Bijlage 3 Stedenbouwkundige Visie EGW.pdf
Tekst van het document
8
11
7
2
6
3 1
legenda: detailhandel zorg, onderwijs, religie activiteiten en ontmoeting bedrijven hotel / logies, horeca kantoor
22
10
4
5 2
functiekaart
Verkeerssituatie
Het plangebied wordt aan twee kanten ontsloten. Vanaf de Wiltzanghlaan aan de zuidkant kan men via de Krelis Louwentraat het gebied in en uit, en aan de noordkant kan men via de Willem Leevendstraat het gebied in en via de Sara Burgerhartstraat het gebied weer uit. Met name de verbinding vanaf de Admiraal de Ruijterweg zorgt ervoor dat er doorgaand autoverkeer door de wijk gaat. Daarnaast bevindt zich een supermarkt en een moskee in het gebied die zorgen voor veel verkeersbewegingen. De openbare ruimte voor de supermarkt is ingericht als een parkeerterrein en heeft verder weinig kwaliteit. Daarnaast loopt er in noord-zuid richting een plusnet fiets door het gebied. Deze gaat ook
door de Willem Leevendstraat en de Krelis Louwenstraat. Met name op de plek waar de toegang naar het parkeerterrein zit is de verkeerssituatie is niet helder en zorgt voor onveilige situaties. Het doel is om de goede bereikbaarheid van het gebied en de voorzieningen te behouden, maar ook ervoor te zorgen dat er geen doorgaande route meer door de buurt loopt. De buurt wordt autoluw ingericht (alleen voor bestemmingsverkeer) en de voetganger en de fietser krijgen de ruimte.
tram 19 halte Molenwerf
Wi l Lee lem ven dst ra
at
Haarlemmerweg
P-terrein
Ad
mi
Sa
ra B
urg erh
Krelis Louwenstraat
art
huidige situatie auto-ontsluiting
str a
at
raa
ld
eR
uij
ter we g
tram 19 halte Wiltzanghlaan
Wiltzanghlaan
huidige situatie OV en fiets
OV tramlijn Plusnet fiets Hoofdnet fiets
23
Parkeerplaatsen Uit de gegevens uit de integrale parkeerdrukmeting 2017 blijkt dat de parkeerdruk naar Amsterdamse begrippen niet hoog is: 63,8% (>85% is wel hoog). De parkeeroverlast op vrijdag van de moskee en de Lidl geven de indruk dat er in de directe omgeving van deze functies op piekmomenten een veel hogere parkeerdruk is. Als de huidige situatie als uitgangspunt wordt genomen is te veronderstellen dat er doorgaans voldoende parkeercapaciteit is voor de in de buurt aanwezige functies, met uitzondering van piekmomenten.
Met betrekking tot het fietsparkeren is in de huidige situatie opvallend dat voor het Elsevier gebouw parkeeroverlast ontstaat. Ook rondom de Willem Leevendstraat staan veel fietsen los in de openbare ruimte omdat de rekken al vol zijn en ook zijn er piekbelastingen op het plein voor de moskee. In de toekomst zal voldoende fietsparkeercapaciteit worden opgenomen in de openbare ruimte.
In het plangebied is een telling gedaan naar het aantal autoparkeerplekken in de openbare ruimte. Een groot deel van deze parkeerplekken is gesitueerd op een plek die in de herontwikkeling anders zal worden ingericht. Deze parkeerplekken zullen volgens de nieuwe parkeernormen worden teruggebracht in het gebied.
Totaal: 26
264 parkeerplekken
Totaal:
6
- incl. 3 pp op kenteken - incl. 1 pp deelauto (ConnectCar)
388 fietsparkeerplekken
(aanleunbeugels, rekken)
18
3
12
9
12 6 12
56
30
65
22
9 12
8
10
36 31
10
8 22
48 17
8 18
14 4
8
huidig aantal parkeerplekken voor auto's in openbare ruimte
24
6
36
22
10 12
huidig aantal parkeerplekken voor fietsen in openbare ruimte
26
foto huidige situatie Krelis Louwenstraat met zicht op Elseviergebouw
foto huidige situatie parkeerterrein voor de supermarkt
foto piekbelasting fiets- en scooterparkeren op plein voor de moskee
foto huidige situatie scholendriehoek met zicht op Sara Burgerhartstraat
25
3. VISIE OP HET GEBIED Visie
Een prettige, groene woonwijk, waar men fijn kan wonen, werken, verblijven en ontmoeten, met het gemak van de buurtvoorzieningen. Dat is het toekomstige beeld het gebied Entree Gulden Winckel.
Cultuurhistorische waarde koesteren
In het vorige hoofdstuk is de ontstaansgeschiedenis van het gebied uitgebreid beschreven en daaruit blijkt dat de cultuur-historische kwaliteiten van het EGW groot zijn. Zowel de identiteit van het gebied als onderdeel van drie tijdperken (Préstedelijk, gordel 20-40 en het AUP) als de baanbrekende stedenbouwkundige opzet van het AUP van Van Eesteren (40-60), liggend in een AUP- groenstructuur vervult een belangrijke stedenbouwkundige waarde die gekoesterd dient te worden. Er zal daarom met respect voor het verleden aan een mooi toekomstig beeld worden gewerkt.
De structuur verhelderen
Door elke ingreep verandert de bestaande context, en daarmee ook het karakter van de plek. De waarde is dus groot, maar in de huidige situatie komt dit niet geheel tot uiting. Bij de bebouwing aan de noordkant, Lindenbaum en het oude postkantoor, is de historische link met dorpje Sloterdijk verloren gegaan doordat de wegenstructuur herhaaldelijk is veranderd. Het blok bestaat uit meerdere gebouwen uit verschillende periodes met een achterterrein waar zich een aantal bedrijfjes en parkeerplaatsen bevinden. De vrijstaande bebouwing van de Hendrik de Keyserschool en het Elseviergebouw kunnen worden beschouwd als onderdeel van de scholendriehoek. Net als de oude HTS aan de andere kant van de A10. Vanuit vogelvlucht is deze structuur nog goed herkenbaar. Echter wordt de visuele verbinding van het groene tapijt met daarin zorgvuldig geplaatste gebouwen teniet gedaan door de verhoogde A10 die er nu dwars doorheen ligt. De beoogde kwaliteit van de scholendriehoek en met name de verblijfskwaliteit van de gebieden tussen de gebouwen en het talud van de A10 is grotendeels verloren gegaan. De alzijdigheid van de AUP-gebouwen is aanwezig maar geeft niet de beoogde kwaliteit aan de ruimte eromheen waardoor de gebouwen minder goed tot hun recht komen. De nu tot ‘achterkanten’ verworden gebieden zijn erg onaantrekkelijk en worden gedomineerd door parkeren.
26
Er kan gesteld worden dat de stedenbouwkundige opzet van het gebied in de loop der jaren is verrommeld. De oriëntatie van de gebouwen is verstoord, zichtlijnen lopen dood en overal wordt geparkeerd. Het achtergebied is openbaar, maar er is geen zicht op vanuit de gebouwen, waardoor dit gebied als sociaal onveilig wordt ervaren. En dit komt de leefbaarheid niet ten goede. Een disfunctionerende openbare ruimte wordt daarom als een symptoom van de verrommelde stedenbouwkundige structuur gezien. Doel is om het gebied te ‘ontrommelen’ door de structuur te verhelderen en samenhang te brengen in het gebied. Daardoor ontstaat een openbare ruimte die goed functioneert wat de leefbaarheid juist ten goede komt. Daarnaast is het doel is om de cultuurhistorische waarde tot uitdrukking te laten komen. De geschiedenis moet worden gekoesterd en zichtbaar gemaakt worden, maar wel met de eisen van nu. Een raamwerk van openbare ruimte moet ervoor zorgen dat gebieden zichtbaar met elkaar verbonden worden en dat er prettige verblijfsplekken ontstaan waardoor de leefbaarheid van het gebied wordt verbeterd. Er ligt dus een grote opgave voor de openbare ruimte. Maar openbare ruimte functioneert alleen goed als deze goed zichtbaar is, zowel vanuit de bebouwing als vanuit de overige openbare ruimte.
Oud en nieuw met elkaar verbinden
De komst van de A10 dwars door het gebied heeft de originele opzet blijvend aangetast. Met name de zichtbaarheid en bruikbaarheid van het gebied gelegen aan de voet van het talud is verloren gegaan, maar de ruimte is nog steeds aanwezig. Deze grote ruimte kan in potentie een veel nuttiger doel dienen dan in de huidige context. Deze ruimte kan bij uitstek worden gebruikt om de structuur van het gebied te verbeteren en te transformeren naar een aantrekkelijk, leefbaar woon- en verblijfsgebied. Er wordt een nieuwe realiteit gemaakt door oud en nieuw met elkaar te verbinden. Een nieuwe structuur wordt toegevoegd in het gebied waarbij de bestaande cultuurhistorische waarden worden gerespecteerd. Bebouwing wordt ingezet om langs het talud representatieve voorgevels te creëren die zicht geven op de kant van de bestaande bebouwing die nu naar het talud georiënteerd staat. De nieuwbouw oriënteert zich op de van oorsprong alzijdig ontworpen gebouwen van het AUP waardoor de
alzijdigheid hiervan weer meer tot zijn recht komt. De bestaande bebouwing vormt samen met de nieuwbouw ensembles in het groen. De ruimte op het maaiveld die nu aan de rand ligt, krijgt weer een centrale plek tussen bebouwing waardoor deze ruimte geactiveerd , geïntensiveerd en daardoor beter benut wordt. Bouwen aan en rond deze monumenten brengt een extra verantwoordelijkheid met zich mee om hier zorgvuldig mee om te gaan. De nieuwe bebouwing sluit aan bij de bestaande monumentale bebouwing en de bouwperiode daarvan, maar vormt tegelijkertijd ook een nieuwe tijdslaag over het gebied die onderdeel uit gaat maken van de bebouwingsstrook langs de A10 en die een link legt met de bebouwing ten noorden van de Haarlemmerweg. Het gebied leeft verder in het heden met zichtbare sporen uit het verleden, waarbij zowel de oud- als de nieuwbouw toekomstig nut vervullen.
Een prettige, groene buurt
Het gebied in de strook maakt een verandering door van 'restgebied' naar een kwalitatief verblijfsgebied dat door toevoeging van programma intensiever gebuikt gaat worden. De bebouwing aan de noordkant voegt zich in zijn omgeving als gesloten bouwblok en vormt een wand aan het vernieuwde plein voor de supermarkt. Er wordt gebouwd maar er wordt ook vergroend. De verblijfskwaliteit van de openbare ruimte wordt vergroot door het gebied hoofdzakelijk in te richten voor de voetganger en de fietser. De onoverzichtelijke ‘verkeersknoop’ met parkeerplaatsen voor de supermarkt wordt omgetoverd tot een autoluw plein waar men kan verblijven, ontmoeten en gebruik kan maken van de buurtvoorzieningen. De Willem Leevendstraat wordt afgesloten voor autoverkeer en wordt ingericht als een groene woonstraat met een fietsverbinding. In de scholendriehoek worden de tijdelijke gebouwtjes van het buurtkamer en de speeltuinvereniging verwijderd waardoor er meer ruimte komt voor groen. De scholendriehoek gaat onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuur, doordat deze wordt aangeheeld en een aaneengesloten verbinding vormt van het Erasmuspark tot aan het Westerpark. De scholendriehoek krijgt een parkachtige uitstraling en staat meer in verbinding met de wijk. Verblijven en spelen staan centraal.
door ruimte te bieden aan verschillende doelgroepen en type woningen. Voor jongeren, ouderen en gezinnen, zowel sociale huur, middeldure huur als vrije sector. En daarnaast wordt ruimte voor niet-woonfuncties geborgd door ook ruimte te blijven bieden aan de huidige kleinschalige maatschappelijke en commerciële bedrijvigheid. De supermarkt is een belangrijke en gewaardeerde functie in het gebied. Met toevoeging van circa 400-500 woningen wordt invulling gegeven aan de woningopgave van de stad. In combinatie met behoud van de niet-woonfuncties (waaronder de buurtkamer en de supermarkt) zal een levendig en toegankelijker verblijfsgebied ontstaan. Hoewel alle ingrepen fysieke maatregelen zijn, bevorderen ze daarmee ook sociale doelen voor de buurt zoals sociale cohesie en sociale veiligheid. Bovenstaand verhaal komt tot uiting in de 9 ruimtelijke uitgangspunten. Deze vormen samen met de daaropvolgende uitgangspunten voor cultuurhistorie, bebouwing, openbare ruimte, verkeer en parkeren, programma en duurzaamheid, de basis voor de toekomstige inrichting. Uit de inbreng van de participatiesessies komen ook de volgende thema’ s duidelijk naar voren als onderwerpen waar veel belang aan gehecht wordt voor EGW: 1 - bebouwing, 2 - verkeer en parkeren, 3 - verblijfsgebied, groen en leefbaarheid, 4 - wonen werken en voorzieningen . In de visie komen ook deze thema’s allemaal aan bod.
In het participatieverslag in de bijlage wordt aangegeven hoe deze punten zijn meegenomen. Daarnaast is ook een overzicht gemaakt van alle inbreng, dit is verwerkt in een gedachtenroos (zie pagina 66). De beleidsuitgangspunten van de gemeente, uitgangspunten van de corporaties en de uitkomsten van de participatiefase zijn meegenomen om tot deze visie te komen.
Qua programma wordt er ingezet op een goede balans van wonen en niet-wonen. Enerzijds
27
recent gerealiseerd
HOV (bus/tram/metro) bovengronds HOV (bus/tram/metro) ondergronds
Uitrol
internationaal OV knooppunt
wonen - werken
3.1 NEGEN RUIMTELIJKE UITGANGSPUNTEN hoofd OV knooppunt
werken - wonen
secundair OV knooppunt
werken Zuidas
1
optie Regiorail Schiphol - Almere
2
optie Oostwest metrolijn
beperkte kwaliteitsimpuls 1. De positie van de buurt in de toekomst nieuwe pont-/veerverbinding stadsstraten en -pleinen kwaliteitsimpuls stadsstraten
ondergrondse verbinding**
kwaliteitsimpuls pleinen
P+R locatie
Waterfront
Zuidflank
hogesnelheidslijn HOV (bus/tram/metro) bovengronds HOV (bus/tram/metro) ondergronds
Uitrol
internationaal OV knooppunt
wonen - werken
hoofd OV knooppunt
werken - wonen
secundair OV knooppunt
werken Zuidas
1
optie Regiorail Schiphol - Almere
2
optie Oostwest metrolijn
beperkte kwaliteitsimpuls stadsstraten en -pleinen
intensivering RAI-terrein
wonen - werken
capaciteitsuitbreiding snelweg ondergronds
projecten in planvorming of recent gerealiseerd
wachtplaats binnenscheepvaart
Zuidas
capaciteitsuitbreiding snelweg bovengronds
werken
2e zeecruise terminal
topwinkelgebied
locatie
Algemeen
wonen - werken werken - wonen
zeesluis
kwaliteitsimpuls stadspark
Visie Amsterdam 2040
nieuwe pont-/veerverbinding
kwaliteitsimpuls stadsstraten
ondergrondse verbinding**
kwaliteitsimpuls pleinen
P+R locatie zeesluis
kwaliteitsimpuls stadspark
2e zeecruise terminal
werken - wonen
intensivering haven
werken
Zuidflank
stadsverzorgend bedrijventerrein kwaliteitsimpuls stadsdeelcentrum
projecten in planvorming of recent gerealiseerd
jachthaven De stad is in ontwikkeling en verandert voortdurend, steeds past zij zich aan aan de wensen landschap zoeklocatieproces. uitbreiding havengebied vanMetropolitaan haar gebruikers. Het is een continu dynamisch De stad breidt zich in razend Amstelscheg de positie van EGW binnen tempo uit waardoor de stad in deproject toekomst zal veranderen. In (grond-)water gerelateerd plaats van een ingesloten positie tussen drukke infrastructuur, neemt de buurt straks een Amsterdamsebosscheg 2e terminal Schiphol centralere plek in west de stad in en staat onder meer door afwaardering van de Haarlemmerweg optie locatie Olympische Spelen Tuinen van beter in verbinding met het Westerpark, de Brettenzone, station Sloterdijk en in de toekomst studiegebied Brettenzone Havenstad.Zaansescheg De buurt gaat dan onderdeel uitmaken van een belangrijke noord-zuid fietsroute regionale fietsroute die Sloterdijk en Havenstad verbindt in de richting van het Mercatorplein. Stelling van Amsterdam A/B
intensivering RAI-terrein
wonen - werken
topwinkelgebied
werken - wonen
intensivering haven
werken
stadsverzorgend bedrijventerrein
projecten in planvorming of recent gerealiseerd
kwaliteitsimpuls stadsdeelcentrum jachthaven
Metropolitaan landschap
zoeklocatie uitbreiding havengebied
Amstelscheg
(grond-)water gerelateerd project 2e terminal Schiphol
Amsterdamsebosscheg Tuinen van west
A/B
optie locatie Olympische Spelen
Brettenzone
studiegebied*
Zaansescheg
regionale fietsroute
Waterland
Stelling van Amsterdam
Diemerscheg IJmeerscheg
strand metropolitane plek recreatief programma
*
Voor studiegebied Haven-Stad is scenario 3 weergegeven. Naar aanleiding van toekomstige studies zijn verschuivingen mogelijk. Mogelijke ontwikkelingen aan de zuidoever van de Gaasperplas zijn onderwerp van studie bij de Verkenning Gaasperdam.
**
Als uit de plannen van Haven-Stad blijkt dat een verbinding nodig is, dan wordt deze gerealiseerd in de vorm van een tunnel.
*
Waterland
wachtplaats binnenscheepvaart
Zuidas
suggestie natuurontwikkeling ontwikkeling waterrand kwaliteitsimpuls overgang stad–scheg Sportas Kompaseiland en fietsbrug
afbeelding structuurvisie Amsterdam 2040
strand
Wellicht dat in de toekomst de A10 wordt aangepast of afgewaardeerd. In de huidige metropolitane plek verschijningIJmeerscheg vormt de A10 een grote barrière in de oost-west verbinding van de stad. Als recreatief programma in de toekomst deze barrière in mindere mate aanwezig zal zijn, zal het plangebied een suggestie natuurontwikkeling Voor studiegebied Haven-Stad is scenario 3 nog centralere plek in van detoekomstige stad krijgen. Aanbeveling is om rekening te houden met een weergegeven. Naar aanleiding studies zijn verschuivingen mogelijk. ontwikkeling waterrand mogelijkheid in het aan plangebied in de toekomst een oost-west verbinding te creëren. Mogelijke ontwikkelingen de zuidoever van om de Diemerscheg
*
Gaasperplas zijn onderwerp van studie bij de Verkenning Gaasperdam.
kwaliteitsimpuls overgang stad–scheg
Sportas Ook zal door devanverduurzaming Als uit de plannen Haven-Stad blijkt dat een de gemiddelde auto straks een stuk schoner zijn waardoor verbinding nodig is, dan wordt deze gerealiseerd en fietsbrug maatregelen aanzien van fijnstof wellichtKompaseiland in mindere mate noodzakelijk zijn. Ook geluid in de vorm van ten een tunnel. zal mogelijkerwijs afnemen door stillere auto's en lagere snelheden. Dit vraagt om gebouwen die vrij eenvoudig aan te passen zijn aan deze mogelijke toekomst. **
toekomstbeeld positie EGW in de stad. (uit ‘ontwikkelstrategie Havenstad”)
28
2. Twee assen worden versterkt en komen samen op een plein Het plangebied ligt in de oksel van het knooppunt waar de A10, de Haarlemmerweg en de Admiraal de Ruijterweg samen komen. Het gesloten bouwblok aan de Admiraal de Ruijterweg / Sara Burgerhartstraat zorgt ervoor dat het plangebied (visueel) wordt afgesloten van de Haarlemmerweg en Admiraal de Ruijterweg. Alleen door de Willem Leevendstraat is er een bescheiden toegang aan de noordkant naar het plangebied. De rest van het plangebied heeft een noord-zuid gerichte opzet volgens de principes van het AUP. Hierdoor maakt het plangebied met name onderdeel uit van de zuidelijker gelegen wijk die ook is gebouwd volgens de principes van het AUP. Twee belangrijke noord-zuid gerichte assen benadrukken de verbinding met de rest van de wijk.
de Gulden Winckel-as verbindt het Gulden Winckelplein met het nieuwe plein. Krelis Louwenstraat is de levensader
Ten eerste de verbinding van het Bos en Lommerplein, met een verbinding noordwaarts richting Sloterdijk: de Gulden Winckel-as. Deze as wordt gekenmerkt door een bomenlaan. De ingrepen in EGW bieden kans door middel van een parelsnoer van verschillende voorzieningen, zoals werken, ontmoeten, verzorgen en dagelijkse boodschappen, aan die verbinding inhoud te geven. De Krelis Louwenstraat wordt de ‘levensader’ van het gebied. Hierlangs bevindt zich tevens de hoofdfietsroute in noord-zuid richting. De tweede as is de groene zone van het Erasmuspark naar de scholendriehoek. Deze groenstructuur, die gezien kan worden als geschakelde parkachtige ruimtes, stamt uit oorspronkelijke ontwerp van Bos en Lommer (AUP) en heeft een verbindende functie voor de wijk en geeft veel kwaliteit aan de woonomgeving. Een groene structuur die versterkt en gekoesterd moet worden. Straks ontstaat er een vrijwel geheel door groen lopende verbinding van het Erasmuspark naar het Westerpark en de Brettenzone. Het toekomstige plantsoen voor Lindenbaum aan de Haarlemmerweg vormt een extra schakel in de reeks. Hiervoor zijn cultuurhistorische aanknopingspunten. De twee noord-zuid assen komen in het plangebied samen op de kruising van de Krelis Louwenstraat / Sara Burgerhartstraat en Willem Leevendstraat. De samenkomst van deze assen bieden een uitgelezen kans om deze plek in te richten als een plein.
Het plein is het kloppende hart van de buurt. Er bevinden zich (buurt)voorzieningen en wordt ingericht als hoogwaardige verblijfs- en ontmoetingsplek. Het wordt een belangrijke en herkenbare plek die de stedenbouwkundige structuur verheldert. De natuurlijke pleinvorm is reeds aanwezig in het gebied, maar kan nog worden versterkt door een pleinwand van nieuwe bebouwing.
de groene as verbindt de scholendriehoek met het Erasmuspark
29
3. Monumenten en hun cultuurhistorische context behouden hun waardigheid en bepalen de uitstraling van de buurt
4. Meerdere ruimtelijke systemen komen samen
Monumenten in hun historische context geven de buurt zijn karakter. De mogelijkheden in dit gebied worden verkend met M&A. De nieuwbouw wordt in samenhang met de cultuurhistorische waarden gebouwd en concurreren niet met elkaar maar versterken elkaar juist. De beoogde nieuwbouw in de verdichtingsstrook sluit aan op bestaande bebouwing uit verschillende periodes. In het noordelijke bouwblok staat bebouwing die stamt uit de periode ‘pre-stedelijk’ en ‘gordel ‘20-’40. Ten zuiden van dit bouwblok staat bebouwing uit de periode van het AUP en wordt geflankeerd door de A10. De bebouwing in het noordelijke blok staat georiënteerd naar de richting van de Admiraal de Ruijterweg. Dit is een verdraaiing ten opzichte van de bebouwing van het AUP, dat noord-zuid georiënteerd is. Juist door die verdraaiing wordt het verschil van bouwperiode en architectuur zichtbaar. De nieuwbouw zal hier op moeten inspelen.
Meerdere ruimtelijke systemen komen samen in deze buurt: prestedelijk en gordel '20-'40) en bebouwing uit het AUP. Alle ruimtelijke systemen hebben verschillende kenmerken en uitstraling. AUP De noordkant (blok Willem Leevendstraat) van het plangebied past in ruimtelijk systeem 'prestedelijk' en 'gordel '20-'40'. Het zuidelijk deel (Hendrik de Keyserschool en Elseviergebouw en de rest van de scholendriehoek) past in het ruimtelijke systeem van het AUP. In de toekomst blijven beide herkenbaar maar sluiten wel naadloos op elkaar aan. Er is voor gekozen om de architectuur van de nieuwbouw aan te laten sluiten bij de kenmerken van het ruimtelijk systeem waarin deze zich bevindt. Het toevoegen van nog weer een ander ruimtelijk systeem leidt mogelijkerwijs tot een kakofonie van verschillende bouwstijlen, wat zorgt voor een onrustig beeld.
In het algemeen geldt voor alle nieuwbouw dat deze in expressie ondergeschikt dient te zijn aan de monumentale bebouwing en karakteristiek. De nieuwbouw voegt zich tussen en naast de bestaande bebouwing zodat de bestaande bouw beeldbepalend blijft voor het gebied. Het toevoegen van nieuwe iconische gebouwen is niet gewenst.
Desalniettemin is het wenselijk dat de nieuwbouw als geheel wel samenhang vertoont, dit zal met name gezocht moeten worden in ritmiek en het silhouet van de bebouwing. De openbare ruimte smeedt het gebied tot een geheel.
prestedelijk / gordel '20-'40
Het Elseviergebouw, als een belangrijk iconisch element van 44 meter hoog in het gebied vormt een visuele verbinding met het Bos en Lommerplein en geeft identiteit aan de buurt. Het is ook een belangrijk herkenningspunt in de buurt. Het is belangrijk dat met de toevoeging van bebouwing nabij het gebouw, het markante gebouw van Dudok niet wegvalt tussen de andere bebouwing maar zijn iconische uitstraling behoudt. Het gebouw is het symbool van de buurt. De hoogte an sich is niet perse bepalend voor de iconische uitstraling, maar ook de breedte en de positionering aan de scholendriehoek spelen hierin een grote rol. De hoofdentree van het Elseviergebouw was oorspronkelijk gelegen aan de westkant, de kant van de A10. In de huidige situatie is de ruimte tussen het gebouw en de A10 ingericht als een achterkantsituatie. Het is een aanbeveling om er in het stedenbouwkundige ontwerp voor te zorgen dat het gebouw weer in een alzijdig representatieve omgeving staat. Naast het behouden van waardigheid is het ook van belang dat weer betekenis wordt gegeven voor de buurt door bepaalde monumenten nieuw leven in blazen door bijvoorbeeld transformatie. Hierdoor kan de gebruikswaarde en identiteit worden versterkt. Wel is van belang dat er een goede afweging wordt gemaakt of het monument geschikt is voor andere functies. 30
het monumentale Elseviergebouw, ontworpen door architect Dudok
5. De openbare ruimte is cruciale drager Met de ontwikkeling van het plangebied verandert het gebruik en intensiveert de druk op de openbare ruimte. Het is daarom van belang om de vele doelgroepen met hun uiteenlopende wensen goed te bedienen: de huidige en toekomstige bewoners, bezoekers en gebruikers. De openbare ruimte verbindt het gebied en smeedt het tot een eenheid. De kwaliteit van de openbare ruimte is cruciaal voor een leefbare buurt. Hier speelt zich immers het publieke leven af. In het plangebied worden de scholendriehoek, het plantsoen op de 'kop' en het nieuwe plein de belangrijkste verblijfsplekken. Door het nieuwe plein autoluw of autovrij te maken ontstaat er een centraal gelegen plek waar alle routes uit de buurt en de omliggende wijk bij elkaar komen. Hier komen levendige plinten met verschillende (kleinschalige) functies. De openbare ruimte is de verbindende factor tussen verschillende plekken en gebouwen. Voor de openbare ruimte geldt net zozeer als voor gebouwen dat de menselijke maat belangrijk is voor de beleving van de ruimte. De openbare ruimte dient goed ontworpen te worden vanuit de beleving op ooghoogte. Het moet veilig en overzichtelijk zijn en daarnaast is de inrichting van de openbare ruimte ook cruciaal voor het slagen van een buurt op sociaal vlak.
De openbare ruimte moet mogelijkheden scheppen en aanleiding geven om te verblijven, te verbinden en te ontmoeten. Voor dit gebied is het belangrijk dat er ondanks de stedelijkheid, het sterke buurtgevoel (binding met de buurt) behouden blijft. Daarnaast is het belangrijk dat er veel aandacht wordt gegeven aan hoe de bebouwing zich verhoudt ten opzichte van de openbare ruimte, d.w.z. veel aandacht vereist in de overgang tussen privé en openbaar, de relatie binnen-buiten, openheid en zicht. De monumentale panden uit het AUP in het gebied zijn ontworpen vanuit een alzijdige benadering. De panden hebben geen 'achterkant' en staan als het ware vrij in de openbare ruimte. De openbare ruimte rondom het gebouw moet zorgvuldig zijn ontworpen en dient aan te sluiten bij het ontwerp van het gebouw en bij de cultuurhistorische gedachte. In de huidge situatie is die benadering voor een groot deel verloren gegaan door delen van de openbare ruimte af te sluiten met hekken, of de 'achterkant situatie' die is ontstaan tussen de gebouwen en het talud van de A10. foto huidige situatie pleinruimte Sara Burgerhartstraat
31
6. Voetganger en fietser centraal
Haarlemmerweg
Wat het autoverkeer betreft moet de buurt zich richten op bestemmingsverkeer voor bewoners en bezoekers voor de publiekstrekkende functies, en niet op doorgaande routes door de buurt. Daarbij moet het uitgangspunt zijn dat de parkeeroplossingen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en de ontsluiting hinder in het gebied beperkt. De gehele verkeersituatie zal opnieuw onder de loep moeten worden genomen en er moet worden gezocht naar een slimme oplossing waarbij het gebied wel goed bereikbaar blijft, maar waarbij de auto tevens een ondergeschikte positie heeft ten opzichte van de fiets en voetganger. Kortom, een autoluwe buurt. Om de kwaliteit van de openbare ruimte (en daarmee de leefbaarheid voor de buurt) te verbeteren is het noodzakelijk de verkeersbewegingen in de buurt te minimaliseren en bestaande parkeerplekken in de openbare ruimte deels elders onder te brengen. De extra parkeerplekken die nodig zijn t.b.v. de nieuwbouw kunnen niet op een kwalitatieve manier in de openbare ruimte worden opgelost. De oplossing hiervoor wordt gezocht in het aanleggen van een gebouwde parkeeroplossing in combinatie met de nieuwbouw in het blok grenzend aan de Willem Leevendstraat.
Wi Lee llem ven dst ra
Ad
mi
Krelis Louwenstraat
Sa
A10
In de huidige situatie zijn er voor autoverkeer twee toegangen tot de wijk: de Krelis Louwenstraat en de Willem Leevendstraat. De Sara Burgerhartstraat is éénrichtingsverkeer de buurt uit. Met de toename van fietsbewegingen in noord-zuid richting en de wens van een autovrij plein als ‘hart’ van de buurt, is de aanbeveling om in eerste instantie de fietsverbinding door de buurt goed te faciliteren. De bestaande fietsroute behoort tot het 'plusnet fiets', wat betekent dat deze fietsroute intensief gebruikt wordt.
at
Met de beoogde ontwikkelingen voor de buurt zal het aantal auto- verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte toenemen. Maar ook het aantal fiets- en voetgangersbewegingen zal toenemen doordat er meer bewoners, maar ook meer bezoekers naar het gebied zullen trekken. Dit vraagt om goede oplossingen.
ld
eR
ra B
urg erh
art
Wiltzanghlaan
huidige verkeerssituatie
?
inzetten op goede fietsverbinding is belangrijk!
32
raa
str a
at
uij
ter we g
7. Vergroening van de scholendriehoek en meer recreatie- en verblijfskwaliteit De scholendriehoek is onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp uit 1935 waarin de groenstructuur een belangrijk onderdeel was van het stedenbouwkundig plan. Maatschappelijke voorzieningen, in dit geval scholen, kregen een centrale plek in de wijk die veilig te belopen was voor kinderen. De alzijdige gebouwen staan midden in het groen. De scholendriehoek is van grote cultuurhistorische waarde en is een grote kwaliteit voor de wijk. Hoewel de kwaliteiten in de huidige situatie niet overal even goed zichtbaar zijn deze zeker aanwezig en valt hier veel te winnen. De scholendriehoek krijgt een parkachtige uitstraling, wordt vergroend en wordt meer in verbinding gezet met de wijk waardoor het park toegankelijker wordt. Met name aan de zuidkant van de scholendriehoek valt hier veel te winnen door de bestaande bebouwing van het buurthuis en de speeltuinvereniging te verwijderen (het buurthuis krijgt een plek elders in het plangebied) en groen hiervoor in de plaats aan te brengen.
ommige bestaande bebouwing in de scholendriehoek kampt met achterstallig onderhoud. Deze gebouwen moeten worden opgeknapt. Het is wenselijk dat ook de schoolgebouwen hun gevels meer openen naar het park, waardoor deze meer in relatie staan met het park, zoals dit oorspronkelijk de bedoeling was.
De verblijfskwaliteit wordt verhoogd en er worden voorzieningen aangelegd die uitnodigen tot ontmoeten. Het park nodigt uit tot gebruiken en niet alleen kijken. De beleving van ruimte kan worden vergroot door het creëren van doorzichten. Hierdoor wordt het park ook overzichtelijker en veiliger. Een structuur van paden verbindt de activiteiten en bebouwing op het terrein met elkaar én met de omliggende (nieuwe) bebouwing. Door het park te vergroenen kan deze onderdeel uitmaken van de reeks geschakelde groene ruimtes door de wijk en de hoofdgroenstructuur aanhelen (zie ook uitgangspunt 2). Daarnaast speelt het park een belangrijke rol in de voorziening van ecosysteemgroen, zoals biodiversiteit en klimaatadaptatie (hittestress en waterbuffering). Er wordt niet gebouwd in het park. Het park kan worden gezien als de contramal van de omliggende woonbebouwing en vervult vanuit stedenbouwkundig perspectief een complementaire en essentiele rol. Het staat bovendien niet op zichzelf, maar vormt een wezenlijk onderdeel van de aanhechting met de gehele wijk Bos en Lommer alsook met de Westelijke Tuinsteden. Daarnaast wordt met de komst van de nieuwbouw in de strook langs de A10 de druk op de openbare ruimte vergroot. Het park geeft veel kwaliteit aan zowel de nieuwe als bestaande woningen waarin de drukte gespreid wordt. 33
8. Er is ruimte voor verdichting in de strook langs de A10
Er is ruimte voor verdichting in de strook tussen de A10 en de Krelis Louwenstraat. De bestaande bebouwing is in de huidige situatie ter plaatse van het Elseviergebouw en Hendrik de Keyser met name georiënteerd op de Krelis Louwenstraat. De van oorsprong alzijdige opzet van de bebouwing is in gebruik verloren gegaan met de komst van de A10. Het gebied tussen het talud van de A10 en de bebouwing is verworden tot een niet aantrekkelijke achterkantsituatie. De supermarkt is zodanig georiënteerd dat men goed zicht heeft op de 'achterkant' met haar parkeerterreinen, laad en losplekken en het talud van de A10. Dit versterkt het rommelige beeld. Maar er blijkt zich een behoorlijke ruimte te bevinden tussen de bestaande bebouwing en de A10. Deze ruimte kan benut worden om door middel van nieuwbouw het stedelijk weefsel aan te helen en er een prettige verblijfsruimte met bebouwing van te maken. De nieuwbouw kan goed worden gebruikt om de achterkantsituatie in de huidige situatie tussen de monumenten en het talud van de A10 zodanig te transformeren zodat de oorspronkelijk ontworpen alzijdigheid van de monumenten uit het AUP weer tot zijn recht komt. Oud en nieuw worden met elkaar verbonden en zorgen samen voor toekomstig nut.
ruimte tussen Elsevier en de A10
De nieuwbouw geeft een antwoord op het monument met zijn buitenruimte en smeedt de nieuwe ruimte het tot een logisch geheel. Daarnaast wordt de buitenruimte geactiveerd en weer benut. De verdichting ligt in Bos en Lommer en dient rekening te houden met de oorspronkelijke opzet van de wijk. Dit betekent dat er een maximum zit aan het toe te voegen bouwvolume. Daarnaast is het belangrijk dat de nieuwbouw niet achter de bestaande bebouwing wordt ‘weggestopt’, maar dat deze samen met de bestaande bouw, in principe, alzijdig georiënteerde ensembles vormen waarbij de nieuwbouw in eerste instantie een oriëntatie krijgt op een kwalitatief ingericht groene buitenruimte of op de scholendriehoek. Verder heeft het toevoegen van volume geluidstechnisch positief effect op de hiervoor beschreven recreatie- en verblijfskwaliteit van de scholendriehoek.
vogelvlucht vanaf Hendrick de Keyser richting noorden
34
9. De kop verankert het gebied in zijn omgeving
Op meerdere schaalniveaus speelt het noordelijk deel van het plangebied (de kop) een belangrijke rol als het gaat om de verankering in zijn omgeving. Het gebied kan worden gezien als een schakelpunt waar meerdere links worden gelegd met bestaande structuren in de stad. De belangrijkste links zijn:
Als onderdeel van de Haarlemmerweg De Haarlemmerweg is geherprofileerd en voor een groot deel buiten de ring een 50 km weg geworden. Met nieuwe brede fiets- en voetpaden ontstaat er een goede verbinding met de binnenstad. De bewegingen langs deze straat zullen daarom intensiveren voor fiets- en voetgangersverkeer. Hierdoor kan de kop meer onderdeel worden van het gebruik van de Haarlemmerweg. Het plantsoen en de bijbehorende oude drukkerij Lindenbaum zouden hierin een prominentere rol gaan spelen. Om het gebied te activeren krijgt het Lindenbaum gebouw een publieke functie en wordt er in het plantsoen een kiosk geplaatst. De grote bomen in het plantsoen (abelen) blijven behouden. Doordat de afslag van de A10 grenzend aan het plangebied is versmald heeft het plantsoen voor Lindenbaum iets meer ruimte gekregen, wat kan worden benut voor een groene inrichting. Hoogbouw als link op grotere schaal Een mogelijk (slank) hoogbouwaccent behorend bij de nieuwbouw achter Lindenbaum legt op een hoger schaalniveau een connectie met de omliggende buurten, zoals de overkant van de Haarlemmerweg, Sloterdijk en de bebouwing langs de ring A10. Een hoogteaccent kan onderdeel uitmaken van de ‘gordel van hoogbouwaccenten’ langde de ring A10, zoals deze zou passen in de structuurvisie van Amsterdam 2040.
Daarnaast kan hoogbouw zorgen voor een levendiger en gevarieerder aangezicht aan het entreegebied waardoor het Lindenbaum gebouw optisch naar voren komt. Het hoogteaccent duidt een locatie van stedenbouwkundig belang aan, zoals de toegang naar de binnenstad bij het knooppunt A10 / Haarlemmerweg. Het gebied wordt daarmee zichtbaar van zowel de A10 als de Haarlemmerweg en dient als herkenningspunt.
ICOON
UITBREIDINGSZONE
De historische link met dorpje Sloterdijk Aan de noordkant van het plangebied bevindt zich een parkeerterrein met twee monumentale gebouwen die rond 1922 gebouwd in een prestedelijke context: de oude drukkerij Lindenbaum en het oude postkantoor. Dit waren de eerste gebouwen die vanuit dorp Sloterdijk aan de 'overkant' van de Haarlemmervaart werden gebouwd en toen een prominente plek hadden recht tegenover de brug, langs de route van een belangrijke tramverbinding over de Admiraal de Ruijterweg. De brug is later verplaatst en de bebouwing is opgegaan in het stedelijk weefsel van gordel '20-'40, waardoor de historische context niet direct herkenbaar is. Deze plek heeft als pré-stedelijk fragment echter een hoge cultuurhistorische waarde. Deze plek mag daarom beter tot uitdrukking komen. Een groen
plantsoen dient als tegenhanger voor de omliggende infrastructuur en als podium voor de monumentale gebouwen, waardoor deze beter tot hun recht komen. Daarnaast fungeert deze plek als een schakel in de reeks van groene ruimtes tussen het Erasmuspark en Westerpark, evenals de noord-zuid hoofdfietsverbinding, waardoor de historisch aanwezige link met de noordkant van de Haarlemmervaart weer opnieuw betekenis krijgt.
een gezicht aan de Haarlemmerweg
35
DE VISIEKAART
36
9 RUIMTELIJKE UITGANGSPUNTEN:
1. De positie van de buurt in de toekomst
4. Meerdere ruimtelijke systemen komen samen prestedelijk gordel '20-'40
/
7. Vergroening van de scholendriehoek en meer recreatie- en verblijfskwaliteit
AUP
2. Twee assen worden versterkt en komen samen op een plein
5. De openbare ruimte is cruciale drager
8. Er is ruimte voor verdichting in de strook langs de A10
3. Monumenten en hun cultuurhistorische context behouden hun waardigheid en bepalen de uitstraling van de buurt
6. Voetganger en fietser centraal
9. De kop verankert het gebied in zijn omgeving
37
3.2 RUIMTELIJK CULTUURHISTORISCHE UITGANGSPUNTEN Cultuurhistorisch kader
Het gebied heeft een grote cultuurhistorische waarde, niet alleen qua stedenbouwkundige opzet, maar ook de individuele gebouwen zijn belangrijk als cultureel erfgoed. Hendrick de Keyser wordt in het bijzonder gewaardeerd door architectuurhistorici. Daarnaast zijn ook het Elseviergebouw, de voormalige drukkerij Lindenbaum, het voormalig postkantoor, de Multatulischool, voormalig prinses Margrietschool en de voormalige Daniel Goedkoopschool (het gebouw van Witboek) tot gemeentelijk monument aangewezen. Bouwen direct naast of op een monument is maatwerk en behoeft zorgvuldige inpassing. Qua uitstraling en architectuur kan de nieuwbouw uit de verschillende ruimtelijke systemen (gordel '20-'40 en AUP) van elkaar verschillen. De overgang tussen de systemen vraagt om een zorgvuldige ontwerpkeuze. Hier is geen kant en klare oplossing voor. De noordzijde van het noordelijke bouwblok (waar Lindenbaum onderdeel van uitmaakt) kan worden gezien als de beëindiging van het bouwblok en in groter perspectief van het gebogen bouwblok langs de Admiraal de Ruijterweg en Sara Burgerhartstraat. De bebouwing uit de jaren '60 die nu aanwezig is in het blok zal verdwijnen. Hierdoor ligt het voor de hand om met dit blok aan te sluiten op de aanwezige karakteristieken uit de jaren '30.
Daarnaast biedt het kansen om de natuurlijke pleinvorm die aanwezig is op de overgang van de twee ruimtelijke systemen aan te laten sluiten bij de karakteristieken van gordel '20-'40. Het plein wordt begrensd door het noordelijke bouwblok, de hoek van het bouwblok aan de Sara Burgerhartstraat (waar de nu moskee gehuisvest is) en de zijgevel van het Elseviergebouw. Stedenbouwkundig is dit een belangrijke plek vanwege de kansen in de openbare ruimte en om de overgang van de twee ruimtelijke systemen zichtbaar te maken. De nieuwe bebouwing achter het Elseviergebouw en Hendrik de Keyserschool wordt volgens de principes van het ruimtelijk systeem AUP gebouwd. Kenmerkend is het doorlopend groene tapijt met paviljoenachtige, vrijstaande gebouwen. Het geeft, soms letterlijk door een smalle basis, een ‘lichtvoetig’ effect te midden van het groen. De bestaande gebouwen die uit rechthoekige volumes van verschillende groottes en hoogtes zijn samengesteld, zorgen voor ‘luchtige’ bouwmassa’s. De richtingen van de rechthoekige volumes wisselen van oriëntatie van N/Z naar O/W en zijn staand of liggend maar geen ervan is een toren.
De positie van de 'dozen' hangt af van de verkeerskundige hierarchie/ruimtelijke context: hoogtes zijn beperkt, vrijwel allemaal lager dan de omringende woonbebouwing, met uitzondering van de theorievleugel van de voormalige Hendrick de Keijserschool en met uitschieter Elsevier. Deze zijn langs de doorgaande verkeersroutes hoger en op lange zijkanten geplaatst. Voor de nieuwbouw geldt dat deze een passende aanvulling is op de zorgvuldig op elkaar afgestemde compositie van de bestaande volumes.
38
Het is van belang dat de nieuwbouw, die volgens twee verschillende ruimtelijke systemen worden gebouwd en als nieuwe tijdslaag die in het gebied een plek krijgt, ook enige samenhang vertoont. Dit moet vooral worden gezocht in het gezamelijk silhouet en ritmiek. De nieuwbouw dient in expressie ondergeschikt te zijn aan de monumentale bebouwing en karakteristiek binnen de ruimtelijke systemen. Hij voegt zich hiernaar zodat de bestaande bouw beeldbepalend blijft voor de identiteit van het gebied. Het toevoegen van iconische gebouwen verstoort dit beeld. Vorm, samenstelling en omvang, lange of korte stroken, dienen getest te worden zodat de invloed op de verkaveling en het straatbeeld duidelijk zichtbaar wordt en beoordeeld kan worden. In het geval van transformatie van een monument is het ook van belang hoe de functie te combineren is met de monumentale waarde van het gebouw. Eventuele nieuwe functies mogen het gebouw en/of de cultuurhistorische waarde niet aantasten. Het is belangrijk te onderzoeken op welke wijze de nieuwbouw met respect voor de bestaande bebouwing het beste tot stand kan worden gebracht. In de afbeelding hiernaast is een visiekaart vanuit cultuurhistorische waarden opgesteld.
KAART UITGANGSPUNTEN CULTUURHISTORIE
60m
30m
34m
legenda: bebouwing dient zorgvuldig te worden ingepast, meerdere periode’s komen bijeen: prestedelijk, gordel20-40, AUP en A10
plangrens scholendriehoek belangrijke contouren zoekgebied nieuwbouw
9m
(binnen prestedelijk/gordel20-40 structuur)
opent zich naar een rustig gebied
13m
voorstel nieuwe rooilijn
zoekgebied nieuwbouw
(note: kan verticaal gezien nog wel wat zakken, afhankelijk van de stedenbouwkundige inpassing)
(binnen AUP structuur)
nieuw groen
14m
groene verbinding overgang prestedelijk naar AUP
binnen ruimtelijk systeem AUP met orthogonale structuur
hoger volume begeleidt de doorgaande straat monument zichtlijnen 11m
veiligheidsgrens RWS
44m
UITGELIJNT
5m
9m
11m 14m
20m 11m
7m
18m
straatprofiel inrichting OR gaat op eigen wijze de hoek om, zodat H.d.K. geaccentueerd wordt
Verstoren de ruimtelijke opzet
39
3.3 UITGANGSPUNTEN BEBOUWING Bouwvlak
Om tot een samenhangende stedenbouwkundige inrichting te komen is het noodzakelijk om buiten de bestaande kavelgrenzen te treden. Dit geeft meer vrijheid voor het ruimtelijk ontwerp. Het bouwvlak geeft het gebied weer waarbinnen bebouwing is toegestaan en waarbinnen de stedenbouwkundige modellen zich moeten voegen. Het gebied wordt langs de A10 begrensd door de veiligheidszone die door Rijkswaterstaat is opgelegd (de blauwe stippellijn). Aan de noordkant loopt de grens tot de achterkant van het gebouw drukkerij Lindenbaum. De huidige loods die tegen Lindenbaum aan staat mag gesloopt worden. Vervolgens dient er voldoende afstand (minimaal 20 meter rondom) te worden gehouden van Het Elseviergebouw, zodat deze zijn iconische uitstraling blijft behouden en er voldoende vrije ruimte rondom het gebouw aanwezig blijft. Bij het Hendrick de Keysergebouw is op het kavel beperkt grondvlak aanwezig naast de bestaande bebouwing. Meer ruimte voor nieuwbouw zal gezocht moeten worden in combinatie met de bestaande bebouwing, door bijvoorbeeld op sommige delen over de bestaande bebouwing heen te bouwen.
Dichtheid
Er wordt een maximum gesteld aan het aantal toe te voegen vierkante meters in het gebied. Hiervoor is een studie uitgevoerd naar toevoeging van verschillende dichtheden. De conclusie van deze studie is dat verdichting op deze locatie goed mogelijk is. Door de ligging van de strook langs de A10 aan de ene kant en de groene scholendriehoek aan de andere kant, kan verdichting zorgen voor een ‘wand’ langs de A10 waarachter een prettig en luw woonklimaat kan worden gerealiseerd. Er moet voor worden gewaakt dat de nieuwbouw niet te overheersend wordt en de bestaande bouw overschaduwt. Het is belangrijk dat de identiteit van het gebied behouden blijft. Gezien de beperkte ruimte die beschikbaar is om te bouwen, en de eenzijdige oriëntatie op de eerste paar bouwlagen van de nieuwbouw, is het van belang dat de ‘binnengebieden’ die ontstaan tussen de nieuwbouw en de bestaande bebouwing van hoge kwalitieit zijn, waarbij een bepaalde maat noodzakelijk is voor een prettig leefklimaat. De vrijheden zijn hierdoor beperkt. Daarnaast is het van belang dat de nieuwbouw opgaat in de wijk, met respect voor de monumenten en voor de oorspronkelijke opzet van de wijk. De uiteindelijke stedenbouwkundige opzet en de daarbij behorende architectuur en bezonningsstudie spelen een grote rol in de uitstraling van de nieuwbouw en de impact die deze heeft op de wijk.
Het maximum bovengronds toe te voegen aan het bestaande volume is gesteld op 33.000 m2 BVO, verdeeld over de gehele strook langs de A10 en in samenhang met de bestaande bebouwing. Het volume dient verspreid te worden over de 3 corporaties. 33.000 m2 bvo is iets meer dan een verdubbeling van het huidige aanwezige oppervlak (ongeveer 27.500 m2 bvo). Het toevoegen van meer oppervlak zorgt voor een schaalvergroting die in dit gebied niet wenselijk is en waardoor de buurt haar identiteit als onderdeel van Bos en Lommer 40
verliest. In totaal mag het gebouwd volume in de strook (bestaande + nieuwe bebouwing) niet boven de 60.500m2 uitkomen (zie tabel). Van de nieuwbouw zal ongeveer de helft worden gebouwd in het blok van Lindenbaum, en de andere helft bij Hendrick de Keyser en Elsevier, waarvan ongeveer 1/3 van het totale volume bij Hendrick de Keyser.
programmatabel strook langs A10 bestaand blok a
blok b blok c
eigenaar Eigen Haard Amtsta Eigen Haard anders Rochdale Stadgenoot
BVO wonen m2 Lindenbaum complex (excl souterrain) woonzorgcomplex blok Lidl (1500m2= incl kelder) + biljart (487m2)+ 4 woningen woningen blok Willem Leevendstr / Admiraal de Ruijter Elsevier gebouw (2 lagen = hostel) Hendrick de Keyser (excl kelder 1247m2)
BVO BVO BOG m2 TOTAAL 0 1990 1990 0 1395 1395 400 2350 2750 2125 2125 9500 1900 11400 0 7812 7812
TOTAAL verdeling wonen - niet-wonen
12025 44%
15447 56%
27472 100%
947 33028
2923 0
3870 33028
45500 75%
15000 25%
60500 100%
te vervangen programma na sloop maximaal nieuw toe te voegen programma TOTAAL verdeling wonen - niet-wonen
programmatabel
afb: groen = zoekgebied nieuwbouw groen gestippeld = bouwen toegestaan boven bestaande bebouwing (in samenwerkingen met M&A) roze = kavels in huidige situatie
KAART UITGANGSPUNTEN BOUWHOOGTE
legenda: plangrens
9m
mogelijk hoogteaccent
13m
veiligheidsgrens RWS
14m
huidige kavels 3m
zoekgebied nieuwbouw
14m
aansluiten op bestaande bouwhoogte (=14m) basishoogte: 15-24m (=5-7 lagen) geldt voor gehele gearceerde gebied
zoekgebied zwevende bebouwing boven bestaande bebouwing
9m
basishoogte
toekomstige kavels
15m
44m
bestaand hoogteaccent Elseviergebouw (44m)
11m
minimaal 20 meter afstand houden rondom Elseviergebouw 5m 11m
14m
9m
mogelijk hoogteaccent
18m
11m
7m
41
Ruimtelijke systemen
In het algemeen geldt voor alle nieuwbouw dat deze in expressie ondergeschikt dient te zijn aan de monumentale bebouwing en karakteristieken van de ruimtelijke systemen. De bestaande monumenten bepalen immers de uitstraling van de buurt. De nieuwbouw voegt zich hiernaar zodat de bestaande bouw beeldbepalend blijft voor het gebied. Tegelijkertijd wordt er een nieuwe tijdslaag toegevoegd. Deze mag herkenbaar zijn maar is ingetogen. Ruimtelijk systeem Gordel '20-'40 In het noordelijke bouwblok (blok a) staat bebouwing die stamt uit de periode pré-stedelijk en ‘gordel ‘20-’40. Ten zuiden van dit bouwblok staat bebouwing uit de periode van het AUP. De bebouwing in het noordelijke blok staat georiënteerd naar de richting van de Admiraal de Ruijterweg. Dit is een verdraaiing ten opzichte van de bebouwing van het AUP, dat noord-zuid georiënteerd is. Juist door die verdraaiing is het verschil van bouwperiode en architectuur zichtbaar. Kenmerkend voor het ruimtelijk systeem Gordel ’20-’40 is de gesloten bouwblok structuur, die zijn opgebouwd uit één of meerdere ensembles. De horizontale opbouw van de gevelwand bestaat uit een driedeling. Op de begane grond een plint met een ingangspartij, een middenstuk met één tot drie woonverdiepingen en een dakbekroning met een uitkragende daklijst, opgaande borstwering of hoekaccenten en torentjes.
De plint kan versterkt worden door het toepassen van natuursteen of bijzonder metselwerk. Ook winkelpuien benadrukken de compositie. Materialisering is met name baksteen. Voor verdere criteria wordt verwezen naar het document 'de schoonheid van Amsterdam' waarin de ruimtelijke systemen uitgebreid worden beschreven. Ruimtelijk systeem AUP en Post AUP Voor de nieuwbouw die aansluit bij de bebouwing van het AUP (blok b en c) gelden de criteria van het ruimtelijk systeem AUP. Kenmerkend voor deze periode is de planmatigheid van de stedenbouwkundige opzet. Uitgangspunt bij het ontwerp is de toetreding van lucht, licht en ruimte. Er is een sterke samenhang tussen openbare ruimte, groen en bebouwing. Het groen is geen restruimte, maar een belangrijk structurerend stedenbouwkundig element met een zelfstandige rol. De gebouwen zijn daar zorgvuldig in geplaatst en hebben een overwegend sobere en terughoudende uitwerking. De bebouwing binnen groengebieden zijn meestal alzijdig ontworpen. Ook dient de nieuwbouw te worden gebruikt om de achterkantsituatie in de huidige situatie tussen de monumenten en het talud van de A10 zodanig te transformeren zodat de oorspronkelijk ontworpen alzijdigheid van de monumenten weer meer tot zijn recht komt. Dat wil zeggen dat de monumenten Elsevier en Hendrik de Keyser een zorgvuldig ontworpen (van buitenaf zichtbare) buitenruimte krijgen rondom.
De nieuwbouw geeft 42
een antwoord op het monument met zijn buitenruimte en smeedt de ruimte tot een logisch stedenbouwkundig geheel. gordel '20-'40
a b
AUP
c
Bouwhoogte
Voor het plangebied geldt dat het overgrote deel gebouwd wordt met een bouwhoogte van 15-24m. Dit is de basishoogte en sluit aan bij de bouwhoogtes in de omgeving. uitzondering is de aansluiting op de bestaande woningen aan de Willem Leevendstraat. Hier moet worden aangesloten op de bestaande bouwhoogte van 14m. Naast de basishoogte zijn er in het plangebied twee locaties aangewezen waar hoger mag worden gebouwd. In de hoogbouwvisie (onderdeel van de structuurvisie Amsterdam 2040) staat de rand van het gebied langs de A10 (als zone langs infratructuurbundel) aangegeven als potentiele locatie voor hoogbouw. Maar er staat ook dat hoogbouw zorgvuldig moet worden ingepast in de context. Dat geldt zeker wanneer er sprake is van gebieden met waardevolle stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of landschappelijke kwaliteiten. Een reden dus voor het gebied om hoogbouw te onderzoeken. Hoogbouw kan worden ingezet om een belangrijke stedenbouwkundige plek te accentueren, om het straatbeeld te verlevendigen of om een hoge dichtheid te creeren op een schaarse locatie. De eerste locatie is aan de noordkant, vlakbij het monument Lindenbaum. Het overgrote deel van de bebouwing in dit blok stamt uit de periode 'gordel 20-40' , waartoe het noordelijke blok in het plangebied valt, zijn gesloten woonblokken en bestaan uit 4 lagen met een kap.
Hogere gebouwen hadden en hebben vaak een andere functie (zoals kerken en kantoren). De (menselijke) maat van de blokken is grotendeels bewaard gebleven en dit is een grote kwaliteit van het gebied. Hoogbouw mag daarom geen afbreuk doen aan de bescheiden schaal van het gebied. Motivatie om hier hoogbouw toe te passen is met name om de plek te accentueren. Om het gezicht aan de Haarlemmerweg te benadrukken. Een hoogbouwaccent achter Lindenbaum geeft een levendiger aangezicht van de entree en brengt het Lindenbaum gebouw optisch naar voren. Daarnaast kan een hoogteaccent een locatie van stedenbouwkundig belang aan te duiden, in dit geval de ‘entree’ van de stad bij het
knooppunt A10 / Haarlemmerweg. Echter is een hoogteaccent op deze locatie stedenbouwkundig gezien niet vereist. Het moet worden gezien als een mogelijkheid die wordt geboden. Indien er wel een hoogteaccent gebouwd wordt gaat deze een relatie aan met de hoogbouw in de omgeving (zoals o.a. Regus-gebouw aan overzijde A10 en de hogere bebouwing langs de Haarlemmerweg maar ook het Elseviergebouw). In de volgende fase van dit project zal meer duidelijkheid ontstaan of een hoogteaccent wel of niet haalbaar is. Een exacte maximale hoogte wordt nu nog niet vastgelegd. Gedacht kan worden aan een maximale hoogte om de nabij dezelfde hoogte als het Elseviergebouw. De hoogte is afhankelijk van de uitwerking van het gehele blok en dient ook rekening te houden met de bestaande bebouwing die onderdeel gaat uitmaken van het blok. Vanuit dat aspect is er een maximum gesteld aan het totaal aantal m2 BVO dat mag worden toegevoegd in het gehele bouwblok. Dit betekent dat wanneer je ergens de hoogte in gaat, je elders naar beneden moet. Een bezonningsstudie wijst uit dat er weinig belemmeringen zijn voor een hoogteaccent in de noordwest-hoek van het bouwblok. De tweede locatie waar wordt onderzocht of hoogbouw mogelijk is, is bij Hendrick de Keyser. Motivatie om hier hoogbouw toe te passen, naast een hoge dichtheid creeren, is ter versterking van het architectonisch ensemble.
Een verrijking van de compositie dient met voldoende lucht, licht en ruimte te worden vormgegeven en met respect voor het monument. Het belangrijkste voor deze locatie is dat de compositie van het ensemble zorgvuldig wordt samengesteld. Kenmerkend hiervoor zijn de rechthoekige of langgerekte bouwvolumes die op slimme wijze in elkaar grijpen. De volumes worden telkens op orthogonale wijze gedraaid, omgeklapt of op zijn kant gezet. Hierdoor is het goed mogelijk dat ten behoeve van licht, lucht en ruimte de bouwvolumes de hoogte in gaan. Het bouwvolume moet als passend onderdeel van het ensemble worden gezien. De hoogte is afhankelijk van de uitwerking van de hele plot waarbij rekening gehouden dient te worden met de bestaande bebouwing waarmee de nieuwbouw een ensemble vormt. In de volgende fase zal de compositie nader worden bepaald. Bij de eventuele hoogteaccenten is het ook van belang te kijken naar het geheel van de nieuwbouw in de strook en met name de hoogtes van de hoogteaccenten onderling. Deze dienen in samenhang benaderd te worden.
mogelijk hoogteaccent
9m 13m
14m
3m
aansluiten op bouwhoogte bestaande bebouwing, < 14m
14m 9m
basis hoogte basishoogte: 15-24m
15m
44m 11m
5m 11m
mogelijk hoogteaccent
14m
9m
18m
11m
7m
afb. bouwhoogtes
43
3.4 UITGANGSPUNTEN OPENBARE RUIMTE Bij de ontwikkeling van de nieuwbouw van Entree Gulden Winckel heeft de gemeente een regierol die varieert van faciliterend tot kaderstellend. De herinrichting van de openbare ruimte daarentegen is de primaire verantwoordelijkheid van de gemeente. Met de ontwikkeling van het plangebied verandert het gebruik en intensiveert de druk op de openbare ruimte. Het is daarom van belang om de vele doelgroepen met hun uiteenlopende wensen goed te bedienen: de huidige en toekomstige bewoners, bezoekers en gebruikers. De doelstelling is om het gebied dat nu vooral gedomineerd wordt door verharding en parkeren, te transformeren naar een levendig gebied met een hoge verblijfskwaliteit en verschillende gebruiksmogelijkheden. De openbare ruimte moet mogelijkheden scheppen en aanleiding geven om te verblijven, te verbinden en te ontmoeten. De verkeerssituatie zal veranderen waardoor het een autoluw gebied wordt die met name ingericht zal zijn voor de fietser en voetganger. Daarnaast wordt er vergroend en wordt de kwaliteit van het groen verbeterd.
Uitgangspunten openbare ruimte
Algemeen De openbare ruimte fungeert als cruciale drager voor de ruimtelijke structuur en de kwaliteit van de buurt waarbij deze de verbindende factor is tussen verschillende plekken en bebouwing. Waar nu de buurt rommelig oogt en onoverzichtelijk is, kan herinrichting van de openbare ruimte de buurt tot een eenheid smeden. Het buurtplein wordt ingericht als het 'hart' van de buurt, een levendig kwalitatief verblijfsgebied. De Krelis Louwenstraat is de verbindende 'levensader' richting het Bos en Lommerplein. De Scholendriehoek is het 'groene hart' van de buurt en vormt samen met het plantsoen aan de Haarlemmerweg sterkere schakels in de groene route behorend tot de hoofdgroenstructuur. Daarnaast is de openbare ruimte bij uitstek de plek waar alle bewoners, zowel de huidige als de nieuwe, elkaar ontmoeten. In de huidige situatie is veel ruimte afgesloten door hekken, waardoor het alzijdige principe van de monumentale panden van het AUP voor een groot deel verloren gaat. De herinrichting van de openbare ruimte speelt een grote rol in het opheffen van deze ´achterkant´ situatie die er nu aanwezig is. Het is belangrijk dat er veel aandacht gaat naar hoe bebouwing en openbare ruimte zich tot elkaar verhouden, denk aan overgang privé-openbaar, relatie binnen-buiten, openheid en zicht.
Naast de geldende beleidsdocumenten wordt hieronder dieper ingegaan op een aantal uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte. 1. Verbeteren van de verblijfskwaliteit 2. Creëren van een levendig buurtplein en wijkstraat 3. Verbetering verkeersafwikkeling 44
4. Verbetering inrichting park Scholendriehoek 5. Herinrichting plantsoen kop Admiraal de Ruijterweg 6. Vergroening overbodige verhard oppervlak 7. Behoud en bescherming boomstructuur 8. Ruimte tussen de gebouwen 9. Opheffen achterpad langs A10 10. Actief betrekken van beheer bij de vernieuwingsplannen 1. Verbeteren van de verblijfskwaliteit Op dit moment ligt het accent van de inrichting van de openbare ruimte van de buurt vooral bij het autogebruik. Voorzieningen als de supermarkt en de bedrijfsruimten hebben een groot parkeerterrein voor de deur en er is een overmaat aan parkeerplaatsen langs de rijbanen. Hierdoor worden bezoekers gestimuleerd met de auto te komen. Dit komt de verblijfskwaliteit niet ten goede en draagt niet bij aan een omgeving waar kinderen veilig kunnen opgroeien. Daarnaast past het faciliteren van het autogebruik niet bij het huidige beleid van de stad, dat er juist op is gericht om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het accent van de openbare ruimte moet dus verschuiven van de auto naar het beter faciliteren van de voetganger en de fietser. Daarnaast moeten de pleinen en het park beter toegankelijk worden, de inrichting ervan een kwaliteitsimpuls krijgen en beter voorzien in de behoefte van de huidige en toekomstige bewoners. 2.
Creëren van een levendig buurtplein en wijkstraat Het huidige pleintje wordt op dit moment omringt en doorkruist door allerlei verkeersroutes. Hierdoor is de oriëntatie van het plein vooral naar de Moskee gericht en fungeert deze meer als een soort entree/voorplein voor de Moskee en minder als een verbindend plein voor de buurt. Daarnaast is de Krelis Louwenstraat op dit moment vooral ingericht voor autoverkeer. Door het plein zodanig in te richten dat deze op een goede manier aansluit op de omringende (huidige en nieuwe) functies en wanneer tegelijkertijd het autoluw karakter wordt bereikt, ontstaat een levendig verbindend buurtplein zonder de huidige fysieke barrières. Met een passende en mooie inrichting van de openbare ruimte kan het plein aanleiding geven om te verblijven en te ontmoeten. Daarnaast kan door het aanpassen van het profiel van de Krelis Louwenstraat beter worden aangesloten met de omliggende functies en kan ook hier de verkeersfunctie in het gebied worden verzacht. 3. Verbetering verkeersafwikkeling Door de Willem Leevendstraat in N-Z richting voor autoverkeer af te sluiten kan het autoverkeer niet meer direct vanaf het hoofdnet aan de noordzijde het gebied in. Hierdoor krijgt de buurt een verkeersluw karakter dat veel meer past bij een 30km gebied. de Willem
Leevendstraat wordt ingericht als een prettige woonstraat met fietsroute. Door het parkeren bij de vernieuwingsplannen langs de A10 op eigen terrein en inpandig op te lossen neemt de verkeersdruk af waardoor de verblijfsgebieden veiliger en prettiger worden. 4. Verbetering inrichting park Scholendriehoek De scholendriehoek is een centraal gelegen park dat erbij ligt als Doornroosje dat nog moet worden wakker gekust. Het is onderdeel van de parkenzone van Bos en Lommer en verbonden met de hoofdgroenstructuur van de stad. Het herbergt, zeker als de invloed van het verkeer in de buurt en van de A10 afneemt, een grote kwaliteit als potentiele plek voor ontspanning en ontmoeting, een groene huiskamer van de buurt. Op dit moment functioneert het park echter niet optimaal. Veel obstakels zoals hekwerken zorgen ervoor dat het park slecht doorwaadwaar is, fysiek en qua zicht. Met een aantal maatregelen kan dit veranderen en kan het park weer meer als een geheel worden gesmeed; • Aan de west en zuidzijde liggen de parkentrees verscholen en moeten uitnodigender worden ingericht. In de zuid-west hoek staat het buurthuis, die in het plan mogelijk een andere plek gaat krijgen. Door deze hoek open te spelen kan het park daar een duidelijkere en meer passende entree krijgen.