Bijlage 3b. VrAA Verdieping Regionaal Risicoprofiel AA 2020 versie 1.0
Tekst van het document
Van de modaliteiten transport is de waarschijnlijkheid van een incident vervoer weg het grootst. Ondanks dat in vergelijking met het vervoer over water en spoor, beperkte hoeveelheden giftige stoffen vervoerd worden kan de impact toch groot zijn. De impact is afhankelijk van de locatie van het incident. Het vervoer over de weg loopt ook door dichtbevolkte gebieden, de impact van een incident binnen een dichtbevolkt gebied is groot. Incidenten vervoer water Over het water vindt in vergelijking met het vervoer over spoor en weg nauwelijks transport van giftige stoffen plaats. Het gaat om enkele tientallen schepen per jaar, die via het traject Noordzeekanaal – IJ – Amsterdam-Rijnkanaal giftige stoffen vervoeren. De waarschijnlijkheid van een incident met giftige stoffen op het water is, in vergelijking met de andere incidenttypen, klein De impact kan groot zijn, als de explosie of brand leidt tot een economisch kostbare stremming van het Noordzee- of Amsterdam-Rijnkanaal. Daarnaast wordt in de komende jaren in Amsterdam-West en -Noord dicht aan de oever gebouwd, waardoor een incident ook op deze objecten betrekking kan hebben. De impact van een incident met vervoer van brandbare/explosieve stoffen op het water wordt daarom groter. Incident spoorvervoer Binnen VrAA is een aantal spoortrajecten waarover giftige stoffen vervoerd worden.
Wat betreft waarschijnlijkheid zit het incidenttype incident spoorvervoer tussen vervoer weg en vervoer water in. In vergelijking met deze incidenttypen is de impact van incident spoorvervoer, afhankelijk van de locatie het grootst. Het vervoer van giftige stoffen over het spoor loopt langs dichtbevolkte gebieden, en ook langs station Sloterdijk en Amsterdam Centraal. De impact is groot, omdat via het spoor grote hoeveelheden giftige stoffen vervoerd (ten opzichte van vervoer weg) worden en het bestrijden van een dergelijk incident complex is, vanwege de slechte bereikbaarheid van sommige delen van het spoor. Incident transport buisleidingen De in transportvolume gemeten grootste transportmodaliteit in Nederland is buisleidingtransport, maar incidenten zijn schaars. De impact van een leidingbreuk is afhankelijk van de druk op de leiding en de diameter van de leiding. De risicobepalende leidingbreuken zijn voornamelijk het gevolg van graafwerkzaamheden door derden.
23
Verdieping regionaal risicoprofiel
Slechts weinig transport in buisleiding betreft giftige stoffen. In Amsterdam-Amstelland is de voornaamste transportbuisleiding een CO2-leiding met een diameter van 67 mm en een maximale druk van 22 bar. Deze loopt door stadsdeel West, bij volkstuinencomplex de Grote Braak. Pipeline Control is beheerder van het leidingnetwerk. Het leidingtracé wordt op reguliere basis gecontroleerd. Daar waar activiteiten plaatsvinden wordt er permanent of dagelijks gecontroleerd. Incident stationaire inrichting In VrAA bevinden zich in totaal 31 bedrijven die volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) onder dit incidenttype vallen. Daarnaast zijn er nog circa 50 kleinere opslagen van giftige stoffen, te denken valt aan de opslag van chemicaliën bij zwembaden. Het aantal inrichtingen waar grootschalige opslag van giftige stoffen plaats vindt is beperkt binnen VrAA. Door de aanwezigheid van preventieve voorzieningen en een interne noodorganisatie (BHV en bedrijfsbrandweer) blijft de impact meestal beperkt. Als een dergelijk incident zich echter voordoet nabij een dichtbevolkt gebied kan de impact groot zijn. Daarnaast ligt VrAA voor een deel in de overheersende windrichting van Tata Steel (Veiligheidsregio Kennemerland).
Conclusie: Op basis van bovenstaande worden de volgende incidenttypen meegenomen in de risicoanalyse: Incident giftige stof vervoer weg Incident giftige stof stationaire inrichting 3.4.3 Kernincidenten Het crisistype kernincidenten is uitgesplitst in acht incidenttypen: Incident A-objecten: centrales Niet relevant voor VrAA. De dichtstbijzijnde centrale ligt op meer dan 15 km van VrAA. Incident A-objecten: nabij centrales grensoverschrijdend Niet relevant voor VrAA. De dichtstbijzijnde centrale ligt op meer dan 15 km van VrAA. Incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal Niet relevant voor VrAA. Incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal Er vindt vervoer van afgewerkte staven door VrAA (over de A9) plaats, ten behoeve van opwerking in Frankrijk, België en Groot-Brittannië. Echter de containers waarin deze staven vervoer worden zijn bestendig tegen mechanische impact en brand. Incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse i. Niet relevant voor VrAA. Incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse ii Onder deze klasse vallen medische en technische bronnen in onder andere laboratoria. Locaties in de VrAA zijn de ziekenhuizen Amsterdam UMC (locatie VU MC heeft een eigen deeltjesversneller t.b.v.
isotopen productie) en locatie AMC, De bronnen worden in speciale verpakkingen vervoerd (omhulling van lood en staal) en zijn zodoende bestand tegen hitte, maar bij een uitgebreide brand bestaat de mogelijkheid dat deze verpakkingen hier niet tegen bestand zijn. Incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen Bijvoorbeeld medische en technische bronnen in onder andere laboratoria. Locaties in de VrAA zijn bijvoorbeeld de ziekenhuizen Amsterdam UMC-locatie VU MC (VU MC heeft een eigen deeltjesversneller t.b.v. isotopen productie) en locatie AMC, De bronnen worden in speciale verpakkingen vervoerd (omhulling van lood en staal) en zijn zodoende bestand tegen hitte, maar bij een uitgebreide brand bestaat de mogelijkheid dat deze verpakkingen hier niet tegen bestand zijn.
Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal Niet relevant voor VrAA.
24
Verdieping regionaal risicoprofiel
Het merendeel van de incidenttypes binnen het crisistype kernincidenten is niet van toepassing binnen VrAA. De oorzaken van incidenten met radioactief materiaal kunnen ongevallen zijn, bijvoorbeeld tijdens vervoer. Wanneer een dergelijke crisis zich voordoet zal dit leiden tot buitengewone omstandigheden waarbij regionaal overstijgende (nationale) crisiscoördinatie plaatsvindt. Desondanks is de waarschijnlijkheid van het crisistype kernincidenten beperkt. Conclusie: Gezien de beperkte waarschijnlijkheid van kernincidenten in VrAA wordt dit incidenttype niet meegenomen in de risicoanalyse. 3.5 Vitale infrastructuur en voorzieningen 3.5.1 Verstoringen energievoorziening Het crisistype verstoring energievoorziening is uitgesplitst in vier incidenttypen: Uitval olievoorziening Uitval gasvoorziening Uitval elektriciteitsvoorziening Uitval stadswarmte (VrAA) Impact van elektriciteitsvoorziening uitval In een samenleving die meer en meer afhankelijk wordt van een goed functionerende energievoorziening zijn verstoringen in het energienetwerk een steeds groter wordend probleem. De laatste jaren hebben laten zien dat een langdurige en grootschalige uitval van elektriciteitsvoorziening een grote impact heeft op de samenleving.
Zo werd in december 2007 de Bommeler- en Tielerwaard gedurende enkele dagen getroffen door uitval van elektriciteit, waarbij ongeveer 50.000 huishoudens getroffen werden. Maar ook de grootschalige bovenregionale uitval van elektriciteit in Noord-Holland in maart 2015 en regionale uitval in juni 2016 en januari 2017 zijn goede voorbeelden. Doordat de verstoring relatief kort duurde bleven de effecten beperkt, maar de incidenten gaven een goed beeld van hoe een dergelijk incident doorwerkt op de maatschappij. Mogelijke effecten zijn uitval van bedrijfsvoering van bedrijven en instanties, het openbaar vervoer rijdt niet, telecommunicatie en ICT valt uit, rolluiken en beveiligingsinstallaties werken niet, hoogbouw kan niet van water worden voorzien, elektrische verwarming valt uit, koken met inductiekookplaat, magnetron en elektrische oven is niet mogelijk en medische apparatuur voor thuiszorg functioneert niet. De elektriciteitsuitval van 2015 liet zien dat ook de hulpverlening in problemen kan komen doordat mensen niet langer 112 kunnen bellen. De samenleving wordt door een sterkere afhankelijkheid van elektriciteit ook steeds kwetsbaarder en dat betekent dat de impact ook steeds groter wordt.
Impact van gasvoorziening uitval De impact van de uitval van gasvoorziening heeft een beperktere impact, maar de crisis in 2014 in Velsen heeft laten zien dat het uitvallen van gaslevering in een groot gebied wel voor grote problemen kan zorgen. Door de noodzaak om in elk object de gaskraan dicht te draaien alvorens het gas er weer op kan, duurt de uitval langer en wordt de impact groter. Zeker in een strenge winter in een gebied met veel gasaansluitingen kan de impact van een dergelijk incident groot zijn. Impact van olievoorziening uitval De impact en waarschijnlijk van uitval olievoorziening zijn beperkt voor de regio. In de oliesector en veel andere sectoren is de structuur vooral nationaal en internationaal georganiseerd waardoor bij schaarste of verstoringen veelal op andere niveaus beslissingen worden genomen. Daarnaast is de oliesector is vrijwel geheel in handen van private partijen. De burgemeester of voorzitter Veiligheidsregio is alleen verantwoordelijk voor aanpak van de effecten voor openbare orde en openbare veiligheid. Het decentrale openbaar bestuur zal nationale maatregelen moeten handhaven, zoals een autoloze zondag en een snelheidsbeperking.
25
Verdieping regionaal risicoprofiel
Impact uitval stadswarmte Stadswarmte is in delen van Amsterdam in gebruik voor de levering van warmte voor verwarming en warmwater. Het AEB in Westpoort levert middels een netwerk warmte naar voornamelijk Westpoort, Amsterdam Nieuw-West en -Noord. En de Nuon-centrale in Diemen levert warmte aan AmsterdamOost, Zuid-Oost en Zuid. Bij uitval is het voor de aangesloten huishoudens bijvoorbeeld niet mogelijk om te douchen en valt de verwarming uit. Vooral langdurige uitval en uitval met vorst kan veel problemen veroorzaken, maar de impact is over het algemeen beperkt. Doordat elk netwerk slechts één warmteleverancier heeft en het netwerk relatief weinig verknoopt is, is het risico op uitval voorspelbaar. Conclusie: Gezien de waarschijnlijkheid en impact van de uitval van de elektriciteits- en gasvoorziening worden deze twee incidenttypen meegenomen in de risicoanalyse. 3.5.2 Verstoring drinkwatervoorziening Het crisistype verstoring drinkwatervoorziening is uitgesplitst in drie incidenttypen: Uitval drinkwatervoorziening Problemen waterinname Verontreiniging in drinkwaternet Drinkwater is een primaire levensbehoefte. Daardoor is de drinkwatervoorziening ook voor de VrAA belangrijk. Waternet en PWN leveren het drinkwater in de regio. De Drinkwaterwet stelt hoge eisen aan de leveringszekerheid en de kwaliteit van het drinkwater.
Hieronder zijn de risico’s voor de continuïteit en kwaliteit van het drinkwater voor Waternet beschreven en de wijze waarop Waternet daarmee omgaat. Voor PWN gelden soortelijke risico’s en maatregelen. De leidingnetten van Waternet en PWN zijn gekoppeld, zodat ze elkaar kunnen helpen bij verstoringen in de drinkwatervoorziening. Belangrijkste risico’s voor de continuïteit en kwaliteit van het drinkwater: 1. Uitval Bron en transportnet Waternet heeft de beschikking over meerdere bronnen. Als de belangrijkste bron, “de Rijn”, gedurende langere tijd onbruikbaar is, is een voorraad water aanwezig in de Amsterdamse Waterleiding Duinen (AWD) en in de Waterleidingplas. De mogelijkheid bestaat om naast of in plaats van water uit de Rijn of de Bethunepolder water in te nemen uit het IJsselmeer (via de WRK III) en uit het Amsterdam-Rijnkanaal. Ook kan bij uitval van de Rijn als bron via een directe doorlevering tussen Nieuwegein en Leiduin grondwater rechtstreeks op de zuivering worden gevoerd. Kans op problemen met de levering door uitval van de bron zijn daardoor minimaal. 2. Uitval Zuivering Door de bedrijfszekere opzet van de zuiveringen van Waternet is de kans op uitval van een gehele productielocatie minimaal. De meeste installaties zijn redundant uitgevoerd.
Indien nodig kunnen omloopleidingen worden gemaakt of geopend langs zuiveringsstappen die in bepaalde situaties gemist kunnen worden. Noodstroomvoorzieningen zijn aanwezig. De chemicaliën- en dieselvoorraden zijn in dusdanige hoeveelheden aanwezig dat de productiebedrijven tien dagen autonoom kunnen doordraaien. Waternet beschikt over twee productielocaties en beschikt over nooddraaiboeken om aan de wettelijke eisen voor levering te blijven voldoen indien één van beide uitvalt. Bij verstoringen op één van beide productielocaties is het mogelijk de andere productielocatie meer te laten produceren en de levering geheel of gedeeltelijk over te nemen. Beide productielocaties beschikken over twee drinkwaterreservoirs. De grotere pompstations in de stad beschikken eveneens over drinkwaterreservoirs waarmee een tijdelijke uitval of verstoring kan worden opgevangen. Er zijn noodkoppelpunten met andere drinkwaterbedrijven. Uitval van een zuivering zal dan ook niet gauw leiden tot leveringsuitval maar zal naar alle waarschijnlijkheid wel leiden tot drukklachten in delen van het leidingnet.
26
Verdieping regionaal risicoprofiel
3. Verstoring in leidingnet Voor het transport van drinkwater zijn meerdere aanvoerleidingen beschikbaar. Alle iets omvangrijker delen van het voorzieningsgebied kunnen via tenminste twee wegen worden gevoed. De belangrijkste pompstations kunnen deels elkaars distributiefunctie overnemen. Hierdoor is de impact van een leidingbreuk vrijwel altijd beperkt tot wijkniveau. Wel kan schade en overlast ontstaan door wateroverlast en sinkholes. 4. Afwijkende waterkwaliteit De drinkwaterproductieprocessen zijn zeer robuust en zijn gebaseerd op een zogenaamde “multibarrier”-zuivering. Als ondanks dat toch een microbiologische overschrijding optreedt, kan overgegaan worden op het geven van een kookadvies of chloren van het water. In geval van een chemische verontreiniging of langdurige uitval van levering kan middels de nooddrinkwatervoorziening voorzien worden in 3 liter nooddrinkwater per persoon per dag en/of het leveren van noodwater (alleen geschikt voor het doorspoelen van het toilet en evt. om te douchen). Hiervoor zijn draaiboeken beschikbaar. Dit soort maatregelen zijn ingrijpend en leiden tot overlast voor (kwetsbare) burgers, instanties en bedrijven. 5. Beveiligingsincident Drinkwater is een vitaal proces. De beveiliging is op basis van wetgeving voor vitale A-locaties ingericht. Dit geldt voor zowel de fysieke als digitale veiligheid.
Beveiliging is gezien de snelle ontwikkelingen een doorlopend aandachtspunt. Naast de toegepaste risico reducerende maatregelen voor de fysieke en digitale beveiliging kunnen alle essentiële installaties ‘op de hand’ bediend worden. Conclusie: Gezien de wettelijke eisen die gesteld worden aan de drinkwaterbedrijven en de voorbereidingen die Waternet en PWN getroffen hebben om verstoring van de drinkwatervoorziening te voorkomen is het niet nodig om dit incidenttype mee te nemen in de risicoanalyse. 3.5.3 Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering Het crisistype verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering is uitgesplitst in twee incidenttypen: Uitval rioleringssysteem Uitval afvalwaterzuivering Het water dat we in huishoudens en voor industriële activiteiten gebruiken komt bijna altijd in de riolering terecht. Via rioolbuizen en persleidingen komt het afvalwater binnen op de rioolwaterzuivering. Daar wordt het afvalwater gezuiverd. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is verantwoordelijk voor de afvalwaterzuivering in een groot deel van de VrAA in zgn. rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Waternet voert deze taak uit in opdracht van het waterschap. Riolering en afvalwaterzuivering zijn twee belangrijke en verschillende, maar gekoppelde systemen en zijn van cruciale waarde voor de samenleving.
Wanneer er sprake is van een langdurige uitval van deze systemen ontstaat al snel een serieus probleem voor de volksgezondheid. Waternet is de belangrijkste partner voor de dagelijkse rioolwaterafvoer (in opdracht van de gemeente Amsterdam) en afvalwaterzuivering (in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht). Veelal ondergronds bevinden zich de rioolbuizen en persleidingen die dagelijks duizenden liters per seconde afvalwater verwerken. Installaties functionerend op elektriciteit maken de afvoer van afvalwater en rioolwater mogelijk. Langdurige uitval van elektriciteit kan een serieus probleem vormen (wordt verder uitgewerkt in het incidenttype uitval elektriciteitsvoorziening). Uitval van rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering komt over het algemeen alleen geïsoleerd voor. Daarnaast kan verstoring/uitval ook optreden als gevolg van een grote hoeveelheid hemelwater dat afgevoerd moet worden. Ten gevolge van grote hoeveelheden hemelwaterkunnen installaties
27
Verdieping regionaal risicoprofiel
uitvallen en kunnen gemengde rioolstelsels overbelast raken en overstorten op het oppervlaktewater. Hierdoor kan een bedreiging ontstaan voor de volksgezondheid, maar het ecologische effect zal voornamelijk het grootst zijn. Dit incidenttype wordt verder uitgewerkt onder het incidenttype wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. Conclusie: Aangezien de belangrijkste oorzaken van het crisistype ‘verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering’ extreme neerslag en uitval elektriciteitsvoorziening zijn, is ervoor gekozen deze oorzaken als onderdeel van het incidenttype wateroverlast als gevolg van extreme neerslag op te nemen. 3.5.4 Verstoring telecommunicatie en ICT Het crisistype verstoring telecommunicatie en ICT heeft één incidenttype: (opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst De rol van telecommunicatie en ICT wordt steeds belangrijker in onze samenleving. Waar vroeger veel bedrijfsprocessen autonoom georganiseerd werden, worden deze zaken steeds vaker centraal georganiseerd via telecommunicatie, datanetwerken en het Internet. De opkomst van ‘Internet of Things’- apparaten die via een (Inter)netnetwerk aangestuurd worden, zoals rookmelders, sensors en koelkasten neemt de laatste jaren een vlucht.
Een verstoring van telecommunicatie, maar voornamelijk Internet heeft dan ook een steeds grotere impact, op meerdere vitale sectoren. Zo zijn vitale sectoren als telecommunicatiediensten, radarcommunicatie, navigatie en aansturing van spoor, lucht en scheepvaart, satellietcommunicatie, bevoorradingsbedrijven en zorgleveranciers in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van digitale diensten, processen en systemen. De uitval van dergelijke vitale voorzieningen leiden vervolgens tot maatschappelijke domino-effecten, waarbij veel bedrijven niet langer kunnen opereren, bijvoorbeeld omdat financiële systemen wegvallen en beveiliging niet langer mogelijk is. Een uitval van een vitale digitale dienst, proces of systeem voor langere tijd heeft daarmee een grote impact op de samenleving. De eerdergenoemde toename van de afhankelijkheden maakt dat de impact in de komende jaren alleen maar groter wordt. Ook hulpverleners hebben last van zo’n uitval of verstoring. Zo heeft recente casuïstiek laten zien dat onderlinge communicatie via P2000, mobiele telefonie en het crisissysteem LCMS niet ongevoelig zijn voor de uitval van spraak- en datacommunicatie. Het vormen van een goed beeld en daarmee crisisbesluitvorming wordt daardoor bemoeilijkt. Daarnaast was in juni 2019 sprake van een landelijke storing bij KPN met uitval van 112.
Uitval of verstoring van een digitale dienst, proces of systeem kan het gevolg zijn van een verstoring in de elektriciteitsvoorziening, maar er zijn ook andere oorzaken. Zo werd de uitval van ICT-diensten in Amsterdam in 2012 door een ‘simpele’ kabelbreuk veroorzaakt en was een langdurige verstoring van mobiele telefonie in Rotterdam bij Vodafone in 2012 het gevolg van een grote brand in een naastgelegen bedrijfspand. Daarnaast zijn er steeds meer voorbeelden van cybercrime waarbij datacommunicatie moedwillig wordt stilgelegd of gehinderd voor financieel gewin (ransomware) of verstoring van de maatschappij. Conclusie: Een gehele of gedeeltelijke uitval van een digitale dienst, proces of systeem is waarschijnlijk en reeds meermaals voorgekomen. In de meeste gevallen is dit niet opzettelijk, maar het gevolg van een fout in het netwerk of grootschalige uitval van elektriciteitsvoorziening. Wereldwijd zijn er echter steeds meer voorbeelden van cybercrime waarbij financieel gewin of verstoring het doel is. De toename van de afhankelijkheid van het Internet maakt dat de impact groot is en in de nabije toekomst verder zal toenemen. Het incidenttype uitval of verstoring van een digitale dienst, proces of systeem wordt daarom meegenomen in de risicoanalyse.
28
Verdieping regionaal risicoprofiel
3.5.5 Verstoring afvalverwerking Het crisistype verstoring afvalverwerking is uitgesplitst in twee incidenttypen: Uitval afvalverwerking Uitval afvalinzameling (VrAA) Het scenario uitval afvalverwerking heeft niet direct grote impact op VrAA, het leidt niet tot ernstige/ risicovolle situaties. In Nederland zijn namelijk voldoende uitwijkmogelijkheden voor handen, waar het afval naartoe gebracht kan worden. Nederland kent twaalf grote verbrandingsovens. Eén daarvan, het Afval Energie Bedrijf (AEB), is gevestigd in Amsterdam. De verbrandingsovens in Nederland werken samen, dus bij uitval van het AEB kan uitgeweken worden naar een andere verbrandingsoven. Dit is geen echter geen reguliere taak en vergt de nodige afstemming over capaciteit en uitwijkmogelijkheden. Een dergelijk scenario leidt wel tot hogere kosten en vertraging van de afvalverwerking, heeft effect op de warmteleverantie aan het Warmtenet en heeft effect op de rioolwaterzuivering (aangezien het AEB normaliter het rioolslib mee verbrand). Een scenario dat waarschijnlijker is, is uitval van de afvalinzameling. Een langdurige uitval van de afvalinzameling kan tot de volgende problemen leiden: Stankoverlast Ongedierteplaag Maatschappelijke onrust Ontstaan besmettingsbronnen als gevolg van rottingsprocessen.
Indien de impact van een dergelijk scenario te groot dreigt te worden, moeten alternatieve wijze van afvalinzameling georganiseerd worden (bijvoorbeeld inhuur gespecialiseerde bedrijven). Conclusie: Gezien de beperkte impact van beide scenario’s onder het crisistype verstoring afvalverwerking, worden beide incidenttypen niet meegenomen in de risicoanalyse. 3.5.6 Verstoring voedselvoorziening Het crisistype verstoring voedselvoorziening is uitgesplitst in één incidenttype Uitval distributie Een ernstige uitval van voedselvoorziening waarbij alleen VrAA getroffen wordt is ondenkbaar. Het is aannemelijker dat dit incidenttype zich als (inter-)nationale crisis zal voordoen. Wanneer een dergelijke crisis zich voordoet zal dit leiden tot buitengewone omstandigheden waarbij (nationale) crisiscoördinatie plaatsvindt. Het treffen van maatregelen op het gebied van de voedselvoorziening is in beginsel dan ook belegd bij de nationale overheid en de Europese Unie. De Veiligheidsregio vervult daarbij slechts een uitvoerende taak. Kleinschaliger incidenten in de voedselvoorziening die zich in de regio voordoen zullen niet van lange duur zijn. Door marktwerking zal de distributie snel vanuit elders op gang komen.
Conclusie: Gezien de schaalgrote van een internationale voedselcrisis enerzijds, en anderzijds de beperkte impact van een regionale verstoring van de voedselvoorziening, wordt het incidenttype verstoring voedselvoorziening niet meegenomen in de risicoanalyse. 3.6 Verkeer en vervoer 3.6.1 Luchtvaarincidenten Het crisistype luchtvaartincidenten is uitgesplitst in twee incidenttypen: Incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein Incident vliegtoestel bij vliegshows (niet van toepassing voor VrAA) VrAA heeft zelf geen luchtvaartterrein. Luchthaven Schiphol, in Veiligheidsregio Kennemerland (VrK) ligt tegen de grens van VrAA aan. Schiphol heeft circa 497.000 vliegbewegingen per jaar. Het aantal
29
Verdieping regionaal risicoprofiel
vliegbewegingen neemt vanwege de groei van het aantal passagiers en de groei van de hoeveelheid luchtvracht toe, verwacht wordt een gemiddelde van 2 tot 3% tot 2050. De coronacrisis van 2020 zal echter een beperkend effect hebben op de eerder voorspelde groei. Een aanzienlijk deel van deze vliegbewegingen gaan over VRAA, doordat een aantal belangrijke aanen uitvliegroutes van Schiphol over de regio loopt. Bovendien is op grotere hoogte doorgaand vliegverkeer. De kans op een vliegtuigongeval is het grootst bij het opstijgen en het landen. In verband met de verstedelijking van het grondgebied is de kans op een hoge impact groter. Dit hangt natuurlijk ook af van het de locatie van het incident. In 1992 stortte een vliegtuig neer in de woonwijk Bijlmermeer. De impact van een dergelijk incident is veel groter dan dat van het vliegtuig dat in 2009 in de polder langs de A9 neerstortte. Het risicogebied beslaat naast VrAA en VrK, ook Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Veiligheidsregio Utrecht en Veiligheidsregio HollandsMidden. De impact van een vliegtuigongeval is groter als er kwetsbare objecten of vitale infrastructuur bij betrokken is. Binnen een straal van 10 km van Schiphol bevinden zich de volgende kwetsbare objecten.
Tabel 3 - Kwetsbare objecten binnen een straal van 10 km van Schiphol in de regio AA Risicofactor Infrastructuur Verstedelijking Hoogbouw Opslag gevaarlijke stoffen Procesindustrie
Definitie / Voorbeeld Snelwegen A4, A5, A9, A10 >20% gebied met > 240 inwoners/per hectare Amsterdam 33 hoge gebouw aanwezig tussen 150m - 75m Tankpark met > 107 m3/km2 Oiltanking, BP Aanwezigheid basischemie of complexe fijn chemie Westelijk Havengebied, Amsteldijk
Conclusie: Gezien de incidenten in de afgelopen jaren, de grote impact, de aanwezigheid van kwetsbare objecten binnen een straal van 10 km van de landingsbaan en de verdere groei van het aantal vliegbewegingen wordt het incidenttype incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein meegenomen in de risicoanalyse. 3.6.2 Incidenten op of onder water Het crisistype incidenten op of onder water is uitgesplitst in vier incidenttypen: Incident waterrecreatie en pleziervaart Incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen) Incident op ruim water Grootschalig duikincident De regio bestaat voor een groot deel uit wateroppervlakte en daar zijn de volgende voorbeelden een greep uit een nog veel langere lijst. De belangrijkste vaarwegen voor de beroepsvaart in VrAA zijn het Noordzeekanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal, het IJ, het IJmeer en de Amstel. In de regio is tevens een aantal recreatieplassen, namelijk de Sloterplas, de Gaasperplas, de Poel, de Nieuwe Meer, de Ouderkerkerplas en de Westeinderplassen. Daarnaast heeft Amsterdam zijn grachtengordel. De risico’s met betrekking tot ongevallen op het water worden grotendeels bepaald door de activiteiten op het Noordzeekanaal. De risico’s betreffen zowel incidenten met gevaarlijke stoffen (dit incidenttype wordt uitgewerkt onder het crisistype incidenten met brandbare/explosieve
30
Verdieping regionaal risicoprofiel
respectievelijk giftige stof in open lucht) als incidenten met passagiersboten (rondvaartboten en rivier- en zee cruiseschepen). Ten aanzien van grote passagiersboten en de kleine scheepvaart geldt dat de waarschijnlijkheid en impact klein zijn; de kans op slachtoffers en schade is klein. Incidenten op de kleine scheepvaart met enkele slachtoffers worden afgehandeld conform de procedure waterongevallen. Deze procedure geldt niet voor de middelgrote passagiersvaart, zoals rondvaartboten, veerboten en partyboten. Voor de grote scheepvaart gelden veiligheidsmaatregelen, waaronder de aanwezigheid van een veiligheidsorganisatie. Hieronder vallen bijvoorbeeld de cruiseschepen die Amsterdam aan doen. Deze ‘varende steden’ hebben eigen hulpverleningscapaciteiten. Voor de middelgrote passagiersvaart zijn dergelijke maatregelen niet van toepassing. De impact van een incident met middelgrote passagiersvaart zal daarom groter zijn dan de impact van een incident met grote passagiersboten en met kleine pleziervaart. Een klein deel van het IJmeer en Markermeer valt binnen de grenzen van VrAA. Hoewel de waarschijnlijkheid van incidenten op de hoofdvaarroute groter is dan in de randmeren, wordt incidenttype incident op ruim water niet meegenomen in de risicoanalyse.
Omdat beide meren slecht voor een klein deel binnen VrAA vallen, is de waarschijnlijkheid van het incidenttype incident op ruim water beperkt. Conclusie: Het incidenttype incident met middelgrote (passagiers)vaart wordt meegenomen in de risicoanalyse. 3.6.3 Verkeersincidenten op land Het crisistype verkeersincidenten op land is uitgesplitst in twee incidenttypen: Incident wegverkeer Incident treinverkeer VrAA is zowel een knooppunt van wegverkeer als spoorverkeer. Rijkswegen: A1 (Amsterdam-Amersfoort), A2 (Amsterdam-Utrecht), A4 (Amsterdam-Den Haag), A5 (Amsterdam-Hoofddorp), A8 (Amsterdam-Zaandam), A10 (Amsterdam-Zaanstad) en A200 (Amsterdam-Haarlem). Spoor: traject Amsterdam-Utrecht, traject Amsterdam-Den Haag/Leiden, traject Amsterdam- Haarlem en traject Amsterdam-Alkmaar Al decennia daalt het aantal verkeerdoden op de weg. In 2015 en 2018 wordt een kleine stijging gezien, maar gekeken vanaf 2010 is de daling van het aantal doden gestagneerd. Door verbeteringen van de infrastructuur en verbeteringen van de veiligheidsaspecten van de vervoersmiddelen, vinden steeds minder ongevallen plaats en neemt de impact van de ongevallen af. De Amsterdamse ringweg A10 staat op de eerste plaats met 41,8 ongelukken per kilometer snelweg.
De onderzoekers constateren ook dat 69% van alle ongevallen op binnen de provincie Noord-Holland plaatsvindt binnen een straal van 1 kilometer van een op- of afrit.5 De A10 is een van de drukste snelwegen van Nederland en heeft per kilometer weg een groot aantal op- en afritten. Het aantal ongevallen is hoog maar de ernst van deze ongevallen is relatief beperkt. Het aandeel dodelijke ongevallen bij op- en afritten is 34 procent lager dan op stukken snelweg zonder in- of uitvoegend verkeer. Dit komt waarschijnlijk doordat auto’s langzamer rijden. In vergelijking met het aantal ongevallen op de weg vinden nauwelijks ongevallen op het spoor plaats. Het gaat om enkele ongevallen per jaar. De waarschijnlijkheid van spoorwegongevallen is klein ten opzichte van ongevallen op de weg. Wel is de impact vaak groter, zoals was te zien bij de treinbotsingen bij Amsterdam Centraal Station in 2007 en bij Amsterdam Westerpark in 2012. De diverse spoortrajecten maken de waarschijnlijkheid van treinongevallen groter. 5
Onderzoek door Univé, op basis van 75.000 snelwegongevallen uit de periode 2016 tot en met 2018
31
Verdieping regionaal risicoprofiel
Hoewel ongelukken zich de afgelopen jaren minder vaak voordoen op weg en spoor, kan een grootschalige en langdurige stremming van het verkeer een grote impact hebben. Zo kan door mist of plotselinge heftige regenval een kettingbotsing ontstaan, maar kan ook als gevolg van extreme ijzel en sneeuwval het verkeer (zowel op weg als spoor) ontregeld raken. Dit kan zelfs gevolgen hebben voor de paraatheid van de hulpverleningsdiensten. Aangezien VrAA zowel op weg als spoor een knooppunt is, kan een grootschalige en langdurige stremming een grote impact hebben ook buiten VrAA. In verband met bevoorrading en doorvoer van goederen kan economische schade optreden. In recente jaren zijn verstoringen echter beperkt gebleven en is een grote hulpverleningscapaciteit beschikbaar in de regio. Conclusie: Gezien het feit dat VrAA een verkeersknooppunt is voor weg en spoor en de waarschijnlijkheid wordt het incidenttype incident treinverkeer meegenomen in de risicoanalyse. 3.6.4 Incidenten in tunnels Het crisistype incidenten in tunnels is uitgesplitst in drie incidenttypen: Incident in treintunnels en ondergrondse stations Incident in wegtunnels Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations VrAA wordt gekenmerkt door tunnels in alle modaliteiten (weg-, metro-, trein-, tram-, voetgangersen fietstunnels).
Sommige tunnels zijn/worden inmiddels gerenoveerd (IJtunnel, Hemspoortunnel en Oostlijn), sommige zijn net open (NZ-lijn en Gaasperdammertunnel) en andere liggen nog op de tekentafel (Zuid-as). De effecten van incidenten in tunnels kunnen vergroot worden door het ontstaan van brand. De snelle hittetoename en met name de sterke rookontwikkeling maken het moeilijk gebruik te maken van de beperkte beschikbare vluchtmogelijkheden. Door het vervoer van gevaarlijke stoffen door tunnels ontstaat een extra risico. De Hemspoortunnel, met een lengte van 1.600 m, is de enige spoortunnel binnen VrAA. In VrAA zijn daarnaast negen wegtunnels en wordt rondom de Zuidas nog een wegtunnel ontworpen. Een incident in een wegtunnel is het meest waarschijnlijke scenario van incidenten in tunnels. Op basis van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels (Warvw) dienen tunnels in Nederland te beschikken over een veiligheidbeheersplan (VBP). Het VBP is het instrument, waarmee de Tunnelbeheerder het afgesproken veiligheidsniveau in de gebruiksfase handhaaft. Mede daardoor is de impact van dit scenario kleiner dan de impact van de overige tunnelincidenten. In VrAA zijn momenteel twee metrotunnels in gebruik. De Oostlijn loopt tussen het Centraal station en het Amstelstation en hierin bevinden zich vijf ondergrondse stations.
De Noord-Zuidlijn loopt tussen Amsterdam Noord en station Zuid en heeft ook vijf ondergrondse stations. De waarschijnlijkheid van incidenten in metrotunnels is toegenomen door de ingebruikname van de Noord-Zuid lijn (met ondergrondse stations). Maar de kans op ongevallen is laag in vergelijking met wegtunnels. Het mogelijke aantal slachtoffers in metrotunnels is echter fors hoger dan in wegtunnels. Ongevallen in de metro hebben een bijzonder karakter gezien de beperkte mogelijkheden voor zelfredzaamheid, de beslotenheid en slechte bereikbaarheid voor de hulpverleningsdiensten. Dit geldt met name als een metro tussen twee stations tot stilstand is gekomen. Conclusie: Aangezien VrAA gekenmerkt wordt door een hoge tunneldichtheid, dient het crisistype incidenten in tunnels meegenomen te worden in de risicoanalyse. Omdat er in Nederlandse wegtunnels zelden dodelijke ongevallen plaats vinden en het wettelijke veiligheidsniveau aanzienlijk hoger ligt dan omringende landen nemen we wegtunnels niet mee in het regionale risicoprofiel.
32
Verdieping regionaal risicoprofiel
In metrotunnels vinden ook weinig incidenten plaats, maar als er incidenten optreden, al dan niet door brandstichting, kan het aantal slachtoffers flink oplopen. Om deze rede nemen we incidenttype Incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations wel mee in het risicoprofiel. 3.7 Gezondheid 3.7.1 Bedreiging volksgezondheid Het crisistype Bedreiging volksgezondheid is uitgesplitst in vijf incidenttypen: Besmettingsgevaar via contactmedia Feitelijke grootschalige besmetting zonder ziekteverschijnselen Besmettingsgevaar vanuit buitenland Besmettingsgevaar in eigen regio Dierziekten overdraagbaar op mens Dit crisistype omvat plotselinge gebeurtenissen, inzichten in of vermoedens over een directe bedreiging voor de volksgezondheid van een grote groep personen, maar nog zonder veel ziektegevallen. Vanwege de demografische samenstelling, de nabijheid van Schiphol, het grote aantal buitenlandse bezoekers, het reizen van inwoners voor werk en vakantie, de vele evenementen en de industriële activiteiten binnen VrAA, is VrAA kwetsbaar voor het crisistype Bedreiging volksgezondheid. Dit betekent dat de VrAA continue aandacht moet hebben om mogelijke bedreigingen vroegtijdig te signaleren en hierop te acteren. Conclusie: VrAA is kwetsbaar voor dit crisistype.
Omdat er (nog) geen sprake is van veel ziektegevallen en de impact pas relatief groot wordt als de dreiging een daadwerkelijke ziektegolf veroorzaakt, wordt Bedreiging volksgezondheid niet meegenomen in de risicoanalyse. 3.7.2 Ziektegolf Het crisistype ziektegolf is uitgesplitst in twee incidenttypen: Ziektegolf besmettelijke ziekte Ziektegolf niet besmettelijke ziekte Dit crisistype betreft een golf van gezondheidsklachten met een forse geneeskundige inspanning en zorg voor zieken. Veroorzaakt door een besmettelijke ziekte, zal het gaan om een wijdverspreide epidemie of pandemie; door een niet besmettelijke ziekte, zal het gaan om een geïsoleerde golf, zoals een grootschalige voedselvergiftiging tijdens een evenement of verspreiding van de legionellabacterie via besmette drinkwatersystemen of luchtbevochtigers. Vanwege de demografische samenstelling, de nabijheid van Schiphol, het grote aantal buitenlandse bezoekers, het reizen van inwoners voor werk en vakantie, de vele evenementen en de industriële activiteiten binnen VrAA, is VrAA kwetsbaar voor beide incidenttypen. De huidige ervaringen laten zien dat een grootschalige ziektegolf (pandemie) tot maatschappelijke ontwrichting kan leiden (zoals op dit moment het geval is met COVID-19).
Dit heeft niet alleen gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven, maar ook voor de continuïteit van zorg, de overheid en de hulpverleningsdiensten. Daarmee vergeleken is de impact van de ziektegolf niet besmettelijke ziekte beperkt; voor mensen met een verminderde weerstand kan voedselvergiftiging of besmetting met de legionellabacterie echter ernstige gevolgen hebben. Conclusie: VrAA is kwetsbaar voor dit crisistype. Gecombineerd met de enorme impact van het incidenttype ziektegolf besmettelijke ziekte, wordt crisistype Ziektegolf met een besmettelijke ziekte meegenomen in de risicoanalyse.
33
Verdieping regionaal risicoprofiel
3.8 Sociaal-maatschappelijke omgeving 3.8.1 Paniek in menigten Het crisistype paniek in menigten is uitgesplitst in één incidenttype: Paniek tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties In 2019 hebben in VrAA 131 evenementen, concerten en demonstraties plaatsgevonden met meer dan 5.000 bezoekers (in 2020 was dit vanwege Corona aanzienlijk lager). In de regio worden relatief veel evenementen georganiseerd. Koningsdag, SAIL en de Pride zijn enkele evenementen waar vele honderdduizenden bezoekers op af komen. Paniek in menigten is het gevolg van een (trigger-)gebeurtenis. Als gevolg van deze gebeurtenis ontstaat grote paniek ter plaatse, met mogelijk een groot aantal slachtoffers. Voorbeeld van het incidenttype paniek in menigten is de gebeurtenis tijdens de Dodenherdenking op de Dam in 2010. Naar aanleiding van schreeuwen tijdens de 2 minuten stilte ontstond paniek in de mensenmassa, met als gevolg dat de mensenmassa in beweging kwam, mensen over hekken struikelde en mensen elkaar vertrapten. In totaal raakten 63 mensen (licht) gewond. Ook bij de Ajax huldiging in 2011 kwam een groep mensen in het publiek in verdruking. Elk incident kan leiden tot ongecontroleerde vluchtreacties van publiek en omstanders. Men identificeert immers gevaar en acteert daarop. In een grote mensenmassa is er echter weinig ruimte om te vluchten waardoor verdrukking ontstaat.
Dit wordt van buitenaf gezien als ‘paniek’. Het aantal aanwezigen, de hoeveelheid ruimte om te vluchten en de trigger bepalen de impact van een dergelijk incident. Bij grote festiviteiten, concerten en demonstraties is niet alleen de paniekreactie een verzwaring van het risico, maar is het risico ook groter door het grote aantal aanwezige mensen in een beperkte ruimte en aanwezigheid van tijdelijke constructies. Dit heeft bijvoorbeeld invloed op de bereikbaarheid van een incident locatie en het risico op het vallen van slachtoffers. Dit maakt dat het incidenttype vergroot wordt naar incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties. De waarschijnlijkheid van zo’n scenario is moeilijk in te schatten. Paniek kan ontstaan daar waar veel mensen in een beperkte ruimte bij elkaar zijn. Aangezien in VrAA relatief veel grote evenementen georganiseerd worden is de waarschijnlijkheid van dit incidenttype in de regio groter dan in andere regio’s. Conclusie: Gezien het grote aantal evenementen dat in VrAA georganiseerd wordt, wordt het incidenttype incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties meegenomen in de risicoanalyse. Er wordt gesproken over een ‘incident’, omdat er niet altijd sprake hoeft te zijn van paniek.
3.8.2 Gevolgen terroristische aanslag De VrAA heeft eerder onder het thema sociaal-maatschappelijke omgeving een crisistype toegevoegd zijnde gevolgen van een terroristische aanslag. Het crisistype gevolgen van een terroristische aanslag wordt uitgesplitst in twee incidenttype: Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van terroristische aanslag in de Veiligheidsregio Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van terroristische aanslag buiten de Veiligheidsregio Waar een dreiging of de daadwerkelijke aanslag veelal onder andere crisis-en incidenttypen valt (brand, explosies, incidenten in menigten) is er in de Handreiking beperkt aandacht voor de sociaalmaatschappelijke gevolgen direct na een aanslag. Om deze reden worden deze twee incidenttypen uitgewerkt. Sinds de golf van terroristische aanslagen vanaf 2014 in Frankrijk, Duitsland en België is ook in Nederland het gevoel dat terrorisme dichterbij komt. Ook in Amsterdam (2018) en Utrecht (2019)
34
Verdieping regionaal risicoprofiel
hebben zich terroristische incidenten voorgedaan. Vanaf mei 2020 is het dreigingsniveau in Nederland als ‘aanzienlijk’ geclassificeerd (niveau 3) na een periode van 2013-2020 dat het dreigingsniveau als ‘substantieel’ was geclassificeerd (niveau 4). Hiermee is een terroristische aanslag nog steeds voorstelbaar en is de dreiging is aanzienlijk. De werkwijze van terroristen in de Europese voorbeelden verschilt, van éénlingen met messen tot gecoördineerde reeksen van aanslagen met vuurwapens en explosieven. De waarschijnlijkheid is moeilijk te bepalen, maar de kans is afgaande op het dreigingsniveau aanzienlijk. Over de impact kan wel iets gezegd worden, namelijk dat de voorgevallen (grote) aanslagen leiden tot een groot aantal slachtoffers, waar hulpverleningsdiensten op moeten acteren, onder de dreiging van aanvullende aanslagen. Het is mogelijk dat een aanslag domino-effecten heeft op de keuzes die mensen maken, wat economische schade kan betekenen. De belangrijkste impact zit echter in de sociaal-maatschappelijke reactie van de samenleving en de wijze waarop men omgaan met een aanslag. Door overheids- en welzijnsinstellingen zal veel moeite worden gestoken in het bij elkaar houden van de samenleving om tegenstellingen tussen verschillende groepen te voorkomen. Om die reden is een gecoördineerde samenwerking bij een dergelijk incident van groot belang.
De impact zal ook gevoeld worden als in een andere stad binnen en buiten Nederland een aanslag gepleegd wordt, maar zal heftiger zijn als het in de ‘eigen’ gemeente of regio gebeurt. Conclusie: Aangezien de waarschijnlijkheid als voorstelbaar geclassificeerd wordt en de potentiele impact van een terroristische aanslag als aanzienlijk wordt geschat wordt het incidenttype terroristische aanslag in de Veiligheidsregio meegenomen in de risicoanalyse. 3.8.3 Verstoring openbare orde Het crisistype verstoring openbare orde is uitgesplitst in drie incidenttypen: Rel rondom demonstraties en andere manifestaties Gewelddadigheden rondom evenementen Maatschappelijke onrust en buurtrellen Over het algemeen is het aantal gewelddadigheden tijdens demonstraties, andere manifestaties, voetbalwedstrijden en evenementen beperkt en incidenteel, mede door de voorbereiding en vergunningverlening. Verstoringen tussen grote groepen komen relatief beperkt voor. De waarschijnlijkheid is laag, maar kunnen leiden tot paniek in menigten. Bepaalde (trigger-)incidenten kunnen maatschappelijke onrust en openbare ordeverstoringen tot gevolg hebben. Kenmerkend aan maatschappelijke onrust is een verband tussen voedingsbodem, (trigger-) incidenten die heftige emoties teweegbrengen en optredende gevolgen die de openbare orde en veiligheid bedreigen. De intensiteit van emoties wordt bij iedere stap groter.
Het proces escaleert dan en de situatie raakt steeds meer oververhit. Specifiek aan deze incidenttypen is het voorkomen en bestrijden van maatschappelijke onrust, wat vaker een gevolg is dan een incident op zichzelf. Het resultaat is afhankelijk van de samenwerking tussen lokale partners zoals gemeente, politie, burgers, instellingen uit het maatschappelijk middenveld, het lokale bedrijfsleven en de media. Deze gevolgbestrijding vindt echter conform reguliere crisisbeheersing plaats. Conclusie: Omdat verstoringen relatief beperkt voorkomen en de maatschappelijk ontrust eerder een gevolg is van andere incidenttypen, worden in de VrAA de incidenttypen van het crisistype verstoring openbare orde niet meegenomen in de risicoanalyse.
35
Verdieping regionaal risicoprofiel
4. Conclusie risico-inventarisatie In het risicobeeld is beschreven wat er in de regio van VrAA kan gebeuren. Op basis van dit risicobeeld is een eerste selectie gemaakt van incidenttypen die meegenomen worden in de risicoanalyse. Een te brede selectie brengt namelijk een vertroebeld beeld van de regio. Om de kwaliteit van het risicoprofiel en de aanbevelingen die daaruit volgen te kunnen waarborgen is daarom een selectie noodzakelijk. Bij het tot stand komen van de selectie zijn de volgende criteria gehanteerd:
Niet elk incidenttype is even relevant voor VrAA (zie gemeentelijk risicobeeld); Incidenttypen kunnen geïntegreerd worden in andere incidenttypen; Voldoende maatregelen zijn getroffen om impact en/of waarschijnlijkheid van het incidenttype terug te brengen.
Tabel 4 - Geselecteerde incidenttypen na de risico-inventarisatie Maatschappelijk thema
#
Crisistype/ incidenttype
Natuurlijke omgeving
1
overstroming vanuit zee
2
overstroming door hoge rivierwaterstanden
3
vollopen van een polder/ dijkdoorbraak
4
bosbrand
5
heide, (hoog)veen- en duinbranden
6
koude golf, sneeuw en ijzel
7
hitte golf
8
zware storm
✓7
9
droogte
✓5
10
wateroverlast als gevolg van extreme neerslag
✓6
11
aanhoudende laaghangende mist
12
aardbeving
13
ongedierte
14
ziektegolf
15
grote brand in object met kwetsbare doelgroep
16
grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie
17
grote brand in bijzonder hoge gebouwen
Gebouwde omgeving
36
Geselecteerd scenario en nummer in RRP
✓4
✓ 11
✓ 12
Verdieping regionaal risicoprofiel
Technologische omgeving
✓ 13
18
grote brand in ondergrondse bebouwing
19
brand in dichte binnensteden
20
Brand in cultureel erfgoed
21
instorting/ verzakking
22
instorting door gebreken constructie of fundering
23
incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op weg
24
incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water
✓ 16
25
incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor
✓ 15
26
incident transport buisleidingen
27
incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting
28
incident bij vuurwerkopslag/verkoop munitie
29
brand in grote opslagruimtes
30
broei (of brand) in bulk-opslag
✓ 20
31
incident giftige stoffen, vervoer weg
✓ 18
32
incident vervoer water
33
incident spoorvervoer
34
incident transport buisleidingen
35
incident giftige stoffen, stationaire inrichting
36
incident A-objecten: centrales
37
incident A-objecten: nabije centrales grensoverschrijdend
38
incident A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal
39
incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal
40
incident B-objecten: overige nucleaire faciliteiten brandklasse i
41
incident B-objecten: nucleaire faciliteiten brandklasse ii
42
incident B-objecten: overig vervoer en gebruik nucleaire materialen
37
✓ 14
✓ 17
✓ 19
Verdieping regionaal risicoprofiel
Vitale infrastructuur
Verkeer en vervoer
Gezondheid
43
Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal
44
uitval olievoorziening
45
uitval gasvoorziening
✓9
46
uitval elektriciteitsvoorziening
✓8
47
uitval drinkwatervoorziening
48
problemen waterinname
49
Verontreiniging in drinkwaternet
50
uitval rioleringssysteem
51
uitval afvalwaterzuivering
52
(opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst
53
uitval afvalverwerking/ uitval afvalinzameling
54
uitval distributie
55
incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein
56
incident vliegtoestel bij vliegshows
57
incident waterrecreatie en pleziervaart
58
incident beroepsvaart (anders dan met gevaarlijke stoffen
59
incident op ruim water
60
grootschalig duikincident
61
incident met (middel)grote passagiersvaart
62
incident wegverkeer
63
incident treinverkeer
64
incident in treintunnels en ondergrondse stations
65
incident in wegtunnels
66
incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse station
67
besmettingsgevaar via contactmedia
68
feitelijke grootschalige besmetting (nog) zonder ziekteverschijnselen
38
✓ 10
✓ 22
✓ 23
✓ 24
✓ 21
Verdieping regionaal risicoprofiel
Sociaal maatschappelijk
69
besmettelijkheidgevaar vanuit buitenland
70
besmettelijkheidgevaar in eigen regio
71
dierziekte overdraagbaar op mens
72
ziektegolf besmettelijke ziekte
73
ziektegolf niet besmettelijke ziekte
74
Incident tijdens grote festiviteiten en demonstraties
✓2
75
Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van een terroristische aanslag in de Veiligheidsregio
✓3
76
Maatschappelijke gevolgen naar aanleiding van een terroristische aanslag buiten de Veiligheidsregio
77
rel rondom demonstraties en andere manifestaties
78
gewelddadigheden rondom evenementen
79
maatschappelijke onrust en buurtrellen
✓1
Ten opzichte van de risico-inventarisatie in 2017 is alleen het scenario over droogte als nieuwe incidenttypen geselecteerd, wel hebben een aantal een stevigere positie in de inventarisatie gekregen. Vanuit de 24 geselecteerde risico’s voor Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland wordt hieronder beschreven wat in de lijn met het eerder geschetste toekomstbeeld de meest opvallende incidenttypen zijn:
Terroristische aanslag (sociaal maatschappelijk) Gelet op het huidige wereldbeeld en de maatschappelijke impact van terrorisme is het van belang om dit incidenttype mee te nemen in de risicoanalyse. In 2017 is de keuze gemaakt dat dit incidenttype niet buiten beschouwing gelaten kan worden en dat is in 2020 bevestigd. Ziektegolf besmettelijke ziekte (gezondheid) Een ziektegolf kan leiden tot grote maatschappelijke ontwrichting, zoals op dit moment het geval is met COVID-19. Dit heeft niet alleen gevolgen voor burgers en het bedrijfsleven, maar ook voor de continuïteit van zorg, de overheid en de hulpverleningsdiensten. Het is een risico dat al opgenomen was in het risicoprofiel en ook nu weer een geselecteerd incidenttype in het risicoprofiel. De COVID19 crisis laat zien dat de huidige situatie een geloofwaardig scenario is geworden. Echter is het nu te vroeg om conclusie te kunnen trekken. Na de crisis is het tijd om te evalueren en concluderen op wereld- en landelijk niveau. De huidige risicoanalyse is op basis van het oude scenario en dit scenario zal na de crisis worden geactualiseerd. Brand in object met kwetsbare doelgroep (gebouwde omgeving) Ook branden in objecten met veel kwetsbare bewoners hebben een relatief hoge waarschijnlijkheid en impact.
De experts verklaren deze analyse als gevolg van de aanhoudende maatschappelijke trend dat ouderen langer thuis blijven wonen in particuliere woningen. Deze woningen hoeven aan lagere brandveiligheidseisen te voldoen dan verzorgingshuizen. De trend werkt daarmee ook in de hand dat in de verzorgingshuizen een nog grotere mate van verminderzelfredzame bewoners wonen. De hogere impact volgt voornamelijk uit het criteria (dodelijke) slachtoffers. (Opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst (vitale infrastructuur) De toename van de digitale afhankelijkheden maakt dat de impact van dit incidenttype in de komende jaren groter wordt. De uitval van dergelijke vitale voorzieningen leidt tot maatschappelijke
39
Verdieping regionaal risicoprofiel
domino-effecten, waarbij veel bedrijven niet langer ongestoord kunnen opereren en dat heeft gevolgen voor de fysieke veiligheid en optreden het van hulpdiensten. Daarnaast zijn er steeds meer voorbeelden van cybercrime waarbij financieel gewin of verstoring het doel is. De toename van de afhankelijkheid van het Internet maakt dat de impact groot is en in de nabije toekomst verder zal toenemen. Droogte en zware stormen met keteneffect (natuurlijke omgeving) De afgelopen tien jaar heeft het land en de regio diverse malen (ernstige) last gehad van de gevolgen van stormen en ook steeds vaker van droogte. Gelet op de klimaatsverandering worden deze incidenttypen meegenomen in de risicoanalyse aangezien het de verwachting is dat de frequentie van voorkomen zal toenemen. Met het drukker worden als gevolg van mobiliteitsstromen, verstedelijking en toerisme hebben dergelijke weersfenomenen steeds meer gevolgen voor de regio.
40
Verdieping regionaal risicoprofiel
5. Risicobeeld per gemeente Het beschreven risicobeeld betreft een regionaal risicobeeld van de VrAA. Echter niet alle geselecteerde risico’s komen, in dezelfde mate, voor binnen de zes gemeenten binnen de VrAA. In onderstaande tabel is weergegeven in hoeverre de crisistype/ incidenttype, uit de landelijke handreiking en de voorgaande actualisaties, zich binnen de afzonderlijke gemeente binnen de regio voordoen. Tabel 5 - Risicobeeld per gemeente Crisistype/ incidenttype 1 ziektegolf met besmettelijke ziekte
Aalsmeer
Amstelveen
Amsterdam
Diemen
OuderAmstel
Uithoorn
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
2 incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties
✓
3 terroristische aanslag
✓
✓
✓
✓
✓
✓
4 vollopen van een polder/dijkdoorbraak
✓
✓
✓
✓
✓
✓
5 overlast als gevolg van droogte
✓
✓
✓
✓
✓
✓
6 water overlast als gevolg van extreme neerslag
✓
✓
✓
✓
✓
✓
7 zware storm
✓
✓
✓
✓
✓
✓
8 uitval elektriciteitsvoorziening
✓
✓
✓
✓
✓
✓
9 uitval gasvoorziening
✓
✓
✓
✓
✓
✓
10 (opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst
✓
✓
✓
✓
✓
✓
11 grote brand in object met kwetsbare doelgroep
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
12 grote brand in bijzonder hoge gebouwen 13 grote brand in ondergrondse bebouwing
✓
✓
✓
✓
✓
✓
14 instorting/ verzakking
✓
✓
✓
✓
✓
✓
15 incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor
✓
✓
✓
16 incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water
✓
✓
✓
17 incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting
✓
41
✓
Verdieping regionaal risicoprofiel
✓
18 incident giftige stoffen, vervoer weg
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
19 incident giftige stoffen, stationaire inrichting
✓
20 broei/ brand in bulkopslag
✓
21 incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations
✓
22 incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein
✓
✓
23 incident met middelgrote (passagiers) vaart 24 incident treinverkeer
✓
✓
Legenda: Leeg = niet van toepassing, normaal icoon= beperkt van toepassing en vet icoon = erg van toepassing
Figuur 2 - de regio en de risico’s
42
Verdieping regionaal risicoprofiel
6. Toelichting op de methodiek van de risicoanalyse 6.1 Inleiding Na het opstellen van het risicobeeld van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) is het risicobeeld geanalyseerd. Deze risicoanalyse is uitgevoerd in de periode februari 2020 tot en met november 2020. Vanuit het risicobeeld is een selectie van vierentwintig relevante incidenttypen voor Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland gemaakt. Voor deze incidenttypen zijn vervolgens vierentwintig scenario’s uitgewerkt. Tijdens meerdere expertsessies in december 2020 en januari 2021 zijn deze scenario’s beoordeeld op impact en waarschijnlijkheid van voorkomen. De expertsessies zijn opgesplitst in: het vooraf via een digitaal platform de scenario’s scoren, op impact en waarschijnlijkheid, en achteraf in een mondelinge terugkoppeling van de scores per domein. De experts waren verdeeld over vijf domein, naar de maatschappelijke thema’s uit de landelijke handreiking: Gezondheid & Sociaal maatschappelijk, Natuurlijke omgeving & Vitale infrastructuur, Gebouwde omgeving, Technologische omgeving en Verkeer en Vervoer. In deze terugkoppelingen zijn de scenario’s definitief gescoord. Tijdens deze sessies waren vele directe en indirecte partners van de Veiligheidsregio aanwezig, zoals vertegenwoordigers van Waternet, Alliander, Port of Amsterdam, Omgevingsdienst, vervoersbedrijven en Defensie.
In totaal zijn 55 experts van de 80 genodigde bereikt en hebben zij ook input geleverd voor het diagram. Deze experts waren verdeeld over 24 verschillende organisatie, exclusief verschillende afdelingen van deze organisatie. De volledige lijst met aanwezigen is opgenomen in hoofdstuk 9. De risicoanalyse levert een beeld op van de mogelijke impact en de mogelijke waarschijnlijkheid van de vierentwintig geselecteerde incidenttypen. De impact en waarschijnlijkheid worden gezamenlijk weergegeven in een zogenoemd ‘risicodiagram’ en verschaft de lezer inzicht in, wat op basis van de inventarisatie en analyse, de relevante incidenttypen binnen VrAA zijn. Ook geeft het inzicht hoe deze incidenttypen zich tot elkaar verhouden. De resultaten van de risicoanalyse vormen input voor het beleidsplan van de Veiligheidsregio voor de komende jaren. 6.2 Toelichting op de methodiek risicoanalyse Om verschillende incidenten met elkaar vergelijkbaar te maken, is in het kader van de landelijke Strategie Nationale Veiligheid een methode voor nationale risicobeoordeling (NRB) ontwikkeld. Met behulp van deze methode is het mogelijk verschillende incidenttypen op een vergelijkbare wijze te analyseren, te rangschikken en te prioriteren.
Om een direct verband te kunnen leggen tussen nationale en regionale risicoanalyses, is deze methode toegespitst op regionale incidenttypen en overgenomen in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Deze handreiking is in 2009 door alle 25 veiligheidsregio’s opgesteld, en vastgesteld door het Veiligheidsberaad. Bij het toepassen van de methode worden risico’s niet langer opgevat als een totaalscore die wordt bepaald op basis van ‘kans maal gevolg’, maar bij de weging van risico’s worden nu zowel de kans als het effect apart meegenomen. De termen kans en effect worden in de methodiek aangeduid als ‘waarschijnlijkheid’ en ‘impact’. 6.2.1 Werkwijze expertsessie Tijdens de expertsessies in december 2020 en januari 2021 is de landelijk ontwikkelde methodiek voor het meten van impact en waarschijnlijkheid toegepast. Experts hebben in vijf domeinen de incidentscenario’s gelezen en gescoord aan de hand van de impactcriteria uit de methode. De scores zijn vooraf via een digitaal platform opgehaald bij de experts om ze vervolgens per scenario in de verschillende domeinen terug te koppelen. Ook deze terugkoppeling heeft digitaal plaats gevonden, mede vanwege de geldende corona maatregelen, via een dashboards met alle scores van de experts zijn de scores besproken. In deze sessies zijn de argumenten om te komen tot een keuze genotuleerd en verkort weergegeven in het rapport.
43
Verdieping regionaal risicoprofiel
6.2.2 Scenariokeuze en –uitwerking De keuze voor de vierentwintig relevante incidenttypen is uiteengezet in de risico-inventarisatie. Op basis van het risicobeeld zijn de risico’s geanalyseerd en daarmee tot een inventarisatie gekomen. De keuze voor de incidenttypen bouwt voort op de keuzes die in 2009, 2011 en 2017 zijn gemaakt. Een keuze is noodzakelijk, omdat de groslijst van incidenttypen waarop de scenario’s gebaseerd kunnen worden 80 incidenttypen bevat. Het uitwerken van alle incidenttypen geeft een vertroebeld beeld van de regio. Deze vierentwintig incidenttypen zijn omgezet in beschreven scenario’s. Deze scenario’s zijn een hulpmiddel om een voorstelling van de loop van de gebeurtenissen te maken en om een beeld te krijgen van de knelpunten in de crisisbeheersing. De scenario-uitwerkingen zijn gebaseerd op incidenten en bijna-incidenten uit het recente verleden, zowel binnen als buiten VrAA, en op scenario’s van oefeningen uit de databank van oefeningen van de VrAA. De scenario’s zijn vooraf getoetst door de projectgroep in de diverse partijen; medewerkers van Waternet, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland, Brandweer Amsterdam-Amstelland, Politie Amsterdam, GHOR Amsterdam-Amstelland, Port of Amsterdam, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en ambtenaren openbare orde en veiligheid van de gemeenten in de regio.