Bijlage 3b. VrAA Verdieping Regionaal Risicoprofiel AA 2020 versie 1.0
Tekst van het document
De scenario’s beschrijven alleen incidenten die een crisis dan wel ramp inhouden. Nadrukkelijk is ervoor gekozen om géén worst case scenario’s op te stellen. Dergelijke scenario’s leiden al snel tot een grote onwaarschijnlijkheid van optreden en een (wens tot) voorbereiding die hoge budgetten noodzakelijk maakt. De projectgroep heeft ervoor gekozen om scenario’s uit te werken op het niveau van meest geloofwaardige scenario’s. Dit wil zeggen dat bij het uitwerken van de scenario’s de leden van de projectgroep de volgende richtlijnen hebben gehanteerd: het is goed denkbaar dat een dergelijk crisis- of rampscenario zich voor zal doen in Amsterdam-Amstelland, het scenario is iets erger dan het meest denkbare scenario (vanwege het grootstedelijke karakter van de regio). Bij de keuze van de vierentwintig scenario’s is verder rekening gehouden met een zekere spreiding over de regio en de verschillende gemeenten (landelijk gebied versus stedelijk gebied). 6.2.3 Meten van de impact In dit onderdeel is weergegeven hoe de input vanuit de expertsessie is opgehaald per waarde op impact en waarschijnlijkheid per scenario. In de Handreiking Regionaal Risicoprofiel zijn zes vitale belangen opgenomen. Deze vitale belangen zijn geoperationaliseerd door middel van concrete indicatoren (impactcriteria) om zo de impacts van een incident te kunnen vaststellen.
Hieronder zijn in het kort deze vitale belangen beschreven. Territoriale veiligheid Het ongestoord functioneren van Nederland als onafhankelijke staat, en specifiek de territoriale integriteit van ons land. De territoriale integriteit is in gevaar bij bijvoorbeeld een dreigende bezetting van het grondgebied van het rijk door een andere mogendheid, maar ook door een terroristische aanslag. Fysieke veiligheid Het ongestoord functioneren van de mens in Nederland en zijn omgeving. Het gaat hier specifiek om de lichamelijke gezondheid en integriteit. De fysieke veiligheid staat bijvoorbeeld onder druk als de volksgezondheid wordt bedreigd door de uitbraak van een epidemie, maar ook bij een grootscheepse dijkdoorbraak of een ongeluk in een chemische fabriek. Economische veiligheid Het ongestoord functioneren van Nederland als een effectieve en efficiënte economie. De economische veiligheid kan bijvoorbeeld aangetast worden als het handelsverkeer met een belangrijke buitenlandse handelspartner uitvalt. Ecologische veiligheid Het ongestoord blijven voortbestaan van de natuurlijke leefomgeving in Nederland. De ecologische veiligheid kan in het geding komen door bijvoorbeeld verstoringen in het beheer van het oppervlaktewater, maar ook door klimaatveranderingen.
44
Verdieping regionaal risicoprofiel
Sociale politieke stabiliteit Het ongestoorde voortbestaan van een maatschappelijk klimaat waarin groepen mensen goed met elkaar kunnen samenleven binnen de kaders van de democratische rechtstaat en gedeelde kernwaarden. De sociale en politieke stabiliteit kan in het geding zijn als veranderingen optreden in de demografische opbouw van de samenleving (bijvoorbeeld solidariteit tussen generaties), de sociale cohesie en de mate van deelname van de bevolking aan maatschappelijke processen. Veiligheid cultureel erfgoed Het ongestoord blijven voortbestaan van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden die de samenleving om redenen van collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren. De waarde van onvervangbaar cultureel erfgoed voor de samenleving is van een totaal andere orde dan de zuivere handelswaarde. Cultureel erfgoed kan bijvoorbeeld aangetast worden door overstroming, brand, instorting of vernieling. In de onderstaande tabel zijn de zes vitale belangen en de impactcriteria die worden gebruikt om de gevolgen van een incident te bepalen samengevat. Tabel 6 – Impactcriteria Vitale belangen
impactcriterium
1
Territoriale veiligheid
1.1
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
2
Fysieke veiligheid
2.1
Doden
2.2
Ernstig gewonden en chronisch zieken
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
3
Economische veiligheid
3.1
Kosten
4
Ecologische veiligheid
4.1
Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)
5
Sociale en Politieke stabiliteit
5.1
verstoring van het dagelijks leven
5.2
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
5.3
Sociaal psychologische impact
6.1
Aantasting van cultureel erfgoed
6
Veiligheid Cultureel Erfgoed
45
Verdieping regionaal risicoprofiel
Voor elk van de tien criteria wordt de impact van een incident ingedeeld naar de volgende zes klassen: A-B-CD-E-F. Hierbij geldt de volgende classificatie: A. B. C. D. E. F.
Minder dan beperkt Beperkt gevolg Aanzienlijk gevolg Ernstig gevolg Zeer ernstig gevolg Catastrofaal gevolg
Klasse A is hierbij een toevoeging op de handreiking om niet van toepassing aan te kunnen geven. Verder is voor iedere klasse een bandbreedte voor het effect gehanteerd (bijvoorbeeld: 1 gewonde, 2 – 4 gewonden, 4 – 16 gewonden, etc.). Bovendien is er in de methode naar gestreefd om de verhouding tussen de opeenvolgende klassen gelijk te houden. Daarnaast zijn de klassen voor elk criterium zo gedefinieerd dat deze onderling vergelijkbaar zijn. Dit wil zeggen: de aanduiding ‘Ernstig gevolg’ op het impactcriterium ‘Kosten’ is in beginsel qua schaalomvang vergelijkbaar met een ‘Ernstig gevolg’ voor op het criterium ‘Verstoring van het dagelijkse leven’. Wanneer voor een incident de tien afzonderlijke impactscores zijn vastgesteld, worden deze vervolgens door middel van een multi criteria analyse samengevoegd tot een totale impactscore. Wij verwijzen naar het methodiekboek van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel voor een uitgebreidere uitleg van de werking van de multi criteria analyse. De vertaling van de klasse vanuit de score is als volgt: Tabel 7 – Impactcriteria score en naamgeving Klasse
Vertaling score naamgeving
Score
A
Niet van toepassing
= 0,0
B
Beperkt
= 0.01235,
C
Aanzienlijk
= 0.03704,
D
Ernstig
= 0.11111,
E
Zeer ernstig
= 0.33333,
F
Catastrofaal
=1
6.2.4 Meten van de waarschijnlijkheid Om de verschillende incidentscenario’s te kunnen rangschikken moet niet alleen de impact worden vastgesteld, maar ook de waarschijnlijkheid van het scenario worden beoordeeld. Ook hiervoor is de methodiek uit de Handreiking Regionaal Risicoprofiel gehanteerd en zijn zes klasse gehanteerd om de scores lineaire tegenover elkaar te kunnen zetten. Voor het bepalen van de waarschijnlijkheid van de scenario’s wordt eveneens een indeling in zes klassen gebruikt (klassen A t/m F). Klasse A representeert een incidentscenario dat als uiterst onwaarschijnlijk wordt gekwalificeerd, klasse F wordt gebruikt voor een incidentscenario dat als zeer waarschijnlijk kan worden gekwalificeerd. De waarschijnlijkheid van het optreden van een incidentscenario wordt primair bepaald door de oorzaak van dit optreden. Met betrekking tot oorzaak wordt een onderscheid gemaakt naar gevaarscenario’s (niet-kwaadwillend, onopzettelijk) en dreiging scenario’s (kwaadwillend, opzettelijk). In deze analyse zijn enkel en alleen gevaarscenario’s betrokken.
46
Verdieping regionaal risicoprofiel
De waarschijnlijkheid van het incidentscenario wordt secundair bepaald door het gevolg (lees: impact) van het incidentscenario. Bijvoorbeeld een brand zonder doden heeft een hogere waarschijnlijkheid dan een brand met 100 doden. De experts hebben tijdens de expertsessie voor het bepalen van de waarschijnlijkheid van de scenario’s aldus de volgende richtlijnen gehanteerd: Het gaat om de kans dat een scenario zal optreden in de regio Amsterdam-Amstelland in de aangegeven periode voor de scoring, zie tabel 2 Het spanningsveld bij het bepalen van de waarschijnlijkheid zit in het terug willen kijken naar de daadwerkelijk voorgevallen incidenten en het scenario dat geschreven is voor een mogelijk toekomstig incident. Hoe groot is dan de kans dat een scenario met een vergelijkbare impact zich zal voordoen? Bijvoorbeeld wat is waarschijnlijkheid dat het scenario ‘stroomuitval bij het BovenIJ ziekenhuis’ zich voor zal doen, maar ‘een scenario met vergelijkbare gevolgen’ bij een zorginstelling in de regio. Voor ieder incidentscenario is rekening gehouden met deze mogelijke onzekerheid met betrekking tot de bepaling van de waarschijnlijkheidsklasse. Voor het schatten van de waarschijnlijkheid van de incidentscenario’s wordt de volgende verdeling in hoofdklassen gebruikt. Tabel 8 – Waarschijnlijkheidsklassen Klasse
Waarschijnlijkheid per jaar
Kwalitatieve omschrijving
A
Eens per 100.000 jaar
Uiterst onwaarschijnlijk
B
Eens per 10.000 jaar
Zeer onwaarschijnlijk
C
Eens per 1.000 jaar
Onwaarschijnlijk
D
Meerdere keren per 100 jaar
Mogelijk
E
Meerdere keren per 10 jaar
Waarschijnlijk
F
Meerdere keren per 1 jaar
Zeer waarschijnlijk
6.2.5 Gebruikte bronnen Voor alle incidentscenario’s geldt dat bij het bepalen van de impact en waarschijnlijkheid in meer of mindere mate gebruik is gemaakt van onvolledige informatie. De volgende informatiebronnen zijn gebruikt:
Historische gebeurtenissen Expert judgement Casuïstiek Statistiek
47
Verdieping regionaal risicoprofiel
7. Risicoanalyse van de scenario’s In dit hoofdstuk staan de 24 scenario’s centraal zoals deze zijn geselecteerd in de risico-inventarisatie. De scenario’s zijn aan de hand van de beschreven methodiek door de experts geanalyseerd. De scenario’s zijn verdeeld over vijf domein, naar de maatschappelijke thema’s uit de landelijke handreiking, die ook bij het analyseren zijn aangehouden: Gezondheid & Sociaal maatschappelijk; Natuurlijke omgeving & Vitale infrastructuur; Gebouwde omgeving; Technologische omgeving; Verkeer en Vervoer. De 24 scenario’s zijn: 1. ziektegolf met besmettelijke ziekte 2. incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties 3. terroristische aanslag 4. vollopen van een polder/dijkdoorbraak 5. overlast als gevolg van droogte 6. water overlast als gevolg van extreme neerslag 7. zware storm 8. uitval elektriciteitsvoorziening 9. uitval gasvoorziening 10. (opzettelijke) verstoring, uitval of misbruik van een gedigitaliseerd proces, (informatie)systeem of informatiedienst 11. grote brand in object met kwetsbare doelgroep 12. grote brand in bijzonder hoge gebouwen 13. grote brand in ondergrondse bebouwing 14. instorting/ verzakking 15. incident brandbare/ explosie stoffen, vervoer spoor 16. incident brandbare/ explosieve stoffen vervoer op water 17. incident brandbare/ explosieve stoffen, stationaire inrichting 18.
incident giftige stoffen, vervoer weg 19. incident giftige stoffen, stationaire inrichting 20. broei/ brand in bulkopslag 21. incident in tram- en metrotunnels en ondergrondse stations 22. incident bij start of landing op of om een luchtvaartterrein 23. incident met middelgrote (passagiers) vaart 24. incident treinverkeer In elk scenario is achtereenvolgens beschreven: De afbakening van de ernst van het scenario; De context waarbinnen het scenario plaats vindt; De mogelijke oorzaken, dan wel triggers; Het incidentverloop; De kwetsbare groep en het slachtofferbeeld; De score op impact en waarschijnlijkheid met onderbouwing
48
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 1, ziektegolf met besmettelijke ziekte Afbakening meest geloofwaardige scenario Het COVID-19 virus laat zien dat een wereldwijde pandemie een geloofwaardig scenario is geworden. Omdat de pandemie nog gaande is, is de afbakening voor nu algemeen gehouden. Omvang
Locatie Periode van het jaar/ dag Referentie worst case Referentie dagelijkse zorg
Een substantieel deel van de bevolking raakt besmet met een virus en wordt ziek. Een deel komt te overlijden. Landelijke coördinatie is noodzakelijk. Wereldwijd/landelijk. Gehele jaar. Meer dan de helft van de bevolking raakt besmet met het virus, en wordt ziek. Het virus heeft een hoge virulentie en mortaliteit (gemuteerd virus). Mogelijke verstoring van zorgcontinuïteit in de gehele witte keten (acute zorg, verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, gehandicaptenzorg etc.), mogelijk ernstige verstoring reguliere zorg.
Context Het scenario ziektegolf met besmettelijke ziekte is door de pandemie door het COVID-19 virus bijzonder actueel. Verwachting is dat we zeker nog een groot deel van 2021 volop de pandemie aan het bestrijden zijn en leren over de risico’s. Daarna is de tijd voor evalueren en concluderen op wereld- en landelijk niveau. Dit scenario zal vervolgens worden geactualiseerd. Voor nu wordt volstaan met een algemene invulling van het scenario; ook omdat de gevolgen van de COVID-19 pandemie anders zijn dan die van Mexicaanse griep uit 2009. Mogelijke oorzaken/triggers Een virus bereikt Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland vanuit het buitenland of andere regio’s. Het virus kan zich snel verspreiden binnen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland door de hoge bevolkingsdichtheid, een groot aantal (dagelijkse) bezoekers en via luchthaven Schiphol, Haven Amsterdam en met de trein, auto of fiets reizende mensen. Incidentverloop Een virus of besmettelijk ziekte bereikt Nederland en daarmee Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Het aantal geïnfecteerde personen is eerst nog beperkt, maar loopt op tot sprake is van een explosieve stijging. Vaccins zijn (nog) niet beschikbaar. Vanaf het hoogtepunt van de epidemie daalt het aantal geïnfecteerde personen, totdat er geen nieuwe gevallen meer bijkomen. De duur van de pandemie is onvoorspelbaar.
Landelijke coördinatie voor de aanpak van bestrijding van het virus (van patiëntenzorg en –spreiding, communicatie tot aankopen van vaccins etc.) is al snel nodig. Een groot aantal partners en (netwerk)organisaties (veiligheidsketen, rode kruis, defensie etc.) is betrokken en werkt samen. De overheid is genoodzaakt om beperkende maatregelen op te leggen, waardoor het dagelijkse leven op onderdelen stil komt te liggen. Bedrijven gericht op eerste levensbehoeften blijven draaien (zoals supermarkten, tandarts), anderen draaien op beperkte kracht (zoals bouwmarkten) of zijn helemaal gesloten, zoals horeca, restaurants, kinderdagverblijven. Ook scholen en andere onderwijsinstellingen zijn op last van de overheid tijdelijk gesloten. Het grote aantal huisartsconsulten en ziekenhuisopnames tegenover minimale bezetting in de zorginstellingen leidt tot schaarste in de zorgverlening. Reguliere ingrepen komen onder druk te staan en er is schaarste in persoonlijke beschermingsmiddelen. Naast het grote aantal mensen dat uitvalt door ziekte, blijven ook veel mensen thuis om voor zieke familieleden te zorgen, uit angst voor besmetting of omdat zij in quarantaine moeten. Creëren van draagvlak voor de beperkende maatregelen en handhaving van de maatregelen zijn belangrijke (bijkomende) aandachtspunten.
Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld De meest kwetsbare groepen zijn ouderen en mensen met onderliggend lijden. Ook mensen met psychische klachten en mensen in een niet veilige thuissituatie zijn kwetsbaar.
49
Verdieping regionaal risicoprofiel
Ziektegolf met besmettelijke ziekte Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,035
Beperkt
Doden
0,45
Zeer ernstig
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,492
Zeer ernstig
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,088
Aanzienlijk
Kosten
0,323
Ernstig
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,005
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,397
Zeer ernstig
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,035
Beperkt
Sociaal psychologische impact
0,376
Zeer ernstig
Aantasting cultureel erfgoed
0,019
Beperkt
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
Het COVID-19 virus laat zien dat een wereldwijde pandemie een geloofwaardig scenario is geworden. De verwachting is dat we zeker nog een groot deel van 2021 volop de pandemie aan het bestrijden zijn en leren over de risico’s. Daarna is de tijd voor evalueren en concluderen op wereld- en landelijk niveau. Dit scenario zal vervolgens worden geactualiseerd. Voor nu is door de experts aangegeven dat het een ingrijpend scenario is en het qua impact met name hoog zal scoren op doden, ernstig gewonden, de kosten en de verstoring van het dagelijks leven. Zoals geschreven, omdat de pandemie nog gaande is, wordt dit scenario na de pandemie realistisch herschreven en gescoord. Het staat buiten beschouwing dat dit incidenttype in het risicoprofiel thuis hoort en hoog scoort.
50
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 2, incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Tijdens een nationale feestdag bevinden zich in de stad Amsterdam vele honderdduizend personen voor een veelheid aan activiteiten. De uitgangspleinen en uitgaansgebieden zijn een podium voor optredens en drankverkoop en drugsgebruik vind op grote schaal plaats in de openbare ruimte Locatie Amsterdam tijdens een feestdag of grootschalig evenement Periode van het jaar/ dag Voorjaar/ zomer Referentie worst case Tijdens de Dodenherdenking (2010) op de Dam ontstaat paniek, nadat een man tijdens de twee minuten stilte schreeuwt. Door de schreeuw ontstaat er chaos, veel beweging en raakten tientallen mensen gewond. Het gaat vooral om botbreuken en schaafwonden. Ook in 2010 gebeurt er in Duitsland een incident bij het festival, Love parade in Duisburg. 21 mensen overlijden door verdrukking in tunnels vanwege meerdere stromen van mensenmassa’s en circa 625 mensen raakte gewond. Referentie dagelijkse zorg Grootschalig evenementen (nationale feestdagen bijvoorbeeld Koningsdag, Sail, Pride, jaarwisseling, ADE), toenemend aantal grootschalige sportevenementen, voetbalwedstrijden, concerten, festivals, huldigingen. Daarnaast het gehele jaar door demonstraties.
Context Amsterdam is een grote trekpleister en de stad trekt vele honderdduizenden bezoekers die feestdagen komen vieren en evenementen komen bezoeken. Incidenten tijdens een drukbezochte feestdag of een grootschalig evenement hebben een impact op de feestdag of het evenement en haar bezoekers. Om de toestroom van deze grote aantallen bezoekers, met name bij de grote nationale feestdagen, evenementen en gelijktijdigheid van meerdere evenementen, goed te laten verlopen is sinds enkele jaren sprake van interregionaal spreidingsbeleid. Beleid waarbij wordt ingezet op spreiding van evenementen wat betreft tijd, locatie en grootte. (Liefst) minder gelijktijdig, meerdere locaties en kleinere omvang. Dit betekent dus niet altijd minder evenementen op bijvoorbeeld een nationale feestdag maar meer kleinschaligere evenementen op meerdere locaties die liefst ook verschillende doelgroepen aanspreken (doelgroep scheiding). Ondanks dit beleid blijven de grotere nationale evenementen vele (inter)nationale bezoekers trekken. Een incident tijdens, op of in de nabijheid van een evenement heeft een directe impact op het evenement en haar bezoekers maar ook eventueel een uitstraling op andere evenementen of zelfs de stad als geheel. Op een nationale feestdag verwacht Amsterdam enkele honderdduizenden bezoekers.
Dit zijn extra bezoekers naast de reguliere toestroom en aanwezigheid van toeristen en natuurlijk de inwoners van Amsterdam zelf. Hiermee zit de stad aan haar maximum. Elk jaar is het in alle opzichten passen en meten om iedereen goed en rustig in en uit de stad te krijgen. Ook de NS zit aan het top van zijn vervoerscapaciteit. De NS kan, als alles voorspoedig verloopt, via Amsterdam CS zo’n 40.000 reizigers per uur verwerken. Veel van de activiteiten vinden plaats en concentreren zich rond de toeristische trekpleisters in het centrum van Amsterdam. Verder zijn er in de grote evenementenlocaties als de Arenaboulevard, de RAI en het Westerpark/de Westergasfabriek evenementen. De bezoekers van een nationale feestdag bestaan uit bezoekers uit Amsterdam en heel Nederland en vallen binnen vele leeftijdscategorieën. Gezien de spreiding en het aanbod zoeken de verschillende doelgroepen wel meer het evenement en de locatie die bij hun behoeften past. Verder zijn er zoals altijd vele (inter)nationale
51
Verdieping regionaal risicoprofiel
toeristen in de stad die niet specifiek voor een nationale feestdag komen maar hiermee wel geconfronteerd worden. Mogelijke oorzaken/ triggers • Reguliere incidenten • Menselijk gedrag • De mensen massa zelf • Weersomstandigheden • Organisatie van het evenement in de openbare ruimte met vaak tijdelijke objecten • Terrorisme Incidentverloop Op het een van de uitgangspleinen is het feest in volle gang. Het gehele plein is vol met bezoekers en menig bezoeker heeft naast het reguliere alcohol gebruik ook drugs genomen. Doordat er geen echt evenement georganiseerd wordt is er ook geen verantwoordelijk evenementenorganisator die maatregelen neemt. Wel zijn er vanuit de gemeente voor crowd-management hekken geplaatst en verkeersregelaars aanwezig. Een klein brandje bij een foodtruck leidt tot een ontploffing van een gasfles. De twee eigenaren raken (zwaar)gewond evenals een aantal omstanders van de foodtruck. Mensen in de omgeving schrikken en deinzen achteruit. Hierdoor ontstaat wat paniek onder de mensen in de buurt van het incident. Een deel van de mensen probeert de omgeving van het incident te verlaten een ander deel gaat juist aan de gang met eerste hulp. De brandweer, GHOR en politie proberen de locatie van de foodtruck en de gewonden te bereiken. Dit gaat moeizaam, het plein is druk bezet en ook de toegangswegen naar het evenement zijn vol met bezoekers en toeristen.
Het duurt meer dan een uur voordat de GHOR alle gewonden kan helpen. De meeste gewonden hebben brandwonden, ademhalingsproblemen, botbreuken, kneuzingen en schaafwonden opgelopen. De festiviteiten in de rest van de stad gaan gewoon door. Achteraf blijken er 78 gewonden te zijn. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Het publiek bij het evenement is divers van samenstelling. Jongeren, ouderen, inwoners van Amsterdam en toeristen. Een deel van het publiek is onder invloed van alcohol en/of drugs. De directe omstanders hebben brandwonden en een aantal personen wordt onder de voet gelopen en heeft vooral botbreuken, kneuzingen en schaafwonden. Incident tijdens grote festiviteiten, concerten en demonstraties Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,012
Beperkt
Doden
0,041
Aanzienlijk
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,156
Ernstig
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,006
Kosten
0,016
Beperkt
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,004
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,031
Beperkt
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,019
Sociaal psychologische impact
0,016
Beperkt
Aantasting cultureel erfgoed
0,004
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Beperkt
52
Verdieping regionaal risicoprofiel
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
Dit incidenttype komt beperkt voor. De weersinvloeden zijn veelal bepalend voor het verloop deze incidenten, maar alcohol en verdovende middelen zorgen vaker voor verstoringen op evenementen. Daarnaast is de vergunningenverlening voor evenementen goed geregeld, waarmee maatregelen voor het voorspoedig laten verlopen van evenementen worden toegepast.
53
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 3, terroristische aanslag Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Op een van de uitgangspleinen in Amsterdam vindt een schietpartij met automatische wapens plaats gevolgd door zware explosies. Hierdoor lopen de spanningen in de samenleving op en neemt de polarisatie toe. Locatie Amsterdam tijdens een drukke weekendavond Periode van het jaar/ dag Voorjaar/ zomer, vrijdag Referentie worst case De aanslagen in Parijs in 2015 omvatten een zestal terroristische aanslagen met zowel bomgordels as aanvalsgeweren in de avond en nacht van vrijdag 13 november 2015. In Frankrijk werd de noodtoestand en drie dagen van nationale rouw afgekondigd. Tijdens de aanslagen vielen 129 doden en meer dan 350 gewonden van wie er daags na de aanslagen nog veel in kritieke toestand verkeerden. Er waren acht aanslagplegers. In 2016 vielen er 32 doden en 340 gewonden bij de aanslag op het vliegveld en in de metro in Brussel. In november 2020 werd in Wenen door een schutter op 6 verschillende locaties mensen onder vuur genomen. Er vielen in ieder geval 4 doden en waren 22 gewonden. Referentie dagelijkse zorg High Impact Crimes, liquidaties zonder terroristisch motief. Context Sinds december 2019 is het actuele dreigingsniveau in Nederland aanzienlijk (niveau 3 van 5) na een periode waarbij het dreigingsniveau substantieel was (niveau 4).
Dit betekent dat een terroristische aanslag in Nederland voorstelbaar is. In Europese landen hebben de aflopen jaren diverse aanslagen plaats gevonden en op korte termijn kunnen nieuwe aanslagen plaatsvinden, mogelijk ook in Nederland. De aanslag in Utrecht van 18 maart 2019 met 4 doden en 6 gewonden en de steekpartij met terroristisch motief op Amsterdam CS van 31 augustus 2018 met 2 gewonden zijn daar voorbeelden van. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en met name de stad Amsterdam is een mogelijk doelwit van terrorisme in verband met de (inter)nationale uitstraling, allure van de stad en het grote aantal dagelijkse bezoekers uit binnen en buitenland. Dit heeft onder meer te maken met het open karakter van Amsterdam zowel qua toegankelijkheid als de (maatschappelijke) ruimte voor bewoners en bezoekers om hun mening te uiten en hun leven te leiden zoals zij dat willen leiden. Sommige mensen of groepen schuwen het gebruik van geweld niet om hun doelen te bereiken. Aanslagen op mensenmassa’s, gebouwen of verkeersknooppunten binnen het openbaar vervoer zijn methoden om mensen te intimideren en de maatschappij te ontwrichten, zoals bij het centraal station in Amsterdam gepoogd werd op 31 augustus 2018. De regio Amsterdam Amstelland is een dichtbevolkt gebied. Grote evenementen brengen massa’s mensen op de been en jaarlijks bezoeken grote hoeveelheden toeristen de regio.
De regio houdt er rekening mee dat zij het doelwit kan worden van terrorisme. Het doel van terroristen is mede gericht op het creëren van angst. Het kan gaan om kleinschalige acties met grote impact maar ook om verwoestende aanslagen. Het kan direct duidelijk zijn dat het gaat om terrorisme of het kan op een later moment blijken. Dit vergt hulpverlening aan de slachtoffers en tegelijkertijd het achterhalen wie achter de aanslag zit. Het vergt ook het omgaan met emoties als angst en woede. Na een aanslag bestaat het risico van een volgend incident of van blijvend gevaar. Van ontsnapte verdachten, een gijzeling, copycat-gedrag (kopieergedrag) of nieuwe aanslagen. Burgers, bedrijven en maatschappelijke groeperingen zullen een beroep doen op bescherming door de overheid. Van de overheid wordt eenheid in optreden verwacht. Een aanslag zal zeker reacties oproepen. Van angst tot mogelijke woede of juist uitingen van solidariteit. Een aanslag kan ook leiden tot nieuwe incidenten en eigenrichting. Een aanslag kan polariserend werken waarbij de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen
54
Verdieping regionaal risicoprofiel
scherper worden, maar een aanslag kan ook leiden tot saamhorigheid. (Overheids)communicatie en het maken van ververbinding met wat er op straat en in de wijken gebeurd is van belang. Mogelijke oorzaken/ triggers (Inter)nationale ontwikkelingen Maatschappelijke spanningen Moedwilligheid Menselijk gedrag Terrorisme Incidentverloop Op een van de uitgaanspleinen is het op vrijdagavond druk met bezoekers. De bezoekers komen voor de vele horecagelegenheden gelegen aan het plein en bezoeken deze zowel binnen als de terrassen die voor deze horecagelenheden liggen. Hierbij gaan bezoekers van gelegenheid naar gelegenheid en staan bij sommige locaties ook voor de toegang om toegelaten te worden. Daarnaast is het plein een centraal punt in de straat waarbij passanten het plein passeren om naar andere locaties in de stad te gaan en ook verscheidene tramlijnen passeren het plein. Een tweetal daders neemt vanaf een tweetal posities op het plein de aanwezige bezoekers onder vuur met automatisch vuurwapens. Direct ontstaat grote paniek onder de aanwezigen op het plein en iedereen probeert een veilige plek te zoeken. Bezoekers vluchten de horecagelegenheden in, men probeert het plein te ontvluchten via de toegangswegen en mensen zoeken dekking achter objecten als tramhaltes, bomen en terrastafeltjes.
Omdat onduidelijk is waar de aanvallers zich bevinden vlucht iedereen alle kanten op en lopen diverse personen ook recht op de daders af. De daders maken direct vele slachtoffers, (zwaar)gewond en dodelijk. Na enkele minuten stopt het schieten en zijn de daders verdwenen. Onduidelijk is waar de daders heen gevlucht zijn. Korte tijd later volgen er twee explosies achter elkaar in één van de horecagelegenheden grenzend aan het plein. De serre van de gelegenheid wordt hierbij naar buiten geblazen en glas vliegt in het rond. Ook hierbij vallen slachtoffers zowel op het plein als in de horecagelegenheid. De politie is inmiddels ter plaatse en de hulpverlening komt op gang. Onduidelijk is of het daadwerkelijk om terrorisme gaat, hoeveel slachtoffers er zijn, wie de daders zijn en waar de daders zijn. De aanslag zorgt voor angst bij de bevolking en leidt tot een toename van spanningen in de samenleving. Naast de burgerinitiatieven voor rouwverwerking en samenhorigheid zijn ook polariserende meningen te vinden op sociale media. Van de overheid wordt duidelijkheid en actie verwacht. De maatschappelijk onrust loopt nog lange tijd na het incident door. De aanslag wordt niet direct opgeëist, maar verschillende terroristische partijen worden in de media genoemd. Uiteindelijk worden binnen een week de twee daders geïdentificeerd en opgepakt, waarna een lang juridisch traject wordt gestart.
Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Het publiek op het uitgaansplein is divers van samenstelling. In het gebied waren met name jongeren tot jongvolwassenen aanwezig, van verschillende afkomst en zowel lokale bezoekers als nationale en internationale toeristen. Onder de slachtoffers bevinden zich tientallen doden en een even groot aantal personen met zware verwondingen, zowel als gevolg van kogels als trauma als gevolg van de twee ontploffingen in de uitgaansgelegenheid. Als gevolg van de explosie hebben ook nog eens tientallen personen snijwonden door rondvliegend glas. Bij de polarisatie in de maatschappij zijn voornamelijk minderheden en bevolkingsgroepen met een zelfde achtergrond als de terroristen (bijv. geloof, etniciteit, levensovertuiging of achternaam) kwetsbaar voor uitsluiting, discriminatie en vergeldingsacties. Terroristische aanslag Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,095
Aanzienlijk
Doden
0,284
Ernstig
55
Verdieping regionaal risicoprofiel
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,296
Ernstig
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,043
Aanzienlijk
Kosten
0,107
Aanzienlijk
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,01
Niet van toepassing
Verstoring van het dagelijks leven
0,321
Ernstig
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,039
Aanzienlijk
Sociaal psychologische impact
0,481
Zeer ernstig
Aantasting cultureel erfgoed
0,029
Beperkt
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
De impact van een terroristische aanslag wordt ingeschat op groot. De verstoring van het dagelijks leven, de aantasting van de positie van het lokale en regionale bestuur en de sociale psychologische impact, scoren naast de mogelijke doden en gewonden hoog bij dit scenario. In Nederland is het dreigingsniveau op dit moment ingeschaald door de nationaal coördinatiecentrum veiligheid (NCTV) als aanzienlijk, wat de kans op een aanslag waarschijnlijk maakt. De afgelopen jaren zijn de voorbereidingen op een aanslag toegenomen, maar is bijvoorbeeld het aantal multi-trainingen niet toegenomen. Dit incidenttype moet op de agenda blijven staan om zo goed mogelijk voorbereidt te blijven.
56
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 4, vollopen van een polder/dijkdoorbraak Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Bezwijken regionale waterkering Locatie Waterkering langs de Amstel in Uithoorn Periode van het jaar/ dag September/ overdag Referentie worst case Het bezwijken primaire waterkering 14 januari 1960 overstroomt Tuindorp Oostzaan in Amsterdam-Noord door een dijkbreuk van het Noordzeekanaal. Er komt een landoppervlak van 25 km² anderhalve meter onder water te staan en er moeten 15.000 mensen worden geëvacueerd. Er is één dode te betreuren door een hartaanval. Referentie dagelijkse zorg Het onder water lopen van een onbewoonde polder Context Het heeft al enige tijd overvloedig geregend in Nederland. Ook in de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland is dat niet onopgemerkt gebleven. Het peil van het binnenwater in de regio is inmiddels behoorlijk gestegen en de afgelopen dagen is er in de regio veel overlast door de hoge waterstand in de gemeenten Uithoorn en Aalsmeer. De brandweer heeft al voor verschillende incidenten noodpompen ingezet om de overlast voor het verkeer en bij woningen (kelder) terug te dringen. Waternet volgt de situatie nauwlettend en organiseert extra inspecties van de dijken. Gemalen die het water moeten afvoeren, draaien inmiddels op volle toeren. In 4 dagen is er al meer dan 100 mm neerslag gevallen in de regio.
De prognose is dat er zo’n zelfde hoeveelheid in de komende dagen bij komt. De stand van de Amstel bij Uithoorn is inmiddels opgelopen tot N.A.P. – 0.10 meter waardoor op enkele lage plekken van de waterkeringen zandzakken en kleikaden aangelegd worden om overloop van de keringen te voorkomen. Uit de inspecties blijkt dat een dijkvak aan de Amsteldijk-Zuid ter hoogte van de Uithoornse polder verschijnselen van verweking vertoont. Gedurende de nacht verslechtert de situatie. De druk vanuit de hoge boezemstand alsmede de neerslag zorgen ervoor dat de stabiliteit van het dijklichaam steeds meer onder druk komt te staan. Mogelijke oorzaken/triggers De oorzaak van bezwijken of falen van een waterkering verschilt per waterkering. Dijk, duin (niet van toepassing binnen Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland) en kunstwerk hebben elk eigen faalmechanismen. Wanneer de waterkering faalt, ontstaat een bres en stroomt water het gebied in. Faalmechanismen voor een dijk Overloop of golfoverslag Grote hoeveelheden waterstromen over de dijk of golven slaan over de dijk. Dat leidt tot erosie (uitschuring) van het binnentalud, waardoor de dijk bezwijkt. Opbarsten, onderloopsheid (piping) Door de druk van het water barst eerst een bovenliggende kleilaag open, waarna zand wegspoelt en er ‘pijpen’ (onderloopsheid/piping) ontstaan. De dijk zakt in.
Beschadiging bekleding en erosie buitentalud Golven beschadigen de bekleding van de dijk. Dan tast erosie de dijk verder aan en die bezwijkt. Afschuiven binnentalud Langdurige hoge waterstanden zorgen voor een hogere grondwaterstand binnen in het grondlichaam van de dijk (verweking). Dit leidt tot instabiliteit van de grond, waardoor het binnentalud afschuift. De dijk bezwijkt. Moedwillig Sabotage (terrorisme of vandalisme) van een dijk kan tot (dreigende) dijkdoorbraak leiden. Explosie bommen WOII Het afgaan van eerder afgeschoten, niet ontplofte, granaten of bommen (WOII).
57
Verdieping regionaal risicoprofiel
Faalmechanismen voor een kunstwerk Overloop of golfoverslag Hoge waterstand of golven zorgen dat water over het kunstwerk stroomt, waardoor mogelijk het grondfundament onder het kunstwerk wordt aangetast. Hierdoor bezwijkt het kunstwerk. Niet-sluiten Het kunstwerk faalt omdat het niet sluit. De oorzaak is menselijk (de sluisbedienaar is afwezig of maakt een fout) of technisch falen (de sluisdeur blokkeert door obstakels). Instabiliteit Onderdelen van het kunstwerk begeven het. Uiteindelijk faalt het gehele kunstwerk. Moedwillig Sabotage (terrorisme of vandalisme) van een kunstwerk kan een (dreigende) dijkdoorbraak tot gevolg hebben. Incidentverloop Als gevolg van de verweking bezwijkt de kering. Door de bres (100 meter breed) stroomt het water de Uithoornse polder in. Het waterschap onderneemt direct actie, maar heeft een aantal uur nodig om alle noodkeringen – tussen de Amstelsluizen en de Tolhuissluis – af te sluiten die op de Amstel uitmonden. Vanaf dat moment is het wachten tot de snelheid van het water, dat de polder instroomt, afneemt. Dan kan pas begonnen worden met compartimentering van de Amstel, het dichten van de bres en het leegpompen van de ondergelopen polder. In een gebied tot 250 meter achter de bres is redding van mogelijke slachtoffers en vee de eerste uren onmogelijk. Het water stroomt daar nog te hard en stijgt snel.
Een groot gebied achter de bres is overspoeld. Het water uit de Amstel verspreidt zich via de watergangen in het overstroomde gebied verder door de polder. Hierdoor stijgt langzaam het waterpeil in de hele polder. Bewoners van huizen aan de Drechtdijk (oostzijde) hebben wateroverlast. Ook vanuit de wijken Meerwijk en De Kwakel komen meldingen over wateroverlast binnen. Het gemeentehuis van Uithoorn ligt ook in het getroffen gebied. De riolering in deze gebieden stroomt inmiddels over. Overige nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit en gas functioneren op sommige plaatsen niet meer. Het water blijft de eerste uren verder stijgen. Het overstroomde gebied staat onder water met maximaal 30 tot 50 centimeter water. Bij een dergelijke waterdiepte ontstaan veiligheidsproblemen voor burgers en is het gebied niet meer doorwaadbaar voor auto’s. Slechts militaire voertuigen kunnen nog binnen het gebied rijden. Evacuatie, vooral van verminderd zelfredzamen wordt hierdoor bemoeilijkt. Het overstroomde gebied wordt meer en meer onbegaanbaar en wegen vallen uit, onder andere de N231 is gestremd. Hulpverleningsdiensten worden overstelpt met telefoontjes van ongeruste burgers. Veel mensen verlaten de bedreigde gebieden al. Andere mensen gaan juist terug om hun kinderen van school te halen in de bedreigde gebieden. Op de schaars beschikbare wegen ontstaat daardoor verkeerschaos.
Boeren proberen zo snel mogelijk hun vee binnen te halen. En winkeliers sluiten hun winkels. De overlast van het bezwijken van de kering beperkt zich echter niet tot Uithoorn. Door de bres daalt het waterpeil van de Amstel stroomafwaarts, tot in Amsterdam. Hierdoor komen woonboten langs de Amstel scheef te liggen, en komen walaansluitingen (water, gas en elektra) onder grote spanning te staan. Veel van de aansluitingen breken spontaan af, waardoor gevaarlijke situaties ontstaan. De overlast als gevolg van de overstroming houdt weken aan. In eerste instantie zet het waterschap in op compartimentering van de bres in de Amstel. Dit neemt een week in beslag. Pas daarna kan begonnen worden met het leegpompen van de overstroomde polder, het plaatsen van een tijdelijke noodwaterkering en wederopbouw van het beschadigde dijklichaam. Dit neemt ook enkele weken in beslag. Vervolgens inspecteert het waterschap de stabiliteit van alle keringen langs de Amstel. Hier gaan enkele dagen overheen mits er geen structurele herstelwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Door het lage waterpeil van de Amstel, is de druk op de keringen weggevallen en kan de stabiliteit van de keringen aangetast zijn. Pas na deze inspectie kan het waterpeil in de Amstel verhoogd worden naar normaal peil, en kunnen de bewoners van de woonboten terug naar hun boot.
58
Verdieping regionaal risicoprofiel
Zodra het water weggepompt is wordt het normale leven in Uithoorn weer opgepakt. De schade wordt geïnventariseerd en er wordt gestart met herstelwerkzaamheden (herstel (water) infrastructuur, riolering, gasleidingen, stroomvoorziening, schoonmaakwerkzaamheden van zowel particuliere als openbare ruimte). Pas na enkele maanden kunnen de bewoners van de woonboten in de Amstel het normale leven weer oppakken. Dan is de schade pas in volle omvang zichtbaar, en wordt gestart met herstelwerkzaamheden. Bij dit overstromingsscenario is de economische schade groot. Zowel burgers, bedrijven, gemeenten als waterschap worden geconfronteerd met schade en kosten als gevolg van de schade. Tevens trekken de beelden van de dijkdoorbraak in Uithoorn en de scheef hangende woonboten in Amsterdam (inter)nationale media-aandacht wat o.a. een negatief effect heeft op het vestigingsklimaat voor internationale bedrijven. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld De impact van het bezwijken van een regionale waterkering is afhankelijk van de locatie van bres, de grootte van de bres, de omvang en hoogte van het achterliggende gebied, de aanwezigheid van personen en kwetsbare objecten in het gebied, alsmede het handelingsperspectief dat waterschap en hulpverleningsdiensten bieden.
Het risico op dodelijke slachtoffers is afhankelijk van het tijdstip van de dijkdoorbraak, de stroomsnelheid van het water, de snelheid van de stijging van de waterstand en de waterdiepte Tevens zullen kwetsbare groepen geëvacueerd moeten worden. In het bedreigde gebied bevinden zich scholen en zorginstellingen. Prognose impact na 48 uur
Vollopen van een polder/dijkdoorbraak Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,239
Ernstig
Doden
0,039
Aanzienlijk
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,07
Aanzienlijk
59
Verdieping regionaal risicoprofiel
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,076
Aanzienlijk
Kosten
0,354
Zeer ernstig
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,072
Aanzienlijk
Verstoring van het dagelijks leven
0,132
Ernstig
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,084
Aanzienlijk
Sociaal psychologische impact
0,144
Ernstig
Aantasting cultureel erfgoed
0,191
Ernstig
Waarschijnlijkheid
-
Onwaarschijnlijk
De impact van dit incidenttype wordt medebepaald door de locatie van het gebied dat geraakt wordt. Het is een groot verschil of een bebouwd gebied of een polder overstroomt. Dit scenario leidt tot een aantasting van het grondgebied voor een aantal weken, de kans op doden en gewonden is minimaal en de kosten daarentegen zullen enorm oplopen. Onder andere door de grote verstoring van het dagelijks leven, wat ook een impact heeft op de sociaal psychologische effect van de samenleving, waar men zich voor het incident nog veilig waande achter de dijk. De kans dat dit incident zich voor zal doen is vanwege de strikte controle op het onderhoud van de waterkering, onwaarschijnlijk.
60
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 5, overlast als gevolg van droogte Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Een sluipende crisis die zich opbouwt vanaf maart en echt problemen veroorzaakt aan flora en fauna in augustus. De samenleving dient ook haar gedrag hierop aan te passen, voor zover niet gedwongen door de hitte. Locatie gehele regio Periode van het jaar/ dag augustus Referentie worst case zomer 2018+ Referentie dagelijkse zorg Context Het is al enkele maanden erg droog en warm. De afvoer van de Rijn is gestaag gedaald tot 885m 3/s (de norm voor deze tijd van het jaar is 1100 m3/s). Het actuele neerslagtekort is opgelopen tot 270 mm. Ook vorig jaar was het al lange tijd erg droog. Mogelijke oorzaken/triggers Door klimaatverandering worden de extremen in het weer steeds groter. Hete, droge periodes in het voorjaar en de zomer worden waarschijnlijker. In combinatie met minder sneeuwval in de Alpen en dus minder smeltwater dat via de Rijn naar Nederland wordt afgevoerd. Incidentverloop Dit is een typisch geval van een sluipende crisis. Vanaf maart valt er minder neerslag dan gebruikelijk in deze tijd van het jaar. Hierdoor bouwt zich gestaag een neerslagtekort op. Half april is er sprake van verzilting van het oppervlaktewater op enkele plekken in het oppervlaktewater. Dit heeft negatieve gevolgen voor de natuur.
Om schade aan flora en fauna te voorkomen worden waterstaatkundige maatregelen getroffen die leiden tot beperking van de scheepvaart op rustige routes. Op drukkere routes worden bellenschermen ingezet, die de opdring van het zilte water tegengaan. In mei is het neerslagtekort zo hoog opgelopen dat de waterschappen de veendijken in het gebied inspecteren op schade. Daardoor kunnen ze tijdig ingrijpen mocht er scheurvorming optreden, zodat afschuiving zoals bij Wilnis wordt voorkomen. Drinkwaterbedrijven doen een oproep aan hun klanten om zuinig te zijn met drinkwater. Waterschappen maken afspraken met agrariërs en gemeenten over het besproeien van landbouwgrond en sportvelden. Vanwege het oplopende neerslagtekort en de (vooral in het oosten van het land) afnemende zoetwatervoorraad schaalt de waterkolom op tot en met het Managementteam Water. Daar worden besluiten genomen over de verdeling van het water. Hierbij wordt de verdringingsreeks water gebruikt (zie tabel).
61
Verdieping regionaal risicoprofiel
In juli blijkt dat het water van het IJsselmeer op sommige plekken zodanig verzilt is, dat PWN het water slechts beperkt kan innemen voor de drinkwaterproductie. Hierdoor dreigt een tekort aan drinkwater te ontstaan in delen van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Bij een langdurige hittegolf in augustus wordt het hitteplan in werking gesteld. Desondanks overlijden in de gehele regio meerdere ouderen door uitdroging. De bevolking slaapt slechter door de zwoele nachten; irritaties onder de bevolking nemen toe en monden in enkele gevallen uit tot onrust. Ook zullen er negatieve zwemadviezen gelden op een aantal plekken in de regio vanwege blauwalg en wordt de city swim als gevolg van verslechterde waterkwaliteit in de Amstel afgelast. De opeenvolgende droge jaren leiden tot een lagere grondwaterstand. De houten heipalen onder oudere huizen (van voor 1970) komen gedeeltelijk boven water te staan. Het hout komt in aanraking met zuurstof, waardoor de palen rotten. Dit leidt op termijn tot verzakking van de huizen. In september is de ergst warmte voorbij en neemt de droogte af door neerslag. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Desondanks overlijden in de gehele regio meerdere ouderen door uitdroging Overlast als gevolg van droogte Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,01
Niet van toepassing
Doden
0,029
Beperkt
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,014
Beperkt
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,012
Beperkt
Kosten
0,099
Aanzienlijk
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,082
Aanzienlijk
Verstoring van het dagelijks leven
0,029
Beperkt
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,002
Niet van toepassing
Sociaal psychologische impact
0,014
Beperkt
Aantasting cultureel erfgoed
0,014
Beperkt
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
De impact van overlast door droogte wordt groter over de jaren. Zowel bewoners, bedrijven (landbouwketen, scheepvaart, waterbeheer en drinkwater) en de flora en fauna van de regio worden geraakt door langere periode van droogte. Op dit moment scoren de kosten en de langdurige aantasting van het milieu en de natuur het hoogst bij dit scenario, waarbij dit scenario ook een trigger kan zijn voor andere scenario’s zoals uitval van vitale infrastructuur (elektra, gas, telecommunicatie). Om de zoutindringing tegen te kunnen gaan worden maatregelen ten aanzien van het schutproces (sluizen open voor zeevaart afkomstig van en naar Noordzeekanaal in verbinding met Amsterdam-Rijnkanaal) genomen. De afgelopen jaren hebben aangetoond dat het een steeds waarschijnlijker incident wordt.
62
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 6, wateroverlast als gevolg van extreme neerslag Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Na enkele dagen met veel neerslag – waarbij het watersysteem in eerste instantie de buien goed kan verwerken, volgt een korte periode met extreem veel neerslag (tot 50 mm in 1-3 uur). Van de voorgaande buien is de grond inmiddels verzadigd, en ook de waterafvoer kan dergelijke hoeveelheden niet verwerken. Gevolg is dat het water op straat staat, en tot 10-20 cm op maaiveld – op laaggelegen plekken binnen de regio. Locatie Oostelijk deel Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (Amsterdam Oost, Zuidoost, Diemen) Periode van het jaar/ dag Augustus Referentie worst case Veel waterschade door extreme neerslag in stedelijk en agrarisch gebied. Referentie dagelijkse zorg Hinderlijke situatie als gevolg van extreme neerslag (enkele centimeters water op wegen en in tuinen). Context Onderzoeken van de KNMI tonen aan dat extreme neerslag in de toekomst vaker zal voorkomen. Tevens blijkt dat, vanwege het opwarmen van het zeewater en de meteorologische gevolgen daarvan, de waarschijnlijkheid op extreme neerslag aan het eind van de zomer in de kustprovincies toeneemt. Neerslag wordt in het algemeen afgevoerd met de HWA-riolering (hemelwaterafvoer). Indien de neerslagintensiteit groter is dan de afvoercapaciteit van de HWA zal het water op maaiveld geborgen worden.
Afhankelijk van het maaiveld ontwerp kan dit tot overlast of schade leiden, bijvoorbeeld doordat tunnels onder water staan of water over maaiveld een tuin of kelder binnenstroomt. De (economische) gevolgen van wateroverlast kunnen groot zijn, en nemen door het toenemende geïnvesteerde vermogen in de regio alleen maar toe. Dit komt door de specifieke ligging van de regio op een knooppunt van sterk interfererende rijks- en regionale watersystemen in combinatie met de economische bedrijvigheid en het gunstige investeringsklimaat. Het betreft de sterkst groeiende regio van Nederland waar grote investeringen gedaan worden en aanmerkelijk zal worden verdicht en getransformeerd. Mogelijke oorzaken/triggers Extreme neerslag zorgt jaarlijks voor wateroverlast binnen Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Deze overlast beperkt zich tot enkele centimeters. De overlast wordt groter, als sprake is van een combinatie met uitval van bemaling. Uitval van bemaling kan verschillende oorzaken hebben of een combinatie daarvan: Mechanische schade Stroomuitval Brand/storing Verplichte maalstop (als gevolg van een bovennormale situatie; er valt meer neerslag dan waarvoor de norm is gesteld) Het moedwillig saboteren (terrorisme) van de bemaling ligt niet voor de hand, aangezien de impact zich beperkt tot overlast.
Daarnaast kan waterschade door neerslag ontstaan door ongewenst maaiveldverloop door ontwerpfouten of verzakking van het maaiveld. Incidentverloop Het oostelijke deel van VRAA (Amsterdam-Oost, Amsterdam Zuidoost en Diemen) wordt getroffen door een kortstondige periode van extreme neerslag, binnen 1 tot 3 uur valt 50 mm water. De hemelwaterafvoer is gedimensioneerd op 20-30 mm/uur, en kan dergelijke hoeveelheden dus niet aan. Daarnaast is in de dagen voorafgaand veel neerslag gevallen in de regio, en is de grond verzadigd. De stormachtige wind uit westelijke richting stuwt het peil van de Noordzee verder op. Hierdoor is geen vrije spui meer mogelijk vanuit het Noordzeekanaal bij IJmuiden, en werkt alleen het boezemgemaal van Rijkswaterstaat. Als dan in een korte periode tot maar liefst – lokaal – 50 mm regen in het afvoergebied valt, wordt het peil van het Noordzeekanaal
63
Verdieping regionaal risicoprofiel
verder verhoogd. De bemaling van alle polders van de waterschappen lozen op dat afvoersysteem. Op verzoek van Rijkswaterstaat zet Waternet het gemaal Zeeburg in. Hierdoor wordt water vanuit het boezemsysteem direct uitgeslagen op het IJmeer/Markermeer. Tevens kondigt Rijkswaterstaat een verplichte maalstop af. Dit houdt in dat er geen overtollig water meer geloodst mag worden in het Noordzeekanaal en AmsterdamRijnkanaal. Hierdoor kan het overtollige water in Amsterdam-Oost, Amsterdam Zuidoost en Diemen niet geloodst worden, en neemt de overlast toe. In het oostelijke deel van de regio staat het water op straat en in de laagst gelegen polderdelen boven maaiveld. Tot wel 10-20 cm. Het onderlopen van laaggelegen gebieden brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Verdiepte wegdelen en tunnels zijn onbegaanbaar, ook voor hulpverleningsdiensten. Daarnaast zijn constructies en obstakels, zoals opdrijvende putdeksels, onder water onzichtbaar. Wegens de geringe waterdiepte zijn echter nauwelijks slachtoffers te verwachten. Door het overlopen van de riolering ontstaat wel milieuschade. Het vervuilde water loopt via overstort in het oppervlaktewater, en leidt tot zuurstofloosheid in het water waardoor massale vissterfte optreedt. Tevens blijft de stankoverlast, als gevolg van het overlopen van de riolering, enkele dagen hangen.
De extreme neerslag leidt tot lekkages en flinke economische schade. Laaggelegen bebouwing en kelders lopen onder. De wateroverlast leidt tot schade aan opstal en inboedel. De schade aan met name cultuurhistorische objecten is groot. Onder andere het Science Park in Amsterdam wordt getroffen door het noodweer. Het wetenschapspark neemt een belangrijke positie in op het gebied van natuurwetenschappelijk onderzoek, ICT en Life Sciences. Alle bètafaculteiten van de Universiteit van Amsterdam, grote onderzoeksinstituten en SARA reken- en netwerkdiensten zijn gevestigd in het Science Park. ICT-systemen in het Science Park worden bedreigd door het water. Bedrijven en winkels in het getroffen gebied sluiten tijdelijk hun deuren en het tramverkeer heeft uitval. De economische schade bestaat daarnaast ook uit imagoschade. De beelden van wateroverlast in de regio trekt (inter)nationale media-aandacht. Hierdoor wordt de regio minder aantrekkelijk voor toeristen – om te bezoeken, en voor ondernemingen – om te investeren. Daarnaast heeft de waterschade kortsluiting in middenspanninghuisjes tot gevolg. Gevolg hiervan is stroomuitval in bepaalde delen in de regio, zelfs in ‘droog’ gebied. Er wordt een groot beroep gedaan op de waterschappen, om met hun noodpompinstallaties ondergelopen polderdelen watervrij te krijgen.
Bij de hulpverleningsdiensten komen in korte tijd honderden meldingen binnen, onder andere bij de brandweer om ondergelopen kelders leeg te pompen. Ook mobiele telefonie valt uit. Doordat sprake is van extreme neerslag gecombineerd met een maalstop houdt de overlast enkele dagen aan. Na twee dagen is het water weg, en wordt gestart met de herstelwerkzaamheden (herstel (water)infrastructuur, stroomvoorziening, schoonmaakwerkzaamheden van zowel particuliere als openbare ruimte). Pas na enkele maanden zijn de herstelwerkzaamheden volledig afgerond. De extreme neerslag heeft enige mate van maatschappelijke ontwrichting tot gevolg. De dagelijkse gang van zaken wordt abrupt verstoord. De overlast houdt enkele dagen aan, doordat het wegwerken van het overtollige water slechts langzaam mogelijk is. Pas na twee dagen wordt het normale leven weer opgepakt, en is de schade voor gedupeerden in de volle omvang zichtbaar. In de meeste gevallen is schade als gevolg van extreme neerslag een vast onderdeel van de opstal- en inboedelverzekering. Kwetsbare groepen en slachtofferbeeld Indien sprake is van een scenario wateroverlast is het aantal slachtoffers, wegens de geringe waterdiepte nihil. Aangezien het gehele oostelijke deel van de regio getroffen wordt door wateroverlast is het aantal betrokkenen en getroffenen groot.
Met name verminderd zelfredzamen (ouderen, mindervaliden en chronisch zieken) worden getroffen door wateroverlast. Zij kunnen zich moeilijker buitenshuis begeven en zijn in sommige gevallen afhankelijk van medische thuiszorg (beademingsapparatuur, spoelingapparatuur). Ook mensen van buiten VrAA (met bestemming VrAA) raken betrokken omdat de regio moeilijk bereikbaar is. Tevens lopen toeleverende en afnemende bedrijven buiten het ondergelopen gebied schade op. Zij kunnen niet bevoorraden of bevoorraad worden.
64
Verdieping regionaal risicoprofiel
Wateroverlast als gevolg van extreme neerslag Impact criterium
Gemiddeld Impact criterium Score
Vertaling
Aantasting van de integriteit van het grondgebied
0,027
Beperkt
Doden
0,01
Niet van toepassing
Ernstig gewonden en chronisch zieken
0,012
Beperkt
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
0,016
Beperkt
Kosten
0,119
Ernstig
Langdurige aantasting van milieu en natuur
0,029
Beperkt
Verstoring van het dagelijks leven
0,08
Aanzienlijk
Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
0,01
Niet van toepassing
Sociaal psychologische impact
0,025
Beperkt
Aantasting cultureel erfgoed
0,029
Beperkt
Waarschijnlijkheid
-
Waarschijnlijk
In de cijfers van het KNMI is te zien dat we steeds vaker te maken krijgen met extreem weer 6 en het beschreven scenario wordt als waarschijnlijk ingeschat door de experts. De gevolgen en impact van dit scenario is locatie afhankelijk, maar het zorgt bijvoorbeeld voor overlast op de weilanden vanwege de oogst en het overstromen van woningen en kelders in de bebouwde gebieden. De ingeschatte kosten door de experts is daarom ingeschat op ernstig, met een grote mate van verstoring van het dagelijks leven. Dit komt voornamelijk door de grote groep die geraakt zal worden.
6
https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreme-neerslag
65
Verdieping regionaal risicoprofiel
Scenario 7, zware storm Afbakening meest geloofwaardige scenario Omvang Vele kleine incidenten door zwarte storm Locatie De hele regio Periode van het jaar/ dag Eind oktober, maandag Referentie worst case Op 18 januari 2018 woedde er een zware storm over Ierland, GrootBrittannië, België, Nederland, Duitsland en Polen. De storm zorgde in Nederland voor veel problemen. In Overijssel vielen twee doden en alleen al de verzekerde schade bedraagt 401 miljoen euro. De NS legde het treinverkeer in heel het land stil en op Luchthaven Schiphol werden rond 11.20 uur alle vluchten gestaakt. In Amsterdam en Den Haag werd het tramnetwerk stilgelegd. De Verkeersinformatie Dienst meldde dat op verschillende snelwegen zeker 66 vrachtwagens gekanteld waren. Sommige ziekenhuizen in het oosten van het land besloten preventief op noodstroom te gaan werken. Referentie dagelijkse zorg Gevaarlijke situaties door afgewaaide takken en omgevallen bomen. Context Een zware storm kan voor veel problemen zorgen in de maatschappij waar veel mensen op een klein gebieden wonen, werken en leven, zeker als de storm heftiger is als voorspeld. Het voorkomen van stormen is niet mogelijk en voorbereiding erop is lastig. Een zware storm gecombineerd met regenval kan aanvullende gevolgen hebben.
Incidentverloop In het weekend waarschuwt het KNMI voor naderende westerstorm en geeft voor maandag voor het westelijke deel van Nederland Code af met Code Geel in de rest van het land. Het KNMI verwacht een windkracht rond de 8 BF met windstoten en 15 minimeter regen. In de nacht van zondag op maandag gaat het harder waaien en op maandagochtend verhevigt de storm zich. Het KNMI geeft op basis van metingen Code Rood af, het teken dat het een heftige storm is met maatschappelijke effect van ontwrichting. De wind heeft vat op alles wat los of niet vast genoeg zit. Bij de meldkamer loopt het aantal meldingen snel op. Omgevallen bomen, rondvliegende dakpannen zorgen voor verstoringen. Al snel wordt opgeroepen om niet meer naar buiten te gaan. In Amsterdam-West stort door de wind een bouwsteiger in die op twee personen terecht komt. In de gracht valt een boom op een woonboot, waardoor een bewoner ernstig gewond raakt. In Amstelveen raakt een vallende boom een voorbij rijdende auto. De automobilist overlijdt ter plaatse. Omvallende bomen en rondvliegend materiaal zorgt al voor dat bovenleidingen knappen op een aantal cruciale plaatsen. Het tramverkeer komt voor een groot deel tot stilstand. Ook het treinverkeer heeft te kampen met ernstige vertragingen. Daarnaast wordt station Zuid ontruimd omdat bouwwerkzaamheden op de Zuid-as voor een gevaarlijke situatie zorgen.
Op de snelwegen staan lange files, onder andere vanwege een omgevallen vrachtauto op de A10 Noord. De hulpdiensten worden overspoeld met meldingen. De meldkamer moet de inzet van de hulpdiensten prioriteren en de autoriteiten roepen op om niet langer 112 te bellen voor niet spoedeisende meldingen. De gemeente en brandweer proberen zo goed en zo kwaad mogelijk de voornaamste doorgaande routes vrij te maken en houden. In de avond gaat de storm liggen en kan de balans opgemaakt worden. Door verstoringen blijft het verkeer in de regio tot laat in de avond verstoord.