjes in de hoven alleen bestemd waren voor kleuters. Daarbij werd de vormentaal van de speelplekken ondersteund door de groenstructuur, binnen de hoven als onderdeel van het geheel.

29

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De groene oever van de Amstel werd daarin bestemd tot permanent tentoonstellingsterrein in een parklandschap, het latere Amstelpark. Het centraal gelegen wijkpark, dat al op de eerste ontwerpen van de wijk als groene as was ingetekend, vormde nog steeds een belangrijk, bepalend onderdeel van de wijk. Het werd echter niet door de afdeling Beplantingen ontworpen, zoals dat voor parken in andere AUP-wijken wel het geval was. In 1959 was een prijsvraag uitgeschreven voor wat later het Gijsbrecht van Aemstelpark zou gaan heten. Gijsbrecht van Aemstelpark Doorgaans werden de parken in het AUP ingericht door de afdeling Beplantingen. Voor het geplande grote park in Buitenveldert schreven de Bond van Nederlandse Tuinarchitecten (BNT) in samenwerking met de gemeente Amsterdam in 1959 echter een prijsvraag uit voor de inrichting van het 2 km lange, 350 meter brede en in totaal 5 hectare metende park. De deelnemers werd gevraagd om zelf een invulling van de groenstrook en een voorstel voor de programmering van het park doen.

Ze moesten echter wel rekening houden met een aantal randvoorwaarden, waarvan de belangrijkste waren dat de groenstrook het Amstelpark met het Amsterdamse Bos moest verbinden, dat een viertal noord-zuid lopende straten (Van der Boechorststraat, Buitenveldertselaan en de beide straten aan weerszijden van de rijksweg naar Rotterdam) het park zou doorsnijden en dat in het park een brede strook gereserveerd moest blijven voor de aanleg van de rijksweg naar Rotterdam op een talud van 5,30 m hoog, die in het verlengde zou komen te liggen van de Beethovenstraat en de Scheldestraat (nu: de strook tussen Van Lijenberghlaan en Van Heenvlietlaan). Daarnaast lagen de noordelijke en zuidelijke oeverlijn van het kanalenstelsel en de plek van de noord-zuid lopende waterlopen al vast, evenals de locaties van het tennispark op het oostelijke uiteinde en het gemaal naast de Van Lijenberghlaan. De jury, bestaande uit C.P. Broerse (voorzitter BNT), F.G. Breman (Hoofd afd. Beplantingen), J.T.P. Bijhouwer (voormalig groensupervisor van het AUP, landschapsarchitect en hoogleraar in Wageningen), C. van Eesteren (stedenbouwkundige Amsterdam) en B. Merkelbach (stadsbouwmeester en supervisor Buitenveldert), beoordeelde alle inzendingen en verkoos het ontwerp met het motto “Bomen” van Wim Boer tot winnaar.

Boer was begin 1960 al aangesteld als groensupervisor van Osdorp en hij was dus zeer bekend met de ambities van het AUP. Hij wist die in zijn ontwerp voor het Gijsbrecht van Aemstelpark te vertalen naar een park dat in zijn inrichting en programmering goed aansloot op het stedelijke karakter dat voor de wijkparken in het AUP was voorzien.

30

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

Luchtfoto in zuidwestelijke richting (1970). In het midden diagonaal het Gijsbrecht van Aemstelpark. Bron: SAA, Archief van de Dienst Ruimtelijke Ordening: foto's, 010009015675.

In de periode 1961-1968 werd het ontwerp in samenspraak met Boer nader uitgewerkt. Boers ontwerp was met name richtinggevend voor het middendeel van het park, tussen de Van Lijenberghlaan en de Buitenveldertselaan. Het oostelijk en westelijk deel werden ingericht door Publieke Werken. In de uitwerking werd het ontwerp weliswaar op belangrijke punten aangepast, de algemene opzet bleef intact. Een voorstel van groensupervisor Polak Daniels uit 1962 om in het park een zogenaamde Robinson-speelplaats aan te leggen haalde het niet. In de ‘nette buurt’ in wording werd zo’n ruig vormgegeven plek voor vrij kinderspel niet op zijn plaats geacht. Later zou er alsnog een Robinson-speelplaats worden aangelegd. In 2015 is het oostelijke deel van het park aangewezen als rijksmonument. Amstelpark In het AUP (1935) fungeerden de Amsteloevers als een van de groene scheggen die de natuur tot diep in de stad moesten brengen. Voor de westelijke oever waren parken bedacht die elk een bijzondere, stedelijke functie zouden krijgen waaronder ook een ‘tentoonstellingsterrein’. Het terrein zou de stad voorzien van een permanente voor de organisatie van grote internationale exposities. Een dergelijk terrein moest aan enkele belangrijke eisen voldoen: het moest een aantrekkelijk verblijfsgebied voor bezoekers zijn, ruimte kunnen bieden aan zowel aan grote als kleine exposities en goed bereikbaar zijn.

In Zuid, ten zuiden van de ringspoorbaan en ten oosten van de aan te leggen wijk Buitenveldert, werd een terrein gevonden dat aan deze eisen kon voldoen. Het

31

Gemeente Amsterdam Monumenten en Archeologie

18 september 2025 Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788634/1