CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. Eindrapportage actieonderzoek Amsterdamse Familie School 2021-2023

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uitkomsten van het onderzoek Amsterdamse Familie School in periode 2019-2023 (VN2024-004438)20.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de slag met een armoedeaanpak op Amsterdamse Familie Scholen Resultaten en geleerde lessen van een actieonderzoek

Hogeschool van Amsterdam, lectoraat Armoede Interventies

Auteurs Jodi Mak, Rosanna Schoorl, Anna Custers, m.m.v. Aeron Vos Eindredactie: Louise Koopman Opmaak en vormgeving: Ontwerpburo Suggestie en Illusie Afdeling Lectoraat Armoede Interventies, Hogeschool van Amsterdam Kenniscentrum Maatschappij en Recht Datum maart 2024 2024 Copyright Hogeschool van Amsterdam Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door print-outs, kopieën, of op welke manier dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Hogeschool Amsterdam.

Inhoudsopgave

Samenvatting4 1. Aanleiding: waarom een armoede-aanpak op school? 

6

2. Actieonderzoek op drie scholen

8

2.1. Het opstellen van een Verandertheorie 2.1.1. Methodieken om tot een Verandertheorie te komen 2.1.2. Groepssessies 2.2. Vormgeven van een Armoede-aanpak 2.3. Meten van de opbrengsten: de monitoring 2.4. Beperkingen van het onderzoek 3. Resultaten 3.1. Dromen 3.2. Context: armoede op de scholen 3.3. Verandertheorieën 3.4. Resultaten van de monitoring 3.4.1. Signaleren van armoede en/of schulden  3.4.2. Werken aan ouderbetrokkenheid 3.4.3. Bevorderen van kennis en vaardigheden van ouders 3.4.4. Binnen de school hulp bieden bij financiën 3.4.5. Droomrealisatie

8 9 10 11 12 13 14 14 15 16 16 16 19 24 26 30

4. Geleerde lessen

31

Literatuur

36

Bijlage: de Verandertheorieën

37

Samenvatting In dit rapport doen we verslag van actieonderzoek dat uitgevoerd is bij drie Amsterdamse Familie Scholen vanuit de wens om meer te doen aan armoedebestrijding binnen en via school. Zo’n vijftien jaar geleden hadden leerkrachten het signaleren van en omgaan met armoede van leerlingen in hun klas nog niet direct op het netvlies. Dit is inmiddels aan het kantelen. Scholen zien het steeds vaker als hun taak om aandacht te hebben voor de thuissituatie van leerlingen (Lusse & Kassenberg, 2020). De Amsterdamse Familie School is bij uitstek een plek waar gewerkt kan worden aan het signaleren en tegengaan van armoede. De Amsterdamse Familie School (AFS) bestaat sinds 2019 en is een initiatief van de gemeente Amsterdam. Vanaf 2019 zijn 10 (voornamelijk PO) scholen een Amsterdamse Familie School geworden en vanaf 2023 komen er 29 nieuwe scholen bij, waaronder ook 14 VO-scholen. De Amsterdamse Familie School werkt vanuit de gedachte dat kinderen zich optimaal moeten kunnen ontwikkelen in een brede en rijke context, waarin de drie leefwerelden (school, thuis en de buurt) met elkaar samenwerken en elkaar versterken. Armoede(bestrijding) is een van de onderwerpen waar Amsterdamse Familie Scholen mee aan de slag wilden.

Het lectoraat Armoede Interventies aan de Hogeschool van Amsterdam voerde tussen najaar 2021 en het najaar 2023 op drie Amsterdamse Familie Scholen een actieonderzoek uit dat gericht was op het ontwikkelen en/of verstevigen van een aanpak voor armoedebestrijding op en via school. Met de belangrijkste betrokkenen van de scholen werkten de onderzoekers in drie groepssessies aan het opstellen van een Verandertheorie: één met vertegenwoordigers van school, één met ouders en één met stakeholders. De input van deze sessies leidde tot een plan van aanpak en de scholen gingen daarmee aan de slag. Na een halfjaar is vanuit verschillende perspectieven gemonitord wat er is bereikt: wat ging goed en wat kan beter en lukte het om de juiste randvoorwaarden te creëren? De drie scholen hebben vooral gewerkt aan de volgende onderdelen: • Signaleren van armoede en schulden bij leerlingen en/of ouders • Ouderbetrokkenheid • Bevorderen van kennis en vaardigheden van ouders • Binnen de school hulp bieden bij financiën Het signaleren van armoede vond op verschillende manieren plaats op de drie onderzochte scholen: door het inzetten van een signaleringslijst, het doen van een intakegesprek met ouders, het uitvoeren van huisbezoeken door leerkrachten en/of door gebruik te maken van sleutelfiguren binnen de school die signalen opvangen en kunnen doorgeven.

Ouders benoemen in dit onderzoek hierbij nadrukkelijk ook de toegevoegde waarde die actieve ouders hierin kunnen hebben. Voldoende ouderbetrokkenheid is een randvoorwaarde om gezinnen via de school te (kunnen) ondersteunen op het gebied van armoede. Het gaat er dan vooral om dat het opbouwen van een relatie met ouders belangrijk is om voor hen de voorwaarden te creëren om armoede bespreekbaar te durven maken en om vanuit of via de school te (kunnen) ondersteunen op bijvoorbeeld het gebied van geldzorgen. Immers; als gezinnen geïsoleerd leven en ouders zich niet betrokken voelen bij de school zullen zij zich ook niet snel tot de school wenden om hulp te vragen of om deel te nemen aan activiteiten vanuit school om nieuwe vaardigheden op te doen. Ook kunnen signalen van armoede vanuit school (beter) met ouders worden besproken als er vertrouwen is opgebouwd. Ouderbetrokkenheidactiviteiten kunnen dit vertrouwen tussen school en ouders versterken, maar ook het vertrouwen tussen ouders onderling, waardoor zij zich collectief verantwoordelijk kunnen voelen voor elkaar. Op de drie scholen zijn genoeg voorbeelden van manieren waarop gewerkt wordt aan het vergroten van de ouderbetrokkenheid: van het instellen van een ouderkamer tot het organiseren van feesten op school. Zichtbaarheid en laagdrem-

4

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

peligheid zijn bij al deze activiteiten van primair belang. Om alle ouders te bereiken is een persoonlijke benadering onontbeerlijk. Activering van ouders door bij hen kennis en vaardigheden te bevorderen, is ook een investering in de toekomst van hun kinderen. We zien op de drie scholen dat dit op verschillende manieren gebeurt, vaak in combinatie met ouderbetrokkenheidactiviteiten: bijvoorbeeld door het organiseren van langer durende cursussen rondom bijvoorbeeld sollicitatievaardigheden of loopbaanbegeleiding of eenmalige bijeenkomsten die direct of indirect gerelateerd zijn aan (het bestrijden van) armoede/schulden zoals informatiebijeenkomsten over stedelijke armoedevoorzieningen of over energiearmoede. De opkomst bij meer incidentele, informerende bijeenkomsten rondom het thema armoede of financiële problemen is echter op de scholen (nog) beperkt. Het lijkt raadzaam deze bijeenkomsten regelmatig te herhalen en ouders ook via andere activiteiten op school hierover op de hoogte te brengen. Bovenal is het belangrijk om aan te sluiten bij de wensen van ouders door naast ze te gaan staan en de activiteiten niet ‘van bovenaf’ te bedenken. Een goede ouderraad kan hierbij behulpzaam zijn, vooral als hierin een representatieve groep ouders is vertegenwoordigd.

Alle drie de scholen hebben zich ook nadrukkelijk als doel gesteld om ouders binnen de school te kunnen ondersteunen met (financiële) vragen. Daarom is op deze scholen een ‘familieservicepunt’ ingesteld of doorontwikkeld. Het familieservicepunt betreft een inlooppunt waarbij een budgetcoach van het buurtteam, soms in combinatie met een Ouder-Kind-adviseur, op bepaalde vaste tijden/dagen aanwezig is. Deze externe medewerkers staan in nauw contact met het schoolbestuur en kunnen ouders snel en laagdrempelig helpen en zo nodig doorverwijzen naar andere instanties. De meeste vragen bij het familieservicepunt gaan over het aanvragen van bepaalde voorzieningen, zoals de scholierenvergoeding, sporten via het Jeugdsportfonds, een stadspas, bijzondere bijstand of bijvoorbeeld kwijtschelding van bepaalde belastingen. Vaak ondersteunt de buurtteammedewerker dan bij het invullen van formulieren, bellen met instanties of digitale aanvragen. Wanneer er vertrouwen is opgebouwd kan het ook gaan om complexere hulpvragen, bijvoorbeeld gericht op schuldenproblematiek. Op elke school kan er gewerkt worden aan het vormgeven van een armoede-aanpak. Er moet hierbij echter wel altijd voldoende ruimte zijn voor maatwerk, want elke school kent andere noden en behoeften. Voldoende tijd, geld en ruimte zijn in elk geval belangrijke randvoorwaarden om dit te realiseren.

Een betrokken schoolleider, een goed plan en een in de school gedeelde visie zijn onontbeerlijk. Alle schoolmedewerkers moeten de urgentie voelen om met de armoede-aanpak aan de slag te willen gaan. Belangrijk is dat scholen informatie met elkaar uitwisselen over bijvoorbeeld het signaleren van armoede, het werken aan ouderbetrokkenheid en het werken aan kennis en vaardigheden bij ouders gerelateerd aan armoede. Ook is het cruciaal om na te denken over de focus van de armoede-aanpak: wil je de focus op de ouders van de school (houden) of ook de buurtbewoners erbij betrekken? En als je organisaties uit de buurt ‘die school binnenhaalt’ is het belangrijk om daar heldere afspraken mee te maken die matchen met de wensen en ambities van de school. Het bleek op de scholen bijvoorbeeld niet altijd makkelijk om een buurtteammedewerker te vinden die op bepaalde vaste momenten in school zichtbaar aanwezig is. Ook moeten ouders zich prettig voelen bij de buurtteammedewerker; er moet een vertrouwensrelatie mee opgebouwd kunnen worden, want een familieservicepunt werkt alleen goed met ‘vertrouwde vaste gezichten’: personele wisselingen zijn niet bevorderlijk voor succes en kunnen er zelfs voor zorgen dat ouders helemaal weg blijven.

Ook leerkrachten en andere schoolmedewerkers moeten zich prettig en vertrouwd voelen bij een buurtteammedewerker zodat zij met een gerust hart ouders kunnen doorverwijzen. Tot 2028 doet het lectoraat Armoede Interventies op 5 scholen per jaar actieonderzoek gericht op het ontwikkelen of versterken van een armoede-aanpak. De inzichten uit dit onderzoek worden daarin meegenomen en ook zullen de geleerde lessen uit dit onderzoek worden aangescherpt om zo bij te dragen aan het bevorderen van de kansengelijkheid van alle kinderen.

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

5

1

Aanleiding: waarom een armoede-aanpak op school?

In Nederland leeft volgens de definitie van het cbs 1 op de 13 kinderen in armoede. Het betreft 209.000 kinderen tot 18 jaar (cbs, 2023). Het gaat hier om kinderen die in huishoudens leven die moeten rondkomen van een laag komen, op of onder het door de overheid vastgestelde sociale minimum. Het is belangrijk om armoede tijdig te signaleren en daarop indien mogelijk te anticiperen, want armoede is een belangrijke voorspeller van jeugdwelzijn in het algemeen. Er zijn bijvoorbeeld relaties tussen armoede en problemen op school of voortijdig schoolverlaten, jeugdwerkloosheid en meldingen van kindermishandeling (Tierolf, Gilsing en Steketee, 2017; Van Zutphen, Kalverboer & Sylvester, 2017), tussen armoede en psychosociale problemen (Dekovic et al.., 1997), alcohol- en drugsgebruik en criminaliteit (Hoff, 2017). Kinderen die in armoede opgroeien nemen minder vaak deel aan culturele of sportactiviteiten en zijn vaak minder gelukkig en eenzamer (Hoff, 2017). Het afgelopen decennium heeft er een kentering plaatsgevonden in de het denken over armoede.

In 2011 zei minister-president Rutte nog dat armoede in Nederland niet bestond: hij maakte uitgesproken bezwaar tegen het gebruik van de term ‘armoede’ in Nederland (Trouw, december 2011), maar tien jaar later hadden we een minister van Armoedebeleid: door de coronacrisis, de energiecrisis en de inflatie is armoede, en in bredere zin bestaansonzekerheid, niet meer te ontkennen. Ook binnen scholen zien we een kentering. Zo’n vijftien jaar geleden hadden leerkrachten het signaleren van en omgaan met armoede van leerlingen in hun klas nog niet direct op het netvlies. Dit is inmiddels aan het kantelen. Er verschenen de afgelopen jaren steeds meer nieuwsberichten over kinderen die zonder eten naar school gaan (bijvoorbeeld de Volkskrant, maart 2023) en scholen zien het ook steeds vaker als hun taak om aandacht te hebben voor de thuissituatie van leerlingen (Lusse & Kassenberg, 2020). Onderwijs is de sleutel voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hoewel scholen armoede niet (alleen) kunnen oplossen, kunnen zij er wel aan bijdragen dat elke leerling wordt gezien, kan meedoen en toekomstkansen krijgt in een veilige en stimulerende leeromgeving (Lusse & Kassenberg, 2020).

Dit is de reden waarom het belangrijk is voor elke school om na te denken over welke positie deze kan innemen als het gaat om het signaleren en tegengaan van armoede en het toewerken naar meer kansengelijkheid. De Amsterdamse Familie School is bij uitstek een plek waar aan het tegengaan van armoede gewerkt kan worden. De Amsterdamse Familie School (afs) bestaat sinds 2019 en is een initiatief van de gemeente Amsterdam. Vanaf 2019 zijn 10 (voornamelijk PO) scholen een Amsterdamse Familie School geworden en vanaf 2023 komen er 29 nieuwe scholen bij, waaronder ook 14 VO-scholen. De Amsterdamse Familie School werkt vanuit de gedachte dat kinderen zich optimaal moeten kunnen ontwikkelen in een brede en rijke context, waarin de drie leefwerelden (school, thuis en de buurt) met elkaar samenwerken en elkaar versterken. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is dat alle kinderen dezelfde kansen moeten krijgen om zich te ontplooien tot de beste versie van zichzelf. Er zijn drie pijlers binnen de aanpak: leerlingen (school), ouders (thuis) en samenwerkingsverbanden met partners in de wijk/ stad (de buurt) en daarnaast gelden voor elke school de volgende richtlijnen:

6

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

• •

• • • •

Het organiseren van een rijk aanbod voor kinderen Kinderen krijgen tijdens en na schooltijd de kans om kennis te maken met een breed aanbod van activiteiten; bijvoorbeeld op het gebied van sport, techniek en/of natuur- en milieu, cultuur en burgerschap en extra aanbod in cognitieve vakken. Hierbij werken Amsterdamse Familie Scholen duurzaam en intensief samen met verenigingen en organisaties in de wijk. Het betrekken van ouders Ouders zijn gelijkwaardige partners van de school. Zij denken en doen mee in de ontwikkeling van de Familie School en worden betrokken bij het onderwijs van hun kind(eren). Het bieden van perspectief voor gezinnen De school heeft oog voor de thuissituatie van de kinderen. Samen met de maatschappelijke partners in de wijk bevorderen zij dat de kinderen opgroeien in een stimulerende en veilige omgeving. Waar nodig bieden zij ondersteuning op het terrein van onder andere zorg, opvoeding en armoede (Groot Haar, Rijnberg en afdeling Onderwijs gemeente Amsterdam, 2023; Vaessen et al., 2023).

Alle tien Amsterdamse Familie Scholen richtten zich op bovengenoemde pijlers en richtlijnen, maar kregen daarnaast zelf ook nog de ruimte om een eigen aanpak te ontwikkelen en aan de hand van verschillende thema’s te werken aan het bevorderen van kansengelijkheid. De eerste tien Amsterdamse Familie Scholen zijn in brede zin geëvalueerd door de UvA, het Kohnstamm Instituut en het lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam. De resultaten daarvan staan beschreven in het rapport Evaluatie van de Amsterdamse Familie School (Vaessen et al., 2023). In het kader van het evaluatieonderzoek naar de Amsterdamse Familie Scholen is in de eerste maanden van 2021 geïnventariseerd waar de scholen qua plannen stonden en wat ze in de komende jaren beoogden te doen. Uit deze inventarisatieronde bleek dat scholen zich binnen de pijlers en richtlijnen op verschillende thema’s richtten en dat enkele scholen zich bewust bezig wilden houden met het onderwerp armoede om de kansengelijkheid van kinderen op hun school te bevorderen, maar niet goed wisten wat de mogelijkheden waren. Er is inmiddels meer aandacht voor het belang van het signaleren en tegengaan van armoede op school, maar scholen blijven het bijvoorbeeld lastig vinden om het onderwerp bespreekbaar te maken (Vaessen et al., 2023).

Naast het evaluatieonderzoek naar de Amsterdamse Familie School is er daarom gelijktijdig een traject opgezet met drie scholen die binnen het kader van kansengelijkheid specifiek aan de slag wilden met (het verstevigen van) een aanpak van armoedebestrijding op school. Zij zijn de samenwerking met het lectoraat Armoede Interventies van de HvA aangegaan om hier via actieonderzoek aan te werken. In voorliggend rapport beschrijven we de opzet en de resultaten van dit actieonderzoek. Eerst gaan we in op de achtergrond van armoedebestrijding op scholen. Daarna beschrijven we hoe het actieonderzoek eruitzag, welke activiteiten er zijn ontwikkeld, hoe deze zijn vormgegeven en vervolgens bespreken we de resultaten van de monitoring. We sluiten af met een aantal lessen en aanbevelingen: wat kunnen andere scholen hiervan leren? Wat zijn de aandachtspunten?

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

7

2

Actieonderzoek op drie scholen

Het lectoraat Armoede Interventies ondersteunde, op aanvraag van de scholen zelf, bij het (verder) ontwikkelen van een armoede-aanpak door middel van actieonderzoek. Dit actieonderzoek vond plaats tussen najaar 2021 en najaar 2023 op drie Amsterdamse Familie Scholen: basisschool Al Wafa in Nieuw-West en de basisscholen Oranje Nassau en de IJdoornschool in Amsterdam-Noord. Aanvankelijk was ook de Dapperschool in Amsterdam-Oost betrokken bij dit onderzoek, maar na de eerste fase vond deze school een externe coach die hen intensief kon begeleiden op dit onderwerp en is de school daarmee verdergegaan, waarbij de input uit de eerste fase van het onderzoek is meegenomen. Dit rapport gaat derhalve alleen in op de resultaten van de andere drie scholen. De Amsterdamse Familie Scholen werken allemaal binnen de genoemde pijlers en richtlijnen aan verschillende thema’s. Bovengenoemde drie scholen werkten onder meer aan het thema armoede. Zij wilden zich door het actieonderzoek verder richten op armoedebestrijding door bijvoorbeeld het instellen van een familieservicepunt waar ouders op een laagdrempelige manier onder meer met financiële vragen/problemen terecht kunnen. In nauwe samenwerking met deze scholen is vervolgens in het voorjaar van 2021 een actieonderzoek opgestart.

Dit betrof nadrukkelijk geen effect-onderzoek, maar een interactief procesonderzoek met als doel om in samenwerking met alle betrokkenen tot een ‘breed gedragen’ goed onderbouwde armoede-aanpak te komen waar het ontwikkelen van een familieservicepunt onderdeel van (zou kunnen) uitmaken. In dit rapport hanteren we de algemene term ‘familieservicepunt’ maar dit wordt ook wel ouderservicepunt, familieloket of anders genoemd. Elke school gebruikt hier een eigen term voor. Het actieonderzoek bestond uit de volgende stappen: • • •

Het opstellen van een Verandertheorie (ongeveer 9 maanden) Het vormgeven van een armoede-aanpak (ongeveer een halfjaar) Het meten van de opbrengsten: de monitoring (jaar)

2.1. Het opstellen van een Verandertheorie De Verandertheorie wordt ook wel een Theory of Change (ToC) genoemd (Tinnemans & Stavenuiter, 2017). Bij een ToC staan twee hoofdvragen centraal: 1. Welke impact wil je bereiken? en 2. Via welke veranderingen of verbeteringen wil je die impact bereiken? Een kenmerk van deze methode is dat expliciet wordt gemaakt via welke tussentijdse veranderingen of verbeteringen het uiteindelijke doel wordt behaald, en wat de relatie tussen deze veranderingen is. Met de belangrijkste betrokkenen (die de school zelf bij elkaar bracht) werd in drie sessies (van ongeveer 3 uur) gewerkt aan het opstellen van een Verandertheorie. In deze groepssessies werd gebrainstormd over welke directe effecten voor de doelgroep en hogere (maatschappelijke) effecten een school wilde bereiken als het gaat om armoedebestrijding, welke interventies/activiteiten daarvoor nodig zijn en welke output dit moet opleveren. In figuur 1 staan de stappen van de Verandertheorie (bron: Avance, 2018); de stappen gaan van beneden naar boven.

8

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

HOGERE EFFECTEN

Effecten die niet direct door de georganiseerde activiteiten komen maar die hier wel indirect aan bijdragen

EFFECTEN

De effecten bij de doelgroep; wat verandert er door de activiteiten precies bij hen?

OUTPUT

Directe resultaten van de activiteiten (vaak telbaar, zoals aantal trainingen, deelnemers etc.)

ACTIVITEITEN

Wat wordt er concreet voor welke doelgroep gedaan? Welke activiteiten worden er ondernomen?

Figuur 1 Stappen Verandertheorie

De onderzoekers bereidden elke sessie een topiclijst en PowerPoint voor met behulp waarvan in de groepssessie werd gebrainstormd over de verschillende onderdelen van de Verandertheorie. Dit gebeurde met hulp van twee methodieken. 2.1.1 Methodieken om tot een Verandertheorie te komen Om tot de Verandertheorie te komen zijn er in de eerste groepssessie twee methodieken ingezet: de Klantreis en Empathy Mapping. De Klantreis is een kwalitatieve onderzoeksmethodiek: het is een tool om inzicht te krijgen in de ervaringen van burgers om de dienstverlening te optimaliseren. Het bestaat uit drie onderdelen: het startpunt, het eindpunt en de fases ertussen (Movisie, 2019). Empathy Mapping is een eenvoudige visualisatie van de gedachtes, gevoelens, en gedragingen van een gebruiker. Een empathy map wordt vaak ingezet om gebruikers van jouw product of dienst (in dit geval de te ontwikkelen armoede-aanpak) te doorgronden. Het maken van een empathy map is een exercitie die je dwingt je in te leven in de wereld van gebruikers (bron: www.perspective. Amsterdam). Via Empathy Mapping is de klantreis van A (de huidige situatie) naar B (de gewenste situatie) in kaart gebracht door het plakken van Post-its op een empathy map. Daarbij stonden de volgende vragen centraal: •

•

•

Behoeftes Welke behoeftes heeft de doelgroep in de verschillende fases? En waarom heeft zij deze behoeftes? Acties Welke acties onderneemt de doelgroep nu om in haar behoeftes te voorzien? In welke mate zijn deze bevredigend? Touchpoints Wat zijn alle contactpunten die de doelgroep in de verschillende fases tegenkomt? Dit kan gaan van sociale media tot aan het contact met vrienden en familie. Kortom alle mogelijke vormen van contact die invloed kunnen uitoefenen op de klantreis.

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

9

•

•

•

Pain points Wat zijn alle vervelende zaken die de doelgroep in haar klantreis tegenkomt? Wat gaat heel moeilijk? Waar wordt ze tegengewerkt of wordt niet tegemoetgekomen aan de behoeften? Pleasure points Wat zijn alle fijne momenten in de klantreis? Waar wordt de doelgroep goed bediend? Waar wordt ze goed tegemoetgekomen in haar behoeften? Moments of Truth Wat zijn de momenten die de klantreis maken of breken? Waar is het risico groot dat je de doelgroep kwijtraakt? En hoe kun je als organisatie op die momenten het beste handelen teneinde de doelgroep binnenboord te houden?

2.1.2. Groepssessies Groepssessie 1 met school De eerste groepssessie was met het management/directie van elke school en de leerkrachten en/of intern begeleiders (hierna IB’ers genoemd) die bij de ontwikkeling van de Amsterdamse Familie School betrokken waren. Eerst is er gebrainstormd over de droom die de school voor zich zag als het gaat om armoedebestrijding. Vervolgens is nagedacht over de doelgroep waar dit betrekking op heeft. Daarna is met hulp van de methodieken Klantreis en Empathie Mapping een eerste versie van de Verandertheorie opgesteld. Tot slot is met elkaar nagedacht over de voorwaarden om de Verandertheorie mogelijk te maken. Na deze sessie lag er een eerste versie van een Verandertheorie die op een toegankelijke manier werd voorgelegd in de tweede groepssessie met de ouders. Groepssessie 2 met ouders De tweede sessie bestond uit een gesprek met ouders/verzorgers (maximaal 10) van leerlingen, doorgaans geworven door een personeelslid van school die veel contact met de ouders heeft. In dit rapport hebben we het verder over ouders daar waar we uiteraard ook verzorgers bedoelen. Ouders werd gevraagd of zij mee wilden praten over ideeën om de school (nog) beter te maken: bij de werving stonden de begrippen armoede/schulden niet centraal omdat dit belemmerend zou kunnen werken.

Omdat het vaak lastig is om over dit onderwerp te praten, is na een uitgebreide kennismaking eerst de situatie qua armoede op de school in kaart gebracht door vragen te stellen in ‘de derde persoon’ en dat werkte goed. Bij vrijwel alle gesprekken zorgde dit ervoor dat ouders op een gegeven moment (ook) over hun eigen situatie gingen praten. In het kader hieronder staan de vragen die dat mogelijk maakten. Vervolgens kregen de ouders de vraag: ‘Stel je voor dat de school jullie zou inhuren om advies te geven over wat de school moet doen om ouders te ondersteunen bij vragen die zij hebben over geld. Jullie gaan in twee groepjes van vier hiermee aan de slag. Jullie krijgen 30 minuten de tijd om hierover met elkaar iets te bedenken. Het mag alles zijn! Voel je vrij om je mening te geven.’ Ouders schreven hun ideeën op Post-its die zij op flip-overs plakten. Ouders die niet konden schrijven mochten het tekenen. Daarna werden de ideeën die in de eerste sessie door de school waren aangereikt en die vaak overeenkwamen met hun eigen ideeën, voorgelegd aan de ouders. Per ‘idee’ werd gevraagd wat de ouders ervan vonden, of ze er gebruik van zouden maken en wat er nog miste in de uitwerking. De resultaten uit het tweede groepsgesprek werden verwerkt in een tweede versie van de Verandertheorie.

Omdat de activiteiten in de Verandertheorie nogal veelomvattend waren, is er voorafgaand aan de derde groepssessie per school door de onderzoekers een onderverdeling aangebracht in drie hoofdonderwerpen om de derde sessie, die met stakeholders, richting te geven.

10

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

Soms hebben kinderen moeite met leren omdat er thuis dingen aan de hand zijn. Herkennen jullie dit ook bij gezinnen op jullie school? Zo ja: • Kunnen jullie daar wat over vertellen? (flip-over) • Wat kan de school hier volgens jullie mee doen? ‘Uit allerlei onderzoeken en documentaires blijkt dat een gebrek aan geld een grote invloed kan hebben op mensen. Het zorgt voor veel stress. En deze stress zorgt er weer voor dat je minder lekker in je vel zit. In heel veel gevallen speelt ook schaamte een rol. Mensen praten niet graag over de problemen die ze hebben. Zeker niet als dit over geld gaat. Logisch natuurlijk. In Amsterdam leven 86.500 huishoudens van een laag inkomen. Ervan uitgaande dat een huishouden uit meerdere personen bestaat, zijn dat misschien wel tussen de 200.000 en 300.000 mensen. Ook heeft een kwart van de Amsterdammers schulden. Zo’n 50.000 van hen beschouwen hun schulden als een probleem. Velen lukt het niet om iedere maand de rekeningen te betalen, denk aan de huur, de energierekening, de verzekeringen, etc. Dit is een van de redenen dat de school ervan uitgaat dat dit ook aan de hand kan zijn bij de ouders van de kinderen op haar school. En zij wil heel graag iets doen voor deze ouders. Ze weet alleen niet zo goed wat. Hebben jullie tips?’

Groepssessie 3 met stakeholders Aan de hand van de eerste twee groepssessies bepaalden de onderzoekers samen met management/ directie welke externe partijen er bij de armoede-aanpak betrokken zouden moeten worden om de Verandertheorie op de drie hoofdonderwerpen tot uitvoering te kunnen brengen. Waar nodig ondersteunden de onderzoekers bij het benaderen van deze stakeholders bijvoorbeeld de buurtteams. Met deze externe partijen werd samen met de betrokkenen van school op elke school een derde groepssessie georganiseerd. Bij deze groepssessies waren verschillende type stakeholders betrokken, te weten: het Ouder-Kind-Team (hierna okt genoemd), het buurtteam en de ggd. De in de eerste twee groepssessies tot dan toe ontwikkelde Verandertheorie werd met de betreffende stakeholders besproken. Van tevoren waren de drie hoofdonderwerpen op posters gezet en is gevraagd of de stakeholders middels geeltjes konden aangeven: wat is je eerste spontane reactie, wat is erg sterk aan het idee? Wat zijn verbeterpunten? Hoe kunnen we de activiteit verder invullen/ concreter maken? Vervolgens werden de rollen van alle betrokkenen geëxpliciteerd en werd nagedacht over de praktische haalbaarheid en is ingegaan op de belangrijkste vervolgstappen en de monitoring.

De resultaten uit het tweede groepsgesprek werden verwerkt in een derde versie van de Verandertheorie die de input vormde voor het Plan van Aanpak om er daadwerkelijk mee aan de slag te gaan.

2.2. Vormgeven van een armoede-aanpak Na de drie groepssessies hebben de onderzoekers de Verandertheorie met de verslagen van de verschillende sessies per school verwerkt in een Plan van Aanpak waarin zij beschreven welke acties er ondernomen konden worden. De onderzoekers boden dit Plan van Aanpak aan de school aan en gingen in gesprek over welke randvoorwaarden en acties er nog nodig waren. De school werd gevraagd om zelf met de betrokkenen ook per onderdeel een Verandertheorie te ontwikkelen zodat nog duidelijker zou worden wat er moest gebeuren. De onderzoekers reikten methodieken aan hoe de school dat het beste kon doen en beschreven die in het Plan van Aanpak. Uiteindelijk lag er na ongeveer 9 maanden vanaf de start van het actieonderzoek een door alle partijen ‘gedragen’, onderbouwd Plan van Aanpak

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

11

met de opgestelde Verandertheorieën per onderdeel. De scholen gingen vervolgens zelf aan de slag met het uitvoeren van de plannen, zo nodig met behulp van externe partijen die hierbij een rol zouden kunnen spelen.

2.3. Meten van de opbrengsten: de monitoring Na afloop van de groepssessies en het opstellen van het Plan van Aanpak gingen de scholen aan de slag met de plannen. Een halfjaar daarna hebben de onderzoekers vervolgens vanaf januari 2023 een jaar lang de armoede-aanpak op de scholen gevolgd om na te gaan of de gemaakte afspraken in het Plan van Aanpak werden bereikt. Het ging daarbij expliciet om het volgen van de in te zetten activiteiten en bijbehorende resultaten: wat (daarin) goed ging en wat beter kon en of het lukte om de juiste randvoorwaarden te creëren. Bij deze monitoring zijn zowel het perspectief van de school(leiding), als van de ouders en overige betrokkenen zoals buurtteam-medewerkers of okt-adviseurs op school meegenomen. Het betrof twee groepsgesprekken met management/directie en de bij de ontwikkeling van de Amsterdamse Familie School-betrokken leerkrachten en/of intern begeleidersleerkrachten en andere bij de armoedeaanpak betrokken professionals (zoals buurtteammedewerkers), en twee groepsgesprekken met ouders. Daarnaast zijn alle buurtteammedewerkers in elk geval één keer individueel telefonisch geïnterviewd en waren er incidenteel tussentijdse individuele gesprekken met de directie en projectleiding. Concreet ging het per school om de volgende monitoringsmomenten: Tabel 1 - Overzicht monitoring Type gesprek

Vond plaats tussen

Groepsgesprek school

Januari – april 2023

Groepsgesprek ouders

Januari – juni 2023

Interview buurtteammedewerker (telefonisch)

Maart – mei 2023

Tweede groepsgesprek school

November 2023

Tweede groepsgesprek ouders

November 2023

* Bij sommige scholen vond er ook een telefonisch gesprek plaats met de directeur of projectleider, bijvoorbeeld vanwege wisseling van functie of verlof

12

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

2.4. Beperkingen van het onderzoek Er zijn naast de Amsterdamse Familie Scholen meer scholen in Amsterdam aan de slag met het signaleren en tegengaan van armoede. Veel scholen maken gebruik van de familiepakketregeling die door de gemeente wordt aangeboden en waarmee ook bijvoorbeeld een buurtteammedewerker voor een beperkt aantal uur per week een spreekuur kan draaien op een school. We hebben geen onderzoek gedaan naar de mate waarin de drie Amsterdamse Familie Scholen in dit actieonderzoek zich qua armoede-aanpak onderscheiden van andere scholen, dus we kunnen daar niks over zeggen. Verder betrof het expliciet een kwalitatief actieonderzoek. De monitoring is gebaseerd op groepsgesprekken en interviews met zo veel mogelijk betrokkenen. Dit resulteert niet in een objectieve waarneming maar betreft een subjectieve beleving vanuit een meer-actoren-perspectief. De resultaten zijn ter validering teruggekoppeld naar de scholen. We hebben geen effect-onderzoek gedaan naar bijvoorbeeld de gewenste opbrengsten van de Verandertheorieën, maar deden een interactief procesonderzoek met als doel om in samenwerking met alle betrokkenen tot een ‘breed gedragen’ goed onderbouwde armoede-aanpak te komen en de geleerde lessen op een rij te zetten voor scholen die ook met een armoede-aanpak aan de slag willen, dan wel hun eigen armoede-aanpak willen doorontwikkelen.

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

13

3

Resultaten

3.1. Dromen De drie scholen hadden tijdens de eerste groepssessie alle drie een droom waar de onderzoekers tijdens de monitoring weer op terugkwamen.

De droom van school 1 • In 2025 is 75 procent van de ouders die het nodig hebben bereikt • Het familieservicepunt geniet een hoge bekendheid en loopt goed • De randvoorwaarden voor goed onderwijs zijn op orde • Er is een goede bezetting van het op te zetten familieservicepunt (osp) met één gedeelde visie • Het isolement van de ouders is doorbroken • Na het bereiken van de ouders van de school krijgt het osp ook een wijkfunctie

De droom van school 2 • 75 procent van alle ouders is over vijf jaar schuldenvrij of heeft in ieder geval hulp gekregen (is bereikt) (huisvesting, voorzieningen, geestelijke en lichamelijke gezondheid) • Gedrag wordt veranderd & kennis wordt opgedaan bv op het gebied van boodschappen doen, educatie, prioriteiten stellen • Ouders worden op een cultuursensitieve manier heropgevoed

De droom van school 3 • 80 procent van de ouders in de buurt is bereikt. Dat betekent dat zij minimaal op de hoogte zijn van alle voorzieningen – Starten met de ouders van de schoolgaande kinderen (4-12 jaar) – Daarna de ouders van kinderen van 0-4 jaar bereiken. Bijvoorbeeld via de spelotheek – Tot slot krijgt het familieloket een buurtfunctie • Op termijn beschikt de school over een laagdrempelige, veilige fysieke locatie • Alle betrokkenen spreken dezelfde taal en zitten op één lijn: ze weten allemaal de weg te vinden • Het onderwerp armoede staat meer op de kaart en de armoede is lager geworden • Er zijn meer gelijke kansen voor alle kinderen • De ouderbetrokkenheid is gestegen

14

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

3.2. Context: armoede op de scholen De drie scholen zijn verschillend qua samenstelling. Wel is er op alle scholen sprake van armoede- en schuldenproblematiek onder ouders van de leerlingen. Tijdens de groepssessies met ouders kwam dit zeer duidelijk naar voren, al gingen ouders ook vaak in op de (gepercipieerde) situatie van andere (niet aanwezige) ouders. Er is hier dus geen objectief beeld te geven, het gaat om indrukken. Signalen die de onderzoekers van vooral de ouders in de groepssessies kregen gingen bijvoorbeeld over ouders die hun baan verloren zijn in coronatijd, ouders die leven van een uitkering en ouders die onder bewind staan. Ook kregen de onderzoekers op alle drie de scholen te horen dat veel ouders qua inkomen net boven de grens zitten om aanspraak te kunnen maken op de stadspas, waardoor ze vaak ‘buiten de boot’ vallen en geen recht hebben op bepaalde voorzieningen. Een deel van de ouders lijkt sowieso niet goed te weten waar ze financieel recht op hebben en heeft moeite met het invullen van officiële formulieren; taalproblemen spelen daarbij vaak een grote rol. Ouders vinden het soms ook lastig om hulp te vragen aan het buurtteam; zij denken bijvoorbeeld dat professionele budgetcoaches of schuldhulpverleners vooroordelen hebben over mensen met financiële problemen of ze zijn bang voor meldingen bij andere instanties, zoals jeugdzorg.

Een andere kwestie die de revue passeerde is bestedingsgedrag; ook ouders met een laag budget hebben kinderen die graag merkkleding, gadgets of dure schoenen willen, dat kan dilemma’s geven in hoe het beschikbare geld het beste uit te geven. Ook hebben veel ouders te maken met gevoelens van schaamte en stress. Kinderen merken de financiële problemen van hun ouders volgens hen ook: soms krijgen kinderen geen lunch mee naar school, het schoolreisje/kamp kan soms dan niet betaald worden of ouders hebben geen vervoer om kinderen naar activiteiten te kunnen brengen. Ook gebeurt het dat gezinnen geen geld hebben voor het aanschaffen van één of meerdere laptops. En ook lijkt het voor te komen dat ouders relatief weinig tijd (en daarmee aandacht) voor hun kind hebben doordat er geen vast gezinsritme is omdat beide ouders bijvoorbeeld onregelmatig moeten werken. In de eerste ronde van de Amsterdamse Familie Scholen-subsidie kregen alle scholen veel vrijheid in hoe ze de subsidie hebben ingezet. Dat betekent ook dat elke school, ook de drie scholen die deelnamen aan het actieonderzoek, op een andere manier en in een andere formatie uitvoering gaf aan de plannen en activiteiten. De ene school zette bijvoorbeeld via de subsidie een projectleider in voor het ondersteunen bij o.a.

het schrijven van de projectplannen en rapportages, de andere school huurde een medewerker in die activiteiten met ouders kon begeleiden en een andere school verdeelde diverse taken onder het team. Ook koos een van de drie scholen ervoor het geld ten dele te besteden aan het financieel ontlasten van de ouders: zo werd de vrijwillige eigen bijdrage van alle ouders voor schoolreisjes en andere activiteiten (in elk geval tijdelijk) afgeschaft. Alle drie de scholen nemen generieke maatregelen met middelen uit het Jeugdeducatiefonds, zoals het aanbieden van ontbijtpakketten of maaltijden voor alle gezinnen of kinderen; een deel van de scholen was hier al mee gestart voor de subsidie van het Jeugdeducatiefonds hiervoor beschikbaar kwam. Ouders/verzorgers waarderen dit soort generieke maatregelen zeer, juist omdat het geen onderscheid maakt tussen gezinnen. Ouders vertellen bijvoorbeeld over het ontbijtpakket dat anderen zich ook aanmelden als er veel mensen gebruik van maken. Dat geldt ook voor het aanbod dat voor kinderen op de scholen georganiseerd wordt, zoals de huiswerkbegeleiding en vele sport- en culturele activiteiten (Vaessen et al., 2023). Op één school worden de schoolmedewerkers ook getraind in het signaleren van armoede.

Bij de drie scholen in het actieonderzoek zagen we ook verschillen per school wat betreft de mate waarin docerend en ondersteunend personeel betrokken werd bij de ontwikkelde armoede-aanpak; binnen de ene school werd het docerend en ondersteunend personeel intensief betrokken als het ging om bijvoorbeeld signaleren en informatie-uitwisseling, de andere school koos ervoor om de leer-

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

15

krachten zich vooral te laten richten op het lesgeven en de afs-aanpak wat betreft armoede (in de basis) met name door een klein team te laten uitvoeren. Daarbij verschilde ook de formatie van de scholen gedurende het traject; de ene school beschikte bijvoorbeeld wel over een oudercontactpersoon en/of okt-adviseur en de andere niet. In het slothoofdstuk zullen we hier nog kort op reflecteren.

3.3. Verandertheorieën In de bijlage is weergeven tot welke Verandertheorieën de scholen zijn gekomen. Ze zijn te vangen in vier hoofdonderwerpen. Het betreft: •

•

•

•

Het signaleren van armoede en schulden bij leerlingen en/of ouders: het gaat dan bijvoorbeeld om de signaleringsfunctie van leerkrachten en de inzet van eventuele signaleringsinstrumenten Werken aan ouderbetrokkenheid om (meer) ouders te bereiken en vertrouwen te krijgen, ook de ‘moeilijk bereikbare, geïsoleerde ouders’, bijvoorbeeld door het organiseren van koffie-ochtenden en andere ‘leuke’ activiteiten Werken aan kennis en vaardigheden bij ouders bijvoorbeeld door het organiseren van thema-avonden voor ouders waarbij je bijvoorbeeld armoede/financiële problemen bespreekbaar kunt maken en ouders/verzorgers kunt wijzen op regelingen waar ze recht op hebben dan wel cursussen/trainingen voor ouders over bijvoorbeeld financieel opvoeden Binnen de school hulp bieden bij financiën, bijvoorbeeld door het instellen dan wel doorontwikkelen van een familieservicepunt/huiskamer/inloop waar ouders terecht kunnen met allerlei vragen, ook over financiën. Ouders kunnen daar gewezen worden op regelingen, hulp krijgen bij het invullen van formulieren en eventueel door een buurtteammedewerker geholpen worden met hun betalingsproblemen en/of schulden.

3.4. Resultaten van de monitoring Gedurende één jaar hebben de onderzoekers regelmatig contact gehad met de scholen en met de ouders over de ontwikkelingen. We bespreken de resultaten van de monitoring langs de lijnen van de gewenste opbrengsten van de scholen, zoals in de vorige paragraaf gepresenteerd. We lopen opeenvolgend de onderwerpen van de Verandertheorieën na: het signaleren van armoede en/of schulden, het werken aan ouderbetrokkenheid, het werken aan kennis en vaardigheden bij ouders en het binnen de school hulp bieden bij financiën. We gaan per onderwerp eerst in op wat er vanuit het schoolbestuur en andere betrokkenen bij de uitvoering van het Plan van Aanpak is gezegd en vervolgens gaan we in op het ouderperspectief. 3.4.1. Signaleren van armoede en/of schulden In de handreiking ‘armoede op scholen’ die in 2020 werd gelanceerd staan tips hoe scholen armoede kunnen signaleren. Voorop staat dat het opbouwen van een relatie met kinderen, jongeren en ouders en het leren kennen van de achtergrond van gezinnen belangrijk is om de voorwaarden voor hen te creëren om armoede bespreekbaar te durven maken op school (Lusse & Kassenberg, 2020). Op de scholen waar de onderzoekers actieonderzoek deden was het signaleren een belangrijk aandachtspunt. De scholen gingen hier op de verschillende manieren mee aan de slag.

Een van de drie basisscholen had zich specifiek tot doel gesteld om zich verder te ontwikkelen in het signaleren van armoede- en schuldenproblematiek bij leerlingen en/of ouders. Deze school had het vermoeden dat er sprake was van verborgen armoede op school, maar vond het lastig er de vinger op te leggen. Om

16

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

die reden hebben zij dit onderwerp prioriteit gegeven en hebben zij hier ook een Verandertheorie voor opgesteld. Een van de andere scholen gaf tevens indirect in een Verandertheorie aan extra in te willen zetten op het signaleren van armoede- en schuldenproblematiek op school, om via die weg bij te dragen aan de bestrijding van armoede bij gezinnen. De school die rondom signaleren een Verandertheorie heeft opgesteld kwam daarbij uit op de volgende (voorgenomen) activiteiten: • • • •

Signaleringslijst eenmaal per jaar onder ouders uitzetten. Signaleringslijst tweemaal per jaar onder leerkrachten uitzetten. Buurtteam installeren in Familieservicepunt. Teambijeenkomst organiseren ‘Signaleren van armoede’ (leerkrachten en intern begeleiders met Buurtteam).

Schoolperspectief op signaleren Signaleringslijst De betreffende school beschikte voorafgaand aan het actieonderzoek al over een signaleringsinstrument waarmee verschillende mogelijke problemen in kaart kunnen worden gebracht, zoals spraak- en taalontwikkeling, motorische ontwikkeling en eventuele signalen van kindermishandeling. Deze lijst wordt jaarlijks aan het begin van het jaar ingevuld door leerkrachten in het kader van het Handelingsgericht werken1. Naar aanleiding van het actieonderzoek heeft een van de IB’ers hier in 2022 een extra onderdeel aan toegevoegd over signalen rondom armoede. De betreffende IB’er heeft dit zelf ontwikkeld. Het doel hiervan was om zo gezinnen in beeld te krijgen die het financieel moeilijk(er) hebben en hen door te verwijzen naar het op te richten Familieservicepunt. Binnen de signaleringslijst is op het onderdeel armoede onderscheid gemaakt tussen de categorieën ‘persoonlijke verzorging’, ‘somatische klachten’, ‘woon- en leefomstandigheden’ en ‘gedrag van het kind’. Aandachtspunten zijn volgens de school bijvoorbeeld kinderen die geen fruit mee naar school hebben of kinderen die veel te kleine kleding of kapotte schoenen dragen. Na het invullen van de signaleringslijst staat er voor elke leerkracht (of voor elk duo) een groepsbespreking met de IB’er gepland om de lijst door te nemen.

Leerkrachten vinden het soms nog wel lastig om in te vullen, maar de IB‘er ziet erop toe dat dit toch zo veel mogelijk gebeurt. Wanneer er signalen van armoede zijn, pikt de IB’er dat op en probeert deze samen met de leerkracht met de ouders te bespreken. Een proactieve houding van een leerkracht is hierbij behulpzaam, net als een vertrouwensrelatie tussen ouder en leerkracht. Dan kunnen ze indien nodig vervolgens ook doorverwijzen naar de medewerkers van het okt of het Buurtteam op school of naar de leerkracht. Doordat alle schoolmedewerkers op deze school dezelfde visie hebben en er korte lijntjes met elkaar zijn, gebeurt dit alles zo veel mogelijk middels een ‘warme overdracht’. Sommige leerkrachten geven ook aan zelf soms op ouders af te stappen bij signalen en hen te wijzen op het Familieservicepunt, maar het handelen naar de signalen blijkt vaak nog best een opgave; de drempel is soms hoog. Veel ouders vinden het sowieso lastig om hulp te vragen. De leerkrachten worden regelmatig herinnerd aan het feit dat de signaleringslijst belangrijk is, ook door de actualiteit (corona, energiecrisis).

In een van de voortgangsgesprekken wordt door het team aangegeven dat signaleren altijd op de agenda staat en er een coherente relatie met het Familieservicepunt is: ‘We zeggen het hier bij ons intern bij alle overleggen en bijeenkomsten, we blijven in gesprek over het belang van signaleren.’ Ook bij de oudergesprekken staat het signaleren impliciet standaard op de agenda. De intern begeleider

1 De signaleringslijst was een reeds bestaand document dat aan het begin van het schooljaar wordt ingevuld door de leerkrachten en is onderdeel van het Handelingsgericht werken (signaleren) op de school.

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

17

die betrokken was bij de ontwikkeling van de signaleringslijst heeft daarvoor een brede vraag bedacht: ‘Zijn er dingen die er nu gebeuren, waardoor je kind niet mee kan komen met leren?’ Door vervolgens gericht door te vragen kunnen leerkrachten goed nagaan wat er eventueel speelt. Binnen het team worden hier ook regelmatig gesprekken over gevoerd, het is een aandachtspunt voor het hele team. Zo is er door de buurtteammedewerker op school ook een bijeenkomst georganiseerd om aan leerkrachten mee te geven bij welke vragen ze ouders naar haar kunnen verwijzen. De medewerkers van de school geven wel aan dat het belangrijk is om er bij nieuwe leerkrachten wel weer voor te zorgen dat zij hier ook in meegenomen worden, dus dat zij ook op de hoogte zijn van bij welke vragen er naar de buurtteammedewerker doorverwezen kan worden. Het is daarom de wens van de school en de buurtteammedewerker om een dergelijke bijeenkomst periodiek te herhalen. Huisbezoeken Bij een van de andere scholen was het aan het begin van de afs-subsidie zo geregeld dat leraren signalen die ze opvingen doorgaven aan de directeur of aan de IB‘er op school, die vervolgens indien nodig kan doorverwijzen naar de okt‘er of de buurtteammedewerker op school. Deze kleine groep professionals op school houdt elkaar daarbij goed op de hoogte of iemand ook is aangekomen bij de plek waarnaar is verwezen.

De school is naar aanleiding van de afs-aanpak in 2023 daarnaast ook gestart met een project om leerkrachten te faciliteren in het afleggen van huisbezoeken bij leerlingen. Het idee hierachter is dat dit kan zorgen voor extra vertrouwen tussen leerkracht, kind en de ouders. Het project is volgens de schoolleiding erg succesvol; veel van de leerlingen zijn inmiddels thuis bezocht en hierbij kwamen ook dingen boven tafel die medewerkers van de school normaal gesproken niet snel te weten zouden zijn gekomen omdat ouders dit uit zichzelf vaak niet benoemen. Dat heeft een meerwaarde; als er bepaalde signalen worden opgevangen geeft de directeur aan dat die doorgezet worden naar de okt-medewerker, in goed overleg: ‘Daarvan zeggen we tegen ouders: we gaan het niet aan de grote klok hangen, maar we kunnen wel zorgen voor een bed.’ Ook de meeste ouders laten zich volgens de medewerkers van de school positief uit over de huisbezoeken. Sleutelfiguren De derde school geeft aan dat er naast de betrokken directie en buurtteammedewerker op school ook veel sleutelfiguren op school zijn met ‘verborgen kennis’. Voorbeelden zijn: de conciërge en de administratief medewerkers en leerkrachten die veel contact hebben met ouders.

Er zijn bijvoorbeeld medewerkers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond en schoolmedewerkers die dicht in de buurt van de school wonen die weten wat er onder ouders leeft, die signalen opvangen en deze ook kunnen doorgeven. Intake Ook wordt er bij deze school waar ze met sleutelfiguren werken bij nieuwe kleuters een uitgebreide intake gedaan met ouders waarin al voorzichtig gevraagd wordt naar hun financiële situatie. En de directeur van det daarbij aan: ‘Alle ouders komen hier met vragen’, om het op die manier te normaliseren. Dat lijkt ook goed te werken. Maar ook op deze school komt terug dat er veel vertrouwen nodig is voor ouders daadwerkelijk de school opzoeken voor hulp bij problemen; dat vertrouwen groeit meestal met de jaren. Meer hierover in paragraaf 4.4.

18

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

Ouderperspectief op signaleren Ook ouders hebben we gevraagd naar hun perspectief op het signaleren van armoede binnen de school. Ouders zien voor het signaleren van financiële problemen op school vooral een rol weggelegd voor leerkrachten, maar ook voor de oudercontactpersoon of andere medewerkers op school. Zo geeft een ouder aan dat zij denkt dat een medewerker van de school een goed beeld heeft van de financiële situatie van ouders: ‘Ik denk wel dat zij daar wel heel veel zicht op heeft hoor. Ik denk dat X van iedereen hier een beetje weet van jawel.’ Ook zien sommige ouders een rol voor andere ouders binnen de school als vertrouwens- of contactpersoon. Zo wordt door een ouder genoemd dat actievere ouders ook zouden kunnen doorverwijzen naar het buurtteam dan wel familieservicepunt in school als zij zicht hebben op problematiek die speelt bij andere ouders. De school zou van dit potentieel gebruik kunnen maken door ouders actief te vragen of zij hiervoor open staan. Daarbij is het dan wel heel belangrijk dat een ouder het vertrouwen van andere ouders heeft om het contact goed te kunnen maken en ervoor te zorgen dat de doorverwijzing ook echt slaagt.

De betrokken ouders van de school waar huisbezoeken worden afgelegd zijn positief over dit initiatief, maar geven ook aan dat zij het idee hebben dat er veel andere ouders zijn die een drempel voelen om de leraar thuis toe te laten, wellicht uit schaamte. Ze geven aan dat het kennismakingsgesprek tussen leerkracht en ouders inmiddels als alternatief ook op school gevoerd kan worden, maar zien ook wel de meerwaarde van het huisbezoek, juist ook om te signaleren en verder te kunnen ondersteunen indien dat nodig is. 3.4.2. Werken aan ouderbetrokkenheid Over het belang van ouderbetrokkenheid in het algemeen is veel literatuur voorhanden (zie nji.nl). De link met armoede en schulden wordt pas recentelijk gelegd (Lusse en Kassenberg, 2020) en dan nog maar in beperkte mate; het gaat er dan vooral om dat opbouwen van een relatie met ouders belangrijk is om de voorwaarden te creëren om armoede bespreekbaar te durven maken (Lusse & Kassenberg, 2020). Voldoende ouderbetrokkenheid is een randvoorwaarde om gezinnen vanuit of via de school te (kunnen) ondersteunen op bijvoorbeeld het gebied van geldzorgen. Immers, als ouders zich niet betrokken voelen bij de school zullen zij zich ook niet snel tot de school wenden om hulp te vragen of deelnemen aan activiteiten vanuit school om nieuwe vaardigheden op te doen.

Ook kunnen signalen van armoede vanuit school (beter) met ouders worden besproken als er al een vertrouwensband is opgebouwd. Bij een van de scholen werd aangegeven dat zij te maken hebben met een groep gezinnen die erg geïsoleerd leeft. Doel is om deze gezinnen onder andere door ouderbetrokkenheidactiviteiten uit hun isolement te halen en vertrouwen op te bouwen. Ook kunnen dergelijke activiteiten zorgen voor versterking van het sociaal netwerk van ouders. Ouders voelen zich dan bijvoorbeeld collectief verantwoordelijk voor elkaars welzijn en ondersteunen elkaar, eventueel ook bij geldzorgen. De drie scholen in het actieonderzoek hebben allemaal in hun Verandertheorieën het vergroten van de ouderbetrokkenheid opgenomen, opdat meer ouders (beter) bereikt en versterkt worden. Zij hebben hier in de groepssessies om tot Verandertheorieën te komen verschillende activiteiten op bedacht die we hieronder op een rij zetten. Schoolperspectief op het werken aan ouderbetrokkenheid Wensen en behoeften van ouders De scholen geven aan dat het bijna altijd belangrijk is om de wensen van ouders te horen en hier voor zover mogelijk gevolg aan te geven. Zo geeft een schoolmedewerker aan: ‘Aan het begin van het schooljaar hebben we een startbijeenkomst georganiseerd voor de ouders. Toen hebben we ook gebrainstormd wat ze wilden doen en hoe ze ook zichzelf nuttig zouden kunnen maken.

[…] Dat hebben we verzameld en uitgewerkt in een lijstje.’ Het is daarbij echter ook belangrijk om duidelijk te communiceren dat niet alles

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

19

wat ouders willen ook haalbaar is, om de verwachtingen te temperen. Er zijn namelijk veel behoeften bij ouders die niet zo makkelijk door de school kunnen worden opgepakt: bijvoorbeeld zwemles, fietsles, of sporten (voetbal voor vaders). Het probleem hierbij is dat het aanbod vaak wel elders in de wijk wordt georganiseerd, maar dat is dan niet altijd toegankelijk voor ouders, die oriënteren zich vooral op hun directe eigen omgeving of hebben bijvoorbeeld geen vervoer om ernaartoe te gaan. De scholen of buurtteammedewerkers proberen ouders wel op het aanbod in de wijk te wijzen, maar dit lijkt niet altijd afdoende om te zorgen dat ouders daar ook aankomen. Veel Amsterdamse Familie Scholen zijn daarnaast in het kader van de afs-pijler Samenwerking wel bezig om die verbinding met de wijk meer te leggen, maar dat is een kwestie van een lange adem. Communicatie met ouders Daarnaast is heldere communicatie naar ouders van wezenlijk belang. Veel communicatie en werving op scholen gebeurt via een ouder-app: een digitale app waarmee ouders op de hoogte gehouden kunnen worden van de ontwikkelingen op school. Deze app biedt vaak veel mogelijkheden en is voor ouders makkelijk te gebruiken. Ook kan bij sommige apps bijgehouden worden door welke ouders de berichten worden gelezen.

Tegelijkertijd is de app vooral bruikbaar voor het delen van algemene informatie en is de indruk dat het voor het stimuleren van echte ouderbetrokkenheid het beste werkt om ouders persoonlijk uit te nodigen om deel te nemen of zich in te zetten voor de school. Het helpt daarbij om ouders het signaal te geven dat ze welkom zijn in de school. Een van de betrokkenen van de scholen vertelt: ’Ik heb veel ingezet op ouders, met smalltalk, gesprekjes om ervoor te zorgen dat er een band ontstond tussen de school en de ouders […] ook vaak dat ze op andere dagen bleven hangen om koffie te drinken, kon ik ze vragen of ze even wilde helpen.’ Bij algemene uitnodigingen blijft het volgens veel medewerkers van de scholen wat vrijblijvend en is de kans groter dat mensen niet komen. Laagdrempelige recreatieve activiteiten Op twee scholen is er een divers aanbod van activiteiten voor ouders gerealiseerd of verder ontwikkeld die ouders bij elkaar kunnen brengen, zoals een wandelgroep, Arabische les, gezamenlijk koken op school of bijvoorbeeld een make-up workshop voor moeders. Dergelijke recreatieve activiteiten zijn belangrijk om ouders aan de school te binden, om een relatie met hen op te bouwen en vertrouwen te winnen: het gaat hier dan om het proberen te bereiken van ook die ouders die vaak ‘uit beeld’ zijn.

Zo leren ouders en school elkaar in een ontspannen setting kennen en ontstaat er vertrouwen waardoor het signaleren en bespreken van bijvoorbeeld armoede-gerelateerde zaken vanuit school met deze ouders makkelijker gaat en zij zich ook veilig genoeg voelen om zich tot de school te wenden als er geldproblemen zijn of bereid zijn om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen als een school daar activiteiten op aanbiedt. De medewerkers van een van de scholen die zich hier actief voor inzet geeft aan dat dit soort activiteiten door ouders erg worden gewaardeerd. Ze leren elkaar zo beter kennen en vinden ontspanning. Veel ouders komen naar dit soort activiteiten ‘voor de gezelligheid’: om er even uit te zijn en om gehoord te worden. Dat kan ook uitmonden in een meer betrokken rol bij school en het krijgen van bepaalde verantwoordelijkheden. Een schoolmedewerker vertelt: ‘Wat heel positief is: een moeder die wel betrokken was, was een beetje alleen. Ze was zichzelf aan het afzonderen. Ze heeft nu een rol gekregen: verantwoordelijkheid.

En nu is ze hier vaker en het gaat mentaal heel veel beter.’ Mooie bijvangst is volgens de school dat deze ontmoetingen voor de school ook informatie opleveren op basis waarvan je nieuwe dingen kunt organiseren: ’Bij leuke dingen hoor je de vraag van ouders, dus dat is heel belangrijk.’ En bovendien staan ouders bij dit soort bijeenkomsten ook sneller open voor nieuwe informatie. Een projectleider op een van de scholen geeft aan dat het wel belangrijk is dat er iemand vanuit school deze activiteiten (mede-)organiseert, en dat dit goed geregeld moet zijn binnen de school; zo kun je in de gaten houden of de activiteiten nog passen bij de doelstellingen van de school en toegankelijk zijn

20

Aan de slag met een armoede-aanpak op Amsterdamse Familie Scholen

voor alle ouders. Zij geeft aan dat het de kunst is om goed aan te sluiten bij de wensen van de ouders, waardoor het lijkt alsof ze het zelf hebben bedacht. Koffie-ochtenden of ontbijtsessies Op twee scholen worden er periodiek koffie-ochtenden of een gezamenlijk ontbijt voor ouders georganiseerd. Hier komen dan ook ouders die mogelijk door geldgebrek thuis niet ontbijten. Soms worden er dan ook presentaties gegeven, bijvoorbeeld over specifieke thema’s zoals energiebesparing of gezond eten (gericht op vergroten kennis/vaardigheden ouders, zie paragraaf 4.3.3.). Die worden vaak verzorgd door samenwerkende partners in de buurt. Een van de scholen kiest er daarnaast voor om de directie van de school af en toe aan te laten haken om zo ouders laagdrempelig in contact te kunnen brengen met de directie en open het gesprek te kunnen voeren. Deze koffie-ochtenden worden afgewisseld door koffie-ochtenden zonder de directie. Op een van de scholen vinden de thematische voorlichtingen plaats in combinatie met een ouderontbijt. De school heeft hier goede ervaringen mee; eten verbindt, volgens hen, waardoor de opkomst wordt verhoogd en je meer ouders bereikt met de voorlichting. Binnen de armoede-aanpak zorgt het voor het vergroten van het sociaal netwerk van ouders. Ouders voelen zich collectief verantwoordelijk voor elkaars welzijn en ondersteunen elkaar, eventueel ook bij geldzorgen.

Door de combinatie met voorlichting over armoede-gerelateerde zaken zoals energiebesparing sla je twee vliegen in één klap. Schoolfeesten Op alle drie de scholen is er tevens aandacht voor ouderbetrokkenheid door het organiseren van schoolfeesten. Een voorbeeld hiervan op een van de scholen is een feest gericht op het samenbrengen van verschillende culturen. Dit blijkt daar een mooie manier om ouders meer over hun eigen cultuur te laten vertellen en geeft ook ruimte aan nieuwe ouders om meer te leren over de andere ouders op school. Het blijkt een kans om juist de ouders te bereiken die anders minder goed worden bereikt. Op een van de scholen worden ouders ook uitgenodigd om op school te blijven tijdens het kerstdiner van de kinderen, zodat ouders ook de kans hebben om elkaar (apart) te ontmoeten. Binnen de armoede-aanpak geldt ook hier weer dat schoolfeesten leiden tot het bereiken van ouders die misschien niet zo vaak op school komen omdat zij geïsoleerd leven, het vergroten van hun netwerk en het ontstaan van vertrouwen tussen ouders onderling en ouders en school. Dat is nodig om met eventuele geldzorgen aan de slag te kunnen gaan. Ouderkamer Alle drie de scholen hadden als doel om een ouderkamer te creëren en/of verder in te richten, waar ouders elkaar laagdrempelig zouden kunnen ontmoeten op school.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14029157/1