Bijlage 2. O&S - Toerisme in de MRA 2024-2025_def.pdf
Tekst van het document
bron: Sweco/Universiteit Utrecht (op basis van AirDNA) Figuur 3.13 Gereserveerde nachten via online platforms in de MRA per gemeente, 2022
bron: Sweco/Universiteit Utrecht (op basis van AirDNA)
3.7 Amsterdam in Europees perspectief Op basis van data van Eurostat kan een vergelijking met andere Europese steden worden gemaakt. Dit betreft een experimentele datareeks over de periode 2018 tot en met 2023 waarbij data afkomstig is van platforms Airbnb, Booking.com, Expedia en 39
Tripadvisor. De data heeft betrekking op zelfstandige, volledige gemeubileerde accommodaties die doorgaans op dag- of weekbasis worden verhuurd, zoals vakantiehuizen of -huisjes, -flats en -bungalows, en jeugdherbergen. Dit betreffen dus géén hotels. De data zijn beschikbaar op verschillende geografische schaalniveaus, zoals land, regio en stad. Dit maakt het mogelijk om een vergelijking te maken tussen Amsterdam en andere Europese steden. Belangrijk verschil met de cijfers op basis van InsideAirbnb is dat Eurostat naar een groter gebied kijkt als het over Amsterdam gaat: het Amsterdam-XL gebied omvat naast Amsterdam ook de gemeenten Amstelveen, Diemen en Ouder-Amstel. Op basis van de cijfers van Eurostat lag het aantal gastenovernachtingen in Amsterdam in 2023 ruim 50 procent lager dan in 2019. Uit een vergelijking met andere Europese (hoofd)steden blijkt dat in veel andere steden in absolute zin meer gastenovernachtingen plaatsvinden, en dat dit aantal doorgaans is toegenomen. In Parijs vonden in 2023 circa 19,2 miljoen gastenovernachtingen plaats in via platforms aangeboden accommodaties; een stijging van 43 procent ten opzichte van de 13,5 miljoen in 2019. Ook in Rome, Barcelona en Lissabon lag het aantal gastenovernachtingen in 2023 boven de 10 miljoen. Voor Rome betekende dat – evenals Parijs – een substantiële toename ten opzichte van 2019 (+24 procent).
In Barcelona bleef de stijging beperkt tot 4 procent. De grootste relatieve toename vond plaats in Milaan, waar het aantal gastenovernachtingen in 2023 grofweg anderhalf keer zo hoog lag als in 2019. Amsterdam is niet de enige Europese stad waar het aantal gastenovernachtingen in via platforms aangeboden accommodaties daalde. Ook in steden als Dublin (-43 procent), Berlijn (-29 procent) en Praag (-28 procent) was sprake van een substantiële daling (tabel 3.14). Een dalend aantal gastenovernachtingen is op zichzelf uitzonderlijk. Eurostat verzamelt in 261 steden en (toeristische) stadjes data over via platforms aangeboden accommodaties. In 47 steden lag het aantal overnachtingen in 2023 lager dan in 2019. In de overige 214 was het aantal gastenovernachtingen toegenomen.
40
Tabel 3.14 Top-10 Gastenovernachtingen in Europese steden, in via platforms aangeboden accommodaties, 2023 nr.
stad
nachten 2023 (mln.)
t.o.v. 2019 (%)
1 Parijs
19
2 Rome
13
3 Barcelona
11
4 Lissabon
11
5 Madrid
10
6 Milaan
7
7 Nice
7
8 Boedapest
7
9 Athene
7
10 Porto
6
43 24 -1 3 20 58 37 -1 43 24
15 Florence
5
21
19 Venetië
4
11
1,1
-52
53 Amsterdam
bron: Eurostat
41
4 Overige logiesaccommodaties: campings, huisjesterreinen en cruise
Dit hoofdstuk beschrijft het verblijfstoerisme op campings, cruiseschepen en in jachthavens. De gegevens zijn gebaseerd op schattingen, maatwerk en publicaties van derden. Omdat betrouwbare registraties en harde cijfers over de afgelopen jaren vaak ontbreken, geeft dit hoofdstuk een indicatie van het verblijf buiten hotels. Meer actuele en gedetailleerde cijfers en informatie over de databronnen, methoden en definities staat in bijlage 1 en 2 van dit rapport en online in het Dashboard Metropoolregio en het Dossier Toerisme.
4.1 Campings en vakantieparken MRA: vraag en aanbod 2024 In 2024 waren er in totaal 215 verblijfsrecreatieve logiesaccommodaties in de MRA: 88 campings, 89 huisjesterreinen en 38 groepsaccommodaties. Dat is vier procent van het landelijke aanbod. In totaal bieden deze accommodaties 61.740 slaapplaatsen, waarvan de helft op kampeerterreinen. Dit betreft 5 procent van het landelijke aantal slaapplaatsen (tabel 4.1). Een derde van de accommodaties (33 procent) en ongeveer de helft van de slaapplaatsen is te vinden in Flevoland (46 procent). Dit komt doordat Flevoland veruit de meeste kampeerterreinen en een aantal zeer grote huisjesterreinen telt. Een derde van de accommodaties (33 procent) en een kwart van de slaapplaatsen is te vinden in Groot-Amsterdam (25 procent). Tabel 4.1 Capaciteit van verblijfsrecreatieve logiesaccommodatie, juli 2024
Flevoland
kampeerterreinen accommodaties
kampeerterreinen slaapplaatsen
huisjesterreinen accommodaties
juli 2024
juli 2024
juli 2024
huisjesterreinen slaapplaatsen juli 2024
groepsaccommodaties accommodaties juli 2024
groepsaccommodaties
Totaal
totaal
slaapplaatsen
accommodaties
slaapplaatsen
juli 2024
juli 2024
juli 2024
35
16.296
24
11.741
12
582
71
28.619
19
9.530
35
5.362
17
519
71
15.411
7
.
10
616
3
.
20
7.676
19
5.363
12
.
3
.
34
6.865
7
.
11
3.707
1
.
19
8.215
5
.
6
857
4
.
15
2.158
Zaanstreek
3
.
1
.
1
.
5
472
MRA totaal
88
31.189
89
21.667
38
1.101
215
61.740
Nederland
2.686
687.908
1.782
393.293
967
50.273
5.435
1.131.474
GrootAmsterdam wv. Amsterdam* IJmond Agglomeratie Haarlem Het Gooi en Vechtstreek
* Inclusief campings op het grondgebied van Amstelveen
bron: CBS
42
In Nederland vindt elk jaar iets meer dan de helft van alle toeristische overnachtingen plaats op kampeer- en huisjesterreinen. In 2024 waren er meer dan 81 miljoen overnachtingen op campings, huisjesterreinen en groepsaccommodaties, 2 procent meer dan in 2022. De meerderheid van de gasten is Nederlands (68 procent). Circa zes procent van alle overnachtingen op campings en overige verblijfsrecreatie logiesvormen in Nederland vinden plaats in de MRA. Gemiddeld vonden er op kampeerterreinen in de MRA tussen 2019 en 2022 1,3 miljoen overnachtingen plaats (tabel 4.2). Daarvan waren er 286.000 in Amsterdam, inclusief de camping in het Amsterdamse Bos. De meeste overnachtingen vonden plaats in Flevoland (477.000). Hier bevinden zich ook de meeste accommodaties en slaapplaatsen. In Amsterdam bevinden zich vijf campings. Daarnaast vonden er gemiddeld 2,3 miljoen overnachtingen plaats op huisjesterreinen in de MRA. Ruim de helft daarvan vond plaats in Flevoland (1,4 miljoen). Flevoland kent ook het hoogste aantal slaapplaatsen binnen de regio (12.000). Groot-Amsterdam telt het grootste aantal huisjesterreinen (26), maar deze zijn gemiddeld kleiner dan in Flevoland. De gemeente Amsterdam telt acht huisjesterreinen met 324 slaapplaatsen. Hier werd 72.000 keer overnacht.
Volgens de Bezoekersprognose 2025-2027 (O&S, 2025a) hebben naar schatting 600.000 overnachtingen plaatsgevonden via campings en huisjesterreinen in Amsterdam. Tabel 4.2 Schatting van het aantal overnachtingen op kampeerterreinen en huisjesterreinen in de MRA, periode 2019-2022
kampeerterreinen
huisjesterreinen
Flevoland
477.000
1.358.000
Groot-Amsterdam
385.000
.
wv. Amsterdam*
286.000
72.000
.
599.000
IJmond
225.000
.
Agglomeratie Haarlem
194.000
.
Het Gooi en Vechtstreek Overig (Agglomeratie Haarlem, Het Gooi en Vechtstreek en IJmond)
16.000
.
.
325.000
MRA totaal
1.297.000
2.354.000
Nederland
23.599.000
41.443.000
Zaanstreek
bron: CBS
4.2 Passagiers van cruiseschepen In deze rapportage wordt de omvang van de cruisesector bepaald aan de hand van het aantal passagiers per jaar. We maken hierbij onderscheid tussen zeecruise en riviercruise. De 99 zeecruiseschepen die in 2024 Amsterdam aandeden hadden in totaal 234.000 passagiers aan boord. Dat is minder dan in 2023, toen er sprake was van 319.000 passagiers en 109 schepen. Het aantal cruisepassagiers is sinds 2000 sterk toegenomen: van 104 schepen en 100.000 passagiers in 2000 tot 181 schepen en 426.000 passagiers in 2018. Tijdens de coronajaren lag de zeecruise nagenoeg stil, maar
43
sinds 2022 namen de passagiersaantallen weer sterk toe. Deze stijgende trend lijkt nu gekeerd te zijn (figuur 4.3). IJmuiden is de tweede zeecruiseport in de MRA. Hier legden in 2024 47 schepen aan met in totaal 63.000 passagiers. Dat is meer dan in 2023: 29 schepen en 53.000 passagiers. 2019 was een piekjaar voor IJmuiden: toen waren er 62 schepen en 151.000 passagiers. Figuur 4.3 Aantal passagiers zeecruise, 2000-2024 500
x 1.000
450
Amsterdam
400 350 IJmuiden
300 250
234.000
200 150 100
63.000
50 0
bron: Amsterdam Cruise Port (ACP)
In 2024 deden 1.880 riviercruiseschepen Amsterdam aan, met 310.000 passagiers aan boord (figuur 4.4). Dat is minder dan in 2022 en 2023, en veel minder dan in de precoronajaren. In 2019 waren er nog 459.000 passagiers via riviercruise. Zaanstad is de tweede riviercruiseport in de MRA. Het aantal passagiers neemt hier sinds 2021 toe en ligt in 2024 op 82.000. In totaal meerden 608 schepen aan in Zaanstad. Figuur 4.4 Aantal passagiers riviercruise, 2000-2024 500 450
x 1.000 Amsterdam
400 350 300
Zaanstad 310.000
250 200 150 100 50
82.000
0
bron: Amsterdam Cruise Port (ACP)
Beleid zeecruise en riviercruise De Gemeente Amsterdam probeert al enkele jaren het aantal cruiseschepen te verminderen en stelt strengere eisen aan de schepen. Het college heeft begin 2024 besloten dat de riviercruise met 50 procent moet worden beperkt. Dit betekent concreet dat het aantal aanlopen van riviercruiseschepen in het kalenderjaar 2028 onder 44
de 1.150 moet blijven. Om in 2028 uit te komen op 1.150, worden vanaf 2025 de volgende maatregelen genomen: 1. De verplichting van een Green Award wordt in 2026 uitgebreid naar álle ligplaatsen in Amsterdam, dus ook de Coenhaven. Dat betekent dat nietgecertificeerde schepen niet langer welkom zijn. 2. Invoeren van quota: alle aanbieders krijgen vanaf 2025 jaarlijks een reductie van een vast percentage op het aantal boekingen dat zij kunnen doen voor het volgende kalenderjaar. Dit percentage wordt vastgesteld op basis van de boekingen van het voorgaande jaar en de voortgang van de te behalen reductie in 2028. De verwachting is dat rederijen Amsterdam als stop in hun vaarprogramma vanaf 2026 drastisch terugbrengen en dat sommigen wellicht andere aanmeerhavens zullen zoeken. De gemeente start voor 2025 met een reductie van 10 procent ten opzichte van 2024 (1.950 aanlopen) en beoordeelt vervolgens jaarlijks wat het percentage moet zijn om de halvering naar 1.150 in 2028 te realiseren. In 2024 is besloten dat de capaciteit van de PTA per direct wordt teruggebracht naar één ligplaats en vanaf 2026 maximaal 100 zeecruiseschepen per jaar mogen aanmeren. Ook zijn er restricties voor de aandrijving van de schepen. De zogenaamde Tier 0 klasse is niet meer welkom in of bij PTA. Vanaf 2027 is daarnaast het gebruik van walstroom verplicht voor schepen die aan de terminal afmeren.
Op langere termijn is het de bedoeling dat de passagiersterminal voor cruiseschepen verplaatst wordt naar buiten het stadscentrum (Gemeente Amsterdam, 2025a).
4.3 Verblijfsrecreatie in jachthavens Jachthavens bieden ligplekken voor vaste leden van watersportverenigingen of jaarkaarthouders. Een vaste ligplek is een plaats voor een boot die op seizoens- of jaarbasis wordt verhuurd. Sommige jachthavens bieden daarnaast ook plaats aan boten van passanten, die eventueel overnachten op hun boot in de haven. Een specifieke passantenplek wordt vrijgehouden voor passanten en wordt niet op seizoenbasis verhuurd. Niet verhuurde of tijdelijk vrijgekomen vaste plekken worden ook aan passanten verhuurd, bijvoorbeeld wanneer vaste ligplaatshouders op hun beurt ergens heen varen. Gratis ligplaatsen in het buitengebied vallen niet onder deze definitie van ‘jachthaven’. In totaal zijn er 239 jachthavens in de MRA. Deze jachthavens tellen samen ruim 31.800 vaste ligplekken en 1.500 passantenplekken. De vaste plekken zijn gemiddeld voor 91 procent bezet, wat betekent dat passanten ook op de niet-bezette vaste plekken kunnen overnachten. Passanten zijn goed voor circa 357.000 persoonsovernachtingen in de MRA, waarvan 79.000 in de gemeente Amsterdam (zie tabel 4.5). Binnen de MRA heeft Gooi en Vechtstreek de meeste ligplekken voor boten, maar de meeste overnachtingen door passanten worden gedaan in de gemeente Amsterdam en regio IJmond. Passanten blijven gemiddeld ongeveer twee nachten met hun boot liggen in de jachthavens van Amsterdam en IJmond.
Gegevens in tabel 4.5 zijn verzameld in de periode 2016-2017 en aangevuld met gegevens uit onderzoek in 2007. Er is geen update van deze cijfers beschikbaar voor 2018-2024.
45
Tabel 4.5 Capaciteit jachthavens en overnachtingen door passanten op jaarbasis, 2017 aantal personen aantal bezettings- aantal plaatsen verblijfsduur ligplaataan boord havens graad (%) voor passanten (nachten) sen per jaar
aantal overnachtingen door passanten
Amsterdam
58
5.101
95
251
42.000
1,9
79.000
IJmond
6
1.852
83
20
40.000
2,0
79.000
Waterland+
21
3.430
81
345
42.000
1,4
59.000
Flevoland–
18
4.795
82
312
27.000
1,9
52.000
Gooi en Vechtstreek
64
9.860
93
248
29.000
1,6
47.000
agglomeratie Haarlem
14
842
99
140
18.000
1,1
19.000
Amstel-Meerlanden
40
4.054
97
108
8.000
1,6
12.000
Zaanstreek Totaal MRA
18 239
1.905 31.839
96 91
77 1.501
5.000 210.000
1,5 1,7
7.000 357.000
Bron: Waterrecreatie Advies
46
5 Dagbezoekers in Amsterdam
Dit hoofdstuk beschrijft het aantal dagbezoeken dat aan Amsterdam wordt afgelegd. We hanteren de volgende definitie van een toeristisch dagbezoek: een bezoek aan Amsterdam door iemand die niet in Amsterdam woont, met een toeristisch-recreatief bezoekmotief en zonder overnachting in de stad. Een toeristische dagbezoeker is iemand die een toeristisch dagbezoek brengt aan Amsterdam. Ook wordt aandacht besteed aan de herkomst van toeristische dagbezoekers in de Amsterdamse binnenstad, hun bezoekmotieven en ondernomen activiteiten in de stad.
5.1 Dagbezoeken 2025-2027 Naar schatting brachten ruim 14 miljoen unieke dagbezoekers een bezoek aan de stad in 2024. Dat is iets minder dan in 2023 (15 miljoen), maar meer dan in 2019 (11 miljoen). Deze dagbezoekers legden samen bijna 27 miljoen dagbezoeken af in 2024. Het aantal dagbezoeken aan Amsterdam was voor de coronacrisis in 2019 een kleine 24 miljoen. Dit aantal daalde naar ruim 12 miljoen in 2021 en steeg weer naar 23 miljoen in 2022. Vanaf 2023 is het aantal dagbezoeken gestegen tot boven het pre-corona niveau en in 2024 bleef het aantal dagbezoeken nagenoeg gelijk op 27 miljoen. De stagnatie komt door onder andere een daling van het aantal rechtstreekse dagbezoeken vanuit Duitsland en België. Zie O&S rapport Bezoekersprognose 2025-2027 (O&S, 2025a) voor meer informatie. Het gaat hier alleen om dagbezoekers met een toeristisch motief, dus exclusief forensen, studenten en overige niet-toeristische motieven. Figuur 5.1 Schatting aantal dagbezoekers en aantal dagbezoeken met toeristisch motief in Amsterdam, 2019-2024 30
x1M 27 M
totaal dagbezoekers
25
20
14 M
15
totaal dagbezoeken (door dagbezoekers)
10
5
0 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Bron: CBS/NBTC/AirDNA /Eurostat/ UNWTO/Oxford Economics/DEStatis/StatBel
47
5.2 Enquête dagbezoekers 2023-2024 Het College heeft O&S opdracht gegeven om een verkennend onderzoek naar dagbezoekers in Amsterdam uit te voeren. Doel van dit onderzoek is het bieden van nieuwe inzichten in de herkomst van toeristische dagbezoekers, hun bezoekmotieven en ondernomen activiteiten in de stad. De doelgroep is mensen die het centrum van Amsterdam hebben bezocht zonder overnachting en met een toeristisch-recreatief motief. Zakelijke dagbezoekers zijn niet meegenomen. Voor dit onderzoek zijn, verdeeld over vier periodes, mondelinge enquêtes afgenomen onder dagbezoekers op zes locaties: het Centraal Station, de Nieuwmarkt, het Muntplein, het Museumplein, de Oude Pijp en het Leidseplein (deze laatste alleen in de tweede, derde en vierde veldwerkperiode). Deze locaties liggen in of nabij wijken waarvan bekend is dat de toeristische druk (zeer) hoog is. De veldwerkperiodes vonden plaats in december 2023/januari 2024, maart/april 2024, juni/juli 2024 en september/oktober 2024. Tijdens het veldwerk zijn op willekeurige wijze passanten aangesproken. Eerst werd aan de hand van een aantal selectievragen vastgesteld of de respondent tot de doelgroep van het onderzoek behoorde. Bij inwoners van de gemeente Amsterdam, verblijfsbezoekers en dagbezoekers met een niet-toeristisch bezoekmotief eindigde de enquête na de selectievragen.
Aan toeristische dagbezoekers werd een aantal vervolgvragen gesteld over bezoekmotief, bezoekfrequentie, ondernomen activiteiten en enkele achtergrond-kenmerken. De resultaten van dit onderzoek zijn niet representatief voor alle dagbezoekers in heel Amsterdam, maar enkel voor de dagbezoekers in deze delen van de stad, gedurende de vier veldwerkperiodes. Zie het onderzoeksrapport Onderzoek toeristische dagbezoekers in Amsterdam (O&S, 2025b) voor meer informatie. Kwart van de toeristische dagbezoekers komt uit de MRA, 35 procent uit buitenland Van alle gesproken respondenten (n=12.483) was 24 procent een toeristische dagbezoeker. De geografische herkomst en verblijfssituatie van toeristische dagbezoekers gelden in dit onderzoek als primair onderscheidend criterium. Daarbij maken we onderscheid tussen dagbezoekers uit de Metropoolregio Amsterdam (MRA), dagbezoekers uit overig Nederland, dagbezoekers uit het buitenland die elders in Nederland verblijven en dagbezoekers uit het buitenland die niet elders in Nederland verblijven (figuur 5.2).
48
Figuur 5.2 Herkomst en verblijfssituatie van ondervraagde toeristische dagbezoekers, december 2023 – oktober 2024 (n=3.001, procenten) 13% 24% inwoners uit MRA (excl. Amsterdam) (n=725) inwoners uit overig Nederland (n=1210)
22%
inwoners uit het buitenland, die elders in NL verblijven (n=658) inwoners uit het buitenland, die buiten NL verblijven (n=383) 41%
bron: O&S
Dagbezoekers uit de MRA komen vaak naar Amsterdam om te winkelen Bijna een kwart van de ondervraagde toeristische dagbezoekers woont in de Metropoolregio Amsterdam (zie figuur 5.2). Zij wonen dichterbij Amsterdam dan de andere groepen dagbezoekers en komen per persoon het meest in Amsterdam. Twee derde (64 procent) van deze dagbezoekers geeft aan minstens één keer per maand Amsterdam te bezoeken met een toeristisch motief. Voor deze groep is winkelen voor ruim 30 procent van de bezoeken het hoofddoel (figuur 5.3). Horeca, een museum, en wandelen door de stad wordt met meer dan 10 procent ook relatief vaak genoemd als hoofddoel. Een kleiner deel komt voor bezoek aan markt, bioscoop of theater. Dagbezoekers uit de rest van Nederland komen met name voor museumbezoek, winkelen of wandelen door de stad Dagbezoekers uit Nederland die buiten de MRA wonen zijn met 41 procent de grootste groep dagbezoekers, zie figuur 8.4. Van deze groep komt ongeveer de helft (45 procent) enkele keren per jaar naar Amsterdam. Museumbezoek is met 27 procent het meest genoemd als hoofddoel, gevolgd door winkelen (22 procent) en wandelen door de stad (16 procent). Hoofdoelen die in mindere mate voorkomen zijn lunchen of dineren, uitgaan, en een concert of theatervoorstelling bijwonen. Sommige hoofddoelen hangen samen met de bezoekfrequentie van de respondent.
In totaal geeft 23 procent van de Nederlandse toeristische dagbezoekers aan dat een museumbezoek het belangrijkste bezoekdoel is van hun bevraagde dagbezoek. Dit aandeel is lager naarmate de bezoekfrequentie hoger is. Van de ondervraagde Nederlandse toeristische dagbezoekers die wekelijks met een toeristisch motief in Amsterdam zijn noemt negen procent een museumbezoek als hoofddoel.
49
Voor een horecabezoek geldt het tegenovergestelde. Van de Nederlandse dagbezoekers die in de afgelopen 12 maanden niet eerder met een toeristische motief Amsterdam bezochten noemt 5 procent een horecabezoek als hoofddoel. Van de Nederlandse dagbezoekers die tenminste één keer per week Amsterdam bezoeken geeft ruim 20 procent aan dat lunchen of dineren in de horeca het hoofddoel is van het bezoek. Figuur 5.3 Wat is het belangrijkste doel van uw bezoek? Eén antwoord mogelijk (procenten) 28
wandelen door de stad 23
museum (of musea)
21
winkelen 7
lunchen of dineren in horeca
7
theatervoorstelling of muziekconcert markt (bijv. Albert Cuyp) uitgaan (kroeg/club/discotheek) rondvaart coffeeshop bioscoop evenement (bv. festival of sportwedstrijd) ander soort attractie of bezienswaardigheid
3 2 totaal dagbezoekers (n=3001)
2
inwoners uit MRA (excl. Amsterdam) (n=725) inwoners uit overig Nederland (n=1210)
1 1 1
inwoners uit het buitenland, die elders in NL verblijven (n=658) inwoners uit het buitenland, die buiten NL verblijven (n=383)
1
anders, namelijk… 0%
4 10%
20%
30%
40%
50%
60%
bron: O&S
Buitenlandse dagbezoekers die elders in Nederland overnachten komen vaak om te wandelen door de stad en willen veel verschillende activiteiten ondernemen Buitenlandse dagbezoekers die in Nederland buiten Amsterdam overnachten zijn goed voor 22 procent van de dagbezoeken. Circa 80 procent van de buitenlandse dagbezoekers is voor het eerst in 12 maanden voor een toeristisch dagbezoek in Amsterdam. Bij dagbezoeken van buitenlandse bezoekers wandelen door de stad met ruim 50 procent het meest genoemde hoofddoel. Tegelijkertijd geven buitenlandse dagbezoekers aan dat ze naast hun hoofddoel ook veel andere activiteiten ondernemen, veel vaker dan Nederlandse bezoekers. Hoewel een coffeeshop bezoeken voor slechts een paar procent het hoofddoel van het bezoek was, komt wel 39 procent van de buitenlandse dagbezoekers ook om een coffeeshop te bezoeken. Dat patroon geldt ook voor veel andere activiteiten. Zo geven veel respondenten dat ze ook komen voor: museumbezoek (55 procent), winkelen (58 procent), bezoek aan de wallen (42 procent), en een rondvaart (33 procent).
50
Ruim 10 procent van toeristische dagbezoeken direct vanuit buitenland naar Amsterdam Ongeveer 13 procent van de dagbezoeken wordt gemaakt door bezoekers die buiten Nederland verblijven. Deze groep is divers en bestaat grofweg uit drie groepen. Een deel komt direct vanuit huis voor een dag naar Amsterdam, bijvoorbeeld vanuit Duitsland, België. Een ander deel is op reis in Europa en slaapt bijvoorbeeld in een hotel in Brussel en komt van daaruit voor een dag naar Amsterdam. Tot slot zijn er dagbezoekers op doorreis met een lange overstap in Amsterdam. Die reizigers komen vanuit Schiphol of Amsterdam centraal om de stad voor een dag(deel) te bezoeken. Het bezoekgedrag van deze groep lijkt sterk op de buitenlandse dagbezoekers die wel in Nederland overnachten. Er zijn een paar kleine verschillen. Bezoekers die buiten Nederland overnachten verblijven vaker wat langer in Amsterdam tijdens hun dagbezoek. Ook heeft deze groep nog wat vaker het hoofddoel wandelen in de stad: 58 procent in plaats van 48 procent. Andere kenmerken van dagbezoekers Er is ook gevraagd naar de verblijfsduur van dagbezoekers. Daaruit komt naar voren dat dagbezoekers die een grotere afstand moeten afleggen, over het algemeen langer in Amsterdam blijven. Zo meldt ruim 80 procent van de dagbezoekers die vanuit het buitenland naar Amsterdam komen, dat ze meer dan 6 uur in de stad zijn.
Verder blijkt dat de meerderheid van de dagbezoekers reist in een gezelschap van twee personen (55 procent) en dat ongeveer 75 procent met het openbaar vervoer naar Amsterdam komt.
51
6 Banen en vestigingen in toerismesector in Amsterdam
In de eerste paragraaf lichten we toe wat er onder de toerismesector valt. In de tweede paragraaf kijken we naar de ontwikkeling van de toerismesector in de MRA en naar de deelregio’s binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA). In de derde paragraaf staat de toerismesector in Amsterdam centraal. Meer actuele en gedetailleerde cijfers staan online in het Dashboard Metropoolregio en het Dossier Toerisme.
6.1 Definitie toerismesector Het CBS rekent verschillende branches die geassocieerd worden met vakanties, toerisme en vrijetijdsbesteding tot de toerismesector. Dit zijn logies, horeca, cultuur, recreatie, vervoer, reisbemiddeling en toeristische goederen. De bedrijven in de toerismesector bedienen zowel Nederlanders, toeristen uit het buitenland, dagbezoekers als inwoners en forensen. Horeca en Taxi’s zijn gericht op de klanten die zich in Nederland bevinden, maar bedrijven in reisbemiddeling bedienen ook buitenlandse klanten die niet naar Nederland reizen. Sommige van deze bedrijven zijn volledig afhankelijk van bezoekers, zoals hotels, reisbureaus en toeristische attracties. Van andere bedrijfstakken heeft slechts een deel van de economische activiteiten betrekking op toerisme. Deze bedrijven leveren producten en diensten aan bezoekers, maar zijn hier niet volledig van afhankelijk, zoals winkels en vervoer (CBS, 2021).
6.2 MRA telt 164 duizend banen in de toerismesector In 2024 zijn er bijna 164 duizend banen in de toerismesector in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) te vinden bij 23 duizend vestigingen. Het gaat hier om 10 procent van alle banen in de MRA en 5 procent van alle vestigingen. De helft van de banen in de toerismesector is te vinden in de gemeente Amsterdam. In 2022 zijn hier bijna 77 duizend banen te herleiden tot bijna 13 duizend vestigingen. In Amsterdam is 10 procent van alle banen en 6 procent van alle vestigingen een baan en vestiging in de toeristische sector. Een andere belangrijke deelregio in de MRA met betrekking tot toerisme is de deelregio Amstelland-Meerlanden, waar de gemeente Haarlemmermeer en dus Schiphol onder vallen. Hier zijn in 2024 51 duizend banen in de toeristismesector te vinden verdeeld over 26 honderd vestigingen. Het aandeel banen in de toeristismesector in Zuid-Kennemerland valt met 9 procent ook op. Dat komt omdat in deze deelregio veel restaurants te vinden zijn in ‘winkel- en
52
uitgaansstad’ Haarlem en strand-gerelateerde activiteiten in Zandvoort en in de IJmond (zie tabel 6.1). Tabel 6.1 Vestigingen en banen in de toeristische sectoren in de MRA, 2024 (aantallen en procenten) vestigingen banen aandeel banen in toerisme (%) Amsterdam
12.636
76.629
10
Amstelland-Meerlanden
2.610
51.420
17
Zaanstreek-Waterland
2.190
9.122
6
Zuid-Kennemerland
1.651
8.769
9
Almere-Lelystad
1.870
7.432
5
Gooi en Vechtstreek
1.243
6.353
6
783
3.867
6
22.983
163.592
10
IJmond totaal MRA
bron: LISA (bewerking O&S)
In figuur 6.2 en 6.3 is te zien hoeveel vestigingen en banen tot welke deelsector gerekend worden. In Amsterdam is het overgrote deel van de vestigingen te vinden bij de sector ‘restaurants en cafés’ en bij de sector ‘personenvervoer’, waar onder andere de taxibranche en de rondvaartbranche onder vallen. Het feit dat de grote hoeveelheid vestigingen een betrekkelijk kleine hoeveelheid banen laat zien, betekent dat het om veel kleine ondernemers en zzp’ers gaat. Wat ook opvalt in Amsterdam is dat het aantal banen in de reisorganisatie- en bemiddelingsbranche sterk gegroeid is. Dit komt door een sterke toename van het aantal banen tussen 2018 en 2019 als gevolg van een explosieve banengroei bij internationaal succesvolle internetdiensten als Booking.com. Daarnaast is er ook een administratieve wijziging in de LISA data. In het verleden telde Booking meerdere vestigingen in Amsterdam, met verschillende SBI codes, waarvan sommigen wel en sommigen niet tot de toeristische sector worden gerekend. Inmiddels is Booking één vestiging en vallen alle banen onder de toeristische sector. In de regio Amstelland-Meerlanden, waar Schiphol onder valt, is het grootste deel van de banen te vinden in het personenvervoer. Hier gaat het juist om een relatief klein aantal grote vestigingen.
In de overige regio’s van de MRA domineert het aantal banen bij cafés en restaurants in de toerismesector, maar ook hier is het aantal vestigingen in het personenvervoer flink toegenomen. Dit komt omdat bijvoorbeeld touroperators en taxichauffeurs hun bedrijf ingeschreven hebben op hun woonadres.
53
Figuur 6.2 Vestigingen toerismesector naar deelsectoren in Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en overige gebieden in MRA, 2012-2024 (aantallen)
bron: LISA (bewerking O&S) Figuur 6.3 Banen toerismesector naar deelsectoren in Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en overige gebieden in MRA, 2012-2024 (aantallen)
bron: LISA (bewerking O&S)
Naast het feit dat in Amsterdam de meeste banen en vestigingen te vinden zijn, is de toerismesector hier ook het sterkst gegroeid de afgelopen twaalf jaar. In Amsterdam is het aantal banen in de toerismesector zelfs harder gestegen dan gemiddeld bij andere sectoren. Wel is er sprake van een duidelijke daling tussen 2019 en 2022 als gevolg van de coronapandemie en bovendien is het aantal banen in 2024 nog niet op het niveau van 2019. In de regio Amstelland-Meerlanden is geen duidelijke trend zichtbaar: het aantal banen schommelt heen en weer rond het indexcijfer 100. In de overige gebieden van de MRA steeg in eerste instantie het aantal banen in de toerismesector sneller dan het aantal banen in overige sectoren, maar na de coronapandemie groeit de toerismesector even hard als de rest van de economie (figuur 6.4).
54
Figuur 6.4 Ontwikkeling banen toerisme in Amsterdam, Amstelland-Meerlanden en overige gebieden 2012-2024 (indexcijfers, 2012 = 100)
bron: LISA (bewerking O&S)
6.3 Toerismesector stijgt in stadsdelen rondom centrum flink Binnen Amsterdam is het toerisme geconcentreerd in stadsdeel Centrum. Hier zijn de meeste hotels, souvenirwinkels, cafés en culturele voorzieningen te vinden. Iets minder dan de helft van alle banen en een kwart van de vestigingen in de toerismesector in Amsterdam is in Centrum te vinden. Bovendien is bijna een kwart van alle banen (bijna 24 duizend) in stadsdeel Centrum een baan in de toeristische sector. Andere stadsdelen volgen op gepaste afstand met bijna 14 duizend banen in Zuid en iets minder dan 7 duizend banen in Oost (tabel 6.5). Tabel 6.5 aantal vestigen en banen in toeristische sector en het aandeel banen in toeristische sector t.o.v. totale aantal banen per stadsdeel, 2024 (aantallen en procenten) vestigingen
aandeel banen in toerisme (%)
banen
Centrum
3.033
33.849
24
Westpoort
69
518
2
West
1.713
6.418
9
Nieuw-West
2.352
6.080
5
Zuid
1.702
13.893
9
Oost
1.461
6.742
8
Noord
1.373
4.859
9
Weesp
156
430
4
Zuidoost
777
3.840
4
Amsterdam
12.636
76.629
10
bron: LISA (bewerking O&S)
Figuren 6.6 en 6.7 laten de ontwikkeling van het aantal vestigingen en banen naar branche in verschillende delen van de stad tussen 2012 en 2024 zien. Zoals eerder aangegeven is de bulk van alle banen in Amsterdam en ook in de meeste stadsdelen te
55
vinden bij restaurants en cafés, een arbeidsintensieve bedrijfstak waar veel tijdelijke krachten werken, oproepkrachten en werknemers met een contract voor een of twee dagen in de week. In stadsdeel Centrum zijn dan ook niet alleen veel vestigingen in de restaurant branche te vinden, maar ook veel banen. Het aantal vestigingen in de toerismesector in het Centrum is nagenoeg gelijk gebleven sinds 2023, wel nam het aantal banen er toe tot ongeveer het pre-corona niveau. In de overige delen van de stad is vooral het aantal vestigingen in het personenvervoer toegenomen. Zoals eerder opgemerkt schrijven veel zzp’ers (waaronder bijvoorbeeld taxichauffeurs) hun bedrijf in op adressen in de stadsdelen rondom centrum (figuur 6.6). Figuur 6.6 Ontwikkeling vestigingen toerismesector naar branches in Centrum, West, Zuid en Oost en overige stadsdelen, 2012-2024 (aantallen)
bron: LISA (bewerking O&S) Figuur 6.7 Ontwikkeling banen toerismesector naar branches in Centrum, West, Zuid en Oost en overige stadsdelen, 2012-2024 (aantallen)
Bron: LISA (bewerking O&S)
56
7 Duurzaamheid en maatschappelijk ondernemen
In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan de mate waarin en de manieren waarop hoteliers in de MRA aan duurzaam en maatschappelijk ondernemen doen. Bij duurzaam ondernemen gaat het bijvoorbeeld om de verduurzaming van het pand, de inkoop van goederen of het schoonmaakproces. Bij maatschappelijk ondernemen gaat het bijvoorbeeld om het bieden van arbeidsplaatsen aan mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt, of om het bieden van stageplekken aan MBO-studenten.
7.1 Duurzaam en maatschappelijk ondernemen In de Hotelenquête van O&S zijn hoteliers in de MRA gevraagd of hun bedrijf aan één of meerdere vormen van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen doet. Bij een meerderheid van alle hoteliers die hebben deelgenomen (61 procent) is dat het geval (figuur 7.1). Aan deze hoteliers is gevraagd welke vormen van duurzaam en maatschappelijk ondernemen de meeste prioriteit hebben in het bedrijf. Daarbij konden maximaal vijf vormen genoemd worden. Het meest genoemd was energiebesparing door zuinige verlichting of verlichtingssensoren (45 procent). Daarnaast worden waterbesparing (33 procent), energiebesparing door isolatie (29 procent) en aanpak voedselverspilling (29 procent) vaak genoemd. Zestien procent van de hotels noemt zonnepanelen als één van belangrijkste vormen van duurzaam ondernemen. Verder biedt 13 procent van de hoteliers werkplekken aan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een arbeidsbeperking. Slechts 5 procent geeft expliciet aan niet aan duurzaam of maatschappelijk ondernemen te doen. Wel heeft 33 procent de vraag niet willen of kunnen beantwoorden. Gemiddeld is 26 procent van de omzet van het bedrijf gerelateerd aan duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
57
Figuur 7.1 Aan welke vormen van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen doet uw bedrijf? (procenten) 45
energiebesparing door zuinige verlichting / verlichtingssensoren waterbesparing
33
energiebesparing door isolatie
29
aanpak voedselverspilling
29
duurzaam inkopen van de inrichting (stoffering, linnengoed, meubels)
19
zonnepanelen
16 12
duurzaam inkopen van voedsel en/of verminderen van dierlijk aanbod catering werkplekken voor mensen met een arbeidsbeperking
8
het gebouw is of wordt binnenkort aardgasvrij (bijvoorbeeld door een warmte/koude opslag (WKO) of door stadsverwarming)
7
stimuleren elektrisch vervoer (bijvoorbeeld taxi)
7
werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (o.a. schoolverlaters)
5
groen dak/ groene gevel 4 warmtepomp 2 minder schoonmaken 1 anders, namelijk 4
61
minimaal 1 aspect genoemd
0%
20%
40%
60% 80% 100% bron: enquête O&S
Bijna vier op de tien hoteliers heeft afspraken met MBO-instellingen om stageplekken te bieden aan MBO-studenten (38 procent). Een vrijwel even grote groep heeft dergelijke afspraken niet (41 procent, zie fig. 7.2). De meest genoemde redenen om geen stageplekken te bieden aan MBO-studenten zijn dat het bedrijf te klein is (31 keer), dat er niet met stagiairs gewerkt wordt of daar geen behoefte aan is (22 keer), en dat er geen certificering of leermeester aanwezig is (16 keer genoemd). Enkele hoteliers gaven daarnaast aan niet bekend te zijn met de regeling of er wel graag gebruik van te willen maken. Fig. 7.2 Heeft uw accommodatie afspraken met MBO- instellingen om stageplekken te bieden aan MBO-studenten in 2025? (procenten)
38
0%
41
20%
nee
40%
ja
60%
weet niet, geen antwoord
20
80%
2
100%
niet ingevuld bron: enquête O&S
58
Gemiddeld bieden de hoteliers die afspraken met MBO-instellingen hebben drie stageplekken aan. Ruim de helft van deze ondernemers biedt twee tot vijf stageplekken aan (51 procent). Bij een derde gaat het om meer dan vijf stageplekken (33 procent) en 16 procent heeft in 2025 hooguit één stageplek (fig. 7.3). De meest genoemde functies waarvoor stageplekken worden aangeboden zijn front office (bijvoorbeeld receptie of gastheer of -vrouw, 65 keer) en f&b (bijvoorbeeld bediening of keuken (51 keer), facilitaire of technische dienst (12 keer) en huishouding (10 keer). Fig. 7.3 Het aantal stageplekken voor MBO-studenten in 2025? (procenten)
16
0%
25
20%
26
40%
21
60%
80%
hooguit 1 stageplek
2 stageplekken
6 tot 10 stageplekken
meer dan 10 stageplekken
12
100% 3 tot 5 stageplekken
bron: enquête O&S
59
Bijlage 1 Onderliggende cijfers
De actuele cijfers zijn te volgen via het Dashboard Metropoolregio. Hotels, kamers en bedden naar gebied/ gemeente juli 2023
juli 2023
juli 2023
juli 2024
juli 2024
juli 2024
januari 2025*
januari 2025*
januari 2025*
hotels
kamers
bedden
hotels
kamers
bedden
hotels
kamers
bedden
3.945
149.188
322.699
3.842
150.124
328.807
3.552
146.507
325.707
851
59.211
130.641
852
59.548
130.919
858
59.699
131.844
541
41204
91.560
543
41.436
91.917
544
41.168
91.875
Haarlemmermeer
44
8.758
17.941
44
8.680
17.971
46
8.928
17.991
Amstelveen
14
1.532
3.807
14
1.530
3.699
15
1.541
3.824
Haarlem
32
1.115
2.577
33
1.145
2.442
31
1.195
2.656
Almere
11
1.070
2.282
11
1.070
2.252
12
1.096
2.304
Zandvoort
60
923
1.979
60
923
1.988
59
919
1.982
Zaanstad
15
726
1.501
15
736
1.533
19
853
1.931
Velsen
12
501
1.015
12
500
1.033
12
501
1.032
A Centrum
277
14.465
31.899
279
14.721
32.344
278
14.755
32.393
K Zuid
89
7.928
16.523
87
7.902
16.395
84
7.605
15.907
M Oost
34
5.123
11.324
36
5.394
11.910
38
5.486
12.191
F Nieuw-West
30
4.800
11.012
30
4.837
10.897
31
4.840
11.042
E West
64
3.867
9.190
62
3.717
8.805
62
3.711
8.912
T Zuidoost
14
2.337
5.546
13
2.213
5.367
14
2.335
5.799
N Noord
22
2.150
4.958
25
2.118
5.105
27
2.085
4.908
S Weesp
9
294
625
9
294
614
8
111
243
B Westpoort
2
240
483
2
240
480
2
240
480
310
18.007
39.081
309
18.112
39.002
314
18.531
39.801
Amstel Meerlanden
76
11.193
24.014
76
11.113
23.935
79
11.376
24.195
Zuid-Kennemerland
99
2099
4.681
101
2190
4697
97
2.211
4.833
Zaanstreek Waterland
67
1608
3.752
66
1613
3766
70
1.765
4.161
Almere Lelystad
20
1.372
2.916
21
1.497
2.936
22
1.409
2.950
Gooi en Vechtstreek
22
926
1.944
22
977
2.050
20
899
1.891
IJmond
26
809
1.774
25
738
1.650
26
871
1.939
totaal Nederland totaal MRA, waaronder gemeenten MRA met meer dan 10 hotels en 1.000 bedden Amsterdam (incl. Weesp)
stadsdelen Amsterdam indeling 2024
totaal regio, waaronder MRA-deelregio’s indeling 2024
* voorlopige cijfers bron: O&S
60
Bijlage 2 Definities, bronnen, methode
O&S houdt overnachtingsstatistieken ten behoeve van het overnachtingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de Metropoolregio bij. O&S voert jaarlijks een hotelenquête uit en houdt eigen hoteldatabase en bedrijvenregister bij. Waar mogelijk wordt uitgegaan van de definities van het CBS. Ontbrekende registraties worden aangevuld met gegevens uit verschillende bronnen.
Definitie van toerisme (CBS) O&S rapporteert (voor zover mogelijk) volgens de gestandaardiseerde concepten, definities en de beschikbare (landelijke) databronnen. De Nederlandse definities en databronnen zijn beschreven in de Landelijke Recreatie & Toerisme standaard 2030 (versie 2) (Landelijke Data Alliantie, 2022). Schematische weergave toerisme en recreatie en vrije tijd (Landelijke Recreatie & Toerisme standaard 2030)
De definitie van het toerisme, die onder andere CBS toepast, luidt als volgt: “Toerisme omvat de activiteiten van personen reizend naar en verblijvend op plaatsen buiten hun normale omgeving voor niet meer dan een jaar voor ontspanning, zakelijk verkeer en andere activiteiten die niet gerelateerd zijn aan een activiteit die beloond wordt vanuit de plaats die bezocht wordt.” De belangrijkste criteria zijn: 1. Tijd/plaats: Het begrip ‘normale omgeving’ maakt de definitie subjectief. Voor het afbakenen van de normale omgeving wordt binnen de gebruikte bronnen een tijdscriterium gehanteerd. De normale omgeving wordt verlaten als een
61
activiteit inclusief reistijd meer dan twee uur duurt, maar minder dan een jaar in beslag neemt. 2. Motief: De reden van de reis kan recreatief of zakelijk zijn, zolang er maar niet voor beloond wordt vanuit de bezochte plaats. Bezoekersmotieven van forensen, studenten, pakketbezorgers, aannemers, mantelzorgers vallen hierbuiten. De definitie van toerisme en de haalbaarheid van de operationalisering zijn afgestemd op de betreffende databronnen (zie hieronder). Databron: www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/toerisme
Databronnen bezoekersomvang Toeristisch verblijf in hotels, hostels, campings en vakantieparken Statistiek LogiesAccommodaties (SLA) De SLA beschrijft het aantal gasten (buitenlands of binnenlands) en hun overnachtingen per type Nederlandse logiesaccommodatie. Een gast die meer dan twee maanden aaneengesloten verblijft in een logiesaccommodatie, wordt als vaste gast aangemerkt en telt niet mee voor de statistiek. Er wordt gekeken naar het aantal gasten en het aantal overnachtingen in hotels/hostels en in verblijfsrecreatieve logiesvormen (o.a. campings, vakantieparken e.d.): 1. Hotel, motels, pensions, appartementen met hoteldienstverlening, jeugdaccommodaties en B&B met minimaal 5 slaapplaatsen. 2. Kampeerterreinen met minimaal 4 toeristische slaapplaatsen en Huisjescomplexen met groepsaccommodaties met minimaal 10 slaapplaatsen. Het gaat om geregistreerde logiesaccommodaties. Hieronder valt niet de vakantieverhuur van woningen. De vakantieverhuur van woningen wordt apart geschat door O&S. Databron: www.cbs.nl Dagbezoekers Het aantal binnen- en buitenlandse dagbezoekers aan Amsterdam wordt geschat op basis van drie bestaande landelijke onderzoeken die zich richten op drie groepen dagbezoekers: 1. Binnenlandse bezoekers.
Op basis van enquêtes van NBTC naar dagbezoek wordt een aanname gemaakt van het aantal bezoeken aan Amsterdam van Nederlanders die in de MRA wonen en in de rest van Nederland. Vervolgens wordt op basis van de regionale bevolkingsprognose van het CBS per jaar geschat hoeveel binnenlandse bezoekers Amsterdam bezoeken 2. Buitenlandse bezoekers uit Duitsland en België die vanuit de eigen woonplaats een dagbezoek brengen aan Amsterdam. Hiervoor wordt op basis van NBTConderzoeken ingeschat welk aandeel van inwoners van de grensprovincies in België en Duitsland voor een dag Amsterdam bezoekt. Door dat aandeel te combineren met bevolkingscijfers van grensregio’s ontstaat een schatting van het directe dagbezoek uit Duitsland en België.
62
3. Buitenlandse bezoekers die buiten Amsterdam verblijven en voor een dag naar Amsterdam komen. Voor deze groep gebruiken we de aantallen verblijfbezoekers in Nederland zoals ingeschat door NBTC, in combinatie met een inschatting van het aandeel buitenlandse verblijfsbezoekers dat Amsterdam bezoekt vanuit een verblijf elders in Nederland, op basis van NBTC-onderzoek uit 2022.
Toeristisch verblijf in woningen Het toeristisch verblijf in woningen is nog niet volledig in kaart gebracht en bevat overlap met hotelstatistieken. Gegevens in deze rapportage hebben daarom indicatief karakter. Online verhuurplatforms De verhuur van woningen aan toeristen wordt in kaart gebracht door middel van scraping van advertenties op Airbnb en/of andere online verhuurplatforms. De informatie over de toeristische verhuur in Amsterdam wordt verzameld door de gemeente Amsterdam op een aantal manieren, waaronder scraping van Airbnb. De gegevens worden vervolgens bewerkt door O&S. Door de methodologische verschillen komen de gegevens van Sweco/Universiteit Utrecht niet volledig overeen met de gegevens die de gemeente Amsterdam zelf verzamelt en publiceert. Op meerdere aselecte momenten in een maand worden sinds 2016 door de Gemeente Amsterdam, afdeling Toezicht & Handhaving, Wonen metadata online opgehaald. Zie voor een toelichting de rapportage ‘Toeristische verhuur van woonruimte’ 2021 van de Afdeling Wonen. Alleen advertenties met een aangegeven locatie binnen de Gemeente Amsterdam zijn meegenomen. Sinds 2022 worden de data verzameld door een externe partij, welke gemiddeld meer data lijkt te kunnen ophalen en ook recensies op een later moment heeft kunnen terugvinden. Voor 2023 en 2024 is gebruik gemaakt van data van InsideAirbnb.
De door webscraping verkregen data zijn indicatief en kunnen door technische storingen mogelijk tot een kleine onderschatting van het totale aanbod leiden. Toch worden deze cijfers als uitgangspunt genomen, omdat we voor deze listings ook een schatting kunnen maken van het aantal overnachtingen, op basis van het aantal reviews. Voor de MRA wordt het aanbod van woningen en kamers via online verhuurplatforms geschat op basis van de gegevens van het databedrijf AirDNA. De MRA-cijfers in deze rapportage zijn verkregen door Sweco/Universiteit Utrecht in opdracht van de Provincie Noord-Holland. Voor de vergelijking met andere Europese steden is gebruik gemaakt van Eurostat data. In samenwerking met platforms Airbnb, Booking.com, Expedia en Tripadvisor heeft Eurostat een experimentele datareeks opgezet. De door de platforms aangeleverde data heeft betrekking op accommodaties die behoren tot de categorie NACE 55.2 (holiday and other short-stay accommodation). Dit zijn zelfstandige, volledige gemeubileerde accommodaties die doorgaans op dag- of weekbasis worden verhuurd, zoals vakantiehuizen of -huisjes, -flats en -bungalows, en jeugdherbergen. Daarbij worden – in tegenstelling tot hotels – nauwelijks tot geen aanvullende diensten aangeboden. Ook de verhuur van particuliere woonruimte aan toeristen (vakantieverhuur) valt onder NACE 55.2.
63
De data zijn op verschillende geografische schaalniveaus beschikbaar over de jaren 2018 tot en met 2023. De data kunnen om technische redenen niet worden opgeteld bij andere datareeksen over toeristische gastenovernachtingen. De website van Eurostat biedt een uitgebreide beschrijving en methodologische toelichting op de experimentele datareeks. Definities Listings zijn advertenties van woningen en kamers die zijn aangeboden op Airbnb en vergelijkbare online platforms en die binnen het kalenderjaar ten minste één nacht beschikbaar zijn geweest voor verhuur. De dataset voor de MRA-gemeenten is verkregen door Sweco/Universiteit Utrecht in opdracht van de Provincie Noord-Holland. Het gaat hier om de gegevens van de platforms Airbnb en Vrbo. De cijfers zijn exclusief gemeenten Almere en Lelystad. Voor de gemeente Amsterdam zijn er twee databronnen beschikbaar: Sweco/Universiteit Utrecht en Gemeente Amsterdam. Actieve listings zijn advertenties van woningen en kamers die zijn aangeboden op Airbnb en vergelijkbare online platforms en waarvan kan worden vastgesteld dat deze minimaal één keer zijn geboekt in de afgelopen 12 maanden. De gegevens geven geen volledig, maar tot grote mate dekkend beeld van de omvang van de toeristische verhuur van woningen en kamers. De dataset voor de MRA-gemeenten is verkregen door Sweco/Universiteit Utrecht in opdracht van de Provincie Noord-Holland.
Het gaat hier om de gegevens van de platforms Airbnb en Vrbo. De cijfers zijn exclusief gemeenten Almere en Lelystad. Voor de gemeente Amsterdam zijn er twee databronnen beschikbaar: Sweco/Universiteit Utrecht en InsideAirbnb. Objectovernachtingen zijn nachten die binnen het kalenderjaar zijn gereserveerd in woningen en kamers op Airbnb en vergelijkbare online platforms. Deze cijfers beslaan de verhuuractiviteit op Airbnb, Vrbo en andere online verhuurplatforms. Een objectovernachting houdt geen rekening met de groepsgrootte. Het totaal aantal objectovernachtingen ligt daarom lager dan het aantal persoonsovernachtingen. De gegevens geven geen volledig, maar tot grote mate dekkend beeld van de omvang van de toeristische verhuur van woningen en kamers. De dataset voor de MRA-gemeenten is verkregen door Sweco/Universiteit Utrecht in opdracht van de Provincie Noord-Holland. Het gaat hier om de gegevens van de platforms Airbnb en Vrbo. De cijfers zijn exclusief gemeenten Almere en Lelystad. Voor de gemeente Amsterdam zijn er twee databronnen beschikbaar: Sweco/Universiteit Utrecht en InsideAirbnb. Gastenovernachtingen zijn overnachtingen van personen in woningen en kamers die zijn aangeboden via online verhuurplatforms. Deze cijfers zijn alleen beschikbaar voor de gemeente Amsterdam.
De informatie over de toeristische verhuur in Amsterdam wordt verzameld door de gemeente Amsterdam op een aantal manieren, waaronder scraping van Airbnb. Het aantal persoonsovernachtingen is een schatting gemaakt door O&S en geeft indicatie, maar geen volledig beeld. Voor de bepaling van het aanbod aan woningen en kamers op Airbnb (listings) is er gekeken naar listings die gedurende het kalenderjaar ten minste één keer via webscraping gevonden zijn op de Airbnb site. Het is mogelijk dat een woning niet de gehele periode op Airbnb gestaan heeft. Schatting aantal overnachtingen via Airbnb
64
Het aantal overnachtingen via Airbnb wordt niet gedeeld door Airbnb en ook niet bijgehouden door het CBS. Het aantal overnachtingen is ook niet direct via webscraping te achterhalen, maar valt wel te schatten op basis van het aantal recensies dat bij een advertentie wordt geplaatst. In het verleden zijn er schattingen gemaakt op basis van verschillende bronnen. In 2015 rapporteerde Airbnb over 575.000 gasten die gemiddeld 3,3 nachten in Amsterdam verbleven. Op basis van deze aantallen kan worden berekend dat er circa 1,9 miljoen overnachtingen waren. In 2016 waren er volgens Airbnb 770.000 overnachtende gasten die 3,2 nachten in Amsterdam verbleven. Dit betekent dat er ongeveer 2,5 miljoen overnachtingen via Airbnb plaatsvonden. Hoeveel van deze overnachtingen zijn geaccommodeerd in woningen via vakantieverhuur of B&B is echter niet bekend. De overlap met hotelovernachtingen is ook niet bekend. In 2017 spreekt Ecorys (2018) van gemiddeld 3,4 overnachtingen van gasten van Airbnb en circa 2,5 miljoen overnachtingen in totaal. Volgens Eurostat verblijven toeristen gemiddeld 3,5 nachten in 2023. Vanaf 2024 gaan we daarom uit van 3,5 nachten. In deze rapportage doet O&S uitspraken over het aantal gasten en overnachtingen middels een eigen raming, op basis van het aantal unieke reviews dat in één jaar bij een specifieke listing geplaatst is (zie kader).
Uiteraard bieden deze cijfers slechts een grove inschatting, aangezien niet iedere bezoeker een review schrijft. Aannames schatting aantal overnachtingen Een objectovernachting is een overnachting van een of meer personen in bijvoorbeeld een gehele woning of een privékamer. Er valt een inschatting te maken van het minimale aantal objectovernachtingen doordat bij de recensies een publicatiedatum is vermeld. Bij de berekening van het aantal objectovernachtingen en gasten doen we een aantal aannames, gebaseerd op andere studies naar het aantal overnachtingen via Airbnb: - 80 procent van de gasten laat een review achter. De genoemde 80 procent is een schatting van het minimale aantal gebruikers dat een recensie schrijft. Er wordt uitgegaan van 80 procent zodat er een schatting van het minimale aantal objectovernachtingen kan worden gegeven, aangezien dit aandeel in werkelijkheid hoogst waarschijnlijk lager ligt (Sukel, 2018). - Gasten verblijven gemiddeld 3,5 nachten in een Airbnb accommodatie. Dat betekent dat gasten van Airbnb gemiddeld langer blijven dan gasten van hotels en pensions (ca. 2 nachten). Tot 2024 gingen we uit van gemiddeld 3,4 nachten. - Op basis van de gemiddelde capaciteit van de listings schatten we het gemiddeld aantal gasten per boeking op 3 personen voor woningen, en 2 personen voor kamers.
- Het aantal gasten wordt berekend door het opgehoogde aantal reviews te vermenigvuldigen met de gemiddelde capaciteit (3 of 2 personen). - Het aantal objectovernachtingen wordt berekend door het opgehoogde aantal reviews te vermenigvuldigen met de gemiddelde verblijfsduur (3,4 nachten). - Het aantal gastenovernachtingen wordt berekend door het aantal objectovernachtingen te vermenigvuldigen met de gemiddelde capaciteit (3 of 2 personen).
65
Toeristisch verblijf in jachthavens Waterrecreatie Advies BV houdt statistieken van de Nederlandse jachthavens bij, waaronder capaciteit, bezettingsgraad en het aantal overnachtingen. In deze rapportage zijn maatwerkcijfers opgenomen van het aantal bootplaatsen, bezettingsgraad en het aantal overnachtingen door passanten. Databron: www.waterrecreatieadvies.nl .
Cruisepassagiers Cruisestatistieken worden verzameld en gepubliceerd door Amsterdam Cruise Port (ACP). ACP verdeelt de cruise in twee segmenten: de zee- en riviercruise, waarbij wordt gekeken naar het aantal schepen en het aantal passagiers. Passagiers worden verdeeld in transit en turn-around, voor wie Amsterdam begin- of eindbestemming is.
Dagbezoek aan Amsterdam Het aantal binnenlandse en buitenlandse dagbezoekers aan Amsterdam wordt door O&S geschat op basis van 3 landelijke onderzoeken: Toeristisch Bezoek aan Steden (TBAS), Onderzoek Inkomend Dagbezoek (OID) en Onderzoek Inkomend Toerisme (OIT). Toeristisch Bezoek aan Steden (TBAS) Het NBTC-NIPO Research onderzoekt het vrijetijdsgedrag van Nederlanders. Het landelijke onderzoek ‘Toeristisch bezoek aan steden’ geeft inzicht in de omvang van het toeristisch bezoek aan Amsterdam en andere Nederlandse steden. Circa 15.000 respondenten in heel Nederland worden jaarlijks benaderd met de vraag ‘Welke van de onderstaande Nederlandse steden heeft u in de afgelopen drie maanden voor ontspanning en/of plezier bezocht gedurende een dagtocht, avondje uit of tijdens een vakantie?’. Voor het bepalen van het aantal Nederlandse dagbezoekers aan Amsterdam maakt O&S gebruik van de cijfers over de groep respondenten die Amsterdam heeft bezocht. Databron: www.nbtc.nl Onderzoek Inkomend Dagbezoek (OID) Het OID wordt uitgevoerd door NBTC-NIPO Research en onderzoekt de vrijetijdsactiviteiten van de toeristen uit Duitsland en België die een eendaags bezoek aan Nederland brengen. Het gaat hier om een bezoek aan Nederland in de vrije tijd, zonder overnachting, bijvoorbeeld een stedenbezoek, bezoek aan een attractie of evenement.
Voor het bepalen van het aantal buitenlandse dagbezoekers aan Amsterdam maakt O&S gebruik van de cijfers over de groep toeristen die tijdens hun eendaags bezoek aan Nederland Amsterdam hebben bezocht. Onderzoek Inkomend Toerisme (OIT) Het OIT wordt uitgevoerd door NBTC-NIPO Research en onderzoekt vrijetijdsactiviteiten van de meerdaagse buitenlandse bezoekers in Nederland. Dit onderzoek maakt inzichtelijk wie de buitenlandse bezoekers zijn en welke plaatsen ze in Nederland hebben bezocht. Voor de schatting van het aantal buitenlandse dagbezoekers aan
66
Amsterdam maakt O&S gebruik van de cijfers over de groep buitenlandse verblijfsbezoekers die vanuit hun bestemming elders in Nederland Amsterdam als dagjesmensen hebben bezocht.
Databronnen capaciteit overnachtingsmogelijkheden in MRA Capaciteit logiesaccommodaties MRA O&S houdt het aanbod van logies- en verblijfsrecreatieve accommodaties in de MRA bij: hotels, hostels, campings, vakantieparken, jachthavens. Gegevens worden bijgehouden door verschillende bronnen te koppelen: het Handelsregister, bedrijvenregister LISA, de hotelenquête O&S, boekingssites, zoals booking.com en andere externe bronnen. De gegevens in de database van O&S worden per 1 juli bevroren.
CBS-definitie hotels en vergelijkbare logiesaccommodaties en hoteldatabase O&S volgt de hoteldefinitie van het CBS en houdt de volgende accommodaties in de hoteldatabase bij: Hotels: accommodaties met minimaal 5 slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en aan passanten. Pensions: accommodaties met minimaal 5 slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend een- en tweepersoonskamers, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten maar niet aan passanten. Appartementen met minimaal 5 slaapplaatsen en hoteldienstverlening, waarbij gedurende het verblijf het appartement schoon wordt gehouden en de bedden worden opgemaakt. Hostels en jeugdherbergen: accommodaties met minimaal 5 slaapplaatsen in kamers en/of zalen die men mogelijk met 'vreemden' moet delen. Bed&breakfast (definitie CBS): particuliere woning met minimaal 5 slaapplaatsen waar men kan overnachten en ontbijten. Deze landelijke definitie houdt geen rekening met de regelgeving in de gemeente Amsterdam, waarbij verhuur van woningen aan meer dan 4 personen niet toegestaan is. Regels met betrekking tot hotelbestemmingen en bed & breakfast kunnen verschillen per gemeente.
Voor het exploiteren van een hotel in de gemeente Amsterdam dient een pand over de juiste bestemming in het vigerende bestemmingsplan te beschikken. Niet alle accommodaties in de hoteldatabase van O&S voldoen aan deze eisen. Aan de verhuur van woningen in de gemeente Amsterdam zijn specifieke voorwaarden verbonden (zie definities en regels in hoofdstuk 4).
Hotelenquête O&S Om de logiesstatistieken te actualiseren, houdt O&S een jaarlijkse enquête onder hoteliers. Het veldwerk vond plaats in het eerste kwartaal van 2025. Individuele
67
enquêtegegevens worden door O&S vertrouwelijk behandeld conform privacy beleid van de gemeente Amsterdam en niet aan derden verstrekt. Van de Amsterdamse hotels en vergelijkbare accommodaties hebben er 217 de vragenlijst van O&S ingevuld, een respons van 40 procent. In de regio hebben 102 accommodaties de vragenlijst ingevuld (29 procent). Respons enquête gastenaccommodaties naar sterklasse, veldwerk januari-maart 2025 Amsterdam
Amsterdam
Amsterdam
Regio
Regio
Regio
respondenten
hotels in steekproef januari 2025
respons (%)
respondenten
hotels in steekproef januari 2025
respons (%)
geen ster
42
134
31
29
149
19
1 ster
15
40
38
3
11
27
2 sterren
19
66
29
9
29
31
3 sterren
72
156
46
27
89
30
4 sterren
55
122
45
34
74
46
5 sterren
14
26
54
0
3
0
totaal
217
544
40
102
355
29 Bron: O&S
Woningenverhuur in Amsterdam en Nederland Woningen kunnen aan toeristen worden verhuurd via vakantieverhuur of via de bed & breakfast (B&B) regeling. Gemeente Amsterdam houdt deze statistieken voor Amsterdam bij (zie definities en regels die gelden voor Amsterdam in hoofdstuk 3). Het CBS verzamelt landelijke statistieken van B&B. In de landelijke statistieken van het CBS worden short stay appartementen gerekend tot appartementen zonder hoteldienstverlening die vallen onder dezelfde categorie als huisjesterreinen, vakantiebungalows en andere verblijfsrecreatieve logiesvormen. Sportstad hotels worden door het CBS gerekend tot hotelstatistieken.
Databronnen vestigingen en banen in toerismesector Het aantal vestigingen en banen in de toerismesector wordt verkregen middels LISAdata. LISA staat voor Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen en is een databestand met gegevens over alle vestigingen in Nederland waar betaald werk wordt verricht. Het databestand koppelt kerngegevens met een ruimtelijke component (adresgegevens) en een sociaaleconomische component (werkgelegenheid en economische activiteit). Sectoren kunnen worden onderscheiden op basis van SBIcodes. SBI-codes is de standaard bedrijvencode waarmee bedrijven worden ingedeeld op basis van hoofdactiviteit. De selectie SBI-codes die gebruikt worden om de toerismesector te definiëren is te vinden op https://onderzoek.amsterdam.nl/dossier/toerisme
68
Bijlage 3 Voorwaarden van toeristisch verblijf in woningen in Amsterdam: vakantieverhuur, bed & breakfast en short stay
Woningen in Amsterdam kunnen op verschillende manieren aan toeristen worden verhuurd: via vakantieverhuur of via de bed & breakfast (B&B) regeling. Hieraan zijn specifieke voorwaarden verbonden (zie kaders) (Gemeente Amsterdam, 2024). De opkomst van online platforms vlak na de financiële crisis in 2008-2009, zoals Airbnb, Booking.com en VRBO/Expedia, heeft de toeristische verhuur van woonruimte vergemakkelijkt. De verhuur van woonruimte aan toeristen is sindsdien sterk toegenomen, tot de coronacrisis het aantal bezoekers aan de stad afremde. Voor bezoekers vormt het aanbod verhuurde woningen een aantrekkelijk alternatief voor het bestaande (hotel)aanbod, terwijl het voor bewoners een extra bron van inkomsten kan zijn. Daar staat tegenover dat een toename van vakantieverhuur kan leiden tot negatieve effecten op het woon- en leefmilieu in buurten en (brand)onveilige situaties. Om die reden probeert Amsterdam vakantieverhuur waar mogelijk te reguleren: Per 1 oktober 2017 is een meldplicht ingevoerd, waarbij ook het maximumaantal dagen dat een woning verhuurd mag worden is beperkt tot 60 dagen. Sinds 1 januari 2019 geldt een maximum van 30 dagen. Combinatie met een Bed & Breakfast is niet mogelijk. Per 1 juli 2020 is een vergunningsplicht ingesteld. Een vergunning is maximaal één jaar geldig, steeds tot 1 april in het volgende kalenderjaar. Iedere verhuur moet worden vermeld.
Een vergunning kan snel worden aangevraagd en verkregen en er gelden geen quota. Een vergunning is pas nodig als men daadwerkelijk gaat verhuren. Op 31 december 2021 waren er 2.580 vergunningen voor vakantieverhuur afgegeven (Gemeente Amsterdam, 2022). Per 1 juli 2020 was een verbod op vakantieverhuur ingesteld voor de wijken Burgwallen Oude Zijde, Burgwallen Nieuwe Zijde en Grachtengordel-Zuid, waar op basis van een O&S onderzoek de toeristische draagkracht onder druk stond (O&S, 2020). Door een uitspraak van de rechtbank is er momenteel echter geen juridische grond voor zo`n verbod, waardoor er ook voor deze wijken een vergunning kan worden aangevraagd. Vanaf 1 oktober 2021 is voor de vakantieverhuur van woningen een registratienummer verplicht. Verhuurders moeten dit registratienummer vermelden in al hun advertentie(s) en publicaties waaronder aanbiedingsplatforms als Airbnb en Booking.com, op eigen of andere websites en in advertenties en publicaties. Verhuurders kunnen niet langer anoniem woningen voor toeristisch gebruik aanbieden, maar moeten eerst de gemeente op de hoogte brengen van het adres van de desbetreffende woning. Vanaf 1 oktober wordt de registratieplicht