Bijlage 2.Nota Investeringen 2022-2026
Tekst van het document
Tabel 2.1.2: overzicht opgave reguliere vervangingen, meerjarig per jaar 2.1.2 Achterstalligheid Wanneer er te weinig wordt geïnvesteerd in de reguliere vervangingen ontstaat er achterstalligheid. Er is sprake van achterstalligheid wanneer meer dan 10% van de bezittingen in slechte conditie zijn en aan het einde van de technische levensduur of daar (lang) voorbij. Als de bezittingen in te slechte staat zijn resulteert dat in veiligheidsrisico’s en hogere onderhoudskosten. De stad heeft jegens haar inwoners wettelijk een zorgplicht voor de deugdelijkheid van haar bezittingen en daarmee ook een verantwoordelijkheid om voldoende te investeren. Hierdoor lopen haar huidige en toekomstige inwoners geen verhoogde risico’s en worden zij niet opgezadeld met hogere kosten voor de aanpak van achterstalligheid en/of geconfronteerd met sluitingen van wegen, gebouwen of tunnels. Dit is in Amsterdam historisch niet bij alle bezittingen gebeurt. Het meest tastbaar is dat voor de bruggen en kades. Hierin heeft Amsterdam in het verleden te weinig geïnvesteerd in vervangingen en levensduurverlengende renovaties. Dit heeft geresulteerd in een slechte technische staat van een groot deel van de kades en bruggen. In 2019 is hierop een inhaalslag gestart, het programma Bruggen en Kademuren.
Dit programma heeft als doelstelling om de technische staat van het areaal in beeld te brengen en de achterstalligheid in ca. 20/30 jaar weg te werken zodat er daarna weer op het tempo van de reguliere vervangingscyclus geïnvesteerd kan worden in bruggen en kades.
10
De totale opgave betreft 172 mln. Echter er wordt een afslag gedaan vanwege begrenzingen op het gebied van realisatie. Na de afslag is de verwachte mogelijke uitgaven op dit domein 135 mln per jaar. Deze 135 mln per jaar wordt ook meegenomen in de totaaloverzichten.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 29 van 77
Naast achterstalligheid binnen ‘openbare ruimte en mobiliteit’ is er in de andere domeinen geen sprake van omvangrijke achterstalligheid. Domein
Eur mln/ jaar
178 mln Openbare ruimte (139)11 en Mobiliteit 25 mln
Geschatte Inlooptijd 20/30 jaar Onbekend
Beschrijving Het doel is om in 2025 op het gewenste (inhaal)vervangingsniveau te zitten van 8 bruggen per jaar en 2 km kademuur. Groen, verhardingen, water en civieltechnisch werk12
Tabel 2.1.3: overzicht opgave achterstalligheid, meerjarig per jaar
11
De totale opgave betreft 178 mln. Echter er wordt een afslag gedaan vanwege begrenzingen op het gebied van realisatie. Na de afslag is de verwachte mogelijke uitgaven op dit domein 139 mln per jaar. Deze 139 mln per jaar wordt ook meegenomen in de totaaloverzichten. 12 Achterstalligheid is toegelicht in de Voorjaarsrapportage 2021 van het programma Stadsbehoud
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 30 van 77
2.2 Investeringen in stad verbeteren Investeringen in stad verbeteren zijn investeringen die de stad beter maken, dit betreffen dus niet reguliere vervangingsinvesteringen. Het voortijdig vervangen met zekere verbetering van kwaliteit valt hier wel onder. Voorbeelden zijn de nieuwe ondergrondse parkeergarages in de stad voor meer ruimte bovengronds en het investeringen in een gezond binnenklimaat van schoolgebouwen. Ook wanneer er nieuwe voorzieningen bij komen in de bestaande stad, wordt gesproken van stad verbeteren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan extra buurthuizen en sportvoorzieningen in bestaande wijken. Ook de stadsbrede transities die vaak gedreven zijn vanuit gemeentelijke politiek vallen onder deze categorie. Denk hierbij aan transities zoals warmtenetten, klimaatadaptatie, biodiversiteit, CO2-reductie, energietransitie, mobiliteitstransitie en verbeterde logistiek van bouwmaterialen in de stad. Stad verbeteren neemt voor alle investeringsdomeinen een relatief klein gedeelte van de totale investeringsopgave in beslag. Domein Openbare ruimte en Mobiliteit
Maatschappelijke Voorzieningen
Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
Groen
B&O en overig Specials Totaal
Eur mln/ jaar Belangrijkste voorbeelden ● De Entree (omgeving CS) 45 ● Fietsenstallingen bij verschillende stations 13 (35) ● Uitbreiding van IJ-veren ● Uitbreiden van huidige MV, zoals gymzalen voor buitenschools gebruik en uitbreiden van bestaande scholen ● Investeringen in voorzieningen in Ontwikkelbuurten, zoals extra buurthuizen of jongerencentra. 22 ● Beleidsdoelstellingen zoals toegankelijkheid, het binnenklimaat van scholen en doelstellingen op het gebied van duurzaamheid/rainproof/circulariteit die verder gaan dan landelijke wetgeving. ● Plannen uit het uitvoeringsprogramma Afval en grondstoffen 12 waaronder uitrol GFT afvalscheiding. ● Verduurzamen van wagenpark om afval op te halen. ● SHP - Programma Bovenwijks Groen (dit omvat het overgrote deel) 26 ● En beleidsdoelstellingen zoals een nieuwe drieklimatenkas Hortus & rolstoeltoegankelijke toiletten ● Beleidsdoelstelling reductie C02 uitstoot, toegankelijkheid en 7 gezondheid gemeentelijke gebouwen; ● Aanpassing huisvestingsconcept; 35 ● Sporthallen zuid, zwembaden, de Nieuwe meervaart 147
Tabel 2.2.1: Overzicht investeringen binnen categorie stad verbeteren, meerjarig per jaar
13
De totale opgave betreft 45 mln. Echter er wordt een afslag gedaan vanwege begrenzingen op het gebied van realisatie. Na de afslag is de verwachte mogelijke uitgaven op dit domein 35 mln per jaar. Deze 35 mln per jaar wordt ook meegenomen in de totaaloverzichten.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 31 van 77
Deel 3. Verdieping investeringen stad maken 3.1 Introductie groei van de stad Amsterdam groeit hard, in het woningbouwplan 2018-2025 is een historisch hoge ambitie geformuleerd om tot 2025 per jaar 7.500 woningen te realiseren. De groei betreft echter veel meer dan alleen woningen en inwoners, op alle fronten groeit Amsterdam; in aantal banen, bezoekers, toeristen. Kortom de druk op de stad neemt toe, in de nieuwe gebieden maar ook in de bestaande stad. De afgelopen jaren is de groeiambitie op het gebied van woningen grotendeels gehaald, echter het wordt ook duidelijk dat de stad steeds meer tegen grenzen aanloopt: financieel, ruimtelijk en in wat de stad, de markt en de ambtelijke organisatie aankan. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 kiest de gemeente voor ‘Groeien binnen grenzen: verdichting door een complete en duurzame wijkontwikkeling’ met een gemiddeld langjarig groeitempo van 5.000 woningen per jaar. De groei van de stad heeft veel implicaties in ruimtelijke, sociale en financiële zin. In deze nota gaan we in op de financiële implicaties, hierin worden twee dimensies onderscheiden: ● Investeringen: bij de groei van de stad (met name in nieuwe gebieden) moet er geïnvesteerd worden in nieuwe wegen, voorzieningen, ontsluiting etc.
De implicaties hiervan worden toegelicht in deel 3.2 ● Brede financiële gevolgen: de financiële effecten van de groei van de stad zijn echter breder dan alleen de investeringen. De nieuwe inwoners van de stad maken gebruik van al haar programma’s en voorzieningen in brede zin, dit brengt kosten met zich mee. Ook groeit een deel van de inkomsten mee. De implicaties hiervan worden toegelicht in deel 3.3
Grafiek 3.1.1: woningbouwproductie 1998-2021
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 32 van 77
3.2 Investeringen in groei van de stad De groeiende stad in fysieke zin wordt vormgegeven in gebiedsontwikkeling (ook wel grondexploitaties of GREX). Dit kunnen volledig nieuwe gebieden zijn (soms letterlijk; IJburg) maar kan ook herontwikkeling betekenen. In beide gevallen zorgt dit voor een investeringsbehoefte. Alle bezittingen in het nieuwe gebied moeten nieuw worden toegevoegd. Dit betreft investeringen vanuit vrijwel alle domeinen van de gemeente. Investeringen in nieuwe wegen, bruggen, sportvoorzieningen, groen en maatschappelijke huisvesting. Ook is er vaak behoefte aan de zogenaamde bovenplanse investeringen, dit zijn investeringen die nodig zijn om nieuwe gebieden aan te sluiten op de bestaande infrastructuur. Deze zijn vaak grootschalig en stijgen boven een individuele gebiedsontwikkeling uit. Investeringen in de gebiedsontwikkelingen zijn in te delen in twee type: ● Investeringen gerelateerd aan bouwrijp maken (binnen de GREX): een deel van de investeringen die gedaan worden in het maken van de stad worden gedaan als onderdeel van het bouwrijp maken van het gebied. Deze investeringen zijn nodig om de kavels voor nieuwe woningen bouwrijp en toegankelijk op te leveren. In het BBV14 is vastgelegd welke investeringen hier opgenomen mogen worden, dit is geen gemeentelijke keuze15.
De initiële kosten van deze investeringen worden gedekt vanuit de grondopbrengsten, de gerelateerde exploitatiekosten moeten wel gedekt worden vanuit de algemene middelen. Wanneer de gebieden bouwrijp zijn en de bouwkavels worden uitgegeven ontvangt de gemeente geld voor de gronden. Deze investeringen worden dus direct terugverdiend, in de meeste gevallen resulterend in winst (de opbrengsten zijn hoger dan de eerder gedane investeringen). Deze investeringen worden vanwege deze systematiek ook niet geactiveerd op de balans. ● Reguliere investeringen gerelateerd aan voorzieningen in het gebied: alle investeringen die verder nodig zijn om het gebied klaar te maken voor haar bewoners. Dit betreffen bijvoorbeeld de investeringen in de maatschappelijke voorzieningen. Deze investeringen worden in zijn geheel gedekt vanuit de algemene middelen, de tarieven en in sommige gevallen uit de eigen opbrengsten (denk aan door de gemeente ontwikkelde kinderopvanglocaties). Deze investeringen worden alle wel geactiveerd op de balans.
14
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De BBV definieert de mogelijkheden, de gemeente kan hierbinnen nog wel in enige mate kiezen. Zo worden in Amsterdam de initiële kosten voor de aanleg van de riolering niet ondergebracht binnen de gebiedsontwikkeling maar bij de uitvoerende dienst. 15
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Domein
Pagina 33 van 77
Investeringen binnen Grond en Ontwikkeling (GREX) Wegen en bruggen binnen het gebied (binnenplans) Sportvoorzieningen (verplaatsing i.c.m. omzetting naar kunstgras)
Openbare ruimte en Mobiliteit Maatschappelijke voorzieningen Duurzaamheid en ruimtelijke ordening nvt (dekking vanuit tarieven) Groen Groeninrichting Grond & Ontwikkeling
Aankoop kavels, bodemsanering, bouwrijp maken
Investeringen voorzieningen Wegen en bruggen om nieuw gebied te ontsluiten (bovenplans) Scholen, buurthuizen, jeugdinstellingen etc. Uitbreiden van netwerk van drinkwater, riolering en afval Bovenplans groen Zie bijdrage G&O
Tabel 3.2.1: Investeringen per domein naar type Bijdrage vanuit Grond en Ontwikkeling In sommige gevallen wordt er vanuit de gebiedsontwikkeling een financiële bijdrage gedaan aan de investeringen van andere domeinen. Dit vindt plaats wanneer die investeringen kostbaarder uitvallen vanwege bepaalde eisen vanuit het gebied zoals extra dure stedenbouwkundige eisen of door beperkingen aan het kavel (door complex kavel noodzaak tot grotere hoogte en/of buitenruimte op het dak bij maatschappelijke voorzieningen). Vanuit de grondexploitatie kan tevens worden bijgedragen aan bovenplanse investeringen buiten het plangebied indien deze toerekenbaar zijn aan de gebiedsontwikkeling en wordt voldaan aan de wettelijke criteria. In het Besluit Begroting en Verantwoording is opgenomen dat in een grondexploitatie uitsluitend en alleen kosten mogen worden opgenomen ten behoeve van bovenplanse investeringen indien deze voldoen aan de PPT criteria (proportionaliteit, profijt en toerekenbaarheid van deze investeringen aan de grondexploitatie). Voorzien groeitempo en benodigde investeringen De omvang van de investeringen die benodigd zijn voor de groei van de stad zijn sterk afhankelijk van het groeitempo. In de meeste gevallen schalen investeringen 1 op 1 mee met het aantal woningen.
Zo hanteert MV de richtlijn, op basis van referentienormen en huidige beleidsambities, dat voor iedere 1.440 woningen er één basisschool gebouwd moet worden. Dus bij een groeitempo van 7.500 woningen per jaar resulteert dat in een investeringsbehoefte van ongeveer 5 nieuwe scholen per jaar, en bij 5.000 woningen in nieuwe 3,5 scholen per jaar. Ook de bovenplanse investeringen volgen deze logica, hetzij op een meer indirecte manier. Hoe sneller Amsterdam groeit hoe eerder bepaalde bovenplanse investeringen nodig zijn om verder te groeien.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 34 van 77
Voor de komende periode is een groeitempo voorzien van ca. 7.500 op te leveren woningen per jaar. Dit resulteert in onderstaande investeringensopgave. Domein Openbare ruimte en Mobiliteit MV Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Groen Totaal
Eur mln/ jaar 72 (57)16 98
21 1 193
Belangrijkste voorbeelden ●
Bovenplanse investeringen
● Scholen volgens wettelijke eisen ● Cultuur- en sportvoorzieningen op buurt en wijkniveau ● OKT’s en jongerencentra ● Buurtkamers, Huizen van de Wijk ● Aanleg infra riolering ● Aanleg containers afval en uitbreiding wagenpark Niet gespecificeerd. Initiële aanleg onderdeel van de GREX.
Tabel 3.2.2: Overzicht investeringsopgave groei van de stad Het groeitempo van de stad kan aangepast worden. Vanwege de gemiddelde doorlooptijd van de plannen heeft dit pas op termijn effect. De woningbouwplannen voor de periode tot/met 2026 zijn beperkt beïnvloedbaar. Voor de periode daarna kan het tempo aangepast worden. Om een indicatie te geven van de investeringsimpact daarvan zijn hieronder kengetallen opgenomen per 1.000 woningen. Wanneer het tempo dus aangepast wordt met 1.000 woningen per jaar is dit een indicatie van de additionele jaarlijks ruimte die benodigd is of vrij valt. De werkelijke getallen verschillen per gebiedsontwikkeling. Domein Openbare ruimte en Mobiliteit MV Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Groen Totaal (excl. schaalsprong)
Eur mln/ jaar 15
12
3
Belangrijkste voorbeelden ●
Bovenplanse investeringen
● Scholen volgens wettelijke eisen ● Cultuur- en sportvoorzieningen op buurt en wijkniveau ● OKT’s en jongerencentra ● Buurtkamers, Huizen van de Wijk ● Aanleg infra riolering ● Aanleg containers afval en uitbreiding wagenpark Niet gespecificeerd. Initiële aanleg onderdeel van de GREX.
30
Tabel 3.2.3: Overzicht investeringsopgave - indicatief - per 1.000 woningen.
16
De totale opgave betreft 72 mln. Echter er wordt een afslag gedaan vanwege begrenzingen op het gebied van realisatie. Na de afslag is de verwachte mogelijke uitgaven op dit domein 57 mln per jaar. Deze 57 mln per jaar wordt ook meegenomen in de totaaloverzichten.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 35 van 77
Schaalsprong investeringen De totale investeringen in de groei van de stad zijn niet lineair. Er zijn momenten waarop een zogenaamde schaalsprong nodig is, een grote investeringen om weer nieuwe gebieden te ontsluiten waar de groei kan plaatsvinden. Het betreft significante investeringen die vaak samen met partners (bijv. Rijk, VRA, Regio) worden uitgevoerd. Voor Amsterdam worden op dit moment (op termijn) de volgende schaalsprong investeringen voorzien: Ingreep ZuidasDok Station Zuid 3e perron Sluiten Ringlijn + Doortrekken N/Z lijn Airportsprinter 1e fase Amsterdam Centraal PHS Oostbrug Sprong Westbrug Sprong Voetgangerstunnel Sprong Verplaatsen PTA Totaal
Kosten 2.700 300 4.300 10 800 450 420 320 44 9.344
Waarvan A’dam 400 18 350 0 0 220 210 320 44 1.562
Gedekt 300 4 0 0 0 135 0 0 0 439
Te dekken 100 14 350 0 0 90 210 320 0 1.084
Tabel 3.2.4: Overzicht schaalspronginvestering, kosten voor Amsterdam en huidige dekking (€ mln) De financiële omvang van deze schaalsprong investeringen tezamen is €9,3 miljard, waarvoor Amsterdam aanspraak doet op het Rijk omdat het de financiële draagkracht van de stad overstijgt. Het Rijk stelt echter steeds meer eisen aan cofinanciering door de regio, waardoor ook de gemeente, naast bijvoorbeeld de VRA, fors zal moeten bijdragen. In de huidige inschattingen zal Amsterdam een bedrag van 1,6 miljard moeten bijdragen voor schaalspronginvesteringen waaraan het rijk zich heeft gecommiteerd. Het merendeel van de uitgaven voor deze schaalspronginvesteringen is gepland voor de periode 2025 en 2035. Deze Amsterdamse bijdrage van € 1,6 miljard is voor slechts 439 mln gedekt, er zal dus nog elders dekking hiervoor gevonden moeten worden. Zowel het SMF als het VEF bieden geen ruimte voor bijdrage hieraan, ook vanuit de algemene middelen is er nog geen dekking gereserveerd. Aangezien alle schaalsprong investeringen van substantiële financiële omvang zijn voor de gemeente, zal er geprioriteerd en gefaseerd moeten worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met regionale context en afspraken met de Regio en het Rijk. Uitgaande van een totale bijdrage van ongeveer € 1,6 miljard, waarvan nog € 1,1 miljard gedekt moet worden over een periode van ca.
15 jaar zorgt voor additionele benodigde investeringsruimte van ca. 72 mln per jaar. Naast geld voor de investering zijn voor deze schaalsprong investeringen ook extra middelen nodig voor het beheer en onderhoud. Hiervan is op dit moment nog geen raming gemaakt.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 36 van 77
Mogelijkheden vanuit Rijk en Regio Rijk en regio hebben afgesproken tussen 2021 en 2030 175.000 woningen te bouwen in de MRA. De regio kan deze ambitie niet alleen bewerkstelligen. Door de steeds schaarser wordende ruimte, de hogere bouwkosten en een langzaam vastlopend mobiliteitssysteem, is steun van het Rijk onontbeerlijk. Voorheen richtte het gesprek zich voornamelijk op de hierboven omschreven schaalspronginvesteringen welke nodig zijn om het regionale mobiliteitssysteem niet vast te laten lopen. Met het nieuwe regeerakkoord lijkt er ook een mogelijkheid te ontstaan voor een bijdrage aan de bovenplanse investeringen en onrendabele toppen. Op het moment van schrijven is er relatief weinig bekend over de verdeling van de middelen uit het regeerakkoord. Het lijkt aannemelijk dat de regio een deel van de 7,5 miljard uit het regeerakkoord bedoeld voor het ontsluiten van grote woningbouwlocaties krijgt toebedeeld. Wanneer de middelen voornamelijk worden ingezet op de schaalsprong investeringen, zullen onze MRA-partners hun woningbouwambities waarschijnlijk niet waar kunnen maken. Andersom geldt dat zonder Ringlijn Haven-Stad niet het beoogde aantal woningen oplevert.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 37 van 77
3.3 Financiële gevolgen van de groei van de stad De financiële gevolgen van de groei van de stad zijn veel omvangrijker dan alleen de benodigde additionele investeringen. De gemeentelijke dienstverlening wordt uitgebreid om ook in de nieuwe gebieden te kunnen voorzien en de gemeentelijke inkomsten nemen toe door nieuwe OZB, erfpacht en gemeentefonds-inkomsten voor de nieuwe bewoners. In dit deel worden deze financiële gevolgen toegelicht. Hieruit wordt duidelijk dat eenmalige opbrengsten onder druk staan maar er mogelijkheden zijn om deze te verhogen. De structurele gevolgen van de groei van de stad zijn echter negatief: vanwege het hoge voorzieningenniveau van de gemeente Amsterdam en het beperkt meegroeien van de inkomsten kost de groei van de stad geld. In andere woorden; door de groei van de stad wordt de relatieve rijkdom van Amsterdam met steeds meer inwoners gedeeld, en is er dus per inwoner iets minder te besteden. Kijkend naar de financiële gevolgen van de groei van de stad is het nuttig om de eenmalige en structurele gevolgen los te beschouwen: ● Eenmalige kosten en opbrengsten: dit betreft primair het resultaat van de gebiedsontwikkeling. Na uitgifte van de bouwgronden kan de definitieve rekening worden opgemaakt tussen de kosten (aanschaf, bouwrijp maken etc.) en de opbrengsten (uitgifte grond). Het resultaat is de ‘plan’winst of verlies.
Er zijn verschillende mogelijkheden om dit resultaat te beïnvloeden. ● Structurele kosten en opbrengsten: dit betreft het structurele effect op de begroting van Amsterdam. Belangrijkste vraag hierbij is in hoeverre de uitgaven en inkomsten meeschalen met de groei van de stad. Het betreft hier uitbreiding van het gehele voorziening pallet, van het uitbreiden van het budget voor jeugdzorg en de pontjes tot het realiseren van nieuwe schooltuintjes voor de nieuwe basisschoolleerlingen.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 38 van 77
3.3.1 Eenmalige kosten en opbrengsten De gemeente kan met verschillende keuzes invloed uitoefenen op het eenmalige resultaat van een gebiedsontwikkeling. Daarnaast zijn er ook factoren die de gemeente niet of minder kan beïnvloeden die impact hebben op het mogelijke resultaat. Bij vrijwel al deze keuzes is er sprake van impact op termijn. Vanwege het langjarige karakter van gebiedsontwikkeling hebben wijzigingen in keuzes veelal pas effect op de gebiedsontwikkeling die nog gestart moeten worden, en resulteren daarom in de meeste gevallen pas na 5 jaar in de eerste resultaten. De belangrijkste keuzes en een indicatie van de financiële impact betreffen: ● De verhouding van het aantal sociale woningbouw, middeldure huur en vrije sector (huidig 40-40-20). Wijzigingen in deze verhouding hebben grote financiële effecten maar zijn pas over enkele jaren merkbaar omdat de planvorming geruime tijd duurt en omdat er afspraken gemaakt zijn met ontwikkelende partijen. Een risico is dat aanpassing van de regels leidt tot onduidelijkheid en daarmee vertraging. De financiële effecten van zo een wijziging kan alleen heel indicatief worden weergegeven. Ze zijn sterk afhankelijk van de grondprijzen en van de marktontwikkelingen.
De volgende indicatieve effecten zijn de huidige inschattingen bij uitgifte van grond voor jaarlijks 6.000 woningen in de grondexploitaties: ○ 40/50/10 : -/-€ 70 t -/-€ 30 mln per jaar bij 6.000 woningen ○ 30/50/20 : + € 10 tot € 30 mln per jaar bij 6.000 woningen ○ 40/30/30 : + € 20 tot € 50 mln per jaar bij 6.000 woningen ○ 30/40/30 : + € 30 tot € 80 mln per jaar bij 6.000 woningen ○ 30/35/35 : + € 40 tot € 100 mln per jaar bij 6.000 woningen ○ 20/50/30 : + € 50 tot € 110 mln per jaar bij 6.000 woningen ● Het meer of minder ruimte vrijmaken voor commercieel vastgoed (bijv. kantoorruimte). Er is nu een gemiddelde productie van commercieel programma van circa 125.000m2 per jaar. Dit commerciële programma is op dit moment verantwoordelijk voor ongeveer 30% van de inkomsten van het VEF. Incidenteel meer commercieel vastgoed op met name goed bereikbare locaties ontwikkelen kan incidenteel meer grondopbrengsten leveren. ● Het wel of niet stellen van extra eisen aan de te bouwen woningen. Voorbeelden: ○ Middeldure huur vastleggen als eeuwigdurende middeldure huur in plaats van uitponden na 25 jaar. Wanneer dit zou worden doorgevoerd voor alle middeldure huurwoningen zijn er circa € 100 - 150 mln derving aan opbrengsten per jaar, uitgaande van 40% middeldure huurwoningen en een bouwtempo van 6.000 woningen per jaar.
○ Grotere middeldure huurwoningen leveren relatief minder op voor de gemeente dan kleinere. Het kost naar schatting € 50 mln per jaar om alle middeldure huurwoningen 10 - 20 m2 groter te maken, uitgaande van 40% middeldure huurwoningen en een bouwtempo van 6.000 woningen per jaar. ○ Hoogte van de duurzaamheidsambities van nieuwbouw (klimaatadaptief, BENG+, circulair bouwen en natuurinclusief). Zo zijn er op dit moment voor sociale huurwoningen in de huidige samenwerkingsafspraken met corporaties geen bovenwettelijke duurzaamheidsmaatregelen vastgelegd. Ter voorbeeld: ‘BENG Amsterdam’ invoeren voor alle woningen kost €10 mln per jaar.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
●
●
Pagina 39 van 77
Mate waarin de financiële haalbaarheid van een gebiedsontwikkeling doorslaggevend is bij het vinden en prioriteren van nieuwe planvoorraad binnen de kaders van de omgevingsvisie. Indicatie effecten: De kansen en effecten van deze schuifknop zijn nog onduidelijk. De omgevingsvisie biedt enige overmaat in optionele ontwikkellocaties tot 2050. Dus dat biedt mogelijkheden om de meest financieel haalbare gebiedsontwikkeling voorrang te geven. Bij de prioritering van nieuwe planvoorraad zullen ook andere overwegingen een rol spelen, zoals draagvlak en maatschappelijke impact De mate waarin er gebouwd wordt aan een complete stad. Vanuit de Gebiedsontwikkeling wordt er immers een bijdrage geleverd aan bovenplanse infra en groen dat volgens regelgeving toerekenbaar is aan de gebiedsontwikkeling. De mate waarin er meer of minder een complete stad wordt gebouwd heeft invloed op de hoogte van de bijdrage uit het VEF. In het MPG 2022 wordt overwogen hier €25 mln per jaar voor te reserveren.
Beperkt beïnvloedbare ontwikkelingen met impact betreffen: ● Stijgende bouwkosten ● Het feit dat veel toekomstige gebiedsontwikkelingen plaatsvindt in gebieden met lagere marktwaarden zoals transformatiegebieden en ontwikkelbuurten Daar bovenop zijn er ook nog ontwikkelingen die niet alleen financiële gevolgen hebben, maar de toenemende mate van weerbarstigheid en complexiteit van gebiedsontwikkelingen verhogen. Daarmee hebben de volgende punten ook invloed op de realiseerbaarheid: ● Veranderende wetgeving (o.a. invoering omgevingswet17 en regels voor geluidsbelaste gevels) ● Zorgen bij omwonenden ● Interne administratieve druk
17
De invoering van de omgevingswet brengt kansen en bedreigingen met zich mee. Kansen voor verbetering van beleid en regelgeving voor de fysieke leefomgeving, maar ook er zijn ook zorgen over de invoering van het DSO (digitaal stelsel omgevingswet) en het omgevingsplan, wat negatieve invloed kan hebben op de vergunningverlening. In de ‘Impactanalyse financiën omgevingswet’ is in beeld gebracht wat de invoering van de omgevingswet de komende jaren vraagt van de organisatie.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 40 van 77
3.3.2 Structurele kosten en opbrengsten Bij een groeiende stad groeit de begroting van de stad mee, zowel aan de uitgavenkant als de inkomsten kant. Afhankelijk van wat meer meegroeit kan de groei van de stad structureel bijdragen of structureel middelen kosten voor de gemeente. Allereerst de toename van de kosten, hierbij wordt gekeken naar de kosten voor alle gemeentelijke programma’s; van jeugdzorg tot veiligheid, van infra tot schooltuintjes. Dit betreft zowel de wettelijke als de bovenwettelijke voorzieningen die Amsterdam haar inwoners biedt. In algemene zin groeien deze vrijwel allemaal volledig mee met de nieuwe inwoners. Twee bijzonderheden spelen hierbij een rol: ● Er is sprake van enig schaalvoordeel bij bijvoorbeeld de overheadkosten. ● Er is sprake van nadeel waar het gaat om de kosten van de investeringen. In de nieuwe stad dienen alle voorzieningen nieuw gebouwd te worden, op huidig prijspeil en met de huidige bouwvoorschriften. In de bestaande stad zijn de gemiddelde kosten voor deze investeringen lager, een deel van de voorzieningen is reeds afgeschreven of gebouwd in een tijd met significant lagere bouwkosten. Deze beide factoren zijn niet gekwantificeerd maar beperkt in omvang. Bij een sluitende begroting zijn de kosten gelijk aan de opbrengsten. Wanneer de toename van de opbrengsten gelijk is aan de toename van de kosten blijft de begroting in balans.
De opbrengstenkant is echter complexer, het merendeel van de opbrengsten groeit mee, maar niet volledig, daarnaast zijn er opbrengsten die niet mee groeien. De belangrijkste posten: ● De ontwikkeling van het gemeentefonds is van veel factoren afhankelijk. Ook wanneer de stad groeit kan de totale uitkering afnemen door andere ontwikkelingen. Echter is het wel zo dat in alle gevallen de uitkering hoger is wanneer de gemeente groeit dan wanneer deze groei niet had plaatsgevonden. Dit verschil in de ontwikkeling van het gemeentefonds kan toegewezen worden aan de groei van de stad. ● De opbrengsten vanuit de OZB groeien mee met de groei van de stad18. Afhankelijk van de mix van woningwaarde ontstaat hier een positief of negatief effect. ● De parkeeropbrengsten groeien deels mee. Vanwege het vaak autoluwe karakter van nieuwe gebiedsontwikkelingen zijn deze in meeste gevallen lager dan in de bestaande stad. Ook heeft Amsterdam relatief veel parkeerinkomsten uit het centrum van de stad, terwijl de meeste gebiedsontwikkeling juist aan de rand van de stad plaatsvinden met lagere tarieven. ● De erfpachtopbrengsten schalen vrijwel volledig mee en zijn vanwege de hoge grondprijzen hoger dan in de bestaande stad. ● Opbrengsten die slechts beperkt tot niet meeschalen met de groei van de stad betreffen de dividenden van de deelnemingen en toeristenbelasting.
De inkomsten op deze posten moeten dus over steeds meer inwoners verdeeld worden en nemen per inwoner af (bij gelijkblijvend beleid en/of resultaat).
18
De ontwikkeling van OZB moet in relatie bezien worden met het gemeentefonds. De gemeentefondsuitkering wordt namelijk gecorrigeerd voor het eigen verdienvermogen. Omdat Amsterdam voor een hoger bedrag gecorrigeerd wordt dan dat zij zelf innen aan OZB ontstaat hier een tekort, ook dit tekort schaalt mee met de groei van de stad en is onderdeel van de totale gemeentefondsuitkering.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 41 van 77
Vanwege de complexiteit en wisselwerking tussen al deze inkomstenstromen is het moeilijk om een exact getal te noemen als kosten voor de groei van de stad. Het wordt echter wel duidelijk dat de groei van de stad structureel kosten met zich mee brengt, kosten die gedekt zullen moeten worden door middelen vrij te maken; door te bezuinigen in overige uitgaven of door inkomsten te verhogen. Keuzerichtingen Woningbouw en complete stad Keuzes in beeld In Keuzes in beeld zijn voor het vraagstuk Woningbouw en complete stad op basis van de verkiezingsprogramma’s vier keuzerichtingen uitgewerkt met daaraan gekoppelde maatregelen. Deze zijn bedoeld om twee spanningsvelden bloot te leggen. Het spanningsveld tussen de stapeling van ambities en de beperkte middelen en het spanningsveld tussen een meer marktgeoriënteerde benadering en een benadering die de rol van de overheid vergroot. Hieronder worden de maatregelen gekoppeld aan deze keuzerichtingen op een rij gezet met een globale duiding van de financiële consequenties. Keuzerichting Versnellen bouwproductie Maatregelen: ● Ambitie woningbouwtempo: 7.500 woningen per jaar tot 2026 met de ambitie om na 2026 het bouwtempo op te verhogen. Overigens lijkt een versnelling moeilijk haalbaar gezien de huidige onzekere conjunctuur (met stijgende bouwkosten en rentes).
● Ambtelijke inzet: meer procesverantwoordelijkheid bij markt en extra lobby richting rijk ● Bouwprogramma: inzetten op minimum aantal sociale woningen per jaar en meer flexibiliteit in middelduur en vrije sector. En meer flexibiliteit met duurzaamheidsambities ● Maatschappelijke voorzieningen: grotendeels voldoen aan referentienormen ● Bovenplanse mobiliteit en groen. Realiseren 100% van de benodigde bovenplanse investeringen voor de groei van de stad. Accepteren dat sommige investeringen later gereed zullen zijn dan de woningbouw Duiding financiële consequenties: ● Dit scenario vraagt een stevige verruiming van de financiële middelen. Zowel voor de ambtelijke inzet als voor de investeringen in mobiliteit, maatschappelijke voorzieningen en groen. ● Om de ontwikkeling financieel haalbaar te maken, gaat dit scenario uit van een stevige bijdrage van het Rijk, meer procesverantwoordelijkheid bij de markt, meer flexibiliteit in het bouwprogramma en het niet geheel voldoen aan de referentienormen voor maatschappelijke voorzieningen. Keuzerichting Doorbouwen met minder middelen Maatregelen: ● Ambitie woningbouwtempo: 6.000 woningen per jaar tot 2026. Daarna teruglopend bouwtempo. ● Ambtelijke inzet: meer procesverantwoordelijkheid bij markt ● Bouwprogramma: inzetten op minimum aantal sociale woningen per jaar en meer flexibiliteit in middelduur en vrije sector.
En meer flexibiliteit met duurzaamheidsambities ● Maatschappelijke voorzieningen: grotendeels voldoen aan referentienormen ● Bovenplanse mobiliteit en groen. Realiseren minimumpakket aan de benodigde bovenplanse investeringen voor mobiliteit voor de groei van de stad. Geen bovenplanse investeringen in openbare ruimte en landschap. Duiding financiële consequenties: ● Dit is een bezuiningsscenario. ● De benodigde investeringen voor de groei van de stad worden naar achteren geschoven.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 42 van 77
Keuzerichting Betaalbare nieuwbouw Maatregelen: ● Ambitie woningbouwtempo: 6.000 woningen per jaar langjarig vasthouden ● Ambtelijke inzet: meer regie op bouwprogramma ● Bouwprogramma: vasthouden aan 40-40-20 en aanvullende maatregelen voor betaalbare woningen en woningtypen voor gezinnen, ouderen en voorrang omwonenden. ● Maatschappelijke voorzieningen: voldoen aan referentienormen. Ongelijk investeren: meer in Nieuw-west, Noord en ZuidOost. ● Bovenplanse mobiliteit en groen. Realiseren 100% van de benodigde bovenplanse investeringen in mobiliteit voor de groei van de stad. Accepteren dat sommige investeringen later gereed zullen zijn dan de woningbouw. Geen bovenplanse investeringen in openbare ruimte en landschap. Duiding financiële consequenties: ● Dit scenario vraagt een verruiming van de financiële middelen, maar minder dan de scenario’s ‘Versnellen bouwproductie’ en ‘Bouwen aan complete wijken’. ● De aanvullende eisen aan het bouwprogramma heeft (met een vertraging van enkele jaren) negatieve consequenties op de grondexploitatie van gebiedsontwikkelingen en daarmee op het de vulling van het vereveningsfonds. ● Om de ontwikkeling financieel haalbaar te maken, gaat dit scenario uit van een stevige bijdrage van het Rijk en van bezuinigen op de investeringen in openbare ruimte en groen.
Bouwen aan complete wijken Maatregelen: ● Ambitie woningbouwtempo: 5.000 woningen per jaar langjarig vasthouden ● Ambtelijke inzet: meer regie op een complete wijkontwikkeling ● Bouwprogramma: inzetten op een goede verdeling van financieringscategorieën per gebied (gem 30-40-30). Sterke sturing op duurzaamheidsambities. En sturen op een passende mix van commerciële en betaalbare bedrijfsruimtes. ● Maatschappelijke voorzieningen: voldoen aan referentienormen met aanvullende ambities ● Bovenplanse mobiliteit en groen. Realiseren 100% van de benodigde bovenplanse en schaalsprong investeringen voor de groei van de stad. Inzet om deze investeringen op tijd gereed te hebben voor de woningbouw. Extra ambities in de mobiliteitstransitie. Duiding financiële consequenties: ● Dit scenario vraagt een stevige verruiming van de financiële middelen. Met name voor investeringen in mobiliteit, MV en groen. Ook dit scenario gaat uit van een stevige bijdrage van het Rijk. ● Er moet rekening gehouden worden met een negatieve invloed op de grondexploitaties van gebiedsontwikkelingen, en daarmee de vulling van het Vereveningsfond, als gevolg van extra duurzaamheideisen en toevoegen van betaalbare bedrijfsruimtes. Iets meer flexibiliteit in bouwprogramma kan dit mogelijk enigszins temperen.
● Om de ontwikkeling financieel haalbaar te maken, gaat dit scenario uit van een meer realistisch woningbouwtempo van 5.000 woningen per jaar. Dit is nog steeds een ambitieus woningbouwtempo als je complete wijken wil bouwen
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 43 van 77
Deel 4. Verdieping per investeringsdomein Introductie In dit hoofdstuk wordt ingezoomt op elk domein, waarbij telkens in vier onderdelen de investeringssituatie van het domein wordt geschetst. 1. Tabel met investeringen naar type en categorie 2. Meerjarige investeringsopgave 3. Knoppenoverzicht 4. Overige toelichting De tabel (1.) geeft een overzicht welke type investeringen onder het domein vallen, in welke investeringscategorie deze vallen ( zijn/verbeteren/maken) en van welke financiële omvang deze investering gemiddeld is. We tonen in deze tabel de gemiddelde investeringsopgave van het domein. De meerjarige investeringsbehoefte (2.) laat zien hoe de investeringsopgaven zich over tijd ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de investeringsruimte van B2022. In het knoppenoverzicht (3.) wordt weergegeven op wat voor manier de investeringsdomeinen de totale omvang van hun investeringen kunnen beïnvloeden en wat zij hebben gedaan om deze onder de investeringsruimte van B2022 te passen. De grijze knop geeft aan wat de investeringsbehoefte is, de zwarte knop welke keuzes zijn gemaakt om binnen de investeringsruimte te passen. In overige toelichting (4.) is er ruimte om nog zaken te benoemen die niet eerder aan bod waren gekomen, maar wel relevant zijn voor dit investeringsdomein.
Aangezien de dynamiek van investeringsdomeinen specials, grond & ontwikkeling en erfpacht afwijken, worden hiervoor een andere structuur aangehouden.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 44 van 77
4.1 Openbare ruimte en mobiliteit De openbare ruimte en de verkeer- en vervoersystemen vormen het fundament voor het wonen, werken en leven in Amsterdam. Samen met de Amsterdammers en ondernemers werken we daaraan. De langjarige gemiddelde investeringsopgave per jaar bedraagt € 468 mln per jaar, echter het domein openbare ruimte en mobiliteit wordt - meer dan de andere domeinen nog - ook begrensd door realiseerbaarheid. Deze realiseerbaarheid is afhankelijk van meerdere factoren. Naast de aard en omvang van de investeringen en het aantal investeringen is het op hoofdlijnen terug te voeren naar de middelen (budgetten, capaciteit en materiaal) om het werk te doen en de ruimte19 in de stad om een werk uit te voeren. Onder andere door deze beperkte capaciteit in zowel de ambtelijke organisatie (bijv. gemeentelijk ingenieursbureau) als de markt (bijv. geschikte aannemers) worden projecten soms ongewenst getemporiseerd. Dit is ook een van de redenen dat de realisatie jaarlijks ook niet gelijk zal zijn. In de afgelopen jaren is na de reorganisatie van de organisatie (SWOR) hard gewerkt aan het op peil brengen van de interne uitvoeringsorganisatie. Ook hebben we de contracten met de markt vernieuwd. Daarmee zijn we van € 80 miljoen in 2018 doorgegroeid naar een omzet van circa € 300 miljoen in 2021.
De verwachting is dan ook dat het domein circa 5 jaar nodig heeft om voldoende verder op te schalen om de volledige opgave ook te realiseren, echter is ook hierop geen garantie. Voor de komende vijf jaar wordt dus rekening gehouden met een realisatiekracht lager dan wat puur op basis van de investeringsopgave gewenst zou zijn. Hierdoor komt het gemiddelde voor de periode 2021-25 uit op € 366 miljoen per jaar, in de tabel hieronder is hiervoor een centrale afslag genomen. Dit investeringsdomein omvat daarmee ongeveer 42% van de totale investeringsopgave. De investeringsruimte voor het domein openbare ruimte en mobiliteit bedraagt gemiddeld € 240 miljoen per jaar.
19
De ruimte in de stad om een project uit te voeren is onder meer afhankelijk van bereikbaarheid en toegankelijkheid van de stad, het maatschappelijk draagvlak voor een project en randvoorwaarden vanuit wet- en regelgeving voor de uitvoering van het werk. Een broedende vogel kan de planning van een werk zomaar enkele maanden opschorten.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 45 van 77
4.1.1 Tabel met investeringen naar type en categorie - Openbare ruimte en mobiliteit
Type
Categorie
Gem. investeringsopgave per jaar Beschrijving ‘21-’25 (€ mln)
Openbare ruimte: - Verhardingen - Openbare verlichting - Verkeerssystemen - Civiele constructies - Parkeervoorzieningen
119,2
Programma Bruggen en kademuren (PBK)
179,0
Stad zijn
Aanpak Wegtunnels Amsterdam (AWA)
46,2
Vervanging brosse leidingen
6,0
Transitie-opgaven Beleidsopgaven mobiliteit en openbare ruimte Mobiliteitsplannen voor de groeiende stad Subtotaal stad zijn Subtotaal stad verbeteren Subtotaal stad maken Totaal Afslag realisatie Totaal na afslag realisatie
12,0 Stad verbeteren 33,0
Stad maken
72,4
Het regulier vervangen of renoveren van assets in de openbare ruimte en parkeervoorzieningen in de bestaande stad
Het wegwerken van achterstalligheid aan de bruggen en kademuren door deze versneld te vervangen of te renoveren Het vervangen en aanpassen van tunneltechnische installaties in de tunnels en de vervanging van de verkeerscentrale om de tunnels te laten voldoen aan de in 2012 aangescherpte tunnelwetgeving Versnelde vervangingsinvesteringen om de vervanging brosse leidingen mogelijk te maken Versnelde vervangingsinvesteringen om de transitie-opgaven (energie, aardgas, klimaat, CO2 e.d.) mogelijk te maken Het verbeteren van de openbare ruimte en mobiliteitsvoorzieningen middels aanpassing en herinrichting Het realiseren van nieuwe bovenplanse20 voorzieningen voor de mobiliteit, zoals openbaar vervoersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, verkeer en fietsvoorzieningen en voorzieningen voor de auto.
350,4 45,0 72,4 467,8 102,2 365,6
Tabel 4.1.1: Investeringen in Openbare ruimte en mobiliteit Belangrijk bij deze cijfers te vermelden dat de stijgende bouwkosten als gevolg van schaarste in bouwmaterialen hier nog niet in zijn verwerkt. Deze kosten stijgen veel meer dan de inflatie en hebben flinke impact op de prijzen van investeringen in de openbare ruimte en mobiliteitsvoorzieningen. In de scenario’s in de samenvatting is wel rekening gehouden met deze stijgende bouwkosten.
20
Bovenplans betekent dat de voorzieningen buiten de plangrenzen van een grondexploitatie vallen of conform de regels niet in een grondexploitatie mogen worden meegenomen.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 46 van 77
4.1.2 Meerjarige investeringsopgave - Openbare ruimte en mobiliteit Het meerjarig beeld op de investeringsbehoefte voor Openbare ruimte en mobiliteit kent een zekere grilligheid. Hiervoor zijn meerdere oorzaken aan te wijzen: 1.
2.
3.
4. 5.
Voor de bovenplanse investeringen ten behoeve van de groei van de stad voorzien we vanuit reeds opgestarte plannen vooral in de periode 2025 – 2035 een stevige toename van de opgave. Tot en met 2030 zullen alle brosse gasleidingen worden vervangen door Liander. Daarvoor zal de gemeente ook op onderdelen moeten mee investeren in de openbare ruimte om dit mogelijk te maken De komende drie decennia zullen de investeringen in de transitie-opgaven een vlucht moeten nemen om in 2050 de gestelde doelen te realiseren. Dit zal voor de openbare ruimte ook leiden tot versnelde vervangingsinvesteringen om deze transities mogelijk te maken De reguliere vervanging aan assets volgt geen jaarlijks gemiddelde maar kent pieken en dalen, waardoor de investeringsbehoefte van jaar tot jaar verschillen kan laten zien De aanpak van bruggen en kademuren waarvoor we in 2019 zijn gestart met de programma-organisatie zal in de komende jaren nog moeten versnellen om de achterstalligheid daadwerkelijk te gaan inlopen.
Legenda De blokhaken geheel links refereren naar de categorie: Stad maken in rood , Stad verbeteren in roze en Stad zijn in Grijs. De zwarte lijn van 2021 tot 2025 geeft het investeringsruimte van Begroting 2022 aan, en de stippellijn het gemiddelde in die periode.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 47 van 77
4.1.3 Knoppen - Openbare ruimte en mobiliteit Hieronder zijn de belangrijkste knoppen weergegeven voor het domein Openbare ruimte en mobiliteit Grijze knop: investeringen volgens investeringsbehoefte (norm). Zwarte knop: investeringen voorzien in begroting 2022. Rood omrand: domeinoverstijgende knop.
Toelichting stand knoppen Bij vaststelling begroting 2022 is de investeringsruimte voor de periode 2021 – 2025 vastgesteld op een jaarlijks plafond van € 240 miljoen (217 miljoen maatschappelijk en 23 miljoen rendabel). Dit plafond was in 2021 niet toereikend om alle lopende en nieuwe investeringsopgaven onder te brengen in de investeringsportfolio voor Openbare Ruimte en Mobiliteit. Bij eerste inrichting van de investeringsportfolio is dan ook nog niet aan knoppen gedraaid, maar is eerst en vooral gekeken hoe de reeds lopende investeringen in het nieuwe stelsel konden worden ingepast. De stand van de zwarte knoppen zijn dan ook niet het resultaat van weloverwogen keuzes bij de inrichting van de investeringsportfolio, maar de weergave van de lopende investeringen en een beperkte toevoeging van nieuwe investeringen. Stad zijn: In de huidige investeringsportefeuille ligt het zwaartepunt van de investeringen bij de vervangingsopgave inclusief het wegwerken van achterstalligheid. Dit betreft circa € 1,2 miljard in de periode ‘21-’25. Dit is niet toereikend om te voldoen aan de norm. Op de reguliere vervangingsopgave halen we niet de doelstelling om de openbare ruimte op niveau Sober in stand
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 48 van 77
te houden. En voor het wegwerken van achterstalligheid wat met name voor Bruggen en Kademuren geldt hebben we in de huidige portfolio ook niet voldoende middelen kunnen opnemen om te voldoen aan de ambitie om de achterstalligheid binnen 20 – 30 jaar weg te werken. Voor de aanpak van de wegtunnels is afgelopen jaar vastgesteld dat er onvoldoende ruimte was om de Arenatunnel op te knappen en is besloten om de Arenatunnel tijdelijk te sluiten. Stad Verbeteren: De stadsverbeteringsprojecten beperken zich tot een aantal (ondergrondse) parkeergarages en enkele herinrichtingen. Het gaat hier in de periode ‘21 - ‘25 om circa € 110 miljoen. Een groot deel van de gemeentelijke inspanningen voor Stad Verbeteren verlopen via het SMF. Deze inspanningen worden dus niet als te activeren investering binnen de investeringensruimte meegenomen. Ondanks deze belangrijke middelen worden de doelstellingen op het ruimtelijk beleid en het gebiedsgericht werken (voor zover dit uiteraard het domein openbare ruimte en mobiliteit betreft) niet volledig gehaald. De transitie-opgaven zullen in de komende decennia in de stad om versnelde vervangingsinvesteringen vragen, om de transities mogelijk te maken. Deze investeringen zijn nu nog niet in het domein voorzien. De inschatting is dat hier de komende jaren jaarlijks een fors bedrag voor nodig is.
Dat is nu gesteld op € 20 miljoen per jaar vanaf 2026 Stad maken: Voor de bovenplanse investeringen is nagenoeg geen ruimte. De circa € 130 miljoen die wordt ingezet voor Stad Maken in de periode ‘21 - ‘25 betreft lopende projecten. Om te doen wat nodig is, was voor deze periode tenminste € 200 tot 250 miljoen extra nodig voor onder andere: ● ● ●
De verdere voorbereiding en uitvoering van de Cruciale Mijl voor de ontsluiting van IJburg en Zeeburgereiland. De realisatie van de Smart Mobilityhub in Zuidoost De Uitbreiding van de P + R in Noord
Belangrijke connotatie bij de investeringsopgave voor Stad maken is dat deze met gezamenlijke financiering vanuit GREX/VEF en VRA wordt aangepakt, zie ook. Ook vanuit het SMF wordt bijgedragen aan Stad Maken. De bijdragen uit het SMF richten zich vooral op de planvorming en planvoorbereiding voor projecten en het programmamanagement op de vastgestelde Mobiliteitsplannen. Een notie bij de knop voor Stad maken is dat er voor bovenplanse investeringen in de openbare ruimte en mobiliteit geen directe relatie mogelijk is tussen de investeringsbehoefte en de groeinorm (in aantal woningen). Daarom zijn handelingsperspectieven uitgewerkt die zijn opgenomen in de eerder genoemde fiche Mobiliteitsplannen en Groeiende Stad. De huidige investeringen richten zich eigenlijk vooral op ingrepen die reeds nodig waren voor de woningbouw in de afgelopen jaren.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 49 van 77
Toelichting per knop
Reguliere vervangingsopgave Beschrijving: Om de openbare ruimte en mobiliteitssystemen in de stad op peil te houden is het nodig om de assets te vervangen of te renoveren aan het einde van hun technische levensduur. Vervanging of renovatie betekent altijd dat de openbare ruimte en mobiliteitssystemen naar de huidige maatstaven worden teruggebracht, opdat het ook toekomstbestendig is. Categorie: Stad zijn Norm-stand: De beheerambitie is bij vaststelling 1 Amsterdam Heel en Schoon gesteld op niveau verzorgd. In 2020 is besloten om voorlopig te koersen op niveau Sober. Dit is het beheerniveau waarbij geen achterstalligheid ontstaat en de openbare ruimte en mobiliteitssystemen hun technische levensduur halen zonder dat de gebruiksveiligheid in het geding komt Stand begroting 2022: Onder het niveau Sober.
Wegwerken achterstalligheid Beschrijving: In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is vastgelegd dat gemeenten achterstallig onderhoud aan hun kapitaalgoederen niet mogen laten voortbestaan en binnen een afzienbare tijd moeten wegwerken. Voor met name de bruggen en kademuren geldt dat de omvang van de achterstalligheid dusdanig omvangrijk is dat er meerdere decennia nodig zijn om dit weg te werken. Categorie: Stad zijn Norm-stand: Voor het programma Bruggen en Kademuren is bij de start de scope bepaald om de achterstand in 20 – 30 jaar weg te werken. Stand begroting 2022: De meerjarige investeringsopgave van bruggen en kademuren voor 2023 en verder en ook de vervanging van de Arenatunnel als onderdeel van de Aanpak Wegtunnels Amsterdam kon niet worden ingepast in de investeringsruimte. Binnen de huidige uitgangspunten zal het voor bruggen en kademuren ook de komende jaren niet mogelijk zijn in de omvang die nodig is om de achterstand in het beoogde tempo weg te werken. Mogelijk kan de aanpak zelfs stilvallen. Voor de Arenatunnel geldt hetzelfde.
Ruimtelijk beleid en gebiedsgericht werken Beschrijving: Voor een leefbare en aantrekkelijke stad die toegankelijk is voor iedereen is er ruimtelijk beleid opgesteld voor de openbare ruimte en mobiliteit. Daarnaast wordt middels het gebiedsgericht werken de verbinding gezocht met de vraag en behoefte van de inwoners in de stad. De beleidsthema’s zijn divers en breed en variëren van wettelijke opgaven zoals het verkeersveilig maken en houden van de stad, het verbeteren van de leefkwaliteit op straat tot mobiliteitsbeleid. Dit resulteert ook in een diversiteit aan investeringsprojecten die variëren van herinrichtingen van buurten, straten en pleinen , aanleg van HOV-voorzieningen. voorzieningen voor taxis en
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 50 van 77
touringcars tot aanpassingen aan metrostations en realisatie van fietsenstallingen.De gebiedsvragen hebben een zelfde en soms nog grotere diversiteit. Daarbij speelt met name ook de sociaal-maatschappelijke betekenis van de openbare ruimte een rol. Categorie: Stad verbeteren Norm-stand: De norm is dat we het ruimtelijk beleid en de gebiedsgerichte opgaven allemaal kunnen realiseren met de beschikbare middelen. Stand begroting 2022: Met het nieuwe investeringsstelsel komen met name maatschappelijke investeringen groter dan vijf miljoen euro in het gedrang. Voor kleinere investeringen biedt het SMF uitkomst met dien verstande dat de vraag groter is dan de beschikbare middelen. Hierin is echter goed een modus in te vinden.
Aantal woningen per jaar Beschrijving: Hoe meer woningen er gebouwd worden en hoe meer arbeidsplaatsen er worden gerealiseerd, hoe meer bovenplanse investeringen in de openbare ruimte en mobiliteitssystemen nodig zijn. Voor de openbare ruimte en mobiliteitssystemen is geen directe relatie mogelijk met het aantal woningen dat jaarlijks wordt gebouwd, omdat de investeringen koppelen aan de gebieden waar wordt gebouwd. Om toch een indicatie te geven is omgerekend vanuit de nu bekende investeringssom berekend dat voor elke 1.000 woningen circa € 15 miljoen aan extra investeringen nodig is. Als de investeringsruimte dat toelaat kan middels prioriteitstelling over de maatregelen en temporisering van maatregelen kan gestuurd op de investeringen voor stad maken. Categorie: Stad maken Norm-stand: De bovenplanse investeringen volgen de woningbouw. Er is daarom geen ‘norm’ stand te definiëren. Voor deze schuif ontbreekt dus een grijze knop. Het feit dat de bovenplanse investeringen volgend zijn, wil niet zeggen dat de woningbouw zonder bovenplanse investeringen kan. Het tegendeel is waar. En er zijn ook zogenaamde kantelpunten waarop eerst de bovenplanse investering moet plaatsvinden om de volgende stap in de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Stand begroting 2022: De ruimte ontbreekt om de investeringen te doen die in de periode 2021 – 2025 zijn voorzien.
Daarmee sluit het huidige investeringsniveau niet aan bij de groeiambitie van 7.500 woningen per jaar.
Transities (energie, aardgas, klimaat, biodiversiteit, CO2 e.d.) Beschrijving: Vanuit internationale akkoorden en verdragen, en nationaal beleid staat Nederland en daarmee ook Amsterdam voor een aantal grote veranderopgaven die voor een belangrijk deel hun beslag moeten krijgen in de openbare ruimte. Voor veel van die veranderopgaven is ambitie om in 2050 de beoogde doelstellingen te hebben gerealiseerd. De financiering van deze opgaven vallen buiten de scope van het investeringsdomein Openbare Ruimte en Mobiliteit. Om de transities mogelijk te maken zal openbare ruimte voor een deel versneld moeten worden vervangen en aangepast. De verwachting is dat hiervoor vanuit Openbare Ruimte en Mobiliteit wel investeringen nodig zijn. Categorie: Stad verbeteren
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 51 van 77
Norm-stand: Voor veel transitie-opgaven is de ambitie om deze in 2050 gereed te hebben. Sneller is gegeven de omvang van de opgaven vanuit uitvoerbaarheid niet realistisch. Daarom is de normstand ook de maximale stand. Stand begroting 2022: In de huidige begroting is nog geen rekening gehouden met bijdragen voor de transitie-opgaven middels versnelde investeringen voor vervanging en aanpassing van de openbare ruimte. Zonder deze inzet, of aanvullende middelen vanuit het Rijk en/of EG is te verwachten dat 2050 niet wordt gehaald.
4.1.4 Overige toelichting - Openbare ruimte en mobiliteit De investeringen in het openbare ruimte en mobiliteit kennen geen specials. Wel kennen we in dit domein investeringen die omwille van de omvang en complexiteit onder de Regeling Risicovolle Projecten vallen en daarmee extra bestuurlijk-politieke aandacht krijgen middels periodieke voortgangsrapportages. Deze projecten zijn onderdeel van het eerder geschetste totaalbeeld van Openbare Ruimte en Mobiliteit, en komen dus niet nog eens bovenop deze opgave. Tabel met investeringen naar type en categorie – RRP-projecten
Project
Categorie
Totale netto investering 2022 Beschrijving ( x € mln)
Programma Bruggen en Kades
122,3
Vervangingsprogramma
Oranje Loper
40,2
Vervanging negen bruggen en weg/rails op tracé Martelaarsgracht – NZ Vburgwal - Mercatorplein
61,6
Vervanging/aanpassing aan tunnelwet
26,5 3,0
Vervanging Stationsplein en omgeving Vervanging drie bruggen en Vijzelstraat Functionaliteit verbeteren ten behoeve van tram en trein Aanleg warmtenet en onderhoudsopgave Doortrekken en aanpassen IJtramlijn en overige ontsluiting Zeeburg en IJburg Bouw nieuwe parkeergarage onder de Singelgracht bij Frederik Hendrikplantsoen
Stad zijn
Aanpak wegtunnels Amsterdam De Entree Rode Loper (restant) Station Lelylaan Middenmeer Noord Mobiliteitsplan Zeeburg en IJburg
Stad verbeteren
1,4 2,2 0,0
Stad maken
Singelgrachtgarage
35,8
Subtotaal stad zijn Subtotaal stad verbeteren Subtotaal stad maken Totaal
253,6 3,6 35,8 293,0
Tabel 4.1.2: Investeringen in RRP projecten binnen Openbare Ruimte en Mobiliteit
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 52 van 77
In de tabel hierboven is de netto investering opgenomen. Projecten voor stad verbeteren en stad maken komen vaak in aanmerking voor een bijdrage van de Vervoerregio Amsterdam (VRA) en/of het Rijk. Het project Station Lelylaan bijvoorbeeld wordt naar verwachting voor circa 75% door andere partijen dan Amsterdam gefinancierd. De cruciale mijl, onderdeel van de aanpassing van de IJtramlijn, wordt zelfs volledig uit het Vereveningsfonds en de bijdrage van VRA gefinancierd. De RRP-projecten leggen in 2022 een groter beslag op de investeringsruimte in het domein openbare ruimte en mobiliteit dan jaarlijks beschikbaar is. Bij een groei van het budget voor het Programma Bruggen en Kades, vanuit de opgave noodzakelijk is, zal dat na 2022 het geval blijven. De schaalspronginvesteringen maken geen onderdeel van deze RRP-projecten, maar worden beschouwd als investering met een programma overstijgend karakter. Deze zijn eerder behandeld in hoofdstuk 3.1.3.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 53 van 77
4.2 Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn de ruggengraat van een leefbare, inclusieve en aantrekkelijke stad. Het gaat om schoolgebouwen, cultuur- en sportvoorzieningen, OKT’s en jongerencentra, buurtkamers en huizen van de wijk, gezinsopvang en nog meer. De totale gemiddelde investeringsopgave over ‘21 - ‘25 in voor MV is €227 mln per jaar, en is daarmee ongeveer 26% van de totale investeringsopgave. n deze opgave is het uitgangspunt dat we bouwen volgens de wettelijke normen (geen extra duurzaamheidsambities) en de voorzieningen mee kunnen groeien met de groei van de stad (uitgaande van 7.500 woningen per jaar). Op dit moment zijn kinderdagverblijven bij nieuwe basisscholen (stad maken) als enige rendabele investeringen meegenomen in de opgave. 4.2.1 Tabel met investeringen naar type en categorie - Maatschappelijke voorzieningen
Type
Categorie
Onderwijshuisvesting Jeugd, Zorg en basisvoorzieningen Kunst en Cultuur Sport
Stad zijn
Kunst en Cultuur
13,0 8,9 13,5
Onderwijshuisvesting Jeugd, Zorg en basisvoorzieningen
Gem. investeringsopgave per jaar Beschrijving ‘21-’25 (€ mln) 70,9
15,0 Stad verbeteren
3,4 1,9
Sport
1,9
Onderwijshuisvesting
57,1
Jeugd, Zorg en basisvoorzieningen
Stad maken
20,6
Kunst en Cultuur
6,0
Sport
14,5
Subtotaal stad zijn Subtotaal stad verbeteren Subtotaal stad maken Totaal
106,3 22,2 98,2 226,7
Het regulier vervangen of renoveren van maatschappelijke voorzieningen in de bestaande stad Het grootste gedeelte van de uitgaven aan stad verbeteren zijn uitbreidingen. Denk hierbij aan uitbreiding van populaire scholen en extra voorzieningen in ontwikkelbuurten. Daarnaast zijn investeringen in deze categorie afhankelijk van politieke keuzes, een voorbeeld uit het verleden is het verbeteren van het binnenklimaat van scholen.
Het bouwen van nieuwe maatschappelijke voorzieningen als gevolg van groei van de stad conform de referentienorm.De investeringsopgave is hier gedimensioneerd op een groei van 7.500 woningen/jaar.
Tabel 4.2.1: Investeringen in Maatschappelijke voorzieningen
Belangrijk bij deze cijfers te vermelden dat deze zijn berekend op prijspeil 2022 en de stijgende bouwkosten hier nog niet in zijn verwerkt. Deze stijgen veel meer dan de inflatie en hebben flinke impact op de prijzen van investeringen in maatschappelijke voorzieningen. In de scenario’s in de samenvatting is wel rekening gehouden met deze stijgende bouwkosten.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 54 van 77
4.2.2 Meerjarige investeringsopgave - Maatschappelijke voorzieningen Legenda De blokhaken geheel links refereren naar de categorie: Stad maken in rood , Stad verbeteren in roze, en Stad zijn in Grijs. De zwarte lijn van 2021 tot 2025 geeft het investeringsruimte van Begroting 2022 aan, en de stippellijn het gemiddelde in die periode.
Het meerjarige beeld voor Maatschappelijke Voorzieningen is stabiel uitgaande van stabiele groei van de stad. Er is geen afloop of opstart van grote (incidentele) investeringen die dit beeld beïnvloeden.
Nota Investeringen - maart 2022
[Inhoudsopgave]
Gemeente Amsterdam
Pagina 55 van 77
4.2.3 Knoppenoverzicht - Maatschappelijke voorzieningen Hieronder zijn de belangrijkste knoppen weergegeven voor het domein Maatschappelijke Voorzieningen. Grijze knop: investeringen volgens investeringsbehoefte (norm). Zwarte knop: investeringen voorzien in begroting 2022. Rood omrand: domeinoverstijgende knop.