CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw Gebruik 2025 gemeente Amsterdam.pdf

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 27 mei 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Jaarverslag en beleidsevaluatie VTH Bouw & Gebruik 2025 (VN2026-005209)28.515 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

duurzaamheidsadvies en wijst de eigenaar op de verplichting. Als dat uiteindelijk niet tot de gewenste verduurzaming leidt dan gaat het handhavingstraject van start. Voor panden met een kantooroppervlak van 100 tot 800 m2 neemt VTH het toezicht en de handhaving voor haar rekening. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (hierna: Omgevingsdienst) doet dit voor kantoorpanden met meer dan 800m2 kantoorruimte. Het toezicht op deze verplichting is stedelijk project­ matig opgepakt. Uit een eerste inventarisatie in de categorie 100 tot 800 m2 kwam een selectie van 419 panden. Hiervan bleken 101 panden in deze categorie om verschillende redenen niet Label C-plichtig zijn. De verplichting is bijvoorbeeld niet van toepassing als het een monument betreft, het gebruik als kantoor binnen 2 jaar beëindigd zal zijn of wanneer er minder dan 50% van deze oppervlakte wordt gebruikt als kantoor. Fysieke controle was alleen noodzakelijk wanneer uit de beschikbare informatie niet eenduidig was af te leiden hoe groot het feitelijk kantooroppervlak is. Alle pandeigenaren hebben in 2024 een eerste brief ontvangen, waarin de regels voor Label C zijn uitgelegd. De aanpak is voortgezet in 2025 en zit qua afronding ongeveer op 87%. In de aanpak wordt zo veel mogelijk de menselijke maat toegepast. Momenteel zijn er nog 26 dossiers in behandeling.

Er zijn 4 voornemens tot een last onder dwangsom verstuurd, 10 besluiten last onder dwangsom opgelegd en er is 1 invordering gestart. Daarnaast zijn er 2 bezwaren. Hierover zijn gesprekken gaande. Opvallend is dat eigenaren in beweging komen, maar vaak afhankelijk zijn van een besluit op de aanvraag voor een omgevingsvergunning, erfpachtcontracten of aannemers. Verder zijn er eigenaren die een beroep doen op de hardheidsclausule om gemotiveerd te mogen afwijken, of eindigt het gebruik als kantoor omdat het pand binnenkort wordt gesloopt of verbouwd wordt tot woning.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

Toezicht en Handhaving Label C structureel In eerste instantie is de handhaving van Label C als projectopgave ingericht, maar dit wordt weer teruggebracht naar structurele uitvoering. Deze taak blijkt structureel van aard, hoewel met een lage frequentie. De redenen daarvoor zijn: 1. Het energielabel heeft onder de huidige wetgeving een geldigheidstermijn van 10 jaar; 2. Het feitelijke gebruik van een pand is bepalend voor de verplichting. Dat gebruik kan uiteraard veranderen. In 2025 is de implementatie gestart en een werkwijze ontwikkeld om deze handhavingstaak voor de toekomst te bestendigen. Dit is gebaseerd op twee pijlers: 1.

2.

Data-gestuurde handhaving van de bestaande voorraad De handhaving is ingericht als een cyclisch proces, gebaseerd op de tienjarige geldigheidsduur van energielabels. Momenteel wordt een nieuw dashboard ontwikkeld om actief de afloopdata van circa 300 kantoorpanden (100–799 m2) te monitoren. Hiermee wordt het mogelijk om waarschuwingsbrieven geautomatiseerd en proactief te versturen. Ook zal het dashboard sturingsinformatie bieden om risicogestuurd toezicht te ondersteunen. De VTH-afdelingen voeren vervolgens het volledige juridische traject uit van waarschuwing tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang. Integratie bij renovatie en functiewijziging Om overtredingen te voorkomen wordt onderzocht hoe de energielabelplicht kan worden geïntegreerd in het vergunningenproces. Bij functie­wijzigingen naar kantoor wordt na afronding een geldig energielabel gevraagd. Daarnaast worden eigenaren door het Rijk actief gewezen op de verplichting tot hercertificering na ingrijpende renovaties, aangezien bestaande energielabels dan hun representativiteit verliezen.

26

Met de afronding van het dashboard en de verdere verankering binnen de uitvoering wordt toegewerkt naar een robuuste en toekomstbestendige werkwijze. Hierdoor wordt de naleving van de energielabelverplichting structureel en kunnen bestuur en overige ketenpartners worden voorzien van actuele en betrouwbare sturingsinformatie.

Duiding en evaluatie Toezicht en handhaving op de Label C-verplichting conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht, zoals nader geconcretiseerd in het VTH Beleid FLO 2024 van Amsterdam, heeft het gewenste effect. We zien een bereidheid bij kantooreigenaren om aan de eisen te voldoen en over te gaan tot het verduurzamen van het pand. Daarmee daalt het energieverbruik en neemt de CO2-uitstoot af. De opgave was ingericht als stedelijk dynamische opgave. Gezien de geldigheidsduur van het energielabel en het veranderend gebruik van kantoorpanden wordt deze taak in 2026 structureel belegd bij de stadsdelen. Daarvoor is in 2025 een werkwijze en implementatie ontwikkeld en wordt een dashboard ontwikkeld met betrouwbare sturingsinformatie om actief de afloopdata van circa 300 kantoorpanden (100–799 m2) te kunnen monitoren. Aanvullend wordt onderzocht hoe de energielabelplicht kan worden geïntegreerd in het vergunningenproces. De regels van de Hemelwaterverordening uit 2011 zijn in 2024 opgenomen in het Omgevingsplan, waardoor het naleven van de voorwaarden van de hemelwaterberging een weigeringsgrond voor een aanvraag zijn geworden. Hiermee wordt handelen conform de regelgeving en doelstellingen van de Hemelwaterverordening bevorderd.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

2.5 De groeiende stad Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op het bouwen, slopen en wijzigen van het gebruik van de fysieke leefomgeving binnen Amsterdam.

Omgevingsanalyse Amsterdam groeit en is in beweging. De druk op de Amsterdamse huizenmarkt is hoog, en de huizenprijzen stijgen. In zowel het voorgaande als het huidige coalitieakkoord wordt gekoerst op langjarige bouwproductie van woningen. Dit uit zich in een grote bouw dynamiek. De schaduwzijde daarvan is dat het aantal klachten/meldingen over overlast tijdens de bouw stijgt. De GGD geeft aan dat de geluidsoverlast bij het bouwen in de top drie van overlastmeldingen staat. In de afgelopen jaren is het aantal (ver) bouwactiviteiten duidelijk toegenomen, waarbij voor een aantal grotere locaties ontheffing is gegeven om ook buiten de normale bouwwerktijden (7.0019.00 uur) te bouwen, onder strengere voorwaarden. De ervaring leert dat omwonenden enige overlast accepteren, als ze op de hoogte worden gesteld van wat er wordt gedaan en hoelang de werkzaamheden duren.

Hoofddoel In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt richting gegeven aan het bouwen aan een menselijke metropool: Amsterdam en de rest van de metropoolregio als plek

27

waar mensen zich thuis kunnen voelen en zich kunnen ontwikkelen. Hierbij spelen de VTH-opgaven die onder dit thema vallen een grote rol. We dragen bij aan de kwaliteit van de bouw en de inrichting van de openbare ruimte, met aandacht voor de omgeving en de menselijke maat.

Inspanningen en resultaten Implementatie Omgevingswet en WKB Implementatie Omgevingswet en Wkb Amsterdam heeft zich intensief voorbereid op de komst van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Per 1 januari 2024 is het nieuwe stelsel in werking getreden. In de aanloop hiernaar toe hebben alle VTH-medewerkers cursussen en trainingen gehad. Er is een startteam ingericht waarin VTH-medewerkers uit de verschillende stadsdelen samen hebben gewerkt om deze grote wijzigingen goed voor te bereiden en daarmee onze bewoners en ondernemers zo goed mogelijk te kunnen bedienen. Werkinstructies, brieven en het ICT-systeem zijn aangepast zodat de nieuwe werkprocessen goed en stedelijk uniform gevolgd konden worden. Daarnaast zijn leertafels per stadsdeel en discipline ingericht. Hierin worden ervaringen en kennis gedeeld tussen de medewerkers zodat zij van elkaar kunnen leren en zich de nieuwe wet en werkprocessen eigen kunnen maken. Dit proces van ontwerpen, implementeren en

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

verbeteren heeft ook in 2025 nog een aanzienlijke tijdsinvestering gekost. Vergunningverlening voor bouwactiviteiten Meer en meer zijn alle partijen bekend met het werken volgens de Omgevingswet. Medewerkers kunnen bij vragen terecht bij de leertafels en bij de ervaren medewerkers uit het startteam. Ook de adviesorganen en professionele partijen die een aanvraag indienen vinden beter hun weg. Voor particulieren blijkt het echter vaak onduidelijk dat er een knip is tussen de technische omgevingsvergunning en de omgevingsplan vergunning. De vergunninghouder denkt vaak dat deze met 1 vergunning alles al heeft en kan starten met het project. In 2025 zijn er totaal 13.913 aanvragen omgevings­ vergunning voor bouw of verbouw behandeld. Uit de cijfers blijkt dat het merendeel van deze aanvragen zien op een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit, te weten 7.479 stuks. Een veel kleiner deel ziet op aanvragen om technische omgevingsvergunningen, te weten 3.613 aanvragen. Net als in 2024 is het aantal aanvragen om zeer grote bouwactiviteiten, met een bouwsom van meer dan 3 miljoen, in 2025 lager dan het aantal aanvragen om zeer grote bouwactiviteiten dat onder de Wabo werd ingediend. Hierbij speelt o.a. mee dat er in de periode voorafgaande aan de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, nog een ‘hausse’ aan aanvragen onder het ouder recht werd ingediend.

Ook spelen landelijke en economische ontwikkelingen zoals de stikstofproblematiek, netwerkcongestie, stijgende bouwkosten et cetera mee. In 2025 zijn er echter wel meer aanvragen ingediend dan in 2024, waardoor inmiddels een stijgende lijn zichtbaar is. Vergunningen worden onder de Omgevingswet niet meer van rechtswege verleend, maar er geldt wel een afhandelingstermijn (‘van orde’) van 8 weken voor afhandeling van de aanvragen, met een mogelijkheid tot een termijnverlenging van 6 weken. Het merendeel van de ingediende aanvragen wordt binnen deze nieuwe, krappere, wettelijke termijnen afgehandeld. Wanneer de aanvraag niet compleet is wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag

28

aan te vullen. De beslistermijn wordt door deze aanvullingstermijn opgeschort totdat de gevraagde gegevens zijn ingediend. Met instemming van de aanvrager kan de beslistermijn worden verlengd als de wettelijke beslistermijn van 8+6 weken is verstreken. Een reden om de beslistermijn te verlengen is als er sprake is van een complexe aanvraag met benodigd advies van diverse partijen die niet binnen de wettelijke termijn kan worden afgehandeld. De benodigde advisering, interne en externe (soms bestuurlijke) afstemming kan tot gevolg hebben dat er extra tijd nodig is voor een zorgvuldig en gedragen besluit. Met de (externe) adviespartners zijn werkafspraken gemaakt over de termijnen van advisering, zodat binnen de termijnen besloten kan worden op de aanvraag. De doorlooptijden worden doorlopend gemonitord en hier wordt ook actief op gestuurd. Uit de cijfers blijkt dat in 2025 een percentage van 73% van de aangevraagde omgevingsvergunningen binnen de wettelijke termijnen (inclusief opschortingen indien nodig) is afgehandeld. In de gevallen dat termijnen wel worden overschreden, gaat het in het algemeen maar over een paar dagen tot hooguit 2 tot 3 weken. Meer conceptaanvragen/ omgevingsoverleggen Een omgevingsoverleg is een informeel overleg om een conceptaanvraag te bespreken met partijen. Het bouwplan wordt besproken voordat een formele aanvraag wordt ingediend.

Doel van dit vroegtijdig overleg is om de haalbaarheid te toetsen en de regels helder te krijgen die op de locatie gelden. Op deze manier kan het definitieve vergunningsproces sneller doorlopen worden. Vooral bij projecten die afwijken van het Omgevingsplan of de regelgeving (Omgevingswet) wordt een conceptverzoek ingediend. Uit de cijfers blijkt dat er iets meer conceptaanvragen zijn behandeld dit jaar. In 2025 zijn er 1.560 concept­ aanvragen ingediend, dat zijn er 212 meer dan het jaar ervoor. Het grootste deel van deze aanvragen ging over omgevingsplanactiviteiten, 1.324 aanvragen, een veel kleiner deel over bouwtechnische activiteiten en ander soort aanvragen, 236 aanvragen. Het proces van behandeling van conceptaanvragen is arbeidsintensief.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

Melding bouw Wet kwaliteitsborging Voor bouwactiviteiten die onder het stelsel van de Wkb vallen is geen omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit verplicht, maar kan worden volstaan met het indienen van een melding. Zo weet het betreffende stadsdeel dat er een project gaat starten en wie de kwaliteitsborger en contactpersoon voor hen is. De Wkb geldt ook dit jaar alleen voor bouwwerken die vallen in ‘gevolgklasse 1’. Dit betreft (o.a.) nieuwbouw van grondgebonden woningen. Deze komen in Amsterdam beperkt voor. Daardoor is de omvang van deze activiteit relatief beperkt. In 2025 zijn er 128 meldingen van een kwaliteitsborger ontvangen, ongeveer gelijk verdeeld over de gehele stad. Langzaamaan wordt nu in de praktijk ervaring opgedaan met de omgang met de Wkb en de resterende toezichtstaken. Sloopmelding In Amsterdam wordt relatief veel gesloopt. Een groot deel van de panden is van voor 1993. Amsterdam wil dat sloopactiviteiten veilig en deskundig worden uitgevoerd. Het is van belang dat sloopactiviteiten zorgvuldig gebeuren zodat gevaar, schade of hinder ervan wordt voorkomen. In 2025 zijn in totaal 821 sloopmeldingen ontvangen. Maatwerkvoorschrift geluid en werktijden Volgens artikel 7.23 van het Bbl kunnen maatwerkvoorschriften worden gesteld, waarbij de dagwaarden, blootstellingsduur, tijdstippen en perioden kunnen worden versoepeld.

Deze maatwerkvoorschriften zijn min of meer een voortzetting van het instrument dat in het Bouwbesluit 2012 een ontheffing werd genoemd. De beoordeling vindt in Amsterdam plaats aan de hand van het ‘Afwegingskader bouwlawaai’. In 2025 zijn in totaal 61 maatwerkvoorschriften aangevraagd. Hierop is ook toezicht gehouden. Opgemerkt wordt dat, ondanks het voorschrift waarbij voorwaarden kunnen worden versoepeld, er nog steeds bij het verrichten van de werkzaamheden gebruik dient te worden gemaakt van de best beschikbare stille technieken.

29

Startgesprekken grote bouwprojecten Bij de grote bouwprojecten wordt door de toezicht­ houder altijd een zogenaamde startgesprek gehouden met de uitvoerder/ verantwoordelijke van het bouwproject. Daar worden zaken besproken als speciale voorwaarden in de vergunning, voorkomen van overlast voor de buurt, aan- en afvoertijden en routes, veiligheid voor de omgeving, etc. Hierdoor leren de partijen elkaar kennen en is duidelijk wat er van elkaar verwacht wordt. De ervaring leert dat er na een startgesprek over het algemeen minder klachten zijn.

Dynamische opgaven Aanpak Bouwdynamiek Onder Bouwdynamiek wordt verstaan: de stijgende hoeveelheid verbouwingen en renovaties aan bestaande panden, waarmee vierkante meters worden toegevoegd door uitbouw in de tuin, kelders, extra verdiepingen en balkons. Dit doet zich vooral voor in de 19e-eeuwse wijken met name de stadsdelen West en Zuid maar in toenemende mate ook elders in de stad. Vanwege de concentratie van de grote aantallen verbouwingen in een paar wijken, wordt daar overlast ervaren door bewoners zoals stof, lawaai en gebruik van de openbare ruimte. Daarnaast kunnen bewoners een aantasting van hun privacy of daglichttoetreding ervaren. Met de Aanpak Bouwdynamiek zet het college samen met de stadsdeelbesturen van Zuid en West erop in dat de overlast op een acceptabel niveau wordt geborgd en dat de omgeving van bouwprojecten in voldoende mate wordt betrokken en geïnformeerd. Uit de evaluatie blijkt dat de belangrijkste en meest effectieve maatregelen uit de Aanpak Bouwdynamiek inmiddels zijn uitgevoerd. Zoals het paraplubestemmingsplan grondwaterneutrale kelders en het inperken van vergunningsvrij bouwen. Het verplicht aan te brengen ‘bouwbord’ is digitaal beschikbaar en daarnaast is in de stadsdeelkantoren ook een fysiek exemplaar dat aannemers kunnen gebruiken.

Hierop wordt kenbaar gemaakt wat voor werkzaamheden er plaatsvinden, weten inwoners beter wat er in hun directe leefomgeving plaatsvindt. Ook in 2025 is ook weer ingezet op het bouwbord; dit wordt zelfs meegenomen tijdens de inspecties.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

In 2025 is -evenals in 2024- toezicht gehouden conform de Aanpak Bouwdynamiek en vindt handhaving plaats op bouwactiviteiten. Het gaat hierbij dan concreet om toezicht op geluid, werktijden, trilling en vervuiling. Deze onderwerpen worden ook betrokken in de hierboven genoemde startgesprekken. Daarnaast merken de afdelingen VTH van de stadsdelen en dan met name de toezichthouders dat zij regelmatig geconfronteerd worden met een verschil van inzicht tussen buren. Strikt genomen zijn de medewerkers van de gemeente hier geen partij in, maar de toezichthouders worden wel bevraagd over wat er is toegestaan volgens de regels. Meldingen over (illegale) bouwactiviteiten Bij illegale bouwactiviteiten bestaat een verhoogd risico dat deze in strijd met de geldende bouwregels worden uitgevoerd. Dit kan een risico opleveren voor de bouwtechnische staat van het gerealiseerde bouwwerk en daarmee ook een risico voor de gebruikers. Plus overlast voor omwonenden en mogelijk strijd met de planologische visie voor het gebied veroorzaken. Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat het hier niet per definitie gaat om illegale bouw. De meldingen kunnen ook gaan over bouwprojecten waar wel een vergunning voor is verleend of waar wel overlast wordt ervaren maar er conform de regels wordt gewerkt.

Naast het meldinggestuurd toezicht wordt ook toezicht op mogelijk illegale bouwactiviteiten gehouden door fysiek de wijken in te gaan en te letten op containers, bouwmaterialen en andere indicaties die wijzen op bouwwerkzaamheden. Daarbij is er extra aandacht voor de locaties waarvoor een vergunning is aangevraagd, maar gedurende het aanvraagproces is ingetrokken of geweigerd. Verder wordt onder meer toezicht gehouden op basis van signalen van ketenpartners. Het doel is om te voorkomen dat illegale bouwactiviteiten plaatsvinden en te waarborgen dat reeds aangevangen illegale bouwactiviteiten worden beëindigd of –indien mogelijk- gelegaliseerd.

30

Duiding en evaluatie In 2025 zijn er totaal 13.913 aanvragen omgevings­ vergunning voor bouw of verbouw behandeld. Uit de cijfers blijkt dat het merendeel van deze aanvragen zien op een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit, te weten 7.479 stuks. Een veel kleiner deel ziet op aanvragen om technische omgevingsvergunningen, te weten 3.613 aanvragen. Uit de cijfers blijkt dat er iets meer conceptaanvragen zijn behandeld dit jaar. In 2025 zijn er 1.560 concept­ aanvragen ingediend, dat zijn er 212 meer dan het jaar ervoor. Ook hierbij ging het grootste deel van de aanvragen over omgevingsplanactiviteiten en een veel kleiner deel over bouwtechnische activiteiten en ander soort aanvragen. Het afhandelingsproces van de conceptaanvragen is vaak arbeidsintensief. Door de toename van (vergunningsvrij) bouwen is er een risico op meer klachten en handhavingsverzoeken, dus meer toezicht achteraf. Bijvoorbeeld airco’s en warmtepompen zijn vaak vergunningsvrij. Hierdoor is een risico op geluidsoverlast voor de omgeving: er is geen aanvraag getoetst, terwijl er wel wettelijke regels voor geluidsproductie gelden. VTH Beleid Fysieke Leefomgeving 2024 Gelijktijdig met inwerkingtreding van de Omgevingswet is per 1 januari 2024 het VTH Beleid Fysieke Leef­ omgeving 2024 in werking getreden. Wij evalueren dit beleid jaarlijks en passen het beleid indien nodig aan.

Hieronder worden enkele voor het thema De Groeiende Stad relevante beleidsstrategieën geëvalueerd. Participatiestrategie De gemeente Amsterdam hecht waarde aan participatie. Wij vinden het belangrijk om bewoners en ondernemers te informeren over en te betrekken bij (ver)bouwprojecten die impact hebben op hun directe leefomgeving. Dit zorgt ervoor dat de plannen beter passen in de leefomgeving en het creëert draagvlak in de buurt. Het is tegelijkertijd een nieuw instrument. Samen moeten we ontdekken wat werkt en wat niet. Hoe we participatie beoordelen staat in het VTH-beleid FLO 2024. Daarnaast hebben we de Participatiehandreiking opgesteld. De eerste ervaringen leren dat bepaalde onderdelen vragen

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

oproepen. Zoals de vraag wanneer er voldoende is geparticipeerd, welke bewoners in de omgeving van het bouwplan worden geïnformeerd en hoe de uitkomsten van participatie moeten worden meegewogen bij de beslissing tot het al dan niet verlenen van de aangevraagde vergunning. Als gemeente stimuleren we participatie, tegelijkertijd is dit juridisch niet altijd verplicht. Dit maakt dat er soms verwachtingen kunnen ontstaan die niet waargemaakt worden. De Participatiehandreiking wordt apart geëvalueerd, waarbij ook de consequenties voor de participatiestrategie zoals opgenomen in het VTHBeleid FLO 2024 nader worden geconcretiseerd. Deze evaluatie zal in het vierde kwartaal van 2026 aan de raad worden aangeboden. Strategie Aanpak Bouwdynamiek Ook in 2025 is onverminderd toezicht gehouden conform de Aanpak Bouwdynamiek en vindt handhaving plaats op bouwactiviteiten. Het gaat hierbij dan concreet om toezicht op geluid, werktijden, trilling en vervuiling. In stadsdeel Zuid is in 2024 pilot gestart om bepaalde objecten (schaftketen en tijdelijke toiletten) te clusteren, deze pilot is in 2025 voortgezet. Hierbij wordt ook onderzoek gedaan naar het stellen van een maximum aan het aantal te reserveren parkeerplaatsen en/of te plaatsen objecten per bouwproject. Zodra de resultaten van deze pilot bekend zijn kunnen deze (eventueel) gebruikt worden voor aanpassing van de beleidsstrategie.

31

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

2.6 De leefbare stad Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op het behoud en de bescherming van groen. Overtredingen van de regelgeving rondom bescherming van flora en fauna moeten worden voorkomen. Het is niet toegestaan om beschermde diersoorten te verstoren, te verwonden of om hun verblijfplaatsen te vernielen. Voor beschermde planten is het verboden om de plek waar ze groeien te vernielen.

Omgevingsanalyse Amsterdam is een groene stad omdat het een rijke flora en fauna kent. In de stad komen ruim 10.000 verschillende soorten voor en er staan ongeveer 1 miljoen bomen. Dit draagt bij aan een prettig leef­ klimaat en is belangrijk voor de opname van CO2, het voorkomen van wateroverlast en het zorgen voor voldoende waterberging.

doeltreffend en transparant is. Er wordt onderzocht in hoeverre de doelstellingen en criteria in het bomen­ beleid helder zijn. En daarnaast of het proces van vergunningverlening bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen uit het beleid. Voorts wordt onderzocht op welke wijze inwoners worden geïnformeerd over (voorgenomen) kap. Tot slot wordt gekeken naar het proces van monitoring, toezicht en handhaving van de herplantplicht. Het eindrapport wordt verwacht rond de zomer van 2026. Dit rapport wordt vervolgens aangeboden aan de gemeenteraad. Zoals gebruikelijk bij onderzoeken van de Rekenkamer verwachten we een rapport voorzien van aanbevelingen gericht op het verbeteren van het beleid en de uitvoering daarvan.

Hoofddoel Bomen staan in tuinen, (sport)parken, begraafplaatsen en op straat. De gemeente beheert zo’n 300.000 bomen. Beheer betekent op tijd snoeien en regelmatig controleren op ziektes en onveilige situaties. Sommige bomen zijn zo belangrijk dat ze de status hebben van monumentale boom. Voor het kappen van een monumentale boom wordt alleen in bijzondere gevallen een vergunning verleend, bijvoorbeeld als de boom ziek is. Uitgangspunt bij het verlenen van een kapvergunning is dat voor elke boom die wordt geveld, 1 boom moet worden teruggeplaatst. Deze herplant is om praktische redenen met een kleinere boom, die op termijn uitgroeit tot een boom van dezelfde grootte. De Rekenkamer Amsterdam Zaanstad voert eind 2025 en begin 2026 een onderzoek uit naar vergunningverlening, toezicht en handhaving op kapvergunningen. Hierbij wordt onderzocht in hoeverre het gevoerde beleid voor kapvergunningen

32

We dragen bij aan een natuurinclusief en klimaatadaptief Amsterdam. Het huidige bomenbestand blijft op peil en de Amsterdamse flora en fauna wordt afdoende beschermd.

Inspanningen en resultaten Vellen houtopstand (kap) Het behoud van de bestaande bomen is belangrijk en moet op peil blijven. Voor het kappen van een houtopstand (boom of grote struik) is een omgevingsvergunning nodig. Een zorgvuldige afweging en het opleggen en uitvoeren van een herplantplicht, draagt bij aan een blijvend groene stad. In 2025 zijn 1.014 aanvragen ingediend voor het vellen van houtopstand (kap). Het gaat om particuliere bomen en om bomen die in beheer zijn bij de gemeente. In de Amsterdamse bomenverordening is vastgesteld

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

dat in beginsel voor elke boom die gekapt wordt er herplant plaatsvindt met een houtopstand die vergelijkbaar is met de gekapte boom. Deze herplantplicht wordt in de vergunning als voorwaarde opgenomen en moet binnen 3 jaar plaatsvinden. Er geldt een termijn van 3 jaar om de herplant onder gunstige omstandigheden te laten plaatsvinden waardoor de kans op het niet aanslaan klein blijft. Het toestaan van de kap van een boom wordt in alle gevallen zorgvuldig afgewogen waarbij een boomdeskundige advies uitbrengt. Wanneer de herplant echt niet mogelijk is op de locatie, dan moet een bedrag worden gestort in het gemeentelijk bomenfonds. De gemeente beheert dit fonds en plant met deze middelen op een andere geschikte plek een boom. Het stedelijk en lokaal bestuur hecht veel waarde aan het behoud van bomen en let er bij aanvragen specifiek op dat de aanvragen zorgvuldig zijn en er geen onnodig bomen worden gekapt. Dit geldt ook voor projecten van de gemeente zelf. Toezicht In het VTH-beleid Fysieke Leefomgeving 2024 zijn een aantal toezichtstrategieën over herplant opgenomen. Naast risicogestuurde controle op de vergunning­ verlening wordt in de vergunning verzocht om het opsturen van fotobewijs van de herplant. In 2024 is een start gemaakt met de administratieve controle op het bewijs van de herplant door middel van fotobewijs.

Omgevingsvergunning flora en fauna De omgevingsvergunning flora en fauna heeft als doel het beschermen van planten- en diersoorten die in Nederland in het wild voorkomen. De Provincie is voor afhandeling van deze vergunning het bevoegd gezag. De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) beoordeelt namens de provincie de aanvragen en voert het toezicht uit. Wanneer een aanvraag voor een omgevingsvergunning om activiteiten gaat die, naast de primair aangevraagde activiteiten, tevens een omgevingsvergunning flora en fauna nodig hebben, dan vraagt de gemeente advies en instemming hieromtrent aan bij de Provincie. De uitvoering van het toezicht op het onderdeel flora en fauna blijft bij de OD NHN liggen. In 2025 ging het om 9 aanvragen Omgevingsvergunning flora en fauna (12 aanvragen in 2024).

Dynamische opgaven Soortenmanagementplan Om te voorkomen dat bij elke aanvraag een quickscan en eventueel aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd moet worden, stelt de gemeente Amsterdam een soorten­managementplan (SMP) op. In het SMP zijn de locaties met beschermde dieren en planten aange­

33

geven, zijn concrete mitigatiemaatregelen opgenomen en gestandaardiseerde werkprotocollen geformuleerd. Hierdoor is duidelijk wat de regels en afspraken zijn voor het renoveren, isoleren, (ver)bouwen en slopen van panden en welke maatregelen getroffen moeten worden. Op basis van het SMP vraagt de gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aan bij de provincie. Voordeel van het SMP is dat het voor aanvragers snel duidelijk is wat de eisen zijn en welke maatregelen getroffen moeten worden. Dit geldt alleen wanneer de aangevraagde activiteiten passen binnen de omgevingsvergunning. Het vergunningsproces gaat dan veel sneller doordat er geen kostbaar en tijdrovend ecologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd en er is geen vergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig en dus ook geen leges daarvoor. Proces kappen: meer duidelijkheid voor bewoners en belanghebbenden (pilot stadsdeel West) Bij de publicatie van de ontvangst van bulkaanvragen voor kap in de openbare ruimte wordt de tekst van de publicatie uitgebreider en specifieker geformuleerd. Hierbij wordt nu ook de kapreden vermeld. Dit maakt het voor belanghebbenden mogelijk om direct de relevante stukken te raadplegen.

Bij de publicatie van besluiten over kapvergunningen in de openbare ruimte – ongeacht het aantal bomen – worden alle indieningsvereisten die bij de aanvraag horen, inclusief het aanvraag­formulier, digitaal beschikbaar gesteld via de website. Deze documenten zijn overzichtelijk toegankelijk via een link in de publicatie zelf, zodat belanghebbenden per direct kunnen beschikken over de inhoud van de verleende vergunning. Alle nog te kappen bomen, zowel in de openbare ruimte als in particuliere achtertuinen, worden ingetekend op een digitale kaart. Dit voorkomt misverstanden, met name wanneer meerdere bomen dicht bij elkaar staan.

Duiding en evaluatie De huidige in het VTH-beleid opgenomen beleids­ strategieën om het bomenbestand op peil te houden en flora en fauna te beschermen blijkt bij te dragen aan het gestelde doel. De Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad onderzoekt tijdens het opstellen van dit jaarverslag hoe de gemeente Amsterdam omgaat met kapvergunningen voor bomen. De Rekenkamer kijkt hierbij ook of het beleid duidelijk is, goed werkt en eventuele verdere aanscherping behoeft. Ook onderzoekt de Rekenkamer hoe bewoners worden geïnformeerd over het kappen van bomen en kijkt zij hoe de gemeente erop toeziet dat de herplantplicht wordt uitgevoerd. Met betrekking tot evaluatie en conclusies worden de uitkomsten van dit onderzoek afgewacht.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

2.7 De veilige stad Onder dit thema vallen de opgaven die betrekking hebben op het veilig wonen en werken in Amsterdam. Dit doen we samen met onze ketenpartners. De Omgevingsdienst houdt toezicht op de verwijdering van asbest en op de opslag van gevaarlijke stoffen. Samen met de Brandweer Amsterdam Amstelland zorgen wij voor beveiliging van gebouwen tegen brand en het verhogen van het brandbewustzijn om slachtoffers te voorkomen en om materiële schade te beperken. Gebouweigenaren en gebruikers worden bewust gemaakt van hun verantwoordelijkheden om gebouwen brandveilig te gebruiken. VTH beoordeelt de ingediende meldingen brandveilig gebruik (gebruiksmeldingen) en controleert daarmee of panden na controle aan de voorschriften voor brandveiligheid voldoen.

Omgevingsanalyse De veiligheids- en gezondheidsrisico’s van een gebouw zijn afhankelijk van een groot aantal factoren. Te denken valt aan het gebouw zelf, de activiteiten die in het gebouw plaatsvinden, het aantal gebruikers en bezoekers van het gebouw, het gedrag van deze gebruikers en bezoekers, de omgeving van het gebouw en interventiemogelijkheden voor bijvoorbeeld BHV en hulpdiensten. Door deze factoren te vertalen in maatregelen op maat kunnen de risico’s op gevaar voor de gezondheid of veiligheid worden verkleind.

34

Hoofddoel We dragen bij aan een veilige en gezonde woonen werkomgeving, de bescherming van kwetsbare gebruikers en het veiligheidsbewustzijn van gebouweigenaren en -gebruikers.

Inspanningen en resultaten Brandveilig gebruik IIn Amsterdam staan zo’n 400.000 gebouwen. Brand is een gevaar voor al deze gebouwen en kan leiden tot gewonden, doden en schade. Voor alle wettelijk beschreven risicocategorieën geldt een meldingsplicht brandveilig gebruik. Het Expertiseteam Brandveiligheid (ETB) voert het toezicht hierop uit. In totaal zijn in het afgelopen jaar 915 nieuwe gebruiksmeldingen ontvangen, dat zijn er 90 minder dan in 2024. In 2025 heeft het ETB 2.594 controles brandveilig gebruik uitgevoerd. Iets meer dan de helft, 1.361 van deze controles betrof een eerste controle. Bij ongeveer 40% van de eerste controles is de brandveiligheid direct akkoord bevonden. Bij de overige panden wordt daarna een hercontrole gepland, waarna vervolgens in totaliteit 73 % van de gevallen akkoord is. De resterende panden krijgen een termijn waarbinnen de gebreken opgelost moeten worden. Na de gegeven termijn is óf de termijn verlengd óf de handhavingsprocedure gestart. In 2025 zijn

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

er na hercontroles of zienswijzen 60 lasten onder dwangsom verstuurd. Uiteindelijk zijn bij 13 gevallen de overtredingen niet hersteld, ook niet na een verlenging van de termijn en is de dwangsom ook daadwerkelijk ingevorderd. Geconcludeerd kan worden dat in de overgrote meerderheid van de gevallen er voldaan wordt aan de regels, maar dat het wel van belang is om periodiek toezicht te blijven uitvoeren. Voorlichting Eigenaren, gebouwbeheerders en gebruikers spelen een belangrijke rol in het brandveilig gebruiken van een gebouw. Het gedrag van gebruikers is daarbij essentieel, wat continue aandacht vereist. Bijvoorbeeld het neerzetten van voorwerpen in een vluchtweg, trappenhuis/ gang of voor een nooddeur. Amsterdam vindt het van groot belang dat gebruikers goed op de hoogte zijn van de regels. Daarom wordt door het ETB tijdens de controles voorlichting gegeven over de maatregelen die getroffen moeten worden. De nadruk ligt daarbij op de noodzaak van de maatregelen voor de gebruikers en duidelijke communicatie over wat er van de eigenaar verwacht wordt. Er wordt nadrukkelijk verwezen naar bureaus om advies in te winnen en situaties aan te passen: dit is geen rol die bij de gemeente hoort.

Door het gesprek aan te gaan met een grote scholengemeenschap heeft het ETB een andere aanpak ingezet, waarbij de brandveiligheid van de diverse gebouwen in hun beheer wordt gemonitord en verbeterd. Probleem was dat er te veel vanuit één specifiek gebouw/ unit werd gekeken, niet organisatiebreed. Een ander initiatief van het ETB is, dat zij in 2024 gestart zijn met een risicogerichte doelgroep-benadering bij het geven van intensieve voorlichting. Doel is om gericht capaciteit in te zetten bij doelgroepen waar nu bij de controles regelmatig gebreken zijn en waar sprake is van een hoog risico. Voorafgaand aan de daadwerkelijke controles worden eerst informatieavonden georganiseerd. Onderwerp van gesprek tijdens deze avonden is de bewustwording van de noodzaak van brandveiligheid en controles, de risico’s en de verantwoordelijkheid als gebruiker

35

van het gebouw plus de verantwoordelijkheid van de gemeente als toezichthouder. Door aan de voorkant eerst informatie te verstrekken is de verwachting dat de bewustwording ten aanzien van de risico´s en de bekendheid met de regelgeving vergroot wordt. In 2025 is gestart met deze werkwijze. Deze intensieve aanpak heeft nog niet geleid tot directe resultaten. Brandveiligheid in woningen De risicogerichte aanpak van brandveiligheid was voorheen gericht op gebruiksmeldingsplichtige panden die andere functies hebben dan wonen. De brand bij Riekerhaven heeft laten zien dat ook bij woningen een risicogerichte aanpak van brandveiligheid relevant is. Veelal heeft dit te maken met gedrag, zoals het blokkeren van vluchtwegen. Dit vraagt een andere aanpak dan bij de reguliere controles brandveiligheid. Hiervoor wordt in 2025-2026 een aanpak ontwikkeld. Asbest Toezicht op het bedrijfsmatig verwijderen van asbest uit bouwwerken valt onder het basistaken-pakket van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG). De OD NZKG rapporteert hierover in haar eigen jaarverslag. Het saneren van oude -verweerde- asbestdaken heeft de aandacht, dit geeft immers een risico voor de gezondheid van omwonenden. Voor het grondgebied van Amsterdam is in kaart gebracht waar zich asbest­ daken bevinden. Dit is in een kaart aangegeven, de zogenaamde ‘asbestdaken-kaart’.

Deze kaart wordt jaarlijks door een extern bedrijf geüpdate op basis van luchtfoto’s. Waarschijnlijk worden in 2026 de eerste stappen gezet om eigenaren te motiveren om de asbestdaken te saneren.

Dynamische opgaven Themaopgave Convenant Brandveiligheid in de Zorg 2.1 Conform de afspraken van het Convenant ‘Brand­ veiligheid in de Zorg 2.1.’ wordt via systeem-toezicht de beheersing van de brandveiligheid getoetst bij de aangesloten zorginstellingen. Systeemtoezicht houdt in dat de gemeente gebruikt maakt van de informatie uit interne controlesystemen van de betreffende organisatie. Elke zorginstelling is zelf verantwoordelijk voor het continue verbeteren van de brandveiligheid,

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

daarbij maken ze gebruik van een brandveiligheidsmanagementsysteem (BMS). Dit systeem houdt rekening met factoren zoals de gebruikers, gebouwstructuur, de aanwezigheid van brandbare materialen, de beschikbaarheid van vluchtwegen en bijvoorbeeld de opleiding van het personeel. In het zorgconvenant is een planning opgenomen met daarin te nemen stappen/ mijlpalen om te komen tot een goedwerkende brandveiligheidsmanagementsystemen voor systeemtoezicht. Het ETB voert audits uit op dit brandveiligheids­ management­systeem en adviseert de zorginstelling met de uitkomsten over het verbeteren van de brandveiligheid. De auditoren bij het ETB zijn opgeleid. Aandachtspunt bij de audits is het tijdig ontvangen van alle gevraagde stukken. Alleen dan kan de audit goed voorbereid worden. Knelpunt bij de organisaties is vaak de wisseling van personeel bij zorginstellingen, waardoor niet alle afspraken in beeld blijven. In 2025 is mijlpaal 2 gehaald: de zorginstellingen hebben 25% van de deelaspecten van het plan van aanpak voor het BMS-systeem aangeleverd en daarover zijn de audits doorlopen. De aandacht nu ligt op het behalen van mijlpaal 3 (april 2027): hierbij hebben de zorginstelling 100% van de deelaspecten van het BMS-systeem aangeleverd en audits hierover doorlopen. Onveilig gebruik shisha lounges Bij shisha-lounges is de problematiek specifieker.

Naast brandgevaar zijn er andere aspecten die een rol spelen bij het roken van waterpijpen, zoals overlast voor de omgeving en gezondheids-risico’s door hoge COwaardes voor omwonenden, medewerkers en de rokers van de waterpijpen. In stadsdeel Nieuw-West zijn per 2024 heldere voorwaarden in de exploitatievergunning opgenomen om deze risico’s te beperken. Dit is voort­ gezet in 2025. Eventuele overtredingen kunnen met deze voorwaarden effectiever worden gehandhaafd. Mede in samenhang met het nieuwe horecabeleid moet onderzocht worden of deze werkwijze over de anders stadsdelen uitgerold kan worden.

36

Duiding en evaluatie Vanaf de start van het stedelijke Expertiseteam Brandveiligheid (ETB) is een grote slag gemaakt in het in stedelijk in beeld brengen van de brandveiligheid van alle meldingsplichtige panden. Bij het beheersen van brandveiligheidsrisico´s speelt het menselijk aspect en gedrag van eigenaren, beheerders en gebruikers een grote rol. Zoals de onbekendheid met de regelgeving van de pandeigenaar of de meldingsplichtige en gedrag zoals het blokkeren van vluchtroutes met obstakels. Uit de resultaten van het toezicht blijkt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen voldaan wordt aan de regels, maar dat er regelmatig herhaalcontroles en verbeterafspraken gemaakt moeten worden. Een ander aandachtspunt is dat binnen organisaties de verantwoordelijkheden voor alle aspecten van brandveiligheid niet duidelijk worden belegd. Hierbij speelt mee dat er bij instellingen regelmatig sprake is van personele wisselingen. Uit de praktijk blijkt dat wanneer deze verantwoordelijkheid niet helder is, de voorschriften minder goed worden nageleefd. Dit maakt dat voorlichting een belangrijke, blijvende component is in onze aanpak en dat periodiek toezicht een vereiste is. De risicogerichte aanpak van brandveiligheid was voorheen gericht op gebruiksmeldingsplichtige panden die andere functies hebben dan wonen.

De brand bij Riekerhaven heeft laten zien dat ook bij woningen een risicogerichte aanpak van brandveiligheid relevant is. Veelal heeft dit te maken met gedrag, zoals het blokkeren van vluchtwegen. Dit vraagt een andere aanpak dan bij de reguliere controles brandveiligheid. Hiervoor wordt in 2025-2026 een aanpak ontwikkeld.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

2.8 De vitale stad Dit thema gaat over milieubelastende activiteiten, horeca en evenementen. Net als andere activiteiten op grond van de APV zoals prostitutie, coffeeshops en andere bijzondere vergunningsplichten. Ook kans­ spelen vallen onder dit thema. Het gaat in dit thema om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de leesbaarheid is dit thema ingedeeld in een aantal paragrafen: Horeca (2.8.1), Evenementen (2.8.2) en Prostitutie 2.8.3).

Omgevingsanalyse Amsterdam is een stad om in te wonen, te werken, bedrijvigheid te ondernemen en te recreëren. In deze levendige stad zien we steeds intensiever gebruik van eerder relatief weinig gebruikte gebieden. De ene activiteit heeft meer impact op de leefomgeving van de Amsterdammer dan de andere. Sommige activiteiten zijn daarom verbonden aan regelgeving. VTH behandelt aanvragen, verzoeken en meldingen volgens de geldende wettelijke en stedelijke kaders. Wij voeren risicogestuurd toezicht uit op de naleving van weten regelgeving. Overtredingen worden gehandhaafd. De inzet van VTH-taken draagt bij aan een goede balans in de stad.

37

Hoofddoel Wij dragen bij aan een vitale stad waarin ruimte is voor ondernemerschap, overlast voor de leefomgeving wordt beperkt en de weerbaarheid tegen ondermijnende criminaliteit wordt verhoogd.

2.8.1 Horeca Nieuw horecabeleid In de afgelopen jaren is er flink wat veranderd in Amsterdam. De stad wordt voller en drukker. Er ontstaan nieuwe horecaconcepten en er zijn meer bezoekers. In buurten komen meer woningen. Ondernemers willen ondernemen en bewoners prettig wonen. Dat schuurt soms en het is soms zoeken naar een balans tussen ‘stappen en slapen’. Daarom zijn de afspraken en regels over de horeca in de stad vernieuwd. Naast veranderingen in Amsterdam is ook de wet veranderd. De landelijke Omgevingswet vraagt van gemeenten om te gaan werken met omgevingsplannen. In zo’n omgevingsplan wordt ook bepaald welk type horeca past op welke plek. Het Horecabeleid 2025 is gemaakt om ervoor te zorgen dat dit in heel Amsterdam op eenzelfde manier gebeurt: de afspraken zijn duidelijker en gelden voor de hele stad.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

Met dit nieuwe horecabeleid wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen: • de regels voor horeca die gaan over de locatie en ruimtelijke aanvaardbaarheid (ruimtelijke ordening in het Omgevingsplan) en • de regels die gaan over de veiligheid en de exploitant/exploitatie (openbare orde en veiligheid). In 2025 heeft de VTH-uitvoeringsorganisatie volop ingezet op het vertalen van dit nieuwe horecabeleid naar de uitvoeringspraktijk en is gestart met het implementeren van nieuwe werkwijzen en het opleiden van medewerkers.

Inspanningen en resultaten Vergunningverlening In 2025 zijn 3.751 Vergunningen exploitatie horeca (inclusief terras, verlenging en melding wijziging leidinggevende) aangevraagd. Om alcohol te mogen schenken in de horecagelegenheid is ook een vergunning voor de Alcoholwet noodzakelijk. Er zijn in 2025 448 vergunningen alcoholwet aangevraagd. Vooroverleg met nieuwe horecaondernemers In de huidige regelgeving verschillen de ruimtelijke regels over horeca nog per gebied en per stadsdeel. Nieuwe vormen van horeca passen hier soms niet in. Soms is het onduidelijk waar iets wel of niet kan. Dat leidt tot onduidelijkheid bij ondernemers en bewoners. Daarom is het van belang om voorafgaand aan de aanvraag duidelijk te maken welke activiteiten passend zijn binnen de bestemming van het betreffende gebied. Bij (complexe) horeca-aanvragen wordt zoveel mogelijk voorafgaand aan de aanvraag al het gesprek met de ondernemer aangegaan om zo de benodigde informatie en eisen aan te geven. Onderwerp van gesprek zijn de geldende regels op de locatie en de voorgenomen activiteit(en). Maar ook maatwerkvoorschriften voor de vestiging van horeca in panden worden al vooraf in beeld gebracht zodat duidelijk is welke maatregelen getroffen moeten worden. Hierdoor kan de ondernemer beter voldoen aan de inrichtingseis. Er wordt bijvoorbeeld ook

38

gewezen op het belang om als ondernemer zelf al in gesprek te gaan met omwonenden over de soort horecagelegenheid die gevestigd wordt. Het is de bedoeling om het gesprek tussen ondernemer en bewoner onderling op te starten zodat in geval van overlast eerst de ondernemer zelf wordt aangesproken voordat de gemeente wordt ingeschakeld. Risicogestuurd toezicht op horeca Toezicht op verleende horecavergunningen en meldingen over overlast vindt risicogestuurd plaats. Aan de hand van de informatie uit de verleende vergunningen en overlastmeldingen, kennis uit het gebied en van ketenpartners en expertkennis van de toezichthouders zelf wordt wekelijk de afweging gemaakt bij welke horecazaken toezicht wordt uitgevoerd. De beperkte toezichtscapaciteit wordt op deze wijze effectiever ingezet. Toezichthouders kunnen hierdoor gerichter het gesprek aangaan met horecaondernemers en bespreken wat er nodig is om de overlast of andere risico’s te voorkomen. Ook wordt het toezicht in de avond of nachtelijke uren in het eigen stadsdeel gepland wanneer inzet op die tijdstippen uit de risicoanalyse nodig blijkt. De verkregen informatie uit data en zachte informatie kan er ook toe leiden dat er themagericht controles uitgevoerd wordt op bijvoorbeeld terrassen.

Toezichthouders ervaren deze manier van werken als prettig, doordat zij nu gericht op pad te kunnen gaan op basis van signalen of (toekomstige) verlopen vergunningen. Doordat toezichthouders nu meer in een eigen gebied werken, is er meer lokale kennis en meer dossierkennis en directer contact met Amsterdammers. De risicogestuurde werkwijze betekent ook dat niet elke overlastmelding automatisch direct opgevolgd wordt door een toezichtsmoment. In 2025 werden 15.459 overlastmeldingen gerelateerd aan horeca ontvangen.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

In de onderstaande tabel is af te lezen waar deze overlastmeldingen betrekking op hebben: Stankoverlast

1.114

Geluidsoverlast installaties

614

Geluidsoverlast muziek

8.038

Overig bedrijven/horeca

3.597

Overlast terrassen

2.096

In 2025 zijn ruim 2.300 meer overlastmeldingen ontvangen dan in 2024. Er zijn in 2025 meer meldingen ontvangen over muziek, stank, terrassen en installaties. Een melding geeft inzicht in mogelijke problematiek bij een horecazaak. Een melding betekent echter niet altijd dat er ook daadwerkelijk een voorschrift of een norm is overtreden waartegen handhavend opgetreden kan worden. De gerichte inzet van de capaciteit in de risicogestuurde werkwijze maakt het mogelijk om op de juiste momenten in het eigen stadsdeel gericht toezicht uit te voeren en bijvoorbeeld goede geluidsmetingen te verrichten. Over de toename in het aantal overlastmeldingen wordt nog een nadere analyse uitgevoerd. Het reguliere toezicht op horecabedrijven vindt integraal plaats. Dit betekent dat tijdens een controle wordt bekeken of de inrichting voldoet aan de verschillende wet- en regelgeving zoals de APV, milieuwetgeving en de Alcoholwet. In totaal zijn er in 2025 n.a.v. het toezicht op vergunningen en overlastmeldingen 5.462 ondernemingen bezocht.

starten. Naar aanleiding hiervan zijn vetdiktemeters aangeschaft om de dikte van de verontreiniging te meten. Tevens is er een werkinstructie gemaakt met richtlijnen en grenswaarde wanneer een stookverbod noodzakelijk is. Project verkoop van alcohol in souvenirwinkels (stadsdeel Centrum) In november 2024 is gestart met het project verkoop van alcohol in souvenirwinkels. In totaal zijn 233 winkels gecontroleerd. Daarbij werden 33 overtredingen geconstateerd. In 29 gevallen is een bestuurlijke boete opgelegd en in 4 gevallen hebben we een informatieve brief gestuurd. Door actief te handhaven willen we voor­ komen dat minderjarigen en andere kwetsbare groepen te gemakkelijk in aanraking komen met alcohol. Alcohol verkopen en schenken aan minderjarige (stadsdeel Centrum) In 2025 is de wens uitgesproken om te starten met de controles m.b.t. het verstrekken van alcohol aan minderjarigen in horecabedrijven. Tijdens eerdere controles zag het stadsdeel namelijk een duidelijke trend: jongeren krijgen nog te gemakkelijk toegang tot horecabedrijven waar alcoholhoudende drank zonder voldoende leeftijdscontrole wordt verstrekt. In 2026 zal VTH extra aandacht besteden aan deze controles. Overtredingen bestemmingsplan door terrassen in ­Javastraat (stadsdeel Oost) De in 2024 gestarte aanpak voor toezicht op terrassen is in 2025 voortgezet.

Dit wordt verder uitgevoerd door gesprekken met ondernemers en handhaving van overtredingen.

Dynamische opgaven Periodieke horecacontrole (stadsdeel Centrum) Alle horeca worden 1 keer in de 3 jaar gecontroleerd. In 2025 zijn circa 460 integrale controles uitgevoerd. Tijdens onze horecacontroles worden regelmatig vervuilde dampafvoerkanalen geconstateerd. Regelmatig zijn die situaties dermate ernstig dat er een stookverbod is opgelegd vanwege brandgevaar. Deze beoordeling werd in eerste instantie visueel uitgevoerd. Dit jaar heeft de bezwaarschriftcommissie een uitspraak gedaan waardoor blijkt dat de visuele inspectie in bezwaar onvoldoende is om handhaving mee op te

39

Handhaving van illegale objecten (stadsdeel Oost) De in 2024 gestarte handhaving van illegale objecten, zoals drijvende terrassen en opslagboxen, is in 2025 voortgezet. Hierbij blijft de focus liggen op het beëindigen van overtredingen en het voorkomen van nieuwe illegale situaties.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

Integrale controles commerciële horeca (stadsdeel Zuidoost en Stadsgebied Weesp) Het doel is om te zorgen voor een veilige en verant­ woorde bedrijfsvoering. In 2025 zijn alle commerciële horecazaken in Zuidoost en Weesp gecontroleerd. Deze brede controles worden elke twee jaar uitgevoerd, met als belangrijkste doel om in gesprek te gaan met ondernemers, samen te kijken naar verbeterpunten en te zorgen voor een veilige en verantwoorde bedrijfsvoering. Bij de controles zijn enkele lichte overtredingen geconstateerd. In goed overleg met de betrokken ondernemers zijn deze direct en naar tevredenheid opgelost. De bereidheid om mee te denken en mee te werken laat zien dat een open gesprek vaak de sleutel is tot duurzame verbeteringen. Met deze cyclus van tweejaarlijkse controles blijft het team toezicht betrokken bij de lokale horeca en wordt het partnerschap met ondernemers versterkt. Intensieve controle terrassen (stadsdeel Zuid) In 2025 is door stadsdeel Zuid, net als in 2024 intensief gecontroleerd op de vergunningsvoorwaarden van terrassen. Voorafgaand aan de controles is een brief naar alle horecaondernemers gestuurd met de aankondiging dat de terrassen worden gecontroleerd op vergunningsvoorwaarden. Die aankondiging heeft al veel verbeteringen opgeleverd. Daarna is er ook controle op locatie uitgevoerd.

Dit heeft ertoe geleid dat er weinig tot geen juridische procedures nodig zijn geweest om terrassen weer overeen te laten komen met de vergunde situatie. Pilot winterterrassen (stadsdeel Zuid) In de winterperiode moeten terrassen in Zuid, op de Zuidas na, om 20.00 gesloten zijn. In de winterperiode 2024/2025 heeft er een pilot plaatsgevonden waarbij in een deel van Zuid winterterrassen op donderdag, vrijdag en zaterdag tot 22.00 open mochten zijn. Om te controleren of de terrassen na 22.00 dicht waren en of buiten het pilot gebied de terrassen wel om 20.00 dicht waren, was extra inzet van toezicht nodig. Overtredingen van de openingstijden zijn gehandhaafd.

40

Integrale aanpak Wildemanbuurt (stadsdeel Nieuw-West) De Wildemanbuurt is een wijk met multi-problematiek waarvoor een integrale aanpak wordt gehanteerd (Nationaal Programma Samen Nieuw-West). Daarbij is speciale aandacht voor het doorbreken van criminele praktijken. Er wordt samengewerkt met de Politie, OOV, THOR, Team Bibob, Veiligheid en andere ketenpartners. VTH kan onder andere op basis van de bestuurlijke rapportages van de politie vergunningen weigeren of intrekken als het vermoeden bestaat dat sprake is van malafide activiteiten. Bij het vermoeden van exploiteren zonder vergunning onderneemt VTH stappen. Ook voorziet VTH ketenpartners actief van relevante informatie over (aflopende) exploitatievergunningen. Hoe eerder politie en de projectleider ondermijning op de hoogte zijn van aankomende verlengingsverzoeken, hoe eerder zij zich kunnen oriënteren of er aanvragen tussen liggen met een rode vlag zodat snel geacteerd kan worden. Straatgerichte aanpak Osdorper Ban (stadsdeel Nieuw-West) Er is een straatgerichte aanpak in de Osdorper Ban gestart. Indien er signalen zijn vanuit de straatgerichte aanpak in verband met gesignaleerde overtredingen op het gebied van gebruik/of welstand wordt er flexibel en snel opgetreden, zodat we als overheid een duidelijk zichtbare norm neerzetten.

Aanpak overlast van geluid in samenwerking met inwoners èn bedrijven (stadsdeel West) In stadsdeel West is succesvol ingezet op het voeren van gesprekken met inwoners en (horeca) bedrijven over overlast. Deelnemers van gesprekken blijken bereid te zijn om over hun schaduw heen te stappen om tot een gezamenlijk gedragen uitkomst te komen. Die uitkomst wordt daarna vertaald in maatwerkvoorschriften. Actieve communicatie winter- en zomerregeling terrassen (stadsdeel West) Het sturen van informatiebrieven bij aanvang van het winter- en zomerseizoen over de terrasregels heeft ertoe geleid dat breder gevolg wordt gegeven aan naleving van met name de winterterrasregeling.

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

Amsterdammers melden misstanden en overtredingen nu ook sneller zodat die meegenomen kunnen worden in het risicogestuurd horecatoezicht

Duiding en evaluatie Complexiteit van aanvragen De inhoudelijke complexiteit van horeca-aanvragen lijkt toe te nemen, waardoor meer afstemming nodig is met medewerkers van het gebied en andere diensten. Denk onder meer aan vraagstukken over nieuwe formules voor horeca, mengformules en grenzen aan additionele horeca. Veel wisselingen bij horeca Er zijn veel wisselingen bij horeca: overnames, bij- en uitschrijven van leidinggevende, verloop van personeel. Dit lijkt een landelijke tendens te zijn. Ontwikkeling coffeeshop Vaak wordt een coffeeshop steeds meer ook een afhaalpunt. Dit geeft overlast voor omwonenden, scooters voor de deur, parkeren auto’s, etc. Ondernemers willen ook graag naar een andere locatie, buiten de stad. Je moet hier wel gelegenheid voor geven, anders is er het risico dat er op meerdere plekken wordt gedeald. Toezicht Gebruik (bedrijven anders dan horeca) Amsterdam is altijd in ontwikkeling en daarmee ook de bedrijvigheid. Naast horeca veroorzaken ook andere bedrijfsmatige activiteiten overlast. In enkele buurten is een toename te zien van onbemande 24/7 sportscholen c.q. fitnessruimten. Dit komt ook voor in woonwijken en zorgt voor extra verkeersbewegingen ’s nachts en kan leiden tot overlast. Op dit moment is er geen instrument om, indien nodig, openingstijden te reguleren.

Voor andere zaken geldt weer dat handhaven op geuroverlast vrijwel onmogelijk is door het ontbreken van een kader over geluidshinder.

2.8.2 Evenementen Inspanningen en resultaten Vergunningverlening Evenementen voegen op veel manieren iets toe aan de stad en dragen bij aan belangrijke doelstellingen op het gebied van cultuurparticipatie, sociale cohesie, economie, levendigheid en het versterken van kernwaarden van de stad. Het jaar 2025 was een bijzonder evenementenjaar: een jaar lang vierde Amsterdam haar 750-ste verjaardag met honderden initiatieven en evenementen groot en klein, voor en door Amsterdammers. VTH heeft een actieve bijdrage geleverd om jubileumevenementen zoals het feest op de ring mogelijk te maken. In het afgelopen jaar is veel aandacht geweest voor de veiligheidsaspecten van de grote evenementen. In de vergunningen voor grote evenementen zijn extra voorschriften opgenomen met als doel om meer zicht en grip te krijgen op bezoekersaantallen. Er zijn in 2025 1.045 evenementenvergunningen aangevraagd. Dat is vanwege het jubileumjaar meer dan in 2024. Naast vergunningsaanvragen voor evenementen zijn er dit jaar 812 evenementen­ meldingen gedaan en 27 meldingen van een optocht. Toezicht Toezicht op evenementen vindt plaats op de verleende vergunningen en naar aanleiding van ontvangen overlastmeldingen. In 2025 zijn 607 overlastmeldingen over evenementen ontvangen. Er zijn in totaal 378 evenementen gecontroleerd op de vergunningsvoorwaarden waarbij bijzondere aandacht is voor veiligheidsaspecten.

Bij elk groot, risicovol evenement heeft toezicht plaatsgevonden. Het aangescherpte toezicht op veiligheidsaspecten, zoals visiteren van bezoekers en artiesten, de accreditatie van beveiligers en het continue monitoren van het aantal bezoekers is in 2025 voortgezet. Dynamische opgaven Grote evenementen (stadsdeel West) Er zijn bewonersavonden georganiseerd om de zorgen die er zijn rondom een groot terugkerend jaarlijks evenement te bespreken met zowel de bewoners als de organisatie. VTH heeft het initiatief daartoe genomen in samenwerking met het gebied en onder begeleiding

41

Jaarverslag en beleidsevaluatie 2025 | VTH Bouw & Gebruik, gemeente Amsterdam

van externe gespreksbegeleiders. Dit is erg succesvol geweest: de partijen zijn nader bij elkaar gebracht om de communicatie onderling te verbeteren, preventief voor volgend jaar acties op te pakken en elkaar eerder te vinden in situaties die onwenselijk zijn. Deze aanpak wordt in 2026 voortgezet vanwege de behaalde resultaten.

Duiding en evaluatie Animo bij organisatoren neemt af? De kosten zijn hoger geworden. Organisatoren van grotere evenementen geven aan dat de animo voor Amsterdam afneemt. Aanvragen zijn volgens hen complex en er zijn meer veiligheidscontroles. Versterking VTH bij evenementen In 2024 is door de VTH-organisatie ingezet op versterking van de VTH-taken rondom evenementen. Zo zijn veiligheidsvoorschriften bij grote evenementen aangescherpt en is gericht toezicht uitgevoerd op de bezoekersveiligheid bij evenementen. Deze lijn is in 2025 verder voortgezet. Nieuw Evenementenbeleid VTH heeft actief bijgedragen aan de totstandkoming van het nieuwe evenementenbeleid. Dit beleidskader heeft gevolgen voor het VTH-proces: in het proces rondom de vooraankondiging en (meerjarige) plekken op de evenementenkalender en het daaropvolgende vergunningsverleningsproces staat een risicogerichte benadering van evenementen centraal. Aan de hand van een risicoscan wordt de impact van een evenement bepaald en aan welke voorwaarden en eisen een evenement moet voldoen. Deze risicogerichte benadering geeft VTH meer grip op het effectief inzetten van de capaciteit bij vergunningverlening en toezicht. Het beleidskader treedt in werking per 1 januari 2027. In 2026 zet VTH volop in op een zorgvuldige vertaling van het beleid naar de uitvoeringspraktijk.

In het voorjaar van 2026 moet al gestart worden met proces van vooraankondiging voor de evenementenkalender voor 2027.

42

Overlast bij grotere en middelgrote evenementen Bij grotere evenementen zijn meldingen van overlast, ook als het geluid binnen de normen blijft. Een stadsdeel constateert een toename van geluidsklachten bij middelgrote evenementen. Melding ‘plus’ evenementen In september 2023 is op basis van de experimenteerbepaling in de APV een pilot gestart om eenvoudige kleine evenementen af te doen met een melding in plaats van een vergunning. De proef waarbij voor evenementen tot 250 bezoekers kan worden volstaan met een melding is verlengd. De uitkomsten van de pilotfase waren zijn positief. Er zijn toen een aantal aanbevelingen gedaan voor het definitief borgen van de meldingsplicht in de APV. Bijvoorbeeld het uitsluiten van natuurparken. Om onnodige inzet van toezichthouders te voorkomen is het de wens om een voorwaarde op te nemen dat een annulering van het evenement tijdig wordt gemeld bij de gemeente. De melding ‘plus’ evenementen is ook in 2025 gecontinueerd. De pilot heeft geleid tot aanpassing van de APV: daarin is opgenomen dat de evenementenmelding geldt tot 250 personen (met inachtneming van de andere voorwaarden die gelden voor een evenementenmelding).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16943033/1