Bijlage 2 20210419 LvD INVESTERINGSNOTA BIJLAGE
Tekst van het document
Bijlagen investeringsnota Lodewijk van Deysselbuurt april 2021
Inhoudsopgave
2
1. Participatiekalender Van Deysselbuurt - Rochdale - Gemeente Amsterdam
4
2. Uitgangspunten samenwerking Gemeente Amsterdam, woningstichting Rochdale en het Buurtplatform in de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt
5
3. Advies Buurtplatfom verdichting en reactie gemeente en Rochdale
7
4. Reactie Buurtplatform op geplande voorzieningen en reactie gemeente en Rochdale
12
5. Evaluatie participatie en draagvlak voor vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt
25
6. Participatie thema’s en dilemma’s bij ontwerp vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt
27
7. Participatie wensen vernieuwing Lodewijk van Deysselbuurt
29
8. Parkeerkaart Lodewijk van Deysselbuurt
31
9. Bezonningsstudie
32
10. Totale Keten Kostenanalyse aardgasvrij Lodewijk van Deysselbuurt
35
11. Ontwikkelkader Röellbuurten
41
12. Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt
42
De kleine verfdoos Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
3
1. Participatiekalender Van Deysselbuurt Rochdale - Gemeente Amsterdam
Participatiekalender Van Deysselbuurt - Rochdale - Gemeente Amsterdam Datum overleg
Thema
Doorlopend
Renovatie
Doorlopend
Sloop
Woonprogramma dinsdag 20 april 2021 Fasering
april/mei 2021
Buurtenquete
april/mei 2021
Voorzieningen
mei / juni 2021
Investeringsnota
september 2021
Buurtenquete
Toelichting
Fase 1
Participatievorm
Renovatieplannen per complex met projectcommissies
Meebeslissen over voorkeursvariant
Sloopplannen per complex met projectcommissies
Adviseren over sloopplan.
Bijzonderheden
Hoe ziet het woonprogramma eruit? Waar maken we de woningen voor gezinnen, ouderen, jongeren, etc? En clusteren we per gebouw of verspreiden we ze juist over de buurt, met Raadplegen over woonprogramma. verschillende doelgroepen in een complex? Adviseren over verdeling doelgroepen over de buurt en gebouwen. Hoe richten we de fasering zodanig in dat bewoners zo min Raadplegen over fasering van vernieuwing. mogelijk overlast ervaren, en zo snel mogelijk vruchten plukken van de vernieuwing?
Opzet / aanpak buurtenquete.
Raadplegen over vragenlijst en aanpak buurtenquête.
Advies buurtplatform voorzieningen
Adviseren over thema voorzieningen
Inhoud Investeringsnota. Wat wordt er vastgelegd in de nota? En wat niet? Raadpleging over investeringsnota. Uitkomsten buurtenquete.
Informeren over uitkomsten buurtenquete.
Fase 2 Doorlopend
Zomer 2021
Uitwerking voorzieningen
Invulling en plannen jongerencentrum. Programmering en vormgeving community center. Inpassing nieuwe alles-in-1school, etc.
Beeldkwaliteitsplan Waaraan moet het ontwerp van de gebouwen voldoen om ze Adviseren over belangrijke thema's. goed in te laten passen in de buurt?
Najaar 2021
4
Adviseren / co-produceren
(Verkeers-)veiligheid Beperking van de verkeersdrukte (autoluwe Van Deysselstraat). Hoe houden we de buurt veilig en leefbaar? / leefbaarheid Oplossing verkeer rondom nieuwe school.
Eind 2021
Inrichtingen Openbare ruimte
Afhankelijk van oplevering
Inrichting binnengebieden
Raadplegen over concept beeldkwaliteitsplan
Adviseren over mogelijke verkeersmaatregelen Raadplegen over concept uitwerking verkeersmaatregelen
Waar komt groen, speelplekken, parkeerplaatsen, etc. Hoe kan het eigenaarschap van de openbare ruimte worden vergroot. Hoe stimuleren we vergroening en verbeteren we de co-produceren / meebeslissen inrichting groen en speelplekken. veiligheid? Adviseren / co-produceren verdeling parkeerplaatsen openbare ruimte Hoe richten we de binnenterreinen in, in de middenstrook? Hoe willen toekomstige bewoners deze gebruiken? Wat doet Rochdale en wat doen bewoners zelf?
co-produceren inrichting binnenterrein
Al gestart voor jongerencentrum
Zodra ffysieke bijeenkomsten weer mogelijk zijn.
2. Uitgangspunten samenwerking Gemeente Amsterdam, woningstichting Rochdale en het Buurtplatform in de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt
■ Het BPF erkent en stimuleert dat Gemeente en Rochdale naast het BPF nog andere stakeholders (bewoners, ondernemers etc.) hebben en zij ook richting deze partijen een verantwoordelijk hebben.
30 maart 2021 Status van dit document In dit document leggen het Buurtplatform (hierna: BPF), de Gemeente en Rochdale vast hoe zij samenwerken in het participatietraject rond de vernieuwing van de Lodewijk van Deysselbuurt. Dit document is tot stand gekomen met input van de drie genoemde partijen en met bijdragen van stichting !Woon. In eerder gesprek is gesproken over een ‘mindset’. Dit document is dan ook geen juridische overeenkomst, maar wel een leidraad in het gesprek tussen de partijen. Om het gesprek te ordenen, sturing te geven en houvast te bieden. Algemene uitgangspunten voor de samenwerking ■ • Het BPF is een bewonersgroep die haar leden vertegenwoordigd (nu ± 150 bewoners uit de Deysselbuurt). Dit houdt in dat participerende bewoners in gesprekken met Gemeente en Rochdale niet op individuele basis, maar namens deze leden praten. Leden van het BPF stemmen onderling met elkaar af wie er bij welk thema als afgevaardigden van de groep aan de overleggen deelneemt. Gemeente en Rochdale erkennen de rol en positie van het BPF en zien het onderlinge overleg en afstemming tussen buurtbewoners binnen het Buurtplatform als meerwaarde. De Gemeente en Rochdale richten zich tegelijk op alle bewoners van de buurt, waarbij iedere bewoner moet kunnen beschikken over dezelfde informatie.
Bijlagen investeringsnota - Lodewijk van Deysselbuurt
■ Gemeente en Rochdale informeren de bewoners uit de van Deysselbuurt tijdig en volledig. Zodra het BPF informatie ontvangt (presentaties, stukken rond het vernieuwingsplan etc.) is het van belang dat deze informatie binnen korte termijn ( 1 á 2 weken) ook gedeeld wordt met de rest van de bewoners uit de Deysselbuurt (bijvoorbeeld via de website deysselbuurt.nl). Gelijkwaardigheid in informatieverstrekking is belangrijk. Alle bewoners zouden over dezelfde informatie moeten kunnen beschikken om weloverwogen keuzes te kunnen maken/meningen te kunnen vormen. Gemeente en Rochdale nemen deze oproep om alle buurtbewoners nog beter te informeren over de vernieuwing ter harte. Voor komende tijd ligt wat Gemeente en Rochdale betreft hier de grootste en belangrijkste opgave. ■ Gemeente en Rochdale betrekken het BPF bij het voorbereiden van de geplande buurtenquête. Gemeente en Rochdale zullen de concept-vragenlijst voorleggen aan het BPF. Ook de vorm en aanpak (uitvoering) worden voorgelegd zodat het BPF daarop input kan leveren. Eveneens worden de uitkomsten voorgelegd en besproken. Het BPF is zich er van bewust dat de Gemeente en Rochdale hierin verantwoordelijk zijn, maar wenst hier wel samen op te trekken om meer draagvlak en respons te creëren. ■ Het BPF heeft de vrijheid om te opereren zoals hoe zij dit zelf wenst.
Als het BPF benaderd wordt door bewoners/organisaties/ondernemers van binnen of buiten de buurt, of hier zelf contact mee zoekt, dan
is het BPF vrij om met deze bewoners/organisaties/ ondernemers in gesprek te gaan. Geeft Gemeente of Rochdale expliciet aan dat bepaalde informatie (nog) niet mag worden gedeeld dan zal dit door het BPF worden gerespecteerd. ■ Er vindt hoor en wederhoor plaats, we laten elkaar uitpraten en gaan respectvol met elkaar om. Bij irritatie of frustratie spreken we dit naar elkaar uit en proberen we hier oplossingen voor te zoeken. ■ We doen er alles aan om alle afspraken in dit document na te komen en zullen hier als dit een keer onverhoopt niet lukt eerlijk en transparant over communiceren en indien nodig een aanvullend overleg plannen. Uitgangspunten voor de thema-overleggen ■ Voorafgaand aan elk overleg wordt door Gemeente en Rochdale zoveel als mogelijk gespecificeerd op welke onderdelen binnen een bepaald thema nog ruimte is voor invloed. Daarvoor gebruiken partijen de opgestelde Participatiekalender. Op de Participatiekalender zijn de gespreksthema’s aangegeven en ook de beïnvloedbare onderwerpen. ■ Themaonderdelen waar geen ruimte is voor invloed hoeven van het BPF niet te worden besproken. Het BPF richt zich binnen het themaoverleg bij voorkeur op de onderdelen waar nog wel ruimte is voor aanpassingen (kansen). Het delen van zorgen en kansen terwijl er geen ruimte is voor invloed zorgt voor demotivatie en heeft volgens het BPF geen zin.
Gemeente en Rochdale vullen hierbij aan dat er ten aanzien van verschillende thema’s ook behoefte kan zijn aan aanvullende informatie. Bijvoorbeeld om onnodige zorgen weg te kunnen nemen of vragen te beantwoorden. Gemeente en Rochdale zullen zoveel mogelijk deze informatie op andere
5
manieren aan - alle - bewoners geven. Op basis van deze informatie kan dan in de gesprekken met het BPF gefocust op de onderdelen waar nog invloed mogelijk is. Aangezien dit vooral onderdelen zijn die nog niet in de Investeringsnota worden vastgelegd, is hier ook meer tijd voor beschikbaar (zie de Participatiekalender). Partijen accepteren dat het geven van enige informatie bij deze bijeenkomsten, om de keuzes en mogelijkheden toe te lichten, onontkoombaar is. ■ Relevante documenten ten behoeven van een overleg (pp presentaties, rapporten, notulen etc.) worden in ieder geval twee weken voor aanvang van een overleg verstuurd naar het BPF, zodat zij zich voldoende kan voorbereiden en bruikbare input kan geven. Als deze termijn niet haalbaar is stemmen partijen af wat daar mee te doen. ■ Gemeente en Rochdale geven, voor de context van het overleg, aan het begin van ieder overleg in hoofdlijnen (belangrijkste zaken) aan welke plannen er zijn rondom een bepaald thema (max 20 min). Dit onderdeel van het overleg is puur informatief. Hier wordt verder geen discussie over gevoerd. ■ De rest van het overleg heeft een interactieve vorm waarbij het BPF, Gemeente en Rochdale met elkaar in gesprek gaan over de onderdelen waar nog invloed op uitgeoefend kan worden.
Vragen als wat vinden jullie van de plannen? Wat vinden jullie belangrijk? Hoe zouden jullie het graag zien? Waar zien jullie mogelijkheden? En hoe of waar kunnen we elkaar tegemoetkomen? zijn de basis voor het voeren van het gesprek. ■ Het BPF vind het belangrijk dat als zienswijzen/ standpunten van Gemeente, Rochdale en het BPF, op onderdelen waar invloed op uitgeoefend kan worden, ver uit elkaar liggen er moeite wordt gedaan
6
om nader tot elkaar te komen. Dit door te kijken naar welke elementen van de zienswijze/ingenomen standpunten wel verenigbaar zijn en hier samen oplossingen voor te bedenken. ■ Transparantie is belangrijk voor het BPF. Als het BPF een verzoek doet tot inzage in rapporten of onderzoeken, dan ontvangt zij deze uiteraard graag, mits deze beschikbaar zijn. Als stukken niet beschikbaar zijn geven gemeente en/of Rochdale daarvoor de reden aan. ■ De input wordt aan het eind van ieder overleg besproken. Gemeente en Rochdale geven aan het eind van een overleg specifiek aan wat zij van de input vinden. Met specifiek wordt bedoeld dat het liefst beargumenteerd aangegeven wordt waar men denkt wel iets mee te kunnen en waar men denkt niks mee te kunnen. Dit mag ook kort na het overleg schriftelijk medegedeeld worden. ■ Als input van het BPF niet (in zijn geheel) kan worden verwerkt in de plannen, dan zullen Gemeente en Rochdale samen met het BPF naar mogelijkheden zoeken op welke manier de input eventueel wel zou kunnen worden verwerkt. Denken in mogelijkheden in plaats van in onmogelijkheden. ■ Een overleg is pas afgesloten als deze voor alle partijen is afgesloten.
Dit betekent dat als er nog behoefte is om over onderdelen binnen het thema door te praten, het fijn zou zijn als deze ruimte gegeven wordt en er geen druk gezet wordt om andere thema’s op te pakken terwijl een thema nog niet is afgesloten. Aan het eind van ieder overleg wordt duidelijk en specifiek afgesloten met de vraag of er behoefte is om een vervolg te geven aan het themaoverleg. Hier moet door alle aanwezigen op worden geantwoord zodat hier na afloop geen onduidelijkheid over kan ontstaan.
■ Na het afsluiten van een overleg volgt op korte termijn een advies van het BPF, welke zij opstellen op basis van de gegeven input in het overleg en het raadplegen van haar leden. Hierop volgt een reactie van de Gemeente en Rochdale waarin duidelijk wordt aangegeven wanneer, of, hoe en wat van de input verwerkt zal worden. Het advies en de reactie hierop sluiten het thema af. Beiden ( BPF advies en reactie hierop) worden aan de investeringsnota (inspraakdocumenten) toegevoegd. ■ Mochten er ontwerpsessies voortvloeien uit een overleg dan wordt duidelijk aangegeven met wie, hoe en wanneer deze plaats gaan vinden. Als niet concreet te vertellen valt hoe en wat dan wordt er een indicatie gegeven. ■ Gemaakte afspraken worden vastgelegd en nageleefd. Als dat niet lukt komen partijen daar op terug en wordt besproken wat er dan mee gedaan wordt. ■ Ter afsluiting geeft het BPF mee: Het BPF is zich ervan bewust dat de uiteindelijke beslissing over de plannen wordt genomen door het College van B&W en de Gemeenteraad. De intentie van het BPF is nooit geweest om de eindbeslissing in handen te hebben.
Wel wil het BPF er samen met Gemeente en Rochdale voor zorgen dat als de plannen straks gepresenteerd worden aan het College van B&W en de Gemeenteraad, we kunnen zeggen dat er draagvlak voor is, er sprake is geweest van echte participatie (transparantie en duidelijkheid over wat er met onze input wordt gedaan en dit ook terug zien in de plannen), en we ons als bewoners gehoord, gewaardeerd hebben gevoeld en zien dat het zin heeft gehad dat wij onze tijd en energie in dit project hebben gestoken.
3. Advies Buurtplatfom verdichting en reactie gemeente en Rochdale
www.deysselplatform.nl info@deysselplatform.nl
Datum: 10 Januari 2021 Betreft: Advies Buurtplatform van Deyssel (BPF) m.b.t. de verdichting op de Burgemeester Roëllstraat (bijbouwen woningen). In het kader van het vernieuwingsplan voor de Lodewijk van Deysselbuurt hebben het BPF (vertegenwoording buurtbewoners), de Gemeente Amsterdam en Rochdale op 7 december 2020 en 15 december 2020 overleg gehad over het thema: Verdichting op de Burgemeester Roëllstraat. In dit plan stelt de Gemeente en Rochdale voor de huidige eengezinswoningen ( K-blokken) gelegen aan de Burgemeester Roëllstraat te slopen en te vervangen door hoogbouw met in totaal 7 bouwlagen met op de begane grond ruimte gereserveerd voor buurtoverschrijdende voorzieningen (geen woonfunctie). In dit overleg neemt het BPF geen standpunt in over het wel of niet slopen van de K-blokken. De bewonerscommissie van de K-blokken voert afzonderlijk gesprekken met Rochdale over de vraag of slopen wel of niet gewenst is door de betreffende bewoners. Advies: Het BPF is zich bewust van de heersende woningnood en is positief over het voorstel om op de Burgemeester Roellstraat woningen bij te bouwen. Dit biedt kansen voor de huidige- en nieuwe bewoners. Het BPF ondersteunt dit voorstel. Het BPF geeft een negatief advies over de voorgestelde hoogte (7 bouwlagen) van de voorgenomen hoogbouw aan de Burgemeester Roëllstraat. Het BPF ondersteunt dit voorstel niet.
Het BPF adviseert een bebouwing van maximaal 5 bouwlagen. Het BPF adviseert om elders in de buurt de reductie van deze bouwlagen te compenseren, namelijk; Op de van Moerkerkenstraat is er ruimte beschikbaar zonder gebruiksfunctie. Voorstel is om hier eengezinswoningen te realiseren met eventueel daarachter privè parkeren. Voordelen; geen extra parkeerdruk openbare ruimte, meer aanbod eengezinswoningen in de buurt ter compensatie sloop eengezinswoningen op de Roëllstraat. Tevens is er de mogelijkheid om de geplande gebouwen, op de locatie waar de basisschool zich momenteel bevind, hoger te bouwen. De uitstraling, sfeer en identiteit “Westelijke Tuinsteden" zal hierdoor niet beinvloed worden. Op de entrée van de van Leeuwenlaan waar nu een horeca paviljoen gepland is een meer laags gebouw te realliseren. Uitleg negatief advies: • Identiteit Westelijke Tuinsteden gaat verloren door deze hoogbouw van 7 lagen. • De voorgestelde hoogbouw van 7 lagen staat op het Zuiden en schermt de buurt erachter af van daglicht en uitzicht. Dit effect wordt versterkt doordat de blokken erachter (haaks gelegen op de Roellstraat) 5 laags zijn en op het Westen staan . • Vijf bouwlagen sluit beter aan op de gebouwen hierachter. Deze zijn 5 en 4 lagen. Vijf bouwlagen heeft een “natuurlijke” overgang en bevordert de verbinding naar en met de buurt erachter.
• Het realliseren van extra woningen moet evenwichtig verdeeld worden over de buurt/stadsdeel. Pagina 1 van 1
VAN DEYSSELBUURT
Datum: Aan: Van: Onderwerp: Bijlage:
5 februari 2021 Buurtplatform Van Deyssel Projecteam Lodewijk van Deysselbuurt (Gemeente Amsterdam en Rochdale) Reactie advies t.a.v. de verdichting Bezonningstudie
Geacht Buurtplatform van Deyssel, Hartelijk dank voor uw advies van 10 januari jl. ten aanzien van de verdichting aan de Burgemeester Röellstraat in de Lodewijk van Deysselbuurt. We waarderen dit heldere advies en het feit dat het niet alleen vraag om een aanpassing, maar ook suggesties geeft voor oplossingen. Graag komen we hierbij tegemoet aan het verzoek om hierop schriftelijk te reageren. Bijbouwen woningen aan de Röellstraat We zijn blij met het positieve advies op het bijbouwen van extra woningen aan de Röellstraat. Aangezien we hier geen verschil van inzicht over hebben, gaan we ervan uit dat hier geen uitgebreidere reactie op nodig is. Mocht u dit toch wensen, dan horen we dat graag. Advies nieuwbouw in 5 in plaats van 7 lagen, in combinatie met nieuwbouw Van Moerkerkenstraat Ten aanzien van het voornemen van gemeente en Rochdale om de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat 7 lagen hoog te maken, adviseert u negatief. U adviseert deze te maximeren op 5 lagen en het verlies aan woningen te compenseren door het bebouwen van de plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat met eengezinswoningen en hogere bebouwing op de hoek met de Van Leeuwenlaan en op de locatie van de huidige basisschool.
Visie gemeente: Ontwerp-omgevingsvisie en Principenota Geuzenveld, Slotermeer Onlangs heeft het college van burgemeester & wethouders ingestemd met de vrijgave van de ontwerpomgevingsvisie Amsterdam 2050 (zie: https://amsterdam2050.nl). Hierin kiest het college naast “groeien binnen de stadsgrenzen” tevens voor “radicaal vergroenen”. Daarbij dienen de bestaande kwaliteiten in Nieuw-West zoveel mogelijk behouden te blijven. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie voor NieuwWest ingezet op het versterken van de doorgaande routes, zoals de Burgemeester Röellstraat, door deze om te vormen tot aantrekkelijke stadlanen, in combinatie met (nieuwbouw)ontwikkelingen. Zoals u weet sluit dit aan bij de eerder door de gemeenteraad vastgestelde Principenota Geuzenveld, Slotermeer. Schaal Burgemeester Röellstraat en bezonning Zoals al aangegeven in de gesprekken van 7 en 15 december jl. is uitgebreid gestudeerd op de maximale hoogte van de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat. Gezien de schaal en breedte van de Burgemeester Röellstraat is bebouwing van 8 á 9 lagen hier stedenbouwkundig, goed mogelijk, mits dit geen problemen oplevert voor de achterliggende woningen, bijvoorbeeld ten aanzien van bezonning. Na uitgebreide bestudering van verschillende varianten, is gekozen voor een maximale bouwhoogte van 7 lagen.
Uit bijgaande bezonningsstudie, welke tevens reeds in jullie bezit is, blijkt dat dit geen probleem geeft qua bezonning voor de achterliggende woningen.
1
VAN DEYSSELBUURT
Gezien de resultaten van de bezonningsstudie en het feit dat dergelijke hoogtes eerder op meerdere plekken zonder problemen zijn gerealiseerd, zien wij geen problemen ten aanzien van de daglichttoetreding bij de achterliggen de woningen. Bebouwen plantsoenen Van Moerkerkenstraat De huidige groenstructuur in de buurt wordt vanuit stedenbouw en erfgoedwaarding als zeer waardevol gezien. De plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat zijn hiervan een belangrijk onderdeel, zoals schematisch is weergegeven op onderstaande tekening. In het plan is daarom bewust gekozen om deze niet te bebouwen.
Zoals ook verwoord in de ontwerp-omgevingsvisie is het doel van de gemeente om zoveel mogelijk groen te behouden en waar mogelijk te intensiveren. Dit vraagt om efficiënt ruimtegebruik voor bebouwing en parkeren. Het verlagen van de bebouwing aan de Burgemeester Röellstraat en bebouwen van de plantsoenen aan de Van Moerkerkenstraat is hiermee in strijd. Toevoegen extra eengezinswoningen Het plan bevat een groot aantal grotere woningen, onder meer op de onderste twee lagen, welke geschikt zijn voor gezinnen. Het aantal grote woningen in de buurt neemt hierdoor substantieel toe, ook in de sociale huur. Het toevoegen van extra eengezinswoningen is vanuit het woningprogramma dan ook niet nodig. Naast eengezinswoningen is het ook van groot belang om geschikte woningen te maken voor ouderen. Vanuit (gevoel van) veiligheid willen veel ouderen liever niet op de begane grond wonen, maar op de verdieping, mits bereikbaar met een lift. Door het verlagen van de gebouwen aan de Röellstraat ten gunste van eengezinswoningen, worden de mogelijkheden hiervoor verkleind.
2
VAN DEYSSELBUURT
Parkeren De hogere bebouwing in de zuidstrook maakt het bouwkundig en financieel waarschijnlijk mogelijk om het parkeren voor de middeldure- en koopwoningen op te lossen in een ondergrondse garage. Het onderzoek hiernaar is nog in volle gang, maar vanuit efficiënt ruimtegebruik en behoud van groen, heeft dit vanzelfsprekend de voorkeur dan meer bovengrondse parkeerplaatsen. Voor de huidige bewoners van sociale huurwoningen blijven bovengrondse parkeerplaatsen beschikbaar. Gevolgen uitzicht bestaande woningen Het verschil voor het uitzicht van de bestaande woningen tussen bebouwing van 5 of 7 lagen aan de Burgemeester Röellstraat, is volgens ons zeer beperkt. Ten eerste betreft het alleen een deel van de lucht, aangezien het geen verschil maakt voor het uitzicht op verkeer, groen of de bebouwing aan de overzijde. Ten tweede hebben in de nieuwe situatie alleen de woningen aan de Lodewijk van Deysselstraat, direct uitzicht op de betreffende nieuwbouw. Dit betreft in de huidige situatie 17 woningen. Dit aantal zal nog afnemen aangezien Rochdale voornemens is deze woningen in de toekomst (deels) om te zetten naar ruimte voor (maatschappelijke) voorzieningen. Daarbij komt de nieuwbouw, vanwege de versmalling van de Röellstraat, ca 16 meter verder van deze woningen af te staan dan de huidige bebouwing. Hierdoor ontstaat een dieper binnenterrein, dat groen wordt ingericht.
Het uitzicht zal een groot deel van het jaar dus meer door bomen worden bepaald dan door de nieuwbouw. Ook vanuit de Middenzone zal het gevolg voor het uitzicht beperkt zijn. Op onderstaande foto is schetsmatig de nieuwbouw aan de Burgemeester Röellstraat weergegeven met gele stippellijnen, zowel voor 5 als 7 lagen hoog. Zoals u kunt zien is het verschil hiertussen en met de huidige situatie beperkt. Ten opzichte van de huidige situatie is hier mogelijk zelfs een verbetering omdat een deel van de nieuwbouw loodrecht op de Burg. Röellstraat, lager wordt dan in de huidige situatie.
Vanuit de bestaande woningen in de middenstrook is het effect op het uitzicht uiterst gering omdat deze woningen er loodrecht op staan en je de nieuwbouw dus alleen ziet als je schuin langs de gevel kijkt (of uit het raam hangt). De keuze in het plan om de nieuwbouw in de middenstrook niet hoger te maken dan de huidige gebouwen, is voor deze woningen dan ook van veel groter belang.
3
VAN DEYSSELBUURT
Hogere bebouwing ter plaatse van paviljoen In de stedenbouwkundige opzet de Van Deysselbuurt is vaak sprake van ‘open’ hoeken. Dit is kenmerkend voor de plannen uit dit tijd, als uitwerking van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934. Op de hoeken met belangrijke straten, zoals de Van Leeuwenlaan, gaat de open hoek van de hoofdbebouwing vaak gepaard met een laag volume met daarin een bijzondere functie. Het gebouwtje van Aiki-Budo, oorspronkelijk een supermarkt, is hiervan een goed voorbeeld. Het voorgestelde, lage paviljoen is hiervan een eigentijdse vertaling en sluit dus juist aan bij de oorspronkelijke, stedenbouwkundige opzet van de buurt. Hogere bebouwing op locatie huidige school Op de locatie van de huidige basisschool zijn gebouwen voorzien in 5 en 5,5 lagen (met deels verdiepte parkeergarage). Deze hoogte is iets hoger dan de omliggende bebouwing van deels 2 en deels 4 lagen hoog. Wellicht is het stedenbouwkundig mogelijk om het meest noordelijke volume te verhogen tot 6,5 laag. Dit zal bij de nadere uitwerking worden onderzocht. Dit biedt echter geen compensatie van het verlagen van de bebouwing aan de Röellstraat. Hiervoor zou het nodig zijn om hier een hoge toren te maken.
Dit past echter niet in de stedenbouwkundige opzet van de wijk en past niet bij de het huidige groene, lommerrijke karakter van de huidige locatie, dat we willen behouden en zo mogelijk versterken. Conclusie We waarderen uw advies, dat niet alleen een aanpassing omvat, maar tevens suggesties doet voor oplossingen. We zijn blij met het positief advies ten aanzien van het toevoegen van extra woningen. Het advies om de voorziene bebouwing langs de Burgemeester Röellstraat te verlagen van 7 naar 5 lagen kunnen we op dit moment helaas niet overnemen, zoals we hierboven hopelijk naar tevredenheid hebben toegelicht. Voor de volledigheid melden we dat de plannen, zoals nu besproken, nog moeten worden vastgesteld door het college van B&W en de gemeenteraad. Zoals u weet worden de plannen en de betreffende besluiten daarvoor ter inzage gelegd, waarbij u de mogelijkheid heeft om een inspraakreactie in te dienen. We blijven graag met u in overleg en hopen dat u ook op andere onderdelen van het plan wilt adviseren. Daarbij zijn we ervan overtuigd dat deze adviezen een waardevolle toevoeging kunnen zijn voor de plannen en de uitwerking daarvan. Met vriendelijke groet, Projectteam Lodewijk van Deysselbuurt Irma Dejong, Bouke Kapteijn (Gemeente Amsterdam) Anouk Wijk, Ronald van Dijk, Machiel Scheenhart (Rochdale)
4
4. Reactie Buurtplatform op geplande voorzieningen en reactie gemeente en Rochdale
Aan: het Buurtplatform Van: Gemeente Amsterdam en Rochdale Betreft: Beantwoording “Vragen van het BPF aan GA en RD over het thema Voorzieningen” van 29 december 2020 Datum: 22 februari 2021 Hieronder beantwoorden wij uw vragen. (Nb. Omdat in uw uitvraag niet alle vragen genummerd zijn, komt de nummering hieronder niet geheel overeen met uw vragenlijst). BPF 1: Op de Lodewijk van Deysselstraat verdwijnen er woningen; Staat dit vast? Hoeveel woningen verdwijnen er? Kunnen de betreffende bewoners zich hierover uitspreken? Zo ja, hoe, wanneer en wat doet de GA en RD met deze uitspraak. ANTW: Hier wordt gedoeld op de woningen in de zogenaamde L-blokken, de woningen die oorspronkelijk als woonwerkwoning fungeerden maar nu separaat van de daarnaast gelegen bedrijfs- of winkelruimte verhuurd worden. Dit leidt tot veel klachten en overlast, omdat de woningen niet gebouwd zijn op het gebruik van de bedrijfsruimte en woning door aparte gebruikers. In totaal zijn er 17 van deze woningen. In aanloop naar de uitvoering van het Vernieuwingsplan zijn de 6 vrijgekomen woningen in de tijdelijkheid verhuurd. Dat betekent dat er op dit ogenblik nog 11 woningen met vaste contracten in de sociale huur zijn. Rochdale is voornemens om alle 17 woningen om te zetten naar ruimtes waar betekenisvolle buurtfuncties ondergebracht kunnen worden.
De gesprekken met de bewoners zullen plaatsvinden conform de “Amsterdamse Kaderafspraken bij vernieuwing en verbetering”. Middels deze afspraken kunnen de bewoners zich uitspreken over de intenties van Rochdale en de gemeente Amsterdam. Dit traject ligt nog niet vast in de tijd. BPF 2: Waarom wordt ervoor gekozen om schaarse (eengezins-)woningen op te offeren voor bedrijfsruimte? ANTW: Er vindt niet zozeer opoffering van woningen plaats, als wel een verplaatsing van functies. Het Vernieuwingsplan gaat uit van het toevoegen van 600 woningen, waarbij het huidige aantal sociale huurwoningen gelijk blijft. Er komen op het totaal dus juist woningen bij. Deze mogelijkheid wordt met name gecreëerd door ruimte aan de Röellstraat in te zetten ten behoeve van woningbouw. Het beleid van de gemeente Amsterdam is, om bij extra woningbouw, tevens de benodigde voorzieningen te realiseren. Dat kan in de nieuwbouw, maar ook door omzetting van functies in de bestaande gebouwen. Voor de Van Deysselstraat is gekozen voor de omzetting van de woningen naar buurtvoorzieningen om de volgende redenen: • Het karakter van de Van Deysselstraat als voorzieningenstraat blijft daarmee behouden en kan zelfs worden versterkt; • De Van Deysselstraat is de langzaam verkeersader binnen de buurt. Het is logisch om de voorzieningen daar te maken, waar veel mensen langs lopen en fietsen.
• De huidige, door de tijd ontstane, situatie waar de winkelier niet meer de bewoner is van de daarnaast gelegen woning, waardoor overlastsituaties ontstaan, wordt opgeheven; 1
•
•
Binnen het Vernieuwingsplan komen nieuwbouw gezinswoningen (met tuin) terug. Deze komen grotendeels te liggen aan autovrije straatjes, waar kinderen veilig kunnen spelen. Daardoor ontstaan goede herhuisvestingsmogelijkheden voor de huidige bewoners van de Lodewijk van Deysselstraat; We zijn van plan om goede buurtvoorzieningen onder te brengen in de vrijgekomen ruimtes: van buurtontmoetingsplekken tot leerplekken voor de jongeren uit de buurt. Allemaal functies die ten dienste staan aan de huidige bewoners van de buurt.
BPF 3: Is er niet genoeg bedrijfsruimte aan de Röellstraat beschikbaar waardoor de woningen op de LvD moeten verdwijnen? ANTW: Aan de Röellstraat worden inderdaad ook voorzieningen gerealiseerd, zie bijgaand overzicht van de gedachte niet-woonfuncties voor de gehele Lodewijk van Deysselbuurt. Er is binnen het Vernieuwingsplan gezocht naar een gebalanceerde en logische situering van de nietwoonfuncties binnen de buurt. Het omzetten van woningen naar niet-woonfuncties in de Lodewijk van Deysselstraat heeft niet zozeer te maken met de beschikbaarheid van ruimte op een bepaalde locatie. Het doel is om van de Lodewijk van Deysselstraat een aantrekkelijke straat met voorzieningen te maken, centraal in de buurt, met functies die betekenis hebben voor haar bewoners. Een straat waar bewoners elkaar (kunnen) ontmoeten. Over welke functies er precies gaan komen, hebben we al verschillende ideeën en daarover gaan we graag met bewoners in gesprek. Daarbij geldt dat de vernieuwing van de buurt een traject is dat zeker 10 jaar zal gaan duren. Gedurende dat traject zal er, passend bij de behoefte van de buurt en haar bewoners, gezocht worden naar een goede invulling van de voorzieningen.
BPF 4: Is het huidige aanbod van bedrijfsruimte op de LvD straat onvoldoende waardoor de woningen moeten verdwijnen? ANTW: Het creëren van extra niet-woonfuncties moet worden gezien in het licht van de toename van het aantal woningen in de buurt in combinatie met de huidige behoefte aan sociaal-, maatschappelijke- en economische functies. Door de komst van circa 600 extra woningen is er de kans om de lokale bedrijvigheid te versterken. In de door het BPF hieronder genoemde Principenota Geuzenveld Slotermeer staat onder hoofdstuk 3.9 het volgende beschreven: “Zoals beschreven in het visiedocument “Ruimte voor de economie van Morgen”, lenen juist naoorlogse wijken zich goed voor kleinschalige bedrijvigheid. Het kan een sociale betekenis hebben door de kansen die het biedt op werk en economische zelfstandigheid in de lokale economie. Samen met de corporaties wordt ook onderzocht wat in de (nabije) toekomst de rol van het Bedrijfsonroerend Goed binnen de buurten zoals de Van Deysselstraat en de Burgermeester van Leeuwenlaan, kan zijn”. Zoals gesteld verdwijnen de woningen dan ook niet zozeer. Wij kiezen ervoor om zowel de 600 toe te voegenwoningen als de niet-woonfuncties op de meest geschikte locatie te realiseren.
Naast de importantie van het creëren van een lokale economie (zogenaamde ondernemershub, waar lokale ondernemers de kans krijgen om een eigen bedrijf te stichten en deze voort te zetten), is er nu al 2
gebleken ruimtebehoefte aan bijvoorbeeld maatschappelijk relevante functies als schoolwerkruimtes. BPF 5: Er wordt gesproken over maatschappelijke voorzieningen en ondernemers (ondernemingen) wat is het verschil? ANTW: Doorgaans wordt bedoeld dat ondernemers een winstdoelstelling hebben. Continuïteit en resultaatgerichtheid staat vanuit het ondernemerschap voorop. Het begrip 'maatschappelijke voorzieningen' wordt meestal in het betreffende bestemmingsplan omschreven als 'educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen'. BPF 6: Wat voor ondernemingen komen er op de LvD straat ANTW: Er worden 6 verschillende clusters onderscheiden, met daarin de volgende voorzieningen per cluster: • L1: Een kindercluster met bijvoorbeeld een kinderopvang, buitenschoolse opvang en huiswerkbegeleiding; • L2: “Bromley by Bow” (Er is nog geen naam vastgesteld. We gebruiken ook wel de omschrijving community center). Daarin wordt het sociaal buurtteam ondergebracht waarin verschillende maatschappelijke voorzieningen laagdrempelige hulp kunnen aanbieden. Daarbij wordt ook de Social Garden toegevoegd. Een koffiepunt (kleinschalige horeca) zou de inloop voor diverse doelgroepen kunnen bevorderen; • L3: Ondernemers- en werkhub.
De huidige Eendagszaak wordt hier mogelijk gecontinueerd. Potentiele ondernemers uit de buurt kunnen hier met de nodige begeleiding en zonder forse aanloopkosten hun eerste treden zetten qua ondernemerschap. Op het moment dat ze voldoende basis hebben, kunnen ze, zoals al enkele lokale ondernemers hebben gedaan, een ruimte gaan betrekken elders in de Lodewijk van Deysselstraat; • L4 + L5: Deels worden bestaande gewaardeerde functies zoals de wasserette en de snackbar behouden. Nuttige aanvullende functies zullen het karakter van de straat als buurtvoorzieningenstraat gaan versterken. Daarbij denken we aan een bakker, fietsreparatiewerkplek, kleinschalige kantoor- of behandelruimtes (makelaar, logopedie, etc; • L6: Hier zijn nog geen plannen voor. De gemeente is in gesprek met de gebruikers en eigenaars van de kerk. BPF 7: Komt er (kleine / ondersteunende) horeca op de LvD straat ANTW: Er bevindt zich op dit ogenblik al horeca aan de Lodewijk van Deysselstraat. Wij zijn niet voornemens dit uit te breiden, anders dan het ondersteunende koffiepunt in het community center / Bromley by Bow concept. Zo’n punt kenmerkt zich door de ondergeschiktheid aan de hoofdfunctie. Openingstijden zijn daarmee beperkt. BPF 8: Komt er detailhandel op de LvD straat?
3
ANTW: Detailhandel of kleinhandel is het leveren van fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument. Het is een sector die bestaat uit verschillende branches (zoals de levensmiddelenbranche, de modebranche, de woonbranche enz.). De Lodewijk van Deysselstraat is vanouds een straat waar detailhandel op kleine schaal aanwezig is en was. Veel van deze detailhandel (parfumerie, rookwaren) zijn uit de straat verdwenen en passen niet meer binnen de huidige structuur. Wij kunnen ons goed voorstellen dat detailhandel de buurt versterkt, mits deze qua aard en schaal past binnen de Lodewijk van Deysselstraat. Een bakker of de huidige winkel in jurken passen wat ons betreft in dat beeld. BPF 9: “Ondernemingen / voorzieningen alleen voor de buurt”; Hoe is vastgesteld dat de buurtbewoners hier behoefte aan hebben? Alleen voor de buurt(bewoners) is in de praktijk niet uitvoerbaar; je kan namelijk bezoekers van buiten de buurt niet verbieden om op deze bedrijvigheid af te komen! ANTW: In de meedenknetwerk- en andere bewonerssessies zijn door de huidige buurtbewoners enkele suggesties gedaan ten aanzien van voorzieningen die een aanvulling kunnen zijn op het huidige voorzieningen- en dienstenaanbod. Daarnaast komen er zowel bij Rochdale als de gemeente Amsterdam vanuit ondernemers en (maatschappelijke)dienstverleners verzoeken binnen om zich te kunnen vestigen in de buurt.
Wij gaan graag met de bewoners van de Van Deysselbuurt in gesprek om het profiel van de ondernemers in relatie tot de ontwikkeling van de buurt te bespreken. Met “voor de buurt” wordt niet letterlijk “uitsluitend voor de bewoners van de Van Deysselbuurt” bedoeld. BPF 10: Hoe wordt de leefbaarheid en (verkeers)veiligheid in de buurt gewaarborgd in de LvD straat als alleen maar ondernemingen / voorzieningen straat? ANTW: De voorzieningen zijn vooral gericht op de Lodewijk van Deysselbuurt en haar bewoners. Dat betekent dat er geen sprake zal zijn van een grote (auto) verkeersaantrekkende werking, waar de vraagstelling waarschijnlijk naar verwijst. Voor de verkeersveiligheid is vooral het vele sluipverkeer dat over de Lodewijk van Deysselstraat rijdt, van belang. Op het moment dat er file staat bij het Burgermeester Röellcircuit, wordt de Van Deysselstraat gebruikt als sluiproute. Wij gaan graag met de buurt in gesprek hoe we hier een oplossing voor kunnen vinden. BPF 11: Hoe wordt omgegaan met de bezoekers en het extra verkeer die deze voorzieningen zullen aantrekken? Idem Röellstraat. ANTW: Bezoekers van de Lodewijk van Deysselstraat zullen vooral te voet of per fiets komen. Daar wordt de openbare ruimte op ingericht. Op dit ogenblik kent vooral de coffeeshop een aantrekkende werking t.a.v. auto’s. De coffeeshop achten wij op haar huidige locatie dan ook minder wenselijk.
Zij veroorzaakt overlast bij de direct omwonenden. Wij zouden graag in overleg met de ondernemer willen zoeken naar een beter geschikte plek binnen of buiten de buurt. De overige functies hebben deze auto-aantrekkende werking niet of nauwelijks. Ook de toekomstige, toe te voegen, voorzieningen zullen weinig auto’s aantrekken. 4
Voor de Burgermeester Röellstraat geldt dat dit een doorgaande autoroute is. De straat zal in de toekomst worden voorzien met parkeerplaatsen om te voorzien in de parkeerbehoefte van zowel bewoners als bezoekers. De gemeentelijke norm voor bezoekersparkeren voor de gehele Lodewijk van Deysselbuurt is 0,1 parkeerplek per woning. De gedachte voorzieningen hebben niet altijd dezelfde aantrekkende werking, maar verdienen zeker aandacht. Zo is er voor de basisschool aandacht nodig voor het verkeer dat kinderen komt brengen en ophalen. We denken bijvoorbeeld aan kiss-and-ride stroken aan de Röellstraat en Van Deysselstraat om te voorkomen dat er opstoppingen ontstaan. BPF 12: Kan een autoluwe straat / buurt, denk ook aan parkeerdruk, nog gerealiseerd worden met dit grote aanbod van voorzieningen? Idem Röellstraat. ANTW: Een autoluwe straat gaat over zowel de zichtbaarheid van auto’s als de bewegingen daarvan over de straten. Zoals hierboven geschetst verwachten wij geen extra auto’s door de voorzieningen die gerealiseerd gaan worden aan de Van Deysselstraat. De parkeeroplossingen van de auto’s van de bewoners aan met name de zuidstrook worden minder zichtbaar en daarmee minder dominant in het straatbeeld. Er komen daardoor autoluwe en zelfs autovrije zone’s tussen de woonblokken.
Uit de parkeeranalyse is gebleken dat er veel meer auto’s in de Van Deysselbuurt geparkeerd staan, dan het aantal ontheffingen dat is afgegeven voor de blauwe zone. We weten nog niet hoe dit komt en horen graag jullie ideeën hierover. Een mogelijkheid is dat er veel geparkeerd wordt door mensen van buiten de buurt. Wij willen dit verder onderzoeken en bespreken met bewoners, om te kijken wat we hieraan kunnen doen. De Röellstraat is met zijn doorgaande karakter niet geduid als autoluw. Door de realisatie van parkeervakken (langsparkeren), wordt hier adequaat ingespeeld op de eventuele parkeerbehoefte. BPF 13: Waar komt de coffeeshop? ANTW: Rond de coffeeshop wordt met name de auto-aantrekkende werking als overlastgevend ervaren. De intentie is om, in goed overleg met de coffeeshophouder, te zoeken naar een meer geschikte locatie binnen of buiten de buurt. Wij kunnen ons voorstellen dat de Burgemeester Röellstraat zo’n plek is aangezien dat een doorgaande weg is waar autoverkeer minder storend werkt. Relocatie dient binnen wet- en regelgeving te geschieden. Met name de minimale afstand tot de scholen zijn hierin leidinggevend. Vooralsnog blijft de coffeeshop dus op haar plek, tot er in gezamenlijkheid met succes een andere locatie gevonden kan worden. Daarbij gebruiken we graag de ideeën die de bewoners van de Van Deysselbuurt zelf hebben.
BPF 14: Wat gebeurt er met de huidige snackbar (Medina)? ANTW: Er zijn geen plannen t.a.v. de huidige snackbar La Medina. BPF 15: Wat gebeurt er met de overige bestaande ondernemingen/ voorzieningen?
5
ANTW: De afgesloten contracten worden gerespecteerd en zijn leidend in de wijze waarop er met de rechten van bestaande ondernemingen en voorzieningen wordt omgegaan. De toekomst moet uitwijzen hoe de voorgenomen hoog niveau renovaties van de zogenaamde L-blokken zich verhouden met de in de blokken gevestigde ondernemingen en voorzieningen. De wensen van de ondernemers en voorzieningen zijn daarin maatgevend: verhuizing binnen of buiten de buurt of terugkeer op de bestaande locatie. BPF 16: In de principenota 2019 geeft de gemeente aan geen bedrijvigheid te willen hebben binnen de van Deysselstraat en bedrijvigheid in de gebieden rondom juist te versterken, waarom wordt er toch gekozen om woningen te verruilen voor bedrijfspanden nu er een groot tekort is aan woningen? ANTW: In de Principenota Geuzenveld Slotermeer januari 2019 staat onder 3.9 het volgende vermeld: 3.9 Commercieel programma en economische opwaardering: “op de pleinen in GeuzenveldSlotermeer en op de Burgermeester de Vlugtlaan blijft het accent op detailhandel en horeca behouden. In de plinten aan de Burgermeester Röellstraat, de Slotermeerlaan en de Burgermeester Rendorpstraat wordt het accent gelegd op geïntegreerde zorgfuncties en (lokale) bedrijvigheid. “Zoals beschreven in het visiedocument “Ruimte voor de economie van Morgen”, lenen juist naoorlogse wijken zich goed voor kleinschalige bedrijvigheid.
Het kan een sociale betekenis hebben door de kansen die het biedt op werk en economische zelfstandigheid in de lokale economie. Samen met de corporaties wordt ook onderzocht wat in de (nabije) toekomst de rol van het Bedrijfsonroerend Goed binnen de buurten zoals de Van Deysselstraat en de Burgermeester van Leeuwenlaan, kan zijn. Wij herkennen ons niet in de stelling dat de gemeente geen bedrijvigheid wenst te realiseren binnen de Van Deysselstraat. Het beleid is er juist op gericht op de kansen die de bedrijvigheid biedt op werk en economische zelfstandigheid te benutten. BPF 17: Door bedrijvigheid te plaatsen onder de noemer van voorzieningen, wordt daarmee de regels van de gemeentelijke kaders niet in acht genomen. Hoe kijken jullie daar tegenaan? ANTW: De vraag is ons helaas niet duidelijk. Wordt hier geduid op een concrete tekst uit een document? Hier is helaas ook niet duidelijk welke regels van de gemeentelijke kaders worden bedoeld. We vragen daarom om verheldering van de vraag. BPF 18 : Hoeveel en waar precies is er ruimte gereserveerd voor voorzieningen? Benoem de buurt-overstijgende voorzieningen die jullie voor ogen hebben. ANTW: Op de met het BPF gedeelde kaart is aangegeven waar nu reserveringen zijn gedaan voor voorzieningen. Dit is nog niet in beton gegoten. Wijzigingen zijn niet uitgesloten.
Zo wordt momenteel uitgezocht wat de locatie-opties zijn voor het jongerencentrum. De voorzieningen die in 6
beeld zijn hebben alle betekenis voor huidige en nieuwe bewoners van de Van Deysselbuurt. Maar voorzieningen zullen in de praktijk ook gebruikt worden door bewoners uit andere buurten. Dat is altijd het geval met voorzieningen, ook in andere wijken. Omgekeerd maken Deysselbuurtbewoners ook gebruik van voorzieningen in andere buurten. Een voorbeeld van een buurt overstijgende voorziening is de noodopvang gezinnen. De noodopvang betreft een aantal geclusterde woningen met een gemeenschappelijke ontvangstruimte. Deze voorziening komt mogelijk aan de Röellstraat. De noodopvang is een stedelijke voorziening, waarvan er een aantal zijn in de stad. Ook gezinnen in nood uit de Deysselbuurt kunnen hier worden opgevangen. De noodopvang is hard nodig. De Gemeente hecht daarom grote waarde aan de realisatie ervan. Omdat het een woonfunctie betreft, is de invloed op de woningen in de directe omgeving beperkt. Dit blijkt ook uit ervaringen elders in de stad. BPF 19: Van Leeuwenlaan: Wordt de bestaande horeca verplaatst en zo ja waar naar toe. ANTW: De bedrijfsruimtes in de plint aan de Van Leeuwenlaan blijven behouden. Welke functies goed passen op deze plek moet nog nader worden bepaald. Omdat er bovenliggende woningen zijn moeten overlastgevende invullingen zoveel mogelijk voorkomen worden. Het precieze profiel moet nog worden uitgewerkt.
Eventuele gevolgen voor huidige ondernemers worden met hen dan besproken. Bestaande contracten bepalen mede de ruimte die er is om eventueel een andere invulling te maken. BPF 20: Er is veel vraag naar bedrijfsruimte’. Wordt dit in algemene zin bedoeld of specifiek voor de Deysselbuurt? Is hier onderzoek naar gedaan? ANTW: Zie de antwoorden op eerdere vragen, waaronder vraag 9 en vraag 16. We gaan nog nader (markt-)onderzoek doen voor verschillende deellocaties, zoals voor het idee van de ‘ondernemershub’ (een plek voor startende ondernemers, mogelijk gecombineerd met de aanwezigheid van een loket voor werk en inkomen / WPI). BPF 19: Economische bedrijvigheid, wat wordt hieronder verstaan? En valt hier ook detailhandel onder? ANTW: Economische bedrijvigheid is een breed begrip. Wat hier bedoeld wordt is dat er in de vernieuwde buurt ruimte moet zijn voor ondernemers met een zaak die past in het gewenste profiel. Een buurt waar niet alleen gewoond wordt maar waar ook gewerkt kan worden. BPF 20: ‘Het is niet de bedoeling dat functies overlast veroorzaken’. Hoe wordt dit gewaarborgd. ANTW: Voordat Rochdale een huurovereenkomst afsluit moet de kandidaat huurder uitvoerige informatie overleggen, over de eigen situatie maar ook met het overleggen van een ondernemingsplan. Het plan moet passen in het gewenste profiel van de te verhuren eenheid.
Mocht er toch overlast ontstaan dan wordt hier actief op gehandeld.
7
Ook moet het bedrijf voldoen aan de richtlijnen en regelgeving van de Gemeente. Zo is vestiging van extra, zelfstandige horeca in de Deysselstraat niet toegestaan. Garanties dat het altijd, overal goed zal gaan, zijn niet te geven. Maar we doen onze uiterste best om overlast (en klachten daarover) te voorkomen. BPF 21: Er wordt gesproken over ondernemingen. Wat wordt hieronder verstaan en waar komen dezen? ANTW: Met ondernemingen wordt bedoeld de kleine ondernemers die zich met hun bedrijf richten op de directe omgeving. Denk aan een kapper, de wasserette, een praktijk voor fysiotherapie. BPF 22: ‘Mogelijk krijgt de Eendagszaak een plek’. Waarom? En is deze alleen voor ondernemers uit de buurt? ANTW: Hierboven schetsten we al dat er veel vraag is bij kleinere ondernemers naar ruimte in de buurt om daar een zaak te starten. In de praktijk blijkt dat niet makkelijk. De ruimtes zijn schaars (er is geen leegstand) en de eisen om een huurovereenkomst te kunnen sluiten zijn hoog. Zo worden er financiële eisen gesteld en moet er een uitgewerkt ondernemingsplan zijn. Voor veel starters is deze drempel te hoog. Het concept De Eendagszaak biedt starters de kans om zonder de anders gestelde eisen te oefenen met een eigen bedrijfje. Het concept voorziet in een behoefte: het animo om mee te doen is groot. Het concept heeft landelijk de aandacht getrokken en heeft in september jl.
de belangrijkste innovatieprijs van het Ministerie van Binnenlandse Zaken gewonnen, als voorbeeld van hoe in naoorlogse wijken nieuwe kansen worden geboden. Het idee is om in de Deysselstraat een van de blokjes te ontwikkelen tot een ‘ondernemershub’. Drempelverlagend, mensen aan het werk helpen, kleinschalig en buurtgericht, dat is het idee. Dit moeten we nog uitwerken en de haalbaarheid onderzoeken. Als starters uit de buurt geholpen kunnen worden heeft dat onze voorkeur. Maar ook hier geldt dat dat geen absolute voorwaarde is. Buurtbewoners gebruiken ook voorzieningen in andere buurten. BPF 23: ‘Lokale ondernemer’. Zijn dit uitsluitend ondernemers die in de buurt wonen? Zo ja, hoe wordt dit geborgd? En wat als er onvoldoende lokale ondernemers zijn? ANTW: Bedoeld wordt: ondernemers die zich met hun zaak richten op de directe omgeving. We hebben het dan niet over grote bedrijven als Albert Heijn, de Blokker of de Gamma. Zie verder ook de antwoorden op de voorgaande vragen. BPF 24: ‘activiteiten die passen bij kleinschaligheid’. Benoem deze. Wie/wat bepaalt of de activiteit kleinschalig is. ANTW: Kleinschalige activiteiten wil zeggen eenmanszaken, of met een enkel personeelslid, en gericht op de directe omgeving.
8
Kleinschalige bedrijvigheid zijn bedrijven/kantoren van maximaal 250 m2 groot, met een wat breder bereik (wijkniveau). Dit wordt meer voorzien voor de Burgemeester Röellstraat. Grootschalig is grote winkelbedrijven die een groot afzetgebied hebben. Alle toekomstige activiteiten en huurders zijn nu nog niet bekend. Maar zoals eerder al gemeld verhuurt Rochdale alleen aan ondernemers die passen bij de doelen zoals hierboven bij de antwoorden op eerdere vragen omschreven. BPF 25: ‘Kans geven aan startende ondernemers’. Is dit een fysieke uitvoering of een meer administratieve ondersteuning? Hoe/ waar en hoeveel? ANTW: Zie vraag 22 hierboven. De ondernemershub is een in de buurt nog niet bestaand concept. Het plan moet verder worden uitgewerkt. Door het aanbieden van ruimte in een andere vorm en met andere voorwaarden dan nu gebruikelijk is, hopen we een groep te faciliteren die nu weinig kans heeft om een onderneming te starten. BPF 26: ‘Leerwerkplekken’. Zijn deze alleen voor buurtbewoners? Hoe wordt dit gewaarborgd? Hoe en waar wordt dit gerealiseerd? ANTW: Bij de ‘ondernemershub’ draait het om werken, meedoen, ervaring op doen. Dat zou ook een plek kunnen zijn waar leerwerk-plekken kunnen komen. Maar leerwerk-plekken moeten ook op veel andere plekken gevonden worden, de vraag ernaar is erg groot. Ook de aannemer die de vernieuwing gaat doen kan leerwerk-plekken bieden.
WPI is een van de gemeentelijke organisaties belast met het organiseren van de leerwerk-plekken. Mogelijk krijgt WPI een plek binnen de ondernemershub. Zoals gezegd moet het plan nader onderzocht worden op haalbaarheid. Leerwerk-plekken die in de buurt ontstaan worden bij voorkeur uitgegeven aan kandidaten uit de buurt. Er is geen garantie dat dit altijd lukt, er moet een match zijn tussen de leerwerk-plek en de kandidaat. BPF 27: Buurtpunt van Rochdale; Is deze nog nodig na de vernieuwing? ANTW: De vernieuwing gaat nog zeker 10 jaar duren. Het buurtpunt heeft een belangrijke functie in de buurt. Medewerkers van Rochdale zijn direct aanspreekbaar en bekenden in de buurt. Het buurtpunt wordt ook gebruikt voor diverse spreekuren, ook voor de vernieuwing. Wij gaan er vanuit dat het buurtpunt komende jaren zeker een functie heeft. Hoe dat na de vernieuwing zal zijn weten wij nu nog niet, dat is te ver weg. Wel denken wij dat het altijd belangrijk is om met medewerkers in de buurt zelf aanwezig te zijn.
BPF 28: Meerdere voorzieningen onder 1 dak midden in de buurt (LvD straat), zorgt dit er juist niet voor dat de drempel voor bewoners verhoogd wordt om hulp te vragen, omdat zij hierdoor een grotere kans hebben gezien te worden door medeburen (schaamtecultuur)? ANTW: Meerdere voorzieningen onder één dak helpt er – ook volgens betrokken maatschappelijke organisaties – juist voor dat het makkelijker wordt om even naar binnen te lopen. Immers, de buren weten niet of men naar binnen loopt om mee te doen aan een activiteit bij de Social garden, of dat men door loopt naar een medewerker van het Sociaal Buurtteam. Het Sociaal Buurtteam biedt een 9
scala aan hulp en advies. Niemand die aan de buitenkant ziet waar het bezoek over gaat. We noemen dit concept ook wel de “ontkleurde voordeur”. Naar binnen gaan bij een schuldhulpinstantie is voor veel bewoners inderdaad iets waar men schaamte bij voelt. We willen de drempel zo laag mogelijk maken. Dat doen we door functies te mengen en de plek aantrekkelijk vorm te geven. Vanwege het belang van deze voorziening, is deze (het community-center / Bromley) gesitueerd midden in de buurt, aan de Deysselstraat.
Hieronder de beantwoording van het tweede deel van uw vragenlijst Algemeen: 1. Benoem maatschappelijke voorzieningen. 2. Benoem voorzieningen. 3. Benoem onderneming. 4. Benoem kleine horeca. 5. Benoem kleine ondernemers. ANTW: We gaan er van uit dat met de uitleg in dit document ook de bovenstaande benamingen helder zijn. BPF 6: Hoe stel je vast dat het aantal m2 bedrijfsruimte niet te veel is en zorg je ervoor dat er nu en in de toekomst geen leegstand ontstaat? ANTW: De gemeente hanteert normen voor de verhouding tussen het aantal woningen / inwoners en het gewenste aantal vierkante meters voor voorzieningen. Het voorziene programma in de Deysselbuurt sluit aan op de gemeentelijke normen. De gewenste aantallen vierkante meters zijn gebaseerd op zowel de huidige bewoners als ook de nieuwe instroom door de verdichting. BPF 7: Hoe zorg je ervoor dat de “zwakkere” groepen die nu moeilijk te bereiken zijn, in de toekomst wel bereikt kunnen worden ? ANTW: We willen bewoners die een achterstand hebben op verschillende manieren vooruit helpen. In de eerste plaats doen we dat door woningen te maken die beter aansluiten op wat mensen nodig hebben. Soms betekent dat dat er extra aandacht is voor veiligheid. Of voor toegankelijkheid (liftontsluiting). Of doordat geregeld is dat er zorg in de buurt aanwezig is die kwetsbare huurders helpt bij het zelfstandig wonen.
Met zorgpartijen ontwikkelen wij een woonconcept waarbij wonen en zorg beter op elkaar zijn afgestemd (de Wooncirkel). Maar ook de voorzieningen moeten helpen om mensen vooruit te helpen. Daarom is het jongerencentrum belangrijk, met scholing en coaching. En gaat het community-center helpen met hulp en advies. Niet op afstand, maar direct om de hoek. Ook de maatschappelijke programma’s worden beter op elkaar afgestemd. BPF 8: Kan er een garantie afgeven worden dat het bestemmingsplan in de toekomst niet veranderd en er alsnog vergunningen worden afgeven voor Horeca en Detailhandel? ANTW: De garanties dat het bestemmingsplan in de toekomst nooit wordt aangepast kunnen we niet geven. Dat is in andere buurten niet anders. Hiervoor gelden vaste procedures met inspraak en bezwaarmogelijkheden voor bewoners. 10
BPF 9: Er wordt hoog ingezet op maatschappelijke organisaties die de leefbaarheid moeten verbeteren (jongerenwerk, onderwijs, werk en inkomen, sociaal maatschappelijke ondersteuning enz.). Er wordt hier ook veel ruimte voor beschikbaar gemaakt. Het lijkt erop dat dit vooral gebaseerd is op de huidige (zeer slechte) situatie. Het is de verwachting dat de vernieuwing deze situatie zal verbeteren en de situatie er over 10 jaar veel beter uit zal zien. Is deze inzet dan niet te hoog? ANTW: De Deysselbuurt is op dit moment helaas de slechtst scorende buurt van Amsterdam, wat betreft de sociaal maatschappelijke positie van de bewoners. Denk dan aan thema’s als armoede, schulden, laag-geletterdheid, schooluitval, gezondheid. Er moet nog veel gebeuren voordat de buurt op het gemiddelde niveau kan komen. Door de komst van nieuwe bewoners zullen de gemiddelde cijfers zeker verbeteren. Maar we willen alle bewoners de mogelijkheid geven om in de buurt te blijven wonen en hen, die dat nodig hebben, helpen hun sociaal maatschappelijke positie te verbeteren. Het is overigens niet zo dat de Deysselbuurt veel meer voorzieningen gaat krijgen dan andere buurten. De nieuwe school betreft een vervanging – en verbetering – van een bestaande school. Het jongerencentrum is inderdaad een voorziening die er nu niet is, maar veel andere buurten ook hebben.
In het community center zal het Sociaal Buurtteam een belangrijke aanbieder zijn van maatschappelijke diensten. Het Sociaal buurtteam is een nieuwe en andere vorm om diensten aan te bieden aan de burger en de hulpverlening toegankelijker te maken en efficiënter. Ook hier geldt dat dit aanbod van maatschappelijke diensten niet per se groter gaat worden, maar wel dat het wel anders georganiseerd wordt (met bijpassende huisvesting). BPF 10: Welke eisen worden er gesteld aan het huren van ruimtes door organisaties? ANTW: De betreffende maatschappelijke organisatie huurt de ruimte en soms is de gemeente de huurder. De organisatie moet een bijdrage kunnen leveren aan de opgave in de buurt (of als deze buurtoverstijgend is aan de opgave van Slotermeer/Nieuw West). Belangrijk is dat de ruimtes toegankelijk zijn voor publiek en dat de inrichting van bijvoorbeeld etalages transparant is. Gesloten gevels zijn slecht voor de leefbaarheid en veiligheid. BPF 11: Door wie en hoe worden deze maatschappelijke organisaties geselecteerd? ANTW: De gemeente is verantwoordelijk voor de opdrachtverlening en subsidiering van een deel van de maatschappelijke organisaties (Niet van allemaal. Soms zijn er andere financieringsbronnen, zoals via verzekeringsmaatschappijen). Rochdale bepaalt uiteindelijk met wie een contract wordt afgesloten. Over de keuzes is dan ook vaak veel afstemming.
Rochdale en gemeente zijn het eens over de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen voor de Deysselbuurt. BPF 12: Door wie en hoe worden de ondernemingen geselecteerd? ANTW: Dat is de verantwoordelijkheid van Rochdale. Maar het beleid hierin komt voort uit gesprek met veel partijen. Wij hebben het BPF uitgenodigd om een voorkeurslijst met gewenste functies voor de Deysselstraat aan te dragen. Welke functies zou u er graag willen zien? BPF 13: Kunnen de buurtbewoners zich uitspreken over hun behoefte aan voorzieningen? Zo ja, hoe en wanneer? ANTW: Met het BPF is een schets gedeeld van voorzieningen waarvan de gemeente, Rochdale en maatschappelijke organisaties denken dat deze de buurt en de bewoners beter gaat maken. Met 11
deze voorzieningen denken we een slag te kunnen maken. Wij zijn benieuwd of het BPF en andere bewoners hierin nog zaken missen. Dat horen we graag. Wij hebben een schets laten zien maar de verschillende voorzieningen moeten verder worden uitgewerkt. Daar hebben we de bewoners bij nodig. De gesprekken rond het jongerencentrum en ook rond de vernieuwde Social Garden zijn gestart. Uw input is nodig om op deze plekken de juiste programma’s op te kunnen zetten. Maar er kan ook meegedacht worden over hoe de gebouwen ingericht en ontsloten moeten worden, zodat ze goed passen in de straat. BPF 14: Om de sociaal economische positie van bewoners te verbeteren in de nieuwe situatie moet je ervoor zorgen dat de groep die nu nog niet meedoet op verschillende gebieden mee gaat doen, hoe gaan jullie hiervoor zorgen met het voorzieningenprogramma dat er nu ligt? Enkel nieuwe woningen (midden huur vrije sector en koop) in de buurt toevoegen helpt deze groep niet met het verbeteren van hun positie. ANTW: Dat klopt, alleen het bouwen van nieuwe woningen zal mensen in een kwetsbare positie niet verder helpen. Daarom zijn ook de voorzieningen belangrijk en de programma’s die daar gemaakt gaan worden. Zie ook het antwoord bij vraag 9.
BPF 15: Hoe wordt gewaarborgd dat alle maatschappelijke voorzieningen ten eerste ten goede komen aan de bewoners van de Deysselbuurt? (Denk aan het jongerencentrum, hulp bij zoeken/aanbieden van leerwerk/stageplekken, helpen startende ondernemers, hulpverlening op verschillende vlakken) Hoe wordt dit gehandhaafd? ANTW: Andere buurten hebben net zo goed voorzieningen. Bewoners gaan toch in eerste instantie naar een voorziening om de hoek. We denken dat het aanbod straks nog beter aansluit op wat de Deysselbewoners nodig hebben. Maar dat er ook bewoners van andere buurten gebruik gaan maken van voorzieningen in de Deysselbuurt is niet te voorkomen. Dit is ook niet wenselijk: mensen zijn vrij om te kiezen van welke voorziening ze gebruik maken. Maar we verwachten niet dat er zoveel mensen uit andere buurten zullen komen dat dit tot overlast of iets dergelijks leidt.