Bijlage 3. Eindrapportage actieonderzoek Amsterdamse Familie School 2021-2023
Tekst van het document
Vanwege ruimtetekort is het echter nog niet op alle scholen gelukt om dit ook (structureel) te realiseren, maar alle deelnemende scholen hebben in elk geval wel de intentie om dit verder (door) te ontwikkelen. Het openstellen van een ouderkamer wordt door de scholen gezien als belangrijke stap om ouders verder aan school te kunnen verbinden. Ook dit leidt tot onderlinge verbondenheid en vertrouwen, wat in het kader van onder meer de armoede-aanpak belangrijk is. Hier kunnen ouders elkaar dan ontmoeten en deelnemen aan verschillende activiteiten. Tegelijkertijd wordt door sommige schoolmedewerkers opgemerkt dat het wel van belang is om heldere afspraken met de ouders te maken over het gebruik van de ouderkamer en deze duidelijk te communiceren. Als dit niet gebeurt ontstaat het risico dat de school als een soort buurthuis gebruikt wordt waar ouders in- en uitlopen en zich overal mee (willen) bemoeien, wat de school weer extra werk kan opleveren. Eén school heeft hier ervaring mee en schoolmedewerkers geven aan dat het belangrijk is om als school een vinger aan de pols te houden: eerst waren er geen heldere afspraken en kregen de ouders veel vrijheid om zelf dingen te organiseren, maar dit bleek niet
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
21
goed te werken. Zo werden bijvoorbeeld niet alle (groepen) ouders goed betrokken, was er niet altijd voldoende aandacht voor de informatieve voorlichting, maar werd er vooral gepraat en paste het door ouders ingekochte ontbijt voor ouders om gezamenlijk in de ouderkamer te nuttigen niet altijd binnen de kaders van gezonde voeding die de school wil uitdragen. Het is belangrijk dat er wel enige kaders zijn. Ook is het van belang dat de school betrokken blijft bij wat zich afspeelt in de ouderkamer, om ervoor te zorgen dat alle ouders welkom zijn (niet alleen bepaalde ‘groepjes ouders’), de lijn met school behouden blijft en om signalen op te kunnen vangen. Sowieso is het voor de school belangrijk om goed te kijken naar het bereiken van een diverse groep ouders; bij de scholen die we hebben gevolgd gaat het vooralsnog met name om moeders en zie je ook vaak nog dat culturele groepen elkaar opzoeken. Het expliciet uitnodigen van vaders en aandacht hebben voor diversiteit van culturen kan wellicht helpen om een bredere afspiegeling van ouders te bereiken. Ouderraad Ook het organiseren van een ouderraad wordt gezien als manier om de ouderbetrokkenheid te vergroten. Ouders kunnen vanuit deze positie meedenken met de schoolleiding en de achterban van andere ouders raadplegen.
Een van de medewerkers van de scholen geeft wel aan dat het een uitdaging blijft om voldoende ‘representatieve’ ouders te vinden voor de ouderraad en ook een van de ouderraden zelf benoemde dat zij er veel aan moeten trekken om voldoende ouders te bereiken. De meerwaarde van de ouderraad wordt wel benoemd: die kan contact onderhouden met de klassenouders van alle groepen om te zien wat daar leeft en leden van de raad blijven regelmatig op het schoolplein hangen om even na te praten met ouders en ze vangen op die manier signalen op. Ouders uitnodigen om zich in te zetten voor reguliere activiteiten binnen de school. Alle drie de scholen proberen ouders naast bovenstaande mogelijkheden ook bij de school te betrekken door ze te vragen mee te helpen aan reguliere activiteiten binnen de school. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld het smeren van broodjes of het snijden van fruit voor de leerlingen, het helpen in de bibliotheek of als voorleesouder of bijvoorbeeld door te assisteren bij specifieke activiteiten. Ook worden ouders soms ingezet als tolk. Zo heeft op een school bijvoorbeeld een voorheen wat geïsoleerde ouder (mede) het kerstdiner georganiseerd, met een enorme opkomst als gevolg. Ouders namen daarbij zelf het eten mee. Actieve ouders kunnen ook een positief effect hebben op elkaar: sommige moeders werven ook weer andere om iets te doen bij de school.
Het inzetten van ouders als tolk (zie plan van aanpak) gebeurt ook weleens, bijvoorbeeld door onderling koppelingen maken; dit kan positief werken wanneer ouders de school om hulp vragen bij bepaalde (financiële) problemen, maar er sprake is van een taalbarrière. Een van de scholen benoemt dat het geven van verantwoordelijkheden aan ouders helpt om de afstand tussen school en ouders te verkleinen en het vertrouwen verder op te bouwen. Ouders reageren hier volgens de schoolleiding in de regel ook heel positief op. Ouderperspectief op het werken aan ouderbetrokkenheid Ook in de gesprekken met ouders is het onderwerp ouderbetrokkenheid uitgebreid aan bod gekomen. Velen van hen zijn zelf ook actief betrokken ouders, bijvoorbeeld omdat zij deel uitmaken van de ouderraad, broodjes smeren op school of andere activiteiten organiseren. Deze ouders zijn over het algemeen blij met het aanbod voor ouders op school en de ruimte die er op school is voor eigen inbreng. De schoolfeesten en activiteiten rondom de feestdagen worden door veel ouders gewaardeerd, zeker ook omdat er aandacht en ruimte is voor de verschillende culturen. Wel geven ouders aan dat er veelal een vaste groep ouders is die zich inzet op school en die gebruikmaakt van aanbod, de ‘usual suspects’. Zij zijn vaak aanwezig op school en merken op dat een ander groot deel van de ouders minder betrokken is.
Dat heeft volgens de ouders de volgende redenen:
22
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
• • • • • •
Niet iedereen leest de ouderapp met de aangekondigde activiteiten Niet iedereen is de taal voldoende machtig Niet iedereen heeft evenveel interesse of behoefte om bij te dragen aan activiteiten van de school of voelt zich voldoende betrokken bij de school Het aanbod sluit niet voldoende aan bij de interesse van ouders of ouders voelen zich niet aangesproken Niet iedereen heeft tijd om deel te nemen aan de activiteiten (geldt bijvoorbeeld voor alleenstaande of werkende ouders) Sommige ouders zijn meer gericht op activiteiten die er binnen de eigen gemeenschap/cultuur worden georganiseerd.
Een van de ouders zegt hierover: ’Er zijn ook ouders die wel willen helpen, maar die gewoon niet de tijd ervoor hebben. En wanneer ze de tijd ervoor hebben, dan spreek ik ook voor mijzelf, als ik een dagje de tijd heb, dan breng ik even de kinderen, en dan ga ik liever naar huis om gewoon even te slapen en bij te tanken, omdat ik al vier dagen in de week heb gewerkt. Dan denk ik van; ik wil wel broodjes smeren, ik wil wel helpen, echt waar, maar ik wil ook gewoon even kunnen rusten, want ik weet; het weekend staat weer voor de deur, dan moet ik weer met de kinderen bezig zijn.’ Een andere ouder stelt: ‘Maar goed, ik was wel aanwezig bij die bijeenkomsten, zoals nu, en dan denk ik; hè? De school zit vol met moeders en ik vind best wel dat er altijd weinig moeders komen, voor een school met misschien 300 kinderen of zo, of meer. En er komen wel altijd maar tussen de tien en twintig mensen.’ De ouders geven aan dat het wel kan helpen als ouders persoonlijk benaderd worden om ergens aan deel te nemen of bij te dragen. Dat werkt veel beter dan een bericht in de ouderapp; dan komen ouders vaak niet. Bovendien kunnen niet alle ouders lezen.
Het probleem is echter dat op sommige scholen volgens ouders het spontane contact tussen de leerkracht en ouders maar beperkt is; ouders komen of mogen de klas vaak niet in en veel communicatie naar ouders vindt plaats via de ouderapp en op gezette afspraken, en dus niet zomaar meer tijdens het halen of brengen. Volgens aanwezige ouders kan dit de drempel voor ouders verhogen om zich actief in te zetten; zij vinden digitaal contact afstandelijk en geven aan dat het spontane ‘live’ contact belangrijk is in het benaderen van ouders om iets bij te dragen. Zij benoemen dat het goed werkt als medewerkers van school dit doen, maar geven ook aan dat deze taak ook kan worden vervuld door andere actieve ouders, zeker als zij de taalbarrière kunnen overbruggen. Zo noemt een moeder dat sommige ouders als hun in hun eigen taal gevraagd wordt om te komen of ergens aan bij te dragen veel sneller geneigd zijn om ook daadwerkelijk te komen. Op een van de scholen worden de actief betrokken ouders regelmatig door de directeur in de watten gelegd, bijvoorbeeld door een georganiseerde lunch of high tea. Dat wordt door deze ouders erg gewaardeerd. Ook spreken enkele ouders op een van de scholen de behoefte uit om eens alleen met andere ouders een uitje te hebben.
Een van de ouders geeft een voorbeeld van hoe dat op een andere school ging: ‘Ik heb ook gehoord van een moeder op een andere school […], die vrij nam, want die ging kennismaken met de andere ouders. De school had een uitje, speciaal voor de ouders. En ik zei: “Oh, mijn god! Welke school is dat? Dat klinkt zó leuk!” Zei ze: “Ja, dan gaan we kennismaken met de ouders, verschillende groepen hebben verschillende uitjes.” Het kost waarschijnlijk heel veel geld, maar het kan ook een koffie-thee ochtend of zo zijn, hoor.’ Een laatste idee dat door ouders geopperd wordt is dat de school echt actief ophaalt wat ouders zelf zouden willen, los van de plannen van de school, en vervolgens de ouders ondersteunt bij het organiseren daarvan.
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
23
3.4.3. Bevorderen van kennis en vaardigheden van ouders Ouders die in armoede leven, participeren over het algemeen minder in de samenleving. Uit het isolement komen en participeren in activiteiten op school, in cursussen of opleiding of (vrijwilligers-)werk dragen bij aan de gezondheid, het sociale netwerk en zelfbeeld van ouders. Ouders die bezig zijn met leren en werken, brengen een cultuur van leren in het gezin en zijn goede rolmodellen voor hun kinderen. Activering van ouders om zich te ontwikkelen, is daarom ook investeren in kinderen (Lusse en Kassenburg, 2020). Alle drie de scholen hebben zichzelf ook als doel gesteld om in hun armoede-aanpak de (financiële) kennis en vaardigheden van ouders te vergroten om op die manier indirect te kunnen bijdragen aan de kansengelijkheid van leerlingen. De scholen namen zich bijvoorbeeld allemaal voor om aanbod voor ouders te creëren op het vlak van financiële opvoeding en sollicitatievaardigheden of door het organiseren van thema-avonden of ochtenden rondom armoedevoorzieningen. Op alle drie de scholen werden er voorafgaand aan het actieonderzoek nog weinig van dit type activiteiten aangeboden. In de periode van de monitoring werden ze vaak in combinatie met ouderbetrokkenheidactiviteiten aangeboden om ouders ertoe te verleiden te participeren.
Schoolperspectief op bevorderen van kennis en vaardigheden bij ouders Opvallend is dat het uiteindelijk gerealiseerde aanbod op het moment van monitoring per school erg verschilt; de ene school biedt diverse cursussen van meerdere bijeenkomsten voor ouders aan, de andere vooral éénmalige ouderbijeenkomsten en weer een andere school heeft op dit onderdeel nog minder kunnen inzetten. Doorgaans worden de cursussen op school gegeven door samenwerkingspartners in de wijk en zijn ze gratis voor ouders. Vaak moeten ouders zich wel inschrijven. Voorbeelden van langere cursussen die er op/via de scholen gegeven worden: • Cursus rondom taal en ouderbetrokkenheid • Cursus rondom opvoeding van kinderen • Cursus rondom sollicitatievaardigheden of loopbaanbegeleiding • Cursus over weerbaarheid van (migranten-)ouders Overigens geldt voor drie van de vier cursussen dat deze meer indirect bijdragen aan de (gevolgen van) de financiële situatie binnen het gezin. Dat komt ook omdat er in eerste instantie gezocht wordt naar aanbod dat goed aansluit bij ouders en waar behoefte aan is. De school die bovenstaande cursussen met name aanbiedt geeft aan dat het over het algemeen goed loopt en dat er voldoende interesse voor is, waardoor de cursussen regelmatig met een nieuwe lichting starten. Een andere school noemt echter ook knelpunten bij het organiseren van cursussen via school.
Zo bleken sommige ouders bepaalde cursussen niet in een groep te willen volgen en bij een cursus rondom digitale vaardigheden was de match tussen de trainer en de ouders niet goed, waardoor deze is gestopt. Op twee scholen worden ook regelmatig korte voorlichtingsmomenten of informatieavonden georganiseerd. Soms gebeurt dat in combinatie met het ontbijt of de koffie-ochtend, zoals hierboven besproken. Soms gaat de informatie over algemene opvoedingsthema’s, zoals socialmediagebruik, jeugdcriminaliteit of gezonde voeding, maar soms zijn deze ook bewust specifiek op de financiële situatie van ouders gericht. Voorbeelden van dergelijke bijeenkomsten zijn: • Informatiebijeenkomsten over stedelijke armoedevoorzieningen/de stadspas/Pak je Kans • Informatiebijeenkomst over energiearmoede (door een energiecoach) • Informatie over financieel opvoeden • Supermarktsafari; wandeling door de supermarkt met ouders om goedkope en gezonde producten te ontdekken
24
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
Bij deze activiteiten gericht op armoede/financiële vraagstukken valt op dat deze vaker incidenteel en eenmalig zijn dan de cursussen die worden aangeboden over bijvoorbeeld opvoeding. Ook worden deze voorlichtingsbijeenkomsten nog niet op elke school regelmatig herhaald; als je als ouder dus niet aanwezig kan zijn is er niet zomaar een alternatief beschikbaar. Dergelijke activiteiten zijn dus (nog) niet structureel ingebed in de scholen. Het bereik van dit soort activiteiten gericht op het vergroten van kennis en vaardigheden is, in vergelijking met de algemene activiteiten in het kader van ouderbetrokkenheid, (nog) niet altijd enorm groot. Dit blijft een aandachtspunt. Een aantal genoemde redenen hiervoor zijn dat ouders de berichten hierover niet goed (kunnen) lezen, geen tijd of geen zin hebben, zich schamen of moeilijk van huis kunnen vanwege de zorg voor andere kinderen. Het moment waarop dergelijke activiteiten georganiseerd worden is ook bepalend: soms is in de ochtend met koffie beter, andere keren juist in de avond. Volgens een van de medewerkers van scholen kan het ook liggen aan het idee dat werkende ouders al snel het idee hebben dat ze nergens recht op hebben: ‘De mensen die een stadspas hebben of een uitkering, die zitten goed. Maar de mensen die net boven die 130 procent zitten, daar moet de gemeente wat aan gaan doen.
Het is niet zichtbaar, vind ik, dat ouders een stadspas kunnen aanvragen als je werkt. Dat wist ik ook niet, tot een bepaald inkomen heb je recht op een stadspas. […] Ouders weten dat niet.’ De schoolmedewerkers zien de duidelijke meerwaarde van dergelijke bijeenkomsten. Buiten dat ze via die weg ouders van specifieke informatie kunnen voorzien, bieden ze ook een mogelijkheid om ‘reclame te maken’ voor bijvoorbeeld het familieservicepunt. Bij de school waar er (nog) relatief weinig cursussen en informatiebijeenkomsten voor ouders gericht op armoede/financiën worden georganiseerd is dat o.a. te wijten aan de afwezigheid van de budgetconsulent op school; deze school zou hiermee aan de slag gaan maar de consulent was een groot deel van het schooljaar uitgevallen; hierdoor is dit niet van de grond gekomen. Een belangrijke les hierbij is dat dergelijke activiteiten geagendeerd en belegd moeten worden binnen de school, zodat ze ook doorgang kunnen vinden als er een medewerker (onverwacht) uitvalt. Ouderperspectief op bevorderen van kennis en vaardigheden van ouders Net zoals bij de algemene activiteiten in het kader van ouderbetrokkenheid wordt er door veel ouders benoemd dat er een aanbod is op school om de financiële kennis en vaardigheden te verhogen, maar dat het lastig blijft voldoende mensen te werven om hieraan deel te nemen.
Veel van deze activiteiten worden slechts door een kleine groep ouders bezocht. Uitzonderingen daarop zijn de langdurige cursussen, bijvoorbeeld rondom opvoeding of taalontwikkeling, maar dat gaat vaak maar om een beperkt aantal beschikbare plaatsen en ook is daar indirect een link met armoede/schulden. De interesse voor meer incidentele, informerende bijeenkomsten rondom het thema armoede of financiële problemen is beperkt, zo geven zij aan. De berichtgeving vanuit school, vaak via de ouderapp gecommuniceerd, wordt volgens de ouders in de groepsgesprekken lang niet door iedereen goed gelezen. Een persoonlijke benadering is volgens hen nodig om een breder publiek te bereiken. Opvallend is dat sommige ouders ook opmerken dat juist de ouders waarvan zij denken dat zij de informatie rondom bijvoorbeeld armoedevoorzieningen nodig kunnen hebben, niet altijd aanwezig lijken te zijn op dergelijke bijeenkomsten. Mogelijk is de frequentie van de bijeenkomsten daarvoor ook te laag, waardoor mensen de kans missen als ze een keer niet kunnen. Daarbij geeft een aantal ouders aan dat zij zelf denken dat het geen zin heeft om naar dit soort bijeenkomsten te gaan omdat ze nergens recht op hebben, bijvoorbeeld omdat ze geen stadspas hebben. Zij denken dan automatisch dat het hun niets oplevert. Ouder: ‘Ja. Je hebt geen recht op de stadspas en de vergoedingen, dat soort dingen.
Ik kan wel gaan aankloppen, maar ik weet al dat ik het niet krijg.’ Ouders geven aan dat het een probleem is als je als ouder geen stadspas hebt, zij hebben het gevoel dan tussen wal en schip te vallen, omdat veel
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
25
regelingen, zoals bijvoorbeeld de ouderbijdrage voor school of kosten voor schoolreisjes op basis van de stadspas worden toegekend. =. Zo zegt een ouder: ‘Mensen met een bijstandsuitkering hebben heel veel voordelen en voor werkende armen is er helemaal niks.’ Ouders ervaren dit als een groot probleem en denken dat hier niets aan te doen is. 3.4.4 Binnen de school hulp bieden bij financiën Alle drie de scholen hebben zich als nadrukkelijk doel gesteld om ouders binnen de school te kunnen ondersteunen met (financiële) vragen. Daarom is op twee scholen een ‘familieservicepunt’ ingesteld. Dit is een inlooppunt waarbij een budgetcoach van het buurtteam, soms in combinatie met een Ouder-Kind-adviseur, op bepaalde vaste tijden/dagen aanwezig is; vaak gaat het om een dagdeel per week. Deze externe medewerkers staan in nauw contact met het schoolbestuur en kunnen ouders snel en laagdrempelig helpen en zo nodig doorverwijzen naar andere instanties. Op een van de scholen was een dergelijk punt al aanwezig; met hulp van het actieonderzoek is dat hier geïntensiveerd.
Schoolperspectief op binnen de school hulp bieden bij financiën Familieservicepunt: toeleiding Het idee van het familieservicepunt binnen de school is dat ouders binnen een vertrouwde setting (de school) ondersteuning kunnen zoeken voor hun vragen én dat ouders binnen de school makkelijk doorgeleid kunnen worden naar het familieservicepunt als medewerkers van de school het idee krijgen dat ouders wat extra ondersteuning zouden kunnen gebruiken. De aanwezigheid van de buurtteammedewerker wordt vaak gecommuniceerd via de ouderapp. Daarnaast hebben de buurtteammedewerkers flyers gemaakt die verspreid worden (fysiek en online). Een van de scholen heeft het familieservicepunt ook feestelijk geopend om hier extra bekendheid aan te geven. Ook helpt het als de buurtteammedewerker af en toe voor de deur staat en een bekend gezicht wordt voor ouders. Ten slotte kunnen ouders elkaar ook attenderen op de aanwezigheid van het familieservicepunt, zodat er een sneeuwbaleffect ontstaat. Het verschilt nog per school hoe druk het familieservicepunt wordt bezocht. Op de scholen waar het familieservicepunt nog relatief kortgeleden is opgestart is de ervaring dat er nu nog logischerwijs weinig ouders zijn die zichzelf aanmelden of inlopen.
Over het algemeen komen mensen vooral via via binnen, bijvoorbeeld na het bezoeken van een koffie-ochtend of een voorlichtingsbijeenkomst waar ze op het familieservicepunt gewezen zijn of via een doorverwijzing binnen de school. Dit heeft ook tijd nodig. Op de school waar het inloopspreekuur al eerder was opgestart is te zien dat het spreekuur goed wordt bezocht en ouders ook zelf binnenlopen. De ouders vertrouwen de buurtteammedewerker en zien haar als onderdeel van de school, soms nemen ze bijvoorbeeld ook hun buurvrouw mee. De directeur van de school geeft aan: ‘Vijf jaar geleden was het eerder andersom: dan schaamden ze zich meer als ze naar school moesten, maar nu is dat niet meer zo: iedereen komt gewoon. Ze vinden het niet meer erg om op mijn kantoor [nb: waar af en toe het spreekuur kon plaatsvinden] te zitten. Ze zijn vrij open. Dat is wel echt bijzonder. Het maakt ze niet zoveel meer uit.’ Op een aantal scholen speelt het vermoeden dat er nog veel ouders zijn die wel hulp kunnen gebruiken maar nu nog niet komen. Het wordt als helpend ervaren als de buurtteammedewerker of de okt-adviseur ’s ochtends op het schoolplein staat om de ouders te begroeten en een praatje aan te knopen, zodat deze medewerkers echt bekende gezichten op school worden en er onderling vertrouwen is.
Ook is het fijn als het docerend personeel en de buurtteammedewerker of okt-adviseur elkaar kennen zodat er laagdrempelig doorverwezen kan worden. Op sommige scholen gaat dat al goed, op andere kan dit nog beter.
26
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
Familieservicepunt: organisatie Per school verschilt het waar (niet altijd in het familieservicepunt zelf) en wanneer de spreekuren plaatsvinden. Ook verschilt het door wie het familieservicepunt bezet wordt: niet op elke school is op hetzelfde moment een combinatie van een buurtteammedewerker en een okt-medewerker aanwezig, dus soms nemen deze taken van elkaar over. In de periode van monitoring was er relatief veel uitval onder de buurtteam-medewerkers op de scholen, wat de zaak extra bemoeilijkt. Het spreekuur kan dan immers soms tijdelijk niet doorgaan, waardoor de bekendheid van het familieservicepunt onder ouders afneemt en bovendien moet de nieuwe medewerker het vertrouwen van ouders weer opnieuw opbouwen; het vertrouwen dat er is opgebouwd is persoonsgebonden en kan ook snel weer wegvallen. Het kan hierbij wel helpen als de buurtteammedewerker en okt’er tijdelijk elkaars werk opvangen. Zo geeft een okt-medewerker aan: ‘Ik merkte dat op het moment dat je aangeeft: daarvoor moet je naar het buurtteam, dan komen ouders daar niet aan. Daarom heb ik het zelf opgepakt en dat is goed gekomen. Ouders benaderen me soms nog steeds.’ De buurtteam- en okt-medewerkers zijn doorgaans één of twee dagen aanwezig op school voor het beantwoorden van vragen van ouders. De ervaringen van de scholen met het familieservicepunt zijn goed, zolang ‘alles loopt zoals het moet lopen’.
Idealiter is er een combinatie van een okt-medewerker en een buurtteammedewerker die beiden op dezelfde dagen op school aanwezig zijn, zodat ouders hen makkelijk weten te vinden en de medewerkers ook met elkaar kunnen uitwisselen; vaak lijkt er namelijk sprake te zijn van een vraag-achter-de-vraag: ouders komen in eerste instantie met een relatief eenvoudige vraag aan, maar er blijkt dan meer aan de hand. Dan is het fijn om samen af te kunnen stemmen. Het helpt als zowel de okt’er als de buurtteammedewerker voor het docerend en ondersteunend personeel goed vindbaar en bereikbaar is binnen de school en bijvoorbeeld ook aanwezig is bij teamdagen. Dit is echter niet altijd haalbaar; veel buurtteammedewerkers en okt’ers werken voor verschillende scholen op verschillende dagen en krijgen een afgebakend aantal uren per school waardoor het soms lastig is de agenda’s onderling op elkaar af te stemmen en tijd vrij te maken voor het bijwonen van bepaalde overleggen of activiteiten. Ouders helpen via het familieservicepunt kan, afhankelijk van de vraag waar ouders mee komen, best wat tijd in beslag nemen; doordat buurtteammedewerkers maar een beperkt aantal uren per week op de scholen aanwezig zijn kost het soms een aantal weken (want meerdere gesprekken) voor een ouder geholpen is.
Ook het overwinnen van een taalbarrière en het opbouwen van voldoende vertrouwen om de vraag achter de vraag te achterhalen kost extra tijd. Familieservicepunt: welke vragen? De meeste vragen bij het familieservicepunt gaan over het aanvragen van bepaalde voorzieningen, zoals de scholierenvergoeding, sporten via het Jeugdsportfonds, een stadspas, bijzondere bijstand of bijvoorbeeld kwijtschelding van bepaalde belastingen. Vaak ondersteunt de buurtteammedewerker dan bij het invullen van formulieren, bellen met instanties of digitale aanvragen. Soms betreft het complexere hulpvragen. Zo is een buurtteammedewerker van één school mee geweest met een moeder naar hulpinstanties in de buurt, omdat zij alleen die stap niet durfde te zetten. Vragen over bijvoorbeeld schuldhulpverlening worden op het moment van de monitoring nog relatief weinig gesteld, merken de buurtteammedewerkers op. De buurtteammedewerkers vertellen dat er veel sprake is van angst voor gemeentelijke instanties. Daardoor kan het soms gebeuren dat mensen niet naar het buurtteam op school durven te komen; zij hanteren immers dezelfde logo’s als die van de gemeente Amsterdam. Buurtteammedewerker: ‘Dat heb ik al als ik flyers uitdeel met kruisjes van de gemeente, dan doen ze weer een stap terug […] Dat rood met wit met kruisjes, dat zorgt toch voor die angst.
Er zijn heel veel mensen die angst zaaien ook.’ Een okt’er die betrokken is bij het familieservicepunt benoemt: ‘Ik heb precies hetzelfde. Want ik ben dan de jeugdbescherming “die de kinderen weg komt halen”.’ Als er al schulden geconstateerd worden door een buurtteammedewerker op school, dan is de drempel om dit pro-
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
27
bleem verder op te pakken bij ouders nog hoog; zij willen vaak niet verder doorverwezen worden. Wel is er een begin gelegd om hierover in gesprek te gaan. De buurtteam-medewerkers proberen ouders waar dit aan de orde is zo goed als mogelijk zelf te helpen. In het geval dat een buurtteammedewerker (tijdelijk) afwezig is worden deze zaken soms ook opgepakt door een okt‘er. Zo zegt een van hen: ‘Ik vraag ouders soms: willen jullie dat ik het doe? Ik kan ook verwijzen naar het buurtteam (externe locatie)? Maar dat willen ze niet. Ik weet dat ze dan ook niet gaan. Ik wil ze niet kwijtraken en niet kwetsen.’ De school waar het familieservicepunt al langer bestaat ziet wel dat sommige ouders in de loop der tijd simpele vaardigheden als voorzieningen aanvragen inmiddels geleerd hebben, of soms worden ze automatisch toegekend. Ze winnen het vertrouwen en komen vervolgens met complexere vragen weer terug, zoals hoe om te gaan met schulden. Verschil inloopspreekuur Familie School en familiepakketschool Vanuit de zogenaamde ‘familiepakket’-middelen van de gemeente Amsterdam is het ook voor niet-Familie Scholen mogelijk een buurtteammedewerker voor een aantal uren per week in te zetten. Deze scholen zijn niet onderzocht binnen dit onderzoek, maar sommige buurtteammedewerkers die we hebben gesproken draaien ook mee op scholen die geen Familie School zijn.
Als hun gevraagd wordt of zij verschillen zien, geven ze wel aan dat ze het gevoel hebben dat op de Familie Scholen het spreekuur beter is ingebed in de school. Zowel qua signalering als qua contact met het team. Zo zegt een buurtteammedewerker: ‘Er is minder laagdrempeligheid, het gevoel tussen collega’s is daar misschien minder. Ook qua signalering, dat ze het niet opmerken. Ik krijg die signalen dan niet, ik kan wel blijven flyeren.’ Een ander geeft aan: ‘Er wordt samengewerkt en dat voel je. Maar op de andere scholen voel ik me er helemaal alleen voorstaan en moet ik het zelf uitzoeken, moet ik mensen gaan mailen en de juffen gaan benaderen […] op de Familie School gaat het veel beter.’ Profiel buurtteammedewerker familieservicepunt Uit alle gesprekken die we hebben gevoerd blijkt dat het belangrijk is dat de buurtteammedewerkers op school aan een bepaald profiel voldoen. Het liefst werken ze outreachend (ze gaan eropaf), zijn ze goed zichtbaar, stralen ze vertrouwen uit, hebben ze kennis van de sociale kaart (bijvoorbeeld als ouders vaardigheden willen ontwikkelen of bepaalde hulp zoeken die zij zelf niet kunnen bieden), zijn ze vindingrijk en flexibel. Ook moeten ze fouten durven maken.
Maar de praktijk is weerbarstig; veelal zijn buurtteammedewerkers zelf ook ouders waardoor ze ‘s ochtends hun eigen kinderen naar school moeten brengen en niet altijd in de ochtend op school aanwezig kunnen zijn en de flexibiliteit maar beperkt is. Bovendien is het voor buurtteam en okt-medewerkers soms ook schipperen tussen wat ouders nodig hebben en wat er vanuit de werkgever (het buurtteam) wordt verwacht. Een van de medewerkers van de scholen benoemt het als volgt: ‘Hoe kan ik deze ouders helpen en wat is voor hen helpend?’ Maar deze hulp is wellicht niet altijd passend bij de taakomschrijving die er voor de buurtteammedewerker ligt. Kun je bijvoorbeeld met een ouder meegaan om hulp te vragen bij een andere organisatie? Is er ruimte om mee te draaien bij andere activiteiten op school? Dat is voor buurtteammedewerkers soms zoeken, want het liefst stel je zowel ouders als de werkgever tevreden. Volgens een familieservicepuntmedewerker is het belangrijk om experimenteerruimte te hebben: ‘Het is ook experimenteren. Je moet doen waar de mensen behoefte aan hebben. Dus je hebt iemand nodig die het leuk vindt maar daar ook in gefaciliteerd wordt.
Je kunt niet alles in aparte hokjes doen.’ Juist ook met het oog op de angst die sommige ouders hebben voor (gemeentelijke) instanties lijkt het belangrijk om als buurtteammedewerker te werken aan het vertrouwen en mensen niet te snel weer door te verwijzen als ze hier nog niet klaar voor zijn.
28
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
Doorontwikkeling familieservicepunt Sommige scholen willen de komende jaren het familieservicepunt uitbreiden om zo niet alleen ouders die verbonden zijn aan de school, maar ook hulpvragers in de wijk te kunnen bedienen. Eén school is bijvoorbeeld bezig met spelochtenden waar ook ouders uit de wijk naartoe komen, hoewel de directeur aangeeft dat er eigenlijk genoeg ‘werk aan de winkel’ is voor de ouders van de school zelf. Directeur: ‘We zitten alleen nog wel echt heel erg in de fase waarop de eerste focus echt op de ouders van onze school ligt, vooral met de cijfers van 51 procent in ons achterhoofd; allemaal kinderen die wonen in een gezin met een laag inkomen. Daar is eigenlijk al genoeg werk voor te doen. In januari start hier wel een spelochtend waar ouders vanuit de wijk komen; besproken is dat het inloopspreekuur van het buurtteam dan ook bereikbaar is voor die ouders die daar komen, dus op die manier is er al wel enige link.’ Dezelfde school is ook bezig met het instellen van een sportspreekuur in het familieservicepunt van waaruit ouders ook toegeleid kunnen worden naar sportactiviteiten in de wijk. De directeur geeft aan: ’Dat sportspreekuur kan in elk geval alvast een verbinding maken met de wijk.’ Maar de meeste scholen willen het eerst voor de eigen school goed op orde hebben alvorens die stap naar de bredere wijk te maken.
Ook is er enige schroom om een familieservicepunt open te stellen voor (andere) buurtbewoners: scholen geven bijvoorbeeld aan dat je dan ook niet goed weet ‘wie je de school binnenhaalt’. Als iemand afwijkend gedrag vertoont, hoe ga je daar dan binnen de school mee om? Beperkingen bij binnen de school hulp bieden bij financiën In het onderzoek zien we dat er op de onderzochte scholen vaak een spanningsveld is tussen aan de ene kant ‘het kind centraal’ willen stellen, het kind dat overal aan mee moet kunnen doen, en aan de andere kant de brede beschikbaarheid van allerhande voorzieningen, zoals fietsen, schoolmaterialen, ontbijtpakketten, etc. We zagen op één school dat de bekendheid van de beschikbare middelen onder ouders zodanig groeide dat de school hier ook weer grenzen aan moest stellen; de middelen om (materieel) te ondersteunen zijn immers niet oneindig en ook is altijd onzeker hoelang deze blijven bestaan.
Om duurzaam te kunnen investeren in de armoedesituatie van ouders is het daarom wel van belang dat zij goed bereikt worden en ondersteund worden met middelen waar nodig, maar dat er – uiteindelijk – ook gewerkt wordt aan het structureel verbeteren van hun positie, zowel beleidsmatig als bijvoorbeeld door het aanleren van vaardigheden en competenties om aan het werk te gaan of te leren sparen Ouderperspectief op binnen de school hulp bieden bij financiën Ook met ouders is besproken hoe zij de mogelijkheid ervaren om op school hulp bij financiën te kunnen krijgen. De meningen hierover wisselen; op zich zijn ouders positief over het bestaan van laagdrempelige hulp binnen school, maar veel ouders geven aan dat het best een hoge drempel is om binnen te stappen bij een familieservicepunt. Er is volgens de ouders op twee van de scholen veel sprake van schaamte en wantrouwen als het gaat over financiële zaken. Zo bleek een initiatief op één van de scholen om ouders een weggeefwinkel te laten runnen geen succes; daar kwamen weinig ouders op af, vermoedelijk omdat ouders zich schaamden om daar openlijk naartoe te gaan.
Ook komt in de gesprekken met ouders terug dat sommige mensen bang zijn om hulp te vragen uit angst dat er een melding wordt gedaan waardoor ze hun kinderen kwijt zouden raken: ‘Ik heb ook weleens iemand horen zeggen van ja, als ik straks ga zeggen dat ik schulden heb, dan denken ze straks dat ik niet voor mijn kind kan zorgen en dat ik niet genoeg heb en niet genoeg eten geef, en dan komt jeugdzorg en dan wordt mijn kind afgepakt.’ Tegelijkertijd staan de meeste ouders er wel positief tegenover om de financiële hulp via school op te starten: ‘Ik denk wel dat daar wel echt een kans ligt voor de school, omdat zij die vertrouwensrelatie hebben,
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
29
om de partijen waar wantrouwen over is aan zich te binden en uiteindelijk richting de ouders te gaan.’ Maar ook dan is het belangrijk dat de zichtbaarheid en privacy van ouders goed bewaakt wordt: ‘Het is ook moeilijk om op hulp af te stappen, er is trots en schaamte. Hier is het vertrouwder. […] Als je hier binnenloopt kan het voor alles zijn als ouder, dat weet niemand. Terwijl als je bij een instantie komt en iemand ziet jou daar dan zien ze je daar en denken ze: die heeft het vast moeilijk.’ Ook ouders zijn het erover eens dat er eerst vertrouwen moet zijn voor mensen de drempel om hulp te vragen over durven. Door een aantal ouders wordt aangegeven dat zij niet goed weten wie de betrokken buurtteammedewerker of okt‘er is; als deze in een hokje of kamer blijft zitten ontstaat er geen bekendheid. Zichtbaarheid is dus van groot belang. Het zou volgens een aantal ouders het beste werken om (nieuwe) ouders altijd eerst laagdrempelig uit te nodigen voor bijvoorbeeld een koffieochtend, via die weg het vertrouwen op te bouwen en wat informatie te geven over het familieservicepunt, om op die manier te zorgen dat er meer aanloop komt.
Opvallend is dat op een van de drie scholen waar het inloopspreekuur al langer draait er meer bekendheid binnen de school lijkt te zijn en het taboe rondom het praten over armoede en financiële problemen ook minder aanwezig lijkt: ouders geven aan dat ze hier goed met elkaar over kunnen praten, zeker in deze financieel zwaardere tijden waarin meer mensen worden geraakt. Het spreekuur en de buurtteammedewerker zijn bij de meeste ouders goed bekend en er wordt veel gebruik van gemaakt, soms zijn er zelfs wachtrijen. De buurtteammedewerker wordt door sommige ouders ‘de moeder van de school’ genoemd. Tegelijkertijd merken sommige ouders op dat gesprekken niet altijd anoniem gevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege ruimtegebrek. Volgens ouders is het wel een belangrijke randvoorwaarde dat er niemand met de gesprekken kan meeluisteren. 3.4.5. Droomrealisatie Terugkijkend is er in korte tijd enorm veel gerealiseerd op de drie scholen. Aan de start van het laatste monitoringgesprek vroegen we de schoolmedewerkers te reflecteren op de droom die zij een paar jaar geleden in een Verandertheoriesessie gezamenlijk hadden geformuleerd ten aanzien van de armoedeaanpak op school.
Over het algemeen kijken de medewerkers hier tevreden op terug; de randvoorwaarden zijn vaak op orde en er zijn ook zeker stappen gezet als het gaat om bijvoorbeeld het komen tot een gedeelde visie binnen de school. De scholen zijn ook tevreden met het realiseren (of versterken) van het familieservicepunt; dit biedt mogelijkheden om het welbevinden van de gezinnen die verbonden zijn aan school te vergroten en daar profiteren de kinderen uiteindelijk weer van. Een van de buurtteammedewerkers geeft daarbij aan dat ze in de afgelopen periode ouders bepaalde vaardigheden heeft aangeleerd zodat ze zichzelf nu beter kunnen redden. Door een van de directeuren wordt aangegeven dat ze na reflectie ook terug zijn gekomen van bepaalde ideeën uit de oorspronkelijke droom: zo nam een van de scholen zich eerst voor om ouders cultureel-sensitief te ‘heropvoeden’, bijvoorbeeld door erop aan te sturen dat er binnen school alleen maar Nederlands werd gesproken. Maar ze zagen dat het juist ook van belang was om aan te sluiten bij de ouders, dus nu hebben ze dat losgelaten en proberen ze juist de verbinding te zoeken met ouders en zich ervan bewust te zijn wat zij nodig hebben. Over het algemeen zijn de medewerkers van de scholen tevreden met wat ze tot nu toe hebben bereikt, al blijkt de aanpak ook kwetsbaar op het moment dat sleutelfiguren, zoals de buurtteammedewerker op school, uitvalt.
Ook is het goed bereiken en betrokken houden van ouders een continue uitdaging. Daarbij is het de scholen die onlangs zijn gestart met het familieservicepunt ook nog niet altijd (voldoende) gelukt om de wijk bij het familieservicepunt te betrekken, al worden hier al de eerste voorzichtige stappen in gezet.
30
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
4
Geleerde lessen
Het ontwikkelen van een armoede-aanpak op scholen staat nog redelijk in de kinderschoenen, maar er komt steeds meer informatie over hoe scholen aan de slag kunnen met armoede/schulden. De handreiking ‘armoede op scholen’ ontwikkeld door de Hogeschool Rotterdam en Hanzehogeschool Groningen biedt belangrijke handvaten hiervoor. In de handreiking staan werkwijzen (voorzien van concreet voorbeeldmateriaal) die scholen naar eigen wens op maat kunnen maken en kunnen gebruiken om gezinnen in armoede te ondersteunen. De werkwijzen zijn gebaseerd op een verkenning van goede praktijken en pilots op scholen (met inbreng van leerlingen en ouders), expertmeetings, literatuur en internetstudie. De werkwijzen zijn onderverdeeld in drie categorieën en richten zich op: het signaleren en bespreekbaar maken van armoede, het ondersteunen bij armoede en het stimuleren van leerlingen en ouders, om zo bij te dragen aan toekomstkansen voor alle leerlingen en aan het doorbreken van de cirkel van armoede (Lusse en Kassenberg, 2020). Daarnaast kunnen scholen die aan de slag willen gaan met een eigen armoedeaanpak leren en indien mogelijk uitwisselen met de drie Amsterdamse Familie Scholen die meededen in dit actieonderzoek.
Dit onderzoek is uitgevoerd op drie Amsterdamse Familie Scholen waar het bevorderen van kansengelijkheid een centraal thema is en die specifiek daarbinnen onder meer aan de slag wilden gaan met het signaleren en tegengaan van armoede. Echter we zijn ervan overtuigd dat het vormgeven van een armoede-aanpak op elke school mogelijk is, dus dat het niet voorbehouden is aan Amsterdamse Familie Scholen. Er moet echter wel altijd voldoende ruimte zijn voor maatwerk, want elke school kent andere noden en behoeften; scholen die nu een armoede-aanpak hebben ontwikkeld kunnen inspirerend werken voor scholen die hier nog zoekende in zijn. De geleerde lessen uit ons onderzoek kunnen hierbij helpen. We zetten ze hier op een rij. De lessen vloeien voort uit wat er in het vorige hoofdstuk uiteengezet is over de resultaten, aangevuld met tips die de respondenten hierover zelf gaven.
1. Armoede-aanpak: signaleren, ouderbetrokkenheid, bevorderen van kennis en vaardigheden bij ouders Wat betreft het signaleren van armoede gebeurt dit op de drie onderzochte scholen op verschillende manieren: door het inzetten van een signaleringslijst, het doen van een intakegesprek met ouders, het laten doen van huisbezoeken door leerkrachten, dan wel door gebruik te maken van sleutelfiguren. Ouders benoemen hierbij nadrukkelijk ook de functie die actieve/betrokken ouders kunnen hebben in het signaleren en doorverwijzen naar bijvoorbeeld een familieservicepunt. Voldoende ouderbetrokkenheid is een randvoorwaarde om gezinnen via de school te (kunnen) ondersteunen op het gebied van financiën. Immers; als ouders zich niet betrokken voelen bij de school zullen zij zich ook niet snel tot de school wenden om hulp te vragen of deelnemen aan activiteiten vanuit school om nieuwe vaardigheden op te doen. Ook kunnen signalen van armoede vanuit school (beter) met ouders worden besproken waar vertrouwen mee is opgebouwd. Dergelijke activiteiten kunnen zorgen voor verhoging van het sociaal netwerk van ouders. Ouders voelen zich dan bijvoorbeeld collectief verantwoordelijk voor elkaars welzijn en ondersteunen elkaar, eventueel ook bij geldzorgen.
In ons onderzoek vonden we genoeg manieren om ouderbetrokkenheid te bevorderen: van het instellen van een ouderkamer tot het organiseren van feesten op school. Zichtbaarheid en laagdrempeligheid zijn bij al deze activiteiten van primair belang. Om ouders te bereiken is een persoonlijke benadering onontbeerlijk. Zo zegt een schoolmedewerker: ‘Ga bijvoorbeeld het schoolplein op, praat met de ouders terwijl ze buiten aan het wachten zijn of bij de napraat, dan hebben ze een moment dat ze hun oren open hebben. Win de
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
31
ouders voor je. Als zij op de hoogte zijn kunnen ze het ook weer doorgeven aan andere ouders die niet de tijd hebben om daar te kletsen. Je moet zo veel mogelijk mensen op de hoogte brengen van wat je doet en wat de mogelijkheden zijn.’ Een brugfunctionaris of oudercontactfunctionaris kan hierbij helpen, bijvoorbeeld door ouders aan te spreken op het schoolplein. Daarnaast kan er ondersteunend gebruik gemaakt worden van flyers en communicatie via de ouder-app, maar vooral fysiek contact is volgens de onderzochte medewerkers en ouders belangrijk. Activering van ouders om zich te ontwikkelen, is ook een investering in hun kinderen. In ons onderzoek zien we verschillende manieren waarop dit gebeurt: bijvoorbeeld door het organiseren van langer durende cursussen of eenmalige bijeenkomsten, direct of indirect gerelateerd aan armoede/schulden. Ook wat betreft dit aanbod is een persoonlijke benadering nodig om een breder publiek te bereiken. De opkomst bij meer incidentele, informerende bijeenkomsten rondom het thema armoede of financiële problemen is echter op de scholen (nog) beperkt. Het lijkt raadzaam deze bijeenkomsten regelmatig te herhalen en ouders ook via andere activiteiten op school hierover op de hoogte te brengen.
2. Focus van de armoede-aanpak en binnen de school hulp bieden bij financiën: werk samen in bijvoorbeeld een familieservicepunt Belangrijk is om ook als school na te denken over de focus van je armoede-aanpak: wil je de focus op de ouders van de school houden of ook buurtbewoners betrekken? Alle drie de scholen hebben de droom om (op den duur) buurtbewoners te betrekken/bereiken bij bijvoorbeeld het familieservicepunt. Een van de scholen is daar een voorzichtig begin mee aan het maken door het organiseren van spelochtenden waar ook ouders uit de buurt naartoe komen die dan ook gebruik zouden kunnen maken van het familieservicepunt. Ook komt daar een sportinloopspreekuur dat ouders toe kan leiden naar sportvoorzieningen in de wijk. Voordeel van focus op (alleen) de school is dat je zicht hebt op de doelgroep. Wanneer besloten wordt om de buurt erbij te betrekken is het goed om na te denken hoe bijvoorbeeld om te gaan met mensen die de school in lopen en afwijkend verdrag vertonen, aldus enkele schoolmedewerkers. Wanneer er gekozen wordt voor samenwerking met organisaties in de buurt, bijvoorbeeld door hen te betrekken in een familieservicepunt is het belangrijk goed na te denken over de organisaties die je bij je armoede-aanpak betrekt, om daar vervolgens ook heldere afspraken mee te maken.
Specifiek bij de Amsterdamse Familie Scholen die een armoede-aanpak voorstaan kan nauwe samenwerking met bijvoorbeeld het buurtteam belangrijk zijn: bijvoorbeeld door het inzetten van iemand die in een familieservicepunt op gezette tijden in de school aanwezig is om ouders te helpen met vragen die direct dan wel indirect over financiën gaan. In ons onderzoek zien we dat inzet van een buurtteammedewerker vaak erg gewenst was (zowel door de school als het buurtteam) maar dat dit eigenlijk ook altijd met hobbels gepaard ging. Het is daarom belangrijk om goede afspraken met de samenwerkende buurtteamorganisatie te maken over: a) het profiel van de buurtteammedewerker, waarbij zichtbaarheid en flexibel outreachend werken naar ouders zeer essentieel blijkt b) welke taken/bevoegdheden hij/zij heeft in afstemming met het schoolmedewerkers en op welke momenten deze persoon op school is (bij voorkeur ook af en toe ’s ochtends op het schoolplein, bij teambijeenkomsten en bij feesten of activiteiten op school) c) wat er gebeurt als iemand ziek wordt of uitvalt? Vaak komt het werk dan op het bordje van de schoolmedewerker terecht die daar geen tijd voor heeft of valt een deel van de gestarte activiteiten weg.
32
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
Het was bijvoorbeeld niet altijd makkelijk om een buurtteammedewerker te vinden die op bepaalde vaste momenten in school zichtbaar aanwezig is (bijvoorbeeld ’s ochtends vroeg voor schooltijd en ’s middags na schooltijd op het plein staan, bij schoolactiviteiten op ouders afstappen etc). Bovendien is het belangrijk voor buurtteammedewerkers om in overleg met de school te werken aan bekendheid en een persoonlijke benadering van ouders; bijvoorbeeld door gelijk te starten met een startbijeenkomst/ koffieochtend en dit regelmatig te herhalen. Op deze manier ontstaat er gelegenheid om kennis te maken en te vertellen wie je bent en wat je doet en om duidelijk maken aan ouders bij wie ze voor wat terecht kunnen. Buurtteams kampen ook nog eens met personeelstekorten en personele wisselingen en daarnaast moet een buurtteammedewerker ook in het schoolteam passen, want een familieservicepunt vraagt om een nauwe samenwerking met bijvoorbeeld de directie, oka, en leerkrachten. Zij moeten zich prettig en vertrouwd voelen bij een buurtteammedewerker zodat ze met een gerust hart ouders naar hem of haar kunnen doorverwijzen middels een warme overdracht nadat zij signalen hebben van ouders met geldzorgen.
Ook moeten ouders zich prettig voelen bij de medewerker van het buurtteam; er moet een vertrouwensrelatie mee opgebouwd kunnen worden, want een familieservicepunt werkt alleen goed met ‘vertrouwde vaste gezichten’: personele wisselingen zijn niet bevorderlijk voor succes en kunnen er zelfs voor zorgen dat ouders helemaal wegblijven. Nu steeds meer scholen werken met buurtteammedewerkers zou het goed zijn om hier voorafgaand aan het vormgeven van een armoede-aanpak op gemeentelijk niveau expliciete aandacht voor te vragen, omdat dit echt een zeer cruciale randvoorwaarde is voor het welslagen van een armoede-aanpak waarbij je werkt met een familieservicepunt. De gemeente zou hier faciliterend en aansturend in kunnen zijn door hier duidelijke afspraken over te maken met de buurtteams.
3. Commitment van zowel schoolmedewerkers, ouders als externe partijen De methode waarmee de drie scholen tot een Verandertheorie zijn gekomen werkte goed om tot een ‘gedragen’, onderbouwde armoede-aanpak te komen. Het zou goed zijn om de eerste stap in het actieonderzoek (aparte groepsgesprekken met alle betrokkenen) als school periodiek te blijven herhalen om de ontwikkelde armoede-aanpak actief te houden en bij te kunnen stellen. Zo kun je je als school met alle betrokkenen telkens afvragen: ‘Zijn we nog op de goede weg, wat willen we bijsturen?’ Ouders blijvend bij een armoede-aanpak betrekken is hierbij van essentieel belang. Want op het moment dat ouders zich niet gehoord voelen of het aanbod niet aansluit bij hun behoeften is het heel lastig om hen betrokken te krijgen. Vaak wordt gezegd dat het moeilijk is om met ouders over armoede/schulden te praten omdat daar nog steeds een taboe op rust, echter ons onderzoek laat zien dat door te werken met creatieve interviewvormen, bijvoorbeeld indirect startend met het onderwerp in de derde persoon – ‘in deze buurt is veel armoede, herkennen jullie dat of juist helemaal niet?’ – er veel mogelijk is. Daarbij vraagt het vooral veel (onderling) vertrouwen om het onderwerp goed bespreekbaar te maken.
Voorbeelden uit de drie Familie Scholen laten zien dat als iemand langdurig gecommitteerd is aan de school en goed zichtbaar is, of als ouders elkaar regelmatig spreken, de drempel om te spreken over dit soort kwesties verlaagd wordt. (Blijvend) commitment van schoolmedewerkers is ook belangrijk. Een betrokken schoolleider, een goed plan en een in de school gedeelde visie is onontbeerlijk. Alle schoolmedewerkers moeten de urgentie voelen om met de afgesproken activiteiten in het kader van de armoede-aanpak aan de slag
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
33
te willen gaan. Schoolmedewerker: ’Je moet mensen erin meekrijgen: iedereen moet het voelen, daar begint het mee. En dan kijken: welke activiteiten dan, hoe ga je uitvoeren, welke mensen betrek je, hoe ga je het faciliteren?’ Vervolgens is borging en zorgen dat alles goed overgedragen wordt als iemand uitvalt cruciaal. Bovendien is het goed je als school van tevoren af te vragen hoe groot je je aanpak maakt en wie je er binnen de school vervolgens allemaal bij betrekt. De ene school kiest er bijvoorbeeld bewust voor om er een klein team bij te betrekken en de rest van het schoolmedewerkers niet te belasten met Familie School-activiteiten, waardoor er vaak ook een bewuste keus is voor ‘minder activiteiten’. De andere school betrekt juist heel bewust alle schoolmedewerkers erbij en vraagt een bepaalde mindset van (nieuwe) medewerkers: mensen die die stap extra willen zetten om armoede te signaleren en daar actie op te ondernemen, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met ouders. Deze aanpak vraagt van personeel op de scholen duidelijk meer dan de primaire schooltaken en dat ligt wellicht niet iedereen. Uit de gesprekken vernamen we dat dit een reden kan zijn dat ook niet iedereen op een Familie School wil werken, omdat het toch wel een extra investering vraagt: ‘Het is ook een bepaalde roeping.
Je moet ook een “mensenmens” zijn en nieuwsgierig zijn.’ Anderzijds trekt dit ook juist de mensen aan die enthousiast en bereidwillig zijn en dat zijn wel onderdelen van die mindset die bijdragen aan een armoede-aanpak waar een heel schoolteam bij betrokken wordt. Commitment van externe partijen is ook belangrijk, vooral wanneer er sprake is van de (door)ontwikkeling van een familieservicepunt: essentieel is dat er korte lijntjes zijn, goed contact met sleutelfiguren en dat er snel geschakeld kan worden.
4. De rol van ouders in de uitvoering van een armoede-aanpak Ouders betrekken in het opzetten en vormgeven van een armoede-aanpak is belangrijk. Het is daarbij belangrijk te proberen ook die ouders te betrekken die niet direct zichtbaar zijn en niet in de ouderraad zitten: ook hun stem is belangrijk om mee te nemen. Hier zijn allerhande methodes/manieren voor ontwikkeld (www.nji.nl) en in hoofdstuk 3 gaven we weer hoe de scholen dit vormgeven, waarbij ouders zelf aangeven dat actieve ouders andere ouders kunnen mobiliseren. Aandacht voor inclusie is daarbij belangrijk. Nu worden er op de scholen vooral moeders bereikt en op sommige scholen zijn er ook duidelijk culturele scheidslijnen. Het blijft op scholen vaak nog een uitdaging om voldoende vaders te betrekken en te zorgen dat alle culturele groepen goed vertegenwoordigd zijn. Bovenal is het belangrijk om aan te sluiten bij de wensen van ouders door naast ze te gaan staan en de activiteiten niet ‘van bovenaf’ te bedenken. Een goede ouderraad kan hierbij helpen, vooral indien hierin een representatieve groep ouders is vertegenwoordigd: mensen van verschillende afkomst en met diverse geloofsovertuigingen. Vervolgens is het bij de uitvoering van activiteiten belangrijk om goed na te denken in hoeverre je ouders de regie geeft bij activiteiten en wat daarin wel en niet toelaatbaar is.
Welke verantwoordelijkheid geef je ouders? De scholen gaven aan dat dat voor verwachtingsmanagement richting ouders belangrijk is. Als Familie School kun je veel aan ouders bieden, maar je mag als school om de doelen te bereiken dan ook iets van ouders verwachten; het gaat niet alleen maar om de gezelligheid. Het is daarom belangrijk om duidelijke afspraken te maken met ouders over de wederzijdse verwachtingen en taken. Dit geldt bijvoorbeeld ook bij het hulp bieden bij financiën binnen de school door een buurtteammedewerker in een familieservicepunt: het is belangrijk om te communiceren wat er wel en niet kan; de medewerker kan bijvoorbeeld wel helpen met het aanvragen van schoolspullen, maar kan geen huis regelen.
34
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
5. Randvoorwaarden voor een optimale armoede-aanpak: tijd, geld en ruimte Randvoorwaarden om een armoede-aanpak te realiseren moeten volgens de scholen niet onderschat worden. Het gaat dan vooral om tijd, geld en ruimte. Als schoolmedewerkers worden ingezet in een armoede-aanpak waar tijd voor nodig is, is het belangrijk die tijd ook te krijgen, bijvoorbeeld als verwacht wordt dat leerkrachten huisbezoeken gaan afleggen etc. Een projectleider of iemand op school die de rol en daarmee ook de benodigde tijd krijgt om een armoede-aanpak te coördineren is ook nuttig. Wanneer er de wens is tot een familieservicepunt is het fijn als er een ruimte beschikbaar is waarbij het ook weer van belang is om in een vroeg stadium al na te denken over de ingang van een dergelijke ruimte: wel of niet als aparte ingang of juist wel of niet als onderdeel van de school? Ook moet het budget voor een armoede-aanpak uiteraard geregeld zijn waarbij er nu vanuit de scholen vanwege de subsidieperiode vooral vaak onduidelijkheid is over de lange termijn.
Ten slotte Het opzetten van een armoede-aanpak kost tijd en het vergt een lange adem voordat het ingebed is in een school. Het opbouwen van een vertrouwensband met ouders is cruciaal. Vooral op scholen waar dat nog in de kinderschoenen staat en veel gezinnen geïsoleerd leven is daar allereerst een slag te slaan, onder meer door te werken aan ouderbetrokkenheid. Vertrouwen is belangrijk om iets met signalen van armoede te kunnen doen, om ouders zonder angst en schaamte binnen school hun vragen te laten stellen, om ze zonder angst en schaamte uit te nodigen voor bijeenkomsten over bijvoorbeeld energiearmoede, sollicitatietrainingen etc. Ook het instellen van een familieservicepunt kost tijd: het heeft een lange adem nodig om het organisatorisch goed in te richten, om er bekendheid aan te geven. Het heeft tijd nodig om als buurtteammedewerker het vertrouwen te krijgen waardoor ouders na verloop van tijd hun eventuele schulden ook ter sprake brengen. Bij de drie scholen in dit onderzoek is er een eerste stap gemaakt.
We blijven deze drie scholen de komende jaren via het vervolgevaluatie-onderzoek volgen en zijn benieuwd naar de beklijving van de mede door dit actieonderzoek in gang gezette activiteiten die uiteindelijk op de lange termijn wellicht (indirect) leiden tot de in de Verandertheorieën gewenste hogere maatschappelijke opbrengsten en het uitkomen van de dromen van de scholen. De Amsterdamse Familie School-aanpak ging van start in het schooljaar 2019/2020 met 8 PO-scholen en 2 VO-scholen. De gemeente heeft de aanpak inmiddels uitgebreid naar 25 PO-scholen en 7 VO-scholen. Daarnaast is het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen aangehaakt met 7 VO-scholen. De nieuwe lichting Amsterdamse Familie Scholen krijgt van de gemeente expliciet de opdracht mee om (onder meer) in te zetten op armoedebestrijding. Het lectoraat Armoede Interventies zal net zoals in de voorgaande jaren daarom naast het evaluatieonderzoek ook op verschillende Amsterdamse Familie Scholen weer actieonderzoek doen om tot een armoede-aanpak te komen. Tot 2028 participeren er 5 scholen per jaar tegelijk in dit onderzoek.
We nemen de inzichten uit het achterliggende onderzoek mee om samen met de scholen tot een goed onderbouwde gezamenlijk gedragen armoede-aanpak te komen en ook zullen de geleerde lessen uit dit onderzoek worden aangescherpt om zo bij te dragen aan het bevorderen van de kansengelijkheid van alle kinderen.
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
35
Literatuur Avance (2018). ToC Avance 2018. Workshop Theory of Change. CBS (2023). Armoede en Sociale Uitsluiting. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek Dekovic, M., E. Snel en H. Groenendaal (1997). ‘Kinderen van de rekening. Over de effecten van armoede op kinderen’, in: Vrooman, C., G. Engbersen, E. Snel (1997) De kwetsbaren. Amsterdam: Amsterdam University Press, p. 143-157. Hoff, J. (2017). Armoede onder kinderen – een probleemschets. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. Groot Haar, H., Rijnberg, S. & Afdeling Onderwijs Gemeente Amsterdam (2023). Samen het verschil maken! Amsterdamse Familie School zorgt voor meer gelijke kansen in het onderwijs! Amsterdam: Gemeente Amsterdam Lusse, M. & A. Kassenberg (2020). Handreiking omgaan met armoede op scholen. Handreiking voor PO en VO. Hogeschool Rotterdam en Hanzehogeschool Groningen. Movisie (2019). Klantreis sociaal domein voor een verbeterde toegang. www.movisie.nl Perspective Amsterdam – Insights – Design – Academy. Stakeholder Mapping: www.perspective. amsterdam Perspective Amsterdam – Insights – Design – Academy. Empathy Mapping: www.perspective. amsterdam Tierolf, B., Gilsing, R. & M. Steketee (2017). Databoek Kinderen in Tel. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut Tinnemans, K. & M. Stavenuiter (2017). Theory of Change. Een kijkje achter de schermen. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving Trouw (2011).
‘Rutte heeft bezwaar tegen term “armoede’ in Nederland”, 7 december 2011 Vaessen, A., Wit, M. de, Mak, J., Kruithof, M., Schoorl, R., & R. Fukkink (2023). Evaluatie van de Amsterdamse Familie School. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, Kohnstamm Instituut de Volkskrant (2023). ‘Uitdelen maaltijden op scholen lijkt te werken. Kabinet zet in op uitbreiding’, 23 maart 2023 Zeeland, E. van (2017). Strategic Action Map. Zutphen, R. van., Kalverboer, M. & Sylvester, J. Jaarverslag 2017, Gezamenlijk verslag van de Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en de Veteranenombudsman over 2017. Den Haag: Tweede Kamer der Staten Generaal, vergaderjaar 2017-2018 www.nji.nl
36
Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen
Bijlage: De verandertheorieën Figuur 2 Verandertheorie op het Signaleren van armoede en/of schulden bij leerlingen en/of ouders
HOGERE EFFECTEN
EFFECTEN
OUTPUT
ACTIVITEITEN
• Personeelsleden van de school zijn zich meer bewust van hun signalerende rol binnen armoedebestrijding • De sociaal-economische verschillen tussen leerlingen worden kleiner • Door de relatief vroege signalering van armoede bij de gezinnen, is er mogelijk eerder sprake van de tijdige en effectieve inzet van hulpverlening • De signalerende functie van de school draagt bij aan het doorbreken van bespreekbaar maken van armoedeproblematiek onder de gezinnen • Wekelijks inloopspreekuur van buurtteam • Jaarlijks terugkerende teambijeenkomst ‘Signaleren van armoede’ • 75% van de doelgroep ouders is geholpen middels het OSP • Signaleringslijst eenmaal per jaar onder ouders uitzetten. • Signaleringslijst tweemaal per jaar onder leerkrachten uitzetten. • Buurtteam installeren in Ouderservicepunt • Teambijeenkomst organiseren ‘Signaleren van armoede’ (leerkrachten en intern begeleiders met Buurtteam)