CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Nota van Beantwoording Buiteneiland GEANONIMISEERD.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 29 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het collegebesluit inzake vaststelling Projectnota Buiteneiland (IJburg 2) (ZD2021-011040)30.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Samenvatting reactie(s): Inspreker zou graag een wellness-voorziening op Buiteneiland willen, met uitzicht op de natuur. Waarbij je bijvoorbeeld in de winter vanuit een jacuzzi privé van de natuur kan genieten.

Antwoord: De mogelijkheden voor het programma worden in de volgende fase nader verkend met het landschapsplan. Het programma wordt in samenwerking met de Amsterdammers opgesteld.

35

Wijzigingsvoorstel: Geen

36

8. Bereikbaarheid en ontsluiting

8.1 Bereikbaarheid niet passend bij plek Reactie: BE 202

Samenvatting reactie(s): Waarom heeft de gemeente gekozen om op deze plek een eiland te maken voor alle Amsterdammers? Dit is qua bereikbaarheid niet mogelijk en huidige IJburgers worden opgezadeld met alle lasten (drukte, afval, verkeer, volle trams, maar vooral geluidsoverlast) terwijl anderen lusten krijgen.

Antwoord: Amsterdam is voor alle Amsterdammers; daarin is Buiteneiland geen uitzondering. Het recreatieve karakter van Buiteneiland zal, vooral op mooie zonnige dagen, zorgen voor extra verplaatsingen naar en van Buiteneiland. Over het algemeen vinden die verplaatsingen plaats buiten de spitsperiodes. Op die momenten hebben het verkeersysteem en het openbaar vervoer op IJburg voldoende restcapaciteit voor bezoekers van Buiteneiland. Daarnaast zal ook de mogelijke inzetbaarheid van recreatieve pontveren nader worden onderzocht.

Wijzigingsvoorstel: Geen

8.2 Toegankelijkheid op het eiland Reacties: BE 174

Samenvatting reactie(s): Wordt op Buiteneiland rekening gehouden met de toegankelijkheid voor bijvoorbeeld rolstoel-, rollator-, kinderwagengebruikers? Denk hierbij aan gladde ondergronden, lage hellingen, een inclusieve speeltuin.

Antwoord: Ja, Buiteneiland wordt een eiland voor alle Amsterdammers. Het streven is om het eiland op alle momenten in haar ontwikkeling toegankelijk te maken voor alle bezoekers, zo ook voor rolstoel-, rollator-, kinderwagengebruikers. Dit staat nu nadrukkelijk in de projectnota. In de vervolgfase wordt het ontwerp opgesteld. Daar hoort dan ook een ontwerp bij voor de ontsluiting en de programmering. Het ligt voor de hand om een plan te maken dat voorziet in hoofdroutes die voor iedereen bruikbaar zijn, maar hier en daar ook routes en voorzieningen die meer voor specifieke doelgroepen zijn ingericht. Mogelijke voorbeelden hiervan zijn inderdaad een inclusieve speeltuin, een natuurpad voor vogelaars, parkeerplaatsen voor mindervaliden. Bij de nadere uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte op het eiland wordt hieraan concreet invulling gegeven.

Wijzigingsvoorstel: In hoofdstuk 8, Bereikbaarheid en ontsluiting is in paragraaf 8.1 (onderaan) toegevoegd dat Buiteneiland bereikbaar moet zijn voor alle doelgroepen: “Het uitgangspunt is dat Buiteneiland bereikbaar is zijn voor alle doelgroepen, ook zo snel mogelijk in de aanlegfase. Hiermee zal rekening worden gehouden in het ontwerp van de openbare ruimte.”

8.3 Nood- en hulpdiensten bij extra toestroom door (sport)evenementen Reactie: BE 203

Samenvatting reactie(s): De inspreker wil graag weten hoe de gemeente ervoor zorgt dat de bereikbaarheid aansluit op de toestroom van mensen bij festivals en evenementen. De inspreker verwacht problemen: “De huidige bereikbaarheid is dermate 37

fragiel dat grote aantallen bezoekers de verkeersroutes zullen overbelasten en nood- en hulpdiensten niet ter plekke kunnen komen.”

Antwoord: Sport- en culturele evenementen zullen zorgen voor verplaatsingen naar en van Buiteneiland. Over het algemeen vinden die verplaatsingen plaats buiten de spitsperiode. Op deze momenten van de dag is er in het verkeersysteem en het openbaar vervoer op IJburg voldoende restcapaciteit voor bezoekers van de sportfaciliteiten en van evenementen. Het autoparkeren voor de bezoekers van de sportvelden op Buiteneiland evenals de bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten op drukke dagen verdient aparte aandacht en moet in de volgende fase, zijnde het landschapsplan, nader worden uitgewerkt. In ieder geval geldt dat ook op Buiteneiland het stedelijk parkeerbeleid wordt gevolgd voor sportvelden. Dit betekent dat het aantal parkeerplaatsen op Buiteneiland voor bezoekers zal voldoen aan de stedelijke norm. Lokale sporters worden gestimuleerd om met de fiets en het openbaar vervoer naar sportwedstrijden te komen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan toegankelijkheid voor mindervaliden. In iedere fase van de aanleg en ontwikkeling vindt afstemming plaats met nood- en hulpdiensten. Dit geldt voor zowel het tijdelijke als definitieve programma.

Wijzigingsvoorstel: Geen

8.4 Buiteneiland autoluw Reactie: BE 245, BE 356

Samenvatting reactie(s): Kan Buiteneiland autovrij worden gemaakt, afgezien van halen en brengen, laden en lossen met emissievrije voertuigen? Wilt u de aanleg van parkeerplaatsen heroverwegen?

Antwoord: De ambitie voor Buiteneiland is een autoluw eiland. Dit betekent goede verbindingen voor fietsers, voetgangers, ov en een marginale rol voor de auto in het straatbeeld. Alleen bij de entree komt ruimte voor parkeren. Helemaal auto- en parkeerplek vrij maken is onwenselijk voor de bereikbaarheid van de faciliteiten en eventuele woningen (bestemmingsverkeer en bevoorrading). Ook zullen er plekken worden gereserveerd voor mindervaliden en anderen die moeilijker met de fiets, te voet of met het ov op Buiteneiland kunnen komen. Het autoparkeren voor de bezoekers van de sportvelden wordt gerealiseerd bij de entree van het eiland. De inpassing hiervan verdient aparte aandacht en moet in de volgende fase, zijnde het landschapsplan, nader worden uitgewerkt, waarbij het uitgangspunt is dat voor het aantal benodigde parkeerplekken de stedelijke norm wordt gevolgd en dat deze op Buiteneiland zelf worden gerealiseerd.

Wijzigingsvoorstel: Geen

8.5 Kabelbaan Reactie: BE 245

Samenvatting reactie(s): De bereikbaarheid van Buiteneiland en IJburg is matig, stelt de inspreker. “Zou u Buiteneiland willen ontsluiten met een kabelbaan tussen Almere en Amsterdam binnen de Ring A10?” Voorstel van de inspreker: ‘Buiteneiland wordt door de lucht ook ontsloten met de aanleg van een IJbaan tussen Almere en Amsterdam binnen de Ring A10, met een lengte tussen 15 en 19 kilometer en met negen tot veertien baanstations. De aanleg daarvan, geschat op maximaal 2,5 miljard euro, kan worden gedekt door het binnen de stad schrappen van bestaande metroplannen’.

38

Antwoord: Hoewel dit een creatieve oplossing is voor bereikbaarheid en bovendien van grote recreatieve waarde, heeft dit plan vergaande consequenties welke de scope van Buiteneiland te boven gaan. Voor een serieuze beoordeling zal dit verder moeten worden uitgewerkt en ook op een andere tafels worden geadresseerd. Het raakt bijvoorbeeld aan het advies van de commissie D’Hooghe en de verbindingen over het IJ waarover de gemeente en het rijk al lang in gesprek zijn. Met name de vermoedelijk langere reistijden dan alternatieve ov-verbindingen via tram of metro zullen waarschijnlijk zorgen voor een veel lagere vervoerswaarde bij vergelijkbare investeringen.

Wijzigingsvoorstel: Geen

8.6 Pontveren Reactie: BE 245

Samenvatting reactie(s): Zou de gemeente de aanleg van pontveren vanuit het oogpunt van waterrust, maar ook vanwege inefficiëntie, willen voorkomen?

Antwoord: Vanuit de mobiliteitsopgave van de gemeente Amsterdam proberen we op alle locaties een goede bereikbaarheid te garanderen. Hierbij kan aan verschillende modaliteiten worden gedacht; denk aan auto, openbaar vervoer en fiets. Het onderzoeken van de mogelijkheden van de pontveren in het IJburggebied maakt onderdeel uit van de verkenning van de mobiliteitsopgave: wat is er mogelijk, wat is er nodig en wat is passend in het gebied? Pontveren worden op andere plekken als een goede aanvulling gezien op alle overige vormen van mobiliteit. Rondom de gebiedsontwikkeling van IJburg 2 is daarom voorgesteld om de haalbaarheid van recreatief pontgebruik te onderzoeken. Er is echter onderzoek nodig waaruit de haalbaarheid en inpasbaarheid zal moeten blijken. Dit onderzoek zal in een volgende fase worden uitgevoerd. De belangenafweging zoals waterrust, ecologie en de recreatieve waarde maken onderdeel uit van dit onderzoek.

Wijzigingsvoorstel: Geen

8.7 Laadpunt busstation Reactie: BE 356

Samenvatting reactie(s): Zou u het laadpunt van een busstation willen heroverwegen?

Antwoord: Om Buiteneiland zo goed mogelijk bereikbaar te maken voor alle Amsterdammers is een ov-busverbinding nodig. Elektrische bussen en de daarbij behorende oplaadpunten zullen daarom een onderdeel van de ontwikkeling van Buiteneiland zijn.

Wijzigingsvoorstel: Geen

39

8.8 Faciliteren voer- en vaartuigen fossiele brandstof Reactie: BE 356

Samenvatting reactie(s): Is het mogelijk elke vorm van fossiele brandstof (inclusief biomassa) te verbieden; ook zonder havens voor dieselmotorschepen?

Antwoord: Er zijn (nog) geen wettelijke kaders om het gebruik van fossiele brandstof voor werk- en voertuigen te verbieden voor Buiteneiland. Wel wordt er vanaf de start ingezet op een emissievrij eiland, waarbij het uitgangspunt is dat tijdens het maken van het land (waar het kan) gewerkt wordt met schone en geluidsarme werktuigen. Om de paar jaar wordt het werk opnieuw aanbesteed om partijen uit te dagen om de meest schone werktuigen in te zetten bij de werkzaamheden.

Wijzigingsvoorstel: Geen

40

9. Ontwikkeling en fasering

9.1 Bereikbaarheid IJburgbaai tijdens aanleg Reactie: BE 375

Samenvatting reactie(s): De inspreker maakt zich zorgen over de bereikbaarheid van de IJburgbaai voor watersporters tijdens de lange aanlegperiode van Buiteneiland. De inspreker verzoekt de gemeente om: - Ten tijde van de aanlegwerkzaamheden een voor recreatievaart en watersporters een veilige en acceptabele mogelijkheid te creëren om het in aanleg zijnde eiland tussen de noordoever van het eiland en de strekdam te kunnen passeren; - Ten tijde van de aanlegwerkzaamheden zorg te dragen voor goede doorvaartmogelijkheden die een snelle toegang tot de IJburgbaai mogelijk maken voor de hulpdiensten.

Namelijk, vaartuigen van de reddingsmaatschappij van de KNRM-stations Huizen en Marken naderen IJburg uit noordoostelijke richting; - Ervoor zorgen dat er betonning wordt aangebracht die voldoet aan het Binnenvaartpolitiereglement (BPR); - De veilige doorvaart van recreatievaart en watersporters tussen Buiteneiland en de strekdam in de BLVC-plannen (protocol voor veiligheid tijdens de bouw) wordt opgenomen; - Ervoor zorgen dat een veilige en acceptabele doorvaart van recreatievaart en watersporters tussen Buiteneiland en de strekdam tijdens de aanlegwerkzaamheden wordt gehandhaafd; - Op een zo kort mogelijke termijn de voorgestelde dam tussen Strandeiland en Buiteneiland te vervangen door een voor recreatievaart en watersporters passeerbare brug; - Het creëren op een zo kort mogelijke termijn van een veilige vaarroute tussen Strandeiland en Buiteneiland.

Antwoord: Buiteneiland wordt voor een groot deel aangelegd met grond die vrijkomt bij de ontwikkeling van bouwprojecten elders in Amsterdam. Deze grond wordt deels over water en deels over land aangevoerd. Voor het transport over land wordt een toegangsdam aangelegd tussen Strandeiland en Buiteneiland. Vanwege het continue gebruik van deze dam door zwaar vrachtverkeer is het niet wenselijk om in de dam een ophaalbrug of iets dergelijks te maken voor (recreatief) vaarverkeer. Wel wordt het belang van een toekomstige bevaarbare verbinding voor kleinere recreatieve vaartuigen tussen Strand- en Buiteneiland onderkend. In dit kader wordt onderzocht of de definitieve brug op korte termijn kan worden gerealiseerd. Er zal ook nog worden onderzocht of het mogelijk is om tijdens de aanlegfase, na aanleg van de ringdijk, een veilige en acceptabele doorvaart voor recreatievaart en watersporters tussen Buiteneiland en de strekdam te creëren. Aan die zijde van het eiland komt namelijk een loswal waar beunschepen hun ladingen grond zullen overslaan. In hoeverre die activiteiten samen kunnen gaan, is dus nog in onderzoek vanuit het uitgangspunt om het mogelijk te maken. Als de doorvaart voor recreatievaart en watersporters er komt, dan zal deze ook in de BLVC-plannen worden opgenomen. Met de toegankelijkheid van de IJburgbaai voor nood- en hulpdiensten zal zeker rekening worden gehouden.

De IJburgbaai wordt in ieder geval zoveel mogelijk ontzien, ook gezien de relatief kwetsbare groep watergebruikers in de zomermaanden in dit gebied. De betonning zal worden aangebracht door de aannemer. De door de inspreker gemaakte opmerkingen worden meegenomen in de aanbesteding.

Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 7.4 is toegevoegd dat wordt onderzocht of het mogelijk is om ook tijdens de aanlegfase, na aanleg van de ringdijk, een doorvaart tussen Buiteneiland en de strekdam te creëren.

9.2 Ontwikkelperiode verkorten Reactie: BE 203

Samenvatting reactie(s): Kan de ontwikkelperiode ingekort kunnen worden van 20 jaar naar 5 jaar zodat de overlast voor de IJburgers beperkter blijft? 41

Antwoord: De gemeente kiest ervoor om Buiteneiland aan te leggen met herbruikbare grond. Deze keuze leidt tot een langere ontwikkelperiode, omdat de aanlegsnelheid afhankelijk is van de beschikbaarheid van herbruikbare grond uit de stad. De ontwikkelperiode kan daarom niet ingekort worden naar 5 jaar. De gemeente gaat uit van 15-20 jaar voor het maken van het land. De ontwikkelperiode van het gehele eiland duurt daarmee ruim 25 jaar. Ter vergelijking: ook de realisatie van Strandeiland zal rond 2040 de laatste fase ingaan. Buiteneiland loopt daarmee voor een groot gedeelte gelijktijdig met Strandeiland op. Om overlast voor de IJburgers te beperken kiest de gemeente ervoor om 70% van de benodigde herbruikbare grond per schip te laten aanvoeren, in plaats van per vrachtwagen. Dit betekent dat er gemiddeld 10 vrachtwagens per werkdag richting Buiteneiland rijden.

Wijzigingsvoorstel: In de projectnota is op verschillende plekken opgenomen dat de ontwikkelperiode van het gehele eiland ruim 25 jaar duurt.

42

10. Circulair land maken

10.1 Circulair Reactie: BE 301

Samenvatting reactie(s): De inspreker vraagt of de gemeente het project niet langer 'circulair' wil noemen. “De gebruikte machinerie wordt fossiel aangedreven en het hergebruiken van deze grote hoeveelheid grond gaat gepaard met een aanzienlijke uitstoot van onder andere CO2 en stikstof. Daarnaast wordt het bestaande waterleven opgeofferd voor nieuw land.”

Antwoord: Circulair betekent dat Amsterdam Buiteneiland aanlegt met zoveel mogelijk herbruikbare grond uit de gemeente Amsterdam. Deze grond komt vrij bij de vele projecten in de gemeente, met name bij de woningbouwprojecten. Vanwege de enorme woningbouwopgave van 7.500 woningen per jaar zal de komende jaren veel grond vrijkomen; grond die normaal gesproken naar elders zal moeten worden afgevoerd omdat er lokaal geen plek voor is. Deze overtollige grond wil de gemeente juist een lokale en nuttige toepassing geven met de aanleg van Buiteneiland omdat de grond anders naar locaties buiten de gemeente wordt getransporteerd. Zo hoeft de gemeente zo min mogelijk primair zand vanuit zandwinlocaties aan te voeren en worden de transportafstanden van de vrijkomende grond bij de projecten verkort. Bij de aanleg van het eiland wordt ingezet op een emissievrij eiland, waarbij het uitgangspunt is dat bij de aanlegfase (waar het kan) gewerkt wordt met schone en geluidsarme werktuigen. Voor de verwerking en transport van deze grond zal in het beginstadium inderdaad gebruik worden gemaakt van fossiel aangedreven voertuigen. Dit zal echter ook het geval zijn als de grond naar andere locaties moet worden getransporteerd en verwerkt. Doordat Amsterdam de verwerking als gemeente nu zelf gaat uitvoeren, kan er ook sturing blijven op het proces.

Om de paar jaar wordt het werk opnieuw aanbesteed om partijen uit te dagen om de meest schone werktuigen in te zetten. Om te bepalen of het circulair landmaken ook daadwerkelijk duurzamer is heeft TNO een onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn aan de hand van milieukostenindicator (MKI) de totale milieukosten uitgerekend waarbij de aanleg met hergebruikgrond is vergeleken met de aanleg volgens de traditionele methode met primair zand. Uit dat onderzoek bleek dat de totale milieukosten met de circulaire aanleg ongeveer 70% lager ligt dan met de traditionele methode, onder meer door een CO2 besparing van 66%. Dat komt vooral omdat bij de klassieke methode primair zand moet worden gewonnen en aangevoerd terwijl de grond die nog steeds vrijkomt bij bouwprojecten over grotere afstand moet worden afgevoerd.

Wijzigingsvoorstel: Geen

10.2 Bufferfunctie vanwege waterveiligheid Reacties: BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 301

Samenvatting reactie(s): Waarom wordt ervoor gekozen om de 'plas water' nog verder op te vullen door land te maken, terwijl Durgerdam zich op een waterkering bevindt en het water een belangrijke bufferfunctie heeft om water op te vangen als er teveel ons land in stroomt of te behouden in tijden van droogte? Door dit nieuwe eiland aan te leggen ontstaat er weer meer land. Hierdoor wordt dus circa 70 hectare (45 land, 25 rietvelden) opgeofferd, naast wat Almere op dit vlak nog van plan is. Is er voldoende waterbuffering mogelijk met alle geplande gebiedsontwikkelingen in het Markermeer?

Antwoord: Het plan is op basis van de inspraakreacties aangepast. Het oppervlakte van het eiland is kleiner geworden, namelijk 42 hectare. De ambitie voor de rietvelden valt nu binnen die 42 hectare. De zoeklocatie voor onderwaternatuur blijft bestaan, maar heeft nu betrekking op maatregelen die biodiversiteit versterken, en zullen niet boven de 43

waterspiegel uitkomen. In een volgende fase wordt onderzocht welke maatregelen dat zijn. Het oppervlakte van het Markermeer is circa 70 vierkante kilometer, oftewel 70.000 hectare. De aanleg van Buiteneiland kost 42 hectare. Dit betekent een verlies aan wateroppervlakte in het Markermeer van minder dan 0,1 procent. Dit heeft een verwaarloosbaar effect op zowel de bufferfunctie alsook op de waterveiligheid.

Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 6.1 is verwerkt dat de onderwaternatuur niet meer zal bestaan uit rietvelden, maar dat het een zoeklocatie is voor onderwaternatuur die niet boven de waterspiegel zal uitsteken.

10.3 Impact tijdens de aanleg Reactie: BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 301

Samenvatting reactie(s): Door herbruikbare grond toe te passen zal de gebiedsontwikkeling zo’n 20, 25 jaar duren. Is er nagedacht over de impact hiervan op Vuurtoreneiland en de naastgelegen vogelgebieden? Is er nagedacht over de wijze van transport om de impact te minimaliseren? Is het mogelijk om de loswal binnendijks te realiseren vanwege overlast?

Antwoord: De loswal binnendijks realiseren is niet mogelijk gezien het grondwerk dat binnendijks plaats vindt en het feit dat is afgesproken met Rijkswaterstaat dat het binnen- en buitenwater van elkaar gescheiden moet zijn door middel van een dijk. Als de loswal binnendijks zou liggen, dan moet er ook een doorgang zijn voor de schepen en dat is niet mogelijk. Bij de planontwikkeling is en wordt rekening gehouden met de impact op de omgeving, ook voor wat betreft de wijze van transport. Het beperken van de inbreuk op de cultuurhistorische context van het IJmeer (Stelling van Amsterdam) en de ecologie staan daarbij centraal. Uitgangspunt is daarbij dat de potentiele impact op de omgeving leidend is voor de functionele invulling van Buiteneiland. De ambitie van Amsterdam is om Buiteneiland op een zo’n duurzaam mogelijke manier aan te leggen. Daarom is ervoor gekozen om 70 procent van de benodigde hoeveelheid herbruikbare grond per schip te laten aanvoeren. Op die manier wordt luchtverontreiniging van wegvervoer verminderd. Het materieel wordt zoveel mogelijk voorzien van Adblue: een middel dat de uitstoot van stikstofoxiden sterk terugbrengt. De overige 30 procent van de herbruikbare grond wordt per vrachtwagen aangeleverd. Hierbij is het zoeken naar een delicate balans tussen overlast beperken voor omwonenden en het beperken van de CO2-uitstoot.

Om de overlast van het vrachtverkeer voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, komt er een BLVC-plan met een aparte aanrijroute voor de vrachtwagens. Gemiddeld komt er minder dan 1 schip en circa 10 vrachtwagens per werkdag voor het aanleveren van grond.

Wijzigingsvoorstel: Geen

44

11.Juridisch-planologische strategie Reacties: Geen

Wijzigingsvoorstellen: Geen

45

12. Participatie 11.1 Ideeën onvoldoende verwerkt Reacties: BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 301

Samenvatting reactie(s): De inspreker stelt dat de participatie met de beheerder van Vuurtoreneiland en bewoners van Durgerdam met ‘de beste intenties’ is gestart en er geen twijfel is over de intenties van de daarbij betrokken medewerkers van de gemeente. Toch is het resultaat van deze participatie ‘vooralsnog onvoldoende en betekenisloos’. “Waarom zijn de door ons tijdens het afgelopen participatietraject met Durgerdam en Vuurtoreneiland aangegeven ideeën nog niet verwerkt in de concept-projectnota? Antwoord: Alle aangedragen ideeën zijn waar mogelijk zoveel mogelijk verwerkt en meegenomen. Voortschrijdend inzicht, mede gebaseerd op het participatietraject en de inspraakreacties, heeft geleid tot een aanpassing van de oostelijke contour en het volume van het eiland aan die zijde. Door de oostelijke begrenzing verder terug te leggen en in te richten als rietland landschap ontstaat een landschappelijke en aantrekkelijke overgang van het eiland naar het IJmeer en blijft een groter deel van het zicht over open water vanaf Durgerdam en het Vuurtoreneiland gewaarborgd. Buiteneiland krijgt nadrukkelijker vormgegeven hogere volumes, die buiten de zichtcontouren vanuit Durgerdam en het Vuurtoreneiland liggen.

Wijzigingsvoorstellen: Naar aanleiding van onder andere het participatietraject en de inspraakreacties, is het ruimtelijk frame aangepast. Zie paragraaf 5.1 van de projectnota.

46

13.Proces Reacties: Geen

Wijzigingsvoorstellen: Geen

47

14. Planning Reacties: Geen

Wijzigingsvoorstellen: Geen

48

15. Samenvatting financiën Reacties: Geen

Wijzigingsvoorstellen: Geen

49

DEEL 1 B

v t-Projectnota Buiteneiland

50

Inspraakreacties en codes niet-particulieren Inleiding De Nederlandse Kitesurf Vereniging, Waternet, Rijkswaterstaat Midden-Nederland, Natuurmonumenten, Veerdienst Amsterdam, Vrienden van het Diemerpark, Platform Waterrecreatie IJburg en de stadsdelen Oost en Noord en hebben adviezen ingediend op de concept-Projectnota Buiteneiland (10 november 2020). Deze adviezen zijn per thema samengevat, beantwoord en al dan niet voorzien van een wijzigingsvoorstel voor de Projectnota Buiteneiland.

Overzicht Hieronder een overzicht van de ingediende inspraakreacties van niet-particulieren op de concept-Projectnota Buiteneiland en de toegekende codes. De volgorde van de nummering is bepaald door het moment van ontvangst.

Naam indiener inspraakreactie Nederlandse Kitesurf Vereniging Waternet Rijkswaterstaat Midden-Nederland Natuurmonumenten Veerdienst Amsterdam Vrienden van het Diemerpark Platform Waterrecreatie IJburg Stadsdeel Oost Stadsdeel Noord

Code BE 207 BE 225 BE 241 BE 246 BE 247 BE 249 BE 323 SDO SDN

51

Beantwoording adviezen niet-particulieren Nederlandse Kitesurf Vereniging

Kitesurfspot Reactie: BE 207

Samenvatting reactie(s): De Nederlandse Kitesurf Vereniging verzoekt om op Buiteneiland een kitesurfspot te realiseren. De vereniging geeft aan dat IJburg tot voor kort een bijzondere kitesurfspot had. Deze was erg geliefd. Het aantal kitende Amsterdammers is groot en zij willen ook hun kinderen dicht bij huis laten kitesurfen. De vereniging geeft aan dat een kiter niet veel nodig heeft om zijn sport te kunnen beoefenen: een goede start- en landingsplek is een vereiste, het is belangrijk dat de wind aanlandig is, dat er niet teveel obstakels zijn en dat er ruimte is om de lijnen van circa 20 meter uit te lopen. Ondanks de groeiende populariteit en het feit dat Nederland tot de wereldtop behoort, staan de plekken waar gekite mag worden meer en meer onder druk, merkt de vereniging op. Ze vindt het van groot belang dat er gekeken wordt naar nieuwe geschikte locaties om deze prachtige sport te kunnen beoefenen.

Antwoord: Er is een duidelijke wens vanuit de kitesurfvereniging om een plek aan te wijzen binnen de ontwikkeling van IJburg waar kitesurfen is toegestaan. Vooralsnog is er geen kitesurflocatie voorzien. De gemeente heeft, in het kader van het Programma Waterrecreatie en Ecologie (IJburg en Zeeburgereiland), een extern watersportadviesbureau (Waterrecreatie Advies BV) gevraagd om een analyse uit te voeren naar de watersportbehoefte voor de gebieden IJburg en Zeeburgereiland. De analyse richt zich op de behoefte ten aanzien van diverse watersporten en het benodigde ruimtegebruik. Daarnaast is ook de haalbaarheid van een mogelijke kitesurflocatie op IJburg onderzocht door het watersportadviesbureau. Diverse stakeholders zijn betrokken bij het onderzoek, onder wie de Nederlandse Kitesurf Vereniging (NKV). In het lopende onderzoek is één potentiële kitesurflocatie op IJburg naar voren gekomen, het betreft het gebied ten noordoosten van Buiteneiland. Deze locatie is tot stand gekomen op basis van uitgangspunten en wensen vanuit de gebruiker. Overige definitieve locaties op en rondom IJburg voldoen niet: vanwege de stand van de wind zijn deze locaties ongeschikt. Op deze zoeklocatie, ten noordoosten van Buiteneiland, kan op korte en middellange termijn geen invulling gegeven worden aan de huidige wens om te kunnen kitesurfen.

Er moet nog gestart worden met het maken van Buiteneiland waardoor pas in 2040-2045 voldoende land is gemaakt om op deze locatie het kitesurfen te kunnen faciliteren. Bovendien is het om verschillende redenen een complexe locatie: a. Allereerst moeten er verschillende onderzoeken worden gedaan waaruit moet blijken of de locatie daadwerkelijk gebruikt kan worden voor kitesurfen. Denk hierbij aan aanvullend ecologisch onderzoek en nautisch onderzoek. Als uit deze onderzoeken blijkt dat het inderdaad mogelijk is om op de voorgestelde locatie te kitesurfen, dan moet worden onderzocht of en zo ja, welke fysieke ingrepen er op het water nodig zijn en vervolgens of een kitesurfspot landschappelijk kan worden ingepast op Buiteneiland. b. Tegelijkertijd ligt er op dezelfde locatie een andere ruimtelijke reservering, namelijk een zoeklocatie voor windturbines (zoals vastgesteld door de raad op 26 mei). Kitesurfen en windturbines kunnen op dezelfde locatie niet gecombineerd worden. Daarom zal eerst het traject met betrekking tot de zoeklocaties van de windturbines moeten worden afgerond, voordat onderzoek naar de haalbaarheid van de potentiële kitesurflocatie kan worden opgestart. Omdat de potentiele kitesurflocatie pas rond 2040-2045 beschikbaar zal komen, is er voldoende tijd om te zijner tijd de benodigde onderzoeken op te starten. 52

Op dit moment is dus nog niet bekend of kitesurfen bij Buiteneiland in de toekomst kan plaatsvinden. Inhoudelijk onderzoek zal eerst moeten plaatsvinden voordat er een programma van eisen voor het kitesurfen opgesteld zal worden. De gebiedsontwikkeling Buiteneiland zal nog enige tijd duren en daarom is ervoor gekozen om in de projectnota nog geen programmatische keuzes te maken maar pas in de volgende fase deze keuze te maken, samen met de Amsterdammers. Dat geldt voor alle programmaonderdelen, niet alleen voor het onderdeel kitesurfen. Reden hiervan is de langdurige fasering van het landmaken, wat met zich meebrengt dat onduidelijk is hoe de vraag naar voorzieningen er uit zal zien in 2040 en 2045. In de vervolgfase zal worden onderzocht of het mogelijk is om te kitesurfen op de beoogde zoeklocatie en of kitesurfen ruimtelijk inpasbaar is op Buiteneiland. Op dit moment is dus nog niet bekend of kitesurfen bij Buiteneiland in de toekomst kan plaatsvinden. Inhoudelijk onderzoek is niet beschikbaar om een programma van eisen voor het kitesurfen op te kunnen stellen. De gebiedsontwikkeling Buiteneiland zal nog enige tijd duren en daarom is ervoor gekozen om in de projectnota nog geen programmatische keuzes te maken maar pas in de volgende fase deze keuze te maken, samen met de Amsterdammers. Dat geldt voor alle programmaonderdelen, niet alleen voor het onderdeel kitesurfen.

Reden hiervan is dat onduidelijk is hoe de vraag naar voorzieningen er uit zal zien in 2040 en 2045. In de vervolgfase zal worden onderzocht of kitesurfen mogelijk en ruimtelijk inpasbaar is op de zoeklocatie. Met betrekking tot de vraag of inspreker kan worden betrokken bij de ontwikkeling en het ontwerp: pas indien blijkt dat kitesurfen in het gebied (onderzoekslocatie) mogelijk is, zal vervolgonderzoek gedaan worden of en op welke wijze een kitesurfspot op Buiteneiland kan worden ingepast. Tegen die tijd (dit zal i.v.m. de planning van Buiteneiland dus nog jaren duren) wordt de Nederlandse Kitesurfvereniging wederom om advies gevraagd. Het IJburgstrand op Strandeiland is vanwege de windrichting, omliggende bebouwing en de vele andere vormen van watergebruik en -recreatie niet geschikt als kitesurfsport. Ook op Centrumeiland is hiervoor geen geschikte plek vanwege de vereisten om te kunnen kitesurfen en de beschikbare openbare ruimte. Vervolgstappen samengevat: 1. Duidelijkheid over de ruimtelijke reservering voor windturbines nabij Buiteneiland en Strandeiland. 2. Onderzoek naar de haalbaarheid van de mogelijkheid om te kitesurfen op het water in het aangegeven zoekgebied (gebied ten noordoosten van Buiteiland). 3. Onderzoek naar haalbaarheid en mogelijkheid voor ruimtelijke inpassing (in het ruimtelijke frame) op Buiteneiland. 4.

Na gebleken haalbaarheid (stap 2 en 3) wordt het ontwerp voor een kitesurfspot uitgewerkt, in afstemming met de Nederlandse Kitesurfvereniging.

Wijzigingsvoorstel: In het hoofdstuk Programmering onder paragraaf 7.4 Watersport zijn ter verduidelijking voorbeelden van watersporten toegevoegd. De tekst is nu: “Verdere mogelijkheden voor watersport, zoals suppen, (kite)surfen, openwaterzwemmen, roeien, zullen in de volgende fase nader worden verkend met het landschapsplan. Dan worden de programmatische keuzes gemaakt, in overeenstemming met het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland. Bepalen of er op Buiteneiland een kitesurflocatie kan komen, vergt nader onderzoek. Mocht blijken dat dit kan, dan is realisatie pas mogelijk in 2040-2045 vanwege de fasering van het landmaken.”

53

Waternet

Aanpassing contour eiland, gevolgen waterkeringen van IJburg Reactie: BE 225

Samenvatting reactie(s): Waternetgeeft aan dat omdat de contouren van Buiteneiland anders zijn dan tijdens het ontwerp van de waterkeringen van IJburg het geval was, het nodig is de gevolgen hiervan in beeld te brengen. Dit betekent dat de hydraulische belasting en daarmee de hoogte van de waterkeringen van IJburg mogelijk afwijken. Dit kan gevolgen hebben voor de onderhoudscyclus van Waternet en het eerder bereiken van de afkeurhoogte van de waterkeringen. Waternet verzoekt daarom om bij de nieuwe vorm van het eiland te rekenen met de hydraulische randvoorwaarden waarmee de keringen van IJburg destijds zijn ontworpen. Dan ontstaat er een correcte vergelijking.

Antwoord: De impact van de contourwijziging op de reeds gerealiseerde waterkeringen van (met name) Haveneiland is onderzocht. Hiervoor heeft afstemming plaatsgevonden met Waternet. De gedeelde mening op basis van de uitkomsten is dat de effecten van de contourwijziging dusdanig klein zijn dat er geen maatregelen nodig zijn. In afstemming met Waternet wordt dit verder uitgewerkt en vastgelegd.

Wijzigingsvoorstel: Geen

Grondsoorten en infiltratie regenwater Reactie: BE 225

Samenvatting reactie(s): In de concept-projectnota staat over regenbestendigheid (p18): “Om de periode van overvloed naar schaarste te overbruggen op het Buiteneiland wordt het opgevangen water opgeslagen.” Waternet verzoekt om, indien opgevangen water wordt opgeslagen in de bodem, rekening te houden met de eigenschappen van de nog aan te brengen grond en de Amsterdamse grondwaternorm.

Antwoord: De Amsterdamse normen voor grondwater en regenbestendigheid zijn ook op Buiteneiland van toepassing. Omdat Buiteneiland met herbruikbare grond wordt aangelegd, heeft deze inderdaad een lagere doorlatendheid dan bijvoorbeeld het zand dat bij de andere eilanden van IJburg is toegepast. Hiermee wordt in de berekeningen rekening gehouden. Op een beperkt aantal plekken, afhankelijk van de functie, is de doorlatendheid van extra belang. Hier zal dan ook speciale aandacht voor zijn in het type hergebruik grond dat daar wordt toegepast. In een volgende fase, bij het maken van en ontwerp als onderdeel van het integrale landschapsplan, zal hydrologie voor het gehele eiland meer in detail worden uitgewerkt, in afstemming met Waternet en gebruik makend van de informatie over daadwerkelijk aangebrachte grond

Wijzigingsvoorstel: Geen

54

Binnenwater Reactie: BE 225

Samenvatting reactie(s): Waternet vraagt wie het binnenwater onder het tijdelijke zonneveld gaat beheren. Waternet verzoekt daarnaast om duidelijk aan te geven of er wel of niet definitief binnenwater komt, omdat de afbeeldingen (p14 en p38) enigszins verwarrend zijn. Waternet geeft aan dat, in het geval van een definitief binnenwatersysteem, voor het beheer van een watersysteem zo weinig mogelijk peilvlakken en kunstwerken gewenst zijn. Waternet vraagt om hier aandacht voor te hebben.

Antwoord: In de eindsituatie is geen binnenwater op het eiland voorzien. Over het tijdelijk beheer van het binnenwater gedurende de aanlegfase en over het beheer van het rietland en het moerasbos in de definitieve situatie worden nog afspraken gemaakt.

Wijzigingsvoorstel: De afbeeldingen zijn verduidelijkt en aangepast.

Gesloten watersysteem Reactie: BE 225

Samenvatting reactie(s): Waternet geeft aan dat in het geval van een gesloten watersysteem (zoals op p. 33 staat geschreven) er een (hydrologische) afscheiding moet komen. Waternet vraagt aandacht voor de eventuele gevolgen hiervan voor de waterkering.

Antwoord: Het gesloten watersysteem zal in werkelijkheid deels gesloten zijn. De ringdijk wordt gemaakt met voornamelijk zand wat directe uitwisseling tussen binnen- en buitenwater niet mogelijk maakt. Uitwisseling is wel mogelijk door kwelwater dat horizontaal door het zandlichaam stroomt als gevolg van een verschil in waterstand tussen binnen- en buitenwater. Het systeem hydrologisch volledig scheiden is onrealistisch. Hydrologie was in de concept projectnota één van de lagen/onderdelen van het ruimtelijk frame. Het ruimtelijk frame is naar aanleiding van de inspraakreacties geactualiseerd en het onderdeel hydrologie, en daarmee de subparagraaf over hydrologie, is komen te vervallen. Op welke wijze de hydrologie zal worden uitgewerkt, vindt in de vervolgfase plaats bij de verdere uitwerking van het ontwerp.

Wijzigingsvoorstel: De subparagraaf ‘hydrologie’ is komen te vervallen.

Standstill-principe, uitspoeling naar buitenwater Reactie: BE 225

Samenvatting reactie(s): Waternet is blij dat ook op Buiteneiland het standstill-principe wordt gehandhaafd, net als op Strandeiland. Dit moet niet alleen in relatie met het interne oppervlaktewater worden gezien, maar ook in relatie met het afvoeren van de neerslag via het grondwater richting het buitenwater. Daarnaast is het goed om in de tijdelijke situatie (ringdijk met binnenwater) na te gaan wat dit voor gevolgen heeft voor de uitspoeling richting het IJmeer, merkt Waternet op. 55

Antwoord: Gemeente Amsterdam deelt het standstill-principe en streeft dit na als uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling. Het standstill-principe werd benoemd in de subparagraaf ‘hydrologie’. Omdat die paragraaf is komen te vervallen (zie antwoord voorgaande vraag) komt dit principe niet meer terug in de tekst van de projectnota. Dit neemt niet weg dat gemeente Amsterdam dit als uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling blijft nastreven.

Wijzigingsvoorstel: De subparagraaf ‘hydrologie’ is komen te vervallen.

56

Rijkswaterstaat

Gebiedsspecifiek beleid bodemkwaliteit Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Rijkswaterstaat geeft aan dat er momenteel een verkenning loopt naar de ruimte voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Deze verkenning, die momenteel door de gemeente Amsterdam samen met Rijkswaterstaat wordt uitgevoerd, moet duidelijkheid geven over of het opstellen van gebiedsspecifiek beleid in dit geval mogelijk en wenselijk is. Als gebiedsspecifiek beleid op basis van de verkenning als optie gezien wordt, dan zijn de hierin vast te leggen randvoorwaarden bepalend voor welke grond in het eiland toegepast kan worden. Dit kan grote consequenties hebben voor de snelheid van realisatie van het eiland. Hoewel de verkenning naar gebiedsspecifiek beleid in de voorliggende concept-projectnota wel benoemd wordt (p.79), wordt de randvoorwaardelijkheid van een positief resultaat van deze verkenning voor de beoogde aanlegwijze van Buiteneiland in de concept-projectnota niet nadrukkelijk benoemd, merkt Rijkswaterstaat op. Rijkswaterstaat verzoekt om deze voorwaardelijkheid expliciet in de nota te adresseren. Rijkswaterstaat merkt op dat op een aantal punten in de tekst wordt vooruitgelopen op de resultaten van de lopende verkenning naar gebiedsspecifiek beleid.

Het betreft de volgende punten: - De benoemde planning en de wijze van besluitvorming over het gebiedsspecifiek beleid worden in het kader van de lopende verkenning hiernaar uitgewerkt. De huidige planning, zoals weergegeven op pagina 73, klopt niet, merkt Rijkswaterstaat op. De verkenning kan als eerste stap in de planning opgenomen worden, waarbij de verwachting is dat deze in het eerste kwartaal van 2021 zal leiden tot meer duidelijkheid over de haalbaarheid en het vervolgtraject. - Op pagina 69 staat: “Per functie kunnen aanvullende eisen worden gesteld aan het grondpakket. Deze eisen betreffen de bovenste 2 meter van de grond. De eisen aan de lagen daaronder kunnen worden beperkt, om zo maximaal hergebruik mogelijk te maken.” Rijkswaterstaat geeft aan dat of deze gelaagde werkwijze mogelijk is nader bekeken dient te worden binnen de verkenning naar gebiedsspecifiek beleid. Daarom verzoekt Rijkswaterstaat deze zin te nuanceren, en aan te geven dat in het kader van de verkenning naar gebiedsspecifiek beleid gekeken wordt of de eisen aan de lagen onder de bovenste 2 meter kunnen worden beperkt.

Antwoord: Gemeente Amsterdam begrijpt de opmerkingen van Rijkswaterstaat en zal in de projectnota specifiek benoemen dat een positief resultaat van de verkenning naar gebiedsspecifiek beleid randvoorwaardelijk is voor de toepassing van herbruikbare grond. De genoemde punten zullen worden gewijzigd in de projectnota. De planning zal worden aangepast naar huidige inzichten. Voor wat betreft de laatst opmerking (p.69): in de concept-projectnota wordt met deze zin (over de gelaagde werkwijze) gedoeld op de fysieke samenstelling van de grond in relatie tot de bovenliggende functies. Hierbij worden slechts aan de bovenste 2 meter specifieke civieltechnische eisen gesteld. Het gaat hierbij dus niet om de milieu-hygiënische samenstelling en is in die zin niet onderdeel van de verkenning naar gebiedsspecifiek beleid.

Wijzigingsvoorstel: Aan hoofdstuk 11 is de volgende zin toegevoegd: “Onderzocht wordt of het mogelijk is om via een maatwerkvoorschrift gebiedsspecifiek bodembeleid voor Buiteneiland vorm te geven. Dit beleid is een randvoorwaarde om herbruikbare grond toe te kunnen passen.” De planning is aangepast. Aan hoofdstuk 10 is toegevoegd dat de zin over de aanvullende eisen die worden gesteld aan de bovenste 2 meter grond betrekking heeft op civieltechnische eisen.

57

Toepassing grond- en baggerspecie Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): In relatie tot de toepassing van grond- en baggerspecie wil Rijkswaterstaat verder het volgende opmerken: - Op pagina 63 staat dat al begonnen kan worden met het opbouwen van de zuidoever, omdat hier gebiedseigen materiaal wordt toegepast. Rijkswaterstaat geeft aan dat hierbij van belang is dat deze toepassing wel dient te voldoen aan het generieke beleid uit het Besluit bodemkwaliteit, ook indien er sprake is van toepassing van gebiedseigen materiaal. - Op pagina 64 staat dat de beheerder van het gronddepot in fase 1 en 2 van de realisatie de beheerder van het gehele Buiteneiland is. Rijkswaterstaat verzoekt Amsterdam nader te duiden wat onder dit beheer wordt verstaan. Gedurende de aanleg van Buiteneiland blijft dit gebied binnen het waterbeheergebied van Rijkswaterstaat vallen en blijft Rijkswaterstaat bevoegd gezag in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

Antwoord: -

-

Voor wat betreft het gebruik van gebiedseigen materiaal aan de zuidoever geldt inderdaad dat het dient te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving, in dit geval het generieke beleid uit het Besluit Bodemkwaliteit. Waar op pagina 64 wordt gesproken over beheer door de beheerder van het gronddepot, wordt niet gedoeld op het waterkwaliteitbeheer maar betreft het toezicht op het gebruik van het depot en toezicht op het gebruik van het reeds gemaakte land waar tijdelijke functies zijn gerealiseerd. Voor zowel het beheer van het gronddepot als het beheer van het reeds gemaakte land geldt dat het beheer onder de verantwoordelijkheid valt van de gemeente Amsterdam. Tenzij daar in een latere fase andere afspraken over worden gemaakt. De gemeente is het eens met Rijkswaterstaat dat het gebied gedurende de aanleg binnen het waterbeheergebied van Rijkswaterstaat blijft vallen en dat Rijkswaterstaat bevoegd gezag blijft in het kader van het Besluit bodemkwaliteit

Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 9.1. is toegevoegd dat gemeente Amsterdam beheerder is van het gronddepot en van het reeds gemaakte land.

Positie primaire waterkering Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Rijkswaterstaat geeft aan te snappen dat de gemeente de contouren van het eiland zo wil bepalen dat hiermee een aantrekkelijk eiland ontwikkeld wordt en rekening gehouden wordt met zichtlijnen. Rijkswaterstaat begrijpt ook dat er, vanwege de lange doorlooptijd van de aanleg, nu nog geen keuzes gemaakt worden over de definitieve inrichting van het eiland. Voor de beoogde aanlegwijze is het echter wel van belang om, voorafgaand aan de eventuele vaststelling van gebiedsspecifiek beleid vanuit het Besluit bodemkwaliteit, de positie van de uiteindelijke primaire kering vast te leggen. Het buitendijkse gedeelte van het eiland blijft in de eindsituatie binnen het beheergebied van Rijkswaterstaat vallen en Rijkswaterstaat ziet voor dit gedeelte van het eiland in ieder geval geen ruimte om af te wijken van het generieke beleid uit het Besluit bodemkwaliteit. Gezien voorgaande ondersteunt Rijkswaterstaat de opmerking op pagina 29 dat het van belang is dat de ringdijk, indien deze uiteindelijk omgebouwd wordt tot definitieve primaire kering, meteen op de juiste plek aangelegd wordt. Verzoek om ook het waterschap reeds in dit stadium te betrekken bij het bepalen van de uiteindelijke vorm en positie van de primaire waterkering.

Antwoord: Amsterdam begrijpt en onderschrijft de opmerkingen van Rijkswaterstaat. In de projectnota is daarom nu een afbeelding opgenomen waaruit duidelijk wordt waar de primaire waterkering komt te liggen. 58

Het waterschap is reeds betrokken bij gesprekken over de waterkering en zullen gedurende het gehele proces betrokken blijven.

Wijzigingsvoorstel: In de bijlage is in de vaste puntenkaart opgenomen waarin ook de primaire waterkering is aangegeven.

Windturbines Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Op pagina 9 wordt aangegeven dat op grootstedelijk niveau gekeken wordt naar mogelijke plaatsing van windmolens in het IJmeer. Rijkswaterstaat verzoekt de gemeente hierover op korte termijn met Rijkswaterstaat in contact te treden, zodat Rijkswaterstaat actief bij de afweging hierover betrokken wordt. Aandachtspunt in relatie hiertoe is onder meer de nabijheid tot de hoofdvaarweg (vaarweg Amsterdam-Lemmer). Voor het plaatsen van windturbines langs vaarwegen zijn richtlijnen opgesteld waar rekening mee gehouden moet worden.

Antwoord: Amsterdam is hierover inmiddels in contact getreden met Rijkswaterstaat. In het verdere proces omtrent de zoekgebieden voor windturbines zal dit contact worden uitgebreid.

Wijzigingsvoorstel: Geen

Buitendijkse natuur Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Tussen Rijkswaterstaat en de gemeente lopen reeds gesprekken over de invulling van de buitendijkse (onderwater)natuur. Rijkswaterstaat blijft op dit vlak graag betrokken om mee te denken over een optimale uitwerking hiervan. Hierbij is zeker ook aandacht nodig voor de wijze waarop invulling gegeven wordt aan de combinatie tussen natuurontwikkeling en recreatie, waarbij zo min mogelijke verstoring van de ecologie plaatsvindt. Aandachtspunt is verder het creëren van de juiste condities en bijbehorend beheer voor een succesvolle realisatie van buitendijkse rietvelden. Voor de in de concept-projectnota benoemde bescherming tegen wegspoelen zijn nog andere mogelijkheden te bedenken dan het creëren van een dijklichaam onder het wateroppervlak, bijvoorbeeld het plaatsen van wilgentenen tussen palen, merkt Rijkswaterstaat op.

Antwoord: Het wordt zeer gewaardeerd dat Rijkswaterstaat wil meedenken. Amsterdam zal Rijkswaterstaat uiteraard blijven betrekken bij de uitwerking. Op dit moment worden de principes en ideeën hiervoor verder aan uitgewerkt. De gemeente zal de samenwerking (blijven) zoeken.

Wijzigingsvoorstel: Geen

59

Hydrologie van het eiland Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Op verschillende plekken in de concept-projectnota wordt gesproken over de interne waterhuishouding van het eiland. Rijkswaterstaat vindt het goed te zien dat Amsterdam hierbij refereert aan het standstillprincipe, dat bepaalt dat de waterkwaliteit van het IJmeer niet slechter mag worden als gevolg van de aanleg van IJburg. Zoals in de concept-projectnota ook staat kan het vanuit dit standstill-principe nodig zijn om de interne waterhuishouding los te koppelen van het buitenwater. In dat geval mag er dus geen vrije uitstroming van water vanaf het eiland richting het IJmeer plaatsvinden. Rijkswaterstaat merkt op dat de afbeelding op pagina 32 de indruk geeft dat er wel sprake zal zijn van afstroming van water van het eiland richting het oppervlaktewater. Graag gaat Rijkswaterstaat in het kader van de nadere uitwerking van het hydrologisch systeem met Amsterdam in gesprek over de wijze waarop binnen het eiland invulling gegeven wordt aan het Rainproof-principe, de eventuele verbinding tussen de interne waterhuishouding van het eiland en het buitenwater, en de mogelijkheden om zuiveringsmaatregelen te treffen voorafgaan aan lozing op het buitenwater.

Antwoord: Gemeente Amsterdam deelt het standstill-principe en streeft dit na als uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling. De afbeelding op p.32 is een voorbeelduitwerking van hoe het hydrologisch systeem er eventueel uit zou kunnen zien. Hydrologie was onderdeel van het ruimtelijk frame in de concept projectnota. Het ruimtelijk frame is naar aanleiding van de inspraakreacties geactualiseerd en het onderdeel hydrologie, en daarmee de subparagraaf over hydrologie, is komen te vervallen. Op welke wijze de hydrologie zal worden uitgewerkt, vindt in de vervolgfase plaats bij de verdere uitwerking van het ontwerp.

Wijzigingsvoorstel: De bewuste voorbeelduitwerking over het hydrologisch systeem is uit de projectnota gehaald. Ook de subparagraaf over hydrologie is komen te vervallen.

Gronddepot Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): Rijkswaterstaat merkt op dat in de concept-projectnota staat dat de verdere uitwerking van het ontwerp van het gronddepot en het gebruik ervan zal gebeuren in afstemming met de bewoners in de directe omgeving (p.69). Rijkswaterstaat verzoekt Amsterdam, vooruitlopend op de benodigde watervergunningaanvraag, ook Rijkswaterstaat te betrekken. Bespreekpunten hierbij zijn onder meer meer voorzorgsmaatregelen om afstroming van water vanaf het gronddepot richting het oppervlaktewater te voorkomen, eventueel benodigde onttrekking van water uit het IJmeer voor de bedrijfsvoering (denk aan de sproei-installatie) en de beoogde infiltratie van gezuiverd rioolwater in de bodem van het gronddepot.

Antwoord: Amsterdam zal met Rijkswaterstaat hierover in gesprek blijven.

Wijzigingsvoorstel: Geen

60

Scheepvaart Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): In de concept-projectnota is nog weinig aandacht voor de scheepvaart, meent Rijkswaterstaat. Verzoek om in het stuk te benoemen dat het projectgebied dicht bij de hoofdvaarweg (Amsterdam-Lemmer) gepositioneerd is. Dit is onder andere relevant vanwege de beoogde aanlegwijze, waarbij vlak onder deze vaarweg een loswal gepositioneerd is. Tevens is dit van belang door de actuele planvorming voor windmolens (zie ook eerdere opmerking hierover). Met het oog op beoogde veerverbindingen valt RWS op dat er zoeklocaties ingetekend zijn (pg. 60) voor veerverbindingen direct gelegen aan de hoofdvaarweg en de Oranjesluizen. RWS verzoekt om bij de verdere verkenning naar veerverbindingen afstemming te zoeken met Rijkswaterstaat.

Antwoord: De gemeente neemt het voorstel over om in de projectnota te benoemen dat dat het projectgebied dichtbij de hoofdvaarweg van Rijkswaterstaat tussen Amsterdam-Lemmer ligt. Bij het nader uitwerken van mogelijke veerverbindingen in de volgende fase van de planvorming zal Rijkswaterstaat uiteraard worden betrokken.

Wijzigingsvoorstel: In de projectnota is in hoofdstuk 4 Het DNA van Buiteneiland, onder het subkopje De regio benoemd dat het projectgebied dicht bij de hoofdvaarweg ligt: “Buiteneiland ligt in de oostflank van de Metropoolregio Amsterdam, dicht bij de hoofdvaarweg Amsterdam- Lemmer.” Ook in paragraaf 7.4 Watersport is dit benoemd: “Bij voorkeur gaat pleziervaart niet via het Buiten-IJ omdat dit een drukke nautische hoofdvaarweg is voor de scheepvaart tussen Amsterdam en Lemmer.”

Proces en planning Reactie: BE 241

Samenvatting reactie(s): In hoofdstuk 12 mist Rijkswaterstaat nog een referentie naar de benodigde watervergunning. Verder verzoek Rijkswaterstaat om op pagina 79 aan te geven dat de afspraken over de aankoop van de waterbodem met Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf gemaakt worden.

Antwoord: De gemeente neemt in de projectnota op dat de afspraken over de aankoop van waterbodem gemaakt worden met zowel Rijkswaterstaat als het Rijksvastgoedbedrijf. De gemeente is zich ervan bewust dat de watervergunning benodigd is, en blijft daarover in overleg met Rijkswaterstaat. Er is voor gekozen om in de projectnota niet expliciet iedere benodigde vergunning apart te benoemen. Per uitvoeringsfase wordt geïnventariseerd welke vergunningen nodig zijn. Afstemming hierover vindt plaats met het bevoegde gezag.

Wijzigingsvoorstel: In Hoofdstuk 13 , paragraaf 13.2 is de volgende zin toegevoegd over de afspraken betreffende de aankoop van waterbodem: “Tot slot worden in deze periode de afspraken die zijn gemaakt met het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat over de aankoop van de waterbodemareaal – die nodig is voor de realisatie van Buiteneiland – verder uitgewerkt en geëffectueerd.”

61

Natuurmonumenten

Landschap en zichtlijnen Reactie: BE 246

Samenvatting reactie(s): Natuurmonumenten vraagt of Amsterdam het eiland wilt inrichten met veel struweel en rietvelden. “Wilt u de komst van hoge bomen aan de noordkant voorkomen (ivm predatie)?” Inspreker stelt voor om het om Vuurtoreneiland het hoogste punt van de omgeving te laten blijven dus niet hoger te bouwen. Verder stelt Natuurmonumenten voor om de zichtlijn vanaf polder IJdoorn over de vuurtoren richting Buiteneiland ook als ‘markante zichtlijn’ te erkennen, en hier bij ‘de verdere uitwerking rekening mee te houden’.

Antwoord: Deze opmerking is juist. In eerste instantie is ervoor gekozen om in het kader van de planontwikkeling van Buiteneiland een MER op te stellen. Of deze aanpak doorgezet kan worden is afhankelijk van de verdere uitwerking van het circulair landmaken en ontwikkelingen rond de Omgevingswet. Los van deze keuze blijft staan dat er onder alle omstandigheden een integrale afweging plaats zal vinden van de alle milieuaspecten. Of het noodzakelijk is om ook te voorzien in een passende beoordeling is nog onderwerp van onderzoek. Indien dit noodzakelijk blijkt, zal hierin worden voorzien.

Wijzigingsvoorstel: Geen

Bijzonder programma oostpunt Reactie: BE Samenvatting reactie(s): Uit de plannen blijkt de wens om op de oostelijke hoekpunt een ‘bijzonder programma’ aan te leggen, zoals een museum of uitkijkpunt. Natuurmonumenten pleit ervoor om hier een bescheiden toevoeging in het landschap te plaatsen. De oostpunt dient ‘weg te zakken’ richting het IJmeer. Een kleine en bescheiden arcering van de openheid door bijvoorbeeld een tweede vuurtoren is wenselijk. Plaatsing van een groot kunstwerk, zoals Exposure van Antony Gormley op de dijk in Lelystad of een gebouw, vindt Natuurmonumenten op deze locatie niet gepast.

Antwoord: Natuurmonumenten wijst terecht op een zorgvuldige afweging van maat en schaal, bij de keuze voor een object of programma op het Buiteneiland. In de nadere uitwerking van het programma in de volgende fase van de gebiedsontwikkeling en het ontwerp nemen worden genoemde punten door Natuurmonumenten meegenomen.

Wijzigingsvoorstel: Geen

62

Grondtoepassing, invasieve exoten Reactie: BE 246

Samenvatting reactie(s): In de grond die zal worden toegepast kunnen zaden of wortelsokken van invasieve exoten (zoals de Japanse duizendknoop en de reuzenberenklauw) zitten. Natuurmonumenten verzoekt om hier rekening mee te houden bij de aanleg.

Antwoord: De grond die zal worden toegepast in Buiteneiland is voor het overgrote deel afkomstig vanuit werken met als opdrachtgever de gemeente Amsterdam. Voor Amsterdam geldt de Amsterdamse Richtlijn Verkennend Onderzoek (ARVO; in feite een verbijzondering van NEN 5740 (de Nederlandse richtlijn voor bodemonderzoek), maar dan toegesneden op de Amsterdamse situatie. In deze richtlijn is opgenomen dat tijdens de terreininspectie de locatie moet worden gecontroleerd op het voorkomen van ongewenste exoten van de duizendknoopfamilie (Japanse duizendknoop, Sachalinse duizendknoop en de Boheemse Duizendknoop). Dit omdat, zoals de Natuurmonumenten terecht opmerkt, deze plant veel schade en overlast veroorzaakt. De gemeente Amsterdam wil het verspreiden van de duizendknoopfamilie tegengaan en brengt daarom alle bekende groeiplaatsen op een kaart in beeld. Voor de sanering van de duizendknoop is door de gemeente een apart protocol opgezet. Voor het voorkomen van bijvoorbeeld de reuzenberenklauw zullen in het vervolgproces afspraken worden gemaakt met de toekomstige beheerder.

Wijzigingsvoorstel: Geen

Windturbines Reactie: BE 246

Samenvatting reactie(s): Op diverse pagina's wordt verwezen naar de mogelijkheid om windturbines te plaatsen in of rond Buiteneiland, merkt Natuurmonumenten op. Natuurmonumenten verwijst naar p.18 van de conceptprojectnota: “Windmolens en zonneweides staan vaak op gespannen voet met de beleving van natuur en landschap.” Natuurmonumenten is negatief over de zoekgebieden rond IJburg en Zeeburgereiland, zoals voorgesteld in de Regionale Energie Strategie (RES). “Naar onze opvatting zijn er voldoende alternatieve locaties zoals het Westelijk havengebied, of eventueel langs de A10-Noord. Op Buiteneiland (en Polder IJdoorn) eindigt de stad en begint de open ruimte, en dit willen we graag zo houden.”

Antwoord: Het gebiedsontwikkelingsproject Buiteneiland wordt op haar eigen merites onderzocht en beoordeeld. Een tijdelijke zonneweide maakt deel uit van de planvorming van Buiteneiland. Voor dit moment is het een ambitie en zijn er zoeklocatiesopgenomen voor zonneweides. In een volgende fase wordt de haalbaarheid nader onderzocht. De integrale afweging over de gebiedseffecten van de komst van windturbines wordt gemaakt in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) en de integrale afweging van alle ambities rondom duurzaamheid op het niveau van Amsterdam wordt gedaan in Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Vanuit de particuliere inspraakreacties zijn er ook vragen gesteld over windturbines. Zie paragraaf 6.2 van deze nota van beantwoording.

Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 6.2 van de projectnota is de tekst en de kaart met windzoekgebieden geactualiseerd, vanwege actuele ontwikkelingen en recente besluitvorming door het stadsbestuur.

63

Veerdienst Amsterdam en Platform waterrecreatie IJburg Natuurontwikkeling Reactie: BE 247, BE 323

Samenvatting reactie(s): In de concept-projectnota wordt de ambitie geschetst om een parkachtige omgeving te realiseren waarin slechts een minimale rol is weggelegd voor woningbouw. Op zich juichen de insprekers de verschuiving in ambitie van woningbouw naar natuurontwikkeling op Buiteneiland toe. IJburg is dicht bebouwd en de IJburgers en andere Amsterdammers zijn gebaat bij natuur in de directe omgeving om te kunnen recreëren en ontspannen. De insprekers menen echter dat er in de huidige situatie op het water al natuur is met open ruimte waar gerecreëerd en ontspannen kan worden. “Dat maakt Buiteneiland een kostbare exercitie om de ene natuur voor de ander in te ruilen. Waarom vervangt u de reeds bestaande waternatuur voor een natuurontwikkeling op het land? Wij hebben het liefst zoveel mogelijk water in de IJburgbaai.”

Antwoord: Inderdaad vervangt de natuurontwikkeling van Buiteneiland de natuur die het IJmeer al biedt. De noodzaak om het eiland aan te leggen ligt in het feit dat door de groei van de stad niet alleen behoefte is aan de rust en de ruimte van het water, maar naast woningen en voorzieningen is er ook behoefte is aan land-gebonden recreatie, zoals sportvelden, struinnatuur, vissen, vogelen, wandelen, natuureducatie. Dat biedt Buiteneiland.

Wijzigingsvoorstel: Geen

Windturbines Reactie: BE 247, BE 323

Samenvatting reactie(s): Veerdienst Amsterdam en Platform waterrecreatie Amsterdam geven aan de ambities uit de Regionale Energie Strategie (RES) ten volle te ondersteunen, maar zijn van mening dat het zoekgebied dat nu in de plannen staat niet geschikt is voor de grootschalige opwekking van energie met windturbines. De schaal van de huidige windturbines met hoogtes tot 200 meter passen niet in een omgeving waar natuur en waterrecreatie ‘volgens de geschetste ambitie de boventoon voeren’. “De beoogde locatie van de windturbines is nabij een drukke vaarroute waar het in de huidige setting al lastig is om beroepsvaart en recreanten veilig naast elkaar te kunnen laten co-existeren. De beperkte manoeuvreerruimte maakt het met name voor zeilboten lastig om het gebied te doorkruisen zonder daarbij de beroepsvaart in de vaargeul te hinderen. Plaatsing van winturbines in dit gebied vergroot dit probleem en zal leiden tot onveilige situaties. Ons advies is om in dit gebied geen windturbines toe te staan.”

Antwoord: Het gebiedsontwikkelingsproject Buiteneiland wordt op haar eigen merites onderzocht en beoordeeld. De plaatsing van windturbines maakt geen deel uit van de planvorming van Buiteneiland. Dit loopt haar eigen spoor. De integrale afweging over de gebiedseffecten van de komst van windturbines wordt gemaakt in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) en de integrale afweging van alle ambities rondom duurzaamheid op het niveau van Amsterdam wordt gedaan in Omgevingsvisie Amsterdam 2050. De gemeente is zich ervan bewust dat in specifiek dit gebied in het vervolgproces nog belangrijke aandachtspunten zijn, zoals de ruimtelijke inpassing van windmolens in Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebied en nabij Natura 2000-gebied en er de nodige ruimte moet zijn voor scheepvaart, visserij, recreatie, cultuurhistorie en watersport. 64

De tekst in de projectnota is aangepast op de actuele ontwikkelingen rondom windturbines en politieke besluitvormingen hierover. Vanuit de particuliere inspraakreacties zijn er ook vragen gesteld over windturbines. Zie paragraaf 6.2 van deze nota van beantwoording.

Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 6.2 van de projectnota is de tekst en de kaart met windzoekgebieden geactualiseerd, vanwege actuele ontwikkelingen en recente besluitvorming door het stadsbestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10546717/1