Bijlage 2_Rapport Online Raadpleging PWE Amsterdammers denken mee.pdf
Tekst van het document
De informatie over deze effecten is voorgelegd aan experts op het gebied van MERs/Geluidshinder van windmolens en business case ontwikkeling van windmolens om de informatie te verifiëren en waar nodig aan te vullen of aan te passen. Naast de betrouwbaarheid van de informatie, is er ook gekeken naar de begrijpelijkheid van de informatie, om te zorgen dat deelnemers met verschillende opleidingsniveaus konden deelnemen. Communicatie-experts hebben de teksten gereviseerd en ingekort. Uiteraard hebben de effectschattingen van de keuzeopties een onzekerheidsmarge. Een zekere onzekerheidsmarge is geen probleem gezien het feit dat je vanuit de keuzes die deelnemers maken juist wil leren hoe de effecten van een eis de voorkeuren voor een eis beïnvloeden. Om te kunnen bepalen in welke mate voorkeuren van Amsterdammers voor een keuzeoptie afhangen van de effecten van die keuzeoptie (bijvoorbeeld van de kosten van de keuzeoptie en de invloed van de keuzeoptie op de hinder) is het nodig om verschillende versies van de PWE te maken en deze versies random toe te wijzen aan deelnemers. De onzekerheidsmarges worden gebruikt om bandbreedten op te stellen van de effecten van de keuzeopties.
Om een voorbeeld te geven, sommige respondenten kregen te zien dat de strengere geluidseisen zou leiden tot een afname van 450 mogelijk ernstig gehinderden, terwijl andere respondenten te zien kregen dat het zou leiden tot een afname van 2300 mogelijk ernstig gehinderden. De noodzaak van het presenteren van verschillende informatie kunnen we illustreren met een voorbeeld: stel dat je wilt weten hoeveel geld mensen bereid zijn te betalen voor een kopje koffie en je vraagt 1.000 mensen of zij bereid zijn om 50 cent voor het kopje koffie te betalen. Stel dat alle individuen deze vraag met ‘ja’ beantwoorden, dan weet je niet of deze mensen ook 80 cent of zelfs 1,50 euro bereid zijn te betalen voor de koffie. Als je de betalingsbereidheid voor een kopje koffie wilt weten, dan is het veel slimmer om de 1.000 mensen bijvoorbeeld in 10 groepen in te delen. De eerste groep krijgt dan de vraag of zij bereid zijn om 50 cent te betalen, de tweede groep wordt gevraagd of zij 75 cent willen betalen etc. Om deze reden maken we verschillende versies (designs) van de PWE. In de appendix vindt u een overzicht van de effectschattingen die wij hebben gedaan voor deze PWE. Deelnemers kregen aan het begin van de PWE een melding te zien dat de effectschattingen een onzekerheidsmarge hebben.
Stap 4: Vaststelling beperkingen deelnemers In deze PWE-raadpleging moesten deelnemers een advies geven binnen twee beperkingen. Het mogelijk aantal te behalen megawatts aan extra opgesteld vermogen duurzame energie, en de kosten voor mensen die windmolens willen bouwen. De reden om een beperking in de PWE op te nemen is dat deelnemers hierdoor worden gedwongen om verschillende eisen te prioriteren. Ze kunnen niet alles kiezen. In eerdere PWEraadplegingen is ervoor gekozen om respondenten keuzes te laten maken waarin ze beperkt werden door een financiële budgetrestrictie (Mouter et al., 2021a; Mulderij et al., 2021) of een beperkte capaciteit van het zorgstelsel (Mouter et al., 2021b). In andere PWEs is ervoor gekozen om respondenten een beperkt aantal punten te laten verdelen (Mouter et al., 2021c; Spruit en Mouter; 2020; 2021).
24 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Het uitgangspunt bij de PWE-keuzetaak was dat de gemeente wil zorgen voor 50 megawatt extra windenergie. Dat zijn ongeveer 17 nieuwe windmolens. Wij hebben deze beperking gebaseerd op informatie uit de Regionale Energie Strategie. Deelnemers konden alleen eisen kiezen waarbij minimaal 50 megawatt extra windenergie in de zoekgebieden mogelijk zou zijn. Bovendien was er ook een beperkt budget. Deelnemers konden geen eisenpakketten selecteren die leidde tot meer dan 5 miljoen euro extra kosten voor mensen die windmolens willen bouwen. Deze beperking is toegevoegd omdat het stellen van extra eisen aan windenergieprojecten in de werkelijkheid ook beperkt is door een bepaald budget. Lopen de kosten te hoog op voor de ontwikkelaars, dan is de business case niet meer rond te krijgen. Het totale budget dat in Amsterdam kan worden besteed aan extra eisen is natuurlijk niet objectief te bepalen, want heel veel variabelen spelen hierbij een rol. De restrictie is zodoende vastgesteld op basis van een best guess. We hebben zowel een energie coöperatie als een ingenieursbureau gevraagd een inschatting te geven van de maximale extra kosten die gemaakt kunnen worden bij de bouw van een windturbine, zonder dat de business case daarbij in het geding komt. De aanname hierbij was dat er minstens 2% rendement moet kunnen worden behaald.
Van deze inschattingen hebben we het gemiddelde genomen, hetgeen een kostenrestrictie opleverde van €20.500 per extra windmolen (3 MW opgesteld vermogen) per jaar. Door dit door te rekenen naar 17 windmolens met een levensduur van 15 jaar zijn we afgerond uitgekomen op de restrictie van afgerond 5 miljoen euro.
Dataverzameling We hebben de PWE uitgevoerd door deelnemers random te trekken uit een internetpanel en we hebben de PWE opengesteld voor alle Amsterdammers die mee wilden doen. Deelnemers uit het internetpanel kregen een vergoeding voor hun deelname. Waarom hebben we de raadpleging zowel gedaan met een panel als met groep die zichzelf heeft aangemeld? Ten eerste is het belangrijk dat er geen deelnemers worden uitgesloten die wel hun stem willen laten horen. Door de raadpleging open te stellen voor alle Amsterdammers voorkomen we dat dit gebeurt. Een nadeel van deze open raadpleging is dat het waarschijnlijk is dat deelnemers die een groot belang hebben en interesse hebben in het onderwerp oververtegenwoordigd zijn onder de deelnemers. Beleidsmakers willen echter vaak ook weten hoe deelnemers met een minder sterke mening publieke waarden afwegen rond het beleidsdilemma dat onderwerp is van de raadpleging. Om hieraan tegemoet te komen is het verstandig om random deelnemers uit te nodigen om mee te doen aan de raadpleging en hen een vergoeding te bieden waardoor de drempel om mee te doen lager wordt.
Een nadeel van een gesloten raadpleging is echter dat er mogelijk maar weinig mensen deelnemen die veel over het onderwerp hebben nagedacht en je wil juist dat ook deze mensen meedoen omdat zij vaak dieper hebben nagedacht over de waarden die zij belangrijk vinden rond een bepaald onderwerp. Kortom zowel een open als een gesloten raadpleging hebben voordelen en nadelen en daarom hebben we besloten om deze vormen te combineren. Daarbij leert de ervaring dat het voor beleidsmakers, burgers en belangenorganisaties relevant is om inzicht te krijgen in de mate waarin deze twee typen raadplegingen tot andere uitkomsten leiden.
In dit rapport rapporteren wij over de voorkeuren van zowel de open als panel raadpleging. Maar in de reflectiefase is er ook voor gekozen om, los van de PWE, meerdere participatiemethoden te combineren om in de diverse participatiebehoeften die in de samenleving leven te voorzien. Er zijn bijvoorbeeld Context Mapping
25 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
workshops in bepaalde wijken gehouden om gedetailleerde informatie op te halen over de leefwereld van Amsterdammers en de mogelijke invloed van windmolens daarop.
Socio-demografische gegevens van de deelnemers 1.667 Amsterdammers zijn geselecteerd vanuit een internetpanel, waarvan 999 deelnemers hebben meegedaan met de raadpleging. Van 17 deelnemers miste er belangrijke data, dus uiteindelijk zijn de antwoorden van 982 panelleden geanalyseerd. 4.467 mensen namen deel aan de open raadpleging. Hieronder rapporteren wij de kenmerken van de deelnemers uit het internetpanel en de open deelname. We hebben geprobeerd om het internetpanel zo te trekken dat het een zo representatief mogelijk beeld oplevert van de voorkeuren van de Amsterdamse populatie boven de 18 jaar voor de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Meer specifiek was het doel om ervoor te zorgen dat van allerlei groepen bewoners in ieder geval 30 mensen deelnamen (bijvoorbeeld 30 jonge hoogopgeleide vrouwen, 30 oudere laagopgeleide mannen etc). Dit wordt gezien als een minimumaantal deelnemers om te kunnen herwegen wanneer blijkt dat de steekproef niet helemaal representatief is en het toch belangrijk is om op dit niveau uitspraken te doen. In tweede instantie was het doel om ervoor te zorgen dat het panel representatief is voor de Amsterdamse bevolking op de kenmerken leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.
Dit doel is in deze raadpleging relatief minder van belang omdat de hypothese is dat voorkeuren voor beleidsopties rond het thema windenergie waarschijnlijk van andere kenmerken dan leeftijd, opleiding en geslacht af zullen hangen (zoals woonlocatie en perceptie op de energietransitie en omdat deze PWE niet gebruikt wordt als draagvlakonderzoek maar om input te leveren voor de dialoog over windenergie.
Statistische testen laten zien dat het internetpanel niet representatief is op de kenmerken leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. De leeftijdsgroepen van 35-49 en 50-64 jaar waren oververtegenwoordigd en er zaten relatief meer vrouwen en hoog opgeleiden in het internetpanel vergeleken met de Amsterdamse populatie. Om voor het gebrek aan representativiteit te corrigeren heeft er een herweging plaatsgevonden (zie kolom panel-R). Door random 115 hoogopgeleiden vrouwen uit de over gerepresenteerde leeftijdsgroepen te verwijderen uit de sample is het herwogen panel representatief op geslacht en leeftijd. Opleidingsniveau is helaas niet representatief te krijgen wegens het lage aantal deelnemers dat maximaal mbo 1 of havo/vwo onderbouw heeft afgerond. We rapporteren in de resultatensectie hoe de resultaten verschillen tussen het panel en het herwogen panel.
De open deelname verschilt qua kenmerken sterk van de populatie. Dit is te verwachten, want het doel van de open deelname is om iedereen die wil participeren de kans te geven om te participeren. De leeftijdsgroep onder 35 jaar is anders dan bij het panel sterk ondervertegenwoordigd in de open raadpleging. Bovendien zijn mannen oververtegenwoordigd en was het overgrote deel van de deelnemers hoog opgeleid.
26 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Tabel 2-1 Kenmerken van de steekproef. De Chi-Square tests zijn eenzijdig (rechts). Een hogere Chi-Squared waarde (Chi.Sq) betekent een betere match met de populatie. *De kolom ‘Panel-R’ rapport de verdeling van deelnemers in het herwogen panel. **Populatiegegevens komen uit het Basisbestand Gebieden Amsterdam. Voor leeftijd en geslacht waren cijfers uit 2021 beschikbaar, voor opleidingsniveau waren gegevens uit 2016 beschikbaar. Internet panel
Internet panel-R*
Open deelname
Populatie (BBGA, 2021)**
Chi-sq test panel (P) en panel-R (PR)
Man
393 (40,8%)
414 (49,6%)
2.562 (63,3%)
49,6%
Chi.Sq.(P) 4,34E-08
Vrouw
570 (59,2%)
420 (50,4%)
1.483 (39,7%)
50,4%
20-34 jaar
276 (28,4)%
307 (32,7%)
478 (13,0)%
29,5%
35-49 jaar
285 (29,3)%
217 (27,7%)
1.195 (32,4)%
20,8%
50-64 jaar
243 (25,0)%
185 (22,7%)
1.576 (42,8)%
17,8%
65+ jaar
158 (16,2)%
135 (16,8%)
914 (24,8)%
13,0%
Basisonderwijs, vmbo, mbo 1, havo/vwoonderbouw
80 (8,3%)
79 (9,5%)
131 (3,1%)
24,0%
Havo/vwobovenbouw, mbo 2-4
281 (29,1%)
271(32,5%)
554 (13,2%)
32,0%
Hbo, wo
603 (62,6)%
485 (58,1%)
3.506 (83,7%)
44,0%
Chi.Sq.(PR) 0,072
Chi.Sq.(P) 7,73E-06 Chi.Sq.(PR) 0,16
Chi.Sq.(P) 3,91E-39 Chi.Sq.(PR) 6,99E-25
We hebben ook aan deelnemers gevraagd of zij in Amsterdam wonen of dat ze op een andere manier met de stad verbonden zijn. Bijna alle deelnemers uit het panel woonden in Amsterdam. Een substantieel deel van de deelnemers aan de open raadpleging woont niet in Amsterdam.
Tabel 2-2 Hoeveel procent van de deelnemers aangeeft op verschillende manieren met de stad verbonden te zijn. Wat is uw situatie?
Panel
Open
Ik woon in Amsterdam
947
96,4%
3527
79,2%
Ik ben ondernemer in Amsterdam.
87
8,9%
638
14,3%
Ik werk in Amsterdam
361
36,8%
1637
36,8%
Ik besteed vrije tijd in Amsterdam
431
43,9%
1982
44,5%
Ik kom nooit in Amsterdam
3
0,3%
16
0,4%
Ik woon in een gemeente naast Amsterdam
6
0,6%
791
17,8%
27 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
We hebben deelnemers in de raadpleging ook gevraagd de vier cijfers van hun postcode in te vullen, aan de hand waarvan we een beeld kunnen geven van de verdeling van de deelnemers over de stad. Tabel 2-2 laat deze verdeling zien. We zien dat de verdeling tussen het panel en de open deelname erg verschillend is. In het panel was de verdeling van deelnemers over de stadsdelen redelijk in overeenstemming met die van de Amsterdamse populatie, terwijl in de open deelname bewoners uit de stadsdelen Noord, Oost en Zuid-Oost oververtegenwoordigd waren. In deze stadsdelen liggen de windzoekgebieden.
Tabel 2-3 Verdeling van de deelnemers over de stadsdelen op basis van de opgegeven postcodes. Een deel van de postcodes lag buiten de gemeente Amsterdam (1,0% in het panel en 19,6% in de open raadpleging). Bovendien heeft een deel van de deelnemers geen postcode opgegeven (11,3% in het panel en 9,4% in de open raadpleging). *Populatiegegevens komen uit het Basisbestand Gebieden Amsterdam. Categorisering van stadsdelen op basis van postcodes heeft tevens plaatsgevonden op basis van gegevens uit het BBGA. Internet panel
Open deelname
Populatie (BBGA,2021)*
Centrum
113 (13,4%)
206 (6,7%)
10,0%
Noord
101 (12,0%)
979 (31,7%)
11,6%
Oost
138 (16,4%)
941 (30,5%)
16,2%
Zuid-Oost
69 (8,2%)
444 (14,4%)
10,3%
Zuid
142 (16,9%)
169 (5,5%)
16,7%
West
136 (16,2%)
168 (5,4%)
17,0%
Nieuw-West
143 (17,0%)
178 (5,8%)
18,3%
Chi.Sq test panel
Chi.Sq. 0,022
Een opvallend verschil tussen deelnemers uit het panel en de open raadpleging is dat de meerderheid van de deelnemers uit het panel in een huurwoning woont, terwijl de meerderheid van de deelnemers aan de open raadpleging juist in een koopwoning woont.
Tabel 2-4 Woningbezit onder de deelnemers *Bron: Amsterdamse Federatie van Woningcorperaties (Januari 2020). Wonen in Amsterdam 2019 Woningmarkt. Woont u in een koopwoning of in een huurwoning?
Panel
Open
Populatie (AFW, 2020)*
Ik woon in een huurwoning.
581
59,2%
850
19,1%
69,2%
Ik woon in een koopwoning.
348
35,4%
3326
74,7%
30,8%
We hebben ook verdiepende vragen gesteld over de manier waarop mensen nu wonen. Het valt op dat relatief veel deelnemers uit het panel in de buurt van een drukke weg wonen als we dit vergelijken met deelnemers aan
28 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
de open raadpleging. Deelnemers aan de open raadpleging wonen relatief vaak in een landelijke omgeving met veel groen en water.
Tabel 2-5 Hoeveel procent van de deelnemers aangeeft op verschillende manieren te wonen. Hoe woont u?
Panel
Open
Ik woon aan een rustige weg
268
27,3%
1487
33,4%
Ik woon aan een drukke weg, of dichtbij een drukke weg
403
41,0%
1164
26,1%
Ik woon aan water
151
15,4%
1341
30,1%
Mijn omgeving is groen of landelijk
126
12,8%
1652
37,1%
Ik woon buiten de ring
180
18,3%
1081
24,3%
In mijn buurt is veel geluid
311
31,7%
1244
27,9%
In mijn buurt is het stil
180
18,3%
1024
23,0%
Ik heb een vrij uitzicht
118
12,0%
242
5,4%
We hebben ook aan deelnemers gevraagd of en hoe zij op dit moment bezig zijn met schone energie. Uit de antwoorden volgt dat deelnemers uit de open raadpleging relatief sterk betrokken zijn bij het onderwerp al dan niet doordat zij zelf schone energie gebruiken of opwekken of dat zij dicht in de buurt wonen van een locatie waar mogelijk windmolens komen.
Tabel 2-6 Hoeveel procent van de deelnemers aangeeft op verschillende manieren betrokken zijn met het onderwerp schone energie. Bent u bezig met schone energie? U mag meer antwoorden geven.
Panel
Open
Nee, maar dat zou ik wel willen
197
20,1%
276
6,2%
Ja, ik gebruik groene stroom van mijn energieleverancier
452
46,0%
2514
56,5%
Ja, ik wek zelf schone energie op in of bij mijn huis
98
10,0%
1664
37,4%
Ja, ik investeer in schone energieopwekking elders.
55
5,6%
598
13,4%
Ja, ik woon dichtbij een plek waar mogelijk windmolens komen
53
5,4%
1272
28,6%
Ja, ik woon dichtbij een windmolen of een zonneveld
16
1,6%
109
2,4%
Ja, ik werk in de duurzame-energiesector
10
1,0%
161
3,6%
Ja, ik ben actief bij een energiecoöperatie
13
1,3%
126
2,8%
29 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Ja, ik kom op voor omwonenden van schone energieprojecten
12
1,2%
208
4,7%
Ja, vanuit mijn betrokkenheid bij het milieu
210
21,4%
1753
39,4%
Tot slot vroegen we deelnemers naar hun financiële situatie en dit kwam redelijk overeen tussen het panel en de open raadpleging.
Tabel 2-7 Verdeling van hoe deelnemers hun financiële situatie ervaren. Welke zin past het beste bij u?
Panel
Open
Ik heb iedere maand genoeg geld
551
56,1%
2530
57%
Ik heb iedere maand te weinig geld
187
19,0%
1073
24%
Ik heb iedere maand meer dan genoeg geld
146
14,9%
563
13%
30 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
3. Resultaten De keuzes en motivaties van deelnemers zijn op drie verschillende manieren geanalyseerd. Ten eerste geven wij een overzicht van de keuzes die deelnemers hebben gemaakt in sectie 4.1. We beschrijven bijvoorbeeld of er een verschil is tussen leeftijdsgroepen en het gebied waar Amsterdammers wonen wat betreft hun voorkeuren voor windenergie en de eisen die zij stellen aan windenergie. We presenteren deze resultaten op een grafische manier en bewust niet numeriek (bijvoorbeeld “X% vindt dat er extra windmolens moeten komen in Amsterdam”). Er zijn drie redenen waarom we geen percentages presenteren: 1) de nadruk in de berichtgeving en het publieke debat over de studie komt dan mogelijk te liggen op de percentages, terwijl wij van mening zijn dat met name de (gemeenschappelijke) waarden, bezwaren en kansen die deelnemers zien de meest waardevolle informatie is voor de reflectiefase die volgt uit een PWE-raadpleging; 2) de percentages bieden schijnzekerheden.
Zelfs als we de panelraadpleging representatief maken op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau via herwegingsmethoden, dan nog is het risicovol om de claim te maken dat er representatieve uitspraken kunnen worden gedaan voor de gehele bevolking van Amsterdam omdat waarschijnlijk andere kenmerken zoals woonlocatie en perceptie op klimaatbeleid invloed kan hebben op voorkeuren; 3) het is onduidelijk in hoeverre de exacte percentages zijn beïnvloed door de precieze formulering van de vraagstelling. In de literatuur is het bekend dat je via framing van de vraagstelling de antwoorden van respondenten kan beïnvloeden. Er zijn een aantal afstudeeronderzoeken gedaan rond dit onderwerp in de context van een PWE (de Geus, 2019; Peeters, 2020) en hieruit volgde dat deelnemers soms wel en soms niet te beïnvloeden waren door de vraagstelling aan te passen of door bepaalde informatie te benadrukken. Als je het precieze percentage zou willen bepalen dat een bepaalde eis steunt, dan zou je eigenlijk verschillende varianten van de PWE moeten uitvoeren die van elkaar verschillen in vraagstelling.
Ten tweede hebben we de keuzes van de deelnemers ook geanalyseerd met geavanceerde analyses zoals het latente klasse clustermodel.
Ten derde hebben we de kwalitatieve motivaties geanalyseerd die deelnemers gaven nadat ze een keuze hadden gemaakt tussen de verschillende eisen en hun voorkeuren hadden uitgesproken over het kiezen voor windenergie binnen Amsterdam en de duurzame energieambities van de stad. Een team onderzoekers heeft de kwalitatieve argumenten in twee ronden geanalyseerd. In de eerste ronde zijn de argumenten die respondenten hebben genoemd doorgelezen en op basis hiervan is een lijst vastgesteld van categorieën van argumenten. Voor elke categorie is een code vastgesteld. In de tweede ronde zijn de argumenten van 1.200 respondenten systematisch gecodeerd. Op basis van deze analyse hebben we voor elke maatregel een argumentenkaart gemaakt. We geven ook kwantitatief weer hoe vaak argumenten zijn genoemd. Dit geeft een indicatie van de mate waarin een argument leeft onder een bepaalde groep inwoners van Amsterdam. De argumenten die burgers noemen, kunnen worden gebruikt om beter te begrijpen waarom burgers een voorkeur hebben voor een bepaalde eis of er juist bezwaar tegen hebben.
31 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Beschrijvende resultaten Stellingen over het voorgenomen beleid In het eerste deel van de raadpleging konden deelnemers aangeven of ze achter het voorgenomen beleid staan om extra windmolens te bouwen in Amsterdam. We stelden de deelnemers hiervoor twee vragen: (i) ‘Bent u het ermee eens dat er extra windmolens komen in Amsterdam?’ (ii) ‘De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken in de gemeente zelf. Wat vindt u daarvan?’. Figuur 3-1 laat zien hoe de deelnemers uit beide raadplegingen antwoord gaven op deze vragen. In beide raadplegingen is het merendeel van de deelnemers voor zoveel mogelijk duurzame energie in Amsterdam. Wat betreft het voornemen om extra windmolens in Amsterdam te plaatsen zijn de meningen meer verdeeld. In het internetpanel was een kleine meerderheid voor. In de open raadpleging was juist een kleine minderheid tegen.
Figuur 3-1 Stellingen over de windambitie van de gemeente Amsterdam. *De kolom ’Panel-R’ laat zien hoe de antwoorden van de deelnemers aan het panel verschillen na het doorvoeren van de representativiteit correctie zoals beschreven in het vorige hoofdstuk.
Eisen voor de bouw van extra windmolens In het tweede deel van de raadpleging werd aan deelnemers gevraagd welke extra eisen ze zouden aanbevelen voor de bouw van de extra windmolens in Amsterdam. Hierbij moest in ieder geval de windambitie van 50 MW extra opgesteld vermogen worden behaald, waardoor niet alle eisen konden worden gekozen. Figuur 3-2 laat zien welk deel van de deelnemers de eisen aanbeveelt. Hierbij moet worden opgemerkt dat de deelnemers niet allemaal dezelfde informatie te zien kregen over de effecten van de eisen. Bijvoorbeeld, sommige deelnemers kregen te zien dat 'strengere geluidsnormen' een groter effect op het terugdringen van hinder zouden hebben dan het verplicht stellen van een app, terwijl dit voor andere deelnemers juist andersom was gepresenteerd. Het blijkt echter dat deelnemers relatief ongevoelig waren voor deze variatie. Voor beide groepen deelnemers gold dat de meeste deelnemers een voorkeur hadden voor de strengere geluidsnormen in
32 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
plaats van de verplichte app. Daarbij moet worden opgemerkt dat deelnemers keuzes maakten binnen de beperkingen die er waren in de keuzetaak. Zij konden niet alle eisen kiezen. Er moet dus vooral worden gekeken naar de mate waarin bepaalde eisen door (groepen) deelnemers vaker of minder vaak zijn gekozen dan andere eisen. Figuur 3-2 toont duidelijk dat de eis ‘verplicht beheerders een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven’ het minst wordt aanbevolen. Deze werd in beide raadpleging door slechts een klein deel van de deelnemers gekozen. De vier eisen die het vaakst zijn aanbevolen zijn (van links naar rechts): (i) ‘stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens’, (ii) ‘bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam’, (iii) ‘bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk’, en (iv) ‘zorg dat omwonenden van windmolens direct voordeel hebben van de energie’. Het valt op dat deelnemers aan het internetpanel deze maatregelen ongeveer even vaak hebben gekozen. In de open raadpleging werden drie van deze vier eisen relatief vaker gekozen dan in het internetpanel, namelijk de eis over geluidsnormen, de eis over open landschap beschermen en de eis over afstand tot natuurgebied bewaren.
De eis over direct voordeel voor omwonenden werd minder vaak gekozen door deelnemers aan de open raadpleging, terwijl deze juist het vaakst werd gekozen door deelnemers aan het internetpanel. Een ander opvallend resultaat is dat de eis ‘bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam’ in beide raadplegingen vaker wordt gekozen dan de eis ‘verplicht beheerders van windmolens een groter deel van de inkomsten te gebruiken voor de natuur’. Figuur 3-2 Percentage deelnemers dat de keuzeopties aanbeveelt.
Verderop in het rapport onderzoeken we op een meer geavanceerde manier welke kenmerken van deelnemers invloed hebben op de keuzes die zij maken in de PWE via een latente klasse clusteranalyse. We kunnen ook voor één specifiek kenmerk kijken of er verschillen zijn tussen groepen. Zo hebben we gekeken naar hoe vaak verschillende leeftijdsgroepen de eisen aanbevelen. Figuren 3-3 en 3-4 geven hiervoor de resultaten. Deze figuren zijn opgesteld door het aantal keren dat deelnemers uit een bepaalde leeftijdsgroep een eis hebben geselecteerd te delen door het totaal aantal deelnemers in de betreffende leeftijdsgroep. Over het algemeen
33 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
komen de keuzes voor de verschillende eisen geclusterd per leeftijdsgroep overeen met het patroon in figuur 33. Zoals al bleek uit figuur 3-3 worden de meeste eisen vaker gekozen in de open raadpleging, maar door naar de verdeling per leeftijdscategorie te kijken blijkt dat dit verschil het grootste is onder de leeftijdsgroep ‘jonger dan 35 jaar’. In de panelraadpleging worden alle eisen maar weinig gekozen door deelnemers jonger dan 35 jaar; de meest gekozen eis is ‘zorg dat omwonenden van windmolens direct voordeel hebben van de energie’. Deze eis wordt in de open raadpleging daarentegen door een veel groter deel van de deelnemers uit deze leeftijdsgroep gekozen. De antwoorden van de twee oudste leeftijdscategorieën komen het meest overeen tussen beide raadplegingen.
Figuur 3-3 Verdeling deelnemers uit het internetpanel dat de eisen aanbeveelt per leeftijdsgroep.
Figuur 3-4 Verdeling deelnemers uit de open raadpleging dat de eisen aanbeveelt per leeftijdsgroep.
34 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
We hebben ook gekeken hoe de voorkeuren van deelnemers van bepaalde eisen samenhangen met hun perceptie over de wenselijkheid van extra windmolens in Amsterdam. Figuren 3-5 en 3-6 geven weer dat deelnemers uit het panel die een verschillende perceptie hebben over de wenselijkheid van windenergie nauwelijks verschillende keuzes maken in de PWE-taak waarin zij hun voorkeuren voor eisen moeten aangeven, maar het is duidelijk dat deelnemers aan de open raadpleging die het niet eens zijn met de ambitie om extra windmolens in Amsterdam te bouwen een sterke voorkeur hebben voor strengere geluidsnormen en eisen die ten goeden komen aan natuur en landschap.
Figuur 3-5 Panel verdeling eisen / windmolens stelling.
Figuur 3-6 Open verdeling eisen / windmolens stelling.
35 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Om te onderzoeken of deelnemers hun perceptie over duurzame energie zouden veranderen door het uitvoeren van de hierboven beschreven keuzetaak vroegen we de deelnemers na afloop van het tweede deel van de raadpleging opnieuw de vraag ‘De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken in de gemeente zelf. Wat vindt u daarvan?’ Tabel 3-1 laat zien hoe de antwoorden van deelnemers op deze twee vragen zich tot elkaar verhouden. Op de grijs gekleurde diagonaal is te zien dat het merendeel van de deelnemers in beide gevallen hetzelfde antwoord geeft. Slechts een klein deel van de deelnemers verandert na het invullen van de keuzetaak van mening wat betreft deze stelling. In de groep mensen die voorafgaande aan de keuzetaak neutraal was over de ambitie om zoveel mogelijk schone energie op te wekken in Amsterdam veranderen de meeste mensen van mening na de keuzetaak, al verschilt de manier waarop. In het panel is 20% achteraf het eens met de stelling (in plaats van neutraal). In de open raadpleging is 24% het achteraf juist oneens met de stelling (in plaats van neutraal).
Tabel 3-1 Vergelijking tussen hoe deelnemers voor en na de keuzetaak antwoord gaven op de stelling dat de gemeente Amsterdam zoveel mogelijk duurzame energie wil opwekken in de gemeente zelf. Antwoord na de keuzetaak
Mee eens
Antwoord voor de keuzetaak
Panel
Open
Neutraal
Panel
Open
Niet mee eens
Panel
Open
Mee eens
90%
86%
7%
7%
3%
6%
Neutraal
20%
12%
69%
64%
11%
24%
Niet mee eens
11%
4%
8%
5%
81%
90%
We vroegen de deelnemers na afloop van deel twee van de raadpleging ook hoe belangrijk ze de verschillende kenmerken vonden die werden gepresenteerd in de keuzetaak. Door deze vraag op deze manier na de keuzetaak te stellen leren we wat deelnemers belangrijk vinden als ze geen rekening hoeven houden met beperkingen. Figuur 3-7 en 3-8 laten het resultaat zien. Het valt op het merendeel van de deelnemers aan het panel de meeste zaken belangrijk vindt. Alleen beperkte kosten voor ontwikkelaars, zoveel mogelijk voordeel voor omwonenden en eigen energie opwekken worden niet door een meerderheid van het panel als belangrijk gezien. In de open raadpleging zit meer variatie in de antwoorden. Sommige kenmerken worden door een groter deel van de deelnemers belangrijk gevonden vergeleken met het panel, zoals overlast voorkomen en de gezondheid van mensen. De zojuist beschreven kenmerken die in het panel al geen meerderheid van de deelnemers belangrijk vond wordt in de open raadpleging tevens door een nog kleiner deel als belangrijk gezien.
36 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Figuur 3-7 Hoe belangrijk panelleden de verschillende kenmerken vonden die werden gepresenteerd in de keuzetaak.
Figuur 3-8 Hoe belangrijk deelnemers aan de open raadpleging verschillende kenmerken vonden die werden gepresenteerd in de keuzetaak.
Uitgangspunten bij de bouw van extra windmolens In het derde deel van de raadpleging kregen deelnemers drie verschillende uitgangspunten voor de plaatsing van 17 extra windmolens in Amsterdam te zien. Vervolgens werd aan de deelnemers gevraagd welke zij zouden kiezen als zij een gemeenteraadslid zouden zijn, oftewel welk uitgangspunt zij het belangrijkst vinden. De drie uitgangspunten waren: (1) we kunnen windmolens zo veel mogelijk langs wegen en het spoor zetten; (2) we kunnen ze ook juist zo veel mogelijk verdelen over de stad; en (3) we kunnen veel kleine windmolens neerzetten, of een paar grote. Figuur 3-9 presenteert de resultaten.
37 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Figuur 3-9 Verdeling in het panel (links) en de open raadpleging (rechts) tussen verschillende uitgangspunten.
Stellingen over windmolens en duurzaamheid Tot slot kregen deelnemers stellingen voorgelegd over de relatie tussen windmolens, duurzaamheid en landschap. Figuur 3-10, 3-11 en 3-12presenteren de resultaten.
Figuur 3-10 Stellingen over windmolens in relatie tot natuur en gezondheid.
38 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Figuur 3-11 Stellingen over windmolens in relatie tot de omgeving.
Figuur 3-12 Stelling over zonnepanelen.
39 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Stellingen over communicatie en participatie In de raadpleging hebben wij een aantal vragen gesteld over hoe deelnemers betrokken zouden willen worden bij windenergie. Ten eerste vroegen we deelnemers of zij zelf zouden willen meedoen aan plannen voor windmolens in Amsterdam. De meerderheid van de deelnemers wil op een manier betrokken worden, maar wil dat op diverse manieren; een kleine groep wil zelf een plan maken voor een windmolen, een groep wil aandelen kunnen kopen. Figuur 3-13 Zou u zelf willen meedoen aan plannen voor windmolens in Amsterdam?
We vroegen hen ook naar de informatievoorziening over windmolens in Amsterdam en in hoeverre zij daar zelf van op de hoogte gehouden zouden willen worden. Figuur 3-14 Stellingen over informatievoorziening omtrent windmolens.
40 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Deelnemers over hoe de gemeente verschillende stemmen moet meewegen Nadat deelnemers hun adviezen hadden gegeven, vroegen we hen hoe de gemeente de verschillende stemmen die er zijn over dit onderwerp zou moeten meewegen. Ten eerste vroegen we of er inwoners zijn naar wie de gemeente méér zou moeten luisteren dan naar andere inwoners. Van het panel geeft een groter gedeelte aan dat iedere stem in de stad gelijk gewogen moet zijn, dan in de open raadpleging. Van deelnemers in de open raadpleging geeft een groot deel van de deelnemers aan dat inwoners die straks windmolens horen en zien belangrijk zijn. De stem van jonge mensen is zowel voor een substantieel deel van de deelnemers aan de panelraadpleging als de open raadpleging belangrijk. Figuur 3-15 Zijn er inwoners naar wie we méér moeten luisteren dan andere inwoners?
Ook werd deelnemers gevraagd hoe de overheid het advies van burgers moet wegen ten opzichte van het advies van experts. Tabel 3-2 laat zien dat meer dan de helft van de deelnemers aangaf het advies van de burgers even belangrijk te vinden als het advies van experts. Slechts een heel klein deel geeft aan het advies van experts het belangrijkste te vinden. In de open raadpleging geeft een groter deel van de deelnemers aan dat het advies van inwoners belangrijker is dan het advies van experts. We zien in raadplegingen over de energietransitie vaak dat de stem van inwoners volgens deelnemers een grote rol moet spelen in relatie tot die van experts, in een raadpleging in de gemeente Súdwest-Fryslân gaven deelnemers bijvoorbeeld als reden dat zij experts niet altijd vertrouwden of dat experts niet goed lokale gevolgen zouden kunnen inschatten. Dit is anders dan eerder door ons uitgevoerde raadplegingen over gezondheidszorg en mobiliteit, waar vaak een grote rol aan experts wordt toebedeeld. Opvallend is dat laagopgeleiden meer waarde toekennen aan het advies van burgers tegenover dat van experts. Waar in het panel gemiddeld ongeveer 15% van alle deelnemers meer waarde toekent aan het advies van burgers tegenover dat van experts, is dit onder laagopgeleiden ongeveer 50% (in tabel 3-2 kolom ‘laag’ (Panel) bovenste twee rijen samen) Het tegenovergestelde is ook zichtbaar.
Laagopgeleiden vinden minder vaak dat het advies van experts belangrijker is dan deelnemers met een hoger opleidingsniveau.
41 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Tabel 3-2 Kruistabel tussen welk advies deelnemers het belangrijkste vinden en opleidingsniveau. *Laag= basisonderwijs, vmbo, mbo 1, havo/vwo onderbouw, Middel = havo/vwo bovenbouw, mbo, 2,3,4, Hoog = hbo, vwo.
Opleidingsniveau (Panel)
Opleidingsniveau (Open)
Welk advies vindt u het belangrijkste?
Laag*
Middel*
Hoog*
Laag*
Middel*
Hoog*
De gemeente moet het advies van inwoners overnemen
19%
15%
8%
24%
14%
10%
Het advies van de inwoners is belangrijker dan het advies van experts
29%
14%
11%
26%
25%
20%
Het advies van de inwoners is even belangrijk als het advies van de experts
40%
57%
57%
40%
50%
54%
Het advies van de experts is belangrijk dan het advies van de inwoners
9%
13%
22%
6%
9%
14%
De gemeente moet het advies van experts overnemen
4%
1%
1%
3%
2%
2%
Uitkomsten latente klasse clusteranalyses De antwoorden op de stellingen aan het begin van de raadpleging en de voorkeuren van deelnemers voor de acht eisen zijn geanalyseerd met Latente Klasse Clusteranalyses (LCCAs). Deze methode identificeert groepen individuen die de voorkeur geven aan eenzelfde combinatie van eisen, of eenzelfde antwoord geven op de stellingen, een zogenoemd cluster. Het model identificeert clusters die maximaal homogeen zijn (binnen het cluster) en onderling maximaal verschillen (tussen de clusters). Daarnaast laat de analyse zien welke segmenten van de bevolking (in termen van leeftijd, geslacht en andere relevante variabelen) relatief vaak voorkomen in bepaalde clusters. Zo kan bepaald worden welke eisen relatief populair zijn onder bepaalde groepen deelnemers. Een voordeel van deze methode ten opzichte van andere methodes is dat op basis van statistische criteria een optimaal aantal clusters kan worden bepaald. We hebben zowel LCCAs uitgevoerd voor de deelnemers uit het panel als deelnemers aan de open raadpleging.
LCCA panelraadpleging De LCCA laat zien dat er drie clusters zijn te identificeren onder de deelnemers van de open raadpleging wat betreft hun reactie op de stellingen en hun voorkeuren voor de acht eisen, terwijl de deelnemers uit de panelraadpleging zijn op te delen in twee clusters. Hieronder geven we een beschrijving van de clusters. We geven ook informatie over de grootte van het cluster. We willen direct opmerken dat deze cijfers gaan over de deelnemers van de raadpleging, maar deze kunnen uiteraard niet worden doorvertaald naar alle inwoners van Amsterdam. Daarnaast laat de analyse zien welke segmenten van de bevolking (in termen van leeftijd, geslacht en andere relevante variabelen) relatief vaak voorkomen in bepaalde clusters
42 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
De LCCA waarmee we de percepties van respondenten uit het panel over extra windmolens in Amsterdam en de duurzame energieambitie analyseren deelt respondenten op in twee clusters. In een groot gematigd cluster zijn verschillende perspectieven vertegenwoordigd. In dit cluster vind je een substantieel aantal mensen die het eens zijn met het plaatsen van extra windmolens in Amsterdam, maar ook een substantieel aandeel mensen die het oneens is met het plaatsen van extra windmolens in Amsterdam. Een kleiner cluster is zeer positief over het bouwen van extra windmolens in Amsterdam en nagenoeg alle leden (maar niet alle leden) van dit cluster vinden dat Amsterdam zoveel mogelijk schone energie moet opwekken op eigen grondgebied. Slechts een zeer beperkt aantal variabelen bleek een significante invloed te hebben op de clusterverdeling. Allerlei standaardvariabelen zoals inkomen, geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, en woonlocatie hebben geen significante invloed op het cluster waarin respondenten kunnen worden ingedeeld. Wel vinden we in cluster 2 relatief veel respondenten die in een huurhuis wonen, betrokken zijn bij het milieu en zelf schone energie gebruiken of hierin investeren.
Tabel 3-3 Uitkomsten LCCA panel cluster 1 en 2 focus op stellingen windambitie. Cluster 1 (63,6%)
Cluster 2 (36,4%)
Gematigd over wenselijkheid extra windmolens in Amsterdam
Positief over wenselijkheid extra windmolens in Amsterdam
Eens met extra windmolens
41,6%
83,5%
Neutraal extra windmolens
33,3%
11,3%
Oneens met extra windmolens
25,1%
5,2%
Eens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
71,4%
99,4%
Neutraal over zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
20,0%
0,5%
Oneens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
8,6%
0%
Kenmerken van de clusters Ik gebruik groene stroom van mijn energieleverancier
45,1%
54,5%
Ik investeer in schone energieopwekking elders
3,2%
9,5%
Ik ben betrokken bij het milieu
16,3%
34,3%
Ik woon in een huurwoning
57,0%
65,8%
Ik woon in een koopwoning
39,9%
33,6%
De LCCA waarmee we de eisen die respondenten uit het panel stellen aan besluitvorming over windenergie analyseren deelt respondenten op in twee clusters. Het eerste cluster is relatief groot en heeft een relatief sterke
43 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
voorkeur voor beleidsopties die zich richten op het reduceren van geluidsoverlast zoals de eis ‘stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens’, de verplichting voor beheerders om een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven en ervoor zorgen dat mensen in hun volkstuin ’s nachts geen last hebben van de windmolens. Het tweede cluster heeft een relatief sterke voorkeur voor beleidsopties die zich richten op het beschermen van natuur & landschap zoals ‘bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam’ ‘verplicht beheerders van windmolens een groter deel van de inkomsten te gebruiken voor de natuur’ en ‘bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk’. Ook adviseert bijna de helft van de deelnemers uit dit cluster de eis ‘zorg dat omwonenden van de windmolens direct voordeel hebben van de energie’. De LCCA identificeert ook welke groepen uit de bevolking ondervertegenwoordigd of oververtegenwoordigd zijn in één van de twee clusters. Slechts een beperkt aantal variabelen bleek een significante invloed te hebben op de clusterverdeling. Vrouwen zijn relatief sterk vertegenwoordigd. Ook de woonlocatie van deelnemers en hun betrokkenheid bij het milieu bleek invloed te hebben op het cluster waarin zij kunnen worden ingedeeld.
Allerlei andere variabelen zoals inkomen, leeftijd, opleidingsniveau en of mensen in een koophuis of huurhuis wonen hebben geen significante invloed op het cluster waarin zij kunnen worden ingedeeld. Ook hier moet worden opgemerkt dat deelnemers keuzes maakten voor eisen binnen de beperkingen die er waren in de keuzetaak. Zij konden niet alle eisen kiezen. Er moet dus vooral worden gekeken naar de mate waarin bepaalde eisen door (groepen) deelnemers vaker of minder vaak zijn gekozen dan andere eisen.
Tabel 3-4 Uitkomsten LCCA panel cluster 1 en 2 focus op geluid, natuur en landschap. Cluster 1 (73%)
Cluster 2 (27%)
Focus op geluidseisen
Focus op natuur en landschap
Strengere eisen geluid windmolens
40,0%
29,2%
Bescherm natuur
21,2%
71,7%
Bescherm landschap
29,7%
56,2%
Bescherm volkstuin
18,5%
14,1%
Voordeel omwonenden
31,9%
48,4%
Verplichte app
14,0%
0,3%
Ruimte woningbouw
35,7%
21,9%
Investeren in natuur
12,7%
67,3%
Kenmerken van de clusters Eens met extra windmolens
49,3%
70,3%
Neutraal extra windmolens
30,2%
14,8%
Oneens met extra windmolens
20,4%
15,0%
Percentage vrouwen
56,8%
71,5%
44 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Ik ben betrokken bij het milieu
16,8%
37,2%
Ik woon in Noord
11,2%
13,5%
Ik woon in het centrum
11,4%
16,4%
Ik woon in Zuid
12,6%
23,4%
Ik woon in Oost
16,2%
14,6%
Ik woon in Zuidoost
9,7%
3,5%
In mijn buurt is het stil
15,9%
27,1%
LCCA open raadpleging De LCCA waarmee we de percepties van respondenten uit de open raadpleging over extra windmolens in Amsterdam en de duurzame energieambitie analyseren deelt respondenten op in drie clusters. Een gematigd cluster, een cluster met deelnemers die tegenstander zijn van extra windmolens in Amsterdam en een cluster met mensen die voorstander zijn van extra windmolens in Amsterdam. In tegenstelling tot de LCCA van de panelraadpleging hebben bijna alle variabelen die we hebben getest een significante invloed op het cluster waarin deelnemers kunnen worden ingedeeld. Vrouwen en ouderen zijn oververtegenwoordigd in het gematigde cluster, jongeren en mensen met een huurwoning in het cluster dat positief is over extra windmolens in Amsterdam. Het is opvallend dat mensen die zelf schone energie opwekken oververtegenwoordigd zijn in het cluster dat negatief is over extra windmolens in Amsterdam. Bewoners van Zuidoost, Amsterdammers die buiten de ring wonen en mensen die buiten Amsterdam wonen zijn ook oververtegenwoordigd in dit cluster. Eén van de meest opvallende resultaten is dat de variabele ‘ik woon dichtbij een plek waar mogelijk windmolens komen’ geen significante invloed heeft op het cluster waarin respondenten kunnen worden ingedeeld.
Tabel 3-5 Uitkomsten LCCA open raadpleging cluster 1, 2 en 3 focus op stellingen windambitie. Cluster 1 (43,5%)
Cluster 2 (30,6%)
Cluster 3 (25,9%)
Gematigd over wenselijkheid extra windmolens in Adam
Tegenstander van extra windmolens in Adam
Voorstander van extra windmolens in Adam
Eens met extra windmolens
31,5%
3,5%
95,6%
Neutraal extra windmolens
24,4%
4,0%
1,1%
Oneens met extra windmolens
44,1%
92,5%
3,3%
Eens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
66,2%
17,3%
96,3%
Neutraal over zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
19,4%
14,8%
2,6%
Oneens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
14,4%
68,0%
1,0%
45 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Kenmerken van de clusters Ik gebruik groene stroom van mijn energieleverancier
60,2%
49,5%
69,6%
Ik investeer in schone energieopwekking elders
10,4%
13,3%
23,1%
Ik ben betrokken bij het milieu
37,9%
36,0%
51,8%
Ik wek zelf schone energie in of bij mijn huis op
37,9%
39,4%
37,7%
Ik woon in een huurwoning
19,4%
13,6%
28,3%
Ik woon in een koopwoning
80,3%
85,8%
70,9%
Hbo of WO
79,5%
86,4%
88,5%
Percentage vrouwen
42,4%
30,0%
30,7%
Tussen 20 en 34 jaar
9,2%
11,9%
17,8%
Tussen 65 en 79 jaar
25,4%
16,5%
14,1%
Ik heb iedere maand meer dan genoeg geld
25,8%
26,2%
36,1%
Ik heb iedere maand genoeg geld
69,2%
66,4%
57,8%
Ik heb iedere maand te weinig geld
5,0%
7,3%
6,1%
Ik woon buiten Amsterdam
20,4%
28,2%
15,0%
Ik woon in Noord
27,2%
24,0%
17,4%
Ik woon in het centrum
2,7%
4,4%
9,2%
Ik woon in Oost
24,7%
20,9%
27,1%
Ik woon in Zuidoost
10,6%
14,3%
4,8%
Ik woon buiten de ring
40,8%
44,2%
29,3%
Ik heb vrij uitzicht
23,8%
29,9%
21,9%
Ik kom op voor omwonenden van schone energieprojecten
3,0%
8,0%
2,3%
Ik werk in de duurzame energiesector
2,9%
2,7%
8,0%
Ik ben actief bij een energie coöperatie
2,2%
1,5%
6,0%
De LCCA waarmee we de eisen die respondenten uit de open raadpleging stellen aan besluitvorming over windenergie analyseren deelt respondenten op in drie clusters. Het valt op dat de clusters redelijk sterke gelijkenissen vertonen met de clusters uit de panelraadpleging. Het eerste cluster is relatief groot en heeft een
46 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
relatief sterke voorkeur voor beleidsopties die zich richten op het reduceren van geluidsoverlast zoals de stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens, de verplichting voor beheerders om een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven en ervoor zorgen dat mensen in hun volkstuin ’s nachts geen last hebben van de windmolens. Ook heeft dit cluster een relatief sterke voorkeur voor het ruimte maken voor woningbouw. Het tweede cluster heeft een relatief sterke voorkeur voor beleidsopties die zich richten op het beschermen van natuur & landschap zoals ‘bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam’ en ‘bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk’. Het derde cluster vindt het vooral belangrijk dat de baten van windmolens worden verdeeld over natuur en omwonenden. De LCCA identificeert ook welke groepen uit de bevolking ondervertegenwoordigd of oververtegenwoordigd zijn in één van de drie clusters. Het aantal variabelen dat invloed heeft op de indeling in clusters is een stuk kleiner dan bij de LCCA over de percepties over windenergie en duurzame energie. Deelnemers die in cluster 3 kunnen worden ingedeeld zijn relatief jong en positief over extra windmolens in Amsterdam. Ook hier moet worden opgemerkt dat deelnemers keuzes maakten voor eisen binnen de beperkingen die er waren in de keuzetaak.
Zij konden niet alle eisen kiezen. Er moet dus vooral worden gekeken naar de mate waarin bepaalde eisen door (groepen) deelnemers vaker of minder vaak zijn gekozen dan andere eisen.
Tabel 3-6 Uitkomsten LCCA open raadpleging cluster 1, 2 en 3 focus op geluid, woningbouw, natuur en landschap, en voordeel voor omwonenden. Cluster 1 (49,0%)
Cluster 2 (31,2%)
Cluster 3 (19,7%)
Focus op geluidseisen en ruimte voor woningbouw
Focus op natuur en landschap
Focus op voordeel voor omwonenden
Strengere eisen geluid windmolens
64.5%
69.1%
18.3%
Bescherm natuur
10.1%
91.9%
34.0%
Bescherm landschap
42.6%
72.8%
26.5%
Bescherm volkstuin
26.6%
23.4%
8.2%
Voordeel omwonenden
22.4%
20.7%
78.0%
Verplichte app
14.6%
3.1%
11.6%
Ruimte woningbouw
42.5%
0.0%
31.5%
Investeren in natuur
12.5%
29.1%
42.4%
Kenmerken van de clusters Eens met extra windmolens
31,9%
23,5%
84,0%
Neutraal extra windmolens
13,7%
13,0%
6,8%
Oneens met extra windmolens
54,5%
63,5%
9,2%
Eens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
52,7%
48,5%
92,0%
47 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Neutraal over zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
14,7%
17,8%
4,5%
Oneens met zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen Adam
32,8%
33,7%
3,6%
Ik ben betrokken bij het milieu
35,7%
44,3%
48,5%
Tussen 20 en 34 jaar
11,0%
9,1%
20,2%
Tussen 65 en 79 jaar
22,8%
17,7%
15,6%
Ik woon buiten Amsterdam
22,4%
21,8%
18,1%
Ik woon in Noord
21,7%
30,4%
17,9%
Ik woon in het centrum
5,0%
3,5%
6,8%
Ik woon in Zuidoost
10,7%
12,7%
5,1%
Ik woon buiten de ring
38,5%
45,5%
29,3%
Mijn omgeving is groen of landelijk
28,2%
41,5%
22,8%
Ik ben actief bij een energie coöperatie
1,9%
1,6%
7,9%
Kwalitatieve resultaten Een team van tien analisten heeft de kwalitatieve argumenten in twee ronden geanalyseerd. In de eerste ronde zijn de argumenten die respondenten hebben genoemd doorgelezen en op basis hiervan is een lijst vastgesteld van categorieën van argumenten. Voor elke categorie is een code vastgesteld. In de tweede ronde zijn de antwoorden van een selectie van respondenten gecodeerd. Op basis van deze analyse hebben we van de vragen uit deel één en twee een argumentenkaart gemaakt. We geven ook kwantitatief weer hoe vaak argumenten zijn genoemd. Dit geeft een indicatie van de mate waarin een argument leeft onder deelnemers. In aanvulling hierop rapporteren we de antwoorden op vragen waarvan we de diversiteit aan argumenten weergeven, maar deze niet kwantificeren.
De argumenten die deelnemers noemen, kunnen worden gebruikt om beter te begrijpen waarom burgers een voorkeur hebben voor een bepaalde keuzeoptie, of waarom ze er een bezwaar tegen hebben. We vroegen deelnemers ook wat ze, als ze weleens over windenergie in Amsterdam praten, hierover zeggen. Een overzicht hiervan is in de appendix te vinden.
48 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Perspectieven en posities ten opzichte van windenergie in de stad. In de vorige sectie hebben we een aantal clusters geïdentificeerd in de perspectieven ten opzichte van windenergie in de stad. Kijken we naar de kwantitatieve keuzes, dan zien we een cluster dat positief is over windenergie in Amsterdam, een cluster dat gematigd is en in de open raadpleging een cluster dat negatief is over extra windmolens in Amsterdam. Als we kijken naar de kwalitatieve data, dan zien we dat met name het positieve en negatieve cluster zijn op te delen in subclusters. We zien bijvoorbeeld dat respondenten die negatief zijn over extra windmolens in Amsterdam, maar die wel vinden dat de gemeente zoveel mogelijk schone energie moet opwekken binnen de gemeentegrenzen andere argumenten noemen dan mensen die negatief zijn over windenergie in Amsterdam en die ook negatief zijn over de ambitie om zoveel mogelijk schone energie op te wekken binnen Amsterdam. We hebben de deelnemers uitgesplitst in zes groepen: 1. Positief over extra windmolens en positief over schone energie opwekken in de gemeente 2. Positief over extra windmolens en neutraal/negatief over schone energie opwekken in de gemeente 3. Neutraal over extra windmolens en positief over schone energie opwekken in de gemeente 4. Neutraal over extra windmolens en neutraal/negatief over schone energie opwekken in de gemeente 5.
Negatief over extra windmolens en positief over schone energie opwekken in de gemeente 6. Negatief over extra windmolens en neutraal/negatief over schone energie opwekken in de gemeente
In de laatste coderingsronde hebben we per cluster de argumenten van 250 deelnemers gecodeerd. De tabel hieronder geeft een overzicht van de genoemde argumenten per cluster deelnemers voor de toelichting bij de vraag ‘ Bent u het ermee eens dat er extra windmolens komen in Amsterdam?’ en de toelichting na de vraag ‘De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken in de gemeente zelf. Wat vindt u daarvan?’. Zij zeggen bijvoorbeeld over windenergie: “ Meer = beter. Ik woon zelf op IJburg en het waait daar non-stop. Als we die wind kunnen omzetten in duurzame energie kunnen we het hele land voorzien denk ik.” “Eerst moet er gezorgd worden dat we op groene energie kunnen leven; waarbij windmolens een groot aandeel zijn. Tegen de tijd dat klimaatverandering beheerst wordt; kan er gekeken gaan worden naar of de windmolens nou echt wel zo ideaal zijn en of het inderdaad nou zo veel dode vogels en geluidsoverlast veroorzaakt. Die zaak is van tweede belang; want als we eerst daar op gaan focussen zijn we allemaal al dood; maarja gelukkig leven de vogels dan nog wel.” “We redden het niet met alleen zonnepanelen; dus windmolens horen er ook bij.” “Ik wist niet dat we al windmolens hadden; toevoegen lijkt me niet verkeerd” “Nou; voor het straatbeeld wil ik het liever niet. Echter vanwege het milieu en klimaat ben ik zeker een voorstander.”
70 deelnemers uit de groep die positief staat ten opzichte van extra windmolens in Amsterdam en het opwekken van zoveel mogelijk duurzame energie in de stad (Groep 1) vindt dat er snel gehandeld moet worden om klimaatverandering terug te dringen. “Windmolens zorgen voor duurzame energie en dat is handig als we onze doel willen streven voor 2030”
49 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
“Windmolens zijn een schone energiebron en zijn een belangrijk middel om de klimaatdoelen te halen. Elke gemeente in NL moet daaraan bijdragen; dus ook A'dam.” “Opwekken van schone energie is noodzakelijk om aan de klimaatdoelstellingen van Parijs voor 2030 te kunnen voldoen. Daarvoor is ook windenergie nodig en neemt Amsterdam, gewild of ongewild, terecht zijn verantwoordelijkheid hierin met een aandeel”
Verschillende deelnemers uit deze groep geven aan dat zij het belangrijk vinden dat Amsterdam haar verantwoordelijkheid neemt als stad. “Dat ik het belangrijk vind dat windmolens er komen, omdat we als Amsterdam verantwoordelijkheid moeten nemen” “Hoog tijd dat we ook in stedelijk gebied onze verantwoordelijkheid nemen” “Ook Amsterdam dient haar bijdrage te leveren, maar wel op een wijze die geen nadelige effecten voor de inwoners heeft.” “Iedereen moet z'n steentje bijdragen aan een schonere en groenere wereld” “We moeten solidair zijn en gebruiken als stad veel energie.”
Tegelijkertijd stelt men ook voorwaarden, bijvoorbeeld dat windmolens niet te dicht bij woningen geplaatst moeten worden. “Mee eens maar geen windmolen plaatsen bij woonwijken.” “Ik begrijp dat het nodig is maar er zijn andere plekken waar deze geplaatst kunnen worden. Niet bij de wijken dichtbij.” “Als het echt nodig is; dan ben ik voor groene energie”
Een tweede cluster is wat gematigder en staat positief ten opzichte van het bouwen van extra windmolens, en neutraal/negatief ten opzichte van het zoveel mogelijk opwekken van duurzame energie binnen Amsterdam. Zij verwijzen ook naar de noodzaak voor windenergie voor klimaatverandering en de verantwoordelijkheid van Amsterdam om een bijdrage te leveren aan duurzame energie. “Schone energie voor de toekomst’” “Het is naar mijn idee ongelooflijk hard nodig tijdens de transitie naar schone energiebronnen. “We kunnen er niet omheen en alles op zijn beloop laten.” “Ja we moeten zorgen dat we snel starten met de energie transitie” “We moeten met elkaar af van vervuilende energie en daar is windenergie een mooi alternatief voor.” ““Als er een goede plek voor is; vindt ik het alleen maar heel fijn en goed! Hoe meer groene energie hoe beter!”
50 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
“Ook Amsterdam dient haar bijdrage te leveren; maar wel op een wijze die geen nadelige effecten voor de inwoners heeft.” “Windmolens zullen een essentieel onderdeel vormen van ons energiesysteem. Ook in Amsterdam zal hernieuwbare opwek; waaronder wind; noodzakelijk zijn.”
Wat hier opvalt is dat veel vaker de afstand tot woningen als voorwaarde wordt genoemd dan onder deelnemers van de eerste groep. “Ik ben in principe niet tegen windmolens in Amsterdam, als zij maar ver genoeg bij de bebouwde kom vandaan worden geplaatst.” “Zie ook bovenstaande: "ik liever een windmolen in mijn achtertuin heb dan er geen heb; maar dat ik toch wel twijfel of het nu handig is om ze te plaatsen in zo'n dichtbevolkt gebied als Amsterdam."” “Zolang de mooie stukken niet aangetast worden. Geen windmolens in het centrum of in pure woonwijken “Als ze op minder dan 1500 m afstand van woningen staan, maak ik bezwaar. “ “Mits geschikte plekken worden gevonden. Elders in het land mag ook.”
Ook het beperken van de invloed op natuur is belangrijk voor hen als voorwaarde. “Mee eens maar niet in of dicht bij natuurgebieden. Vogels mogen niet twee keer de dupe worden van zowel de klimaatverandering als de energietransitie.” “Locaties zijn belangrijk. De ruimtelijke kwaliteit; de recreatie; het landschap en natuur zijn juist voor stadsbewoners rustpunten.” “Op locaties waar het kan. Dus niet vanuit de doelstelling (zoveel megawatt); maar vanuit het landschap geredeneerd.” “Er zijn plekken waar het plaatsen van een windmolen vooral voordeel oplevert. Het is een schone bron van energie - en windmolens storen niet in een omgeving waar ze niet te veel contrast opleveren met de omgeving. Zoals in de buurt van grote infrastructurele werken of in een industrie- of havengebied. Daar liggen nog kansen voor Amsterdam.” “Ik wil dat er extra windmolens komen; maar zeker niet als het ten koste gaat van natuur of te dicht bij de bebouwde kom staat.”
Cluster 3 en 4 staan neutraal tegenover extra windmolens en zijn positief of neutraal/negatief over energie opwekken in de gemeente. Zij zetten soms sceptisch over het huidige beleid, bijvoorbeeld omdat het niet ver of snel genoeg gaat, maar ook omdat er met veel zaken rekening dient te worden gehouden: “Ongeveer e helft van de te gebruiken [energie] vind ik veel te weinig.”
51 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
“De besluiten om de overheidsgebouwen eerst met zonnepanelen te voorzien komen erg laat of men schermt met de term; monumentaalpand; dit is natuurlijk niet gegronde reden.” “Amsterdam verbruikt als metropool natuurlijk meer dan het op kan wekken zeker omdat er veel te weinig aandacht is voor zonnepanelen; groene daken en andere energie besparende zaken bij bijvoorbeeld nieuwbouw. Alles wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken” “Het is een goed streven. Maar dat streven lijkt geen rekening te houden met de intense bebouwing en bewoning van de stad.” “Ik neem zelf windenergie af van een windmolen in de Flevopolder. Ik begrijp dat deze molens (op de spandoeken te lezen) enorm hoog zijn. Het is begrijpelijk dat mensen tegen zijn. Vorige week hoorde ik dat de wieken niet te recyclen zijn. Ook rijst bij mij (en anderen) de vraag wat de milieuschade is van de productie van de accu's. voor elektrisch rijden. Er zijn (zware) metalen voor nodig en die worden ontgonnen. Niet in Europa maar vaak in Afrika; Azië´. Dat heeft ook grote gevolgen. Ik denk dat we te veel consumeren. Als we geen gas meer afnemen uit de provincie Groningen; dan wordt het vanuit Rusland. Daar wordt minder aandacht besteed aan milieuschade. Dat kan grote gevolgen hebben als er een ongeluk gebeurt of breuk.”
Zij stellen voorwaarden aan de ontwikkeling van duurzame energie: “Zoveel mogelijk met duidelijke randvoorwaarden” “Schone energie is zeker een goed plan zolang het niet voor verdere overlast zorgt voor de directe bewoners.” “Wat betreft zonnepanelen etc geheel mee eens. Maar de windmolens; is dat handig in stedelijk gebied?” “Als het niet ten nadele is van bepaalde groene parken”
Het beperken van overlast en afstand tot woningen zijn ook belangrijke argumenten voor het stellen van voorwaarden aan windmolens voor deelnemers uit deze clusters. “We kunnen de overlast van het verkrijgen van schone energie niet ten koste van anderen laten komen. Ik kan de geluidsoverlast en de gevolgen daarvan niet zelf bepalen en de hoeveelheid storend geluid zou ik willen ervaren voordat ik daar een mening over kan vormen. “ " Mits plaatsing geen tot minimale last veroorzaakt.” “Zolang bewoners van Amsterdam er maar geen hinder van hebben” “Prima als de mensen er maar geen last van hebben. Ook vogels beschermen en landschap.” “Er zijn ook windmolens die geen overlast geven. deze draaien verticaal om de as”
Ook valt op dat ze aangeven dat er nog onzekerheid is over informatie.
52 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
“Er moet eerst goed gekeken worden naar de impact op de omgeving en of er wel locaties in de gemeente zijn op voldoende afstand van de bewoonde omgeving. Zonder overlast, natuurschade en horizon vervuiling.” “Wie zijn de grote gebruikers; onderzoek waar erop bezuinigd kan worden. Als iedereen een enlektrische auto heeft; wordt het gebruik nog veel groter. Isoleer woningen; zonneschermen op daken; laat iedereen besparen op energie. Bouw een kleine moderne kerncentrale.” “Ik ben op zich groot voorstander van een overstap naar groene energie; maar ik kan moeilijk inschatten wat de meest efficiente manier is om dat te bewerkstelligen. In dit geval vraag ik mij bijvoorbeeld af of het niet beter is om ergens meer gecentraliseerd (op zee bijvoorbeeld) een windpark aan te leggen en de stroom te verdelen onder gemeentes. Maar iets als zonnepanelen op daken van gebouwen plaatsen lijkt me wel vrij duidelijk een goede investering die zichzelf ook terugbetaalt (uit eigen ervaring). Hoe dan ook zie ik het niet als een doel an sich dat de energie ook daadwerkelijk in Amsterdam wordt opgewekt.” “Zolang er onduidelijkheid over de gezondheids impact. Ben ik terug houdend, van een gemeente zou ik in het kader van verantwoordelijk bestuur het zelfde verwachten en de impact op burgers beter onder zoeken.” “ik weet niet of er genoeg gekeken is naar alternatieven rondom Amsterdam.”