Bijlage 2_Rapport Online Raadpleging PWE Amsterdammers denken mee.pdf
Tekst van het document
5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Datum: 22-12-2021
Dit onderzoek is uitgevoerd door Populytics, een startup van de TU Delft.
2 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
populytics.nl
Inhoud 1.
Introductie ______________________________________________________________________ 13
De raadpleging is een onderdeel van de reflectiefase _____________________________________________ 13 Waarom een PWE-raadpleging? _____________________________________________________________ 14 De kern van de raadpleging ‘Denk mee over windenergie in Amsterdam’ _____________________________ 16 2.
Methodologie ____________________________________________________________________ 19
Het opzetten van de PWE __________________________________________________________________ 19 Dataverzameling _________________________________________________________________________ 25 3.
Resultaten _______________________________________________________________________ 31
Beschrijvende resultaten __________________________________________________________________ 32 Uitkomsten latente klasse clusteranalyses _____________________________________________________ 42 Kwalitatieve resultaten ____________________________________________________________________ 48 4.
Beleving van de deelnemers ________________________________________________________ 87
5.
Reflecties klankbordgroep _________________________________________________________ 95
6.
Referenties ______________________________________________________________________ 99
Appendix: Wat zeggen deelnemers als ze over dit onderwerp praten? _________________________ 100 Appendix: Lijst met vragen gesteld door deelnemers over gezondheid _________________________ 102 Appendix: Effectenbepaling van de eisen in de PWE-keuzetaak _______________________________ 116
3 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Samenvatting Introductie Het klimaat verandert. Wat helpt, is meer schone energie gebruiken. Amsterdam wil daarom meer schone energie opwekken. Amsterdam heeft een ambitie om ongeveer 17 extra windmolens van 3 megawatt te bouwen in 2030. Dat is het uitgangspunt dat in de Regionale Energie Strategie (RES) staat waar Amsterdam deel van uitmaakt. Er zijn inwoners die tevreden zijn met deze ambitie en sommigen gaat het niet snel genoeg. Aan de andere kant zijn er inwoners die grote bezwaren hebben tegen windmolens. Daarom wil de gemeente graag meer inzicht krijgen in de afwegingen die Amsterdammers maken rond dit onderwerp. Populytics is gevraagd om een raadpleging uit te voeren waarin inwoners van Amsterdam en omliggende gemeenten hun voorkeuren en visies kunnen uiten over de wenselijkheid van verschillende dimensies van de windenergie ambitie. Het hoofddoel van deze raadpleging is het leveren van een bijdrage aan de dialoog over dit onderwerp.
Methode In deze raadpleging maken we gebruik van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) methodiek. De essentie van een PWE is dat grote groepen burgers een advies kunnen geven over een keuzevraagstuk van de overheid. Burgers worden als het ware op de stoel van de overheid gezet. Het keuzevraagstuk van een overheid wordt nagebootst in een online omgeving. Burgers worden zich bewust van het dilemma waar de overheid voor staat. Ze krijgen een overzicht van de voor- en nadelen van de opties waartussen de overheid kan kiezen en de beperkingen die er zijn (bijvoorbeeld: ‘er is beperkt publiek budget’). Vervolgens wordt er aan de deelnemende burgers gevraagd wat zij hun overheid adviseren.
Doel van de raadpleging Deze PWE raadpleging is geen draagvlakonderzoek. Het doel is niet om in kaart te brengen hoeveel mensen voor of tegen het bouwen van windmolens binnen Amsterdam zijn. We onderzoeken wel welke overwegingen, waarden, bezwaren en zorgen Amsterdammers belangrijk vinden in de besluitvorming rond windenergie en hoe zij bepaalde waarden tegen elkaar afwegen. Dit kan gebruikt worden om te ontdekken in welke mate Amsterdammers verschillend of juist hetzelfde denken over verschillende dimensies die relevant zijn in de besluitvorming rond windenergie. Wanneer we verschillende perspectieven ontdekken, dan kunnen we ook achterhalen wat de kenmerken zijn van Amsterdammers die vanuit een bepaald perspectief naar het onderwerp kijken. We kijken ook naar welke waarden er volgens Amsterdammers belangrijk zijn in de besluitvorming over windenergie, welke waarden burgers delen en welke waarden er achter bepaalde zorgen en bezwaren zitten. We doen ook voorstellen hoe bovenstaande inzichten zouden kunnen bijdragen aan de dialoog over windenergie.
Onderdeel 1: beoordeling van de ambitie Amsterdammers konden in de periode 4 november tot en met 5 december 2021 deelnemen aan deze raadpleging. De raadpleging bestond uit drie onderdelen. In het eerste gedeelte konden deelnemers aangeven
4 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
of ze achter het voorgenomen beleid staan om extra windmolens te bouwen in Amsterdam. Ook kregen deelnemers de volgende vraag voorgelegd: ‘De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken in de gemeente zelf. Wat vindt u daarvan?’ Deelnemers werd ook gevraagd om hun keuzes toe te lichten. We starten met deze vragen om deelnemers de kans te geven om de wenselijkheid van windmolens en de windambitie te bespreken. Op die manier krijgen zij de ruimte hun initiële bezwaren te delen over de ambities van de gemeente rond duurzame energie in het algemeen en windenergie in het bijzonder.
Onderdeel 2: prioriteiten binnen de ambitie In het tweede gedeelte van de raadpleging kregen deelnemers acht mogelijke aanvullende eisen te zien die de gemeente zou kunnen stellen aan plannen voor windmolens. De eisen waren: 1) stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens; 2) verplicht beheerders een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven; 3) zorg dat mensen in hun volkstuin ’s nachts geen last hebben van de windmolens; 4) de windmolens moeten het bouwen van woningen zo min mogelijk in de weg zitten; 5) bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam; 6) verplicht beheerders van windmolens een groter deel van de inkomsten te gebruiken voor de natuur; 7) bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk; 8) zorg dat omwonenden van de windmolens direct voordeel hebben van de energie. Deelnemers kregen bij elke eis informatie over wat de eisen precies inhouden en wat de gevolgen zijn van het adviseren van een aanvullende eis aan de gemeente. Deelnemers mochten eisen aanklikken die zij goed vonden. Maar zij konden niet alles kiezen: Het uitgangspunt bij deze PWE-keuzetaak was dat de gemeente wil zorgen voor 50 megawatt extra windenergie. Dat zijn ongeveer 17 nieuwe windmolens. Deelnemers konden alleen eisen kiezen waarbij minimaal 50 megawatt extra windenergie in de zoekgebieden mogelijk zou zijn.
Bovendien was er een beperkt budget van maximaal 5 miljoen euro aan kosten voor mensen en bedrijven die windmolens willen bouwen. Nadat deelnemers hun voorkeur aangaven door de eis(en) te selecteren, kregen zij de ruimte om dit met argumenten toe te lichten of hun zorgen, bezwaren of andere suggesties te delen.
Onderdeel 3: verdieping In het derde onderdeel van deze raadpleging werd door middel van stellingen en vragen doorgevraagd op bepaalde onderwerpen. Deelnemers konden bijvoorbeeld aangeven welk uitgangspunt zij belangrijk zouden vinden bij ruimtelijke keuzes en aangeven of en welke vragen zij hebben over gezondheidseffecten van windmolens. Ook werd hen gevraagd hoe belangrijk zij verschillende waarden vinden die een rol spelen in besluitvorming over windenergie.
Open en gesloten raadpleging We hebben de PWE opengesteld voor alle Amsterdammers die mee wilden doen. Ook mensen die in de buurt van Amsterdam wonen konden meedoen. Aan deze open raadpleging deden 4.453 mensen mee. We hebben de raadpleging opengesteld voor alle Amsterdammers omdat we er zo voor zorgen dat er geen deelnemers worden uitgesloten die wel hun stem willen laten horen. Een nadeel van deze open raadpleging is dat het waarschijnlijk is dat deelnemers die een groot belang hebben en interesse hebben in het onderwerp oververtegenwoordigd zijn onder de deelnemers. Beleidsmakers willen echter vaak ook weten hoe bewoners met een minder
5 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
uitgesproken mening publieke waarden rond het beleidsdilemma afwegen. Daarom is de raadpleging ook uitgevoerd door 982 deelnemers die random getrokken zijn uit een internetpanel. Deze 982 Amsterdammers vormen geen volledig representatieve steekproef van de gehele bevolking, maar de paneldeelnemers geven wel een duidelijke indicatie van hoe Amsterdammers die niet per se sterk betrokken zijn bij het onderwerp over de wenselijkheid van verschillende dimensies van de windambitie denken.
Analyse De keuzes en motivaties van deelnemers zijn op drie verschillende manieren geanalyseerd. Ten eerste geven wij een overzicht van de keuzes die deelnemers hebben gemaakt. Welke eis is door deelnemers vaak gekozen en welke minder vaak? Welke waarden vinden deelnemers meer en minder belangrijk in de besluitvorming rond windenergie. Ten tweede hebben we de antwoorden van de deelnemers ook geanalyseerd met geavanceerde analyses zoals het latente klasse clustermodel om te kijken of er verschillende groepen Amsterdammers te onderscheiden zijn wat betreft hun voorkeuren. Ten derde hebben we de geschreven antwoorden systematisch geanalyseerd om beter te begrijpen waarom burgers een voorkeur hebben voor een bepaalde eis of waarom ze juist bezwaren hebben. Ook probeerden we vast te stellen of groepen Amsterdammers met een verschillende voorkeur over windenergie toch gelijksoortige of juist andere argumenten noemen.
Gezondheid, verantwoordelijkheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en natuur/landschap Uit de PWE volgt dat gezondheid, verantwoordelijkheid, duurzaamheid, rechtvaardigheid en natuur/landschap belangrijke waarden zijn voor een ruime meerderheid van de Amsterdammers bij keuzes die moeten worden gemaakt rond de duurzame energie ambities van Amsterdam. Voor elk van deze waarden geldt dat slechts een klein deel vindt dat ze onbelangrijk zijn voor de besluitvorming.
Gezondheid Op verschillende plekken in de raadpleging wordt gezondheid door deelnemers genoemd als een belangrijke waarde en deze waarde wordt ook vaak gekoppeld aan andere waarden. Voorstanders van de komst van extra windmolens in Amsterdam zien het bouwen van windmolens als middel om klimaatverandering te bestrijden en dit is volgens hen in het belang van de gezondheid van toekomstige generaties. Tegenstanders van windmolens in Amsterdam vrezen dat de gezondheid van bewoners wordt geschaad wanneer de windmolens leiden tot geluidsoverlast of een afname in de kwaliteit van natuur en landschap.
Verantwoordelijkheid Een eerste uitdaging voor de dialoog over windenergie is dat bewoners met een verschillende perceptie over de wenselijkheid van windenergie binnen Amsterdam heel anders denken over de concrete invulling van de waarde verantwoordelijkheid. Zo vindt een grote groep deelnemers het terugdringen van klimaatverandering van belang en het kiezen van windenergie binnen de gemeentegrenzen wordt gezien als een manier voor de stad Amsterdam om hier haar steentje aan bij te dragen en zo verantwoordelijkheid te nemen. Deze deelnemers vinden dat Amsterdam deze verantwoordelijkheid niet mag afschuiven. Een andere grote groep
6 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
deelnemers stelt juist dat de gemeente haar verantwoordelijkheid moet nemen voor het beschermen van de gezondheid van haar burgers. Verantwoordelijkheid is een belangrijke waarde voor de dialoog over duurzame energie en windenergie, maar niet iedereen bedoelt er hetzelfde mee en dit kan tot spraakverwarringen en onbegrip leiden.
Rechtvaardigheid Dezelfde uitdaging zien wij bij de waarde rechtvaardigheid. Deze waarde komt terug in verschillende gedaanten in de raadpleging. Alle dimensies van rechtvaardigheid die expliciet terugkomen in de raadpleging worden door een groot deel van de deelnemers belangrijk gevonden. In de geschreven antwoorden zien we ook dimensies van rechtvaardigheid terugkomen die we niet expliciet een plek hebben gegeven in de raadpleging en die maar door een paar deelnemers expliciet wordt genoemd. Een dialoog over rechtvaardigheid kan tot spraakverwarring leiden wanneer deelnemers aan de dialoog er iets anders mee bedoelen. Aan de andere kant lijkt het erop dat verschillende vormen van rechtvaardigheid niet met elkaar in tegenspraak hoeven te zijn. Een gesprek over rechtvaardigheid kan een kans zijn voor de dialoog over windenergie wanneer deelnemers aan de dialoog tot het inzicht komen dat zij allen verschillende dimensies van rechtvaardigheid belangrijk vinden. Een eerste vorm van rechtvaardigheid die we vaak terug zien komen is intergenerationele rechtvaardigheid. Een groot deel van de deelnemers die positief zijn over het bouwen van windmolens in Amsterdam vindt dat de huidige generatie alles uit de kast moet trekken om klimaatverandering tegen te gaan om er zo voor te zorgen dat de aarde leefbaar blijft voor toekomstige generaties.
Een tweede vorm van rechtvaardigheid is dat de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld tussen bewoners (en bedrijven). Dit wordt ook wel intragenerationele rechtvaardigheid genoemd (eerlijke verdeling binnen een generatie). De vorm van intragenerationele rechtvaardigheid die zowel door een grote groep voorstanders als een grote groep tegenstanders van windenergie binnen Amsterdam wordt gedeeld is dat de lusten van windenergie zoveel mogelijk terecht moeten komen bij omwonenden die ook de lasten ervaren. Er bestaat rond het plaatsen van windmolens de regel dat 50% van het eigenaarschap is belegd in de omgeving, maar we zien dat verschillende deelnemers aan deze raadpleging vrezen dat dit in de realiteit betekent dat niet de bewoners die last zullen hebben van de windmolens substantiële lusten zullen ervaren maar juist vermogende Amsterdammers die kunnen investeren. Dit wordt door hen als onrechtvaardig ervaren. Er zijn ook nog andere vormen van intragenerationele rechtvaardigheid die we terug zien komen in de geschreven antwoorden. Sommige deelnemers vinden het oneerlijk dat de minder bedeelden in de samenleving – die langs de randen van de stad wonen – de lasten van windenergie zullen ervaren, terwijl vermogende Amsterdammers die in het Centrum en Oud-zuid wonen nauwelijks overlast zullen ervaren.
Uit de raadpleging blijkt ook dat bewoners van de stadsdelen Noord en Zuidoost, waar de windmolens in de planning staan, relatief negatief zijn over het plaatsen van extra windmolens binnen Amsterdam vergeleken met bewoners uit stadsdelen zoals West, Zuid en het centrum. Andere deelnemers hebben het gevoel dat de windmolens ten kosten gaan van gewone burgers en vooral gunstig zijn voor de CO2 balans van datacenters en technologiebedrijven. Ook zijn er deelnemers die het zorgelijk vinden dat de windmolens zullen worden gebouwd en beheerd door bedrijven/mensen die uiteindelijk ook winst willen maken, waardoor er een belangenconflict kan ontstaan tussen de ontwikkelaar die winst wil maken en de omgeving die schade wil beperken.
7 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Een derde vorm van rechtvaardigheid gaat over het beschermen van de persoonlijke levenssfeer. Een grote groep deelnemers ervaart dat het plaatsen van windmolens direct ingrijpt op hun dagelijks leven en persoonlijke levenssfeer. Het gaat niet alleen om hinder die mensen zullen ervaren van windmolens en de gezondheidsrisico’s die mensen ervaren, maar ook om een aantasting van het uitzicht vanuit hun huis, een aantasting van de rust en mogelijkheden voor recreatie en ontspanning. Dit argument wordt zowel genoemd door mensen die geen windmolen willen in de buurt van hun woonhuis, in de buurt van hun volkstuin en in de buurt van een plek waar zij rust en ontspanning vinden tijdens het recreëren. Een extra complicatie rond de woonhuizen is dat mensen ervaren dat ze niet kunnen ontsnappen aan deze aantasting van hun leefomgeving. Daarbij geven sommige deelnemers aan dat de aantasting van de leefomgeving als heftig wordt ervaren omdat deze onvrijwillig is. Zo zegt een deelnemer: “Omwonenden horen niet opeens ongevraagd overlast ervan te krijgen.” Een uitdaging voor de dialoog rond dit thema is dat de mate waarin het plaatsen van een windmolen een aantasting vormt voor de leefomgeving verschillend wordt ervaren door de deelnemers.
Sommige mensen vrezen dat hun dagelijks leven ingrijpend zal worden verstoord en dat een windmolen in de buurt van een huis invloed kan hebben op hun slaap en de ontwikkeling van hun kinderen, terwijl anderen zich hier geen zorgen over maken. Ook valt het op dat sommige deelnemers het feit dat er in een stad al veel lawaai is als reden aandragen dat het plaatsen van windmolens extra problematisch is, terwijl anderen dit juist als argument gebruiken waarom het plaatsen van windmolens niet zo’n groot probleem is. Een vierde vorm van rechtvaardigheid die een rol speelt is procedurele rechtvaardigheid. We zien dat deelnemers het heel erg belangrijk vinden dat bewoners mogen meepraten over besluiten rond windenergie. Het is raadzaam om in de dialoog aandacht te besteden aan de manier waarop meepraten wordt geborgd in concrete besluiten. De gemiddelde deelnemer aan de raadpleging vindt dit zelfs even belangrijk als het beschermen van landschap en dierenwelzijn.
Een tweede dimensie van procedurele rechtvaardigheid die sterk samenhangt met de ervaren aantasting van de persoonlijke levenssfeer en de waarde verantwoordelijkheid is dat bewoners ervaren dat er zorgvuldig genoeg gekeken moet worden naar: 1) alternatieve manieren om de duurzame energieambities van de gemeente in te vullen die de persoonlijke leefomgeving minder aantasten; 2) de risico’s op gezondheidseffecten van windmolens en het beperken/voorkomen van deze risico’s. Uit de raadpleging volgt verder dat deelnemers denken dat deze risico’s beter kunnen worden beperkt door het stellen van strengere eisen aan het geluid van de windmolens dan via een verplichting voor beheerders om een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven. Natuur, landschap en duurzaamheid Uit de raadpleging blijkt dat natuur, landschap en duurzaamheid belangrijke waarden zijn voor een ruime meerderheid van de deelnemers aan deze raadpleging. Een uitdaging voor de dialoog is dat verschillende groepen Amsterdammers deze waarden anders prioriteren. We zien dat er een grote groep is die een bijdrage leveren aan het voorkomen van klimaatverandering belangrijker vindt dan het beschermen van natuur en landschap, terwijl er een andere grote groep is die juist het beschermen van natuur en landschap een belangrijkere waarde vindt.
Daarbij is er onenigheid over de mate waarin het plaatsen van windmolens een schending zal betekenen van de waarde natuur. Deelnemers denken verschillend over het belang van windenergie en mogelijkheden woningbouw We zien dat groepen deelnemers aan de raadpleging heel verschillend denken over de mate waarin de gemeente ervoor moet zorgen dat de windmolens zo worden neergezet dat de woningbouw in de toekomst er zo weinig mogelijk last van heeft. Sommige deelnemers vinden de woningcrisis zo nijpend dat het bouwen van
8 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
windmolens de bouw van woningen nooit in de weg mag zitten, terwijl de kwantitatieve modellen ook een cluster identificeren in de open raadpleging waarin geen van de deelnemers de gemeente adviseert om er bij het bouwen van windmolens rekening mee te houden dat de bouw van woningen zo min mogelijk mag worden belemmerd. Deze groep deelnemers vindt met name het beschermen van natuur en landschap van groot belang.
Groepen Amsterdammers met verschillende voorkeuren We hebben de kwantitatieve- en de kwalitatieve analyses gebruikt om te ontdekken of er verschillende perspectieven en posities zijn wat betreft voorkeuren voor windenergie in de stad. We zien dat het aantal posities dat geïdentificeerd kan worden afhangt van de data die je analyseert en de analysemethode die je toepast. Kijken we alleen naar de kwantitatieve keuzes van het panel, dan zien we alleen een cluster dat positief is over windenergie en een gematigd cluster. Kijken we naar de kwantitatieve keuzes van de open raadpleging, dan zien we een cluster dat positief is over windenergie in Amsterdam, een cluster dat negatief is en een neutraal cluster. Kijken we ook naar de kwalitatieve data, dan zien we dat zowel het positieve als het negatieve cluster kan worden opgedeeld in subclusters. Om in de samenvatting goed recht te doen aan de verschillende databronnen combineren we de positieve en neutrale clusters van de open raadpleging en de panelraadpleging en splitsen we het positieve en negatieve cluster in twee subclusters op basis van de kwalitatieve data. Hieronder vatten we termen die bij de verschillende clusters passen samen in een tabel. Onder de tabel werken we de clusters in meer detail uit.
Tabel 0-1-1 Samenvatting van de vijf clusters die we destilleren vanuit de kwantitatieve en kwalitatieve analyses. Cluster 1A
Cluster 1B
Cluster 2
Cluster 3A
Cluster 3B
Perceptie op windambitie van Amsterdam
Zeer positief
Gematigd positief
Neutraal
Gematigd negatief
Zeer negatief
Termen die bij dit cluster passen
Het is belangrijk iets
Het is belangrijk iets
Het is belangrijk iets
Het is belangrijk iets
Er is geen
te doen aan
te doen aan
te doen aan
te doen aan
ruimte voor
klimaatverandering
klimaatverandering
klimaatverandering
klimaatverandering
windmolens
Adam moet
Adam moet
Adam moet
Voorkomen overlast
verantwoordelijkheid
verantwoordelijkheid
verantwoordelijkheid
voor bewoners en
Windmolens
nemen
nemen
nemen
natuur
leiden tot
Alles uit de kast
Voorkomen overlast
Voorkomen overlast
Kijk naar
voor bewoners,
voor bewoners en
alternatieven
natuur en landschap
natuur
binnen en buiten
Kijk naar
Kijk naar
alternatieven
alternatieven
Nu handelen
Adam moet het voorbeeld geven Goed (zoveel
Er is geen ruimte voor
mogelijk)
windmolens in Adam
9 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Adam Eerlijke verdeling lasten en lusten Niet ten koste van alles windmolens
in Adam
schade aan gezondheid, landschap en natuur Windmolens in Adam is een slecht plan
zelfvoorzienend te zijn Eerlijke verdeling lasten en lusten
Windmolens leiden tot schade aan gezondheid, landschap en natuur
Er is geen ruimte voor windmolens in Adam Windmolens leiden
Er zijn geschiktere plekken buiten de stad
tot schade aan gezondheid, landschap en natuur Windmolens in Adam slecht plan
Allereerst zien we een groot ‘Cluster 1’ met deelnemers die positief zijn over extra windenergie in Amsterdam. In de PWE keuzetaak kiezen deelnemers van dit cluster relatief vaak voor de eis “zorg dat omwonenden van de windmolens direct voordeel hebben van de energie”. Deze deelnemers vinden dat Amsterdam haar verantwoordelijkheid moet nemen in de strijd tegen klimaatverandering en niet haar verantwoordelijkheid moet afschuiven. Deelnemers uit dit cluster zijn relatief jong, ze wonen relatief vaak in een huurwoning en de meerderheid voelt zich betrokken bij het milieu. Als we naar de argumenten kijken van deelnemers uit Cluster 1 dan kan dit cluster worden verdeeld in twee subclusters. Cluster 1a vindt dat alles uit de kast moet worden gehaald om klimaatverandering tegen te gaan. Er moet nu gehandeld worden en Amsterdam moet het goede voorbeeld geven. Cluster 1b is gematigder. Dit cluster is positief over het bouwen van extra windmolens in Amsterdam, maar noemt tegelijkertijd met name de voorwaarden ‘niet in de buurt van woningen’, ‘niet te veel overlast bewoners’, ‘kijk naar overlast natuur’, ‘kijk naar alternatieven’, ‘wel in de buurt van industrie’. In de open raadpleging zien we een groot ‘Cluster 3’ met deelnemers die negatief zijn over extra windenergie in Amsterdam.
De kwantitatieve resultaten laten zien dat leden van dit cluster relatief vaak kiezen voor de eisen ‘bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk’ en ‘bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam’. Een relatief groot deel van de leden van dit cluster wekt op dit moment zelf schone energie op. Een relatief groot deel van de deelnemers aan de open raadpleging die tot deze groep behoren woont in Amsterdam Zuidoost of buiten Amsterdam. De grote meerderheid heeft een koopwoning. Als we naar de kwalitatieve argumenten kijken, dan kan ook dit cluster worden opgedeeld in twee subclusters. Aan de ene kant het Cluster 3b dat vindt dat windmolens bouwen in Amsterdam een slecht plan is. Er is volgens hen niet genoeg ruimte voor windmolens, windmolens leiden volgens hen tot veel schade en zijn financieel niet haalbaar. Men vindt ook dat duurzame energie opwekken niet per se in Amsterdam hoeft en landelijk opgelost moet worden. Aan de andere kant is er een gematigder Cluster 3a. Dit cluster is negatief over windenergie, maar vindt wel dat Amsterdam zoveel mogelijk moet doen om energie binnen de gemeentegrenzen op te wekken.
Verschillende leden van dit cluster geven aan dat het belangrijk is om klimaatverandering aan te pakken, maar tegelijkertijd vragen zij zich af of er wel ruimte is voor windenergie in Amsterdam, of er geen geschiktere plekken zijn binnen en buiten de stad. Ook zijn er leden van dit cluster die zeggen dat windenergie een slecht idee is en zij maken zich zorgen over de overlast van windmolens en gezondheidsschade. Leden van Cluster 3a komen ook met een hoop voorwaarden. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar gezondheidseffecten van windmolens, windmolens moeten alleen geplaatst worden op grote afstand van woningen. Windmolens moeten niet ten koste van alles binnen Amsterdam worden geplaatst
10 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
en er moet worden gekeken of steden op een andere manier kunnen bijdragen aan de energietransitie dan via windmolens. Tot slot vinden we met name in de open raadpleging een Cluster 2 dat neutraal is over het bouwen van extra windmolens in Amsterdam. Een ruime meerderheid van dit cluster vindt wel dat Amsterdam zoveel mogelijk moet doen om energie binnen de gemeentegrenzen op te wekken. Vrouwen, ouderen en laagopgeleiden zijn relatief sterk vertegenwoordigd in dit cluster en dat geldt ook voor mensen die op dit moment niet bezig zijn met schone energie, maar dit wel zouden willen. Leden van dit cluster noemen zowel argumenten die pleiten voor windenergie in Amsterdam (‘Amsterdam moet verantwoordelijkheid nemen’) als argumenten die pleiten tegen windenergie in Amsterdam (‘er is hier niet genoeg ruimte’, ‘windmolens geven te veel overlast’ en ‘we moeten op andere manieren bijdragen’). Leden uit dit cluster noemen met name een hoop voorwaarden (‘alleen op grote afstand van woningen’, ‘niet te veel overlast bewoners’, ‘kijk naar overlast natuur’, ‘kijk naar alternatieven’ en ‘wel in de buurt van industrie’).
Input voor de dialoog over windenergie Het hoofddoel van deze raadpleging is input geven voor de dialoog over windenergie in Amsterdam. Als we kijken naar de resultaten dan zien we aan de ene kant dat een dialoog tussen Clusters 1a en 3b moeilijk zal zijn. Cluster 1a is zeer positief over de windambitie en vindt dat Amsterdam het goede voorbeeld moet geven en Cluster 3b vindt het bouwen van windmolens in Amsterdam een slecht, irreëel en financieel onhaalbaar plan en ze zijn sceptisch over de kansen van duurzame energie in Amsterdam. Wel zien we in de resultaten dat er voor verschillende clusters voldoende basis is om in dialoog te gaan. Cluster 2 is in principe de makkelijkste deelnemer in een dialoog omdat er begrip is voor zowel de argumenten van Clusters 1 en 3. Interessant zijn bijvoorbeeld Clusters 1b en 3a. Zij hebben een tegenovergestelde mening over de wenselijkheid van windenergie in Amsterdam, maar zij delen het idee dat Amsterdam moet proberen om zoveel mogelijk windenergie op te wekken binnen de gemeentegrenzen en zij maken zich beide – in meerdere en mindere mate – zorgen over de negatieve gezondheidseffecten van windturbines.
Welke argumenten en oplossingsrichtingen zouden leden van Clusters 1b en 3a kunnen gebruiken als ze toenadering willen zoeken tot elkaar? Allereerst is het belangrijk om te markeren dat leden van Clusters 1b en 3a verschillende waarden delen. Ze vinden bijvoorbeeld beide dat klimaatverandering moet worden bestreden. Waarden als gezondheid, duurzaamheid, landschap en natuur worden gedeeld door leden van beide clusters. In een dialoog is het voor Cluster 3a belangrijk om te focussen op alternatieve oplossingen om duurzame energiedoelstellingen te halen binnen Amsterdam en niet op oplossingen buiten Amsterdam zoals wind op zee, windmolens buiten Amsterdam en kernenergie. Voor Cluster 1b is het belangrijk dat Amsterdam als stad haar verantwoordelijkheid neemt en oplossingen buiten Amsterdam voelen als het afschuiven van deze verantwoordelijkheid. Het is interessant om in de dialoog tussen Cluster 1b en Cluster 3a te zoeken naar keuzes voor duurzame energie binnen de grenzen van Amsterdam waarbij de waarden gezondheid, landschap en natuur allen worden gerespecteerd.
In een dialoog is het voor Cluster 1b belangrijk om de verschillende gevoelens van onrechtvaardigheid bij Cluster 3a te erkennen inclusief het belang om zorgvuldig te kijken naar: 1) alternatieve manieren om de duurzame energieambities van de gemeente in te vullen die de persoonlijke leefomgeving minder aantasten; 2) de risico’s op gezondheidseffecten van windmolens en het beperken/voorkomen van deze risico’s. De dialoog
11 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
zou kunnen gaan over wat er nodig is voor Cluster 3a om ervoor te zorgen dat er voldoende zorgvuldig naar bovenstaande twee punten gekeken is. Ook kan de dialoog gaan over oplossingsrichtingen die ervoor zouden kunnen zorgen dat rechtvaardigheidsoverwegingen die belangrijk zijn voor dit onderwerp goed worden ingebed. Zijn er oplossingen die ervoor zorgen dat lusten en lasten eerlijk(er) worden verdeeld tussen omwonenden en ontwikkelaars? Zijn er oplossingen die ervoor zorgen dat de plaatsing van een windmolen minder als onvrijwillig wordt ervaren? Wat is volgens leden van Cluster 3a een goede oplossing om ervoor te zorgen dat zij voldoende kunnen meepraten over (de operationele) keuzes rond windenergie? Wij bevelen aan om oplossingen die in deze raadpleging worden genoemd (of die in binnen- en buitenland succesvol zijn toegepast) te gebruiken als input voor de dialoog om te kijken in hoeverre deze kunnen worden toegepast in Amsterdam. Financieren van isolatie, het geven van een korting op de elektriciteitsprijs en het ontwikkelen van windmolens vanuit de gemeente om ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk voordelen naar omwonenden gaan zijn voorbeelden van dergelijke oplossingen die ook door deelnemers aan deze raadpleging worden genoemd.
12 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
1. Introductie Het klimaat verandert. Wat helpt, is meer schone energie gebruiken. Amsterdam wil daarom meer schone energie opwekken. Amsterdam heeft een ambitie om ongeveer 17 extra windmolens van 3 MW te bouwen in 2030 (50 MW windenergie). Dit gebeurt binnen het kader van de Regionale Energie Strategie (RES). En de RES komt voort uit afspraken die gemaakt zijn in het landelijk Klimaatakkoord. Er zijn inwoners die tevreden zijn met deze ambitie en sommigen gaat het niet snel genoeg. Aan de andere kant zijn er inwoners die grote bezwaren hebben tegen windmolens. Daarom wil de gemeente graag meer inzicht krijgen in de afwegingen die Amsterdammers maken rond dit onderwerp. Populytics is gevraagd om een raadpleging uit te voeren waarin inwoners van Amsterdam en omliggende gemeenten hun voorkeuren en visies kunnen uiten over de wenselijkheid van verschillende dimensies van de windenergie ambitie. Het hoofddoel van deze raadpleging is het leveren van een bijdrage aan de dialoog over dit onderwerp. In deze raadpleging is gebruik gemaakt van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) methodiek.
Een PWE-raadpleging is geen draagvlakonderzoek. Het doel is niet om in kaart te brengen hoeveel mensen er voor of tegen het bouwen van windmolens binnen Amsterdam zijn. We onderzoek wel welke overwegingen, waarden en bezwaren Amsterdammers belangrijk vinden in de besluitvorming rond windenergie en hoe zij bepaalde waarden tegen elkaar afwegen. PWE is een nuttig hulpmiddel om te ontdekken in welke mate Amsterdammers verschillend of juist hetzelfde denken over verschillende dimensies die relevant zijn in de besluitvorming rond windenergie. Wanneer we verschillende perspectieven ontdekken, dan kunnen we ook achterhalen wat de kenmerken zijn van Amsterdammers die vanuit een bepaald perspectief naar het onderwerp kijken. We kijken ook naar welke waarden er volgens Amsterdammers belangrijk zijn in de besluitvorming over windenergie en welke waarden er achter bepaalde bezwaren zitten. Idealiter proberen we ook gemeenschappelijke waarden vast te stellen en doen we voorstellen hoe deze waarden kunnen worden vertaald in beslissingen van de gemeente. Tot slot doen we een aantal voorstellen voor de dialoog over windenergie. Welke argumenten en oplossingsrichtingen kan een groep Amsterdammers met een bepaald perspectief op windenergie het best gebruiken als zij toenadering willen zoeken tot een groep Amsterdammers met een ander perspectief.
De raadpleging is een onderdeel van de reflectiefase Deze raadpleging is deel van de reflectiefase. De gemeente schrijft hierover: “In de reflectiefase geven inwoners, deskundigen en belanghebbenden hun mening en advies via verschillende activiteiten. Met de opbrengst daarvan maakt de gemeente een afwegingskader dat later wordt gebruikt bij het bepalen of er wel of niet windmolens komen op een bepaalde locatie. Daarna maken we afspraken over samenwerking met partners en belanghebbenden, en over sturing door de gemeente. Verder stellen we klankbordgroepen samen waaraan belangenorganisaties met verschillende perspectieven kunnen deelnemen.”
13 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
In de reflectiefase vinden er een aantal activiteiten plaats: •
Een online raadpleging, waar u nu het rapport over leest
•
Een onderzoek naar de leefomgeving in de verschillende zoekgebieden door middel van ‘context mapping’ waarmee de zoekgebieden in kaart en beeld gebracht worden;
•
Verdiepende verkenningen op de thema’s gezondheid en natuur en landschap;
•
Een evaluatie van het participatieproces tot vaststelling RES 1.0 (mei 2021).
De verschillende onderdelen van de reflectiefase worden van input voorzien door zeven klankbordgroepen en twee expertgroepen. Na de reflectiefase volgt de projectvoorbereidingsfase, meer informatie over het vervolgtraject kunt u vinden op de website van de gemeente Amsterdam.
Waarom een PWE-raadpleging? Populytics gebruikt de PWE-methode om burgerparticipatie te faciliteren. Wij hebben deze methode recent ingezet in RES Regio Foodvalley, in Gemeente Súdwest-Fryslân en samen met onderzoekers van de TU Delft bij de Nationale klimaatraadpleging. U kunt deze voorbeeldprojecten vinden op onze website.
De essentie van een PWE is dat burgers een advies kunnen geven over een keuzevraagstuk van de overheid. Burgers worden als het ware op de stoel van de overheid gezet. Het keuzevraagstuk van een overheid wordt nagebootst in een online omgeving. Burgers worden zich bewust van het dilemma waar de overheid voor staat. Ze krijgen een overzicht van de voor- en nadelen van de opties waartussen de overheid kan kiezen en de beperkingen die er zijn (bijvoorbeeld: ‘er is beperkt publiek budget’). Vervolgens wordt er aan de deelnemende burgers gevraagd wat zij hun overheid zouden adviseren. Ten slotte lichten burgers hun keuzes toe, wat een scherp beeld oplevert van hun waarden, bezwaren en de kansen die zij zien. Omdat de drempel om te participeren relatief laag is – deelname aan een PWE kost gemiddeld zo’n 20 minuten en je kunt participeren waar en wanneer je maar wilt – faciliteert de methode participatie van een grote en diverse groep burgers. PWE is een vorm van burgerparticipatie die het midden houdt tussen simplistische methoden als een referendum of een opiniepeiling aan de ene kant en intensieve participatievormen zoals een burgerforum of een bewonersavond aan de andere kant. Burgers kunnen in een PWE laagdrempelig, maar toch inhoudelijk participeren.
Een belangrijke reden waarom PWE-raadplegingen regelmatig worden toegepast in Nederland en in het buitenland, is dat een grote groep burgers behoefte heeft aan deze vorm van participatie. Je kan het vergelijken met de keuze die je hebt tussen verschillende wandelroutes in een natuurgebied. Sommige wandelaars willen een kort rondje lopen om snel de highlights mee te pikken, maar er zijn ook diehards die graag de langste route lopen om alle details van het wandelgebied te ervaren. Daarnaast is er een derde groep die het liefst de tussenroute neemt. Deze mensen willen graag de belangrijkste facetten van het wandelgebied ervaren, maar ze
14 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
nemen niet de langste route omdat ze op hun vakantie ook nog allerlei andere dingen willen doen. Met burgerparticipatie is het net zo. Sommige burgers willen graag meedoen aan een referendum of een opiniepeiling waarin een complex vraagstuk wordt platgeslagen in een “Ja/Nee keuze” en ze binnen een minuut klaar zijn. Ook zijn er burgers die graag dagen achter elkaar met elkaar en met ambtenaren en experts in gesprek willen gaan. Maar er is ook een grote middengroep die graag op een genuanceerde manier zijn voorkeur wil uiten op basis van een totaalplaatje van keuzeopties en effecten. PWE voorziet in de participatiebehoefte van de middengroep.
Figuur 1-1 PWE sluit aan bij de participatiebehoefte van de middengroep.
PWE is naast een participatie-instrument ook een beleidsevaluatie-instrument dat als doel heeft om met geavanceerde technieken de voorkeuren van burgers voor overheidsbeleid te meten (Mouter et al., 2021a). De analyses bieden bijvoorbeeld inzicht in de verschillen/overeenkomsten tussen groepen Nederlanders. Verderop in het rapport zullen wij ook verschillende groepen in de stad identificeren wat betreft hun perspectieven op windenergie.
Ten slotte kan een PWE ook inzicht geven in de keuzes die de overheid moet maken en in welke context dat gebeurt. Doordat burgers in de PWE als het ware in de schoenen van de overheid staan en de effecten van hun keuzes te zien krijgen, wordt hun advies in een groter geheel geplaatst en krijgen zij inzicht in de gevolgen van
15 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
hun keuzes. Hierdoor krijgen burgers meer begrip voor de keuzes die de overheid moet maken, en de complexe afwegingen waar de overheid voor staat.
De kern van de raadpleging ‘Denk mee over windenergie in Amsterdam’ Deelnemers konden in de periode 4 november tot en met 5 december 2021 deelnemen aan deze raadpleging. De raadpleging was te bereiken via een online platform en bestond uit drie onderdelen. We lichten de onderdelen toe, in het volgende hoofdstuk zullen we meer informatie geven over hoe de raadpleging tot stand is gekomen.
In het eerste gedeelte konden deelnemers aangeven of ze achter het voorgenomen beleid staan om extra windmolens te bouwen in Amsterdam. Ook konden ze aangeven of ze het eens zijn met de stelling ‘De gemeente Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken in de gemeente zelf.’ We starten met deze vragen om ruimte te bieden om het te hebben over de wenselijkheid van windmolens en de windambitie. Op die manier krijgen deelnemers de ruimte hun initiële bezwaren te delen. Des te meer omdat in het hierop volgende PWE-keuzevraagstukgedeelte de windambitie als uitgangspunt wordt genomen.
In het tweede gedeelte kregen deelnemers acht mogelijke aanvullende eisen te zien die de gemeente zou kunnen stellen aan plannen voor windmolens. De eisen waren: 1. Stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens 2. Verplicht beheerders een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven 3. Zorg dat mensen in hun volkstuin ’s nachts geen last hebben van de windmolens 4. De windmolens moeten het bouwen van woningen zo min mogelijk in de weg zitten 5. Bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam 6. Verplicht beheerders van windmolens een groter deel van de inkomsten te gebruiken voor de natuur 7. Bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk 8. Zorg dat omwonenden van de windmolens direct voordeel hebben van de energie
Deelnemers kregen bij elke eis informatie over wat de eisen precies inhouden en wat de gevolgen zijn van het adviseren van een aanvullende eis aan de gemeente. Gevolgen waar zij informatie over kregen waren: 1) Mogelijk te halen Megawatts energie door extra windmolens; 2) kosten voor mensen die windmolens willen bouwen; 3) aantal mensen met lichte hinder door extra windmolens; 4) aantal mensen met ernstige hinder door extra windmolens; 5) aantal mensen dat schone energie kan gebruiken door extra windmolens. Wanneer deelnemers meer informatie wilden hebben over de opties die zij konden kiezen in de raadpleging, dan konden ze dit vinden door op de "i" knop te drukken. De figuur hieronder geeft een voorbeeld van een informatiescherm van de optie “Stel strengere eisen aan het geluid van windmolens”.
16 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Figuur 1-2 Schermafbeelding van een informatiescherm bij onderdeel 2.
Deelnemers mochten eisen aanklikken die zij goed vonden. Maar zij konden niet zomaar alles kiezen: Het uitgangspunt bij deze PWE was dat de gemeente wil zorgen voor 50 megawatt extra windenergie. Dat zijn ongeveer 17 nieuwe windmolens. Deelnemers konden alleen eisen kiezen waarbij minimaal 50 megawatt extra windenergie in de zoekgebieden mogelijk zou zijn. Bovendien was er een beperkt budget. Deelnemers konden maximaal 5 miljoen euro uitgeven aan kosten voor mensen die windmolens willen bouwen. Dit is een fictief getal, want het totale budget voor van het bouwen van windmolens is onbekend. De reden om een beperking in de PWE op te nemen is dat deelnemers hierdoor worden gedwongen om verschillende eisen te prioriteren. Ze kunnen niet alles kiezen en ze kunnen niet verdergaan in de raadpleging zonder dat ze een pijnlijke keuze hebben gemaakt. Zoals in elke PWE is er sprake dus van keuzepijn. Nadat deelnemers hun voorkeur aangaven door de eis(en) te selecteren, kregen zij de ruimte om dit met argumenten toe te lichten of hun bezwaren of andere suggesties te delen.
17 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Figuur 1-3 Schermafbeelding van het hoofdscherm bij onderdeel 2.
In het derde onderdeel van deze raadpleging werd door middel van stellingen en vragen doorgevraagd op bepaalde onderwerpen. Deelnemers konden bijvoorbeeld aangeven welk uitgangspunt zij belangrijk zouden vinden bij ruimtelijke keuzes en aangeven of en welke zorgen zij hebben over gezondheidseffecten van windmolens. Ook werd het gevraagd hoe belangrijk zij de volgende waarden zou vinden in een situatie dat er windmolens komen: ‘zoveel mogelijk schone energie opwekken’, ‘natuur beschermen’, ‘beschermen dierenwelzijn’, ‘beschermen landschap’, ‘voorkomen overlast’, ‘gezondheid van mensen’, ‘mogelijkheid van bewoners om mee te praten’, ‘genoeg ruimte om woningen te bouwen’, ‘de kosten voor de mensen die windmolens willen bouwen’, ‘voordelen voor omwonenden’, ‘ervoor zorgen dat Amsterdam zelfvoorzienend is qua energie opwekken.’ Dit stelde burgers in staat om ook hun advies te geven over andere aspecten van het vraagstuk. Tegelijkertijd kregen burgers in dit onderdeel ook de ruimte om eigen ervaringen of andere ideeën en argumenten te delen met de gemeente. Als afronding van de raadpleging konden bewoners aangeven in hoeverre ze vonden dat de mening van de bewoners moet worden meegeteld in de besluitvorming ten opzichte van adviezen van experts en werd er aan het gevraagd om de kwaliteit van de raadpleging te beoordelen.
18 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
2. Methodologie In deze sectie geven wij informatie over het opzetten van de PWE, de data-verzameling, de kenmerken van de deelnemers en de analysemethoden die wij gebruiken.
Het opzetten van de PWE Een Participatieve Waarde Evaluatie bestaat in feite uit vier elementen: 1) het vaststellen van een vraagstelling(en) die onderwerp zijn van de PWE; 2) een aantal opties waar de deelnemer tussen kan kiezen; 3) informatie over deze opties (beschrijving, positieve effecten en negatieve effecten); en 4) een beperking die ervoor zorgt dat deelnemers niet alle opties kunnen kiezen. Hieronder leggen we uit welke keuzes wij hebben gemaakt in deze vier stappen.
Stap 1: De vraagstelling Het doel van deze raadpleging is om inwoners van Amsterdam en omliggende gemeenten te betrekken bij de dialoog over de windenergie ambitie van Amsterdam. De raadpleging moet in kaart brengen welke afwegingen deelnemers maken en welke waarden en bezwaren ze belangrijk vinden bij het bepalen van locaties voor windmolens.
Bij de start van het ontwerptraject voorzagen wij verschillende mogelijke ontwerpen van de PWE-keuzetaak in de raadpleging. 1. Keuze tussen zoekgebieden: In de PWE-keuzetaak kunnen concrete locaties in de zoekgebieden worden voorgelegd. Deelnemers kunnen dan bijvoorbeeld aangeven welke locaties zij meer of minder geschikt vinden voor windenergie. Daarbij geven we hen informatie over bijvoorbeeld technische mogelijkheden, ruimtelijke criteria/overwegingen en maatschappelijke aspecten. Deelnemers zouden dan gevraagd worden om een afweging te maken tussen locaties, en die te beargumenteren. 2. Keuze tussen waarden die een rol spelen bij de afweging voor de realisatie van windenergieprojecten: Voorafgaande aan de start van het ontwerptraject gaf de gemeente Amsterdam aan ook graag input te willen van burgers voor het opstellen van een afwegingskader voor de realisatie van windenergieprojecten. Zij willen de bezwaren, overwegingen en ideeën die leven in de stad bundelen in een afwegingskader dat kan worden gebruikt bij afwegingen rond dit thema. Het afwegingskader wordt vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad. In een PWE-raadpleging kunnen wij deelnemers eisen en waarden voorleggen. Die eisen kunnen ruimtelijke aspecten in zich dragen (e.g. hoe dicht bij bewoning of andere gemeenten mogen plannen gerealiseerd worden?), maar ook bestuurlijk (e.g.
hoe kunnen omwonenden en inwoners meebeslissen of profiteren?). Door diverse eisen te ontwikkelen zetten we deelnemers aan het denken en nodigen we hen uit een prioritering te maken in mogelijke eisen die je zou kunnen stellen bij het realiseren van windmolens.
19 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
3. Keuze tussen windenergie in Amsterdam en alternatieve vormen/locaties om energie op te wekken: in een dergelijke opzet zouden deelnemers verschillende alternatieve vormen van energie binnen en buiten Amsterdam tegen elkaar afwegen (denk aan windenergie op zee, op het platteland, zonne-energie, kernenergie en biomassa). Ook zouden energiebesparingsopties kunnen worden toegevoegd aan de PWE zoals isolatie en energiebesparing.
We hebben er om verschillende redenen voor gekozen om de tweede optie als startpunt te nemen voor het ontwerpen van de PWE-keuzetaak. We hebben gekozen op basis van de criteria: 1) in hoeverre leidt de PWEkeuzetaak tot keuzepijn, dit is relevant omdat het deelnemers dwingt tot het maken van afwegingen; 2) in hoeverre levert de keuzetaak relevante input op voor de reflectiefase en het afwegingskader.
De eerste optie leidt tot veel keuzepijn, maar de vraag is of we wat gaan leren over de waarden en bezwaren van inwoners die relevante informatie oplevert voor de reflectiefase. Bij het vaststellen van de RES Noord-HollandZuid is al een prioritering gemaakt tussen zoekgebieden, die als uitgangpunt dient voor de reflectiefase. Wanneer we voor de eerste vraagstelling zouden kiezen, dan zouden we een beleidsbeslissing nabootsen die al is genomen waardoor de toegevoegde waarde voor het afwegingskader minder relevant zou kunnen zijn.
De belangrijkste reden om niet te kiezen voor de derde vraagstelling als startpunt van het ontwerp van de PWEkeuzetaak is dat het in deze casus nauwelijks zou leiden tot keuzepijn. Deelnemers zouden er in deze keuzetaak voor kunnen kiezen om de windambitie van de gemeente (127 MW windenergie) in zijn geheel niet te realiseren om in plaats daarvan te kiezen voor het bouwen van windmolens op zee, elders in Nederland of het bouwen van een kerncentrale. Dit zou deelnemers niet dwingen om heel scherp na te denken over wat zij nou het meest belangrijk vinden bij de besluitvorming van de gemeente over windenergie. En dit is één van de waardevolle elementen van een PWE-raadpleging. Daarbij levert de derde vraagstelling ook minder relevante informatie op wanneer de gemeente zou besluiten om extra windmolens in de stad te bouwen. Het opwekken van duurzame energie door windmolens en/of zonnepanelen is het uitgangspunt van de RES.
De tweede vraagstelling biedt generieke informatie voor het afwegingskader en prioritering in bezwaren en ideeën die spelen bij beslissingen over windenergie. We hebben gekozen voor de tweede vraagstelling omdat wij denken dat dit ontwerp zowel leidt tot keuzepijn, als relevante informatie oplevert voor de reflectiefase en het afwegingskader. Het geeft inzicht in de prioritering van bezwaren en waarden van Amsterdammers rondom windenergie. We krijgen zo inzicht in voorwaarden die gesteld worden en gaan verder dan een ja-nee discussie over de wenselijkheid van (locaties voor) windmolens in Amsterdam. Bovendien past deze vraagstelling goed bij de uitgangspunten van de reflectiefase omdat verschillende onderwerpen zoals geluid, gezondheid, natuur en ruimte expliciet verweven zitten in de PWE-keuzetaak: “Amsterdam heeft een ambitie om ongeveer 17 extra windmolens van 3 MW te bouwen in 2030 (127 MW windenergie totaal). Dat is het uitgangspunt voor de RES [1.0] en daarmee ook voor de reflectiefase. We gaan onderzoeken hoe we de windmolens kunnen realiseren en daarbij zullen we geen onaanvaardbare risico’s nemen. Dit doen we door onderzoeken naar geluid en gezondheid, natuur
20 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
en ruimte, onder ander met een milieueffectrapportage en met een gezondheidseffectanalyse. En met een afwegingskader als resultaat uit de reflectiefase”1
We hebben er niet voor gekozen om twee vraagstellingen op te nemen in de PWE-keuzetaak omdat uit een eerder traject bleek dat de drempel voor mensen om te participeren hierdoor te hoog werd (Mouter et al., 2021c). Ondanks de keuze voor de tweede vraagstelling voor de PWE-keuzetaak, hebben we vragen opgenomen in de gehele raadpleging om ook te leren over voorkeuren wat betreft de andere twee mogelijke vraagstellingen.
Stap 2: Het vaststellen van de keuzeopties Nadat we in Stap 1 hadden bepaald dat de PWE-taak in de raadpleging zou gaan over de waarden die een rol spelen in de richtlijnen van de realisatie van windenergieprojecten was het zaak om de keuzeopties te bepalen die deelnemers voorgeschoteld zouden krijgen in de PWE keuzetaak. Om deze keuzeopties samen te stellen hebben we achtergronddocumenten bestudeerd zoals de Omgevingsvisie van Amsterdam2, een document over gezondheidsaspecten van windenergie3 de ‘Quickscan windzoekgebieden in relatie tot landschappelijke waarden’4; verslagen van informatiebijenkomsten met inwoners tijdens het RES proces5; en raadsstukken en gesprekken met ambtenaren binnen de gemeente. We hebben op basis van deze informatie terugkerende thema’s (waarden) die spelen in de stad op een rijtje gezet. Zo zagen we dat in de informatiebijeenkomsten veelvuldig de waarden gezondheid en het behoud van natuur worden genoemd. We stelden de volgende initiële lijst met waarden op: •
Gezondheid
•
Geluidshinder
•
Natuur en landschap
•
Recreatie
•
Woningwaarde
•
Historische en culturele waarde
•
Verdeling over de stad
•
Proces/inspraak
•
Conflict met ander ruimtegebruik (zoals woningbouw)
•
Verdeling van lusten en lasten
1
Raadsbrief gemeenteraad reflectiefase, 7 september 2021, onderwerp ‘Invulling reflectiefase RES’, portefeuillehouder Marieke van Doorninck
2
Omgevingsvisie Amsterdam, juli 2021, https://amsterdam2050.nl/
3
Zie bijvoorbeeld de website van het RIVM over dit onderwerp: https://www.rivm.nl/documenten/windturbines-en-gezondheid
4
Quickscan windzoekgebieden in relatie tot landschappelijke waarden, cultureel erfgoed en natuurwaarden, Februari 2021 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9731690/1#search=%22quickscan%20ecologisch%22 5 Zie bijvoorbeeld https://energieregionhz.nl/documenten voor verslagen hiervan
21 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
Deze lijst met waarden hebben we vervolgens vertaald in aanvullende eisen die gesteld zouden kunnen worden aan de ontwikkeling van windmolens. De uiteindelijke set met eisen is: 1.
Stel strengere eisen aan het geluid van de windmolens
2.
Verplicht beheerders een app aan te bieden waarmee je klachten kan doorgeven
3.
Zorg dat mensen in hun volkstuin ’s nachts geen last hebben van de windmolens
4.
De windmolens moeten het bouwen van woningen zo min mogelijk in de weg zitten
5.
Bouw windmolens verder weg van natuurgebieden aan de randen van Amsterdam
6.
Verplicht beheerders van windmolens een groter deel van de inkomsten te gebruiken voor de natuur
7.
Bescherm het open landschap rond Amsterdam zo veel mogelijk
8.
Zorg dat omwonenden van de windmolens direct voordeel hebben van de energie
Omdat zorgen over gezondheid en geluidshinder vaak aan elkaar gekoppeld zijn hebben we deze samengevoegd tot één eis waarin er strengere eisen worden gesteld aan geluidshinder. In de aanvullende vragen is er ook gelegenheid voor deelnemers om zorgen die zij hebben over gezondheidseffecten kenbaar te maken en de vragen door te geven die zij hierover hebben. De waarde natuur en landschap hebben wij uit elkaar gehaald, omdat wij benieuwd waren of er andere voorkeuren zijn met betrekking tot behoud en compensatie van natuurgevolgen, en met betrekking tot gevolgen voor het landschap. De waarde ‘historisch een culturele waarde’ is onderdeel van de eis over bescherming van het landschap. Invloed op recreatie komt naar voren in een keuzeoptie over het beperken van geluidshinder voor nachtrecreatie in volkstuinen, en in een optie over bescherming van het landschap. Invloed op woningwaarde nemen we niet mee als zodanig omdat vanuit de economische literatuur bekend is dat woningwaarde vaak een combinatie is van meerdere waarden die te maken heeft met woonplezier, mogelijke overlast, aanwezigheid van natuur in de omgeving. Het onderwerp verdeling over de stad komt niet naar voren in de PWE-keuzetaak, maar wel in de aanvullende vragen. Zo ook het onderwerp ‘Proces/inspraak’.
Ten slotte komt het mogelijke conflict tussen windmolens en ander ruimtegebruik naar voren in een keuzeoptie over woningbouw. De verdeling van lusten en lasten komt terug in de eis dat omwonenden direct voordeel moeten hebben van de windmolen. Wij hebben een conceptversie met eisen opgesteld en die besproken met de gemeente en met enkele belanghebbenden. Vanuit de belanghebbenden werd aangegeven dat deze eisen de bezwaren en gesprekken die zij hadden met inwoners reflecteerden.
Stap 3. Het vaststellen van informatie over de effecten van de keuzeopties De volgende stap in het opzetten van de PWE-keuzetaak bestaat uit het vaststellen van de effecten van de keuzeopties. In eerste instantie wilden we werken met één effect: de invloed van keuzes op het opgesteld vermogen van windmolens. Maar naar aanleiding van een gesprek met twee belanghebbende partijen hebben we ervoor gekozen de lijst met effecten uit te breiden om zo een breder zicht te krijgen de mate waarin deze effecten een rol spelen in de voorkeur van Amsterdammers voor een bepaalde eis. De effecten die zijn meegenomen zijn: 1. Afname/toename mogelijk te halen Megawatts energie door extra windmolens;
22 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
2. Toename kosten voor mensen die windmolens willen bouwen; 3. Afname/toename aantal mensen met lichte hinder door extra windmolens; 4. Afname/toename aantal mensen met ernstige hinder door extra windmolens; 5. Afname/toename aantal mensen dat schone energie kan gebruiken door extra windmolens.
Vervolgens hebben we voor alle acht de eisen uit stap 2 de effecten ingeschat. Dit hebben we gedaan op basis van de eerder beschreven achtergronddocumenten en op basis van gesprekken die we hebben gevoerd met ambtenaren van de gemeente, met belangenorganisaties en ingenieursbureaus. Hieronder staat voor ieder type effect beschreven hoe we de uitgangspositie in de PWE keuzetaak hebben bepaald. We beschreven bovendien op hoofdlijnen hoe we ieder type effect voor de verschillende eisen hebben ingeschat. De appendix geeft een gedetailleerd overzicht van de effectschattingen en hoe die tot stand zijn gekomen.
•
De afname/toename mogelijk te halen Megawatts (MW) energie door extra windmolens. We zijn in het uitgangspunt uitgegaan van het theoretische mogelijk opgesteld vermogen beschreven in de RESNHZ 1.0. De RES 1.0 gaat uit van een bandbreedte van 57-95,8 MW aan extra opgesteld vermogen. Wij hebben het gemiddelde gehanteerd: 76 MW. Verschillende eisen kunnen mogelijk als gevolg hebben dat een aantal windmolens niet kunnen worden gebouwd.
•
De extra kosten voor mensen die windmolens willen bouwen. Er zijn twee bronnen van extra kosten voor projectontwikkelaars: (i) directe investeringskosten (bijvoorbeeld voor een verplichte app waarmee omwonenden klachten kunnen doorgeven); en (ii) kosten door een lagere energieopbrengst wanneer een eis leidt tot meer stilstand en dus een reductie van het aantal vollasturen. Om de kosten door een lagere energieopbrengst te berekenen zijn we op basis van advies van een ingenieursbureau uitgegaan van een energieprijs van €50 per mWh.
•
De Afname/toename aantal mensen met lichte en ernstige hinder. De cijfers voor dit effect zijn gebaseerd op de MER Addendum Wind op Land voor de Provincie Noord-Holland van Anteagroup6. Wij hebben met een expert gesproken en die gaf aan dat ongeveer 40% van de hinder die in dit Addendum wordt gerapporteerd ‘ernstig’ te noemen is. We hebben dit percentage gebruikt om deze effecten in twee groepen te verdelen. In de uitgangspositie schatten we het aantal gehinderden bovendien 25% lager in dan in het rapport van Anteagroup, omdat de schattingen in dit rapport expliciet als worst-case scenario staan beschreven. In de uitgangspositie gaan we zodoende uit van 7.000 licht gehinderden en 4.500 ernstig gehinderden. Voor het schatten van de effecten van de eisen op geluidshinder hebben we vervolgens de aanname gedaan dat een eis die geluidshinder moet verminderen leidt tot minder mensen met ernstige geluidshinder, maar meer mensen met lichte geluidshinder. Het is immers aannemelijk dat een deel van de ernstig gehinderden na het invoeren van de maatregel weliswaar minder hinder ervaart, maar nog wel lichte hinder ervaart. Alleen als er minder windmolens kunnen worden geplaatst door een maatregelen in te voeren dan hebben we een afname in zowel lichte als ernstige geluidshinder gehanteerd.
6
Anteagroup, 19 Augustus 2021, MER Addendum Wind op Land
23 | 5449 Amsterdammers denken mee over windenergie in Amsterdam
•
De afname/toename van het aantal mensen dat schone energie kan gebruiken. Dit is grotendeels gebaseerd op een berekening van energieopbrengst in termen van de afname/toename van mogelijk te realiseren mWh. De mogelijk opgewekte megawatturen windenergie zijn omgerekend naar personen. Dit is gebaseerd op een gemiddeld verbruik van 2730 kwh per jaar per huishouden en een gemiddelde van 2,1 personen per huishouden. In de uitgangspositie gaan we uit van schone energie opwek door de extra windmolens (76 MW) voor 150.000 huishoudens.