Bijlage 2 20210419 LvD INVESTERINGSNOTA BIJLAGE
Tekst van het document
12
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 13 van 22
Er zijn geen werkzaamheden aan- of dempingen van oppervlaktewater voorzien in de planvorming. Werkzaamheden of activiteiten in of nabij watergangen kunnen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Hiervoor dient contact te worden opgenomen met Waterschap AGV
Conform het stedenbouwkundig plan (behorende bij de investeringsnota) [3] is er sprake van een verhardingstoename van ca. 8.800 m2. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het toevoegen van extra bebouwing. Een verhardingstoename, en daarmee ook een afname van het openbaar groen, is ongunstig voor de waterberging en het tegengaan van hittestress. Om deze verhardingstoename te compenseren moet conform de Keur ten minste 880 m2 oppervlaktewater worden gegraven binnen hetzelfde peilgebied. Eventuele vermindering van verhardingstoename door verrekening van oppervlaktes groene parkeerdaken en waterbergende daken conform de aanstaande hemelwaterverordening [6] dient verder te worden uitgewerkt in de planvorming en te worden afgestemd met Waternet/AGV. Het plangebied maakt onderdeel uit van ontwikkelbuurten Geuzenveld-Slotermeer. Geadviseerd wordt in afstemming met Waternet/AGV een waterbergingsboekhouding op te stellen voor het gehele ontwikkelgebied, waarin alle wijzingen van het wateroppervlak en verhardingsoppervlak worden verwerkt en bijgehouden. Dit is tevens een van de aanbevelingen in het Watergebiedsplan Nieuw-West (2014) [7]. Met een dergelijke waterbergingsboekhouding, wordt geborgd dat de waterbalans tijdens en na de ontwikkelingen van Geuzenveld-Slotermeer positief blijft.
Eveneens kan watercompensatie hierdoor integraal worden beschouwd en op een wijze worden uitgevoerd die de waterkwaliteit en KRW-doeleinden van het gehele watersysteem ten goede komt.
13
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 14 van 22
Figuur 3-1. Verhardingstypes huidige situatie (boven) en ontwerp SP (onder) [3].
3.2.1 Waterkwaliteit (KRW) Alle ontwikkelingen in het plangebied moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De uitvoering van de KRW is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. De maatregelen zijn deels vastgelegd in de Waterplannen van de provincies en de waterbeheerplannen van de waterbeheerders. Voor de het plangebied zijn dat het Waterplan van de Provincie Noord-Holland en het Waterbeheerplan 20162021 Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. en het Watergebiedsplan Nieuw-West [7] van het W aterschap AGV. De watergangen in de Sloterbinnen- en Middelveldse gecombineerde polders vallen onder de categorie Overig water. De waterkwaliteit valt op verschillende manieren te verbeteren. Welke maatregel het meest effectief is, wordt pas duidelijk als er een systeemanalyse heeft plaatsgevonden waarin de ecologische sleutelfactoren worden onderzocht. Dit zijn de factoren die de chemische en ecologische waterkwaliteit beïnvloeden en waarin de hele cyclus wordt afgelopen, vanaf de vervuilingsbronnen tot en met het ontvangende watersysteem. Het ontvangede watersysteem is in dit geval de Sloterplas, welke een status heeft als KRWWaterlichaam. Maatregelen kunnen zowel in/bij het water plaatsvinden (bijv. natuurvriendelijke oever, floatlands) als op het land (voorkomen van afvoer slibafvoer, geen bomen nabij het water).
Daar waar de planvorming het oppervlaktewater betreft, dient te worden gestreefd ecologische vooruitgang te boeken.
14
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 15 van 22
3.3 Grondwater 3.3.1 Grondwaterzorgplicht
De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied, zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie, geen verslechtering van de grondwatersituatie mogen veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Een verslechtering in de eindsituatie kan bijvoorbeeld ontstaan door grote nieuwe ondergrondse obstructies zoals ondergrondse parkeergarages, tunnels, ondoorlatende damwanden of ondoorlatende kadeconstructies die de grondwaterstroming blokkeren. Conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) [10] geldt een gemeentelijke grondwaternorm voor nieuw te ontwikkelen gebied: Dit betekent voor kruipruimteloos bouwen een ontwateringsdiepte van minimaal 0,5 m t.o.v. een grondwaterstand die gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen met een herhalingstijd van 1x/2 jaar overschreden wordt. Voor bouwen met kruipruimtes geldt een ontwateringsnorm van minimaal 0,9 m t.o.v. de maatgevend hoge grondwaterstand. Dit beleid wordt naar verwachting na 2021 aangepast naar een uniforme ontwateringsnorm van 0,9 m, waarmee de bovenstaande 0,5 m voor kruipruimteloos bouwen zou komen te vervallen. Aanvullend hierop: Voor de aanplant van (1e orde) bomen is conform het Handboek Groen [11] een ontwateringsdiepte ten opzichte van de GHG benodigd van 1,0 m, met een minimale eis van 0,8 m. Zie Figuur 3-2.
Figuur 3-2. Verduidelijking gewenste ontwatering.
15
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 16 van 22
Als een te (her)ontwikkelen gebied niet voldoet aan de gemeentelijke grondwaternorm dient het maaiveld bij voorkeur (integraal) te worden opgehoogd met goed doorlatend zand. Indien (integrale) ophoging niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat bestaande gebouwen gehandhaafd blijven, heeft conform gemeentelijk beleid GRP2016-2021 aanleg van extra oppervlaktewater en het toepassen grondverbetering de voorkeur boven drainage.
3.3.2 Freatisch grondwater Binnen het project zijn 5 actieve peilbuizen aanwezig in het peilbuizennetwerk van Waternet/AGV [12] met een meetperiode van 15 tot 30 jaar. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in het projectgebied bevindt zich op ca. NAP -1,2 m. Met maaiveldhoogtes variërend tussen NAP -0,8 m en NAP -0,4 m is er sprake van een ontwatering ten opzichte van de GHG van 0,4 tot 0,8 m. Hiermee wordt in de huidige situatie niet overal voldaan aan de gemeentelijke grondwaternorm van 0,5 m ontwatering voor bouwen zonder kruipruimtes en wordt vrijwel nergens voldaan aan de norm van 0,9 m ontwatering voor bouwen met kruipruimtes en aanplant van 1e orde bomen, zie ook Tabel 2-1 en Figuur 2-3. Tabel 3-1. Grondwaterstatistieken peilbuizen Lodewijk van Deysselbuurt [12].
Locatie D03025 D03054 D03062 D03100 D03117
Straathoogte Gemiddelde [m NAP] [m NAP] -0.72 -1.65 -0.78 -1.77 -0.68 -1.66 -0.70 -1.60 -0.70 -1.69
GHG GLG Ontwatering [m NAP] [m NAP] [m] -1.30 -1.95 0.58 -1.23 -2.10 0.45 -1.30 -1.88 0.72 -1.13 -2.16 0.43 -1.21 -2.16 0.51
Figuur 3-3 Overzicht grondwatermetingen binnen plangebied. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) in m NAP.
16
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 17 van 22
De investeringsnota voorziet in verschillende nieuwe ondergrondse constructies zoals ondergrondse parkeergarages, zie Figuur 3-4. Deze nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatieve invloed hebben op het grondwatersysteem. Dat betekend dat indien de ondergrondse constructies de grondwaterstroming (gedeeltelijk) blokkeren deze grondwaterneutraal dienen te worden uitgevoerd door bijvoorbeeld grondverbetering rondom (onder en langs) de kelder aan te brengen. Hierdoor kan het grondwater vrijelijk ongehinderd blijven stromen. Met een geohydrologisch onderzoek kan het effect van de kelders op de grondwaterstand in de directe omgeving worden aangetoond en nut en noodzaak van grondwaterneutrale kelderbouw worden onderbouwd.
Figuur 3-4 Zoeklocaties ondergrondse parkeerkelders.
17
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 18 van 22
3.3.3 Aandachtspunten grondwater In de huidige situatie voldoet een groot deel van het plangebied niet aan de gemeentelijke grondwaternorm. Voor de toekomstige gebiedsontwikkeling dient geohydrologisch onderzoek worden uitgevoerd naar de cumulatieve effecten van de planvorming, toekomstige ondergrondse constructies en klimaatverandering op de freatische grondwaterstand en te worden getoetst aan de grondwaternorm. Indien (mede door nieuwe planologische ontwikkelingen) niet wordt voldaan aan de gemeentelijke grondwaternorm, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast. In ieder geval de volgende ontwikkeling dienen in een geohydrologisch onderzoek te worden meegenomen: - Planvorming SP (waaronder verhardingstoename); - Ontwikkelplannen van kavels (woningbouwvereniging Rochdale), dit betreft aanleg van parkeerkelders; - Het effect van klimaatverandering conform KNMI-klimaatscenario WH2050; Er dient rekening mee te worden gehouden dat (lokale) ophoging van het maaiveld en een verhoogd bouwpeil noodzakelijk zijn om nu en in de toekomst aan de grondwaternorm te voldoen. Dit zorgt tevens voor een robuustere klimaatadaptieve omgeving, zie ook paragraaf 3.4 Hemelwater. Indien sprake is van rioolvervanging dient er rekening mee te worden gehouden dat oude (te verwijderen) riolering mogelijk lek is en dus drainerend werkt.
Indien vervanging kan leiden tot grondwaterstijging moet in samenspraak met de rioolbeheerder (Waternet) worden onderzocht of compensatie door de aanleg van drainage noodzakelijk is.
3.4 Hemelwater 3.4.1 Hemelwaterafvoer via riolering De gemeente Amsterdam is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van stedelijk afvalwater en hemelwater. Hemelwaterafvoer in het gebied is via een gescheiden stelsel geregeld, bestaande uit DWA (droogweerafvoer) en HWA (hemelwaterafvoer). Er komt geen gemengd stelsel meer voor in het gebied.
3.4.2 Rainproof doelstellingen Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof [13] en het GRP 2016-2021 [10] wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen zodat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij dient conform het GRP 2016-2021 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden
18
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 19 van 22
door de riolering (bui 8) en de andere 40 mm in de openbare en particuliere ruimte. Mogelijk wordt deze ambitie in de toekomst opgeschroefd (70 mm in 1 uur). Aanname is daarnaast dat meer dan 200 mm accumulatie van water op straat tot gevolg heeft dat de wegen slecht begaanbaar zijn voor nood-/hulpdiensten. Voor verwerking van hemelwater geldt conform de NBW de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’, die moet worden gevolgd bij de aanpak van wateroverlast in een watersysteem. Vertraagt afvoeren van hemelwater ontlast afvoerbuizen (HWA) en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. Hemelwater kan tijdelijk geborgen worden op daken, in tuinen en parken, oeverzones en binnen het straatprofiel. Op deze manier wordt bijgedragen in het verder terug dringen van de kans op wateroverlast op- en direct rondom het plangebied bij hevige neerslag. Voor het vergroten van de mogelijkheden om water vast te houden in de bodem en het oppervlaktewater is het gewenst om zoveel mogelijk oppervlak onverhard te laten, waterdoorlatende of waterbergende verharding toe te passen en overtollige verharding te verwijderen. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem tegen te gaan, dienen de richtlijnen en wetten te worden gevolgd, waarin onder andere het gebruik van uitlogende materialen (PAK, lood, zink en koper) voorkomen dient te worden.
3.4.3 Water op straat De Lodewijk van Deysselbuurt ligt in een “urgent” Rainproof knelpunt [14]. Bij een Rainproof bui van 60 mm in één uur staat er in relatief veel water op straat in de buurt en omgeving en is er een grotere kans op schade en overlast. Wegen kunnen tijdelijk onbegaanbaar zijn en enkele panden lopen risico op schade. Door de afvoer van het overtollige hemelwater zoveel mogelijk te vertragen, kan overlast worden voorkomen.
Figuur 3-5. Overzicht Rainproof knelpunten
19
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 20 van 22
Figuur 3-6. Water op straat bij een bui van 60 mm in één uur [m].
3.4.4 Aandachtspunten Hemelwaterafvoer In de planvorming is de ambitie geformuleerd te komen tot een klimaatadaptieve inrichting. Bij het ontwerpen van het maaiveld en straatprofielen wordt rekening gehouden met een bergingsopgave. Er is veel groen aanwezig in het plangebied. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om het overtollige hemelwater tijdelijk te bergen in groenvakken en vertraagd af te voeren naar het oppervlaktewater. Maaiveldplooiing is de meest eenvoudige en robuuste wijze om te komen tot een Rainproof inrichting van de openbare ruimte. Hierdoor is afstroming van overtollig hemelwater naar het oppervlaktewater of waterbergende zones gewaarborgd. Ook wordt geadviseerd de bouwpeilhoogtes voor de te ontwikkelen kavels of bouwblokken hierin mee te nemen. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst, ook in relatie tot de hoge grondwaterstand en de benodigde ophogingen zoals genoemd in paragraaf 3.3.3 Aandachtspunten grondwater.
20
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 21 van 22
3.4.5 Waterneutrale kavels / Hemelwaterverordening De gemeentelijke Hemelwaterverordening [6] wordt naar verwachting medio 2021 vastgesteld. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor na inwerkingtreding een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd. Hierdoor wordt bij de realisatie van nieuwe bouwwerken verplicht om: - Een bui van 60 millimeter (60 l/m2) te kunnen verwerken op eigen terrein (60 liter per m2 kavel oppervlak) waarbij de waterbergingsvoorziening na 60 uur weer leeg en beschikbaar moet zijn voor een volgende bui. Waterberging kan op het gebouw plaatsvinden of inpandig. - In geval van een hergebruikssysteem tenminste 90 liter per m2 te kunnen verwerken. - Hemelwater op daken mag via geknepen afvoer (bovengronds) aan openbare ruimte worden afgevoerd met een maximaal debiet 1,0 l/m2/uur (1,0 mm/uur). - Pas als er in 24 uur tijd meer dan 60 millimeter regenwater valt, mag hemelwater onder vrij verval worden aangeboden aan de openbare ruimte. Geadviseerd wordt om, zolang de Hemelwaterverordening nog niet in werking is getreden, voor de nog uit te geven en te ontwikkelen kavels vast te leggen dat deze kavels waterneutraal dienen te worden ingericht conform bovengenoemde eisen. Dit kan bijvoorbeeld worden vastgelegd in een bouwenvelop of kavelpaspoort.
21
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Lodewijk van Deysselbuurt - CONCEPT
Versie 2 04-03-2021 2021-1000177 Pagina 22 van 22
Bronvermelding
[1] Principenota Geuzenveld-Slotermeer, januari 2019 [2] 210107 LodewijkvDeysselbuurt_investeringsnota, Gemeente Amsterdam, 07-01-2021 [3] Watertoets SP LvD buurt, werknummer 1836, 02-02-2021 [4] Legger van secundaire keringen in Amsterdam Nieuw-West met de daartoe behorende kunstwerken, Waternet/AGV, 2015 [5] Keur, Keurbesluit en Vrijstellingen. Waternet/AGV, 2019. [6] Voorstel hemelwaterverordening gemeente Amsterdam, https://bekendmakingen.amsterdam.nl/bekendmakingen/publicatie/inspraak/hemelwater verordenin/ , 11-02-2020 [7] Watergebiedsplan Amsterdam Nieuw-West, waterschap AGV, maart 2014 [8] Waterbeheerplan 2016-2021, Waterschap AGV, 08-10-2015 [9] Watervisie Amsterdam 2040 – september 2016 [10] Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam (GRPA) 2016-2021, Waternet/AGV 30-12-2015. [11] Handboek Groen, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, 28-10-2020 [12] Peilbuizen Waternet, https://maps.waternet.nl/kaarten/peilbuizen.html, geraadpleegd op 02-03-2021 [13] Amsterdam Rainproof, www. Rainproof.nl [14] https://maps.amsterdam.nl/rainproof/
22