CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Inspectie van het Onderwijs. Specifiek onderzoek bestuur.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ontwikkelingen Stichting Islamitische Scholen Amsterdam (VN2024-000943)22.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

28/66

C). Daarnaast is ook in de gevoerde gesprekken tijdens dit herstelonderzoek bewustwording zichtbaar rond dit thema. 3.4 Resultaten van het financiële rechtmatigheidsonderzoek Omdat er in het onderzoek van 17 augustus 2022 een groot aantal onrechtmatige bestedingen is vastgesteld over de periode 2018-2021 doet de inspectie ook onderzoek naar de rechtmatigheid over de periode 1 januari 2022 tot 1 juli 2023. In het rechtmatigheidsonderzoek staat de volgende onderzoeksvraag centraal: ▪ Voldoen de bestedingen van de rijksmiddelen over de periode 1 januari 2022 tot 1 juli 2023 aan wet- en regelgeving? Om vast te stellen of er sprake is van rechtmatige bestedingen is de aangetroffen situatie getoetst aan de WPO, met name artikel 115 van die wet. Hierin wordt aangeven dat de bekostiging die het bestuur ontvangt bestemd is voor personeel en exploitatie van de scholen. Voor zover er naast artikel 115 WPO meer wet- en regelgeving van belang is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van bestedingen, zal dit aanvullend wettelijk kader bij de bespreking van de besteding worden genoemd. Het rechtmatigheidsonderzoek is op 14 juli 2023 aangekondigd bij het bestuur. In het onderzoeksplan is verzocht om een aantal documenten aan te leveren. In september 2023 is onderzoek gedaan bij het administratiekantoor van Stichting ISA.

Door middel van een deelwaarneming is het grootboek over de periode 1 januari 2022 tot 1 juli 2023 doorgenomen, waarbij tevens de kasstaten en onderliggende facturen zijn beoordeeld. Tevens zijn overzichten uit de personeelsadministratie doorgenomen. Voor het onderzoek naar het (boek)jaar 2022 is gebruik gemaakt van de door de accountant gecontroleerde jaarrekening. Het jaar 2023 was ten tijde van het onderzoek nog niet gecontroleerd door de accountant. Op basis van de deelwaarneming zijn nadere vragen gesteld aan het bestuur met betrekking tot een aantal betalingen. Verder zijn verschillende gesprekken gevoerd met het bestuur, de interim controller, medewerkers van het administratiekantoor en de (waarnemend of interim) directeuren van de scholen. Daarnaast is een overzicht van bevindingen voorgelegd aan en besproken met de directeur-bestuurder en de interim controller. Stichting ISA heeft naar aanleiding van dat gesprek nadere onderbouwingen gestuurd. Dat heeft geleid tot aanpassing van een aantal bevindingen.

Gebruik lokalen door de weekendscholen Scholen kunnen (een deel van) hun huisvesting ter beschikking stellen aan derden. Hiervoor dienen zij minimaal een kostendekkend tarief in rekening te brengen, zodat voorkomen wordt dat er rijksmiddelen

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

29/66

worden ingezet voor exploitatiekosten die moeten worden gedragen door (en ten goede komen aan) de partij die de lokalen gebruikt (artikel 115 WPO). Stichting ISA stelt in het weekend lokalen ter beschikking aan twee weekendscholen (t.w. Stichting El Tawheed en Stichting El Islah). Met beide weekendscholen is een ’overeenkomst medegebruik verhuur onderwijsruimte’ opgesteld. De overeenkomst tussen Stichting ISA en El Tawheed is ingegaan per 1 september 2009 waarin een huurbedrag is vermeld van €4.216,80 per jaar, met een verplichte jaarlijkse indexatie van 3%. De overeenkomst met El Islah is ingegaan per 1 september 2014. Hierin is een huurbedrag vermeld van €5.000,00 per jaar. Ook hier vindt een jaarlijkse verplichte indexatie van 3% plaats. In het rapport van 17 augustus 2022 heeft de inspectie vastgesteld dat vanaf het schooljaar 2018/19 geen inkomsten door ISA zijn ontvangen van de weekendscholen. Het bestuur van Stichting ISA heeft de herstelopdracht (uit rapport vastgesteld op 26 januari 2022) om de inkomsten te innen. Over de periode 1 januari tot 1 augustus 2022 is dit niet gebeurd. Dit betekent dat er rijksmiddelen zijn ingezet voor de exploitatie van de weekendscholen, zonder dat daar een kostendekkende vergoeding tegenover stond. In totaal gaat om verschuldigde bedragen van €3.612,3 (El Tawheed) en €3.694,75 (El Islah), inclusief de indexatie van 3%.

Daarom beoordeelt de inspectie in totaal €7.307,05 als onrechtmatige besteding. (herstelopdracht XII) Met ingang van 1 augustus 2022 zijn er nieuwe overeenkomsten gesloten met de twee weekendscholen. In die overeenkomsten is een uurtarief opgenomen van €2,58. Dit is gebaseerd op het verwachte gebruik van energie en water. Op basis daarvan zijn facturen gestuurd voor de periode 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023 ter grootte van €7.423,24 (El Tawheed) en €2.525,96 (El Islah). Deze facturen zijn betaald op respectievelijk 14 september 2023 en 21 september 2023. Er is dus in tegenstelling tot de periode ervoor een vergoeding in rekening gebracht. Daarmee is op dat punt aan de herstelopdracht voldaan. De inspectie heeft ook gekeken of het vastgestelde uurtarief kostendekkend is. Het tarief dient alleen ter dekking van de kosten van energie en water. De inspectie oordeelt op basis van de jaarrekening 2022 dat er meer kostenposten relevant zijn voor het bepalen van een kostendekkend tarief. De cursieve vetgemaakte kostenposten acht de inspectie onderdeel van het kostendekkende tarief. De schoonmaakkosten zijn daarin niet opgenomen, omdat in de overeenkomst staat dat de weekendscholen daarvoor verantwoordelijk zijn. De relevante kosten voor het berekenen van een kostendekkend

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

30/66

uurtarief hebben daarmee een omvang van €851.694 (in plaats van de €232.646,44 die Stichting ISA gebruikt). Om dit om te rekenen naar een uurtarief gebruiken we dezelfde methode als Stichting ISA gebruikt. Die is gebaseerd op het aantal uren dat de weekendscholen lokalen gebruiken in verhouding tot de uren dat de scholen de lokalen gebruiken. De inspectie komt op een uurtarief van €9,44. De onrechtmatige besteding in de periode 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023 heeft daarmee een omvang van afgerond €19.500 (El Tawheed) en €6.500 (El Islah). Voor de periode vanaf 1 augustus 2023 gaat de inspectie er vanuit dat Stichting ISA een kostendekkend tarief in rekening gaat brengen. Afschrijvingen

22.187

Technische zaken Vervoermiddelen

3.766

Meubilair

27.342

ICT

93.115

OLP en apparatuur

73.700

Huisvestingslasten Huur huisvesting/terrein

18.468

Dotatie onderhoudsvoorziening

378.997

Onderhoud gebouwen/installaties

51.578

Energie en water

227.665

Schoonmaakkosten

140.765

Heffingen

31.011

Bewaking en beveiliging

5.706

Overige huisvestingslasten

14.093

Bron: jaarrekening 2022

Schoolbussen en lening aan vervoersstichting In het rapport van 17 augustus 2022 is vastgesteld dat Stichting ISA drie schoolbussen in eigen beheer had waarvoor het verschillende kosten maakt. Ook in het geval van eigen bussen, gefinancierd met rijksmiddelen, is het niet toegestaan om het leerlingenvervoer te verzorgen van huis naar school (v.v.), omdat dit op grond van artikel 4 WPO een exclusieve gemeentelijke taak is. Daarom is het opmerkelijk dat een PO-instelling drie bussen in eigen beheer heeft. Deze mogen immers niet ingezet worden voor leerlingenvervoer. De inspectie concludeerde in dat rapport dat de rijksmiddelen die zijn gebruikt voor

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

31/66

deze bussen onrechtmatig zijn besteed (artikel 4 en 115 WPO). Stichting ISA heeft de bussen inmiddels verkocht en overgedragen. Twee van de bussen zijn verkocht aan de vervoersstichting en één bus aan een derde. Uit de vrijwaringsbewijzen blijkt dat de bussen daadwerkelijk zijn overgedragen. In de periode tot de overdracht heeft Stichting ISA nog kosten gemaakt voor de bussen. In lijn met het rapport van 17 augustus 2022 merkt de inspectie dit aan als onrechtmatige bestedingen. Over 2022 gaat het om kosten van €8.004,28. Dit bestaat uit de totale kosten in 2022 van €13.793,81 minus de kosten van €5.789,53 die zijn doorbelast aan de vervoersstichting. Voor 2023 gaat om een bedrag van €5.371,72. ISA heeft twee schoolbussen verkocht aan de vervoersstichting voor een totaal bedrag van €10.000. Daarnaast zijn, zoals hiervoor vermeld, kosten ter grootte van €5.789,53 doorbelast aan de vervoersstichting. De vervoersstichting heeft deze bedragen nog niet betaald. Daarvoor is afgesproken dat deze in drie delen wordt betaald en wel per eind 2023, eind 2024 en eind 2025. De accountant heeft in het verslag van bevindingen bij de jaarrekening 2022 aangegeven dat dit gezien moet worden als een lening en dat dit in strijd is met de regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. De inspectie geeft ISA een herstelopdracht om deze strijdigheid met de regeling beleggen en lenen op te lossen.

Niet-educatieve activiteiten De rijksmiddelen die de school ontvangt zijn uitsluitend bedoeld voor activiteiten die verband houden met de school en het onderwijs dat op de school wordt gegeven (artikel 115 WPO). Activiteiten die geen educatief karakter hebben, zoals bijvoorbeeld een schoolreisje naar een pretpark, dienen te worden betaald uit de vrijwillige ouderbijdrage (of andere private middelen). In het rapport van 17 augustus 2022 heeft de inspectie vastgesteld dat niet-educatieve excursies en activiteiten ten laste van de rijksmiddelen zijn gekomen en daarmee onrechtmatig zijn besteed. In het grootboek van Stichting ISA over 2022 komen verschillende uitgaven voor aan niet-educatieve excursies en activiteiten. Het bestuur heeft een overzicht ontvangen van uitgaven die de inspectie als niet-educatief ziet. Het bestuur is gevraagd, indien het van mening was dat een uitgave wel met rijksmiddelen betaald had mogen worden, een toelichting te geven en onderbouwende documentatie aan te leveren. Bij een deel van uitgaven is een algemene toelichting gegeven (passend bij de identiteit van de school en is bestemd geweest voor educatieve doeleinden). Hierbij is echter geen onderbouwende documentatie aangeleverd (zoals bijvoorbeeld lesprogramma’s of leerdoelen die hiermee gediend zouden zijn) of

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

32/66

een beleid ten aanzien van dergelijke activiteiten. Bij enkele uitgaven heeft de inspectie haar oordeel bijgesteld. Bij het andere deel van de uitgaven niet. De inspectie constateert dat deze uitgaven geen verband houden met onderwijs en daarom niet-educatief van aard zijn. Een deel van deze uitgaven wordt gedekt door andere middelen (zijnde ouderbijdragen, gemeentelijke subsidies etcetera) dan de rijksmiddelen. Een andere deel wordt niet gedekt door andere middelen. Dit betekent dat een deel van de uitgaven voor nieteducatieve excursies en activiteiten ten laste van de rijksmiddelen zijn gekomen. Op grond van artikel 115 WPO is dit niet toegestaan. Het totale bedrag aan niet-educatieve excursies en activiteiten dat ten laste van de rijksmiddelen is gekomen, betreft €21.964,38. Dit bedrag is derhalve onrechtmatig besteed. In 2023 komen in het grootboek (tot 1 juli) nog enkele niet-educatieve excursies en activiteiten naar voren. Deze uitgaven worden echter volledig gedekt door andere middelen (zijnde ouderbijdragen, gemeentelijke subsidies etcetera) dan de rijksmiddelen. Daarmee zijn er in 2023 geen niet-educatieve activiteiten ten laste van de rijksmiddelen gekomen. Hierbij geldt dat de financiële informatie rond niet-educatieve activiteiten niet centraal beschikbaar is en dat deze informatie pas deels na het delen van concept-bevindingen beschikbaar is gekomen.

Het administratieve proces rond niet-educatieve uitgaven en de financiering daarvan moet beter, zodat in de administratie zichtbaar is aan welke niet-educatieve activiteiten gelden zijn besteed en welke bijdragen daarvoor zijn ontvangen. Indien Stichting ISA van oordeel is dat sprake is van educatieve activiteiten moet daarvoor onderbouwende documentatie aanwezig zijn (zoals bijvoorbeeld lesprogramma’s of leerdoelen die hiermee gediend zouden zijn) of een beleid ten aanzien van dergelijke activiteiten.

Vrijwilligersvergoedingen Scholen mogen vrijwilligers inzetten voor het onderwijsproces. Deze vrijwilligers mogen dan ook een (vrijwilligers)vergoeding ontvangen. Hierbij dienen de vrijwilligers dan wel bij te dragen aan de invulling van onderwijstijd. Wanneer deze vrijwilligers worden ingezet voor bijvoorbeeld de voor- en naschoolse opvang, dan wordt er geen onderwijstijd ingevuld. Dit betekent dat er geen rijksmiddelen voor een vergoeding aan deze vrijwilligers mogen worden ingezet (artikel 115 WPO). Stichting ISA maakt gebruik van vrijwilligers en keert vergoedingen aan hen uit. Deze vrijwilligers helpen onder andere tijdens de middagpauze en houden pleinwacht. Aangezien Stichting ISA een continurooster hanteert waarbij theoretisch gezien geen onderbreking van de onderwijstijd plaatsvindt, zijn de vrijwilligersvergoedingen in het kader van deze overblijf rechtmatig.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

33/66

Daarnaast zijn er ook vrijwilligers die tijdens de voor- en naschoolse opvang helpen en een vergoeding krijgen van Stichting ISA. Aangezien de rijksmiddelen niet mogen worden ingezet voor buitenschoolse opvang, zijn deze vrijwilligersvergoedingen onrechtmatig, tenzij daar andere middelen dan de rijksmiddelen voor zijn ingezet. Op basis van declaratieformulieren van vrijwilligers is vastgesteld dat in 2022 een bedrag van €6.915 is uitgekeerd aan vrijwilligers voor 1. toezicht op buskinderen, 2. naschoolse opvang en 3. voor- en naschoolse opvang. Stichting ISA geeft aan dat een deel van deze vrijwilligers rechtmatige activiteiten tijdens schooluren hebben uitgevoerd, zoals meelopen met de leerkracht en leerlingen naar gym, schooltuin, invallen tijdens de overblijf of als lessen niet doorgaan. Stichting ISA heeft geen nadere onderbouwing geleverd, zoals bijvoorbeeld een administratie cq rooster van de scholen, over de inzet van deze vrijwilligers. Deze uitgaven worden niet gedekt door andere middelen (zijnde ouderbijdragen, gemeentelijke subsidies etcetera) dan de rijksmiddelen. De besteding van € 6.915 beoordeelt de inspectie dan ook als onrechtmatig. Daarnaast zijn er in 2022 aan dezelfde vrijwilligers vergoedingen uitgekeerd met een andere omschrijving in de declaratieformulieren (1. begeleiding van leerlingen binnen en buitenschoolse activiteiten en 2.

tussenschoolse opvang) en waarvoor in de administratie op schoolniveau geen onderbouwing is gevonden voor een andere taakinvulling. Dit gaat om een bedrag van €2.775. In 2023 is aan een aantal vrijwilligers een vergoeding uitbetaald voor het toezicht op buskinderen in 2022. Het gaat om een bedrag voor €760. Deze uitbetaling beoordeelt de inspectie dan ook als onrechtmatig. Voor de inzet van vrijwilligers geldt dat de administratie verder verbeterd moet worden zodat in de administratie zichtbaar is welke vrijwilligers op welke moment waarvoor zijn ingezet en indien het gaat om voor- en naschoolse opvang op welke wijze dit is gefinancierd.

Samenvatting rechtmatigheidsonderzoek Op basis van bovenstaande komen we tot het volgende totaal overzicht van de onrechtmatige bestedingen over de periode 1 januari 2022 tot 1 juli 2023:

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

34/66

Onrechtmatige bestedingen Vergoeding lokalen weekendscholen

33.307.05

Schoolbussen

13.376,00

Niet-educatieve uitgaven

21.964,38

Vrijwilligersvergoedingen

10.450,00

Totaal

79.097,43

Daarnaast krijgt Stichting ISA een herstelopdracht om de strijdigheid van de lening aan de vervoersstichting met de regeling belenen en beleggen op te lossen.

Geen vaststelling wanbeheer, maar financieel beheer nog niet op orde In het rapport van 17 augustus 2022 kwam de inspectie tot de conclusie dat er bij Stichting ISA sprake is van wanbeheer, zoals bedoeld in artikel 153, lid 2, WPO. In dit herstelonderzoek komt de inspectie niet tot de conclusie dat er bij Stichting ISA sprake is van wanbeheer. De belangrijkste verschillen met de situatie vorig jaar zijn: ▪ De destijds gesignaleerde belangenverstrengeling rond de weekendscholen en vervoersstichting is opgelost. Ook is het bewustzijn op dit punt binnen het bestuur gegroeid. ▪ Er zijn rond de weekendscholen nog onrechtmatige bestedingen vastgesteld. De aard van de onrechtmatigheid is inmiddels minder ernstig, omdat er vanaf augustus 2022 een vergoeding voor het gebruik van de lokalen in rekening wordt gebracht. De inspectie is wel van oordeel dat deze vergoeding over de periode 1 augustus 2022 tot en met 31 juli 2023 nog niet kostendekkend is. ▪ Er zijn voor de bussen nog onrechtmatige bestedingen vastgesteld. Dit betreffen kosten voor de bussen voordat deze zijn overgedragen. Na het moment van overdracht heeft de inspectie op dit punt geen onrechtmatige bestedingen meer vastgesteld. ▪ Rond de niet-educatieve activiteiten en de vrijwilligersvergoedingen is er sprake van een daling van de onrechtmatige bestedingen.

Dit komt omdat voor een groter deel van de uitgaven verantwoord kan worden dat deze vanuit de rijksmiddelen konden worden betaald. Indien dit niet het geval was zijn daarvoor andere middelen gebruikt (ouderbijdragen, gemeentelijke subsidies etcetera). Ook geldt dat er op de scholen een groter bewustzijn is op dit punt.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

35/66

▪ De overige geconstateerde onrechtmatigheden in het rapport van 17 augustus 2022 heeft de inspectie in dit rapport niet geconstateerd. Bovenstaande verbeteringen nemen niet weg dat kwaliteit van het financiëel beheer en verantwoording daarover in het jaarverslag binnen Stichting ISA nog niet op orde is. Ook is er nog een aantal belangrijke verbeterpunten ten aanzien van de financiële administratie. Het bestuur voldoet op deze punten dan ook niet aan de herstelopdrachten (zie volgende hoofdstuk). Ook is de organisatie op het gebied van financiële kennis, sturing en toezicht kwetsbaar door afhankelijk van externe inhuur en onvoldoende (financiële) kennis en inzicht bij de dagelijks bestuurder en het algemeen bestuur.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

36/66

4 . Vervolgtoezicht Voor de nog steeds vastgestelde tekortkomingen krijgt het bestuur herstelopdrachten die in onderstaand schema staan vermeld. Na de kolommen met tekortkomingen en wat wij van het bestuur verwachten, is in kolom 3 te zien wat de voortgang van het herstel is tot en met januari 2023. In de vierde kolom is aangegeven wat onze oordelen over het herstel in dit herstelonderzoek (september 2023) zijn.

Wat verwachten wij van het bestuur? Voortgang herstel

Tekortkoming

Wat doen wij?

Voldaan september 2023?

Eind januari 2022 voeren wij een gesprek met de nieuw aangestelde directeur- bestuurder en met het toezichthoudend deel van het bestuur.

Er is een nieuwe directeurbestuurder aangesteld. Het draagvlak voor deze nieuwe directeurbestuurder binnen de scholen en binnen de GMR is wisselend.

Bestuur I Het bestuur moet zorgdragen voor goed bestuurde scholen met een scheiding tussen de functies van bestuur en het intern toezicht. Die scheiding is onvoldoende geregeld en er is geen sprake van onafhankelijk functionerend intern toezicht. Dit betekent ook dat duidelijk en onomstreden is wie als bestuurders optreden. Daarmee ontbreekt de nodige controle en tegenspraak (checks and balances). Hier is sprake van een tekortkoming in de naleving van artikel 17a, eerste lid, WPO jo. artikel 10 WPO

Het bestuur draagt zorg voor een goed functionerend toezichtsorgaan en stelt een directeur-bestuurder aan conform het profiel en de procedure uit de eigen statuten. Daarnaast formeert het bestuur een voltallige GMR die alle scholen van ISA vertegenwoordigt

Eind februari 2022 voeren wij een gesprek met de voltallige GMR. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Voortgang januari 2023: Formeel is met de aanstelling van een uitvoerend interim directeur-bestuurder een scheiding tussen uitvoerend bestuur en algemeen bestuur aangebracht. In de praktijk is deze scheiding nog heel precair. Met de overgang van een uitvoerend algemeen bestuur naar een toezichthoudend algemeen bestuur is een start gemaakt. Onafhankelijk functionerend intern toezicht moet echter nog vorm krijgen en moet nog duurzaam verbeteren. Zorgdragen voor goed bestuurde scholen is in ontwikkeling en wordt bemoeilijkt doordat op twee van de drie scholen geen de directeursfunctie tijdelijk wordt ingevuld.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

Onafhankelijk functionerend intern toezicht moet nog steeds vorm krijgen en moet nog duurzaam verbeteren. Zorgdragen voor goed bestuurde scholen is in ontwikkeling maar heel kwetsbaar. Er is geen sprake van een voltallige GMR die alle scholen van Stichting ISA vertegenwoordigt.

Aan deze herstelopdracht is slechts ten dele voldaan.

37/66

II Het bestuur draagt onvoldoende zorg voor de kwaliteit van het onderwijs middels een stelsel van kwaliteitszorg (artikel 12, vierde lid, WPO)

Het bestuur zorgt dat het stelsel van kwaliteitszorg wordt ingericht.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven.

Het bestuur draagt nog steeds onvoldoende zorg voor de kwaliteit van het onderwijs middels een stelsel van kwaliteitszorg (artikel 12, vierde lid WPO). Het stelsel van kwaliteitszorg om de scholen cyclisch te monitoren wordt niet uitgevoerd.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Onderzoek voortgang januari 2023: Hier is een start mee gemaakt, een volledig functionerend stelsel van kwaliteitszorg moet nog gerealiseerd worden. III Er is binnen het bestuur geen sprake van een scheiding tussen het bestuur en het intern toezicht (artikel 17b eerste lid WPO, artikel 31 WPO). Het intern toezicht functioneert niet onafhankelijk van het bestuur (artikel 17b, tweede lid, WPO). De taken en bevoegdheden van het intern toezicht zijn niet zodanig dat hij een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen (artikel 17c, tweede lid, WPO).

Het bestuur draagt er zorg voor dat er een scheiding komt tussen intern toezicht en bestuur. Daarnaast regelt het bestuur dat de toezichtstaken en bevoegdheden zodanig zijn dat het intern toezicht deze deugdelijk en onafhankelijk kan uitvoeren.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Onderzoek voortgang januari 2023: Formeel is de scheiding geregeld (zie hierboven). Intern toezichtkader moet nog worden vastgesteld en vervolgens uitgevoerd.

De situatie is ten opzichte van januari 2023 verslechterd. Formeel is de scheiding geregeld met het aanstellen van een directeur-bestuurder. De statuten, het intern toezichtkader, bestuurlijk toezichtkader en managementstatuut zijn echter niet of in onvoldoende mate aangepast of bestaan in meerdere versies, waarvan onduidelijk is welke geldt. Daarnaast is de bestuurssamenstelling weer drastisch gewijzigd en bestaat ten tijde van het onderzoek uit slechts twee leden (komt niet overeen met de eigen statuten). Voor het register van de Kamer van Koophandel geldt dat dit bevroren is omdat er een bezwaarprocedure loopt.

Aan deze herstelopdracht is slechts ten dele voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

38/66

IV De GMR is niet samengesteld in overeenstemming met de wet (artikel 3, tweede lid, WMS jo artikel 4, vierde lid, WMS en conform reglement)

Het bestuur zorgt ervoor dat de GMR is samengesteld conform de wet.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Voortgang januari 2023: Er is een voltallige GMR samengesteld, conform de wet en het GMRreglement. Transparantie en communicatie over de verkiezingen en het werk van de GMR moeten verbeteren. Tevens beraadt één GMR-lid zich over zijn positie.

V De (G)MR ontvangt van het bevoegd gezag niet tijdig alle benodigde inlichtingen die nodig zijn voor de vervulling van zijn taak (artikel 8 WMS).

Het bestuur zorgt ervoor dat de GMR alle benodigde informatie op tijd ontvangt

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Voortgang januari 2023: De GMR ontvangt inmiddels tijdig en volledig de informatie die nodig is voor het uitoefenen van zijn taak.

Het bestuur heeft onvoldoende zorggedragen voor een GMR die is samengesteld conform de wet. Binnen de GMR zijn ernstige conflicten ontstaan, die ten tijde van het onderzoek voortduren. De samenstelling van de GMR wordt onderling betwist en ook het bestuur geeft hier geen duidelijkheid over. Het bestuur had er, binnen zijn bevoegdheden, meer aan kunnen en moeten doen om de samenstelling in overeenstemming met de wet te brengen.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

Rondom de adviesaanvraag aan de GMR voor de invulling van de functie van directeurbestuurder heeft de GMR niet tijdig en niet alle benodigde inlichtingen van het bevoegd gezag gekregen die nodig zijn voor de vervulling van de taak van de GMR (artikel 8 WMS). Enkele leden van de GMR geven aan dat dit ook geldt voor het ontslag van één van de bestuursleden in juni en voor het aannemen van een nieuw bestuurslid in augustus. De directeur-bestuurder heeft nog geen overleg gevoerd met de GMR, evenmin is dit het afgelopen kalenderjaar door het algemeen bestuur gebeurd.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

39/66

VI De GMR participeert niet in de sollicitatiecommissie voor de benoeming van de directeur- bestuurder (art 8a WMS).

Het bestuur zorgt ervoor dat de GMR kan participeren in sollicitatiecommissies voor de benoeming van de directeur- bestuurder.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven.

Het bestuur heeft ervoor gezorgd dat de GMR kan participeren in sollicitatiecommissies voor de benoeming van directeur-bestuurder. Hiermee is formeel voldaan aan artikel 8a van de WMS.

Aan deze herstelopdracht is voldaan.

Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan Voortgang januari 2023: Er zijn afspraken gemaakt over participatie van de GMR in de sollicitatiecommissie voor de komende procedure voor benoeming van een nieuwe directeurbestuurder. VII De GMR doet geen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden aan alle bij de school betrokkenen en informeert niet de overige betrokkenen (artikel 7 derde lid WMS).

Het bestuur zorgt ervoor dat de GMR overige betrokkenen schriftelijk informeert.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen.

Aan deze herstelopdracht is na het ontstaan van hoogoplopende conflicten binnen de GMR vanaf juni 2023 niet voldaan.

In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan

Voortgang januari 2023: De GMR ziet voor zichzelf als opdracht de communicatie en informatievoorziening aan de achterban te verbeteren. Inmiddels zijn eerste stappen gezet door een nieuwsbrief uit te brengen en zijn de GMRvergaderingen openbaar.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

40/66

VIII De intern toezichthouder legt verantwoording af over zijn handelen in het jaarverslag, echter de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd, zijn onvoldoende opgenomen (artikel 3 onder f Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO)).

Het bestuur verantwoordt zich in het komend jaarverslag conform regeling jaarverslaggeving onderwijs.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen.

In het jaarverslag 2022 is een verslag van de intern toezichthouder opgenomen. Het verslag bevat een overzicht van werkzaamheden en gevraagde adviezen.

In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven.

De resultaten die het handelen van het interne toezicht heeft opgeleverd, zijn echter onvoldoende opgenomen in het jaarverslag 2022.

Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

Voortgang januari 2023: Deze verantwoording ontbrak in het jaarverslag 2021. Op dit moment is er geen (concept) jaarverslag over 2022 opgesteld. Daarom worden geen nadere uitspraken gedaan over de voortgang op deze herstelopdracht. IX Het toezicht op de doelmatige besteding van rijksmiddelen wordt genoemd in het verslag van de intern toezichthouder in het jaarverslag. Er is echter onvoldoende toegelicht hoe de intern toezichthouder dit toezicht uitvoert (artikel 17c eerste lid onder c en e WPO).

Het bestuur verantwoordt zich in het komend jaarverslag conform de wet.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan

In het jaarverslag 2022 is een verslag van de intern toezichthouder opgenomen. Daar is de paragraaf ‘Toezicht op rechtmatige en doelmatige bestemming en aanwending van middelen’ opgenomen. Daarin is echter niet aangegeven hoe de intern toezichthouder toetst of sprake is van een rechtmatige en doelmatige besteding van middelen.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

Voortgang januari 2023: Deze verantwoording ontbrak in het jaarverslag 2021. Op dit moment is er geen (concept) jaarverslag over 2022 opgesteld. Daarom worden geen nadere uitspraken gedaan over de voortgang op deze herstelopdracht.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

41/66

X Het bestuur beschrijft onvoldoende hoe het intern risicobeheersingssysteem is ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Daarnaast beschrijft het bestuur niet welke resultaten er met het systeem zijn bereikt en welke aanpassingen eventueel worden doorgevoerd in de komende jaren (Bijlage 3, Onderdeel B1, behorende bij artikel 4, vierde lid, RJO).

Het bestuur verantwoordt zich in het komend jaarverslag conform regeling jaarverslaggeving onderwijs.

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan

In het jaarverslag is een beschrijving van het intern risicobeheersingssysteem opgenomen. De beschrijving laat onvoldoende zien hoe het intern risicobeheersingssysteem is ingericht en hoe dit in de praktijk functioneert. Daarnaast beschrijft het bestuur niet welke resultaten er met het systeem zijn bereikt en welke aanpassingen eventueel worden doorgevoerd in de komende jaren.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan.

Voortgang januari 2023: Deze verantwoording ontbrak in het jaarverslag 2021. Op dit moment is er geen (concept) jaarverslag over 2022 opgesteld. Daarom worden geen nadere uitspraken gedaan over de voortgang op deze herstelopdracht. XI Het bestuur heeft diverse risico's opgenomen in het jaarverslag. Het bestuur geeft echter niet aan of zij passende maatregelen heeft genomen om deze risico's te beheersen (Bijlage 3, Onderdeel B2, behorende bij artikel 4, vierde lid, RJO).

Het bestuur verantwoordt zich in het komend jaarverslag conform regeling jaarverslaggeving onderwijs

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven.

In het jaarverslag zijn twee risico’s en onzekerheden opgenomen. Tevens zijn hier beheersingsmaatregelen bij opgenomen. Het is niet evident dat dit de enige belangrijke risico’s zijn. Er ligt op bestuursniveau geen uitgewerkte risicoanalyse aan ten grondslag.

Aan deze herstelopdracht is deels voldaan.

Onderzoek mei-juni 2022: Niet voldaan. Voortgang januari 2023: Deze verantwoording ontbrak in het jaarverslag 2021. Op dit moment is er geen (concept) jaarverslag over 2022 opgesteld. Daarom worden geen nadere uitspraken gedaan over de voortgang op deze herstelopdracht.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

42/66

XII Het bestuur dient er voor te zorgen dat over de afgelopen jaren en voor het huidige schooljaar 2021/2022 alsnog de verhuur in rekening wordt gebracht bij de weekendscholen en in de jaarrekening wordt verantwoord (art 115 WPO).

Het bestuur verantwoordt zich in het komend jaarverslag over dat het huur in rekening heeft gebracht aan de weekendscholen

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven. Onderzoek mei-juni 2022: niet voldaan

Voor de periode 1 januari 2022 tot en met 31 juli 2022 is geen vergoeding in rekening gebracht bij de weekendscholen.

Aan deze herstelopdracht is niet voldaan In het schooljaar 2022/ 2023 betalen de twee weekendscholen wel een vergoeding. Het in rekening gebrachte tarief is alleen ter dekking van energie en water. Dit tarief acht de inspectie niet kostendekkend.

Voortgang januari 2023: Op het moment van onderzoek zijn voor het schooljaar 2021/2022, noch voor het schooljaar 2022/2023 kostendekkende verhuurvergoeding in rekening gebracht bij de weekendscholen. Het bestuur geeft aan dat er een nieuwe conceptovereenkomst is opgesteld. Deze is nog niet ondertekend door het bestuur van de weekendscholen. Scholen XIII De MR-en zijn niet samengesteld conform het (G)MR reglement (artikel 3 tweede lid WMS).

Het bestuur zorgt ervoor dat de directies van de scholen zorgdragen voor de samenstelling van de medezeggenschapsraden conform het reglement

In maart 2022 voeren wij een voortgangsgesprek met het bestuur. Voor dit voortgangsgesprek ontvangen wij uiterlijk 25 februari een voortgangsrapportage waarin de voortgang van elke tekortkoming is opgenomen. In juni 2022 doen wij een herstelonderzoek om na te gaan of de tekortkoming is opgeheven

Tijdens het onderzoek blijkt dat op twee van de drie scholen weer sprake is van een nieuwe samenstelling van de MR ten opzichte van de nieuw samengestelde MR'en vorig schooljaar. De nieuwe MR op deze twee scholen is nog niet actief geweest. Slechts op één school is sprake van een MR, die al langere tijd functioneert en haar tegenspraak kan uitoefenen.

Aan deze herstelopdracht is slechts ten dele voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

43/66

In onderstaande tabel staan de aanvullende herstelopdrachten zoals geformuleerd in het rapport van 17 augustus 2022 (deze herstelopdrachten zijn aanvullend op de herstelopdrachten zoals vastgesteld in het inspectierapport van 26 januari 2022). Het herstel is onderzocht en beoordeeld in het onderzoek van september 2023. Wat verwachten wij van het bestuur? Voortgang herstel

Tekortkoming

Voldaan september 2023?

Bestuur A Het algemeen bestuur houdt onvoldoende toezicht op de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van rijksmiddelen (artikel 17c, eerste lid, onderdeel c, WPO)

Het bestuur draagt er zorg voor dat er voldoende intern toezicht is op de besteding van de rijksmiddelen.

Zoals geconstateerd bij de hierboven behandelde herstelopdracht biedt het verslag van de intern toezichthouder onvoldoende houvast voor het toezicht op de doelmatige en rechtmatige besteding. Ook het intern toezichtskader en het bestuurlijk toetsingskader gaan niet in op het interne toezicht op de rijksmiddelen. Uit de verslagen van de vergaderingen van het algemeen bestuur blijkt dat in 2023 af en toe onderwerpen aan bod komen die te relateren zijn aan het toezicht op de doelmatige en rechtmatige besteding van middelen. Het toezicht gebeurt (nog) niet op een gestructureerde manier aan de hand van een toetsingskader en adequate bronnen. De rapportages bieden daarvoor nog onvoldoende houvast. Daarnaast is ten tijde van het onderzoek onvoldoende (financiele) kennis en inzicht aanwezig bij het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor toetsing op de doelmatige en rechtmatige besteding van middelen

Aan deze herstelopdracht is deels voldaan. B Het bestuur heeft de administratie niet op een zodanige manier gevoerd dat de rechten en plichten ten alle tijden kunnen worden gekend (artikelen 2:9 en 2:10 BW, artikelen 17c, 165 en 187 WPO en de RJO)

Het bestuur richt de administratie op zo’n manier in dat aan deze verplichting voldaan wordt.

Tijdens het vorige onderzoek werden verschillende uitgaven geconstateerd die het bestuur niet of onvoldoende kon onderbouwen. Op dit punt zijn er verbeteringen opgetreden, maar op een aantal punten voldoet de administratie nog niet. Rond niet-educatieve uitgaven, ouderbijdragen en inzet en vergoeding van vrijwilligers moet de administratie verder worden verbeterd.

Aan deze herstelopdracht is deels voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

44/66

C Het bestuur legt in het jaarverslag geen verantwoording af conform de code goed bestuur over mogelijk belangenverstrengeling (art. 165, eerste lid, onderdeel a, WPO)

Het bestuur verantwoordt zich in het jaarverslag over mogelijke belangenverstrengeling conform de code goed bestuur.

In het voortgangsonderzoek had de inspectie vastgesteld dat de eerder geconstateerde vormen van belangenverstrengeling formeel waren opgeheven. Dat wil zeggen dat er in het uittreksel van de Kamer van Koophandel van de weekendscholen of vervoersstichting geen bestuurders of leden van de GMR van Stichting ISA staan ingeschreven. Met de verkoop van bussen en de vergoeding die inmiddels in rekening wordt gebracht aan de weekendscholen is dit verder doorgezet. Daarnaast is ook in de gevoerde gesprekken tijdens dit herstelonderzoek bewustwording zichtbaar rond dit thema.

Aan deze herstelopdracht is voldaan.

Vervolgtoezicht De inspectie komt na dit tweede herstelonderzoek tot de conclusie dat het bestuur van Stichting ISA sinds november 2021 niet in staat is geweest om een aanzienlijk deel van de wettelijke tekortkomingen op duurzame wijze en volledig op te lossen. Hoewel de inspectie nog steeds onrechtmatige bestedingen heeft geconstateerd, stelt de inspectie geen wanbeheer meer vast bij Stichting ISA. De kwaliteit van de financiële sturing, het toezicht daarop en de verantwoording daarover binnen Stichting ISA is echter nog niet op orde. Ook zijn er nog meerdere belangrijke verbeterpunten ten aanzien van de financiële administratie. Kijkend naar de toezichtgeschiedenis en de beschreven context zien we in dit bestuur een terugkerend patroon over een periode van ruim 10 jaar waarin het bestuur niet in staat is te voldoen aan de wet. De kwaliteit en aansturing van de scholen staat nog steeds onder grote druk en er zijn veel personeelsleden vertrokken of ziek. Separaat aan het verscherpt toezichttraject van de inspectie loopt er een aanwijzing van de minister, die het bestuur onder andere opdraagt zich te versterken en te professionaliseren. De inspectie gaat naar aanleiding van de bevindingen van dit herstelonderzoek met de minister in overleg. Daarnaast beraadt de inspectie zich op verdere sanctiemaatregelen zoals het opleggen van een bekostigingssanctie.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

45/66

5 . Reactie van het bestuur Het bestuur van Stichting Islamitische school Amsterdam (ISA) heeft op 3 november 2023 het conceptrapport ontvangen. Het bestuur heeft op 12 november 2023 verzocht om uitstel voor het geven van de bestuursreactie. Dit verzoek is door ons toegekend tot 1 december 2023. Op 2 december 2023 ontving de inspectie een reactie van het bestuur. Zowel de begeleidende mail als de bestuursreactie zijn ondertekend met “het AB”. Onduidelijk is namens welke AB-leden de reactie geschreven is en of een directeur-bestuurder betrokken is. De inspectie heeft geen aanvullende reactie van een directeur-bestuurder ontvangen. De reactie is opgebouwd per herstelopdracht. Wij hebben op 15 december 2023 het definitieve rapport aan het bestuur gestuurd en hebben per herstelopdracht onze reactie gegeven op de bestuursreactie. Tevens hebben we het concept-rapport naar aanleiding van de reactie van het bestuur op enkele onderdelen aangepast voordat we het rapport definitief vaststelden. Hieronder staat de bestuursreactie weergegeven. Wij hebben persoonsgegevens geanonimiseerd.

Wij hebben uw conceptonderzoeksrapport zorgvuldig doorgenomen en willen graag enkele punten verduidelijken en corrigeren. Onze opmerkingen bij hoofdstuk 4, met name de kolom ‘Voldaan september 2023: Herstelopdracht I: Gesteld wordt dat het draagvlak binnen de scholen en GMR wisselend is. De inspectie stelt dat zij gesprekken heeft gevoerd. Maar met wie zijn die gesprekken gevoerd, en wat is er uit die gesprekken gekomen? De heer X zelf heeft wel met alle schooldirecteuren en zelf met een deel van de GMR gesproken, de gesprekken verliepen prettig en werd ook rekening gehouden met zijn aanpak (eerst de scholen waar onrust/problemen zijn aanpakken).

Graag vernemen wij welke conclusie verbindt de inspectie aan haar oordeel? Immers aan de eerste herstelopdracht is, zo stelt de inspectie, slechts ten dele voldaan. Maar is dan aan dit onderdeel van de eerste herstelopdracht wel voldaan? Ook van belang om op te merken is dat, zowel voor herstelopdracht I en voor de overige herstelopdrachten geldt dat het Algemeen Bestuur (AB) geen inzage heeft in de gesprekken.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

46/66

Onder verwijzing naar hoofdstuk 2 van het concept-rapport moet het AB afgaan op de samenvatting welke daar wordt gegeven. Er is al daarom geen sprake van hoor en wederhoor nu er geen gespreksverslagen zijn overgelegd, ter onderbouwing van die conclusies. Het kan dus heel goed zijn dat er personen van een stakeholder die wel gehoord zijn maar het niet eens waren met de meerderheidsstandpunt, hun standpunt als meerderheidsstandpunt naar voren hebben gebracht of anderszins onvoldoende nuancering hebben aangebracht. Dat is menselijk, maar kan al om die reden een vertekend beeld geven. Op blz. 17 van het concept-rapport is bij herstelopdracht 1 vermeld dat daaraan slechts ten dele is voldaan, mede omdat nog steeds niet aan art. 10 WPO en art. 17c WPO is voldaan. Het bestuursreglement dateert van 2014. Echter het geeft een duidelijke taakomschrijving van taken van het algemeen bestuur (art. 18) en daarmee schept het ook duidelijkheid over de scheiding van toezichthoudend en dagelijks bestuur. Waaruit blijkt dat het daartoe nodig is om de documenten up to date te maken? Het gaat erom dat die scheiding van taken wordt toegepast. Blz. 12 rapport: In januari 2023 wordt gesteld dat sprake is van een moeizaam samenspel tussen interim-dagelijks bestuurder en algemeen bestuur. Beide zouden anders aankijken tegen de organisatie en herstelproces.

Wordt dit standpunt ook onderbouwd door de inspectie wij benadrukken dat dit met de per 1 juli benoemde directeur-bestuurder, ( net zoals met de interim-bestuurder) goed overleg en afstemming plaatsvindt. Wat daar ook van zij, dit kritiekpunt komt in de periode daarna, tot en met het laatste gesprek in september, niet meer terug. Blz. 13: Of er terecht zorg over kwaliteit van het onderwijs is, kunnen wij deels onderschrijven. Maar in de afgelopen periode is die kwaliteit ook verbeterd. Blz. 13: voortgangsgesprek juli 2023: Gesproken wordt over een extra zorgelijk en kwetsbaar beeld van nieuwe onrust. De daartoe door de inspectie aangedragen factoren zijn, zo lijkt het, door de inspectie onvoldoende uitgevraagd. Immers het bestuurslid (van het AB) moest wel ontslagen worden omdat deze op eigen houtje beslissingen trachtte te nemen, alsof hij

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

47/66

in zijn eentje het bestuur vormde. Het AB dient dan daadkrachtig op te treden, zeker omdat overlegpogingen op niets uitliepen. De conclusie van de inspectie dat daarmee het bestuur niet meer aan haar eigen statuten voldoet, omdat zij nog maar uit twee leden bestond, is niet juist onder verwijzing naar art. 6 lid 13 statuten, waar is vermeld dat ook het enig overgebleven lid een wettig algemeen bestuur kan vormen. Dit heeft zeker niet de voorkeur, daarom is in statuten en reglement ook vermeld dat het algemeen bestuur uit minimaal 3 leden moet bestaan. Maar een algemeen bestuur dat bestaat uit twee leden verdient de voorkeur boven een algemeen bestuur dat bestaat uit drie leden, waarvan één lid volledig solo opereert en daarmee geen onderdeel van het AB vormt. Met het ontslag werd die onrust juist weggenomen. Onduidelijk is waarom het zorgelijk is dat de GMR verdeeld was in haar advies ten aanzien van de te benoemen directeur-bestuurder. Enerzijds is dat al vreemd, omdat de GMR vertegenwoordigd is in de Benoemings Advies Commissie (BAC) en daarin haar voorkeur had uitgesproken voor de kandidaat. Anderzijds hebben alle GMR leden hun eigen mening en mogen die inbrengen in het advies. Voorgaande geeft juist aan dat de GMR zich niet belemmert voelt tegenspraak te geven. Uit voorgaande valt niet te concluderen dat het toezichthouden nog steeds vorm moet krijgen.

In tegenstelling tot hetgeen in de rapportage is gesteld, ziet het AB haar taak niet als het controleren van het DB. Het AB ziet zichzelf als klankbord voor de DB-er en heeft geregeld overleg met de DB-er + audit om op die wijze op de hoogte te blijven van hetgeen in de organisatie speelt. Juist in deze periode heeft het AB wel een heel duidelijke taak, onder verwijzing naar de aanwijzing van 4 november 2022 van de Minister van OCW. Met betrekking tot de voltalligheid van de GMR. Er ontbreekt, indien blijkt dat er een procedure fout is gemaakt, één personeelsgeledingslid van één school, al Jawhara. Voor het overige zijn alle scholen en geledingen vertegenwoordigd. Wij vinden dan ook dat aan deze herstelopdracht grotendeels, zo niet volledig, is voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

48/66

Herstelopdracht II: De kwaliteit van het onderwijs is, grotendeels, op orde, wel blijft de zorg voor kwaliteit een belangrijk aandachtspunt, heeft constant onze aandacht, waarbij de DB-er het AB hierover geregeld informeert. Wij verwijzen u naar de bijlagen (rapportages Q3 Almaes en Al yaqoet), ook verwijzen wij naar uw bezoek van 12 december a.s. aan Al maes.

Herstelopdracht III: Gesteld wordt dat dat statuten e.d. niet zijn aangepast. Dat hoeft niet als daarin voldoende duidelijk het onderscheid tussen toezichthoudend en dagelijks bestuur wordt gemaakt in taken en bevoegdheden. Daarvan is sprake onder verwijzing naar de statuten (bijvoorbeeld art. 6 lid 1, waarin de scheiding in taken duidelijk is vermeld, art. 9, art. 14 en 15). Ook wordt verwezen naar het bestuursreglement waar de scheiding van taken eveneens is verwoord (art. 7 en 18). Daarbij komt dat het AB de code good governance in acht neemt. Voor de argumenten en de rechtsgeldigheid van de samenstelling van het huidige bestuur (AB) wordt verwezen naar het daarover bij herstelopdracht I opgemerkte. Zowel voor herstelopdracht I als herstelopdracht III geldt dat de inspectie met de inhoud van de aanwijzing d.d. 4 november 2022 bekend wordt verondersteld. Daaruit blijkt immers dat het AB moet worden aangevuld. Daarmee was en is het AB dan ook druk doende. Dat heeft niet alleen tot één nieuw AB-lid per augustus jl. geleid, maar er zijn nadien nog twee kandidaten door de sollicitatierondes gekomen welke nu worden voorgedragen en waarover advies aan de GMR is gevraagd. De Minister is van deze ontwikkelingen op de hoogte.

Opgemerkt hierbij wordt dat het AB het niet in de hand heeft hoe snel AB-kandidaten op de vacatures, die al vanaf voorjaar 2023 openstaan, reageren en evenmin op de kwaliteit van de kandidaten. Daarvan is het AB afhankelijk om het AB op volle sterkte te kunnen krijgen, waarvoor zij haar uiterste best doet. De voortgang en inspanningen daarin worden bij u bekend verondersteld, mede onder verwijzing naar de aan de Minister hierover verstrekte informatie. Die inspanningen en de beperkte invloed welke het AB daarop heeft,

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

49/66

dienen ertoe te leiden dat de conclusie moet zijn dat aan deze herstelopdracht grotendeels, zo niet geheel, is voldaan. Wellicht ten overvloede: Het AB heeft het niet in de hand of een voormalig bestuurslid bezwaar bij de Kamer van Koophandel maakt. Dat bezwaar zorgt ervoor dat de KvK een registraties meer verricht op dat KvK-nummer. Dit zou om die reden geen rol mogen spelen bij de beoordeling over het al dan niet voldoen aan de opdracht. Herstelopdracht IV: Het bestuur kan de GMR slechts instellen. De leden van de GMR worden gekozen door de leden van de afzonderlijke medezeggenschapsraden van de respectievelijke scholen. In de wet is niet vastgelegd dat dit de taak van het bestuur is. Uit het voorgaande blijkt nu juist het tegendeel nu de medezeggenschapsraden de leden van de GMR kiezen (art. 4 lid 3 WMS, alsmede art. 4 lid 4 onder verwijzing naar art. 3 WMS). Het bestuur kan daarom niet meer doen dan de GMR het belang in te laten zien van haar orgaan en daarmee van de noodzaak om als volledig orgaan te functioneren. Het bestuur heeft naar haar mening voldoende duidelijk gemaakt dat zij meent dat de GMR haar eigen verkiezingsregels niet heeft gevolgd, onder verwijzing naar art. 6 GMR-reglement en dat daarom één lid niet reglementair is benoemd. Het bestuur erkent haar verantwoordelijkheid, maar meent dat zij die ook naar beste kunnen heeft genomen.

Gezien voorgaande meent het bestuur dat deze opdracht naar beste kunnen is vervuld. Nu de GMR niet volledig is en er onderlinge verdeeldheid heerst, kan hoogstens geconcludeerd worden dat de opdracht deels niet is vervuld, gerelateerd aan de inspanningen welke van de stichting mogen worden verwacht. Herstelopdracht V: Het bestuur heeft aan de inspectie alle informatie gegeven waaruit de precieze gang van zaken blijkt rondom herstelopdracht V. Het bestuur meent dat niet tot de samenvatting en conclusie kan worden gekomen zoals die hier is vermeld. Immers onderdeel van de aanwijzing d.d. 4 november 2022 van de Minister is het opstellen van een stappenplan en onderdeel van die aanwijzing is het aanstellen van een nieuwe directeur- bestuurder uiterlijk per 1 juli 2023.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

50/66

Het stappenplan is aangeleverd aan de Minister en, met uitzondering van het tijdspad, goedgekeurd. Vervolgens diende profielschetsen, waaronder voor een nieuwe directeur- bestuurder, opgesteld te worden. De Minister heeft, ondanks aandringen van het bestuur, verzuimd te reageren op de aangeleverde profielschets voor de te werven directeur-bestuurder. De stichting is, na meerdere keren aandringen en daardoor ongeveer 2 maanden tijdsverloop, gaan werven. Er zijn in mei/juni 2023 gesprekken gevoerd met een kandidaat, die de goedkeuring van de BAC kon wegdragen. Op 19 juni 2023 is het verzoek aan de GMR gedaan om advies te geven en verzocht om de reguliere termijn van 6 weken te verkorten. Dit omdat de interim-directeur per 1 juli jl. ontslag nam en het bestuur het van belang achtte dat zorgvuldige overdracht kon plaatsvinden en er per 1 juli een nieuwe directeur-bestuurder kon starten. De GMR heeft aangegeven dat zij haar tijd nodig had om advies te geven. Ook heeft de GMR aangegeven dat zij over bepaalde stukken zoals CV en motivatie van de kandidaat, niet beschikte. Dat klopte niet, omdat de GMR een afvaardiging in de BAC had. Zij beschikte dus wel over die documenten. Dit gaf ook weer vertraging.

Het AB heeft de constructie bedacht om de directeur-bestuurder, ondanks het nog niet aanwezige advies van de GMR, wel al te benoemen, opdat ook de directeur bestuurder duidelijkheid had. Echter de directeur bestuurder heeft een proeftijd van 2 maanden gekregen een contract van een jaar. Als gevolg daarvan had de GMR de tijd om met een advies te komen. Als dat advies naar het oordeel van het AB tot een ander oordeel moest leiden dan de aanstelling, had zij nog de tijd om binnen de twee maanden proeftijd afscheid van de directeurbestuurder te komen en anders was er in ieder geval een periode van een jaar om aan elkaar te wennen. Hierdoor heeft het AB de GMR de rol toebedeelt die de GMR heeft en kon de GMR van haar adviesrecht volledig gebruik maken. Over het aanstellen van een nieuw AB-lid geldt dat de GMR om advies is gevraagd.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

51/66

Dat enkele leden aangeven dat zij niet tijdig en niet volledig zijn geïnformeerd, betekent niet dat dit een GMR-standpunt is. Het is helaas niet ongebruikelijk dat, als er een advies is gegeven degenen die tegen dat advies gestemd hebben, hun onvrede blijven uiten. Overleg met GMR: op 14 juli was er een vergadering gepland tussen de GMR en de DB ‘er, dezen is door de GMR op laatste moment niet door laten gaan.

Ook als geen overleg met GMR heeft plaatsgevonden betekent voorgaande dat in ieder geval deels aan de opdracht is voldaan. Herstelopdracht VI: Akkoord. Herstelopdracht VII: De GMR heeft gedurende een half jaar aan deze verplichting voldaan. Ook na 23 juni is er, zij het met onderlinge strubbelingen, gewerkt aan herstel en taken, zoals te zien is in het advies over de heer Xa in juli en het advies over de heren Xb en Xc in december. Daarom moet de vervulde herstelopdracht als voltooid worden beschouwd. Bovendien wordt er alles aan gedaan en zal de GMR blijven wijzen op dit aspect. Herstelopdracht VIII: Het AB heeft haar verantwoordelijkheid genomen door een DB-er aan te stellen, om haar taak als toezichthouder te waarborgen, een financieel controller heeft aangenomen om de financiele verantwoording af te kunnen leggen, de kwaliteit van onderwijs en veiligheid op scholen door inzetten van daarop gerichte plannen en personen, is verbeterd etc... Conclusie: aan herstelopdracht is wel voldaan. Herstelopdracht IX: aan herstelopdracht is voldaan. Herstelopdracht X: aan herstelopdracht is wel voldaan. Herstelopdracht XI: Hard aangemerkt, resultaten bemoedigend. Conclusie: aan herstelopdracht is wel voldaan.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

52/66

Herstelopdracht XII: Conclusie: aan herstelopdracht is voldaan.

Herstelopdracht XIII: Op alle 3 scholen draait de MR goed, op Al Yaqoet is de cursus afgerond, deze cursus wordt ook op andere scholen aangeboden. Conclusie: aan herstelopdracht is voldaan. Dan nog nog een aantal opmerkingen over het concept-rapport: Daarin wordt vermeld (blz. 2) dat wij in reactie op het rapport van 17/ 8/22 onder andere aangegeven zou hebben dat wij ‘weinig argumenten hebben om dit te bestrijden’. Dit klopt niet. Pagina 4: niet pas na vertrekt interim-bestuurder zijn hoopoplopende conflicten ontstaan. De interim-bestuurder heeft per 1 juli afscheid genomen. Daarvoor speelde al het ontslag van de bestuurder en het aantrekken van de directeur-bestuurder. Pagina 5: gesteld wordt dat in september 2023 wordt geconcludeerd dat onvoldoende aan de herstelopdrachten is voldaan, en dat de inspectie met de Minister in gesprek gaat over verdere maatregelen. Dan lijkt het erop dat of de inspectie niet op de hoogte is van de bekostigingsmaatregel of dat de stichting dubbel wordt ‘bestraft’. Immers de aanwijzing betrof onder andere de bestuursmaatregelen en omdat de Minister in augustus oordeelde dat daaraan onvoldoende is voldaan, is een bekostigingsbesluit genomen. Is de inspectie hiervan wel op de hoogte en wat wil de inspectie dan nog meer doen als de Minister deze besluiten al heeft genomen?

Pagina 14: bestuurslid treedt onverwacht af. U mag ervan uitgaan dat de inspectie op de hoogte is van het bekostigingsbesluit. Dan wist de inspectie ook dat het bestuur onder grote druk stond aan één van de eisen te voldoen, waaraan per 15 september voldaan moest zijn. Het bestuur heef hierover op 14 september vergaderd en het betreffende besluit genomen. Voor het bestuur was het ook een afweging van belangen welke op het laatste moment is gemaakt. Het bestuur hoopt dat de inspectie haar opmerkingen hierover dan ook in deze context, waaronder dat zij van het bekostigingsbesluit en de daarmee gepaard gaande maatregelen op de hoogte was, ziet en

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

53/66

wil plaatsen. Financiële situatie We zijn blij te kunnen melden dat onze financiële situatie verbetert. Het jaarverslag van 2022 getuigt van deze vooruitgang, en de zichtbare verbeteringen zijn bemoedigend. Reactie financiële controller Zie bijlage reactie op specifieke punten in het rapport waarop we willen reageren. 10. Q3 rapportage Zie bijlage. 11. conclusie In conclusie hopen we dat deze reactie meer inzicht biedt in de complexe situatie binnen ISA. Geconstateerde tekortkomingen zijn aangepakt, en drie nieuwe bestuursleden staan klaar om aan de slag te gaan. De organisatie heeft van het verleden geleerd en is al gestart met de voorbereiding op de toekomst. Onze scholen scoren goed op het gebied van onderwijskwaliteit, en we verwachten door de nieuwe aanpak nog betere resultaten te behalen. Het vernieuwde personeelsbeleid richt zich op zowel het aantrekken als behouden van talent, en zowel het bestuur als het personeel staan open voor verdere samenwerking.

INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - SPECIFIEK ONDERZOEK

54/66

Bijlage: Zienswijze ZIENSWIJZE NAAR AANLEIDING VAN DEFINITIEF RAPPORT INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS D.D. 15 DECEMBER 2023 Geachte mevrouw, Hierbij dien ik namens de stichting ISA, hierna mede als 'ISA' of 'cliente' aangeduid, gevestigd te Amsterdam, Agatha Dekenstraat 26 (1053 AP), een zienswijze in naar aanleiding van het definitieve rapport d.d. 15 december 2023 van de Inspectie van het Onderwijs met uw hierboven vermelde kenmerk. 1. Uit het begeleidend schrijven d.d. 15 december jl. van de Inspectie van het Onderwijs (hierna mede als onderwijsinspectie aangeduid) en het definitieve rapport van voormelde datum blijkt dat de aanvullingen en reactie van stichting ISA niet hebben geleid tot noemenswaardige aanpassing van het rapport. Tegelijkertijd stelt ISA dat zij nog steeds over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de bevindingen van de inspectie wel of niet in lijn zijn met hetgeen uit de door de inspectie gevoerde gesprekken met de verschillende geledingen binnen de stichting is geconcludeerd. Dit nu niet over de betreffende gespreksverslagen wordt beschikt. 2. Het rapport van de onderwijsinspectie is opgebouwd uit een vaststelling en samenvatting, opzet van het onderzoek, context en toezichtgeschiedenis, conclusies en bevindingen en vervolgtoezicht.

In deze zienswijze zal zowel worden ingegaan op de samenvatting (en daaraan verbonden conclusies) als op de conclusies en bevindingen. Nu in de samenvatting het al dan niet voldoen aan de herstelopdrachten is samengevat, zal hierna alleen daar waar nodig, nadat in is gegaan op de samenvatting, op de herstelopdrachten worden ingegaan. 3. Onder het kopje 'Samenvatting' op pagina 3 van 47, is onder andere vermeld dat nog steeds geen sprake is van een werkend en cyclisch systeem van kwaliteitszorg en scheiding tussen uitvoerend en toezichthoudend bestuur. ISA betwist dat er in het geheel geen sprake is van, een begin van, een cyclisch systeem van kwaliteitszorg. Dat systeem is door de indertijd ingehuurde deskundige, de heer X, opgezet voor in ieder geval de school welke dat het meeste nodig had. Dit was, eind 2022/begin 2023, de school Al Yaqoet in Amsterdam Noord. Die deskundige is helaas vroegtijdig vertrokken, in de periode juni/juli 2023. In diezelfde periode ging de dagelijks bestuurder, ook wel als directeur-bestuurder aangeduid (en hierna als DB-er aangeduid) met pensioen, en is, per 1 juli 2023, een nieuwe DB-er benoemd, de heer Xa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13767081/1