Bijlage 1 Viermaandsrapportage 2022.pdf
Tekst van het document
Lasten De totale lasten bestaan in hoofdzaak uit de uitgaven in de grondexploitatie projecten en diverse (administratieve) verrekeningen met de balans (verrekening saldo Onderhanden Werk, Immateriële en vaste activa). De uitgaven in de grondexploitatieprojecten, waaronder het verwerven, bouw- en woonrijp maken, worden geraamd op circa € 404,0 miljoen in 2021. De administratieve verrekeningen op circa € 105,0 miljoen. 62
H 2.10.1
De totale lasten stijgen met € 73,5 miljoen in 2022, dalen met € 39,6 miljoen in 2023, stijgen met € 41,5 miljoen in 2024, stijgen met € 32,7 miljoen in 2025 en stijgen met € 56,2 miljoen in 2026. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere lasten in de grondexploitaties van € 18,7 miljoen in 2022, hoofzakelijk als gevolg van het doorschuiven van de bijdrage aan het Rijk voor de Gaasperdammerweg, omdat er nog geen overeen stemming is bereikt, van 2022 naar 2023. De overige kosten nemen toe door toename van het aantal projecten. In het MPG wordt uitgebreider ingegaan op de gebiedsontwikkelingsprojecten, zoals toegelicht bij de baten. Deze lasten worden verrekend met reserves. • Hogere administratieve verrekeningen met de balans van € 72,0 miljoen in 2022 en in totaal € 46,0 miljoen in de periode 2023-2026). Dit zijn geen uitgaven, maar betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans. • Hogere lasten als gevolg van een dotatie aan de voorziening plan tekorten van € 17,7 miljoen. De voorziening wordt opgehoogd door de vaststelling van een aantal plannen met een negatief saldo begin 2022. Deze last wordt verrekend met reserves. • Hogere lasten als gevolg van een stijging van de indexatievergoeding aan de voorziening plantekorten.
De stand van de voorziening is gestegen door de vaststelling van plannen met een negatief plansaldo en een verslechtering van de saldo’s van de plannen die al voorzien waren. Dit is het gevolg van stijgende investeringen en proceskosten. De lasten stijgen hierdoor met € 1,0 miljoen in 2022, met € 1,5 miljoen in 2023 en met € 1,9 miljoen in de jaren 2024, 2025 en 2026). • Lagere lasten als gevolg van maatregelen in het kader van hervormen en Besparen vanaf 2023 (€ 0,7 miljoen). • Lagere overige lasten van € 0,3 miljoen in 2022 en vanaf 2023 € 0,2 miljoen. Deze lasten lichten we niet afzonderlijk toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen. Naast de baten en lasten in de grondexploitaties maken ook de tariefdiensten deel uit van programmaonderdeel 10.1. Bij de tariefdiensten is sprake van hogere lasten van € 1,8 miljoen in programma 10, maar lagere lasten in programma B. Dit betreft een verschuiving van een groot aantal medewerkers, dat meer dan 50% declarabel is. Tevens is de capaciteit en de omzet bijgesteld. Dit heeft geen effect op de lasten. Vanaf 2023 is in het kader van Hervormen en besparen het resultaat verhoogd met € 3,2 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking
151,1
82,3
105,1
145,9
145,9
Toevoeging
109,7
139,1
153,1
106,9
106,9
Saldo laatst vastgestelde begroting
41,4
-56,7
-48,0
39,0
39,0
Onttrekking
19,4
54,0
28,9
-7,0
-3,1
Toevoeging
53,3
-35,1
67,1
60,9
83,4
Saldo effecten viermaands
-33,9
89,1
-38,2
-67,9
-86,5
Onttrekking
170,5
136,3
134,0
138,9
142,8
Toevoeging
163,0
104,0
220,2
167,8
190,3
7,5
32,4
-86,2
-28,9
-47,5
Saldo na viermaands
Onttrekkingen aan reserves Het grootste deel van de onttrekkingen en toevoegingen heeft een relatie met de baten en lasten in de exploitatie. In de onttrekking is in de vast gestelde begroting 2022 echter ook een afdracht opgenomen ten gunste van de algemene middelen van € 55,2 miljoen in 2022.
Onttrekking De totale onttrekking stijgt met € 19,4 miljoen in 2022, met € 54,0 miljoen in 2023 en met € 28,9 miljoen in 2024. Hierna daalt de onttrekking met € 7,0 miljoen in 2025 en met € 3,1 miljoen in 2026. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Een hogere onttrekking voor kosten die direct met het Verevenings fonds worden verrekend van € 5,1 miljoen in 2022, € 54,1 miljoen in 2023 en € 29,1 miljoen in 2024. In 2025 is sprake van een lagere onttrekking van € 6,8 miljoen en in 2026 € 2,9 miljoen. De grootste effecten komen doordat de verrekening van de bijdrage (€ 26 miljoen) aan het Rijk voor de Gaasperdammerweg is doorgeschoven van 2022 naar 2023 omdat er nog geen overeenstemming is bereikt, nieuw verwachte uitgaven in de jaren 2022-2025 € 48,0 miljoen voor het circulair maken buiteneiland, waartoe de Raad in 2021 heeft besloten en het project Zuidasdok, waar de komende jaren versneld wordt geïnvesteerd, waardoor lasten eerder optreden. Dit leidt tot een hogere onttrekking in de periode 2022-2024 van in totaal € 29,1 miljoen en een lagere onttrekking in de jaren 2025 en 2026 van in totaal € 20,3 miljoen. 63
H 2.10.1
• Een hogere onttrekking van € 17,7 miljoen in 2022 voor de ophoging van voorziening plantekorten, zoals toegelicht bij de baten. • Een lagere onttrekking voor het project Contactweg van € 5,4 miljoen, omdat deze kosten al in 2021 zijn verrekend met het Vereveningsfonds. • Een hogere onttrekking voor het project N200 van € 1,0 miljoen, omdat er is geconstateerd dat een deel van de openbare ruimte (weg) opnieuw moet worden ingericht. • Een vrijval de reserve Wallen gebied van € 1,3 miljoen, omdat de risico’s waarvoor de reserve werd aangehouden niet zijn opgetreden en het project in 2022 wordt afgerond. • Een lagere onttrekking voor overheadkosten in programma B door verschillende formatiewijzigingen met een budgetneutraal karakter. (€ 0,3 miljoen)
Toevoegingen aan reserves De totale toevoeging stijgt met € 53,3 miljoen in 2022, daalt met € 35,1 miljoen in 2023 en stijgt daarna met € 67,1 miljoen in 2024, met € 60,9 miljoen in 2025 en met € 83,4 miljoen in 2026. Dit komt door: • Een hogere toevoeging van € 13,5 miljoen in 2022 door hogere winstnemingen. In 2023 dalen de winstnemingen met € 44,9 miljoen. In de jaren 2024-2026 stijgen de winstnemingen met € 208 miljoen als gevolg van hogere baten in de grondexploitaties. • Een hogere toevoeging van € 36,8 miljoen als gevolg van de over heveling van dit bedrag uit de reserve Bodemsanering en Nazorg naar het Vereveningsfonds voor het circulair maken van buiteneiland. Het gehele budget waar de Raad toe heeft besloten van € 49,2 miljoen is nu onderdeel van het Vereveningsfonds. De uitvoering vindt plaats vanuit de Gebiedsontwikkeling.
• Een hogere toevoeging als gevolg van een stijging van de indexatie vergoeding aan de reserve Zuidas en Vereveningsfonds. De stand van de reserves is gestegen door de hogere opbrengsten en lagere lasten in 2021. De toevoeging stijgt hierdoor met € 2,8 miljoen in 2022, met € 3,6 miljoen in 2023, met € 2,4 miljoen in 2024, met € 0,3 miljoen in 2025 en met € 0,8 miljoen in 2026. Bij de jaren 2023-2026 is rekening gehouden met de verwachte mutaties in de reserves. Onderdeel hiervan is de overheveling van € 36,8 miljoen uit de reserve Bodem sanering en Nazorg. De indexatievergoeding neemt hier vanaf 2023 jaarlijks af met ca. € 0,5 miljoen. • Een hogere toevoeging van € 6,0 miljoen in 2023 en een lagere toevoeging van € 1,0 miljoen in 2024 door een bijstelling van de verwachte inkomsten van woningcorporaties bij canonherzieningen, splitsing, of verkoop van sociale huurwoningen. • Een hogere structurele toevoeging van € 0,2 miljoen voor huur liberalisaties, zoals toegelicht bij de baten.
64
H 2.10.2
2.10.2 Erfpacht (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
284,0
267,3
220,1
209,7
209,7
Lasten
46,7
44,6
44,4
44,8
44,8
Saldo laatst vastgestelde begroting
237,3
222,8
175,8
164,8
164,8
Baten
-39,9
-53,5
-23,5
-14,8
-10,0
Lasten
7,2
10,9
2,0
0,9
2,4
Saldo effecten viermaands
-47,1
-64,4
-25,5
-15,7
-12,4
Baten
244,1
213,8
196,6
194,9
199,7
Lasten
53,9
55,4
46,4
45,7
47,2
190,2
158,4
150,3
149,2
152,5
Saldo na viermaands
De financiële stromen in programma 10.2 betreffen de baten en lasten van Erfpacht. Een groot deel van de baten en lasten (afkoopsommen) wordt conform de Nota Financiële Verantwoording Grondexploitaties en erfpacht verrekend met de reserves, waardoor dit geen effect heeft op de algemene middelen. De omvang van deze stromen is bepalend voor de ontwikkelingen van de financieringsreserve Erfpachtgrond en de reserve Afkoopsommen erfpacht. De ontwikkelingen bij de baten en lasten hebben daarmee veelal een tegenhanger in de onttrekkingen en dotaties aan de reserves. Het erfpachtresultaat bestaat uit de canonopbrengsten, overige opbrengsten, beheer erfpachtstelsel, rentelasten en het project NISE komt ten goede aan de algemene middelen. De baten in 2022 van € 244,1 miljoen bestaan uit Canonopbrengsten (€ 152,1 miljoen), Afkoopsommen (€ 91,3 miljoen) en overige inkomsten (€ 0,7 miljoen). De lasten van € 54,1 miljoen bestaan uit beheer Erfpacht stelsel (€ 21,3 miljoen), Kosten Overstapregeling (€ 9,5 miljoen), Rentelasten (€ 21,5 miljoen) en het project NISE (€ 1,9 miljoen).
Baten De baten in programmaonderdeel 10.2 Erfpacht dalen met € 39,9 miljoen in 2022, met € 53,5 miljoen in 2023, met € 23,5 miljoen in 2024, met € 14,8 miljoen in 2025 en met € 10,0 miljoen in 2026. Dit komt door • Lagere baten doordat meer erfpachters, die in het voortdurend stelsel hebben afgekocht, afkopen in het eeuwigdurend stelsel. De grond
waarde wordt in dat geval afgewaardeerd naar 1 euro. De baten dalen hierdoor met € 160,8 miljoen in 2022, met € 117,4 miljoen in 2023, met € 250,1 miljoen in 2024, met € 136,9 miljoen in 2025 en met € 150,1 miljoen in 2026. Deze afwaardering wordt verrekend met reserves. • Lagere baten in het voortdurend stelsel omdat we verwachten dat in de toekomst vaker wordt gekozen voor eeuwigdurende afkoop. De afkoopsommen dalen met € 28,1 miljoen in 2022, met € 49,2 miljoen in 2023, met € 30,8 miljoen in 2024 en met € 28,8 miljoen in 2025 en 2026. De afkoopsommen worden verrekend met reserves. • Lagere baten omdat een deel van de meerwaarde in afkoopsommen die ontvangen wordt van woningcorporatierechten vanaf nu in programmaonderdeel 10.1 wordt verantwoord in plaats van in 10.2. De verschuiving betreft een administratieve wijziging, zodat de baten in hetzelfde programmaonderdeel worden verantwoord als de reserve waaraan ze worden gedoteerd. (€ 12,0 miljoen in 2022, € 6,0 miljoen in 2023 en € 7,0 miljoen in de jaren 2024-2026) • Hogere baten doordat meer erfpachters hebben gekozen voor canon en voor een beperkt deel de toevoeging van canonopbrengsten uit Weesp. De canonopbrengsten stijgen met € 2,9 miljoen in 2022, met € 3,1 miljoen in 2023, met € 2,9 miljoen in 2024, met € 2,6 miljoen in 2025 en met € 7,1 miljoen in 2026.
Lasten De lasten in programmaonderdeel 10.2 Erfpacht stijgen met € 7,2 miljoen in 2022, met € 10,9 miljoen in 2023, met € 2,0 miljoen in 2024, met € 0,9 miljoen in 2025 en met € 2,4 miljoen in 2026. Dit komt door: • Hogere structurele lasten voor het beheer van het Erfpachtstelsel. De personeelslasten worden hoger omdat meer erfpachtcontracten worden beheerd en de complexiteit hiervan is toegenomen. Daarnaast is er meer werk vanwege de toenemende transformaties, naleving van erfpachtrechten en WOB verzoeken (€ 2,2 miljoen). Naast hogere lasten in programma 10.2 stijgen ook de lasten in programma B met € 0,4 miljoen als gevolg van deze capaciteitsuitbreiding. • Hogere incidentele lasten voor het beheer van het erfpachtstelsel. De lasten worden in de jaren 2022-2024 hoger omdat enerzijds de 65
H 2.10.2
beoogde besparing op beheerkosten (€ 1,8 miljoen) nog niet kan worden gerealiseerd door vertraging van het nieuwe erfpachtsysteem en anderzijds door dubbele IV beheerkosten voor het huidige en nieuwe erfpachtsysteem tijdens de overgangsperiode. De lasten stijgen met € 2,7 miljoen in 2022, met € 2,7 miljoen in 2023 en dalen incidenteel met € 0,3 miljoen in 2024) • Hogere incidentele lasten voor de implementatie van NISE (Nieuw Informatie Systeem Erfpacht) doordat in 2021 een definitieve project begroting is opgesteld, waar eerder werd uitgegaan van een geschat bedrag van € 5 miljoen. De lasten stijgen in 2022 met € 0,7 miljoen, met € 0,8 miljoen in 2023 en 2024. In 2021 waren de kosten € 0,8 miljoen lager door vertraging van de aanbesteding. De kosten van het pakket worden in totaal € 1,5 miljoen hoger dan geraamd. • Hogere incidentele lasten voor het uitvoeren van de overstapregeling. Het afhandelen van de overstapaanvragen heeft vertraging opgelopen doordat de resterende dossiers meer complexiteit bevatten. Ook wordt rekening gehouden met de spijtoptantenregeling, waardoor erfpachters die zich nog niet hadden aangemeld voor de voordelige regeling hier alsnog gebruik van kunnen maken. Dit leidt tot extra werkzaamheden. De lasten stijgen hierdoor met € 1,5 miljoen in 2022, met € 5,3 miljoen in 2023. Vanaf 2024 dalen de lasten.
De lasten voor de Overstap worden onttrokken aan de financieringsreserve Erfpachtgrond. In de onttrekking is rekening gehouden met stijgende kosten in programma B als gevolg van een toename van capaciteit. • Hogere rentelasten van € 0,2 miljoen in 2022. Hierna dalen de rente lasten met € 1,6 miljoen in de periode 2023-2026. De hoogte van de rentelast is het gevolg van de waarde van in canon uitgegeven grond. We verwachten dat deze waarde minder snel stijgt, waardoor de rentelasten dalen. Gemeentebreed is deze mutatie saldo neutraal. Het rente-effect voor de gemeente wordt in een ander programma verantwoord.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking
318,9
242,9
2,0
1,8
1,8
Toevoeging
282,0
146,0
54,8
38,8
38,8
Saldo laatst vastgestelde begroting
36,9
96,9
-52,8
-36,9
-36,9
Onttrekking
76,3
84,8
38,7
0,2
0,2
Toevoeging
44,0
28,5
19,7
-9,9
-9,6
Saldo effecten viermaands
32,4
56,3
19,0
10,1
9,7
Onttrekking
395,2
327,7
40,7
2,0
2,0
Toevoeging
325,9
174,5
74,4
28,9
29,2
Saldo na viermaands
69,3
153,2
-33,8
-26,9
-27,2
Het grootste deel van de onttrekkingen en toevoegingen heeft een relatie met de baten en lasten in de exploitatie. In de onttrekking is in de vast gestelde begroting echter ook een afdracht opgenomen ten gunste van de algemene middelen van € 150 miljoen in 2022 en € 200 miljoen in 2023. In 2021 bedroeg de afdracht € 150 miljoen, waarmee de totale afdracht 2021 t/m 2023 uitkomt op € 500 miljoen.
Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen stijgen met € 76,3 miljoen in 2022, met € 84,8 miljoen in 2023, met € 38,7 in 2024, met € 0,2 miljoen in 2025 en met € 0,2 miljoen in 2026. Dit komt door; • Hogere onttrekking uit de reserve Afkoopsommen Erfpachten omdat erfpachtrechten overgaan naar het eeuwigdurend stelsel (deze worden gedoteerd aan de financieringsreserve Erfpachtgrond) of erfpachters na verloop van het tijdvak kiezen voor canon. (€ 74,8 miljoen in 2022, van € 79,1 miljoen in 2023, € 39,1 miljoen in 2024 en € 0,5 miljoen in 2025 en 2026). • Hogere onttrekking voor de kosten van de overstapregeling, zoals toegelicht bij de lasten, In de onttrekking is rekening gehouden met kosten in programma B als gevolg van de capaciteitsuitbreiding. (€ 1,5 miljoen in 2022 en € 5,7 miljoen in 2023). Hierna daalt de onttrekking met € 0,4 miljoen in 2024 en daarna met € 0,3 miljoen.
66
H 2.10.2
Toevoegingen aan reserves De totale toevoeging aan de reserve Financiering Erfpachtgrond stijgt met € 44,0 miljoen in 2022, met € 28,5 miljoen in 2023 en met € 19,7 miljoen in 2024. Hierna daalt de toevoeging met € 9,9 miljoen in 2025 en € 9,6 miljoen 2026). Dit komt doordat we in de komende jaren verwachten dat meer erfpachter kiezen voor het eeuwigdurende stelsel.
67
H 2.11
2.11 Wonen en groen (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
90,4
87,8
86,9
86,9
86,9
Lasten
385,8
356,7
349,3
325,9
320,6
Saldo laatst vastgestelde begroting
-295,5
-269,0
-262,4
-239,0
-233,7
13,5
8,3
8,3
8,3
8,2
Baten Lasten
32,9
21,6
14,4
13,8
13,0
Saldo effecten viermaandsrapportage
-19,4
-13,3
-6,1
-5,5
-4,8
Baten
103,9
96,0
95,2
95,2
95,1
Lasten
418,8
378,3
363,6
339,7
333,6
Saldo na viermaandsrapportage
-314,9
-282,3
-268,5
-244,5
-238,5
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Apparaatslasten
149,6
149,0
149,0
149,0
149,0
68
H 2.11.1
2.11.1 Wonen en bouwen (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
62,9
58,3
57,4
57,4
57,4
Lasten
154,2
129,9
133,3
110,9
110,5
Saldo laatst vastgestelde begroting
-91,3
-71,6
-75,9
-53,5
-53,1
Baten
15,6
10,4
10,4
10,4
10,3
Lasten
20,4
11,0
4,4
9,0
7,5
Saldo effecten viermaands
-4,8
-0,6
6,0
1,4
2,9
Baten
78,5
68,7
67,8
67,8
67,7
Lasten
174,6
140,9
137,8
119,9
118,0
Saldo na viermaands
-96,1
-72,2
-70,0
-52,1
-50,3
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 15,6 miljoen in 2022, met € 10,4 miljoen in 2023, 2024 en 2025. In 2026 stijgen de baten met € 10,3 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten voor leges voor vergunningverlening op bouwaanvragen. De hogere baten zijn een gevolg van herijking van de opgave die Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH) uitvoert. De bouwproductie neemt gestaag toe en daarmee de baten en de lasten. In 2023 zal hoogstwaarschijnlijk de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) in werking zijn getreden. Hierdoor zal voor een deel van de bouwactiviteiten de bouwtechnische toets worden overgedragen van de gemeente Amsterdam naar private kwaliteitsborgers. Daarnaast moeten enkele legestarieven neerwaarts worden aangepast omdat de baten hiervoor hoger zijn dan de toe te rekenen lasten. Dit komt met name door het opnemen van de legesinkomsten van Weesp in de Amsterdamse legestabel. Hier worden ook de lasten op aangepast. (per saldo hogere baten van € 8,6 miljoen in 2022 en € 7,5 miljoen structureel vanaf 2023). • Hogere baten door de invlechting van de baten en lasten van de gemeente Weesp in de begroting van Amsterdam. Dit betreft de leges voor de WABO (€ 2,8 miljoen structureel vanaf 2022). • Hogere baten voor de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW).
Voor deze tweejarigeregeling waarmee bewoners
energiebesparende producten kunnen aanschaffen is een rijksbijdrage ontvangen. De niet bestede middelen uit 2021 worden hiermee toegevoegd aan het budget voor 2022 (€ 2,6 miljoen in 2022). • Hogere baten door een ontvangen rijksbijdrage voor het realiseren van tijdelijke woningen in het Schinkelkwartier. Omdat de uitvoering voor dit project in 2023 wordt verwacht worden deze middelen toegevoegd aan de reserve Bouwstimulering (€ 1,0 miljoen in 2022). • Hogere baten voor de regionale samenwerking op het gebied van de woningbouw in de Metropool Regio Amsterdam (MRA). De middelen komen uit MRA-budget en een rijksbijdrage (€ 0,6 miljoen in 2022). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 20,4 miljoen in 2022 en met € 11,0 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 4,4 miljoen, in 2025 met € 9,0 miljoen en in 2026 met € 7,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten voor de werkzaamheden voor de vergunningverlening voor bouwaanvragen. De omvang van de vergunningverlening neemt gestaag toe en daarmee ook de lasten voor personeel, externe dienst verlening en de ontwikkelkosten voor implementatie van wet- en regel geving. Vanaf 2023 treden de Omgevingswet en de Wet Kwaliteits borging voor het Bouwen (WKB) in werking. Deze nieuwe wetgeving vraagt extra inzet voor implementatie en opleiding van medewerkers. Vanwege krapte op de arbeidsmarkt zal een beroep gedaan moeten worden op inhuur van capaciteit en expertise. Vanaf 2023 moeten de legestarieven worden aangepast, met name door het opnemen van de legesinkomsten van Weesp in de Amsterdamse legestabel. Omdat de legesbaten moeten worden aangepast moeten de lasten in gelijke mate met circa € 1,0 miljoen worden verlaagd. De totale aanpassing voor de vergunningverlening leidt tot € 8,2 miljoen hogere lasten in 2022 en € 7,1 miljoen structureel hogere lasten vanaf 2023). • Hogere lasten door overheveling van structurele en incidentele 69
H 2.11.1
budgetten die samenhangen met de invlechting van de gemeente Weesp (€ 3,9 miljoen in 2022, € 2,9 miljoen in 2023, 2024 en 2025 en € 1,8 miljoen in 2026). • Hogere lasten door verschuiven van het nog niet ingevulde deel van de besparing van € 7,0 miljoen uit het herstelplan 'Samen sterker uit de crisis'. In 2023 is deze besparing niet te realiseren zonder ingrijpende maatregelen. Door deze besparing te verschuiven worden er vooralsnog geen onomkeerbare stappen gezet wat betreft het actieplan bouwen en wonen, en ontstaat meer tijd om de besparing te effectueren of te heroverwegen (€ 3,5 miljoen hogere lasten in 2023 en lagere lasten van € 3,5 miljoen in 2024). • Hogere lasten omdat de niet bestede middelen uit 2021 voor de Ontwikkelbuurten worden toegevoegd aan het budget 2022. Uit 2021 resteert € 3,5 miljoen voor de Ontwikkelbuurten waarvan € 1,7 miljoen wordt ingezet in programma 8 Volksgezondheid, Jeugd en Zorg en € 1,8 miljoen in dit programmaonderdeel.11.1 van (€ 1,8 miljoen in 2022). • Hogere lasten vanuit de eindejaarsmarge van de jaarrekening 2021. Deze middelen worden voor € 1,0 miljoen ingezet voor locatieonder zoek voor huisvesting kwetsbare groepen en voor € 0,6 miljoen voor de noodopvang van Oekraïners (€ 1,6 miljoen in 2022). • Hogere lasten vanwege een dotatie aan de voorziening Woon coöperatieven.
Bewoners die een wooncoöperatie willen starten kunnen dit deels financieren met een lening. Als de lening wordt verstrekt wordt 10% van de lening als risicodekking in de voorziening Woon coöperatieven gestort. De begrote toevoeging is gebaseerd op de verwachte leningen in 2022 en wordt gedekt door een onttrekking uit de reserve Wooncoöperatieven (€ 1,2 miljoen in 2022). • Hogere lasten door overheveling van niet bestede middelen uit 2021 voor Transformatieteam en Woningbouwregie (€ 0,7 miljoen in 2022). • Hogere lasten voor regionale samenwerking binnen de Metropool Regio Amsterdam (MRA) op het gebied van de woningbouw. Het gaat hierbij onder andere om versnelling van de woningproductie en beleidsontwikkeling om de betaalbaarheid en toekomstbestendigheid van woningen te waarborgen (€ 0,6 miljoen in 2022).
• Hogere lasten door herallocatie van budgetten van en naar andere programma’s en het actualiseren van de apparaatskosten (hogere lasten van € 0,4 miljoen in 2022 en lagere lasten van € 0,8 miljoen in 2023 en 2024 en lagere lasten van € 0,7 miljoen in 2025 en 2026). • Hoger lasten voor de subsidieregeling Wonen boven Winkels. Met deze regeling kunnen eigenaren een bijdrage krijgen in de kosten om een leegstaande etage boven een winkel om te zetten in een woning. De middelen worden gedekt uit de reserve Wonen boven Winkels (€ 0,3 miljoen in 2022). • Lagere lasten door actualisatie van de kapitaallasten voor de investeringsprojecten. In dit programmaonderdeel betreft dit de systemen voor Vergunningen Toezicht en Handhaving (€ 1,2 miljoen structureel vanaf 2022). • Lagere lasten door de invulling van de taakstelling uit het programma Hervormen en besparen (€ 0,6 miljoen structureel vanaf 2023). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen (alleen opnemen indien van toepassing).
Reserves (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking
17,9
15,8
21,9
-1,0
-1,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
17,9
15,8
21,9
-1,0
-1,0
Onttrekking
2,2
0,0
0,0
1,0
1,0
Toevoeging
1,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten viermaands
1,2
0,0
0,0
1,0
1,0
Onttrekking
20,1
15,8
21,9
0,0
0,0
Toevoeging
1,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na viermaands
19,1
15,8
21,9
0,0
0,0
70
H 2.11.1
Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking van € 2,2 miljoen in 2022 en € 1,0 miljoen in 2025 en 2026 door: • Hogere onttrekking aan de reserve Wooncoöperatieven van € 1,2 miljoen in 2022 ten behoeve van dotatie aan de voorziening Wooncoöperatieven. Op basis van daadwerkelijk verstrekte leningen aan wooncoöperatieven wordt 10% van het uitgeleende bedrag als risicodekking in de voorziening opgenomen. De dekking hiervoor komt uit de reserve Wooncoöperatieven. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Toevoegingen aan reserves Hogere toevoeging van € 1,0 miljoen in 2022 aan de reserve Bouw stimulering. Er is een rijksbijdrage ontvangen voor het realiseren van tijdelijke woningen in het Schinkelkwartier. Omdat de uitvoering voor dit project in 2023 wordt verwacht worden deze middelen toegevoegd aan de reserve Bouwstimulering.
71
H 2.11.2
2.11.2 Onderhoud openbare ruimte en reiniging (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
24,8
24,8
24,8
24,8
24,8
Lasten
149,0
148,1
145,9
146,7
147,5
Saldo laatst vastgestelde begroting
-124,2
-123,3
-121,1
-121,9
-122,7
Baten
-2,1
-2,1
-2,1
-2,1
-2,1
Lasten
-0,2
-0,6
-1,0
-1,0
-1,9
Saldo effecten viermaands
-2,0
-1,5
-1,1
-1,1
-0,3
Baten
22,7
22,7
22,7
22,7
22,7
Lasten
148,8
147,5
144,9
145,7
145,7
Saldo na viermaands
-126,1
-124,8
-122,3
-123,0
-123,0
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 2,1 miljoen in 2022 tot € 22,7 miljoen structureel. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten bij Verkeersvoorzieningen. In de begroting is het uitgangs punt dat de werkzaamheden doorbelast worden naar derden. Uit de ervaring van de afgelopen 2 jaar blijkt dat jaarlijks een deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd in opdracht van de interne gemeentelijke organisaties. Hierdoor worden geen inkomsten gerealiseerd (€ 2,3 miljoen structureel vanaf 2022). Tegenover de lagere baten zijn er minder lasten gerealiseerd, zie ook onderdeel lasten. • Hogere baten door de fusie tussen de gemeente Amsterdam en de gemeente Weesp. (€ 0,1 miljoen structureel vanaf 2022); • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel dalen met € 0,2 miljoen in 2022, en met € 0,6 miljoen in 2023. In 2024 en 2025 dalen de lasten met € 1,0 miljoen, en in 2026 dalen de lasten met € 1,9 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten in programmaonderdeel onderhoud openbare ruimte door de fusie tussen de gemeente Amsterdam en de gemeente Weesp (€ 1,9 miljoen in 2022 tot en met 2024, € 2,0 miljoen in 2025 en € 1,1 miljoen vanaf 2026). • Hogere lasten door de actualisatie van het groot onderhoud en instand houding van de assets die vallen onder programma Stadsbehoud en onttrokken worden uit de reserve Stadsbehoud (€ 1,0 miljoen in 2022, € 0,9 miljoen in 2023 en € 0,5 miljoen vanaf 2023). • Hogere lasten door verschuiving van Masterplan middelen van programma 1 Veiligheid naar dit programmaonderdeel. Dit betreffen middelen voor de extra inzet van Buurtconciërges in de binnenstad en seizoensgebonden openbare toiletten (€ 0,8 miljoen structureel vanaf 2022). • Lagere lasten bij Verkeersvoorzieningen. De werkzaamheden worden uitgevoerd in opdracht van de interne gemeentelijke organisatie en verantwoord in andere begrotingsprogramma’s (€ 2,3 miljoen structureel vanaf 2022). Tegenover de lagere lasten worden ook minder baten gerealiseerd.
• Lagere lasten door de overheveling van lasten, de lasten worden gealloceerd van programmaonderdeel 11.2 Onderhoud openbare ruimte en reiniging naar het juiste programma B (Overhead). Dit betreft gemeente breed een budgettaire neutrale mutatie (€ 1,4 miljoen structureel vanaf 2022). • Overige afwijkingen lichten we verder niet toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 0,2 miljoen.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
72
H 2.11.3
2.11.3 Groen en dierenwelzijn (bedragen x € 1 miljoen) Baten
2022
2023
2024
2025
2026
2,7
4,7
4,7
4,7
4,7
Lasten
82,6
78,7
70,0
68,3
62,5
Saldo laatst vastgestelde begroting
-80,0
-74,0
-65,3
-63,6
-57,8
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Baten Lasten
12,7
11,2
11,0
5,8
7,4
Saldo effecten viermaands
-12,7
-11,2
-11,0
-5,8
-7,4
Baten
2,7
4,7
4,7
4,7
4,7
Lasten
95,3
89,9
80,9
74,1
69,9
Saldo na viermaands
-92,6
-85,2
-76,2
-69,4
-65,2
Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten groter dan € 1 miljoen.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 12,7 miljoen in 2022 en met € 11,2 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 11,0 miljoen, in 2025 met € 5,8 miljoen en in 2026 met € 7,4 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten door invlechting van de taken vanuit Weesp voor onderhoud groen en dierenwelzijn (€ 2,2 miljoen in 2022, € 1,6 miljoen in 2023 en € 1,0 miljoen structureel vanaf 2024). • Hogere lasten door de inzet van middelen voor het bosplan in het Amsterdamse Bos, dierenwelzijn en de Groenvisie. Dit zijn middelen uit het herstelplan Samen sterker uit de crisis die in 2021 niet tot besteding zijn gekomen (€ 3,2 miljoen in 2022). • Hogere lasten door het heralloceren van middelen tussen begrotings programma’s voor het uitvoeren van het gebiedsplan in Stadsdeel West (€ 0,7 miljoen in 2022). • Hogere lasten door actualisatie van de kasritmes van de projecten die gefinancierd worden uit de reserve Stadsbehoud (€ 2,7 miljoen in 2022, € 7,9 miljoen in 2023, € 9,1 miljoen in 2024, € 6,0 miljoen in 2025 en € 6,3 miljoen in 2026).
• Hogere lasten voor projecten die gedekt worden uit het Stedelijk Mobiliteits Fonds (SMF). Dit betreft het actualiseren van meerjarige kasritmes voor deze projecten (€ 1,1 miljoen in 2022, € 1,6 miljoen in 2023, € 0,7 miljoen in 2024 en lagere lasten van € 1,4 miljoen in 2025). • Hogere lasten van € 2,2 miljoen voor het vervangen van bomen. Deze middelen komen uit de reserve Achterstallig onderhoud openbare ruimte en groen en betreft middelen die in 2021 niet besteed zijn. • Hogere lasten van € 0,3 miljoen voor de herplant van bomen volgens de Bomenverordening. Deze middelen komen uit de legesopbrengsten voor kapvergunningen en zijn in 2021 aan het herplantfonds gedoteerd omdat niet alle herplant in 2021 mogelijk was. De middelen worden in 2022 weer onttrokken. • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking
1,3
1,9
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
1,3
1,9
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
2,2
3,1
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten viermaands
2,2
3,1
0,0
0,0
0,0
Onttrekking
3,5
5,0
0,0
0,0
0,0
Toevoeging
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo na viermaands
3,5
5,0
0,0
0,0
0,0
73
H 2.11.3
Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking van € 2,2 miljoen in 2022 en € 3,1 miljoen in 2023 aan de reserve Kwaliteitsimpuls Groen voor de herinrichting van het Noorderpark en het Martin Luther King Park. De lasten voor de uitvoering van deze projecten worden begroot in begrotingsprogramma’s 2 en 9. Ook worden de door geschoven middelen voor herplant vanuit de bomenverordening van € 0,3 miljoen onttrokken.
Toevoegingen aan reserves Er zijn geen toevoegingen aan reserves op dit onderdeel.
74
H 2.12
2.12 Moderne open overheid (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
30,6
30,2
38,0
38,0
38,0
Lasten
117,5
102,7
103,9
102,2
104,2
Saldo laatst vastgestelde begroting
-86,8
-72,5
-65,9
-64,2
-66,3
0,3
1,2
1,3
1,5
1,5
Baten Lasten
5,4
2,9
2,2
1,3
0,7
Saldo effecten viermaandsrapportage
-5,0
-1,8
-0,8
0,2
0,9
Baten
31,0
31,3
39,3
39,5
39,5
Lasten
122,8
105,6
106,0
103,5
104,9
Saldo na viermaandsrapportage
-91,9
-74,3
-66,8
-64,0
-65,4
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Apparaatslasten
70,0
63,6
65,5
65,3
65,3
75
H 2.12.1
2.12.1 Digitale stad, interactie en informatie 2022
2023
2024
2025
Baten
30,6
30,2
38,0
38,0
38,0
Lasten
102,1
93,2
99,4
98,2
100,2
Saldo laatst vastgestelde begroting
(bedragen x € 1 miljoen)
2026
-71,4
-63,0
-61,4
-60,2
-62,3
Baten
0,3
1,2
1,3
1,5
1,5
Lasten
3,4
2,9
2,2
1,3
0,7
Saldo effecten viermaands
-3,1
-1,8
-0,8
0,2
0,9
Baten
31,0
31,3
39,3
39,5
39,5
Lasten
105,5
96,1
101,5
99,5
100,9
Saldo na viermaands
-74,5
-64,8
-62,3
-60,0
-61,4
toegevoegd aan die van de gemeente Amsterdam. Dit is het gevolg van de bestuurlijke fusie op 24 maart 2022. • Lagere lasten van € 1,4 miljoen in 2022, € 1,8 miljoen in 2023 en € 0,6 miljoen tot en met 2025 door actualisatie van de kapitaallasten • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
Baten De baten in dit programmaonderdeel stijgen in 2022 met € 0,3 miljoen en lopen op tot € 1,5 miljoen in 2026. Dit is het effect van actualisatie van de vergoedingen voor het afhandelen van calls voor derden en leges opbrengsten op basis van de verwachte aantallen en de tarieven 2022.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgt met € 3,4 miljoen in 2022, stijgt in 2023 met € 2,9 miljoen, stijgt in 2024 met € 2,2 miljoen, stijgt in 2025 met € 1,3 miljoen en in 2026 met € 0,7 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten van € 1,6 miljoen in 2022, € 3,1 miljoen in 2023, € 1,5 miljoen in 2024 en € 0,3 miljoen in 2025 voor diverse SAASinvesteringen. De lasten van deze SAAS-investeringen worden gedekt uit de egalisatiereserve SAAS dat verantwoord wordt in programma algemene dekkingsmiddelen. • Hogere lasten van € 2,4 miljoen in 2022, € 0,3 miljoen in 2023 en € 0,5 miljoen vanaf 2024 voor het op een veilige en wettelijk voorgeschreven manier organiseren van de Gemeenteraad verkiezingen. • Hogere lasten van € 1,4 miljoen in 2022 tot en met 2025 en € 0,5 miljoen in 2026. De begroting van de gemeente Weesp wordt 76
H 2.12.2
2.12.2 Democratisering (bedragen x € 1 miljoen) Baten
2022
2023
2024
2025
2026
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
15,4
9,5
4,5
4,0
4,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
-15,4
-9,5
-4,5
-4,0
-4,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Baten Lasten
1,9
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten viermaands
-1,9
0,0
0,0
0,0
0,0
Baten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Lasten
17,4
9,5
4,5
4,0
4,0
Saldo na viermaands
-17,4
-9,5
-4,5
-4,0
-4,0
Baten Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van een afwijking op de baten.
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 1,9 miljoen in 2022 en met € 0,0 miljoen in 2023 tot en met 2026. Dit komt door de inzet van € 2,1 miljoen vanuit de incidentele coalitiemiddelen voor afspraken uit het herstelplan samen sterker uit de crisis en het afronden en borgen van een aantal programmadoelen zoals buurtbudgetten en nieuw participatiebeleid. Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
77
H 2.A
2.A Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
2830,7
2923,0
2956,1
3020,4
3030,5
Lasten
106,5
139,8
138,6
217,7
264,8
Onttrekking reserves
1134,5
706,4
367,0
351,0
211,0
Dotatie reserve
888,8
750,2
494,4
414,6
367,9
2970,0
2739,4
2690,2
2739,1
2608,8
124,2
20,1
25,0
61,7
116,1
Saldo laatst vastgestelde begroting Baten Lasten
52,8
59,3
106,6
143,7
256,8
Onttrekking reserves
385,1
163,1
100,0
39,2
63,2
Dotatie reserve
242,8
7,5
110,1
91,8
113,5
Saldo effecten viermaandsrapportage
213,7
116,4
-91,7
-134,6
-191,0
Baten
2954,9
2943,1
2981,1
3082,1
3146,6
Lasten
159,3
199,1
245,2
361,4
521,5
Onttrekking reserves
1519,6
869,5
467,0
390,2
274,2
Dotatie reserve
1131,6
757,8
604,4
506,4
481,5
Saldo na viermaandsrapportage
3183,7
2855,8
2598,5
2604,5
2417,8
Op programmaniveau worden geen toelichtingen geschreven, dit gebeurt per programma onderdeel. (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Apparaatslasten
19,4
18,4
18,2
19,0
19,0
78
H 2A.1
Lasten
2A.1 Rente en resultaat (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
52,5
78,6
77,7
77,9
78,1
Lasten
13,1
0,6
-6,7
-9,7
-9,7
Saldo laatst vastgestelde begroting
39,4
78,0
84,4
87,5
87,7
Baten
1,6
9,2
12,4
13,6
14,3
Lasten
2,6
20,3
32,5
43,4
55,3
Saldo effecten viermaands
-1,0
-11,1
-20,1
-29,9
-41,1
Baten
54,1
87,8
90,0
91,4
92,3
Lasten
15,7
20,9
25,8
33,8
45,7
Saldo na viermaands
38,4
66,9
64,3
57,7
46,7
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 1,6 miljoen in 2022 en met € 9,2 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 12,4 miljoen, in 2025 met € 13,6 miljoen en in 2026 met € 14,3 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten door het opwaarts bijstellen van de dividendraming. In de raming vindt niet langer een algehele behoedzaamheidskorting plaats, de effecten van de coronacrisis op de dividenden op portefeuilleniveau zijn minder ingrijpend dan eerder gedacht (€ 6,0 miljoen in 2022, € 13,9 miljoen in 2023, € 17,4 miljoen in 2024 en € 17,9 miljoen in 2025 en 2026). • Lagere baten door de lening aan AEB. De renteopbrengst uit deze lening was gebaseerd op een veel grotere lening aan AEB. Inmiddels is duidelijk dat een tweede noodfaciliteit niet nodig is en dat er ook afgelost wordt op de lening (€ 4,4 miljoen in 2022, € 4,7 miljoen in 2023, € 5,0 miljoen in 2024, € 4,3 miljoen in 2025 en € 3,6 miljoen in 2026).
De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 2,6 miljoen in 2022 en stijgen met € 20,3 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de lasten met € 32,5 miljoen, in 2025 met € 43,4 miljoen en in 2026 met € 55,3 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten door actualisatie van de rentelasten op de externe schuld vanwege de gestegen marktrente (€ 9,3 miljoen in 2022, € 27,4 miljoen in 2023, € 38,3 miljoen in 2024, € 47,1 miljoen in 2025 en € 59,6 miljoen in 2026). • Lagere lasten door de verlaging van de toevoeging aan de voorziening van de rentebaten op de lening aan AEB. Doordat de rentebaten op deze lening naar beneden zijn bijgesteld wordt er ook minder toe gevoegd aan de voorziening (€ 4,4 miljoen in 2022, € 4,7 miljoen in 2023, € 5,0 miljoen in 2024, € 4,3 miljoen in 2025 en € 3,6 miljoen in 2026). • Lagere lasten door de actualisatie van nieuwe, lopende en gerealiseerde investeringen in de begroting. Deze actualisatie zorgt voor lagere aan de programma's doorberekende interne rentelasten (€ 2,3 miljoen in 2022 en in 2023, € 0,9 miljoen in 2024, - € 0,6 miljoen in 2025 en € 0,7 miljoen in 2026). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
79
H 2A.2
Lasten
2A.2 Belastingen (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
393,4
433,2
448,1
448,1
448,1
Lasten
26,6
24,9
24,8
25,6
26,0
Saldo laatst vastgestelde begroting
366,8
408,3
423,3
422,5
422,1
Baten
-58,1
0,9
2,1
27,2
33,1
Lasten
3,6
3,4
3,4
3,4
3,0
Saldo effecten viermaands
-61,7
-2,6
-1,3
23,8
30,1
Baten
335,3
434,1
450,2
475,3
481,2
Lasten
30,2
28,4
28,3
29,0
29,0
305,1
405,8
422,0
446,3
452,2
Saldo na viermaands
De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 3,6 miljoen in 2022 en met € 3,4 miljoen in de jaren tot en met 2025 en met € 3,0 miljoen in 2026. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Stijging van de lasten door groei van de stad en de wettelijke eisen aan de uitvoering (€ 3,0 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 58,1 miljoen in 2022 en stijgen met € 0,9 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 2,1 miljoen, in 2025 met € 27,2 miljoen en in 2026 met € 33,1 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten door een langzamer herstel van de opbrengsten uit de toeristenbelasting in 2022 (€ 55,2 miljoen) ten opzichte van eerdere inschattingen. Naar verwachting keren deze inkomsten in 2025 terug op het oorspronkelijke niveau (2020) van € 195,0 miljoen. Dit resulteert voor de jaren 2025 en 2026 in een stijging van de baten met € 20,0 miljoen. • Lagere baten door het aanbrengen van een waarschijnlijker verloop van de inkomsten uit de vermakelijkhedenretributie (VMR) (€ 5,1 miljoen). In 2023 dalen deze baten met € 3,1 miljoen, in 2024 met € 1,7 miljoen en in 2025 met € 1,2 miljoen. • Lagere baten (eenmalig) door uitstel van de invoering van de reclame heffing met twee maanden in 2022 (€ 1,7 miljoen). • Hogere structurele baten door opname van de heffingen Weesp in de begroting van Amsterdam (€ 3,3 miljoen). • Hogere baten Onroerendezaakbelasting (OZB) in 2025 (€ 4,6 miljoen) en 2026 (€ 9,3 miljoen) vanwege het doortrekken van de begrotings systematiek OZB dat voor deze jaren nog niet was toegepast.
• Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1 miljoen. 80
H 2A.3
2A.3 Gemeentefondsuitkering (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Baten
2370,5
2396,9
2416,1
2480,1
2504,0
Lasten Saldo laatst vastgestelde begroting Baten Lasten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
2370,5
2396,9
2416,1
2480,1
2504,0
191,5
24,0
24,5
34,9
68,7
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Saldo effecten viermaands
191,5
24,0
24,5
34,9
68,7
Baten
2562,0
2420,9
2440,6
2515,0
2572,7
Lasten
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
2562,0
2420,9
2440,6
2515,0
2572,7
Saldo na viermaands
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel stijgen met € 191,5 miljoen in 2022 en met € 24,0 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de baten met € 24,5 miljoen, in 2025 met € 34,9 miljoen en in 2026 met € 68,7 miljoen Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere baten door de verwerking van de september- en decembercirculaire 2021 (€ 105,7 miljoen in 2022, € 4,2 miljoen in 2023, € 1,6 miljoen in 2024, € 8,9 miljoen in 2025 en € 35,9 miljoen in 2026). Dit positieve effect bestaat voornamelijk uit: – Hogere baten door de accresontwikkeling (€ 41,6 miljoen in 2022, € 47,0 miljoen in 2023, € 48,2 miljoen in 2024, € 54,9 miljoen in 2025 en € 62,2 miljoen in 2026 miljoen). – Hogere baten door ontvangsten gerelateerd aan de bekostiging van de jeugdzorg (€ 65,9 miljoen in 2022). – Hogere baten door lagere apparaatskosten (€ 19,2 miljoen in 2022) – Hogere baten door aanvullende corona steunmaatregelen (€ 12,7 miljoen in 2022). – Hogere baten door overige ontwikkelingen (€ 9,0 miljoen in 2022, € 6,2 miljoen in 2023, € 5,5 miljoen in 2024, € 5,8 miljoen in 2025 en € 2,8 miljoen in 2026). – Hogere baten door overige taakmutaties (€ 9,4 miljoen in 2022, € 10,3 miljoen in 2023, € 10,2 miljoen in 2024, € 10,4 miljoen in 2025 en € 11,2 miljoen in 2026).
– Hogere baten door overige integratie- en decentralisatie uitkeringen (€ 3,0 miljoen in 2022, € 0,3 miljoen in 2023, € 0,2 miljoen in 2024, -€ 0,4 miljoen in 2025 en -€ 0,5 miljoen in 2026). – Lagere baten door de relatieve groei van de Amsterdamse WOZ waarde (€ 18,6 miljoen in 2022, € 18,9 miljoen in 2023, € 19,1 miljoen in 2024, € 19,3 miljoen in 2025 en € 19,6 miljoen in 2026). – Lagere baten door een uitname uit het gemeentefonds (beschermd wonen). (€ 19,1 in 2022, € 19,6 miljoen in 2023, € 19,7 miljoen in 2024, € 19,6 miljoen in 2025 en € 19,6 miljoen in 2026). – Lagere baten door hoeveelheidsverschillen in de berekende maat staven (€ 17,4 miljoen in 2022, € 21,1 miljoen in 2023, € 23,7 miljoen in 2024, € 22,9 miljoen in 2025 en € 0,6 miljoen in 2026). • Hogere baten voor de tegemoetkoming voor de gestegen energie prijzen. Hiervoor krijgt Amsterdam in de Meicirculaire 2022 een bedrag van € 61,4 miljoen uitgekeerd. Aangezien tegenover deze uitkering de uitbetaling van de energietoeslag staat, heeft die geen effect op het financiële beeld. • Hogere baten door de fusie met de gemeente Weesp. De gemeente fondsgelden van de gemeente Weesp worden in de begroting van Amsterdam opgenomen (€ 31,7 miljoen in 2022, € 31,5 miljoen in 2023, € 32,1 miljoen in 2024 en € 32,8 miljoen in 2025 en 2026).
• Hogere baten door herindelingsmiddelen die ter beschikking komen in verband met de fusie met de gemeente Weesp (€ 2,1 miljoen in 2022 en € 1,1 miljoen structureel vanaf 2023 tot en met 2025). • Lagere baten omdat de begroting te hoog was op basis van een foutieve inschatting van de inwonersaantallen (€ 9,4 miljoen in 2022, € 12,8 miljoen in 2023, € 10,3 miljoen in 2024 en € 7,9 miljoen in 2025).
Lasten Er zijn geen lasten in dit programmaonderdeel.
Reserves Er is in dit programmaonderdeel geen sprake van onttrekking of toevoeging aan reserves.
81
H 2A.4
2A.4 Overige eigen middelen en onvoorzien (bedragen x € 1 miljoen)
2022
Baten
14,3
14,3
14,3
14,3
0,3
Lasten
66,8
114,3
120,4
201,8
248,4
Saldo laatst vastgestelde begroting
-52,5
-100,0
-106,1
-187,5
-248,2
Baten
-10,8
-14,0
-14,0
-14,0
0,0
Lasten
46,6
35,5
70,7
96,8
198,4
Saldo effecten viermaands
-57,4
-49,5
-84,7
-110,8
-198,4
3,5
0,3
0,3
0,3
0,3
Baten
2023
2024
2025
2026
Lasten
113,4
149,8
191,1
298,6
446,8
Saldo na viermaands
-109,8
-149,5
-190,8
-298,3
-446,6
Baten De totale baten in dit programmaonderdeel dalen met € 10,8 miljoen in 2022 en met € 14,0 miljoen vanaf 2023 tot en met 2025. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Lagere baten door de afronding van de fusie met de gemeente Weesp waardoor er geen kosten doorbelasting meer plaats zal vinden na 24 maart 2022 (€ 10,8 miljoen in 2022 en € 14,0 miljoen structureel in 2023 tot en met 2025).
Lasten De totale lasten in dit programmaonderdeel stijgen met € 46,6 miljoen in 2022, in 2023 met € 35,5 miljoen, in 2024 met € 70,7 miljoen, in 2025 met € 96,8 miljoen en in 2026 met € 198,4 miljoen. Dit effect is het gevolg van de volgende afwijkingen: • Hogere lasten door toevoegen van middelen aan een stelpost in verband met de uit te keren energiecompensatie aan huishoudens met een laag inkomen (€ 61,4 miljoen in 2022). • Hogere lasten door invulling van de taakstelling uit het programma Hervormen en besparen, waardoor de lasten in de beleidsprogramma's dalen (€ 21,8 miljoen structureel vanaf 2023 tot en met 2026).
• Hogere lasten door het toevoegen van middelen aan de stelpost voor nominale ontwikkelingen, (€ 24,7 miljoen in 2023, € 60,0 miljoen in 2024, € 108,5 miljoen in 2025 en € 194,5 miljoen in 2026). • Hogere lasten door de vorming van een stelpost Weesp, op deze stelpost zijn begrotingsposten uit de begroting van de gemeente Weesp geplaatst die nog moeten worden verdeeld naar de programma's (€ 4,3 miljoen in 2022, € 4,9 miljoen in 2023, € 5,2 miljoen in 2024, € 5,2 miljoen in 2025 en € 19,2 miljoen in 2026). • Lagere lasten door het afronden van de fusie met de gemeente Weesp. Vanwege de ambtelijke fusie met de gemeente Weesp per 1 juni 2019 zijn er personele- en materiële lasten in dit programmaonderdeel opgenomen. Deze zijn overgeheveld naar de programma's (€ 10,2 miljoen in 2022 en € 13,4 miljoen structureel tot en met 2025). • Lagere lasten door de vrijval van de stelpost voor nieuwe investeringen. Op deze stelpost worden de rente- en afschrijvingslasten begroot van lopende en nieuwe investeringen. Omdat de kapitaallasten zich niet zullen voordoen, vallen deze vrij (€ 8,9 miljoen in 2022, € 2,5 miljoen in 2023, € 2,9 miljoen in 2024, € 25,3 miljoen in 2025 en € 37,1 miljoen in 2026).
Reserves (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekking
218,1
67,7
-4,0
6,2
0,4
Toevoeging
226,5
263,0
102,4
102,6
52,4
-8,4
-195,3
-106,4
-96,4
-52,0
Saldo laatst vastgestelde begroting Onttrekking
171,7
6,6
3,1
2,7
1,8
Toevoeging
100,8
6,6
3,1
12,7
11,8
Saldo effecten viermaands
70,9
0,0
0,0
-10,0
-10,0
Onttrekking
389,7
74,2
-0,9
8,9
2,2
Toevoeging
327,3
269,6
105,5
115,2
64,2
Saldo na viermaands
62,5
-195,3
-106,4
-106,4
-62,0
82
H 2A.4
Onttrekkingen aan reserves Hogere onttrekking met € 171,7 miljoen in 2022 en met € 6,6 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de onttrekkingen met € 3,1 miljoen, in 2025 met € 2,7 miljoen en in 2026 met € 1,8 miljoen. De hogere onttrekkingen worden begroot bij de volgende reserves: • Jaarrekeningresultaat (€ 86,0 miljoen in 2022). Het ten tijde van de viermaandsrapportage bekende jaarrekeningresultaat 2021 van de Gemeente Amsterdam (€ 80,5 miljoen) en Weesp (€ 5,5 miljoen) • Algemene reserve (€ 28,9 miljoen in 2022) – De onderbestedingen in 2021 in verschillende programma's in 2021, worden op grond van de financiële samenwerkingsafspraken in 2022 weer ingezet ter besteding in die programma's (€ 22,4 miljoen) – Vanwege de fusie met Weesp vinden extra onttrekkingen plaats aan de algemene reserve voor diverse lasten die verband houden met deze fusie (€ 4,0 miljoen) – De niet bestede middelen Steunplan Kunst en Cultuur uit het noodfonds voor Corona-uitgaven leiden in 2022 tot extra lasten (€ 2,5 miljoen) • Reserve XAAS (€ 21,0 miljoen in 2022, € 6,6 miljoen in 2023, € 3,1 miljoen in 2024, € 2,7 miljoen in 2025 en € 1,8 miljoen in 2026). De reserve XAAS dekt voor het belangrijkste deel lasten in programma B voor diverse XAAS (Anything as a Service) investeringen (€ 16,9 miljoen in 2022).
Deze investeringen mogen volgens het Besluit Begroting en Verantwoording niet geactiveerd worden, maar als last in de exploitatie opgenomen. Dit betreffen de reguliere systemen zoals ADW (€ 11,2 miljoen) en de systemen voor het I-domein (€ 5,7 miljoen). • Reserve Overheveling gemeentefondsmiddelen. Dit betreffen middelen die uit het gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor 2021, maar waarvan de lasten pas in 2022 worden gerealiseerd (€ 18,1 miljoen). De uitgaven vallen binnen de volgende programmaonderdelen: – Wijkteams (€ 6,8 miljoen) – Jeugdhulp (€ 3,6 miljoen) – Openbare orde en veiligheid (€ 2,0 miljoen) – Armoede en schuldhulp (€ 1,7 miljoen) – Werk, participatie en inburgering ( € 1,7 miljoen) – Overige overhevelingen gemeentefondsmiddelen ( € 2,3 miljoen)
• Reserve coalitiemiddelen (€ 16,9 miljoen). In de reserve coalitie middelen zijn oorspronkelijk middelen gereserveerd uit het coalitie akkoord 'Een nieuwe lente en een nieuw geluid'. In 2021 is minder uitgegeven dan hiervoor begroot was. Tevens zijn middelen uit het coalitieakkoord 'Samen sterker uit de crisis' die niet tot besteding zijn gekomen aan de reserve toegevoegd in 2021. In 2022 worden de middelen die niet tot besteding zijn gekomen opnieuw in de begroting opgenomen ten laste van de reserve: – Ontwikkelbuurten (€ 3,5 miljoen) – Extra vergroening Openbare Ruimte, voedselstrategie (€ 2,1 miljoen) – Digitale stad en democratisering (€ 1,7 miljoen) – Toegankelijkheidsfonds en personeelstekorten in de zorg (€ 1,5 miljoen) – Topsportevenementen (€ 1,4 miljoen) – Community Wealth building en Masterplan Zuidoost (€ 1,3 miljoen) – Sociaal herstel (€ 1,0 miljoen) – Overige coalitiemiddelen ( € 4,4 miljoen). • Overige afwijkingen lichten we niet verder toe, omdat de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 1,0 miljoen (€ 0,7 miljoen in 2022).
Toevoegingen aan reserves Hogere toevoeging met € 100,8 miljoen in 2022 en met € 6,6 miljoen in 2023. In 2024 stijgen de toevoegingen met € 3,1 miljoen, in 2025 met € 12,7 miljoen en in 2026 met € 11,8 miljoen. De hogere toevoegingen worden begroot bij de volgende reserves: • Algemene reserve (€ 86,0 miljoen in 2022). Aan de algemene reserve wordt het voorlopige jaarrekeningresultaat 2021 van Amsterdam (€ 80,5 miljoen) en Weesp (€ 5,5 miljoen) toegevoegd. • Reserve XAAS (€ 14,8 miljoen in 2022, € 6,6 miljoen in 2023, € 3,1 miljoen in 2024, € 12,7 miljoen in 2025 en € 11,8 miljoen in 2026). Voor het blijvend kunnen dekken van de XAAS lasten uit de reserve XAAS, zijn de komende jaren toevoegingen nodig aan deze reserve. Deze toevoegingen worden gedekt uit het wegvallen van geraamde afschrijvingslasten.
83
H 2A.5
2A.5 Interne financieringsmiddelen (bedragen x € 1 miljoen)
2022
2023
2024
2025
2026
Onttrekkingen
1134,5
706,4
367,0
351,0
211,0
Toevoegingen
888,8
750,2
494,4
414,6
367,9
Saldo laatst vastgestelde begroting
245,7
-43,8
-127,4
-63,6
-156,9
Onttrekkingen
385,1
163,1
100,0
39,2
63,2
Toevoegingen
242,8
7,5
110,1
91,8
113,5
Saldo effecten viermaands
142,3
155,6
-10,1
-52,6
-50,4
Onttrekkingen
1519,6
869,5
467,0
390,2
274,2
Toevoegingen
1131,6
757,8
604,4
506,4
481,5
Saldo na viermaands
388,0
111,7
-137,5
-116,2
-207,2
In het programma A5 worden de interne financieringsmiddelen verantwoord. Dit betreffen de mutaties in de reserves. Omdat ook in de verschillende programmaonderdelen waar de reserves aan gekoppeld zijn de mutaties verantwoord worden, zijn hier alleen de reserves die de grootste effecten in de viermaandsrapportage kennen opgenomen. In deze viermaandsrapportage is tevens een totale verloopstaat van de reserves opgenomen (zie bijlage 3.3). In onderstaande toelichting wordt volstaan met het toelichten van de grootste mutaties.
Onttrekkingen aan reserves De totale onttrekking neemt toe met € 385,1 miljoen in 2022 en met € 163,1 miljoen in 2023. In 2024 neemt de onttrekking toe met € 100,0 miljoen, in 2025 met € 39,2 miljoen en in 2026 met € 63,2 miljoen. Dit effect is het gevolg van afwijkingen, waarvan de volgende de grootste zijn: • Aan de reserve Mobiliteitsfonds wordt in 2022 € 31,8 miljoen meer onttrokken: in 2023 € 0,1 miljoen minder onttrokken, in 2024 € 3,0 miljoen minder onttrokken, in 2025 € 3,0 miljoen minder onttrokken en in 2026 € 13,3 miljoen meer onttrokken aan de reserve. Het Stedelijk Mobiliteitsfonds is ingesteld ter dekking van projecten die passen binnen de doelstellingen uit het uitvoeringsbesluit Mobiliteits fonds. In hoofdstuk 3.2.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen.
• Aan de reserve Programma Stadsbehoud wordt in 2022 tot en met 2026 € 18,9 miljoen, € 10,7 miljoen, € 24,3 miljoen, € 39,4 miljoen en € 46,1 miljoen meer onttrokken. Deze reserve ondersteunt een programmatische aanpak voor het in stand houden van de openbare ruimte en infrastructuur, waaronder de arealen civiele constructies, verhardingen, verkeersystemen, groen, straatmeubilair, speelvoor zieningen en op termijn wegtunnels. Met behulp van de reserve kan gestuurd worden op het programma en op de arealen. De middelen worden flexibel ingezet voor verschillende arealen, verschillende activiteiten en over de jaren heen. Financiële afwijkingen worden binnen het programma opgevangen door vereffening tussen de arealen. In hoofdstuk 3.2.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Egalisatie Inkomensdeel en Conjunctuur wordt in 2022 € 10,4 miljoen meer onttrokken. In de jaren 2023 tot ne met 2026 blijven de onttrekkingen ongewijzigd. Het doel van deze reserve is het egaliseren van overschotten en tekorten voortvloeiend uit de uitvoering van de Participatiewet voor het inkomensdeel (bijstandsuitkeringen) en de uitvoering van Tozo. In hoofdstuk 3.7.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Stedelijke Bodemsanering en Nazorg wordt in 2022 € 38,0 meer onttrokken.
In 2023 en 2024 is de onttrekking € 1,4 miljoen hoger en in 2025 en 2026 € 1,5 miljoen hoger. De reserve is ingesteld voor de meerjarige stedelijke bodemsaneringsprogramma's en nazorgactiviteiten die conform gemaakte afspraken met het Rijk grotendeels vanuit Rijksmiddelen worden gefinancierd. In hoofdstuk 3.9.3 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties wordt in de jaren 2022 tot en met 2024 € 13,6 miljoen, € 9,4 miljoen en € 5,0 miljoen meer onttrokken. In het jaar 2025 wordt 11,9 miljoen minder onttrokken en in 2026 € 9,0 miljoen minder onttrokken. Daarnaast valt de reserve in 2022 gedeeltelijk vrij voor een bedrag van € 55,2 miljoen. De reserve is ingesteld voor het dekken van de gebiedsontwikkeling op de Zuidas en de bijdrage van de gemeente Amsterdam aan de ontwikkeling van Zuidas Dok. In hoofdstuk 3.10.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen.
84
H 2A.5
• Aan de reserve Vereveningsfonds wordt in de jaren 2022 tot en met 2026 meer onttrokken voor respectievelijk € 4,5 miljoen, € 44,5 miljoen, € 23,9 miljoen, € 4,9 miljoen en € 5,9 miljoen. Verder vindt in 2022 een vrijval aan de reserve plaats van € 55,2 miljoen. Een deel van deze reserve is benodigd als weerstandsvermogen en ter dekking van vastgestelde (voor)investeringen. Het resterende deel is de verevenings ruimte en is beschikbaar voor nieuwe investeringen in het kader van de gebiedsontwikkeling. In hoofdstuk 3.10.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Afkoopsommen Erfpacht wordt in 2022 € 74,8 miljoen meer onttrokken, in 2023 € 79,1 miljoen, in 2024 € 39,1 miljoen en in de jaren 2025 en 2026 beide € 0,5 miljoen. Deze reserve dient voor de financiering van de waarde van de in erfpacht uitgegeven gronden. In hoofdstuk 3.10.2 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • De toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2021 aan de algemene reserve leidt tot een onttrekking aan dit jaarrekeningresultaat van € 86,0 miljoen. • Aan de Algemene Reserve wordt in 2022 € 28,9 miljoen meer onttrokken. De algemene reserve dient als buffer voor het kunnen opvangen van niet structurele financiële tegenvallers. De toelichting op deze afwijking is opgenomen in hoofdstuk 3.A.4.
• Aan de reserve Overheveling Gemeentefondsmiddelen September- en Decembercirculaire wordt in 2022 € 18,1 miljoen meer onttrokken. De reserve is ingesteld om middelen over te hevelen afkomstig uit het gemeentefonds. Het betreffen middelen die bij de september- en decembercirculaire worden toegekend, voor zover het niet gaat om de algemene uitkering. In hoofdstuk 3.A.4 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Incidentele Coalitiemiddelen wordt in 2022 € 16,9 miljoen meer onttrokken. De reserve Incidentele coalitiemiddelen is bedoeld om de specifieke incidenteel aangewezen coalitiemiddelen in de coalitieperiode beschikbaar te houden. In hoofdstuk 3.A.4 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de Egalisatiereserve XaaS wordt in 2022 tot en met 2026 meer onttrokken voor een bedrag van € 21,0 miljoen, € 6,6 miljoen, € 3,1 miljoen, € 2,7 miljoen en € 1,8 miljoen. Met deze reserve worden XaaS lasten die niet geactiveerd mogen worden, gedekt uit de reserve.
Toevoegingen aan reserves De totale toevoeging neemt toe met € 242,8 miljoen in 2022 en met € 7,5 miljoen in 2023. In 2024 neemt de toevoeging toe met € 110,1 miljoen, in 2025 met € 91,8 miljoen en in 2026 met € 113,5 miljoen. Dit effect is het gevolg van afwijkingen, waarvan de volgende de grootste zijn: • Aan de reserve Mobiliteitsfonds wordt in 2022 tot en met 2026 € 17,1 miljoen, € 13,1 miljoen, € 15,0 miljoen, € 2,1 miljoen en € 2,1 miljoen meer toegevoegd. Het Stedelijk Mobiliteitsfonds is ingesteld ter dekking van projecten die passen binnen de doelstellingen uit het uitvoeringsbesluit Mobiliteitsfonds. In hoofdstuk 3.2.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Programma Stadsbehoud wordt in 2022 tot en met 2026 € 30,7 miljoen, € 12,0 miljoen, € 9,0 miljoen, € 28,0 miljoen en € 28,0 miljoen meer toegevoegd. Deze reserve ondersteunt een programmatische aanpak voor het in stand houden van de openbare ruimte en infrastructuur, waaronder de arealen civiele constructies, verhardingen, verkeersystemen, groen, straatmeubilair, speelvoor zieningen en op termijn wegtunnels. Met behulp van de reserve kan gestuurd worden op het programma en op de arealen. De middelen worden flexibel ingezet voor verschillende arealen, verschillende activiteiten en over de jaren heen.
Financiële afwijkingen worden binnen het programma opgevangen door vereffening tussen de arealen. In hoofdstuk 3.2.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de Financieringsreserve Activa met Maatschappelijk Nut wordt in de jaren 2022 tot en met 2025 minder toegevoegd voor een bedrag van € 18,1 miljoen, € 15,5 miljoen, € 0,2 miljoen en € 1,5 miljoen. De reserve heeft ten doel de inzet van de eigen bijdragen van de gemeente voor de dekking van investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. In hoofdstuk 3.2.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Vereveningsfonds wordt in de jaren 2022 tot en met 2026 meer toegevoegd voor respectievelijk € 37,9 miljoen, € 8,8 miljoen, € 1,0 miljoen, € 11,4 miljoen en € 10,8 miljoen. Een deel van deze reserve is benodigd als weerstandsvermogen en ter dekking van vastgestelde (voor)investeringen. Het resterende deel is de vereveningsruimte en is beschikbaar voor nieuwe investeringen in het kader van de gebiedsontwikkeling. In hoofdstuk 3.10.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. 85
H 2A.5
• Aan de reserve Zuidas bijdrage dok en grondexploitaties wordt in 2022 € 15,4 miljoen meer toegevoegd, in 2023 € 43,9 miljoen minder toegevoegd, in 2024 tot en met 2026 € 66,1 miljoen, € 49,5 miljoen en € 72,6 miljoen meer toegevoegd. De reserve is ingesteld voor het dekken van de gebiedsontwikkeling op de Zuidas en de bijdrage van de gemeente Amsterdam aan de ontwikkeling van Zuidas Dok. In hoofd stuk 3.10.1 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Afkoopsommen Erfpacht wordt in 2022 en 2023 € 17,9 miljoen en € 18,0 miljoen meer toegevoegd aan de reserve, in 2024 tot en met 2026 € 25,8 miljoen, € 9,4 miljoen en € 9,1 miljoen minder toegevoegd. Deze reserve dient voor de financiering van de waarde van de in erfpacht uitgegeven gronden. In hoofdstuk 3.10.2 is een uitgebreide toelichting gegeven op de afwijkingen. • Aan de reserve Financiering Erfpachtgrond wordt in de jaren 2022 tot en met 2024 € 26,0 miljoen, € 10,5 miljoen en € 45,5 miljoen meer toegevoegd en in de jaren 2025 en 2026 in beide jaren € 0,5 miljoen minder toegevoegd. Het doel van deze reserve is zoveel mogelijk in erfpacht uitgegeven grond te financieren met eigen vermogen. • Aan de Algemene Reserve wordt in 2022 € 86,0 miljoen meer toegevoegd. De algemene reserve dient als buffer voor het kunnen opvangen van niet structurele financiële tegenvallers.