CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 20210419 LvD INVESTERINGSNOTA BIJLAGE

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennis nemen van de Raadsinformatiebrief inzake collegebesluit vrijgave voor inspraak concept Investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt Nr. VN2021-01404720.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

BPF 16: Waarom voorzieningen verspreiden over de buurt in plaats van centreren op 1 plek in de buurt? Bijvoorbeeld aan de Röellstraat ? ANTW: Functies die elkaar ondersteunen komen bij elkaar. Zo komt er bij de school een gymzaal, maar ook ruimte voor kinderopvang en huiswerkbegeleiding. Ook het jongerencentrum past daar goed bij. Het community center (Participatie en maatschappelijke diensten) past weer beter bij de Deysselstraat. Juist ook door niet alles op één plek te zetten voorkomen we dat het daar te druk gaat worden en de woonfunctie in de knel zou kunnen komen. BPF 17: Waarom een GGZ instelling terug laten komen in de buurt. Dit zorgt voor criminaliteit en overlast en komt niet ten goede aan de leefbaarheid in de Deysselbuurt. ANTW: Er is nu al een aantal jaar een GGZ aan de rotonde bij de Slotermeerlaan. De GGZ heeft een grote maatschappelijke functie en functioneert daar naar behoren. Wij kennen geen klachten over overlast. Of de GGZ terugkeert in de vernieuwde buurt is nog niet bekend. Maar wij sluiten dat niet uit. Veiligheid is dan zeker een aandachtspunt. BPF 18: Er werd tijdens de eerste bijeenkomst verteld dat de keuzes voor voorzieningen in de Deysselbuurt mede in samenspraak met verschillende organisaties is gebeurd. Welke organisaties zijn dat geweest? 12

ANTW: In netwerkgesprekken zijn circa 40 partijen betrokken bij de vraag wat speelt er en wat is er nodig. De volgende organisaties zijn intensiever betrokken, met themasessies: VolksbondStreetcornerwork, INDAAD, SAAAM, Cordaan, SEZO, Gezondheidscentrum Amsterdam SAG, St. Dock, IMD, St Vooruit. BPF 19: Waaruit blijkt dat deze hoeveelheid voorzieningen nodig is, welk onderzoek heeft er plaatsgevonden en kunnen wij deze ook inzien? ANTW: De maatschappelijke scorekaart kunnen wij u toesturen. De gemeente bepaalt voor iedere wijk en voor het stadsdeel wat het voorzieningenniveau moet zijn. BPF 20: In de principe nota 2019 geeft de gemeente aan geen bedrijvigheid te willen hebben binnen de van Deysselstraat en bedrijvigheid in de gebieden rondom juist te versterken, waarom wordt er toch gekozen om woningen te verruilen voor bedrijfspanden nu er een groot tekort is aan woningen? ANTW: Zie de antwoorden op de vragen 1,2 en 3. BPF 21: Door bedrijvigheid te plaatsen onder de noemer van voorzieningen, wordt daarmee de regels van de gemeentelijke kaders niet in acht genomen. Hoe kijken jullie daar tegenaan? ANTW: Bedrijvigheid wordt ook wel geplaatst onder de noemer van commerciële voorzieningen. Omdat commerciële voorzieningen ook verwijzen naar grote winkels, horeca e.d.

gebruiken we de term bedrijvigheid om een andere intentie dan grote winkels en horeca aan te duiden, namelijk het onder vraag 6 genoemde type bedrijvigheid. Niet helder is welke gemeentelijke kaders in deze vraag (17) bedoeld worden.

13

5. Evaluatie participatie en draagvlak voor vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt Juni 2020 De gemeente en Rochdale hebben de laatste jaren veel reacties gekregen bij de participatietrajecten in de Lodewijk van Deysselbuurt. Die input is een belangrijke leidraad geweest bij het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan. Bewoners klagen al jaren vooral over de slechte kwaliteit van de woningen, het eenzijdige woningaanbod, de niet-passende bedrijvigheid, het gebrek aan goede speelplekken, de vervuilde openbare ruimte en drukte met auto’s.

coronacrisis konden deze bijeenkomsten niet doorgaan. Gezien de projectplanning, de verwachtingen van de bewoners en onze informatie-/participatieplicht hebben we ons ingespannen om bewoners ondanks corona in mei en juni toch een optimale communicatie- en participatiemix te bieden, met onder andere drie online bijeenkomsten. Doel van de vernieuwde aanpak was om zoveel mogelijk bewoners te betrekken, optimale mogelijkheden te scheppen voor interactie, en de buurt niet langer in onzekerheid te laten zitten. Onderdelen van de aanpak:

De laatste bewonersbijeenkomst voor aanvang van het huidige participatietraject hebben de gemeente en Rochdale georganiseerd in juli 2019. Verder is er al ruim een jaar een buurtpunt open in de wijk, waar bewoners terecht kunnen voor al hun vragen. Medewerkers houden in het buurtpunt ook spreekuren. Daarnaast leggen medewerkers van het buurtpunt huisbezoeken af om te inventariseren wat nodig is om de woningen op orde te houden tot de daadwerkelijke vernieuwing van start kan gaan. Nieuwe participatiefase: bewoners betrekken bij de concrete vernieuwingsplannen In deze nieuwe fase kregen bewoners opnieuw de mogelijkheid om te participeren in de planvorming. Om te zien of hun wensen goed vertaald zijn, hebben we bewoners via drie online bijeenkomsten (zie hieronder) gevraagd op het Vernieuwingsplan te reageren. Ook na het investeringsbesluit is er weer participatie mogelijk, bijvoorbeeld over onderwerpen als de inrichting van de openbare ruimte en het tijdelijk beheer van de wijk. Aanpak communicatie/participatie Van Deysselbuurt tijdens coronacrisis Voor het Vernieuwingsplan hadden Rochdale en de gemeente oorspronkelijk elf participatiebijeenkomsten ingepland, van 30 maart tot 21 april 2020. Vanwege de

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

■ Informeren en uitnodigen voor de online bijeenkomsten via een krant en nieuwsbrief. Ruim voor de bijeenkomsten hebben Rochdale en de gemeente huis-aan-huis in de buurt een uitgebreide krant met de plannen verspreid. In de krant stond ook de uitnodiging voor de digitale bijeenkomsten met uitleg hoe deel te nemen. ■ Lancering website lodewijkvandeyssel.nl. Gelijk met het verspreiden van de krant hebben we de nieuwe website gelanceerd. Daarop vinden bewoners onder andere gedetailleerde informatie over het vernieuwingsplan en een Q&A die regelmatig geüpdatet wordt. Ook de drie online participatiesessies zijn hier terug te kijken. ■ Uitnodigen voor online bijeenkomsten via gerichte Facebook-berichten in de wijk. Naast de nieuwbrief en de krant is de buurt attent gemaakt op de drie digitale bijeenkomsten via gerichte advertenties op hun Facebook-tijdlijn (postcode-targeting). ■ Overige middelen: − Posters in portieken − Hulplijn/belpanel paraat voor ondersteuning direct na op afstand − Buurtplatform en/of andere bewoners inzetten om bewoners te benaderen.

− Try-out online bijeenkomst voor buurtplatform: wat werkt wel en wat niet. − Extra uitnodiging voor de digitale bijeenkomst via een e-mail(nieuwsbrief). − Verspreiding flyer met info over de digitale bijeenkomsten een dag voor aanvang. − Een aparte nieuwsbrief voor omwonenden. ■ Instellen belpanel. Direct na verspreiding van de krant stond een team van medewerkers telefonisch klaar voor alle bewoners. Enerzijds om diverse vragen te beantwoorden, anderzijds om gehoor te geven aan zorgen of teleurstelling. ■ De drie digitale bewonersbijeenkomsten op 19 mei 2020. Bewoners van de Van Deysselbuurt konden zich aanmelden voor drie digitale bijeenkomsten: één over de sloop-nieuwbouw, één over de renovatie en één met algemene informatie. Tijdens de bijeenkomsten presenteerden we het vernieuwingsplan en konden mensen reageren via een inbel-/chatfunctie. Door de interactie kregen we een goed beeld van het draagvlak voor het plan in de buurt. Dat is belangrijk omdat de wijk in eerste instantie vernieuwd wordt voor de huidige bewoners. Resultaten van de participatie De bewoners hebben de livesessies over het algemeen goed ontvangen. Van de 1200 adressen die de Lodewijk van Deyssel buurt telt, logden ruim 400 gezinnen/ personen in. Bewoners namen deel aan meer dan 300 chats met reacties en vragen.

In sommige chats werden wel meer dan vijf vragen gesteld, dus het uiteindelijke aantal ligt nog een stuk hoger. Slechts enkele tientallen mensen maakten gebruik van de mogelijkheid vragen of opmerkingen per telefoon te stellen.

25

Uit een analyse van de gestelde vragen en opmerkingen valt het volgende op: ■ Het grootste deel van de vragen lijkt te vallen onder het kopje ‘wanneer’. ‘Wanneer ben ik aan de beurt?’ ‘Wanneer wordt mijn huis gesloopt?’ ‘Wanneer heb ik recht op vergoeding?’ ‘Wanneer start de renovatie?’ ‘Wanneer krijg ik verhuisurgentie?’, et cetera. Uit al deze vragen blijkt ongeduld. Bewoners kunnen niet wachten tot er eindelijk iets gaat gebeuren. Eigenlijk precies het geluid dat we verwacht hadden gezien de eerdere contactmomenten met bewoners. ■ De rest van de vragen was meer inhoudelijk en ging over zaken als: wel/geen lift in de woningen, parkeermogelijkheden/-garages, aantal m2, rechten en plichten, waarom bepaalde blokken niet gesloopt worden, of het aantal sociale woningen gelijk blijft, hoe groot het aantal grote woningen zal zijn, en de terugkeergarantie. ■ Slechts een handjevol opmerkingen/vragen (minder dan tien) was negatief van toon of inhoud. Iemand vroeg of het een wijk voor gezinnen blijft, of het een ‘hip en happening wijk voor yuppen’ wordt. Een ander vroeg zich af of het wel een goede tijd is om plannen te behandelen gezien corona. Andere vragen gingen over het dichter en voller worden van de wijk, over het eerder betrekken van het buurtplatform, en over huurverhoging.

■ De reactie van het buurtplatform was als volgt samen te vatten: bewoners zijn het eens met sloopnieuwbouw en renovatie van de wijk, maar zetten vraagtekens bij de hoeveelheid voorzieningen. Leveren die niet te veel drukte op? Bij de kwaliteit van de hoogbouw aan de Burgemeester Röellstraat en de parkeeropgave worden eveneens vraagtekens gezet. Het draagvlak voor het plan is hiermee gepeild.

26

6. Participatie thema’s en dilemma’s bij ontwerp vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt 24 juni 2019

Beste meedenker, Hartelijk dank voor uw komst en denkkracht tijdens onze meedenkbijeenkomst maandagavond 24 juni 2019. U kijkt hopelijk ook terug op een avond waar u uw ideeën heeft kunnen delen om te komen tot een plan voor de toekomst van de buurt. Wij, Rochdale en de gemeente, kunnen echt verder met de uitkomsten van de gesprekken over de verschillende dilemma’s en thema’s. We weten nu wat u belangrijk vindt en wat u graag anders ziet. Maar zoals iemand ook al benoemde en waar we nog echt wel moeten puzzelen is dat als je kiest voor bijvoorbeeld meer parkeerruimte, dat dat kan betekenen dat er minder speelruimte komt en andersom. En nu? Na de zomer krijgen alle bewoners de Van Deysselkrant met deze terugblik en andere actuele informatie. Intussen werken wij met uw ideeën verder aan het stedenbouwkundig plan. We verwachten dat plan in het najaar af te kunnen maken. We nodigen u nog een keer uit zodra we zelf ook weer een stap verder zijn. Een fijne zomer, ook namens Gemeente Amsterdam en !WOON Woningstichting Rochdale

Tevreden over de individuele berging Bergingen op zolders worden minder gebruikt, maar de extra ruimte is wel praktisch Collectieve fietsenstalling; iets bij voor te stellen, maar nu niet noodzakelijk

  

Indeling individuele bergingen is onhandig en soms te krap Ontwerp (ook gangpaden), veiligheid en beheer Aandacht voor portieken, nu trekken ze hangjongeren aan Een alternatief voor de bergingen Meer ruimte voor fietsenstallingen en stoepen, fietsenrekken of nietjes.

    

  

 

Speelplekken mogen ‘ouderwetser’ (schommels en wipkippen). Stoep erg smal en daardoor gevaarlijk. Behoefte aan een grote speeltuin in de buurt, ook om elkaar te ontmoeten. Nu brengen bewoners kinderen met de auto naar een speeltuin in een andere buurt. Groen toegankelijk maken voor kinderen om te spelen (hekken weg) Ook ontmoetingsplekken voor ouderen en een plek voor jongeren (buurthuis)

In het algemeen merkten we aan alle tafels dat mensen in de buurt willen blijven wonen:

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

Er wordt minder geparkeerd op de stoep

         

Verkeersveiligheid, bijv. snelheidsremmende maatregelen De auto minder nadrukkelijk aanwezig in de buurt; zodat er meer (speel)ruimte is. Aantal auto’s niet minder geworden door de blauwe zone (handhaving!) Last van de auto’s, maar ook fietsers en scooters die in de Deysselstraat op de stoepen rijden. Meer ruimte voor fietsentstallingen en stoepen. Eenrichtingsverkeer om sluipverkeer te voorkomen. Betaald parkeren: meningen verdeeld. Onveilig door geparkeerde auto’s Ondergronds parkeren is niet het wondermiddel. Autoluwe stad, bijvoorbeeld deelauto’s, parkeerhub buiten de buurt

27

 

Veel privetuinen worden slecht onderhouden. Tip: beter handhaven. Meer ruimte voor ontmoeting in het groen maken  

 

  

    

28

Regelmatig een schouw organiseren Opmerking over studenten van buiten de wijk in de tijdelijke woningen? Waarom geen jongeren in de wijk in die woningen? Aan een van de tafels waren bewoners kritisch over de kwaliteit van de woningen in hun comlex. Doe vinden dat deze woningen gesloopt moeten worden vanwege o.a. onhandige indeling. Bovendien wordt er niet passend gewoond (grootte huis past niet bij gezinsgrootte)

“Niet meer zoals vroeger” Lodewijk van Deysselstraat heeft teveel bedrijfsruimtes die een gesloten uitstraling hebben. Draagt niet bij aan buurtgevoel/veiligheid. Zelf doen mensen weinig inkopen meer in de buurt; vroeger veel meer, maar toen waren er nog winkels voor de dagelijkse boodschappen. Lodewijk van Deysselstraat is wel belangrijk, maar niet als het bijzondere icoon van de buurt. Architectuur mag levendiger Liever meer kleine restaurantjes (wereldkeuken o.i.d.) en winkels voor bewoners en anders liever woningen en geen bedrijfsruimte Wel werkplaatsen (ook voor werkervaringplekken of zoals kapper via Eendagszaak??). Dit geldt ook voor de nieuwe voorzieningen in de Burg. Roellstraat Meer gebruik maken van langdurig leegstaande panden met functies voor de buurt

Mensen willen graag een plan zien Vrees voor de hoogte (‘gouden rand’) van de nieuwbouw aan de Burg. Roellstraat en het effect daarvan op de buurt Weinig mensen willen van sociale huur naar koop Meer diversiteit (gemengde wijk) en hierdoor gemengde voorzieningen, bijvoorbeeld scholen. Iedereen snapt de noodzaak van nieuwbouw vanwege de behoefte aan meer woningen en meer diversiteit. Nu is het aanbod qua woningtype te eenzijdig. Mensen willen graag in de buurt blijven!

   

Er is horeca waar bezoekers buurtbewoners een onveilig gevoel geven Hang- en sluitwerk is genoemd. Videofoon Wens om heropenen van de het politiebureau in de wijk.

Rochdale | buurtpunt de Leeuw | Burgemeester Van Leeuwenlaan 63 | 020 215 00 00 | www.rochdale.nl/contact | www.rochdale.nl/vandeyssel

7. Participatie wensen vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt

Bewonersbijeenkomst L. van Deysselbuurt 14 november 2018

Getting the picture

1.

2.

3.

4.

5.

6.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

29

30

7.

8.

10.

11.

9.

8. Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt

Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

31

9. Bezonningsstudie Er is onderzoek gedaan naar het effect van de bouwhoogtes in de zuidstrook op de bezonning/ schaduwval. Hiervoor zijn twee dagen in het jaar onderzocht, namelijk 21 maart/september en 21 juni, op vier verschillende tijdstippen (9u, 11u, 13u en 15u). Hieruit blijkt dat bijna alle gebouwen gedurende het jaar een goede bezonning kennen doordat de onderlinge afstand en bouwhoogtes goed op elkaar afgestemd zijn. In ieder geval kan gesteld worden dat er geen nadelige effecten zijn voor de huidige bebouwing in de Van Deysselbuurt. De hoeveelheid zonlicht op de gevels van de te handhaven bebouwing verslechtert niet in de toekomstige situatie ten opzichte van de huidige situatie. In de uitwerking is er wel aandacht nodig voor de bebouwing (van 7 lagen) aan de Burgemeester Röellstraat, de schaduwval die dit gebouw geeft op een deel van het gebouw (van 4 lagen, haaks op de Burg. Röellstraat) hierachter is relatief groot. Dit zou ondervangen kunnen worden in de positionering van de buitenruimtes van de woningen, de typologie en de situering van stijgpunten en andere voorzieningen van dit gebouw van vier lagen.

32

Maart - 9 uur

Maart - 11 uur

Maart - 13 uur

Maart - 15 uur

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

33

34

Juni - 9 uur

Juni - 11 uur

Juni - 13 uur

Juni - 15 uur

10. Totale Keten Kostenanalyse aardgasvrij Lodewijk van Deysselbuurt

Samenvatting Voor de gebiedsontwikkeling en de WAM aanpak in de van Deysselbuurt, waar ca. 1100 nieuwbouwwoningen worden geïntegreerd in bestaand bebouwd gebied, is onderzocht welk energiesysteem het beste presteert op betaalbaarheid en duurzaamheid. Dit onderzoek is gedaan in het kader van het comply-or-explain beginsel in de LT-motie. Er geldt in dit gebied een bestaande concessieafspraak met Westpoort Warmte.

Opbouw rapportage

Uit de scenarioanalyse komt naar voren dat een MT (70°C) warmtenet aangesloten op het reeds bestaande Westpoort Warmte de laagste totale ketenkosten heeft voor de wijk. Dit systeem scoort op de vierde plek qua CO2 uitstoot. Het best scorende systeem qua CO2 uitstoot is een LT warmtenet (40°C) gevoed door aquathermie.

Roellbuurten Van Deysselbuurt Aardgasvrij

◼ Op slides 6 en 7 zullen de relevante resultaten getoond worden om

de onderzoeksvragen te beantwoorden ◼ Vervolgens wordt dieper ingegaan op de methodiek en

Deze bevinding is in lijn met de Transitievisie Warmte en sluit aan bij de bestaande concessieafspraken met Westpoort Warmte. De uitkomst van de TKK analyse wordt hoofdzakelijk verklaard door: 1. de meerkosten die een gescheiden infrastructuur voor bestaande en nieuwbouw oplevert. 2. de meerkosten die ontstaan door de benodigde tapwatersystemen in lagere temperatuurregimes

totstandkoming van de resultaten

De kansen voor aquathermie uit de Sloterplas worden parallel onderzocht. Mogelijk is dit in de toekomst een aantrekkelijke energiebron in combinatie met een temperatuurverlaging van de bestaande infrastructuur. Deze analyse is uitgevoerd door het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam. Het advies kan gebruikt worden ten behoeve van de bovenstaande afweging, echter besluit de vastgoedeigenaar altijd zelf over de uiteindelijke systeemkeuze.

16-3-2021 |1

1.

2.

16-3-2021 | 3

3.

Resultaten Betaalbaarheid Eerste schifting enkele vs. dubbele infrastructuuroplossingen

Onderzoeksvragen 1.

2.

3.

Scenario’s met één infrastructuur in de wijk (zie rood kader) presteren beter op betaalbaarheid (8% tot 30%)

Welk energiesysteem scoort het beste op duurzaamheid en betaalbaarheid voor de wijk? En hoe verhouden deze resultaten zich tot de LT-motie en het concessiecontract met Westpoort Warmte?

Doorslaggevende resultaten

Zijn er schaalvoordelen te behalen door op het niveau van de drie buurten te werken of is 1 buurt al groot genoeg?

€-

€(20.000.000,00)

Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C & (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en SW 70°C ) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Scenario 4 (Retour 40°C & SW 70°C)

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(40.000.000,00)

€(60.000.000,00)

Is aquathermie uit de Sloterplas een interessante energiebron voor 1 van de systemen?

€(80.000.000,00) €(91.540.000,00) €(100.000.000,00)

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) €(113.480.000,00)

€(117.530.000,00)

€(120.000.000,00)

16-3-2021 |5

16-3-2021 | 4

4.

5.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

€(119.560.000,00)

€(117.320.000,00)

€(140.000.000,00) CAPEX

OPEX

6.

35

Scenario Vergelijk

Totale Ontwikkeling

Door een hogere elektriciteitsverbruik stoot het Retour 40°C meer CO₂ uit dan het 70°C stadswarmte scenario. Aquathermie stoot ongeveer 14% minder CO2 uit over de looptijd dan restwarmte uit de AEB. 70°C stadswarmte levert een CO2 reductie op van 82% t.o.v. de gasreferentie.

TOTALE KETENKOSTEN & CO2 UITSTOOT 2050 € 140.000.000,00

16000

14000

Scope, Uitgangspunten & Afkortingen

€ 120.000.000,00

12000

€ 100.000.000,00

10000 t CO2

€ 80.000.000,00 8000 € 60.000.000,00 6000 € 40.000.000,00

4000

€ 20.000.000,00

2000

Circa 2300-2700 nieuwbouwwoningen 700-950 renovatiewoningen 279 bestaande woningen

€ 0,00

0 Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en & SW 70°C ) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Kosten

Scenario 4 (Retour Scenario 5 (Retour Scenario 6 (70°C Sw 40°C & SW 70°C) 40°C voor voor Nieuwbouw & Nieuwbouw en Bestaande Bouw) Bestaande bouw)

Ton Co2

16-3-2021 | 9

16-3-2021 |8

7.

8.

9.

Van Deysselbuurt ca. 1700 woningen

Methode en afkortingen

Scope

◼ Deze analyse is uitgevoerd met behulp van het totale ketenkosten

(TKK) model. Het model is bedoeld om warmteoplossingen met elkaar te kunnen vergelijken en afwegen op kosten, energie en CO2 . Er wort gebruik gemaakt van heldere en transparante uitgangspunten en kentallen .

◼ Er wordt in dit onderzoek gekeken naar de van Deysselbuurt omdat

deze voorloopt in de ontwikkelingen. Hiervoor zal de investeringsnota eind 2020 afgerond worden. ◼ De gebruikte data en gegevens zijn geactualiseerd op 06-11-2020.

◼ Financiële resultaten worden netto-contant gemaakt (NCW) en de

duurzaamheid wordt uitgedrukt in het equivalent opwekkingsrendement (EOR) en CO2 uitstoot per systeem. ◼ Het equivalent opwekkingsrendement is het rendement op primaire

Circa: 1100 nieuwbouwwoningen 440 renovatiewoningen 183 bestaande woningen

16-3-2021 | 10

10.

36

11.

energie van de warmte- of koudelevering, hoger is beter.

16-3-2021 | 11

16-3-2021 | 12

12.

TKK: Totale Keten Kosten Wat zit er in de modelberekeningen?

TKK: Totale Keten Kosten Hoe werkt het model?

Vergelijking op TKK: Uitgangspunten

◼ Financieel model dat alle kosten laat zien over 40 jaar evaluatieperiode:

◼ Het model vergelijkt o.b.v. gehele keten kosten van een

– Kapitaallasten voor techniek – Eventuele isolatieopgave wordt meegenomen.

energiesysteem over de evaluatieperiode. Het TKK model gaat niet over inkomsten.

◼ Indices energieprijzen

- Inflatie / Algemene prijsindex: 2% /jaar - Elektra: 2% / jaar - Gas: conform aankondiging klimaatakkoord, daarna 2% / jaar

– Herinvestering na afschrijving van technische componenten

◼ Haakt aan bij andere ontwikkelingen en modellen in de stad, zoals de

- 15 jaar: WTB / draaiende componenten zoals warmtepompen - 30 jaar: Civiel (zoals technische ruimten) en geothermie installatie - 50 jaar: leidingen (volledige afschrijving aan einde evaluatieperiode)

Transitievisie Warmte en het Amsterdamse Bronnenboek. ◼ Scope is op wijkniveau: externe bronnen (zoals elektra voor warmte)

worden "ingekocht" en verder gedistribueerd in de wijk. Op wijkniveau worden daarmee de varianten vergelijkbaar.

◼ Andere parameters

- Post onvoorziene CAPEX: 20% - Rekenrente: 3,0%* - Discontovoet: 3,5%

– Onderhoudskosten voor WTB, Civiel, etc.

◼ De bestaande bouw niet in corporatie bezit is meegenomen in de

– Operationele kosten (zoals inkoop energiekosten)

◼ Model kijkt op wijkniveau naar de verschillende mogelijkheden voor

aardgasvrij. Dat wil zeggen dat stedelijke discussies over zaken als subsidies en bronnen niet in dit model worden beslecht.

renovatieopgave

– Prijsontwikkelingen (inflatie, individuele indexaties voor elektra en gas)

16-3-2021 | 13

13.

*Met een doorkijk naar de nieuwe warmtewet is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met een rendement van 6,0%. De verhouding tussen de systemen verandert niet, alleen de absolute verschillen veranderen.

16-3-2021 | 14

14.

15.

Scenario’s

Toelichting Varianten

◼

◼

◼

◼

Scenario's & Bouwstenen

16-3-2021 | 15

◼

◼

◼

◼

Scenario’s

Scenario 1a: Nieuwbouw op aquathermie met de warmtepomp per woning naar 40 graden, geen koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet Scenario 1b: Nieuwbouw op aquathermie met de warmtepomp per woning naar 40 graden ,koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet Scenario 2a: Nieuwbouw en bestaande bouw op aquathermie met een centrale warmtepomp naar 40 graden, per woning tapwater, geen koeling Scenario 2b: Nieuwbouw op aquathermie met een centrale warmtepomp naar 40 graden, per woning tapwater, geen koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet

Scenario 1a

1b

3

Scenario 4: Nieuwbouw op retour warmtenet 40 graden en per woning een tapwateroplossing, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet, geen koeling

4

Scenario 5: Nieuwbouw en de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 40 graden van retourwarmtenet, per woning tapwater, geen koeling

Warmtepomp

WKO

Individueel

Ja

Bestaande Bouw

6

• • •

Temp. Infra Tapwater Isolatie (kWh/m2) 12

E-Boiler

n.v.t

Koeling

EOR

NCW/pan d/jr

Geen*

Sheet 24 Sheet 24 230%

€1.421,76

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

Nieuwbouw

Aquathermie

Individueel

Ja

12

E-Boiler

n.v.t

Passief

178%

€707,04

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76 €856,37

Aquathermie

Collectief

Ja

40

E-Boiler

65 (Zwaar)

Geen*

182%

Nieuwbouw

Aquathermie

Collectief

Ja

40

E-Boiler

n.v.t

Geen*

209%

€750,25

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

Nieuwbouw

Drycooler

Collectief

Ja

40

E-Boiler

n.v.t

CKM

167%

€771,84

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

227%

€741,89

Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

230%

€1.421,76

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

Retour Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

40

E-Boiler

65 (Zwaar)

Geen*

228%

€841,33

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

70

SW

85 (Licht)

Geen*

229%

€732,93

Nieuwbouw

5

Scenario 6: Nieuwbouw, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet, geen koeling

Warmtebron Aquathermie

Nieuwbouw & Bestaande Bouw

2a 2b

Scenario 3: Nieuwbouw met een centrale warmtepomp naar 40 graden, regeneratie door dry-cooler, per woning tapwater, koeling, de bestaande (en gerenoveerde) bouw op een 70 graden warmtenet

Bouw Nieuwbouw

Retour Stadswarmte

n.v.t

n.v.t

40

E-Boiler

n.v.t

Geen*

In de afweging op de EOR is koeling meegenomen als standaardpost SW in tapwater staat voor stadswarmte en wordt geleverd door de afleverset Voor de NCW van de TKK zijn alle toekomstige kosten naar het huidige jaar te vertaald

| 17 16-3-2021 | 16

16.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

16-3-2021 | 18

16-3-2021

17.

18.

37

Toelichting op terugkerende bouwstenen Bronnet (12°C) WKO en Aquathermie Verwarming: Warmtepomp / gebouw

Toelichting op terugkerende bouwstenen LT-net (40°C) WKO en Aquathermie

◼ ◼ ◼

Tapwater: Koeling:

◼ Verwarming: LT- net met TEO ◼ Tapwater: ◼ Koeling:

Warmtepomp / gebouw Bron

Ruimtelijke inpassing ◼ Openbare ruimte – Inlaat / Uitlaat naar oppervlaktewater – WKO ◼

◼

Warmtepomp / wijk Warmtepomp / gebouw Individueel per gebouw óf 4-pijps systeem

◼ ◼ ◼

Verwarming: Tapwater: Koeling:

Bron + centrale WP Bron + centrale WP Individueel per gebouw

Ruimtelijke inpassing

+ TEO

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met water van ~12°C voor warmte en koude – Ringnet waarmee panden slim warmte/koude met elkaar uitleveren

Ruimtelijke inpassing ◼ Openbare ruimte – Inlaat / Uitlaat naar oppervlaktewater – WKO ◼

Vastgoed – Warmtepomp centraal per gebouw naar 40 of 70 graden per woning – Mogelijkheid van passief koelen | 19 – Centrale TR met transportpompen

◼

16-3-2021

19.

Toelichting op terugkerende bouwstenen MT-warmtenet 70°C Stadswarmte (retour)

◼

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met water voor warmte ~40°C – Evt. 2 leidingen water voor koeling

◼

Vastgoed – Afleverset, 40 graden in de woning – Tapwaterverwarming – Evt. Koelmachine | 20 – Centrale TR met transportpompen en warmtepomp 16-3-2021

20.

Ondergrondse infrastructuur – 2 leidingen met aanvoerwater op 70° en retour op 40° Vastgoed – Afleverset, 70 graden in de woning – Evt. koelmachine – Centrale TR met transportpompen

| 21 16-3-2021

21.

Resultaten Betaalbaarheid & Duurzaamheid Eerste schifting koelen

Schetsontwerp leidingen

• Scenario 1a & 1b verschillen alleen in de manier van koelen. Bij een bronnet met individuele warmtepompen is er echter altijd sprake van een mogelijkheid tot vrije koeling. Daarom 1 scenario gemaakt met vrije/passieve koeling.

Onderbouwing resultaten en conclusies

• Het koelen met compressiekoelmachines, t.o.v. van vrije/passieve of geen koeling levert een EOR reductie van 1.5-2% op • Kosten voor koelen met koelmachines €1,4- €1,8 mln. (afhankelijk van isolatiegraad) €880,- tot €1100,- per woning Ongeveer 1,2-1,5% van totale kosten in scenario 1 Conclusie: Deze meerkosten voor koeling zijn niet doorslaggevend in de keuze voor een energiesysteem. Dat wil zeggen dat op wijkniveau de keuze voor één energiesysteem voor de bestaande en nieuwbouw lagere totale ketenkosten heeft, ook als men een losse koeltechniek toevoegt, dan twee gescheiden systemen voor bestaande en nieuwbouw waarin er altijd sprake is van een mogelijkheid tot vrije koeling.

| 22

22.

38

16-3-2021 | 23

23.

24.

Resultaten Betaalbaarheid Eerste schifting E-Boiler vs. Booster WP

Resultaten Betaalbaarheid

Scenario’s met E-Boilers als tapwater verwarming presteren beter op betaalbaarheid dan Boosterwarmtepompen (>15%). Daarom worden Booster-WP niet meegenomen in de verdere analyse. Wél wordt zo’n 20%-30% ingeleverd op de EOR.

Scenario’s met één infrastructuur in de wijk (zie rood kader) presteren beter op betaalbaarheid (8% tot 30%)

Samenvattend, eerste conclusies ter vereenvoudiging vraagstuk (convergeren)

Eerste schifting enkele vs. dubbele infrastructuuroplossingen

Betaalbaarheid – Koeling indien niet passief mogelijk is significant duurder – Scenario’s met een boosterwarmtepomp voor tapwaterverwarming vallen ongeveer duurder uit, daarom gekozen voor e-boilers – Scenario’s met een aparte infrastructuur voor nieuwbouw en renovatie vallen ongeveer duurder uit – Scenario’s 2a, 5, en 6 presteren het beste op betaalbaarheid

CAPEX+OPEX Scenario 1

€-

Nieuwbouw E-Boiler

Nieuwbouw WP-Booster

€(10.000.000,00) €(20.000.000,00)

€-

Scenario 1 Scenario 2a Scenario 2b (Aquathermie 12°C & (Aquathermie 40°C (Aquathermie 12°C & SW 70°C ) Nieuwbouw en SW 70°C ) €(20.000.000,00) Bestaande bouw)

Scenario 3 (WKO 40°C & SW 70°C)

Scenario 4 (Retour 40°C & SW 70°C)

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(40.000.000,00)

€(30.000.000,00)

Duurzaamheid – Koeling zorgt niet voor significante verslechtering in EOR – Duurzaamheid (EOR) lijkt niet echt onderscheidend tussen scenario’s.

€(60.000.000,00)

€(40.000.000,00)

€(80.000.000,00)

€(50.000.000,00)

-

€(91.540.000,00) €(60.000.000,00) €(70.000.000,00)

€(100.000.000,00) €(113.480.000,00)

€ -66.470.000

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) €(117.530.000,00)

€(120.000.000,00)

€(80.000.000,00)

€(119.560.000,00)

Wél grote verschillen tussen scenario 2a, 5 &6

Conclusie: Scenario’s 2a, 5, en 6 lijken voor de hand liggend en zullen nader belicht worden.

€(117.320.000,00)

€ -77.620.000

€(90.000.000,00)

€(140.000.000,00) CAPEX

OPEX

CAPEX

25.

16-3-2021 | 27

OPEX

26.

27.

Scenario Vergelijk

Scenario Vergelijk

Over een looptijd van 40 jaar valt Scenario 6 (70C) circa 15% goedkoper uit dan Scenario 2a & 5 (40C) in totale kosten van investeringen en exploitatie.

Door een hogere elektriciteitsverbruik stoot het Retour 40°C net meer CO₂ uit dan het 70°C stadswarmte scenario. Aquathermie stoot ongeveer 12% minder CO2 uit over de looptijd dan restwarmte uit de AEB.

CAPEX+OPEX & EOR

Antwoord op de onderzoeksvragen: 1. Welk energiesysteem scoort het beste op duurzaamheid en betaalbaarheid voor de wijk? En hoe verhouden deze resultaten zich tot de LT-motie en het concessiecontract met Westpoort Warmte?

Cumulatieve CO2 uitstoot per scenario (ton/jaar)

€12.000

€(20.000.000,00)

Antwoord: Uit de analyse blijkt dat één systeem voor nieuwbouw, renovatie en bestaande bouw beter presteert op betaalbaarheid dan een dubbele infrastructuur in de wijk. Het gaat hierbij om verschillen van 7%-30%. Dit resultaat sluit aan op de bestaande concessie afspraken met Westpoort Warmte. Tevens biedt dit onderbouwing om af te wijken van de LT-motie. Deze conclusie kan niet direct vertaald worden naar andere gebieden omdat deze uitkomst een gevoelig samenspel van factoren is die uniek zijn voor deze wijk. Denk aan dichtheid, ouderdom, mate van inbreiding, bestaande infrastructuur, etc.

10.000

€(40.000.000,00) 8.000

t CO2

€(60.000.000,00) 6.000

€(80.000.000,00) 4.000

€(91.540.000,00) €(100.000.000,00)

€(104.710.000,00)

€(105.710.000,00) 2.000

EOR =229%

EOR =182%

Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

Scenario 2a (Aquathermie 40°C Nieuwbouw en Bestaande bouw)

OPEX

€(51.160.000,00)

€(45.040.000,00)

€(43.600.000,00)

CAPEX

€(53.550.000,00)

€(46.500.000,00)

€(62.110.000,00)

Scenario 2a (Aquathermie 40°C Nieuwbouw en Bestaande bouw)

CAPEX+OPEX

€(104.710.000,00)

€(91.540.000,00)

€(105.710.000,00)

Scenario 6 (70°C Sw voor Nieuwbouw & Bestaande Bouw)

€(120.000.000,00)

EOR =228%

28.

Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt

-

29.

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 Scenario 5 (Retour 40°C voor Nieuwbouw en Bestaande bouw)

16-3-2021 | 30

30.

39

Antwoord op de onderzoeksvragen:

Conclusie en advies Op basis van de TKK berekening is er een sterke voorkeur om 1 infra structuur te ontwikkelen voor het energiesysteem in de van Deysselbuurt voor zowel bestaande als nieuwbouw. Een midden temperatuur (70°C) warmtenet scoort hierin het beste op kosten. Het MT-warmtenet (70°C) scoort op de vierde plek qua duurzaamheid, wat dus minder is dan scenario aquathermie (40°C), een verschil van 1000 ton CO2 tot 2050. Een warmtenet (70°C) aangesloten op het bestaande warmtenet van Westpoort Warmte, levert al wel een CO2 winst op van 82% tov de gasreferentie.

2. Zijn er schaalvoordelen te behalen door op het niveau van de drie buurten te werken of is 1 buurt al groot genoeg? Antwoord: deze vraag is mbv het TKK model niet goed te beantwoorden. Hiervoor kan beter een businesscase berekening gemaakt worden.

Roellbuurten Van Deysselbuurt Aardgasvrij

Het Rijk heeft voor de opdracht van de Transitievisie Warmte, de ‘laagste maatschappelijke kosten’ als hoofduitgangspunt bepaald. Ook gaven Amsterdammers in een enquete over de Transitievisie Warmte aan dat ze betaalbaarheid het belangrijkste criteria vinden. Deze lijn volgend, wordt er voor de van Deysselbuurt het scenario ‘warmtenet 70 graden’ met de laagste keten kosten geadviseerd.

3. Is aquathermie uit de Sloterplas een interessante energiebron voor 1 van de systemen? Antwoord: Aquathermie uit de Sloterplas kan een interessant scenario zijn voor de van Deysselbuurt. Scenario 2a waarbij met een centrale warmtepomp warmte van ongeveer 40°C aan zowel de nieuwbouw als renovatie geleverd wordt lijkt zowel qua kosten als CO2 uitstoot interessant. De meerkosten voor zware isolatie worden gecompenseerd door de kostenbesparing door één systeem aan te leggen.

Deze conclusie sluit aan op het beeld dat de TVW schetst voor dit soort inbreidingen en concessie afspraken met Vattenfall. Verder is het verstandig de koudevraag in de nieuwbouw en de renovatie bouw te inventariseren. Is deze in het ontwerp te voorkomen? Sorteer infrastructureel voor op het invoeden van de aquathermie bron “Sloterplas”.

16-3-2021 | 31

31.

40

16-3-2021 | 32

32.

16-3-2021 | 33

33.

11. Ontwikkelkader Röellbuurten Ontwikkelkader Roellbuurten Dit ontwikkelkader benoemt de randvoorwaarden, waaraan de ontwikkelingen aan de noordkant van de Röellstraat aan moeten voldoen. Ze beogen bij elkaar het volgende: De Röellstraat wordt een stadslaan waaraan gewoond wordt, waaraan voorzieningen zitten en waar de openbare ruimte een prettige plek is om te fietsen, te wandelen en te verblijven. De nieuwe ontwikkelingen passen in de architectonische en stedenbouwkundige taal van Slotermeer en vormen de overgang van de grotere schaal van de Burgemeester Röellstraat naar de achterliggende buurten. De belangrijkste kernmerken van de taal van Slotermeer zijn herhaling en ritmiek en overwegend horizontaliteit in de gevelarchitectuur en bouwvolumes. Aangezien de zuidkant (voorlopig) niet tot herontwikkeling komt, wordt aan de noordkant overwegend op langsbebouwing ingezet. Dit zorgt voor continuïteit in het profiel en een duidelijke oriëntatie van de gebouwen aan de Burgemeester Röellstraat. De gehele lengte van de laan heeft ruimtelijke samenhang. De buurten hebben ieder hun eigen signatuur door middel van een repeterend gevelschema, gebouwvolume en openingen per buurt, maar zijn door onderstaande randvoorwaarden wel familie van elkaar. Op de hoeken met de kruisingen kan worden afgeweken van het repeterend schema en de randvoorwaarden.

Van Deysselbuurt

Dichtersbuurt

Couperusbuurt

Dit zijn de randvoorwaarden:

1.

- Eén overwegende rooilijn met details.

2.

- Eenduidige bouwvorm, evt. doorbroken door een los te lezen volume tbv ritmiek en ter voorkoming van een monoliete wand.

Roëllstraat

Repeterend gevelschema, gebouwvolume en openingen per buurt.

Afwijkingen van reperterend schema, invulling op basis van context en programma: Buurtoverstijgend, bijzonder, publieks gericht programma (bijvoorbeeld buurtatelier, bakkerij, horeca, sportschool etc.)

- Liggend volume

3.

- Per buurt één daklijn.

4.

- Hoogteverschil in maaiveld wordt in de eerste paar lagen opgelost

5.

- Bouwhoogte maximaal 7 lagen en minimaal 5 lagen. De gewenste bouwhoogte wordt op basis van bezonningstudies, aansluiting op achterliggende bebouwing en mogelijkheid tot verdichting bepaald.

12.

- Geen blinde kopgevels.

6.

- Bij 7 lagen heeft de 7de laag een set back over de hele lengte van het gebouw.

13.

7.

- Plinthoogte minimaal 3,5 meter.

14.

- Balkons maximaal 0,8 meter uit de gevel.

Max.

Min.

8.

9.

- Horizontale gevelindeling. b

a

a

a

10.

11.

Afwijkingen van reperterend schema, invulling op basis van context en programma: Buurtvoorzieningen en maatschappelijk

- Gevelindeling aan zij- en bovenkant afmaken asymmetrisch.

15.

- Doorzichten naar achterliggende buurt.

16.

- De verhouding tussen de breedte van de opening en

hoogte van de bebouwing voorkomt dat de Bijlagen investeringsnota - Lodewijk vande Deysselbuurt b

a

a

opening een nauwe ruimte is.

a

- Ontsluiting aan de stoep.

- Aandacht voor overgang openbaar en privé.

41

12. Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt

Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT Behorend bij de Investeringsnota

Auteur(s) D. de Vries Ingenieursbureau Opdrachtgever G&O Contactpersoon A. Hofstra Ingenieursbureau Kenmerk 2021-1000177

Opsteller

Goedgekeurd en vrijgegeven

Paraaf

Datum

D. de Vries

L. Doodeman

digitaal

04-03-2021

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 2 van 22

Inhoud

Samenvatting

3

Voorwoord

5

1 Inleiding 1.1 Huidige situatie 1.2 Planontwikkeling

6 6 6

2 2.1 2.2 2.3 2.4

7 12 12 15 18

Waterparagraaf Waterkering Oppervlaktewater Grondwater Hemelwater

3 Wetgeving en waterbeleid 3.1 Wet- en regelgeving 3.2 Beleid

7 7 8

Bronvermelding

22

Bijlage(n) Bijlage 1 - Aanzet rainproof oplossingenkaart

2

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 3 van 22

Samenvatting

Waterkering Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt door een secundaire waterkeringen beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem. Er bevinden zich geen waterkeringen binnen het plangebied. De dichtstbijzijnde waterkering is de secundaire waterkering langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht. Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door primaire watergangen. Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Het stedenbouwkundig plan voorziet, onder andere door het toevoegen van extra bebouwing, in een verhardingstoename van ca. 8.800 m2. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 876 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde watersysteem. Geadviseerd wordt in afstemming met Waternet/AGV een waterbergingsboekhouding op te stellen voor het gehele ontwikkelgebied GeuzenveldSlotermeer, hierdoor kan een compensatieopgave op een integrale wijze worden uitgevoerd die de waterkwaliteit, de KRW-doeleinden en de bergingsopgave van het gehele watersysteem ten goede komt.

Grondwater In de huidige situatie voldoet een deel van het plangebied niet aan de gemeentelijke grondwaternorm voor bouwen zonder kruipruimtes en de gewenste ontwateringsdiepte voor de aanplant van 1e orde bomen. Er dient rekening mee te worden gehouden dat (lokale) ophoging van het maaiveld en een verhoogd bouwpeil noodzakelijk zijn om aan de grondwaternorm te voldoen. De investeringsnota voorziet in nieuwe ondergrondse constructies zoals ondergrondse parkeergarages. Indien de ondergrondse constructies de grondwaterstroming (gedeeltelijk) blokkeren en een negatief effect op de grondwaterstand veroorzaken, dienen deze grondwaterneutraal te worden uitgevoerd Geadviseerd wordt een geohydrologisch onderzoek uit te voeren naar de cumulatieve effecten van de planvorming, toekomstige ondergrondse constructies en klimaatverandering op de freatische grondwaterstand en op basis hiervan een gewenste maaiveldhoogte en bouwpeil te bepalen. Hemelwaterafvoer Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof en het GRP 2016-2021 wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te

3

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 4 van 22

veroorzaken. De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in een “urgent” Rainproof knelpunt [14]. Bij een Rainproof bui van 60 mm in één uur staat er in relatief veel water op straat in de buurt en omgeving. In het maaiveldontwerp wordt rekening gehouden met een bergingsopgave en wordt gezocht naar mogelijkheden om het overtollige hemelwater tijdelijk te bergen in groenvakken en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewater. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen, bouwpeilen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst, ook in relatie tot de hoge grondwaterstand en de reeds benodigde ophogingen.

Medio 2021 wordt de gemeentelijke hemelwaterverordening vastgesteld. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor na inwerkingtreding een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd en stelt verplicht een bui van tenminste 60 mm in één uur te kunnen verwerken op eigen kavel.

4

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 5 van 22

Voorwoord

De voorliggende rapportage vormt de waterparagraaf bij de investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. De meerwaarde van de waterparagraaf is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder het systeem van oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en waterkeringen, de waterkwaliteit en de riolering. De waterparagraaf geeft over het algemeen inzicht in de wijze waarop het geldende waterbeleid is vertaald naar de plankaart en het Stedenbouwkundig Plan en bestemmingsplan.

5

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 6 van 22

1 Inleiding 1.1 Huidige situatie De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in stadsdeel Nieuw West in de wijk Slotermeer-Zuidwest en is een van de Westelijke Tuinsteden. Deze tuinsteden zijn aangelegd in de jaren ’50 en ’60 en zijn gegroepeerd rondom de Sloterplas, die gegraven werd voor de zandwinning ten behoeve van de ophoging. Het gebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder.

1.2 Planontwikkeling De Gemeente Amsterdam werkt samen met woningcorporatie Rochdale aan de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt. Vanwege de economische crisis van 2008 zijn eerdere ontwikkelingen niet tot stand gekomen. De ontwikkeling maakt deel uit van de ontwikkelbuurten Geuzenveld-Slotermeer waarvoor in 2018 een principenota is vastgesteld [1]. In de planontwikkeling liggen kansen voor renovatie, sloop-nieuwbouw, het toevoegen van extra woningen en het verbeteren van de openbare ruimte. Onderhavige waterparagraaf heeft betrekking op de ontwikkeling van het projectgebied Lodewijk van Deysselbuurt zoals beschreven in de investeringsnota en het bijbehorende stedenbouwkundig plan.

Figuur 1-1. Plangebied Lodewijk van Deysselbuurt

6

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 7 van 22

2 Wetgeving en waterbeleid In dit hoofdstuk wordt aangeven welke wet- en regelgeving en welk beleid van toepassing is op de voorgenomen werkzaamheden.

2.1 Wet- en regelgeving Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruitgaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.

Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.

7

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 8 van 22

Keur Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: 1. Voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; 2. Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. Op 1 november 2019 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en het Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden. De Keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren, waar door het waterschap onder bepaalde voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat ze geen gevaar op kunnen leveren voor het watersysteem. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur. Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen.

2.2 Beleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken. Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015.

8

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 9 van 22

Anders omgaan met water. Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw. Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Strategie klimaatadaptatie Amsterdam Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente Amsterdam samen met de drie Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Hierbij wordt een iteratieve aanpak gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan worden gereageerd.

In deze strategie worden nog geen nieuwe plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe. De strategie klimaatadaptatie is een opmaat voor een gesprek met de stad. Klimaatadaptatie gaat namelijk de hele stad aan. Het doel is om in 2020 gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak. Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 is als volgt: Amsterdam gebruikt haar water en oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Onder andere is het doel het water en oevers beter toegankelijk te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water.

Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte 9

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 10 van 22

zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes.

Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam 2016-2021 Het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat. Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Dit afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van afvalwater.

Bij de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het systeem als geheel, eventueel over de stadsgrenzen heen. Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Daarbij gaat het niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende wateroverlast wordt beperkt. De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor de burger en behandelt hemelwatermeldingen. Naast de officiële zorgplicht heeft de Gemeente Amsterdam in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam de ambitie geuit dat de stad een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, fijnmazige en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk aantrekkelijker en leefbaarder maken. Grondwaterzorgplicht In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen, en grondwater voor overlast zorgt. Zo kan een te hoog grondwaterpeil leiden tot problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen.

Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot verrotting van houten funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het is de zorgplicht van de gemeente om, voor zover doelmatig, maatregelen in openbaar gebied te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven

10

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 11 van 22

bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarnaast is de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt de gemeente grondwatermeldingen.

Waterbeheerplan AGV 2016-2021 Het AGV zorgt voor schoon water op het juiste peil en voor droge voeten in het beheergebied. In dit Waterbeheerplan staat welke doelen AGV de komende zes jaren nastreeft en op welke manier het waterschap die doelen wil bereiken. Het Waterbeheerplan (WBP) is een regionale doorvertaling van het provinciale waterbeleid. De drie provincies waar AGV binnen valt (Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland) toetsen het WBP en verlenen goedkeuring. De essentie van dit nieuwe WBP is dat AGV de planperiode gaat gebruiken om door te gaan met het garanderen van voldoende waterstaatkundige veiligheid voor mensen, dieren en goederen, voldoende water en schoon water. Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen Om het dynamisch gebruik van het water in Amsterdam zo in te richten dat ook in de toekomst een veilig en vlot gebruik van het water als openbare ruimte en verkeersweg mogelijk is, is in 2004 de beleidsnotitie “Doorvaartprofielen, een voorwaarde voor vlot en veilig varen in Amsterdam” door het College vastgesteld. In 2008 is verder invulling gegeven aan de doelstellingen door in het Uitwerkingsbesluit Doorvaartprofielen de doorvaartprofielen te koppelen aan vaarwegen. In dit uitwerkingsbesluit wordt aangegeven welke soorten schepen (lengte, breedte, diepgang) van welke vaarweg gebruik mogen maken.

Dienst Binnenwaterbeheer is namens B&W verantwoordelijk voor het nautisch vaarwegbeheer op het binnenwater.

11

Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT

Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 12 van 22

3 Waterparagraaf 3.1 Waterkeringen 3.1.1 Dijkringgebieden Het plangebied wordt beschermd tegen inundatie door dijkring 14. Volgens de Waterwet is de huidige veiligheidsnorm voor deze dijkring 1:10.000. Dat is de kans op overschrijding van de waterstand die veilig gekeerd moet kunnen worden. Deze kans is niet gelijk aan de overstromingskans van het gehele dijkringgebied. Vanuit de Deltabeslissing Waterveiligheid is in 2015 door het Rijk besloten dat een aantal waterkeringen afgewaardeerd worden. Na renovatie van het sluizencomplex in IJmuiden en versterking van de Lekdijk, kan de primaire waterkering Amsterdam (aan de zuidzijde van het Noordzeekanaal) worden afgewaardeerd naar een IPO-klasse V waterkering. Dit zal naar verwachting circa 2029 gebeuren. Het idee is dat de omringende waterkeringen, waaronder de Lekdijk en IJmuiden, het gebied beschermen en de veiligheid toeneemt. De Sloterbinnen- en Middelveldsepolder wordt beschermd tegen overstroming vanuit de Stadsboezem, door de verschillende secundaire waterkeringen langs o.a. de Burgemeester van Tienhovengracht, Orteliuskade en de Westlandgracht (IPO klasse V) met een overschrijdingskans van 1:1.000 jaar [4]. Het plangebied kent geen onaanvaardbaar of onevenredig overstromingsrisico.

3.1.2 Waterbouwkundige constructies Er zijn geen waterkeringen aanwezig binnen de grenzen van het plangebied. De dichtstbijzijnde waterbouwkundige constructie is de secundaire waterkering A505_001, gelegen langs de oevers van de Burgemeester van Tienhovengracht.

3.2 Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door primaire watergangen. Het plangebied ligt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder. In deze polder wordt het oppervlaktewaterpeil beheerst op NAP -2,1 m. De Keur AGV schrijft voor dat wanneer het verharde oppervlak in stedelijk gebied met meer dan 1.000 m² toeneemt, oppervlaktewater moet worden aangelegd in hetzelfde watersysteem [5]. In het plangebied dient 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden in de vorm van wateroppervlak. Te dempen wateroppervlak moet bovendien volledig gecompenseerd worden in de vorm van nieuw wateroppervlak. De compensatie moet in beginsel vóórdat de verharding plaatsvindt in de Sloterbinnen en Middelveldsepolder worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10194374/1