Bijlage 3 - Nota van Beantwoording Buiteneiland GEANONIMISEERD.pdf
Tekst van het document
Wijzigingsvoorstel: Geen
4.3 Juridisch bestemmen als natuurgebied om woningbouw uit te sluiten Reacties: BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 301, BE 302
Samenvatting reactie(s): De huidige plannen voor Buiteneiland omvatten een beperkt aantal woningen: de projectnota gaat uit van 0 tot maximaal 500 woningen. “Hoe wordt voorkomen dat er in de toekomst niet alsnog veel meer gebouwd gaat worden? Kan het gebied nu tot natuurgebied worden bestemd, zodat hier in de toekomst niet toch gebouwd gaat worden?”
Antwoord: Het maximaal aantal woningen wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is toetsingskader voor vergunningverlening. In het huidige bestemmingsplan is de mogelijkheid opgenomen om 1500 woningen te bouwen. In de nieuwe plannen wordt rekening gehouden met maximaal 500 woningen. Dit wordt opgenomen in de projectnota en is daarmee uitgangspunt voor verdere planontwikkeling. Daarmee is gegarandeerd dat er op Buiteneiland niet meer woningen komen. Uiteraard is het mogelijk dat op enig moment de ideeën over de invulling van Buiteneiland wijzigen. Mocht dit het geval zijn, dan zal de besluitvorming onderwerp zijn van participatie en inspraak. Het volledig bestemmen van Buiteneiland ten behoeve van natuurontwikkeling is nu niet aan de orde.
Wijzigingsvoorstel: Geen
4.4 Groen in de buurt Reactie: BE 177
Samenvatting reactie(s): Volgens de inspreker verdwijnt in Amsterdam met name het groen in de buurt ‘in rap tempo’. “Waarom is gekozen voor een groen eiland ver weg waar niemand iets aan heeft en dat niet of nauwelijks bijdraagt aan de gezondheid van Amsterdammers? Amsterdammers hebben een goed onderhouden boom of grasperkje in de straat veel harder nodig.”
Antwoord: Amsterdam wil een groene stad zijn, zowel op de schaal van de straat en de buurt, als op de schaal van de stad. Met Buiteneiland maakt de stad groen op de schaal van de stad, net zoals in het verleden het Amsterdamse Bos, het Flevopark en het Diemerpark zijn gemaakt. Deze stadsparken dragen óók bij aan de gezondheid van de Amsterdammer, als groene longen en als ruimte om te sporten en te spelen. Daarnaast wil Amsterdam met de aanleg van Buiteneiland zoveel mogelijk bijdragen aan de verbetering van de natuurwaarden van het IJmeerMarkermeer. Dit wordt gedaan door aan de oostkant een nat rietlandschap en in het zuidoosten een moerasbos te maken, mogelijk aangevuld met een zoeklocatie voor buitendijkse onderwaternatuur. Hier vinden vissen schuilgelegenheid en plekken om te paaien. Daarnaast zijn het rijke plekken voor insecten, kreeften, geleedpotigen, wieren en andere kleine dieren. Op die manier wordt de biodiversiteit aan planten en dieren verbeterd. De aanleg van Buiteneiland gaat niet ten koste van groen op de schaal van de straat en de buurt. 17
Wijzigingsvoorstel: Aan de oostkant is binnendijks een nat rietlandschap toegevoegd en aan het zuidoosten komt een moerasbos; zie hoofdstuk 5 en paragraaf 6.1. van de projectnota.
4.5 Soort eiland en beheer Reactie: BE 190, BE 223, BE 245
Samenvatting reactie(s): De insprekers zien nog onvoldoende beschreven in de projectnota wat de keuzes zijn voor het soort eiland dat Buiteneiland gaat worden en welk beheerplan hier bij hoort. “Welke keuzes maakt de gemeente: wordt het een partypark of stadsoase, ligt de nadruk op natuur of de mens en het programma? Hoe wordt de beoogde kwaliteit bereikt? Wat mag er wel en wat niet als het gaat om festivals, feesten, barbecues, honden, et cetera? Geldt er een maximum aan het aantal bezoekers? Hoe willen de gemeente het beheersbaar, veilig en leuk houden op het eiland (drukte, afval, criminaliteit)? Zou in de projectnota duidelijker kunnen worden opgenomen dat vanwege het belang van de natuur niet alles op het eiland mogelijk is?”
Antwoord: Deze projectnota biedt een ruimtelijk en programmatisch raamwerk dat in volgende planproducten verder uitgewerkt wordt. De nota biedt nog geen keuze voor de (programmatische) invulling. Wel zijn er kenmerken voor de richting benoemd: groen rustpunt voor stadsbewoners; groene ontmoetings- en inspiratieplek voor sporten, spelen, ontspannen en cultuur; culturele en sportevenementen op de schaal van de stad en voor (natuur)educatie. Uitgangspunt is dat het eiland in elke fase van de ontwikkeling aantrekkelijk is om te bezoeken. De programmering van het eiland is onderdeel van de volgende planfase. In 2025/26 wordt een landschapsplan opgesteld (verwachte vaststelling 2027), waarin het voorzieningenprogramma, ontwerp en beheer verder uitgewerkt worden. De Amsterdammers en het stadsbestuur zijn dan aan zet om te bepalen wat voor soort eiland Buiteneiland gaat worden. Een goed beheer is essentieel voor de leefbaarheid en het succes dus is hier onlosmakelijk mee verbonden en daarmee medebepalend voor wat er mogelijk qua programma, net als een sociaal veilig eiland. Dit laatste stond nog niet zo duidelijk in de projectnota. De tekst is hierop aangepast.
Wijzigingsvoorstel: Aan de projectnota is toegevoegd dat in de vervolgfase een landschapsplan wordt opgesteld (verwacht in 2025/26). Zie onder andere paragraaf 7.1 van de projectnota. Aan paragraaf 7.1 Uitgangspunten programmering is sociale veiligheid in de titel en de tekst toegevoegd. De toegevoegde tekst onderaan deze paragraaf is: “Voorop staat dat Buiteneiland een sociaal veilig eiland wordt. Daar draagt het programma aan bij. Door een mix van programma toe te voegen aan het eiland, wordt Buiteneiland aantrekkelijk voor veel gebruikers. Goede routing en duidelijke dag- en nachtroutes zorgen voor sociale veiligheid in de openbare ruimte, met name richting de sportvelden die veilig bereikbaar moeten zijn vanaf Strandeiland. De bereikbaarheid via het OV kan daaraan ook bijdragen. Sommige delen van het eiland zullen juist ook gericht zijn op rust en natuurbeleving; hier moet op een andere manier gezorgd worden voor gewenst gebruik. Beheer en toezicht horen hierbij. In het Landschapsplan zal nadrukkelijk aandacht komen voor een sociaal veilige programmering en routing. Programmaonderdelen die de sociale veiligheid kunnen versterken zijn openbaar vervoer, een sport- en cultureel programma, een goed verlichtingsplan en (een vorm van) woningbouw.”
4.6 Naamgeving eiland Reactie: BE 209
Samenvatting reactie(s): Inspreker vindt ‘groenland’ een goede naam voor het eiland. Op die manier blijft iedereen er eeuwig aan herinnerd “dat dit een groen eiland hoort te zijn qua inhoud en uitstraling.” 18
Antwoord: Buiteneiland zal inderdaad een voornamelijk groen eiland worden qua inhoud en uitstraling. De naam ‘Buiteneiland’ ligt echter al vast en zal dus niet meer aangepast worden.
Wijzigingsvoorstel: Geen
19
5. Ruimtelijk frame 5.1 Effectanalyse omgeving, contouren en zichtlijnen Buiteneiland Reactie: BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 301
Samenvatting reactie(s): De insprekers menen dat in de concept-projectnota onvoldoende gemotiveerd is waarom Buiteneiland met ‘deze contouren en ligging gepresenteerd wordt en waarom hier kan worden gesproken van een goede ruimtelijke ordening’. De insprekers benadrukken dat ‘Buiteneiland wordt ontwikkeld in een zeer bijzonder en kwetsbaar gebied, een gebied dat van grote ecologische en culturele historische waarde is voor de stad’. “Durgerdam is een beschermd dorpsgezicht, Vuurtoreneiland, Pampus en Fort Diemerdam zijn deel van de Stelling van Amsterdam en UNESCO-werelderfgoed. Nationaal landschap ‘Laag Holland’, de naam zegt het al, grenst aan het plangebied. Polder IJdoorn, de Hoeckelingsdam, Vuurtoreneiland zijn deel van de hoofdgroenstructuur en het omliggende water is Natura 2000-gebied.” “De bijzondere ruimtelijke kwaliteit van het huidige gebied als geheel is niet meegenomen. De intrinsieke waardes zouden behouden moeten blijven zodat de ontwikkeling als geheel op allerlei niveaus een meerwaarde kan zijn voor de stad.” De insprekers stellen voor om de contouren van Buiteneiland zodanig te verleggen en te verkleinen dat waardevolle zichtlijnen met de ruimtelijke kwaliteit van het IJmeer behouden blijven vanuit het dorp Durgerdam.
Daarop aansluitend stellen de insprekers voor om ditzelfde te doen voor het effect van Buiteneiland op de onderdelen van de Stelling van Amsterdam in het IJmeer door ‘een deugdelijke analyse te maken en de ontwikkeling zo vorm te geven dat de zichtlijnen tussen de onderdelen van de Stelling van Amsterdam vrij blijven, deze te respecteren en alle bouwontwikkelingen buiten het schootsveld (in een straal van 1000 meter) van de onderdelen van de Stelling van Amsterdam te laten plaatsvinden’. De insprekers stellen dat het laag houden van de randen van Buiteneiland (+2.80m NAP) niet tot gevolg zal hebben dat er vanuit Durgerdam een vergezicht en coulissenwerking naar het Markermeer, Pampus en Flevoland blijft bestaan; hetgeen Frits Palmboom heeft bestempeld als ‘essentieel voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied’ in het onderzoek dat hij deed voor de Van Eesteren Leerstoel en leidde tot 10 Gouden regels voor het IJsselmeergebied. Dezelfde zichtlijnen en vergezichten zijn volgens de insprekers bovendien uitvoerig beschreven in de diverse documenten van het participatieproces dijkversterking zoals Kijk op de dijk en IRP Durgerdam.
“De gemeente Amsterdam heeft intensief meegewerkt aan die stukken en visies, onduidelijk blijft nu waarom de recent beschreven ruimtelijke kwaliteit nu (in het kader van IJburg 2) niet meer zou gelden.” De insprekers zijn dan ook van mening dat als het Buiteneiland er gaat komen het een absolute noodzaak is, ook bezien vanuit de eerder door de gemeente omschreven visies, het eiland en het rietland zo te situeren dat de zichtlijnen vanuit Durgerdam behouden blijven. Kan de gemeente ervoor zorgen dat dit gebeurt?
Antwoord: De bijzondere ruimtelijke kwaliteit van het IJmeer en het aangrenzende landschap zijn wel degelijk meegenomen bij het inpassen en vormgeven van Buiteneiland. De begrenzing van de Stelling van Amsterdam en het Vuurtoreneiland als onderdeel van het UNESCO-erfgoed zijn gehonoreerd. IJburg verandert inderdaad de ervaring van het open waterlandschap. Door Buiteneiland als groene buffer tussen landschap en verstedelijking te plaatsen, wordt de balans tussen stad en landschap verbeterd. De contouren van Strandeiland en Buiteneiland zijn in principe een gegeven, omdat ze al zijn vastgelegd in het bestaande bestemmingsplan. Naar aanleiding van deze en andere reacties is de contour van Buiteneiland aan de oostkant opnieuw bekeken en is gezocht naar een kustlijn die minder ver het IJmeer in steekt en nadrukkelijk laag blijft. Het ontwerpteam is hierover geadviseerd door het onafhankelijke Kwaliteitsteam IJburg met voorzitter Frits Palmboom. Dit heeft geleid tot voortschrijdend inzicht met als gevolg een aanpassing van de oostelijke contour en het volume van het eiland aan die zijde. Door de oostelijke begrenzing verder terug te leggen en in te richten als rietland ontstaat een landschappelijk aantrekkelijke overgang van eiland naar IJmeer en blijft een groter deel van het zicht over open water vanaf Durgerdam en het Vuurtoreneiland gewaarborgd.
Daarnaast wordt de ringdijk bij de oostpunt verlaagd aangebracht: deze zal nu maximaal 1,20 meter hoog worden. Buiteneiland krijgt nadrukkelijker vormgegeven hogere volumes, die buiten de zichtlijnen vanuit Durgerdam en Vuurtoreneiland liggen. In onderstaande figuren zijn het oude ruimtelijk frame (figuur 1) en het nieuwe ruimtelijk frame (figuur 2) te zien.
20
Figuur 1: het nieuwe ruimtelijk frame
Wijzigingsvoorstel: De contouren en het volume zijn gewijzigd. De zichtlijnen vanaf Durgerdam en vanaf het Vuurtoreneiland bepalen nu de begrenzing en de hoogte aan de oostzijde van Buiteneiland, de oostkant is korter en lager gemaakt; zie voor deze aanpassingen paragraaf 5.1 van de projectnota.
5.2 Natuur aan de westkant Reactie: BE 298
Samenvatting reactie(s): De inspreker stelt voor dat als Buiteneiland ‘er echt moet komen’, dan alle natuur bij voorkeur aan de westzijde te positioneren. “Dan is het aan een open water met ruimte voor alle vogels en vissen en alles wat in het water leeft. Bovendien ligt het dan aan een mooi groots watersportrecreatiegebied en niet in de vaarroute van het vrachtverkeer.”
Antwoord: Buiteneiland ligt aan vier zijden in het water en wordt aan vier zijden op een andere manier begrensd. De westpunt en de zuidwestoever liggen aan de IJburgbaai, die aantrekkelijk is voor waterrecreatie en watersport. Deze oevers van Buiteneiland lenen zich voor kleinschalige watersport in brede rietoevers. De noordzijde is een oever die recht op de wind en de golven ligt. Deze oever wordt hoger en steviger; hier is alleen ruimte voor smalle rietkragen. De hele oostkant van het eiland ligt in en aan het grote IJmeer. Naar ons oordeel liggen hier de beste kansen voor natuur, met een nat rietlandschap, moerasbos, de mogelijkheid tot onderwaternatuur en verbetering van de onderwateroever voor vissen. Buiteneiland biedt dus veel ruimte voor de natuur, maar de focus voor natuurontwikkeling ligt aan de oostkant.
Wijzigingsvoorstel: Geen
5.3 Schiereiland voor watersport Reactie: BE 056
Samenvatting reactie(s): Is het mogelijk om een speciale ruimte toe te voegen aan of in de buurt van Buiteneiland uitsluitend voor watersport? Bijvoorbeeld in de vorm van een schiereiland waardoor met alle windrichtingen gezeild en gesurft kan worden. 21
Antwoord: De behoefte vanuit watersportverenigingen, watersporters en de ruimtelijke mogelijkheden zijn onderdeel van een watersportanalyse door een extern watersportadviesbureau, welke naar verwachting medio 2021 is afgerond. De watersporten surfen en zeilen zijn onderdeel van deze analyse. Een extra schiereiland aanleggen zit niet in de plannen. De nadere invulling van het programma inclusief watersport vindt plaats in de volgende fase van de ontwikkeling van Buiteneiland.
Wijzigingsvoorstel: Geen
22
6. Ambities
6.1 Zonnepanelen Reactie: BE 298, BE 245
Samenvatting reactie(s): Eén van de insprekers vraagt of de kans bestaat dat gezien de lange aanlegtijd van Buiteneiland braakliggende grond gebruikt gaat worden voor zonnepanelen. Dit zou de voorkeur hebben omdat inspreker het ‘zonde vindt om daar de huidige natuur voor op te geven’. De andere inspreker vraagt de aanleg van zonneweides te heroverwegen, vanwege bedreiging voor de vogelnatuur.
Antwoord: Eén van de ambities voor Buiteneiland is om met duurzame energiebronnen de energie op te wekken die nodig is voor de aanleg van het eiland. Een tijdelijk zonnepanelenveld (ongeveer 10 jaar) lijkt nu de meest logische energiebron. Nader onderzoek is nog nodig naar de financiële haalbaarheid, ruimtelijke inpasbaarheid en de flexibiliteit. Hierin worden ook de effecten meegenomen van een zonneweide op flora en fauna. Gekeken wordt of er naast nadelige effecten ook positieve maatregelen kunnen zijn, zoals hoe een zonneweide de biodiversiteit zou kunnen versterken. Dit is verduidelijkt in de projectnota.
Wijzigingsvoorstel: Aan de tekst in paragraaf 6.2 is de volgende zin toegevoegd: “Een zonneweide mag niet ten koste gaan van de ecologie op de langere termijn.”
6.2 Regionale Energiestrategie (RES): windturbines Reacties: BE 180, BE 202, BE 203, BE 222, BE 224, BE 226, BE 228, BE 229, BE 230, BE 232, BE 233, BE 234, BE 235, BE 236, BE 237, BE 238, BE 239, BE 240, BE 251, BE 252, BE 253, BE 254, BE 255, BE 256, BE 257, BE 258, BE 259, BE 260, BE 261, BE 262, BE 263, BE 264, BE 265, BE 266, BE 267, BE 268, BE 269, BE 270, BE 271, BE 273, BE 274, BE 275, BE 277, BE 278, BE 279, BE 280, BE 281, BE 282, BE 283, BE 284, BE 285, BE 286, BE 287, BE 288, BE 289, BE 290, BE 291, BE 292, BE 293, BE 294, BE 295, BE 296, BE 297, BE 299, BE 300, BE 302, BE 303, BE 305, BE 306, BE 307, BE 308, BE 309, BE 310, BE 311, BE 312, BE 313, BE 314, BE 315, BE 316, BE 317, BE 318, BE 319, BE 320, BE 321, BE 322, BE 324, BE 325, BE 326, BE 327, BE 328, BE 329, BE 330, BE 331, BE 332, BE 333, BE 334, BE 335, BE 336, BE 337, BE 338, BE 339, BE 340, BE 341, BE 342, BE 343, BE 345, BE 346, BE 347, BE 348, BE 349, BE 350, BE 351, BE 352, BE 353, BE 354, BE 355, BE 357, BE 358, BE 359, BE 360, BE 361, BE 362, BE 363, BE 364, BE 365, BE 366, BE 367, BE 368, BE 369, BE 370, BE 371, BE 373, BE 374, BE 375, BE 376, BE 377, BE 378, BE 379, BE 380, BE 381, BE 382, BE 383, BE 384, BE 385, BE 386, BE 388, BE 389, BE 392, BE 393
Samenvatting reactie(s): De insprekers hebben diverse vragen rond de mogelijke plaatsing van windturbines in het IJmeer binnen de gemeentegrenzen nabij IJburg. Niet alleen tegenstanders van windenergie hebben een inspraakreactie ingediend, ook velen hebben aangeven voorstander te zijn. Gemeenschappelijk in de reacties is de weerstand tegen het zoekgebied voor windturbines nabij Buiteneiland, dan wel IJburg. Op deze plekken (IJmeer en Diemer Vijfhoek) zouden windturbines te veel schade berokkenen voor mens en dier. Zeker omdat het ook een gemeentelijk doel is om de natuur hier juist te versterken. In de reacties worden de volgende argumenten genoemd: - Waarom ontbreekt het voornemen om enorme windturbines te plaatsen bij Buiteneiland in de conceptprojectnota? - Waarom wil de gemeente windturbines plaatsen in een gebied terwijl dit niet te rijmen is met de natuurplannen voor ditzelfde gebied? Het zoekgebied is een natuurgebied (Natura 2000, PHS, Boog om de Oost) en daarom ongeschikt als plek voor hoge windturbine(s). Amsterdam zou deze bijzondere natuur moeten beschermen. - Windturbines nabij een woonwijk en in een natuurgebied zijn schadelijk en geven gezondheidsklachten voor mens en dier vanwege geluid, trillingen, slagschaduw, de wieken waar vogels invliegen. 23
-
-
-
-
-
Buiteneiland gaat over rust. Dit wordt teniet gedaan door de windturbines. Het IJmeer is een veel bezocht recreatiegebied en zal nog drukker worden door het toenemende aantal bewoners in het gebied en in de stad. Hoge windturbines verstoren dit, zeker als hier in een bepaalde straal omheen gevaren moet worden om veiligheidsredenen. Waarom worden er windmolens geplaatst in een gebied dat zo hard nodig is voor waterrecreatie? Het IJmeer is cultuurhistorisch erfgoed, met Pampus als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Het is ongepast dit oudhollandse uitzicht te verstoren met hoge windturbines. Windmolens in een natuurlijk en cultuurhistorisch geladen buitengebied zijn niet goed met elkaar te combineren. Dit zal voor veel mensen voelbaar zijn. Hierdoor verdwijnt het hart uit het gebied en gaan mensen eerder een hekel krijgen aan het een gebied dan dat ze ervan gaan houden. Dat is zonde van de investering en voor Amsterdam. Wind op zee levert meer op. Door de schaalgrootte en de voordelen van grote turbines zijn parken op zee rendabeler dan kleine projecten op land. Wat is de logica om belastinggeld (subsidie) te besteden aan de exploitatie van achterhaalde bedrijfsmodellen? Turbines nabij woningen zijn veelal niet goed te exploiteren omdat ze vaak stil worden gelegd.
Ten aanzien van milieu en gezondheid geldt in Nederland het voorzorgsbeginsel: beschermende maatregelen nemen tegen mogelijk schadelijke milieueffecten, ook als die effecten nog niet onomstotelijk zijn bewezen. Dat is hier van toepassing. Waarom niet focussen op zonne-energie? Of andere vormen van energieopwekking die veel beter passen? Het overgrote deel van de IJburgers is tegen windturbines. Waarom dan toch doorzetten? Plaatsing van windturbine(s) heeft zeer nadelige gevolgen voor de waarde van de woningen in heel IJburg: dit betekent kapitaalvernietiging voor woningbezitters. Waarom energie opwekken voor nieuwe datacenters of andere grote bedrijven in een woonwijk waar zoveel bewoners de lasten ervaren? Er is geen participatie geweest over de plannen voor de windturbines en de RES, alleen informatieverstrekking. Realiseert de gemeente zich dat de optelsom van windmolens binnen een wettelijke grens, de slechte luchtkwaliteit op Zeeburgereiland en rondom de IJburglaan en mogelijk een biomassacentrale op loopafstand de jonge wijk IJburg kwetsbaar maakt? Er is een dunne lijn tussen een mislukking zijn of een gidswijk voor heel Nederland.
Antwoord: Projectnota Buiteneiland Het gebiedsontwikkelingsproject Buiteneiland wordt op haar eigen merites onderzocht en beoordeeld. De windturbines maken geen deel uit van de planvorming van Buiteneiland. Dit loopt haar eigen spoor. . De mogelijke komst van windturbines en de invloed daarvan op Buiteneiland wordt meegenomen in de verdere planontwikkeling. De integrale afweging over de gebiedseffecten van de komst van windturbines wordt gemaakt in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) en de integrale afweging van alle ambities rondom duurzaamheid op het niveau van Amsterdam wordt gedaan in Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Achtergrond over de RES Het zoekgebied bij Strand- en Buiteneiland is inderdaad aangewezen als voorkeursgebied. Op 27 mei 2021 heeft de gemeenteraad de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 met daar de aangepaste windzoekgebieden vastgesteld. Hiermee zijn zoekgebieden vastgesteld, maar nog geen specifieke locaties. Die worden in het vervolgproces samen met bewoners, organisaties en belanghebbenden verder onderzocht (zie link naar RES 1.0). De gemeenteraad wil voor 2030 tenminste 127 megawatt (MW) opgesteld vermogen windenergie binnen de gemeentegrens van Amsterdam hebben gerealiseerd. In de strijd tegen klimaatverandering moet er veel meer hernieuwbare elektriciteit worden opgewekt (zie Klimaatakkoord).
Windturbines op zee zijn nodig, maar ook zonnepanelen op daken en windturbines op/nabij land. Gemeente Amsterdam neemt hiervoor zijn verantwoordelijkheid en heeft daarom onder andere windzoekgebieden aangewezen. In algemene zin heeft bij de belangenafweging met betrekking tot de gekozen gebieden de ambitie van de gemeenteraad om minstens 50 MW extra windenergie te realiseren in 2030 een belangrijke rol gespeeld. Per zoekgebied is - in relatie tot alle zoekgebieden - steeds een afweging gemaakt tussen de natuur en milieubelangen, de mogelijkheden voor een ruimtelijke inpassing, de belangen van degenen met zorgen of die zich hebben uitgesproken tegen windturbines, de adviezen van de stadsdelen, en de belangen van de netbeheerder – steeds in relatie tot elkaar en de gestelde ambitie. De windzoekgebieden binnen de gemeentegrenzen zijn verkleind ten opzichte van een eerder voorstel. Ook zijn er voorkeursgebieden voorgesteld. Voor de groen gekleurde voorkeursgebieden op de kaart geldt dat medewerking wordt verleend aan initiatiefnemers van windturbines. De geel en rood gekleurde gebieden kunnen worden ingezet als de ambitie onvoldoende kan worden gerealiseerd in de groene gebieden. De hypothese is dat de windambitie in 24
de groen gekleurde gebieden te realiseren is, wetende dat na verder onderzoek en in het lokale participatieproces, windzoekgebieden om allerlei redenen nog kunnen afvallen. Bijvoorbeeld omdat uit onderzoek blijkt dat de geluidshinder op een specifieke locatie te groot is, of er te grote schade voor de natuur ontstaat. De selectie van de zoekgebieden door de RES is tot stand in dialoog met bewoners en andere belanghebbenden via lokale ateliers, informatieavonden, participatieavonden, enquêtes en reacties op de concept-RES. In beeld is gebracht welke belangen er spelen. Alle verslagen van de sessies zijn gepubliceerd op de website van de Energieregio NZH. Per zoekgebied is – in relatie tot alle zoekgebieden – steeds een afweging gemaakt tussen de natuur en milieubelangen, de mogelijkheden voor een ruimtelijke inpassing, de belangen van degenen met zorgen of die zich hebben uitgesproken tegen windturbines, de adviezen van de stadsdelen, en de belangen van de netbeheerder; steeds in relatie tot elkaar en de gestelde ambitie. De gemeente is zich ervan bewust dat in specifiek dit gebied in het vervolgproces nog belangrijke aandachtspunten zijn, zoals de ruimtelijke inpassing van windmolens in Natuur Netwerk Nederland (NNN)-gebied en nabij Natura 2000-gebied en er ook ruimte moet zijn voor scheepvaart, visserij, recreatie, cultuurhistorie en watersport.
Bovendien geldt hier ook het voorzorgsbeginsel: bij de besluitvorming worden niet alleen berekende en bekende risico’s betrokken maar ook vermoedelijke potentiële risico’s. Dit betekent dat het college ook de mogelijke risico’s voor toekomstige gezondheidseffecten betrekt bij de besluitvorming. In de voorkeursgebieden wil de gemeente onder voorwaarden meewerken aan initiatieven om windmolens te realiseren. Na de vaststelling van de RES 1.0 in de gemeenteraad volgt eerst nog een reflectiefase waarin de gemeente in de voorkeursgebieden met bewoners, belanghebbenden en eventueel initiatiefnemers in gesprek gaat over voorkeurslocaties en eventueel aanvullende ruimtelijke wensen. Pas na de reflectiefase zal de gemeente onder voorwaarden meewerken aan initiatieven. Voorwaarden windinitiatieven en besluitvorming Een belangrijke voorwaarde voor medewerking is dat windmolens coöperatief worden ontwikkeld, door Amsterdammers en inwoners van buurgemeenten: er wordt gestreefd naar tenminste 50 procent lokaal eigendom. Een andere belangrijke voorwaarde is dat de initiatiefnemer een participatieplan uitwerkt met bewoners én belanghebbenden onder regie van de gemeente. Dat participatieplan is erop gericht de concrete kenmerken van een initiatief, zoals het aantal en de plek van te plaatsen windmolens, in overleg met de omgeving en belanghebbenden te bepalen.
Een milieueffectrapportage (met nader onderzoek naar onder meer geluid, slagschaduw, veiligheid en ecologie en een Health Impact Assessment (HIA) (met nader onderzoek naar de effecten op gezondheid) maakt hier onderdeel van uit. Ook komt in het participatieplan te staan hoe bewoners kunnen meeprofiteren van de opgewekte elektriciteit. Het participatieplan wordt voorgelegd aan BenW. Op basis van de uitkomst van het lokale participatieproces maakt de gemeente een afweging over de vergunningverlening voor de bouw van windmolens. Daarbij worden de gevolgen voor onder meer de leefomgeving meegewogen, net als de verantwoording door de initiatiefnemers over het gevoerde proces en de omgang met de inbreng van de omgeving en belanghebbenden. Geluidshinder Op de aangepaste kaart windzoekgebieden staan nu alleen nog de zoekgebieden voor windenergie die op minstens 350 meter afstand liggen vanaf geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Het is onmogelijk om in z’n algemeenheid een afstand aan te geven waarmee wordt voldaan aan de geluidsnorm in Nederland omdat dit afhankelijk is van vele factoren. Zo is het type molen bepalend voor de geluidscontouren, maar ook de windrichting en windsnelheid. Voor iedere windturbine of windpark moet een geluidsberekening worden gemaakt.
Daarnaast is de afstand ook bepalend voor de business case van initiatiefnemers: hoe verder de afstand tot een geluidsgevoelige bestemming, hoe kansrijker het wordt om de business case rond te krijgen. Op verdere afstand hoeft de turbine immers minder vaak te worden stilgezet om aan de geluidsnorm te voldoen. Het aantal toegestane decibel voor windturbines in de wet- en regelgeving is erop gericht om eventuele overlast binnen aanvaardbare grenzen te houden (een jaargemiddelde 47 decibel, voor de nacht is de norm lager. Ter vergelijking: voor wegverkeerslawaai is de norm 50 decibel). Woningwaardedaling Bij de keuze voor de locaties voor windmolens hoort een beoordeling met de effecten voor alle relevante gevolgen; wettelijke geldt hier het vereiste van een ‘goede ruimtelijke ordening’. In de eventuele effecten op de woningprijzen wordt voorzien middels de wettelijke planschaderegeling (zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening). Voor de mate van woningprijsdaling hanteert het college de wettelijke norm. Groei datacenters Vanwege het groeiend gebruik van data zijn er ook extra datacenters nodig. In Amsterdam zijn nieuwe datacenters welkom, maar wel op beperkte schaal en onder strenge voorwaarden op het gebied van energie, ruimtelijke 25
inpassing en het leveren van restwarmte voor de verwarming van woningen. Zo dragen de datacenters bij aan de duurzame opgaven van de stad. De gemeente Amsterdam staat groei van het aantal datacenters beperkt toe in bestaande clusters. Het is alleen mogelijk om datacenters te vestigen in de gebieden Amstel III, Science Park, Schinkelkwartier, Haven/Haven-Stad. Tot 2030 mag de gemiddelde groei van datacenters per jaar maximaal 67 megavolt ampère (MVA) zijn. De gemeente monitort samen met Liander, Waternet en de datacenterbranche tussentijds de groei van datacenters, zodat er bij ongewenste ontwikkelingen tijdig kan worden bijgestuurd. In het beleid zijn voorwaarden opgenomen op het gebied van energieverbruik, waterverbruik voor koeling, restwarmte, ruimtelijke inpassing en circulair bouwen. Het datacenterbeleid staat echter los van de Regionale Energiestrategie en de mogelijke komst van windmolens. De energie opgewekt door windmolens is nodig om te voorzien in de algehele energievraag van Amsterdam.
Wijzigingsvoorstel: In paragraaf 6.2 van de projectnota is de tekst en de kaart met windzoekgebieden geactualiseerd, vanwege actuele ontwikkelingen en recente besluitvorming door het stadsbestuur.
26
7. Programma
7.1 Kitesurfspot op Buiteneiland of elders op IJburg Reactie: BE 001, BE 002, BE 003, BE 004, BE 005, BE 006, BE 007, BE 008, BE 009, BE 010, BE 011, BE 012, BE 013, BE 014, BE 015, BE 016, BE 017, BE 019, BE 020, BE 021, BE 022, BE 023, BE 024, BE 025, BE 026, BE 027, BE 028, BE 029, BE 030, BE 031, BE 032, BE 033, BE 034, BE 035, BE 036, BE 037, BE 038, BE 039, BE 040, BE 041, BE 042, BE 043, BE 044, BE 045, BE 046, BE 047, BE 048, BE 049, BE 050, BE 051, BE 052, BE 053, BE 054, BE 056, BE 057, BE 058, BE 059, BE 060, BE 061, BE 062, BE 063, BE 064, BE 065, BE 066, BE 067, BE 068, BE 069, BE 070, BE 071, BE 072, BE 073, BE 075, BE 076, BE 077, BE 078, BE 079, BE 080, BE 081, BE 082, BE 083, BE 084, BE 085, BE 086, BE 087, BE 088, BE 089, BE 090, BE 091, BE 092, BE 093, BE 094, BE 095, BE 096, BE 097, BE 098, BE 099, BE 100, BE 101, BE 102, BE 103, BE 104, BE 105, BE 107, BE 108, BE 109, BE 110, BE 111, BE 112, BE 113, BE 114, BE 115, BE 116, BE 117, BE 118, BE 119, BE 120, BE 121, BE 122, BE 123, BE 124, BE 125, BE 126, BE 127, BE 128, BE 129, BE 130, BE 131, BE 132, BE 133, BE 134, BE 135, BE 136, BE 137, BE 138, BE 139, BE 140, BE 141, BE 142, BE 143, BE 144, BE 145, BE 146, BE 147, BE 148, BE 149, BE 150, BE 151, BE 152, BE 153, BE 154, BE 155, BE 156, BE 157, BE 158, BE 159, BE 161, BE 162, BE 163, BE 164, BE 165, BE 166, BE 167, BE 168, BE 169, BE 170, BE 171, BE 175,
BE 179, BE 182, BE 183, BE 184, BE 185, BE 187, BE 189, BE 191, BE 192, BE 193, BE 194, BE 195, BE 196, BE 197, BE 198, BE 199, BE 200, BE 201,BE 204, BE 205, BE 207, BE 209, BE 210, BE 211, BE 212, BE 213, BE 214, BE 215, BE 216, BE 217, BE 218, BE 219, BE 220, BE 221, BE 231, BE 248, BE 372, BE 387, BE 390, BE 391, BE 394, BE 395, BE 396, BE 397
Samenvatting reactie(s): De insprekers verzoeken om een kitesurfspot op te nemen in de projectnota voor Buiteneiland of in de overige plannen voor IJburg, zoals op Centrumeiland of het IJburgstrand van Strandeiland. Volgens de insprekers zijn er nu niet genoeg plekken in de regio voor het groeiende aantal mensen dat deze sport wil beoefenen. Hierdoor is het soms te druk op bepaalde plekken wat tot onveilige situaties leidt. Een spot aan het IJmeer is een goede aanvulling voor de regio omdat er met oostenwind niet op zee gekite kan worden. Een kitesurfspot hoort bij een waterrijke stad als Amsterdam. Amsterdam heeft veel meer kitesurfers dan windsurfers en zeilers dus deze groep verdient een plek. Het creëren van een nieuwe plek waar een creatieve, sportieve buitensportcultuur en -community kan groeien (zoals de skaters op Zeeburgereiland) past bij Amsterdam en voegt iets toe aan de stad. De kitewereldtop komt uit Nederland dus is het passend om hier een podium voor te creëren in Amsterdam. Amsterdamse kitesurfers moeten nu vele kilometers rijden wat slecht is voor de CO2-uitstoot. IJburg had een populaire kitesurfspot. Het is belangrijk voor Amsterdamse kiters dat deze terugkomt. Het is een spectaculair schouwspel voor badgasten en omwonenden.
Kiters maken op andere momenten gebruik van het water dan andere badgasten dus is goed te combineren met andere vormen van watersport en -recreatie en leidt tot optimaal gebruik van het recreatiegebied. Het heeft een positief effect op de omzetten van de lokale horeca. Het is een geluidloze, duurzame en emissievrije sport waarbij beoefenaars in nauw contact staan bent met de natuur wat goed aansluit bij de uitgangspunten voor Buiteneiland. Gevraagde aanvullende voorzieningen genoemd door insprekers met de vraag aan de gemeente om deze te realiseren zijn: - Een ‘leuke, low-key, strandtent die het echte surfgevoel brengt’. - Een plek om te douchen en materiaal uit te spoelen. - Parkeerplekken, en ‘plekken met een afdakje’. Ook is door enkele insprekers gevraagd of het mogelijk is om betrokken te zijn bij de ontwikkeling en het ontwerp van een kitesurfspot.
Antwoord: Er is een duidelijke wens vanuit de kitesurfvereniging om een plek aan te wijzen binnen de ontwikkeling van IJburg waar kitesurfen is toegestaan. Vooralsnog is er geen kitesurflocatie voorzien. De gemeente heeft, in het kader van het Programma Waterrecreatie en Ecologie (IJburg en Zeeburgereiland), een extern watersportadviesbureau (Waterrecreatie Advies BV) gevraagd om een analyse uit te voeren naar de watersportbehoefte voor de gebieden IJburg en Zeeburgereiland. De analyse richt zich op de behoefte ten aanzien van diverse watersporten en het benodigde ruimtegebruik. Daarnaast is ook de haalbaarheid van een mogelijke kitesurflocatie op IJburg onderzocht door het watersportadviesbureau. Diverse stakeholders zijn betrokken bij het onderzoek, onder wie de Nederlandse Kitesurf Vereniging (NKV). In het lopende onderzoek is één potentiële kitesurflocatie op IJburg naar voren gekomen, het betreft het gebied ten 27
noordoosten van Buiteneiland. Deze locatie is tot stand gekomen op basis van uitgangspunten en wensen vanuit de gebruiker. Overige definitieve locaties op en rondom IJburg voldoen niet: vanwege de stand van de wind zijn deze locaties ongeschikt. Op deze zoeklocatie, ten noordoosten van Buiteneiland, kan op korte en middellange termijn geen invulling gegeven worden aan de huidige wens om te kunnen kitesurfen. Er moet nog gestart worden met het maken van Buiteneiland waardoor pas in 2040-2045 voldoende land is gemaakt om op deze locatie het kitesurfen te kunnen faciliteren. Bovendien is het om verschillende redenen een complexe locatie: a. Allereerst moeten er verschillende onderzoeken worden gedaan waaruit moet blijken of de locatie daadwerkelijk gebruikt kan worden voor kitesurfen. Denk hierbij aan aanvullend ecologisch onderzoek en nautisch onderzoek. Als uit deze onderzoeken blijkt dat het inderdaad mogelijk is om op de voorgestelde locatie te kitesurfen, dan moet worden onderzocht of en zo ja, welke fysieke ingrepen er op het water nodig zijn en vervolgens of een kitesurfspot landschappelijk kan worden ingepast op Buiteneiland. b. Tegelijkertijd ligt er op dezelfde locatie een andere ruimtelijke reservering, namelijk een zoeklocatie voor windturbines (zoals vastgesteld door de raad op 26 mei). Kitesurfen en windturbines kunnen op dezelfde locatie niet gecombineerd worden.
Daarom zal eerst het traject met betrekking tot de zoeklocaties van de windturbines moeten worden afgerond, voordat onderzoek naar de haalbaarheid van de potentiële kitesurflocatie kan worden opgestart. Omdat de potentiele kitesurflocatie pas rond 2040-2045 beschikbaar zal komen, is er voldoende tijd om te zijner tijd de benodigde onderzoeken op te starten. Op dit moment is dus nog niet bekend of kitesurfen bij Buiteneiland in de toekomst kan plaatsvinden. Inhoudelijk onderzoek zal eerst moeten plaatsvinden voordat er een programma van eisen voor het kitesurfen opgesteld zal worden. De gebiedsontwikkeling Buiteneiland zal nog enige tijd duren en daarom is ervoor gekozen om in de projectnota nog geen programmatische keuzes te maken maar pas in de volgende fase deze keuze te maken, samen met de Amsterdammers. Dat geldt voor alle programmaonderdelen, niet alleen voor het onderdeel kitesurfen. Reden hiervan is de langdurige fasering van het landmaken, wat met zich meebrengt dat onduidelijk is hoe de vraag naar voorzieningen er uit zal zien in 2040 en 2045. In de vervolgfase zal worden onderzocht of het mogelijk is om te kitesurfen op de beoogde zoeklocatie en of kitesurfen ruimtelijk inpasbaar is op Buiteneiland. Op dit moment is dus nog niet bekend of kitesurfen bij Buiteneiland in de toekomst kan plaatsvinden.
Inhoudelijk onderzoek is niet beschikbaar om een programma van eisen voor het kitesurfen op te kunnen stellen. De gebiedsontwikkeling Buiteneiland zal nog enige tijd duren en daarom is ervoor gekozen om in de projectnota nog geen programmatische keuzes te maken maar pas in de volgende fase deze keuze te maken, samen met de Amsterdammers. Dat geldt voor alle programmaonderdelen, niet alleen voor het onderdeel kitesurfen. Reden hiervan is dat onduidelijk is hoe de vraag naar voorzieningen er uit zal zien in 2040 en 2045. In de vervolgfase zal worden onderzocht of kitesurfen mogelijk en ruimtelijk inpasbaar is op de zoeklocatie. Met betrekking tot de vraag of inspreker kan worden betrokken bij de ontwikkeling en het ontwerp: pas indien blijkt dat kitesurfen in het gebied (onderzoekslocatie) mogelijk is, zal vervolgonderzoek gedaan worden of en op welke wijze een kitesurfspot op Buiteneiland kan worden ingepast. Tegen die tijd (dit zal i.v.m. de planning van Buiteneiland dus nog jaren duren) wordt de Nederlandse Kitesurfvereniging wederom om advies gevraagd. Het IJburgstrand op Strandeiland is vanwege de windrichting, omliggende bebouwing en de vele andere vormen van watergebruik en -recreatie niet geschikt als kitesurfsport. Ook op Centrumeiland is hiervoor geen geschikte plek vanwege de vereisten om te kunnen kitesurfen en de beschikbare openbare ruimte.
Vervolgstappen samengevat: 1. Duidelijkheid over de ruimtelijke reservering voor windturbines nabij Buiteneiland en Strandeiland. 2. Onderzoek naar de haalbaarheid van de mogelijkheid om te kitesurfen op het water in het aangegeven zoekgebied (gebied ten noordoosten van Buiteiland). 3. Onderzoek naar haalbaarheid en mogelijkheid voor ruimtelijke inpassing (in het ruimtelijke frame) op Buiteneiland. 4. Na gebleken haalbaarheid (stap 2 en 3) wordt het ontwerp voor een kitesurfspot uitgewerkt, in afstemming met de Nederlandse Kitesurfvereniging.
28
Wijzigingsvoorstel: In het hoofdstuk Programmering onder paragraaf 7.4 Watersport zijn ter verduidelijking voorbeelden van watersporten toegevoegd. De tekst is nu: “Verdere mogelijkheden voor watersport, zoals suppen, (kite)surfen, openwaterzwemmen, roeien, zullen in de volgende fase nader worden verkend met het landschapsplan. Dan worden de programmatische keuzes gemaakt, in overeenstemming met het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland. Bepalen of er op Buiteneiland een kitesurflocatie kan komen, vergt nader onderzoek. Mocht blijken dat dit kan, dan is realisatie pas mogelijk in 2040-2045 vanwege de fasering van het landmaken.”
7.2 Aanlegplekken boten en kajakken Reacties: BE 174, BE 209
Samenvatting reactie(s): Kunnen er twee aanlegplekken voor boten komen op Buiteneiland? Een andere inspreker vraagt aandacht voor aanlegplekjes voor zeilboten en kajakken waar men van de natuur kan genieten. Voorkom daarbij “een zee van sloepen en sportboten”.
Antwoord: Zoals ook in de projectnota opgenomen is het plan om aan de zuidoever van Buiteneiland enkele steigers te realiseren. Nadere detaillering hiervan en het onderzoeken van de verdere mogelijkheden voor watersport zullen in de volgende fase nader worden verkend met het landschapsplan. Dan worden de programmatische keuzes gemaakt in overeenstemming met het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland. De watersportanalyse die nu wordt uitgevoerd in opdracht van het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland dient als input voor het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland (voor meer achtergrond over deze analyse, zie 7.1).
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.3 Plek voor waterskiën, wakeboarden, windsurfen, roeien en oefenduiken Reacties: BE 055, BE 176, BE 183, BE 209
Samenvatting reactie(s): Kan er rond Buiteneiland een plek komen voor wakeboarders en waterskiërs? De aangewezen plek in de kom bij Zeeburgereiland is ongeschikt (te klein, te ondiep en gevaarlijk). Andere insprekers vragen om een plek in te richten voor windsurfen: een opstapstrandje met een afdakje en parkeerplekken. Ook wordt gevraagd om een plek voor roeiwedstrijden en een plek waar duikers oefenduiken kunnen maken.
Antwoord: Op dit moment kunnen wij nog geen concrete plek aanwijzen voor de genoemde watersporten. De mogelijkheden voor watersport zullen in de volgende fase nader worden verkend met het landschapsplan. Dan worden de programmatische keuzes gemaakt in overeenstemming met het Programma Waterrecreatie en ecologie IJburg en Zeeburgereiland (voor meer achtergrond over watersportanalyse, zie 7.1).
Wijzigingsvoorstel: Aan de projectnota is in paragraaf 7.4. toegevoegd dat de verdere mogelijkheden voor watersport in de volgende fase nader worden verkend met het landschapsplan.
29
7.4 Plantaardige voeding door horeca Reacties: BE 174
Samenvatting reactie(s): Kunt u van de horeca eisen dat deze voor minstens 50 procent plantaardige voeding aanbieden, gezien de mondiale klimaatproblematiek?
Antwoord: Nee, een dergelijke ingreep door de gemeente in de bedrijfsvoering is juridisch niet mogelijk. Wel streeft de gemeente er naar om bij gronduitgifte te selecteren op partijen die zo duurzaam mogelijk opereren.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.5 Kunst in de openbare ruimte Reacties: BE 181, BE 186, BE 206
Samenvatting reactie(s): De insprekers hebben een aantal vragen gesteld rondom kunst in de openbare ruimte: “Is in plaats van een museum ook een beeldentuin mogelijk? Zo is natuur en cultuur mooi te combineren.” “Wat is de route om kunstinstallaties te kunnen maken in de openbare ruimte van Buiteneiland?” “Is het mogelijk een speel-, kijk- en contemplatieplek in de vorm van het labyrint van Chartres, in de open lucht te realiseren op Buiteneiland? Dat kan de mogelijkheid geven tot rust en bezinning.”
Antwoord: Zowel een museum als beeldentuin zijn culturele toepassingen die aansluiten bij de uitgangspunten van Buiteneiland, net als een kunstroute en speel-, kijk- en contemplatieplek. In de volgende fasen wordt nader onderzocht wat precies past op het eiland qua ontwerp en waar behoefte aan is vanuit de stad en de Amsterdammers. Dan zal ook meer duidelijk worden over de manier waarop buitenkunst tot stand zal komen.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.6 Symbool voor eco-destructie Reactie: BE 245
Samenvatting reactie(s): De inspreker vraagt om op de westrand van Buiteneiland een sculptuur plaatsen ter herinnering aan de ook vanuit Amsterdam bedreven koloniale eco-destructie. Het voorstel van de inspreker is om dit bijvoorbeeld te doen in de vorm van de uitgestorven vogel de dodo.
Antwoord: De projectnota heeft de ambitie om kunst en cultuur een plek te geven op het eiland. In een latere fase gaan we uitwerken hoe we deze ambitie gaan invullen.. De gemeente is het eens met de inspreker: de westkant van Buiteneiland gaat zich zeker lenen voor kunstwerken.
Wijzigingsvoorstel: Geen
30
7.7 Ontwikkeling draslandflora en -fauna Reactie: BE 245
Samenvatting reactie(s): De inspreker stelt voor om vanaf het begin van de ontwikkeling van Buiteneiland te kiezen voor een breed gedragen, thematische, culturele lijn, in overeenstemming met het karakter van het eiland. Zo zou op Buiteneiland een cultuur- en natuurcentrum kunnen komen dat de ontwikkeling van draslandflora en - fauna laat zien. Aanvullende vraag: “Wilt u ook kunstenaars buiten Nederland de kans geven om hun werk voor een publiek voetlicht te brengen op Buiteneiland?”
Antwoord: In een latere fase van de planontwikkeling volgt hoe het culturele programma precies ingevuld gaat worden. Maar de door de inspreker gemaakte koppeling tussen natuur en cultuur past goed bij de identiteit van Buiteneiland. De gemeente neemt deze suggestie mee.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.8 Hondenuitlaatplekken Reactie: BE 018, BE 070, BE 074, BE 223
Samenvatting reactie(s): Kan er een hondenstrandje komen op Buiteneiland waar honden los kunnen lopen en spelen met andere honden. En waar baasjes en honden samen kunnen zwemmen?
Antwoord: Op Buiteneiland zullen honden welkom zijn. Een nadere uitwerking van het ontwerp voor de openbare ruimte volgt in de inrichtingsplannen in volgende fasen van de gebiedsontwikkeling. Omdat Buiteneiland ook grote natuurwaarde gaat krijgen, ligt het voor de hand om in de nadere uitwerking een zonering aan te brengen waar honden welkom zijn aan de lijn, waar ze los mogen lopen en waar honden (een deel van het jaar) niet mogen komen om kwetsbare natuur te beschermen. Echter, de ambitie is om Buiteneiland in zijn geheel publiek toegankelijk te maken waardoor het op dit moment niet logisch lijkt om een apart hondenstrand op Buiteneiland te reserveren voor honden en hun baasjes.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.9 Woningbouwprogramma Reacties: BE 106, BE 172, BE 227, BE 304, BE 245, BE 302, BE 356, BE 380
Samenvatting reactie(s): Eén van de insprekers vraagt zich af of er ook wordt gedacht aan tiny housing op Buiteneiland. Dit zou volgens de inspreker hier passen omdat deze woonvorm nog niet voorkomt in Amsterdam en geschikt is voor elk inkomen. Een andere inspreker vraagt of het mogelijk is om mee te denken over wonen op zo'n afgelegen plek als Buiteneiland? Welke vorm van wonen dient de uitgangspunten van het eiland het best? Voorop zou moeten staan: wonen ten behoeve van sociale veiligheid. Aanvullend een vraag van een derde inspreker op dit onderwerp: “Wilt u overwegen om in het belang van sociale veiligheid een kleine ecologische wijk op Buiteneiland te programmeren, aangelegd en onderhouden in een lokaal en nationaal samenwerkingsverband? Verder vragen enkele van de insprekers of het woonprogramma ook gekoppeld kan worden aan een sociaal-maatschappelijke invulling, zoals begeleid wonen of ouderenhuisvesting. En, is het mogelijk vrije sector-woningen te verbieden en alle grond in erfpacht uit te geven zodat de grond van Amsterdam blijft? Andere insprekers vinden een woonprogramma onwenselijk: “Waarom wordt gesteld dat het woonprogramma 31
nodig is voor het realiseren van sociale veiligheid, terwijl natuur geen mensen nodig heeft om veilig te zijn? Hoe wordt gegarandeerd dat het eiland niet op termijn wordt volgebouwd (met woningen)?” Tot slot vraagt een inspreker of de gemeente in de projectnota duidelijker kan onderbouwen hoe sociale veiligheid zonder woningbouw te realiseren is.
Antwoord: In de uitgangspuntenbesluit voor Strandeiland (2018) is besloten de bestemde woningen voor Buiteneiland (1.500) toe te voegen aan de woningvoorraad van Strandeiland (was 6.200 en wordt nu 8.000). Maar wonen op Buiteneiland is in niet onmogelijk gemaakt – de projectnota gaat uit van 0 tot maximaal 500 woningen. Een eventueel woonprogramma zal in een volgende fase, als onderdeel van het op te stellen landschapsplan verder worden uitgewerkt. Uit een voorlopige studie blijkt dat een woonprogramma niet per se noodzakelijk is om sociale veiligheid te garanderen. Er zijn ook andere manieren om hieraan te voldoen zoals met een uitgekiend verlichtingsplan of het eiland ’s nachts (verminderd) toegankelijk maken. Hoe deze of andere middelen ingezet kunnen worden om het juiste effect te bereiken moet uit nader onderzoek blijken. Eerder is al gebleken is dat een goed beheer essentieel is voor de leefbaarheid en het succes van een gebied, net als een sociaal veiligheid. Dit laatste stond nog niet zo duidelijk in de projectnota. De tekst is hierop aangepast. Tijdelijke bewoning door wisselende doelgroepen is ook een optie die in het vervolgonderzoek zal worden meegenomen, net als diverse soorten woningen waaronder ook kleinere huizen voor tijdelijke bewoning.
Het stedelijke uitgangspunt van inclusiviteit en 40-40-20 (de formule voor het Amsterdamse woningbeleid: 40% sociale huur, 40% middensegment en 20% vrije sector) geldt ook hier dus mogelijke woningen zullen toegankelijk zijn voor iedereen. Als er een woonprogramma zal worden uitgewerkt voor Buiteneiland, dan zal dit hoe dan ook moeten passen bij de landschappelijke beleving en de ontwerpuitgangspunten van Buiteneiland. Een woonprogramma met enkel vrije sector-woningen sluit niet aan op het uitgangspunt van inclusiviteit en de 40-40-20-regel en is daarmee dus onwaarschijnlijk. Een definitief besluit over woningbouw op Buiteneiland zal binnen tien jaar aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Participatie of consultering van Amsterdammers over de invulling van een mogelijke woonprogramma zou onderdeel kunnen zijn van dit besluit.
Wijzigingsvoorstel: Aan paragraaf 7.1 Uitgangspunten programmering is sociale veiligheid in de titel en de tekst toegevoegd. De toegevoegde tekst onderaan deze paragraaf is: “Voorop staat dat Buiteneiland een sociaal veilig eiland wordt. Daar draagt het programma aan bij. Door een mix van programma toe te voegen aan het eiland, wordt Buiteneiland aantrekkelijk voor veel gebruikers. Goede routing en duidelijke dag- en nachtroutes zorgen voor sociale veiligheid in de openbare ruimte, met name richting de sportvelden die veilig bereikbaar moeten zijn vanaf Strandeiland. De bereikbaarheid via het OV kan daaraan ook bijdragen. Sommige delen van het eiland zullen juist ook gericht zijn op rust en natuurbeleving; hier moet op een andere manier gezorgd worden voor gewenst gebruik. Beheer en toezicht horen hierbij. In het andschapsplan zal nadrukkelijk aandacht komen voor een sociaal veilige programmering en routing. Programmaonderdelen die de sociale veiligheid kunnen versterken zijn openbaar vervoer, een sport- en cultureel programma, een goed verlichtingsplan en (een vorm van) woningbouw.”
7.10 Volkstuinen Reacties: BE 173, BE 245
Samenvatting reactie(s): De insprekers zouden graag ruimte zien op Buiteneiland voor Amsterdammers zonder tuin, tenminste, als daar behoefte aan is. “Zou u willen onderzoeken hoeveel behoefte er is aan volkstuinen voor Amsterdammers die geen tuin hebben? Is hiervoor eventueel plek op Buiteneiland?” Ook voor de bewoners van het al bestaande IJburg wordt om ruimte gevraagd voor extra tuinen: “Wilt u een areaal van 2 hectare reserveren voor nutstuinen ten behoeve van IJburgbewoners?”
Antwoord: Invulling van het voorzieningenprogramma vindt plaatst in een volgende fase van de gebiedsontwikkeling. Wat betreft publieke tuinen ligt de oriëntatie nu op het realiseren van schooltuinen, omdat uit gegevens van Stadsdeel Oost blijkt dat daar concreet behoefte aan is. Voor volkstuinen zal op Buiteneiland het stedelijk beleid worden 32
gevolgd. Dit laatste wordt nu nader onderzocht in het kader van de aanpassing Uitvoeringsstrategie Volkstuinenbeleid. Het uitgangspunt vanuit de Groenvisie is in principe ‘geen nieuwe tuinparken’. Maar vanwege de unieke kwaliteit van Buiteneiland zouden hier wellicht mogelijkheden kunnen zijn om een voorbeeldpark van de 21e eeuw te maken, waarin gemeentelijke ambities zoals rondom openstelling, veelzijdig gebruik, duurzaamheid, voedselketen aan bod kunnen komen; een soort proeftuin voor alle andere volkstuinparken. Mocht hier behoefte aan zijn, dan zou hier nader onderzoek naar kunnen plaatsvinden in een volgende fase. Deze wens moet dan komen uit het gebied zelf; het is geen stedelijk beleid.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.11 Geluids- en lichtoverlast door sport en evenementen Reactie: BE 202, BE 203, BE 242, BE 243, BE 244, BE 250, BE 272, BE 301, BE 302, BE 304, BE 380
Samenvatting reactie(s): De insprekers verwachten overlast door licht en geluid voor omwonenden en dieren. “Wat komt er straks aan evenementen en andere herriemakende activiteiten? Ziet de gemeente Buiteneiland als een locatie waar grootschalige evenementen, festivals en manifestaties kunnen worden gehouden?” Eén van de insprekers stelt dat Buiteneiland is totaal ongeschikt is als evenemententerrein vanwege de nabijheid van woningen en het feit dat geluid over water heel ver draagt. Ook wordt verwacht dat sport overlast gaat geven. “Zou u de sportvelden willen heroverwegen vanwege het daarbij horende geluid- en lichtoverlast? De geplande sportvelden zullen namelijk overlast geven voor mensen (IJburgers). Bovendien zal het de habitat van dieren en de broedvogels op het vogeleiland ernstig verstoren.” Een andere inspreker vraagt of Amsterdam alvast kan vastleggen “dat er vanaf Buiteneiland geen licht of geluidsoverlast mag ontstaan (ook niet door sportvelden) en dat culturele activiteiten alleen mogen indien ze passen bij het rustige en natuurrijke karakter van het gebied, dus geen festivals en versterkte muziek of lichtshows?”
Antwoord: Bij de planontwikkeling voor Buiteneiland is en wordt rekening gehouden met de impact op de omgeving. Uitgangspunt is daarbij dat de potentiele impact op de omgeving leidend is voor de functionele invulling van Buiteneiland. Voor evenementen in de openbare ruimte is het evenementenbeleid van de gemeente Amsterdam van toepassing. Deze kunnen alleen plaatsvinden met een geldig vergunning verstrekt door de gemeente. Evenementen die passen bij het landschappelijke, ecologische karakter van dit deel van Amsterdam kunnen mogelijk worden toegestaan. Via vergunningverlening zal dit steeds worden beoordeeld. Het voorkomen van overlast voor bewoners in de nabije omgeving is onderdeel van de toetsing. Geluids- en lichtoverlast voor dieren wordt getoetst aan de richtlijnen in de Wet Natuurbescherming. Voor geluids- en lichthinder bij buitensport zijn de wettelijke eisen beperkt (geluid) of goed haalbaar (licht). Taak van de gemeente is om ervoor te zorgen sport zo goed mogelijk in te bedden in de omgeving en om de overlast van licht en geluid zoveel als mogelijk te beperken, zoals geformuleerd volgens het bestemmingsplan en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Hier hoort een doordacht ontwerp bij van de velden, het lichtplan, afspraken die aansluiten bij het functioneren en de wensen van de buurt.
Voor Buiteneiland geldt dat de sportvelden worden ingebed in een bosrand, die op een verhoging komt te staan. Met deze inbedding wordt de uitstraling van geluid en licht naar buiten beperkt en geeft tegelijk luwte op het veld. Lichtmasten voor veldverlichting zijn vaak hoog (zo’n 12 meter). Samen met lichtarchitecten zal onderzoek worden gedaan naar de modernste lichttoepassingen om het effect op de omgeving minimaal te maken. Het zoeken naar de juiste vormen van inpassing in de openbare ruimte vindt plaats in de nadere uitwerking.
Wijzigingsvoorstel: Geen
33
7.12 Natuurbegraafplaats Reactie: BE 245
Samenvatting reactie(s): Wilt u de gemaakte intentie bevestigen om een technisch verantwoorde natuurbegraafplaats aan te leggen?
Antwoord: In het vigerende bestemmingplan voor IJburg 2 uit 2009 en in de Structuurvisie 2040 (2011) is inderdaad voorzien in mogelijke ruimte voor een begraafplaats op IJburg 2. In Principenota Buiteneiland (2019) staat beschreven dat de gemeente ‘gaat onderzoeken in hoeverre natuurbegraven te combineren is met natuurbeleving en met bewegen en of de ligging van Buiteneiland en de beperkte bereikbaarheid een probleem is voor deze functie’. Daarom stond dit als optie in de principenota en de concept projectnota. Natuurbegraafplaatsen zijn openbaar toegankelijke groengebieden, vaak bossen, waar het begraven en gedenken ruimtelijk niet overheerst. Gezien de lange aanlegtijd van Buiteneiland neemt de gemeente nu geen beslissing over het programma, en dus ook niet over het faciliteren van een natuurbegraafplaats. Daarom is de paragraaf ‘natuurbegraafplaats’ uit de definitieve projectnota gehaald. In een latere fase van de planontwikkeling volgt de uitwerking van het programma. Dan zal samen met de Amsterdammers worden bepaald of er inderdaad behoefte is aan een natuurbegraafplaats op Buiteneiland, meer dan andere voorzieningen. De beschikbare ruimte op het eiland is hierin medebepalend. Niet alle programmatische wensen zijn realiseerbaar; keuzes zullen moeten worden gemaakt.
Wijzigingsvoorstel: Paragraaf 6.2 Natuurbegraafplaats is uit de projectnota gehaald.
7.13 Programma gericht op natuur Reactie: BE 344
Samenvatting reactie(s): Kan Buiteneiland een gebied worden waar bewoners, passanten of recreanten rustig kunnen genieten van de natuur en de omgeving? Daar hoort volgens de inspreker een mix van functies bij die ook in de toekomst met respect voor de natuur flexibel ingezet kunnen worden.
Antwoord: De uitgangspunten en het ontwerp voor Buiteneiland streven dit na. De inzet zal zijn om dit te bewerkstelligen en deze ambitie te realiseren. De vraag van de inspreker valt dus samen met de insteek van de projectnota.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.14 Sportvelden Reactie: BE 209, BE 380
Samenvatting reactie(s): Er is een tekort aan sportvelden op IJburg. Kunnen er meer sportvelden komen? Een andere inspreker ziet de sportvelden liever geconcentreerd in het Diemerpark.
Antwoord: De projectgebieden Buiteneiland, Centrumeiland en Strandeiland (IJburg 2) zijn complementair als het gaat om de aanleg van de benodigde vierkante meters sport volgens de sportnorm en conform aan de Amsterdamse 34
referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Op Strandeiland en Buiteneiland komen dus de benodigde sportvelden voor Centrumeiland, Strandeiland en Buiteneiland. In het vaststellen van de sportnorm voor IJburg 2 is de ruimste sportnorm gehanteerd. Om de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten is er gekozen voor een sportprogramma dat past bij de karakteristieken van beide eilanden: - Intensieve sportterreinen om de hoek, in de vorm van 3 centraal gelegen compacte stedelijke sportparken op Strandeiland (3 ha). - Een meer extensief ingericht sportterrein op Buiteneiland (5,5 ha). Het accent ligt voor Buiteneiland op een landschappelijke, groene inpassing en een openbaar toegankelijk sportpark. Bij de ontwikkeling van Strandeiland zal ervoor worden gezorgd dat er altijd voldoende (tijdelijke) sportvelden aanwezig zijn. Mocht de ontwikkeling van Buiteneiland vertragen, dan blijven de tijdelijke sportvelden langer op Strandeiland. Zo zal in elke fase van de gebiedsontwikkeling steeds worden voldaan aan de gestelde sportnorm voor IJburg 2. Uitgangspunt in de gebiedsontwikkeling van Amsterdam is dat elk project binnen de projectgrenzen de voorzieningen inpast die horen bij het aantal woningen dat gebouwd wordt. Voor bestaande tekorten in sportvoorzieningen in de omgeving biedt Buiteneiland geen oplossing.
De oplossing voor dergelijke tekorten wordt gezocht bij intensiverings- en uitbreidingsmogelijkheden in de directe omgeving. De reden hiervoor is enerzijds dat de gemeente Amsterdam sport om de hoek wil aanbieden; mensen moeten in hun eigen woonomgeving kunnen sporten. Anderzijds is het ruimtelijk noch financieel haalbaar voor projecten om méér voorzieningen te realiseren dan horen bij de woningopgave in het projectgebied. De resterende sportbehoefte van de bewoners van IJburg 1 wordt opgelost op het bestaande sportpark in het Diemerpark.
Wijzigingsvoorstel: De tekst in paragraaf 7.3 Sport en bewegen van de projectnota is uitgebreid met de context uit bovenstaand antwoord.
7.15 Skatepool Reactie: BE 390
Samenvatting reactie(s): Kan er een skatepool komen op het stadstrand?
Antwoord: Het stadsstrand bevindt zich op Strandeiland (en niet op Buiteneiland). In de ontwerpplannen voor het tijdelijke strand op Strandeiland is ruimte gereserveerd voor een skateplek. Nader onderzoek in een volgende ontwikkelingsfase en in de participatie zal uitwijzen of het wenselijk dat deze skateplek een definitieve plek kan krijgen op het strand.
Wijzigingsvoorstel: Geen
7.16 Wellness met uitzicht op de natuur Reactie: BE 209